Menno Lievers, De val van Hippocrates. De Bezige Bij 2009
Menno Lievers, De val van Hippocrates. De Bezige Bij 2009
Met een ingenieuze constructie weet Menno Lievers een roman samen te stellen die leest als een hellevaart naar de normen van Dante?s Divina Commedia, maar dan wel uitsluitend het Inferno – tot de Loutering laat staan het Paradijs zal de lezer niet doordringen. In de steek gelaten door zijn Beatrijs wordt de hoofdpersoon, Erik Liefco, een Nederlandse arts uit de jaren tachtig van de vorige eeuw overgeleverd aan duivels en hellevuur. Zijn finale einde komt als een verlossing.
Menno Lievers is zelf opgeleid als arts en verwerkte zijn eigen ervaringen uit stages en emplooi als overbodige arts-assistent die in de jaren tachtig van de vorige eeuw wegens de numerus clausus in opleidingsplaatsen (behoudens familie en goede relaties uiteraard) bruikbaar waren als goedkoop werkvee in vele perifere ziekenhuizen.
De auteur koos initieel voor geneeskunde omdat de schrijvers die hij bewonderde, zoals Slauerhoff, C?line en Tsjechov, ook arts waren: ?
Wat je meemaakt in de arts-pati?ntverhouding, geeft natuurlijk materiaal om over te schrijven. Typerend voor mijn opleidingsperiode was dat alle opleidingsplaatsen op slot zaten. Veel van mijn vrienden werden agnio zonder uitzicht op een opleidingsplaats. Ik ken vrijwel niemand die het specialisme heeft kunnen doen dat hij ambieerde. En op een gegeven moment was je te oud om je te specialiseren.? (interview Medisch Contact 21/1/2010)
Lievers zelf ontsnapte door als filosoof te promoveren in Oxford.
Hij weet als ervaringsdeskundige met voldoende afstand in tijd en ruimte – en dus met voldoende reflectiemogelijkheden – een verhaal te construeren waarin hij belangrijke themata bij elkaar brengt in de infernale leef- en werkomgeving van een ziekenhuistoren waar de hoofdpersoon ten onder gaat aan zijn allesoverheersend verlangen om lief en goed en zorgzaam bevonden te worden.
Een fenomeen dat wel meer bij jonge artsen en verpleegkundigen tot problemen kan leiden.
Bij oudere artsen is dit zeldzamer wegens intussen – al dan niet met de drager zelf – verdampt in de kolkende hitte van het vak dan wel verkild tot een ijzig sarcasme omwille van het behoud van het vege lijf en de vage hersenen, als deze als niet vertroebeld werden door overmatig en langdurig gebruik van hallucinogenen en alcohol in een werkomgeving waar door chronisch slaapgebrek de werkdruk ook zonder pillen en pep tot waanbeelden kan leiden.
Geneeskunde studeren is meer dan een vak leren, technieken oefenen of wetenschap leren bedrijven.
De medische professie eist een inwijding, een langdurige ontgroening: geen drie, geen vijf maar zeven reizen naar het licht van het leven, de gunst van de kunst, het recht om te onderzoeken, te oordelen en uit te voeren.
Nergens passen mensen zich zo goed aan hun beroep aan als in die kunst van het genezen.
?Iedere arts had zijn eigen waarheidscriterium: onzekerheid gold als een teken van zwakte, een karakterfout, gebrek aan zelfvertrouwen, onderwerping aan een ander, machtsverlies, en uiteindelijk gezichtsverlies.?
Een arts is in de optiek van hoofdpersoon Liefco iemand die ?wij? zegt waar hij ?de wetenschap? bedoelt en als een God waakt over het lichaam ?dat zich onttrok aan de menselijke wil, de toekomst, wensen, liefde, verwaarlozing, plannen?. ?En zo iemand, hield ik mij voor, wilde ik ook worden.? Maar dat betekent dat hij zich moet aanpassen aan een cultuur die hem vreemd blijft.
(Medisch Contact)
Menno Lievers tekent de metamorfose van een schuchtere studente tot een snauwerige bitch die in haar groen operatiepak op bloedbesmeurde klompen tegen het personeel en de pati?nten tekeer gaat om haar eigen onzekerheid te maskeren.
Het leven van de arts assistent en de naijverige specialisten wordt met brio beschreven, van algemene interne, over chirurgie, neurologie tot in de gynaecologie waar het morsige begin van eenieders bestaan wordt blootgelegd. Tot de fertiliteitskliniek waarbij de behandelende arts iedere hulpvraag met zijn eigen ingevroren sperma bedient.
Tussendoor wordt een steeds infantielere vorm van seksbeleving verteld – uiteraard met alle beschikbare verpleegsters – waarbij de graad van zwelgen gelijkloopt met het steeds dieper afdalen in de moederschoot van de dood.
Even terloops blijkt het routineus bedelen van de medicijnen voor een zachte dood – lang voor een euthansiewetgeving van kracht werd – gemeengoed.
En wordt Erik Liefco – wanneer hij toch niet blijkt te voldoen aan de initiatiecriteria – door het infernale ziekenhuis gedumpt.
Lievers heeft in zijn boek onder meer de zaak Lucia de B. verwerkt, de Haagse verpleegkundige die in 2004 werd veroordeeld tot levenslang en tbs voor zeven moorden en drie pogingen tot moord, maar in 2008 voorlopig op vrije voeten kwam.
Omdat na de dood door verstikking van de moeder van een ziekenhuisfunctionaris van elders in het land een interne controle start naar de vele overlijdens en al gauw blijkt dat de arts- assistent-niet-in-opleiding Liefco steeds in de buurt was, wordt hij er op statistische wijze uit geplukt en net als de Haagse verpleegkundige beschuldigd van moord. Intussen is zijn leven ook priv? een puinhoop en heeft hij zich laten verleiden tot een schijnhuwelijk om een arme Colombiaanse prostituee aan een verblijfsvergunning te helpen zodat ze als verpleegkundige aan de slag zou kunnen. Ras begrijpt het meisje dat de seksuele hulpverlening meer financieel soelaas te bieden heeft dan para-medische zorgverlening.
Lievers licht zijn talrijke behoorlijk realistische sekssc?nes in Medisch Contact toe als: ?Ik wilde laten zien dat medische kennis de beleving van seksualiteit verandert. Door de kennis van de anatomie en fysiologie van de seksualiteit verdwijnt het mysterie uit de beleving ervan, omdat je als arts al zoveel hebt gezien dat je niet snel meer wordt verrast.?
?De Val van Hippocrates? is een ontluisterende roman. Het is geen fraai verhaal, maar helaas niet ver bezijden de waarheid en de realiteit.
Aankomende artsen kunnen het lezen als een waarschuwing, hoe ze het niet moeten doen, hoe ze zich niet moeten gedragen, hoe ze voldoende afstand moeten kunnen nemen en houden van hun werk, collega?s en pati?nten om ze voldoende nabij te kunnen zijn. Pas dan kunnen ze hun eigen geestelijke gezondheid en fysische integriteit beschermen.
De val van Hippocrates kan alleen maar gestuit worden wanneer de geneeskunde haar wetenschappelijke basis en pretenties in vraag kan stellen, wanneer ze niet alleen in de opleiding maar ook in de nascholing ruimte maakt voor een filosofische, ethische en menselijke benadering van ziekte, gezondheid en helende relaties. Dan wordt de roeping en het vak weer een kunst in plaats van een beroepsopleiding op universitair niveau.
Een academisch opleidingsniveau eist een kritische graad van zelfreflectie die in de dagelijkse (ziekenhuizen)praktijk doorgaans ver zoek is. Bij de universitaire initiatie evenzeer.
39.Het was vreemd: over de hele wereld hadden miljoenen artsen miljoenen boeken en artikelen geschreven die je volgens hen zelf beter ongelezen kon laten, omdat het om de praktijk ging: om wat je met je eigen oren en ogen en neus had gehoord, gezien en geroken. Om je eigen ervaringen, niet om die van een ander. Iedere arts had zijn eigen waarheidscriterium: onzekerheid gold als een teken van zwakte, een karakterfout, gebrek aan zelfvertrouwen, onderwerping aan een ander, machtsverlies, en uiteindelijk gezichtsverlies.
145. Alles wat bewaard moest worden lag in de kelder. Langs kasten met uitpuilende statussen, gerangschikt op geboortejaar, liep ik naar mijn locker. Ik vroeg me af hoeveel informatie er klopte in medische statussen. Wat was eigenlijk de status van het medisch feit? Artsen lazen wel literatuur, maar hielden vooral van de Russen, de joodse vertellers, een enkeling las Dickens. Als ze wisten dat er boeken bestonden waarin schrijvers en filosofen beweren dat ieder leven beschouwd moet worden als een tekst die op talloze manieren gelezen kan worden, zouden ze die schamper terzijde schuiven. Artsen waren empiristen, geen idealisten. Het leven was voor hen een ontdekkingsreis, geen uitvinding. En toch, de anamneses die hier in de medische statussen waren opgeslagen als objectieve medische feiten, waren de schriftelijke neerslag van een gesprek tussen arts en pati?nt. Het waren verhalen. De zieke vertelde wat hij dacht dat hij moest vertellen en maakte uit de flarden informatie die hem in zijn zenuwen bij de dokter te binnen schoten een verhaal, waarin hij sommige gebeurtenissen benadrukte en andere wegliet. De arts stelde een aantal vragen om het verhaal in de richting van een ziektegeschiedenis te duwen en noteerde zijn interpretatie van de zelfinterpretatie van de pati?nt. Een archief symboliseerde in de literatuur orde in de chaos, maar een medisch archief was naar de letter en de geest de grote chaos zelf.