Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Raf Sauviller, Borgerokko maffia – Marokkaanse drugsmisdaad in Antwerpen.

23 juli 2018

Raf Sauviller, Borgerokko maffia – Marokkaanse drugsmisdaad in Antwerpen.

uitg. Horizon 2017

https://doorbraak.be/recensies/borgerokko-maffia/

Fascinerend verslag over de herkomst, de ontwikkeling en de gevolgen van de vooral Marokkaanse drugmaffia in Antwerpen, en hoe ze welig tieren in het politieke ‘modeldistrict’ van groen&links.

Net zoals links in de jaren 70-90 van de vorige eeuw en nog lang nadien (met de FARC in Colombia, Sandinisten in Nicaragua, het Lichtend Pad in Peru en zovele anderen) betrokken raakte bij – zelfs gefinancierd werd door – de belangen van de drugkartels zo zie je ze vandaag mensensmokkelaars steunen als leveranciers voor drugkartels, islamofascisten en slavenhouders.

“What started as a desire to do good has ended as a desire to feel good—a much stronger and more durable motive.”Theodore Dalrymple


(14,4) -’In juni 2015 werd de voetballer Brahim Boujouh gearresteerd in het City Inn Hotel in Borgerhout in gezelschap van zeer beruchte Marokkaanse drugstra?kanten. Ze bleken in het bezit van 320 kilo cocaïne die even daarvoor uit de haven was gehaald. Die cocaïne met een straatwaarde van 16 miljoen euro zat stomweg in de koffer van hun auto. Brahim Boujouh is duidelijk een veelzijdig man. Tijdens zijn voetbalcarrière wipte hij geregeld van het zaalvoetbal naar het veldvoetbal en terug. In verband met die grote drugsdeal op de parking Van het City Inn Hotel zat Boujouh een aantal maanden in voorarrest. En onmiddellijk na zijn vrijlating werd hij zonder veel omhaal weer binnengehaald bij de Antwerpse zaalvoetbalclub Futsal Topsport Antwerpen. Daar wachtte men zelfs niet op de uitspraak van de rechtbank die moet beslissen over de schuld van Boujouh. ‘Iedereen verdient een tweede kans’, riep de trainer van Futsal Antwerpen. Die trainer is Karim Bachar, een gemeenteraadslid voor de Sp.a in Antwerpen. Socialisme en misdaad. Ook deze gerechtelijke zaak loopt nog steeds.

Inl, 2 – ‘Tien jaar geleden al waarschuwde de Italiaanse magistraat Luigi De Ficchy, de huidige procureur van Perugia en een man met een lange staat van dienst in het bestrijden van de maf- ?a in Italië, de Belgische politiek en justitie voor de verregaande nonchalance en desinteresse waarmee die het criminele fenomeen van de georganiseerde misdaad in ons land aanpakken. Hij zei: ‘Het negeren van de georganiseerde misdaad is een veelvoorkomend verschijnsel in Noord—Europa. Na het bloedbad in Duisburg in 2007, waarbij zes Italiaanse maf?osi dood in de straten van Düsseldorf lagen, vielen de Duitsers uit de lucht. Dit hadden ze nooit gedacht: de Calabrese ’ndrangheta in Duitsland! Maar wij wisten allang dat de ’ndrangheta Duitsland was binnengedrongen. En de Duitsers wisten dat ook. Wij hadden het hun lang geleden al verteld. Alleen vonden ze het niet nodig er veel aandacht aan te besteden, En ook in België zien we hoe politici en magistraten hun schouders ophalen.’ ‘Georganiseerde misdaad en maf?a maken gemeenschappen kapot. Ze richten de legaliteit, de rechtsstaat en de democratie te gronde. Misdaadgeld is heel anders dan geld dat op een eerlijke manier is verdiend en volgens de regels in de economie wordt geïnvesteerd. Illegaal geld vervuilt een samenleving, verandert haar karakter en vergiftigt haar economie. Het corrumpeert overheid, handhavers en bevolking, en vernietigt het sociaal weefsel. Het maakt eerlijke concurrentie kapot, eerlijke handelspraktijken onmogelijk en vernietigt uiteindelijk de vrije markt.’ 

Tien jaar later passen de woorden Van De Ficchy perfect op de situatie in Borgerhout, waar de Marokkaanse cocaïnemaf?a tiert. Daar kon decennialang een crimineel substraat woekeren dat nu, onder de dekking van het gebrek aan interesse van politiek en justitie en de politieke correctheid die elke verwijzing naar misdaad in allochtone gemeenschappen afdoet als racisme, is uitgegroeid tot een potent en ?nancieel zeer draagkrachtig misdaadsysteem. Dat systeem heeft steeds meer invloed op de gemeenschap waarop het parasiteert en beschikt over de nodige ef?ciënte methoden om zijn criminaliteit te verhullen en te beschermen, en over de nodige contacten in de bovenwereld om daar zijn misdaadgeld wit te wassen en te investeren. 

Vijfentwintig jaar geleden is hetzelfde gebeurd met de Georgische maf?a op het Falconplein en in de Pelikaanstraat. Ook daar werden opmerkingen over en verwijzingen naar georganiseerde misdaad jarenlang weggewuifd als ‘spoken zien’, ingegeven door racistische motieven. Tot de smokkel en parallelle import, de drugs- en wapentra?ek, de handel in jonge meisjes uit het vroegere Oostblok die in België en Nederland in de prostitutie werden gedwongen, en de lijken in de straten de politieke verantwoordelijken om de oren begonnen te spatten. 

Pas toen werd de Georgische maffia aangepakt. Het Falconplein werd schoongeveegd. Maar betekende dat het einde van die Georgische maf?a? Niet echt. Na het ruimen van het Falconplein verslapte de aandacht van politiek en justitie opnieuw. De Georgische maf?a trok zich terug in de dubieuze juwelenwinkeltjes in de Pelikaanstraat om haar wonden te likken. Vandaag zit ze er nog altijd. (Inl. 2)

(8,5) – ‘Maar ondertussen zijn de Marokkanen ook een steeds grotere rol gaan spelen in de aanvoer van cocaïne naar Europa. Dat is de conclusie van het boek Mensenhandelaren van de Italiaanse journaliste Loretta Napoleoni uit 2016. De in Rome geboren Napoleoni is een economist en specialist in internationale relaties en terrorisme. Ze begon als marxist en zit nu in het Italiaanse politieke spectrum tegen de 5 Stelle aan, de populistische protestpartij van de vroegere komiek Beppe Grillo, vergelijkbaar met de N-VA en schijnbaar dus iets minder marxistisch. 

Napoleoni woont al jaren in Londen en werkte als financieel specialist voor een aantal banken en internationale organisaties en als terrorismeadviseur voor diverse nationale overheden. Maar ze is vooral bekend van haar boeken. 

In haar werk uit 2015, De terugkeer van het kalífaat, vond Napoleoni nog dat we terreurgroepen als de Islamitische Staat moesten leren kennen en zelfs met hen moesten praten. Maar daar is ondertussen geen sprake meer van. Haar boodschap is heel duidelijk: de georganiseerde misdaad en haar religieuze broertjes, de gangsterislam en de criminele jihad, controleren mee de wereld. Zij zitten aan de bron van de niet-a?atende stroom vluchtelingen die Europa door elkaar schudt en ze controleren de invoer en doorstroom van drugs naar Europa en Noord-Amerika. En daarin spelen de Marokkanen nu een hoofdrol. (8,5)

(9,3)- Hun doel: geld. Alles draait bij hen om uiterlijk en materieel goed: dure kleren, luxegoederen en de bijbehorende apekermisstatus. Ze hebben een patsercultuur ontwikkeld die puur om geld, bling, aanzien en status draait: kamerbrede ?atscreens, dure en zware wagens, liefst in het wit, en allemaal lopen ze erbij als opgelakte hanen, veelkleurige prinsjes met glinsters op hun kont. Hun kledingstijl glimt en schittert, soms op het nichterige af: petten en schoudertasjes van Gucci, sneakers en T-shirts van de Duitse ontwerper Philipp Plein met die beruchte doodskop als label. Pleins eerste ontwerpen waren legervesten waarop hij doodskoppen gemaakt van Swarovksi-kristallen naaide. Dat leverde hem geen windeieren op. Een T-shirt van Plein met een doodskop erop kost al snel 250 euro. Vandaag is de Munchenaar Plein dan ook aanwezig met winkels op elke plek op aarde waar platvloersheid, arrivisme en misdaad de toon bepalen: Moskou, Marbella, Dubai, Courchevel… En als koning van de glimmende vulgariteit is Plein ook bijzonder populair bij voetballers en bij Tanja Dexters‚ de Limburgse koningin van de vulgariteit… Maar de hoogste betrachting van de echte Mocro-crimineel is een Audemars Piguet‚ een Zwitsers horlogemerk dat bijzonder dure en opzichtige horloges maakt. (…)

En deze blitse criminelen hebben er geen enkele moeite mee steeds opnieuw altijd jonger voetvolk te vinden die het vuile werk wil opknappen in hun bloedige strijd. Het fenomeen werd van dichterbij bekeken door cultureel antropoloog en criminoloog Frank Bovenkerk in zijn boek Marokkaan in Europa, crimineel in Nederland. Bovenkerk is een voormalig hoogleraar criminologie die serieus wat onderzoek a?everde omtrent de georganiseerde misdaad. Eind vorige eeuw legde hij de Turkse en Koerdische georganiseerde misdaad van de baba’s, de Turkse maf?adons, in Nederland en hun betrokkenheid bij de heroïnehandel bloot. De heroïnetra?ek naar Europa is ook vandaag nog altijd voor het overgrote deel in handen van Turkse en Koerdische misdaadgroepen die de Afghaanse heroïne via de Balkanroute naar West-Europa brengen. Via de Turkse en Koerdische diaspora in Nederland spoelt die heroïne naar de ultieme bestemming: Groot-Brittannië. Maar ook in België bevindt zich een belangrijk relaispunt voor de doorvoer van de heroïne naar het Verenigd Koninkrijk: de Turkse gemeenschap in Gent, die ook al jaren, nauwelijks gestoord door politie of justitie, heroïne naar Groot-Brittannië smokkelt en de criminele opbrengsten in de toeristische sector in Turkije en in de parallelle economie aan bijvoorbeeld de Dendermondsesteenweg pompt. Voorts toonde Bovenkerk ook aan hoe de drugshandel ervoor zorgde dat er georganiseerde misdaadsystemen waren gegroeid in het milieu van de kampers, ook een zogenoemde kwetsbare minderheidsgroep die gebukt ging onder framing, racisme en discriminatie. Frank Bovenkerk is de man van de stelling dat het multiculturalisme wél is geslaagd, toch in de onderwereld. Daar werkt iedereen vrolijk samen en zijn er geen etnische of religieuze scheidslijnen die verhinderen dat gangsters democratisch met elkaar omgaan en bereid zijn de buiten onder elkaar te verdelen. Al moet je die raciale welwillendheid uiteraard met een stevige korrel zout nemen.

 

(9,4-6)- ‘Die beschuldigen hem niet alleen zoals het hoort van vooringenomenheid en racisme, maar begonnen hem ook te bedreigen. Bovenkerks wetenschappelijk werk werd in de sociologische kringen op wel heel eenvoudige wijze weggewuifd: dat er meer dan gemiddelde georganiseerde drugscriminaliteit bestaat bij Turken en kampers, is gewoon niet waar. Of misschien is het wél waar, maar dan is het niet de schuld van de Turken en de kampers, maar van de Nederlandse overheid die deze mensen discrimineert en werkloos houdt. En zelfs al is het waar, dan mag je dat nooit zeggen, want dat is stigmatiserend en daarmee beklad je ook iedereen die niet crimineel is in die groepen. Het is het soort taboe dat vandaag erger dan ooit woekert, elke oplossing van de problemen onmogelijk maakt en ervoor zorgt dat de georganiseerde misdaad ongestoord kan blijven groeien in de getto’s van West-Europa. Dit alles weerhield Bovenkerk er niet van om ook de Marokkaanse misdaad in Nederland van naderbij te bekijken. De resultaten daarvan werden in 2014 gepubliceerd. Bovenkerk stelde onder meer vast dat van alle mannen in Nederland die tussen de vijftien en vijfen- twintig jaar oud zijn en een Marokkaanse achtergrond hebben, tweeënvijftig procent ooit werd verdacht van het plegen van misdrijven: bedreiging, intimidatie, agressie tegen hulpverleners, straatrellen, straatroof, homobashing, seksuele agressie tegen vrouwen, huiselijk geweld, loverboypraktijken, groepsverkrachtingen, politieke, religieuze en georganiseerde criminaliteit. Het is grotendeels misdaad die gepaard gaat met geweld en die duidelijk zichtbare en aanwijsbare slachtoffers oplevert. De delinquenten die Bovenkerk daarbij bekeek, behoren tot een groep die ook in een rapport uit 2013 van de Gezondheidsdienst van Amsterdam GGD werd behandeld. Daar was de conclusie dat een meerderheid van de Marokkaanse probleemjongeren serieuze problemen heeft: negenennegentig procent heeft een slecht ontwikkeld geweten, negenentachtig procent voelt geen of weinig empathie en zesentachtig procent is impulsief en kan zijn agressie niet beheersen. Gemiddeld hebben deze jongeren ook een IQ van 80. Volgens Bovenkerk is het geen nieuws dat de migratie geplaagd wordt door generatiecon?icten, gefrustreerde en onwetende ouders en vervreemde kinderen, en dat de misdaadcijfers bij migranten van de eerste, tweede en soms zelfs derde generatie serieus kunnen oplopen. Maar Bovenkerk ziet toch een serieus verschil tussen de gewone migratiemisdaad en de misdaad in de Marokkaanse migratie. Volgens hem duurt de misdaadfase daar wel opmerkelijk lang: ‘Over het algemeen rekent men voor de integratie van immigranten een periode van vijftig jaar. Daarna zou men verwachten dat zo’n criminaliteitsprobleem is opgelost. Dat is hier niet het geval.’

Bovenkerk suggereert dat de vaste sociologische prik waarmee men crimineel gedrag probeert te verklaren, misschien toch niet in steen is gebeiteld. Hij stelt dat men er in de sociologie altijd van uit is gegaan dat criminaliteit in de eerste plaats wordt veroorzaakt ‘door armoede, werkloosheid en geblokkeerde kansen op maatschappelijk succes’. Dus wie kansen krijgt en werk vindt, betert zijn leven. 

Maar volgens Bovenkerk is dat hoe dan ook niet het geval bij criminele Marokkanen in Nederland. Hij concludeert dat de oorzakelijkheid daar omgekeerd lijkt te werken: jongemannen laten zich al met criminaliteit in voor ze de school verlaten, wat hun kansen op de arbeidsmarkt zeer beperkt. Bovendien hebben ze vaak geen zin om zich op die markt te begeven, want in een omgeving waar misdaad voortdurend aanwezig is, wordt het plegen van misdaden normaal.

Bovendien gaat er ook geen afschrikken de werking meer uit van arrestatie en gevangenisstraf, die worden gezien als een soort eremerken waarop men integendeel trots moet zijn. 

De conclusie van Bovenkerk is dan ook dat niet de sociale, culturele en educatieve achterstand de criminaliteit veroorzaakt, maar dat de criminaliteit die maatschappelijke achterstand tot gevolg heeft, ook al zijn deze jongeren soms cultureel tot op zekere hoogte geïntegreerd. Ze spreken immers de lokale taal, tenminste toch hun variant daarvan, zijn zeer uit op de materiële goederen die de westerse maatschappij heeft te bieden en spiegelen zich aan aartswesterse rolmodellen, aan Zuid-Italiaanse maf?osi en Napolitaanse cammoristi, van wie ze de kledingstijl imiteren, of aan extreme ?guren als Tony Montana‚ de Cubaanse migrant die in de ?lm Scarface van regisseur Brian De Palma uitgroeit tot een succesvolle Amerikaanse drugsbaron. Bovenkerk schrijft: ‘Het valt juist op hoe Nederlands zij zijn geworden. De Nederlandse cultuur is hun aangeboden als een training in assertiviteit, heeft hun individualistische instelling aangemoedigd en een aanmerkelijke generatiekloof met de ouders veroorzaakt.’ 

Waarom misdaad zo’n prominente rol blijft spelen bij Nederlandse jongeren van Marokkaanse afkomst? Daarvoor voert Bovenkerk een aantal historische redenen aan. De eerste lichting gastarbeiders, autoritaire vaders, verloren die autoriteit in de jaren tachtig toen ze in de economische achteruitgang hun job kwijtraakten en terechtkwamen in het sociale vangnet waar ze stempelaars werden die niet alleen hun werk, maar ook hun trots en eer kwijtspeelden. In een westerse maatschappij die ze niet begrepen en waarvan ze de taal niet spraken of begrepen en waarin ze hun familie niet meer konden onderhouden, waren ze niet in staat om hun kinderen grenzen op te leggen, discipline bij te brengen en richting te geven. 

Bovendien verlieten heel wat mannen hun gezin zodat moeders zonder veel scholing of aspiraties en zonder de minste autoriteit er alleen voor kwamen te staan. Met als gevolg: afwezige vaders, moeders die worden genegeerd… Zonen, die in islamitische gezinnen vaak als prinsjes worden behandeld, kregen het rijk voor zich alleen. De opvoeding van die mannelijke kinderen ontbeerde dan ook zelfs een minimum aan discipline, richting, grenzen en perspectief. Tegelijkertijd trokken die Noord-Afrikaanse mannen in Europa zich terug in een cultureel isolement. Men wees de westerse manier van leven en denken af en koos voor steeds meer fundamentalistische vormen van de islam, de belangrijkste drager van de cultuur in de islamitische landen. En dat gebeurde in een periode waarin de islam zelf een extreme ruk naar rechts maakte. 

De Nederlandse samenleving maakte deze op zichzelf al explosieve cocktail nog eens extra ontvlambaar door er een op een doorgeschoten politieke correctheid gefundeerde laksheid door te roeren, door weg te kijken en niet op te treden als het ging om allochtoon afkeurenswaardig gedrag en misdaad. Wat Nederland tot een paradijs heeft gemaakt voor losgeslagen jongeren die zich niets aantrekken van het gezag, thuis noch op straat. Omdat er geen gezag is. En bij dat alles telt Bovenkerk ook nog eens het effect van de selfful?lling prophecy noem Marokkanen vaak genoeg crimineel en ze worden het ook. 

‘Die ontwikkeling deed zich voor in een Nederland, dat de draaischijf van de wereldwijde handel in drugs was geworden en waarin de Marokkanen een belangrijke positie waren gaan bekleden in de productie en de smokkel van hasj, wat hun een perfecte opstap gaf naar de nog veel lucratievere cokesmokkel. Die eerste generaties Marokkaanse drugshandelaars waren volgens Bovenkerk ‘opmerkelijk geweldloos’, maar de volgende generaties hebben dat op spectaculaire wijze goedgemaakt. Zij zagen hoe gemakkelijk het was: hoe ze hier op redelijk eenvoudige wijze enorme hoeveelheden geld kunnen maken met de handel in cocaïne, hoe – zeker in vergelijking met hun thuisland – de misdaad in Europa vaak met begrip en fluwelen handschoenen wordt aangepakt, hoe procedurepleiters en maffia-advocaten hier klaarstaan om de misdadigers de vele loopholes in de wetgeving van de Europese rechtsstaten te tonen die hen toelaten aan een gerechtvaardigde straf te ontsnappen, en hoe ze met hun dubbele Europese en Marokkaanse nationaliteit probleemloos vervolging kunnen ontduiken en hun gemakkelijk verdiende geld kunnen spenderen en investeren in Marokko.

 

 

 

(19,4) -‘We willen koste wat het kost toestanden zoals in Amsterdam en Rotterdam vermijden’, zei de Antwerpse persmagistraat Ken Witpas. Maar die toestanden lijken er al te zijn. 

Gelukkig waren er na de voorlopig laatste aanslag op 28 februari 2017 in Borgerhout meteen zeer beslagen en duidelijk volledig in de materie ingewerkte sociologen en criminologen beschikbaar, zoals de illustere Tom Decorte van de Gentse universiteit die de uitbarsting van geweld met kennis en inzicht konden kaderen en die met hun echt wel nergens op slaande commentaren het journaal van VTM inspireerden tot een bijdrage waarin duidelijk werd gemaakt dat het eigenlijk de schuld van de stad Antwerpen zelf is dat het tot dit soort geweld komt in de straten van de stad. Als men immers in Antwerpen niet met die storende War on Drugs was begonnen, dan was dat geweld allemaal niet nodig geweest, expliqueerde Decorte. De overdreven en ongepaste actie van de overheid dwingt deze misdadigers dus tot geweld, vond deze criminoloog. Dat het hier gaat om zware criminelen, om socio- en psychopaten die elkaar naar het leven staan omdat ze elkaar voortdurend proberen op te lichten en te bedriegen en die steeds meer geweld gebruiken omdat ze dat al jaren ongestraft mogen doen, kwam in de berekeningen van de specialist Decorte totaal niet voor. 

Pas midden maart 2017 kwam er eindelijk dan toch een reactie van de Antwerpse politie. Toen werd er een eerste keer een controleactie uitgevoerd in de wijk Viaduct-Dam en de omgeving rond de Guldensporenstraat. Volgens de woordvoerder van de politie was het de eerste van een lange reeks acties die zijn gepland. Hij zei: ‘We willen laten zien dat we aanwezig zijn in de buurt.’

 

(23,2)-’De grote truc van de Nederlandse Mocromaffia en de Marokkaanse cocaïnecriminelen in Borgerhout is hun dubbele nationaliteit. Ze zijn zowel Nederlander of Belg én Marokkaan. Het bezit van twee aparte paspoorten maakt het hun bijzonder makkelijk. Want aan de ene grens laat je het ene paspoort zien, aan een andere grens het andere en de autoriteiten hebben dan het raden waar je zit en wat je aan het uitvreten bent. Marokkaanse criminelen plegen misdaden in Nederland en België en als het ze hier te heet onder de voeten wordt, verdwijnen ze naar Marokko. Daar leven ze ongestoord in grote luxe met het misdaadgeld dat ze vaak cash naar het noorden van Afrika rijden en wanen ze zich onschendbaar‚ want Marokko levert in normale omstandigheden zijn onderdanen niet uit. Kindermoordenaars In Marokkaanse steden als Tanger en Nador feest de Mocromaf?a. In dure T-shirts en met onbetaalbare horloges aan hun pols knallen ze er rond in dure witte huurauto’s, Mercedes- sen, Porsches, Lamborghini’s… Ze hangen rond in de beachclubs aan het strand en in de nachtclubs aan de grote strandboulevard in Tanger. Daar, in de patsertenten vol criminelen en prostituees uit Noord—Afrika en het vroegere Oostblok jagen ze er op een wild avondje duizenden, soms tienduizenden euro’s door en proberen ze elkaar de loef af te steken met de witste auto, het duurste horloge, de meest glimmende vriendin…

 

(25,2) -’Hoe pak je georganiseerde misdaad aan? Georganiseerde misdaad is niet zo duidelijk zichtbaar op straat als louche drugsdealers en irritante hangjongeren. Je moet kijken naar de signalen die vertellen waar dat soort sluipende criminaliteit verborgen zit. Een van de duidelijkste signalen is de aanwezigheid van dure en exclusieve auto’s in achterstandswijken. Vooral als die worden bestuurd door jonge patsers en zwaar uitziend volk. 

Eind 2016 was er nog commotie in Borgerhout toen bij een Marokkaans huwelijk een aantal straten plotseling zonder toestemming werden afgesloten door een spectaculaire verzameling extreem dure luxewagens die gewoon in het midden van de straat werden geparkeerd: Rolls Royce, Lamborghini, Mercedes… 

Meteen werd er gesust. Niets aan de hand: die auto’s zijn een Marokkaanse gewoonte, ook Marokkaanse middenstanders hebben geld om dure auto’s te kopen en de auto’s waren hoe dan ook gehuurd… Maar de specialisten die toekeken en zagen wie er achter het stuur van die auto’s zaten, wisten beter. Dit was de cocaïnemaf?a die even haar geld en haar misprijzen voor de rechtsstaat liet zien. In 2013 zette het Antwerpse parket een proefproject op: Project Patser. 

‘Dat project heet een jaar gelopen’, zegt de Antwerpse persmagistraat Ken Witpas. ‘In 2013 heeft de procureur de wijkagenten gevraagd uit te kijken naar patsergedrag en te dure auto’s in probleemwijken, bijvoorbeeld rond de Turnhoutsebaan. Er zijn acht dossiers geopend en vier auto’s in beslag genomen. Maar uiteindelijk is daar maar één vervolging uit gekomen: een kerel met een Porsche Panamera die zich moet verantwoorden voor drugshandel. Het resultaat was beneden verwachting en we hebben geen plannen om hier nog iets mee te doen.’ 

En dat is op z’n minst heel vreemd te noemen, want in Nederland pakt men de patsers op eenzelfde manier aan en daar gebeurt dat wel met succes.

(…)

‘Patsers houden van uitpakken’, zegt Marcel Dela Haije, een stadsmarinier, een soort su-perambtenaar wiens opdracht het is de veiligheid in de stad Rotterdam te verhogen. ‘Dat hoort bij de straatcultuur. Die jongens willen een bepaald beeld van zichzelf uitdragen, het beeld van een succesvol iemand: dure kleren, horloges en schoenen, een petje van Louis Vuitton, met de aankoopbon die bewijst dat het een echte Vuitton is en geen Chinese na- maak. Dat soort criminelen noemen wij windhappers, jongens die uitgaven maken, maar geen aanwijsbaar of bewijsbaar inkomen hebben. Jongemannen zonder zichtbaar inkomen in veel te dure wagens zijn een duidelijk signaal van ondermijnende misdaad.’ Opgeschoren patsers in witte Mercedessen Coupé en Audi’s Q7, Hummers, Porsches Panamera… Zij zijn een vast onderdeel van het decor van veel wijken. Het zijn ook de jongens die zich weinig gelegen laten aan de verkeersregels omdat ze – naar eigen zeggen — de bekeuringen toch kunnen betalen.

Reacties graag naar mailadres.