knee compression sleeve

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Gedichtendag 2023

25 januari 2023


Het enige dat oud lijkt is dit ogenblik



want het verleden – ik – is jonger, jong.



De toekomst die mij niet meer toekomt



is wonderbaarlijk vers en licht



en straalt en dampt van jeugd. Als in de zomer-



ochtend vroeg de zee.



M. Vasalis, De oude kustlijn.



      




Giovanni Sartori, Homo Videns, televisie, internet en post-denken.

24 januari 2023


Giovanni Sartori, Homo Videns, televisie, internet en post-denken.



Uitg De Blauwe Tijger 2000-2021



13. Alles lijkt zichtbaar te zijn geworden. Maar wat betekent dat voor de dingen die niet zichtbaar gemaakt kunnen worden? Terwijl we ons zorgen maken over degene die de media aansturen en het nepnieuws dat ze produceren, maken we ons geen zorgen om de media zelf, een instrumentarium dat uit de hand gelopen is.



(…)



Het primaat van het beeld betreft het overwicht van het zichtbare over het inzichtelijke: een proces dat leidt tot zien zonder begrijpen. Het is op basis van deze fundamentele beschouwing dat ik vervolgens de videopolitiek bespreek. Dat wil zeggen, de politieke macht van de televisie en internet in de manier waarop zij onze democratie vormgeven of, beter gezegd, vernietigen.




Lees verder »

Giorgio Agamben, Waar zijn wij? De epidemie als politiek.

23 januari 2023


Uitg. De Blauwe Tijger 2021



108. Een land zonder gezicht.



“Dat wat mijn gezicht noemt, kan bij geen enkel dier bestaan maar wel bij de mens, en die drukt het karakter uit. “ Cicero



Dit is waarom het gezicht het domein is van de politiek. Dat dieren geen politiek kennen komt omdat dieren, die zich altijd in de vrije natuur begeven, hun blootstelling niet tot een probleem maken – ze beschouwen hun situatie als vanzelfsprekend. Daarom zijn dieren niet geïnteresseerd in spiegels, in het beeld als beeld. De mens daarentegen wil zichzelf herkennen en herkend worden, hij wil zich naar zijn eigen beeld vormen, hij zoekt daarin de waarheid. Zo vormt hij de vrije natuur om tot de wereld, tot een plaats van onophoudelijke politieke dialectiek.



Als mensen uitsluiten tekst zouden uitwisselen, louter dingen zouden benoemen, zou er nooit echt politiek zijn, maar alleen een overdracht van informatie. Maar aangezien mensen in de eerste plaats in alle openheid met elkaar communiceren, in de zin van pure communicatie, is het gezicht juist de voorwaarde voor politiek, dat waartoe alles wat mensen zeggen en benoemen, is te herleiden. Het gezicht is in die zin de ware gemeenschap, het politieke domein bij uitstek. Door elkaar aan te kijken, herkennen mensen elkaar en voelen ze zich betrokken op elkaar, zien ze gelijkenis en diversiteit, verwijdering maar ook toenadering.



Een land dat niet meer in het gezicht geïnteresseerd is, dat besluit het gezicht van iedere burger, waar die ook gaat, met een masker te bedekken, is een land dat de politiek in zijn geheel heeft afgezworen. In een kale, lege ruimte, waarin iedereen voortdurend onderworpen is aan grenzeloze controle, bewegen individuen zich dan geïsoleerd van elkaar, terwijl ze de directe zichtbare basis van een gemeenschap hebben verloren en alleen nog maar in staat zijn informatie uit te wisselen met een naam die geen gezicht meer heeft.


Lees verder »

Gabriel van den Brink, Ruw ontwaken uit een neoliberale droom en de eigenheid van het Europees continent

21 januari 2023


Gabriel van den Brink, Ruw ontwaken uit een neoliberale droom en de eigenheid van het Europees continent



2020 Prometheus Amsterdam 



Voorwoord Kim Putters



7. ‘Het voorliggende boek geeft een haarscherpe analyse van de oorzaken. Vanaf de jaren tachtig werden burgers steeds vaker beschouwd als klant van publieke voorzieningen die op basis van een contract met rechten en verplichtingen hun eigen verantwoordelijkheid na moesten komen. Met de principes van New Public Management in de hand werden de zorg en zekerheid op een meer marktgerichte en gedecentraliseerde wijze georganiseerd, vanuit het idee dat het maatwerk, kwaliteit en efficiëntie zou bevorderen. Omgeven met regels om kostenstijgingen, fraude en overvraging te voorkomen, dus ook vanuit een zeker wantrouwen richting de burger.



Van den Brink schetst in dit boek dat de keerzijde van deze beleidstheorie is dat waarden als zorgzaamheid en betrokkenheid naar de achtergrond werden gedrukt, terwijl ze van oudsher heel wezenlijk zijn in de ordening van onze Nederlandse samenleving en het thuisgevoel van Nederlanders. Bijvoorbeeld in de vele verenigingen en coöperaties die ons land rijk was in sectoren als de zorg, het onderwijs en sociale zekerheid. Het hield lange tijd de overheid en de markt op afstand. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is dat maatschappelijk middenveld steeds meer gefragmenteerd geraakt en zijn overheid en markt juist dominanter geworden. We zien her en der ‘opnieuw dergelijke coöperatieve verbanden ontstaan, zoals zorg- en duurzaamheidscoöperaties, maar het beleid van de afgelopen decennia heeft eerder de concurrentie en individuele rechten of verantwoordelijkheden steviger verankerd, dan de samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid.



De twijfels nemen echter toe over het samenlevingsmodel waar de gemeenschap in hoge mate uit weggeredeneerd is en zelfredzaamheid als onbetwistbaar uitgangspunt bovenaan is gezet. Zeker in regio’s waarin de vergrijzing snel toeneemt. In gebieden waarin mantelzorg en ondersteuning voor kwetsbare groepen noodzakelijk en urgent zijn, ontstaat een toenemende behoefte aan meer samenwerking en samenspraak tussen burgers, instellingen, bedrijven en overheden.’



Interessante discussie met Gabriel van den Brink op de Nieuwe Wereld



 https://youtu.be/XP05Qb1l1-A & https://youtu.be/FuF4Uyzibgc



https://www.nporadio1.nl/nieuws/geschiedenis/b6dae772-729b-4996-b64a-1d95fe292288/gabriel-van-den-brink-zullen-we-ruw-ontwaken-uit-de-neoliberale-droom




Lees verder »

Ann Heberlein , Hannah Arendt, de biografie. Over liefde en kwaad

13 januari 2023


Ann Heberlein , Hannah Arendt, de biografie. Over liefde en kwaad



Uitg Spectrum 2020



https://jonet.nl/oppervlakkige-hannah-arendt-biografie-blijft-hangen-in-bewondering-boekrecensie/



49. De meegaandheid ten opzichte van het nieuwe politieke klimaat berust misschien niet alleen op de overtuiging maar ook op de angst om anders benadeeld te worden, de drang om de eigen positie veilig te stellen of misschien om een betrekking te krijgen.



52. In Totalitarisme beschrijft Hannah de totalitaire visie als de drang om ‘de oneindige verscheidenheid en verschillen van de mensen zodanig te organiseren dat de hele mensheid slechts één individu lijkt’.



Propaganda beschouw ze als een onontkoombaar onderdeel van het creëren en in stand houden van een totalitaire staat. ‘Alleen het gepeupel en de elite laten zich door de stuwkracht van het totalitarisme op sleeptouw nemen; de massa moet door propaganda gelokt worden’, schrijft ze jaren na de oorlog. 


Lees verder »

Piet De Moor , Gunzenhausen.

9 januari 2023


Het parallelle leven van J.D.Salinger, door hemzelf verteld. 



Uitgeverij Van Gennep 2018



https://www.hln.be/wetteren/piet-de-moor-beschrijft-het-parallelle-leven-van-j-d-salinger~a24e2261/



https://www.standaard.be/cnt/dmf20190131_04144769



Een boeiende roman met belangrijke observaties – ook over schrijven, leven en sterven – over het verslagen Duitsland van vlak na WOII waarbij de Netflix Serie The Defeated een beeldige aanvulling kan zijn.



https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/de-moor-doet-verdienstelijke-poging-zich-in-psyche-mensenschuwe-salinger-te-verdiepen~b566d2c1/



“Toen J.D. Salinger in januari 2010 overleed, gonsde het van de speculaties over kastenvol manuscripten die nu wellicht zouden worden gepubliceerd. De auteur van vier dunne en briljante boeken, die al 45 jaar niets had gepubliceerd, was immers zijn hele leven stug doorgegaan met schrijven.



Tot nu toe heeft echter niet één na 1965 geschreven Salinger-tekst het licht gezien. Wellicht geïnspireerd door deze oorverdovende stilte is de Vlaamse auteur Piet de Moor in Salingers huid gekropen, met als resultaat de roman Gunzenhausen, ondertitel ‘Het parallelle leven van J.D. Salinger, door hemzelf verteld’.



Gunzenhausen is voor het grootste deel gesitueerd in het Zuid-Duitse stadje uit de titel, waar Jerry Sallinger in 1945 en 1946 als onderofficier contraspionage actief is in een denazificatieprogramma. Eerder heeft hij deelgenomen aan D-Day, het Ardennenoffensief en de slag om het Hürtgenwoud en was hij betrokken bij de bevrijding van een van Dachau’s satellietkampen. In zijn bagage: een draagbare schrijfmachine en een aantal hoofdstukken van wat Catcher in the Rye zal worden.



We lezen over de traumatische oorlogservaringen, waarvan breed wordt aangenomen dat ze Salingers leven en werk sterk hebben beïnvloed, maar ook over zijn diverse moeizame relaties, waaronder die met de Duitse Sylvia Welter, met wie hij zal trouwen. Als een andere geliefde, een zelfingenomen maar mislukte violiste, zelfmoord pleegt, luidt de salingeriaanse conclusie: ‘Ze sprong. Zelfs behaagzucht kon haar val niet breken.’



De Moor slaagt erin de sfeer van het naoorlogse Duitsland voelbaar te maken. Daarnaast doet hij een verdienstelijke poging zich in de psyche van de mensenschuwe Salinger te verdiepen. Rond de biografische details spint hij een geloofwaardig relaas van een geest voor wie het leven, weer terug in Amerika, een ‘al te lange aanloop’ was die ‘niet meer tot een sprong heeft geleid’.



In het slotdeel van de roman, dat in de maand van zijn overlijden is gesitueerd, haalt Salinger zijn kasten leeg. ‘Ik wil niet dat mijn ongepubliceerde typoscripten me overleven.’ Als De Moor gelijk heeft, kan de wereld nog lang wachten op een nieuwe Salinger.”







9. 1. Het is niet nodig zelf te werken als je maar weet dat je verloren bent als je anderen dat niet in jouw plaats laten doen. 2. Spijt hebben van iets loont alleen de moeite als je verzuimd hebt je eigen belang te dienen. 3. In business is theorie heel welkom en nuttig, maar alleen bij de borrel, als je je schaapjes op het droge hebt.



80. Ik weet het niet. Maar ik wil leren. Ik ben een schrijver. Ik zal een schrijver zijn. Ik mag niet vergeten dat ik mijn vader Sol destijds in mijn Poolse brieven op het hart probeerde te drukken: dat hoe afschuwelijk een ervaring ook is ze van betekenis is voor de toekomst een schrijver. Rendement door beproeving.



129. Mijn generatie weerlegt de regel dat de ouderdom de tol is voor ervaring. Jong-zijn is ons niet vergund, het is een kwaal waarvan je niet snel genoeg kunt genezen.



197. Ik wil niet weten hoeveel dagen ik nog tegoed heb, dat soort kennis kan me gestolen worden. Kennis mag dan macht zijn, er is geen levenslust zonder een vorm van onwetendheid.



De tijd mag dan een dictator zijn, voor mij is het een troost dat ik zijn hofnar ben. Ik bedoel daarmee heel serieus dat er wellicht geen grotere kunst bestaat dan je eigen tijd voorbij te laten gaan zonder dat je hem verknoeit. Als de tijd iets zou kunnen voelen, zou hij het zeker aangenaam vinden op die manier te worden getart. Ik wil maar zeggen: als we niet verbitterd willen worden, moeten we onze talenten ontplooien zodra we daartoe in staat zijn, zodat we niet hoeven te klagen dat we onze kansen hebben verkeken als we plots geen kracht meer hebben.








Onze wensen voor 2023

30 december 2022


https://www.flickr.com/gp/59276281@N00/8Ex997Ue43




Hans Achterhuis, Ik wil begrijpen. 

20 december 2022


De onbekende Hannah Arendt 



Lemniscaat 2022



Een interessante inleiding tot het denken van Hannah Arendt door een reus uit de moderne Nederlandse sociologische en politiek filosofische geschiedenis Hans Achterhuis.







Hij laat zich in een van de laatste hoofdstukken echter al te gemakkelijk meetronen in een twijfelachtig verhaal over schuld en boete uitgezet door David Van Reybrouck in Congo, Revolutie en Tegen verkiezingen. http://www.janvanduppen.be/?p=4672



14. ‘Over het begrip geschiedenis’ van haar vriend Walter Benjamin redde zij overigens bij haar vlucht uit Europa door hem mee te nemen naar de Verenigde Staten. Op de boot voerde zij met Heinrich Blücher, haar echtgenoot, heftige discussies over een centraal gedeelte van de tekst van Benjamin. De weerslag ervan vinden we volgens mijn interpretatie terug in haar commentaar bij de parabel van Kafka.



‘Er bestaat een schilderij van Paul Klee, dat Angelus Novus heet. Er staat een engel op afgebeeld die zo te zien op het punt staat zich te verwijderen van iets waar hij zijn blik strak op gericht houdt. Zijn ogen en zijn mond zijn opengesperd, hij heeft zijn vleugels gespreid. Zo moet de engel van de geschiedenis eruit zien. Zijn gelaat is naar het verleden gewend. Daar waar wij een reeks gebeurtenissen waarnemen, ziet hij één grote catastrofe, en daarin wordt die zonder enig respijt puinhoop op puinhoop gestapeld, die hem voor de voeten geworpen wordt. De engel zou wel willen blijven, de doden tot leven wekken en de brokstukken weer tot een geheel maken. Maar zijn vleugels vangen de wind die uit het paradijs waait, een storm die zo hard is dat hij ze niet kan sluiten. Deze storm stuwt hem onweerstaanbaar voort de toekomst in die hij de rug heeft toegekeerd, terwijl de stapel puin voor hem tot aan de hemel groeit. Deze storm is wat wij vooruitgang noemen.’



18. ‘Wat is het onderwerp van ons denken? Ervaring! Niets meer. En als we de grond van de ervaring verlaten, belanden we in allerlei soorten theorieën.’



‘Alle smarten zijn te dragen wanneer men ze verwerkt in een verhaal of er een verhaal van maakt. ‘ Isak Dinessen/Karen Blixen 



39. Essentieel in de relatie tussen meester en discipel is de rol van het vertrouwen.



De moderne tijd geest vraagt daarentegen van ons dat we aller eerst onze kritisch vermogen aanspreken. Onvoorwaardelijk vertrouwen is verdacht, achterdocht en argwaan komen er vaak voor in de plaats. Toch heeft van Herk gelijk wanneer hij stelt dat in veel leerverhoudingen het vertrouwen vooraf dient te gaan aan de kritiek. Juist door je eerst via de weg van het vertrouwen kennis eigen te maken, open je de mogelijkheid om er vervolgens via kritiek op bepaalde punten afstand van te nemen. 



Het belang van het persoonlijk voorbeeld geldt in de wetenschap in de techniek, waarin het draait om kennisverwerving en kundigheden, maar a fortiori in de wijsbegeerte die op begrijpen en betekenisgeving gericht is.



“Je volgt de meester omdat je vertrouwen hebt in zijn manier van doen, zelfs wanneer je de effectiviteit daarvan niet in de tijd kan analyseren of verantwoorden. Door de meester te observeren en door met zijn prestaties de wwedijveren (…) pikt de leerling onbewuste regels van de kunst op, inbegrepen de regels die zelfs de meester niet expliciet kent.”


Lees verder »

Barbara Skarga, Na de bevrijding Aantekeningen over de Goelag 1946-1956

2 december 2022


Barbara Skarga, Na de bevrijding Aantekeningen over de Goelag 1946-1956



Uitg. De Bezige Bij 



Het einde van de Tweede Wereldoorlog hangt in de lucht. Je bent 25 jaar, de zon schijnt. Je doet een licht zomerjurkje aan, omdat het een mooie dag belooft te worden. En dan word je opgepakt door het Russische leger, eindeloos verhoord en na een schijnproces beland je als volksvijand van de Sovjet-Unie voor tien jaar in de goelagkampen.
Dit was het lot van Barbara Skarga. Ze maakte naam met filosofische essays en boeken, maar een van haar belangrijkste werken bleef lang onopgemerkt. In 1985 publiceerde ze onder pseudoniem haar persoonlijke getuigenis van haar leven in de goelagkampen. Na de bevrijding is een urgent boek, nu een beter begrip van de complexe realiteit en verhouding van Rusland met zijn buurlanden meer dan ooit noodzakelijk is. 



https://www.trouw.nl/recensies/menselijkheid-en-morele-waardigheid-in-een-goelag-een-betekenisvol-memoir~bfea591f/?



204. Zelfverloochening was uit den boze, je mocht je niet laten gaan. Zelfverloochening is het begin van het einde. Het is de menselijkheid die opgegeven wordt, een rechte weg naar die ene gevangenisziekte, een vreemde ziekte, waardoor de mens tot automaat verwerd: hij ging waar het hem bevolen werd, hij deed wat van hem gevraagd werd; niets kwam nog uit hemzelf, alsof hij zijn eigen ‘ik’ volledig verloren had.



23. Het innerlijke vuur dat haar hiertoe motiveerde, lag niet enkel in de wil om te weten of in de filosofie zelf. Skarga verklaarde later dat ze zich enerzijds afvroeg of ze het nog wel kon: kon ze nog wel denken? Kon ze nog wel abstract redeneren? Ze wilde het dus voor zichzelf uitzoeken. Anderzijds leefde in Skarga ook heel sterk het gevoel dat het recht om te denken haar twaalf jaar lang ontnomen was. Ze benadrukte dit aspect van het communisme en de goelag zeer vaak: de uniformiteit van denken en doen, je mag niet voor jezelf denken, je individualiteit doet er niet toe, je individuele geest moet gesmoord worden. Skarga wilde zich het recht om te denken weer toe-eigenen. Zou ze stoppen met filosoferen, dan zouden de communisten haar alsnog kleingekregen hebben. En dat wilde ze niet. Niet toevallig deed die overtuiging zich gelden in heel haar latere filosofische oeuvre, en omschreef ze zich als denkster als ‘individualiste’. De waarde van het individu, de intrinsieke waardigheid van de menselijke persoon is het hoogste goed. 





27. Wat zo duivels aan het communisme was, was het woekeren van de onverschilligheid. Skarga schreef veel over hoe het goede zich niet als tegendeel tot het kwade verhoudt, en daarbij stelde ze dat het tegendeel van het goede veeleer de onverschilligheid is. Veel van de ellende die het communisme veroorzaakte was geen kwestie van doelbewuste kwaadaardigheid, van het doelbewuste veroorzaken van leed, van Vernichtung (die waren eerder gevolg dan bron van het kwaad). Diabolisch was de onverschilligheid van autoriteiten, van gezaghebbers, en het feit dat je uiteindelijk gedwongen werd om zelf alsmaar onverschilliger te worden als mens om nog te kunnen leven. Uiteindelijk meende Skarga dat het kwaad een enigma is dat ons begrip altijd zal overstijgen, waardoor het misschien beter is om ons af te vragen hoe we het kwaad kunnen bestrijden dan wat het betekent.


Lees verder »

Orhan Pamuk, De nachten van de pest.

4 november 2022


Orhan Pamuk, De nachten van de pest.



Uitg. De Bezige Bij 2022



De nachten van de pest speelt zich af in 1901. De derde pestepidemie heeft het fictieve Osmaanse eiland Minger bereikt. Sultan Abdülhamit stuurt zijn geliefde gezondheidsinspecteur Bonkowski pasja om te helpen de epidemie te stoppen. Maar de moslims en christenen op het eiland reageren heel verschillend op de maatregelen om de ziekte in te dammen. Het duurt niet lang of de pasja wordt ontzield op straat gevonden. Is het een willekeurige moord, of is deze daad onderdeel van een groter complot? 



De sultan vraagt zijn nichtje en haar echtgenoot, de jonge, veelbelovende dokter Nuri, naar het eiland te gaan om dit uit te zoeken. Terwijl de spanningen tussen de twee bevolkingsgroepen blijven toenemen, dringen Engeland en Frankrijk bij de sultan aan op een afgrendeling van het eiland om Europa voor de pest te behoeden. Nu staan de eilandbewoners er alleen voor. 



In De nachten van de pest toont Orhan Pamuk niet alleen hoe de epidemie en quarantainemaatregelen de levens van de eilandbewoners verstoren, hij schrijft ookop onnavolgbare wijze over nationalisme, politiek en romantiek en over de eeuwige tegenstellingen tussen het Oosten en het Westen. 



De nachten van de pest is vertaald door Hanneke van der Heijden met bijdragen van Margreet Dorleijn.



https://www.theguardian.com/books/2022/sep/21/nights-of-plague-by-orhan-pamuk-review-a-playful-approach-to-big-themes



Dit is geen eenvoudig boek, Orhan Pamuk bespeelt met ingehouden pret alle mogelijke registers van de romankunst waardoor de lezer meegesleept wordt in een heen en weer, een processie van Echternach of Lenins Een stap voorwaarts ,,,



11. De romankunst stoelt op het vermogen om de verhalen die we zelf hebben meegemaakt te beschrijven als ware het die van anderen, en de verhalen van anderen als hadden wij die meegemaakt. 



De auteur demonstreert hier 750 pagina’s lang zijn uitzonderlijke vakmanschap, zijn schrijfplezier en zijn ongebondenheid.



344. Dat er zoveel belang aan dit verhaal wordt gehecht heeft natuurlijk ook te maken met de fundamentele paradox waarin de Osmaanse bureaucratie gevangenzat. Een Osmaanse gouverneur diende het welzijn van de hele grootprovincie voor ogen te houden, dus als hij in dit soort situaties de bescherming van de moslims vooropstelde en hij zich met hen solidair verklaarde, dan werd het voor hem een stuk lastiger om allerlei noodzakelijke hervormingen door te voeren en het bestuur te moderniseren. Gaf een gouverneur juist in alle ernst prioriteit aan de moderne Europese hervormingen en methodes, dan zou de christelijke bourgeoisie, die als gevolg van vrijheid, gelijkheid en technische ontwikkelingen toch al snel groeide, veel meer van de nieuwe mogelijkheden weten te profiteren dan de moslims – hoe Europeser het land werd, hoe meer de moslims aan macht zouden inboeten.



Orhan Pamuk spaart daarnaast zijn kritiek niet op de EU onder de metafoor van de pestblokkade tegen het Eiland Minger onder Osmaanse heerschappij.



360. Het overheersende gevoel op het eiland was: vijftig jaar lang zijn er allerlei hervormingsmaatregelen afgekondigd om maar bij de Europeanen in het gevlij te komen, hebben we half onder druk van Europa en half omdat we het zelf ook wilden al die verbeteringen en hervormingen gehad om gelijkheid tussen christenen en moslims te bewerkstelligen, en als het eiland dan een moeilijke tijd doormaakt, piekeren die Europeanen er niet over om te hulp te schieten maar laten ze het aan zijn lot over. 



234. Een belangrijke reden dat inwoners niet op de vlucht sloegen is gelegen in het feit dat ze niet geïnformeerd waren, dat ze zich die gruwelijke ramp, die ik in dit boek waarheidsgetrouw beschrijf, simpelweg niet konden voorstellen. En juist doordat zij zich er geen voorstelling van konden maken, heeft die ramp plaatsgevonden, heeft de geschiedenis een bepaalde loop genomen.



577. Marika vatte het gepraat over een nieuwe staat behoorlijk serieus op: ‘U moet dat toegangsverbod tot moskeeën en kerken beslist ongedaan maken!’ zei ze. ‘Dat werkt alleen maar tegen u en tegen de quarantainemaatregelen. Als het volk niet naar de moskee of de kerk kan, dan keert het zich van u af.’



‘En wie is dat “volk” dan wel? Wij zijn verantwoordelijk voor het leven van de hele bevolking, van iedereen.’



‘Zonder moskeeën en kerken, zonder godsdienst is er geen volk, Pasja.’



‘Het zijn niet de moskeeën of de kerken die ons hier tot een volk maken, maar het feit dat we op dit eiland zijn. Wij zijn het volk van dit eiland.’



‘Maar waarde Pasja, zelfs als de Grieks-orthodoxen op het eiland zoiets al geloven, dan is het nog maar de vraag of de moslims dat ook doen. De kerkklokken herinneren ons eraan dat Jezus Christus ons zal verlossen en dat wij moeten bidden, de klokken helpen ons ook om ons getroost te voelen, doordat we de aanwezigheid gewaarworden van andere mensen die ook wanhopig zijn, en die net als wij lijden en bang zijn. Op plekken zonder kerkklokken of oproepen tot het gebed groeit de dood.’



698. In de sloep van K?zkulesi naar de haven, vonden de ogen van Pakize sultane als vanzelf het gastenverblijf van het voormalige gouvernementsgebouw, nu departement van Algemene Zaken, en het raam waaraan zij zat wanneer ze haar brieven schreef. Het leek alsof ze van een afstandje naar zichzelf keek en ontdekte hoe smal en beperkt haar blikveld was geweest tijdens die honderdzesenzeventig dagen (ze had ze geteld) dat ze vandaar naar de wereld had gekeken.



Wat nog verbazingwekkender was, was dat ze nu pas, in de boot, ontdekte dat de steile rotswanden en de imposante Beyaz Da? meteen achter het gebouw, zich heel dicht bij haar tafel en haar raam bevonden. Natuurlijk werd je beïnvloed door een existentie zo overweldigend en zo dichtbij, ook als je die niet zag! De koningin zat zich net af te vragen op wat voor manier de ‘Witte Berg’ haar brieven kon hebben beïnvloed, toen ze die tot haar enthousiasme op de spiegelgladde zee gereflecteerd zag. Net als op de dag dat ze op het eiland aankwam, kon ze de rotsige zeebodem zien, de vlugge, stekelige visjes, de oude en verstrooide bruine krabben en het stervormige groene en blauwe wier.



Terug in haar gastenkamer lukte het Pakize sultane niet dat vertrouwde gevoel van weemoed van zich af te zetten.



742. Uit het boek van George Cunningham, Mingerian History: From Antiquity to the Present – dat er ook aan heeft bijgedragen dat ik historica ben geworden – hebben overheid en historici die zich met Minger bezighouden zestig jaar lang schaamteloos geroofd, een bronvermelding gaven ze meestal niet. Eerst werd deze mooie, evenwichtige en informatieve studie botweg gebruikt voor het creëren van een nationale identiteit (kleding, eten, stadsgezichten en landschappen, geschiedenis), toen kwam een volgende generatie, die zich vijftien jaar lang laatdunkend over het boek uitliet omdat het ‘orientalistisch’ zou zijn (in de negatieve betekenis waarin Edward Said die term gebruikte), een generatie die neerkeek op de auteur, hem ervan beschuldigde een agent te zijn voor het Engelse imperialisme en er allerlei behoorlijk exotische vooroordelen op na te houden, en dat terwijl monsieur Corc de Mingerse cultuur zulke grote diensten heeft bewezen. Als de spullen in zijn huis, dat vol stond met archeologische voorwerpen, beeldjes, stukken Mingersteen en fossielen, kruiken, landschapsschilderijen in olieverf, aquarellen, schelpen, landkaarten en boeken, tijdens de latere jaren van oorlog en chaos niet door een Engels pantserschip zouden zijn meegenomen, dan waren ze zoals zoveel van dat soort inboedels en verzamelingen op het eiland verspreid en verloren geraakt, en zouden vele Mingerse landschappen en voorwerpen verdwenen zijn in plaats van zorgvuldig bewaard te worden in het British Museum. In het prachtige huis waar monsieur Corc met zijn Mingerse vrouw woonde zit nu een filiaal van een internationale keten van kiprestaurants, de kleine botanische tuin met inheemse planten is een parkeerplaats geworden.


Wolfram Eilenberger, Het vuur van de vrijheid

25 september 2022


De nieuwe wereld van Hannah Arendt, Simone de Beauvoir, Ayn Rand en Simone Weil



Uitg. De Bezige Bij 2022



https://www.tzum.info/2022/07/recensie-wolfram-eilenberger-het-vuur-van-de-vrijheid/





42. Als je er goed over nadacht, was dat een manier om te verhelderen hoe het überhaupt tot die hele heksenketel gekomen was. De oorsprong was het waanidee van een enkeling dat hij naar zijn eigen wil de hele wereld een nieuw gezicht kon geven, haar letterlijk nieuw kon scheppen: in één keer. Het was de waan van een wereld die voortaan nog maar door één enkel gezicht bepaald werd. Een wereld dus die voor de onophoudelijke nieuwe schepping ervan geen andere mens, geen concrete weerstand meer nodig had: de politieke nachtmerrie van een totale heerschappij.



Maar als iets een nachtmerrie was, zoveel bleef zelfs in deze duistere tijd waar, betekende het ook dat je eruit kon ontwaken. Je moest alleen de moed in jezelf vinden om de ogen te openen – open te houden – om met een wakkere geest de afgronden van het eigen heden waar te nemen. De waarheid te zeggen, ook al is die aanstootgevend. Om zo aan te tonen uit welke diepte ze in de wereld gekomen is. Dus niet ten prooi vallen aan het verleden, noch aan de toekomst. Noch het eigen oordeel, noch dat van anderen blind volgen. De moed vinden je te bedienen van je eigen verstand. Je in je denken vrij te oriënteren.



Juist nu, op dit moment – Arendt verzamelde nieuwe krachten –, zou het er weleens op aan kunnen komen ‘geheel en al aanwezig te zijn’. Of met andere woorden: te filosoferen.


Lees verder »

Wolfram Eilenberger, Het tijdperk van de tovenaars. 

2 september 2022


 Het grote decennium van de filosofie, 1919-1929



uitg. De Bezige Bij 2018








68. Je kunt de specifieke uitdaging waarmee jonge filosoferende mensen zich in 1919 geconfronteerd zien, ook als volgt samenvatten: het is zaak een levensconcept voor zichzelf en de eigen generatie te ontwikkelen dat niet afhankelijk is van het determinerende ‘onderstel’ [Gestell] van ‘lot en karakter’. Concreet biografisch betekent dat: proberen je te ontdoen van de belangrijke structuren (familie, religie, natie, kapitalisme). En in de tweede plaats een bestaansmodel te vinden dat het mogelijk maakt de heftige oorlogservaring te verwerken en de intensiteit ervan te vertalen naar het denken en het alledaagse erzijn.



Benjamin wil de vernieuwing voltrekken met de romantische middelen van de alles dynamiserende kritiek. Wittgenstein wil de volledige mystieke kalmering en verzoening met de wereld, die hij op de momenten van uiterste doodsangst ervoer, als het ware duurzaam maken in het dagelijkse leven. De taak waarvoor Heidegger zich in zijn ik-situatie van het jaar 1919 gesteld ziet, zou je ook zo kunnen beschrijven: tegen de achtergrond van zijn al aanwezige zelfbeeld als ‘wilde denker’ zoekt Heidegger een mogelijkheid om de intensiteit van zijn oorlogservaring – die voor hem fundamentele gelijkenis vertoont met de intensiteit van het denken – te verzoenen met de eis alledaagsheid na te streven. Enerzijds dus een leven in de storm van het denken, anderzijds een verzoening met het alledaagse. 



98. De ‘boven de tijd uitgaande opdracht’ waarvan Heidegger in de roesachtige dagen van begin september 1919 al de contouren ziet – de kunst van het ‘principiële nieuwe zien’ en het binnendringen van heel nieuwe ‘probleemhorizonten’ – is niets anders dan de bevrijding van zijn land, zijn cultuur, zelfs de hele traditie bevrijden uit de boosaardige moderne betovering door de subjectfilosofie en de kennistheorie, uit haar zuiver wiskundige rationaliteit en haar fixatie op de natuurwetenschappen. Hij ziet zijn westerse medemensen, in hun totaliteit, gevangen in een fundamenteel valse benadering van de werkelijkheid en een vals zelfbeeld. De blik op de werkelijkheid is vervalst door een kritiekloze overname van verkeerde abstracties. Ze kunnen zichzelf, de wereld en elkaar daarom alleen nog maar waarnemen als hoogst wazig, als door melkglas.



Maar niet alleen dat die toenemende vertroebeling van de blik door niemand meer wordt opgemerkt. Nee, die blik op de werkelijkheid is in de loop van de eeuwen zo diep in ons culturele zelfbesef doorgedrongen dat hij intussen zelfs wordt opgevat als hoogste en enige ware vorm van kennis over de wereld, in retrospectief zelfs als de eigenlijke doorbraak naar het licht van de Verlichting. Een nachtmerrie die werkelijkheid geworden is!


Lees verder »

Mattias Desmet, De psychologie van het totalitarisme.  

23 augustus 2022


Mattias Desmet, De psychologie van het totalitarisme. 



Uitg. Pelckmans 2022







118. De rationalistische benadering van het leven leidde zo tot een onvermogen om angst en onzekerheid op een vruchtbare manier te hanteren – narcisme en regeldrang intensifieerden het probleem waarvoor ze een oplossing leken te zijn. Uiteindelijk resulteert dat in een psychologisch uitgeputte bevolking die hunkert naar een absolute meester. Ze zoekt die meester, conform het dominante mens- en wereldbeeld, in de mechanistische ideologie, dat wil zeggen, de ideologie die het probleem veroorzaakt heeft. Die ideologie die ook met haar ontzagwekkende manipulaties van de materie de geesten verleidt en die met cijfers en statistieken de feiten aan haar kant lijkt te hebben. Het is die toestand van de bevolking – angstig, sociaal geatomiseerd en smachtend naar richting en autoriteit – die de perfecte voedingsbodem is voor het oprijzen van een specifieke sociale groep die zich doorheen de traditie van de verlichting steeds krachtiger manifesteerde en die de psychologisch-maatschappelijke basis is van de totalitaire staat: de massa.


Lees verder »

Peter Venmans, Gastvrijheid Filosofisch essay 

31 juli 2022


Uitg. Atlas contact 2022





Alweer een heldere, grondige benadering van belangrijke vragen over menselijke relaties.



170. ‘Ik kon u dus geen ‘xenosofie’  aanbieden, geen  definitieve wijsheid  in het omgaan met onbekenden, geen eenduidig antwoord  op de vraag  hoe  je  betekenisvolle relaties kunt  aangaan met de ander die op  je  weg komt. Wat mij echter onderweg wel steeds duidelijker geworden  is,  is dat we ons  voortdurend in  gastvrijheidsrelaties bevinden,  zelfs wanneer we  dat niet in  de gaten hebben.  Voortdurend  komen we op elkaars terrein, overschrijden we  drempels, bezetten we  een plaats die ook van  anderen is. Daarom moeten  we, of we dat nu graag  willen of niet, steeds  weer  de  rollen  van  gastheer en gast op ons nemen,  met  alle plichten en verantwoordelijkheden  die daarbij horen.



Dit te beseffen en ernaar te handelen  is geen xenosofie maar een vorm van amor mundi. Deze liefde  voor de wereld strekt zich overigens  niet alleen  uit over onze  relaties met andere mensen  maar  ook over  onze verhouding tot de niet-menselijke omgeving.  Zijn  wij immers  ook op aarde niet slechts als  tijdelijke gasten?  Te  gast in een wereld die  ons  zal  overleven?  Noopt  dit ons  niet tot een zekere nederigheid en zelfs dankbaarheid?  En moeten wij op onze beurt  niet als goede gastheren en  gastvrouwen zorg dragen voor alles wat in onze omgeving komt?







20. ‘De beste  definitie van de xenos is een  situationele of  positionele: hij is diegene  die zich  ongewapend op de drempel bevindt en die vraagt om binnengelaten te worden. Hij  hoeft daarbij  geen woord  te zeggen, want zijn plaats op  de  drempel drukt al een vraag uit. De gast  toont zich, afwachtend, in een  kwetsbare positie. Het  bevrijdende woord xeine, bij Homeros,  in de vocatief,  de  Griekse aanspreekvorm, komt  van de gastheer.  Xeine is een  magische formule, of  wat  men in de linguïstiek een performatieve taaldaad noemt: door  iets te zeggen doe  je  ook iets,  louter door iets  uit  te spreken  verandert er iets in de werkelijkheid.  Wie xeine zegt, maakt  de  ander  daarmee effectief  tot  gast. Zeggen dat je gastvrij zult zijn, is ook al gastvrijheid. De  belofte van de gastheer dat hij een  gastheer zal zijn maakt de gast  tot  gast.



30. ‘Door een spel van vragen en antwoorden te initiëren,  probeerde Socrates zo dicht  mogelijk  bij  de waarheid te komen (de platoonse interpretatie)  of minstens onze vooroordelen ter  discussie te stellen (de  sceptische  interpretatie).  Socratische gesprekken vonden plaats  op het stadsplein of tijdens de wandeling, maar ook tijdens feestmaaltijden  – symposia  – waar zowel bekenden als vreemde  gasten aan deelnamen. In  verschillende  dialogen, waaronder  De sofist en De  staatsman, komt overigens een niet nader  genoemde ‘Xenos’ voor als gesprekspartner. Vaak heeft  men gezegd dat het filosofische  gesprek een gesprek onder vrienden  is, die dezelfde  passie voor uitwisseling van  gedachten delen. Anderzijds kan het juist heel  nuttig zijn dat  er  een vreemdeling aanwezig is,  die  als buitenstaander onverwachte vragen kan stellen  die een gevestigde manier van denken  ter discussie stelt en op  die manier de verwondering, bron van alle  filosofie, kan  stimuleren.’



55. ‘Gastvrijheid is nooit een idyllische  relatie  tussen  twee partijen waarin  altijd alleen maar hartelijkheid heerst; het  is een verstrengeling van allerlei  motieven bij  beide partijen, zowel altruïstische als  egoïstische, mooie en lelijke, positieve en negatieve. Gastvrijheid  is net als elk ander menselijk fenomeen  in wezen  ambivalent, in staat om zowel  het goede als het slechte voort te brengen.’



153. ‘Voor  Arendt komt het er echter op aan om, als het ons samenleven  met  grotere groepen betreft, niet langer op  een ethische  maar wel  op een politieke manier te denken. Dat is een van  de moeilijkste  dingen  om te doen, omdat  wij nu eenmaal spontaan geneigd zijn om  vanuit  onszelf en niet vanuit de  wereld te redeneren. Politiek denken veronderstelt dat  men de  obsessie met het eigen  schone  geweten laat varen  en dat men bereid  is om  een bovenpersoonlijk standpunt in  te nemen,  of  in elk geval om zich  te  verzoenen met standpunten  die niet met het  eigen geweten overeenkomen. 



Dit  is overigens  waarom  morele idealisten snel teleurgesteld zijn in de politiek, waar het immers niet gaat om het  bewaren van een  zuivere ziel  maar om het nemen  van  verantwoordelijkheid  voor de wereld – met vuile handen als onvermijdelijk  gevolg.  Voor de  morele idealist, ook  wel smalend Gutmensch of  ‘schone ziel’  genoemd, is gastvrijheid per  definitie goed. Wie politiek oordeelt, heeft echter niet het comfort om in  duidelijke  categorieën van goed en  kwaad te denken.



Politiek gaat over de  pluraliteit  en  pluraliteit houdt  in dat  wij  met velen, inmiddels  zelfs zeer velen, volgens sommigen  zelfs te  velen,  dezelfde  ruimte  delen. ‘Die  ruimte  is opgedeeld volgens staatkundige grenzen  die politieke gemeenschappen van  elkaar  scheiden en heeft als  ultieme begrenzing  de  aardbol. Politieke  gastvrijheid gaat over  de  vraag hoe we  het menselijke verkeer in die ruimte organiseren,  wat we  doen  met kwesties  als  toerisme en  migratie binnen een internationale orde.  Welke buitenlanders verlenen we  onze gastvrijheid en welke niet en wat is ons criterium?’



166. ‘Als eeuwige gast, als iemand die  nooit tot (politiek) handelen komt,  is  zij wat  Hannah Arendt een  ‘paria’ noemt:  iemand met het  privilege van een  privéleven maar tegelijk een wereldloze.  Iemand die  zich wel ergens  bevindt, maar toch zijn plek niet kent, geen  thuis heeft waar  hij of zij in alle gastvrijheid  anderen kan  ontvangen.’


Borgen 4 Power & Glory

13 juli 2022


Boeiend met een open einde op EU niveau…
Knap uitgewerkt hoe politici zich gretig in een tunnelvisie werken en slechts weinigen de moed hebben om zichzelf eruit te werken: afstand houden en blijven bewegen.



Zoals houtvesters in een televisie ‘interludium’ op de oude BRT hun enorme stammen over rivieren naar de zagerijen aan de kust loodsten, kunnen we in de (virtuele) publieke ruimte niet stilstaan of we glijden tussen rollende stammen in het kolkende water. Dat geldt zeker voor wie met macht omgaat.
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2022/04/15/borgen-seizoen-vier/




Joachim Pohlmann, Weesland 

27 juni 2022


Joachim Pohlmann, Weesland



Uitg. Borgerhoff & Lamberigts 2022



https://www.langzullenwelezen.be/nieuws/joachim-pohlmann-over-zijn-roman-weesland



Een beklijvend gecomponeerd verhaal met interessante beschouwingen van en voor oude mensen, zo noodzakelijk voor jongeren in wankele tijden van virale pestilentie en politieke onzekerheden. 



13. Ouder worden heeft ook voordelen: het vlakt herinneringen uit. Ze zijn er nog, maar ze verliezen hun  intensiteit.



25. Een mens moet een doel hebben. Een onbepaald leven is een weggesmeten leven. Nestelen in aangenaamheid maakt het lichaam week en papperig en de geest afgevlakt en ongeïnspireerd. Versterven kweekt ambitie, bederven kweekt gemakzucht. Al besef ik dat weinig mensen er nog zo over denken. De wereld met zijn strikte maar duidelijke moraal die het leven eenvoudig maakte en die in mijn jeugdige ogen eeuwig leek, is verdwenen.



36. Een leider maakt zichzelf. Zoals een beeldhouwer met hard labeur een vorm wringt uit marmer , zo beitel je uit jaren van bittere nederlagen, vernederende tegenslagen, hard bevochten overwinningen en onverwachte successen het leiderschap. Een leider leert te lachen wanneer de tranen over zijn wangen lopen, weet zijn vreugde te bedekken met medeleven als zijn tegenstander het onderspit delft en laat bij dreigend onheil zien dat hij niet alleen een fatsoenlijk mens is, maar ook de kracht bezit om terug te slaan. Wat de massa ziet, is wie de leider gecreëerd heeft. Zij zien wie ze willen zien, niet wie hij is.



39. De werkelijke basis van macht is angst. Om zich te verlossen van angst is een burger bereid zijn vrijheid af te staan in ruil voor lijfsbehoud. Hoe groter de angst, hoe meer vrijheid die burger bereid is af te staan, tot hij uiteindelijk niet meer is dan een lijfeigene van een potentaat.



67. In het legioen heb ik geleerd hoe te sterven. Als je niet wil sterven als een lafaard, zal je moeten leven als een held. Al zijn begrippen als lafheid en moed zinledig geworden in deze tijd. Het is enkel door beproeving dat ze betekenis krijgen. Europeanen weten niet meer wat ellende en ontbering met een mens doen. Zij kennen de kwellende noodzaak tot lafheid niet meer, nog de verdrukkende plicht tot moed. Jij hebt ze gezien; de helden en de lafaards voor jou konden ze zich niet verbergen, en jij weet dat het meestal niets meer is dan louter toeval dat de één van de ander onderscheidt.



81.Het enige wat ik had, waren mijn herinneringen. Niets is leugenachtiger dan je eigen, door tijd en wenselijkheid gecorrumpeerde herinneringen. Maar in mijn gedachten is dit de bibliotheek zoals die er uit gezien moet hebben. En dat is nu mijn werkelijkheid.



82. Het zwijgen van Thomas More was een daad van moed die hem op het schavot bracht.  Lafheid kent eveneens vele gedaanten. Een daarvan is politiek.



101. Een mens kan zich enkel rekenschap geven van wat hij heeft gedaan en deemoedig zijn over wat hij had moeten doen. Ik heb veel om deemoedig over te zijn.



138. Ik kan alleen bogen op mijn ervaring en deze heeft mij geleerd dat een burger die uit angst zijn vrijheid afstaat misschien wel zijn vel redt, maar zelden zijn vrijheid terug ziet. Vrijheid is ons niet door de natuur gegeven, ze wordt veroverd en weer verloren.”


Claudio Magris, Gekromde tijd in Krems

23 juni 2022


Uitg. De Bezige Bij 2020



http://mappalibri.be/?navigatieid=61&recensieid=8951



9. Een aanvalsplan, dat wist hij goed sinds hij zijn eerste bedrijf had geleid, was bijna altijd een aftochtstrategie, offensief opereren om te zorgen voor een bredere marge van defensieve mogelijkheden. Overigens was de hele ouderdom een kwestie van oprukken om terug te trekken: je begaf je op onbekend terrein om je te onttrekken aan de werkelijkheid die je van alle kanten belaagde, venijnig en opdringerig.


Jeroen Theunissen,  Ik = cartograaf

15 juni 2022


uitgeverij De Bezige bij 2022



87. Plots vond ik één wilg die mij meer dan alle andere fascineerde, of eerder nog dan de wilg was het de manier waarop die wilg een voedingsbodem geworden was voor andere planten. Een kromgegroeid, hol exemplaar met een grote, vochtige kop was het, waarop een kleine, beloftevolle eik groeide, zijn prille wortels stevig in het rotte hout van de knot. Het optimistische eikje, dat zijn jeugd beleefde op zo’n twee meter van de bodem, op dat tot humus herleide wilgenhout, was zelf ook al bijna anderhalve meter groot, en vocht fier maar hopeloos tegen de buigzame, sneller groeiende wilgenscheuten. Te verwachten viel dat de boer of gemeentearbeider of natuurbehouder het leven van deze eik wanneer de wilg geknot werd voorgoed zou vernietigen, terwijl die gladde, zweepachtige wilgenscheuten er na enkele maanden al gewoon opnieuw zouden staan. Een daad van genade. Ook als de wilg niet geknot werd, had deze jonge eik, hoewel hij potentieel het duizendjarige leven in zich droeg, door de plaats waar hij ontstaan was geen enkele echte overlevingskans. Een tragisch beeld. De volgens velen mooiste en stevigste, meest mythische boom, in duizenden verhalen en legenden bezongen en verheerlijkt, reikte hier ijverig naar de zon en het licht, met monomaan geloof, maar zou niet overleven omdat het thuis waar hij was gaan kiemen zijn mateloze groeidrang onmogelijk kon dragen.



262. De steden overleven volkeren waaraan ze hun bestaan danken en talen waarin hun bouwmeesters zich verstaanbaar hebben gemaakt. Joseph Roth


Bert de Munck , Leven en laten leven

15 juni 2022


Een bijzonder wijs en historisch onderbouwd onderzoek naar het verloop van de Covid19 pandemie en hysterie. Zeer de moeite voor wie geïnteresseerd is in een wetenschappelijke benadering van ziekte en gezondheid.



17. ‘Het zijn verlichte idealen die ervoor zorgen dat we het virus zijn gaan bestrijden en dat we daarvoor rede, wetenschap en technologie zijn gaan mobiliseren. Op een paradoxale manier onderwerpen we ons daarmee echter ook aan een ontmenselijkend systeem dat bepaalt wie we mogen zien en wanneer, hoe dicht we bij elkaar mogen komen, en of we elkaar mogen knuffelen of niet. De vraag waarom we dit doen, is de motor van mijn verhaal. De dieperliggende oorzaak moet mijns inziens worden gezocht in ons grote geloof in Vooruitgang en Wetenschap. Het is de derde manier waarop dit boek naar een historische meerwaarde zoekt, en meer nog dan de tweede vraagt ze om een langetermijnperspectief. Helemaal in de geest van Sewell ga ik ervan uit dat er in elk historisch moment verschillende ‘temporaliteiten’ aan het werk zijn, dat wil zeggen: mechanismen die op verschillende historische ‘lagen’ teruggaan. Een van de meest diepgewortelde overtuigingen van de westerse mens is dat het steeds beter kan, of zoals een bekend motto het uitdrukt: stilstaan is achteruitgaan. Sinds de ontwikkeling van het moderne economische denken in de tweede helft van de achttiende en vooral de negentiende eeuw is groei het toverwoord. Steeds meer en ‘daardoor steeds beter. Tijdens de coronacrisis heeft dat zich vertaald in het idee dat een snel muterend virus dat zelfs in huisdieren en wilde dieren aanwezig is, kon worden overwonnen en dat we de oudste en meest kwetsbare mensen ertegen zouden kunnen beschermen.’


Lees verder »

Het laatste feest ten afscheid 30 april 2022

23 mei 2022




Vroeger, toen wij nog jong waren, vroegen we ons wel eens af hoe ouden met wanhoop konden leven. De beide generaties die voor ons kwamen, wisten meer van gruwel dan ons draaglijk leek. Sommigen koesterden hun zwijgen of klampten zich vast aan rituelen, anderen bezworen hun angst met het herhalen van verhalen over hoe de oorlog was verdwenen. Telkenmale zouden wij wenen, zoals Leo Vroman in ’Vrede’ voorspelde.



Ouder worden is afscheid nemen, je keuzemogelijkheden verkleinen.



Je kan je te weer stellen tegen de grote krimp. Of je kan accepteren dat je vermeende kracht en wankele wijsheid ideële brandstof waren voor je eigen drive.



De wanhoop die je vermoedde bij de ouden uit je eigen jeugd wordt draaglijk door schoonheid die glanst door meer afstand in tijd.



Ouderen zijn bewaarders van verhalen die kunnen helpen om de wereld en het leven van mensen anders te bekijken. Ze maken de schoonheid van de scherven, die onvolmaakte spiegeling, lichter om dragen. 



In die spiegel schemer je zelf nog tussen de schaduwen van wie je voorgingen.



Niets is immers wat het lijkt en alles kan altijd anders…



Daarom:



Laten wij zacht zijn voor elkander, kind -



want o, de maatloze verlatenheden,



die over onze moegezworven leden



onder de sterren waaie’ in de oude wind.



O, laten wij maar zacht zijn, en maar niet



het trotse hoge woord van liefde spreken,



want hoeveel harten moesten daarom breken



onder den wind in hulpeloos verdriet.



Wij zijn maar als de blaren in den wind



ritselend langs de zoom van oude wouden,



en alles is onzeker, en hoe zouden



wij weten wat alleen de wind weet, kind –



En laten wij omdat wij eenzaam zijn



nu onze hoofden bij elkander neigen,



en wijl wij same’ in ‘t oude waaien zwijgen



binnen één laatste droom gemeenzaam zijn.



Veel liefde ging verloren in de wind,



en wat de wind wil zullen wij nooit weten;



en daarom – voor we elkander weer vergeten –



laten wij zacht zijn voor elkander, kind.



Adriaan Roland Holst, Zwerversliefde, ‘Voorbij de wegen’, 1920. 



Jan Van Duppen, Merksplas 30 april 2022



Blowin’ in the Wind (Live at Nippon Budokan Hall, Tokyo, Japan – February/March 1978)https://www.youtube.com/watch?v=zKJPriWksww


Anne Applebaum Rode hongersnood: Stalins oorlog tegen Oekraine 1932-1933  Uitgeverij Ambo Anthos 2018

4 mei 2022



een zeer goed gedocumenteerde analyse van de gruwelen van het socialisme-in-één-land en de gevolgen tot vandaag.



393. ‘De massamoord op volken en naties die  de opmars van de Sovjet-Unie in Europa  getypeerd  heeft, is geen nieuw kenmerk van  hun expansiepolitiek  […] Het is juist een reeds  lang  bestaande karakteristiek van  de  interne politiek in het  Kremlin  – waarvoor de huidige  leiders ruimschoots  precedenten vonden in de  verrichtingen  van tsaristisch  Rusland.  Het  is zelfs een onmisbare stap  in  het  ‘unie’-proces  dat, naar de Sovjetleiders hartstochtelijk hopen, de ‘Sovjetmens’,  de  ‘Sovjetnatie’ zal voortbrengen, en om dat  doel, die verenigde natie, te bereiken zullen  de leiders in het Kremlin met plezier de  oude  naties  en de  culturen in Oost-Europa vernietigen.



–  Raphael Lemkin, ‘Soviet Genocide in the Ukraine’, 1953



406. ‘Als Oekraïne het Sovjetsysteem en de Sovjetideologie afwees,  kon die  afwijzing twijfel zaaien over  het  hele Sovjetproject. Dat is precies  wat het  in 1991 deed.



De huidige Russische leiding kent deze geschiedenis maar  al te  goed.  Net  als in 1932, toen Stalin tegen  Kaganovitsj  zei dat het ‘verlies’ van Oekraïne zijn  grootste zorg was, gelooft ook  de  huidige Russische regering  dat  een soeverein,  democratisch,  stabiel Oekraïne, door culturele banden en handelsbanden verbonden met de  rest  van  Europa, een bedreiging vormt voor  de belangen  van  de leiders van Rusland. Als Oekraïne te Europees wordt – als het iets  wat lijkt op  succesvolle integratie met het  Westen weet te bereiken  –  zouden Russen zich per slot van rekening kunnen gaan afvragen: waarom  wij niet ook? De Oekraïense straatrevolutie  van 2014 was de grootste nachtmerrie van de Russische leiding: jonge mensen die gerechtigheid eisten, corruptie hekelden  en met Europese  vlaggen zwaaiden.  Zo’n beweging zou besmettelijk  kunnen zijn, en haar moest dus  met alle mogelijke middelen een halt worden toegeroepen. De  Russische regering gebruikt tegenwoordig desinformatie, corruptie en militair geweld om de Oekraïense soevereiniteit te ondermijnen,  net zoals Sovjetregeringen in het verleden deden. Net  als in  1932  blijft het niet-aflatende  gepraat  over ‘oorlog’ en  ‘vijanden’ ook nuttig  voor Russische leiders die een stagnerende  levensstandaard  niet kunnen verklaren  of hun eigen  privileges, rijkdom en  macht niet kunnen rechtvaardigen.



De  geschiedenis  toont hoop en tragedies. Oekraïne werd uiteindelijk niet vernietigd. De Oekraïense taal verdween niet. Het verlangen  naar onafhankelijkheid verdween  evenmin – noch het verlangen naar democratie, of naar  een  rechtvaardiger  samenleving of naar een Oekraïense staat  die de  Oekraïners echt vertegenwoordigde. Zodra het mogelijk werd  uitten  de Oekraïners deze verlangens.  Toen ze  in 1991 de  kans kregen,  stemde een  overgrote  meerderheid  voor onafhankelijkheid. Oekraïne stierf niet, zoals ook het nationale volkslied verkondigt.



Uiteindelijk faalde  Stalin ook. Een generatie Oekraïense intellectuelen  en politici  werd in de jaren dertig  vermoord, maar hun erfenis leefde  voort.  Het nationale verlangen, net  als in het verleden gekoppeld aan  het verlangen naar  vrijheid, werd in de  jaren zestig nieuw  leven ingeblazen; het leefde ondergronds voort in de jaren zeventig en  tachtig;  in de jaren negentig kwam het weer  bovengronds. In  het eerste  decennium van de eenentwintigste eeuw verscheen een nieuwe  generatie  Oekraïense  intellectuelen en  activisten op het toneel.’


Joseph Roth, Joden op drift

1 april 2022


Joseph Roth, Joden op drift.
uitg Bas Lubberhuizen 2016



‘Het fanatieke atheïsme van de sovjets had op hem een omgekeerd effect: hij begon weer na te denken over zijn eigen religieuze overtuiging, die steeds meer neigde naar het katholicisme. Hij zocht zijn heil meer en meer in de ‘achterwaartse utopie’, in het streven naar een ideale wereld die vooral in het verleden lag. En bovenal wist hij na die reis beter dan ooit wie hij was: een joodse waarnemer, denker en schrijver uit het oosten, verdwaald in het chaotische westerse stadsleven.’



Geert Mak



‘De sfeer van chaos en ondergang bepaalde minstens zo sterk het leven van Roth zelf. Hij hoorde in alle opzichten bij de generatie die volwassen was geworden tussen de loopgraven en de granaattrechters van de Eerste Wereldoorlog. ‘We mogen behoren tot verder verschillende werelden, verschillende partijen, verschillende beroepen,’ schreef hij ooit. Maar ‘we kennen elkaar. De oorlog heeft ons doordrenkt.’



21. ‘Zij die emigreren, zijn dus mensen die de kleine en onophoudelijke conflicten beu zijn en die weten, denken of alleen maar vermoeden dat het Westen zich met heel andere problemen bezighoudt, dat de nationale conflicten in het Westen een rumoerige echo uit het verleden zijn, niet meer dan gepruttel in het heden; dat in het Westen een Europese gedachte geboren is die binnen afzienbare tijd en niet zonder slag of stoot tot een wereldgedachte zal uitgroeien. Deze joden geven er de voorkeur aan te leven in landen waar de rassenproblematiek en de nationaliteitenkwesties alleen nog kunnen rekenen op de belangstelling van de schreeuwers en zelfs de hooggeplaatsten onder de bevolking die niet vooruitstrevend zijn en zwemen naar bloed, domheid en verderf, in landen waar ondanks alles enkele progressieve geesten al naar oplossingen zoeken voor de grote vraagstukken van de toekomst.



(Deze emigranten komen voor alle duidelijkheid uit de Russische grenslanden, niet uit Rusland).’



39. ‘Er zijn niet langer grenzen die bescherming bieden tegen vermenging. Daarom draagt elke jood grenzen rondom zichzelf. Het zou jammer zijn die op te geven. Want al is de nood nog zo hoog, er wacht de joden een heerlijke toekomst. De ogenschijnlijke lafheid van de jood die niet reageert op het stenen gooien van de spelende jongen en die de beledigingen niet wil horen, is in werkelijkheid de trots van een man die weet dat hij ooit zal overwinnen, dat hem niets kan gebeuren als God dat niet wil en dat zijn afweer hem nooit zo wonderbaarlijk goed beschermt als de wil van God dat doet. Heeft hij zich niet al met veel plezier laten verbranden? Wat kan een kiezel of het speeksel van een dolle hond hem maken? De verachting van de Oost-Europese jood voor de ongelovige is duizendmaal sterker dan de verachting die hem zou kunnen treffen. ‘



43. ‘Wie zoveel heeft meegemaakt als de rabbi, hoeft aan niets meer te twijfelen. Het stadium van de kennis heeft hij al achter zich gelaten. De cirkel is rond. De mens vindt zijn geloof terug. De hoogmoedige wetenschap van de chirurg heeft de dood van de patiënt tot gevolg en de onbetekenende wijsheid van de fysicus de fout van zijn leerling. Men gelooft niet langer iemand die veel weet. Men gelooft iemand die gelooft.’




Joseph Roth, De honderd dagen. 

1 april 2022


Joseph Roth, De honderd dagen.



uitg Veen Klassiek 2021



11. ‘Overal op aarde kende men de naam van de keizer – maar weinigen wisten wie hij was. Want als een ware koning was ook hij eenzaam. Hij werd geliefd en gehaat, gevreesd en geacht en zelden doorgrond. Men kon hem alleen haten, liefhebben, vrezen, aanbidden, alsof hij een god was. En hij was een mens.



Zelf haatte, beminde, vreesde en vereerde hij. Hij was sterk en zwak, vermetel en moedeloos, trouw en verraderlijk, hartstochtelijk en onverschillig, hoogmoedig en bescheiden, trots en nederig, gewelddadig en armzalig, trouwhartig en wantrouwig.’



15. ‘Het lied adelde de overwinning en bedekte ook de verloren veldslagen nog met een glans. Het behelsde de triomf en ook zijn broer, de dood. Het behelsde de wanhoop en het optimisme. Eenieder die de Marseillaise neuriet, wordt de machtige kameraad en vriend van de velen wier lied het is. En wie het samen met veel anderen aanheft, voelt zijn eeuwige eenzaamheid, ook al is hij te midden van velen. Want de Marseillaise verkondigt de triomf en de ondergang, de verbondenheid met de wereld en de verlatenheid van ieder individu, de bedrieglijke macht en de zekere onmacht van de mens, het is het zingende leven en de zingende dood. Het is het lied van het volk van Frankrijk.’


Julian Barnes, De man in de rode mantel.

1 april 2022


Julian Barnes, De man in de rode mantel .
uitg. Atlas Contact 2021





123. ’ Een dandy heeft de ogen van anderen nodig, zoals een groot spreker de oren van anderen nodig heeft.’



202. ’ ‘Ik weet zeker dat voor velen de benaming geneesheer en zelfs gynaecoloog inmiddels synoniem is aan chirurg.’ Een operatie moet een allerlaatste, onvermijdelijke behandeling zijn, in plaats van een automatisme om een acuut probleem te lijf te gaan. ‘Want er is ook nog de kwestie van het geweten voor ieder van ons die over leven en dood van een ander mens beschikt – geweten moet het eerste kenmerk zijn van een arts, vooral van een arts die een mes hanteert.’



300. ‘Het is een vreemd gevoel – meer vreemd ook dan pijnlijk – om plotseling tot het besef te komen, bruusk en zonder enige waarschuwing, haast zonder dat je het hebt zien aankomen, dat je leven voorbij is. Je bent er nog wel, al dan niet in staat van verval, en je houdt nog vol, je vermogens zijn nog intact, maar je past niet meer bij de waan van de dag; je bent in onbruik geraakt, vervreemd van de eigentijdse beschaving waar je ooit leidend in was, maar die je in haar huidige uitingen niet meer schokt of verwondt omdat ze leeg en futiel lijkt. Een ondoordringbare barrière scheidt je nu van artistieke concepten zoals die van Picasso, de Tsjecho-Slowaakse estheten of de Art nègre, en dat is geen prettige manier om je modieus te voelen.’ 



324. ‘De Engelsen (meer dan de Britten) hebben zich er te vaak zelfgenoegzaam op laten voorstaan eilandbewoners te zijn, niet benieuwd te zijn naar ‘de ander’, de voorkeur te geven aan de gemakzuchtige grap en de loze laster. Zo vergeleek de zittende minister van Buitenlandse Zaken tijdens het congres van de Conservatieve Partij in 2018 de Europese Unie onomwonden met de Sovjet-Unie. De Baltische staten waren er, zoals ook andere landen die tientallen jaren onder het Sovjet-juk hadden gezucht, niet van onder de indruk. Anderzijds had de vorige minister van Buitenlandse Zaken, tijdens de Brexit-campagne, de ambities van de EU voor Europa nog met die van Hitler vergeleken. Ook hier is deze uitspraak van Barbey d’Aurevilly van toepassing: ‘Engeland, het slachtoffer van zijn eigen geschiedenis, is na een stap naar de toekomst te hebben gezet, thans weer in zijn verleden weggekropen.’



‘Er zijn vele redenen om verbijsterd te zijn over de huidige Engelse (niet Britse – Engelse) houding ten aanzien van Europa. Ik ben de zoon van taaldocenten, die beiden zeer verdrietig zouden zijn geweest over de teloorgang die het leren van en lesgeven in moderne vreemde talen in de periode na hun dood heeft beleefd. ‘Ach, ze spreken allemaal Engels tegenwoordig,’ is een vaak gehoorde dooddoener. Maar zoals elke taaldocent of -student weet, staat het begrijpen van een vreemde taal gelijk aan het begrijpen van degene die haar spreekt, en bovendien van de manier waarop ze jouw land zien en begrijpen. Het prikkelt de verbeelding. Dus begrijpen we anderen nu minder goed, terwijl zij ons steeds beter blijven begrijpen. Weer zo’n ellendig stukje zelfgekozen isolement.’


Jan Aertsen, ’t Is ook maar doodgaan

23 februari 2022


‘Toen ik terug naar huis stapte, nadat de noodzaak om dit verhaal te vertellen zich met onweerstaanbare kracht aan mij had opgedrongen, zag ik ineens mijn schaduw voor mij. Hij is sinds die tijd niet meer van mij geweken, deze schaduw, hij hing bij dag en bij nacht over al mijn gedachten, misschien ligt zijn donkere vorm ook wel op veel bladzijden van dit boek. Maar geen enkele schaduw heeft levenskans als er niet tegelijk voldoende licht is. Alleen wie licht en donker, vrede en oorlog, welstand en gebrek, hoogtes en dieptes heeft meegemaakt, alleen die heeft waarachtig geleefd.’



Een interessante familiegeschiedenis uit de Noorderkempen.







https://m.gva.be/cnt/dmf20220117_96072965



https://www.janaertsen.be


Koen Peeters, De minzamen.

23 februari 2022


Uitg De Bezige Bij 2021



175. In deze periode schrijft hij in een wetenschappelijk artikel over de dood bij de Yaka. Hij heeft in Kwango verschillende mensen zien sterven. Hij observeerde: de dood zelf is voor de Yaka iets kleins, zeer persoonlijk, discreet af te werken met de partner, de kinderen, misschien een broer of zus. De doodstrijd, en zelfs het morbide ervan, blijken achteraf slechts een detail.



Zoals Remi het beschrijft, klinkt dit zeer onthecht. Dat kan hij als geen ander: iets intiems, elders in de wereld, bespreken als algemeen en vreemd, terwijl het toch zeer persoonlijk appelleert. Het finale afscheid bij de Yaka gebeurt, zo lees ik, zonder grote woorden, omdat de herinnering belangrijker is dan de ervaring zelf. De laatste gedachten, de fysieke beelden van de zieke zullen verdwijnen.



Dan staat er dit: ‘Maar de overledene blijft verschijnen in het gebeente van zijn kinderen en in zijn woorden, vaak opgeroepen, gewikt en gewogen in de feiten van vandaag.’


Lees verder »

Chris Kraus, De fabriek van klootzakken. 

15 februari 2022


uitgeverij Signatuur 2021





https://deleesclubvanalles.nl/recensie/de-fabriek-van-klootzakken/



77. Mijn broer was in de eerste plaats een idealist, het tegendeel van parelmossels zoals Ev of ik. Zijn eigen carrière vond hij niet zo be- langrijk, hij wilde helpen de wereld te redden, zoals dat in een domineesgezin gebruikelijk is. Zijn koppigheid, die van Großpaping op hem was overgegaan, veranderde in fanatisme. Hij raakte al snel bezield door een missie waarbij zijn onbuigzaamheid van pas kwam. Getob, weifelmoedigheid, gebrek aan besluitvaardigheid, dat waren altijd míjn talenten geweest, niet de zijne. In zijn geloof in iets wat absurd goed was, wat nergens in de Beweging zichtbaar was behalve in onze eigen dronkenschap, nam hij plaats aan Erhards zijde, en ik moest verbaasd vaststellen dat mijn even briljante als buitengewone broer er genoegen mee nam tweede te zijn, terwijl het toch aan mij was om tweede te zijn.



348. Vijf maanden later, op een dag in maart, in de smurrie van de smeltende sneeuw, bij het knersen en kraken van de ijsschotsen op de Düna en onder de permanent grijze lucht van het noorden, brachten ze me naar Moskou, leverden me af in de Loebjanka en begonnen me te bespotten, vernederen en martelen, vele maanden lang.



En ik begon te beseffen waarom de mens van de mens houdt, want dat moet hij namelijk omdat dat voor ieder individu de enige hoop is om ondanks alles een mens te blijven.



748. Jeugd is immers altijd de naaktheid zelve, iets waar je dwars doorheen kunt kijken, terwijl geen mensenoog door de ouderdom heen kan dringen.


Gedichtendag 2022

27 januari 2022


De stad is overstelpt door plekken die 



je mij ontnam. Vol gemeenschappelijke 



voetstappen, vol gemeenschappelijk lachen. 



Zij werden door dromen beschut en desnoods 



greep de liefde naar het geweer om hen te beschermen. 



Vertel mijn benen hoe zij moeten 



ontlopen wat hun toebehoorde. 



Vertel het hun. Zij willen niet geloven 



dat de theaters zijn afgebrand, in de restaurants 



de pest is uitgebroken, de terrassen in de lucht 



zijn opgegaan, de hotels werden gesloten, 



de binnenplaats is afgebroken. 



Zoals ik door het buigen van mijn hoofd 



aan de regen denk te ontkomen, 



zal ik vergeten wat mij is ontnomen. 



© 1991, The estate of Eddy Van VlietUit: Verzamelde gedichten, De toekomstige dief. Uitgever: De Bezige Bij, Amsterdam, 2007


Mark Elchardus, Reset. Over identiteit, gemeenschap en democratie.

2 januari 2022


Mark Elchardus, Reset. Over identiteit, gemeenschap en democratie.



uitg. Ertsberg 2021



https://humanistischverbond.be/kritisch-lezen/543/reset-over-identiteit-gemeenschap-en-democratie/



‘Ik heb geaarzeld om dit boek te schrijven. Ik verwachtte dat ik er een aantal vrienden door zou verliezen. Uiteindelijk begon ik er op een min of meer regelmatige wijze aan te werken in oktober 2019 en heb het afgerond in mei 2021. Een dracht van twintig maanden, waarvan zeventien in coronatijden. Het virus heeft flink geholpen om me aan de werktafel te houden en elke dag voldoende uren aan het boek te besteden.



Tijdens het schrijven van een boek neem je onvermijdelijk afstand van opvattingen die je ooit koesterde, maar die inmiddels ontoereikend blijken. Je slaat nieuwe paden in, zonder vooraf goed te weten waar ze uiteindelijk naartoe leiden. Je doet dat, steeds vergezeld van de mensen die je in je draagt, die je mede gevormd hebben, je inspireren.’



Zelf vind ik het Reset-boek van Mark Elchardus een zeldzame uiting van moed en eerlijkheid bij het onderzoeken van eigen standpunten uit het verleden in een wijzigende wereldorde. 



Initieel uitgewerkt als een vlot lezende cursus politieke geschiedenis met filosofische fundering wordt het derde grote deel een indrukwekkende zoektocht naar migratie, woke, loterij-democratie, juristocratie en mogelijke oplossingen voor toenemende EU-problemen. 



Uiteraard vind ik dat een deel van de gesuggereerde oplossingen teveel neigt naar overheersende en solidaire groepsdruk die ik eerder als verstikkend en verstijvend herken.



Maar wat een moed, breed uitgewerkte vakkennis heeft de auteur aan de dag gelegd om tegen de stroom in te roeien.



384. ‘Een belangrijke oorzaak van recente humanitaire rampen is een teveel aan wat Max Weber Gesinnungsethik noemde – het handelen op basis van morele overtuigingen en attitude – gekoppeld aan een schromelijk tekort aan Verantwortungsethik, dat is de bereidheid en de bekwaamheid op een realistische wijze rekening te houden met de gevolgen van het eigen handelen. Dat geldt voor de inmenging in de interne aangelegenheden van soevereine landen. Dat geldt eveneens voor het bloedspel rond migratie. Ofwel open je de grenzen, ofwel hou je illegale migratie tegen, maar je laat geen mensen verdrinken om je gezindheid te plezieren.’



464. ‘We zijn ook getuige van een aanval op onze fysieke omgeving. Een groot aantal cultuurproducten, boeken, schilderijen, beelden… die ons mede gevormd hebben, die ons tot voorbeeld strekten of waartegen we ons hebben afgezet, worden incompatibel geacht met hedendaagse normen en in het licht daarvan verwijderd. We zien nog geen brandstapels boeken in de straten, maar waarschijnlijk zijn er weinig periodes in de recente geschiedenis waarin zoveel ‘boeken uit de rekken worden gehaald’. De nieuwe ‘boekverbranders’ menen ondanks hun intellectuele oppervlakkigheid, of misschien precies ten gevolge daarvan, in het bezit te zijn van een absolute waarheid die het vernielen van de sporen van andere opvattingen wettigt.



De sporen van ons verleden vormen geen inventaris van wat goed en slecht is. Zij vertellen gewoon wat onze voorouders ooit mooi, gedenkwaardig, lovenswaardig, belangrijk of misschien gewoon politiek strategisch achtten. Vertederend soms, irritant soms, confronterend bij wijlen. Koen Lemmens, die een mooi en wijs boek schreef over hoe we kunnen omgaan met de sporen van ons verleden, merkt terecht en droogjes op dat die sporen spreken over het verleden, niet over de toekomst.


Lees verder »

Willem Elsschot, Tsjip/De leeuwentemmer 

29 december 2021


Willem Elsschot, Tsjip/De leeuwentemmer 



uitg. Querido 1934 – 1940 



https://www.dbnl.org/tekst/anbe001lexi01_01/lvlw00174.php



https://www.dbnl.org/tekst/_vla016200001_01/_vla016200001_01_0044.php



https://www.dbnl.org/tekst/_vla016199601_01/_vla016199601_01_0083.php





78. ‘Zie je wel, jongen, dat er nog goede dagen komen? Laat ze allen trouwen. Laat ze alles meenemen. Als zij maar kinderen verwekken die je verkleumd hart zullen opwarmen.’



Daar klinkt gejuich als op een voetbalmatch en ik zie Walter die met iets wits op de arm triomfantelijk naar de anderen toegaat. Ik voel het bloed naar mijn hart stromen. Vader en moeder zijn verzwonden. 



Halleluja! mijn Verlosser is gekomen. Hij zal mij met mijzelf verzoenen en mij genezen van al mijn kwalen. Door hem zal ik wedervinden waar ik radeloos naar zoek in het zand. 




Lees verder »

« Vorige berichten