Piet de Moor, Hotel Silesia – Een romance. Uitg. Van Gennep Amsterdam
Piet de Moor, Hotel Silesia – Een romance. Uitg. Van Gennep Amsterdam
In een van de prachtige ruime hoekkamers van Hotel Silesia te Gà¶rlitz '“ op de verkeerde Neisse grens tussen Polen en het herenigde Duitsland '“ speelt zich een romance af van de onmacht, van de zelfgekozen onmogelijkheid tot het ontmoeten van de ander, hoe dierbaar die ook voor het 'ik '- personage van Piet de Moors roman zou kunnen zijn.
Piet de Moor heeft een reeks ongelooflijk boeiende parels van historisch onderzoek naar het leven en lijden in het Oosten van Europa opgeleverd.
Met 'Grimmig heden. Een polyfonie' en ‘Schemerland' onderzoekt hij hoe mensen zich gedragen op grenzen.
In de ‘Gelaarsde God' wroet hij in de onderbuik van de macht aan de hand van een gewillige protagonist: Josef Stalin, ooit bekend als de vader der volkeren.
In 'Hotel Silesia' slaat Piet de Moor de hand aan zichzelf, en hoe!
Hij onderzoekt in zijn romance de eigen onderbuik en de krassen in zijn hoofd, de barsten in zijn ziel, waar hij vagelijk de contouren van zijn vader blijft herkennen.
' Ik ben een laatbloeier. Waarom? Omdat ik pas laat inzag dat ik niet de schrijver was die ik me lang geleden had ingebeeld te zijn, een beeld waarvan ik geen afstand wilde doen. Maar ik paste niet in dat schrijversimago dat ik voor en van mezelf ontworpen had. Ik stond voor een deur waarvan ik dacht dat ze vergrendeld was, en het duurde lang voor ik ontdekte dat ze moeiteloos openging. Mijn vooroordelen en mijn gebrek aan kennis keerden zich in al hun monsterachtigheid tegen mezelf.' ( Grimmig heden, 186)
Hij construeert zijn reis met de onmogelijke Andere door regen en mist naar Gà¶rlitz, de gedeelde -en intussen Europese – eenheidsstad in het Oosten. Geen Duitse stad heeft de Tweede Wereldoorlog zo goed doorstaan als Gà¶rlitz, een soort Disneyworld uit de Gründerzeit overgeleverd: een hedendaagse kopie uit het einde van de 19 de eeuw wanneer het Keizerrijk zijn woedekapitaal opbouwde. De rest van Europa en een groot deel van de wereld zou er in twee gruwelijke rentegolven mee geconfronteerd worden. De Marxistische wetten van de overproductie in het kapitalisme gelden immers voor kapitaal én mens.
In Gà¶rlitz moeten de Sileziërs daarom ook veel schuldgevoel verdringen, over waarom zij wel en de anderen niet. Bij voorbeeld die van over de Neisse! Gesteld dat er over schuld kan worden gereflecteerd door Hitlers gewillige beulen of door de Heiligen die zich wentelen in ressentiment wegens 'Nog is Polen niet verloren'.
In Gà¶rlitz moet veel gezwegen en verzwegen worden wat pijn kan doen wanneer je kinderen en kleinkinderen een glimp kunnen opvangen van de gruwelen die achter het familiale en nationale behang verstopt zitten.
Misschien daarom dat zovelen deze streek verlaten hebben op zoek naar een beter leven in het Westen, in steden waar de littekens van schuld en boete als keloà¯dale tatoeages worden gedragen.
Het leven met het weten van het verleden is een tobberige bedoening, die vaak leidt tot een verstikkende behoedzaamheid die niet langer meer bevrijdt. Misschien ‘burlen’ daarom Oostduitse hertenstieren zo aandoenlijk wanneer ze tekeer gaan tegen ‘anderen’ in hun samenlevingen van de verbeten stilte omdat ze geen ‘andere’ meer willen horen, zien noch ruiken.
Menselijke ontmoetingen zijn asymptotische vergelijkingen. Zij kunnen enkel naderen op oneindig. Tenzij we burlend elkaars illusie respecteren bij de overgave in elkaar zonder angst voor de pijn van de kwetsuren door het vele weten van alle leugens van het leven.
Zeker op weg naar Gà¶rlitz.
Wanneer we veinzen elkaars illusie te respecteren kunnen we als mensen met elkaar leven.
'Hotel Silesia' is voor Piet de Moor een eerste vorm van schrijversgeluk.
Om het constiperende effect van het vele weten te vergeten moeten we de verschrikkelijke verbrokkeling van de werkelijkheid liquideren in een andere werkelijkheid. Zo ook met de premissen waarin we onszelf blijven spiegelen.
191. Elke grote roman is een zwart gat dat de werkelijkheid verslindt. Thomas Mann beweerde dat hij in zijn romans de realiteit liquideerde, iets wat ook Imre Kertész zo consequent doet dat hij een van zijn romans de titel 'Liquidatie' gaf. ('¦)
Maar het schrijven zelf is voor de echte schrijvers de enige (niet altijd even aangename) leefbare werkelijkheid. In 'Dagboek van een galeislaaf' bevestigt Kertész de uitspraak van E.M. Cioran dat elk boek dat hij schrijft een uitgestelde zelfmoord is. ( Grimmig heden )
Op de muren van een vergaderhok van het vroegere SVB hoofdkwartier in de Leuvense Eikstraat stond 40 jaar geleden gekalkt: 'Afbouwen is makkelijker dan opbreken'.
Piet de Moor heeft dit enigma ter harte genomen.
Met Hotel Silesia is hij eraan begonnen.
Hij zal zijn zelfmoord nog lang moeten uitstellen.
Ook voor zijn lezers.
288. Een van die zinnen als ingegroeide nagels was een evergreen van mijn vader: 'Afbreken is gemakkelijk, opbouwen is moeilijk'. Maar het is juist andersom. Opbouwen is gemakkelijk, maar afbreken is moeilijk. Om af te breken wat je hebt opgebouwd is een welhaast bovenmenselijke moed nodig. ( Grimmig heden)
21. In mij vermoedde je een tegenstander van wie je meende dat je hem kon verraden zonder hem te verliezen, wat een illusie was.
40. En een ogenblik later, toen mijn penis in je vagina schoot, burlde ik als een dodelijk getroffen hert.
93. En toen je me vroeg waarom ik dat meesterwerk dan nog niet geschreven had en of het , gezien mijn leeftijd,niet hoog tijd werd om eraan te beginnen, antwoordde ik dat een werk van de verbeelding heel andere eisen stelt dan een essay, en dat ik, wat het schrijven van fictie betreft, absoluut geen Proust was, wiens schrijversgeluk al contouren kreeg toen hij met zichtbaar genoegen begon te schrijven over zijn verzuim om eindelijk te gaan schrijven, toen hij zich opmaakte om te schrijven over de afleidingen die het echte schrijven in de weg stonden en die zichzelf onderwierp aan een energieke vertraging die maakte dat hij al schrijvend bleef aankloppen aan de schrijfpoorten die voor hem nog moesten opengaan, maar dat ikzelf geconfronteerd werd met hetzelfde probleem als de arme Italiaanse literaire criticus Giacomo Debenedetti '“ de auteur van het meesterlijke document 16 oktober 1943. Een joodse kroniek '“ een schrijver wiens hele leven beheerst werd door het gevoel dat hem nooit iets overkomen was dat ánders was dan gewoon, die altijd de indruk had dat hij de wereld van achter een glazen wand had bekeken, als een 'feest van de anderen' waarvoor hij niet uitgenodigd was, en dat die Giacomo Debenedetti daardoor een geconstipeerde schrijver was geweest 'omdat hij niet uit het niets kon scheppen'.