Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Zhao Ziyang, Staatsgevangene N º 1, de geheime dagboeken. Uitg. Balans

14 juni 2009

 

Zhao Ziyang, Staatsgevangene N º 1, de geheime dagboeken. Uitg. Balans

 

 

In twee delen geven deze dagboeken een boeiende kijk achter de schermen van de macht in de Volksrepubliek China.

Na de culturele revolutie en het afserveren van de Bende van Vier die als zelfverklaarde Mao-getrouwen de macht onder elkaar verder wensten te verdelen, bleken Deng Xiaoping en zijn volgelingen hun overwicht binnen de Chinese Communistische Partij te kunnen stabiliseren.

Deng bleek begrepen te hebben dat een strikte staatsgeleide economie in het kader van de maakbaarheidsideologie niet alleen veel te grootschalig was maar ook veel te grootschalige problemen opleverde in geval er wat misliep.

Hu Yaobang kon het als zijn eerste opvolger niet echt waar maken en verloor de steun van de oude partijelite. Deng opteerde dan voor Zhao Ziyang die als econoom in de zuidelijke provincies veel ervaring had opgedaan met de overgang van plan- naar markteconomie. Hij had echter geen of onvoldoende kennis van het netwerk van de centrale macht. Het gekonkel tegen hem werd alsmaar groter terwijl hij de aanstokers niet kon identificeren. Omdat hij geen – zelfs niet voor de schijn – volkslegitimatie kon voorleggen, restte hem niets anders dan de duimen te leggen en zijn politieke liquidatie te accepteren. Misschien ook om erger te voorkomen. 

Zhao slaagde er niet in om de oude partijelite op zijn hand te krijgen en kon niet verhinderen dat zij Deng Xiaoping als orakel naar hun pijpen lieten dansen.

In wezen blijkt de leiding van de CCP en de Chinese Volksrepubliek ook in die periode in handen van een zeer beperkte groep, met vaak onderlinge familiebanden. 

Naar buiten wordt het discours van de eerlijke, oprechte en direct communicerende partijleiding hoog gehouden. 

Achter de coulissen en binnen Zhongnanhai, de Verboden Stad van de Chinese staats- en partijtop, speelt zich een klassieke indirecte machtsstrijd af, waarop alle Machiavellistische precepten perfect toepasbaar waren, zijn en blijven.

Hun machtsspel is echter een schaduwspel, want ze missen de Spiegel van de democratische legitimatie. In essentie blijkt het binnen Zhongnanhai vooral te gaan om het niet in verlegenheid brengen van Deng. Verkiezingen blijven georchestreerde formaliteiten, ook binnen het partijcongres, centraal comité en politbureau. De democratisering die intussen ook door het belangrijkste deel van de huidige partijtop als noodzakelijk voor een verdere ontwikkeling van China wordt herkend, blijkt vaak te stuiten op personele tegenstellingen en belangen. 

Het tweede deel van zijn dagboeken is zo mogelijk nog interessanter.

Hier analyseert Zhao Ziyang de manier waarop de overgang van staatgeplande naar markteconomie is verlopen, waar de corruptie ontstond en hoe dit door de democratische trias kan bestreden worden. Hij heft duidelijk veel nagedacht over de noodzaak van democratisering voor de Chinese Communistische Partij, maar ook voor de Chinese Volksrepubliek. 

Het centralistische maakbaarheidsideaal van Mao en Deng worden nu erkend als noodzakelijk om van een achterlijk, agrarisch en uitgebuit land een nieuwe staat te maken die alles aan kan en waar de partijleden ijzer kunnen breken met hun handen, rotsen kunnen splijten met hun vuisten en boven alles de natuur naar de hand van de mens kunnen dwingen. Het is waarlijk onvoorstelbaar wat voor een geknoei de zogenaamde centrale planeconomie meebracht. Centraal werd opgelegd wat er moest geplant worden, wat er diende gemaakt te worden, zonder rekening te houden met wat de bodem en het klimaat aankan, wat de bevolking nodig heeft. Het is nauwelijks te begrijpen hoe een partij die de macht heeft bereikt met een techniek van guerilla en revolutionaire acties die een uiterste flexibiliteit vereisen, eens aan de macht verandert in aanhangers van een monolytische maakbaarheidsideologie die het hele immense land dezelfde criteria probeert op te leggen en dus de creatieve kracht van een heel volk nekt.

Deze hubris heeft vooral ontzaglijk veel ellende veroorzaakt, maar mag vandaag nog steeds niet als een gevaarlijk gebrek aan flexibiliteit worden omschreven. Binnen China en het Chinese denken blijft de spanning bestaan tussen het streven naar maximale stabiliteit van Confucius en de altijd durende beweging van de Tao.

De voorzichtige maar goed onderbouwde redeneringen van Zao over de noodzaak van democratie om de creativiteit van het Chinese volk ten volle tot ontplooiing te laten komen, lijken goed aan te sluiten bij de hedendaagse visie van partijleider en president Hu Jintao en eerste minister Wen Jiabao. De Chinese leiders weten dat zij tegen 2030 de machtigste natie ter wereld zullen zijn, al wordt voor de vorm nog over 2050 gepraat. Hun hoofdprobleem is lang niet meer hoe ze die status zullen bereiken, maar wel hoe ze die status kunnen behouden.

Bij het begin van de XIX de eeuw was China ook de machtigste natie van de hele wereld.  Veertig jaar later lag het hele Rijk van het Midden aan diggelen, vertrapt door buitenlandse koloniale mogendheden die hun wil, wetten en handelsbelangen oplegden.

Dit bezorgt de partijtop hoofdbrekens. Een democratisch proces kan de economie verder ontwikkelen. Wanneer China de westerse industriële grootmachten zal geëvenaard hebben, kan de eigen creatieve dynamiek dan het voortouw nemen? Wanneer de geleidelijke overgang van een centrale planeconomie naar een markteconomie op een niet al te gruwelijke manier is verlopen, moet de overgang van een eenpartijdictatuur naar een democratie ook mogelijk, haalbaar en wenselijk zijn.

Een fascinerende discussie, waartoe de uitgevers van de dagboeknota’s van wijlen Zao Ziyang een ferme voorzet hebben gegeven. Het gedeelte met economische en politieke bespiegelingen is de moeite voor wie al die jaren geïnteresseerd was in het wel en wee van China. Maar het komt mij voor dat Zhao in al die jaren van huisarrest veel kon studeren dan wel – mogelijk postuum – erg geholpen werd met de ordening van de politieke ideeën die hierin gepresenteerd worden.

118. Vroeg of laat moet de nagedachtenis aan de vierde juni worden opgelost. Hoe lang we het ook voor ons uitschuiven, vergeten zullen de mensen het niet. We kunnen het daarom maar beter zo snel mogelijk oplossen, liever proactief dan passief, en liever in stabiele dan in onrustige tijden. 

 

 

25. Zhao bekende dat hij midden jaren tachtig een hervormer was op economisch gebied, maar politiek gesproken conservatief. langzaam besefte hij dat zonder politieke hervorming het economische hervormingsbeleid gevaar liep: de massale corruptie bijvoorbeeld zou voortbestaan. In 1989 was hij bereid om bezoekend Sovjetleider Michail Gorbatsjov te vertellen dat de positie van de Chinese Communistische Partij niet zou veranderen, maar dat haar werkwijze wel 

zou moeten veranderen; het bestuur door mannen moest veranderen in een bestuur door wetten. Hij streefde naar een transparante overheid en verschillende kanalen openzetten voor een dialoog met allerlei sociale krachten. Bovendien vond hij dat die sociale krachten zich moesten kunnen organiseren, in plaats van dat ze werden overgeleverd aan de organen die geleid werden door de Partij-staat. Zhao wilde in de nationale wetgeving de mogelijkheid inbouwen van keuzevrijheid bij verkiezingen. 

In gevangenschap ontwikkelde Zhao zijn visie nog verder. ‘In feite is de Westerse parlementaire democratie nog het meest vitale systeem. Het is op dit moment het beste beschikbare alternatief.’ 

Moderniseren betekende dus zowel een markteconomie als een parlementaire democratie in China introduceren. Dat zou een lange overgangsperiode betekenen. De Communistische Partij zou tijdens deze overgang twee grote doorbraken moeten maken: enerzijds andere politieke partijen en een vrije pers toestaan, anderzijds democratische procedures invoeren in de Partij. De hervorming van het rechtssysteem en het invoeren van een onafhankelijke rechtspraak zou ook voorrang moeten krijgen.

 

51. Er bestonden veel geruchten over de kinderen van hoge leiders die zaken zouden doen met gebruikmaking van staatsmiddelen. ook mijn eigen kinderen werden hiervan beschuldigd. om deze reden stelde ik tijdens een bijeenkomst van het Permanent Comité van het Politbureau voor dat het Politbureau de opdracht zou geven aan de Centrale tuchtcommissie en het ministerie van toezicht om een onderzoek naar mijn familieleden in te stellen. later stuurde ik een officiële brief naar het Politbureau met het verzoek om mijn voorstel in te willigen. 

 

52. Ik merkte op dat sommige leden uit de partijtop te streng hadden gereageerd op de demonstraties, wat vooral voortkwam uit een achterhaalde mentaliteit, die gevormd was door hun blijvende gerichtheid op de klassenstrijd. De tijden waren veranderd en we moesten deze mentaliteit veranderen en mee laten buigen met de trend naar democratie en gerechtigheid.

 

 

Merkwaardig hoe Zao probeert legalistisch vast te houden aan de reglementen van de partijorganisatie, waarbij Li Peng en Deng Xioaping een staatsgreep plegen, binnen de partij en binnen de regering. Hij herkent de technieken van de culturele revolutie waarmee toen iedere democratie binnen de partij met de voeten werden getreden onder leiding van Mao die zo zijn machtsgreep consolideerde. Zao houdt zich dus gedeisd, om erger te voorkomen, voor hem, zijn familie en de economische ontwikkelingen binnen het land.  De beproefde technieken van kritiek en zelfkritiek passeren ook nog eens de revue, maar Zao laat zich daar niet meer aan vangen.

 

73 – 78. De vergadering van het Politbureau waarin gestemd werd om mij een administratieve straf op te leggen was een schending van het Handvest en de regels van de Partij in meer opzichten dan die ik zojuist heb genoemd. ten eerste, welk procedure was gevolgd om een uitgebreide vergadering met het Politbureau te houden? Het Politbureau was kort daarvoor niet bijeengekomen om het over mijn kwestie te hebben. Evenmin was het rechtmatig dat Hu Qili en ik buiten het Permanent Comité werden gesloten. Toen Wang Renzhong mij thuis opzocht, had hij nog gezegd dat er geen vergaderingen van het Politbureau waren geweest. De manier waarop men had besloten een uitgebreide Politbureau-vergadering te beleggen en wie dat besluit genomen hadden, was dus niet helemaal in de haak. 

Het Partijhandvest stelt duidelijk dat bijeenkomsten van het Politbureau moeten worden voorgezeten door de secretaris-generaal. 

Maar al voordat mijn titel mij officieel was ontnomen, was ik verstoken van het recht om vergaderingen van het Politbureau voor te zitten, dat naar li Peng was overgegaan. Ook dat was onrechtmatig. 

Bijzonder ironisch was de mededeling van Deng Xiaoping aan het begin van de stemming: ‘alle aanwezigen, of ze nu wel of geen lid zijn van het Politbureau, hebben het recht om te stemmen.’

 

118. Destijds stelde ik voor ‘de kwestie met democratische en rechtmatige middelen op te lossen’ en 

daar streefde ik oprecht naar. tegenwoordig geloof ik nog steeds dat door het treffen van zulke maatregelen, de situatie zonder bloedvergieten had kunnen worden opgelost. De ernstige en bloedige confrontatie had op zijn minst vermeden kunnen worden. 

Zoals bekend eisten de meeste studenten bestrijding van de corruptie en stimulering van de politieke hervorming; ze waren er niet op uit de Communistische Partij of de republiek omver te werpen. Het zou 

niet zo ver zijn gekomen als wij de acties van de studenten niet hadden betiteld als ‘tegen de partij gericht’ en ‘antisocialistisch’, maar in plaats daarvan hun redelijke eisen hadden ingewilligd, geduldig met ze hadden onderhandeld en gepraat en geprobeerd hadden de sfeer tot rust te brengen. 

Hadden we dat gedaan, dan zouden niet alleen de negatieve gevolgen van de bloedige confrontatie zijn vermeden, maar zou er een nieuw soort communicatie- en interactief patroon zijn ontstaan tussen politieke partijen, regering en volk; bovendien zou de politieke hervorming een stimulans hebben gekregen, zodat we niet alleen substantiële vooruitgang hadden geboekt op het gebied van economische hervorming, 

maar ook nieuwe inzichten hadden gekregen in de hervorming van het politieke systeem van ons land. 

Vroeg of laat moet de nagedachtenis aan de vierde juni worden opgelost. Hoe lang we het ook voor ons uitschuiven, vergeten zullen de mensen het niet. We kunnen het daarom maar beter zo snel mogelijk oplossen, liever proactief dan passief, en liever in stabiele dan in onrustige tijden. 

 

 

134. In de jaren vijftig en zestig zouden Chen Yuns ideeën als vernieuwend zijn beschouwd binnen de Partij. Maar omdat hij bleef geloven in ‘een klein beetje vrijheid binnen een overwegend geleide economie’ en erbij bleef dat de ‘planeconomie primair, en aanpassing aan de markt secundair’ was, raakte hij steeds meer vervreemd van de algemene doelen van de hervorming en de realiteit van die tijd. 

 

144. Ook stond Chen Yun kritisch tegenover joint ventures. Ik vond dat Chen Yun in zijn denken bleef steken in theoretische uitdrukkingen als ‘financieringskapitaal’ uit Lenins Over het imperialisme. 

Na de invoering van de hervormingen had hij Lenins Over het imperialisme herlezen. Hij vertelde me eens dat lenins beschrijving nog steeds klopte en dat we nog steeds in het tijdperk van het imperialisme leefden.

153.  Toen we er eerder eens over hadden gesproken om Shanghai open te breken, had Chen Yun zijn bedenkingen geuit. Hij zei dat men in regio’s als Shanghai en Zhejiang voorzichtig te werk moest gaan, omdat de mensen daar bijzonder listig waren en doorkneed in kapitalistische gedragingen. [Chen Yun zelf was in Shanghai geboren.] De hervorming van Shanghai liep om twee redenen achter: ten eerste omdat het een belangrijke regio was, ten tweede vanwege de instelling van Chen Yun.

Voor het hervormen van de economieën van socialistische landen zijn in het verleden twee fundamentele methoden gebruikt. De ene is de zogenaamde ‘shocktherapie’, waarbij alle regels in één keer worden veranderd, de andere is een veel geleidelijker proces. Door te kiezen voor een geleidelijke aanpak, heeft China kans gezien de economische ontwrichting te vermijden die de voormalige Sovjet-Unie en Oost-Europa hebben doorgemaakt. Zhao beschrijft op wat voor manier China tot die keuze is gekomen.

 

184. Jarenlang hebben onze inspanningen om de economie te ontwikkelen buitengewoon weinig resultaat opgeleverd. Ze vereisten een reusachtige inzet, terwijl die inspanningen nauwelijks beloond werden. 

Er waren meer problemen, afgezien van het economische stelsel, waaronder de zogenaamde gesloten- Deur-politiek die zelfvoorzienendheid tot iets volslagen onmisbaars maakte. Deze zelfvoorzienendheid werd verheven tot een ideologische activiteit en raakte geheel gepolitiseerd. 

Neem bijvoorbeeld de landbouw: wil men daarin de grootst mogelijke efficiëntie bereiken, dan hoort het eerste beginsel te zijn de kracht van de plaatselijke bodemgesteldheid ten volle te benutten. 

Men dient datgene te planten wat het meest geschikt is voor die grond. lange tijd was dat echter verboden. 

Met name één voorval heeft grote invloed gehad op mijn denkwijze. In 1978, toen ik nog in Sichuan werkte, had ik de leiding over een delegatie die Engeland en Frankrijk bezocht, en op de terugweg deed ik ook nog Griekenland en Zwitserland aan.  Om te beginnen bezocht ik de kust van de Middellandse Zee in Zuid-Frankrijk, een streek die wereldwijd in hoog aanzien staat wegens haar economische ontwikkeling. Het klimaat is er zeer droog en in de zomer valt er geen regen. volgens onze vroegere opvattingen zouden we onder zulke omstandigheden ‘de toestand die door hemel en aarde is geschapen veranderen’ door enorme irrigatieprojecten op touw te zetten, om in zo’n gebied gewassen te kunnen planten. In deze streek deed men dat niet, maar men plantte er druiven en andere gewassen die geschikt waren voor het droge klimaat. 

Zo ontstond op natuurlijke wijze de Franse wijnindustrie. De boeren waren daar buitengewoon welvarend. 

187. Dit alles is illustratief voor het feit dat we alleen in de omstandigheden die door een open-Deurpolitiek worden geschapen konden profiteren van wat we tot onze beschikking hadden en dat konden ruilen voor wat we nodig hadden. elke streek, elke maatschappij heeft haar sterke kanten; ook arme gebieden hebben voordelen, al was het maar goedkope arbeidskrachten. In de internationale concurrentiestrijd is dat een groot voordeel. 

Dat we alles zelf deden had tot gevolg dat we niet deden waar we het meest bedreven in waren. Daarom leden we ook enorme verliezen. Ik raak er inmiddels meer en meer van doordrongen dat een land dat zich afsluit, dat niet is opgenomen in de internationale markt en niet profiteert van de wereldhandel, achterop zal raken en modernisering onmogelijk maakt. 

206. Voor de bevrijding was Sjanghai een uitgesproken geïndustrialiseerde wereldstad geweest in de Aziatisch-Pacifische regio, met een grote voorsprong op Hongkong, laat staan op Singapore en Taiwan. Maar enige decennia later was Sjanghai compleet vervallen en lag de stad ver achter op Hongkong, Singapore en Taiwan. geen wonder dat mensen zich afvroegen wat voor voordelen het socialisme dan eigenlijk had. 

Als een gebied in China met honderden miljoenen inwoners net zo snel tot ontwikkeling kon komen als zij hadden gedaan, zou de situatie aanzienlijk verbeteren en geen mens zou nog zeggen dat het socialisme de ontwikkeling van de productiviteit in de weg stond. 

Vanuit politiek oogpunt bezien kon het de twijfel en angst wegnemen waarmee mensen de overname van Hongkong en Macau en de hereniging van Taiwan met het vasteland tegemoet zagen. De inwoners van die gebieden zouden met meer enthousiasme uitzien naar de terugkeer naar het vaderland. 

 

213. Het politieke stelsel zal moeten worden hervormd om de corruptie te kunnen bestrijden. opkomende landen hebben in de eerste stadia van hun ontwikkeling vaker periodiek te kampen met wijdverbreide corruptie. De economie groeit in een enorm tempo, terwijl de economische macht intussen in hoge mate geconcentreerd blijft. 

De publieke opinie heeft geen invloed op het gedrag van overheidsfunctionarissen. als de macht van een politieke partij niet aan banden wordt gelegd, kunnen haar bestuurders makkelijk corrupt raken. Uiteindelijk zal deze situatie gebaat zijn bij de ontwikkeling van een democratische politiek, een breder scala aan politieke activiteiten, een grotere deelname van de bevolking aan dit proces, en meer invloed van de publieke opinie op de macht. Sommige landen van de Asean en ook Taiwan hebben dit proces al doorgemaakt. Als de economische basis wijzigt, zal het politieke stelsel ook moeten worden hervormd. 

Een andere belangrijke, zo niet de meest essentiële kwestie is de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de rechtsstaat. Als een onafhankelijke wetsuitvoering ontbreekt en de regerende politieke partij in staat is in te grijpen, is het onmogelijk corruptie volledig uit te bannen. 

 

239. Ik had deze brief gestuurd omdat wij ons als centrale leiding in de jaren na de val van de Bende van Vier2 bij het bestuderen van de wreedheden die tijdens de Culturele Revolutie hadden plaatsgevonden vaak hadden gebogen over de vraag hoe voorkomen kon worden dat zo’n tragedie zich nogmaals zou voordoen. We kwamen tot de conclusie dat het nodig was bepaalde kanten aan het leiderschapsstelsel in onze Partij op te lossen om zo te voorkomen dat één enkel persoon alle macht naar zich toe kon trekken en naar eigen inzicht kon gebruiken. 


Machtstechnieken van massa-beinvloeding door cijfers te vervalsen

242. Hu Yaobang had onder andere gezegd dat het ministerie van Financiën jaren achtereen het tekort had overdreven om de bevolking angst aan te jagen. Chen Yun stelde dat het gemelde tekort wel degelijk klopte. Hij uitte tevens kritiek op de uitspraak van Yaobang dat men zich in het eerste vijfjarenplan alleen op grote ondernemingen had gericht en dat kleine en middelgrote bedrijven waren genegeerd. 

 

 

 

 

254  Onder deze omstandigheden was het erg moeilijk bepaalde mensen buiten schot te houden of het aantal slachtoffers beperkt te houden dan wel de schade zo klein mogelijk te houden. Daarom werden in Document nummer vier strikte grenzen aangegeven voor de straffen die aan mensen mochten worden opgelegd van wie in de campagne werd vastgesteld dat ze fouten hadden gemaakt. Dit stond als volgt in het document gedefinieerd: ‘Straffen die zullen worden gepubliceerd en administratieve straffen moeten eerst worden goedgekeurd door het Centraal Comité en mogen alleen worden opgelegd aan die paar partijleden die openlijk de bourgeois liberalisering propageren, die ondanks herhaalde aanmaningen weigeren van hun dwaalwegen terug te keren, en die zeer grote invloed hebben.’ In het document stond ook: Mensen die er waandenkbeelden op na houden kunnen tijdens bestuursvergaderingen van de Partij door medepartijleden worden bekritiseerd. Zij moeten het recht hebben er hun eigen opvattingen op na te houden, en de kritiek moet op rustige wijze worden geleverd.’ 

 

311. Tevens deden er geruchten de ronde waarin mijn gezin en ik werden aangevallen. er werd beweerd dat mijn kinderen zich verrijkten met de illegale handel in kleurentelevisies, auto’s, graan en staallegeringen. Het waren stuk voor stuk op niets gebaseerde verhalen, maar ze verspreidden zich als een lopende vuurtje. toen ik eenmaal was afgetreden, werd onmiddellijk een onderzoek gestart, wat buitengewoon nuttig was. De onderste steen werd boven gehaald, maar het leverde allemaal niets op. 

Voordien waren dit soort geruchten over mij altijd zeldzaam geweest. Hoe kwam het dan dat ze in de laatste helft van 1988 ineens de kop opstaken, waardoor de indruk ontstond dat mijn familie corrupt was? Dit was geen spontaan op gang gekomen campagne maar een weloverwogen poging mij in een kwaad daglicht te stellen en mijn aanzien als hervormer teniet te doen. 

 

315. In mijn verslag aan het Dertiende Partijcongres kwam een verwijzing naar de markteconomie voor zonder dat ik nu precies dat woord gebruikte. Ik stelde dat ‘de staat in de markt ingrijpt en de markt de ondernemingen aanjaagt’.  Zo werkt de markteconomie, waarbij de staat alleen ingrijpt om aanpassingen te doen, en dat alleen met gebruikmaking van economische middelen. De markt zou richting geven aan ondernemingen en productie. verder zei ik dat zulke marktmechanismen alle aspecten van de maatschappij dienden te bestrijken. 

 

318. In het oosten wordt anders politiek bedreven dan in het Westen. Hier in het oosten zal uw pensionering echt geen eind maken aan hun bemoeienis, net zo min als het feit dat zij geen officiële functies meer bekleden. Zolang deze heldhaftige stichters van ons land in leven zijn, zal niemand hen ervan kunnen weerhouden zich met staatszaken te bemoeien. als u zich er niet meer mee bemoeit en zij gaan er gewoon mee door, wordt het er voor ons alleen maar lastiger op. Zolang u de touwtjes in handen hebt, is het eenvoudiger dingen voor elkaar te krijgen.’

 

320. Zodra Deng liqun bij de verkiezingen tijdens het Dertiende Partijcongres had verloren, schreef kameraad Chen Yun een brief om ervoor te zorgen dat zijn inkomen en onkostenvergoedingen werden veiliggesteld. Deng Liqun ontvangt tot op de dag van vandaag het pakket vergoedingen van een secretaris van het Secretariaat van het Centraal Comité of een lid van het Permanent Comité van de Centrale adviescommissie, terwijl hij nooit als lid van deze laatste groep is gekozen. Kortom, een hoogst abnormale situatie. 

Deng Liqun is in feite de machtige schrijver onder diegenen die oppositie voeren tegen de hervormingsplannen van Deng Xiaoping. De invloed van Deng Liqun moet beslist niet worden onderschat. Toen het tijdschrift Rode Vlag en het onderzoeksbureau van het Secretariaat waren gesloten, trof Deng liqun andere regelingen voor de mensen die achter zijn werk stonden. Deng Liqun bekleedt nog steeds functies in allerlei organisaties, waar hij de zeggenschap heeft over ideologie en theorie, met name op het gebied van de partijgeschiedschrijving en andere partijpublicaties. 

Li Xiannian was de vooraanstaandste partijoudste die zich tegen de hervormingen van Deng Xiaoping verzette. Hij koesterde een diepe afkeer jegens mij omdat ik de hervormingen van Deng Xiaoping ten uitvoer bracht. omdat hij moeilijk openlijk tegen Deng in opstand kon komen, richtte hij zijn pijlen dus maar op mij. Li Xiannian beweerde dat Deng Xiaoping de enige was naar wie ik luisterde, en dat ik hem volkomen negeerde. 

 

326. Naar mijn idee was Deng enigszins ontevreden over het bestaande politieke bestel. Hij geloofde oprecht in hervormingen op dat gebied. Het was echter zeker niet zo dat hij daarbij dacht aan het moderniseren en democratiseren van de politiek, maar eerder aan het soort administratieve hervorming dat alleen betrekking heeft op specifieke voorschriften, de organisatie, de methodologie en de algehele sfeer. Deng was van mening dat het handhaven van de een-partijregel die de Communistische Partij aanhing een absolute voorwaarde was voor de hervormingen. De hervormingen waren juist bedoeld om die eenpartijregel vastere voet aan de grond te laten krijgen. Deng was dan ook fel gekant tegen elke hervorming waarbij die regel op losse schroeven zou komen staan. De indruk die de meeste mensen hadden van Deng Xiaopings ideeën over politieke hervormingen ontleenden ze aan een toespraak van hem tijdens de uitgebreide vergadering van het Politbureau in augustus 1980, getiteld ‘De Hervorming van het Partij- en Staatsleiderschapssysteem’. Daarin leverde hij kritiek op de bureaucratie, de al te grote machtsconcentraties en de patriarchale houding die indertijd stuk voor stuk onderdeel uitmaakten van het systeem. Hij wees erop dat deze problemen inherent waren aan het bestaande systeem en dat een goed systeem het gewetenloze mensen onmogelijk maakte naar eigen goeddunken te handelen, terwijl het slechte systeem fatsoenlijke mensen ervan weerhield zich werkelijk goed te gedragen of hen zelfs het slechte pad op dreef. Hij ging zelfs zover dat hij een uitspraak van voorzitter Mao aanhaalde waarin deze dat Stalin in Westerse landen als Engeland, de verenigde Staten of Frankrijk nooit het socialistische rechtssysteem zo met voeten had kunnen treden als hij had gedaan. en in zijn analyse van de oorzaken van de bestaande tekortkomingen had hij het vooral over de invloed van het feodalisme. 

We waren dan wel al achtentwintig jaar bezig onze nieuwe democratische revolutie op te bouwen en we hadden de regels van het feodalisme en het feodale landbezit dan wel afgeschaft, zei hij, maar we hadden duidelijk onderschat hoe lastig het was om elk spoor van feodalisme uit ons politiek denken te bannen en hadden die taak dus nog niet volbracht. 

Deze toespraak van Deng Xiaoping had makkelijk de indruk kunnen wekken dat hij van harte bereid was voort te gaan met het moderniseren en democratiseren van de politiek en dat hij de grondslagen van ons politieke stelsel wenste te veranderen, maar dat was beslist niet zo. nadat hij deze tekortkomingen aan de kaak had gesteld, stelde Deng maatregelen voor die het terrein van specifieke voorschriften, organisatie, methodologie en algehele sfeer niet te buiten gingen en die al helemaal geen effect hadden op de grondslag van het systeem. Zijn hervormingen waren zuiver administratief van aard. 

 

330. Deng was een groot bewonderaar van het politieke stelsel in socialistische landen waar de macht in handen was van slechts één of enkele personen. voor systemen waarin de machten door middel van checks and balances waren gescheiden koesterde hij een diepe minachting. tijdens zijn gesprek met de Joegoslavische gasten zei hij: ‘een van de grootste voordelen die socialistische landen hebben is dat iets waarover een beslissing is genomen en een resolutie is aangenomen zonder verdere belemmeringen kan worden uitgevoerd terwijl er in het ongelooflijk ingewikkelde parlementaire democratische proces er alleen maar over gepraat wordt zonder dat het tot uitvoering komt. onze efficiëntie is in dit opzicht aanzienlijk groter; wij voeren dingen uit zodra we tot een besluit zijn gekomen. Ik doel hier op de algehele efficiëntie. Dit is een sterke kant van ons systeem die we beslist niet mogen opgeven.’ Kortom, Deng beschouwde een systeem waarin alle restricties of checks and balances ontbraken en de macht in slechts een paar handen was geconcentreerd als een groot voordeel. 

‘We moeten nooit ofte nimmer het Westerse systeem met de drie gescheiden machten overnemen! laten we vooral de voordelen van het socialistische systeem veiligstellen.’ 

Dit soort opmerkingen maakte Deng herhaaldelijk. 

Ergens begin jaren tachtig zei Deng het volgende over de militaire interventie van de Sovjet-Unie in Afghanistan: ‘naar mijn mening leggen de amerikanen het af tegen de Sovjet-Unie. De Sovjets kunnen al na één enkele vergadering van het Politbureau tot actie overgaan. Dacht je dat de amerikanen dat kunnen?’ 

336. Ik heb eens een brief gekregen van een arbeider uit Shaanxi die schreef dat hij vele toespraken van me had gelezen en geloofde dat ik op economisch terrein een hervormer was maar wat politieke kwesties aanging uitgesproken conservatief. In die tijd en tot halverwege de jaren tachtig klopte die beschrijving van mijn manier van denken zeer goed. Daarom sprak Dengs beroemde toespraak uit 1980 over het hervormen van het leiderschap van Partij en staat mij ook absoluut niet aan, laat staan dat mijn houding veranderde. Pas in 1985 of 1986 ging ik anders denken. Mijn aandacht werd getrokken door gebeurtenissen op internationaal niveau en door de problemen die in het oostblok waren gerezen. De belangrijkste reden voor mijn gewijzigde opvattingen was echter dat ik was gaan inzien dat de hervormingen op economisch gebied politieke hervormingen noodzakelijk maakten. 

Tot die tijd was ik altijd van mening geweest dat de politieke hervormingen in China niet buitengewoon progressief moesten zijn maar evenmin duidelijk mochten achterlopen op de economische hervormingen. Naarmate de economische hervormingen verder werden doorgevoerd, groeide het verzet van conservatieve zijde binnen de Partij. en dat terwijl de hervormingen op economisch terrein moeilijk hadden kunnen worden volgehouden zonder dat er ook op politiek gebied sprake van vernieuwingen was. En zonder die vernieuwingen in de politieke sfeer zou het heel moeilijk worden de hervormingen tot volle ontplooiing te laten komen. Bovendien waren tijdens het hervormingsproces sociale problemen gerezen die zonder politieke hervormingen moeilijk te bestrijden waren. Bij de ontwikkeling van een markteconomie deden zich bijvoorbeeld problemen voor die te maken hadden met het kopen van macht en met misbruik van macht voor persoonlijk gewin. 

337. Na 1987 werd ik waarnemend secretaris-generaal en later secretaris-generaal [van de Chinese Communistische Partij]. Naarmate ik me meer ging bezighouden met politieke kwesties, raakte ik ervan overtuigd dat de wrijvingen tussen de Partij en de intelligentsia uit de weg moesten worden geruimd. Zolang intellectuelen echter niet bij de politiek werden betrokken, was het onmogelijk deze betrekkingen wezenlijk te verbeteren. 

Wat mij tot 1989 aan politieke hervormingen voor China voor ogen stond, was uiteraard geen aangepaste vorm van een meerpartijenstelsel of het toepassen van een parlementair systeem naar Westers model. Evenmin was ik van mening dat er verandering moest komen in de leidende rol van de Communistische Partij. 

Naar mijn mening hoefde daar niets aan te veranderen, maar wel aan de manier waarop de Partij leiding gaf. Bovendien was het voor het invoeren van een regering door het recht noodzakelijk dat er verandering kwam in de bestaande situatie waarin juist door mensen geregeerd werd. ook in socialistische landen hoort het recht te regeren. 

 

 

347. Ik was er stellig van overtuigd dat de geleidelijke aanpak van bovenaf waar we in China voor hadden gekozen bij de hervorming van het economische systeem beslist werkbaar was, maar voor politieke hervormingen was de situatie aanzienlijk lastiger. 

Wel was ik ervan overtuigd dat we bij het verder doorvoeren van de economische hervormingen zeker voor problemen zouden komen staan als het politieke stelsel niet eveneens werd hervormd. Zo waren bijvoorbeeld de maatstaven voor de promoties van kaders niet bijgesteld. China was al tien jaar bezig hervormingen door te voeren, maar we hadden nog steeds geen pogingen ondernomen iets doen met de absolute noodzaak op diverse beleidsniveaus mensen neer te zetten die achter de hervormingen stonden. Het gevolg was dat de hervormingen bij de minste of geringste tegenwind averij opliepen. 

Sommige lokale gezagsdragers hadden voor een pragmatische aanpak gekozen; de dingen waar zij zelf bij gebaat waren voerden ze uit, maar ze verzetten zich tegen alles wat hun eigen belangen kon schaden. Wat in hun voordeel was werd uitgebouwd, wat tegen hun belang inging werd beperkt. 

 

353. De afgelopen paar decennia hebben wij bij de opkomende landen met hun razendsnelle ontwikkeling nog duidelijker de trend gezien in de richting van een parlementaire democratie. Ik ben ervan overtuigd dat dit geen toeval is. Waarom is er anders niet één ontwikkeld land waar een ander systeem wordt toegepast? Hieruit valt af te leiden dat een land dat werkelijk wil moderniseren en een moderne markteconomie wil ontwikkelen, aangewezen is op een parlementaire democratie als politiek stelsel. Uiteraard is het goed mogelijk dat in de toekomst een geavanceerder politiek systeem dan de parlementaire democratie tot ontwikkeling zal komen. Maar dat gaat over de toekomst, nu is dat nog niet het geval. 

Al met al kunnen we zeggen dat een land dat wil moderniseren niet alleen een markteconomie moet ontwikkelen maar ook moet kiezen voor de parlementaire democratie als politiek systeem, omdat zo’n land anders niet in staat zal zijn een gezonde, moderne markteconomie te onderhouden en al evenmin een moderne rechtsstaat kan worden. Doet een land dat niet, dan zal dat leiden tot situaties die zich in vele ontwikkelingslanden waaronder China hebben voorgedaan, zoals vercommercialisering van de macht, om zich heen grijpende corruptie, en een maatschappij waarin de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter is geworden. 

Hierbij moet worden aangetekend dat de parlementaire democratie vooral in industrielanden en opkomende industrielanden bestaat. In sommige ontwikkelingslanden werden van meet af aan pogingen ondernomen parlementaire politiek te bedrijven maar lukte het niet om die ten volle te ontplooien, wat tot grote problemen leidde: de overheid slaagde er niet in haar gezag te doen gelden, de maatschappij was niet stabiel genoeg, en met dit soort problemen als excuus werden er geregeld legercoups gepleegd. Hieruit blijkt al dat voor een moderne, geavanceerde, beschaafde, volwassen parlementaire democratie bepaalde voorwaarden aanwezig dienen te zijn en dat niet elk land dit systeem kan invoeren en op de juiste manier kan toepassen. Uitgaande van de omstandigheden zoals die op dit moment in China gelden, moeten we om te beginnen vaststellen dat het uiteindelijke doel van politieke hervormingen is om dit geavanceerde politieke systeem in te voeren. als we niet naar dat doel toe werken, zal het onmogelijk zijn iets te veranderen aan de abnormale toestand waarin de Chinese markteconomie verkeert, met kwesties als een ongezonde markt, mensen die misbruik maken van hun macht, de alom aanwezige corruptie en de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk. en al evenmin mogen we dan hopen dat de rechtsstaat ooit een feit wordt. De enige manier om deze problemen op te lossen is concrete maatregelen te treffen om met dit doel voor ogen politieke hervormingen door te voeren. 

Wel is het zo dat de realiteit zoals die in China geldt een betrekkelijk lange overgangsperiode noodzakelijk maakt. In dit opzicht zijn de ervaringen van andere Aziatische landen onze aandacht waard.  

Territoria en landen als Taiwan en Zuid-Korea zijn geleidelijk aan overgeschakeld van hun oude systeem naar een parlementair stelsel. 

Wij zouden er veel profijt van hebben als wij hun positieve ervaringen bestudeerden. 

 

354. Voor een zo soepel mogelijke overgang zou in China op zijn minst voorlopig nog de leidende positie van de Communistische Partij gehandhaafd moeten blijven terwijl intussen de manier waarop zij regeert wordt bijgesteld. Dat kan nog steeds de juiste aanpak zijn. 

Het zou in elk geval een goed uitgangspunt zijn: om te beginnen omdat op die manier de stabiliteit van de maatschappij kan worden gewaarborgd en een vruchtbaar milieu wordt geschapen voor het bevorderen van economische, sociale en culturele ontwikkelingen, en ten tweede kan op deze manier voor een soepele overgang worden gezorgd naar een volwassener, beschaafder en democratischer politiek stelsel, terwijl intussen de economische, sociale en culturele omstandigheden veranderen. Waarmee ik bedoel dat we beslist niet in één klap [een nieuw politiek systeem] moeten overnemen. We moeten echter wel resoluut op dat doel afstevenen en beslist niet de tegenovergestelde richting op gaan. laten we ons vooral onthouden van elke actie die ons verhindert dit doel te bereiken. 

Reacties graag naar mailadres.