Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Douglas Smith, Verloren Adel, De laatste dagen van de Russische aristocratie.

13 juni 2018

Douglas Smith, Verloren Adel, De laatste dagen van de Russische aristocratie.

uitg. Balans 2012

Een indrukwekkend boek waar via de geschiedenis van de families der graven Sjeremetjev en prinsen Golitsyn het einde van de Russische aristocratie wordt beschreven.

‘Er bestaat geen Russische adel meer. Er bestaat geen Russische aristocratie meer… In de toekomst zal een historicus precies kunnen beschrijven hoe deze klasse uitstierf. U zult dit verslag lezen en u zult veel waanzin en afschuw voelen…’– Krasnaja gazeta [De rode krant] (Petrograd) Nr. 10, 14 januari 1922’

579.’Tussen de papieren van de burgemeester (van Moskou, prins Vladimir Michailovitsj Golitsyn) vond men een kort stukje met de titel ‘Voorspelling’, dat een maand voor zijn dood was voltooid. Daarin sprak hij zijn rotsvaste overtuiging uit dat de Sovjet-Unie onvermijdelijk ineen zou storten:‘Dit regime heeft geen scheppend vermogen – het weet hoe het moet vernietigen, opruimen en weggooien – maar het is niet in staat echt te scheppen, en zijn gevierde ‘prestaties’ stellen niets voor, nog minder dan niets. En om die reden zal het als gevolg van eigen inertie ineenstorten, niet onder de slagen van een of andere dreiging van buitenaf of door de uitbarsting van een storm; het zal uit zichzelf omvallen, onder zijn eigen gewicht […] Maar dat dit vroeg of laat zal gebeuren, betwijfel ik geen moment.’


 

47. ‘Fedotoff-White legt de vinger op een cruciale kwestie als het gaat om het begrijpen van de pure wreedheid in deze jaren, namelijk dat de wil te vernietigen sterker was dan de wil iets tot stand te brengen, en dat dit de bepalende kracht achter de loop van de gebeurtenissen was. Vanaf het begin van de revolutie vreesden Lenin en Boecharin voor de restauratie van de oude orde; de zekerste manier om dit te voorkomen was die orde met wortel en tak uit te roeien. Door elk restant van het tsaristische verleden te vernietigen kregen hun vijanden geen kans dat weer tot leven te wekken. De bolsjewieken begrepen echter al snel dat ze niet zonder de kennis, de vaardigheden en de opleiding van de oude elite konden overleven. De arbeiders en boeren, in wier naam de bolsjewieken beweerden te regeren, waren eenvoudigweg niet in staat een groot land te besturen. En zo begon er een ongemakkelijke samenwerking tussen de oude en nieuwe machthebbers in Rusland die langer dan twintig jaar zou duren.’

145. De Britse ambassadeur Buchanan moedigde Nicolaas aan er alles aan te doen om voor het te laat was het vertrouwen van het volk te herwinnen. De tsaar vond het voorstel absurd. ‘Bedoelt u dat ík het vertrouwen van mijn volk moet herwinnen, of dat zij míjn vertrouwen moeten herwinnen?

358. ‘Alexandr stelde vast dat de meeste mannen grofbesnaard waren en geen onderwijs hadden genoten, en dat hun belangrijkste drijfveren de lust tot plunderen en de belofte van geld en avontuur waren. Onder hen waren slechts enkele dogmatische communisten die werkelijk geloofden dat ze een nieuwe maatschappij gingen opbouwen waarin alle mensen gelijk zouden zijn. Maar zelfs deze mannen, zo viel Alexandr op, vonden het noodzakelijk dat er bloed zou vloeien. Een jonge soldaat zei tegen Alexandr dat hij klaarstond om ‘zijn revolver leeg te schieten’ op iedereen die hen in de weg stond. Toen Alexandr antwoordde dat hij daarvoor een massa kogels nodig had, reageerde hij met: ‘O, niet zo veel als je zou denken, een miljoen of zo… De meeste mensen staan achter ons.’ Alexandr hoorde toevallig hoe de soldaten opschepten over hun moordpartijen. Hij hoorde over soldaten die goud en juwelen gingen opeisen, waarvan ze het grootste deel aan de commissaris overhandigden, maar zelf een paar van de mooiste stukken hielden, die ze aan Alexandr lieten zien en hem daarbij vergastten op hun verhalen over diefstal en plundering.’

399. Boenin maakte zich vrolijk over de hypocrisie van de Rode leiders die de ‘oorlog aan de paleizen’ hadden verklaard en er vervolgens, zodra de eigenaars waren onteigend en verdreven, zelf introkken. Hij walgde van deze ‘nieuwe aristocratie’. ‘Zeelui met grote revolvers aan hun riem, zakkenrollers, criminele schurken en gladgeschoren dandy’s gekleed in militaire jasjes, te strakke rijbroeken en dandyachtige schoenen met de onvermijdelijke sporen. Ze hebben allemaal gouden tanden en grote, donkere ogen, vermoedelijk van de cocaïne.’ De bolsjewieken speelden in op de laagste instincten van het gepeupel en begrepen de psychologie van de Russen. ‘Driekwart van de mensen zit zo in elkaar: ze zijn bereid om voor wat kruimels of voor het recht te roven en te plunderen hun geweten, hun ziel en hun God te verkwanselen.’ Die denkwijze was een sociale en morele ziekte. Bovendien zou het land hierdoor volgens Boenin niet uit haar misère worden bevrijd: ‘Bolsjewisme is inderdaad een revolutie, dezelfde revolutie die voor altijd diegenen blij maakt die geen heden hebben, die een verleden hebben dat altijd “vervloekt” is en een toekomst die altijd “prachtig” is … “Zeven magere koeien zullen zeven dikke koeien verslinden – maar ze zullen zelf nooit dik worden.”

573. ‘Het kanaalproject werd geleid door Lazar Kogan, het hoofd van de Moskou-Wolga-Aanleg, en Semjon Firin, het hoofd van Dmitlag (vanaf september 1933). De kantoren van Dmitlag waren ondergebracht in een voormalig klooster, dat na de revolutie was omgebouwd tot een museum. Het personeel had het gewaagd tegen de sluiting van het museum te protesteren, en dus werden ze allen gearresteerd. Voor Firin, voorheen de baas van Belbaltlag (Kamp Witte Zee-Oostzee), ging Dmitlag niet alleen over de aanleg van een kanaal, maar maakte deze deel uit van een groter project om de sovjetmens te herscheppen, iets wat toen bekendstond als ‘omsmeden’. Het kanaal was niet alleen bedoeld om het land te veranderen, maar ook de mensen die het aanlegden: door het arbeidsproces zouden de gevangenen de zwakke plekken in hun oude aard van zich afwerpen en herboren – omgesmeed – worden, als nieuwe mensen die het waard waren in hun sovjetvaderland te wonen. Firin zag zichzelf als iemand die meer was dan een cipier (zelfs al was hij dat op een massale schaal): hij was een schepper van mensen, een culturele trendsetter. Net als een kleine dictator schiep hij zijn eigen hofhouding. ’s Avonds speelde hij in een salon ‘van zijn datsja de rol van gastheer voor dichters, schrijvers en getalenteerde gevangenen. Hij richtte een Cultureel-Opvoedkundige Afdeling in het kamp op en een theater en een orkest die bemand werden door gevangenen; hij speurde de hele goelag af naar de talentvolste zangers, musici en artiesten en liet hen overplaatsen naar Dmitlag. Kunstenaars hadden het druk met het maken van posters en vlaggen, en Dmitlag publiceerde meer dan vijftig kranten met namen als Omsmeden en Moskou-Wolga, waarin artikelen stonden met leerzame titels als ‘Leren ontspannen’ en ‘Verdrink je verleden op de bodem van het kanaal’. Sociale en politieke leiders, kunstenaars en journalisten kwamen uit de hele Sovjet-Unie en het buitenland om het wonder te zien dat in Dmitlag plaatsvond en zich te verbazen over ‘het eindeloze vermogen van de bolsjewieken om de mens te herscheppen’. Stalin zelf bezocht Dmitlag drie keer. 

666. ‘De Grote Terreur wordt vaak geassocieerd met de vernietiging van de oude bolsjewieken en de showprocessen uit 1936 tot 1938. Tienduizenden partijleden uit de staatsbureaucratie, de nkvd en het leger werden weggezuiverd en gearresteerd. De gehele top van het Rode Leger werd weggevaagd. Iedereen, op Stalin na, was verdacht; overal lagen vijanden op de loer. ‘We zullen elke vijand vernietigen, zelfs al is hij een oude bolsjewiek,’ beloofde Stalin op het hoogtepunt van de terreur. ‘We zullen zijn familie en zijn gezin vernietigen. Iedereen die door zijn daden of gedachten de eenheid van de socialistische staat bedreigt, zal meedogenloos worden vernietigd.’ In 1935 werd Jenoekidze, de secretaris van het Centraal Uitvoerend Comité, ervan beticht dat hij banden onderhield met ‘uitgerangeerde mensen’, en dat hij Witte Gardisten in het Kremlin had laten infiltreren die bijna Stalin hadden vermoord. Hij werd ontslagen, uit de partij gezet en twee jaar later doodgeschoten. Jagoda, het hoofd van de NKVD, viel vanwege zijn gebrek aan waakzaamheid ook onder verdenking. Eind september 1936 werd hij plotseling ontslagen als volkscommissaris voor Binnenlandse Zaken en vervangen door zijn rivaal Nikolaj Jezjov.’

Reacties graag naar mailadres.