Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Jonathan Littell, De welwillenden. uitg. De Arbeiderspers 2008.

26 mei 2009

Jonathan Littell, De welwillenden. uitg. Arbeiderspers 2008.
Zoals ik Vasili Grossmans ? Leven en Lot? waardeer voor wie ook in de verre toekomst wil proberen het Stalinisme in Rusland en de Tweede Wereldoorlog te begrijpen, zo is Jonathan Littells ?De welwillenden? een pendant voor de andere kant van dezelfde medaille, die van nazi Duitsland.
Littell is harder, pijnlijker, gruwelijker, wellicht door zijn voor velen onbekend standpunt, dat van een jonge idealistische jurist met een indringende homoseksuele en sadomasochistische voorkeur. Hij is afstandelijker en dus in staat tot het benaderen van nog grotere gruwel. Al is het als lezer van ?De welwillenden? vaak moeilijk slikken om de morele en mentale pistes die Littell onthult.
Hij heeft een meesterlijke en aangrijpende krachttoer volbracht om door de ogen van SD jurist Dr. Max Aue de filosofie en het handelen van het Derde Rijk ontdaan van moraliserende epitheta te presenteren en in de verschillende discussies van de protagonisten op zoek te gaan naar de parallellen met het joodse gedachtegoed, de maakbaarheidsideologie?n van Oost en Midden Europa, de Duitse romantiek, het stalinisme.
Littell heeft zich goed gedocumenteerd, ook op het vlak van de taal. De overgrote meerderheid van de daders heeft immers na de nederlaag van het Duizendjarige Rijk al dan niet vrijwillig gezwegen. De geschriften en interviews van Waalse SS-er Leon Degrelle – die er hoog mee opliep dat hij ooit door Hitler gecomplimenteerd werd als zijn ideale zoon – hebben alvast in taalgebruik tot voorbeeld gediend voor sommige beklemmende stukken.? Over het denken, doen en de verbale kunst van de fuhrer van het Waals Legioen schreef Jonathan Littell ? Le sec et l?humide?.

Degrelle (1906-1994) was voor de oorlog als leider van de voorheen katholieke beweging Rex de belangrijkste extreem rechtse figuur in de Belgische politiek. Voor hem werd de ?droge?, integere, ondoordringbare kracht van de noordelijke volkeren , inclusief de Waalse stam, tijdens de grootste en snelste militaire overwinning aller tijden gestopt in het ?vochtige slijk? dat volgens hem sterker was dan alle strategen.? Als SS-generaal ter dood veroordeeld sleet de Waalse collaborateur zijn dagen in het droge Spanje, niet ver van het vakantieverblijf van Koning Boudewijn te Motril.
? De welwillenden? – ?Les Bienveillantes? leest als een Griekse tragedie.
De Eumeniden, wraakgodinnen,? moeten in het laatste deel van Aeschylos? Oresteia de bloedwraak afzweren. Enkel wie als goedwillenden afzien van de wraak,?van het?oog om oog, tand om tand, kan een nieuwe maatschappij leefbaar proberen te krijgen voor de volgende generaties in Europa en daarbuiten.
Littels meesterwerk helpt daarbij.

?

29. Gestoorde gekken heb je overal en altijd. In onze rustige buitenwijken wemelt het van de pedo?elen en psychopaten, in de tehuizen voor nachtopvang zit het vol met doorgedraaide megalomanen; sommigen worden daadwerkelijk een probleem, ze vermoorden twee, drie, tien, soms zelfs wel vijftig mensen ? waarna dezelfde staat die hen in een oorlog onbekommerd zou inzetten, hen vermorzelt als waren het van bloed verzadigde muggen. De rol van zulke zieke ?guren is te verwaarlozen. Het werkelijke gevaar, vooral in onzekere tijden, dat zijn de gewone mensen die samen een staat vormen. Het werkelijke gevaar voor de mens dat ben ik, dat bent u. En als u daar niet van overtuigd bent, heeft het ook geen zin om verder te lezen. Dan zult u er niets van begrijpen en u kwaad maken zonder dat iemand daar iets aan heeft, u niet en ik ook niet.
?Net als de meeste mensen heb ook ik er nooit om gevraagd een moordenaar te worden. Zou ik de mogelijkheid hebben gehad, dan had ik me zoals gezegd aan de literatuur gewijd; door te schrijven, als mijn talent groot genoeg was geweest, of anders misschien door les te geven; ik had mijn dagen dan in ieder geval doorgebracht tussen mooie, rustige dingen, me verdiepend in het beste wat door ?s mensen wil tot stand is gebracht. Wie kiest er uit zichzelf voor om te gaan moorden, behalve een gek????????

38. Er zouden vast en zeker vergissingen worden gemaakt, onschuldige slachtoffers vallen, maar zo ging dat nu eenmaal in de oorlog; wanneer een stad wordt gebombardeerd, sterven er ook burgers. Hij besefte terdege dat wij het bij gelegenheid te kwaad zouden krijgen, dat onze menselijke en Duitse gevoeligheid soms zwaar beproefd zou worden; we moesten een overwinning op onszelf behalen; hij kon ons slechts een uitspraak voorhouden van de F?hrer, uit diens eigen mond gehoord: ‘De leiders zijn Duitsland het offer van hun twijfels verschuldigd. Dank u en Heil Hitler.?’???????????

72. Mijn taak was simpel: ik moest rapporten sturen over wat er zoal gezegd werd, over geruchten, grappen, de reacties op de opmars van het nationaal-socialisme. In Berlijn, zo had Ohlendorf me uitgelegd, werden de rapporten van duizenden V-M?nner samengevoegd, vervolgens ver-spreidde de sd daar dan een samenvatting van onder de verschillende instanties van de Partij, zodat deze zich een oordeel konden vormen over de gevoelens van het Volk en hun beleid daarop konden afstemmen. Dat was in zekere zin een vervanging van de verkiezingen; Ohlendorf was een van de bedenkers van dit systeem, waar hij zichtbaar trots op was.???????????

101. Sinds mijn kinderjaren werd ik achtervolgd door een heftige drang naar het absolute en naar het overschrijden van grenzen; en nu had die drang me naar de rand van de massagraven in de Oekra?ne gevoerd. In mijn denken had ik altijd het radicale gezocht; en nu had ook de staat, de natie, voor het radicale en absolute gekozen; hoe zou ik me dus juist nu kunnen afwenden, nee kunnen zeggen om uiteindelijk toch te kiezen voor het comfort van de burgerlijke wetten, voor de middelmatige zekerheid van het maatschappelijk verdrag? Dat was uiteraard onmogelijk. En zelfs al was die radicaliteit de radicaliteit van de afgrond, zelfs al bleek het absolute het absolute kwaad, toch moest ik ? daarvan was ik diep overtuigd ? tot het einde toe doorgaan, met wijdopen ogen.??????????

254. Voor (Tertullianus) ?Mutuum debitum est nativitati cum mortalitate’’ ?zou ik liever zeggen: geboorte en dood hebben een wederzijdse schuld, of: geboorte en dood staan bij elkaar in het krijt.
????????????????

393. Maar op ??n punt zult u het toch met mij eens kunnen zijn: al verschilt de analyse van de categorie?n die in het geding zijn, onze ideologie?n hebben in die zin iets fundamenteels met elkaar gemeen dat ze beide in essentie deterministisch zijn; in uw geval is dat een raciaal determinisme, in het onze is het economisch, maar het is hoe dan ook determinisme. Wij geloven allebei dat de mens zijn lot niet vrijelijk kiest, maar dat het hem door de natuur of de geschiedenis wordt opgelegd. En daaruit trekken we allebei de conclusie dat er objectieve vijanden bestaan, dat bepaalde categorie?n mensen met recht kunnen en moeten worden ge?limineerd, niet om wat ze hebben gedaan of desnoods gedacht, maar om wat ze zijn. We verschillen alleen in onze omschrijving van die categorie?n: voor u zijn het de joden, de zigeuners, de Polen en zelfs, meen ik te weten, de geesteszieken; voor ons zijn het de koelakken, de bourgeoisie en degenen die er andere opvattingen op na houden dan de Partij. In feite komt dit op hetzelfde neer; allebei keren we ons tegen de homo economicus van de kapitalisten, tegen de zelfzuchtige, individualistische mens, die in de val zit van zijn vrijheidsillusie, en verkiezen we de homo faber. Not a self-made man but a made man, zou je in het Engels kunnen zeggen, of eigenlijk een mens die nog moet worden gemaakt, want de communistische mens moet permanent worden gevormd en opgevoed, net als uw volmaakte nationaal-socialist. En die te maken mens rechtvaardigt het meedogenloos uitroeien van alles wat niet valt op te voeden, rechtvaardigt dus de nkvd en de Gestapo, de tuinlieden van de samenleving, die het onkruid uitrukken en de goede gewassen streng onderwerpen aan hun verzorging.?
543. ?Dat de bevelen altijd vaag blijven, is normaal, dat gebeurt zelfs met opzet; het vloeit rechtstreeks voort uit de logica van het F?hrerprinzip. Wanneer iemand een bevel krijgt, moet hij de bedoelingen hiervan zelf onderkennen en dienovereenkomstig te werk gaan. Wie aandringt op expliciete orders of wettelijke maatregelen, heeft niet begrepen dat het gaat om de wil van de leider en niet om zijn orders, en dat de ontvanger van de orders verplicht is deze wil eruit te destilleren en er zelfs op te anticiperen. Wie zo te werk gaat, is een uitstekende nationaal-socialist en zal nooit het verwijt van overmatige geestdrift krijgen, zelfs als hij fouten begaat; de anderen zijn degenen die, zoals de F?hrer zegt, bang zijn om over hun eigen schaduw heen te springen.?
561. We zijn het er allemaal over eens dat in een nationaal-socialistische staat de laatste grondslag van het positieve recht wordt gevormd door de wil van de F?hrer. Conform het welbekende principe F?hrerworte haben Gesetzeskraft. We weten natuurlijk wel dat de F?hrer zich in de praktijk niet overal mee kan bezighouden en dat dus ook anderen in zijn naam handelend en wetgevend dienen op te treden. In beginsel zou deze gedachte moeten worden gedragen door het gehele Volk.
Zo heeft bijvoorbeeld Dr. Frank, in zijn verhandeling over het constitutionele recht, de de?nitie van het F?hrerprinzip als volgt uitgebreid: Handel zodanig dat de F?hrer, als hij uw handeling zou kennen, deze zou goedkeuren.
Tussen dit uitgangspunt en de imperatief van Kant bestaat geen strijdigheid.? ? ?Juist, ja. Frei sein ist Knecht sein, zoals het oude Duitse gezegde luidt.? ? ?Precies. Dit principe geldt voor ieder lid van de Volksgemeinschaft. We dienen aan ons nationaal-socialisme vorm te geven door de wil van de F?hrer te ervaren als onze eigen wil en dus, in de termen van Kant, als het fundament van het Volksrecht. Wie als een automaat aan bevelen gehoorzaamt, zonder ze kritisch op hun intrinsieke noodzaak te onderzoeken, die werkt niet in de geest van de F?hrer; meestal zal hij zich juist van hem verwijderen. Uiteraard is de eigenlijke grondslag van het v?lkische constitutionele recht het Volk zelf: buiten het Volk is dat recht niet van toepassing. Uw vriend maakt de fout dat hij zich beroept op een volstrekt mythisch, supranationaal recht, een bizar verzinsel van de Franse Revolutie.
Ieder recht behoort te rusten op een fundament. Door de geschiedenis heen is dat fundament altijd een ?ctie of abstractie geweest: God, koning, natie. Onze grote vooruitgang is dat wij het juridisch concept van de natie hebben gefundeerd op een concreet en onaantastbaar gegeven: het Volk, waarvan de collectieve wil tot uitdrukking wordt gebracht door de F?hrer, als vertegenwoordiger van dat volk. U zegt Frei sein ist Knecht sein, maar dan moet duidelijk zijn dat juist de F?hrer de grootste knecht is van allemaal, want hij is louter dienstbaarheid. Wanneer wij de F?hrer dienen, is hij niet de F?hrer maar de vertegenwoordiger van het Volk, wij dienen het Volk en moeten het dienen zoals de F?hrer het dient, in totale zelfverloochening. En daarom moeten we ons schikken wanneer we pijnlijke taken krijgen opgedragen, moeten we onze gevoelens bedwingen en die taken vastberaden volbrengen.??????

624-625. Taalgebruik – passief, actief – vergelijking van Nazi jargon met andere talen.????????

749. ?Laat ik citeren uit een jeugdwerk van onze illustere minister van Propaganda: Van belang is niet w?t men gelooft, maar d?t men gelooft.?????????????????

753. Daarnaast ben ik zelf veranderd. In mijn jonge jaren leefde ik in het heldere licht van mijn inzichten, ik had duidelijke idee?n over de wereld, over hoe ze moest zijn en hoe ze feitelijk was, over mijn eigen plaats daarin. Met de dwaasheid en hoogmoed eigen aan de jeugd had ik gedacht dat het altijd zo zou blijven, dat er nooit verandering zou komen in de levenshouding die ik op mijn analyses had gebaseerd. Maar ik was vergeten, of eigenlijk wist ik dat toen nog niet, wat de tijd vermag, wat een kracht de tijd en de vermoeidheid kunnen uitoefenen.
Dat vooral ondermijnde me, dat vooral haalde de grond onder mijn voeten vandaan, meer nog dan mijn besluiteloosheid, mijn ideologische verwarring, mijn onvermogen om een duidelijke positie te bepalen ten aanzien van de kwesties waar ik mee bezig was en me daaraan te houden. Die vermoeidheid houdt nooit op, alleen de dood kan er een eind aan maken, ook nu nog is ze aanwezig en ik zal haar altijd bij me dragen.

864. Door de joden te doden,? zei ze, ?hebben we onszelf willen doden, de jood in ons, datgene in
onszelf wat leek op de voorstelling die wij ons van een jood maken. We wilden de volgevreten burger in ons doden, die zijn centen telt, die eerbewijzen wil en droomt van macht, maar dan een macht die hij zich voorstelt in de persoon van een Napoleon III of van een bankier; we wilden het benepen, geruststellende burgerfatsoen doden, de spaarzaamheid, de gehoorzaamheid, de gedienstigheid van de Knecht, al die mooie Duitse deugden. Want we hebben nooit begrepen dat alle eigenschappen die we de joden toedichtten en die we laagheid, slapheid, vrekkigheid, gulzigheid, heerszucht en la?e boosaardigheid noemden, fundamenteel Duitse eigenschappen zijn, en dat de joden die eigenschappen alleen maar hebben omdat ze ervan hebben gedroomd op de Duitsers te lijken, Duits te zijn, omdat ze ons slaafs nabootsen, als waren wij de personi?catie van al wat mooi en goed is aan de gezeten burgerij, als waren wij het gouden kalf voor degenen die de hardheid van de woestijn en van de wet ontvluchten. Of misschien deden ze alsof, misschien hebben ze die eigenschappen uiteindelijk overgenomen uit hoffelijkheid, als een soort sympathiebetuiging, een toenaderingspoging. Wij daarentegen, wij Duitsers, droomden ervan joden te zijn, zuiver, onverwoestbaar, trouw aan een wet, anders dan alle anderen en in Gods hand. Maar in feite vergissen ze zich allemaal, zowel de Duitsers als de joden. Want als het woord ?jood? tegenwoordig nog iets betekent, dan is dat het Andere: een Ander en iets Anders, dat misschien onmogelijk is maar wel noodzakelijk.?

Eén reactie

  1. Jonathan Littell, Het droge en het vochtige. Arbeiderspers 2009 | Dupslog Zegt:

    [...] met ‘Het droge en het vochtige’ een handig toemaatje geschreven bij zijn meesterwerk ? De welwillenden? Aan de hand van het boek van Klaus Theweleit (1942) uit 1977 ?M?nnerphantasien? analyseert hij [...]