Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Vasili Grossman, Leven en Lot. uitg. Balans

24 mei 2009

 

Vasili Grossman, Leven en Lot. uitg. Balans

 

Het heeft bijna 50 jaar geduurd eer er een – overigens schitterende – Nederlandse vertaling verscheen van het XXste eeuwse ?Oorlog en Vrede? .

Grossmans epos werd dan ook ooit ? gearresteerd? door de KGB in 1960. Alle exemplaren van het manuscript werden geconfiskeerd.? De schrijver die er tien jaar aan gewerkt had stierf drie jaar later in en van ellende.

In 1980 verscheen in Zwitserland een editie op basis van een achtergehouden microfilm.

Tien jaar later kwam een oude vriend van de auteur met een gecorrigeerd manuscript boven water. Op basis van beide versies werd het levenswerk van Grossman eindelijk uitgegeven.

Ik heb het boek gelezen op het ritme van de Transsiberische spoorweg, waar het monotone geluid van de ijzeren wielen op de spoorovergangen reizigers in extase of verdwazing schokt. Het landschap aan het einde van de winter doet nog een schep bovenop leven en leed in Eeuwig Rusland.?Het heeft iets van een reis naar het einde van de nacht, in de goelag.

Grossman beschrijft de lotgevallen van enkele families tussen 1942 en 1943 wanneer de slag om Stalingrad Rusland en de hele wereld in haar greep hield. Hij weet op magistrale wijze het verlangen naar en de angst voor vrijheid te verwoorden, vrijheid voor de schapen onder de ogen van de wolven in het bos en van de honden van de vaderlijke herder.

Angst vermaalt menselijke radertjes tot ijzervijlsel.

Grossman beperkt zich niet tot de Russische kant van de oorlog. Zijn beschrijving van de nazi-kampen, de Jodenvergassing en de gelijkenis tussen het nationaal-socialisme en de Russisch ?socialisme in ??n land? variant is ijzingwekkend en menselijk.

Met Grossman besef je de intellectuele grootsheid van het standbeeld van Maarschalk Zjoekov dat pas in 1995 op het Manegeplein voor het Historisch Museum werd geplaatst. Hij diende als cavaleriegeneraal op het Rode Plein de overwinningsparade af te nemen wegens Stalin moeite met te paard zitten.

Het standbeeld van Zjoekov is groots omdat hij staande in de stijgbeugels zijn rechter arm met gestrekte hand naar beneden houdt, als om zijn troepen, alle soldaten, alle teruggekeerde overlevenden tot kalmte te manen en tot behoedzaamheid wanneer zij van het gruwelijke krijgsgeweld weer een weg moeten zien te vinden in een burgermaatschappij waar ook nog eens zoveel leed geleden werd.

Bij Grossman gaan humor en bloedstollende pijn hand in hand.

Hij weet de ijzige spanning in een winters Stalingrad? – waar alleen in een voorpost midden de Duitsers vrijheid van meningsuiting kan bestaan – te koppelen aan menselijke warmte.

Hij bouwt de angst van een succesvolle joodse kernfysicus gestaag uit tot een finale waarbij deze verplicht wordt door zijn jaloerse collega?s een petitie te tekenen die de zwaarste straffen eist tegen de joodse artsen die Stalin laat vervolgen. Wanneer hij zich door vrienden en collega?s verlaten steeds meer opsluit in zijn eigen tobben en alleen nog wacht op de KGB ?agenten die hem van zijn bed komen lichten, rinkelt de telefoon.

Een doffe stem met een Georgisch accent, die hij zo goed kent van radiotoespraken, beneemt hem de adem.

Josip Visarionovitsj belt zelf even om te informeren hoe het met hem gaat en of hij wensen heeft die zijn werk kunnen bevorderen, want zijn ontdekking levert een belangrijke bijdrage tot de ontwikkeling van de Russische kernbom.

 

Naast Jacq Vogelaars ? Over Kampliteratuur? zal Grossmans ?Leven en Lot? nog door vele generaties als het belangrijkste boek over de eerste helft van de XX ste eeuw gelezen worden.

Partijideoloog Soeslov beet Grossman bij de arrestatie van zijn boek toe dat ?Leven en Lot?? pas binnen twee- driehonderd jaar zou kunnen gelezen worden. Soeslov vergiste zich, zoals wel vaker.

Grossman zal binnen een paar eeuwen nog gelezen worden, door wie deze moeilijke eeuw van oorlogen en nationalisme wil begrijpen. Net zoals Tolstojs ?Oorlog en Vrede? vandaag ook nog gelezen wordt door wie weten wil.

 

147 – 149: de rouw van een moeder om haar gesneuvelde zoon, een pi?ta uit taal gehouwen.

?Ze zag de takken van de bomen, de gepolijste grafstenen die glansden in de zon, het bordje met de naam van haar zoon: ?S j a p os j n- ? stond er in grote letters, en ?-ikov? was er naast gepriegeld. Ze had geen gedachten en geen wil. Ze had niets meer. Ze stond op, pakte de brief op, sloeg met verkleumde handen de kluitjes aarde van haar jas en klopte hem uit, ze veegde haar schoenen schoon en schudde langdurig haar hoofddoek uit tot hij weer wit was. Ze deed hem om haar hoofd en met de punten veegde ze het stof uit haar wenkbrauwen en boende ze de bloedvlekken van haar lippen en haar kin. Zonder om te kijken liep ze naar de poort, niet?langzaam en niet snel. ?

187.? Maar wat heeft berouw voor zin; het is nooit meer goed te maken. Dat was het eerste wat ik je wilde zeggen. Het tweede is dit: we hebben de vrijheid niet begrepen. We hebben haar verpletterd. Ook Marx had niet genoeg respect voor de vrijheid, terwijl die het fundament is, de zin, de grondslag der grondslagen. Zonder vrijheid kan er geen proletarische revolutie?zijn. Dat ten tweede. En ten derde: we doorstaan het kamp en de taiga ? ons geloof is sterker dan dat alles. Maar dat is geen kracht, het is zwakte, instinct tot zelfbehoud. Daar, aan de andere kant van het prikkeldraad, gebiedt het instinct tot zelfbehoud mensen om te veranderen, anders gaan ze ten onder of belanden in een kamp. De communisten hebben een afgodsbeeld opgericht, epauletten en uniformen aangetrokken, ze belijden het nationalisme, ze hebben de hand opgeheven tegen de werkende klasse en als het moet eindigen ze als de Zwarte Honderd-beweging. Maar hier in het kamp gebiedt hetzelfde instinct mensen om niet te veranderen; als je nog niet in je kist wil, blijf je tientallen jaren dezelfde in het kamp, daarin ligt je redding. Dat is de keerzijde van de medaille.?

206. Bij een massaslachting onder mensen wordt de bevolking evenmin bevangen door bloeddorstige haat voor de oude mannen, kinderen en vrouwen die moeten worden uitgeroeid. Daarom is het noodzakelijk om een massaslachting voor te bereiden met een speciale?campagne. In dit geval volstaat het instinct tot zelfbehoud niet en moet de bevolking worden aangezet tot haat en afkeer.

Het was in zo?n sfeer van haat en afkeer dat de uitroeiing van de Oekra?ense en Wit-Russische Joden werd voorbereid en uitgevoerd. (...)

De ervaring heeft uitgewezen dat het grootste deel van de bevolking tijdens zulke campagnes als gehypnotiseerd alle aanwijzingen van de autoriteiten opvolgt. Er is een klein deel van de bevolking dat het klimaat van de campagne cre?ert: mensen die zich aan bloeddorstig leedvermaak overgeven, ideologische fanatici, mensen die persoonlijke rekeningen willen vereffenen of die azen op de spullen, woningen en banen van de slachtoffers. De meeste mensen zijn innerlijk geschokt over de massamoorden, en verbergen dat niet alleen voor hun familieleden, maar ook voor zichzelf. Die mensen vullen de zalen waar de bijeenkomsten gewijd aan de vernietigingscampagnes worden gehouden. En hoe vaak die ook plaatsvinden, hoe groot de?zalen ook zijn, het komt haast nooit voor dat iemand de stilzwijgende unanimiteit van stemmen doorbreekt. En nog zeldzamer zijn natuurlijk de voorbeelden van mensen die zich niet afwenden als ze de smekende blik ontmoeten van een hond verdacht van hondsdolheid, maar hem een schuilplaats bieden in hun eigen huis, bij hun vrouw en kinderen. Toch is dat gebeurd.

230.? We hebben instructies van de politieke afdeling om de soldaten in te prenten dat het Rode Leger een leger van wrekers is. Dan kan ik niet over internationalisme of klassensolidariteit beginnen. Het gaat erom de woede van de massa?s te mobiliseren tegen de vijand. Anders zou ik als de idioot in het sprookje zijn, die op een bruiloft voor de zielenrust van de dode begon te bidden.?

 

362. Een vriend is iemand die je zwakheden, je gebreken en zelfs je ondeugden rechtvaardigt en die je gelijk, je talent en je verdiensten bevestigt. Een vriend is ook iemand die je liefdevol ontmaskert in je zwakheden, je gebreken en je ondeugden.

Vriendschap is dus gebaseerd op overeenkomsten, maar manifesteert zich in verschillen, tegenstellingen en uiteenlopende opvattingen. Bij vriendschap hoort het ego?stische streven om van een vriend te ontvangen wat je zelf niet hebt. En bij vriendschap hoort ook het?gulle verlangen om door te geven wat je bezit. Het zoeken naar vriendschap is eigen aan de mens, en wie geen vrienden kan vinden onder de mensen, vindt ze onder de dieren ??onder honden, paarden, katten, muizen of spinnen. Een absoluut sterk wezen heeft geen vriendschap nodig, maar dat lijkt alleen voor God te kunnen gelden.

 

405. Wat is toch de reden van onze vijandschap? Ik begrijp het niet… Is het dat Adolf Hitler geen F?hrer is, maar de lakei van mensen als Stinnes en Krupp?26 Dat er bij u geen privaat grondbezit?is? Dat de fabrieken en de banken aan het volk toebehoren? Dat jullie internationalisten zijn, terwijl wij rassenhaat prediken? Dat wij een brand hebben gesticht, die u probeert te blussen? Dat wij worden gehaat, terwijl de mensheid hoopvol naar Stalingrad kijkt? Is dat wat er bij u wordt gezegd? Onzin! Er is geen kloof tussen ons. Dat is een verzinsel. In wezen zijn we hetzelfde: een eenpartijstaat. Onze kapitalisten hebben niet de macht. De staat dicteert hun een plan en?een programma. De staat neemt hun productie en hun winst in beslag. Zes procent van de winst mogen ze houden, dat is hun loon. Uw eenpartijstaat stelt ook plannen en programma?s op en neemt de productie in beslag. En de arbeiders, die zogezegd de macht hebben, ontvangen ook bij u een loon van de staat.?

409 – 410.? Er zijn vele boeken geschreven over wat het kwaad is en wat het goede en hoe het kwaad bestreden moet worden. Maar het trieste aan dit alles is onbetwistbaar: waar de dageraad gloort van het eeuwig goede dat nooit zal worden overwonnen door het kwaad ? het kwaad dat eveneens eeuwig is, maar nooit sterker dan het goede ? daar vloeit bloed, daar sterven zuigelingen en oude mannen. Niet alleen de mensen, maar zelfs God is niet bij machte het kwaad in de wereld terug te dringen.? (...)

 

Ik heb de onwankelbare kracht gezien van het idee van het maatschappelijk welzijn dat in mijn land ontstond. Ik heb die kracht gezien in de periode van de algemene collectivisatie, en in 1937. Ik heb gezien hoe mensen werden uitgemoord in naam van een ideaal, even verheven en humaan als dat van het christendom. Ik heb gezien hoe hele dorpen de hongerdood stierven, ik heb boerenkinderen zien doodgaan in de sneeuw van Siberi?, ik heb treinen naar Siberi? zien?rijden met honderden, duizenden mannen en vrouwen uit Moskou, Leningrad en alle steden in Rusland, mensen die tot vijanden waren verklaard van het grote, lichtende idee van het maatschappelijk welzijn. Dat idee was groots en verheven, en toch heeft het mensen meedogenloos vermoord, levens verwoest, vrouwen van hun mannen losgerukt en kinderen van hun vaders.

Nu is de verschrikking van het Duitse fascisme boven de wereld verrezen. De lucht is vol van het gejammer en gesteun van de ter dood veroordeelden. De hemel is zwart gekleurd; de rook van de verbrandingsovens heeft de zon uitgedoofd. Maar zelfs deze misdaden, ongekend in het hele heelal, zelfs bij de mensen op aarde, worden gepleegd uit naam van het goede.

490. Analyse van het antisemitisme in Rusland en Duitsland.

545. Een mens wordt geleid door het lot, maar hij volgt omdat hij dat wil, hij is vrij om te weigeren. Het lot maakt een mens tot een werk- tuig van destructieve krachten, maar zelf weet hij dat hij daarbij wint en daarom volgt hij. Het meedogenloze lot en de mens hebben verschillende doelen, maar hun weg is dezelfde.

Reacties graag naar mailadres.