Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Ahmet Altan, Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis.

11 mei 2019

Ahmet Altan, Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis.

Uitg. De Bezige Bij, 2019

Toen op een vroege ochtend in de zomer van 2016 werd aangebeld bij de Turkse journalist en schrijver Ahmet Altan wist hij meteen dat de politie voor de deur stond. Hij en zijn broer Mehmet werden gearresteerd in de nasleep van de mislukte staatsgreep in Turkije. De verdenking: verspreiding van verborgen boodschappen ter aanmoediging van de coupplegers. Begin 2018 werd Altan veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. De rest van zijn leven zal hij drieëntwintig uur per dag doorbrengen in eenzame opsluiting. 

In Ik zal de wereld nooit meer zien beschrijft Altan op urgente wijze de politieke situatie in Turkije en zijn leven in de gevangenis. Hij overstijgt daarmee zijn eigen tragedie en schrijft indrukwekkend over universele thema’s als vrijheid en het verloop van de tijd, die in een ander licht komen te staan als je weet dat je voor altijd opgesloten zit. Vanuit zijn cel kan Altan nog maar één ding doen: een verhaal vertellen dat zijn lezers niet meer loslaat. Ik zal de wereld nooit meer zien is een oprecht en belangrijk verhaal voor iedereen die gelooft in de kracht van het woord.


Deze ‘Aantekeningen uit de gevangenis’ van Ahmet Altan zullen de lezer mooier, langer en sterker bijblijven dan ‘Aantekeningen uit het ondergrondse‘ van F.M. Dostojevski. Omwille van de korte gestileerde stukjes want ieder hoofdstuk diende uit Erdogans gevangenissen gesmokkeld te worden, omwille van de minutieus belichte kracht van het bevrijdend schrijven, omwille van ontroerende scènes zoals het leven in de cel tussen vaderlandslievende kolonels en magistraten op weg naar psychiatrische begeleiding, omwille van het samen bidden van de ongelovige schrijver met de islamleraar wiens dochter van twintig – met het aangezicht van Rafaels Sixtijnse Madonna – dan toch werd vrijgelaten, omwille van de lectuur van Augustinus en Thomas van Aquino, omwille van ontbrekende spiegels, een rechtgelovige radiologe met hoofddoek die zich zonder aangezicht robotiseert in het ziekenhuis, psychiaters die hun patiënten met knellende handboeien behandelen, magistraten en rechters die in de gevangenis zichzelf reddeloos bevragen….

De gelijkenis met de slachtoffers van Stalins zuiveringen is groot wegens in Erdogans inquisitie-kerkers veel mensen die dachten in de traditie van hun ouders en grootouders in dienst van de seculiere Turkse staat te hebben geleefd en gewerkt. Maar dat bleek dan een generatielange illusie.

Maar het verbluffendste en tegelijk het meest serene van Altans ‘Aantekeningen uit de gevangenis’ behandelt de kracht van het schrijven, het bevrijdende woord, de intuïtie van de romankunst.

‘Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis’ is een ode aan de ongebreidelde kracht van de verbeelding als wezenlijk voor menselijke waardigheid die dwars door muren gaat, ook door de muren van de tijd.

9. Het was een herhaling van dezelfde werkelijkheid. Omdat dit land zich te traag door de geschiedenis heen bewoog om de tijd vooruit te laten gaan keert hij terug en vouwt zich dubbel. Vijfenveertig jaar later was de tijd teruggekeerd naar dezelfde ochtend.

14. Gebeurtenissen, gevaren en de werkelijkheid om je heen verlangen bepaalde woorden en handelingen van je. Wanneer je weigert je naar verwachting te gedragen, wanneer je het onverwachte doet en zegt, zal de werkelijkheid zelf in verwarring raken en te pletter slaan tegen de dwarse stuwdammen van je geest. Dan verover je de macht om van die brokstukken een nieuwe werkelijkheid te creëren in de veilige havens van je geest. De kunst is het onverwachte te doen en te zeggen.

15. Als ik mijn vader niet had zien lachen toen hij vijfenveertig jaar geleden werd weggevoerd in een politieauto, als ik niet van mijn vader had gehoord dat de gezant van Carthago zijn hand in het vuur had gestoken toen hij werd bedreigd met marteling, als ik niet had geweten dat Seneca zijn vrienden om hem heen troostte terwijl hij op bevel van Nero in een kuip met warm water zijn polsen doorsneed, als ik niet had gelezen dat Saint-Just, nog maar zesentwintig jaar oud, op de avond voor hij het schavot van de guillotine beklom in zijn laatste brief had geschreven ‘de omstandigheden zijn alleen moeilijk wanneer je je verzet om het graf in te gaan’, dat Epictetus heeft gezegd ‘al is ons lichaam tot slaaf gemaakt, onze geest kan vrij blijven’, als ik niet de kennis had gehad dat Boëthius zijn bekendste werk in een dodencel had geschreven, dan zou ik bang zijn geworden van de realiteit die me insloot in die politieauto. Ik zou de kracht niet hebben gevonden om  er de spot mee te drijven en haar te vermorzelen. Ook had ik die zin niet kunnen zeggen met een verborgen lach die vanuit mijn longen naar mijn lippen steeg. Ik zou van ellende ineengekrompen zijn.

104. Ik vergeet alles buiten het onderwerp waar ik over schrijf. Vergeten is de grootste vrijheid die je kunt hebben. De gevangenis, de cel, de muren, deuren, sloten, problemen, mensen, alles en iedereen die mijn leven begrenst en zegt ‘je kunt hier niet weg’ lost op. Schrijven draagt een magische tegenstrijdigheid in zich, je kunt je erin verschuilen terwijl je jezelf met je woorden ontvouwt voor de wereld. Het zorgt ervoor dat je vergeet, maar ook dat je wordt herinnerd.

131. Desondanks wekt de zoektocht van vrome gelovigen naar het goede en morele in religie enige sympathie bij me op. Ze zoeken een houvast om goed en moreel te kunnen zijn en het kwaad te weerstaan. Omdat ze geloven dat ze goedheid en moraliteit enkel door God kunnen vinden, kunnen ze zich absoluut niet voorstellen dat ongelovigen goed en moreel kunnen zijn. Volgens hen is een ongelovige in principe immoreel en slecht. Zonder dat ze het beseffen accepteren ze eigenlijk dat een persoon niet zonder hulp van ‘buiten’ goed kan zijn, dat er geen ‘goedheid’ in de mens te vinden is.

137. Ze zullen Meryem snel vrijlaten,’ zei ik. ‘En ik beloof je, wanneer ze haar hebben vrijgelaten zal ik samen met jou bidden en God danken.’ Het was zo’n vrome man, het idee dat een ongelovige samen met hem zou bidden vrolijkte hem op, terwijl hij misschien wel een van zijn moeilijkste momenten meemaakte. Hij glimlachte. ‘Echt?’ vroeg hij. ‘Echt, ik beloof het.’ Hij doorstond vier zware maanden. Hij droeg zijn pijn met waardigheid.

Vier maanden later lieten ze Meryem vrij. Twee vrome gelovigen en een ongelovige… Zij aan zij verrichtten we het gebed. We dankten God in een cel voor Meryems vrijlating.

185. Ik merkte dat degenen die veel macht en een sterke positie hadden minder waren opgewassen tegen de schokkende slagen van het leven. Nu ze waren verbannen van de hoge plekken vanwaar ze hadden geheerst over het lot van andere mensen leden ze meer dan anderen toen ze de grond raakten. De hevigheid van de schok verpletterde hun ziel. Ik hoorde van hen dat het vooral de voormalige openbaar aanklagers en rechters waren die naar de psychiater gingen.

204. Omdat ik ze niet in de gevangenis op papier wil zetten schrijf ik ze allemaal op in de hoekjes van mijn geest met de donkere inkt van mijn geheugen.

Ik weet dat ik schizofreen ben zolang deze mensen in mijn geest blijven. Ik weet ook dat ik een schrijver ben als deze mensen zichzelf terugvinden in zinnen op de pagina’s van een boek.

Ik schep er plezier in om zo heen en weer te slingeren tussen schizofrenie en schrijverschap.

Ik zweef als rook en verlaat de gevangenis samen met deze mensen die in mijn geest bestaan.

Ze mogen dan wel de macht hebben me gevangen te zetten, maar niemand beschikt over de kracht me in de gevangenis te houden.

Ik ben een schrijver.

Ik ben noch waar ik ben noch waar ik niet ben.

Als je me opsluit zal ik de wereld rondreizen op de vleugels van mijn onbegrensde geest.

Trouwens, ik heb vrienden over de hele wereld die me helpen te reizen, de meesten heb ik nog nooit ontmoet.

Ieder oog dat leest wat ik geschreven heb, iedere stem die mijn naam herhaalt, houdt mijn hand vast als een kleine wolk 

en laat me vliegen over de laaglanden, de bronnen, de bossen, de zeeën, de steden en hun straten. Ongemerkt onthalen ze me als gast in hun huizen, in hun gangen, in hun kamers.

Ik reis over de wereld in een gevangeniscel.

Zoals je misschien al wel weet, beschik ik over een goddelijke arrogantie, eentje die niet vaak erkend wordt, maar die uniek is voor schrijvers en die al duizenden jaren van de ene op de andere generatie wordt doorgegeven. Ik beschik over een vertrouwen dat groeit als een parel binnen de harde schelpen van de literatuur. Ik beschik over een immuniteit die beschermd wordt door het ijzeren harnas van mijn boeken.

Ik schrijf in een gevangeniscel.

Maar ik ben niet in de gevangenis.

Ik ben een schrijver.

Ik ben noch waar ik ben noch waar ik niet ben.

Je kunt me gevangenzetten, maar je kunt me niet in de gevangenis houden.

Omdat ik, zoals alle schrijvers, over magie beschik. Ik loop met gemak door muren heen.

Reacties graag naar mailadres.