Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Jan Brokken, Baltische Zielen

17 juni 2018

Jan Brokken, Baltische Zielen

uitg. Atlas Contact 20101

Dit is een fenomenaal mooi en indringend boek, vol pijn en melancholie over 27 indringende Baltische Zielen uit de filosofie, kunst, muziek, film… en allemaal met moeilijke vader-zoon relaties. In bijlage een mooie cd met de muziek van daar en toen. 

In ieder geval, een zoon is geen rechter over zijn vader. (Ivan Toergenjev, Vaders en zonen).

Merkwaardig genoeg is dit een periode waarin veel over de geschiedenis wordt gesproken.Maar als men de geschiedenis niet levend kan maken door iets wat voor ons persoonlijk leeft, dan zal zij altijd min of meer abstract blijven en bestaan uit de conflicten van anonieme maken en schema’s. De veralgemening, nodig om het reusachtige, chaotische materiaal te kunnen omvatten, doodt het detail dat altijd het schema doorbreekt. (Czeslaw Milosz, Geboortegrond.)

Het is een vloek om in een interessante tijd te leven. (Oud Chinees gezegde cit. door Hannah Arendt).


18. Trots is iets anders dan nationalisme, chauvinisme of verwaandheid; trots is het geloof in alles wat je bijzonder, markant en uniek maakt. Trots is vertrouwen in he eigen taal, je eigen cultuur, je eigen kunnen en je eigen originaliteit. Trots is het enige juiste antwoord op geweld en onderdrukking.

19. Reizen is immers, met luisteren en lezen, de kortste en de leerzaamste omweg naar jezelf.

73. Sergej Michajlovitsj Eisenstein: ’Ik steunde de Revolutie niet zozeer om de reële ellende van alle sociale onrechtvaardigheid,’ zou hij met een verrassende eerlijkheid in zijn memoires schrijven, ‘maar als een regelrecht gevolg van wat zonder meer het prototype van iedere sociale tirannie is — het despotisme van de vader in een gezin.’ Omwille van Michail Eisenstein dus.

104. Zijn boek ( Gidon Kremer ) kende ik toen nog niet, kon ik nog niet kennen. Het was nog met gepubliceerd en misschien zelfs nog niet eens geschreven, Maar ik hoorde in zin woorden iets van een pijn die nooit overgaat. 

De sneeuw knerpt onder mijn schoenen. Mijn eigen vader leed even hard onder de oorlog en wierp evenzeer een doem over mijn jeugd. Het is moeilijk opgroeien met een oorlog die je zelf met hebt meegemaakt. 

Ik steek een verlaten plein over. Ik loop door een stad waar de  geest van Kremer rondwaart. Kremer senior en Kremer junior. Ik loop door een stad waar geen drie meter sneeuw de geschiedenis kan bedekken.

197. http://grutoparkas.lt/en_US/Jacques Lipchitz, geboren als Chaim Jakob Lipchitz (Druskininkai (Litouwen), 22 augustus 1891Capri (Italië), 16 mei 1973) was een Frans-Amerikaanse beeldhouwer

229. Jezelf verdedigen, voor jezelf opkomen, politiek bewust zijn en je eigen identiteit niet verloochenen‚ vormen de constanten van haar (Hannah Arendt) werk. In een van haar felste essays richt ze haar pijlen op Stefan Zweig. Op een pijnlijk moment, in 1943, kort na het verschijnen van de Engelse vertaling van de memoires van Zweig, De wereld van gisteren, en een jaar nadat Zweig en zijn vrouw Frederike zich van het leven hadden beroofd. Dit laatste stemde Arendt niet milder. Zweig was zowel het type schrijver als het type jood dat ze verachtte. 

‘Het jaar 1933 mocht dan zijn persoonlijke leven veranderd hebben, dat kon aan zijn waarden, aan zijn houding tegenover de Wereld en het leven niet het geringste veranderen. Hij bleef zich voorstaan op zijn on-politieke houding. Hij kwam geen ogenblik op de gedachte dat het, politiek gezien, een eer kon zijn buiten de Wet te staan als niet meer alle mensen voor de Wet gelijk zijn.’ Geen van Zweigs reacties uit die tijd geeft volgens Arendt blijk van een politieke overtuiging. ‘In plaats van dat hij de nazi’s haatte, hoopte hij hen te ergeren. In plaats van “gelijkgeschakelde” vrienden te minachten, bedankte hij Richard Strauss‚ die nog libretto’s van hem accepteerde op de manier waarop je een vriend bedankt die jou bij tegenslag niet in de steek laat. In plaats van te knokken, zweeg hij, blij dat zijn boeken niet ineens verboden werden.’ Maar ja, Zweig kwam uit het conservatieve, burgerlijke en gemoedel?ke Wenen niet uit het vrijdenkende, vooruitstrevende Koningsbergen waar de intellectuelen vanaf het midden van de achttiende eeuw politiek bewust waren geweest. 

238. Karl Jaspers was een minder abstracte, minder fundamentele en minder starre denker dan Heidegger; hij was ook speelser en humaner door zijn grote betrokkenheid bij de wereld, hij Was, zoals hij over zichzelf schreef, ‘meer vermoedend dan wetend, tastend, nergens zeker van’. Ook hij raakte verzot op Hannah, op haar intelligentie, humor, felheid en zelfs op haar onbezonnenheid‚ maar hij was gelukkig getrouwd met de joodse Gertrud Mayer en behoorde tot het zeldzame groepje mannen dat in de woorden van Arendt ‘onaantastbaar, onverleidbaar en onwankelbaar’ was. In hem vond ze de ware plaatsvervanger van Paul Arendt. ‘Ik prijs me gelukkig ,schreef ze in 1952 in een brief, ‘dat hij over het geheel genomen zo tevreden over me is; want dat is als een uitgekomen kinderdroom.’ Jaspers was voor alles ruimdenkend en begripvol. 

Toen Hannah hem na de oorlog vertelde wat er zich tussen Heidegger en haar had afgespeeld, reageerde hij met: ‘Ach, maar dat is erg opwindend.’

Het wás opwindend, voor Heidegger, die kickte op heimelijke seks in het schemerdonker van een berghut – hij had een perverse kant, ofschoon voor iemand die zo vaak het woord ‘rein in de mond nam eigenlijk alle seks verdorven en zondig was, een gevolg van zijn sturen katholieke opvoeding, én voor Hannah, die haar onschuld wilde verliezen, maar niet in de armen van een vriendje. 

256. Vier films lang bleef de magie intact. De jonge Törless was gebaseerd op de korte van Robert Musil, Michael Kohlhaas op de roman van Heinrich von Kleist, Het genadeschot op de novelle van Marguerite Yourcenar en De verloren eer van Katharina Blum op roman van Heinrich Boll. Na Katharina Blum gingen Schlöndorff en von Trotta uit elkaar. Schlöndorff regisseerde toen De blikken trommel en von Trotta Rosa Luxemurg. Het werden commerciële successen maar de films misten de troebele sfeer en de intensiteit van hun vroegere werk.

Het genadeschot bleef me het best bij. Schlöndorff droeg de film op aan Jean-Pierre Melville, de Franse meester van de film noir. De film is even donker en schimmig als Melvilles film over het verzet, l’Armée des ombres. Schlöndorff en von Trotta móésten het verhaal ook wel schimmig houden. De roman van de in Brussel opgegroeide Marguerite Yourcenar bood de scenarioschrijvers slechts enkele indicaties. Yourcenar kende Koerland niet van zien en ruiken, en baseerde zich op wat ze had vernomen ‘van een van de beste vrienden van de hoofdpersoon’, zoals ze in het voorwoord schreef bij de editie van 1971. Plot en entourage hield ze opzettelijk vaag omdat het ‘niet mijn bedoeling was een milieu of een tijdperk op te roepen’. Ietwat parmantig voegt ze aan het voorwoord toe dat ze wel vele stafkaarten en oude geïllustreerde tijdschriften had bestudeerd, en dat twee, drie mannen, die aan de oorlog in de Baltische landen hadden deelgenomen, haar spontaan hadden verzekerd dat Het genadeschot overeenkwam met hun herinneringen. In haar memoires Quoi? L’étemité‚ die zeventien jaar later verschenen, kwam ze met een andere versie: een vriend van haar moeder, Egon de Reval, had model gestaan voor Erich von Lhomond, een van de drie hoofdpersonages uit het boek. Een nogal doorzichtige mystificatie: Reval die Duitse naam van Tallinn.

268. Elf van de dertien romans van Keyserling spelen zich af in de zomeravonden, wanneer het in Koerland niet volledig donker meer wordt en de dagen zich eindeloos uitstrekken in een warm, zacht, gloeiend licht. ‘Je zou tegen dit eeuwige licht willen zeggen,’ schrijft Keyserling, ‘laat me met rust.’ Maar het dringt zich op, intens en onwaarschijnlijk rood’. 

Als je van die sfeer houdt, raak je verslingerd aan Keyserling. Door hem te lezen kon ik de reizen die ik in de Baltische landen maakte eindeloos uitrekken. Ik hoefde Schwüle Tage maar op te slaan en ik zag dat noordelijke licht weer voor me waarin de emoties oplaaien.

275. Die overeenkomst met de Hermitage is niet toevallig: de bouwheer was dezelfde Italiaan, Bartolomeo Rastrelli‚ later hofarchitect van tsarina Jelizaveta. Rundäle was zijn vingeroefening voor het winterse onderkomen van de tsaren in Sint-Petersburg. Hij ontwierp het honderdachtendertig vertrekken tellende paleis in 1736 voor Ernst Johann Biron, de vertrouweling van tsarina Anna.

296. Daugavpils, Letland : geboortestad van Mark Rothko die er een vers schreef als zestienjarige: 

‘Hemel is een lamp in de mist

Aan het einde van een lange, donkere weg.’

305. In zijn biografie van Mark Rothko citeert James Breslin treffend Simone Weil: ‘Geworteld zijn is misschien de belangrijkste en de minst erkende behoefte van de menselijke ziel.’ Rothko raakte ontworteld, net zoals Marc Chagall‚ net zoals Chaim Soutine‚ net zoals Chaim Jacob Lipchitz. Wat ze verloren bewaarden ze in hun visuele geheugen en gaven ze een plaats in hun schilderij en of hun beelden. 

Rothko verloor het meest: na zijn vaderland zijn vader en na zijn vader zijn geloof. raakte het meest ontheemd en zou de radicaalste van de vier joodse kunstenaars uit de Tsjerta worden. Breken met de traditie hoefde hij niet, hij was al te zeer van haar losgeraakt. Het enige wat hij moest doen was voortgaan op de weg van de ballingschap, en dat deed hij consequent, zonder zich te bekommeren om verguizing of miskenning. Hij definieerde zijn kunst als ‘een onbekend avontuur in een onbekende ruimte’. 

Het onbekende avontuur begon op het Libau-station in Dvinsk. Het bereikte zijn hoogtepunt in 1961 in New York. Rothko kreeg toen een overzichtstentoonstelling in het MOMA‚ een zeldzame eer voor een nog levende schilder. Rothko was alle dagen in de zalen en ofschoon hij een in zichzelf gekeerde man was, knoopte hij gesprekken aan met sceptisch kijkende bezoekers en probeerde hen te overtuigen. Hij was nog altijd niet zeker van zichzelf, hij beschouwde zichzelf nog altijd als een outcast die op een die op een afwijzende blik kon rekenen en nooit op een welwillende.

Het avontuur eindigde in 1970 in datzelfde New York. Na twee mislukte huwelijken en een gekweld bestaan dat hem van vrijwel iedereen vervreemd had, pleegde Mark Rothko in de vroege morgen van de 25ste februari zelfmoord. In beide armen sneed hij, even onder de holte, de slagaders door. 

307. ‘Zo was Daugavpils in de zegt een van de studenten. Rothko is voor de huidige studenten van Daugavpils ‘de grootste schilder die Letland heeft voortgebracht’. Ik glimlach wanneer ze dat zeggen, Rothko zelf heeft het woord Letland nooit in de mond genomen, zijn stad lag in Rusland en hij sprak over zijn Russisch verleden.

Een van de studenten, een lang, mager meisje, wil weten of Rothko nooit twijfelde aan zijn kunst. Ik knik. ja, hij twijfelde. Hij hield ervan dat men hem als een genie beschouwde en behandelde, maar hij vroeg zich toch menigmaal af of zijn schilderijen geen gekleurde façades waren, prachtige decoraties die iedere menselijke of spirituele voedingsbodem ontbeerden. Die schilderijen, dacht hij soms, waren als kamerschermen‚ waarachter hij zijn zelf-zijn, zijn eigen geschiedenis en zijn eigen tragedie verborg. ‘Dat is nu juist wat me erin aanspreekt,’ knikt het meisje. ‘Het vermoedelijke, niet zichtbare… Als je uit dit land komt, heb je veel te verbergen.’

309. Tabula Rasa – Op zoek naar Arvo Pärt, Rakvere

De eerste Drie-Eenheidskerk werd tijdens de Lijflandse Oorlog (1558-1582) verwoest. Na herbouw brandde de kerk tweemaal af tijdens de Grote Noordse Oorlog (1700-1721), een oorlog waarin de Zweden aanvankelijk de grootste terreinwinst boekten maar die uiteindelijk door de Russen gewonnen werd. In 1852 kreeg het gebouw zijn huidige aanzien: wit met een rood dak en een rode slanke toren.

In het midden van de achttiende eeuw grepen de burgers van Rakvere‚ dat toen Wesenberg heette, naar de wapens om zich tegen de Russische annexatie te verzetten. Alle houten huizen van de stad gingen in vlammen op. De opstand inspireerde Jaan Kross tot zijn Rakvere Romaan‚ die in de meeste buitenlandse edities de dubbeltitel De vrouwen van Wesenberg of De opstand van de burgers kreeg. Als je tegen een Est ‘Rakvere’ zegt, zal hij aan die roman denken. Of aan Worst. De vleesfabriek neemt nog altijd het noordelijke deel van de In beslag en geurt tot in de zuidelijkste straten.

341. Met de jaren heeft Pärt iets tijdloos gekregen.

Het laatste werk dat hij in Estland componeerde was Spiegel in Spiegel. Als dit zijn geestesgesteldheid reflecteerde, was hij moegestreden. Lang gestreken noten op de viool, murmelende tonen in een traag een-twee-drietempo. Een kind kan het spelen, op voorwaarde dat dat kind erg verdrietig is.

In met Spiegel im Spiegel barst het eerste werk dat Pärt in het Westen schreef van optimisme en levenslust. Annum per annum (Jaar na jaar) voor orgelsolo vult een kathedraal tot in de hoogste gewelven. Pärt schreef het in opdracht, voor de viering van negenhonderdjarig bestaan van de kathedraal Van Speyer in West-Duitsland. Hoewel het een instrumentaal werk is, hield hij strikt de liturgie Van de katholieke mis aan: K(yrie), G(loria), C(redo), S(anctus) en A(gnus Dei).  

Met Annum per annum en het in 1984 gecomponeerde Wallfahrtslied, een adembenemend mooi pelgrimslied voor mannenkoor en strijkorkest, wekte hij hoge verwachtingen: levend in het vrije Westen zou hij eindelijk tot volle ontplooiing komen. Maar dat viel tegen. 

In het land Van Bach zette hij zich aan een heuse Passie. Z?n_Iohannes-Passion, voluit Passio Domini Nostri Jesu Christi secundum Joannem, die hij in 1982 voltooide, begint even krachtig als Annum per annum. Maar zodra het koor verstomt breien de recitatieven zich aaneen tot zangen. Pärts Johannes passie maakt vooral duidelijk hoe intens, inventief, ontroerend, aangrijpend en mysterieus die van Bach is. Ook de agnost zal bij Bach het lijden van Christus voelen, terwijl Pärt hem alleen een weinig muzikale en ondramatische lezing Van het evangelie Voorschotelt.

Pärt leek het lot van vele dissidenten te gaan delen: eenmaal in het vrije westen vielen ze stil omdat ze zonder vijand de prikkel tot dappere daden misten. Zijn geloof was echter sterk en hij revancheerde zich met vier werken van het zuiverste spirituele water. Te Deum, Silouans Song, Magnificat en Berliner Messe op één cd terecht die in 1993 verscheen en diepe indruk maakte. 

346. In 1968, kort na de première van Credo, zei Pärt in een interview voor de Estse radio: ‘Ik ben er niet zeker van dat er vooruitgang kan zijn in de kunst. Vooruitgang als zodanig is aanwezig in de wetenschap. Iedereen begrijpt wat vooruitgang betekent in de technologie van militaire oorlogvoering. In de kunst doet zich een ingewikkelder situatie voor: vele kunstobjecten uit het verleden schijnen moderner te zijn dan hedendaagse kunst. Hoe moeten we dat verklaren? Niet dat het genie tweehonderd jaar vooruitkeek. Ik denk dat de moderniteit van Bachs muziek niet over tweehonderd jaar zal verdwijnen en dat waarsch?nlijk nooit zal doen. De reden is niet alleen dat ze in absolute termen nauwelijks beter kan zijn dan hedendaagse muziek, het geheim Van haar hedendaagsheid schuilt in de vraag: hoe diepgaand heeft de maker zijn eigen bestaan en, veel meer nog, de totaliteit van het leven tot uitdrukking gebracht, van haar vreugden‚ zorgen en mysteries?’

Pärt koos niet voor het Oosten of het Westen, hij richtte het hoofd naar boven. De weinige journalisten, schrijvers en musicologen die hij voor een gesprek ontving, nam hij mee naar de dichtstbijzijnde abdij of kerk. In die sacrale sfeer zei hij steevast hetzelfde: 1) dat als iemand hem wilde begrijpen, hij naar zijn muziek moest luisteren, 2) dat als iemand zijn levensbeschouwing wilde weten, hij de oude kerkvaders moest lezen, en 3) dat als iemand iets over zijn privéleven wilde horen, hij bot zou vangen. Streng werd hij, streng voor zichzelf en streng voor iedereen die een poging deed zijn beweegredenen te doorgronden. 

Reacties graag naar mailadres.