Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

David Van Reybrouck, Pleidooi voor populisme.

19 september 2008

David Van Reybrouck, Pleidooi voor populisme. uitg. Querido

15. Al te vaak wordt populisme bekeken als een ziekte, maar in wezen is het een symptoom dat aangeeft dat er onderliggende problemen spelen.
('?)
Als opleidingsniveau aan de basis ligt van een nieuwe maatschappelijke breuklijn, dan wil ik nagaan in hoeverre het populisme de stem van de laagopgeleide autochtoon verwoordt en hoe we daarmee kunnen omgaan.

65. Wat de nieuwe maatschappelijke breuklijn tussen hoog- en laagopgeleiden betreft staan we nog aan het begin en lijken we ons nauwelijks bewust van de omvang van het probleem. Maar ook hier zal een volstrekte consensus niet nodig zijn.

In zijn pamflet gaat David Van Reybrouck verder in op deze nieuw vastgestelde breuklijn.
Hij herkent in de scholingsgraad de oorzaak van het rancuneuze opbod, verzuring en afwijzing van maatschappelijke betrokkenheid door de overgrote meerderheid van de numeriek talrijkste laagstgeschoolden. Naar het sociologisch onderzoek van Koen Pelleriaux valt dit fenomeen samen met een culturele kloof, zeker in Vlaanderen.

35. Rechts populisme is inderdaad een rancuneleer, maar die rancune maakt inherent deel uit van de democratie. Niemand heeft die paradox beter omschreven dan Menno Ter Braak in 1937:
'Men kan dus de rancune niet als een uitzonderingstoestand beschouwen in een cultuur, die, als de onze, de tendens vertoont om aan alle mensen gelijke rechten te verlenen. Het is de gelijkheid als ideaal, die, gegeven de biologische en sociologische onbestaanbaarheid van gelijke mensen, de rancune promoveert tot een macht van de eerste rang in de samenleving; want wie niet gelijk is aan de ander en toch gelijk aan die ander wenst te zijn, wordt in deze samenleving niet onder verwijzing naar standen of kasten op zijn nummer gezet, maar hem wordt een premie toegekend! Zijn streven naar gelijkheid wordt theoretisch rechtvaardig geacht, ook door degenen, die er geen ogenblik aan zullen denken praktisch voor de verwezenlijking van gelijkheid, die in hun nadeel zou zijn, iets te doen! Ziedaar de grote paradox ener democratische maatschappij, waarin de rancune niet alleen aanwezig is, maar ook wordt aangemoedigd als mensenrecht!.'

51. Voor de socialist is de geëmancipeerde arbeider een soort monster van Frankenstein geworden dat zich tegen zijn maker heeft gekeerd toen het op eigen benen kon staan. Van de weeromstuit ging links zich ontfermen over een nieuwe en schrijnende groep nooddruftigen: de migranten. En dat bezegelde pas goed de boedelscheiding tussen de progressieve elite en het inheemse proletariaat. Dat een nieuwe generatie socialisten de autochtone arbeider vervolgens ook nog eens racisme verweet omdat hij het aandurfde kanttekeningen te plaatsen bij multiculturele ideaal, zorgde voor een ware leegloop.

David Van Reybrouck vindt de bewijzen voor deze scholingsbreuklijn terug in de sociale samenstelling van de verschillende parlementen met steeds minder laaggeschoolde leden.
Hij hoopt dat een vorm van herkenbaarheid van laaggeschoolden in volksvertegenwoordigers die zelf ook laaggeschoold zijn, de politieke kloof tussen de 'burgers' en hun politici kan verkleinen.
Hij koestert daarbij nog de illusie dat verkozen parlementariërs hun kiezers zouden vertegenwoordigen, laat staan de belangen van hun cultuurgenoten zouden kunnen of willen verdedigen.
Hij begrijpt niet dat de parlementaire monarchie in België niets met dit soort principes van 'directe representatieve democratie' te maken heeft.
Hij gaat ervan uit dat sociologische 'bevindingen', gelijklopende culturele verlangens en een politiek van en voor en met en ‘midden de mensen van goede wil' de herkenbaarheid en de identificatie met verkozen politici kan verbeteren waardoor minder rancune. Dit zou dan kunnen leiden tot meer betrokkenheid bij het democratische spel.
Die culturele scholingskloof is echter helemaal niet nieuw.
Meer nog, precies de mogelijkheid om via scholing en verraad aan de eigen klasse omhoog te klimmen op de maatschappelijke ladder is altijd het kenmerk geweest van een meritocratie. En dat systeem was alleszins veel democratischer, flexibeler, efficiënter en mobieler dan een aristocratie, of ze nu feodaal geworteld was, dan wel of ze populistisch gedragen wordt, zoals bij de zich socialistisch hetende erfelijke dynastieën.

Volgens de door Van Reybrouck geciteerde sociologen zoals Marc Elchardus blijkt de houding van autochtonen tegenover migranten sterk bepaald door hun scholingsgraad, meer dan welke klassieke sociologische variabele ook ( klasse, inkomen, geslacht, leeftijd, religie) . Hoe lager het onderwijspeil, hoe etnocentrischer. Ook algemenere gevoelens van onbehagen en wantrouwen hangen in grote mate samen met scholing. ( 41).
Hierbij wordt wel over het hoofd gezien of verzwegen dat in eerste instantie de laaggeschoolden geconfronteerd worden met de overlast van laaggeschoolde migranten. Zoals door Paul Scheffer in zijn 'Land van aankomst' en door Wim Van Rooy in zijn 'Malaise van de multiculturaliteit' werd duidelijk gemaakt.

David Van Reybrouck struikelt bij zijn onderzoek over de sociologische hype van scholingsgraad als nieuwe breuklijn en ziet niet waar dit verhaal vandaan komt. Alsof wetenschap en scholing '? ook sociologie '? ooit 'waardenvrij' zou kunnen zijn.
Kan je zo ooit tot een andere conclusie komen dan het mantra van de politieke schoolmeesters die bezwerend bidden om 'meer en betere gelijke kansen'?
De rancune voor dit groot sociaal onrecht moest en zou de drive worden om stemmen te ronselen voor de nieuwe socialistische spindoctors. Dat dit een omgekeerd effect heeft, is inmiddels wel duidelijk geworden.
Nog nooit was de scholingsgraad in Vlaanderen zo hoog.
En volgens de sociologen is de scholingskloof nog nooit zo diep geweest.

61. Het populisme dat we vandaag zien is de enige, maar vaak gebrekkige reactie van het soevereine volk tegen de groei van zo'n postdemocratie. In plaats van het overhaast te beschimpen of te negeren, moeten we de voedingsbodem die eraan ten grondslag ligt ernstig nemen: wrevel over de diploma- democratie en de cultuurkloof, en die is niets anders dan rancune over de beloofde gelijkheid die uitblijft. Want ondanks al zijn negativisme verraadt het populisme nog steeds iets hoopgevend: de wil van de laaggeschoolden tot een blijvende betrokkenheid bij de inrichting van de democratie. Dat is, in tijden van kiesverzuim, lang niet evident.

In zijn analyse van het populisme probeert Van Reybrouck het te herkennen als een legitieme bekommernis en zelfs positieve uiting van betrokkenheid bij het maatschappelijke en politieke gebeuren. Een protest- of foertstem is alleszins een stem, en dus getuigt dit van meer betrokkenheid dan niet stemmen.
Hij pleit voor een democratisch en verlicht populisme als politieke stroming om meer burgers te betrekken bij het democratische proces. De vraag is dan nog maar wat dit zich als 'democratisch' proces bestempelend systeem achter de schermen van de macht inhoudt.
Want daarover gaat het in eerste instantie.

Of zoals Rik Van Cauwelaert in Knack van 17 september 2008 opmerkt:
'?Populisme is immers een verwijt dat politieke opponenten elkaar graag toe slingeren, want het maakt tegenargumenten aanbrengen overbodig.
Van de Duitse liberaal Ralf Dahrendorf is de uitspraak dat wat voor de één populisme is, voor de ander democratie is. Populistische technieken worden pas gevaarlijk als ze worden toegepast om, zoals in de Europese Unie, beslissingen buiten iedere controle tot stand te brengen en de bevolking ‘stilzwijgend tot zwijgen te brengen’. Zodat we, volgens Dahrendorf, verzeilen in ‘een democratie zonder democraten’.
Zodra we daar zijn aanbeland, maakt het niet meer uit of we hoog- dan wel laagopgeleid zijn.'?

64. Het democratisch populisme helpt om de basis van de democratie, het conflict, weer nieuw leven in te blazen. Democratie is een pacifistische slagveld. Multatuli wist het al: “Het beslissen bij meerderheid van stemmen is 't recht van de sterkste in der minne. Het beduidt: als we vechten zouden we winnen… laat ons 't vechten overslaan. Dit stelsel leiders niet zozeer tot waarheid als tot rust”.
En dat is al veel. Democratie is nooit de elegantste staatsvorm. Als elegantie het criterium is, kiest men best voor een dictatuur. De democratie is per definitie tijdverlies, prutswerk, inefficiëntie. Een schoonheidsprijs zullen er niet meer verdienen. Maar het is de enige manier om iedereen een beetje gelukkig te houden, of op zijn minst niet helemaal ongelukkig te maken. Rust in de tent, daar is het om te doen.

David Van Reybrouck demonstreert in zijn grote bezorgdheid om het voortbestaan van de parlementaire democratie ook een naà?ef geloof in het politieke theaterbestel. Hij sluit zich te nauw aan bij de officiële peptalk van de politieke partijbonzen, regeringen en parlementen. Hij vergeet het illusoire aspect van het parlementaire theater te onthullen. Het ware gevecht om de democratie speelt zich niet af in het parlementaire halfrond, maar in de coulissen van de macht.
De voornaamste oorzaak van de staat van ontbinding woekert immers reeds meer dan twee eeuwen als huiszwam in de parlementaire monarchie. Populisme is in deze hoogstens een nieuwe laag behangpapier.

Reacties graag naar mailadres.