Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Ronald Commers, De legende 1717 – Vrijmetselarij, 300 jaar droom en daad?

4 april 2018

Ronald Commers, De legende 1717 – Vrijmetselarij, 300 jaar droom en daad?

uitg. Garant 2018

8. Het zal bekend dat vrijmetselaarsorganisaties activiteiten vormgeven aan de hand van symbolen en rituelen. De auteur van dit boek argumenteert dat de meeste daarvan van betrekkelijk recente datum zijn. Wij tasten in het duister over het symbolische en rituele apparaat in de eerste twee decennia van de eeuw. Maar vanaf het midden van die eeuw lijkt er bijna geen houden meer aan. Verschillende symbooltalen en rituele systemen, riten genoemd, zien de ene na de andere het levenslicht. Zij zijn allen door plaats en tijd bepaald. Daarom is het merkwaardig dat sinds de eeuw onafgebroken wordt geruzied over het vooropgestelde oude karakter van de symbooltalen en de rituele systemen. Geleidelijk aan werd een ritueel traditionalisme de mainstream. Het leidde tot de uitsluiting van loges en van individuele maçons. Er kwamen processen van omdat men meende dat gevestigde reglementen waren overtreden. Het bracht verordeningen mee die de leden van loges moesten dwingen zich te conformeren aan de “oude plichten en gebruiken”. Ook daarvoor werd een woord uitgevonden: landmarken. Daardoor werd het moeilijk gemaakt om nog met helder verstand te onderzoeken of er toch ook geen domme rituele gebruiken en verlopen symbolen in de omloop waren en zijn, en zich af te vragen hoe oud nu eigenlijk de maçonnerie is die zich heeft getooid met woorden als universaliteit en humanisme.

Kortom, de auteur stelt zich de vraag of wat ooit zijn bestaansreden ontleende aan een specifieke tijdruimtelijke context, later niet werd ontkoppeld van de sociale, culturele en politieke evoluties. Eigenaardig omdat vrijmetselarij zoals die door de meeste maçons vandaag wordt beleefd in haar symbolische en rituele vorm van recente datum is, terwijl ze in haar wezenlijk wereldbeschouwelijke gezindheid ouder is dan de legenden die sinds 1723 worden verteld. De auteur ziet een symbolische en rituele hardnekkigheid aan het werk de obediénties (dat zijn de overkoepelende maçonnieke organisaties binnen dewelke loges werken). Die hardnekkigheid zette een rem op Wat de verdere ontplooiing van de maçonnieke zingeving had kunnen zijn. Hij wil tonen hoe een geschiedkundige vergetelheid, gevolg van de verering van legende, mythe en allegorie, een hypotheek heeft gelegd op wat een geactualiseerde vrijmetselarij naar haar wereldbeschouwelijke essentie zou kunnen zijn.

58. Een spirituele vrijmetselarij laat zich niet verpletteren onder landmarken, gebruiken en gewoonten, maar zij vernieuwt zich onophoudelijk in een geïnspireerde dialoog met het eigen verleden. Vanuit dit gezichtspunt kan de traditie niet worden opgelegd van bovenaf op uniforme wijze. Wij gaan ervan uit dat zij in de verschillende werkplaatsen leeft in haar volle diversiteit. ( La Liberté – Gent)

61. Immers, maçonnieke ernst is ook altijd komisch. Dat is zeker zo wanneer men het met de ogen van Baltasar Gracian (Criticon) bekijkt: de wijsheid, meer dan goed voor ze is, is zot, en de zotheid is niet zelden niet helemaal wijs, maar dat wist Erasmus natuurlijk ook al.

63. Het is een oud zeer. Coördinerende organen stellen zich gaandeweg boven de  organisaties die zij verondersteld worden te verbinden. In de sociologie, ik herhaal het, staat het bekend als de Ijzeren wet van Michels’.

146. Universeel is de gedachte. En in het denken schuilt de hoop. Wanneer vrijmetselaars naar hun werkplaats gaan, slopen zij de tijd van de burgerlijke ruimte van geld, macht, succes, faam en reputatie. Maçons maken zich vrij, maar dat doen zij paradoxaal binnen een gesloten ruimte die slechts een tijdelijk karakter heeft, en die zij beleven op symbolische en rituele wijze. In het allerbeste geval, en voor zover zij ervoor gevoelig zijn, beleven zij daar de altijddurende “droom voorwaarts“. In die telkens herhaalde gebeurtenis, in dit komen en gaan, ontkomen vrijmetselaars in hun werkplaatsen – plaatsen van devoir – wellicht niet aan het profane, want zij blijven ook daar getekend door de onvolmaaktheden, het loon van het menszijn. Maar hun tempel blijft niettegenstaande elk menselijk falen de plaats van het ‘experiment van de wereld”

Reacties graag naar mailadres.