knee compression sleeve

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

La Meglio Gioventà?, Franco Tullio Giordana

22 januari 2006

Jongens waren we – maar aardige jongens.
Al zeg ik ‘’t zelf. We zijn nu veel wijzer,
stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink,
die mal geworden is.
Wat hebben we al niet willen opknappen.
We zouden hun wel eens laten zien hoe ‘’t moest. "
(uit: Nescio, Titaantjes, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam)

Dit tweedelig epos – in november 2003 in één ruk uitgekeken met vrouw en kinderen – intussen op dvd is een schitterend meesterwerk over wie zij waren en zijn, wie wij hadden kunnen zijn en waar we met z’n allen naartoe gaan, ieder zijn eigen weg. Alle levens van allen die wij ooit meenden te kennen, te herkennen.
Het had iets van Novecento van Bertolucci, van Berlin Alexanderplatz van Fassbinder, het was het epos van Italië in de tweede helft van de 20ste eeuw.
‘De film wil niet de geschiedenis van Italië vertellen, maar wil veeleer een film zijn over de tijd, zonder overdreven heimwee naar het verleden. Regisseur Franco Tullio Giordana wou de generatie van ‘’68 voor een keer niét voorstellen als zij die het land in het ongeluk gestort hebben, zoals zo vaak gebeurt. De Italiaanse recente geschiedenis wordt immers vaak gezien als triestig en negatief, met de soixanthuitards als hoofdschuldigen.
La Meglia Gioventu hadden we eigenlijk nooit in de bioscoop kunnen zien, als alles volgens plan verlopen was. Oorspronkelijk was dit bedoeld als een vierdeling megaproject van de Rai (wat het ook geworden is), maar het is ook in de bioscoop geraakt als twee films van telkens drie uur. De film/reeks is een boeiende en ontroerende familiekroniek die tegelijk een reis is door de recente Italiaanse geschiedenis en door het schiereiland zelf: Turijn, Sicilië, Milaan, Firenze, Rome, Stromboli, you name it.
"Dramatische momenten van sociale onrust en studentenprotest worden afgewisseld met de lawaaierige jovialiteit van familiefeesten en bruiloften, de frisse vrolijkheid van zomerhitjes en de trotse opwinding van de wereldbekermatchen. (...) Een boeiend en ontroerend fresco van de Grote Geschiedenis, verteld via het persoonlijke verhaal van een Italiaanse familie." (De Morgen)
La Meglio Gioventù biedt niet de haarscherpe analyse van een Bergman in Scènes uit een huwelijksleven – ook zo’‘n kroniek, want hij is zuidelijker van temperament, barokker. De emoties laaien hoog op en tranen vloeien in beken. Maar mama mia, je kijkt met open mond toe, want de dramatische kwaliteit, de breedte en de gedrevenheid van de vertelling zijn van die aard dat ze de toeschouwer onverbiddelijk twee keer drie uur aan het scherm kluisteren. ‘’Voor een stuk’‘, zo vertelt Marco Tullio Giordana aan de tafel in zijn appartement vlakbij het Italiaanse parlement, ‘’heb ik deze film gemaakt om Italië uit te leggen aan het buitenland. In de hoop dat mensen er ook iets van hun eigen geschiedenis in herkennen. In essentie is dit voor mij het verhaal van jonge Europeanen. Ik denk aan de overstroming van Firenze in 1966. Ik was daar bij samen met mijn vrienden. We waren zestien. Twintig jaar later heb ik ontdekt dat ook mijn scenaristen er waren. In Firenze waren er op dat moment jongeren uit de hele wereld bij mekaar om te helpen. Ik heb er geleerd dat er geen enkel verschil is tussen een jonge Italiaan en een jonge Fransman, Belg, Duitser, of Nederlander. We waren met dezelfde dingen bezig, we deden iets voor anderen, niet voor het geld of voor een politieke zaak. Daarom is voor mij die episode veel belangrijker dan mei 1968, want toen kwam de politiek erbij. Vanaf dan was er altijd iemand die zijn gelijk wilde halen, terwijl het voordien enkel om edelmoedigheid ging. Over 1968 is al vaak verteld in films, maar over wat eraan voorafging veel minder. Nochtans zijn die jaren belangrijk om te begrijpen hoe we ertoe kwamen om ons los te rukken uit de greep van de familie, hoe we de wereld wilden ontdekken, ervaringen uitwisselen met andere jongeren, meisjes ontmoeten. Firenze had ook iets puurs, er was een sterk verlangen om uit zichzelf te treden. Vanaf 1968 veranderde dat verlangen in een onvermogen om de andere te accepteren. Het geweld en het terrorisme zijn er dan bijgekomen, mensen werden onverdraagzaam, en op dat moment is mijn liefde voor de politiek weggesmolten.’’ Erik Martens

Leave a Comment

Please note: Uw reactie wordt bekeken voor publicatie, dit kan even duren.