Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Junichiro Tanizaki, Lofzang op de schaduw

7 november 2017

Junichiro Tanizaki, Lofzang op de schaduw

opgenomen in ‘De brug der dromen’. Verzameld werk.

Uitgeverij De Bezige Bij 2017

439. Wanneer westerlingen het over ‘het geheimzinnige Oosten’ hebben, bedoelen ze waarschijnlijk de beklemmende stilte op dit soort donkere plekjes. Ook wij stonden als kind al onuitsprekelijke angst uit en er gingen koude rillingen door ons heen als we met onze blik de diepte probeerden te peilen van de tokonoma in een zit- of studeerkamer, waar nooit een straaltje zon in viel. Hoe valt heel dit mysterie toch te verklaren? Dat zal ik u verklappen: het ligt aan de magie der schaduwen, want als je die uit de hoeken verjaagt, is zo’n tokonoma in één oogwenk een doodgewone lege ruimte. En hierin school het genie van onze voorouders, want aan het rijk der schaduwen, dat vanzelf ontstaat wanneer je zo’n ruimte bewust afschermt, kenden zij een geheimnisvolle diepgang toe die elke muurschildering of versiering overtreft. Het lijkt een simpele kunstgreep maar dat is het beslist niet; u kunt zich wel voorstellen hoeveel onopvallende aandacht er is besteed aan het aanbrengen van het raam in de zijnis, aan de diepte van de dwarsbalk en de hoogte van de drempel; en wanneer ik voor mezelf mag spreken, ik hoef maar even halt te houden bij het vaalwitte licht van de sh?ji in een studeerkamer, en ik vergeet de tijd.

427. Alle papier is wit, maar westers papier heeft een andere witheid dan h?sho of Chinees papier. Westers papier stoot lichtstralen af, terwijl h?sho en wit Chinees papier het licht volkomen absorberen, net als een laagje zachte, vers gevallen sneeuw; onder je vingers voelen deze papiersoorten buigzaam aan, en als je ze vouwt maken ze geen gerucht. Ze zijn onhoorbaar en vochtig, net als boomblaadjes. Meer over het algemeen mag je wel stellen dat blinkende dingen ons onrustig maken.

Lees verder »

Louis Van Dievel, De laatste ronde

1 november 2017

Louis Van Dievel, De laatste ronde
uitgeverij Vrijdag 2017

Louis Van Dievel schrijft gestaag verder aan zijn oeuvre als ‘de bewaarder van hen die niet meer zoeken naar een stem’. Hij doet dat met haarscherpe dialogen op het ritme van een taal uit een niet eens zo ver verleden, als hanteerde hij ooit een bandopnemer bij de gesprekken die hij opving.

Zijn motto bij een eerder boek ‘Het gewemel’ blijkt steeds actueler in zijn werk:

‘Het leven is van ijzer, als een stoomwals komt het zwaar en langzaam dreigend op ons toe. Daar helpt geen weglopen aan, daar komt het al, daar is het al vlakbij.(...) Daar nadert het en niemand kan eraan ontkomen. Hoort die machine bonzen en stampen. Als het straks weer licht wordt, zullen we zien wat er overgebleven is.’
Alfred Döblin, Berlijn Alexanderplatz.

‘De laatste ronde’ is weer zo’n pageturner waar een dansende taal het ritme van waaierende brieven en pakjes met toenemnde tederheid strak naar de ontknoping voert.

95. Wat weet ge van uw ouders als ge vijftien, zestien zijt? Misschien gaat dat nu anders maar toen ik een puber was – dat woord bestond toen geeneens – woonden uw ouders in een totaal andere wereld als gij. In hetzelfde huis maar in een andere wereld. Een wereld die ge niet kende en die ge niet wilde kennen. Ze waren er, punt. Ze gaven u eten en ze kochten u kleren en ze gaven u veel te weinig vrijheid en zakgeld en ze zaagden u de oren van de kop over de school. Maar of ze mekaar graag zagen of enkel maar konden verdragen of mekaar niet konden uitstaan, boh.  Of ze zorgen hadden en wat voor zorgen, geldzorgen en zogen over hun gezondheid , dat wist ge niet  en dat interesseerde u ook niet. Zolang ze maar geen kletterende ruzie maakten als ge erbij waart, oef integendeel, dagenlang aan stomme ambacht deden, of degoutante geluiden produceerden achter de slaapkamerdeur, was het u allemaal gelijk. Van uw vader wist ge nog minder dan van uw moeder, want hij ging uit werken en uw moeder was huisvrouw. Ge keek neer op uw ouders. Niet met mij, dacht ge. Ge besefte niet dat ge later juist dezelfde rol zoudt spelen.

Jan Leyers op Canvas en VPRO: ‘Allah in Europa’

31 oktober 2017

Allah in Europa, het laatste deel. 

Deze keer had Jan Leyers voor mij een pijnlijk hoofdstukje in petto: hij stond met zijn ploeg in mijn oud huisartsen-werkgebied: Rotterdam Zuid, meer bepaald aan de Schere waar ik tien jaar lang met de auto en de fiets passeerde op visite in de straat en de wijk.

Hier zit nu volgens Jan Leyers sinds vier jaar een islamitische school, het ‘Avicenna college’ en daar konden we nu achter de nog steeds gesloten gordijnen een kijkje nemen in de klassen en kennismaken met Richard Troost, een oude provo – zelfs communist en atheïst – die nu directeur is en er prat op gaat dat uit zijn school geen Syriëstrijders vertrokken zijn.

Dat is natuurlijk heel wat om terecht blij over te zijn.

Hij vertelt ook dat de school zich soepel opstelt qua kledingvoorschriften en zo, waar op de website nochtans vermeld wordt:

“Kledingvoorschriften: zowel voor jongens als voor meisjes gelden kledingvoorschriften conform de islam. Gescheiden gym- & zwemlessen: sportactiviteiten worden gescheiden gehouden. Zo houden wij rekening met de gevoeligheden tussen jongens en meisjes.Vakoverstijgend islamitisch onderwijs: ook bij vakken als biologie en maatschappijleer wordt er rekening gehouden met islamitische gevoeligheden.”

Het gesprek met de van een ferme bidplek voorziene islamleraar is onthullend. De bruine bidvlek op zijn voorhoofd – zabiba, rozijn – moet getuigen van de frequentie waarmee hij zijn voorhoofd op de mat drukt tijdens de talloos veel gebeden. Hij bezweert zijn leerlingen voor een muurgrote foto van de veeltorenige grote moskee van Mekka voor welke vergrijpen ze allemaal naar de hel zullen gaan…De man is duidelijk beslagen in de terreur van de angst voor hel en verdoemenis.

Maar wat ik zo spijtig vind aan Leyers’ bezoek is dat hij met geen woord rept over de vorige Islamitische school aan de Schere in dezelfde gebouwen: de beroemde Ibn Ghaldoun Islamitische School.

Nochtans ligt daar heel wat materiaal voor het grijpen om het denken en doen van de islamitische opvoeders te wikken en wegen. 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Islamitische_Scholengemeenschap_Ibn_Ghaldoun

http://www.janvanduppen.be/?p=2252

http://www.janvanduppen.be/?p=2309

https://www.nu.nl/binnenland/3703608/examenfraude-ibn-ghaldoun-kost-drie-miljoen-euro.html

Nourdeen Wildeman opende deze finale aflevering als een echte apologeet met de belijdenis dat alle negatieve invullingen van de Islam enkel slaan op de mensen, nooit op de islam zelf.

Je zou het zo kunnen geloven, net zoals het stralende geluk van de geconverteerde Antwerpse familie 4 NEW MOSLIMS, waar finaal ook den bompa meedoet voor de gezelligheid en het hippe reclamespotje voor de Medina Expo waar meer volk leek rond te dwalen dan op de Boekenbeurs. Uiteraard volgt de boodschap van hoop, waar uiteraard niemand kan tegen zijn…

Hoewel… wie daagt daar op in de schijnwerpers? De Fouad!

Fouad Ahidar, de sp.a-ondervoorzitter van het Brussels parlement die deze keer voor Jan Leyers uit een ander vaatje tapt: radicalisering van jongeren en Syriestrijders die vertrekken zijn vandaag voor hem het noodlot dat iedereen kan overkomen… dus toch de wil van Allah.

Enkele jaren voordien had hij nog een ander verhaal. De Fouad is dan ook een haan, een echte haan die draait met de wind…zoals zijn maat, den Bert, altijd in voor onbeschaamde onzin.

De gesprekken met enkele imams uit het gemeenschapsonderwijs en met een Brusselse schooldirectrice en Montasser AIDe’emeh toonde de pijnlijke link tussen de angstcultuur binnen de islamopvoeding en radicalisering wegens in één enorme klap verlost van alle zonden.

Overigens blijkt Montasser behoorlijk veranderd in zijn  aanpak. Het academische verhaal in Antwerpen en Nijmegen lijkt plaats geruimd voor een realistischer, bescheiden en moediger verhaal. 

In Nederland lag het allemaal nog een beetje anders: de Wildeman knuffeltheorie maakt blind, het dreigement van de moslim-partijleider in Nederland dat wie zich verzet tegen de invloed van de Schepper aansluit bij een heel gevaarlijke tendens, en dat is waar we volgens hem naartoe gaan.

Je oren flapperen ervan: omdat deze zuiverheid toegewijde moslimfundamentalisten hun minderheidsstandpunten niet kunnen opleggen dreigt er echt wat te gebeuren in de toekomst.

Over dit fenomeen werd reeds boeiend geschreven maar nog fllnker weggekeken:

http://nl.jandecaluwe.com/opinie/islam-pessimisme.html

https://medium.com/incerto/the-most-intolerant-wins-the-dictatorship-of-the-small-minority-3f1f83ce4e15

Montasser AIDe’emeh was deze keer duidelijk in zijn verwijten aan de moslimgemeenschap die zich neergelegd heeft bij imams die hun jongeren kwamen indoctrineren en rekruteren. Hij was bijzonder goed in zijn benadering van kleine kinderen met angst voor de hel en hun God. Hij ziet alleen de twijfel als werkbaar medicijn.

En zo sluit Jan Leyers heel toepasselijk de reeks ‘Allah in Europa’ af onder het standbeeld van Jan Baptista van Helmont – de twijfelende renaissance-arts-alchemist op de Nieuwe Graanmarkt – tussen basketballende gelovigen.

De wijze imam pleit op de bank bij van Helmont ook voor de twijfel en het rationeel nadenken naast een menselijk geloof: hersenen gaan boven de koran.

Volgens Jan Leyers in zijn slotwoord kondigt de strijd zich niet zozeer aan tegen de islam en haar gelovigen als tussen de gelovigen in de Ene en de Ware onderling, tussen de menselijke islamieten en de gezuiverde mohammedanen.

Ik begin sinds ‘Allah in Europa’ steeds beter te beseffen dat we de overgrote meerderheid van islamvarianten moeten begrijpen als kolonisatoren met verschillende missionaire geloofsvarianten, gesteund, gestuurd en geleid vanuit de diverse thuislanden en Saoudi Arabië. Zoals destijds missionarissen en zendelingen van de roomse (jezuïeten, scheut, witte paters, ...), anglicaanse, pinkster, adventisten en andere obediënties in Afrika, Azië en Latijns Amerika.

Daaruit volgt de vraag hoever, hoelang West Europa dit kan en mag tolereren. In Oost Europa en Rusland is het duidelijk.  In China, Japan, Myanmar evenzeer.

Jan Leyers heeft in Knack nog een aangrijpend antwoord geschreven aan de mohammedaanse theologe Betül Demirkoparan, die aan de Katholieke Universiteit van Leuven mag doctoreren:

http://www.knack.be/nieuws/belgie/bij-veel-jongeren-leeft-het-idee-dat-je-moet-kiezen-tussen-belg-zijn-en-moslim-zijn/article-longread-916481.html

http://www.knack.be/nieuws/belgie/jan-leyers-reageert-scherp-op-onderzoekster-belgische-moslimgemeenschap/article-normal-919085.html

In een interview vertelt onderzoekster Betül Demirkoparan dat ze zich stoort aan de manier waarop ik in de reisdocumentaire Allah in Europa volstrekt marginale moslims opzoek, om hen dan voor te stellen alsof ze representatief zijn voor de Europese moslimgemeenschap. 

Jammer genoeg vertelt mevrouw Demirkoparan er niet bij over welke marginale moslims ze het heeft. De imam van Srebrenica? De voormalige grootmoefti van Bosnië? De islamleraar uit Wenen die in zijn vrije tijd moslimgevangenen bezoekt? De voorzitter van een moskeetje in Boedapest die zich om de armen van zijn wijk bekommert? Latifa, de dochter van het eerste slachtoffer van de aanslag in Nice? De islamitische begrafenisonderneemster uit Londen die zich ergert aan de vele nikabs op straat? 

Of bedoelt ze Zana Ramadani, de Duits-Albanese feministe die op haar achttiende, toen haar ooms haar wegens haar te westerse gedrag een lesje wilden leren, kon ontsnappen en in een vluchthuis onderdook? Of Naser Khader, de Deens-Syrische politicus die durfde te zeggen dat hij de Mohammedcartoons grappig vond en sindsdien in Kopenhagen onder permanente bewaking leeft? 

Ik ga in gedachten verder het rijtje af. En plots besef ik over wie mevrouw Demirkoparan het heeft. Over Mustafa natuurlijk, de Zweeds-Afghaanse activist die vindt dat de Zweden veel te laks en naïef zijn als het op het verdedigen van hun waarden aankomt. En over Ahmed, de Brusselse islamleraar die het menselijk verstand hoger inschat dan de Koran, en die een gepassioneerd pleidooi houdt voor twijfel en kritiek. Figuren als Mustafa en Ahmed zijn binnen de islamitische gemeenschap volstrekt marginaal en hoegenaamd niet representatief, daarin heeft de onderzoekster meer dan gelijk. Een volgende keer sla ik ze over. 

Ignaas Devisch, Het empatisch teveel. Op naar een werkbare onverschilligheid.

30 oktober 2017

Ignaas Devisch, Het empatisch teveel. Op naar een werkbare onverschilligheid.

uitg. De Bezige Bij 2017

Ignaas Devisch heeft met dit boek een duidelijke stap gezet temidden van het verontwaardigde amalgaam van beschuldigingen waarmee de burgers tegenwoordig om de oren worden geslagen voor het hogere en vooral goede doel. ‘Op naar een werkbare onverschilligheid’ is een stapsteen geworden waarop de lezer kan steunen met de stemme.

23. De vragen die ik de lezer wil voorleggen zijn daarom deze: zou het kunnen dat er tegenwoordig niet zozeer sprake is van een empathietekort, maar eerder van een empathisch teveel? Zijn we misschien vergeten waarom onverschilligheid nuttig en zelfs noodzakelijk kan zijn om een samenleving draaiende te houden? Natuurlijk hebben we empathie nodig. Onverschilligheid zonder enige vorm van empathie is niet werkbaar, maar omgekeerd geldt hetzelfde: een bepaalde mate van onverschilligheid ontslaat ons van de onmogelijke opgave om aanhoudend en tegenover iedereen empathisch in het leven te staan. Die onverschilligheid, indien gekoppeld aan een overheid die haar middelen rechtvaardig probeert te verdelen, maakt de samenleving werkbaar. Slechts vragen om meer empathie biedt geen uitweg.

66. Empathie kan niet de enige basis vormen voor ons moreel kompas, omdat het vooral inzoomt op het hier en nu, daardoor met een vernauwde blik naar de wereld kijkt. Kortom, empathie neigt tot bewustzijnsvernauwing. Je kunt geen samenleving besturen door je in je handelen ten opzichte van anderen alleen of voornamelijk te laten leiden door spontane gevoelens van sympathie of antipathie voor mensen.


Meer nog, het lezen van ‘Het empathisch teveel’ kan helpen om het eigen goed gevoel te relativeren in maatschappelijke kwesties. Het boek helpt enige verhelderende afstandelijkheid te koesteren bij het oordelen in plaats van meegesleept te worden door het heerlijke moraliseren om het goede te doen om het eigen goed gevoel.
122. Anders gezegd, verontwaardiging verschaft ons het gevoel aan de juiste kant van de moraal te staan. De humanistische psycholoog Erich Fromm verwoordt dit aldus:

Er bestaat misschien geen fenomeen dat meer destructieve gevoelens bevat dan ‘morele verontwaardiging’, omdat het toelaat vijandelijkheid of haat voor deugd te laten doorgaan. De ‘verontwaardigde’ persoon kent voor een keer de genoegdoening om op een ander neer te kijken en die als minderwaardig te behandelen en, daaraan verwant, het gevoel van zijn eigen superioriteit en rechtschapenheid.


Als eerste denker in het Nederlandse taalgebied heeft Ignaas Devisch de moed gehad om deze ‘empathie’ – kwestie ernstig te bevragen. Hij gaat echter verder en pleit voor een werkbare onverschilligheid, als fundament van onze sociale zekerheid, die ondermijnd wordt door oproepen tot caritas en empathisch medeleven.
159. tot een goed evenwicht moeten komen tussen voldoende empathie op intermenselijk vlak en andere principes die empathie aanvullen op maatschappelijk vlak en een werkbare onverschilligheid tegenover anderen innemen.

Een werkbare onverschilligheid klinkt negatief, maar stel je het omgekeerde voor, dat er geen onverschillige mechanismen zijn of dat je je met alles en iedereen evenveel betrokken zou moeten voelen. Dit empathisch teveel zou van het dagelijkse leven een verschrikkelijke zaak maken en ons morele systeem totaal overbelasten.


Wat natuurlijk niet belet dat de solidaire empathische bevraging van de sociale zekerheid – zonder het ‘voor wat hoort wat’ principe – finaal de mist in zal gaan wegens onhoudbaar. Dank zij de grote traditie van het Mimetische Diagnostische en Therapeutische Multiplicator Effect, of het slaafse denken in veilige analogieën, wordt de financiering van een dergelijke empatisch gestuurde uitdijende sociale zekerheid onhoudbaar. Zelfs als alle rijken de crisis betalen.

Menselijke solidariteit heeft immers lang niet alleen maar goeds opgeleverd.
Het gedrag van voetbalhooligans en politieke of religieuze extremistische rellen zijn ook gebaseerd op solidariteit tussen de deelnemers onderling. Groepsgewijs georganiseerde uitkeringsfraude steunt evenzeer op onderlinge solidariteit. Beurshandelaars en -makelaars kennen alles van empathie en solidariteit als hun banken dreigen om te vallen.
Vaak wordt onze empathie bevraagd om ons solidair op te stellen.
Maar dat is geen eenvoudige opdracht wanneer werkloze autochtonen merken dat de arbeidsmarkt verstoord wordt door immigranten die uitgestuurd werden om kapitaal voor het thuisfront te vergaren. Vraag en aanbod worden zo van buitenaf verstoord.

Bij solidariteit, empathie, compassie en steun is het veralgemenen van principes bijna altijd onzinnig aangezien er geen gelijkheid bestaat tussen mensen onderling.

‘Empathie is wat ons menselijk maakt, objecten en subjecten van morele zorg. Empathie verraadt ons echter als we het als morele gids proberen te gebruiken.’ - Paul Bloom.

vrt deredactie.be blog: Over misbruik van empathie en solidariteit

 

Lees verder »

Joseph Roth, Zipper en zijn vader

18 oktober 2017

Joseph Roth, Zipper en zijn vader

uitg. LJ Veen Klassiek

Een formidabel gebalde en gelaagde roman over vaders en zonen, moeders en echtgenotes, toneel- en filmsterren, oorlog en gewapende vrede en scènes uit een huwelijksleven.

Een meesterwerk van literaire observatie.

158. En bij een schrijver begint al waar hij zwijgt de leugen.

159. Het is symbolisch voor onze generatie van teruggekeerde soldaten, die men belet te spelen: een rol, een handeling, een viool,. Wij zullen ons nooit verstaanbaar maken, mijn beste Arnold, zoals je vader dat nog kon. We zijn gedecimeerd. We zijn met te weinig. Te weinig voor deze wereld waarin enkel en alleen het puur fysieke gewicht van de massa een doorbraak maakt en niet de geestelijke energie van een eenheid.


20. Maar, zoals het nu eenmaal gaat, je dacht er nooit aan dat ze niet bij elkaar pasten. Zo vergaat het ons meestal als we naar een ouder echtpaar kijken. Ze vormen een fait accompli, aan hun gemeenschappelijkheid valt niet meer te twijfelen. Ze hebben al kinderen, grote kinderen. Van de weerstand die ze in de begintijd van hun huwelijk als wapen zin de strijd wierpen, is niets meer over. Beiden hebben hun scherpe kantjes verloren, hun kruit verschoten. Ze zijn twee oude vijanden, die bij gebrek aan strijdmiddelen een wapenstilstand sluiten die eruitziet als een een bondgenootschap. En van hun oude vijandschap weten we niets meer.

Maar op de momenten die wij, observerende buitenstaanders, niet kennen, gebruiken ze tegen elkaar nog de laatste restanten van hun wapens, of ze hanteren ander materiaal, materiaal van de vrede, voor hun huiselijke strijd. Uit de tijd dat hun vijandschap jong was, hebben ze verschillende onverslijtbare middelen om te haten: een glimlach die juist dan in stelling wordt gebracht wanneer hij de andere pijn doet, een woord dat aan een lang voorbije woeste scene herinnert en dat, opnieuw tevoorschijn gehaald, geheelde wonden openrijt, een manier van elkaar aankijken die beiden doet verstijven, abrupte bewegingen die hun in nevelen gehulde, ingeslapen vijandschap plotseling tot leven wekken, zoals afgevuurde raketten een duistere oorlogssituatie met al haar gruwelen verlicht.

 

Lees verder »

Joseph Roth, De Kapucijner Crypte.

16 oktober 2017

Joseph Roth, De Kapucijner Crypte.

uitg. Veen

Het mooie vervolg op zijn Radetzkymars

‘En daarom moeten we alles loslaten, ieder moet zijn eigen weg gaan! Als mijn kinderen mij niet gehoorzamen, doe ik alleen nog moeite om mijn waardigheid niet te verliezen. Dat is alles wat een mens kan doen. Ik kijk wel eens naar ze als ze slapen. Hun gezichten lijken me dan vreemd, haast onherkenbaar, en ik zie dat ze vreemde mensen zijn, uit een tijd die nog komt en die ik niet meer zal meemaken. Ze zijn nog jong, mijn kinderen! De een is acht, de ander tien, en ze hebben ronde, blozende gezichten als ze slapen. En toch is er veel vreemds in die gezichten als ze slapen. Soms denk ik dat het al de wreedheid van hun tijd is, van de toekomst, die in de slaap over de kinderen komt. Ik zou die tijd niet graag willen meemaken!’

5. Ik ben geen kind van deze tijd, het kost me zelfs moeite mij er niet ronduit een vijand van te noemen. Niet dt ik deze tijd niet begrijp, zoals ik zo vaak beweer. Dat zijn maar vrome praatjes. Ik wil gewoon, uit gemakzucht, niet grof of hatelijk worden en daarom zeg ik dat ik de dingen niet begrijp waarvan ik eigenlijk moet zeggen dat ik ze haat of veracht. Ik heb een scherp gehoor, maar ik speel de hardhorige. Ik acht het nobeler een gebrek voor te wenden dan toe te geven dat ik vulgaire geluiden heb opgevangen.

33. Door het bestaan van zonden te erkennen vergeeft zij deze zonden reeds. Zij laat eenvoudigweg geen feilloze mensen toe: dat maakt de Kerk bij uitstek menselijk. Haar vlekkeloze kinderen verheft zij tot heiligen. Alleen al daardoor laat zij stilzwijgend toe dat mensen feilbaar zijn. Zij laat de zondigheid zelfs in die mate toe dat zij de schepsels die niet zondigen niet meer menselijk acht: die worden zalig of heilig. Daarmee etaleert de roomse Kerk haar voornaamste doel: zij vergeeft, scheldt kwijt. Er is geen nobeler doel dan het schenken van vergiffenis. Bedenkt u wel: geen doel is zo vulgair als het nemen van wraak. Er is geen noblesse zonder generositeit, zoals er geen wraakzucht is zonder vulgariteit.

60. Het was voor mij een groots blijk van moederlijkheid: de vreedzame knoedels in pruimensaus, die plotseling, als je dat zo mag zeggen, een bres sloegen in mij bereidheid om te sterven. Ik had van ontroering op mijn knieën kunnen vallen. Maar ik was in die tijd nog te jong om ontroering te kunnen tonen zonder me te schamen. En sinds dat uur weet ik ook dat je heel rijp en op zijn minst zeer ervaren moet zijn om emoties te kunnen tonen zonder door schaamte te worden geremd.

147. Ze begon ook, zoals dat dikwijls bij hardhorig wordende, oudere mensen gebeurt, haar geheugen kwijt te raken. En het was goed zo! Hoe weldadig is de natuur! De gebreken die ze de ouderdom schenkt, zijn een zegen. Vergeten, doofheid en slechte ogen schenkt ze ons wanneer we oud worden; een beetje verwardheid ook, kort voor de dood. De schaduwen die de dood vooruitwerpt, zijn koel en weldadig.

Margareta Magnusson, Opruimen voor je doodgaat.

13 oktober 2017

Margareta Magnusson, Opruimen  voor je doodgaat.

uitg. De Bezige Bij 2017

Een handig boekje met een bijna intiem verhaal over wijsheid bij ons levenseinde, mooi geformuleerd, grappig en indringend, een enkele uitschuiver eigen aan de schrijfster en Zweden. Maar echt een bemoedigend boekje dat ons zeer herinnerde aan de manier waarop Tilly L. het ons heeft voorgedaan.

Verwarmend om zoveel jaren later de echte betekenis van haar döstädning dankbaar te kunnen begrijpen en zelf proberen toe te passen.


21. Oude mensen denken vaak dat de tijd sneller gaat, maar in feite worden wij langzamer. Dus wacht niet te lang…


26. Kies een categorie waarvan je denkt dat je er redelijk vat op hebt. Kies er een die vrij groot is, zonder al te veel sentimentele waarde. Het is belangrijk dat de eerste categorie je weinig moeite kost. Want ik wil niet dat je het er meteen bij laat zitten.


110. Dingen, mensen en huisdieren laten gaan als er geen beter alternatief is: het is een les die ik met moeite heb moeten leren en die het leven me, nu het voortschrijdt, steeds vaker leert.



Margareta Magnusson, Opruimen voor je doodgaat

Jan De Maesschalck, Untitled (Mourning), 2015

Orhan Pamuk, De vrouw met het rode haar.

23 september 2017

Orhan Pamuk, De vrouw met het rode haar.

Uitg. De Bezige Bij 2017

De Chinese dichter DuoDuo omschreef in 1989 na de Pekingse Lente en zijn vlucht naar Poetry International te Rotterdam het verschil tussen oost en west als: “In het oosten eten de vaders hun zonen op om de macht te kunnen behouden, in het westen doden de zonen hun vaders om met hun moeder te slapen.”

‘De vrouw met het rode haar’ is een fenomenaal gelaagde roman waarin Orhan Pamuk de kwestie oost-west, vader-zoon, moeders-vrouwen op een diepgravende, haast archeologische wijze onthult.
265. Want de dingen uit oude sprookjes en legenden overkomen je uiteindelijk zelf. Hoe meer je leest en in legenden gaat geloven, hoe meer ze je overkomen. Je noemt een verhaal dat je hoort trouwens een legende juist omdat het je zal overkomen.

Het literaire raffinement van Orhan Pamuk geeft de lezer telkens weer de kans om mijmerend te verdwalen in eigen interpretaties, verlangens en overwegingen. Waarna we toch weer bij hetzelfde graven in moeder aarde terechtkomen op zoek naar het levende water.

Hij overstijgt de huidige politieke, religieuze, militaire en economische van zijn Turkije door precies Sophokles Oedipus Koning en Het Boek der Koningen, de Shahnameh uit Perzië te verweven in de vader-zoon verhouding en de schroom over het begeren van de moeder-vrouw.

266. Ik was nog geen vijfendertig en wist al van de trots en de zwakte van mannen en van het individualisme dat door hun aderen stroomt. Ik wist dat ze hun vaders kunnen doden, en hun zonen evengoed. Maar of vaders nu hun zonen doden, of zonen hun vaders, de mannen zijn de helden en mij rest niets anders dan tranen te vergieten. Misschien moest ik vergeten wat ik daarvan wist en ergens anders heen gaan.

186. De vraag waar het eigenlijk om ging was waarom in Europa, dat kon bogen op een zoveel bredere en rijkere beeldcultuur en -traditie, net de cruciale scènes uit Oedipus zoals de moord op zijn vader en het slapen met zijn moeder, niet waren afgebeeld. De Europese schilders konden in woorden over deze schilderijen denken, ze begrepen het verhaal. Maar waar ze in woorden over konden denken konden ze niet voor zich zien, konden ze niet uitbeelden. Dat was de reden dat ze alleen het moment geschilderd hadden dat Oedipus het raadsel van de sfinx oplost. In islamitische landen, waar veel minder afbeeldingen werden gemaakt en bekeken, waar die meestal verboden waren, was de moord op Sohrab door zijn vader Rostam juist duizenden malen uitbundig getekend.

Pier Paolo Pasolini, behalve regisseur ook romancier en schilder, had met zijn film Edipo re afgedaan met deze regel.


237. Als je zonder vader opgroeit, besef je niet dat de wereld een centrum en een grens heeft, dan denk je dat je alles kunt…’ zei hij. ‘Maar na een tijdje weet je niet meer wat je moet, dan probeer je in de wereld een betekenis, een centrum te vinden, en ga je op zoek naar iemand die nee tegen je zegt.’

Lees verder »

Johan Swinnen, Happening – De aanslag in de Inno.

21 september 2017

Johan Swinnen, Happening – De aanslag in de Inno.

uitg.Vrijdag 2017

Met ‘Happening, de aanslag in de Inno’ heeft Johan Swinnen en indrukwekkend roman geschreven die getuigt van een periode waarin de zuiveren en de rechtgelovigen in het marxisme leninisme en de gedachte Mao Zedong elkaar in een hels opbod tot revolutionaire terreur dreven tegen het Amerikaanse imperialisme en haar lakeien in de Brusselse consumptiemaatschappij. De ‘happening’ liep uit de hand en de Inno brandde af met 323 doden.

Wie zich een idee wil vormen over hoe het er in die ‘beweging’ of stroming aan toe ging, kan te rade bij ‘Happening’ want Swinnen beschrijft bijzonder goed de sfeer, de zeden en gewoonten in die jaren zestig revolutionaire groupuscules.

Ook zijn verslag over het leven en lijden op het Vlaamse – Limburgse platteland is aangrijpend.

Maandag 22 mei 1967: een aanslag met drie brandbommen tijdens de Amerikaanse veertiendaagse in de Brusselse À l’Innovation kent 323 doden en honderden gewonden. Bij deze apocalyptische brand verliest de dertienjarige Hervé zijn beide ouders. De ramp verandert voorgoed zijn leven en verbindt zijn lot aan Delphine, een militante actievoerster uit het hart van de Brusselse Commune Ché. Ze heeft haar wortels in de studentenprotesten en woont op libertijnse wijze samen met geradicaliseerde actievoerders.
Happening is een sleutelroman die het fascinerende verhaal vertelt van een groep bezielde jongeren die uit verontwaardiging over de steun van het Westen jegens de oorlog in Vietnam en de onrechtvaardigheden van de kapitalistische samenleving tot geweld overgingen en met bommen de strijd aanbonden tegen de Belgische staat. Ze noemden hun vorm van actievoeren ‘ein großes Happening’.

‘De brand in de Innovation in de Nieuwstraat in Brussel op maandag 22 mei 1967 ontstond niet door een kapotte tl-lamp maar was een communistische aanslag, schrijft Swinnen. Op die bewuste dag gingen zijn ouders winkelen in het megalomane grootwarenhuis in Brussel. In de Innovation, nu bekend als Galeria Inno, kon je werkelijk alles krijgen: meubels, kledij, huishoudgerief, voeding … Er was ook een restaurant en een kapperszaak. Dit allemaal met de bedoeling om klanten er zo lang mogelijk te laten winkelen. Maar bij de brand werkte dit als een muizenval.

Zelf ontsnapte de toen 13-jarige Swinnen aan de brand. Hij was stout geweest en mocht niet mee op uitstap naar Brussel. ‘Soms kreeg ik er schuldgevoelens over’, vertelt Swinnen. ‘Was ik er beter bij geweest? Of had ik ze kunnen redden? Je weet dat niet. Ik hoop dat ze bovenaan het gebouw in het zelfbedieningsrestaurant zijn omgekomen, waar veel kans was op verstikking. Hopelijk waren ze bij wijzen van spreken met hun hoofd in hun kom soep gevallen, zodat ze niet bij bewustzijn in brand hebben gestaan (stilte) en aan hun drie kinderen konden denken …’

Het is een sleutelroman

‘Wie daarnaar op zoek gaat, kan heel veel vinden, vergeet niet: het is een sleutelroman. Het punt is dat de daders nooit veroordeeld zijn geweest. Als ik morgen de namen bekend maak, dan is het voor hen heel eenvoudig om mij aan te klagen voor reputatieschade – het gaat hier tenslotte over 323 doden en zovele gewonden.De passages met en over de daders zijn gedocumenteerd en deels gefingeerd. Het boek is trouwens drie weken later verschenen: na overleg met juristen hebben we namen en plaatsen veranderd.’


‘Fotograferen dient een verheven doel: verborgen waarheden onthullen en een verdwijnend verleden construeren.” Susan Sontag

16.ik probeerde me te herstellen en te genezen van het verlies van mijn ouders.Ik wilde iets zinnigs doen met mijn leven. Het engagement van de derdewereldbeweging kwam als geroepen. Ik leerde veel van de strijd van de arbeiders en mijnwerkers in het Genkse. De mijnentingen een voor een dicht en de Ford-fabriek buitte de arbeiders uit. Ik leerde na school Spaans bij broeder Nest om ontwikkelingswerk te kunnen gaan doen in Zuid Amerika. Ik wilde meehelpen de dictaturen in Spanje en Griekenland omver te gooien en me inzetten voor het behalen van onafhankelijkheid van de Portugese kolonies. Wereldsolidariteit was mijn sleutelwoord.

17. Het is een boutade om Nietzsche te citeren: ‘Wat me niet doodt, maakt me sterker’, maar ik voeg er de Joker uit ‘The dark knight’ aan toe:‘I believe anything that doesn’t kill you makes you stranger’

Lees verder »

Paolo Cognetti – De acht bergen.

11 september 2017

Paolo Cognetti – De acht bergen.

De Bezige Bij 2017

Een knappe roman over vader-zoon-moeder relatie, vriendschap voor het leven of toch niet helemaal, het land en de bergen, de liefde en het vee …

Het thema van het terugtrekken uit de steden naar het platteland en de bergen is herkenbaar zoals Silvia Avallone dat in de crisisjaren waarnam bij goed geschoolde Italiaanse jongeren. Zij  verwerkte dit in haar meesterlijke roman Marina Bellezza  

‘Het goede huis is het huis waarin je vergeet hoe het met de wereld is gesteld.’ (Bart Meuleman, De jongste zoon)

137. Het was een seizoen van terugkeer en verzoening, twee woorden waar ik bij het verstrijken van de zomer vaak aan dacht. Op een avond vertelde mijn moeder me een verhaal dat ging over haar, mijn vader en de bergen, de manier waarop ze elkaar hadden leren kennen en die waarop ze uiteindelijk waren getrouwd. Raar om daar zo laat pas over te horen, als je bedenkt dat dat het verhaal was van hoe ons gezin was ontstaan, en dus hoe ik was ontstaan. Maar toen ik jong was, was ik te jong voor dat soort verhalen, en daarna wilde ik er niet meer naar luisteren: zelfs op mijn twintigste zou ik, om maar geen familieherinneringen aan te hoeven horen, mijn vingers nog in mijn oren hebben gestopt, en ook die avond reageerde ik aanvankelijk afwijzend. Een deel van me was gehecht geraakt aan de dingen die ik niet wist.

(...)

Maar terwijl mijn moeder vertelde, begon er een ander gevoel bij me op te komen. Ik dacht: ik kén dit verhaal. En inderdaad kende ik het ook, op mijn manier. Jarenlang had ik er de fragmenten van verzameld, als iemand die de uitgescheurde bladzijden van een boek bezit en ze duizenden keren in willekeurige volgorde heeft gelezen. Ik had foto’s gezien, gesprekken gehoord. Ik had mijn ouders en hun manier van doen geobserveerd. Ik wist bij welke onderwerpen ze opeens stokten, bij welke ze ruzie kregen en welke namen uit het verleden in staat waren hen treurig te stemmen of te ontroeren. Ik bezat elk afzonderlijk deel van het verhaal, maar was er nooit in geslaagd er een geheel van te maken.

‘Ga nooit terug om je vroegere front te bezoeken’. (Ernest Hemingway 1898-1961)

239. Lang nadat ik was opgehouden mijn vaders paden na te lopen, had ik van hem geleerd dat er in sommige levens bergen bestaan waar je niet naartoe terug kunt keren. Dat je in levens als het mijne en het zijne niet terug kunt naar de berg die het middelpunt is van alle andere, en het begin van je eigen geschiedenis. En dat mensen zoals wij, die op de eerste en hoogste berg een vriend hebben verloren, niets anders rest dan over de acht bergen dwalen.

Eddy Daniels, De kwestie M – een gekaapte godsdienst

5 september 2017

Eddy Daniels, De kwestie M – een gekaapte godsdienst.

Uitg. De Blauwe Tijger 2017

Eddy A.M. Daniels publiceerde al over de teloorgang van onze democratie in het multiculturele debat, in De Open Samenleving en Haar Nieuwe Vijanden (2005). Over de kansen op een hernieuwing in de katholieke kerk in Papa Ratzi. Paus & Ketter (2006). En over genocide in de isl?m in ‘Mohammed, de joden en de dadels’ in het verzamelwerk Kritische bedenkingen bij een politieke religie (2010).

Een verbluffend boek dat ik met veel interesse heb gelezen. De auteur is erin geslaagd om zo’n besmette, vervalste, misvormde materie helder te fileren, ook voor leken. Een titanenwerk waar spijtig genoeg een uitgebreid namen en verwijzingen register ontbreekt. Misschien nog op te lossen in digitale vorm.

Eddy Daniels ontwikkelt ook een uitgebreid antwoord op hoe het er in de toekomst misschien zou kunnen aantoe gaan wanneer mohammedanen zich weer tot de kern van de oorspronkelijke islam zouden kunnen wenden. Al zal er heel veel afhangen van de moed en de wil om zich te bevrijden van de kluisters in denken en doen bij Europese moslims.

Hij gaat uitgebreid in op de pogingen tot verchristelijken van de mohammedaanse ideologie door Karen Armstrong en Hans Küng, inclusief de vervalsingen, interpretaties en verlangens die nergens op gebaseerd blijken dan op hun eigen wensdromen.

Inhoudsopgave

https://flic.kr/s/aHsm86u9hV

24. Het verhaal dat ik hier zal vertellen is er dus niet één over hoe Mohammed effectief was, maar over hoe de islámitische autoriteiten intern denken, maar niet aan hun gelovigen (en andersdenkenden) onthullen dat hij is geweest. Zodat zij — zelfs als zij dat willen — totaal geen theologische argumenten meer kunnen inzetten tegen een verschijnsel als Is/Daesh of al-Qaeda, en die via een wereldomvattende fatwá onmogelijk takfir kunnen verklaren, tot afvallige. Daarbij zal ik hun eigen bronnen laten spreken. Ik bied de lezer hier dus geen westerse visie op Mohammed aan, maar een mohammedaanse met dien verstande dat dit een visie is die het daglicht niet verdraagt en door de overgrote meerderheid der gewone moslims niet gekend is. Men zal mij beter begrijpen als ik een vergelijking maak met hoe de Hebreeuwse Bijbel gelezen werd in de katholieke kerk. Grote delen van de Bijbelse teksten zijn puur racistisch en moeten niet onderdoen voor Hitlers Mein Kampf: Het verhaal over de Landname onder Jozua, die de autochtone Kanaánieten als een sta-in-de-weg beschouwde, is kolonialistisch (6:21; 10:35). Het verhaal over het optreden van de koningen Saul en David, op bevel van Samuel (I 15:3), tegen de woestijnstam der Amalekieten is genocidaal (Saul werd gestraft omdat hij slechts de mannen had vermoord maar vrouwen en kinderen in leven gelaten). Het verhaal over de terugkeer van Judeïsche ballingen uit BabyIon onder Ezra (9:2) en Nehemia (13:3, 25b), schetst een apartheidsregime waarin het de lieden met het heilig zaad werd verboden om te huwen met vrouwen die behoorden tot de achtergebleven mensen van het land.

351. Is een verzoening tussen beide uitersten mogelijk? Volgens mij wel, maar niet met de zoete praatjes dat wij ‘meer open moeten staan’ voor elkaar. Hoe kan een dialoog ooit een dialoog worden als de ene vanuit zijn geloofsbronnen leert dat hij niet mag liegen (Mattheus 5:37), en de andere dat hij móet liegen als hij daarmee zijn godsdienst en zijn profeet helpt (taqiyyah)? En hoe kan een overeenkomst ooit een echte overeenkomst worden als de principes van Hudaybiya gelden? Zodat een verdrag voor de ene partij moreel bindend is, hoe de toestand ook moge evolueren; en voor de andere moreel ontbonden, zodra de krachtsverhoudingen zich wijzigen?

Lees verder »

Edmund Burke – Franse Revolutie en Engelse traditie. –

21 augustus 2017

Edmund Burke – Franse Revolutie en Engelse traditie.

Edmund Burke als voorspeller van terreur’

Ingeleid door Theodore Dalrymple vertaling en noten van Marc Vanfraechem

uitgeverij Doorbraak 2017

Met een scherpe inleiding van Theodore Dalrymple

13. Passage na passage vaart Burke uit en waarschuwt hij tegen de kwaal om in de politiek en in het menselijk bestaan wel niets anders te willen zien dan een strijd voor het bereiken van en abstract ideaal: ’ Ik kan niet begrijpen hoe iemand zich tot zo’n mate van arrogantie kan opwerken dat hij zijn land beschouwt als niets dan een carte blanche waarop hij kan krabbelen wat hem invalt.’ Wie moet als hij dit leest, niet denken aan het malicieuze gezegde van Mao Zedong, dat de Chinese boer een blanco blad is waarop je de prachtigste karakters kunt schrijven? Een mentaliteit die rechtstreeks heeft geleid tot de dood van miljoenen, zo niet tientallen miljoenen mensen – of moet ik zeggen: blanco bladzijden? (97)

Een boeiende selectie uit het werk van Edmund Burke die mij herhaaldelijk verraste wegens zijn scherp inzicht en dito pen. Het wordt hier ook helder waar Dalrymple een aantal van zijn thema’s heeft gehaald die hij tot grote hoogte heeft uitgewerkt.

Dit is een boekje dat je moet savoureren, iedere avond een hoofdstuk en nadien nog eens herlezen, zo verbluffend zijn sommige inzichten van Edmund Burke die vanuit Engeland de Franse revolutie en de naweeën op de voet volgde wegens de mogelijke aanhang in eigen land.

Bijzonder mooi en leesbaar vertaald naar hedendaags Nederlands door Marc Vanfraechem.

Wie echt iets van politiek wil kennen kan deze excerpten niet ongelezen laten.

115. Als het eenduidige commando slapte vertoont terwijl elk ander gezag fluctueert, dan zullen de officieren van een leger een tijdlang oproerig zijn en allerlei acties ondernemen, totdat een of andere populaire generaal die de kunst verstaat om manschappen tot bedaren te brengen en die de bevelvoering in zijn vingers heeft, alle ogen op zich weet te richten. De legers zullen hem als persoon gehoorzamen. Bij deze stand van zaken is er geen andere weg die de militaire gehoorzaamheid kan garanderen. Maar op het moment dat precies dit zal gebeuren, wordt hij die het leger daadwerkelijk aanvoert ook uw meester; meester van uw koning (tot daar aan toe) , meester van uw assemblee, meester van uw hele republiek.

(Burke heeft deze voorspelling niet meer in vervulling zien gaan. Hij stierf twee jaar voor de 18 de Brumaire van het jaar VII (9 november 1799), de dag waarop Napoleon zijn staatsgreep pleegde.


20. Isaac Newton: ‘ Als ik verder heb gezien, dan was dat omdat ik op de schouders van reuzen stond’.

Bernard van Chartres (1130-1160) : Wij zijn als dwergen gezeten op de schouders van reuzen ( de antieken), waardoor wij meer en verder afgelegen zaken kunnen zien dan zij. En dat komt niet doordat onze blik scherp zou zijn, of onze gestalte voordelig, maar omdat wij gedragen en verheven worden door de hoge gestalten van de reuzen.’

21. ‘ Als wij niet uitkijken wordt [geschiedenis] nog gebruikt om onze geest te vervuilen en ons geluk te vernietigen […]. Verkeerd opgevat kan de geschiedenis dienst doen als arsenaal van aanvals- en verdedigingswapens voor partijen in kerk en staat, en zo middelen aanleveren om onenigheden en animositeiten in leven te houden  of nieuw leven in te blazen en de volkswoede van brandstof  voorzien’.

Lees verder »

Philipp Blom – De opstand van de natuur.

12 augustus 2017

Philipp Blom – De opstand van de natuur.

Een geschiedenis van de kleine ijstijd (1570-1700) en het ontstaan van het moderne Europa
De Bezige Bij 2017

Dit is een mooi opgebouwd essay over een mogelijk verband tussen klimatologische wijzigingen en maatschappelijke veranderingen, voornamelijk in Europa. De kleine ijstijd heeft volgens Philipp Blom een belangrijke en positieve rol gespeeld bij de ontwikkeling van het liberale kapitalisme en de snellere globalisering van de moderne economische en politieke ontwikkelingen.

242. Maar Europa had zich binnen enkele generaties radicaal veranderd – ook omdat de gevolgen van de klimaatverandering zo ver in het noorden bijzonder ingrijpend waren en innovaties dringend noodzakelijk maakten. Natuurlijk vonden die veranderingen niet in direct causale zin plaats vanwege de klimaatverandering. De crisis van de op graan gebaseerde landbouw betekende, wegens de verkorte plantengroei door de afkoeling, veeleer een economische belasting van de sociale structuren in Europa, die gunstig was voor vernieuwingen en tot dan toe ongekende mogelijkheden opende voor de dragende krachten van nieuwe praktijken, nieuwe kennis en nieuwe ontdekkingen – de leden van een groeiende ontwikkelde middenklasse.

In essentie is ‘De opstand van de natuur’ een pamflet over de gevolgen van vaker voorkomende klimaatswijzigingen – zonder belangrijke invloeden van de mensen – bedoeld als waarschuwing voor vergelijkbare ontwikkelingen al dan niet beïnvloed door bewuste menselijke activiteiten en slordigheden.
Over de olifant in de kamer wordt echter galant gezwegen: de snelle bevolkingstoename en de verschrikkelijke gevolgen hiervan voor migratiegolven en uitroeing door oorlogen, ziekte epidemies die ons nog te wachten staan.
Ook daarvan zijn nogal wat voorbeelden te geven uit de geschiedenis.
Naar het einde toe evolueert Bloms essay echter naar een neomarxistisch pamflet genre Lenins ‘Imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme’.
Dat had veel beter gekund en dus spijtig voor een schitterende auteur van boeken als

‘Alleen de wolken. Cultuur en crisis in het Westen 1918-1938’.

De duizelingwekkende jaren. Europa 1900-1914.

Het verdorven genootschap

Lees verder »

Isaak Babel, De oude Sjloime

4 augustus 2017

Isaak Babel, De oude Sjloime
‘Je wordt bedankt – pensioenverhalen’ Van Oorschot 2017

90. Hij was hier opgegroeid, had hier zijn arme, kille leven doorgebracht, en wilde dat zijn oude botten zouden rusten op de kleine vertrouwde begraafplaats. Als hij zulke gedachten had, raakte Sjloime natuurlijk geagiteerd, hij liep naar zijn zoon, wilde uitvoerig en hartstochtelijk met hem praten, hem raad geven, maar… hij had al zo lang met niemand meer gepraat, niemand meer raad gegeven. En de woorden stolden in zijn tandeloze mond, zijn opgeheven arm viel krachteloos neer. Helemaal ineengekrompen, alsof hij zich schaamde voor zijn opwelling trok Sjloime zich somber terug en luisterde naar wat zijn zoon en zijn schoondochter bespraken.

‘Je wordt bedankt’ is een bundeling van verhalen van Babel, Boenin, Toergenjov en Tsjechow is een magere selectie van een tiental stukjes proza van voornoemde schrijvers. Misschien een smaakmaker om bejaarden en jongeren naar de oude meesters te lokken. Want het gaat natuurlijk om vier fenomenale schrijvers voor alle tijden, alle seizoenen van het leven.

Isaak Babel blijft ook hier toch weer merkwaardig voorop lopen.

 

Pierre Buyle, De gifMenger

2 augustus 2017

Pierre Buyle, De gifMenger Uitg.

De Blauwe Tijger 2017

Ich beschwöre euch, meine Brüder, bleibt der Erde treu und glaubt Denen nicht, welche euch von überirdischen Hoffnungen reden! Giftmischer sind es, ob sie es wissen oder nicht. Verächter des Lebens sind es, Absterbende und selber Vergiftete, deren die Erde müde ist: so mögen sie dahinfahren!

Friedrich Nietzsche – Vorrede, 3, Also sprach Zarathustra.


Amoz is een Joodse man die carrière gemaakt heeft in de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk, Konstantinopel.  Door toevallige omstandigheden komt Amoz in Mekka contact met een man die gehuwd is met een zekere dame, Khadija, en tevens hoge notabele in de belangrijke pelgrimstad Mekka, nog voordat de islam ontstaat. De man van Khadija gaat gebukt onder zwaarmoedigheid, veroorzaakt door de dood van twee zoontjes, en is op zoek naar antwoorden op existentiële vragen. Khadija hoopt haar man van zijn gepieker en getob te kunnen afhelpen door hem op een missie te sturen naar Abessynië. Maar het probleem van haar man blijkt onoplosbaar hij zinkt verder en verder in religieuze waanvoorstellingen. Kadhija verstoot hem en verlaat Mekka voorgoed om zich terug te trekken in het zuiden van het Arabisch schiereiland. Amoz volgt haar. Van een afstand worden ze via verslagen op de hoogte gehouden van de verdere evolutie en de spanningen in Mekka tussen enerzijds haar voormalige echtgenoot en anderzijds de bestuurders van de stad Mekka Uiteindelijk delft Mekka het onderspit, en spoedig volgt de rest van het Arabisch schiereiland. Heel Arabië wordt “gekraakt als een oude zeeschildpad in de muil van een haai.” Alleen het schuiloord van Khadija en Amoz biedt nog weerstand. De Gifmenger is een ouderwets epos van formaat, het soort boeken dat nog zelden geschreven worden.

Een fascinerend verhaal over ‘De gifmenger’ in de ontstaansgeschiedenis van een monotheïstische godsdienst tussen het Byzantijnse en het Perzische rijk binnen de toenmalige context vanuit de joodse en koptisch-christelijke traditie.

97. Het begrafenisritueel voor de kleine Abdilah zou ’s anderendaags bij zonsondergang doorgaan. De priesters zeiden dat de stand der hemellichamen ongunstig was om de ziel van een overleden kind ten hemel te zien stijgen in de ochtend. Vooral al-Uzza, de godin die zich door de morgenster laat aankondigen, zou het onwelgevallig zijn, maar ook Manat en nog enkele andere goden waarvan ik de namen vergeten heb, zouden ontstemd kunnen raken.  Uit de blikken die Khadija en i met elkaar uitwisselende bij het aanhoren van deze zeer zwaarwichtige en gegronde overwegingen, begreep ik snel dat zij er net hetzelfde over dacht als ik, maar dat wij onze mening beter voor onszelf hielden want wij wisten allebei dat weinig zaken de mensheid zo in toorn en blinde razernij kunnen doen ontsteken als het miskennen van haar godsdienstige overtuigingen, hoe onwaarschijnlijk vergezocht die ook mogen zijn. Deze voortekenen waar door de kahinim het grootste belang aan werd gehecht, maakten zowel op mij als op haar even veel indruk als alle andere voortekenen waar het volk pleegt in te geloven. Daarom liet zij de Beddoe wijselijk in de waan van hun kinderlijke overtuigingen en hield zij de schijn op zich ervan te onderwerpen, wat haar bij de Beddoe uiteraard bijzonder veel bijval opleverde omdat zij voor hem toch nog altijd een Jahoeda bleef.

Pat Wyffels, De LEIF arts.

1 augustus 2017

Pat Wyffels, De LEIF arts.


uitg. Houtekiet


https://www.youtube.com/watch?v=ovIl5EdLstE


Het meest interessante aan het boek De LEIFarts. Of de weg naar een waardig levenseinde zijn ongetwijfeld de talrijke verhalen van huis- en LEIF arts Pat Wyffels  die erin geslaagd is een indrukwekkend boek samen te stellen met reflectie, vragen en casuïstiek uit het ware leven.


Hij maakt ook een scherpe analyse van het huisartsenbestaan in de relaties met patiënten en hun levenseinde.


Ooit heb ik van hem nog seminaries huisartsgeneeskunde gehad aan de UA en die waren van de betere, zoniet de beste die we kregen.


Dr. Wyffels was 33 jaar geleden reeds een jonge huisarts die veel aandacht had voor de arts-patiëntenrelatie én voor de verwerking van emotioneel zware periodes als eenzame huisarts.


Hij is die eerlijke reflectie al die jaren nooit uit de weg gegaan en heeft in dit boek een schat van die fundamentele ervaringen op een boeiend geschreven wijze bewaard.


Het is dus een echt LEIFboek geworden, een verslag van een lijfarts.


Ook wie niet bij de medische of paramedische sector betrokken is, kan hieruit heel veel leren.


Het geeft hen een reëler beeld van het (huis)artsenbestaan, waar iedereen vroeg of laat mee in contact komt.


Pat Wyffels is niet te beroerd om ook controversieel standpunten en vraagstellingen aan te raken waarin hij gewetensvol en nauwkeurig zijn argumentatie duidelijk maakt, vanuit zijn praktijk, zijn ervaring en zijn reflectie als medemens én huisarts.


37. ‘Maar bij voorvallen als deze besef je pas hoezeer je verknocht bent aan de huisartsgeneeskunde. Het is een drug. Soms duurt het verschillende dagen voor je helemaal afgekickt bent. De praktijk volledig achterlaten is daardoor moeilijker dan je zou verwachten: de zwaar zieke patiënten, depressieve moeders en overspannen workaholics laten zich niet makkelijk uit je gedachten verdrijven.’


72. ‘Ik ben er klaar voor’, als was dat de synthese van onze lange gesprekken, waar we onze gezamenlijke geschiedenis nog eens hebben doorgenomen. Ik was immers een bevoorrechte getuige van belangrijke gebeurtenissen en mijlpalen in haar leven.’


87. ‘Als een inherent onderdeel en een soort onvermijdelijke nevenwerking van ons boeiende beroep, gaan verhalen als deze als eeuwige twijfels onze beleving brandmerken met de ervaring van het verleden, waar je kan blijven nadenken over het verloop van een jong leven, over de fatale afloop ervan, en over de mijlpaalbeslissingen die al of niet werden genomen.’


106. ’Wanneer de indringende vraag gesteld werd, en hoe erop werd ingegaan, doet eigenlijk niets ter zake. De boodschap die deze moedige, jonge persoon ons achterlaat, is dat het een ultieme daad van barmhartigheid is om een einde te maken aan ondraaglijk lijden. En dat er geen leeftijd staat op de toerekeningsvatbaarheid van mensen, en dus ook van kinderen, die het ongeluk hebben om nog geen achttien jaar oud te zijn wanneer ze vragen geholpen te worden bij hun queeste rond het levenseinde. Ben je dan te jong om te (mogen) sterven? Met dank aan al wie dit mogelijk maakte.’


111.  ‘Ik ga naar de begrafenis, waar heel veel volk naartoe komt. Ik word door enkele mensen aangeklampt, meestal zonder woorden, met een aanraking, een knikje, of een voorzichtige knipoog. Ze hadden met mijn toestemming afgesproken om open kaart te spelen, en aan iedereen de waarheid te vertellen. Het is een dienst met prachtige muziek en mooie teksten van vrienden en kunstenaars.


Er dan overkomt me weer dat gevoel. Dan komen weer die vragen. Welke macht heb ik in die omstandigheden? Gebruik ik die wel correct? Misschien zit ik wel op een goed spoor als ik me die vragen blijf stellen.


126. ‘De stervende is in onze samenleving in steeds toenemende mate noch eigenaar noch regisseur van zijn stervensproces.


Hij verzeilt veelal, gewild of ongewild, in medische of paramedische handen en systemen. Over hem wordt niet meer over een subject gesproken. Hij leeft zijn levenseinde niet. Het wordt geleefd. Het levenseinde wordt ‘onwaardig’ ondergaan.


De stervende wordt in menselijke zelfvervreemding geduwd en tot passieve en onpersoonlijke toeschouwer van zijn eigen levenseinde gemaakt, als was het dat van een vreemde.


Laat ons toe in harde bewoordingen scherp te stellen, omdat zachte verpakkingen ons blind houden voor de bittere realiteit: het wordt de hoogste tijd dat wij er ons helder van bewust worden dat die subjectiviteitsberoving een geïnstutionaliseerde maatschappelijke aanslag is op de mens als autonoom persoon.


Professor Hugo Van den Enden (1936-2007)


Moraalfilosoof Universiteit Gent’

Mohsin Hamid, Exit West

1 augustus 2017

Mohsin Hamid, Exit West.


uitg. De Bezige Bij


Twee jonge mensen ontmoeten elkaar in een stad aan de vooravond van een burgeroorlog. De moderne Nadia wordt verliefd op de aardige en bescheiden Saïd, terwijl de situatie in het land steeds explosiever wordt. Dan horen ze over deuren die je, tegen betaling, naar een veiligere plaats in het Westen leiden. Als Saeed en Nadia geen andere mogelijkheid meer zien, besluiten ze over de drempel te stappen, richting een onbekende wereld.
Exit west is een liefdesverhaal in tijden van migratie. Mohsin Hamid vat in deze intieme roman de dagelijkse realiteit samen van het tegemoet treden van een onzekere toekomst en het achterlaten van hetgeen je liefhebt.



53. Terwijl Saïds vader terugliep naar de campus en zijn zoon terugreed naar zijn werk, overdacht hij dat hij het verkeerde beroep had gekozen, dat hij iets anders had moeten doen met zijn leven, want dan had hij nu misschien genoeg geld gehad om Saïd naar het buitenland te sturen. Misschien was het zelfzuchtig geweest, was dat ideaal van hem om de jeugd en het land door middel van onderwijs en onderzoek vooruit te helpen slechts een vorm van ijdelheid, en zou het veel verstandiger geweest zijn om zich koste wat kost te verrijken.

Voor mij teveel losse lijnen zonder einde noch begin bij een zwak verhaal met boeiende inkijk in vluchtelingengedrag. 

Peter De Graeve, De afvalligen.

21 juni 2017

Peter De Graeve, De afvalligen.

uitg. Polis 2017

‘De afvalligen’ is een noodzakelijke filosofische roman. Dit boek moest geschreven worden én uitgegeven! Wat een boek, wat een vuur, een liefde, een pijn, een zoektocht naar bevrijding.

En wat een toeval dat het lezen ervan voor mij samenvalt met mijn falen op fietstocht naar Santiago de Compostella.

106. ‘De gratie is de tocht, de moed hebben de tocht aan te vatten. Geloven, in mijn ‘radicale’ betekenis, is het hebben van het hart, het vasthouden aan het hart. Het hart op de tocht, ziedaar ons avontuur en ons… gevaar.

In luchtige en stevige lagen biedt ‘De Afvalligen’ een ferme handleiding voor beginnelingen, beslagen en geslagen lezers. In flinke rukken proza tot verstilde poëzie of als lectuur voor fijnproevers. De lezer blijft alert.

Een verhaal over rouw, afscheid nemen, liefde, twijfel, kunst, de academie, onderwijsmanagers, democratie, Rousseau, Plato, Claude Gellée – Le Lorrain ‘Ochtend in de haven, William Turner ‘Het Slavenschip’ en ‘Jagers in de sneeuw’ van Pieter Bruegel de Oude…

‘De afvalligen’ is een roman die kan helpen, als wegmarkeringen langs gebaande paden van vertwijfeling.

45. ‘Ik, cipier van het nutteloze.’

51. ‘Zuivere rede werkt op grote afstand, ze is als een verre hemelsfeer, met tergend trage omloop. Verzinsels zijn ons veel nabijer, zitten ons dichter op de huid, dichter dan we vermoeden, of zouden willen. Toch hebben ook de vluchtigste verzinsels deel aan de universele aantrekkingskracht.’

Lees verder »

Caminante, no hay camino. Sino estelas en el mar. De laatste grote fietstocht, in de knop gebroken.

21 juni 2017

De laatste grote fietstocht  - naar Santiago de Compostela – zit erop. Na 350 km slechts brak een elektrisch defect van mijn fietsmotor Bion X, batterij en eigen motorritme de Camino naar Santiago af. Op de eerste hellingen voor de Pyreneeën liep het al flink mis. De uitgedokterde oplossingen voldeden niet. In Valcarlos Luzaide ook nog kortsluiting in mijn tweede batterij. Pamplona bleek geen alternatief. De hellingen in detail op Strava zijn zo zeker niet haalbaar. Dus veilig afgedaald naar Saint Jean Pied de Port en met de trein veilig weer thuis geraakt.

Caminante, no hay camino. Sino estelas en el mar.

Caminante, no hay camino. Sino estelas en el mar. – Antonio Machado
Reiziger, er is geen weg, alleen schuimsporen op zee.

Tous les matins du monde sont sans retour. – Pascal Quignard
Geen morgenstond beleven wij ooit weer.

De gratie is de tocht, de moed hebben de tocht aan te vatten.
Geloven, in mijn ‘radicale’ betekenis, is het hebben van het hart, het vasthouden aan het hart.
Het hart op de tocht, ziedaar ons avontuur en ons… gevaar. – Peter De Graeve


Bij aanvang van de Camino denk je ontzettend veel na. Het wegvallen van al je aanknopingspunten, de tocht naar een bestemming die zo ver ligt dat ze onbereikbaar lijkt, het gevoel van nietigheid dat door de grootse omringende natuur bij de wandelaar wordt opgewekt – alles draagt bij tot een bijzondere vorm van introspectie die alleen in de openlucht kan ontstaan. Je bent alleen met jezelf. De gedachte is de enige vertrouwde aanwezigheid; ze zorgt ervoor dat je je gesprekken voor de geest kunt halen, herinneringen kunt opwekken die je na aan het hart liggen.’ - Jean-Christophe Rufin.

 

Camino Francès Valcarlos LuzaideCamino Francès Landes

Camino Francès, Bordeaux 12 juni 2017Camino Francès Landes

 

Jean-Christophe Rufin. ‘Compostela. Voetreis naar het einde van de wereld ‘

19 juni 2017

Jean-Christophe Rufin. ‘Compostel. Voetreis naar het einde van de wereld ’

De Bezige Bij Antwerpen

Een mooi, boeiend en bij wijlen ontroerend boek over de gang naar Santiago door de Franse arts, filosoof, diplomaat en schrijver J.C. Rufin die zeer goed de etappes van dergelijk eenzame en lange reizen weet te ontrafelen. Hij heeft oog voor de zeldzame ontmoetingen met andere pelgrims, wandelaars en de lokale bevolking die reeds vele eeuwen zonderlingen en andere verdwaalden zien passeren waarbij ze vaak een lucratief handeltje weten te presenteren als vormen van vroomheid en het goede doen om het eigen goed.

117. ‘Bij aanvang van de Camino denk je ontzettend veel na. Het wegvallen van al je aanknopingspunten, de tocht naar een bestemming die zo ver ligt dat ze onbereikbaar lijkt, het gevoel van nietigheid dat door de grootse omringende natuur bij de wandelaar wordt opgewekt – alles draagt bij tot een bijzondere vorm van introspectie die alleen in de openlucht kan ontstaan. Je bent alleen met jezelf. De gedachte is de enige vertrouwde aanwezigheid; ze zorgt ervoor dat je je gesprekken voor de geest kunt halen, herinneringen kunt opwekken die je na aan het hart liggen. Alsof de wandelaar ineens op een oude kennis botst – zo wordt hij met zichzelf geconfronteerd. Nu hij terecht is gekomen in de onbekende wereld van het elders, de leegte, het trage, het eentonige, het eindeloze, kan zijn ziel zich neervlijen in haar eigen intieme thuishaven. Alles ziet er mooi en begeesterend uit: herinneringen, plannen, ideeën. Tot je verbazing begin je in je eentje te lachen. Je trekt je gezicht in allerlei rare plooien die voor niemand bestemd zijn, aangezien je op de bomen en elektriciteitspalen na helemaal alleen bent.

Lees verder »

James Salter, De Jagers

9 juni 2017

James Salter, De Jagers

uitg. De Bezige Bij 1958 – 2017

Kapitein Cleve Connell arriveert in Korea met als enige doel ‘ace’ te worden, lid van het eliteclubje straaljagerpiloten dat minstens vijf Russische MiGs heeft neergeschoten. Terwijl zijn collega-vliegeniers succes na succes op het bord weten te schrijven, zelfs onder twijfelachtige omstandigheden, heeft Cleve geen enkel succes. De andere piloten twijfelen aan zijn moed, Cleve zelf twijfelt over alles. En dan, op een ijskoude hoogte van 12000 meter, zal zijn geluk voor altijd veranderen. In een ademloos relaas, vol moed en wanhoop, onbeschrijflijke schoonheid en snoeiharde rivaliteit, weet James Salter tot de kern te komen van oorlog en literatuur. De jagers is een essentieel en tijdloos meesterwerk.

Een bijzonder knap geschreven verhaal over leven en overleven, moed en ouder worden, verliezen en leren sterven.

45. Wat de voordelen van talent en bekwaamheid ook waren, er was iets wat nog belangrijker was. En dat was motivatie. Hij was hierheen gekomen om de vijand onder ogen te komen, zonder enige terughoudendheid. Het gevoel van onbehaaglijkheid was er, zelfs na zijn gesprek met Desmond, dat hij misschien zijn gelijke zou treffen; die kans bestond altijd, maar desondanks voelde hij zich gesteund. Hij was niet alleen gekomen om te overleven. Plotseling had hij het opbeurende gevoel dat hij boven degenen stond die het overleefd hadden, die op een ondergeschikt niveau van presteren leefden.

87. Zijn leven was gekenmerkt door slechts twee dingen: zijn moed en zijn deskundigheid, maar die had hij ontdekt voordat hij erg oud was, die juweeltjes, en als er bewonderend over gesproken werd, voelde het alsof hij de ontvanger was van de grootste loftuitingen ter wereld. Maar plotseling was het verleden waardeloos geworden, als verlopen bankbiljetten. Wat hij zo lang had gehad, waarmee hij oud was geworden, was nu verdwenen, op ziekmakende wijze, en niets van waarde bleef hem over, zoals bij mensen die hun leven aan hun kinderen hebben gegeven. Het was allemaal afgelopen: de aandacht voor zijn verhalen, de bemanning die hem enthousiast diende, het respect, de talloze voldoening schenkende angsten en genoegens van zijn hoge positie. Hij was alleen, als een invalide bij de gruwelijke aanblik van rennende jongens. Ze hadden geen tijd meer voor hem, terwijl ze onderling hun eigen moed testten.

89. Er kwam een moment waarop je het óf zelf deed óf iemand deed het voor je. Beide mogelijkheden waren moeilijk. Voorbereid of niet voorbereid, onverwacht of geleidelijk, het kwam op hetzelfde neer. Je leven hield op, en de wereld ging door in de handen van anderen.

248. Hij had het gevoel dat hij eindelijk was overgegaan van de jeugd naar echte volwassenheid, waarin hij zich in alle nuchterheid bewust was van de prijs die hij had moeten betalen om zich te schikken naar de idealen die hem ooit zo helder en onweerstaanbaar hadden toegeschenen. De prijs was hoog geweest, maar juist daardoor waren ze hem des te dierbaarder. Hij had niets frivools meer om in te geloven, slechts een onverzettelijk overschot dat kostbaarder was dan een handvol diamanten.

Alfred Birney, De tolk van Java

29 mei 2017

Alfred Birney, De tolk van Java – uitgeverij De Geus 2016

Precies omdat ikzelf patiënten heb begeleid – soms ook in hun laatste levensjaren en – maanden – die destijds betrokken waren bij de Nederlandse ‘politionele acties’ in Indonesië hoopte ik in ‘De tolk van Java’ een beter inzicht te krijgen in wat er daar en toen echt gebeurd is. Bij de meeste mensen die ik heb gekend, genoot zwijgen de voorkeur. Maar soms bij een naderende levenseinde werd het hen te bar en wensten ze er toch over te praten. Soms ook over wat zij zelf daar hadden meegemaakt, uitgevoerd en volgehouden verzwegen.

Toch ben ik behoorlijk teleurgesteld in ‘De tolk van Java’.

Meer nog, ik begrijp niet waarom dit boek een literaire prijs zoals de Libris Literatuur Prijs 2017 toebedeeld kreeg.

Het is een matig verhaal over mishandeling door een narcistische vader die gretig schippert tussen zijn Chinees-Indo en Hollandse herkomst: zijn Chinees-Indonesische moeder (Sie Shi) als bijvrouw van zijn rijke en gerespecteerde HollandsIndische vader.

De zoon probeert al schrijvend zijn relatie met gewelddadige vader te verwerken en daarbij zijn positie in het uit elkaar gevallen gezin opnieuw te bepalen.

Het tweede deel is een eindeloos lang, slap en vaak onnozel heldenverhaal door de vader zelf bij elkaar gesprokkeld om zijn grote gelijk te bewijzen als deelnemer aan ongeveer alle moord- en slachtpartijen op Oost-Java, inclusief snippers uit klapperbomen knallen, het doorschieten van een vrouw met haar kind voor de borst als schild van en Indonesische onafhankelijkheidsstrijder, handige gevechten met al dan niet vergiftigde gevechtsmessen.

‘De tolk van Java’ lijkt op een slecht stripverhaal of een van die schetterende Japanse of Indonesische oorlogsfilms maar onthult wel belangrijke details en lang verzwegen elementen van de gruwelen van de onafhankelijkheidsstrijd door de ogen van een would-be marinier-tolk.

‘Ik plantte mijn bajonet op mijn geweer voor eventuele man-tegen-mangevechten. Maar de mariniers hadden haast en gebruikten handgranaten en geweergranaten om de machinegeweerstellingen te vernietigen, zodat we over konden gaan tot sweeping van de hele kazerne. Nadat dat was gebeurd, liep ik langzaam terug naar de truck. Ik voelde me ineens moe en misselijk van al dat doden. Voorheen had ik voor elke dode een streepje gekrast op de kolf van mijn geweer, maar nu was ik de tel kwijtgeraakt. Misschien was ik de honderd al gepasseerd. Maar ik had geen wroeging, op die vrouw en dat kind na. Ik nam eenvoudigweg wraak voor alles wat die Indonesiërs mij en mijn lotgenoten hadden aangedaan. Dat het doden bij mij nog ernstiger vormen zou aannemen, kon ik toen niet bevroeden.’

Boeiend blijkt wel in ‘De tolk van Java’ de rol van de islamitische fundamentalisten in de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. Ze zouden vijftien later nog grootse daden verrichten bij het uitroeien van de PKI en de Chinese bevolkingsgroepen.: The Act of Killing’ en The Look of Silence.

http://www.filmkrant.nl/_titelindex_L/11884

‘Die Hizbullahfanatiekelingen kwamen luid Merdeka-kreten schreeuwend naderbij. De meesten van hen hadden niet eens geweren, slechts slag- en steekwapens. We lieten ze steeds naderen tot ongeveer 100 à 150 yards en openden dan het vuur. Bij bosjes vielen die kerels dood ter aarde. Het was een slachting, zo erg dat we door onze munitie heen raakten en er over de hele linie talloze stapels lijken lagen van die fanatiekelingen, terwijl er van achter hen steeds weer anderen aan kwamen stormen. Ik was bezig met het verschieten van mijn laatste patronen toen het bevel klonk: ‘Gereedmaken voor bestorming met de bajonet!’

Ik plantte mijn bajonet op mijn geweer. Toen hoorden we kanonschoten. Onze pantserwagens waren teruggekeerd en schoten met hun boordwapens op die aanstormende waanzinnige fanatiekelingen. Van de andere kant kwam Compagnie f ons te hulp. Zij rekenden af met de laatste restanten van de Hizbullah. Overal klonken zuchten van verlichting. Het was verbijsterend hoe al die Hizbullahleden in ons vuur liepen. Niet één bleef in leven. Hun lijken lagen als zandzakken opgestapeld. Het was een verschrikkelijk gezicht.’

‘Ik heb veel vrienden onder de mariniers. Zij hebben mij veel verteld over het leven in Holland. Daar wordt niet getrapt op mensen met een bruine huid en op mensen die niet erkend zijn door hun ouders. Het leven daar in Holland is zo heel anders dan hier. Mama, ik begin te voelen dat ik niet langer hier thuishoor. Dit land, dit volk, al die oorlogen hier, ik voel me hier niet langer senang. Elke dag, elk uur, elke minuut moet ik hier vechten om in leven te kunnen blijven. Overal zijn vijanden.’


En dan vergeet ik nog de lamentabele kwaliteit van het e-book: geen paginavermelding en na lezing alles blanco op een ipad mini!

Max Ernst, La Joie de vivre – The Joy of Life.

22 mei 2017

Max Ernst, La Joie de vivre – The Joy of Life

Max Ernst, La Joie de vivre - The Joy of LifeThis is one of a number of so-called ‘jungle’ pictures that Max Ernst painted in the late 1930s. His paintings of forests and tangled undergrowth derive from the rich Romantic heritage in German art. They also symbolise the fears and suppressed desires of the human mind. Looking at the picture more closely, the title becomes bitterly ironic. This jungle is actually ordinary undergrowth grown to enormous proportions, dwarfing a sculpture of a woman and animal living together in harmony. Instead of a paradise, the scene is a nightmarish one in which giant praying mantises do battle with other monsters in the entangled undergrowth.

1936

 

DE BIDSPRINKHANEN


Als de bidsprinkhaan


omgang zoekt met


zijn wijfje, rukt


die hem eerst en


vooral zijn kop af.


Daardoor is het


mannetje zijn


hersenen en meteen


ook alle remmingen


kwijt.


Hi copuleert driftig


verder tot hij


uitgeput op de


grond tuimelt, waar


hij helemaal wordt


opgepeuzeld door


zijn partner.


Op dezelfde manier


maken onze


priesters en


intellectuelen het


hof aan de


krachten die hem


willen vernietigen.


Hun hoofd is


er al aan.


Straks worden ze


met huid en haar


verslonden


door wat ze nu


aanbidden.



Jef Anthierens, uitg. Walter Soethoudt 1976


 

Mark Vangheluwe, Brief aan de paus.

16 mei 2017

Mark Vangheluwe, Brief aan de paus. 

uitg. De Bezige Bij 2017

Deze brief aan de paus is een indrukwekkende getuigenis van iemand die zich wist te ontworstelen aan misbruik en mentale terreur van nonkel Roger Vangheluwe, rooms-katholiek priester en 25 jaar bisschop van Brugge.

Dankzij zijn echtgenote en Peter Adriaenssens.

‘Brief aan de paus’ is als een nieuwe brevier voor alle religieuze leiders, priesters en broeders, nonnen en novicen.

Maar ook voor dominees, broeders, imams, pandits en monniken die in de vele gesloten scholen, religies genieten van de hubris, de grootste zonde.

68. Vanaf de eerste handdruk voelde ik een geruststelling en een energie die moeilijk te beschrijven valt. De professor was de enige die te vertrouwen leek en dat vertrouwen heeft hij nooit geschonden. Gedurende de laatste zeven jaren heeft hij ons gesteund en geholpen waar hij kon en met raad en daad bijgestaan. Hij heeft ons geleerd hoe een dergelijk parcours wel te bewandelen viel en hielp ons de putten en de te verwachten struikelblokken te ontlopen. Dankzij hem ben ik nu wie ik ben: gegroeid, krachtiger en bewuster. Als een mentor toonde hij aan dat iets uit een mens halen in plaats van iets in hem te stoppen van groter belang kan zijn. De koningin en ik zijn hem daar eeuwig dankbaar voor.

Na onze ontmoeting nam de professor vrijwillig, gratis en voor niets, met een grote toewijding en kunde de taak op zich om ons af te schermen van de pers en de media. Hij verwoordde als een soort spreekbuis onze mening die wij nog niet konden vormen, hij wist door zijn kennis vooraf wat we gingen doormaken.

Lees verder »

Svetlana Alexijevitsj, Zinkjongens – Sovjetstemmen uit de Afghaanse Oorlog. (1991)

16 mei 2017

Svetlana Alexijevitsj, Zinkjongens – Sovjetstemmen uit de Afghaanse Oorlog. (1991)

uitg. De Bezige Bij 2017

Best lijkt me na ieder gesprek, ieder verslag, ieder verhaal ‘Zinkjongens’ even opzij te leggen. Hier kan je amper doorheen lezen. Sommige verhalen zijn gruwelijk, anderen pijnlijk, teder, woest, misselijk makend – zoals het laatste deel met vele excerpten uit processen die tegen de auteur op bevel van de post-sovjet overheid werden aangespannen wegens besmeuren van soldateneer en een of ander socialistisch vaderland.

‘Zinkjongens’ belicht de verschrikkingen van Rusland en de Sovjetcultuur aangaande oorlog en haar soldaten. Rücksichtsloos werden de troepen de oorlog ingestuurd door een machtsmachine die ongeacht de opgeëiste kleuren, idealen en mythologie steevast haar mensen vermaalt en finaal verraadt. Moedertje Rusland is een Dulle Griet voor wie het leven van haar kinderen nauwelijks een overweging waard blijft.

Oorlogsverliezen doen er niet toe, als de sombere glorie maar blijft klinken op de tonen van de overwinning. Bij een nederlaag zoals bij de strijd voor internationale solidariteit met het Afghaanse broedervolk tegen de moedjahedien (1979-1989) is de ellende zelfs niet meer te overstemmen.

49.  Hij kende idealen, maar het leven kende hij niet. Door al die jaren buitenland dacht ik zelf ook dat het leven uit idealen bestond. Ik weet nog die keer toen we al terug in het Vaderland waren en in Tsjernovtsy woonden. Joera zat op het militair lyceum. Om twee uur ’s nachts werd er aan de voordeur gebeld. Daar stond hij.

“Wat is er, jonkie? Wat doe je hier zo laat in de regen? Je bent helemaal nat…”

“Mam, ik kwam zeggen dat ik er niet uit kom. Het leven is niet zoals jij het me geleerd hebt. Er klopt niks van… Hoe kwam je erbij? En dit is pas het begin. Hoe moet ik verder?”

Lees verder »

Rüdiger Safranski: ‘Die Angst vor dem politischen Islam ist da, doch singt man laut im Walde’

7 mei 2017

Wollen Sie damit sagen, dass das Gros der Journalisten Weltverbesserer sind?

Nun, viele schreiben nicht, was sie denken, weil sie glauben, dass solche Gedanken die Situation verschlimmern könnten. Sie schreiben das, wovon sie gerne hätten, dass es wahr wäre – das ist in ihren Augen ihr genuiner Beitrag zu einem zivilen Zusammenleben. Und das mag ja auch alles sehr gut gemeint sein. Aber Pädagogik statt Publizistik – das geht auf die Dauer nicht gut, die Leser sind ja nicht blöd. (…)

Die Pädagogik im Dienste des vermeintlich Guten führt in meiner Wahrnehmung zu einer Konformität, die sich ergibt, ohne ausdrücklich angeordnet zu sein. Auf einmal reden alle wie beim evangelischen Kirchentag.

Börne-Preisträger Rüdiger Safranski ‘Die Angst vor dem politischen Islam ist da, doch singt man laut im Walde’ NZZ 6.5.2017

 

En Marche…

7 mei 2017

'Dans la vie, il n'y a pas de solutions. Il y a des forces en marche: il faut les créer, et les solutions suivent'. Antoine de Saint-Exupéry, Vol de nuit (1931)

‘Dans la vie, il n’y a pas de solutions. Il y a des forces en marche: il faut les créer, et les solutions suivent’.

Antoine de Saint-Exupéry, Vol de nuit (1931)

“L’homme qui marche” Alberto Giacometti 1960

Schermafbeelding 2017-05-07 om 20.09.59 Schermafbeelding 2017-05-07 om 20.12.00

Margot Vanderstraeten, Mazzel tov – mijn leven als werkstudente bij een orthodox-joodse familie

27 april 2017

Margot Vanderstraeten, Mazzel tov.

mijn leven als werkstudente bij een orthodox-joodse familie

uitg. Atlas Contact 2017

Een verhaal vol liefde en duisternis met ingehouden tederheid die pijn van vroeger, elders, hier en morgen verzacht tot een nieuwsgierige vorm van respect voor elkaar.

Over Koelbloedigheid, Verdriet, Ogenschijnlijkheid, Kanaries, Zwijgen, Vriendschap en Schrijven.

De eerste ontmoeting met de oma die de kampen overleefde is indrukwekkend door de schijnbare argeloosheid.

‘Mazzel tov’ is een belangrijk boek.

101. Zwijgen

Wij, joden, hebben van oudsher een groot gevoel voor taal. Maar alle woorden ter wereld volstaan niet om de ervaringen in de kampen te beschrijven en om de confrontatie met zo veel boosaardigheid te vatten. Hoe zou iemand di deze gruwelen niet heeft beleefd, erover kunnen vertellen? Als zelfs iemand die beleefd, doorleefd en overleefd heeft, er geen woorden voor kan of wil vinden? Begrijpt u onze voorkeur voor stilte? Zwijgen is de keuze voor het kleinste verraad.

103. Koelbloedigheid

Koelbloedig zijn, dat is weten wanneer je moet zwijgen en wanneer je moet spreken. Mijn moeder wist dat, Zij hoefde de namen van alle s’ers in het kamp niet te kennen. Zolang de de s’ers maar wisten wie zij was. Zij begreep heel goed dat ze er baat bij had om niet bij de grote hoop te horen; de hoop die met vuile joden werd aangesproken….

142. Kanaries

‘Wij, joden, wij zijn zoals de kanaries in de koolmijn. Wij hebben verscherpte zintuigen. Wij ruiken de maatschappelijke veranderingen jásáren voor de goegemeente ze ruikt. Wij weten wanneer er gevaar op komst is; die intuïtie zit in onze genen. Hoe kan het anders, na een geschiedenis vol vervolging.’

Joshua Oppenheimer, The Look of Silence

27 april 2017

Ongelooflijk indrukwekkende documentaire over de Indonesische massamoorden in 1965 – 1966.

In de gesprekken met de slachters en hun leiders komt steevast het verhaal naar voor over de stress bij het handmatig afslachten en folteren waarvoor de beulen als remedie het bloed van hun slachtoffers dronken. Het waren immers ‘communisten en dus ongelovigen die niet naar de moskee gingen en het met elkaars vrouwen deden’. Het leger en de politie steunden de ‘spontane’ opstanden van het volk tegen de PKI en hun aanhangers, ook onder de arme boeren op Java.

Maar even vaak blijkt uit de verhalen dat het toen reeds – een halve eeuw geleden – de zo vredelievende islam was die legitimiteit verleende aan de slachtingen, die gesteund werden door de CIA tegen de Chinese invloeden.

“Op Java kent men twee soorten islam: de Abangan, een combinatie van de islam en andere religies zoals Hindoeïsme en autochtone religies, en de Santri, de orthodoxe islam. Vele Abangan-gelovigen waren aanhangers van de PKI. Deze Abangan-communisten waren vooral het slachtoffer van de moordcampagnes. Overlevenden werden door de regering gedwongen zich tot christendom of orthodoxe islam te bekeren.”

https://nl.wikipedia.org/wiki/Indonesische_massamoord_van_1965-66

De opdracht die Adi Rukun zich stelde, is bovenmenselijk en hij houdt zich waardig ondanks de gruwelen, zelfs binnen de eigen familie, waar zijn gemartelde broer bewaakt werd door zijn oom die verklaart alleen maar bevelen op te volgen.









De leugen stort in onder z’n eigen gewicht’



The Look of Silence (Joshua Oppenheimer over)


Denemarken/Groot-Brittannië, 2014 | Joshua Oppenheimer
The Act of Killing, Joshua Oppenheimers shockdoc over de doodseskaders van de Indonesische president Soeharto heeft nu een vervolg. In The Look of Silence doorbreekt de broer van een van hun slachtoffers het zwijgen en zoekt de confrontatie met de moordenaars.

Door Dana Linssen
Er is waarschijnlijk geen documentaire geweest die de filmwereld zo op z’n kop heeft gezet als The Act of Killing (2012). Daarin laat de Deens-Amerikaanse filmmaker Joshua Oppenheimer de doodseskaders van de Indonesische president Soeharto aan het woord, die in de jaren zestig miljoenen tegenstanders van het regime hebben vermoord. Ze noemden zichzelf de ‘movie theatre gangsters’ omdat ze voor hun moordpartijen inspiratie zochten in Amerikaanse films. In The Act of Killing was het naspelen, en zelfs door de moordenaars zelf re-ensceneren van hun gruweldaden een manier om hen aan het praten te krijgen. Maar de grens tussen ‘re-enactment’ en therapeutische herbeleving was verwarrend. Aan de ene kant werd Oppenheimer geprezen om de ‘waarheid’ die aan het licht was gekomen, zijn gedurfde mengvorm tussen feit en fictie, aan de andere kant was er ook het sluimerende gevoel dat hij Anwar Kongo, Herman Koto en hun mannen misschien iets teveel ‘regie’ over het eindresultaat had gegeven. Die verwarring deed overigens niets af aan de kracht van de film.
En nu is er dan een vervolg. Of eigenlijk geen vervolg, maar een film die Oppenheimer parallel aan The Act of Killing draaide, in het diepste geheim, en waarin de broer van een van de slachtoffers de confrontatie met de moordenaars van zijn broer zoekt. Adi Rukun is geboren in 1968, twee jaar na de moord op zijn broer Ramli. Door zijn werk als rondreizende optometrist had hij een goede dekmantel om bij hen aan de deur te kloppen. Bovendien werkt het aanmeten van brillenglazen als een sterk symbool: hij wil deze mannen ook hun verleden helder laten zien, hij zoekt historische klaarheid.
Doordat er twee kanten aan het woord komen, en Adi niet uit is op wraak, vergelding of zelfs maar genoegdoening, de waarheid is voor hem genoeg, werkt The Look of Silence zelf ook als een lens: na de schok van The Act of Killing wordt nu ook scherpgesteld op de manier waarop deze moorden in de levens van de nabestaanden en binnen de Indonesische zwijgcultuur doorwerken. Als politiek ‘onreine’ familie bleven ze outcasts: de genocide is nog steeds een taboe-onderwerp in Indonesië, de daders zijn nog steeds niet bestraft. Na het voltooien van The Look of Silence zijn Adi en zijn familie naar een deel van Indonesië verhuisd waar ze anoniem kunnen blijven. Ze vrezen nog steeds voor represailles. We spraken de filmmaker, die inmiddels voor zijn eigen veiligheid het land waar hij twaalf jaar werkte en filmde niet meer in kan, op het Filmfestival Berlijn.

http://www.filmkrant.nl/_titelindex_L/11884

 





https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/the-look-of-silence/2014/the-look-of-silence-s2014/

Christoph Ransmayr, Cox of het verglijden van de tijd

26 april 2017

Christoph Ransmayr, Cox of het verglijden van de tijd

uitg. Prometheus

 

Na Joke Hermsen met ‘Kairos, een nieuwe bevlogenheid’ en Ignaas Devisch met ‘Rusteloosheid, pleidooi voor een mateloos leven’ synthetiseert Christophe Ransmayr een mooi verhaal over het verglijden van de tijd.

 

http://www.ardmediathek.de/tv/Druckfrisch/Christoph-Ransmayr-Cox-oder-Der-Lauf-d/Das-Erste/Video?bcastId=339944&documentId=38639036

http://www.zeit.de/2016/47/cox-oder-der-lauf-der-zeit-christoph-ransmayr-roman/komplettansicht

164. Of… of moesten op deze ruisende regenochtend aan de ri­vier, althans voor de duur van deze audiëntie, alle aanwezigen daadwerkelijk op elkaar gaan lijken, ja zelfs gelijk worden – ge­lijk volgens de wetten van een vervliegende tijd, geldig tot aan de buitengrenzen van deze ruimte, een tijd die uiteindelijk niet alleen elk onderscheid tussen mensen ophief, maar ook tussen de organische en de anorganische natuur, tussen elk ding en elk wezen, elk wezen dat ooit een gestalte had aangenomen of nog zou aannemen?

Wat bleef er uiteindelijk over van een ster, van een zon met een hele zwerm planeten, asteroïden, manen en meteorieten, en met licht dat miljarden jaren geleden ontvlamd was? En hoe zat het met al die andere hemellichten, die in de toekomstige eeu­wigheden zouden opvlammen en in de onverbiddelijke loop van de tijd weer zouden ontploffen tot een zwerm naamloze deeltjes, atomaire bouwsteentjes, die in een onbegrijpelijk verre toekomst en onder druk van geweldige krachten die ons voorstellingsver­mogen te buiten gaan, weer tot nieuwe elementaire vormen aan elkaar zouden kunnen klonteren, om gestaag tollend aan te was­ sen tot gestalten van nog nimmer geziene omvang, nog nimmer geziene schoonheid of lelijkheid… En dit alles slechts om na het einde van hun bestaanstermijn weer terug te zakken in onzicht­baarheid, in de allerdiepste duisternis?

De vrijheid om te glimlachen genoot slechts één van de vier rond deze vuurschaal geschaarde mannen. De andere drie zaten sprakeloos, ademloos van eerbied aan een murmelend voorbij­ stromende rivier: op zonniger ochtenden doopte de keizer aan deze oever zijn kalligrafeerpenseel in het water om daarmee ge­dichten op de gladde stenen te schrijven. De woorden verdamp­ten onder de opstijgende zon en gaven de steen weer vrij. Zo schreef de keizer en zag zijn schrift weer verdwijnen. En schreef verder.

Het regent, zei Qiánlóng nu zo zacht alsof hij de van het dek­ zeil omlaag ruisende watermuziek en het gemurmel van de rivier niet wilde storen. Het regent.

« Vorige berichten