Per Olov Enquist, De uittocht der muzikanten.
Per Olov Enquist, De uittocht der muzikanten. Uitg. Anthos 2008 – 1978
Flapteksten ruiken vaak naar flapdrollen van een ondraaglijke lichtheid.
Bij ’ De uittocht der muzikanten’ bestaat het de uitgever om in de flaptekst te vermelden:
? De uittocht der muzikanten draait om de lotgevallen van de familie Markstr?m, in het dorp Hjoggb?le in Noord-Zweden, waar Enquist zelf is opgegroeid. De wereld aan het begin van de twintigste eeuw wordt gekenmerkt door grote sociale veranderingen. Wanneer de sociaaldemocratische activist Elmblad naar het duistere noorden afreist om zieltjes te winnen, stuit hij in Hjoggb?le op een muur van verzet. De bewoners weigeren pertinent tot slachtoffer gemaakt te worden.??
Dit vraagt om meer. Waar zou Enquist deze interpretatie vandaan hebben?
We kennen hem als een van de grootste schrijvers van de laatste decennia. ‘Het bezoek van de lijfarts’ en ’ De reis van de voorganger’ zijn onmisbare meesterwerken voor wie een poging wil ondernemen om het werkingsmechanisme te begrijpen van politiek en ieder spel van en met de macht. Enquist heeft dit in zijn eigenste bloed en lymfe onderzocht en neergeschreven, beklijvend?re?el?en beklemmend universeel.
Maar hoger flaptekstepitheton voor de bewoners van het Zweedse hoge noorden is veel te veel eer. De bewoners herkennen zich als slachtoffers, leven als offerdieren en de energiekste onder hen beseffen dat niets hen bindt aan de directeuren van de houtzagerijen die hen te pas en te onpas minder wensen te betalen voor het werk dat ze leveren.
Enquist weet als uit eerste en eerlijke bron het leed en de angsten, het verlangen en de twijfelende ellende van?socialistische?en christelijke beroepsagitatoren te presenteren die een besloten bevolkingsgroep van buitenaf?proberen?te confronteren met de wereld erbuiten als spiegel voor het cultiveren van de in zichzelf gekeerde gemeenschap.?
Enquist onderzoekt de twijfels bij de socialistische?activist Elmblad die als beroepsagitator, een Stockholmer – een groter scheldwoord is nauwelijks denkbaar in de diepgelovige kustdorpen – de arbeidende klasse in het achterlijke noorden moet zien te organiseren voor kleine en grote stakingen. Maar ze verkiezen al te vaak verder te eten uit de hand van de meester al schragen ze zichzelf met een arbeidsethos dat hen belangrijker heet dan een passend loon: zij zijn niet lui, zij doen hun werk goed en degelijk. Aan het miskennen van hun arbeidsinzet en -ethiek tillen ze veel zwaarder in de eerste arbeidsconflicten dan aan het verminderde loon.
Enquist peilt de positie van de vrouwen die alleen het geloof en het gezin recht proberen te houden terwijl hun mannen bij gebrek aan lokale werkgelegenheid elders stakingsbreker of migrant spelen. ??
Al is dit een van zijn eerste boeken – nu pas vertaald in het Nederlands – je merkt hier al goed tot welk literair onderzoeksniveau Enquist zijn werk zal voeren. ?
Flaptekstschrijvers bij uitgeverij De Geus proberen van het aureool van Enquist te profiteren door hun Agneta Pleijel met ’ De chirurgijn van de koningin’ ?te lanceren als ’ een roman in de geest van P.O. Enquist Het bezoek van de lijfarts en Patrick S?skinds Het Parfum’?
In de geest van… een geest uit een lege fles waar op bijna karikaturale wijze het nochtans zeer boeiende conflict tussen chirurgijn-gynecoloog Herman Schutzer en de artsen aan het Zweedse Hofuit uit de doeken wordt gedaan.
Dit heeft niets te maken met het werk van per Olov Enquist, noch naar de soevereine geest noch naar de indringende vorm.
?
233. (...) hoewel ze nooit wilde toegeven dat ze bang was, (...) preekte ze steeds over voorzichtig zijn. (...) je moet je nooit op iets voor laten staan. Je moet niet geloven dat je iets bijzonders bent. Wees voorzichtig. Sa ooit borg voor iemand. Wees voorzichtig met je naam. Wees eerlijk. Schrijf nooit je volle naam neer als je iemand schrijft. Dat kan zich tegen je keren.?
?
242. Elmblad had gezegd dat de Vrijzinnigen een prop in de aars van de arbeidersbeweging waren. Zolang die prop er zat hoefde je een deel van de stront niet te zien, maar zo kon je niet tot in alle eeuwigheid doorgaan. Hoe eerder de prop verdwenen was, hoe beter.
?
273. Ik kreeg de indruk dat hij zich de geschiedenis had voorgesteld als iets wat zich buiten hem om afspeelde, bij anderen: een ware lutherse, nederige instelling. En of het alleen mogelijk was de grote richting waarin wij ons allemaal bewegen te begrijpen als je je blik van het centrum afwendde en die verlegde naar de kleine, onmerkbare, gegeneerde, discrete, verborgen en onwillige veranderingen bij de anderen, zij die deden of ze de richting niet veranderden, maar het duidelijk wel deden. Zo kon je de geschiedenis beschrijven en als een fantasieloze boekhouder nauwgezet al die vrome, toegenegen, niet zo volmaakte, machteloze buitengeslotenen optekenen die zich vergevensgezind tot hun onderdrukkers wendden en verontwaardigd ontkenden slachtoffer te zijn.?Uitg. Anthos 2008 – 1978