Richard Powers, De echomaker. Uitg Contact 2007
Richard Powers, De echomaker. Uitg Contact 2007
Met ‘Het zingen van de tijd’ presenteerde Richard Powers ondermeer een fascinerende interpretatie van vocale muziekstijlen van gospel, klassiek over jazz en blues tot de Vlaamse polyfonie, op de golven van zwarte musici en zangers en de dwingende tijdslijn van raciale ontvoogding in de VS.
Met ‘De echomaker’ gaat hij veel verder. Als exacte wetenschapper bevraagt hij de werking van het menselijk bewustzijn in een spannend gecomponeerde roman onder een motto van de Russische grondlegger van de neurosychologie Alexander R. Luria:’ Om de ziel te vinden moeten we haar eerst verliezen.’
Het verhaal draait rond een slachtoffer van een truckongeval. Zijn hersenletsel leidt tot het Capgrassyndroom: wie hem voorheen het meest nabij was ervaart hij nu als dubbelgangers. Mede door zijn extreme aandacht voor detailverschillen kan of durft hij de eens zo intieme persoon – of hond – emotioneel niet meer herkennen als zeer nabij. Zijn schervenwereld wordt door zijn bewustzijn met ingewikkelde bedenksels tot een voor hem logisch en continu gebeuren gereconstrueerd. De evolutie van zijn aandoening gaat gepaard met het ‘pellen van de rokken van de ui’ in een Midden-Amerikaans stadje – Kearney Nebraska – waar de jaarlijkse trek van de kraanvogels de enige attractie is. Onderlinge spanningen en verlangens tussen vrienden van vroeger schemeren steeds scherper door naarmate de uit New York in consult gevraagde neuroloog Gerald Weber zijn eigen zelfbewustzijn voelt desintegreren. De beroemde professor en auteur – teder geïnspireerd op de figuur van Oliver Sacks (“the man who mistook his patients for a literary career”) hoopt met deze Capgraslijder een boeiende casus te ontwarren voor een van zijn volgende goed verkopende boeken. Helaas blijken zijn populariserende publicaties teveel weerstand op te wekken bij na-ijverige collega’s die naarstig via diezelfde media zijn faam ondermijnen.
367. De vierschaar van de publieke opinie had meer macht over hem, dan hij over zichzelf had. De cortex van de mens had zich ontwikkeld door met een complex stelsel va sociale rangorde te leren leven. De helft van alle cognitie, de voornaamste vorm van selectiedruk die zich nu liet gelden: de kudde in het hoofd.
Powers demonstreert met ‘De echomaker’ op ingenieuze en invoelbare wijze hoe mensen niet kunnen leven zonder telkens weer nieuwe en andere voor hen aanvaardbare verklaringen te verzinnen. Te midden van de wankelende werkelijkheidservaringen proberen we een voor onszelf – en liefst ook voor onze omgeving – samenhangend verhaal te destilleren uit gegevens waarmee we geconfronteerd denken te worden of die ons opgedrongen lijken. Dit zelfverzonnen continuüm proberen we dan te omarmen als een noodzakelijk houvast: religieus, politiek, wetenschappelijk, filosofisch, erotisch, seksueel.
432. Liegen, ontkennen, verdringing, confabulatie: het waren geen ziekteverschijnselen. Ze waren het kenmerk van een bewustzijn dat intact probeerde te blijven. Wat stelde de waarheid voor als het erom ging te overleven?
Powers is er op meesterlijke wijze in geslaagd het groepsgedrag en de trek van de kraanvogels te vervlechten met dan van de menselijke soort. De oudste delen van ons brein zorgen voor emotionele veiligheid binnen de vlucht, de kudde, de roedel, de clan.
Beweren dat ‘de mens waarschijnlijk het enige wezen is dat er herinneringen op na kan houden aan dingen die nooit zijn gebeurd(120)’ lijkt me in deze dan ook eerder een grap. Het pleidooi voor de gelaagde ontwikkelingen van de hersenen en het fenomenale inprentingvermogen van de kraanvogels, maar ook de collectieve zinsverbijstering waarmee kuddedieren kampen wanneer hun leiders foute waarnemingen interpreteren, dan wel door inadequate herinneringen het groepsbewegingspatroon fataal verstoren, maakt dit illusoire herinneringsfenomeen als menselijke unicum eerder onwaarschijnlijk.
Discontinuïteit in de evolutie van diersoorten, ook van hun hersenen, is omwille van genetische flexibiliteit en om redenen van replicatie en procreatie evident. Maar op grotere afstand in tijd en ruimte vertoont ook deze onvolmaakte spiegeling een graduele continuïteit. Door herinneringen en de optimalisering ervan omwille van levensnoodzakelijke hang naar continuïteit in het bestaan – van de groep en het individu binnen die groep – zal de grens tussen mens en dier ook zeer variabel tekenen. Alleen al om statistische redenen kan het niet anders of die arbitraire grenzen zullen eerder gradueel blijken, behoudens zelfverzonnen zingeving over discontinue scheppingen. Culturen die dichtbij de natuur leefden, probeerden dit fenomeen te internaliseren door deze dieren een plaats te geven in de continuïteit van hun universum.
207. Alle mensen vereerden Kraanvogel, de grote redenaar. Overal waar kraanvogels bijeenkwamen, droeg hun stemgeluid mijlenver. (…) In Afrika heerste de gekroonde kraanvogel oppermachtig over woorden en gedachten. De Griek Palamedes kwam op de letters van het alfabet toen hij naar rumoerig overvliegende kraanvogels keek.
Misschien bood en biedt een dergelijke interpretatie meer mogelijkheden tot veinzen en indirecte benaderingen van mensen onderling via de symboliek van totemdieren. Het levert meer respect op voor de natuur, voor de andere levende wezens en voor andere mensen. Wanneer ieder mens de opdracht krijgt om vooral zoniet uitsluitend als vrij en gelijk te ageren, verliezen we veel spiegeling in elkaars ogen.
436. Om met een bewustzijn en met kennis te leven: dat was al afschuwelijk. Om met een bewustzijn, kennis én herinneringen te leven: ondragelijk. Tegen die drievoudige gesel kon Weber maar één troost onderscheiden. Een bepaald gedeelte van ons ik kon bepaalde gedeelten van andere ikken simuleren, die op hun beurt weer andere ikken simuleerde. En uit die simpele kringloop kwam alle liefde en cultuur voort, de bespottelijke overdaad aan talent, en al die verschijnselen afzonderlijk vormden een uitzinnig bewijs dat ze niet het ik waren…We hadden geen thuishonk, geen geheel om naar terug te keren. Het ik verbreidde zich in een dun laagje op alles waar het naar keek, veranderde door iedere straal van het veranderende licht. Maar niets binnen in ons mocht dan ooit volledig ‘ik’ zijn, een deel van ons was tenminste niet aan ons vastgeketend, dat zat in de circuits van anderen en wisselde overal van alles en nog wat uit. En de circuits van anderen liepen door dat van ons.
217. Hij kende het klappen van de zweep: in de loop van de geschiedenis waren de hersenen steevast vergeleken met het hoogste niveau van de techniek van het ogenblik: de stoommachine, het schakelbord in de telefooncentrale, de computer. Nu Weber het zenit naderde van zijn eigen loopbaan, was het brein het internet geworden, een wijdvertakt netwerk, meer dan tweehonderd modules die via ongebonden, ver en weer op elkaar inwerkende keuvelpartijen met andere modules in contact stonden.
413. Wij denken dat we onze eigen geestestoestand kunnen overzien; alle neurologische feiten wijzen erop dat dat niet zo is. Wij beschouwen onszelf als een soevereine natie die een eenheid vormt. Uit de neurologie valt op te maken dat we een blind staatshoofd zijn, dat zich in de presidentiële vertrekken heeft verschanst en alleen luistert naar zorgvuldig gekozen adviseurs, terwijl het land van de ene ad-hocmobilisatie naar de andere zwabbert…
432. ‘Het ik presenteert zich als een met een eigen wil toegerust, in het eigen lichaam huizend, continu en bewust geheel.’ Of iets in die trant had Weber ooit geschreven in ‘ Drie pond onenigheid’.
- Een eigen wil werd in 1983 al ten grave gedragen door Libet, zelfs ten aanzien van het normale brein.
-In het eigen lichaam huizend versus autoscopie en uittredingservaringen als gevolg van paroxismale stoornissen in het temporoparietale overgangsgebied.
-continu: eerder een draad waar maar heel licht aan hoeft getrokken te worden en hij brak. Derealisatie en depersonalisatie. Angstaanvallen en bekeringen. Dissociatiee stoornissen – het hele continuum van Capgrasachtige verschijnselen…
-bewust vs bij diepe slaap.
Liegen, ontkennen, verdringing, confabulatie: het waren geen ziekteverschijnselen. Ze waren het kenmerk van een bewustzijn dat intact probeerde te blijven. Wat stelde de waarheid voor als het erom ging te overleven?
3 februari 2010 at 19:29
[...] ‘ Het zingen van de tijd’ – 2003 – en ‘De echomaker’ -2007- noodt ‘Gen voor geluk’ voor een nieuwe contemplatie naast de vervoering bij het lezen [...]