Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Cesare Pavese & Bianca Garufi, Het grote vuur.

3 april 2018

Cesare Pavese & Bianca Garufi, Het grote vuur.

Einaudi Turijn1959 – Karaat 2012 Nl vertaling Evelien Rauws & Luc de Rooy

Interessante overwegingen over familie, dorp en de kindertijd, maar ook hoe de herinnering aan de gruwelen van toen door ontworteling soms kan verzachten.

45.  In alle tijden, zei hij, zijn families ten onder gegaan aan de grillen van een onverantwoordelijke vrouw. De man moet de familie bijeen zien te houden. Vrouwen kunnen geen geheimen bewaren, of ze creëren absurde geheimen. Net als in de politiek. Heeft u verstand van politiek?

Nee, voegde hij er meteen aan toe, hier hebben we het later wel over. U bent nog te jong. Goed zoals ik al zei, de familie is een organisme opgebouwd uit geheimen en uit andere, zichtbare elementen. Aan de buitenkant: de huid, de uitdrukking in de ogen, de houding, de goede gezondheid; aan de binnenkant: de organen, het afval, de schande.

82.  ‘De familie’, ging hij verder, ‘is een bolwerk tegen de dood’. (…) ‘Voor velen is de familie de dood’, zei ik kortaf om Silvia te steunen.

103. ‘…. Ik weet veel dingen, denkt u niet, al woon ik in een dorp als dit. Hier huwelijken families hun kinderen uit ze nog jong zijn, men volgt de gebruiken, en dat is helemaal zo slecht nog met. Het kan goed aflopen of minder goed, dat ligt eraan, maar hier hebben mannen en vrouwen een huis en familie, en zolang de man zich niet als een beest gedraagt behouden we de vrede. Maar voor jullie is dat anders. Jullie, die in de stad werken, en niets willen weten van de gebruiken, hebben behoefte aan meer, jullie willen alles tegelijk. Jullie wonen ver weg van huis en van familie, van gebruiken en eerbied moeten jullie niets meer hebben, jullie zijn eenzaam. Jullie moeten zo nodig meteen van elkaar houden, en kunnen niet wachten tot de liefde later een keer komt. Houdt u van Silvia?’

114. Calvino merkt in zijn essay ‘Pavese en de mensenoffers’ op : ‘[Pavese] zoekt naar de reden waarom een dorp een dorp is, naar het geheim waardoor plaatsen, namen en generaties met elkaar verbonden zijn.’

127. En terwijl ik wandel merk ik dat de Pavese van wie ik houd, die van ‘De maan en het vuur’, weer een plekje in mijn hart gevonden heeft. ‘Je hebt een dorp nodig, al was het maar om het plezier van weg te gaan,’ citeer ik uit mijn hoofd. ‘Een dorp wil zeggen dat je niet alleen bent, dat je weet dat er iets van jou is in de mensen, in de planten, in de aarde, dat er op je wordt gewacht ook als je er niet bent.’

128. Voor Pavese was Santo Stefano de plek van zijn afkomst en zijn fantasie, een podium voor zijn kindertijd. ‘De moderne kunst is – voor zover van enige waarde – een terugkeer naar de kinderjaren,’ schreef hij in zijn dagboek. ‘Het blijvende motief is de ontdekking van de dingen, een ontdekking die, in haar zuiverste vorm, alleen kan plaatsvinden in de herinnering aan de kinderjaren.’ Zijn opvatting raakt aan die van Charles Baudelaire: de kunstenaar is een herstellende patiënt, die uit de dood terugkeert om alles opnieuw voor de eerste keer mee te maken. Pavese gaat daarop verder: ‘En in de kunst drukt men alleen datgene goed uit wat met onbevangenheid is opgenomen. De kunstenaars blijft niets anders over dan zich omwenden en inspiratie zoeken in de tijd dat ze nog geen kunstenaars waren, de kinderjaren dus.’ Pavese idealiseerde zijn geboortedorp, maar veranderde het in een ambigue streek. Het personage dat in ‘De maan en het vuur’ uit de Verenigde Staten terugkeert, nadat hij er rijk werd, is op weg een geliefd én gehaat oord.

135. ‘Wie niet kan leven met naastenliefde en wie de pijn van anderen niet kan omhelzen, wordt gestraft doordat hij zijn eigen pijn ondraaglijk hevig voelt. Pijn kan men alleen aanvaarden door [...] mee te lijden met de anderen die lijden.’

Reacties graag naar mailadres.