Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Koen Peeters, Kamer in Oostende

18 augustus 2019

Koen Peeters, Kamer in Oostende. 

uitg. De Bezige Bij Amsterdam 2019

 

Alweer een beklijvend boek van Koen Peeters, de meester van de verfijnde lossigheid, de sprezzatura die de grootste pijn omzichtig weet te passeren. Maar zo dat de lezer het zeer toch maar net niet kwijt raakt. Naar sfeer, naar woorden en nu in ‘Kamer in Oostende’ – met de schilder Koen Broucke – ook naar beelden.

Na ‘Bloemen’, ‘Duizend Heuvels’, ‘De mensengenezer’ en ‘Romeins Dagboek’ doet hij het weer. Omzichtig, schijnbaar luchtig en terloops. Maar steeds als een vorm van troost.

240.Ik zie de terugkerende tijd, de trage mechanica waarvan mensen deel uitmaken. Ik zie hoe de tijd in voorwerpen indaalt, op melancholieke wijze versmelt, de dingen doet verkleuren.

In schrijfkamers, boeken en schilderijen blijft de kracht van gedane zaken bewaard. Ik weet niet wat te zeggen. We kijken elkaar aan.

Als ik neerzit in de schaduw van de schrijver, met die hoed aan het tafeltje, voel ik hoe alles groter en betekenisvol kan worden. Ik ben deel van het liefdevolle geloof in de nederige, moedige arbeid van de kunst. Het is wreed en prachtig wat in boeken verschijnt, het is wat schrijvers en lezers zo nodig hebben, een troostend beeld en het verlangen zelf.


120. Perspectivisme noemden we dit eerder, maar we kunnen het nu al beter uitleggen: door iemands ogen, zelfs via een prentbriefkaart, kijken in het verleden. Ik las daarover bij Nietzsche: wij kunnen de werkelijkheid zelf niet kennen, we zien haar altijd door de ogen en woorden van anderen, in een vertekend perspectief. Maar terwijl Nietzsche het perspectivisme eerder zag als een gebrek, vind ik het een verrijking, iets interessants dat ons leert over de verteller zelf.

123. Oostende is de stad van de zelfportretten,’ zeg ik zeer affirmatief. Alsof ik een doorgestudeerd Oostendekenner ben. ‘Of de stad van de maskers,’ zegt Speliers. ‘Mensen komen zich hier onbeschaamd verbergen, en tegelijk demonstreren ze wie ze willen zijn. Een masker is ook maar een zelfportret.’

147. Deze stad lijkt te beloven dat mensen hier kunnen ontsnappen op een grootse manier. Het is de ideale plaats als een of andere tristesse zich aandient, voor wie opnieuw wil beginnen, met rugdekking van de zee.

235. Wat mij drijft naar Oostende is ook dit: dat een stad zoveel perspectieven kan bieden op de zee, dat we slechts kunnen raden hoe die naar ons terugkijkt. Het antwoord is: als een spiegel. Zilverkleurig vertelt ze het verhaal van de tijd.

 

Reacties graag naar mailadres.