Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Marc Chavannes, Niemand Regeert – De privatisering van de Nederlandse politiek – NRC Boeken 2009.

7 februari 2010

Marc Chavannes, Niemand Regeert – De privatisering van de Nederlandse politiek – NRC Boeken 2009.

Wie eens vluchtig door een land reist, wie een vakantie spendeert, mensen benadert en zich benaderd voelt omwille van een mimetisch genot, een utopisch verlangen, een oud zeer of vertrouwen dat op wederzijdse sympathie en respect leunt, mag zich gelukkig prijzen wanneer hij of zij zich op die wijze in den vreemde ophoudt.
Wie langer in een land, een stad, een samenleving schuil gaat of beweegt, wie dieper doordringt in de eigenaardigheden, de merkwaardigheden van het dagelijkse leven en lijden, heeft nood aan reflectie en afstand, maar kan dit enkel vinden in het eigen verleden, de eigen cultuur en de herinneringen aan wie hij- of zijzelf ooit is geweest.

Dan is het handig om een boek als ‘Niemand regeert’ van Marc Chavannes te mogen spellen, en te reflecteren op de illustraties van Ruben L. Oppenheimer.
Hij onderzoekt reeds jaren als journalist van NRC in zijn columns wat de transitie in Nederland teweeg heeft gebracht, hoe diep de privatisering inhakt op het sociaal weefsel en op de politiek in wat ooit en bakermat van de westerse democratie is geweest.
Het is een pijnlijk boek, een villijnig boek en handleiding voor erger en elders.

99. En dat is waar het deeg niet wil rijzen. De bonusmiljoenen komen in veel gevallen ook als het helemaal niet goed gaat. Alle verhalen over globalisering en de markt voor CEO’s ten spijt, er zijn weinig Nederlandse topmanagers waar het buitenland om schreeuwt. De beloningsspiraal in de top van steeds meer bedrij- ven is eerder te verklaren door falende controle, oude-jongens- krentenbrood-commissarissen. Angst niet mee te tellen, in plaats van rationele economische argumenten.
De onevenwichtige loonvorming bij bovenbazen wordt verergerd door buitenlanders in raden van commissarissen, die uit grotere landen met grotere monden komen. En geen zin hebben in gezeur, zeker niet tegenover kandidaat-ceo’s die de verlegenheid exploiteren van commissarissen die merken dat het bedrijf in ondiep water terecht is gekomen, terwijl zij andere lucratieve baantjes deden.
Heel handig, de kwadraatverdieners hebben ieder begin van moreel besef tot notdone verklaard. Trap er niet in, er wordt niet te veel gemoraliseerd in deze discussie, maar te weinig. Bovenbazen die vijftig keer het jaarloon van een geschoolde of gestudeerde vakman verdienen, beseffen die echt niet hoe verwoestend voor de onderlinge verhoudingen hun uitgestreken smoel is? Hoe demotiverend die impliciete degradatie is van de mensen die het bedrijf met hun inzet en talent tot een succes maken?
Het is niet de schuld van het boardroomproletariaat dat in de toplaag van semi- en ex-overheidsorganisaties deze schaamteloze zelfophemeling wordt gekopieerd. Woont één Nederlandse huurder beter sinds de directeur van zijn woningbouwcorporatie 4,5 ton euro is gaan verdienen? Rijden de trams in Amsterdam beter onder directeuren die meer verdienen dan de minister- president? Is het besturen van de Vrije Universiteit anderhalf keer zo moeilijk als het leiden van een groot ministerie als Ver- keer of VROM?
Wie niet bereid is het ROCAmsterdam te leiden voor 171.000 euro, de Balkenende-norm, gaat gerust wat anders doen. Zijn opvolger zal echt niet slechter zijn en misschien zijn prioriteiten als dienaar van de publieke zaak beter op orde hebben. Het is goed dat het kabinet, zij het heel voorzichtig, op dit gebied doet aan morele herbronning.

121. Het opvallende van de crisis is dat de meeste gewone mensen allang wisten wat er mis was. Grootspraak, hebzucht en onverschilligheid. Marktdogmatisme als dekmantel voor een egomaan kapitalisme. Sociale samenhang achterhaald verklaard, net als ‘het milieu’. Het economisch neo-liberalisme verhief financiële gegevens tot dé prestatierneter. En wij pikten het.
De auto, ooit een kenmerk van vooruitgang, werd een monu- ment van stilstand. Detroit verhulde jarenlang zijn gebrek aan industriële fantasie met de suv; de PC Hooft-kruiser werd hier een agressief-snobistisch symbool van onverschilligheid. Ook opkomende landen verbruiken steeds meer schaarse grondstoffen. Wat overblijft gaat nog steeds over de schutting. In 1972 zei de Club van Rome al dat er ‘grenzen aan de groei’ waren. Meer dan actueel gezien de herontdekking van waarden die gaande is.
De soevereine staat, door de financiële paniek weer vluchtig populair, moet zichzelf opnieuw bewijzen. Jaren gehoond om zijn ambtelijke traagheid vocht het duo politiek en bestuur terug met beloftes van bedrijfsmatige efficiency die hun ingebouwde mislukking overschreeuwden met nog flitsender pretenties. De burger als klant en klager, de werknemer een kosten- en lastpost. In beide rollen worden we gereduceerd tot ballast.
Materiële welvaart én onbehagen – dat is onze gemoedspendule in een post-ideologische wereld. Ieder jaar meer kunnen kopen voelt niet goed als de thuiszorg voor je ogen wordt afgebroken. In veel Westerse landen voltrok zich eenzelfde ontwikkeling, met andere voorbeelden. Amerikanen verloren hun baan, maar konden meer lenen om de producten die zij vroeger maakten goedkoper uit China te importeren. Zij leefden boven hun stand, met drie creditcards en een hypotheek-op-drijfzand.
Bemard Madoff, de oplichter van de eeuw, gaf met zijn piramide-beleggingsfonds een perfecte parodie op de financiële sector die de crisis deed ontvlammen: ondoorzichtig en vol spreadsheetfantasmen. Zelfs de gepolijste bankiers die speciale fondsen oprichtten om honderden miljoenen naar Madoffs bodemloze put te sluizen kregen geen inzage in zijn boekhouding. En zij zwegen zolang de rendementsballon thermiek had. Het werd steeds gewoner: oplichting en derivaten van oplichting.
Kredietbeoordelaars en accountants laten zich betalen door de firma’s wier gezondheid en eerlijke financiële berichtgeving zij moeten bevestigen. In een aantal gevallen zijn zij medeplichtigen van de hoofddaders. Toezichthouders wereldwijd zijn daders noch medeplichtigen, maar uit de feiten is niet af te leiden dat zij voldoende hebben gedaan waar zij voor zijn: streng toezien op een integer financieel systeem en eerlijke markten. In het Amerika van George W. Bush was hun falen bijna een ideologische instructie, in West-Europa schoten kennelijk inzicht en wilskracht tekort.
Zo kon een financiële tulpenmanie groeien die werd verkocht met allengs verdachter geurende begrippen als aandeelhouderswaarde, risk management, leveraged buy out en credit default swaps.

163. Tegelijk moesten gelijkere kansen voor minder bevoorrechte milieus worden afgedwongen. Wie kon dat beter dan de over- heid? De ene na de andere bewindspersoon ging aan de slag. Minder autoritaire onderwijsmethoden en bezuinigingen lagen wonderwel in elkaars verlengde. De output moest omhoog, dus gingen de normen omlaag. Iedereen doctorandus, heb ik dat wel eens genoemd. Ook al weer achterhaald. Goede bedoelingen zijn niet genoeg.

199. De hele Betuweroute was toch goed voor de werkgelegenheid? Om steenkool naar Oostenrijk te rijden heb je niet veel Nederlandse handen nodig. Zo zijn er wel meer problemen te bedenken waarvoor de Betuweroute de ideale oplossing was.
Het vervelende is dat dit land kennelijk het publieke raffinement mist om zich internationaal te oriënteren op hoe je zoiets doet, hoe je een probleem definieert, hoe je de beste alternatieve oplossingen verzamelt, hoe je tot een afweging komt, hoe je het best lijkende plan optuigt en financiert en hoe je het gekozen project zo beheert dat je kan bijsturen en profiteren van nieuwe ontwikkelingen.
Bij de Zuiderzeelijn, ook zo’n Tramlijn Begeerte, in dit geval vooral politiek afgedwongen, is men wel tijdig opnieuw gaan denken. Dat blijft nodig bij de Betuweroute. Hoe lang subsidieren? Waneer komt het moment er een pretpark van te maken? Heel Duitsland komt kijken. Denk eens aan de hotel- en horeca- banen die dat genereert.

231. In Nederland is een strijd gaande tussen beroepsbeoefenaarsen bestuurders, mensen die wat kunnen en de maatschappijkneders. Bij de politie gaan de seruize stakingsacties over geld én over waardering. Vergelijkbare breed gevoelde vormen van onbehagen zijn ook te zien in het onderwijs – van basisschool tot universiteit – en in de zorg – van thuiszorg, huisartsen, psychologen tot verpleegkundigen en medisch specialisten.
Het kabinet-Balkenende IV wilde professionals weer hun plaats geven. Minister Plasterk zei het eerder bij Beter Onderwijs Nederland en onlangs gaf hij als bewijs zijn zegen aan een voorzitter van de Publieke Omroep uit omroepkring – geen tweedehands politicus zoals meestal. Maar de regelpretentie is epidemisch. Gratis schoolboeken. Zorgmakelaars. Een kaste van maatschappijmonteurs rolt over Nederland een laag van dwingende regelsystemen uit. Zij werken bij ministeries en adviesbureaus en delen een naïef vertrouwen in de maakbaarheid van menselijk gedrag en de alkunde van informatisering.
Kijk voor de grap eens naar het dwingende padvindersproza op verwijsindex.nl. Daar wordt meegedeeld: ‘Informatie-uitwisseling in de jeugdketen vormt een probleem. Organisaties werken soms langs elkaar heen en delen informatie over jongeren onvoldoende.’
De jeugdketen. Dat wist u niet, maar die bestaat. Alleen werken de organisaties langs elkaar heen. Soms. In het weekeinde kunnen zij de politie niet helpen. ‘De Verwijsindex is een initiatief van het programmaministerie voor Jeugd en Gezin.’ Het virtuele ministerie van André Rouvoet, die van het elektronische kinddossier, weeft een web van waarneminkjes over jongeren. Hoe geldig die indrukken zijn, wie er naar kijken mag, wat er mee gebeurt, dat regelen we later.
De maatschappijkneders bestellen enorme systemen om uw probleem voor altijd te regelen. Jeugd, thuiszorg, files, ‘uit de pan rijzende kosten van de gezondheidszorg’. Om de benodigde miljoenen te krijgen wordt een markt verzonnen en moet de beroepsgroep even worden gekleineerd.
236. Deze fundamenteel beledigende mechanismen zijn sleutelelementen van het nieuwe zorgstelsel. Dat is al een tijdje geleden ingevoerd, maar in werkelijkheid is het nog in aanbouw. Gelovigen in de zegeningen van de markt verwachten kwaliteits-prijs- wonderen als een groter deel van de zorg wordt opengesteld voor concurrentie. Daar tussendoor wordt een gekrnakende bureaucratische bemoeistructuur opgetuigd. Zie het dbc-drama bij psychiaters en psychotherapeuten.
Als de Kamer lering wil trekken uit twintigjaar voorgekauwde en doorgedrukte onderwijsvernieuwingen, dan is dat moedig en absolute winst. Maar laat die helderheid niet verloren gaan als nu onder hun ogen weer zo’n monstersysteem wordt opgetuigd waar iedere Nederlander gaandeweg meer mee te maken krijgt. Andere Kamercommissie, maar een vergelijkbare mate van pretentie bij de zieners. Dwingelandij gebaseerd op drijfzand – dat is waar de Kamer van af wilde.
Minister Donner sprak wijze woorden toen hij economiestudenten in Rotterdam er op wees dat het gevaarlijk is te doen alsof de overheid een BV is. Dat wekt verwachtingen die niet kunnen worden waargemaakt. En dan ‘faalt’ de overheid weer in de beeldvorming. Hij had er bij kunnen zeggen: zo mogelijk nog gevaarlijker is het wanneer de overheid zich voordoet als een bedrijf én de serieus werkende vakman en -vrouw behandelt als een veelpleger die tegen zichzelf moet worden beschermd.

Reacties graag naar mailadres.