Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Ruth Ozeki, Een tijdelijke vertelling

3 december 2017

Ruth Ozeki, Een tijdelijke vertelling. 

vert. Bert Meelker, uitg. Anthos, Amsterdam, 2013

Een van de beste boeken over Japan die ik gelezen heb met verschillende benaderingen vanuit een jong meisje dat mishandeld wordt door haar medeleerlingen , een werkloze vader, en depressieve moeder, een non geworden overgrootmoeder en haar zoon-filosoof die gedwongen werd tot Kamikazepiloot, een half Japanse in Canada en de gevolgen van de Tsunami en de verglijdende tijd.

407. ‘Met kwantuminformatie is het net als dingen uit een droom,’ zei hij. ‘We kunnen ze niet aan anderen laten zien, en zodra we ze proberen te omschrijven verschuift onze herinnering eraan.’ Charles Bennett (...) ‘Zo voelt het ook als ik schrijf; dan heb ik zeg maar iets moois in mijn hoofd, maar zodra ik erbij stilsta met de bedoeling erover te schrijven, verandert alles en kan ik het nooit meer precies zo terughalen.’

 

38. ‘Voor het tijdswezen / Woorden verwaaien… /Zijn het vallende bladeren?

Ik ben niet zo heel goed in poëzie, maar toen ik Jiko’s gedicht las kreeg ik een beeld voor ogen van de oude ginkgoboom die op het terrein van haar tempel staat. De bladeren zijn gevormd als kleine groene waaiers, die in de herfst knalgeel worden, afvallen en de grond bedekken, zodat alles puur goud lijkt. En toen kwam het idee bij me op dat die grote oude boom een tijdswezen is, dat ook Jiko een tijdswezen is, en plotseling kon ik me voorstellen dat ik onder die boom op zoek was naar de verloren tijd, tussen de gevallen bladeren die haar verwaaide gouden woorden zijn.

Dat idee van het tijdswezen komt uit een boek dat Sh?b?genz? heet en dat ongeveer achthonderd jaar geleden is geschreven door een oude zenmeester, D?gen Zenji,’

 

59. ‘Het was echt een walgelijk appartement, en alle buren waren barmeisjes, die nooit hun afval scheidden, afhaal-bento van de 7-Eleven haalden en om vijf of zes uur in de ochtend dronken thuiskwamen met hun date. Als we zaten te ontbijten konden we het horen als ze seks hadden. Eerst dachten we dat het katers in de steeg waren en soms was dat ook zo, maar meestal waren het de barmeisjes, hoewel je het nooit helemaal zeker wist, omdat ze bijna hetzelfde klonken. Griezelig.

Ik weet niet goed hoe je het opschrijft, maar het was zoiets als o… o… oooo… of ou… ou… ooouw… of no… no… nooo… als van een jong meisje dat gemarteld wordt door een sadist die wat ongeïnspireerd en verveeld bezig is, maar ook nog geen zin heeft om ermee op te houden.

Mijn moeder deed altijd alsof ze het niet hoorde, maar aan de manier waarop de huid rond haar lippen verbleekte en straktrok, en de manier waarop ze haar toast at, met kleine hapjes die almaar kleiner werden, tot ze ten slotte de half opgegeten korst neerlegde en ernaar staarde, kon je zien dat ze alles hoorde. Natuurlijk hoorde ze het! Je zou wel doof moeten zijn om die stomme meiden niet te horen zuchten, kreunen en gillen als jonge katten in kokend water, terwijl hun blote billen tegen onze muren kletsten of bonsden tegen ons plafond.’

104 ‘Op school deden ze nog steeds alsof ik niet bestond, alleen deed nu iedereen van mijn jaar het en niet alleen mijn eigen klas. Ik weet dat dit behoorlijk extreem klinkt, maar in Japan is het niets bijzonders, en er is zelfs een woord voor: zen’in shikato. Dus ik kreeg een hele lading zen’in shikato over me heen, en op het schoolplein, in de gangen of als ik naar mijn tafel liep, hoorde ik mijn klasgenoten dingen zeggen als: ‘Die overplaatsleerling Yasutani is al in geen weken op school geweest!’ Ze noemden me nooit Nao of Naoko. Alleen ‘overplaatsingsleerling Yasutani’ of kortweg ‘de overplaatsleerling’, alsof ik zelfs geen naam had. ‘Is de overplaatsleerling ziek? Misschien heeft de overplaatsleerling een vieze Amerikaanse ziekte. Misschien heeft de gezondheidsinspectie haar in quarantaine gedaan. Ze zouden de overplaatsleerling in quarantaine moeten doen. Ze is een baikin. Get, ik hoop maar dat ze niet besmettelijk is! Ze is alleen maar besmettelijk als je het met haar doet. Walgelijk! Ze is een slet. Ik zou het nooit met haar doen! Ja hoor, omdat je ’m niet omhoog krijgt. Hou je kop!’

Typisch. Dat soort dingen zeiden ze eerst recht in mijn gezicht, alleen ‘nu zeiden ze het tegen elkaar, maar wel waar ik bij stond, zodat ik het kon horen. En daar bleef het niet bij. Als je een Japanse school binnengaat kom je eerst in een ruimte met kluisjes, waar je je gewone schoenen uit moet trekken en je pantoffels aantrekt. Dan wachtten ze tot ik één schoen uit had en op één been balanceerde, en op dat moment liepen ze tegen me aan, duwden me om en liepen over me heen alsof ik niet bestond. ‘Jee, wat een stank!’ zeiden ze dan. ‘Heeft er hier iemand poep aan z’n schoen?’

205. ‘Een surfer is een mens. Een golf is een golf. Hoe kunnen die hetzelfde zijn?’

Jiko keek uit over de zee naar waar water en lucht elkaar raakten. ‘Een golf wordt geboren uit de diepte van de zee,’ zei ze. ‘Een mens wordt geboren uit de diepte van de wereld. Een mens steekt de kop op vanuit de wereld en deint voort als een golf, tot het tijd wordt om er weer in weg te zakken. Op, neer. Mens, golf.’

247. ‘De tempeltrom is zo groot als een olievat en hij staat op een hoog houten podium. Als je erop speelt sta je er recht voor, met je gezicht naar het gespannen vlies, en moet je je best doen om je ademhaling onder controle te krijgen, die alle kanten op schiet omdat je zo zenuwachtig bent. De priesters en nonnen zingen bij het grote altaar en jij wacht gespannen op jouw moment, dat steeds dichterbij komt. Dan, op precies het juiste moment, haal je diep adem, hef je je stokken, breng je je armen naar achteren, en je moet het precies in het juiste ritme doen, en ook al was ik bang de mist in te gaan waar al die mensen bij waren, ik geloof toch dat ik het behoorlijk goed heb gedaan. Ik ben dol op drummen. Terwijl ik het doe ben ik me bewust van de vijfenzestig momenten die er, zoals Jiko zegt, in een vingerknip gaan. Ik meen het. Als je op een trom slaat kun je horen wanneer de boem ook maar even te laat of ook maar even te vroeg komt, omdat je volledig en met al je aandacht gericht bent op de messcherpe scheiding ‘tussen stilte en lawaai. Eindelijk had ik mijn doel bereikt en een oplossing gevonden voor mijn jeugdobsessie met Nao in het nu, want dat doet een trommel. Als je op een drum slaat, creëer je NU, het moment waarop de stilte verandert in zo’n enorm en levend geluid dat het voelt alsof je de wolken en de hemel inademt en je hart de regen en de donder is.

Jiko zegt dat dit een voorbeeld is van in de tijd zijn. Geluid en geen geluid. Donder en stilte.’

262. ‘Spinoza schrijft: Een vrije mens, dat wil zeggen, iemand die alleen volgens de voorschriften van de rede leeft, laat zich niet leiden door de angst voor de dood, maar begeert zonder omweg het goede – met andere woorden, te handelen, te leven, zijn bestaan te bewaren in overeenstemming met het beginsel van zijn eigen voordeel zoeken. En daarom denkt hij over geen ding minder dan over de dood, en zijn wijsheid is geen oefening in sterven, maar in leven.’

329. ‘De Weg leren is het ik leren. Het ik leren is het ik vergeten. Het ik vergeten is verlicht worden door al de ontelbare dingen.’ D?gen Sh?b?genz?

‘Eihei D?gen Zenji (1200?1253) – Japanse zenmeester en schrijver van Sh?b?genz? (De schatkamer van het ware Dharmaoog) ‘Bestaan in de tijd’ (Uji) is het elfde hoofdstuk.’

332. ‘D?gen kende het belang van stilte tussen de woorden.’

340. ‘Niets geeft zo’n schwung aan je waardering voor het leven als te beseffen dat je nog maar weinig tijd overhebt. Ik weet wel dat het kitscherig klinkt, maar plotseling was er van alles wat ik voor het eerst goed zag, zoals de schoonheid van de pruimen- en kersenbloesem langs de lanen in het Ueno-park als de bomen in bloei staan. Ik hing er hele dagen rond terwijl ik niets deed dan heen en weer slenteren door de lange zachte tunnels van roze wolken, mijn blik omhoog naar de donzige bloesemmassa, die een zee waren van luchtige rozigheid met sprankelende stukjes zonlicht en een schitterend blauwe hemel tussen de lichtgroene bladeren. De tijd verdween; het was net alsof ik helemaal opnieuw ter wereld kwam. Alles was precies zoals het moest zijn. Als het even waaide, regende het bloemblaadjes op mijn omhooggerichte gezicht en bleef ik naar adem happend staan, sprakeloos van al die schoonheid en droefenis.’

407. ‘Met kwantuminformatie is het net als dingen uit een droom,’ zei hij. ‘We kunnen ze niet aan anderen laten zien, en zodra we ze proberen te omschrijven verschuift onze herinnering eraan.’

Charles Bennett

(...)

‘Zo voelt het ook als ik schrijf; dan heb ik zeg maar iets moois in mijn hoofd, maar zodra ik erbij stilsta met de bedoeling erover te schrijven, verandert alles en kan ik het nooit meer precies zo terughalen.’

Reacties graag naar mailadres.