Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Albert Camus, De Pest.

2 april 2020

Albert Camus, De Pest.

uitg. De Bezige Bij 

In 1970 las ik dit boek voor het eerst, uiteraard voor de lessen Frans van de beminnelijke fijnschilder Jean Pierre Dierckx in de poësis van de Rijks Normaal School te Lier. Ik herinnerde al die jaren vooral een beklemmende sfeer en de uitzichtloosheid die ik met dit verhaal associeerde.

Zijn andere boeken vond ik toen al niet veel aangenamer, maar er bleef een groot gevoel van medemenselijkheid aan Albert Camus kleven, wat we later in de opvoering van zijn ‘Les Justes’ ferm ter discussie konden stellen. Bij ‘Les Mains sales’ van Jean Paul Sartre stond het toen naar ons jeugdig revolutionaire aanvoelen allemaal veel scherper en dus voorzien van een grotere kans op slagen. Althans zo dachten we toen nog anderhalf decennium lang.

Ik heb ‘De Pest’ nu in het Nederlands opnieuw gelezen op aangeven van een oud patiënte uit Rotterdam Zuid, waarvoor zeer mijn dank.

Zij gaf het duwtje om wat ik reeds gepland had, in deze tijden van Corona quarantaine, aan te pakken. En ja hoor, ‘De Pest’ is een heel ander boek dan in mijn herinnering met zelfs een heel ander verhaal omdat na ruim een halve eeuw mijn waarneming getekend is door een moeizame permanente vorm van zelfkritiek waardoor veel evidenties uit mijn jeugd een heel andere benadering krijgen en dus ook een andere betekenis. Daarom blijft dit een belangrijk boek van een groot schrijver.

190. ‘Hij deed een van de kasten open, trok twee maskers van hydrofiel gaas uit een steriliseertoestel, gaf er een aan Rambert en zei dat hij het moest voorbinden. De journalist vroeg of het hielp en Tarrou antwoordde: ‘Nee, maar het boezemt de anderen vertrouwen in.’

40. ‘Als er een oorlog uitbreekt, zeggen de mensen: ‘Dat is al te stompzinnig, het kan nooit lang duren.’ En ze hebben gelijk, een oorlog is ongetwijfeld stompzinnig, maar dat belet hem niet om lang te duren. Stompzinnigheid is een stugge volhouder, zoals we zouden merken als we niet voortdurend aan onszelf dachten. Op dat punt vormden onze stadgenoten geen uitzondering; ze dachten aan zichzelf, anders gezegd, ze waren humanisten: ze geloofden niet in plagen. Plagen zijn van een andere orde dan mensen, dus vindt iedereen plagen onwerkelijk. Het zijn boze dromen waar wel weer een eind aan komt. Maar er komt niet altijd een eind aan, en van boze droom tot boze droom zijn het de mensen zelf die aan hun eind komen, de humanisten als eersten, omdat ze geen voorzorgsmaatregelen hebben getroffen. Onze stadgenoten waren niet schuldiger dan anderen; ze vergaten bescheiden te zijn, meer niet, en ze gingen ervan uit dat plagen onmogelijk waren en dat alle wegen dus nog voor hen openstonden: ze bleven gewoon zakendoen, organiseerden reizen en hielden er meningen op na. Waarom zouden ze ook denken aan de pest, die een eind maakt aan de toekomst, aan reizen en aan discussies? Ze meenden vrij te zijn, maar niemand zal ooit vrij zijn zolang er plagen bestaan.’

44. ‘Dat gaf zekerheid, het dagelijks werk. De rest bestond uit onbeduidende lijnen en bewegingen, daar kon een mens niet bij stil blijven staan. Goed je werk doen, dat was het belangrijkste.’

160. ‘De monniken van de enige twee kloosters van de stad waren namelijk tijdelijk verspreid ondergebracht bij vrome families. Op die manier werden ook kleine militaire eenheden zoveel mogelijk ingekwartierd in scholen en openbare gebouwen. Zo verbrak de ziekte, die schijnbaar de bewoners had aangezet tot de solidariteit van belegerden, tegelijkertijd traditionele banden, waardoor het individu tot eenzaamheid werd veroordeeld. Dat werkte ontwrichtend.’

Lees verder »

Urbi et Orbi – 27 03 2020 : “de omhelzing van Bernini’s travertijnse woudreuzen” Bertus Aafjes

28 maart 2020

 

 

 

Urbi et Orbi ‘ : ‘due che avevano riconosciuto la propria solitudine l’uno nell’altra’
‘twee mensen die hun eigen eenzaamheid in de ander hadden herkend’.
Paolo Giordano – De eenzaamheid van de priemgetallen.

Voor mij is dit een van de indrukwekkendste beelden uit Rome, Italië én de wereld.

‘Er is een tijd geweest dat het Sint Pietersplein, waarvan elk kind over de gehele wereld de ansichtkaarten kent, in deze vorm niet bestond. En dat toen op een dag, zittend voor een raam, of misschien wandelend door een park, een man dit grandioze visioen opeens voor zich zag. Want dát is het eigenaardige van dit plein: het gehoorzaamt aan één idee. Men krijgt dat idee of men krijgt het niet. Het is geen compositie van verschillende invallen, het is de doorvoering van één simpel gegeven. Natuurlijk, het bouwen van die vierdubbele zuilengang, het uitkappen der 372 zuilen waaruit zij is samengesteld en het plaatsen van de 140 heiligenbeelden op de kroonlijst zal decenniën gevergd hebben. Maar dit raakt de kern niet. Dit doet niets af aan het feit dat de bezielende gedachte Bernini in een seconde van genade moet geopenbaard zijn. De rest was een kwestie van geld, vlijt en vakmanschap. De inspiratie van het plein echter is een idee. En dit idee is niets anders dan de ‘kromming der colonnade’. In een zachte boog omarmen Bernini’s zuilen de ruimte, waardoor het effect ontstaat van een immense wijdte en tegelijk een zekere intimiteit. Ziedaar het geheim van deze plek: de paradox van beslotenheid en uitgebreidheid. Bernini heeft dit zo gewild. In een van zijn brieven spreekt hij over zijn marmeren accolade aldus: ‘Het zijn de armen van Christus die de wereld omhelzen.’ Dit is precies wat hier gebeurt, majesteit en erbarmen. En dit is ook waarom zo neem ik aan, elkeen zich hier ‘thuis’ gevoelt. Dit was terstond mijn eerste indruk en die is zo gebleven. Men staat als een zandkorrel verloren in een kosmos en heeft tegelijkertijd het gevoel erin opgenomen en geborgen te zijn’.
Godfried Bomans 1956

Kerken veranderen van gebedshuizen waar de gemeenschap van gelovigen de dienst uitmaakt in een hoogstammig woud waar licht speelt met schaduwen van bogen en pijlers. Op ieder uur van de dag en de nacht, in iedere hoek of kant, van op elke denkbeeldige of reële plek is het beeld veranderlijk. Deze kathedralen zijn de vertegenwoordigers van het bos in de stad, zoals de natuur vol vragen zonder antwoorden, vol klank zonder woorden. ’God oftewel de natuur’ nodigt minstens naar vorm uit tot kritische twijfel. Angst voor onzekerheid kan je er leren hanteren. Het heeft iets van ’De anatomie van energie’ uit 2014 van Fik Van Gestel.

 

 

 

 

Bart Chabot, Mijn vaders hand

26 maart 2020

Bart Chabot, Mijn vaders hand 

uitg.De Bezige Bij 2020

Jeugdvoorvallen komen als lijken bovendrijven’ (Gerrit Achterberg)

‘Wat me redde, was mijn geloof in Sinterklaas, en toverballen.’ Dat is de essentie.’

‘Heel soms, als er niemand thuis is, verzink ik nog weleens in melancholie. Maar ik probeer er ook van weg te blijven, omdat je er zo weinig aan hebt. Naar vóren, ik kan het iedereen aanraden. Kijk naar de horizon voor je, niet naar de ravijnen achter je.’

Voor ervaringsdeskundigen is dit een mooi en herkenbaar boek omdat Bart Chabot erin geslaagd is alle pijnlijke thema’s van kindermishandeling en vernederingen door zijn ouders, leraars, schoolgenoten omzichtig aan te brengen, de relationele reactiemechanismen haarfijn te onthullen en tot slot een eerlijke benadering van zijn afscheid van die ouders aan te geven. 

Want niets is simpel in ‘Mijn vaders hand’, laat staan je eigen herinneringen tijdens het lezen. 

Lezers zonder eigen herinneringen aan een dergelijke jeugd vinden zo misschien beter begrip op afstand, want de slachtoffers zijn talrijk. 

En vaak slagen ze er niet zijn om de boel te keren, de vloek van ‘slachtoffer wordt dader’ te breken.
Bart Chabot is daar met zijn vrouw en vier zonen toch maar mooi in geslaagd. 


28. Ik kon mijn vader ruiken. Hij kwam nog iets dichterbij, tot hij tegen de rugleuning van mijn stoel aan stond. Ik hoorde hem ademen.

Hij nam mijn linkeroorlel tussen duim en wijsvinger, pakte hem zo beet dat hij houvast had en het stukje vlees hem niet kon ontglippen, kneep er hard in en trok het omhoog. Fors hoger, zodat je de neiging moest onderdrukken om met je hoofd mee de lucht in te willen, richting het plafond, en je te ontdoen van je stoel en plaats aan tafel: het achter je oorlel aan gaan liet je wijselijk uit je hoofd: dan had je het gedonder pas echt in de glazen. In dat geval kwam je er niet van af met alleen een nasmeulende oorlel.

Dan, als je oorlel onvrijwillig positie had gekozen en stabiel in de ruimte boven de eetkamertafel hing, draaide mijn vader het stukje vlees een kwartslag om, of, indien het vergrijp daartoe aan- leiding gaf, een halve slag, zonder van zins te zijn je oorlel spoedig te laten gaan. Meestal greep mijn moeder dan in en zei: ‘Gé, zo is het genoeg. Laat dat joch. Zo is het genoeg geweest.’

Met tegenzin liet hij los. Liever was hij langer doorgegaan om me mijn wandaden voor eens en voor altijd in te peperen en af te leren. Soms kon je dagen van een oververhit oor nagenieten. Ja, je kon lachen met mijn vader.

Nu en dan werd het ook mijn moeder te veel. 

Lees verder »

Ivan S. Toergenjev, Vaders en zonen. 

21 maart 2020

Ivan S. Toergenjev, Vaders en zonen. 

Uitgeverij Van Oorschot. 

110. Toen kwam Ariane Vlasjevna naar hem toe, lege haar grijze hoofd tegen het zijne en zei: ’Wat wil je, Vasja! Een zoon is een afgesneden stuk brood. Het is net een valk: hij vliegt aan en vliegt weg als hij wil; maar jij en ik zijn als paddestoelen in een holle boom, we zitten naast elkaar en kunnen niet weg. Ik blijf alleen steeds dezelfde voor jou en jij voor mij.’

140. Van koelte en schaduw omringd, las of werkte ze daar of gaf zich over aan het gevoel van volledige stilte dat wel aan iedereen bekend zal zijn en waarvan de bekoring ligt een nauwelijks bewuste, woordeloze beluistering van de brede stroom des  levens die ononderbroken om ons en in ons voortglijdt.

Een bijzonder interessante verwijzing naar enkele thema’s in Vaders en Zonen van Toergenjev uit 1862 – de tegenstelling tussen de liberale vaders en de nihilistisch-anarchistische zonen – zit in het meesterwerk van Nino Haratischwili  ‘Het achtste leven (voor Brilka)’  

59. ‘Persoonlijk geloof ik niet dat revoluties een roep zijn van het volk, ik geloof eerder dat ze voortkomen uit het slechte geweten van de bevoorrechten,’ voegde hij er bijzonder bedachtzaam aan toe.

‘Jij gelooft dus dat onze bevrijder tsaar Alexander II, toen hij destijds (1861) de lijfeigenschap bij wet afschafte, vanuit een dergelijk complex handelde, maar er niet aan dacht dat die stap economisch en vooral ideologisch op een catastrofe kon uitdraaien?’ vroeg een bijzonder geëngageerde leerling.

‘Ja, dat geloof ik. Want doordat hij de boeren de vrijheid schonk, werden de sociale verschillen in de maatschappij alleen nog maar scherper zichtbaar. En we mogen ook niet vergeten dat duizenden jonge mensen de afgelopen jaren uit de grote steden naar het platteland zijn getrokken om de boeren voor te lichten en daar alleen op desinteresse, berusting en onbegrip zijn gestuit.’

Jeroen Brouwers, Cliënt E. Busken.

5 maart 2020

Jeroen Brouwers, Cliënt E. Busken.

uitg. Atlas Contact 2020

Hilarisch pijnlijk, vernuftig geconstrueerde ondergang van een dementerende waarvan de lectuur helpt begrijpen waarom bejaarden bij hun verstand kost wat kost vaak weg willen blijven uit verzorgingstehuizen. Suïcide of euthanasie lijkt velen een beter alternatief. 

10. ‘De mannelijke soort mag niet meer worden aangesproken met broeder, zoals in de Middeleeuwen, die nu immers voorbij zijn, maar gezellig met Wim, Karel, Antoon, Sjoerd, allen aangesteld als zorgdragendekundigetoezichthoudende. Genderneutraal eindigt van iedere functionerende in de zorgsector de aanduiding van beroep of functie op ende. Het leidinggevende opperhoofd van deze vrijheidberovende firma, geneesheerdirecteur staat op de deur van zijn kantoor, zegt u maar gerust Richard, uit te spreken als Risjaar, draagt niet zo’n geslachtsloos gestichtsuniform, maar gewonemensenkleren, evenals alle stafleden, aan hem is dus vanbuiten te zien dat hij masculien is. Van het gewone personeelsvolk valt soms alleen uit de voornaam af te leiden welk geslachtskenmerk in eenieders broek en elders aanwezig is.’

117. ‘Deze vrouw is allochtoons. Nooit zwart zeggen, zegt Babet, want dat is kwetsend en racistisch. Je moet zeggen gekleurd. Neger zeggen is ook fout want dat betekent zwart en daar kunnen die mensen niks aan doen, dat zijn gewoon mensen als ik en jij en Herman en als bijvoorbeeld joden, die kunnen daar ook niks aan doen. Allochtoon is even denihoeheethet beledigend voor mensen die ergens anders vandaan komen, je moet zeggen nietwesters persoon of iemand met een migratieachtergrond. En jezelf blank noemen is ook hartstikke, je moet zeggen wit. Tijdens dit college in hedendaags taalgeschuif, woorden vervangen door andere woorden zonder dat aan de kernbegrippen iets verandert, zoals patiënt in cliënt, geïnterneerde in bewoner, sterven in heengaan, wat ik allemaal nonsens en onnodig acht, daar het tot onhelderheid leidt, hetgeen ik afkeur, ikzelf ben een heldere woordgebruiker, had Babet wat paprikanootjes in haar mondholte geschoven en doorbabbelend weer in haar hand laten terugkeutelen, want erop knabbelen kon ze niet, waar ze niet aan had gedacht.’

Abel J. Herzberg, Brieven aan mijn kleinzoon.

4 maart 2020

Abel J. Herzberg, Brieven aan mijn kleinzoon.

Uitg. E.Querido 1964

‘Wat hier volgt, zijn – of liever gezegd waren – brieven, die ik aan mijn achtjarige kleinzoon geschreven heb. Wij hadden afgesproken, dat ik hem over mijn grootvader vertellen zou en over mijn ouders en in het algemeen over de tijd, toen ik jong was. Ik dacht, dat het hem ook zou interesseren uit welk nest ik gekropen ben. Dat heeft mijzelf ook altijd beziggehouden zonder dat ik er ooit in geslaagd ben, daar precies achter te komen.

Al schrijvende gebeurde het nu, dat ik de leeftijd van mijn kleinzoon vergat. Het was alsof ik tot een volwassene sprak. Wat deed het er ook toe? Wat hem nu zou ontgaan, zou hij later wel begrijpen, als hij daar tenminste nog belang in stelde. Ook heb ik van tijd tot tijd helemaal vergeten, dat ik aan het schrijven van een brief was en heb ik eenvoudig genoteerd, wat mijn geheugen mij dicteerde.

Ik heb wat aan de brieven toegevoegd, er wat uitgelaten en er het strikt persoonlijke karakter aan ontnomen. Zo is dit boek ontstaan. De oorspronkelijke brieven blijven het uitsluitend eigendom van de lieve jongen tot wie ze gericht zijn.

Troost voor daklozen komt nooit in de vorm van huizen maar uit de mond van zwervers.

Judith Herzberg, Zeepost , p. 24

Pascal Mercier, Het gewicht van de woorden. 

2 maart 2020

Pascal Mercier, Het gewicht van de woorden. 

Wereldbibliotheek 2019

287. ‘Cesare Pavese , ‘ È bello vivere perché vivere è cominciare, sempre, ad ogni istante. Leven is mooi omdat leven beginnen is, altijd, op ieder moment.’

Een bijzonder mooie tekst over taal en vertalen, woorden en telkens opnieuw worden. 

Mooi vertaald, maar bij wijlen naar mijn aanvoelen te wijdlopig, niet alleen in de briefherhalingen.

365. ‘Niemand leert de auteur zo goed kennen als de vertaler. Vertalen schept een nabijheid die groter is dan elke andere, groter ook dan lichamelijke nabijheid, zelfs tussen geliefden. Want de vertaler kent na een tijd het meest intieme dat er aan een auteur te ontdekken valt: het verborgen alfabet van zijn fantasie. Het kan gebeuren dat een alfabet een vertaler uiterst vreemd is. Dan ervaart hij deze vreemdheid als killer en afschrikwekkender dan elke vreemdheid in gewone ontmoetingen. Vertalen – het is een ongelofelijke inbreuk op de gevoelswereld van iemand anders. En het is gevaarlijk. Want als de vertaler de auteur beter kent dan wie ook, kan hij hem ook dieper kwetsen dan wie ook.’

Met een uitstekende analyse van artsen, advocaten en hun fouten door de hybris waarmee velen zich proberen recht te houden. 
378. En toen zei ik dat de taal van de witte kaste ook de taal van de macht is. “Ze is niet in deze geest bedacht,” zei ik, “en de mensen die deze taal spreken, doen dat zeker niet allemaal omdat ze bewust macht willen bezitten. Maar de zieken en zwakkeren krijgen vaak het gevoel dat ze met machtige mensen te maken hebben, mannen en vrouwen met een stethoscoop, een heldere stem en een stevige tred, door wie ze zich betutteld voelen omdat ze de dingen die ze zeggen omzetten in de geheimtaal van hun gilde.”

En ik zei ook nog iets anders tegen de professor, iets wat minder met de taal van de artsen te maken heeft dan met hun aanspraak op absolute autoriteit: artsen houden er niet van als ze door patiënten ter verantwoording worden geroepen – als ze iets in twijfel trekken en een uitvoerige verklaring willen in een aangelegenheid die voor hen van het grootste belang is: hun leven en hun gezondheid. Ik heb ook artsen meegemaakt die kritisch tegenover zichzelf waren, die het vanzelfsprekend vonden aan zichzelf en hun kennis te twijfelen. Maar dat was de uitzondering. De meesten artsen waren in hun autoriteitsclaim en in hun ijdelheid gekrenkt en lieten dat duidelijk blijken aan de patiënten.


 

Lees verder »

Rik Van Cauwelaert, Tussen de plooien . Een andere geschiedenis van België.

6 februari 2020

Rik Van Cauwelaert, Tussen de plooien . Een andere geschiedenis van België.

uitg. Polis 2015

http://www.uitpers.be/artikel/2015/11/01/oom-rik-vertelt/

In Tussen de plooien komt een stoet van veelal onbekende, soms vergeten figuren tot leven die tussen de plooien van de vaderlandse geschiedenis vielen. Rik Van Cauwelaert vertelt op meeslepende wijze hoe de achterkant van de geschiedenis vaak boeiender is dan de voorkant.

Wat deed de jonge Belgische dichter Léon Kochnitzky met de Italiaanse bard Gabriele d’Annunzio in Fiume? Wat hebben de CIA en het Europacollege in Brugge met elkaar gemeen? Waarom schreef Hendrik de Man een open brief aan Leopold III om de ter dood veroordeelde collaborateur Robert Poulet in bescherming te nemen? Wat deed de Canadese kanonnenbouwer Gerald Bull in Brussel en waarom werd hij vermoord? Waarom werden de billen van de Vlaamsgezinde Mechelse liberaal Armand de Perceval op een negentiende-eeuws muntstuk geslagen? Hoe kon een broodjeaapverhaal als dat van de Roze Balletten er bij het publiek in gaan als koek?

 

Lees verder »

Bert Keizer, Reis om de dood.

28 januari 2020

Bert Keizer, Reis om de dood.

uitg Prometheus 2019


Emil Cioran (Roemeens-Franse filosoof)


‘De dood is een beloning voor al diegenen die het tot niets hebben gebracht, tot niets wilden brengen… Hij stelt hun in het gelijk, hij is hun triomf. Maar voor de anderen, voor al diegenen die zich hebben uitgesloofd om te slagen in dit leven en die dat ook bereikt hebben – wat een klap in hun gezicht!’



43. ‘Voor hij begon met repareren nam hij de omgeving in zich op:

de tuinen, het weiland, de huizen aan de zoom,

het bos, de paarden die op stal wilden,

en dacht na over wie hier vóór hem zaten. Hoe spraken zij

in zichzelf, zo hoog? En hoe zag de hemel er die dag uit?

Helder? Zwanger van komend noodweer?

Nagel in zijn mond vroeg hij zich af of ook zij het verlangen

hadden gekend een bericht achter te laten voordat

zij begonnen met het bedekken van het dak.

Een regel gekrast in lood.

Ze zagen hetzelfde als hij, werkten met hetzelfde

materiaal en gereedschap: nagels, leien,

een zaag, een hamer.

Over tien jaar is hij dood.

Niet lang daarna zal iemand de trap beklimmen, zijn onleesbare

tekst vinden en bij het afdalen

onverklaarbaar geluk ervaren.

Getroost door een leven dat schonk

wat het zelf ook niet bezat, als

in het wonder van onze lege handen.

Uit: Wim Brands,  ’s Middags zwem ik in de Noordzee (2014).

47. ‘Denken over de dood?Denken is dansen met je verstand. Op de melodie van de wereld. Daarom is denken over de dood zo moeilijk. Omdat het orkest dan zwijgt.’

Lees verder »

Een nieuw jaar opent vele deuren … 2020

27 december 2019

Nino Haratischwili, De kat en de generaal. 

25 november 2019

Nino Haratischwili, De kat en de generaal. 

Vert. Elly Schippers en Jantsje Post. uitg. Meridiaan

Een lovenswaardige poging om haar meesterstuk ‘Het achtste leven’ te herhalen, dit keer in Tsjetsjenië. Dat lukt niet echt. De opening is interssant en het slot spannend. Maar het eindeloze heen en weer is niet van die aard om mij als lezer te blijven boeien. 

 

680. ‘We hebben steeds gebogen voor de wil van anderen en onszelf wijsgemaakt dat het onze eigen beslissing was. Denk je dat je ook maar één seconde in je leven vrij bent geweest? Geloof je dat ook maar één Rus op de wereld vrij is? Of het ooit is geweest? Onze vrijheid is gekocht met onzichtbaarheid en zwijgen, of ze eindigt in een werkkamp of in het gunstigste geval in een cel van drie bij drie. Onze vrijheid is stilstand en apathie of angst. En daarom moeten we voortdurend iemand anders van zijn vrijheid beroven, moeten we als ongenode gasten ergens binnenvallen en ons die vrijheid toe-eigenen. Omdat we er niet tegen kunnen als iemand iets heeft wat wij nooit hebben gehad en ook nooit zullen hebben, en weet je waarom dat zo is, Borja? Omdat we elkaar allemaal om zeep zouden helpen, zoals gebeurde toen ze ons voor korte tijd de langverwachte vrijheid gunden. Wij kunnen helemaal niet vrij zijn. We willen niet vrij zijn. Kom op, je bent een ontwikkeld man, je hebt er toch weleens over nagedacht waarom bepaalde dingen zijn zoals ze zijn?

Lees verder »

Rik Torfs, Het grote gelijk

31 oktober 2019

Rik Torfs, Het grote gelijk.

uitg Van Oorschot 2019

Een intrigerend boek, zoals dat dan heet. Maar in de interessante betekenis van het woord. De auteur is erin geslaagd om enkele heikele thema’s op een andere manier te benaderen, ontdaan van de gebruikelijke hype en consensus. 

Zo hebben we hem leren kennen in zijn columns, zo doet hij het ook  in ‘Het grote gelijk’.

Uiteraard zal hij door vele bekwame recensenten afgebroken worden wegens het hoofdpersonage bij tijd en wijle zeer irritant, zelfs zeurderig eindigend in zeven sloten tegelijk. Maar dat belet niet dat ik nu Eisterlee een beetje ken… en sommige stukken uit zijn boek wellicht nooit zal vergeten. Zoals bij ‘Het jaar van de dood van Ricardo Reis’ van Fernando Pessoa. 

Zijn analyse van de wereldvisie van José Saramago is er ook niet naast en dus beklijvend. 

Maar vooral de ommekeer in de jeugd van deernis naar weemoed weet de auteur haarfijn te beschrijven. Achteraf lijkt dat makkelijk, maar ik heb het slechts zelden zo duidelijk herkend. 

Net zoals zijn ode aan de Kempen, zijn en mijn Kempen.

303. ‘En toch, bedenk ik, blijft het een vreselijke vorm van overmoed Icarus te willen zijn als je gewoon geboren bent in de Kempen, twintigste eeuw, en aldaar onder meer kleuteronderwijs genoot. Mensen die zich Napoleon waanden, werden in Vlaanderen traditioneel opgesloten in de psychiatrie. Waarom zou Icarus spelen dan beter zijn? Welke zin heeft het zich met hem te willen meten? Zich aan hem te verschroeien? In de Kempen zijn geen zeeën om in te verdwijnen.’

 

46. Ik heb verschrikkelijke herinneringen aan mensen in coltrui. Betweters, let er maar eens op. Ze vinden zichzelf hoogopgeleid maar omdat ze niettemin weinig geld verdienen, zijn ze voorstanders van maatschappelijke verandering en radicale herverdeling. Ze lazen veel over John Rawls op Wikipedia.

Lees verder »

John le Carré, Spion buiten dienst.

28 oktober 2019

John le Carré, Spion buiten dienst.

uitg. Luitingh-Sijthoff 2019

Zoals de vorige boeken die ik van hem las, knap geschreven met een diepe opening naar de actualiteit, in dit geval de Brexit.  Edoch naar het einde toe wordt de mooi opgebouwde ballon vol helium spanning flauw afgelaten zonder catharsis. In die zin is deze 88 jarige schrijver visionair, ook over het Brexitverloop.

36. Ik heb zo’n vermoeden dat er in ieders leven wel ergens een Dom aanwezig is: de man – het lijkt altijd een man te moeten zijn – die je apart neemt, je benoemt tot zijn enige vriend op aarde, je overspoelt met details uit zijn privéleven die je liever niet zou weten, smeekt om je goede raad, die je hem niet geeft doch die hij zweert op te volgen, en die de volgende ochtend doet alsof je nooit hebt bestaan. Vijf jaar geleden in Boedapest was hij net dertig, en nu is hij nog steeds net dertig: hetzelfde aantrekkelijke uiterlijk van een croupier, gestreept overhemd, gele bretels die meer passen bij een vijfentwintigjarige, witte manchetten, gouden manchetknopen en een glimlach voor alle gelegenheden; dezelfde ongelooflijk irritante gewoonte zijn vingertoppen tegen elkaar te drukken tot een huwelijksboog, en je daarboven achteroverleunend en wereldwijs glimlachend aan te kijken.

Lees verder »

Robert Harris, De tweede slaap

21 oktober 2019

Robert Harris, De tweede slaap

uitg. Cargo 2019

Het is 1468. De ambitieuze jonge pater Christopher Fairfax reist te paard naar een afgelegen dorpje in Wessex om er de begrafenis van een overleden priester te begeleiden. Het is een mysterieuze locatie waar de vreemdste voorwerpen voor het oprapen liggen. Voorwerpen die bij de oude pastoor tot een verzamelwoede lijken te hebben geleid. Maar waar komt die obsessie vandaan? En wat doet die verzameling verboden boeken in zijn bibliotheek? Boeken waarvoor je op de brandstapel kan belanden. Fairfax gaat op onderzoek uit en belandt in een spiraal van geheimen die zijn hele wereldbeeld en de fundamenten van zijn geloof op zijn kop dreigen te zetten. Dat is op dat moment ook al bij de lezer gebeurd, die allerlei aanwijzingen heeft gekregen dat dit boek zich eigenlijk niet in de vijftiende eeuw, maar in een heel ander, post-apocalytisch tijdperk afspeelt. Een nieuwe ‘donkere tijd’ deed zijn intrede met een nieuwe manier van leven en een nieuwe religieuze beleving tot gevolg. Harris is in deze dystopische thriller, die onze eigen hoogmoedige samenleving minutieus onder de loep neemt, op zijn best. De vaardigheid waarmee hij verleden en toekomst in zijn ingenieuze plot verweeft, zal hem door veel collega’s worden benijd. De tweede slaap is geen gemakkelijke hap, maar geeft juist daardoor nog meer voldoening.

Lees verder »

Alessandro Baricco, The Game.

16 oktober 2019

Alessandro Baricco, The Game.

Uitg. De Bezige Bij 2019

Een groot overzicht van het zoekverkeer van Alessandro Baricco naar wat gisteren, vandaag en wellicht ook morgen speelt in het digitale universum, met heel want turbulente nevenwerelden.

Lees verder »

Het grote afscheidsinterview: Dirk Van Duppen, boegbeeld van Geneeskunde voor het Volk Humo 8 oktober 2019

11 oktober 2019

Humo 08102019 Het grote afscheidsinterview: Dirk Van Duppen

 

https://www.humo.be/humo-archief/405975/dirk-van-duppen-het-grote-afscheidsinterview-voor-farmabedrijven-is-een-levensjaar-50-000-euro-waard

 

Alicja Gescinska, Intussen komen mensen om. Over politieke betrokkenheid.

9 oktober 2019

Alicja Gescinska, Intussen komen mensen om. Over politieke betrokkenheid.

uitg. De Bezige Bij 2019 

Dat heb je uiteraard met verstandige mensen, dat zij een dagboek bijhouden van belangrijke ervaringen, waaraan anderen iets kunnen hebben en dat henzelf helpt om nadien te reflecteren en te leren. 

Alicja Gescinska heeft dit behoorlijk open en vrij gedaan in ‘Intussen komen mensen om’. 

Op die manier is ze erin geslaagd de ellende, naijver, jaloezie, woede en beledigingen te verwerken die ze in deze periode te slikken kreeg als 3de kandidate voor het Europees Parlement op de Open-VLD lijst van Guy Verhofstadt. Tegelijk kan ze haar ervaringen duiden en ook filosofisch op een hoger en afstandelijker niveau tillen. 

Spijtig dat het slechts een kort avontuur is geweest want 5 jaar parlementair werk had veel meer kennis, inzicht en gelouterde ervaringen kunnen opleveren zoals bij Michael Ignatieff, ‘Vuur en as. Succes en falen in de politiek’.

Toch is hoofdstuk ‘Onmacht en Cynisme’ de moeite, al lijdt de auteur soms aan hetzelfde euvel als de vermeende elite – het all-in begrip waarmee Alessandro Baricco het kwade probeert te duiden.

Over die elite schreef de Nederlandse sociaal-democraat Cuperus recent:

‘Er wordt altijd geroepen van: ja, de boze burger… nee, het is de elite, het is niet het volk wat in opstand is maar het is de elite die eigenlijk in opstand is, door zijn programma. Een heel ruig programma namelijk van globalisering, multiculturalisering, europeanisering, kenniseconomie, klimaattransitie. Ik bedoel, het is niet het volk wat plots radicaal is, het is de elite die heel radicaal is. Dat is mijn stelling. En populisme is een reactie daarop.’


107. Anti-intellectualisme is een cruciaal kenmerk van totalitaire regimes. Daarom moeten we een bijzondere waakzaamheid aan de dag leggen tegenover het anti-intellectualisme dat vandaag gepropageerd wordt. Het is opvallend hoe mensen afkerig staan tegenover kennis, of politiek zien als een discipline waar kennis eerder een last dan een lust is.

Lees verder »

Karl Schlögel, Terreur en droom, Moskou 1937

7 oktober 2019

Karl Schlögel, Terreur en droom, Moskou 1937

Uitgeverij Atlas 2011 

Een uitputtend onderzoek naar de terreur in de Sovjetunie en Moskou rond het jaar dat de twintigste verjaardag van de Oktoberrevolutie herdacht werd en het Politbureau van de KPSU vrije verkiezingen aankondigde, maar in paniek vooraf met de nodige zuiveringen de uitslag wou garanderen.

Een gruwelijk boek, door de willekeur, de domheid, de geslepen manoeuvres en de bloedige macht van zeer weinigen die hun land, leger en economie reeds onthoofden vóór Nazi-Duitsland de Tweede Wereldoorlog zou beginnen.

Een deradicaliseringshandboek voor alle rechtgelovigen in de ware leer van het socialisme als dictatuur van het proletariaat.

KARL SCHLÖGEL

Karl Schlögel (1948), hoogleraar Oost-Europese geschiedenis aan de Europese Universiteit in Frankfurt an der Oder, publiceerde al in 1984 een algemeen cultureel- politiek boek over Moskou in de 20ste eeuw: Moskau lesen. Schlögel scheef het vier jaar nadat hij een boek had gepubliceerd over de KPD/AO, de maoïstische splinterpartij in Duitsland waarin hij in de jaren zeventig actief was. Vervolgens publiceerde Schlögel een hele reeks boeken, veelal over Oost- en Middeneuropese steden. Over Sint-Petersburg publiceerde Schlögel Petersburg: Das Laboratorium der Moderne 1909-1921, (2002) en Sankt Petersburg. Schauplätze einer Stadtgeschichte (2007). Al slenterend gedane observaties, met een combinatie van lyriek en historisch gevoel opgeschreven, werden zijn handelsmerk. ‘Steden lezen’, noemt Schlögel dit. Naast Terreur en droom verscheen in het Nederlands eerder een verzameling van Schlögels essays onder die naam (Atlas, 2008).

Welk doel had de terreur?

„Ja, dat is de grote vraag. Mijn these is dat het te maken heeft met de vrije verkiezingen die de communistische partij aankondigde, nadat in 1936 een nieuwe Grondwet was aangenomen. Een paar maanden na de aankondiging kwamen de kopstukken van het Politburo tot het besef dat vrije verkiezingen wel eens helemaal verkeerd zouden kunnen uitpakken.

Politburolid Zjdanov stelde de vraag: wat moeten we doen als we de verkiezingen verliezen? Moeten we dan weer ondergronds, net als voor de Oktoberrevolutie? Dat laatste was onvoorstelbaar maar zeer wel mogelijk. In 1937 kwamen vele duizenden gevangenen uit de kampen vrij – koelakken hadden vaak vijf jaar werkkamp gekregen. En zij waren niet de enigen die bij vrije verkiezingen niet op de bolsjewieken zouden stemmen.

„Mijn idee is dat de leiding van communistische partij in paniek is geraakt en toen de operaties zijn begonnen tegen groepen waarvan ze dacht dat die niet op de communisten zouden stemmen: de koelakken, de priesters, de vele buitenlanders die hun toevlucht tot de Sovjet-Unie hadden genomen enzovoorts. Ik geloof dan ook niet dat de plannen voor de massamoorden al in 1935 of 1936 zijn gemaakt. Ze zijn heel snel in 1937 tot stand gekomen. Maar het bewijs hiervan vergt nog nader onderzoek.”

Maar waarom wilden de bolsjewieken vrije verkiezingen? Volgens marxisten zijn dat toch kapitalistische schijnvertoningen?

„Ik geloof niet dat de communisten de verkiezingen oorspronkelijk alleen als façade wilden, als een Potemkindorp. Stalin en de andere communistische kopstukken geloofden werkelijk dat na de gedwongen collectivisatie van de landbouw en de industrialisatie in de jaren dertig, de fase van de klassenloze maatschappij was aangebroken. Koelakken kregen hun burgerrechten weer terug. Vrije verkiezingen moesten het bewind legitimeren. En rust brengen. Daar had het land grote behoefte aan. De collectivisatie had het hele land overhoop gehaald. Er vond een razendsnelle urbanisatie plaats, alleen te vergelijken met wat nu in China en derdewereldlanden gebeurt. Moskou werd in 1937 overspoeld door plattelanders van heinde en verre.”


18. En toch werd aan de historische catastrofe en de menselijke tragedies in de Sovjet-Unie van de jaren dertig nooit die aandacht en belangstelling ge­ schonken die je zou mogen verwachten van een publiek dat blootgesteld was geweest aan de verschrikkingen van de nationaalsocialistische misdaden. Er heerste een opvallende asymmetrie. Een wereld die zich de namen van Dachau, Buchenwald en Auschwitz had ingeprent, had het moeilijk met na­ men als Vorkoeta, Kolyma of Magadan. Men had Primo Levi gelezen, maar niets van Varlam Sjalamov. Zo stierven de slachtoffers van Stalin voor de tweede keer, ditmaal in het geheugen. Ze verdwenen in de schaduw van de ongekende misdaden van de nazi’s, ze werden onzichtbaar achter de on­ voorstelbaar grote aantallen slachtoffers van de Grote Vaderlandse Oorlog. Ze werden over het hoofd gezien in de ideologische afrekening van de Kou­ de Oorlog, waarin iets niet waar kon zijn als de bijval van de verkeerde kant kwam, en waar de na 1945 snel bereikte anti-totalitaire consensus tegen het communisme maar al te vaak verdoezelde dat de opheldering van het eigen totalitaire verleden niet veel voorstelde. De slachtoffers van die andere beschavingsbreuk verdwenen definitief achter de muur van zwijgen die de de­ling van Europa voor een halve eeuw had opgericht. Zo ontstond er, zodra het om de slachtoffers van Stalins dictatuur ging, een merkwaardige, door reflecties en rationaliseringen gecultiveerde desinteresse en onverschilligheid.

22. Maar terwijl vroeger alle aandacht uitging naar de Moskouse showprocessen tegen de prominente leiders die tot de ‘oude garde* behoorden, staat sinds de publicatie van de documenten over de zogenoem­de ‘massaoperaties’ van de jaren 1937 en 1938 vast dat de Grote Terreur zich in de eerste plaats richtte tegen eenvoudige mensen die geen lid van de partij waren en die volgens sociale en etnische criteria werden geselecteerd en sys­tematisch omgebracht.

Lees verder »

Leonid Andrejev, De zeven gehangenen.

21 september 2019

Leonid Andrejev, De zeven gehangenen.

Uitgeverij Thomas Rap 2019 

 

133. Alcoholisme was voor Andrejev een nationaal probleem; na de revolutie merkte hij tegen Gorki op: ‘Ons land is weer aangeland op het punt dat haar het dierbaarst is en opnieuw zal het land er voor lange tijd uitzien als één grote slijterij

 

 

 

65. Executie was iets onvermijdelijks en zelfs iets buiten jezelf, waarover je niet na hoefde te denken, maar als iemand in de gevangenis, en ook nog eens voor zijn executie geen tabak kreeg, was dat volstrekt ondraaglijk. Ze haalde herinneringen op aan de mooie details van hun gezamenlijke leven en verstijfde van angst als ze dacht aan Sergejs weerzien met zijn ouders.

Lees verder »

Huib Modderkolk,Het is oorlog, maar niemand die het ziet.

20 september 2019

Huib Modderkolk,Het is oorlog, maar niemand die het ziet.

Uitgeverij Podium 2019

 

27. ‘Internet, is de gedeelde conclusie op het festival, is geen vrijplaats meer. Ooit was het een uitwisselingsplek waar staten geen autoriteit hadden. Maar het grootkapitaal en de overheden hebben hun plek opgeëist. Het gaat niet langer alleen om verbinden, netwerken en communicatie. Hoe meer het internet het leven van mensen binnendringt via smart-tv, smartphone, slimme energiemeters en DigiD, des te meer gaat het over veiligheid.’

182. ‘Dát is het verhaal van Belgacom: dat de Britten en Amerikanen zo goed en zo machtig zijn dat ze overal en op elk moment kunnen toeslaan. Regin, de veelkoppige slang die in Belgacom zat, werd naderhand ook gevonden bij een persoonlijk medewerker van de Duitse bondskanselier Angela Merkel. (...) En er is nóg een reden tot zorg: wat de Britten en Amerikanen doen, kunnen andere landen ook. En wel op hun eigen manier.’

 

224. ‘Zoals deze hackers bestaan er tienduizenden Chinese hackers die dagelijks inloggen en op afstand bedrijven leegplunderen. Ze passen hun werkwijze voortdurend aan en gaan agressief en doortastend te werk. Angst om gepakt te worden, kennen ze niet: de identiteit van hackers wordt zelden bekend. Bovendien genieten ze bescherming van de Chinese overheid.’

329. ‘Om de samenleving te beschermen tegen spionage en aanvallen van buitenaf hebben veiligheidsdiensten bevoegdheden nodig die een vrije samenleving onder druk zetten. De uitslag van het referendum is illustratief: aan de ene kant zien burgers dat de geheime diensten nieuwe mogelijkheden moeten krijgen, maar aan de andere kant zijn ze ook bang dat essentiële vrijheden worden aangetast. De vraag of we met de nieuwe wet een stap zetten naar een controlestaat is gerechtvaardigd.

Die aarzeling is een typisch westers probleem. Geheime diensten kunnen niet meer vanzelfsprekend op de steun van de bevolking rekenen. Er is een grens. Meer internetcontrole kan een open samenleving niet aan. Het past een democratisch gekozen regering niet om te gaan bepalen wat nieuws is of nepnieuws. Of om zelf desinformatie te gaan verspreiden. Autoritaire regimes zoals China en Rusland kennen die aarzeling niet.

(...)

In 2018 deden de vier grootste digitale reuzen — Google, Facebook, Amazon en Microsoft — meer kapitaalinvesteringen (in totaal 77,6 miljard dollar) dan de vier grootste oliemaatschappijen, Shell, Exxon, BP en Chevron (een totaal van 71,5 miljard).’ Morozov: ‘Zulke verbluffende getallen zullen hopelijk iedereen overtuigen die nog altijd aan het idee vasthoudt dat de hele onderneming iets immaterieels — of sterker nog: virtueels — heeft.’

De digitale wereld is als de financiële wereld: net zo verweven met de moderne samenleving en tegelijk net zo ondoorzichtig. En de bedreiging komt echt niet alleen uit China en Rusland.’

350. ‘Maar dat gaat voorbij aan de bijdrage die burgers zelf leveren. Facebook leeft en groeit van de persoonlijke informatie die gebruikers vrijwillig aan het bedrijf geven. Als mensen massaal hun account opzeggen, bestaat Facebook niet meer. Datzelfde geldt voor datagrootmachten als Google: het gebruik is vrijwillig, het bedrijf groeit op de data van gebruikers. Er zijn privacyvriendelijkere alternatieven die op z’n minst net zo goed functioneren en die een stuk minder data van gebruikers opslaan: zoekmachines DuckDuckGo en Startpage.com bijvoorbeeld. Zoals het ook een keuze is om WhatsApp te gebruiken terwijl het veiligere en even goed werkende Signal beschikbaar is.

In 2018 werden volgens beveiligingsbedrijf Symantec 3,3 miljoen Nederlanders slachtoffer van enige vorm van digitale criminaliteit. De zwakke plekken waar criminelen toeslaan, ontstaan vaak door gemakzucht. Eenzelfde wachtwoord voor verschillende diensten. Niet meteen updaten van een app of besturingssysteem. Een te simpele toegangscode gebruiken. Altijd wifi en bluetooth aan laten staan waardoor telefoon of laptop voor anderen te zien is. Gelukkig bestaan daarvoor ook alternatieven: een password manager genereert verschillende, veilige wachtwoorden, snel updaten is beter dan wachten, een zescijferige toegangscode is beter dan een viercijferige, een vingerafdruk is nóg veiliger. Wifi en bluetooth kun je uitschakelen als je ‘ze niet gebruikt. Verbind nooit zomaar met een openbaar en dus onveilig wifinetwerk.

Dit soort tips is niet uniek. Als lezers na dit boek iets meer aan hun bescherming willen doen, kunnen ze op allerlei plekken terecht. RTL Nieuws-journalist Daniël Verlaan heeft een nuttige en toegankelijke handleiding gemaakt: laatjeniethackmaken.nl.’

Ruud Koopmans, Het vervallen huis van de islam

16 september 2019

Ruud Koopmans, Het vervallen huis van de islam.

uitg. Prometheus 2019

Een indrukwekkende zoektocht naar het waarom van het verval van het huis van de islam in zeven hoofdstukken: 1) In de ban van het fundamentalisme; 2) Waarom is de democratisering aan de islamitische wereld voorbijgegaan?; 3) De religieuze wortels van onvrijheid; 4) De islamitische godsdienstoorlogen; 5) De economische stagnatie van de islamitische wereld; 6) De moeizame integratie van moslim immigranten; en 7) Kan de islam zich van het fundamentalisme bevrijden?

Ruud Koopmans ziet mogelijkheden tot verandering en verbetering. ‘Die historische erfenis hoeft de islam van het heden niet te determineren, maar ze doet dat wel als moslims het fundamentalistische idee volgen dat wat goed was voor de Profeet en de islamitische gemeenschap in de context van de zevende eeuw overal en voor alle tijden geldig is.’

‘Moslims die voor een andere, moderne en liberale islam staan, moeten massaal opstaan tegen de wereldwijde intolerantie en het geweld in naam van hun geloof.’


27. ‘Een onderzoek van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat om de Saudi’s niet voor het hoofd te stoten nooit officieel gepubliceerd werd, geeft een inkijkje in de inhoud van dat religieuze onderwijs. Middelbare scholieren wordt geleerd dat er niets is dat Allah zo behaagt als het vechten tegen de ongelovigen; dat mensen die van het islamitische geloof afvallen moeten worden gedood; en dat met de islamitische plicht tot het geven van aalmoezen (zakat) de ‘moedjahedien die hun leven in dienst van Allah hebben gesteld’ ondersteund dienen te worden. ‘Hun moeten genoeg wapens, voedsel en andere zaken gegeven worden, zodat ze de jihad kunnen voortzetten.’ Dat is het soort onderwijs dat mensen ertoe inspireert vliegtuigen in hoge gebouwen te dirigeren en anderen ertoe brengt hen te financieren. De gevolgen van de verspreiding van het islamitische fundamentalisme van wahabitische snit buiten Saudi-Arabië waren nog ingrijpender.

Lees verder »

Michael Ignatieff, Vuur en as. Succes en falen in de politiek.

10 september 2019

Michael Ignatieff, Vuur en as. Succes en falen in de politiek.

Uitgeverij Cossee 2013

Een uitstekende analyse van hoe je als buitenstaander in het politieke spel gezogen wordt, hoe je ten onder gaat, weer boven weet te komen, er echt zin in krijgt en leert communiceren met je kiezers, maar finaal de uitgezette vallen niet ziet waarin je vastloopt en definitief afgeserveerd wordt. Een boeiende handleiding bij de parlementaire verslaggeving over de BREXIT debatten en de rol van John ‘Order’ Bercow, scheidend voorzitter van het Lagerhuis van het ‘Verenigd Koninkrijk’. 

Ik herkende veel in zijn twijfels, vragen, enthousiasme en vooral in zijn slotbeschouwingen voor aankomende politici of mensen die er zin in zouden krijgen. 

Lezenswaardig, niet alleen voor politici (in spe) 

19. ‘Dit boek is een eerbetoon aan de politiek en politici. Na mijn ervaringen had ik hernieuwd respect voor politici als soort, en hernieuwd vertrouwen in het gezond verstand van burgers. Als je dat een vreemde of zelfs onoprechte opmerking vindt van iemand wiens politieke carrière uiteindelijk mislukte, zou ik willen antwoorden dat een slechte afloop bepaalde privileges biedt. Ik heb het recht verworven lovend te zijn over een leven dat niet zo glorierijk afliep.’

22. ‘Het werk van een politicus is soms zo ondankbaar dat als je niet het gevoel ontwikkelt dat je een roeping hebt, je geleidelijk aan, zonder het te beseffen, in een huurling verandert.’

43. ‘Ik bestudeerde al deze problemen en kreeg daardoor het idee dat, aangezien ik ze bestudeerd had, ik er ook iets over wist. Ik had me nog niet gerealiseerd dat politieke kennis iets heel anders is: een probleem met je hart kennen, niet alleen met je hoofd, en weten welke kwestie je tot je strijdkreet maakt.’

Lees verder »

Roberto Calasso, Het onbenoembare heden.

3 september 2019

Roberto Calasso, Het onbenoembare heden. uitg Wereldbibliotheek 2019

Weerom een  fascinerend boek van Roberto Calasso met verrassende en verhelderende analyses van actuele fenomenen zoals terrorisme, supersolidaire samenwerkers, religies van goden en data, de roes als drijfveer van de revolutie…

10. ‘De voornaamste vijand van het islamitische terrorisme is de seculiere wereld, bij voorkeur waar ze een gemeenschappelijke vorm heeft: toerisme, voorstellingen, kantoren, musea, openbare gelegenheden, grote warenhuizen, transportmiddelen. Dan zal de vrucht van het offer niet alleen uit talrijke doden bestaan, maar ook meer effect sorteren. Zoals elke offerpraktijk, is het islamitische terrorisme gefundeerd op betekenis. En die betekenis haakt aan bij andere betekenissen, die allemaal samenvallen in hetzelfde motief: het haten van de seculiere samenleving.’

12. ‘Het betekenisvolle terrorisme is niet de laatste vorm van het terrorisme maar de op één na laatste, de laatste is het willekeurige terrorisme, de vorm van terrorisme die het meest overeenkomt met de god van de tijd.’

48. ‘Maar de zuivere secularisten, wars van elke religieuze betrokkenheid en niet erg geneigd tot spirituele luchtfietserij, kunnen geen weerstand bieden aan de behoefte om zich goed te voelen. Hun ideaal zou zijn dat een of andere neodarwinistische bioloog aantoont dat de samenleving van oudsher berust op altruïsme en tolerantie. Dat goed zijn dus een evolutionaire voorsprong betekent, het enige criterium waaraan het goede valt af te meten. Elk jaar proberen wel een paar goedbedoelende lieden dat vergeefs te bewijzen.’

Lees verder »

Koen Peeters, Kamer in Oostende

18 augustus 2019

Koen Peeters, Kamer in Oostende. 

uitg. De Bezige Bij Amsterdam 2019

 

Alweer een beklijvend boek van Koen Peeters, de meester van de verfijnde lossigheid, de sprezzatura die de grootste pijn omzichtig weet te passeren. Maar zo dat de lezer het zeer toch maar net niet kwijt raakt. Naar sfeer, naar woorden en nu in ‘Kamer in Oostende’ – met de schilder Koen Broucke – ook naar beelden.

Na ‘Bloemen’, ‘Duizend Heuvels’, ‘De mensengenezer’ en ‘Romeins Dagboek’ doet hij het weer. Omzichtig, schijnbaar luchtig en terloops. Maar steeds als een vorm van troost.

240.Ik zie de terugkerende tijd, de trage mechanica waarvan mensen deel uitmaken. Ik zie hoe de tijd in voorwerpen indaalt, op melancholieke wijze versmelt, de dingen doet verkleuren.

In schrijfkamers, boeken en schilderijen blijft de kracht van gedane zaken bewaard. Ik weet niet wat te zeggen. We kijken elkaar aan.

Als ik neerzit in de schaduw van de schrijver, met die hoed aan het tafeltje, voel ik hoe alles groter en betekenisvol kan worden. Ik ben deel van het liefdevolle geloof in de nederige, moedige arbeid van de kunst. Het is wreed en prachtig wat in boeken verschijnt, het is wat schrijvers en lezers zo nodig hebben, een troostend beeld en het verlangen zelf.


120. Perspectivisme noemden we dit eerder, maar we kunnen het nu al beter uitleggen: door iemands ogen, zelfs via een prentbriefkaart, kijken in het verleden. Ik las daarover bij Nietzsche: wij kunnen de werkelijkheid zelf niet kennen, we zien haar altijd door de ogen en woorden van anderen, in een vertekend perspectief. Maar terwijl Nietzsche het perspectivisme eerder zag als een gebrek, vind ik het een verrijking, iets interessants dat ons leert over de verteller zelf.

123. Oostende is de stad van de zelfportretten,’ zeg ik zeer affirmatief. Alsof ik een doorgestudeerd Oostendekenner ben. ‘Of de stad van de maskers,’ zegt Speliers. ‘Mensen komen zich hier onbeschaamd verbergen, en tegelijk demonstreren ze wie ze willen zijn. Een masker is ook maar een zelfportret.’

147. Deze stad lijkt te beloven dat mensen hier kunnen ontsnappen op een grootse manier. Het is de ideale plaats als een of andere tristesse zich aandient, voor wie opnieuw wil beginnen, met rugdekking van de zee.

235. Wat mij drijft naar Oostende is ook dit: dat een stad zoveel perspectieven kan bieden op de zee, dat we slechts kunnen raden hoe die naar ons terugkijkt. Het antwoord is: als een spiegel. Zilverkleurig vertelt ze het verhaal van de tijd.

 

Robert Seethaler, Het veld

30 juli 2019

Robert Seethaler, Het veld.  

Vertaald door Liesbeth van Nes, De Bezige Bij 2019

In ‘Het Veld’ heeft de auteur een dodenakker-vondst gebruikt om een ‘Seethalerverhaal’ uit te breiden tot 29 personages op de begraafplaats van een Zuid-Duits stadje: het leven zoals het in zijn visie door de doden herinnerd wordt in tijd en ruimte tussen een paar straten, een veld, een paar winkels en een café. 

De onderlinge relaties maken het soms boeiend, het achteraf weten soms spannend.

Maar met twee bespiegelingen voor zijn 105 jaar oud geworden ‘Annelie Lorbeer’ beklijft ze langer dan wie ook. 

183. Vanaf een bepaalde leeftijd denk je dat je niets meer overblijft, maar dat is een misvatting. Zolang je leeft, is er altijd nog iets te doen. Maar over het geheel genomen is oud worden een ellende. Het enige goede is dat je gemakkelijker wordt. Het moeilijkste zijn namelijk de gedachten, en die blijven steeds vaker weg. Veel lost zich helemaal vanzelf op. Eigenlijk alles. De herinneringen aan mijn kindertijd zijn bijna allemaal weg. Maar ik heb nog een paar herinneringen aan mijn herinneringen. En die zijn mooi. Ik krijg er in ieder geval geen slecht gevoel van.

188. Toen geloofde ik nog in de waarheid en ook dat je dingen ten goede kunt keren, als je verontwaardiging maar groot genoeg is. Later raakte ik dat een beetje kwijt. De wereld veranderde, de waarheid hinkte steeds achter de werkelijkheid aan en de verontwaardiging maakte plaats voor het helemaal niet onaangename gevoel van berusting.

Nino Haratischwili – Het achtste leven (voor Brilka). 

25 juli 2019

Nino Haratischwili – Het achtste leven (voor Brilka). 

Vertaald door Elly Schippers en Jantsje Post. 

Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam 2017

‘Ik heb deze regels te danken aan een eeuw die iedereen heeft bedrogen en misleid, iedereen die hoop koesterde. […] Ik heb deze regels te danken aan mezelf, omdat ik mijn vaderland verliet om mezelf te vinden en mezelf toch meer en meer verloor, maar ik heb deze regels vooral te danken aan jou, Brilka. Ik heb ze te danken aan jou, omdat je het achtste leven verdient. Omdat ze zeggen dat het getal acht voor de eeuwigheid staat, voor de terugkerende rivier. […] Ik heb jouw hart geadopteerd. Ik heb het mijne weggeslingerd. Neem mijn acht aan. Jij bent het toverkind.’

Deze ferme turf in de grote Russische traditie is geen vluggertje en ook geen dameslectuur gebleken. Al begon ik bij het middelste derde toch te geloven dat het boek na een fors begin in die val zou eindigen wegens te voorspelbaar en een dip in historische overzichten en uitleggerige hoofdstukken. Maar in het laatste derde herpakt Nina Haratischwili zich met verve om in de grote traditie af te ronden met een open einde: het achtste hoofdstuk… aan Brilka om het zelf in te vullen. 
‘De mop was me weer te binnen geschoten, de mop die eigenlijk geen mop was en die Christine me vertelde op de dag dat ik haar, precies achttien jaar geleden, voor het laatst zag. Ik heb beloofd hem je te vertellen als het zover zou zijn. Nu is het zover. Dante loopt door het vagevuur. Misdadigers en brute geweldplegers branden ellendig in het helse vuur, sommigen van hen staan op het punt in een zee van bloed te verdrinken. In de verte ziet Dante een man die maar tot aan zijn knieën in het bloed staat. Hij komt dichterbij, herkent Lavrenti Beria en vraagt: ‘Waarom is het bij u zo ondiep, Beria?’ En Beria antwoordt met een valse grijns: ‘Ik sta op de schouders van Jozef Stalin, meneer!’ En ook al was die mop helemaal geen mop, Brilka, toch moest ik er op dat moment om lachen. Toen ik met één been in de school stond en Christine probeerde vast te houden, kon ik er niet om lachen. Maar nu wel.’

Voor mij zal ‘Het achtste leven’ blijven bovendrijven omdat de auteur erin geslaagd is haar protagonisten hun leven en lijden in de eindeloos lijkende ellende van de Unie der Socialistische Sovjet Republieken als soeverein boven de poel van miserie uit te blijven tillen. Zelfs in de dood. En dus ver te blijven van teren op compassie, als sneeuwvlokjes beschermd in de safe rooms van de zo vaak vervalste geschiedenis. 
Een constante factor in uw boek is een geheim chocolade recept, dat als een soort vloek functioneert. Zijn niet al uw personages vervloekt?

„Voor mijn boek heb ik met veel mensen gesproken. Telkens als we het over hun lotgevallen tijdens het communisme kregen, zeiden ze dat ze toen overgeleverd waren aan het lot. Ze konden niet anders dan het Sovjetsysteem accepteren. Verzet kwam niet in hen op, alsof ze hun leven niet in eigen hand hadden. Die overgave aan het lot heeft iets fatalistisch.

„In mijn boek stel ik als een soort rode draad voortdurend de vraag of dat gevoel van lotsbestemming er nog steeds toe doet. Juist omdat we in het Westen in de illusie leven dat we alles zelf kunnen bepalen en het lot niet bestaat. Ook wilde ik dat mijn lezers zich zouden afvragen in hoeverre dat echt zo is en in welke mate we overgeleverd zijn aan bijvoorbeeld het politieke systeem waarin we leven. Ik heb daar niet zo’n duidelijk antwoord op gevonden. Sommige van mijn personages geloven in die vloek en het lot, terwijl anderen het onzin vinden.” NRC Handelsblad, 17 januari 2017 Michel Krielaars ‘Het leven is niet zo zwart-wit als we vaak denken’


59. ‘Persoonlijk geloof ik niet dat revoluties een roep zijn van het volk, ik geloof eerder dat ze voortkomen uit het slechte geweten van de bevoorrechten,’ voegde hij er bijzonder bedachtzaam aan toe.

‘Jij gelooft dus dat onze bevrijder tsaar Alexander II, toen hij destijds de lijfeigenschap bij wet afschafte, vanuit een dergelijk complex handelde, maar er niet aan dacht dat die stap economisch en vooral ideologisch op een catastrofe kon uitdraaien?’ vroeg een bijzonder geëngageerde leerling.

‘Ja, dat geloof ik. Want doordat hij de boeren de vrijheid schonk, werden de sociale verschillen in de maatschappij alleen nog maar scherper zichtbaar. En we mogen ook niet vergeten dat duizenden jonge mensen de afgelopen jaren uit de grote steden naar het platteland zijn getrokken om de boeren voor te lichten en daar alleen op desinteresse, berusting en onbegrip zijn gestuit.’

316. ‘Juist vermoedens zijn het waard verteld te worden, niet de zekerheden.’

597.’Het meest tragische van de ballingschap, zowel van de ruimtelijke als van de mentale, was misschien wel het feit dat je alles begon te doorzien en niets meer mooier kon maken, dat je jezelf moest accepteren zoals je was. Degene die je in het verleden was, noch de voorstelling van degene die je in de toekomst kon zijn, telde nog.’

Lees verder »

Peter Venmans, Discretie – Essay over een vergeten deugd

1 juli 2019

Peter Venmans Discretie – Essay over een vergeten deugd

Uitgeverij Atlas Contact 2019

Sinds zijn ‘Het derde deel van de ziel. Over thymos’ heeft Peter Venmans mij met ieder boek gegrepen door zijn origineel en helder betoog waarbij hij steevast vertrekt van een filosofische en sociale cultuur uit een ver verleden. Vaak gebruikt hij originele invalshoeken van oude meesters waardoor hij ons leert kijken naar fenomenen die vandaag van het grootste belang zijn en veel beter kunnen begrepen worden in het zeer oude licht van zijn heldere inzichten.

Zeker op Peter Venmans en zijn fascinerend filosofisch werk is het mooie citaat van Dante Alighieri uit de Divina Commedia van toepassing: 

  ‘... als één die in de nacht op weg is, met op zijn rug een lamp die hem niet baat, maar wel het inzicht schenkt aan wie hem volgen.’

Hij gaat grondig in op de kwestie van de parrèsia in vergelijking met de galanterie en de terughoudendheid in het vrank spreken. 

‘Discretie – Essay over een vergeten deugd’ is een prachtig handboek voor menselijke omgangsvormen, zeker op de internetscène van vandaag waar we met z’n allen vrijwel naakt onze dansjes doen voor een digitale arena van toeschouwers

184. ‘Als de redenering van Lasch klopt en wij zijn met zijn allen onder de druk van de tirannie van de intimiteit meer narcistisch geworden, ziet het er niet goed uit voor de discretie. Een narcist is niet meer in staat om zich discreet te gedragen. Hij ondervindt de dwang om altijd in het openbaar te verschijnen en bewonderd te worden. Dat is de paradox van de narcist: enerzijds waant hij zich almachtig en heeft hij het gevoel dat hij alles kan, omdat de wereld geen weerstand meer biedt; anderzijds is hij juist afhankelijk van de erkenning door anderen en kan hij niet zonder applaus leven. (Het is vrijwel onmogelijk om hierbij niet aan de persoonlijkheidsstructuur van Trump te denken.) Discretie veronderstelt dan weer dat men zich kan losmaken van de almachtsfantasie van het ik. Wie discreet is, laat de illusie van absolute soevereiniteit varen maar kiest wel autonoom voor zelfbeheersing, respect en geciviliseerde vormen van altruïsme.’

‘Het hart houdt zijn rijkdommen in leven door een constante strijd die zich in zijn verborgenheid, en bij gratie van die verborgenheid voltrekt.

– Hannah Arendt’

207. ‘De situatie is dus paradoxaal. Enerzijds moet je in de wereld verschijnen om een volwaardige mens te kunnen worden, anderzijds verlies je bij dat verschijnen juist je soevereiniteit en word je kwetsbaar. De wereld is voor de mens een noodzakelijke maar tevens onveilige plek. Je moet je vertonen maar dat vertoon is risicovol. Hoe nu om te gaan met deze paradox? Hoe kunnen we ons beschermen tegen de wereld maar ons ook weer niet zo hermetisch afschermen dat we daardoor onze menselijkheid verliezen? De meest voor de hand liggende oplossing is dat we ons regelmatig even terugtrekken in de privésfeer om daar rust en veiligheid te vinden. Onvoorwaardelijk engagement in de wereld noch een totale terugplooiing op het zelf is mogelijk of wenselijk. Daarom is er discretie nodig: omdat we niet geheel van de wereld en niet geheel van onszelf zijn. En omdat we dat van elkaar weten.’

212. ‘Vriendschap betekent dus niet dat we met elkaar versmelten, ook niet dat we grote, passionele gevoelens voor elkaar koesteren of dat we er dezelfde ideeën op na houden. We hoeven ook niet naar eensgezindheid te streven. Consensus is namelijk geen voorwaarde voor pluraliteit maar veeleer een bedreiging ervan: waar iedereen het met elkaar eens is, heeft het samenleven zijn vitaliteit verloren. Pluraliteit bestaat immers uit een veelheid aan meningen en perspectieven.’

Joseph Roth, Charleston op de vulkaan. Reportages uit Albanië en Italië.

28 juni 2019

Joseph Roth – Charleston op de vulkaan. Reportages uit Albanië en Italië.

Uit het Duits vertaald en van een nawoord voorzien door Els Snick. Met voorwoord van Piet de Moor en illustraties van Koenraad Tinel. Bas Lubberhuizen, Amsterdam.

‘Het licht mag dan uit het Oosten komen, daglicht vind je alleen in het Westen.’ (Joseph Roth, Spoken in Moskou. Reportages en brieven uit Rusland)

‘Als je consequent sceptisch denkt, kom je tot de overtuiging dat goede politie beter is dan gastvrijheid.’


149. ‘Fascisten marcheren met muziek door de straten. Een hoop in burger geklede mensen loopt aan de kant van de stoet en erachteraan mee. Dat zijn nou de typische vrijwillige manschappen die in alle landen marcherende troepen begeleiden. Dat is de welbekende, vrijwillig bevleugelde pas van de ‘meelopers’, die geen overtuiging maar een soort muzikaliteit in de benen hebben. Maar omdat op hun gezicht niets anders te lezen is dan een zekere ontroering, die ontstaat door de combinatie van starre en lege blikken met ritmisch schuddende wangen en doet denken aan massageestdrift, kan de filmreporter die daar op een ton staat te draaien een prachtige, voor het Messter-journaal* geschikte opname maken die onder de titel ‘Triomftocht van het Fascisme’ in alle bioscopen van kredietverstrekker Amerika te zien is.’

166. ‘Hoezo een slechte journalist?’ – ‘Omdat iemand die een gecensureerde krant verdedigt, geen goede journalist kan zijn.’ – ‘Maar censuur was toch noodzakelijk en ethisch?’ – Onmogelijk om tegen een zo jeugdig alalà-optimisme op te tornen. – Als ze ethisch is, heb je de krant toch niet nodig! zei ik – Nee, vond hij, censuur en krant vullen elkaar aan. – Dat is wellicht hoe de nieuwe generatie Italiaanse journalisten er ongeveer zal uitzien. Het schijnt dat de Italiaanse perswet wel goedgelovige schrijvers kan voortbrengen. Maar we hebben vroeger ervaren: hoe volgzamer de journalist, hoe kritischer de lezer. En zolang niet alleen het schrijven, maar ook het lezen niet onafhankelijk gemaakt wordt van lidmaatschap van een fascistische lezersvakbond, kan de fascistische pers de ware openbare mening niet representeren.’

.

Manon Uphoff, ‘Vallen is als vliegen’

28 juni 2019

Manon Uphoff, ‘Vallen is als vliegen’ uitg. Querido 2019

Een indrukwekkende roman over het incestverleden en hoe de auteur er zich aan weet te ontworstelen.

 

’Terreur is een geruisloos ding dat op schuifelvoeten komt. Het vraagt niets, verbergt niets. Is volledig in overeenstemming met zichzelf.

Het mythologische wezen de minotaurus heeft de kop van een stier en het lichaam van een man. Zijn moeder voedt hem met mensenvlees en als hij te gevaarlijk is geworden wordt hij opgesloten in een labyrint. Af en toe wordt er een kind het labyrint in gedreven om zijn honger te stillen. In Vallen is als vliegenkiest Manon Uphoff een literaire benadering om het autobiografische gegeven van seksueel misbruik binnen het gezin te beschrijven.

Ook verscheen nu Karin Bloemen ‘Mijn ware verhaal’ over dezelfde ellende.

 

Ode aan een huiskat, Miro 2004 – juni 2019

28 juni 2019

Ode aan een huiskat, Miro 2004 – juni 2019

« Vorige berichten