Zafà?n, Carlos Ruiz, De schaduw van de wind,
Zafà?n, Carlos Ruiz, De schaduw van de wind,
uitg Signature
Eén van de beste boeken sinds jaren gelezen, een loflied op lezen, literatuur, de liefde voor het geschreven woord.
14.
Ik hoorde wel eens een vaste klant van mijn vaders boekhandel zeggen dat er maar weinig dingen zijn die zo’n stempel op een lezer drukken als het eerste boek dat zich werkelijk een weg baant naar het hart. Die eerste beelden, de echo van de woorden die we denken achter ons gelaten te hebben, vergezellen ons een levenslang en beitelen een paleis in ons geheugen waar we vroeg of laat – het maakt niet uit hoeveel boeken we lezen, hoeveel werelden we ontdekken, hoeveel we leren of vergeten – maar zullen terugkeren.
489.
De roman is dood en begraven. Een vriend die net terug is uit New York vertelde me dat zeer onlangs. De Amerikanen zijn iets aan het uitvinden wat ze televisie noemen en wat als de bioscoop zal zijn, maar thuis. Boeken zullen niet meer nodig zijn, noch kerken, helemaal niks.
35.
Nog nooit had ik me zo gevangen, verleid en betrokken gevoeld bij een verhaal als wat dit boek vertelde. Tot dat moment was lezen voor mij een verplichting, een soort boete die je aan je meesters en voogden moet betalen zonder goed te weten waarvoor. Ik kende het genot van het lezen niet, het aftasten van deuren die zich in je ziel openen, je te verliezen in de verbeelding, de schoonheid en het mysterie van de schijn en de taal. Dat is voor mij allemaal geboren met dat boek.
87.
Cadeaus zijn er voor het plezier van de gever, niet voor de verdiensten van de ontvanger.
100.
Tussen u en mij, dat van die zevende kunst kan mijn rug op. Voorzover ik begrijp, is het niet meer dan voedsel voor het zoet houden van het afgestompte plebs, erger dan voetbal of stierenvechten. De film is ontstaan als uitvinding ter vermaak van de analfabeten massa’s en vijftig jaar later is er niet veel veranderd.
108.
In de academische kringen is schijn doorslaggevend.
Als goede aap is de mens een sociaal wezen waarbij vriendjespolitiek, nepotisme, corruptie en roddel en achterklap favoriet zijn. Dat is de blauwdruk voor ons ethisch gedrag. Pure biologie.
111.
Militaire dienst dient slechts om het percentage stomkoppen in de bevolking vast te stellen. En dat heb je na de eerste twee weken aldoor, daar zijn geen twee jaar voor nodig. Leger, huwelijk, kerk en het bankwezen: de vier ruiters van de Apocalyps.
120.
De televisie is de anti-christ en ik zal je zeggen dat er slechts drie of vier generaties voor nodig zijn om van de mens een wezen te maken dat niet eens meer op eigen initiatief een scheet kan laten, en dat terugkeert naar zijn hol, naar de middeleeuwse barbarij en naar een staat van imbeciliteit die de naaktslak ten tijde van het Pleistoceen al overwonnen had. De wereld zal niet ten onder gaan aan de atoombom, zoals de kranten schrijven, ze zal sterven van het lachen, en te gronde gaan aan de banaliteit door overal een grap van te maken, en een slechte grap ook nog.
489.
De roman is dood en begraven. Een vriend die net terug is uit New York vertelde me dat zeer onlangs. De Amerikanen zijn iets aan het uitvinden wat ze televisie noemen en wat als de bioscoop zal zijn, maar thuis. Boeken zullen niet meer nodig zijn, noch kerken, helemaal niks.
173.
Dwaas zijn ze en dat is niet hetzelfde. Het slechte veronderstelt een morele beslissing, intentie en een zekere gedachtegang. De dwaas of barbaar houdt niet stil om te denken of redeneren. Hij handelt uit instinct, als een beest uit de stal, ervan overtuigd dat hij het goede doet, dat hij altijd gelijk heeft, en hij is trots op het naar de verdommenis helpen van iedereen die anders is dan hijzelf, hetzij vanwege kleur, geloof, taal, of nationaliteit of vanwege andermans vrijetijdsbesteding. Wat de wereld werkelijk nodig heeft, zijn meer echt slechte mensen en minder stompzinnige valseriken.
219.
Geld is als elk ander virus: rot de ziel van de drager weg, dan vertrekt het op zoek naar vers bloed.
220.
Soms bieden deze doorluchtige instituten een of twee beurzen voor de zoon van de tuinman of een schoenpoetser om zo hun grootsheid en christelijke generositeit te tonen. De meest efficiënte wijze om de armen onschadelijk te maken is door ze te leren om rijken te willen imiteren. Dat is het vergif waarmee het kapitalisme…
225.
Zoals alle andere steden, is Barcelona de som van haar ruïnes. De grote glorie waarop gepocht wordt, de vele paleizen, fabrieken en monumenten, allemaal zaken waarmee we ons identificeren, zijn niks anders dan kadavers, relikwieën van een verloren gegane beschaving.
233.
Boeken zijn spiegels: je ziet slechts dat wat je zelf al in je draagt.
252.
Het lot staat meestal om de hoek te wachten. Alsof het een pooier is, een hoer, of een loterijverkoper: de drie meest gebruikte incarnaties. Maar waar het niet aandoet, zijn huisbezoekjes. Je moet er zelf achteraan gaan.
311.
-Schrijf, zei hij.
-Zodra ik er ben, antwoordde Julián.
-Nee. Niet naar mij. Schrijf boeken. Geen brieven. Schrijf ze voor mij. Voor Penelope.
Julián knikte en realiseerde zich toen pas hoezeer hij zijn vriend zou missen.
-En behoud je dromen, zei Miquel. Je weet nooit wanneer je ze nodig hebt.
-Altijd, prevelde Julián, maar het geronk van de trein had hun de woorden al ontnomen.
405.
Miquel Moliner leed aan de ziekte van hen die zich schuldig voelen als ze niet werken; hoewel hij de ledigheid van anderen respecteerde en er zelfs jaloers op was, ontvluchtte hij haar als de pest. Hij liet zich totaal niet voorstaan op zijn arbeidsethiek, maakte grappen over zijn productieve dwang en beschreef het als een onschuldige vorm van lafheid.
"Zolang je werkt, hoef je het leven niet in de ogen te kijken."
415.
De moeilijkheid is niet om geld te verdienen, verklaarde hij zich. De moeilijkheid is om het te verdienen met iets wat de moeite waard is om je leven aan te wijden.
423.
Het was destijds bon ton dat de dochters van gegoede families in de gezelschapskunsten en de grondbeginselen van de salonmuziek werden onderwezen, aangezien de polonaise minder gevaarlijk was dan conversatie of twijfelachtige lectuur.
424.
Ondertussen was het voldoende dat zij zich geliefd en gewaardeerd wist, om de eenzaamheid en het verlangen naar alles wat had achtergelaten te kunnen verdragen.
429.
Het moment was daar om te besluiten de jongen te leren kennen. Het was de eerste keer in 15 jaar dat hij iemand tegen het lijf liep die niet bang voor hem was, die het waagde hem uit te dagen en zelfs de spot met hem te drijven. Hij herkende in hem de fierheid, de stille ambitie die dwazen niet zien maar die brandt in het binnenste.
Hij had de ziel van een dichter, en dus die van een moordenaar.
435.
Amerika, zou hij later zeggen bij wijze van excuus of epitaaf, is een luchtspiegeling, een land van roofdieren en aaseters, en hij was opgevoed voor de privileges en de dwaze aanstellerijen van het oude Europa – een dood continent dat zich door pure inertie staande hield.
437.
God vergiste zich soms. Het was de plicht van iedere rechtschapen mens die kleine foutjes te corrigeren en de wereld presentabel te houden.
471.
De meerderheid van ons heeft het geluk, of de pech, te zien hoe het leven stukje bij beetje afbrokkelt, bijna zonder dat we het beseffen.
478.
Er is niets wat zijn moeder gelukkiger zou maken dat iets van hem te horen. U vrouwen luistert meer naar het hart en minder naar allerlei onzin, concludeerde hoedenmaker triest. Daarom leeft u langer.
479.
Ik zou u kunnen zeggen dat het zijn hart is, maar wat hem eigenlijk de das omdoet, is de eenzaamheid. Herinneringen zijn erger dan kogels.
481.
Niets voedt de vergetelheid beter dan een oorlog. Allemaal zwijgen we en ze doen hun best om ons ervan te overtuigen dat wat we hebben gezien, gedaan, en geleerd van onszelf en van anderen, en illusie is, een nachtmerrie die overgaat. Oorlogen hebben geen geheugen, en niemand heeft de moed ze te begrijpen tot er geen stemmen meer over zijn om te vertellen wat er werkelijk is gebeurd, tot het moment komt dat we de oorlogen niet langer herkennen en ze terugkeren met een ander gezicht en een andere naam, om te verslinden wat zij achterlieten.
(...)
De machinerie van de vergetelheid begon te draaien op dezelfde dag dat de wapens tot bedaren kwamen. In die dagen leerde ik dat niets meer angst inboezemt dan een held die leeft om het te vertellen, om te vertellen wat zij die om hem heen vielen, nooit zullen kunnen vertellen. De weken die volgden op de val van Barcelona waren onbeschrijfelijk. Er werd in die periode meer bloed vergoten dan tijdens de strijd, maar dan stiekem en in het geniep. Toen eindelijk de vrede kwam, rook zij naar de vrede die gevangenissen en begraafplaatsen behekst had, een doodshemd van stilte en schaamte dat wegrot op de ziel en nooit meer weggaat. Er waren geen onschuldige handen, noch onschuldige blikken. Wij die erbij waren, nemen zonder uitzondering het geheim mee in ons graf.
486.
Naarmate de maanden verstreken leerde ik de routine met normaliteit te verwarren.
493.
Wij mensen zijn bereid om alles te geloven behalve de waarheid.
496.
Julián praatte met de vaste, stellige luciditeit van de gekken die zich van het hypocriete idee hebben bevrijd trouw te moeten blijven aan een werkelijkheid waar geen touw aan vast te knopen is.
497.
Meer dan eens vroeg ik me af of Julián niet tot de conclusie was gekomen dat jij, in de verdraaide logica van zijn universum, de zoon was geworden die hij had verloren, een nieuwe witte bladzijde om die hele geschiedenis die hij niet kon verzinnen, maar zich wel kon herinneren, opnieuw te beginnen.(...)
Hij wilde geloven dat jouw onschuld hem van zichzelf zal verlossen. (...)
Ik wist dat je vroeg of laat de waarheid zal ontdekken, maar hoopte dat dat op het juiste moment zou zijn, als je de betekenis ervan zou kunnen begrijpen.(...)
De tijd heeft mij geleerd de hoop niet te verliezen, maar er ook niet veel op te vertrouwen. Ze is wreed en ijdel, gewetenloos.(...)
Van alle dingen die Julián heeft geschreven, voelde ik me het meest verwant met de gedachte dat zolang men zich ons herinnert, we nog leven.(...)
Denk aan me, Daniël, ook al is het in een hoekje en stiekem. Laat me niet gaan.
532.
Toen het beslissende moment daar was, opteerde pater Fernando, op wiens voordelig uitkomend, roze gloeiende gezicht een heilige glimlach lag, in een vlaag van protocollaire teugelloosheid voor een liefdessonnet in plaats van het lezen van ik weet niet wat voor Brief aan de Korintiërs, werk van een zekere Pablo Neruda, die door sommige genodigden van de heer Aguilar bestempeld werd als communist en bolsjewist, terwijl anderen in het misboek naar deze onwaarschijnlijk mooie verzen zochten, zich afvragend of het effect van het op handen zijnde concilie zich reeds begon af te tekenen.
535.
Barcelona is een heks, weet je dat, Daniël? Ze gaat onder je huid zitten en steelt je ziel zonder dat je het door het.
(...)
Haar jurk was ivoorkleurig en ze droeg de wereld in haar ogen. Ik herinner me nauwelijks de woorden van de priester, noch de hoopvolle gezichten van de genodigden die de kerk vulden op die ochtend in maart. Ik herinner me slechts de beroering van haar lippen en, toen ik mijn ogen opende, de geheime eed die ik op mijn huid met me meedroeg en die ik me alle dagen van mijn leven zou herinneren.
539.
Terwijl ik deze regels schrijf op de toonbank van de boekhandel, kijkt mijn zoon Julián, die morgen 10 jaar wordt, me lachend aan, geïntrigeerd door die stapel papier die groeit en groeit, er waarschijnlijk van overtuigd dat zijn vader ook door die ziekte van boeken en woorden is aangestoken.(...)
Bea zegt dat de kunst van het lezen heel langzaam uitsterft, dat het een intieme ritueel is, dat een boek een spiegel is waarin we slechts kunnen vinden wat we al in ons dragen; als we lezen, doen we het met hart en ziel en dat is een goed dat steeds schaarser worden.(...)
540.
Fermin en ik zien elkaar minder dan eerst, ofschoon we soms nog de wandeling in de vroege ochtend naar de pier maken en de wereld recht timmeren.
541.
Wat betreft het huis van de Aldaya’s: het staat er nog steeds, tegen alle voorspellingen in. Uiteindelijk wist de makelaar het te verkopen. Het werd compleet gerenoveerd en de engelenbeelden werden tot kiezel gereduceerd om de parkeerplaats mee te bedekken, daar waar vroeger de tuin was. Vandaag de dag is het een reclamebureau dat zich wijdt aan de creatie en promotie van die vreemde poëzie die de glorie bezingt van katoenen sokken, magere melk, puddingpoeders en sportwagens voor hoogvliegende zakenmannen. Ik moet bekennen dat ik er op een dag met de meest onwaarschijnlijke smoes naartoe ben gegaan en vroeg om een rondleiding. De oude bibliotheken waarin ik bijna het leven liet, is nu een vergaderzaal, gedecoreerd met posters van deodorantreclames en waspoeders met miraculeuze krachten. De kamer waar Bea en ik Julián verwekt hebben,is nu de badkamer van de algemeen directeur.
29 augustus 2008 at 11:26
[...] en Zwitserland kreunden onder de pijnlijke scheuren in het decorum van de macht. Het heeft wat van Carlos Ruiz Zafà?n ‘ Schaduw van de wind ‘ in Barcelona, maar dan gemanieerd, ietwat gekunsteld. Al blijven sommige bedenkingen beklijven, ook [...]