Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Koen Peeters De Bloemen Uitgeverij Meulenhoff/Manteau, 2009

4 oktober 2009

Koen Peeters De Bloemen Uitgeverij Meulenhoff/Manteau, 2009

Met vele mooie bloemen heeft Koen Peeters een teder huis behangen van wie voor hem kwam voor wie na hem komen. Hij is erin geslaagd de geschiedenis van zijn familie te onderzoeken onder het motto van Cesare Pavese ‘Generaties worden niet ouder. Iedere jongeman uit onverschillig welke tijd en onverschillig welke beschaving heeft altijd dezelfde mogelijkheden.’
Met schroom en ingehouden argwaan weegt hij de grootvader en de vader en hun aandeel in zichzelf, dankzij grootmoeder ? Stans van ?t Hoekske – die jarenlang correspondeerde met haar zonen op internaat in het Kleinseminarie van Hoogstraten. Op haar notities en recepten borduurt Koen Peeters met ? De bloemen? zijn zoektocht naar de God van wie voor hem kwam tot Die bij hem is gekomen.
Hij doet dat op een fraaie ondertoon, een melodisch thema dat een familie in de dorpsgemeenschap van Gierle vertrouwen kon inboezemen ondanks de dood van de kleine dochter door een slag van een molenwiek wanneer broer Ren? haar riep om mee te komen.

231. God heeft ons niet geschapen naar zijn beeltenis, wij hem naar de onze: hij is vaderlijk rechtvaardig, moederlijk zorgend. Of omgekeerd. Maar altijd helmboswuivend.

Hortence als ?mater familias? schrikt van het ?vloeken? van zoon Ren? wanneer deze thuiskomt van het seminarie met de mededeling:
?Dos moi pou sto kai kino t?n g?n, Moeder, geef me een plaats om te staan en ik til de wereld op, zoals Archimedes dat ooit gezegd heeft.? – ‘Zorgt gij maar dat ge later een goed pensioen hebt, dat is vooral belangrijk. (?) De schoonste deugd is de zelfopoffering. Ge moet bidden en altijd bereid zijn om hard te werken.?

Deze confrontatie zal het leven bepalen van Renaat Peeters, jarenlang CVP volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Turnhout.

212. Mijn grootvader is geboren in 1890, mijn vader is gestorven in 1999: hun twee levens overspannen samen een eeuw. Ik zie dat de twee verhalen samengeplooid zijn, het ene heeft zich halverwege gevoegd bij het andere verhaal en ze zijn nu gepooid tot een lange strook, wentelend om hun as, en ik voeg me daarbij met mijn dagelijkse notities, en als ik nu op de juiste manier verder kan schrijven, zal de tijd niet meer bestaan, wij zijn allen dezelfden. Mijn vader was gebiologeerd door het avontuur van het openbare leven. Misschien was hij zelfs verblind door het helse, politieke licht. Zijn beloning was een vorm van eer, een bewustzijn dat hij belangrijke dingen deed.
149. In de kerk op de begrafenis vroeg Ren? zich af wat hij van zijn vader ge?rfd had. Een gevoel voor juistheid en noodzaak van de wet, bedacht hij. Iets tussen onrust en koppigheid in, en verder eerder zijn jongensachtige verschijning: groot en mager. Ze zuchtten beiden op exact dezelfde, luide manier als ze handenarbeid verrichtten, en ze hadden een voorkeur voor zwarte schoenen en scherp gesneden pakken. Ook het nagelbijten, het fronsen en de slapeloosheid. Dat laatste was geen verkrampt zoeken van de slaap, maar eerder lang nadenken over de dag in de luwte van de nacht, zodat ze ?s ochtends meteen wisten wat ze moesten doen.

Koen Peeters weet erg mooie bloemen te formuleren voor zijn ouders en grootouders.

112. ? Het leven van een mens ontwikkelt zich vanuit een punt, wordt breder en succesvol, en krimpt daarna gewon. Alsof er een chemische formule is die alle verschijningsvormen bepaalt en verklaart, vanuit het niets begint de groei, maar dan veegt iemand de formule weg, ongemerkt en onbedoeld, met zijn mouw. Het schema op het bord is weg, en zoals het groeide, neemt het af, tot het weg is.?

De herkenning van zijn rol als politicus door Ren? Peeters in de rol van de Gilles in de Carnaval voor Binches is indringend en fascinerend. Een lafhartige klap met een boksbeugel te Zondereigen in 1968 leverde hem een ernstig nekletsel op. Zijn voordracht over de landbouwontwikkeling werd er niet in dank afgenomen door Vlaams-nationalistische kippenboeren. Hij verbleef na een lange periode van nek- en hoofdpijn en een complexe operatie voor een herstelperiode te Binche.

193. Gilles zijn dikke onhandige reuzen. Ze moeten elkaar een hand geven om niet te verdwalen, ze hebben trommels nodig om hun de weg te wijzen, Maar ze doen iets wat nodig is. Ze zijn zoals de politici dacht Ren?.
195. Boven de Grand Place brak plots de zon door. Ren? stond nu perplex van de rijzigheid van de Gilles, hun eensgezindheid en trots. Ze keken de hele tijd rond met hun beweeglijke hoofd, ze zweetten maar ze waren mooi, ze verzamelden de mensen rond zich. Ze gingen niet neerzitten, ze rookten niet of aten niet, namen geen vrouw of kind bij de hand. Zoals een politicus altijd bezig moet zijn, zichzelf niet ontziet, altijd licht potsierlijk werkt aan een hogere taak die amper uit te leggen valt.

Zoals er volgens een oud spreekwoord geen rozen zijn zonder doornen, was er in de Kempen ook geen hei zonder kneuters, geen rust zonder razernij, geen lust zonder last, geen god zonder duivel, geen hemel zonder hel. En daar blijft de lezer op zijn honger. Koen Peeters laat slechts hier en daar een glimp zien van de wereld achter het mooie bloemetjesbehang vol Kempense peis en vree. De wereld van verongelijkte woede, rancune en passie, voorkinderen en wezen, generatielange nijd en na-ijver lijkt beperkt tot het verre Zondereigen of een Gielsbos waar gekke ?Jaak? systematisch inbreekt in hun zelfgetimmerde buitenverblijf.

202. Maar het ging ook om iets kwetsbaars dat gekwetst was, een zaak van afgunst. Het ging om frustratie, en minderwaardigheidsgevoel dat omsloeg in kwaadheid.

Wie zoals Koen Peeters god weet te vinden, moet ook de duivel ontmoet hebben. De ene kan niet zonder de andere. Ze zijn een en ondeelbaar in de afspiegeling van het menselijke denken. Zeker in een dorp in de Kempen. Niet voor niets ontstonden de jacqueries in arme streken waar het leven voor heikneuters op het scherp van de snee diende geleefd. In Gierle is zeker in de eeuw van zijn vader en grootvader veel gezwegen om erger te voorkomen. Jonge mensen ? slechts enkele jaren ouder dan Ren? Peeters – hebben door hun zwijgen dit dorp veel ellende bespaard tijdens en na de tweede wereldoorlog.
Maar er is ook veel vergeven en dat heeft aan deze dorpsgemeenschap de mogelijkheid van nieuw leven gegeven. Onderwijzers, pastoors en schrijvers die bij hun gemeenschap blijven, zijn onmisbaar in hun rol als geweten, geheugen en biechtstoel voor wat mensen elkaar blijven aandoen. Het vereist veel moed en liefde om desondanks te midden van de kudde te blijven leven. Respect voor de grijze zone, voor kleine verschuivingen, voor de indirecte taal, de schuine blik en het tedere spel van geven en nemen, van veinzen en liegen kan een bevrijdende onbevangenheid toelaten.
Met ‘De Bloemen’ onthult Koen Peeters dat hij dit als schrijver kan. De liefde voor wie voor hem kwam en wie na hen komen zullen hem wellicht sommeren.

218. Zullen we het verleden dan nu klasseren? Voortaan zul je zwijgen, schrijf ik aan mezelf in gedachte, je zult in stilte herhalen wat men je heeft meegedeeld en daarna zul je mooie dingen bedenken.

Reacties graag naar mailadres.