Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Theodore Dalrymple, Leve het vooroordeel! De noodzaak van vooropgezette ideeën.

16 september 2008

Theodore Dalrymple, Leve het vooroordeel! De noodzaak van vooropgezette ideeën. Uitg. Nieuw Amsterdam 2008

De Engelse psychiater en auteur beleeft al jaren veel lol aan het vaardig en speels jennen van de progressieve ruimdenkende – liefst linkse – goegemeente. Wanneer hij in zijn ontluisterende spel toeslaat, hakt het er ook vaak diep in. Tot verbijstering van wie zich nog meent te kunnen laven aan de kreten en het gefluister van de grote bevrijdingsdecennia uit de tweede helft van de XX ste eeuw toen alle taboes – zeker ook de seksuele – plaats dienden te ruimen voor een nietsontziende vrijheid, openheid, blijheid, antiautoritaire grenzeloosheid.
Achteraf lijkt het wel of die eruptie van individuele vrijheid mooi aansloot bij de behoefte van een nieuwe ontwikkeling in het economische systeem, dat niet langer draaiende zou worden gehouden met gedisciplineerde contingenten proleten. De eigen creativiteit en vooral de bereidheid om zich in volle individuele vrijheid en openheid te onderwerpen aan de hoogstpersoonlijke contacten met de vrije markt, creëerde een nieuwe mens. Het consumerende individu dat in die onderwerping het summum van blijheid moest en zou ervaren.
Goed georganiseerde verzamelingen mensen als gezinnen, families, clans, stammen, buurten, klassen zijn veel moeilijker te bewerken. Zij stellen de al dan niet zelfverklaarde belangen van de groep boven de acute verlangens van het individu. Ouderen passen in dit soort groepsverbanden als bewaarders van de verhalen, dragers van de wijsheid en de identiteit van de groep. Jongeren groeien erin op en conformeren zich in min of meerdere mate naar de tucht van de groep. Dit leidt tot een spannend spel tussen veiligheid en verstikking, tussen creativiteit en volgzaamheid, tussen dissidentie en conformisme.

Dalrymple houdt een boeiend pleidooi voor het vooroordeel, waarbij hij de verschillende betekenissen van de term handig door elkaar weeft. Zo onthult hij de evolutie van behoudsgezinde, behoedende vooroordelen '? essentieel om in een vijandige omgeving maximaal op je hoede te zijn – naar de negatieve connotatie van 'vooroordelen die ons elke dag meer geld kosten'.

Althans volgens Vacature in haar reclamecampagne met een warm pleidooi voor 50 plussers (en de jeugdwerkloosheid?), buitenlands talent (lees goedkope arbeidskrachten importeren), allochtonen en mensen met een handicap die dringend aan de slag moeten om onze kijk op de arbeidsmarkt te veranderen omdat 50.000 vacatures niet ingevuld raken.
Een simpele burger denkt dan dat gezien het spel van de vrije markt van vraag en aanbod bij een verhoogde vraag naar arbeidskrachten ook de prijs daarvoor zou moeten stijgen.

Maar Dalrymple gaat veel verder. Gewelddadig gedrag van kinderen op begraafplaatsen, in stations bij het roven van mp3 spelers hebben volgens hem – en niet alleen volgens hem '? veel te maken met het stuitend gebrek aan opvoeding in een van de gestructureerde menselijke samenlevingsvormen zoals een hecht gezin, een veilige familie. Verveling kan dan wegen als een loden deken waaronder geen licht mag schijnen.

60. Het is een van de grote wapenfeiten van onze beschaving dat ze, in een mate die door andere beschavingen niet is geëvenaard, de institutionele middelen heeft geschapen om echte kennis te zoeken en te verspreiden, en dat ze tegelijk voortdurend de kracht heeft onderzocht van de bewijzen waarop die kennis was gebaseerd. Uiteraard werken de instellingen in kwestie alleen in die mate waarin zij vrij zijn: niet vrij van vooroordelen of vooropgezette ideeën, want dat is onmogelijk, maar vrij om die vooroordelen en vooropgezette ideeën te onderzoeken in het licht van nieuw bewijsmateriaal, en om ze te verwerpen of aan te passen waar dat intellectueel gezien noodzakelijk wordt. Vrijheid houdt echter niet in die vrijheid om kritisch wordt uitgeoefend; de wijzen twijfelen alleen aan dingen die de moeite van het betwijfelen waard zijn.

De linkse goegemeente hult zich nog graag in het mantra van de gelijke kansen, waar dit duidelijk een verkeerd effect heeft en er niet in slaagt iets bij te dragen aan sociale emancipatie van wie door diezelfde goegemeente gemerkt wordt als sociaal zwak. Het Verlichtingsideaal van de soevereine mens die zonder god en vrij van vooroordelen de wereld kan onderzoeken, beheersen en veranderen, wordt door Dalrymple afgewezen. En dat is vaak moeilijk slikken voor de zelfverklaarde Ridders van de Verlichte Ronde Tafel. Nochtans leidt een beetje introspectie en een beetje respect voor de werkelijkheid al gauw tot het besef dat een mens een sociaal dier is, dat gemaakt wordt door zijn omgeving met alle ge- en verboden, met alle sociale controle en alle gevechten naargelang ieders temperament. Dit ontwikkelingsspel is een opvoedingsproces waarbij sommigen zich in een meer soevereine richting zullen ontwikkelen dan anderen. Dat houdt de dynamiek van een mensengemeenschap gaande en geeft eenieder de kans tot dissidentie of conformisme. De afwezigheid van een opvoeding als socialisatieproces in stabiele gezins- en onwikkelingssituaties leidt helemaal niet tot soevereine individuen, maar tot in zichzelf gekeerde neuroten die allemaal god willen zijn in hun diepste gedachten.

139. Er is oordeelsvermogen nodig om te weten wanneer we vooroordelen moeten handhaven en wanneer die moeten prijsgeven. De vooroordelen zijn net vriendschappen: ze moeten worden onderhouden. Vrienden ontgroeien elkaar soms, en mensen moeten soms ook hun vooroordelen ontgroeien; naar vriendschap verdiept zich vaak met de jaren en de ervaring, en dat kan ook met vooroordelen gebeuren. Vooroordelen geven mensen karakter en houden hen bijeen. We kunnen ze niet missen.

Op donderdag 2 oktober 2008 gaat Theodore Dalrymple over de vooroordelen in discussie met Graham Lock op de Soeterbeecklezing aan de Radboud Universiteit van Nijmegen.
Graham Lock is hoogleraar Politieke theorie en filosofie van de Managementwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en Faculty Fellow in European Philosophy aan de Oxford University. Hij introduceert de term 'dogma', als hij het heeft over vastomlijnde denkbeelden die nauwelijks ter discussie staan. In onze laatmoderne tijd wordt het dogma verafschuwd, en 'dogmatisch' is een scheldwoord geworden '? en dat is volgens Lock onterecht. Is het vooroordeel van Dalrymple hetzelfde als het dogma van Lock? De denkers discussiëren hierover aan de hand van spannende voorbeelden uit politiek, sociaal en persoonlijk leven.


92. We hadden ontdekt dat niet alle menselijke wensen en verlangens, ook al branden ze tegelijkertijd in dezelfde borst, zich met elkaar laten verenigen, en dat de vervulling van iedere wens en iedere verlangen de belemmering van een andere met zich meebrengt. Met andere woorden: dat het onmogelijk is om een leven van genot te leiden zonder dat er iets van frustratie overblijft, en nog altijd noodzakelijk is om tussen verschillende genoegens en de bijbehorende of eruit volgende frustraties die kiezen. We verlangen zowel naar zekerheid als naar opwinding, maar we kunnen die niet allebei hebben, want opwinding is onmogelijk zonder onzekerheid, en zekerheid onmogelijk te combineren met opwinding. We willen zowel seksuele vrijheid als het exclusieve seksuele bezit van een ander, waar we kunnen niet beide hebben, althans niet als veel andere mensen hetzelfde willen, en niet zonder een ruimhartige dosis hypocrisie, die in sommige omstandigheden dan misschien niet echt een deugd is, maar dan toch weleens de minst schadelijke van een aantal mogelijke ondeugden zou kunnen zijn.

100. De enige mij bekende samenleving waarvan is beweerd dat vrijwel iedereen er door en door slecht, wreed, wraakzuchtig hun gevoelloos was, was die van de Ik, een Oegandese stam die door de antropoloog Colin Trunbull werd beschreven in zijn boek The Mountain People. Deze primitieve stam – als die term nog mogen gebruiken – werd door een veelheid van omstandigheden gedwongen om zijn voorouderlijke gebied te verlaten en in een onherbergzame, vreemde omgeving te leven. Als gevolg daarvan werden de leden van de stam volstrekt egoà?stisch, omdat ze zich alleen nog met een eigen overleven bezighielden. Hier was nu echt sprake van een hobbesiaanse wereld, waar het leven een oorlog was van allen tegen allen.

108. In de stad waar ik vroeger werkte, deed zich een zeer opvallend en onmiskenbaar feit voor: de kinderen van Sikhs- en hindoe immigranten stegen zeer snel op de maatschappelijke ladder. De arme blanken daarentegen, met wie ze een tijdlang in de verpauperde, verwaarloosde stadswijken woonden, bleven stilstaan. Ze waren weliswaar rijker dan ze vroeger zouden zijn geweest, maar alleen omdat de samenleving als geheel veel rijker was.
Hoe viel het verschil tussen deze kinderen van immigranten en die van de autochtone Engelsen te verklaren? De immigranten hadden bij aankomst ten slotte bepaalde nadelen. Ze waren straatarm, althans naar de maatstaven van het land waar ze arriveerden; in veel gevallen spraken ze de taal niet, of niet goed. Ze hadden geen vak geleerd, waren niet goed opgeleid. De bevolking als geheel onthaalde hen niet bepaald gastvrij. Sterker: zij werden de bevolking opgedrongen door een regering die hen beschouwde als oplossing voor een specifiek economisch probleem, namelijk het tekort aan goedkope arbeid (en de leden van de regering hoefden niet met de dagelijkse consequenties van hun beleid te leven). Het was niet ongewoon dat ze vijandig werden bejegend en soms bleef het niet bij vijandige woorden alleen.
Toch ging het hun voor de wind, en de ontvangende bevolking (relatief gezien) niet.
Hoe kwam dat?
Ze waren in twee, en mogelijk in drie opzichten bevooroordeeld ten opzichte van de plaatselijke bevolking. Allereerst beschikten ze over een krachtig collectief vooroordeel ten gunste van het belang van het gezin. Dit vooroordeel, dat in het Westen gedurende lange tijd krachtige ideologisch aanvallen te verduren had gehad, was bij de plaatselijke bevolking niet langer aanwezig. Het had plaatsgemaakt voor een ander vooroordeel: het vooroordeel dat alle vormen van gezinsleven – waaronder voortdurend wisselende rolbezetting in het gezin – moreel, emotioneel en sociaal gezien gelijkwaardig waren. Het is een algemene zin veel gemakkelijker om een goed vooroordeel te vervangen door een slecht vooroordeel dan andersom; misschien wel (en ik spreek hier als iemand zonder religieus geloof) omdat het hart van de mens eerder geneigd is tot het kwade dan tot het goede, tot gulzigheid dan tot gematigdheid, tot haat dan tot liefde, tot luiheid dan tot ijver, tot trots dan tot bescheidenheid, et cetera.
Maar een sterke familiebinding mag dan misschien een noodzakelijke voorwaarde zijn voor succes op grote schaal (d.w.z.: niet op volstrekt individuele schaal, want we spreken ons hier uit over het algemene en niet over het absolute), het is vrijwel zeker niet de enige die telt. Het is ook noodzakelijk dat de mensen in kwestie geloven in de waarde van inspanningen en onderwijs, en dat ze leven in een maatschappij die open genoeg is om het mogelijk te maken dat die inspanning en dat onderwijs bepaalde hindernissen (zoals de vooroordelen van anderen) zullen of althans kunnen overwinnen. En aangezien dat waardevolle geloof bij sommige groepen sterker aanwezig is dan bij andere, ligt het meer voor de hand dat het een vooroordeel dan een afgewogen opvatting die gebaseerd is op zorgvuldig onderzoek van gegevens.
De arme blanken hielden er een andere mening op na: zij leefden in een maatschappij die zo onrechtvaardig en verhard was dat niets dat ze deden hun omstandigheden zou verbeteren of hen op de maatschappelijke ladder zou doen stijgen. Ik hoef u niet te vertellen dat dit geen houding was die tot veel constructieve ijver leidde. Ik zal niet ingaan op de psychologische troost die er uitgaat van zo'n houding of geloof, op hoe mislukking er voorafgaand aan alle ervaring door wordt verklaard en verontschuldigd, en op hoe mensen erdoor in staat worden gesteld om zichzelf te verwarmen aan het idee dat hun leven er heel anders zou hebben uitgezien als er geen onrecht bestond. Het is een idee dat alom als vanzelfsprekend wordt beschouwd.
Nu kunnen we uiteraard alle vooroordelen die de uiteenlopende lotgevallen van de twee groepen verklaren van bewijsmateriaal voorzien, maar het valt te betwijfelen of welk bewijsmateriaal dan ook een beslissend argument zou kunnen opleveren en de bevooroordeelden van beide kanten zou kunnen dwingen om hun opvattingen prijsgegeven. Zolang de Indiase immigranten sociaal blijven stijgen en de autochtonen sociaal immobiel blijven, zullen beide groepen op grond van hun eigen ervaring bewijsmateriaal kunnen aandragen ten gunste van hun kijk op de wereld. Iemand die in de onrechtvaardigheid van de samenleving gelooft, zal altijd gevallen kunnen aanwijzen van verdienste die niet wordt beloond; en zij die in de waarde van persoonlijke inspanningen geloven, zullen altijd kunnen wijzen op gevallen van triomf bij de meest wezenlijke tegenslag. Het is de visie op de wereld die bepalend is voor het aangevoerde bewijsmateriaal, en niet andersom.

122. De seksuele revolutie, die het vermeende gevolg had iedereen bij voortduring seksuele vervulling ervoer, als het ware zonder een ogenblik respijt, beroofde mensen van dit instinctieve begrip, dat was voortgekomen uit het feit dat maatschappelijk vooroordeel in de geest werkzaam was geweest ten gunste van de noodzaak van zelfbeheersing. Het leven moest nu een open boek zijn, waarbij niets voor niemand werd verborgen. Heimelijkheid en de daarmee verbonden veinzerij en hypocrisie moest uit het repertoire van de mens worden geschrapt. Eerlijkheid en authenticiteit waren nu alles.
De realiteit wees iets anders uit, althans in stadswijken waar ik werkte. De combinatie van seksuele ongeremdheid en hangen aan de trouw van de seksuele partner van het ogenblik heeft allerwegen tot seksueel geweld geleid. Wij zijn geneigd te geloven dat de mensen om ons heen niet zo heel veel verschillen van onszelf. Dus als we zelf seksueel ongeremd zijn, geloven we dat die ongeremdheid de norm is, en zien we hoe die openlijk in de praktijk wordt gebracht; geen wonder dat we ten prooi raken aan jaloezie, dat gelovige monster.

Eén reactie

  1. Theodore Dalrymple, Profeten en charlatans. Hoe schrijvers ons de wereld laten zien. Nieuw Amsterdam 2009. | Dupslog Zegt:

    [...] hij een meester is in het analyseren van de zelfbegoocheling bij mensen in moeilijkheden, wisten we al uit zijn vorige [...]