Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Orhan Pamuk, Sneeuw

8 januari 2006

Orhan Pamuk, Sneeuw. uitg.Arbeiderspers

Indringend boek over het Turkije buiten de grootsteden en de toeristische riviera’s, waar Pamuk op een briljante manier de kweekbodem van het moslimfundamentalisme blootlegt, een merkwaardige vergelijking met het linkse theater van 30 jaar geleden. 

128.Mijn vader zegt soms dat dit alles hem herinnert aan de communistische dagen van vroeger. Je hebt twee soorten communisten: de hoogmoedigen, die het volk willen opvoeden en het land vooruit willen helpen; en de bescheidenen, die zich willen inzetten voor rechtvaardigheid en gelijkheid. De hoogmoedigen zijn belust op macht, ze dienen iedereen ongevraagd van advies, van hen is niets dan narigheid te verwachten. De bescheidenen bezorgen alleen zichzelf narigheid: dat is trouwens ook het enige wat ze willen. Terwijl ze, met schuldgevoelens overladen, willen delen in het lijden van de armen, krijgen ze veel meer te verduren.

218. Hegel is de eerste geweest die heeft opgemerkt dat de geschiedenis en het theater uit dezelfde elementen zijn opgebouwd, zei Sunay. Hij hield ons voor dat ook de geschiedenis, net als het theater, sommige mensen een 'rol' toebedeelt. En ook dat het toneel van de geschiedenis, net als in het theater, betreden wordt door de moedigen'?

343.  - Maar zonder principes en geloof kan niemand gelukkig worden, zei Kadife. – Dat is waar. Maar in een wreed land als het onze, maar een mens niet telt, is het dom om jezelf voor je overtuigingen te gronde te richten. Grote principes, overtuigingen, dat is iets voor mensen in de rijke landen. – Juist niet. In een arm land heeft men niets anders dan zijn overtuigingen om zich aan vast te klampen.

 

 

213. Hij vertelde dat hij in al die jaren dat hij toneelstukken had opgevoerd in afgelegen Anatolische provincieplaatsjes gezien had dat in dit land alle mannen verlamd waren door zwaarmoedigheid. Dagen en nachten achtereen hangen ze maar in theehuizen en voeren geen klap uit. In iedere provincieplaats honderden, over heel Turkije zijn dat honderdduizenden, miljoenen zielige kerels zonder werk, zonder hoop, zonder initiatief, zonder ook maar iets te presteren. Mijn broeders hebben niet eens de moed meer om te zorgen dat ze er fatsoenlijk bijlopen, geen wilskracht om hun vettige, smoezelige jasjes dicht te knopen, geen energie om nog een vin te verroeren, geen concentratie om tot het einde toe naar een verhaal te luisteren, geen puf om te lachen om een grap. Hij vertelde dat de meesten zo ongelukkig waren dat ze geen oog meer dicht deden, dat ze zo graag rookten omdat ze daaraan doodgingen, dat de meesten hun zinnen niet afmaakten omdat ze halverwege er de zinloosheid al van in zagen, dat ze niet naar de televisie keken omdat ze de programma's zo leuk en amusant vonden, maar omdat ze die andere zwaarmoedigen niet konden verdragen, dat ze eigenlijk dood wilden maar dat ze zichzelf geen zelfmoord waard vonden, dat ze bij de verkiezingen stemden op de waardelooste kandidaat van de armetierigste partij zodat die hun hun verdiende straf kon geven, dat ze liever de plegers van de militaire coup hadden, die voortdurend straf beloofden, dan politici, die alsmaar hoop in het vooruitzicht stelden. Funda Eser, die de kamer binnenkwam, zei dat ze allemaal een ongelukkige vrouw thuis hadden zitten, die voor de kinderen zorgde, waarvan ze er trouwens veel meer op de wereld hadden gezet dan nodig was, en die een paar centen bij probeerde te verdienen door ergens, zelfs hun man wist niet waar, aan de slag te gaan als dienster, arbeidster, tapijtenknoopster of verpleegster. Het was dat die vrouwen er waren, die zich '? huilend en schreeuwen tegen de kinderen '? aan het leven vastklampen, want zonder hen zouden al deze miljoenen mannen, die heel Anatolië in hun greep hadden en die met hun ongewassen hemden, hun ongeschoren kraken, hun vreugdeloze, werkloze, vruchteloze bestaan allemaal op elkaar leken, stuk voor stuk tenonder gaan zoals bedelaars die een vriesnachten op de hoek van de straat doodvriezen, zoals dronkaards die de kroeg uitkomen, in een openstaande put van de riolering donderen en verdwijnen, of zoals demente opa 's die in pyjama en pantoffels voor een brood naar de kruidenier gestuurd worden en onderweg verdwalen. Maar ze waren, zoals we in dit meelijwekkende Kars wel zagen, met veel te veel en het enige waar ze plezier aan beleefden was om hun vrouw, aan wie ze hun leven te danken hadden en van wie ze hielden met een liefde waar ze zich voor schaamden, omdat de plak te houden.

218. Hegel is de eerste geweest die heeft opgemerkt dat de geschiedenis en het theater uit dezelfde elementen zijn opgebouwd, zei Sunay. Hij hield ons voor dat ook de geschiedenis, net als het theater, sommige mensen een 'rol' toebedeelt. En ook dat het toneel van de geschiedenis, net als in het theater, betreden wordt door bemoedigen'?

221. Een goede acteur vertegenwoordigt krachten die de geschiedenis gedurende jaren, gedurende eeuwen, verzameld en in een hoekje gestopt heeft, krachten die nimmer in een wervelende explosie aan de oppervlakte zijn gekomen, die nimmer zijn vertolkt. Zijn hele leven lang zoekt hij, in de meeste afgelegen plaatsen, via onbetreden paden, op de onwaarschijnlijkste podia, maar die stem die hem een ware vorm van vrijheid kan bieden. En als hij die dan vindt, dan moet hij onbevreesd tot het einde durven doorgaan.

223. Je houdt jezelf voor de gek! Zelfs als je in God zou geloven, dan zou het zinloos zijn omdat als eenling te doen. Het gaat er juist omdat je gelooft zoals de armen geloven en dat je een van hen bent. Alleen als je eet wat zij eten, als je met hen samenleeft, als je lacht om de dingen waar zij om lachen en je kwaad maakt over de dingen waar zij zich kwaad om maken, kun je in hun God geloven. Je kunt niet in dezelfde God geloven terwijl je een totaal ander leven leidt. God is rechtvaardig genoeg om te weten dat het niet gaat om ratio en geloof, maar om het hele leven.

248. Onze armoede is niet de reden dat wij zo gehecht zijn aan onze God.
Dat een goede dichter slechts moet cirkelen om de krachtige waarheden die hij juist vindt maar waar hij niet in durft te geloven uit angst dat ze zijn gedicht bederven, en dat de muziek die in deze ontwikkeling verborgen is de ware kunst uitmaakt, had Ka al veel eerder verteld. Sommige uitspraken van Indigo bevielen Ka zozeer, dat hij ze letterlijk in zijn notitieboekje zou schrijven: 'Dat wij zo arm zijn is niet zoals de westerlingen denken, de reden dat wij hier zo gehecht zijn aan onze God, de reden is dat wij meer dan wie ook benieuwd zijn naar wat onze taak op deze wereld is en naar wat er in die andere wereld te gebeuren staat.'('?)
'Maar dat is wel wat ik geloof', zei Indigo uiteindelijk, 'er is maar één westen en ze hebben één visie. De andere visies vertegenwoordigen wij'.

285. Misschien zijn we nu aangeland bij de kern van ons verhaal. In hoeverre is het mogelijk de pijn en de liefde van een ander te begrijpen? In hoeverre zijn we in staat te bevroeden wat anderen doormaken, van wie de pijn heviger is, het gemis, de gekweldheid intenser? Als begrip betekent dat men in staat is zich in een ander, die van ons verschilt, in te leven, hebben dan alle rijkaards en rechters van deze wereld, ooit de miljarden sloebers in de marge kunnen begrijpen? In hoeverre is Orhan, de romanschrijver, in staat de duisternis in het moeilijke en verdrietige leven van zijn vriend, de dichter, te zien?

343.  - Maar zonder principes en geloof kan niemand gelukkig worden, zei Kadife. – Dat is waar. Maar in een wreed land als het onze, maar een mens niet telt, is het dom om jezelf voor je overtuigingen te gronde te richten. Grote principes, overtuigingen, dat is iets voor mensen in de rijke landen. – Juist niet. In een arm land heeft men niets anders dan zijn overtuigingen om zich aan vast te klampen.

452. Maar dat deed me pijnlijk denken aan een andere zwakte van me, namelijk dat Ka, zoals het een waarachtig dichter betaamt, kon leven zoals het in hem opkwam, zoals hijzelf was, terwijl ik een romanschrijver was met een veel ongecompliceerdere ziel die als een klerk iedere ochtend en iedere avond op vaste tijden aan het werk moest. Misschien is dat wel de reden dat ik in zachte tinten schetste hoe Ka in Frankfurt een zeer geregeld leven leidde, dat hij iedere ochtend op dezelfde tijd ontstond, door dezelfde straten naar dezelfde bibliotheek liep waar hij aan hetzelfde tafeltje plaats nam om te werken.

462. Dankzij hem kwam ik te weten wat de Karser socialisten uitspookten die de kranten lazen die in Istanbul werden uitgegeven: nog altijd hadden ze een diep respect voor de strijd tegen de staat die islamisten en Koerdische nationalisten met inzet van hun eigen leven voerden, en behalve het opstellen van een halfslachtige verklaring die niemand las en het zich op de borst kloppen vanwege belegen heldendaden en opofferingen die ze zich in het verleden getroost hadden, kregen ze niets meer voor elkaar. Iedereen die met mij sprak was in afwachting van een heldhaftig en opofferingsgezind man die ons allen zou verlossen van werkloosheid, armoede, corruptie en moorden en aangezien ik een romancier was die enige bekendheid genoot, mat de hele stad haar oordeel over mij af aan deze grootse man, van wiens verschijnen men droomde.

Leave a Comment

Please note: Uw reactie wordt bekeken voor publicatie, dit kan even duren.