Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Eddy Daniels, De kwestie M – een gekaapte godsdienst

5 september 2017

Eddy Daniels, De kwestie M – een gekaapte godsdienst.

Uitg. De Blauwe Tijger 2017

Eddy A.M. Daniels publiceerde al over de teloorgang van onze democratie in het multiculturele debat, in De Open Samenleving en Haar Nieuwe Vijanden (2005). Over de kansen op een hernieuwing in de katholieke kerk in Papa Ratzi. Paus & Ketter (2006). En over genocide in de isl?m in ‘Mohammed, de joden en de dadels’ in het verzamelwerk Kritische bedenkingen bij een politieke religie (2010).

Een verbluffend boek dat ik met veel interesse heb gelezen. De auteur is erin geslaagd om zo’n besmette, vervalste, misvormde materie helder te fileren, ook voor leken. Een titanenwerk waar spijtig genoeg een uitgebreid namen en verwijzingen register ontbreekt. Misschien nog op te lossen in digitale vorm.

Eddy Daniels ontwikkelt ook een uitgebreid antwoord op hoe het er in de toekomst misschien zou kunnen aantoe gaan wanneer mohammedanen zich weer tot de kern van de oorspronkelijke islam zouden kunnen wenden. Al zal er heel veel afhangen van de moed en de wil om zich te bevrijden van de kluisters in denken en doen bij Europese moslims.

Hij gaat uitgebreid in op de pogingen tot verchristelijken van de mohammedaanse ideologie door Karen Armstrong en Hans Küng, inclusief de vervalsingen, interpretaties en verlangens die nergens op gebaseerd blijken dan op hun eigen wensdromen.

Inhoudsopgave

https://flic.kr/s/aHsm86u9hV

24. Het verhaal dat ik hier zal vertellen is er dus niet één over hoe Mohammed effectief was, maar over hoe de islámitische autoriteiten intern denken, maar niet aan hun gelovigen (en andersdenkenden) onthullen dat hij is geweest. Zodat zij — zelfs als zij dat willen — totaal geen theologische argumenten meer kunnen inzetten tegen een verschijnsel als Is/Daesh of al-Qaeda, en die via een wereldomvattende fatwá onmogelijk takfir kunnen verklaren, tot afvallige. Daarbij zal ik hun eigen bronnen laten spreken. Ik bied de lezer hier dus geen westerse visie op Mohammed aan, maar een mohammedaanse met dien verstande dat dit een visie is die het daglicht niet verdraagt en door de overgrote meerderheid der gewone moslims niet gekend is. Men zal mij beter begrijpen als ik een vergelijking maak met hoe de Hebreeuwse Bijbel gelezen werd in de katholieke kerk. Grote delen van de Bijbelse teksten zijn puur racistisch en moeten niet onderdoen voor Hitlers Mein Kampf: Het verhaal over de Landname onder Jozua, die de autochtone Kanaánieten als een sta-in-de-weg beschouwde, is kolonialistisch (6:21; 10:35). Het verhaal over het optreden van de koningen Saul en David, op bevel van Samuel (I 15:3), tegen de woestijnstam der Amalekieten is genocidaal (Saul werd gestraft omdat hij slechts de mannen had vermoord maar vrouwen en kinderen in leven gelaten). Het verhaal over de terugkeer van Judeïsche ballingen uit BabyIon onder Ezra (9:2) en Nehemia (13:3, 25b), schetst een apartheidsregime waarin het de lieden met het heilig zaad werd verboden om te huwen met vrouwen die behoorden tot de achtergebleven mensen van het land.

351. Is een verzoening tussen beide uitersten mogelijk? Volgens mij wel, maar niet met de zoete praatjes dat wij ‘meer open moeten staan’ voor elkaar. Hoe kan een dialoog ooit een dialoog worden als de ene vanuit zijn geloofsbronnen leert dat hij niet mag liegen (Mattheus 5:37), en de andere dat hij móet liegen als hij daarmee zijn godsdienst en zijn profeet helpt (taqiyyah)? En hoe kan een overeenkomst ooit een echte overeenkomst worden als de principes van Hudaybiya gelden? Zodat een verdrag voor de ene partij moreel bindend is, hoe de toestand ook moge evolueren; en voor de andere moreel ontbonden, zodra de krachtsverhoudingen zich wijzigen?

Nee, het zijn niet de praatjes over imáms en pastoors en rabbijnen die met elkaar thee drinken, die voor de oplossing zullen zorgen. En ook niet de vele ontmoetingen tussen mensen van goede wil, die overigens al vijftig jaar aan de gang zijn terwijl de kloof altijd dieper wordt. Het is de herbronning van elk der beide denkrichtingen die de doorbraak zal forceren of de botsing zal doen ontaarden.

Aan islámitische kant is daarvoor eigenlijk maar één vereiste: dat de gewone gelovigen hun profeet leren kennen zoals hij in de islámitische bronnen terug te vinden is. Tot die inspanning wil dit boek een bijdrage zijn, en niet meer dan dat. Dit is zeker niet het definitieve woord over Mohammed, geen wetenschappelijke analyse en geen volledige weergave van wat over hem te weten valt. Dit is wel een opening die de imáms uit zichzelf niet kunnen maken en de islámofielen zo stevig mogelijk willen sluiten met wilde beschuldigingen over islámofobie. Alsof angst hebben een misdaad is. Als moslims de eigen geloofsbronnen leren kennen, dan kunnen zij kiezen: ofwel jihádist worden – maar dan is hun positie tenminste duidelijk; ofwel dat deel van hun traditie de rug toe keren, dat aanzet tot strijd tegen allen. Maar dat zal ontzettend moeilijk zijn. Daarom moeten wij hen halfweg tegemoet komen.

Want omgekeerd is er ook werk aan de winkel: de Atlantische beschaving zal nooit democratisch weerwerk bieden vanuit haar eigen traditie van de mensenrechten, als zij niet eerst zichzelf toegeeft wat zij in haar diepste kern is: postchristelijk. Slechts als het Westen weer zijn eigen wortels zal leren kennen, en ze aan een kritisch onderzoek onderwerpt los van de dogma’s van de verschillende kerken of van de Verlichting, slechts dan zal zij vanuit zichzelf de islám tegemoet treden. En slechts als zij weer zichzelf zal zijn, zal het betere deel van de islám haar als volwaardig erkennen, als een partner waar iets van te leren valt eerder dan als een vijand die moet neergeslagen worden.

Het materiële komt vóór het spirituele

Want één zaak mogen we niet vergeten: als moslims vandaag hun toevlucht zoeken in de lering van hun profeet, dan is dat niet omdat zij zo naar het spirituele verlangen. Voor sommigen is dat het geval, maar die voeren geen jihád en prediken de gházwah niet, zij trekken zich terug in een Sufi-achtige orthopraxie, dat wil zeggen: in een mystiek nabootsen van zelfs de kleinste hebbelijkheid van hun profeet (zoals hun tanden poetsen met een wortel in plaats van met een borsteltje). Als moslims vandaag hun toevlucht zoeken in de jihád, en als westerse jongeren zich bekeren tot de islám om vervolgens ook hun toevlucht te zoeken in de jihád, dan is dat omdat zij haten. En wat haten zij? Zij haten een samenleving waar zij intens naar verlangen, maar niet toe behoren. Niet omdat zij niet mogen — het zogezegde racisme — maar omdat zij zichzelf onderweg blokkeren. Dat is typisch voor de rotjochies die zich beklagen omdat zij in België door het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) in het beroepsonderwijs ‘gestopt’ worden, het minst ‘intellectuele’ niveau van het onderwijs, leidend tot een statuut van geschoolde (en veelal erg goed betaalde) stielman. Zij wijten dat aan discriminatie, alsof die CLB’s allemaal bemand worden door sociale werkers met de verborgen agenda om zoveel mogelijk vreemdelingen te discrimineren.

In werkelijkheid worden die CLB’s bemand door zeer bezorgde en veelal sociaal voelende mensen die kinderen voor zich zien passeren met een serieuze leerachterstand omwille van twee redenen: thuis wordt een vreemde taal gesproken (Arabisch of Berbers); en thuis is er weinig of geen aandacht voor de schoolresultaten. Zodat de dochters ingezet worden als slaafjes in het huishouden (vaak omdat de moeder depressief is en de godganse dag voor de schotelantenne hangt omdat zij niet op straat mag komen, en er toch iemand voor de kleinere broertjes en zusjes moet zorgen). Terwijl de zonen de rol van kleine shaykhs spelen, en na de schooltijd op straat rondhangen, soms ook ’s nachts. Opvallend is dat kinderen van allochtone maar gemotiveerde ouders, helemaal niet vaak in het beroepsonderwijs ‘gestopt’ worden, integendeel dikwijls doorstromen naar ‘hogere’ richtingen en soms een mooie universitaire carrière doormaken.* De voorbeelden zijn legio, maar nog steeds een minderheid. Wat helaas normaal mag heten — sociale emancipatie is nu eenmaal een langdurig en complex proces. Ook de katholieken (Ieren, Polen, Italianen) kwamen in de Verenigde Staten niet meteen aan de top van de sociale WASP ladder te staan (White Anglo-Saxon Protestant).

Maar de rotjochies trekken zich terug in zelfbeklag en deviant gedrag en behalen daardoor zelfs het diploma niet van dat onderwijs dat zogezegd te min voor hen is. Zij zijn dan wel verwonderd als zij op de arbeidersmarkt niet in aanmerking komen voor een managementfunctie, zo zij al in aanmerking willen komen voor de arbeidersmarkt. Zij dromen van status en verwijten de maatschappij dat zij die hen niet verleent. Zij zijn telgen van een superieure mensensoort want dragers van een cultuur met een profeet van wie zij eigenlijk niets afweten, tenzij wat Sinterklaasverhaaltjes. Het is vanuit die zichzelf aangeprate frustratie annex pretentie dat zij vervolgens gaan haten. En het is vanuit die haat dat zij op zoek gaan naar ‘hun’ profeet. Daarom ook rekruteren jihádisten zo gemakkelijk in gevangenissen.

De Britse Quilliam Foundation, die radicaliseringsprocessen bestudeert, analyseerde ooit hoe zij te werk gaan in die gevangenissen. Kleine criminelen komen daar terecht. Zij voelen zich verloren, zijn letterlijk niemand meer en komen dan nog in een zeer bedreigend milieu, waarin zij zelf bescherming nodig hebben. Dan worden zij benaderd door de aanwezige jihádisten die hen om te beginnen een groep aanbieden waarin zij zich veilig kunnen voelen. Vervolgens bieden zij hen lectuur aan. Geen mohammedaanse lectuur, maar lectuur over hoe onrechtvaardig het Westen is, wat voor misdaden het begaat in het algemeen en meer in het bijzonder tegen de moslims. Stap voor stap wordt hun haat niet afgebroken maar opgebouwd en gericht tegen de maatschappij: niet zij zijn schuldig, maar de maatschappij is dat. Ze worden gedeculpabiliseerd, vervolgens geradicaliseerd, en pas daarna geïslamiseerd, of liever, gemohammedaniseerd. Zij gaan niet slechts moreel vrijuit voor de begane misdaden, zij krijgen de morele plicht om het onrecht te wreken dat aan hen en hun broeders werd en wordt aangedaan, waar ook ter wereld. Van kruimeldieven of drugsdelinquenten worden zij tot strijders voor het ware geloof. Het rituele gebed structureert vervolgens hun dag. Zodat zij van hun verslaving(en) afraken door die te vervangen door een andere, die aan haat.

Hoe kan je daarmee omgaan? Er is maar één manier: naar hun verhaal te luisteren. Wat zij allemaal gemeen hebben, is een ontzaglijke behoefte om zich te uiten. Je moet daarbij hun verhaal ernstig nemen. Als zij zeggen dat het Westen veel misdaden heeft begaan en zijn eigen principes niet steeds en overal in de praktijk brengt, dan kan je moeiteloos beamen dat zij gelijk hebben, want op dat punt hebben zij gelijk. Maar je kan wel de vraag stellen of je dat herstelt door zelf misdaden te begaan, en of je echt onschuldige slachtoffers in Syrië wreekt door onschuldigen in Parijs in de rug te schieten. Zij zullen dan zeggen dat dit geen onschuldige slachtoffers zijn, want onderdanen van een natie die met hun khalifaat in oorlog is, en zij betalen belastingen waarmee die natie dan gevechtsvliegtuigen financiert en hun steden bombardeert. Je kan dat beamen, maar hen vragen of dan ook elke moslim een misdadiger is die in die natie leeft en ook belasting betaalt. Misschien zullen ze ook dat beamen. Dan kan je vragen of het hun opdracht dan is om de grote meerderheid van de mensheid uit te moorden. Als zij daar positief op antwoorden, dan kan je vragen waarom Alláh als ar-Rahim ar-Rahman hen dan geschapen heeft, en of Hij zelf niet mans genoeg is om te doden wie hij dood wil hebben. Dan zullen zij misschien antwoorden dat Hij hen die opdracht heeft gegeven om hen op de proef te stellen of zij Hem trouw zijn. Dan kan je vragen of Hij het daarzonder ook niet kan doen, want Hij kan toch in de menselijke harten kijken.

389. In feite proberen zij christenen van hen te maken, via een christelijke interpretatie van de Koran. Daarbij deinzen ze voor geen misleiding terug. Zo beweert Küng dat de Koran zegt dat het doden van een onschuldige mens gelijk staat aan het doden van de hele mensheid. Dat is zeer duidelijk niet waar. Het juiste Korancitaat is: `

Derwege hebben Wij voorgeschreven aan de zonen Isrá’els dat wie een ziel doodt anders dan wegens een andere ziel of wegens verderfbrenging op aarde, is alsof hij de mensen al te samen gedood had; en dat wie haar tot leven brengt, is alsof hij de mensen al te samen tot leven had gebracht (5:32).

Zoals iedereen kan lezen is dit een regel die door Alláh opgelegd werd aan de zonen van Israël. Dit vers was dus niet normerend voor de moslims in Medina, maar voor de joden aldaar. Het is overigens een tamelijk getrouw citaat uit de Talmud (Mishnah Sanhedrin 4:5; Bavli Sanhedrin 37a3), waar dit inderdaad letterlijk zo wordt gezegd. In de Koran ging het om een verwijt dat Mohammed de joden voor de voeten gooide toen zij zich tegen hem wilden verzetten. In de mate dat deze regel ook zou gelden voor de moslims, waar absoluut geen duidelijkheid over bestaat, is er een caveat of restrictie ingebouwd die men in de Talmud niet terugvindt: men mag een ziel wél doden ‘wegens een andere ziel (in bloedwraak dus); en ‘wegens verderfbrenging op aarde’. Daarbij wordt helemaal niet gezegd wie dat mag doen en op wiens bevel. Vraag is nu wat dat is `verderfbrenging’. Dan moeten we naar de historische context kijken. In totaal stond Mohammed drie keer in scherpe confrontatie met de Joodse stammen in Medina, dat zagen we uitgebreid. Alles wijst erop dat het Talmudische’ vers 5:32 tot stand kwam tijdens een van die conflicten, hoogstwaarschijnlijk dit met de BanuNadir. Wanneer we ons dit realiseren, dan begrijpen we ook de feitelijke betekenis van deze openbaring. Er wordt niet gezegd dat een moslim geen ziel mag doden, maar wel dat de joden dat niet mogen doen. Zij mogen niet terugvechten. Het Koranvers dat daar meteen op volgt — maar dat Kung niet de moeite van het citeren vond — maakt dat overduidelijk:

‘Doch de vergelding van hen die Allah en zijn boodschapper bestrijden en zich beijveren verderf te brengen in het land is dat zij ter dood gebracht worden of gekruisigd of dat hun handen en voeten worden afgekapt van weerszijden of dat zij verbannen worden uit het land. (...). Weet dan, Allah is vergevend en barmhartig (5:33-34). 

Geen sprake van een Gouden Regel dus, maar harde Realpolitik bekeer u of rot op, zonder verzet. Indien niet dan riskeer je een onmenselijke foltering. Niet in het hiernamaals, maar van de hand van de profeet. En dit staat niet in een of andere omstreden Hadith of in een passage in een biografie waarvan de isnád niet betrouwbaar is, maar in het heilige boek zelf, de Koran.

428. De westerse overheden willen dit dan tegengaan op een ‘christelijke’ manier, zij willen hen laten begeleiden door imáms die een boodschap verkondigen over een vredige islám en een meedogende profeet die liefde predikte. Zij willen hen dus met een Islámitische retoriek tot christelijke waarden brengen, in lijn met wat mensen als Armstrong en Küng verkondigen. Wat de overheden daarbij glad vergeten, is dat zij zo niet tegemoet komen aan de psychologische behoeften van die jongeren. Zij zijn namelijk opgevoed in een tribale logica waarin niet schuld maar schaamte centraal staat. Met andere woorden: in de christelijke reflex staat het individu voorop, en als men wat mispeuterd heeft, dan moet men zich afvragen waarom men dat deed. Dat leidt in het beste geval tot berouw en dankzij dat berouw kunnen zij leren uit hun fouten. Dat is waarom in de schoot van de christelijke samenleving zich ook de lerende samenleving heeft ontwikkeld.

De islámitische samenleving is anders: Mohammed verving de lokale stam Quraysh door de umma, een superstam, de gemeenschap die trouw had gezworen aan hem persoonlijk. Binnen de verruimde stam bleven de tribale regels gelden, waarvan hij vond dat Quraysh die overtreden had: onderlinge solidariteit, op de kap echter van buitenstaanders. Daarom had Mohammed totaal geen aanval van, of vervolging vanuit Syrië nodig om in die richting ten oorlog te trekken. De noordelijke volkeren, dan onder gezag van het christelijke Byzantium, behoorden niet tot de umma en waren dus een legitiem doelwit voor plundering. Eerst bood hij hen aan belasting te betalen. Toen zij dat genereuze aanbod verwierpen, ging hij halen waar zij onrechtvaardig aan vasthielden. Het trieste gevolg was echter dat de moslims geen lerende samenleving konden opbouwen. Eenmaal in het bezit van een wereldrijk, omdat ze vreedzame volkeren bij verrassing onder de voet hadden gelopen, wisten ze niet wat ze er mee moesten aanvangen.

Het gevolg was dat christelijke dissidenten (en joden) naar voren traden, die al lang zuchtten onder de orthodoxie van Byzantium, en voor hun rekening de economie drijvende hielden. Het paradoxale resultaat was dat de bedoeïenen bij die onderworpen christenen en joden — die dhimmi’s — creatieve krachten losmaakten, die een Gouden Eeuw als gevolg hadden. Dat was niet, zoals de historici ons leren, een Arabische of een islámitische Gouden Eeuw, maar een laathellenistische of nestoriaans-christelijke. Zelfs de veelgeroemde Arabische architectuur zou onmogelijk zijn geweest, zonder het voorbeeld van de Hagia Sophia in Byzantium, want de Arabieren hadden gewoon geen architectuur, zij leefden in tenten. Zoals het absurd is te denken dat de filosofie in het Arabisch een Arabische filosofie zou zijn geweest — dan veronderstelt men dat de bedoeïenen uit de woestijn aangestormd kwamen met een intense behoefte aan de studie van Plato en Aristoteles. Dat was niet zo, die studie was laat-hellenistisch van karakter en werd in naam van het orthodoxe christendom onderdrukt door Byzantium (in 529 had keizer Justinianus de Grote het verbod uitgevaardigd om aan de dan duizend jaar oude Academie van Athene nog langer heidense filosofie te doceren). Het waren de dissidente christelijke groepen die naar deze filosofie verlangden, en plots hun kans schoon zagen nu Byzantium verdreven werd door onwetende bedoeïenen.

Reacties graag naar mailadres.