Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Peter Venmans, Discretie – Essay over een vergeten deugd

1 juli 2019

Peter Venmans Discretie – Essay over een vergeten deugd

Uitgeverij Atlas Contact 2019

Sinds zijn ‘Het derde deel van de ziel. Over thymos’ heeft Peter Venmans mij met ieder boek gegrepen door zijn origineel en helder betoog waarbij hij steevast vertrekt van een filosofische en sociale cultuur uit een ver verleden. Vaak gebruikt hij originele invalshoeken van oude meesters waardoor hij ons leert kijken naar fenomenen die vandaag van het grootste belang zijn en veel beter kunnen begrepen worden in het zeer oude licht van zijn heldere inzichten.

Zeker op Peter Venmans en zijn fascinerend filosofisch werk is het mooie citaat van Dante Alighieri uit de Divina Commedia van toepassing: 

  ‘... als één die in de nacht op weg is, met op zijn rug een lamp die hem niet baat, maar wel het inzicht schenkt aan wie hem volgen.’

Hij gaat grondig in op de kwestie van de parrèsia in vergelijking met de galanterie en de terughoudendheid in het vrank spreken. 

‘Discretie – Essay over een vergeten deugd’ is een prachtig handboek voor menselijke omgangsvormen, zeker op de internetscène van vandaag waar we met z’n allen vrijwel naakt onze dansjes doen voor een digitale arena van toeschouwers

184. ‘Als de redenering van Lasch klopt en wij zijn met zijn allen onder de druk van de tirannie van de intimiteit meer narcistisch geworden, ziet het er niet goed uit voor de discretie. Een narcist is niet meer in staat om zich discreet te gedragen. Hij ondervindt de dwang om altijd in het openbaar te verschijnen en bewonderd te worden. Dat is de paradox van de narcist: enerzijds waant hij zich almachtig en heeft hij het gevoel dat hij alles kan, omdat de wereld geen weerstand meer biedt; anderzijds is hij juist afhankelijk van de erkenning door anderen en kan hij niet zonder applaus leven. (Het is vrijwel onmogelijk om hierbij niet aan de persoonlijkheidsstructuur van Trump te denken.) Discretie veronderstelt dan weer dat men zich kan losmaken van de almachtsfantasie van het ik. Wie discreet is, laat de illusie van absolute soevereiniteit varen maar kiest wel autonoom voor zelfbeheersing, respect en geciviliseerde vormen van altruïsme.’

‘Het hart houdt zijn rijkdommen in leven door een constante strijd die zich in zijn verborgenheid, en bij gratie van die verborgenheid voltrekt.

– Hannah Arendt’

207. ‘De situatie is dus paradoxaal. Enerzijds moet je in de wereld verschijnen om een volwaardige mens te kunnen worden, anderzijds verlies je bij dat verschijnen juist je soevereiniteit en word je kwetsbaar. De wereld is voor de mens een noodzakelijke maar tevens onveilige plek. Je moet je vertonen maar dat vertoon is risicovol. Hoe nu om te gaan met deze paradox? Hoe kunnen we ons beschermen tegen de wereld maar ons ook weer niet zo hermetisch afschermen dat we daardoor onze menselijkheid verliezen? De meest voor de hand liggende oplossing is dat we ons regelmatig even terugtrekken in de privésfeer om daar rust en veiligheid te vinden. Onvoorwaardelijk engagement in de wereld noch een totale terugplooiing op het zelf is mogelijk of wenselijk. Daarom is er discretie nodig: omdat we niet geheel van de wereld en niet geheel van onszelf zijn. En omdat we dat van elkaar weten.’

212. ‘Vriendschap betekent dus niet dat we met elkaar versmelten, ook niet dat we grote, passionele gevoelens voor elkaar koesteren of dat we er dezelfde ideeën op na houden. We hoeven ook niet naar eensgezindheid te streven. Consensus is namelijk geen voorwaarde voor pluraliteit maar veeleer een bedreiging ervan: waar iedereen het met elkaar eens is, heeft het samenleven zijn vitaliteit verloren. Pluraliteit bestaat immers uit een veelheid aan meningen en perspectieven.’

Joseph Roth, Charleston op de vulkaan. Reportages uit Albanië en Italië.

28 juni 2019

Joseph Roth – Charleston op de vulkaan. Reportages uit Albanië en Italië.

Uit het Duits vertaald en van een nawoord voorzien door Els Snick. Met voorwoord van Piet de Moor en illustraties van Koenraad Tinel. Bas Lubberhuizen, Amsterdam.

‘Het licht mag dan uit het Oosten komen, daglicht vind je alleen in het Westen.’ (Joseph Roth, Spoken in Moskou. Reportages en brieven uit Rusland)

‘Als je consequent sceptisch denkt, kom je tot de overtuiging dat goede politie beter is dan gastvrijheid.’


149. ‘Fascisten marcheren met muziek door de straten. Een hoop in burger geklede mensen loopt aan de kant van de stoet en erachteraan mee. Dat zijn nou de typische vrijwillige manschappen die in alle landen marcherende troepen begeleiden. Dat is de welbekende, vrijwillig bevleugelde pas van de ‘meelopers’, die geen overtuiging maar een soort muzikaliteit in de benen hebben. Maar omdat op hun gezicht niets anders te lezen is dan een zekere ontroering, die ontstaat door de combinatie van starre en lege blikken met ritmisch schuddende wangen en doet denken aan massageestdrift, kan de filmreporter die daar op een ton staat te draaien een prachtige, voor het Messter-journaal* geschikte opname maken die onder de titel ‘Triomftocht van het Fascisme’ in alle bioscopen van kredietverstrekker Amerika te zien is.’

166. ‘Hoezo een slechte journalist?’ – ‘Omdat iemand die een gecensureerde krant verdedigt, geen goede journalist kan zijn.’ – ‘Maar censuur was toch noodzakelijk en ethisch?’ – Onmogelijk om tegen een zo jeugdig alalà-optimisme op te tornen. – Als ze ethisch is, heb je de krant toch niet nodig! zei ik – Nee, vond hij, censuur en krant vullen elkaar aan. – Dat is wellicht hoe de nieuwe generatie Italiaanse journalisten er ongeveer zal uitzien. Het schijnt dat de Italiaanse perswet wel goedgelovige schrijvers kan voortbrengen. Maar we hebben vroeger ervaren: hoe volgzamer de journalist, hoe kritischer de lezer. En zolang niet alleen het schrijven, maar ook het lezen niet onafhankelijk gemaakt wordt van lidmaatschap van een fascistische lezersvakbond, kan de fascistische pers de ware openbare mening niet representeren.’

.

Manon Uphoff, ‘Vallen is als vliegen’

28 juni 2019

Manon Uphoff, ‘Vallen is als vliegen’ uitg. Querido 2019

Een indrukwekkende roman over het incestverleden en hoe de auteur er zich aan weet te ontworstelen.

 

’Terreur is een geruisloos ding dat op schuifelvoeten komt. Het vraagt niets, verbergt niets. Is volledig in overeenstemming met zichzelf.

Het mythologische wezen de minotaurus heeft de kop van een stier en het lichaam van een man. Zijn moeder voedt hem met mensenvlees en als hij te gevaarlijk is geworden wordt hij opgesloten in een labyrint. Af en toe wordt er een kind het labyrint in gedreven om zijn honger te stillen. In Vallen is als vliegenkiest Manon Uphoff een literaire benadering om het autobiografische gegeven van seksueel misbruik binnen het gezin te beschrijven.

Ook verscheen nu Karin Bloemen ‘Mijn ware verhaal’ over dezelfde ellende.

 

Ode aan een huiskat, Miro 2004 – juni 2019

28 juni 2019

Ode aan een huiskat, Miro 2004 – juni 2019

Tristan und Isolde, Handlung in drei Aufzügen – Richard Wagner – mei 2019 De Munt Brussel 

20 mei 2019

Tristan und Isolde, Handlung in drei Aufzügen – Richard Wagner – mei 2019 De Munt Brussel 

Voor mij een beklijvende belevenis door de fenomenale regie, decor en belichting van een dramatisch erg statische ‘handeling’ waardoor ik zelfs de muziek leek te begrijpen. 

Ralf Pleger slaagde erin niet alleen de duetten maar ook de monologen ruim vier uur lang spannend te houden dank zij een indrukwekkend beeldtheater. En een schitterende uitvoering onder leiding van Alain Altinoglu.

 

‘Sinds we hebben ontdekt dat de aarde bol is en als een wilde tol ronddraait

hebben we begrepen dat de werkelijkheid niet is zoals ze ons toeschijnt.’

‘Hier, aan de rand van wat we weten, in contact met de oceaan van het het onbekende,

schitteren het geheim en de schoonheid van de wereld. En het is adembenemend. ‘

Carlo Rovelli, Zeven korte beschouwingen over natuurkunde (2014)

 


Wagners ware ‘Opus Metaphysicum’ -  Hans-Joachim Hinrichsen

Van het begin af aan dwingt de partituur van Tristan und Isolde bewondering af; het werk geldt  nog steeds als de grondslag van het muzikale modernisme. De harmonisch onstabiele chromatische polyfonie ervan is zelfs vaak beschouwd als de opmaat voor het uiteindelijke pr?sgeven van de tonaliteit, al is dat zeker niet het geval. Zonder een tonale basis, die echter constant en razendsnel fluctueert,  zou het stuk niet werken. Want het beroemde ‘Tristan-akkoord’, dat slechts volledig tot zijn recht komt binnen de tonaliteit‚ is juist een cruciaal moment waarin de essentie van het stuk duidelijk wordt: deze ongemeen karakteristieke en telkens weer meteen herkenbare leidmotivische dissonantie — die meteen ook het allereerste akkoord in de partituur vormt — wordt nergens in het drama in echte consonantie opgelost, totdat pas helemaal aan het einde de oplossing plaatsvindt in het overweldigend mooie slotakkoord – dat Richard Strauss ooit het mooist geïnstrumenteerde B-groot-akkoord van de hele muziekgeschiedenís noemde. Hier kan alleen de muziek de boodschap geven (namelijk de zekerheid van de voltrokken transfiguratie) die de woorden of de handeling alleen niet kunnen uitdrukken. Aan het slot, bij het vallen van doek, zijn op het toneel immers nog slechts de ontzielde lichamen van de protagonisten aanwezig – en doden z?n nu eenmaal niet meer in staat tot het uitdrukken van grote emoties… 

Is Tristan und Isolde daarom, zoals vaak wordt beweerd, daadwerkelijk de apotheose van de compromisloze liefde, die aan elke druk weerstand bied? Een liefde, die aan elke externe druk weerstand biedt? Een liefde die weliswaar in het leven stukloopt, maar die dan toch in een romantische liefdesdood prachtig in vervulling gaat? Een liefde die door haar vervulling de mens noodzakelijk boven zichzelf doet uitstijgen en de transcendentie doet bereiken? Laten we niet uit het oog verliezen dat het lezen van Schopenhauer De wereld als wil en voorstelling niet alleen Wagners muziekesthetiek heeft verdiept, maar ook zijn kijk op de wereld en de mens heeft veranderd. Het is tot op vandaag nog omstreden of dit van invloed was op het compositieproces van Der Ring des Nibelungen, dat Wagner onderbrak voor het schrijven van Tristan und Isolde. In elk geval lijkt het Tristan-drama werkelijk een sleutelwerk te zijn. De metafysica die Schopenhauer in zijn magnum opus ontwerpt, deelt de wereld op in de sfeer van zichtbare fenomenen (de ‘voorstellingen’, waar we in ons dagelijks leven mee te maken hebben) en die van de onzichtbare, niet rechtstreeks te ervaren eenheidsgrond (de ‘wil’), waartegenover elke individualiteit en alle vermeende werkelijkheid niets dan pijn, lijden en eenzaamheid betekent, en waarnaar, aldus Schopenhauer elk individu onbewust hunkert, omdat alleen daar de bevrijding van zijn dagelijkse kwellingen te vinden is. Volgens Schopenhauer kan men deze verlossing deels vinden in grote kunst, maar kan de volledige verlossing pas bereikt worden in het ideaal van een ascetisch, van de wereld afgekeurd bestaan. Voor Wagner, die sterk bepaald was door de invloed van Feuerbach maar toch ook erg onder de indruk was van Schopenhauers zienswijze, lage de verborgen eenheidsgrond in de Eros – en dus in de liefde, waarin de minnaars hun individualiteit opgeven en totaal in de ander opgaan.  Waar liefdeverlangen en seksualiteit voor Schopenhauer een zoveelste bron van dagelijks lijden zijn, beschouwt Wagner ze als het belangrijkste middel om dit lijden juist te overwinnen: door letterlijk elke individualiteit, elk gezond vertand, elk greintje persoonlijkheid los te laten. “Maak me van de wereld los” zingen Tristan en Isolde tijdens de liefdenacht in het tweede bedrijf. Dit idee, dat eigenlijk juist het tegengestelde van ascese inhield, schetste Wagner in een brief aan Schopenhauer, die hij echter nooit verstuurde. Wat zou Schopenhauer daar trouwens op geantwoord hebben?

Dit is de achtergrond van de ‘handeling’ van Tristan und Isolde, die uitmondt in een merkwaardige synthese van liefde, nacht en dood. Deze metafysische opdeling van de wereld vinden we ook hier terug, maar in plaats van ‘voorstelling’ en ‘wil’ noemt Wagner die ‘dag’ en ‘nacht’. Bij hun weerzien ervaren de twee hoofdpersonages hun overrompelende liefde niet alleen als iets onhaalbaar, maar in het heldere daglicht van de vijandige realiteit ook als een kwelling. Pas door – meteen al in het eerste bedrijf – samen de vermeende gifdrank te drinken, worden ze vrij om helemaal op te gaan in een ‘gezamenlijke versmelting’ die alleen in het metafysische rijk van de ‘nacht’ – dus van de dood – te vinden is. 

‘To see a World in a Grain of Sand

And a Heaven in a Wild Flower

Hold Infinity in the palm of your hand

And Eternity in an hour.’

 William Blake, Auguries of Innocence. 

‘Als niets ons redt van de dood, moge de liefde ons dan tenminste redden van het leven.’   Pablo Neruda

Ahmet Altan, Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis.

11 mei 2019

Ahmet Altan, Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis.

Uitg. De Bezige Bij, 2019

Toen op een vroege ochtend in de zomer van 2016 werd aangebeld bij de Turkse journalist en schrijver Ahmet Altan wist hij meteen dat de politie voor de deur stond. Hij en zijn broer Mehmet werden gearresteerd in de nasleep van de mislukte staatsgreep in Turkije. De verdenking: verspreiding van verborgen boodschappen ter aanmoediging van de coupplegers. Begin 2018 werd Altan veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. De rest van zijn leven zal hij drieëntwintig uur per dag doorbrengen in eenzame opsluiting. 

In Ik zal de wereld nooit meer zien beschrijft Altan op urgente wijze de politieke situatie in Turkije en zijn leven in de gevangenis. Hij overstijgt daarmee zijn eigen tragedie en schrijft indrukwekkend over universele thema’s als vrijheid en het verloop van de tijd, die in een ander licht komen te staan als je weet dat je voor altijd opgesloten zit. Vanuit zijn cel kan Altan nog maar één ding doen: een verhaal vertellen dat zijn lezers niet meer loslaat. Ik zal de wereld nooit meer zien is een oprecht en belangrijk verhaal voor iedereen die gelooft in de kracht van het woord.


Deze ‘Aantekeningen uit de gevangenis’ van Ahmet Altan zullen de lezer mooier, langer en sterker bijblijven dan ‘Aantekeningen uit het ondergrondse‘ van F.M. Dostojevski. Omwille van de korte gestileerde stukjes want ieder hoofdstuk diende uit Erdogans gevangenissen gesmokkeld te worden, omwille van de minutieus belichte kracht van het bevrijdend schrijven, omwille van ontroerende scènes zoals het leven in de cel tussen vaderlandslievende kolonels en magistraten op weg naar psychiatrische begeleiding, omwille van het samen bidden van de ongelovige schrijver met de islamleraar wiens dochter van twintig – met het aangezicht van Rafaels Sixtijnse Madonna – dan toch werd vrijgelaten, omwille van de lectuur van Augustinus en Thomas van Aquino, omwille van ontbrekende spiegels, een rechtgelovige radiologe met hoofddoek die zich zonder aangezicht robotiseert in het ziekenhuis, psychiaters die hun patiënten met knellende handboeien behandelen, magistraten en rechters die in de gevangenis zichzelf reddeloos bevragen….

De gelijkenis met de slachtoffers van Stalins zuiveringen is groot wegens in Erdogans inquisitie-kerkers veel mensen die dachten in de traditie van hun ouders en grootouders in dienst van de seculiere Turkse staat te hebben geleefd en gewerkt. Maar dat bleek dan een generatielange illusie.

Maar het verbluffendste en tegelijk het meest serene van Altans ‘Aantekeningen uit de gevangenis’ behandelt de kracht van het schrijven, het bevrijdende woord, de intuïtie van de romankunst.

‘Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis’ is een ode aan de ongebreidelde kracht van de verbeelding als wezenlijk voor menselijke waardigheid die dwars door muren gaat, ook door de muren van de tijd.

Lees verder »

Jan Brokken, De rechtvaardigen, Hoe een Nederlandse consul duizenden joden redde.

9 mei 2019

Jan Brokken, De rechtvaardigen, Hoe een Nederlandse consul duizenden joden redde.

uitg. Atlas-Contact 2018

Een indringend onderzoek van Jan Brokken naar de geschiedenis van dappere diplomaten en de duizenden Joden die zij naar Azië lieten vluchten via Litouwen.

Paul van der Steen schreef in Trouw op



Uitbrander





Wrang is het gebrek aan waardering waarmee de doorslaggevende diplomaten na de oorlog te maken krijgen. Naar een Nederlandse onderscheiding kon hij na de oorlog fluiten. In plaats daarvan kreeg hij een berisping, omdat hij niet volgens de regels had gehandeld. Dochter Edith: “Die onderscheiding kon hem niks schelen. Maar dat hij een uitbrander kreeg, vond hij vervelend.” Of zoals hij het zelf tijdens een naoorlogs verhoor verwoordde: “Als je niets doet, maak je ook geen fouten.”


Yad Vashem wees een aanvraag voor een Israëlische onderscheiding als Rechtvaardige onder de Volkeren tot twee keer toe af, één keer voor en één keer na Zwartendijks dood. In 1997 kwam de erkenning alsnog. Tijdens de bijbehorende ceremonie in de Amsterdamse Beurs van Berlage liet geen bewindsman of hoge ambtenaar van het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken zich zien.


Wat ook aan Zwartendijk knaagde, was dat geen van de overlevenden zich na de oorlog bij hem meldde. Ze worstelden met hun eigen verleden en waren druk met het opnieuw oppakken van hun levens. Na twintig jaar kreeg de consul een beetje duidelijkheid, toen hij hoorde van drie overlevenden. Aanvankelijk reageerde Zwartendijk verheugd, maar toen sloeg de stemming om. Dat duizenden niets van zich lieten horen, moest wel betekenen dat zij het niet hadden gered. Een in september 1976 vervaardigd verslag van een rabbijn in Japan maakte duidelijk dat het anders was: 95 procent van de Joden aan wie Zwartendijk een visum verschafte, overleefde de oorlog. De oud-diplomaat heeft het niet meer geweten. Hij overleed een week voor het bericht Nederland bereikte.




 

765. Op 29 oktober 1997 verstuurde de directie de brief met erkenning. 

‘Het doet ons werkelijk genoegen dat we deze zaak tot een goed einde hebben kunnen brengen,’ schreef dr. Mordecai Paldiel aan de kinderen Zwartendijk. Maar hij was de enige die echt tevreden en gelukkig was over de wijze waarop dat was gegaan. 

Geen Nederlandse minister of staatssecretaris was aanwezig bij de uitreiking van de medaille, het getuigschrift en de oorkonde van Yad Vashem in de Beurs van Berlage in Amsterdam. Ook de secretarisgeneraal van het ministerie van Buitenlandse Zaken liet verstek gaan. 

Bij nader inzien bleek de werkelijke eer — tenminste, dat wat je je voorstelt bij eer en erkenning — een jaar eerder te zijn gekomen, in een brief uit het Witte Huis in Washington. Geschreven en ondertekend door de president Van de Verenigde Staten. Ter gelegenheid van een door Ronnie Gray georganiseerde charity dinner schreef Bill Clinton: 

At a time in human history when too many people turned their heads and looked away‚ Jan Zwartendijk showed the world the power of compassion in the face of injustice. The courage he demonstrated as Dutch Consul in Kovno‚ Lithuania‚ during World War II serves as an example of moral integrity and selflessness that continues to inspire all of us today. He filled desperate lives with hope during a period of great darkness‚ and his actions will remain a beacon of At a time in human history when too many people turned their heads and looked away, Jan Zwartendijk showed the world the power of compassion in the face of injustice. The courage he demonstrated as Dutch Consul in Kovno‚ Lithuania‚ during World War II serves as an example of moral integrity and selfiessness that continues to inspire all of us today. He filled desperate lives with hope during a period of great darkness‚ and his actions will remain a beacon of decency and righteousness for generations to come. I join you in paying tribute to the memory of this great man. 

Ik vond de brief in een boek dat Jan Zwartendijk aan Rob had gestuurd. Het zat mooi in een plastic mapje. Een simpel briefhoofd in blauwe letters: The Whìte House. 

De toevoeging van hun vader aan de erelijst op de muur der Rechtvaardigen onder de Volkeren gaf de kinderen Zwartendijk voldoening. Alle drie reisden ze in 1998 naar Jeruzalem (ook al kostte het Jan door de trombose veel pijn en moeite), alle drie waren ze onder de indruk van de ceremonie, ook al zouden ze nooit vergeten dat de eerbewijzen voor hun vader eenentwintig jaar te laat waren gekomen en voor hun moeder zeventien jaar te laat. 

De erkenning in Litouwen ging ook moeizaam.

Jan Brokken, De kozakkentuin.

9 mei 2019

Jan Brokken, De kozakkentuin.

Uitg. Atlas-Contact 2015

29. ‘Onder jongelui heerste in die jaren veertig een radicale weerzin tegen de bestaande orde. Volgens ons was die gedoemd te verdwijnen. We lieten ons meeslepen door de utopische dromen die in West-Europa de boventoon voerden en verbeeldden ons dat we geroepen waren het hele maatschappelijke leven te herscheppen. 

Twintig jaar later, toen we onze wilde haren kwijt waren en een bedaagde baard hadden laten groeien, konden we ons bijna niet meer voorstellen dat we in die ideeën hadden geloofd en zwoeren we bij de heerschappij van de tsaar. Dat was toen trouwens een duizendmaal schappelijker monarch dan de bullebak door wie Dostojevski voor het vuurpeloton was gesleept. 

Van mijn ooms hoorde ik dat een spion dertien maanden lang aantekeningen had gemaakt van alles wat er in de groep van Petrasjevski was gezegd. Alles, woord voor woord, opgetekend in vuistdikke verslagen; ook de stompzinnigste scholierengrappen en het onbeduidende gestoei met ondoorzichtige ideeën; echt alles. Maar compleet onschuldig was de beweging niet. 

Tussen de dromers en idealisten liepen een paar koelbloedige rebellen rond die onder leiding van Nikolaj Spesjnev bereid waren tot daden over te gaan. Juist tot die Spesjnevgetrouwen behoorde Dostojevski. Later gaf hij in bedekte termen toe dat de arrestatie van alle vierendertig leden van de Petrasjevski-groep de door Spesjnev beoogde samenzwering had doen mislukken. 

De ironie wilde dat de onderzoekers weinig tot niets te weten kwamen over de groep rond Spesjnev en over hun conspiratie, die volgens mij toch niet veel meer voorstelde dan een fraaie zeepbel, geblazen met een zilveren ring’.

Ivan Wolffers, Overleven. Een persoonlijke kijk op een gedeelde toekomst 

9 mei 2019

Ivan Wolffers, Overleven. Een persoonlijke kijk op een gedeelde toekomst 

uitgeverij De Geus 2019

‘Net als het leven, dat heel leuk kan zijn als je jong bent maar waarbij je naarmate je dichter bij het einde komt steeds meer moet loslaten van wat je dierbaar is, zo is ook het voltooien van een boek dat je af wilt krijgen voor je er niet meer bent soms iets moeilijker dan je denkt.’

Dit is een mooi en begrijpelijk overzicht – ook voor leken – van gezondheidszorg en geneeskunde met de ervaring van ruim 40 jaar als kritisch arts en medisch antropoloog, met daar bovenop nog 16 jaar ervaring als een overlever met prostaatkanker.

Lees verder »

MOOOV Turnhout 2019 – mijn oogst en oordeel: 1. PÁJAROS DE VERANO –  Ciro Guerra, Cristina Gallego

8 mei 2019

MOOOV Turnhout 2019:

voor de eerste keer tijd en mogelijkheden om 20 van de aangeboden films te zien – een zeer ruim aanbod, deze keer gepresenteerd in een bouwwerf van de UGC te Turnhout met alle ongemakken vandien. Maar toch een paar hele mooie films gezien (1-8) met een extra waardering voor 11 The Proposal. 17 -20 was voor mij niet de moeite van het kijken waard. Ik laat me nog te vaak leiden door de praatjes in de brochure en op de website, ook maar afgeschreven van de promoteksten der filmmaatschappijen zelf en soms vraag je je af of de auteur ervan de film zelf wel gezien heeft. Niet dus.

MOOOV blijft ook doorheen de rest van het jaar vaak interessante films presenteren, nu zowat over het hele land. Met Canvas blijkt er een samenwerking te bestaan waardoor op tv sommige films worden uitgezonden. Ik vraag me af of ook een Netflix of ander forum voor dit soort films geen zinvolle piste kan zijn.

De goeddoeners bubbel omheen het hele gebeuren hoef je er dan niet langer bij te nemen. Laat staan het verbluffende niveau van de heerlijk herhaalde reclame voor Bufo bieren

 

1. PÁJAROS DE VERANO -  Ciro Guerra, Cristina Gallego

knappe film over het belang van eigen volk eerst en de ellende voor wie daar denkt te moeten uitbreken…  Een van de betere films op Mooov 2019: knap opgebouwd, indrukwekkend verhaal, mooie beelden en indringende cultureel antropologische evaluatie: open gesloten, individu clan, gezin familie…

2. Fatwa – Mahmoud Ben Mahmoud

Indrukwekkend, beklemmend, scherp en diep snijdend… over de ongelooflijke moed van vrouwen en mannen die zich verzetten tegen de supersolidaire aanhangers van de zuivere leer van de Ene en de Ware!

‘Ce sont surtout les jeunes qui demandent que les choses soient claires, que la séparation soit franche entre les justes et les réprouvés, leurs expériences du monde étant pauvres, la jeunesse n’aime pas l’ambiguité. ‘ Primo Levi, Les Naufragés et les Rescapés, II La zone grise, 37 ‘La jeunesse est angélique et manichéenne.’

Hun systeem werkt zoals de manifestanten met de valse beschuldigingen van seksueel misbruik in de Blokkendoos op het Kiel en nu in Schaarbeek. Stelselmatig worden mensen onder druk gezet om cafés te sluiten en ook winkels waar alcohol wordt verkocht, en alles wat niet halal is zoals bioscopen en boekhandels die niet IS literatuur verkopen. Sluipend worden hele wijken ingenomen waar dan via de moskeeën met imams die recht in de leer zijn, naarstig rechtgelovigen worden gerecruteerd voor de verdediging van de Ene en Ware godsdienst tegen ‘de scholen der kruisvaarders’. Huiveringwekkend hoe jongeren in het Ware Geloof worden geleid en misbruikt.

3. Tel Aviv on Fire – Sameh Zoabi 

Hilarisch scherp, onderhoudend met vele doorkijkjes en knipogen naar het ware leven tussen Israelis en Palestijnen

4. Sibel – Çagla Zencirci and Guillaume Giovanetti

Knappe film , niet alleen naar landschap en horizon, laat staan de jacht op de grote Kurt… maar vooral door het relatiespel en het optreden van de hoofdrolspeelster.

Lees verder »

Varujan Vosganian, Het boek der fluisteringen.

6 mei 2019

Varujan Vosganian, Het boek der fluisteringen.

uitg. Pegasus Amsterdam 2016

Met dit boek heeft de liberale Roemeens politicus van Armeens afkomst, Varujan Vosganian, een meesterwerk geschreven dat helpt om de geschiedenis van de Armeniërs en de gruwelen van de Armeense genocide beter te begrijpen. 

Precies omdat hij het zo afstandelijk als in een gefluisterde spiegel weet te formuleren en onrechtstreeks te benaderen door de gefluisterde herinneringen van wie voor hem kwamen, is het lezen van dit boek dragelijker en dus ook beter te vatten. 

‘Wie heeft geleden kan het verhaal niet vertellen zoals het geweest is, maar alleen zijn eigen verhaal. Wie heeft geleden kan het niet begrijpen. En wie vijandige gevoelens koestert, kan het ook niet begrijpen.’ Mijn grootvaders maakten deel uit van die categorie gidsen die voor je uit gaan, maar niet hun hoofd omdraaien om te zien of je hen volgt.

25. Grootvader had beide oorlogen doorstaan. Hij had niet gevochten, maar hij had ze bekeken. Degenen die wel gevochten hadden begrepen er minder van. Daarom vertelde opa Garabet erover. In zijn verhalen waren de overwinnaars niet altijd dezelfde die ik uit de boeken kende. ‘Haast je niet,’ zei hij. ‘Zelden is degene die lijkt te hebben gewonnen de ware overwinnaar. En de geschiedenis wordt geschreven door de overwonnenen, niet door de overwinnaars. Overwinnen is, in zekere zin, een manier om uit de geschiedenis te treden.’ Hij nam het grote boek ter hand. ‘Dit is Vardan Mamikonian. En dit is de veldslag tussen de Armeniërs en de Perzen in 451, op de vlakte van Avarayr. Ons leger werd tot de laatste soldaat in de pan gehakt. Tevreden met de uitkomst zeiden de Perzen dat het genoeg was voor die dag en ze vertrokken met het voornemen later terug te komen om het hele koninkrijk van de Armeniërs te veroveren. En wat gebeurde er uiteindelijk? De Perzen zijn niet meer teruggekomen. Ze werden gedwongen hun geloof op te geven en in plaats van dat ze de zon bleven aanbidden, Zijn ze overgestapt op de islam. Wij zijn daarentegen tot op de dag van vandaag christenen gebleven. Dus in feite hebben Vardan Mamikonian en zijn afgeslachte schare gezegevierd.’

37. ‘Schrijven is bevrijdend. Ik heb ze opgeschreven, nu kan ik ze vergeten. Lezen, aan de andere kant, is belastend. Laten anderen ze maar lezen, zodat ze niet vergeten worden. Ik heb ze lang genoeg onthouden.’ 

Ik denk dat wat hij zei niet helemaal waar was. Vergeten kon hij toch niet. Vooral niet omdat hem, als laatste overlevende, de taak toeviel ook de herinneringen van de anderen mee te dragen. Herinneringen sterven later dan mensen. Zoals grootvader Garabet zei: geen mens sterft ineens, maar stukje bij beetje, geleidelijk. Eerst het lichaam, dan zijn naam, vervolgens de herinneringen van anderen aan hem en, als allerlaatste, zijn herinneringen aan anderen. 

Ik speelde onder de tafel in de tuin terwijl de ouderen op een fluistertoon zaten te kletsen of mooie liederen met droevige ondertonen neurieden‚ die zij, op hun beurt, in hun jonge jaren op de hoogvlakten van Anatolië hadden gehoord. ‘Stuur dat kind hier weg,’ zei dan een van de gezette vrouwen die naar eau de cologne roken, tante Parantem of tante Armenuhi. ‘Laat hem maar,’ zei grootvader. ‘Er blijft altijd iemand over om te vertellen. Je zult zomaar zien dat hij de verteller zal blijken te zijn.’ Van kindsbeen af heb ik de pen in de hand gedrukt gekregen en ben ik omringd door witte vellen papier, zoals andere kinderen worden omringd door snoep of speelgoed. Zo ben ik de verteller van mijn grootvader Garabets getrapte leven geworden.

Almudena Grandes, De patiënten van dokter García.

3 april 2019

 

Almudena Grandes, De patiënten van dokter García.

Uitg’ Signatuur / Bruna 2018

 

Een indrukwekkende roman over het einde van de Spaanse Republiek en de decennia van stille samenwerking tussen de oude nazi-solidariteit en de ontsnappingsroutes naar Argentinië, tot wederzijds voordeel van de Franquisten, het Vaticaan en de Spaanse katholieke kerk. 

Waalse, Brusselse en Vlaamse nazi-adepten komen ook aan bod. 

Een gelaagd verhaal over decennia van angst, moed, hoop en wanhoop door de houding van de grote westerse democratieën die in hun strijd tegen het Sovjet socialisme tot veel samenwerking  bereid waren met de Franco aanhangers. 

Een uitgebreide toelichting bij de pakkende documentaire ‘The Silence Of Others’

Lees verder »

Koen Peeters, Romeins Dagboek.

10 maart 2019

Koen Peeters, Romeins Dagboek. Frans Kellendonklezing 2019

uitg. Vantilt

3. Dit wilde ik onderzoeken: hoe gaan wij om met datgene wat wij kunnen benoemen of begrijpen? Ik bedoel dan ons leven en onze sterfelijkheid‚ toeval en noodlot, het kwaad en alle gevoelens en stemmingen die ons daaromtrent beheksen. Wat mij vooral intrigeerde was die ene menselijke soort, dat bijzondere slag van mensen dat zich bezighoudt met die delicate kwesties van leven en dood, Zij voelen zich geroepen en uitverkoren. Zij hebben uit zichzelf het talent en de juiste gevoeligheid om over het onzegbare te praten, mensen te helpen en de gemeenschap samen te brengen.

Ik heb het over priesters, sjamanen, kunstenaars.

Ik weet nog altijd niet goed hoe ik hen moet omschrijven: bemiddelaars,

boodschappers, zieners‚ voorgangers?

Lees verder »

Leo Feyaerts, De ondraaglijke zwaarte van het evidente

8 maart 2019

Leo Feyaerts, De ondraaglijke zwaarte van het evidente

 

Drie formidabele en kloeke boekdelen, zet de moeite, zij het bij wijlen wat uitgebreid en zeker in het derde deel – de thesis – behoorlijk moeilijk voor niet ingewijden.

Graag gelezen wegens ook een mooi beeld van deze milieus in die periode voor de mijne aan de KU Leuven.

Deel I: Je ris, je chante et je bois

181. ‘Ze moest haar adreswijziging nog doorgeven aan het secretariaat van het KVHV in de Krakenstraat. Ze was gesteld op hun weekblad Ons Leven. Waarom in godsnaam? De hele tijd flirtte de redactie met het marxisme van de Frankfurter Schule, terwijl ze pretendeerde de avant-garde te zijn van het Vlaamse nationalisme. Rara. Ik las er alleen maar de geestigheden in van Tamboer op de voorlaatste pagina.’

Deel II: Oranjeblond op high heels

II 72 . ‘Maar de gasten die hier rondlopen met een obsessie over hun voortreffelijkheid zijn niet te tellen. Allemaal katholiek in hart en nieren en dus gepredestineerd om te heersen vanaf de hoogste toppen van hun zedelijkheid. En de linksen hier zijn al net zo erg. Alleen hebben die geen god nodig, maar narcisme. Dus zij zijn altijd de goeden en wij altijd de smeerlappen. Dat zijn de gevaarlijksten. Die steken je het mes in de rug… Of de stillen. Die zijn ook zo.’

627. ‘Wat de westerse beschaving werd genoemd is te zeer gedesintegreerd om nog voor westers te kunnen doorgaan. Niemand kan voorspellen waarop deze leegte zal uitlopen. Dat we qua comfort en op natuurwetenschappelijk en technologisch terrein met reuzenschreden vooruitgaan doet niets af aan het sinistere van de situatie. (…)

‘Taal is op elk ogenblik van ons bestaan zowel discriminatie als conformisme en aan de vrucht herkent men de boom.’

651. ‘Ne soiez donc de nostre confrairie, mais priez Dieu que tous nous veuille absouldre.’

‘En tot slot stel ik hun dan de volgende vraag: “Als het voor de kracht van het Westen en de verscheidenheid in het westerse denken een goede zaak is geweest dat men de unificerende macht van het christendom en de christelijke Kerken brak, waarom is het dan nu een goede zaak dat een niet-westerse religie annex politieke doctrine de vrije hand wordt gegeven, terwijl diezelfde religie annex politieke doctrine de vrijheid van het individu ontkent tegenover Allah en zijn umma, de vrijheid ontzegt aan het kritisch denken en allerlei discriminaties wil invoeren door middel van de sharia?’

Deel III: De Januskop

Lees verder »

Luckas Vander Taelen, Het kostuum van mijn vader.

8 maart 2019

Luckas Vander Taelen, Het kostuum van mijn vader.

uitg. Houtekiet 2018

20. ‘Ik geloofde al heel jong dat het kerkhof de enige plaats is waar mensen na hun dood heengingen. Ik heb er altijd graag gedoold. Ik kan geen begraafplaats voorbijkomen zonder er even binnen te gaan. Kijken naar zowel monumentale als naar gewone graven, opschriften, foto’s op de zerken, dode mensen die me recht aankijken en me eraan herinneren dat ook ik sterven zal. Zoals op portretten uit de renaissance van mensen in de glorie van hun bestaan vaak een schedel werd geschilderd, een zogeheten memento mori, om overmoed te temperen en het onontkoombaar lot niet te vergeten…

Soldaten bewijs ik eer door hun namen hardop te declameren. Ik lees geboorte- en sterfdata, spreek ze uit, denk aan leven en dood. Heeft dat iets te maken met wat mij ontzegd is als kind, toen ik nooit op het kerkhof kwam, hoewel daar de man, aan wie ik het leven te danken heb, eenzaam in zijn graf lag? Mij klonk het altijd vreemd in de oren als iemand zei dat hij niet van begraafplaatsen hield en nooit aan de dood dacht. Er is geen dag in mijn leven dat ik niet aan de menselijke sterfelijkheid denk.’

Abnousse Shalmani, Khomeini, Sade en ik

8 maart 2019

Abnousse Shalmani, Khomeini, Sade en ik

Uitg. De Geus 2015

https://www.literairnederland.nl/recensie-abnousse-shalmani-khomeini-sade-en-ik/

Een aangrijpend verslag met de ogen van een jong meisje tot volwassen vrouw in het Iran van Khomeini en de ballingschap nadien in een Frankrijk dat steeds meer lijdt onder de fundamentalistische islam. Over hoofddoeken en alle mogelijke vormen van bedekking voor vrouwen.

‘Ik zou willen dat de mens vrij was om alles belachelijk te maken en te bespotten; ik zou willen voorstellen de mensen in de een of andere tempel te verzamelen waar zij, ieder op hun eigen manier, de Almachtige aanroepen en aldus de indruk maken van komedianten in een theater, waar iedereen vrijelijk heen kan gaan om zich te vermaken. Wanneer men de godsdiensten niet in dit licht beziet, zullen zij opnieuw de ernst aannemen waaraan zij hun schijnbare gewichtigheid ontlenen (…).

Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: geen goden meer, Fransen, geen goden meer, tenzij gij wilt dat hun trieste heerschappij u opnieuw in alle verschrikkingen van het despotisme zal storten; alleen gij kunt hen vernietigen door de spot met hen te drijven; alle gevaren die zij met zich meebrengen zullen onmiddellijk hun kop opsteken indien gij een bepaalde waarde aan deze dingen toekent. Sla hun idolen niet in woede neer: verbrijzel ze spelenderwijs, dan zal het vooroordeel vanzelf uitsterven.’

Donatien Alphonse François de Sade, ‘Fransen! Een verdere inspanning is nodig indien gij republikeinen wilt zijn!’ in La philosophie dans le boudoir. Vertaling: C. Veerman, 1965.’


24. ‘Er moest angst heersen om de Revolutie zo diep mogelijk in de zielen te griffen. Het was de tijd van achterdocht. Er hing iets in de lucht waardoor de mensen dicht langs de muren liepen. Letterlijk. De straat behoorde alleen maar toe aan bewakers van de Revolutie, aan actievoerders en aan gekken. Opeens riepen jonge en charismatische baardmannen te midden van enkele voorbijgangers eisen. De leus van de dag – de terugkeer van de sjah om berecht te worden, de vrijlating van een gevangene, de sluiting van bioscopen, de vernietiging van de Verenigde Staten, het ter dood brengen van een beroemde zangeres – verspreidde zich als een lopend vuurtje tot het uitliep op een spontane demonstratie. En als er opeens verzet in je opkwam om met de massa mee te roepen, stond er altijd wel iemand vlakbij om je een boze blik toe te werpen; en als je echt geen woord wist uit te brengen, raakte hij in verwarring door wat hij niet voor elkaar kreeg, stak hij een beschuldigende vinger naar je uit en eiste hij je hoofd. Dan werd jij de leus van de dag.’

55. ‘Het bijzondere van de islam is dat de sluier van zonsopgang tot zonsondergang gedragen moet worden, de hoofddoek is vanaf het begin verbonden met de islam. Het is een van de eerste maatregelen die baardmannen nemen als ze aan de macht komen. Het is de zichtbaarste manier om de islam herkenbaar te maken. Niets is bekender en zo tot vervelens toe getoond dan de indrukwekkende beelden van vrouwen in een zwarte chador en een wapen in de hand van de Iraanse Revolutie, vervolgens de modernere plaatjes van vrouwen in hun kokervormige nikabs onder de taliban. Zoek de sluier. De sluier is de politieke islam. Het is de scheiding privé/openbaar tot haar toppunt gedreven.’

Lees verder »

Paul Scheffer, De Vorm  van Vrijheid, 

8 maart 2019

Paul Scheffer, De Vorm  van Vrijheid, 

De Bezige Bij, 2018

http://www.liberales.be/teksten/2018/12/21/de-vorm-van-vrijheid-paul-scheffer

40. Hier stuiten we op een eerste tekort van het kosmopolitisme: de onderschatting van conflicten waarmee de komst van zoveel culturen en godsdiensten gepaard gaat. In steden met veel nieuwkomers hebben we gezien hoe het ruimtelijk uiteengroeien van bevolkingsgroepen een tijdlang kan bijdragen tot conflictvermijding. Maar er komt altijd een moment dat die segregatie niet meer werkt en uiteenlopende levenswijzen met elkaar in aanraking komen.

Dan ontstaan conflicten, die alleen getemperd kunnen worden met een beroep op gedeelde normen. Dat vraagt om publieke gezagsdragers, die bijvoorbeeld uitdragen dat het zonder godsdienstvrijheid als norm niet werkt. Want wie het recht om een god te aanbidden voor zichzelf opeist, moet de verantwoordelijkheid aanvaarden om het recht te verdedigen van mensen met een ander geloof of zonder geloof. In plaats daarvan zien we aan alle kanten de verleiding om de godsdienstvrijheid in te perken. De gedeelde normen die nodig zijn in een tijd van grensoverschrijding worden slecht onderhouden.

49. Er bestaan twee beelden van Europa: volgens de een is het een fort dat zich heeft afgegrendeld, volgens de ander is het een continent met nogal poreuze grenzen. Ik denk dat het laatste beeld – namelijk van een onvoldoende grensbewaking – dichter bij de werkelijkheid komt. Dat doet in de ogen van veel burgers afbreuk aan de betekenis van de Europese Unie. Een gemeenschap kan niet zonder grenzen en dus niet zonder bewaking van die grenzen. Hoe we dat doen, hoever we gaan in politionele en militaire inspanningen, is een open vraag, waarover we nog te spreken komen. De voorlopige conclusie is wel duidelijk: wanneer de roep om bescherming niet serieus wordt genomen, verliest de Unie haar rechtvaardiging.

59. Het besluit van de Britten op 23 juni 2016 om de Europese Unie vaarwel te zeggen, heeft tot veel onderzoek geleid en de eerste resultaten zijn nu beschikbaar. Harold Clarke en Matthew Goodwin beschrijven hoe de migratiekwestie het belangrijkste motief vormde om Europa te verlaten (…) ’De slotsom is duidelijk: zonder de migratiekwestie was Groot-Brittannië nog steeds lid van de Europese Unie.’

86. Meer specifiek zal de Arabische wereld snel verder groeien. In 2010 telde de bevolking in deze regio 360 miljoen mensen en in 2050 zal dat zijn opgelopen tot 630 miljoen mensen. De bevolking van Egypte is nu gegroeid tot 91 miljoen; de helft daarvan is onder de vierentwintig jaar. In 2050 zal het land meer dan 150 miljoen inwoners tellen.

Hier ontwikkelt Paul Scheffer een belangrijk argument tegen de stelling van Hans Rosling dat bij een betere zorg voor kinderen er ook veel minder zullen komen. De demografische cijfers voor West Afrika, Maghreb, Pakistan, Indonesië laten zien dat deze tendens in de islamitische landen anders loopt.

https://www.trouw.nl/samenleving/er-komen-steeds-meer-mensen-op-aarde-denken-we-maar-nu-de-feiten~a5139e66/

 

Lees verder »

Gedichtendag 2019 – ‘lief slecht ding’ – Frank Keizer

30 januari 2019

Wensen voor 2019

23 december 2018

Leo Pleysier, Heel de tijd

9 oktober 2018

Leo Pleysier, Heel de tijd.

Uitg. De Bezige Bij 2018

 

38. Weg die bommen, godverdommen! zo galmde het in het jaar 1983 in de straten van Brussel. En wat een succes, nu al, met zulk een opkomst! zo zegden de honderdduizenden demonstranten tegen elkaar – maar ondertussen feliciteerden ze vooral toch zichzelf toen. Jullie slogans klinken pathetisch, zo repliceerden sommigen dan. Jamaar, zo antwoordden weer anderen daarop, een betoging is altijd pathetisch en het is al goed dat de burger af en toe de straat op komt en vanaf de kasseien van zich laat horen, zowel in Brussel als in Londen als in Berlijn.

Lees verder »

Alicja Gescinska, Thuis in muziek

4 oktober 2018

Alicja Gescinska, Thuis in muziek 

Uitg. De Bezige Bij 2018

 

Een mooi en melodieus pleidooi voor muziek in het leven, vooral muziek om te beluisteren… want na lezing van ‘Thuis in muziek’ neemt iedere lezer zich voor om muziek niet meer als achtergrond, makkelijke ontspanning of als stemmingsbegeleider te benaderen: 

‘Het is een wonderlijke eigenschap, zowel van de mens als van de muziek, dat wij kunnen thuiskomen in de ruimte die muziek creëert. Zelfs wanneer al het overige verloren is, kan de muziek nog steeds die kracht bezitten om ons een thuis te bezorgen waarnaar we kunnen terugkeren’. (87)

106. Muziek brengt mensen samen: in een concertzaal, in een repetieruimte, in een koor. Samen muziek maken en beluisteren heeft een grote impact op onze identiteitsvorming. Voor even ben je deel van een geheel en dat is een belangrijke ervaring voor mensen om te groeien en naar elkaar toe te groeien.

Naast een scherpe analyse van ressentiment – er zijn zelfs culturen die muziek bannen als zondig  of haram – besteedt Alicja Gescinska een zwak hoofdstuk aan empathie en de noodzaak hiervan zonder dieper in te gaan op de maatschappelijke problemen van het empatisch teveel. 

111.  Ressentiment hangt samen met zelfvervreemding en onvrijheid. Daarop wees ook Scheler. Ressentiment en onmacht brengen steeds verknechting met zich mee. Een mens kan zich pas echt vrij weten wanneer hij goed in zijn vel zit. De mens van het ressentiment vervreemdt van zichzelf en de wereld rondom; en dat is de ideale voedingsbodem van de haat en het kwaad.

Gaston Durnez, Een mens is maar een wandelaar.

1 oktober 2018

Gaston Durnez, Een mens is maar een wandelaar.

Davidsfonds 2018

RIK TORFS

COLUMN | Gaston Durnez 90 HLN 11 september 2018 

Zondag werd Gaston Durnez, schrijver en oud-journalist, 90. De dag ervoor vond in het Antwerpse Letterenhuis de voorstelling van zijn jongste boek plaats. ‘Een mens is maar een wandelaar’ heet het. De titel komt uit een gedicht van Bert Decorte (1915-2009), in de jaren dertig het wonderkind van de Vlaamse poëzie, vandaag onbekend zoals het een ware dichter betaamt, miskenning en vergetelheid zijn de herfstbladeren die neerdwarrelen op zijn graf. Wat niet wegneemt dat de versregel prachtig is. Want natuurlijk is een mens maar een wandelaar. We mogen ons gelukkig prijzen dat we even op deze aarde mogen vertoeven. Daarna komen er anderen die ons zullen vergeten. Niet kwaad bedoeld. Iedere generatie is vooral met zichzelf bezig. Dat is een les voor onze leiders, politieke en andere. Wanneer er een crisis uitbreekt, is hun eerste gedachte vaak: hoe kunnen we hiervan gebruikmaken om ons eigen imago op te poetsen? Wat moeten we zeggen of doen om goed over te komen? Terwijl de vraag zou moeten luiden: hoe dienen we het algemeen belang? Niet de wandelaar is belangrijk, maar de wereld die hij heel even betreedt en vervolgens achterlaat.

Hoe komt het toch dat het werk van Gaston Durnez, katholiek en tegelijk vriend van Louis Paul Boon, vandaag overeind blijft? Ik zie twee redenen. Vooreerst omdat hij een ongelooflijk goede schrijver is, een meesterlijk stilist, zonder gezochte woorden en overbodige franjes. Van een echte schrijver merk je pas hoe goed hij is als je zijn boeken opzijlegt en andere teksten leest. Weerbarstige. Verontwaardigde. Pretentieuze. Lege.

En dan de tweede reden: Gaston Durnez veroordeelt niemand. Hij kijkt naar mensen en beschrijft hen. Hun woorden en gedachten flakkeren weer op in een boek dat ze zelf nooit zullen lezen. Een ogenblik lang houdt de vergetelheid haar adem in. Even zijn de Vlaamse prominenten van vroeger niet dood. Kijken is een daad van liefde.


137. Schrijven was voor hem (André Demedts) in essentie opheldering van het levenslot zoeken. Dat heeft hij meer dan eens gezegd, als je hem ertoe kon brengen over zichzelf te spreken. Hij boog het hoofd dan wat, keek naar de grond. 

Na de Eerste Wereldoorlog, zo vertelde hij, was hij als dichter gegroeid in de verwachting dat er werkelijk een betere samenleving zou ontstaan. 

Vrij spoedig kwam het contact met de werkelijkheid zoals zij is. Het veroorzaakte een conflict tussen ingebeelde realiteit en mogelijkheden. Dat noemde hij de grondtoon van zijn eerste werk. 

255. ‘Mijn kleine oorlog’. Het waren teksten als granaatscherven Ik weet niet wie dit beeld eerst heeft gebruikt, het is pijnlijk juist. Er zit schijnbaar geen lijn in het boek, de fragmenten vliegen in het rond. Ze geven een treffend beeld van de oorlog zoals ook ik hem, als tiener heb ervaren. 

Bij de lectuur was het alsof ik de vermorzelde kleine mensen in mijn eigen omgeving herkende. Ze waren echt, zoals onze kleine alledaagse oorlog vreselijk echt was. Later dacht ik dat dit boek tot Boons beste werk behoorde. Het eindigde met een kreet die gemeengoed is geworden: ‘Schop de mensen tot zij een geweten krijgen.’ Het boek verscheen in 1947. Vijftien jaar later voegde hij er een ‘Laatste Woord’ aan toe: ‘Wat heeft het alles voor zin?’ 

Hij benadrukte die vraag toen hij mij in 1962 een opdracht schonk. Ik was er zeer door geschokt. 

De protestschrijver, de opstandeling, was een wanhopige man geworden. Hij geloofde in niets meer, in Marx noch in Sinterklaas, ‘alleen in hier en daar een goede mens’, zei hij. En in het gekke woordenspel met vrienden op zaterdag, dacht ik. 

Romeo Castellucci, De Toverfluit in De Munt 23 september 2018

23 september 2018

Mozarts Toverfluit in een regie van Romeo Castellucci in De Munt presenteert een eerste helft als een te wit gehoogd pallet van technische snufjes die ondanks de vele geautomatiseerde bewegingen zeer statisch en afstandelijk ogen en zelfs klinken. Wellicht mede door de symmetrische ontdubbeling.

Het tweede deel slaagt er niet in om zijn zeer boeiende theoretische beschouwingen tot leven te wekken ondanks de tien echte slachtoffers van het Licht: vijf verblinde vrouwen en vijf verbrande mannen die in een traag ballet van egaal oker elkaar onderzoeken terwijl het verhaal van het Licht in de belendende tempelruimte verdergaat.

Omdat de mooiste stukken hier ook zeer ingehouden gezongen worden krijg ik als toeschouwer onvoldoende voeling met de taferelen in een tempel als concentratiekamp van dwangarbeiders.

Alleszins een originele en moedige benadering van de verblindende mythologie van de Verlichting.

 

De Toverfluit Romeo Castellucci IMG_8931 IMG_8932 IMG_8934

 

“Schaduw is geen duisternis, maar is ofwel een overblijfsel van duisternis in licht, ofwel een overblijfsel van licht in duisternis, of een deelgenoot van licht en duisternis, of eensamenstelling uit licht en duisternis, of een mengeling van licht en duisternis, of is licht noch duisternis en van beide verschillend. En daarom is dit geen echt vol licht, ofwel een vals licht, of een licht dat echt noch vals is, maar een restant van wat echt of vals is enzovoort. Daarom moet het in de plaats daarvan worden beschouwd als een overblijfsel van het licht, als een deelgenoot van het licht, als geen volledig licht.

De natuur verdraagt geen onmiddellijke overgang van het ene uiterste naar het andere, maar wel een overgang door middel van schaduwen, en geleidelijk aan, via een overschaduwd licht. Velen hebben door de plotse overgang van duisternis naar licht hun eigen gezichtsvermogen verloren, zo ver verwijderd waren zij van het zich toe-eigenen van het beoogde object. De schaduw bereidt het zicht immers voor op het licht. De schaduw tempert het licht. Door middel van de schaduw tempert en verspreidt de godheid de soorten die de dingen waarneembaar maken, die zich openbaren aan het verduisterde oog van de hongerige en dorstige ziel. Leer daarom die schaduwen te herkennen die niet verdwijnen, maar die in ons het licht bewaren en bewaken en door dewelke wij worden voortgestuwd en geleid naar het verstand en de herinnering.”

Giordano Bruno, “De Umbris Idearum”, Parijs, 1582 Originele vertaling: Koen van Caekenberghe, Gent, 2018 (Tekst opgenomen in het door Romeo Castellucci samengestelde “MM”, p. 46)

Laat ons dus ziende blind zijn… Laat ons elkaar in de blinde ogen kijken, zodat eenieder zichzelf kan zien, wanneer je de oogleden sluit, een negatief beeld tegen een bloedige achtergrond, van wie voor ons kwam en na ons zal zijn.

Al onze zieners zijn blind. Zij houden hun ogen gesloten voor het verblindende Licht van het hier en nu, opdat hun brein begrijpen kan, wat is geweest en wat komen zal. Wie het Licht werd gegeven, kan hoogstens nog scherp gelijnde schaduwen vermoeden.

Zonovergoten woestijnen krijten onweerlegbare lijnen die verglijden in een fata morgana van het unieke Grote Gelijk.

Nevelen en schaduwen in de schemering van het woud zijn de basis van twijfel en onzekerheid, de echte kracht en kern van het Europese ongeloof, onze grootste kans op een minimum aan menselijkheid.

Hans Schoots, Maoïstische Memoires.

10 september 2018

Hans Schoots, Maoïstische Memoires.

uitg. SSP Amsterdam  2018

Hans Schoots heeft een uitgebreid onderzoek gedaan naar het Maoïsme in Nederland. Hij put daartoe grondig uit zijn eigen ervaringen van anderhalf decennium diepe betrokkenheid binnen de verschillende partijen en bewegingen. Uit dat Maoïsme is bij onze noorderburen niet alleen een reeks politici van GroenLinks maar een hele partij, de SP, voortgekomen. 

Zijn analyses voor Nederland zijn goed onderbouwd en hij weet ze met respect, moed en tederheid te formuleren. Zijn belangrijkste conclusies gelden echter voor iedere vergelijkbare sectaire beweging van zuiveren, religieus of politiek, binnen en buiten Europa. 

Primo Levi, Les Naufragés et les Rescapés, la Zone Grise wordt over een vergelijkbare periode en beweging in Frankrijk geciteerd in  La France d’hier

RÉPLIQUES 11/08/2018 ‘Qu’est ce que la France d’hier et est-elle différente du monde d’après 68 ? Jean-Pierre Le Goff répond à Alain Finkielkraut.’

Ce sont surtout les jeunes qui demandent que les choses soient claires, que la séparation soit franche entre les justes et les réprouvés, leurs expériences du monde étant pauvres, la jeunesse n’aime pas l’ambiguité. (...) La jeunesse est angélique et manichéenne.


39. Onbehagen, ook omdat wij, de kritische jeugd, bij al onze eigen welvaart zagen dat het elders in de wereld anders was. De extreme versie hiervan was: wij aanvaardden geen wereld waar iets mis is. Mar het was ook compassie. We geloofden dat wij uit het westen veel onrecht in de wereld hadden veroorzaakt. 

41. Jan Blokker heeft de sfeer ooit ironisch samengevat de titel van een van zijn boeken: Ben ik (eigenlijk) wel links genoeg? Een vraag die velen zich (en anderen) inderdaad constant stelden. 

Lees verder »

Joseph Roth, Spoken in Moskou.

12 juni 2018

Joseph Roth, Spoken in Moskou.

uitg Bas Lubberhuizen, vert. Els Snick

In 1926 reisde Joseph Roth een paar maanden met de klok mee door de prille Sovjetunie. Zijn teleurstelling over het beloofde arbeidersparadijs was groot, blijkens de zeventien reportages die hij, als anarchosocialist, voor de Frankfurter Zeitung schreef. De meeste zijn nu door Els Snick vertaald als Spoken in Moskou (Bas Lubberhuizen), aangevuld met nog wat artikelen van Roth, brieven en dagboeknotities. De joden waren nu misschien beter af, maar de communistische praktijk was hem te sociaal-darwinistisch, opgelegd en zielloos. Overweldigd door alle (negatieve) indrukken stuurde Roth pas na twee maanden z’n eerste artikel op. Beslist geen krantenverslaggeverij, maar vaak subliem verwoorde observaties. ‘Het licht komt misschien uit het Oosten, maar dag is het alleen in het Westen.’ Maarten van Bracht , 12 juni 2018 – VPRO Boeken

Uit het nawoord van Ilse Josepha Lazaroms: 
‘Maar ondanks de vroege tekenen dat er in Moskou iets lugubers aan de hand was, bleef de Sovjet-Unie tot ver in de jaren dertig haar aantrekkingskracht op joodse intellectuelen uitoefenen – zelfs toen Stalins terreur zo ver ging dat hij zijn eigen vrienden en familieleden liet uitmoorden. Zo sterk en machtig was de illusie die uitging van het socialistische paradijs, en zo hardnekkig was de menselijke drang te willen geloven in een betere, rechtvaardigere wereld.’

‘Spoken in Moskou’ is een fascinerend boek waarin Joseph Roth regelmatig – al dan niet moedwillig – verkeerde voorspellingen maakt in zijn artikelen uit 1926 voor de Frankfurter Zeitung over de toekomst van de toen nog jonge Sovjetunie.  Over de Islam – ‘eerder een traditie dan een overtuiging’. Over de Kaukasus – ‘Het communisme is geslaagd in wat de absolute monarchie niet is gelukt en wat ze wellicht ook niet had gewild: totale nationale veiligheid. In Bakoe worden geen pogroms meer gevoerd tegen Armeniërs, in Wit-Rusland en Oekraïne niet tegen joden. Zo zwak en wankel als de oude regering juist in de Kaukasus is geweest, zo sterk en zeker is daar nu de nieuwe.’  Over de joden – ‘Wordt in Rusland het joodse vraagstuk opgelost, dan is het in alle andere landen meteen ook voor de helft opgelost (er is in Rusland nauwelijks nog sprake van joodse emigratie, veeleer van joodse immigratie). Het geloof van de massa’s neemt in snel tempo af, de eerder sterke barrières van de religie vallen weg, de eerder zwakke nationale barrières vervangen ze niet.’  Over de revolutie – ‘Zelfironie, het kenmerk en de hoogste uiting van het verheven denken, is kleinburgerlijk. De revolutie is een poging geweest van de geschiedenis om het gelaat van de Russische massa met kwistige inzet van middelen een West-Europees uiterlijk te geven. Materieel, politiek en sociaal gezien heeft ze alleen kwantitatief een enorme vooruitgang betekend. (…) De creatieve mens, geen revolutionair uit noodzaak, zoals de proletariër, maar uit vrije wil of uit overtuiging, zal altijd revolutionair blijven – ook na succesvolle revoluties.’

Vaak echter is hij ook messcherp en helder over de toekomst die de geschiedenis is: 

‘De revolutie, zelfs de Russische Revolutie, is te laat gekomen. Nog voordat het marxisme genoeg aanhang had gekregen, was de probleemstelling veranderd. De wereldoorlog is de revoluties wel ten goede gekomen, maar heeft het marxisme schade toegebracht.’ (1926) 

18. ‘Ik raak er steeds meer van overtuigd dat Marx verschillende uiterst belangrijke factoren gewoon is vergeten mee te rekenen. Dat er een tijd kon komen dat alle mensen dankzij de vooruitgang kapitalisten of in ieder geval psychisch kapitalisten, ik bedoel burgers zouden kunnen worden – heeft hij hieraan gedacht? […] Zelfs religies kennen een beperkte houdbaarheid. En dan zou de marxistische theorie eeuwig blijven gelden? […] De wereldoorlog is de revoluties wel ten goede gekomen, maar heeft het marxisme schade toegebracht.’

90. Alles gebeurt dankzij ‘de partij’. Die heeft niet alleen de hoge heren van hun sokkels gehaald, ze heeft ook de telefoon uitgevonden, én het alfabet. Ze heeft de mens geleerd trots te zijn op zijn soort, op zijn eenvoud en zijn armoede. Ze heeft van zijn nederige afkomst een verdienste gemaakt. Tegen een aanval van zoveel mooie dingen is zijn nederige, wantrouwige boerenverstand niet opgewassen. Zijn kritisch bewustzijn is nog lang niet ontwaakt. Daarom springt hij zo fanatiek in de bres voor zijn nieuwe geloof. Het ‘geloof in het collectivisme’, dat de boer niet kent, compenseert hij dubbel en dwars met enthousiasme.’

 

Lees verder »

Joseph Roth, Vlucht zonder einde

12 juni 2018

Joseph Roth, Vlucht zonder einde

uitg. Atlas Contact

7.’Juist uit deze kleine uitweidingen blijkt Roths meesterschap. Met minimale middelen roept hij een heel leven op. Het sentiment schuwt hij daarbij niet, het sentiment schuwt hij nooit, en dat hij dat kan doen zonder sentimenteel te worden is misschien wel te danken aan zijn ironisch-realistische mensbeeld, dat de mogelijkheid tot verbetering openlaat, maar wel in een volgende wereld.’ (A. Grunberg – inleiding)

71. ‘Ze zeggen zonder uitzondering kameraad tegen je. Jij noemt hen ook zonder uitzondering kameraad. Maar in iedereen vermoed je een observeerder en tegelijk weet je dat iedereen jou aanziet voor een observeerder. Je hebt geen slecht geweten, je bent een revolutionair, je hoeft niet bang te zijn dat je geobserveerd wordt. Dan ben je op z’n minst bang dat ze je aanzien voor een spion. Je bent onschuldig. Maar omdat je je best moet doen om onschuldig te lijken, merken de anderen dat je je best doet. Dan ben je bang dat ze misschien niet meer denken dat je onschuldig bent.

Voor dat leven heb je gezonde zenuwen nodig en een flinke portie revolutionaire overtuiging. Want je moet ervan uitgaan dat de revolutie, omgeven door louter vijanden, haar macht alleen veilig kan stellen door ieder individu op te offeren als dat nodig is. Je moet je dus voorstellen dat je jarenlang op een altaar ligt en niet wordt geslacht.’

187. Op plechtige momenten spraken ze allemaal over een gemeenschappelijke Europese cultuur. Op een keer vroeg Tunda: ‘Denkt u dat u mij precies kunt vertellen waarin die cultuur bestaat die u zegt te verdedigen, hoewel ze helemaal niet van buitenaf wordt aangevallen?’
‘In de religie!’ zei de president, die nooit naar de kerk ging.
‘In de beschaving’, zei de dame, van wie alom bekend was dat ze illegitieme betrekkingen onderhield.
‘In de kunst’, zei de diplomaat, die sinds zijn schooltijd geen schilderij meer had bekeken.

Joseph Roth, Rebellie.

12 juni 2018

Joseph Roth, Rebellie.

Uitgeverij Atlas 2006

Een chaotische roman over het gekonkel van de wereld en de ondergang van een mens: zoals de werkelijkheid van zijn tijd voor velen, en later nog meer. 

57. ‘Maar zo richt een geniepig lot het in: dat we buiten onze eigen schuld en zonder dat we een samenhang vermoeden te gronde gaan; door de blinde razernij van een onbekende, wiens verleden we niet kennen, aan wiens rampspoed we geen schuld hebben en wiens kijk op de wereld we zelfs delen. Juist hij is nu een instrument in de vernietigende hand van het noodlot.’

60. ’s Mensen gedachten gaan sneller dan bliksemschichten en een verontwaardigd brein kan in een halve minuut een hele revolutie baren.’

61. ‘In de wagon zaten ongelukkigerwijs kleine burgers, mensen die, geïntimideerd en terneergeslagen door de revolutionaire gebeurtenissen, maar daarom niet minder verbitterd, een taaie strijd tegen het heden voerden, met opeengeklemde kaken en vechtend tegen hun tranen terugblikten op het stralende verleden van hun land, en voor wie het woord bolsjewiek niets anders betekende dan roofmoordenaar.’

106. ‘Ach, dokter!’ zei Andreas treurig. ‘Sommige mensen zeggen: laten we het aan God over om voor die mensen te zorgen! En dan zorgt God niet voor ze!’ De dokter glimlachte alweer: ‘Het is niet gezond een filosoof te zijn. Daarvoor zijn uw krachten ontoereikend. Men moet geloven, waarde vriend!’

Treme HBO, ‘A city of drunks and dreamers!

18 mei 2018

Treme HBO

Tremé, genoemd naar een zwarte muzikale wijk in New Orleans, had ik me na ‘The Wire’ in zijn geheel – 4 seizoenen + cd – aangeschaft wegens helemaal gepakt door The Wire over Baltimore van dezelfde televisiemaker David Simon. Deze keer smeert hij de toestand van New Orleans na de verwoestende orkaan Katrina breed uit tot en met de heropbouw, de fraude, machtsmisbruik van de politie, sex, drugs en de talloos vele locale muzieksoorten. 

Ingenieus opgezet, loopt het na twee seizoenen behoorlijk vast in een zich eindeloos voortslepend stramien van hoofdpersonages die maar wat aanrommelen op de toeren van allerlei wereldberoemde jazz en aanverwante bands en solisten, waarvan ik er slechts enkele ken. Die blijken dan in hun echte habitat nog de grootste karikaturen van de hele reeks. 

Soms helpt de muziek de kijkarbeid te verlichten, soms helpt zelfs dat niet.

In het vierde seizoen probeert David Simon alle verhaaltjes die nu gelukkig wat sneller afwisselen tot een acceptabel einde te voeren. 

Fascinerend vond ik de Mardi Gras Indians en hun muziek, dans- en kostuumcultuur ontstaan uit de vermenging van gevluchte zwarte slaven en moerasindianen. 

Ook de redelijk open inkijk in de verschillende groepen zwarten, creolen, losgeslagen toeristen en Japanse jazz-aanbidders is boeiend.

Ontnuchterend is de werkelijkheid voor een Hollandse straatzanger die door zware arbeid op een Vietnamese vissersboot ontwennen kan en de dochter van de baas mag trouwen. Nog meert ontnuchterend is de lokale muziekindustrie die teert op zelfverzonnen legendes, dwingende traditie en bijgevolg een pijnlijk gebrek aan vernieuwing.

Verfrissend blijft top-keukenchef Janette die tussen New Orleans en New York pendelt maar veel aandacht genereert voor de gastronomie in Louisiana. 

De verhalen van bouwfraude, corruptie en politie-geweld met amper één echt goeie luitenant die dan finaal nog moet ophoepelen zijn niet te tellen.

In werkelijkheid wellicht minstens zo erg. De strijd van een nooit versagende advocate is een rode draad door de hele reeks, maar gloeit bijwijlen evenzeer als een karikatuur. 

Ergens zei iemand van buiten New Orleans: ‘A city of drunks and dreamers!’

en dat lijkt me een betere titel dan Tremé voor de reeks en de stad. 

Pierre Plum: “Toon Horsten, De pater en de filosoof. Het spannendste boek over filosofie dat ik ooit gelezen heb’!

24 april 2018

Pierre Plum op FB:

“In Leuven wordt nog aan filosofie gedaan. Zo dacht ik toen ik in de jaren zestig het ene aula-boekje na het andere verslond over fenomenologie en antropologie. In Gent daarentegen waar ik studeerde, wilde men zo vlug mogelijk af van elke vorm van speculatie, introspectie en metafysica. Alles diende wetenschappelijk te zijn. Ook indien het dat duidelijk niet was. Een vreemdsoortig mengsel van marxisme en neopositivisme werd onder de naam van ‘moraalwetenschappen’ over een nieuwe lichting aspirant filosofen uitgegoten, en Plato was slechts een kanttekening bij wat Jaap Kruithof allemaal beweerde. Duidelijk was dat men in Gent de wereld niet langer wilde interpreteren maar hem grondig wilde veranderen.
Tegendraads als ik was, zocht ik mijn heil in fenomenologie, existentiefilosofie en psychoanalyse om mijn studies in de psychologie wat diepgang te verlenen, en ik droomde ervan om een paar jaartjes in Leuven te studeren. Ik las in mijn aula-boekjes dat zich aldaar het Husserl-archief bevond, een overweldigende schat van nog onuitgegeven teksten van de grondlegger van de fenomenologie, en dat iedereen die daarin geïnteresseerd was die kon inkijken, mits hij daartoe ernstige redenen kon opgeven. Ernstige redenen had ik niet, tenzij dan dat ik meende dat het mij gelukkig zou maken, om daar wat in de transcripties van de gestenografeerde nota’s van Husserl te zitten grasduinen, in navolging van Merleau-Ponty, Levinas, Derrida en andere grootheden naar wie ik opkeek.
Ik ben er nooit in geslaagd, maar ik ben wel heel blij dat ik gisteren in een dag en een nacht het boek van Toon Horsten over dat Leuvense archief heb verslonden. Eindelijk weet ik wie die mysterieuze pater was, die op gevaar af van zijn leven, de immense intellectuele erfenis van Edmund Husserl van Freiburg naar Leuven wist over te versassen, in die onzalige nazi-tijd. Herman Leo Van Breda, is zijn naam, en zijn avontuurlijk leven rondom dit archief, de mensen die erbij betrokken waren, filosofen, assistenten, familie van Husserl, leest als een thriller. Ik moet toegeven dat la Petite Histoire, de kleine voorvallen in de oorlog van de diverse helden in dat verhaal mij meer bezig houdt dan de manier waarop Husserl tot het wezen van alle bestaande dingen trachtte door te dringen. Sinds dat boek ben ik meer geïnteresseerd in wat Landgrebe, Fink en Edith Stein, assistenten van Husserl ooit, in de oorlogsjaren overkwam dan in hun uiterst waardevolle reflecties over de fenomenologie als zuivere wetenschap.
En nu wil ik ook dat archief betreden; ik vind wel een ernstige reden. En daarna ga ik uitgebreid dineren, zoals pater Van Breda dat ook zo graag deed, met kreeft en de lekkerste wijnen. Hij had zoals ik diabetes maar leefde er niet naar. Telkens hij een aanval van hypoglykemie kreeg, begon hij tegen iedereen die in zijn weg liep te fulmineren. Vooral op Fonske was hij kwaad, Alphonse de Waelhens, de topfilosoof van Leuven die hem verweet een vergader-filosoof te zijn, een mannetje dat wel in alle commissies zat om gelden te verzamelen, maar zelden een verstandig woord op papier zette. Of anders meende hij dat de fietsen van de studenten in de tuin van het Instituut voor Wijsbegeerte niet goed waren gestald, en begon hij eindeloze jeremiades af te steken over de jeugd van tegenwoordig. Of hoe geleidelijk de vraag naar het wezen, naar het Zijn in mij is ontaard in nieuwsgierigheid naar het bonte en veelal irrationele leven van de filosofen.. Ik moet in elk geval dat begenadigd oord met mijn eigen ogen verkennen. Ik kan nu goedmaken wat ik in mijn jonge jaren nooit heb gedurfd. Ik vind wel een ‘ernstige’ reden.

Toon Horsten, De pater en de filosoof,uitgeverij Vrijdag, Antwerpen, 2018.
Het spannendste boek over filosofie dat ik ooit gelezen heb!”


Ik kan me hierbij aansluiten. Ook ik heb ‘De pater en de filosoof’ in één ruk uitgelezen. De auteur heeft de knepen van het spannende vak in de vingers. Pierre Plum drukt in zijn FB stukje met de zijne op de pijnlijk kloppende littekens van de filosofie in Vlaanderen.
226. Jaren later, na de dood van Van Breda, zal Emmanuel Levinas ‘Noms propres’ publiceren. Een bundel waarin hij dertien portretten schetst van mensen die op de een of andere manier belangrijk voor hem zijn geweest. Het gaat om en paar schrijvers met voorop Paul Celan en Marcel Proust, maar toch vooral om filosofen. Onder meer Kierkegaard, Jean Wahl, Jacques Derrida en Martin Buber passeren de revue. Ook Van Breda krijgt een ereplaats in het boek, als iemand die voor Levinaas geldt als een toonbeeld van rechtschapenheid. “Zijn goedheid en zijn universitaire fijnzinnigheid manifesteerden zich altijd in die lach, in de vrolijkheid van de tevreden boer die weet dat hij de duivel een stevige loer heeft gedraaid”, schrijft hij.

227. Steeds vaker manifesteert zich ook hypoglycaemie, waarbij Van Breda in een soort van trance geraakt. Rudolf Boehm is een van de eersten die er, in de vroege jaren vijftig, mee te maken krijgt. “Als de pater te weinig suiker in het bloed had, dan kon zich zo’n hypo voordoen. Dat was een lelijke toestand hoor, een soort van dronkenschap. Vreselijk voor de persoon in kwestie, het moet een bijna psychotisch gevoel zijn. Het heeft vooral lichamelijke gevolgen, maar ook de stemmingswisselingen konden enorm zijn. Dan begon hij zich geweldig op te wonen, werd boos, en zag de wereld ten onder gaan. Alles was dan één grote samenzwering van de paus, Stalin en De Waelhens, zijn drie zwarte beesten. Ik moest altijd een klontje suiker bij me hebben, waar we ook waren. Meestal wilde hij dan niet toegeven dat er iets aan gehand was, dat was het moeilijkste.’

MOOOV Turnhout 2018 – Les Bienheureux – Marquis de Wavrin – The legend of the Ugly King – Yol – Blue Silence.

23 april 2018

MOOOV Turnhout 2018 

LES BIENHEUREUX

Algiers, 2008, twintig jaar na het begin van de burgeroorlog. Het rijke koppel Amel en Samir gaan uit eten om hun huwelijksverjaardag te vieren. Ze delen niet langer dezelfde ideeën en de avond verzeilt al snel in een moeilijk gesprek. Ze kunnen niet anders dan vaststellen dat hun idealen van weleer een illusie zijn geworden. Amel heeft het over verloren illusies en ziet geen toekomst meer voor haar land; daarom spoort ze hun zoon aan om in Europa verder te studeren. Samir wil dit niet. Intussen zwerft hun zoon met zijn vrienden rond in de straten van de hoofdstad.

Met een oneindige tederheid en empathie voor haar personages en met een sterke sensuele cameravoering is dit debuut een treffend onderzoek naar de wonden uit het verleden van Algerije. Sami Bouajila en Nadia Kaci tonen het oudere koppel op een gevoelige en delicate manier. Maar met Lyna Khoudri als het meisje Feriel heeft de cineaste de ideale belichaming gevonden van de jonge Algerijnse generatie. Deze actrice won op het filmfestival van Venetië terecht de prijs van beste vrouwelijke actrice!

‘Les bienheureux’ geeft eerder op een trage en langdradige manier een  interessante inkijk in het leven van de betere middenklasse in Algiers. Tijdens de loden jaren van 1991 tot 2002 (met vandaag nog steeds oplaaiend geweld van moslimfundamentalisten tegen de politie en het leger in de bergen van Kabylië) zijn een deel van hun intellectuele vrienden naar Frankrijk gevlucht. Sommigen waaronder Amel (arts) en Samir (prof) zijn ondanks de aanslagen en moordpartijen gebleven. Sindsdien is het islamisme steeds verder doorgedrongen, ook in het publieke leven van de grote steden. Alcohol wordt niet meer geschonken op terrassen, vrouwen worden niet meer toegelaten in cafés en bars, het uitgangsleven en de daarbij horende muziek is verboden of fors ingeperkt. Onder hun kinderen heerst een landerige sfeer met opstoten van religieus fundamentalisme om het testosteron overschot te kanaliseren. 

De film is vooral interessant omdat de regisseur Sofia Djama haar toeschouwers confronteert  met de steeds verder opbouwende spanning in het Algiers van na de loden jaren. Dreigend is ook de toenemende kloof tussen de intellectuele burgerij en de gewone burgers in de stad en verder. 

MARQUIS DE WAVRIN, DU MANOIR À LA JUNGLE 

1913. Robert Marquis de Wavrin betrapt twee kinderen die op zijn landgoed noten stelen. Hij schiet zijn geweer op hen leeg; ze overleven het maar net. Om een celstraf te ontlopen, vlucht hij naar Buenos Aires. Zo begint het Zuid-Amerikaanse avontuur van de jonge Belgische edelman. Zijn drie reizen naar Zuid-Amerika, tussen 1913 en 1937, leveren vier films op. Daarnaast schrijft hij boeken en artikelen en verzamelt hij waardevolle objecten die nu nog in musea te zien zijn. Archivaris Grace Winter heeft deze documentaire uit het filmmateriaal van het Koninklijk Belgisch Filmarchief. Ze kreeg hulp van Luc Plantier. De documentaire toont dat de markies zijn tijd ver vooruit was. ‘Mijn echte huis was de jungle. De indianen werden mijn broeders. Ik benaderde ze altijd als een vriend. Eerlijk, ongewapend en kwetsbaar.’ Zijn oprechte interesse voor andere culturen was in die tijd een uitzondering. Veel van zijn tijdgenoten zagen de overzeese gebieden als commerciële wingewesten en hun inwoners als wilden. Robert Marquis de Wavrin leverde een grote bijdrage aan de wetenschap en de Belgische cinema. Hij verdient het om niet vergeten te worden.

Een boeiende en ingenieuze compilatie van het werk van Robert de Wavrin, waarbij het exotisme (koppensnellers en – krimpers, mannelijk en vrouwelijk naakt, borstvoeding voor een apenjong) van zijn reisverslagen recht wordt gedaan. De ontdekkingsreiziger kwam tijdens en door zijn reizen tot inkeer: van een verwende egocentrische persoonlijkheid tot iemand die open stond voor andere culturen in verre landen. 

Er is een dvd van het hele werk te koop bij Cinematek te Brussel

Yilmaz Güney dag te Turnhout


THE LEGEND OF THE UGLY KING
Ze noemden hem the ugly king. Een mythe, een held, een filmlegende. Wie was Yilmaz Güney? Een getalenteerde regisseur? Een revolutionair? Een moordenaar, een genie of gek? In THE LEGEND OF THE UGLY KING de jonge regisseur Hseyin Tabak zoekt antwoorden in een script over de Koerdische filmmaker uit Turkije. Güney werd veroordeeld tot 100 jaar gevangenisstraf, om politieke redenen maar ook voor de moord op een rechter.Hij begon met films vanuit de gevangenis. Zijn beroemdste film YOL won de Gouden Palm op het festival van Cannes in 1982. Tabak bezoekt landen waar familie van Güney woont, zijn acteurs, prestigieuze filmmakers als Michael Haneke en Costa Gavras, voormalige gevangenen en gewone mensen voor wie Güney nog steeds een held is. Hoe dieper Tabak graaft, hoe meer de legendarische ugly king menselijk en kwetsbaar lijkt.Tabak begint zijn film met de triomf in Cannes en keert langzaam terug naar Turkije om de overlevende medewerkers en familie van Güney te interviewen. Het resultaat is een rijk biografisch werkstuk en een oprecht eerbetoon aan een filmmaker wiens integriteit en creativiteit tot op vandaag inspireren.

Tabak heeft een boeiende compilatie gemaakt van getuigenissen, raadsels en verhalen van en over de mythische Koerdische cineast Yilmaz Güney die in 1982 voor de doorbraak van de Turkse film zorgde met YOL .

Verrassend was ook de pijnlijke voorliefde voor botox en fillers van menig oudere schone van het Turkse witte doek.

YOL - THE FULL VERSION

Yol is een Turkse film uit 1982 gemaakt door Yilmaz Güney. Het scenario werd geschreven door Güney en, omdat hij in de gevangenis zat, geregisseerd door zijn assistent Serif Gören, die de instructies van Güney nauw opvolgde. Later, toen Güney uit de gevangenis ontsnapte, nam hij de negatieven van de film mee naar Zwitserland en bewerkte deze in Parijs. De film won uiteindelijk de Gouden Palm op het Filmfestival van Cannes. Yol werd in Turkije verboden vanwege het vermeende negatieve beeld dat er van het land werd geschetst.Turkije werd in die tijd geregeerd door een militaire dictatuur. Nog meer controversieel was het beperkte gebruik van de Koerdische taal, muziek en cultuur, hetgeen destijds verboden was.Güney ontsnapte in 1981 uit een Turkse gevangenis en vluchtte naar Frankrijk. Daar, op het filmfestival van Cannes, won hij de Gouden Palm voor YOL (1982). Zijn laatste film was DUVAR (1983), een verhaal over kinderen in gevangenschap. Deze werd zowel financieel als politiek gesteund door de Franse regering. In 1984, toen Güney vrij was van vervolging, sloeg het noodlot toe: hij kreeg maagkanker en stierf op 47-jarige leeftijd in Parijs.In 2017 werd een nieuwe versie van Yol uitgebracht, YOL: THE FULL VERSION. Dankzij intensief speurwerk werd filmmateriaal gevonden dat verloren werd gewaand. Het werd gedigitaliseerd en bewerkt volgens het oorspronkelijke plan van Yilmaz Güney. Beeld en geluid zijn nauwkeurig hersteld in hun authentieke staat. De film werd uiteindelijk gerestaureerd en voltooid ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van Yilmaz Güney.

Boeiend waren de toelichtingen van Donat Keusch, chef van de Zwitserse Cactus Film AG, die de rechten op de film beweert te hebben, wat tot nogal wat onduidelijkheden en disputen leidde. Hij deed ook een mooie verhaal over de ontsnapping van Yilmaz Güney uit de Turkse gevangenis met asiel in het Frankrijk van Mitterand en Jacques Lang.

Nog boeiender was de verklaring van Keusch dat Güney hem persoonlijk herhaaldelijk had duidelijk gemaakt dat de mannelijke personages van Yol die vrij kregen uit de gevangenis ( oorspronkelijk 12 die werden teruggebracht tot 5 +1) allemaal alter-ego’s van Yilmaz Güney zelf waren.

Het tekent de moed en de kritische zelfkennis van Güney én de tot vandaag en nog vele decennia aanslepende ellende van man-vrouw verhoudingen op het Turkse platteland en bij de Koerdische families en clans, ook in de grootsteden.

YOL is 35 jaar later nog pijnlijker dan in 1983 toen ik hem voor het eerst zag. Vooral omdat het er vaak nog steeds op dezelfde manier aan toe gaat ( ook in de Koerdische en Turkse diaspora) en omdat in al die jaren nog steeds geen fatsoenlijke federale oplossing voor de autonomie-eisen werd gerealiseerd.

BLUE SILENCE

Hakan, een 42 jarige Turkse ex-militair, heeft de laatste jaren doorgebracht in een psychiatrisch ziekenhuis, waar hij behandeld werd met als doel te genezen van oorlogstrauma’s. De gruweldaden die hij in naam van het Turkse leger pleegde, blijven aan hem vreten. Met de hulp van de verpleegster Ayla voelt hij zich langzaamaan beter worden. Vlak voor Kerstmis achten de dokters hem voldoende mentaal gezond om naar huis terug te keren. Zo belandt Hakan weer in zijn appartement in Istanbul. Hij probeert in contact te komen met zijn vrouw en zijn dochter Melis, maar die zijn zeer afhoudend om hem weer te zien. Alleen Ayla houdt vol en probeert hem te helpen, tot ze de waarheid ontdekt over zijn verleden Sinds zijn wereldpremière viel de film al meerder malen in de prijzen en wie hem ziet, zal hierover niet verwonderd zijn. Het is een heerlijk minimalistische en intuïtieve prent met heel veel opvallende stiltes. De regisseur zoekt vooral naar beelden om het verhaal van Hakan te vertellen. Componist Michelino Bisceglia zorgt met strijkers voor de klanken hierbij.

Bülent Öztürk denkt nog dat om poëtische films over gruwelijke feiten te maken het volstaat om lange, ongewone shots en close ups te tonen met stilte of opdringerige geluiden en muziek. Hetzelfde trucje wordt in Blue Silence tot vervelends toe herhaald en dwingt de kijker tot vermoeid versuffen.

Zelfs als ‘minimalistisch en integer’ als schaamlapje moeten dienen en de muziek bij wijlen troost biedt, blijft het een misser van formaat.

Als de brave regisseur nog vol van zijn pas geleerde kunstjes bij de nabespreking ook nog een hilarisch verhaal begint over de verantwoordelijkheid van België binnen de NATO waardoor de Turkse elitetroepen als burger verkleed gruweldaden hebben leren plegen, is het tijd om op te stappen. Er zijn grenzen aan de waanzin – zeker als daar dan het optreden van Belgische paracommando’s in Congo aan gekoppeld worden. Iemand zou dit soort interessant makend gezeur zonder enige kennis van zaken beter voorkomen.

De Druivelaar heeft voor dergelijke zelfverklaarde getuigenis-filmers (die zich dan nog graag bekennen als fans van Yilmaz Güney) een goede raad: ‘Het is beter te zwijgen en dom te lijken dan je mond open te doen en alle twijfels voorgoed weg te nemen.’

 

« Vorige berichten