Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Orhan Pamuk, Het Museum van de onschuld. AP 2009

2 maart 2010

Orhan Pamuk, Het Museum van de onschuld. AP 2009

Orhan schreef met zijn Museum een cultuurmonument voor zijn stad, dé stad, ‘Eis tein polein’. In 2010 Europese Culturele hoofdstad.
Hij doet het voorzichtig, besmuikt, met passie en gène, met liefde en tederheid. Hij leidt je vrolijk in een wentelende dans binnen een helder gesluierd liefdesverhaal, onmogelijk en toch reëel. Hij probeert de tijd te doen vergeten. Want dat is de grootste troost die het leven kan bieden, het gevoel voor lineaire tijd kunnen vergeten. We vinden troost ‘als de tijd er niet is’. De tijd is bedrieglijk, de tijd is aan verandering onderhevig, er is een officiële tijd, een eigen tijd en een ‘tijd van buiten’. Maar wie het gevoel heeft dat de tijd stil staat, heeft de prettige indruk dat ‘alles tot in de oneindigheid’ blijft bestaan, wat ons een geruststellend gevoel biedt, ‘van geborgenheid, van continuïteit’.

‘À la recherche du temps perdu’, Marcel Proust in Istanbul.

Orhan Pamuk leidt je vaardig in een leven van de nieuwe rijken in Istanbul, een cultuuromslag op de grens tussen oost en west, tussen grootstad en platteland, tussen nieuw en oud, tegen een achtergrond van de gewelddadige gevechten en staatsgrepen in het Turkije van de jaren zeventig.

Het ‘Museum’ lezen is een heerlijk langdurige belevenis, een niet eindigende film, een nauwelijks te stuiten verzameling van voorwerpen: zuiver fetisjisme, maar dan zo uitvergroot dat het voor alle verzamelaars en collectioneurs kan staan. Een niet aflatend verlangen naar erotische spanning zoals bij een kleine jongen en zijn eenzame moeder, in erkers en op divans, slaap- en badkamers, cafés en restaurant, openlucht en overdekte bioscopen.

Het ‘Museum van de onschuld’ lezen is geen vluggertje. Al verleidt de Nobelprijswinnaar je telkens weer met poëzie (zijn ‘Soms’ – hoofdstuk is meesterlijk), erotiek, gesprekken, smaken, geuren, geluiden. Het is een verfijnd spel van veinzen en doen alsof, van mannentwijfel en vrouwenvertedering, van verstrooide wijsheden, en vooral van onmacht, de schoonheid van onmacht.

Orhan Pamuk is een liefdevol schrijver omdat hij de verloren tijd voor zichzelf en voor ons heeft teruggevonden.

http://www.vn.nl/Standaard-media-pagina/HetMuseumVanDeOnschuldOrhanPamuk.htm

http://www.nrcboeken.nl/recensie/smachten-naar-wat-niet-bestaat

http://www.nrcboeken.nl/recensie/pamuk-schreef-een-kloeke-roman-over-begeerte-in-een-kleine-en-grote-context

http://gerbrand.nl/orhan_pamuk_the_museum_of_innocence_interview_reading

http://www.gerbrand.nl/orhan_pamuk_the_museum_of_innocence_interview_reading

410.De betekenis van het elkaar aankijken in een maatschappij als de onze waar mannen en vrouwen elkaar buiten de familie om nauwelijks kunnen leren kennen of met elkaar kunnen afspreken, drong pas laat tot me door – misschien ook omdat ik een deel van mijn jeugd in Amerika had doorgebracht. Pas na mijn dertigste begreep ik het, dankzij Füsun… Maar ik besefte heel goed wat de waarde ervan was, en voelde steeds hoe diep het kon gaan. Füsun keek precies zo naar me als vrouwen op Iraanse miniaturen, of als vrouwen in fotoromans en filmscènes.

411. De vage wereld tussen voelen en verbeelden was een tweede grote ontdekking die ik gewaarwerd terwijl ik dank zij Füsun de subtiele kneepjes van de kijkkunst leerde. Blikken uitwisselen, dat was natuurlijk de methode om jezelf woordeloos, alleen met je ogen, uit te drukken aan degene die tegenover je zat. Maar wat je precies uitdrukte, en wat de ander er precies van begreep bleef altijd gehuld in een vaagheid die niet onaangenaam was.

412. ‘ Als u een mooie vrouw ziet lopen, kijk haar dan niet zo strak aan alsof u haar wilt vermoorden.’ (…) Sibel had me vaak verteld hoe hinderlijk mannen waren die van het platteland naar Istanbul waren getrokken en een mooie vrouw met onbedekt hoofd, voorzien van make up en lippenstift, ongegeneerd en onophoudelijk stonden aan te gapen.

463. Ik vond het heerlijk om die ‘doen-alsof’- rituelen te observeren, die ingewikkelde subtiele gedragingen waar antropologen meestal niets van begrijpen. ik vond de ‘doen-alsof’-cultuur geenszins hypocriet.

524. Mijn moeder merkte dat ik niet onder de indruk was geraakt van haar woorden en werd boos. ‘ In een land waar mannen en vrouwen niet bij elkaar kunnen komen, elkaar kunnen ontmoeten en met elkaar spreken, daar kan geen liefde bestaan’, zei ze op stellige toon. ‘En weet je waarom? Omdat mannen, zodra ze maar een geschikte vrouw bespeuren, meteen boven op haar springen als een beest dat wekenlang honger heeft geleden, of ze nu mooi of lelijk, goed of slecht is. Zo zijn ze at allemaal gewend. En dan denken ze dat het liefde is. Hoe kan er in zo’n oord nu liefde ontstaan? Houd jezelf alsjeblieft niet voor de gek.’

Het museum van de Onschuld aangevulde versie

Categorie:Actualiteit | Reacties uit

Reacties graag naar mailadres.