Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Wim Van Rooy, De malaise van de multiculturaliteit. Uitg. Acco Leuven

22 juni 2008

Wim Van Rooy, De malaise van de multiculturaliteit. Uitg. Acco Leuven

Wim van Rooy heeft de krachttoer van Paul Scheffer met zijn ‘Land van aankomst’ voor Vlaanderen herhaald, met passie en vuur. Zijn analyse verklaart de waanboodschap van de multiculturaliteit als basis voor het succes van extreem rechtse partijen in Vlaanderen.
Wim Van Rooy gaat zeer breed en spaart niets of niemand, zelfs zichzelve niet, als een vrij en eerlijk man. Zijn pamflet zindert van de verontwaardiging die hij decennialang heeft verzameld in het onderwijs waar hij de praktische gevolgen ondervond van het politiek correcte denken en het goedkope veinzen. Hij heeft voor zijn omvangrijk polemisch essay de pen in bloed gedoopt.
‘Essays mogen het eigen gevoel toelaten en daarbij alle schaamte achterlaten, ze zijn een bravade tot op het irriterende af.’(20) en dat zal de auteur geweten hebben omdat dit soort polemische grondigheid hand in hand gaat met een grote eenzaamheid.
Maar dit zal hem worst wezen want echte intellectuelen verschillen van de hofnarren van de macht, de dwergen van het politiek correcte verhaal.

55. Het nieuwe multiculturele design.
Het werd duidelijk dat het multiculturalisme een nieuw links of groot progressief verhaal inhield, ongetwijfeld met de beste bedoelingen bedacht, maar onwerkbaar in actu. De filosoof Peter de Graeve schreef over dit soort onbezonnenheid in een ander verband, maar direct toepasbaar op het multiculturalisme: 'Maar links Vlaanderen denkt niet. Het signeert, het emotioneert, het speelt zijn valse morele spel. Het doet er alles aan om dit debat te ontlopen en in de kiem te smoren. En wie het debat uit de emosfeer probeert te halen, krijgt alle voorziene verwensingen naar het hoofd ('?) Weldenkend zijn in Vlaanderen betekent vooral één ding: veel praats hebben '. En ik voeg daaraan toe: de bestuurlijke, culturele en politieke elite had inderdaad veel praats bij het kleineren van al diegenen die het waagden hier en daar een vraagteken te plaatsen bij wat gewoon klein en groot 'onfatsoen' genoemd wordt in verband met het nieuwe samenleven.

Van Rooy onderbouwt zijn analyse met tal van – vaak bijzonder boeiende – voetnoten wat voor de lezer nog ruimere horizonten laat oplichten, al mankeert een trefwoorden- en namenregister.
Wie zich niet laat afschrikken door de soms ‘irriterende bravade’, ontdekt bij Van Rooy een ouderwets degelijk handboek, ruim bemeten en met veel liefde en passie geschreven.
Hij ontleedt de bezwerende riedels waarmee de ‘mei ‘68’- generatie zich – ook in Vlaanderen – heeft laten vangen door de rattenvangers van het multiculturalisme.

114. Het probleem met mensen die hun geloof in god zijn kwijtgeraakt, is niet dat ze nergens meer in geloven, maar dat ze bereid zijn om overal in te geloven. ( G.K. Chesterton)

De naoorlogse retoriek van schuld en boete bij de Europese intellectuele elite werd een handig excuus om de intussen weer opgebouwde samenlevingen door elkaar te schudden met massale import van goedkope arbeidskrachten die aflopende industrieën nog een paar decennia lieten renderen.

Maar de Amerikaanse econoom George Borjas maakt duidelijk dat de huidige immigratie, ook die in de Verenigde Staten, de sociale ongelijkheid doet toenemen: welvaart vloeit weg van de werknemers die concurreren met immigranten en gaat naar de werkgevers en anderen die gebruik maken van de diensten van immigranten. Zijn bondige conclusie is:'Werknemers verliezen doordat immigranten de lonen verlagen. Werkgevers winnen omdat immigranten de lonen verlagen.' ( Paul Scheffer, Land van Aankomst, p. 113)

Zoals we zagen kan volgens sommigen een ontwikkelde middenklasse niet zonder onderklasse van laagopgeleide migranten, die hand- en spandiensten verlenen. Zo kunnen morele beginselen gemakkelijk overlopen in eigenbelang. Multiculturalisme en marktliberalisme hebben veel overeenkomsten: in beide gevallen wordt de waarde van het sociale compromis binnen de eigen grenzen ernstig betwijfeld. ( idem p. 126)

Wim Van Rooy brengt de politiek correcte denkers graag met beide voeten op de grond, tot aan de knieën in de stront: ‘De voornamelijk Europese intellectuele elite (...) was mede verantwoordelijk voor de kloof tussen burger en politiek. Het democratische deficit dat ontstond, was beangstigend: het volk moest zwijgen en op zijn tanden bijten, maar het knarsetanden was er niet minder om. Het daardoor ontstane ongenoegen werd eerst slinks, later brutaler, in het stemhokje geuit via een voor de elite onbegrijpelijke voorkeur voor een extreemrechtse partij. Het pleit voor het democratisch bewustzijn van datzelfde volk dat het niet nà?g meer verleid werd door het xenofobe discours, en dat traditie, een vaag christelijk bewustzijn en een bijna natuurlijke gematigdheid de politieke hoofdstroom bleven bepalen.(122)

In 1947 hadden Horkheimer en Adorno met hun ‘Dialektiek van de Verlichting’ er reeds op gewezen dat fascisme en racisme beschouwd kunnen worden als een opstand van de onderdrukte natuur. Wrevel en onrust, angst en twijfel die volgens de politiek correcte denkers en de goegemeente onder de mat geveegd wordt, duikt altijd weer op onder de vorm van barbarij.
De zwakste sociale klassen die alleen de nadelen van de immigratie en multiculturaliteit ondervonden werden onder het mom van internationale en socialistische solidariteit de mond gesnoerd door hun leiders. In het stemhokje konden ze steeds openlijker hun gram kwijt als groeihormonen voor het Vlaams Blok-Belang.

In zijn boek houdt Wim Van Rooy een vurig pleidooi voor de verworvenheden van de Verlichting. Hij analyseert de islam als derde grote monotheistische religie die er het minst in slaagt om de verlichtingsideeën te integreren in haar leer en cultuur, wegens extreem vasthoudend aan primitieve machtsinterpretaties van de woorden van hun heilig boek.
Van Rooy is erg pessimistisch over de mogelijkheid van een Europese islam. Precies omdat de Aristoteliaanse rationaliteit in de loop der eeuwen door de christelijke hiërarchie werd omhelst, vond de Verlichting een vruchtbare bodem die het westerse denken op het pad van de rede en het weten kon houden.

276. De cursus 'darwinisme ' in de lessen biologie in het secundair en de debatten met jonge moslims daarover is een hallucinant schouwspel. Het debat dat gedurende de moderniteit en de wetenschappelijke revolutie ooit gevoerd was met de christenen van allerlei signatuur , had eeuwen in beslag genomen en moest met de islam weer helemaal opnieuw gevoerd worden, sterker nog: in de slipstream van dit wat onmogelijke en vermoeiende karwei grepen evangelische christenen hun kans en werkten zich (weer) op de voorgrond.
Het multiculturele islamgesprek dat gevoerd wordt, of eerder: het gebrek daaraan, wordt getroebleerd én door het absolute en grondstellige karakter van deze religie én door de onwereldse gedachten van westerse intellectuelen. ('?)
Terwijl zij de modale man de levieten leest en hem/haar verwijt dat hij/zij zich niet realiseert welke vruchten de multicultuur oplevert, vraagt in het Midden-Oosten ondertussen een hele schare denkers dat wij ons democratische en liberale gedachtegoed niet zouden verkwanselen en niet zouden toegeven aan de scherpslijpers van het nieuwe jihadisme.

277. De islam en zijn radikalinski's spreken voortdurend over de perversie van de westerse wereld, maar over China bijvoorbeeld hoor je ze zelden. Dat is vanuit hun optiek evident: men valt aan wat week is en wat dus geen respect verdient. Het is van een treurigstemmende verwaandheid en achterlijkheid tegelijk.

‘De malaise van de multiculturaliteit’ van Wim Van Rooy stemt treurig.
Maar het is niet anders. Al te simpele politieke, economische en culturele interpretaties van de globalisering, al te felle polarisatie van het eigen blikveld heeft veel westerse intellectuelen en politieke broodheren te lang opgezadeld met een oprecht naà?ef en idealistisch verlangen naar gelijkwaardigheid en ditto kansen. Misschien was dit oppervlakkige salongewauwel wel een onderdeel van de paleisverveling waarin de Europese culturele hofhouding zich sinds de jaren tachtig had teruggetrokken.
De gevolgen zullen nog generaties lang wegen op het Europa van morgen.
Er is geen weg terug. De toenemende verstedelijking zal ongetwijfeld leiden naar nog meer chaotische armoede en pijn, naar lijf en geest, naar doen en denken.
‘Ander Geloof’ en religie hanteren als een leiband om bevolkingsgroepen manipulatief te socialiseren naar de wensen van de vrije markt is een levensgevaarlijke optie voor de turbulente tijden die ons wachten.

Paul Scheffer verklaarde het als volgt:

‘Wezenlijk is dat de islam zichzelf ziet als de opvolger en vooral ook de vervolmaking van het jodendom en het christendom. Deze inherente superioriteit van de islam in de ogen van zijn aanhangers is een deel van de verklaring waarom de interesse in de westerse wereld pas laat op gang kwam. ('?)
Morele overtuigingen die in de islamitische wetgeving zijn vastgelegd vinden hier geen erkenning. Sterker nog: deze rechtsnormen zijn in strijd met onze beginselen van gelijkheid en vrijheid. Waar gewetensvrijheid heerst, heeft het geloof als juridische discipline geen plaats. (355)

En Van Rooy citeert op p 165 Abram de Swaan: 'De Verlichtingsidealen gelden dan misschien niet als absoluut, ze zijn niet volledig, ze zijn onderling strijdig, en elke keer moet er weer gepeinsd, gepast en geprutst worden om ze in de praktijk te brengen. Net zoals dat gaat met al die religieuze leerstelligheden. Maar de verlichtingsidealen zijn waarschijnlijk een beetje beter.'?

Wim Van Rooy neemt het moedig op voor de verlichtingsdenkers in de islamitische wereld en voor de kritische moslim(a-)s in Europa, die zich in de steek gelaten voelen door de politiek correcte hofnarren en hun broodheren die plots denken de kudde handelbaar te houden door een beroep op de baardmannen van de Ene en de Ware, waarvan ze niet eens durven vermoeden dat deze Heren van het Geloof een eigen agenda hebben die een ietsiepietsje anders ligt dan die van de ander-geloof-propagandisten.

‘De malaise van de multiculturaliteit’ is geen gemakkelijk pamflet, het is een moedig polemisch essay dat tot nadenken, zelfreflectie en kritisch handelen stemt.

11-12. Godsdienst kan worden gezien als troost, verlichting en wens, maar hoe moet je het interpreteren wanneer intellectuelen, schrijvers en academici de griezelige zekerheden van de islam billijken en via een abjecte zelfcensuur alle zieke religieuze bedjes toedekken? ('?)
Er vond een liberalism as denial plaats, de conversation of mankind werd door één religie beheerst, het progressieve denken werd door linkse intellectuelen en hun lakeien gemonopoliseerd. Het verraad van de klerken, c.q. het verraad van links ( Carel Brendel) was compleet. ('?) de naakte en verzengende vreugde van het rationele en seculaire denken die nooit gedeeld kan worden door degenen die zich verschuilen achter de enge muren van een of andere mythe ( Russell), werd door vele westerse intellectuelen niet meer als superieur aangevoeld. De pijn en de troost van het rationalisme werd opgegeven . Dat elk weten een niet-weten is, een vermoeden, een conjectuur, was dan weer niet aan moslims besteed. De Ionische verlichting lag veraf.

20. De essayist moet langs lijnen van geleidelijkheid uiting kunnen geven aan een vrijmoedig spreken waarvan de mentale weerhaken pijn doen, hij moet vrij-zinnig zijn, zijn zinnen moeten vrij zijn. ('?)Nietzsche realiseerde zich dit zeer intens: bij alle kennis en objectiviteit houdt men in fine slechts zijn eigen biografie over. Zoals die andere Nietzscheaan, Michel Onfray, het beeldend uitdrukt: '?echte schrijvers dopen hun pen in bloed en schrijven met hun lymfe, en hun vlees vormt vermengd met hun ziel de alchemistische oven waarin wereldbeelden, manieren van voelen en de woorden om daar uitdrukking aan te geven, worden vervaardigd.'
Essays mogen het eigen gevoel toelaten en daarbij alle schaamte achterlaten, ze zijn een bravade tot op het irriterende af.

51. De idee dat 'Europa' niet vastligt en daarmee dynamisch omgaat, is misschien wel de kern, hoe ongaarne sommigen dat ook erkennen. En misschien bestaat die kwintessens ook wel in de eeuwige zelfondervraging en autokritiek en in het gegeven dat de democratisch-liberale entiteit van de 'idee Europa' niet alleen mondiaal uitbreidbaar is, maar dat ze een zodanige aantrekkelijkheid incarneert dat staten vrijwillig een groot stuk van hun soevereiniteit opgeven '? een unicum in de beschavingsgeschiedenis. Misschien dus bezit Europa ook wel een essentie.

55. Het nieuwe multiculturele design.
Het werd duidelijk dat het multiculturalisme een nieuw links of groot progressief verhaal inhield, ongetwijfeld met de beste bedoelingen bedacht, maar onwerkbaar in actu. De filosoof Peter de Graeve schreef over dit soort onbezonnenheid in een ander verband, maar direct toepasbaar op het multiculturalisme: 'Maar links Vlaanderen denkt niet. Het signeert, het emotioneert, het speelt zijn valse morele spel. Het doet er alles aan om dit debat te ontlopen en in de kiem te smoren. En wie het debat uit de emosfeer probeert te halen, krijgt alle voorziene verwensingen naar het hoofd ('?) Weldenkend zi9jn in Vlaanderen betekent vooral één ding: veel praats hebben '. En ik voeg daaraan toe: de bestuurlijke, culturele en politieke elite had inderdaad veel praats bij het kleineren van al diegenen die het waagden hier en daar een vraagteken te plaatsen bij wat gewoon klein en groot 'onfatsoen' genoemd wordt in verband met het nieuwe samenleven.

86. De clash die men overal waarneemt, wordt glashard ontkend, terwijl de les van de geschiedenis er helaas op neerkomt dat hoe meer culturen met elkaar interfereren, hoe meer wantrouwen er aanvankelijk is (Sloterdijk) . Maar de idee wordt bezworen met de hysterische kreten en mantra's van een ideologisch multiculturalisme in plaats van helder het uitgangspunt van de liberale rechtsstaat en zijn cultuur te blijven uitdragen. Maar dan duikt steevast de Orlando Furioso van onze tijd op, Tom Lanoye, de toonzetter van een modern intellectueel terrorisme c.q. cultureel trotskisme dat we nog kennen uit vroegere tijden.

96. Als er geen Europese islam ontstaat waarin een aantal kwestieuze opvattingen over eerder genoemde politieke en maatschappelijke items mogen worden aangekaart, zal er geen samenleven ontstaan, maar zullen wrijvingen op alle gebieden blijven bestaan. Niemand kan vandaag zeggen waarop dat eventuele 'europeaniserende' proces zal uitmonden. Een reëel postislamisme zal afhangen van de internationale politieke situatie, maar ook van de mentale wervingskracht van kleine groepen jihadistische islamisten en de instemming of het applaus waarop ze kunnen rekenen. Nu zwijgen moslims te veel als het daarop aankomt en laten ze alleen als slachtoffer van zich horen, spijts alle zorginfusen en spirituele back-up waarop ze van de kant van de multiculturele elite spontaan kunnen rekenen.

113. Bij ons is een antropoloog als Rik Pinxten een voorbeeld van hoe kritiek op de eigen beschaving kan uitmonden in bijna apostolische preken en algemeen-nietszeggende voorstellen. Zijn oeverloze geëmmer over het mondiale bestaan van vierduizend culturen en zijn pleidooi voor het ontmoeten van andere tradities door wederzijds initiatiek leren maken niet alleen wat moedeloos, maar getuigen ook van een wat kinderlijke naà?viteit ; zijn volgehouden aanval op het sciëntistische wereldbeeld van het Westen getuigt aan de andere kant van een dom a priori waarin contemporaine wetenschappers, op enkele uitzonderingen na, zich niet zouden willen herkennen. We zien in Pinxtens doordravende antropologie niet alleen wat goedbedoeld geklets en eerlijk gemeende Bond-zonder-naam-wijsheid, wat gecombineer en geschuif met tradities, met begrippen als identitair zoekproces en interreligieuze onderhandeling, maar vooral zien we het bekende progressivistische moralisme in een aangepaste vocabulaire weer opduiken, een al te bekende attitude die het niet kan nalaten haar gelijkhebberigheid op een nieuwe manier door de strot van de wereld te rammen.

114. Het probleem met mensen die hun geloof in god zijn kwijtgeraakt, is niet dat ze nergens meer in geloven, maar dat ze bereid zijn om overal in te geloven. ( G.K. Chesterton)

122. De voornamelijk Europese intellectuele elite voorzag zich van een nieuw soort totalitaire gelijkhebberigheid, tegen elke redelijke en empirische evidentie in. Zij sleepte in al haar retoriek en hooghartig gebabbel de hele politieke klasse mee, waardoor Toquevilles totalitarisme van de meerderheid opnieuw een feit werd. Zo was ze mede verantwoordelijk voor de kloof die ontstond tussen burger en politiek. Het democratische deficit dat ontstond, was beangstigend: het volk moest zwijgen en op zijn tanden bijten, maar het knarsetanden was er niet minder om. Het daardoor ontstane ongenoegen werd eerst slinks, later brutaler, in het stemhokje geuit via een voor de elite onbegrijpelijke voorkeur voor een extreemrechtse partij. Het pleit voor het democratisch bewustzijn van datzelfde volk dat het niet nà?g meer verleid werd door het xenofobe discours, en dat traditie, een vaag christelijk bewustzijn en een bijna natuurlijke gematigdheid de politieke hoofdstroom bleven bepalen.
De multiculturalistische ideologie, die het strak beleden en erg redelijke kantiaanse idee van universele wereldvrede met een nieuwe insteek wilde completeren, zag haar wensen op het thuisfront doorkruist met een terugval in achterhaalde culturele en ethische patronen. Ze schrok er echter niet voor terug een achtenswaardig streven '? het multiculturalisme '? een onmogelijk en ideëel karakter te geven door eenieder die het waagde kritische op- en aanmerkingen te maken, intellectueel te defenestreren. Uit een soort eeuwigdurend Europees berouw en eindeloze boetedoening, zoals de Franse filosoof Pascal Bruckner het treffend noemt, slaagde een welbepaalde elite erin een debat erover in de kiem te smoren,. Ofwel door de tegenstander ofwel door de kritische vraagsteller meteen verdacht te maken en zijn opwerpingen brutaal weg te masseren ofwel door hem of haar lichtzinnig als een fascistoà?de relict af te schilderen. We werden op die manier renteniers van de zelfbeschuldiging. Zo echter kon door het multiculturalistisch vermijdingsgedrag de democratische aftakeling een nieuw gezicht krijgen , bijvoorbeeld dat van de nieuwe rattenvangers van Antwerpen. Die konden bij zoveel multiculturele dwaasheid en integratiedictatuur '? beide terug te voeren op de gelijkheids- en diversiteitsfixatie '? hun garen makkelijk spinnen.

134. Zowel extreem individualistische godsdienstigheid als massareligiositeit ( voetbalwedstrijden, herdenkingen ) zitten nu standaard in het basispakket van iedere burger, doorspekt met commercialisering, vluchtigheid en vrijblijvendheid, maar vooral met de drang naar verhevigde 'beleving'. ('?) Had Kant nog geloofd dat ondanks alle mislukkingen er steeds een 'kiem van Verlichting' overbleef en dat er een leidraad van node was, dan wordt het geloof vandaag opgeslorpt door een gedachteloos hic et nunc- consumentisme, dat de mens zowel van het verleden als van de toekomst afsluit.

138. Filosofen als Adorno en Horkheimer hadden in hun filosofische toverberg, hun Dialektiek van de Verlichting, er immers al op gewezen dat het door hen verachte fascisme en racisme beschouwd kon worden als een opstand van de onderdrukte natuur. Wat gedomineerd wordt, keert terug in de vorm van barbarij '? en dat kan hier mutatis mutandis worden toegepast op het onderdrukte zwijgen van mensen die alleen maar de nadelen van het multiculturele ondervonden en zich in het stemhokje balsturig gingen gedragen. Zij werden, zoals het bij Adorno en Horkheimer geanalyseerd werd, niet onderdrukt door een verpletterende wetenschappelijke rationaliteit, maar door een andere vorm van aberant denken: de betweterij van een schare denkers die geen plaats meer lieten voor discussie en die elke schuchtere invraagstelling in verband met het multiculturalisme als een revisionisme interpreteerden.

165. Abram de Swaan: 'De Verlichtingsidealen gelden dan misschien niet als absoluut, ze zijn niet volledig, ze zijn onderling strijdig, en elke keer moet er weer gepeinsd, gepast en geprutst worden om ze in de praktijk te brengen. Net zoals dat gaat met al die religieuze leerstelligheden. Maar de verlichtingsidealen zijn waarschijnlijk een beetje beter.'?

180. Voor een ongelovige echter die moet vaststellen dat alle religieuze en seculiere goden gefaald hebben, is het bitter te moeten constateren dat de terugkeer van religie aangemoedigd en door de elite op politiek correcte wijze geduid wordt. De filosoof John Gray situeert religie weer binnen de basisbehoeften van de mens en Steve Stevaert zal hem niet tegenspreken.

222. De islamslavernij is zoals de islamoloog Malek Chebel onderstreept 'un tabou bien gardé ': de slavernij is immers 'un fait musulman'
geworden en maakt deel uit van een algemene kwaal in de moslimwereld, die verhindert dat personen worden gerespecteerd in hun menselijke waardigheid.

226. Het negationisme ten opzichte van de islam is even actueel als elke andere vorm. De 'Holocaust' vond bijna 70 jaar geleden plaats en het negationisme daaromtrent leeft nog in een erg kleine marge van onnozele fanatici. De islam echter acteert vooral vandaag, en de ontkenning van zijn destructieve karakter vind ook vandaag plaats! ('?) Wie zich de moeite getroost de actuele Arabische media uit te pluizen op uitspraken in verband met joden, vrouwen, homoseksuelen of haramgedrag, zal van de ene verbazing in de andere vervallen en zijn tolerantie zal zwaar op de proef gesteld worden. In de Arabische wereld is er nauwelijks vrijheid van meningsuiting.

228. De berichtgeving over nazi-Duitsland in onze toenmalige pers was niet echt alarmerend, en in de jaren 30 moesten democraten zich heftig weren om zich hoorbaar te maken tegen de diplomatieke taal in die men ten opzichte van Hitler hanteerde. Critici van het nazisme werden zelfs de grens overgezet,m en een bevriend staatshoofd mocht men ook niet 'beledigen'- het voorwendsel was vlug gevonden en men oordeelde al heel vlug dat uitlatingen over de nazi;'s een kwetsend karakter vertoonden.

238. Merkwaardig blijft het hoe de progressieve en linkse denkers van weleer, met hun eerdere veroordeling van de pernicieuze almacht van het religieuze en het klerikale, nu te hoop lopen om een religie te verdedigen die er elke dag weer blijk van geeft dat ze de moderniteit niet begrijpt en die zich met een onmachtig fanatisme alleen maar met het verleden bezighoudt. Welbeschouwd wordt de zelfkritiek waarvan de westerse elite op een bijna maochistische wijze doordrenkt is, niet verlangd van een levensvijandige godsdienst. Nog elke dag immers slaagt men erin de schuld eerder bij de critici van de islam te leggen dan bij de arrogante religies en hun woordvoerders.

241-242. Zelfs de sluier en de hoofddoek zijn geen uitvindingen van de islam. Het zijn politieke symbolen voor de macht van het fundamentalisme. Alle godsdienstfanatici proberen zich via de politiek en de economie te laten gelden, en vrouwen zijn net als armen hun uitverkoren slachtoffers. ('?)
Nawal el Sadaawi en nagenoeg alle Iranese en Arabische feministes die hun land moesten ontvluchten of die er in griezelige omstandigheden intellectueel moeten overleven zijn terecht verbaasd dat 'jonge vrouwen in het Westen voor een hoofddoek kiezen en op die manier niet solidair zijn met alle vrouwen die in naam van de islam worden onderdrukt en een hoofddoek moeten dragen'( Sooreh Hera). Het is dan ook godgeklaagd dat ze door een majeur deel van de progressivistische westerse elite via een verkeerd begrepen tolerantie in de steek worden gelaten.

264. Maar is het niet onvoorstelbaar grof vol te houden dat '? om dichter bij huis te blijven '? moslims sociaal economisch geen enkele kans zouden krijgen om zich economisch te integreren? Net zoals in het onderwijs worden zij immers – het kan niet genoeg herhaald worden '? ook op dat gebied met excellente zorg omringd. Als racisme of vooroordelen ook bij werkgevers spelen, dan is dat evenzeer te wijten aan het onverschillige,vaak baldadige en buitensporig veeleisend gedrag van vele moslimjongeren, die in een heuse slachtoffercultuur steeds naar de ander wijzen en daarmee zichzelf en op die manier hun negatieve attitudes buiten beeld houden. Het is juist door de ogen te sluiten voor een complexe context waarin de schuld niet aan één kant ligt, dat xenofobe gevoelens kunnen gedijen. Overigens zijn het allochtonen, moslims, nieuwe Belgen of 'medelanders' zoals ze in Nederland worden genoemd, die zélf veelvuldig opmerken dat moslims moeten ophouden het slachtofferschap te cultiveren. Ze krijgen kansen maar ze moeten die ook gretig grijpen., zoals Polen, Iraniërs of Chinezen het doen, zonder al te veel zelfbeklag.

276. De cursus 'darwinisme ' in de lessen biologie in het secundair en de debatten met jonge moslims daarover is een hallucinant schouwspel. Het debat dat gedurende de moderniteit en de wetenschappelijke revolutie ooit gevoerd was met de christenen van allerlei signatuur , had eeuwen in beslag genomen en moest met de islam weer helemaal opnieuw gevoerd worden, sterker nog: in de slipstream van dit wat onmogelijke en vermoeiende karwei grepen evangelische christenen hun kans en werkten zich (weer) op de voorgrond.
Het multiculturele islamgesprek dat gevoerd wordt, of eerder: het gebrek daaraan, wordt getroebleerd én door het absolute en grondstellige karakter van deze religie én door de onwereldse gedachten van westerse intellectuelen. ('?)
Terwijl zij de modale man de levieten leest en hem/haar verwijt dat hij/zij zich niet realiseert welke vruchten de multicultuur oplevert, vraagt in het Midden-Oosten ondertussen een hele schare denkers dat wij ons democratische en liberale gedachtegoed niet zouden verkwanselen en niet zouden toegeven aan de scherpslijpers van het nieuwe jihadisme.

277. De islam en zijn radikalinski's spreken voortdurend over de perversie van de westerse wereld, maar over China bijvoorbeeld hoor je ze zelden. Dat is vanuit hun optiek evident: men valt aan wat week is en wat dus geen respect verdient. Het is van een treurigstemmende verwaandheid en achterlijkheid tegelijk.

278. De geactualiseerde idjtihad hield vanaf het eind van de jaren twintig van de twintigste eeuw op het islamdenken te bevruchten. De denkbreuk is te situeren bij de moslimdenker Hassan al-Banna ( vermoord in 1949 door de Egyptische politie), stichter van de Moslimbroederschap en bewonderaar van de extreemnationalistische theorieën die tussen 1920 en 1940 opgeld maakten. Al-Banna kan dan ook als de voorloper van het fascistische islamisme worden gezien. Hij was de grootvader van de vandaag omnipresente Tariq Ramadan.

283. Luc Ferry , Beginnen met filosofie: hij heeft het over een gelaà?ciseerd christendom dat zijn heilige waarden horizontaal zoekt in een vermenselijking van het goddelijke ( bijvoorbeeld in de Verklaring van de Rechten van de Mens) en een sacralisering van het menselijke ( het offer). Het eerste ligt her en der onder vuur, niet als kritiek op de mensenrechten zelf, maar eerder op het ideologische misbruik ervan.

288. De Ghanese filosoof Kwame Anthony Appiah, hoogleraar Afro-Amerikaasne studies aan de Universiteit van Harvard, stelt zich , zoals Habermas trouwens, de vraag of er een politiek van erkenning bestaat die een veelvoud van culturele identiteiten eerbiedigt en die iemands leven niet al te zeer vooraf bepaalt. Het is een fundamentele vraag omdat men vaststelt dat aparte islamscholen of joodse scholen ( of vroeger, voor de jaren 1970, katholieke scholen0 de leerlingen eigenlijk geen eerlijke kans tot ontplooiing bieden. Het is een gedachte die men ook terugvindt bij Paul Scheffer en Amartya Sen. Deze laatste meent dat Britse staatssteun aan scholen voor moslims, hindoes of sikhs kinderen in de mal van een religie giet nog vooraleer ze kunnen oordelen. Zou men het zich immers kunnen voorstellen dat een leerling van een joods-zionistische, joods-orthodoxe of chassidische school ( al dan niet gesubsidieerd) in staat zou zijn zich empathisch te verdiepen in het standpunt van de Palestijnen? Of andersom, dat in een islamitische of koranschool aandacht voor het standpunt van Israël, of voor het jodendom tout court gevraagd zou worden? Wie meent dat dit zou moeten kunnen, heft het gelijk van de liberale rechtsorde aan zijn kant, maar hij heeft niets begrepen van de bijzondere aard van deze scholen: ze bestaan nlk om een bepaald gedachtegoed, bv het zionisme ( al dan niet religieus) of een bepaalde versie van de islam, door te geven, en dat staat haaks op het seculiere gedachtegoed van een vrije uitwisseling van meningen. Het behoort natuurlijk niet tot de corebusiness van een islamschool om de democratische rechtsstaat te onderbouwen of kritische zin te stimuleren, of van een joodse school om het darwinisme onbekommerd te bekrachtigen, of in de lessen geschiedenis aandacht te besteden aan zoiets 'afgodisch' als de faraonische beschaving. Alleen echter seculiere moslims of joden kunnen in staat worden geacht een boven of naast hun geloof staande rechtsorde te laten beslissen over wat billijk is, of hun leerlingen aan te zetten tot Verfassungspatriottismus en burgerschapsopvoeding. Dit soort civiel denken kan me niet verwachten van buitenlandse imams of rabbijnen.

290. Het secularisatieproces dat Appiah zo correct beschrijft, willen we blijven verdedigen tegen alle modieus gekliem en geklaag over zogenaamd Verlichtingsfundamentalisme, een contradictio in terminis omdat er in de verlichting nauwelijks een onredelijk geloof in een absolute en universeel geldende waarheid kan worden bespeurd en omdat moderne verlichters eerder popperianen zijn ( in al hun gradaties) die van voorlopige waarheden (hypotheses) uitgaan, die dan telkens moeten worden gefalsifieerd. Geloof '? dat in zekere zin altijd dogmatisch is '? en kritisch rationalisme zijn onverenigbaar, ze zijn eeuwig onverzoenlijk en ze zijn zeker niet complementair. Geloofsinhouden werden altijd aangepast aan de bevindingen van de wetenschap,m nooit omgekeerd. En de doden worden meestal op het conto van de godsdienst geschreven.

299. Volgens sommigen werd de eerste aanzet tot hervorming van het westerse denken zelfs gegeven door de leiders van de katholieke kerk. Dat aristotelische denken had, zoals men weet, in de Arabische en de joodse wereld ook zijn verdedigers gehad ( Averroës en Maimonides bijvoorbeeld, respectievelijk aristotelische moslimfilosoof en joodse geleerde, allebei door dezelfde Noord-Afrikaanse moslimfundamentalisten uit Spanje verbannen), en het had daar ook Verlichting en wetenschappelijke opstart kunnen betekenen. Het werd echter kaltgestellt door een mystieke filosoof als Al-Gazali wiens werken in feite het einde betekenden van de Arabische filosofie. Maar Aristoteles werd ook door de joodse wereld van de rabbi's uitgespuwd. Zij vroegen eeuwen later in de Provence aan de (katholieke) heilige inquisitie nog om Maimonides' aristotelische meesterwerk Doctor Perplexorum te verbranden, wat ook geschiedde Het is bijna surrealistisch vast te stellen dat de katholieke kerk, die mede de eerste impuls had verschaft aan de 'verwetenschappelijking'van de samenleving en van een geavanceerd filosofische denken, en dit via het integreren van Aristoteles' gedachten over het natuurlijke universum dat door natuurwetten wordt geregeerd ( en niet door gods grilligheid), dezelfde organisatie was die de kruistochten organiseerde en christelijke ketters verbrandde. Maar de katholieke kerk was dan ook, naar de woorden van de historicus Richard Rubenstein, een unificerend, centraliserend beschavingsinstituut met een monopolie op onderwijs dat in geen enkele maatschappij zijn weerga had, en het is dus ook logisch dat als de aristotelische denkers dit instituut konden veroveren, de kerk een ander gelaat zou krijgen. Dat gebeurde langzamerhand en met veel weerstand. Dat proces is een van de wonderbaarlijkste en progressiefste gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis. Het zou het Europese denken grondig en voorgoed transformeren. In de moslimwereld trad met het heftige tegengaan van het aristotelisme en het vasthouden aan en letterlijke lezing van teksten een macabere stilstand in , vooral in de Arabische regio. Die weerstand kent tot vandaag zijn doorwerking , en het is misschien alleen het soefisme dat – met wat goede wil '? nog een lichtpunt kan werpen op de onheilszwangere evolutie van de moslimgeschiedenis.

311. Het is dan ook eerder zielig dat bepaalde academici, vooral aan westerse universiteiten, ons telkens weer herinneren aan een groots, tolerant en 'cordobiaans' verleden en zelfs , in goed postmodernistische traditie op zoek zijn gegaan naar een islamitische rationaliteit. Via hun 'critique de la raison islamique '(Arkoun) investeerden ze hun 'studieusheid' in een 'reddingsoperatie islam' maar eigenlijk viel er niets meer te redden, tenzij men het drammerige intellectuele geürm over een groots verleden als een vorm van 'oplichting' wil beschouwen. Deze academici, omringd door het naà?eve multiculturele koor van ignorante dwazen, moesten steeds weer terugvallen op gepasseerde stations en telkens opnieuw obligaat refereren aan illustere filosofen uit een ver verleden . Ook sloven ze zich uit om het islamisme als een volstrekt moderne reflex voor te stellen, als een gefrustreerde reactie op de moderniteit, als een modern fenomeen an sich.

Reacties graag naar mailadres.