Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Orhan Pamuk, De vrouw met het rode haar.

23 september 2017

Orhan Pamuk, De vrouw met het rode haar.

Uitg. De Bezige Bij 2017

De Chinese dichter DuoDuo omschreef in 1989 na de Pekingse Lente en zijn vlucht naar Poetry International te Rotterdam het verschil tussen oost en west als: “In het oosten eten de vaders hun zonen op om de macht te kunnen behouden, in het westen doden de zonen hun vaders om met hun moeder te slapen.”

‘De vrouw met het rode haar’ is een fenomenaal gelaagde roman waarin Orhan Pamuk de kwestie oost-west, vader-zoon, moeders-vrouwen op een diepgravende, haast archeologische wijze onthult.
265. Want de dingen uit oude sprookjes en legenden overkomen je uiteindelijk zelf. Hoe meer je leest en in legenden gaat geloven, hoe meer ze je overkomen. Je noemt een verhaal dat je hoort trouwens een legende juist omdat het je zal overkomen.

Het literaire raffinement van Orhan Pamuk geeft de lezer telkens weer de kans om mijmerend te verdwalen in eigen interpretaties, verlangens en overwegingen. Waarna we toch weer bij hetzelfde graven in moeder aarde terechtkomen op zoek naar het levende water.

Hij overstijgt de huidige politieke, religieuze, militaire en economische van zijn Turkije door precies Sophokles Oedipus Koning en Het Boek der Koningen, de Shahnameh uit Perzië te verweven in de vader-zoon verhouding en de schroom over het begeren van de moeder-vrouw.

266. Ik was nog geen vijfendertig en wist al van de trots en de zwakte van mannen en van het individualisme dat door hun aderen stroomt. Ik wist dat ze hun vaders kunnen doden, en hun zonen evengoed. Maar of vaders nu hun zonen doden, of zonen hun vaders, de mannen zijn de helden en mij rest niets anders dan tranen te vergieten. Misschien moest ik vergeten wat ik daarvan wist en ergens anders heen gaan.

186. De vraag waar het eigenlijk om ging was waarom in Europa, dat kon bogen op een zoveel bredere en rijkere beeldcultuur en -traditie, net de cruciale scènes uit Oedipus zoals de moord op zijn vader en het slapen met zijn moeder, niet waren afgebeeld. De Europese schilders konden in woorden over deze schilderijen denken, ze begrepen het verhaal. Maar waar ze in woorden over konden denken konden ze niet voor zich zien, konden ze niet uitbeelden. Dat was de reden dat ze alleen het moment geschilderd hadden dat Oedipus het raadsel van de sfinx oplost. In islamitische landen, waar veel minder afbeeldingen werden gemaakt en bekeken, waar die meestal verboden waren, was de moord op Sohrab door zijn vader Rostam juist duizenden malen uitbundig getekend.

Pier Paolo Pasolini, behalve regisseur ook romancier en schilder, had met zijn film Edipo re afgedaan met deze regel.


237. Als je zonder vader opgroeit, besef je niet dat de wereld een centrum en een grens heeft, dan denk je dat je alles kunt…’ zei hij. ‘Maar na een tijdje weet je niet meer wat je moet, dan probeer je in de wereld een betekenis, een centrum te vinden, en ga je op zoek naar iemand die nee tegen je zegt.’

Lees verder »

Johan Swinnen, Happening – De aanslag in de Inno.

21 september 2017

Johan Swinnen, Happening – De aanslag in de Inno.

uitg.Vrijdag 2017

Met ‘Happening, de aanslag in de Inno’ heeft Johan Swinnen en indrukwekkend roman geschreven die getuigt van een periode waarin de zuiveren en de rechtgelovigen in het marxisme leninisme en de gedachte Mao Zedong elkaar in een hels opbod tot revolutionaire terreur dreven tegen het Amerikaanse imperialisme en haar lakeien in de Brusselse consumptiemaatschappij. De ‘happening’ liep uit de hand en de Inno brandde af met 323 doden.

Wie zich een idee wil vormen over hoe het er in die ‘beweging’ of stroming aan toe ging, kan te rade bij ‘Happening’ want Swinnen beschrijft bijzonder goed de sfeer, de zeden en gewoonten in die jaren zestig revolutionaire groupuscules.

Ook zijn verslag over het leven en lijden op het Vlaamse – Limburgse platteland is aangrijpend.

Maandag 22 mei 1967: een aanslag met drie brandbommen tijdens de Amerikaanse veertiendaagse in de Brusselse À l’Innovation kent 323 doden en honderden gewonden. Bij deze apocalyptische brand verliest de dertienjarige Hervé zijn beide ouders. De ramp verandert voorgoed zijn leven en verbindt zijn lot aan Delphine, een militante actievoerster uit het hart van de Brusselse Commune Ché. Ze heeft haar wortels in de studentenprotesten en woont op libertijnse wijze samen met geradicaliseerde actievoerders.
Happening is een sleutelroman die het fascinerende verhaal vertelt van een groep bezielde jongeren die uit verontwaardiging over de steun van het Westen jegens de oorlog in Vietnam en de onrechtvaardigheden van de kapitalistische samenleving tot geweld overgingen en met bommen de strijd aanbonden tegen de Belgische staat. Ze noemden hun vorm van actievoeren ‘ein großes Happening’.

‘De brand in de Innovation in de Nieuwstraat in Brussel op maandag 22 mei 1967 ontstond niet door een kapotte tl-lamp maar was een communistische aanslag, schrijft Swinnen. Op die bewuste dag gingen zijn ouders winkelen in het megalomane grootwarenhuis in Brussel. In de Innovation, nu bekend als Galeria Inno, kon je werkelijk alles krijgen: meubels, kledij, huishoudgerief, voeding … Er was ook een restaurant en een kapperszaak. Dit allemaal met de bedoeling om klanten er zo lang mogelijk te laten winkelen. Maar bij de brand werkte dit als een muizenval.

Zelf ontsnapte de toen 13-jarige Swinnen aan de brand. Hij was stout geweest en mocht niet mee op uitstap naar Brussel. ‘Soms kreeg ik er schuldgevoelens over’, vertelt Swinnen. ‘Was ik er beter bij geweest? Of had ik ze kunnen redden? Je weet dat niet. Ik hoop dat ze bovenaan het gebouw in het zelfbedieningsrestaurant zijn omgekomen, waar veel kans was op verstikking. Hopelijk waren ze bij wijzen van spreken met hun hoofd in hun kom soep gevallen, zodat ze niet bij bewustzijn in brand hebben gestaan (stilte) en aan hun drie kinderen konden denken …’

Het is een sleutelroman

‘Wie daarnaar op zoek gaat, kan heel veel vinden, vergeet niet: het is een sleutelroman. Het punt is dat de daders nooit veroordeeld zijn geweest. Als ik morgen de namen bekend maak, dan is het voor hen heel eenvoudig om mij aan te klagen voor reputatieschade – het gaat hier tenslotte over 323 doden en zovele gewonden.De passages met en over de daders zijn gedocumenteerd en deels gefingeerd. Het boek is trouwens drie weken later verschenen: na overleg met juristen hebben we namen en plaatsen veranderd.’


‘Fotograferen dient een verheven doel: verborgen waarheden onthullen en een verdwijnend verleden construeren.” Susan Sontag

16.ik probeerde me te herstellen en te genezen van het verlies van mijn ouders.Ik wilde iets zinnigs doen met mijn leven. Het engagement van de derdewereldbeweging kwam als geroepen. Ik leerde veel van de strijd van de arbeiders en mijnwerkers in het Genkse. De mijnentingen een voor een dicht en de Ford-fabriek buitte de arbeiders uit. Ik leerde na school Spaans bij broeder Nest om ontwikkelingswerk te kunnen gaan doen in Zuid Amerika. Ik wilde meehelpen de dictaturen in Spanje en Griekenland omver te gooien en me inzetten voor het behalen van onafhankelijkheid van de Portugese kolonies. Wereldsolidariteit was mijn sleutelwoord.

17. Het is een boutade om Nietzsche te citeren: ‘Wat me niet doodt, maakt me sterker’, maar ik voeg er de Joker uit ‘The dark knight’ aan toe:‘I believe anything that doesn’t kill you makes you stranger’

Lees verder »

Paolo Cognetti – De acht bergen.

11 september 2017

Paolo Cognetti – De acht bergen.

De Bezige Bij 2017

Een knappe roman over vader-zoon-moeder relatie, vriendschap voor het leven of toch niet helemaal, het land en de bergen, de liefde en het vee …

Het thema van het terugtrekken uit de steden naar het platteland en de bergen is herkenbaar zoals Silvia Avallone dat in de crisisjaren waarnam bij goed geschoolde Italiaanse jongeren. Zij  verwerkte dit in haar meesterlijke roman Marina Bellezza  

‘Het goede huis is het huis waarin je vergeet hoe het met de wereld is gesteld.’ (Bart Meuleman, De jongste zoon)

137. Het was een seizoen van terugkeer en verzoening, twee woorden waar ik bij het verstrijken van de zomer vaak aan dacht. Op een avond vertelde mijn moeder me een verhaal dat ging over haar, mijn vader en de bergen, de manier waarop ze elkaar hadden leren kennen en die waarop ze uiteindelijk waren getrouwd. Raar om daar zo laat pas over te horen, als je bedenkt dat dat het verhaal was van hoe ons gezin was ontstaan, en dus hoe ik was ontstaan. Maar toen ik jong was, was ik te jong voor dat soort verhalen, en daarna wilde ik er niet meer naar luisteren: zelfs op mijn twintigste zou ik, om maar geen familieherinneringen aan te hoeven horen, mijn vingers nog in mijn oren hebben gestopt, en ook die avond reageerde ik aanvankelijk afwijzend. Een deel van me was gehecht geraakt aan de dingen die ik niet wist.

(...)

Maar terwijl mijn moeder vertelde, begon er een ander gevoel bij me op te komen. Ik dacht: ik kén dit verhaal. En inderdaad kende ik het ook, op mijn manier. Jarenlang had ik er de fragmenten van verzameld, als iemand die de uitgescheurde bladzijden van een boek bezit en ze duizenden keren in willekeurige volgorde heeft gelezen. Ik had foto’s gezien, gesprekken gehoord. Ik had mijn ouders en hun manier van doen geobserveerd. Ik wist bij welke onderwerpen ze opeens stokten, bij welke ze ruzie kregen en welke namen uit het verleden in staat waren hen treurig te stemmen of te ontroeren. Ik bezat elk afzonderlijk deel van het verhaal, maar was er nooit in geslaagd er een geheel van te maken.

‘Ga nooit terug om je vroegere front te bezoeken’. (Ernest Hemingway 1898-1961)

239. Lang nadat ik was opgehouden mijn vaders paden na te lopen, had ik van hem geleerd dat er in sommige levens bergen bestaan waar je niet naartoe terug kunt keren. Dat je in levens als het mijne en het zijne niet terug kunt naar de berg die het middelpunt is van alle andere, en het begin van je eigen geschiedenis. En dat mensen zoals wij, die op de eerste en hoogste berg een vriend hebben verloren, niets anders rest dan over de acht bergen dwalen.

Eddy Daniels, De kwestie M – een gekaapte godsdienst

5 september 2017

Eddy Daniels, De kwestie M – een gekaapte godsdienst.

Uitg. De Blauwe Tijger 2017

Eddy A.M. Daniels publiceerde al over de teloorgang van onze democratie in het multiculturele debat, in De Open Samenleving en Haar Nieuwe Vijanden (2005). Over de kansen op een hernieuwing in de katholieke kerk in Papa Ratzi. Paus & Ketter (2006). En over genocide in de isl?m in ‘Mohammed, de joden en de dadels’ in het verzamelwerk Kritische bedenkingen bij een politieke religie (2010).

Een verbluffend boek dat ik met veel interesse heb gelezen. De auteur is erin geslaagd om zo’n besmette, vervalste, misvormde materie helder te fileren, ook voor leken. Een titanenwerk waar spijtig genoeg een uitgebreid namen en verwijzingen register ontbreekt. Misschien nog op te lossen in digitale vorm.

Eddy Daniels ontwikkelt ook een uitgebreid antwoord op hoe het er in de toekomst misschien zou kunnen aantoe gaan wanneer mohammedanen zich weer tot de kern van de oorspronkelijke islam zouden kunnen wenden. Al zal er heel veel afhangen van de moed en de wil om zich te bevrijden van de kluisters in denken en doen bij Europese moslims.

Hij gaat uitgebreid in op de pogingen tot verchristelijken van de mohammedaanse ideologie door Karen Armstrong en Hans Küng, inclusief de vervalsingen, interpretaties en verlangens die nergens op gebaseerd blijken dan op hun eigen wensdromen.

Inhoudsopgave

https://flic.kr/s/aHsm86u9hV

24. Het verhaal dat ik hier zal vertellen is er dus niet één over hoe Mohammed effectief was, maar over hoe de islámitische autoriteiten intern denken, maar niet aan hun gelovigen (en andersdenkenden) onthullen dat hij is geweest. Zodat zij — zelfs als zij dat willen — totaal geen theologische argumenten meer kunnen inzetten tegen een verschijnsel als Is/Daesh of al-Qaeda, en die via een wereldomvattende fatwá onmogelijk takfir kunnen verklaren, tot afvallige. Daarbij zal ik hun eigen bronnen laten spreken. Ik bied de lezer hier dus geen westerse visie op Mohammed aan, maar een mohammedaanse met dien verstande dat dit een visie is die het daglicht niet verdraagt en door de overgrote meerderheid der gewone moslims niet gekend is. Men zal mij beter begrijpen als ik een vergelijking maak met hoe de Hebreeuwse Bijbel gelezen werd in de katholieke kerk. Grote delen van de Bijbelse teksten zijn puur racistisch en moeten niet onderdoen voor Hitlers Mein Kampf: Het verhaal over de Landname onder Jozua, die de autochtone Kanaánieten als een sta-in-de-weg beschouwde, is kolonialistisch (6:21; 10:35). Het verhaal over het optreden van de koningen Saul en David, op bevel van Samuel (I 15:3), tegen de woestijnstam der Amalekieten is genocidaal (Saul werd gestraft omdat hij slechts de mannen had vermoord maar vrouwen en kinderen in leven gelaten). Het verhaal over de terugkeer van Judeïsche ballingen uit BabyIon onder Ezra (9:2) en Nehemia (13:3, 25b), schetst een apartheidsregime waarin het de lieden met het heilig zaad werd verboden om te huwen met vrouwen die behoorden tot de achtergebleven mensen van het land.

351. Is een verzoening tussen beide uitersten mogelijk? Volgens mij wel, maar niet met de zoete praatjes dat wij ‘meer open moeten staan’ voor elkaar. Hoe kan een dialoog ooit een dialoog worden als de ene vanuit zijn geloofsbronnen leert dat hij niet mag liegen (Mattheus 5:37), en de andere dat hij móet liegen als hij daarmee zijn godsdienst en zijn profeet helpt (taqiyyah)? En hoe kan een overeenkomst ooit een echte overeenkomst worden als de principes van Hudaybiya gelden? Zodat een verdrag voor de ene partij moreel bindend is, hoe de toestand ook moge evolueren; en voor de andere moreel ontbonden, zodra de krachtsverhoudingen zich wijzigen?

Lees verder »

Edmund Burke – Franse Revolutie en Engelse traditie. –

21 augustus 2017

Edmund Burke – Franse Revolutie en Engelse traditie.

Edmund Burke als voorspeller van terreur’

Ingeleid door Theodore Dalrymple vertaling en noten van Marc Vanfraechem

uitgeverij Doorbraak 2017

Met een scherpe inleiding van Theodore Dalrymple

13. Passage na passage vaart Burke uit en waarschuwt hij tegen de kwaal om in de politiek en in het menselijk bestaan wel niets anders te willen zien dan een strijd voor het bereiken van en abstract ideaal: ’ Ik kan niet begrijpen hoe iemand zich tot zo’n mate van arrogantie kan opwerken dat hij zijn land beschouwt als niets dan een carte blanche waarop hij kan krabbelen wat hem invalt.’ Wie moet als hij dit leest, niet denken aan het malicieuze gezegde van Mao Zedong, dat de Chinese boer een blanco blad is waarop je de prachtigste karakters kunt schrijven? Een mentaliteit die rechtstreeks heeft geleid tot de dood van miljoenen, zo niet tientallen miljoenen mensen – of moet ik zeggen: blanco bladzijden? (97)

Een boeiende selectie uit het werk van Edmund Burke die mij herhaaldelijk verraste wegens zijn scherp inzicht en dito pen. Het wordt hier ook helder waar Dalrymple een aantal van zijn thema’s heeft gehaald die hij tot grote hoogte heeft uitgewerkt.

Dit is een boekje dat je moet savoureren, iedere avond een hoofdstuk en nadien nog eens herlezen, zo verbluffend zijn sommige inzichten van Edmund Burke die vanuit Engeland de Franse revolutie en de naweeën op de voet volgde wegens de mogelijke aanhang in eigen land.

Bijzonder mooi en leesbaar vertaald naar hedendaags Nederlands door Marc Vanfraechem.

Wie echt iets van politiek wil kennen kan deze excerpten niet ongelezen laten.

115. Als het eenduidige commando slapte vertoont terwijl elk ander gezag fluctueert, dan zullen de officieren van een leger een tijdlang oproerig zijn en allerlei acties ondernemen, totdat een of andere populaire generaal die de kunst verstaat om manschappen tot bedaren te brengen en die de bevelvoering in zijn vingers heeft, alle ogen op zich weet te richten. De legers zullen hem als persoon gehoorzamen. Bij deze stand van zaken is er geen andere weg die de militaire gehoorzaamheid kan garanderen. Maar op het moment dat precies dit zal gebeuren, wordt hij die het leger daadwerkelijk aanvoert ook uw meester; meester van uw koning (tot daar aan toe) , meester van uw assemblee, meester van uw hele republiek.

(Burke heeft deze voorspelling niet meer in vervulling zien gaan. Hij stierf twee jaar voor de 18 de Brumaire van het jaar VII (9 november 1799), de dag waarop Napoleon zijn staatsgreep pleegde.


20. Isaac Newton: ‘ Als ik verder heb gezien, dan was dat omdat ik op de schouders van reuzen stond’.

Bernard van Chartres (1130-1160) : Wij zijn als dwergen gezeten op de schouders van reuzen ( de antieken), waardoor wij meer en verder afgelegen zaken kunnen zien dan zij. En dat komt niet doordat onze blik scherp zou zijn, of onze gestalte voordelig, maar omdat wij gedragen en verheven worden door de hoge gestalten van de reuzen.’

21. ‘ Als wij niet uitkijken wordt [geschiedenis] nog gebruikt om onze geest te vervuilen en ons geluk te vernietigen […]. Verkeerd opgevat kan de geschiedenis dienst doen als arsenaal van aanvals- en verdedigingswapens voor partijen in kerk en staat, en zo middelen aanleveren om onenigheden en animositeiten in leven te houden  of nieuw leven in te blazen en de volkswoede van brandstof  voorzien’.

Lees verder »

Philipp Blom – De opstand van de natuur.

12 augustus 2017

Philipp Blom – De opstand van de natuur.

Een geschiedenis van de kleine ijstijd (1570-1700) en het ontstaan van het moderne Europa
De Bezige Bij 2017

Dit is een mooi opgebouwd essay over een mogelijk verband tussen klimatologische wijzigingen en maatschappelijke veranderingen, voornamelijk in Europa. De kleine ijstijd heeft volgens Philipp Blom een belangrijke en positieve rol gespeeld bij de ontwikkeling van het liberale kapitalisme en de snellere globalisering van de moderne economische en politieke ontwikkelingen.

242. Maar Europa had zich binnen enkele generaties radicaal veranderd – ook omdat de gevolgen van de klimaatverandering zo ver in het noorden bijzonder ingrijpend waren en innovaties dringend noodzakelijk maakten. Natuurlijk vonden die veranderingen niet in direct causale zin plaats vanwege de klimaatverandering. De crisis van de op graan gebaseerde landbouw betekende, wegens de verkorte plantengroei door de afkoeling, veeleer een economische belasting van de sociale structuren in Europa, die gunstig was voor vernieuwingen en tot dan toe ongekende mogelijkheden opende voor de dragende krachten van nieuwe praktijken, nieuwe kennis en nieuwe ontdekkingen – de leden van een groeiende ontwikkelde middenklasse.

In essentie is ‘De opstand van de natuur’ een pamflet over de gevolgen van vaker voorkomende klimaatswijzigingen – zonder belangrijke invloeden van de mensen – bedoeld als waarschuwing voor vergelijkbare ontwikkelingen al dan niet beïnvloed door bewuste menselijke activiteiten en slordigheden.
Over de olifant in de kamer wordt echter galant gezwegen: de snelle bevolkingstoename en de verschrikkelijke gevolgen hiervan voor migratiegolven en uitroeing door oorlogen, ziekte epidemies die ons nog te wachten staan.
Ook daarvan zijn nogal wat voorbeelden te geven uit de geschiedenis.
Naar het einde toe evolueert Bloms essay echter naar een neomarxistisch pamflet genre Lenins ‘Imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme’.
Dat had veel beter gekund en dus spijtig voor een schitterende auteur van boeken als

‘Alleen de wolken. Cultuur en crisis in het Westen 1918-1938’.

De duizelingwekkende jaren. Europa 1900-1914.

Het verdorven genootschap

Lees verder »

Isaak Babel, De oude Sjloime

4 augustus 2017

Isaak Babel, De oude Sjloime
‘Je wordt bedankt – pensioenverhalen’ Van Oorschot 2017

90. Hij was hier opgegroeid, had hier zijn arme, kille leven doorgebracht, en wilde dat zijn oude botten zouden rusten op de kleine vertrouwde begraafplaats. Als hij zulke gedachten had, raakte Sjloime natuurlijk geagiteerd, hij liep naar zijn zoon, wilde uitvoerig en hartstochtelijk met hem praten, hem raad geven, maar… hij had al zo lang met niemand meer gepraat, niemand meer raad gegeven. En de woorden stolden in zijn tandeloze mond, zijn opgeheven arm viel krachteloos neer. Helemaal ineengekrompen, alsof hij zich schaamde voor zijn opwelling trok Sjloime zich somber terug en luisterde naar wat zijn zoon en zijn schoondochter bespraken.

‘Je wordt bedankt’ is een bundeling van verhalen van Babel, Boenin, Toergenjov en Tsjechow is een magere selectie van een tiental stukjes proza van voornoemde schrijvers. Misschien een smaakmaker om bejaarden en jongeren naar de oude meesters te lokken. Want het gaat natuurlijk om vier fenomenale schrijvers voor alle tijden, alle seizoenen van het leven.

Isaak Babel blijft ook hier toch weer merkwaardig voorop lopen.

 

Pierre Buyle, De gifMenger

2 augustus 2017

Pierre Buyle, De gifMenger Uitg.

De Blauwe Tijger 2017

Ich beschwöre euch, meine Brüder, bleibt der Erde treu und glaubt Denen nicht, welche euch von überirdischen Hoffnungen reden! Giftmischer sind es, ob sie es wissen oder nicht. Verächter des Lebens sind es, Absterbende und selber Vergiftete, deren die Erde müde ist: so mögen sie dahinfahren!

Friedrich Nietzsche – Vorrede, 3, Also sprach Zarathustra.


Amoz is een Joodse man die carrière gemaakt heeft in de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk, Konstantinopel.  Door toevallige omstandigheden komt Amoz in Mekka contact met een man die gehuwd is met een zekere dame, Khadija, en tevens hoge notabele in de belangrijke pelgrimstad Mekka, nog voordat de islam ontstaat. De man van Khadija gaat gebukt onder zwaarmoedigheid, veroorzaakt door de dood van twee zoontjes, en is op zoek naar antwoorden op existentiële vragen. Khadija hoopt haar man van zijn gepieker en getob te kunnen afhelpen door hem op een missie te sturen naar Abessynië. Maar het probleem van haar man blijkt onoplosbaar hij zinkt verder en verder in religieuze waanvoorstellingen. Kadhija verstoot hem en verlaat Mekka voorgoed om zich terug te trekken in het zuiden van het Arabisch schiereiland. Amoz volgt haar. Van een afstand worden ze via verslagen op de hoogte gehouden van de verdere evolutie en de spanningen in Mekka tussen enerzijds haar voormalige echtgenoot en anderzijds de bestuurders van de stad Mekka Uiteindelijk delft Mekka het onderspit, en spoedig volgt de rest van het Arabisch schiereiland. Heel Arabië wordt “gekraakt als een oude zeeschildpad in de muil van een haai.” Alleen het schuiloord van Khadija en Amoz biedt nog weerstand. De Gifmenger is een ouderwets epos van formaat, het soort boeken dat nog zelden geschreven worden.

Een fascinerend verhaal over ‘De gifmenger’ in de ontstaansgeschiedenis van een monotheïstische godsdienst tussen het Byzantijnse en het Perzische rijk binnen de toenmalige context vanuit de joodse en koptisch-christelijke traditie.

97. Het begrafenisritueel voor de kleine Abdilah zou ’s anderendaags bij zonsondergang doorgaan. De priesters zeiden dat de stand der hemellichamen ongunstig was om de ziel van een overleden kind ten hemel te zien stijgen in de ochtend. Vooral al-Uzza, de godin die zich door de morgenster laat aankondigen, zou het onwelgevallig zijn, maar ook Manat en nog enkele andere goden waarvan ik de namen vergeten heb, zouden ontstemd kunnen raken.  Uit de blikken die Khadija en i met elkaar uitwisselende bij het aanhoren van deze zeer zwaarwichtige en gegronde overwegingen, begreep ik snel dat zij er net hetzelfde over dacht als ik, maar dat wij onze mening beter voor onszelf hielden want wij wisten allebei dat weinig zaken de mensheid zo in toorn en blinde razernij kunnen doen ontsteken als het miskennen van haar godsdienstige overtuigingen, hoe onwaarschijnlijk vergezocht die ook mogen zijn. Deze voortekenen waar door de kahinim het grootste belang aan werd gehecht, maakten zowel op mij als op haar even veel indruk als alle andere voortekenen waar het volk pleegt in te geloven. Daarom liet zij de Beddoe wijselijk in de waan van hun kinderlijke overtuigingen en hield zij de schijn op zich ervan te onderwerpen, wat haar bij de Beddoe uiteraard bijzonder veel bijval opleverde omdat zij voor hem toch nog altijd een Jahoeda bleef.

Pat Wyffels, De LEIF arts.

1 augustus 2017

Pat Wyffels, De LEIF arts.


uitg. Houtekiet


https://www.youtube.com/watch?v=ovIl5EdLstE


Het meest interessante aan het boek De LEIFarts. Of de weg naar een waardig levenseinde zijn ongetwijfeld de talrijke verhalen van huis- en LEIF arts Pat Wyffels  die erin geslaagd is een indrukwekkend boek samen te stellen met reflectie, vragen en casuïstiek uit het ware leven.


Hij maakt ook een scherpe analyse van het huisartsenbestaan in de relaties met patiënten en hun levenseinde.


Ooit heb ik van hem nog seminaries huisartsgeneeskunde gehad aan de UA en die waren van de betere, zoniet de beste die we kregen.


Dr. Wyffels was 33 jaar geleden reeds een jonge huisarts die veel aandacht had voor de arts-patiëntenrelatie én voor de verwerking van emotioneel zware periodes als eenzame huisarts.


Hij is die eerlijke reflectie al die jaren nooit uit de weg gegaan en heeft in dit boek een schat van die fundamentele ervaringen op een boeiend geschreven wijze bewaard.


Het is dus een echt LEIFboek geworden, een verslag van een lijfarts.


Ook wie niet bij de medische of paramedische sector betrokken is, kan hieruit heel veel leren.


Het geeft hen een reëler beeld van het (huis)artsenbestaan, waar iedereen vroeg of laat mee in contact komt.


Pat Wyffels is niet te beroerd om ook controversieel standpunten en vraagstellingen aan te raken waarin hij gewetensvol en nauwkeurig zijn argumentatie duidelijk maakt, vanuit zijn praktijk, zijn ervaring en zijn reflectie als medemens én huisarts.


37. ‘Maar bij voorvallen als deze besef je pas hoezeer je verknocht bent aan de huisartsgeneeskunde. Het is een drug. Soms duurt het verschillende dagen voor je helemaal afgekickt bent. De praktijk volledig achterlaten is daardoor moeilijker dan je zou verwachten: de zwaar zieke patiënten, depressieve moeders en overspannen workaholics laten zich niet makkelijk uit je gedachten verdrijven.’


72. ‘Ik ben er klaar voor’, als was dat de synthese van onze lange gesprekken, waar we onze gezamenlijke geschiedenis nog eens hebben doorgenomen. Ik was immers een bevoorrechte getuige van belangrijke gebeurtenissen en mijlpalen in haar leven.’


87. ‘Als een inherent onderdeel en een soort onvermijdelijke nevenwerking van ons boeiende beroep, gaan verhalen als deze als eeuwige twijfels onze beleving brandmerken met de ervaring van het verleden, waar je kan blijven nadenken over het verloop van een jong leven, over de fatale afloop ervan, en over de mijlpaalbeslissingen die al of niet werden genomen.’


106. ’Wanneer de indringende vraag gesteld werd, en hoe erop werd ingegaan, doet eigenlijk niets ter zake. De boodschap die deze moedige, jonge persoon ons achterlaat, is dat het een ultieme daad van barmhartigheid is om een einde te maken aan ondraaglijk lijden. En dat er geen leeftijd staat op de toerekeningsvatbaarheid van mensen, en dus ook van kinderen, die het ongeluk hebben om nog geen achttien jaar oud te zijn wanneer ze vragen geholpen te worden bij hun queeste rond het levenseinde. Ben je dan te jong om te (mogen) sterven? Met dank aan al wie dit mogelijk maakte.’


111.  ‘Ik ga naar de begrafenis, waar heel veel volk naartoe komt. Ik word door enkele mensen aangeklampt, meestal zonder woorden, met een aanraking, een knikje, of een voorzichtige knipoog. Ze hadden met mijn toestemming afgesproken om open kaart te spelen, en aan iedereen de waarheid te vertellen. Het is een dienst met prachtige muziek en mooie teksten van vrienden en kunstenaars.


Er dan overkomt me weer dat gevoel. Dan komen weer die vragen. Welke macht heb ik in die omstandigheden? Gebruik ik die wel correct? Misschien zit ik wel op een goed spoor als ik me die vragen blijf stellen.


126. ‘De stervende is in onze samenleving in steeds toenemende mate noch eigenaar noch regisseur van zijn stervensproces.


Hij verzeilt veelal, gewild of ongewild, in medische of paramedische handen en systemen. Over hem wordt niet meer over een subject gesproken. Hij leeft zijn levenseinde niet. Het wordt geleefd. Het levenseinde wordt ‘onwaardig’ ondergaan.


De stervende wordt in menselijke zelfvervreemding geduwd en tot passieve en onpersoonlijke toeschouwer van zijn eigen levenseinde gemaakt, als was het dat van een vreemde.


Laat ons toe in harde bewoordingen scherp te stellen, omdat zachte verpakkingen ons blind houden voor de bittere realiteit: het wordt de hoogste tijd dat wij er ons helder van bewust worden dat die subjectiviteitsberoving een geïnstutionaliseerde maatschappelijke aanslag is op de mens als autonoom persoon.


Professor Hugo Van den Enden (1936-2007)


Moraalfilosoof Universiteit Gent’

Mohsin Hamid, Exit West

1 augustus 2017

Mohsin Hamid, Exit West.


uitg. De Bezige Bij


Twee jonge mensen ontmoeten elkaar in een stad aan de vooravond van een burgeroorlog. De moderne Nadia wordt verliefd op de aardige en bescheiden Saïd, terwijl de situatie in het land steeds explosiever wordt. Dan horen ze over deuren die je, tegen betaling, naar een veiligere plaats in het Westen leiden. Als Saeed en Nadia geen andere mogelijkheid meer zien, besluiten ze over de drempel te stappen, richting een onbekende wereld.
Exit west is een liefdesverhaal in tijden van migratie. Mohsin Hamid vat in deze intieme roman de dagelijkse realiteit samen van het tegemoet treden van een onzekere toekomst en het achterlaten van hetgeen je liefhebt.



53. Terwijl Saïds vader terugliep naar de campus en zijn zoon terugreed naar zijn werk, overdacht hij dat hij het verkeerde beroep had gekozen, dat hij iets anders had moeten doen met zijn leven, want dan had hij nu misschien genoeg geld gehad om Saïd naar het buitenland te sturen. Misschien was het zelfzuchtig geweest, was dat ideaal van hem om de jeugd en het land door middel van onderwijs en onderzoek vooruit te helpen slechts een vorm van ijdelheid, en zou het veel verstandiger geweest zijn om zich koste wat kost te verrijken.

Voor mij teveel losse lijnen zonder einde noch begin bij een zwak verhaal met boeiende inkijk in vluchtelingengedrag. 

Peter De Graeve, De afvalligen.

21 juni 2017

Peter De Graeve, De afvalligen.

uitg. Polis 2017

‘De afvalligen’ is een noodzakelijke filosofische roman. Dit boek moest geschreven worden én uitgegeven! Wat een boek, wat een vuur, een liefde, een pijn, een zoektocht naar bevrijding.

En wat een toeval dat het lezen ervan voor mij samenvalt met mijn falen op fietstocht naar Santiago de Compostella.

106. ‘De gratie is de tocht, de moed hebben de tocht aan te vatten. Geloven, in mijn ‘radicale’ betekenis, is het hebben van het hart, het vasthouden aan het hart. Het hart op de tocht, ziedaar ons avontuur en ons… gevaar.

In luchtige en stevige lagen biedt ‘De Afvalligen’ een ferme handleiding voor beginnelingen, beslagen en geslagen lezers. In flinke rukken proza tot verstilde poëzie of als lectuur voor fijnproevers. De lezer blijft alert.

Een verhaal over rouw, afscheid nemen, liefde, twijfel, kunst, de academie, onderwijsmanagers, democratie, Rousseau, Plato, Claude Gellée – Le Lorrain ‘Ochtend in de haven, William Turner ‘Het Slavenschip’ en ‘Jagers in de sneeuw’ van Pieter Bruegel de Oude…

‘De afvalligen’ is een roman die kan helpen, als wegmarkeringen langs gebaande paden van vertwijfeling.

45. ‘Ik, cipier van het nutteloze.’

51. ‘Zuivere rede werkt op grote afstand, ze is als een verre hemelsfeer, met tergend trage omloop. Verzinsels zijn ons veel nabijer, zitten ons dichter op de huid, dichter dan we vermoeden, of zouden willen. Toch hebben ook de vluchtigste verzinsels deel aan de universele aantrekkingskracht.’

Lees verder »

Caminante, no hay camino. Sino estelas en el mar. De laatste grote fietstocht, in de knop gebroken.

21 juni 2017

De laatste grote fietstocht  - naar Santiago de Compostela – zit erop. Na 350 km slechts brak een elektrisch defect van mijn fietsmotor Bion X, batterij en eigen motorritme de Camino naar Santiago af. Op de eerste hellingen voor de Pyreneeën liep het al flink mis. De uitgedokterde oplossingen voldeden niet. In Valcarlos Luzaide ook nog kortsluiting in mijn tweede batterij. Pamplona bleek geen alternatief. De hellingen in detail op Strava zijn zo zeker niet haalbaar. Dus veilig afgedaald naar Saint Jean Pied de Port en met de trein veilig weer thuis geraakt.

Caminante, no hay camino. Sino estelas en el mar.

Caminante, no hay camino. Sino estelas en el mar. – Antonio Machado
Reiziger, er is geen weg, alleen schuimsporen op zee.

Tous les matins du monde sont sans retour. – Pascal Quignard
Geen morgenstond beleven wij ooit weer.

De gratie is de tocht, de moed hebben de tocht aan te vatten.
Geloven, in mijn ‘radicale’ betekenis, is het hebben van het hart, het vasthouden aan het hart.
Het hart op de tocht, ziedaar ons avontuur en ons… gevaar. – Peter De Graeve


Bij aanvang van de Camino denk je ontzettend veel na. Het wegvallen van al je aanknopingspunten, de tocht naar een bestemming die zo ver ligt dat ze onbereikbaar lijkt, het gevoel van nietigheid dat door de grootse omringende natuur bij de wandelaar wordt opgewekt – alles draagt bij tot een bijzondere vorm van introspectie die alleen in de openlucht kan ontstaan. Je bent alleen met jezelf. De gedachte is de enige vertrouwde aanwezigheid; ze zorgt ervoor dat je je gesprekken voor de geest kunt halen, herinneringen kunt opwekken die je na aan het hart liggen.’ - Jean-Christophe Rufin.

 

Camino Francès Valcarlos LuzaideCamino Francès Landes

Camino Francès, Bordeaux 12 juni 2017Camino Francès Landes

 

Jean-Christophe Rufin. ‘Compostela. Voetreis naar het einde van de wereld ‘

19 juni 2017

Jean-Christophe Rufin. ‘Compostel. Voetreis naar het einde van de wereld ’

De Bezige Bij Antwerpen

Een mooi, boeiend en bij wijlen ontroerend boek over de gang naar Santiago door de Franse arts, filosoof, diplomaat en schrijver J.C. Rufin die zeer goed de etappes van dergelijk eenzame en lange reizen weet te ontrafelen. Hij heeft oog voor de zeldzame ontmoetingen met andere pelgrims, wandelaars en de lokale bevolking die reeds vele eeuwen zonderlingen en andere verdwaalden zien passeren waarbij ze vaak een lucratief handeltje weten te presenteren als vormen van vroomheid en het goede doen om het eigen goed.

117. ‘Bij aanvang van de Camino denk je ontzettend veel na. Het wegvallen van al je aanknopingspunten, de tocht naar een bestemming die zo ver ligt dat ze onbereikbaar lijkt, het gevoel van nietigheid dat door de grootse omringende natuur bij de wandelaar wordt opgewekt – alles draagt bij tot een bijzondere vorm van introspectie die alleen in de openlucht kan ontstaan. Je bent alleen met jezelf. De gedachte is de enige vertrouwde aanwezigheid; ze zorgt ervoor dat je je gesprekken voor de geest kunt halen, herinneringen kunt opwekken die je na aan het hart liggen. Alsof de wandelaar ineens op een oude kennis botst – zo wordt hij met zichzelf geconfronteerd. Nu hij terecht is gekomen in de onbekende wereld van het elders, de leegte, het trage, het eentonige, het eindeloze, kan zijn ziel zich neervlijen in haar eigen intieme thuishaven. Alles ziet er mooi en begeesterend uit: herinneringen, plannen, ideeën. Tot je verbazing begin je in je eentje te lachen. Je trekt je gezicht in allerlei rare plooien die voor niemand bestemd zijn, aangezien je op de bomen en elektriciteitspalen na helemaal alleen bent.

Lees verder »

James Salter, De Jagers

9 juni 2017

James Salter, De Jagers

uitg. De Bezige Bij 1958 – 2017

Kapitein Cleve Connell arriveert in Korea met als enige doel ‘ace’ te worden, lid van het eliteclubje straaljagerpiloten dat minstens vijf Russische MiGs heeft neergeschoten. Terwijl zijn collega-vliegeniers succes na succes op het bord weten te schrijven, zelfs onder twijfelachtige omstandigheden, heeft Cleve geen enkel succes. De andere piloten twijfelen aan zijn moed, Cleve zelf twijfelt over alles. En dan, op een ijskoude hoogte van 12000 meter, zal zijn geluk voor altijd veranderen. In een ademloos relaas, vol moed en wanhoop, onbeschrijflijke schoonheid en snoeiharde rivaliteit, weet James Salter tot de kern te komen van oorlog en literatuur. De jagers is een essentieel en tijdloos meesterwerk.

Een bijzonder knap geschreven verhaal over leven en overleven, moed en ouder worden, verliezen en leren sterven.

45. Wat de voordelen van talent en bekwaamheid ook waren, er was iets wat nog belangrijker was. En dat was motivatie. Hij was hierheen gekomen om de vijand onder ogen te komen, zonder enige terughoudendheid. Het gevoel van onbehaaglijkheid was er, zelfs na zijn gesprek met Desmond, dat hij misschien zijn gelijke zou treffen; die kans bestond altijd, maar desondanks voelde hij zich gesteund. Hij was niet alleen gekomen om te overleven. Plotseling had hij het opbeurende gevoel dat hij boven degenen stond die het overleefd hadden, die op een ondergeschikt niveau van presteren leefden.

87. Zijn leven was gekenmerkt door slechts twee dingen: zijn moed en zijn deskundigheid, maar die had hij ontdekt voordat hij erg oud was, die juweeltjes, en als er bewonderend over gesproken werd, voelde het alsof hij de ontvanger was van de grootste loftuitingen ter wereld. Maar plotseling was het verleden waardeloos geworden, als verlopen bankbiljetten. Wat hij zo lang had gehad, waarmee hij oud was geworden, was nu verdwenen, op ziekmakende wijze, en niets van waarde bleef hem over, zoals bij mensen die hun leven aan hun kinderen hebben gegeven. Het was allemaal afgelopen: de aandacht voor zijn verhalen, de bemanning die hem enthousiast diende, het respect, de talloze voldoening schenkende angsten en genoegens van zijn hoge positie. Hij was alleen, als een invalide bij de gruwelijke aanblik van rennende jongens. Ze hadden geen tijd meer voor hem, terwijl ze onderling hun eigen moed testten.

89. Er kwam een moment waarop je het óf zelf deed óf iemand deed het voor je. Beide mogelijkheden waren moeilijk. Voorbereid of niet voorbereid, onverwacht of geleidelijk, het kwam op hetzelfde neer. Je leven hield op, en de wereld ging door in de handen van anderen.

248. Hij had het gevoel dat hij eindelijk was overgegaan van de jeugd naar echte volwassenheid, waarin hij zich in alle nuchterheid bewust was van de prijs die hij had moeten betalen om zich te schikken naar de idealen die hem ooit zo helder en onweerstaanbaar hadden toegeschenen. De prijs was hoog geweest, maar juist daardoor waren ze hem des te dierbaarder. Hij had niets frivools meer om in te geloven, slechts een onverzettelijk overschot dat kostbaarder was dan een handvol diamanten.

Alfred Birney, De tolk van Java

29 mei 2017

Alfred Birney, De tolk van Java – uitgeverij De Geus 2016

Precies omdat ikzelf patiënten heb begeleid – soms ook in hun laatste levensjaren en – maanden – die destijds betrokken waren bij de Nederlandse ‘politionele acties’ in Indonesië hoopte ik in ‘De tolk van Java’ een beter inzicht te krijgen in wat er daar en toen echt gebeurd is. Bij de meeste mensen die ik heb gekend, genoot zwijgen de voorkeur. Maar soms bij een naderende levenseinde werd het hen te bar en wensten ze er toch over te praten. Soms ook over wat zij zelf daar hadden meegemaakt, uitgevoerd en volgehouden verzwegen.

Toch ben ik behoorlijk teleurgesteld in ‘De tolk van Java’.

Meer nog, ik begrijp niet waarom dit boek een literaire prijs zoals de Libris Literatuur Prijs 2017 toebedeeld kreeg.

Het is een matig verhaal over mishandeling door een narcistische vader die gretig schippert tussen zijn Chinees-Indo en Hollandse herkomst: zijn Chinees-Indonesische moeder (Sie Shi) als bijvrouw van zijn rijke en gerespecteerde HollandsIndische vader.

De zoon probeert al schrijvend zijn relatie met gewelddadige vader te verwerken en daarbij zijn positie in het uit elkaar gevallen gezin opnieuw te bepalen.

Het tweede deel is een eindeloos lang, slap en vaak onnozel heldenverhaal door de vader zelf bij elkaar gesprokkeld om zijn grote gelijk te bewijzen als deelnemer aan ongeveer alle moord- en slachtpartijen op Oost-Java, inclusief snippers uit klapperbomen knallen, het doorschieten van een vrouw met haar kind voor de borst als schild van en Indonesische onafhankelijkheidsstrijder, handige gevechten met al dan niet vergiftigde gevechtsmessen.

‘De tolk van Java’ lijkt op een slecht stripverhaal of een van die schetterende Japanse of Indonesische oorlogsfilms maar onthult wel belangrijke details en lang verzwegen elementen van de gruwelen van de onafhankelijkheidsstrijd door de ogen van een would-be marinier-tolk.

‘Ik plantte mijn bajonet op mijn geweer voor eventuele man-tegen-mangevechten. Maar de mariniers hadden haast en gebruikten handgranaten en geweergranaten om de machinegeweerstellingen te vernietigen, zodat we over konden gaan tot sweeping van de hele kazerne. Nadat dat was gebeurd, liep ik langzaam terug naar de truck. Ik voelde me ineens moe en misselijk van al dat doden. Voorheen had ik voor elke dode een streepje gekrast op de kolf van mijn geweer, maar nu was ik de tel kwijtgeraakt. Misschien was ik de honderd al gepasseerd. Maar ik had geen wroeging, op die vrouw en dat kind na. Ik nam eenvoudigweg wraak voor alles wat die Indonesiërs mij en mijn lotgenoten hadden aangedaan. Dat het doden bij mij nog ernstiger vormen zou aannemen, kon ik toen niet bevroeden.’

Boeiend blijkt wel in ‘De tolk van Java’ de rol van de islamitische fundamentalisten in de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. Ze zouden vijftien later nog grootse daden verrichten bij het uitroeien van de PKI en de Chinese bevolkingsgroepen.: The Act of Killing’ en The Look of Silence.

http://www.filmkrant.nl/_titelindex_L/11884

‘Die Hizbullahfanatiekelingen kwamen luid Merdeka-kreten schreeuwend naderbij. De meesten van hen hadden niet eens geweren, slechts slag- en steekwapens. We lieten ze steeds naderen tot ongeveer 100 à 150 yards en openden dan het vuur. Bij bosjes vielen die kerels dood ter aarde. Het was een slachting, zo erg dat we door onze munitie heen raakten en er over de hele linie talloze stapels lijken lagen van die fanatiekelingen, terwijl er van achter hen steeds weer anderen aan kwamen stormen. Ik was bezig met het verschieten van mijn laatste patronen toen het bevel klonk: ‘Gereedmaken voor bestorming met de bajonet!’

Ik plantte mijn bajonet op mijn geweer. Toen hoorden we kanonschoten. Onze pantserwagens waren teruggekeerd en schoten met hun boordwapens op die aanstormende waanzinnige fanatiekelingen. Van de andere kant kwam Compagnie f ons te hulp. Zij rekenden af met de laatste restanten van de Hizbullah. Overal klonken zuchten van verlichting. Het was verbijsterend hoe al die Hizbullahleden in ons vuur liepen. Niet één bleef in leven. Hun lijken lagen als zandzakken opgestapeld. Het was een verschrikkelijk gezicht.’

‘Ik heb veel vrienden onder de mariniers. Zij hebben mij veel verteld over het leven in Holland. Daar wordt niet getrapt op mensen met een bruine huid en op mensen die niet erkend zijn door hun ouders. Het leven daar in Holland is zo heel anders dan hier. Mama, ik begin te voelen dat ik niet langer hier thuishoor. Dit land, dit volk, al die oorlogen hier, ik voel me hier niet langer senang. Elke dag, elk uur, elke minuut moet ik hier vechten om in leven te kunnen blijven. Overal zijn vijanden.’


En dan vergeet ik nog de lamentabele kwaliteit van het e-book: geen paginavermelding en na lezing alles blanco op een ipad mini!

Max Ernst, La Joie de vivre – The Joy of Life.

22 mei 2017

Max Ernst, La Joie de vivre – The Joy of Life

Max Ernst, La Joie de vivre - The Joy of LifeThis is one of a number of so-called ‘jungle’ pictures that Max Ernst painted in the late 1930s. His paintings of forests and tangled undergrowth derive from the rich Romantic heritage in German art. They also symbolise the fears and suppressed desires of the human mind. Looking at the picture more closely, the title becomes bitterly ironic. This jungle is actually ordinary undergrowth grown to enormous proportions, dwarfing a sculpture of a woman and animal living together in harmony. Instead of a paradise, the scene is a nightmarish one in which giant praying mantises do battle with other monsters in the entangled undergrowth.

1936

 

DE BIDSPRINKHANEN


Als de bidsprinkhaan


omgang zoekt met


zijn wijfje, rukt


die hem eerst en


vooral zijn kop af.


Daardoor is het


mannetje zijn


hersenen en meteen


ook alle remmingen


kwijt.


Hi copuleert driftig


verder tot hij


uitgeput op de


grond tuimelt, waar


hij helemaal wordt


opgepeuzeld door


zijn partner.


Op dezelfde manier


maken onze


priesters en


intellectuelen het


hof aan de


krachten die hem


willen vernietigen.


Hun hoofd is


er al aan.


Straks worden ze


met huid en haar


verslonden


door wat ze nu


aanbidden.



Jef Anthierens, uitg. Walter Soethoudt 1976


 

Mark Vangheluwe, Brief aan de paus.

16 mei 2017

Mark Vangheluwe, Brief aan de paus. 

uitg. De Bezige Bij 2017

Deze brief aan de paus is een indrukwekkende getuigenis van iemand die zich wist te ontworstelen aan misbruik en mentale terreur van nonkel Roger Vangheluwe, rooms-katholiek priester en 25 jaar bisschop van Brugge.

Dankzij zijn echtgenote en Peter Adriaenssens.

‘Brief aan de paus’ is als een nieuwe brevier voor alle religieuze leiders, priesters en broeders, nonnen en novicen.

Maar ook voor dominees, broeders, imams, pandits en monniken die in de vele gesloten scholen, religies genieten van de hubris, de grootste zonde.

68. Vanaf de eerste handdruk voelde ik een geruststelling en een energie die moeilijk te beschrijven valt. De professor was de enige die te vertrouwen leek en dat vertrouwen heeft hij nooit geschonden. Gedurende de laatste zeven jaren heeft hij ons gesteund en geholpen waar hij kon en met raad en daad bijgestaan. Hij heeft ons geleerd hoe een dergelijk parcours wel te bewandelen viel en hielp ons de putten en de te verwachten struikelblokken te ontlopen. Dankzij hem ben ik nu wie ik ben: gegroeid, krachtiger en bewuster. Als een mentor toonde hij aan dat iets uit een mens halen in plaats van iets in hem te stoppen van groter belang kan zijn. De koningin en ik zijn hem daar eeuwig dankbaar voor.

Na onze ontmoeting nam de professor vrijwillig, gratis en voor niets, met een grote toewijding en kunde de taak op zich om ons af te schermen van de pers en de media. Hij verwoordde als een soort spreekbuis onze mening die wij nog niet konden vormen, hij wist door zijn kennis vooraf wat we gingen doormaken.

Lees verder »

Svetlana Alexijevitsj, Zinkjongens – Sovjetstemmen uit de Afghaanse Oorlog. (1991)

16 mei 2017

Svetlana Alexijevitsj, Zinkjongens – Sovjetstemmen uit de Afghaanse Oorlog. (1991)

uitg. De Bezige Bij 2017

Best lijkt me na ieder gesprek, ieder verslag, ieder verhaal ‘Zinkjongens’ even opzij te leggen. Hier kan je amper doorheen lezen. Sommige verhalen zijn gruwelijk, anderen pijnlijk, teder, woest, misselijk makend – zoals het laatste deel met vele excerpten uit processen die tegen de auteur op bevel van de post-sovjet overheid werden aangespannen wegens besmeuren van soldateneer en een of ander socialistisch vaderland.

‘Zinkjongens’ belicht de verschrikkingen van Rusland en de Sovjetcultuur aangaande oorlog en haar soldaten. Rücksichtsloos werden de troepen de oorlog ingestuurd door een machtsmachine die ongeacht de opgeëiste kleuren, idealen en mythologie steevast haar mensen vermaalt en finaal verraadt. Moedertje Rusland is een Dulle Griet voor wie het leven van haar kinderen nauwelijks een overweging waard blijft.

Oorlogsverliezen doen er niet toe, als de sombere glorie maar blijft klinken op de tonen van de overwinning. Bij een nederlaag zoals bij de strijd voor internationale solidariteit met het Afghaanse broedervolk tegen de moedjahedien (1979-1989) is de ellende zelfs niet meer te overstemmen.

49.  Hij kende idealen, maar het leven kende hij niet. Door al die jaren buitenland dacht ik zelf ook dat het leven uit idealen bestond. Ik weet nog die keer toen we al terug in het Vaderland waren en in Tsjernovtsy woonden. Joera zat op het militair lyceum. Om twee uur ’s nachts werd er aan de voordeur gebeld. Daar stond hij.

“Wat is er, jonkie? Wat doe je hier zo laat in de regen? Je bent helemaal nat…”

“Mam, ik kwam zeggen dat ik er niet uit kom. Het leven is niet zoals jij het me geleerd hebt. Er klopt niks van… Hoe kwam je erbij? En dit is pas het begin. Hoe moet ik verder?”

Lees verder »

Rüdiger Safranski: ‘Die Angst vor dem politischen Islam ist da, doch singt man laut im Walde’

7 mei 2017

Wollen Sie damit sagen, dass das Gros der Journalisten Weltverbesserer sind?

Nun, viele schreiben nicht, was sie denken, weil sie glauben, dass solche Gedanken die Situation verschlimmern könnten. Sie schreiben das, wovon sie gerne hätten, dass es wahr wäre – das ist in ihren Augen ihr genuiner Beitrag zu einem zivilen Zusammenleben. Und das mag ja auch alles sehr gut gemeint sein. Aber Pädagogik statt Publizistik – das geht auf die Dauer nicht gut, die Leser sind ja nicht blöd. (…)

Die Pädagogik im Dienste des vermeintlich Guten führt in meiner Wahrnehmung zu einer Konformität, die sich ergibt, ohne ausdrücklich angeordnet zu sein. Auf einmal reden alle wie beim evangelischen Kirchentag.

Börne-Preisträger Rüdiger Safranski ‘Die Angst vor dem politischen Islam ist da, doch singt man laut im Walde’ NZZ 6.5.2017

 

En Marche…

7 mei 2017

'Dans la vie, il n'y a pas de solutions. Il y a des forces en marche: il faut les créer, et les solutions suivent'. Antoine de Saint-Exupéry, Vol de nuit (1931)

‘Dans la vie, il n’y a pas de solutions. Il y a des forces en marche: il faut les créer, et les solutions suivent’.

Antoine de Saint-Exupéry, Vol de nuit (1931)

“L’homme qui marche” Alberto Giacometti 1960

Schermafbeelding 2017-05-07 om 20.09.59 Schermafbeelding 2017-05-07 om 20.12.00

Margot Vanderstraeten, Mazzel tov – mijn leven als werkstudente bij een orthodox-joodse familie

27 april 2017

Margot Vanderstraeten, Mazzel tov.

mijn leven als werkstudente bij een orthodox-joodse familie

uitg. Atlas Contact 2017

Een verhaal vol liefde en duisternis met ingehouden tederheid die pijn van vroeger, elders, hier en morgen verzacht tot een nieuwsgierige vorm van respect voor elkaar.

Over Koelbloedigheid, Verdriet, Ogenschijnlijkheid, Kanaries, Zwijgen, Vriendschap en Schrijven.

De eerste ontmoeting met de oma die de kampen overleefde is indrukwekkend door de schijnbare argeloosheid.

‘Mazzel tov’ is een belangrijk boek.

101. Zwijgen

Wij, joden, hebben van oudsher een groot gevoel voor taal. Maar alle woorden ter wereld volstaan niet om de ervaringen in de kampen te beschrijven en om de confrontatie met zo veel boosaardigheid te vatten. Hoe zou iemand di deze gruwelen niet heeft beleefd, erover kunnen vertellen? Als zelfs iemand die beleefd, doorleefd en overleefd heeft, er geen woorden voor kan of wil vinden? Begrijpt u onze voorkeur voor stilte? Zwijgen is de keuze voor het kleinste verraad.

103. Koelbloedigheid

Koelbloedig zijn, dat is weten wanneer je moet zwijgen en wanneer je moet spreken. Mijn moeder wist dat, Zij hoefde de namen van alle s’ers in het kamp niet te kennen. Zolang de de s’ers maar wisten wie zij was. Zij begreep heel goed dat ze er baat bij had om niet bij de grote hoop te horen; de hoop die met vuile joden werd aangesproken….

142. Kanaries

‘Wij, joden, wij zijn zoals de kanaries in de koolmijn. Wij hebben verscherpte zintuigen. Wij ruiken de maatschappelijke veranderingen jásáren voor de goegemeente ze ruikt. Wij weten wanneer er gevaar op komst is; die intuïtie zit in onze genen. Hoe kan het anders, na een geschiedenis vol vervolging.’

Joshua Oppenheimer, The Look of Silence

27 april 2017

Ongelooflijk indrukwekkende documentaire over de Indonesische massamoorden in 1965 – 1966.

In de gesprekken met de slachters en hun leiders komt steevast het verhaal naar voor over de stress bij het handmatig afslachten en folteren waarvoor de beulen als remedie het bloed van hun slachtoffers dronken. Het waren immers ‘communisten en dus ongelovigen die niet naar de moskee gingen en het met elkaars vrouwen deden’. Het leger en de politie steunden de ‘spontane’ opstanden van het volk tegen de PKI en hun aanhangers, ook onder de arme boeren op Java.

Maar even vaak blijkt uit de verhalen dat het toen reeds – een halve eeuw geleden – de zo vredelievende islam was die legitimiteit verleende aan de slachtingen, die gesteund werden door de CIA tegen de Chinese invloeden.

“Op Java kent men twee soorten islam: de Abangan, een combinatie van de islam en andere religies zoals Hindoeïsme en autochtone religies, en de Santri, de orthodoxe islam. Vele Abangan-gelovigen waren aanhangers van de PKI. Deze Abangan-communisten waren vooral het slachtoffer van de moordcampagnes. Overlevenden werden door de regering gedwongen zich tot christendom of orthodoxe islam te bekeren.”

https://nl.wikipedia.org/wiki/Indonesische_massamoord_van_1965-66

De opdracht die Adi Rukun zich stelde, is bovenmenselijk en hij houdt zich waardig ondanks de gruwelen, zelfs binnen de eigen familie, waar zijn gemartelde broer bewaakt werd door zijn oom die verklaart alleen maar bevelen op te volgen.









De leugen stort in onder z’n eigen gewicht’



The Look of Silence (Joshua Oppenheimer over)


Denemarken/Groot-Brittannië, 2014 | Joshua Oppenheimer
The Act of Killing, Joshua Oppenheimers shockdoc over de doodseskaders van de Indonesische president Soeharto heeft nu een vervolg. In The Look of Silence doorbreekt de broer van een van hun slachtoffers het zwijgen en zoekt de confrontatie met de moordenaars.

Door Dana Linssen
Er is waarschijnlijk geen documentaire geweest die de filmwereld zo op z’n kop heeft gezet als The Act of Killing (2012). Daarin laat de Deens-Amerikaanse filmmaker Joshua Oppenheimer de doodseskaders van de Indonesische president Soeharto aan het woord, die in de jaren zestig miljoenen tegenstanders van het regime hebben vermoord. Ze noemden zichzelf de ‘movie theatre gangsters’ omdat ze voor hun moordpartijen inspiratie zochten in Amerikaanse films. In The Act of Killing was het naspelen, en zelfs door de moordenaars zelf re-ensceneren van hun gruweldaden een manier om hen aan het praten te krijgen. Maar de grens tussen ‘re-enactment’ en therapeutische herbeleving was verwarrend. Aan de ene kant werd Oppenheimer geprezen om de ‘waarheid’ die aan het licht was gekomen, zijn gedurfde mengvorm tussen feit en fictie, aan de andere kant was er ook het sluimerende gevoel dat hij Anwar Kongo, Herman Koto en hun mannen misschien iets teveel ‘regie’ over het eindresultaat had gegeven. Die verwarring deed overigens niets af aan de kracht van de film.
En nu is er dan een vervolg. Of eigenlijk geen vervolg, maar een film die Oppenheimer parallel aan The Act of Killing draaide, in het diepste geheim, en waarin de broer van een van de slachtoffers de confrontatie met de moordenaars van zijn broer zoekt. Adi Rukun is geboren in 1968, twee jaar na de moord op zijn broer Ramli. Door zijn werk als rondreizende optometrist had hij een goede dekmantel om bij hen aan de deur te kloppen. Bovendien werkt het aanmeten van brillenglazen als een sterk symbool: hij wil deze mannen ook hun verleden helder laten zien, hij zoekt historische klaarheid.
Doordat er twee kanten aan het woord komen, en Adi niet uit is op wraak, vergelding of zelfs maar genoegdoening, de waarheid is voor hem genoeg, werkt The Look of Silence zelf ook als een lens: na de schok van The Act of Killing wordt nu ook scherpgesteld op de manier waarop deze moorden in de levens van de nabestaanden en binnen de Indonesische zwijgcultuur doorwerken. Als politiek ‘onreine’ familie bleven ze outcasts: de genocide is nog steeds een taboe-onderwerp in Indonesië, de daders zijn nog steeds niet bestraft. Na het voltooien van The Look of Silence zijn Adi en zijn familie naar een deel van Indonesië verhuisd waar ze anoniem kunnen blijven. Ze vrezen nog steeds voor represailles. We spraken de filmmaker, die inmiddels voor zijn eigen veiligheid het land waar hij twaalf jaar werkte en filmde niet meer in kan, op het Filmfestival Berlijn.

http://www.filmkrant.nl/_titelindex_L/11884

 





https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/the-look-of-silence/2014/the-look-of-silence-s2014/

Christoph Ransmayr, Cox of het verglijden van de tijd

26 april 2017

Christoph Ransmayr, Cox of het verglijden van de tijd

uitg. Prometheus

 

Na Joke Hermsen met ‘Kairos, een nieuwe bevlogenheid’ en Ignaas Devisch met ‘Rusteloosheid, pleidooi voor een mateloos leven’ synthetiseert Christophe Ransmayr een mooi verhaal over het verglijden van de tijd.

 

http://www.ardmediathek.de/tv/Druckfrisch/Christoph-Ransmayr-Cox-oder-Der-Lauf-d/Das-Erste/Video?bcastId=339944&documentId=38639036

http://www.zeit.de/2016/47/cox-oder-der-lauf-der-zeit-christoph-ransmayr-roman/komplettansicht

164. Of… of moesten op deze ruisende regenochtend aan de ri­vier, althans voor de duur van deze audiëntie, alle aanwezigen daadwerkelijk op elkaar gaan lijken, ja zelfs gelijk worden – ge­lijk volgens de wetten van een vervliegende tijd, geldig tot aan de buitengrenzen van deze ruimte, een tijd die uiteindelijk niet alleen elk onderscheid tussen mensen ophief, maar ook tussen de organische en de anorganische natuur, tussen elk ding en elk wezen, elk wezen dat ooit een gestalte had aangenomen of nog zou aannemen?

Wat bleef er uiteindelijk over van een ster, van een zon met een hele zwerm planeten, asteroïden, manen en meteorieten, en met licht dat miljarden jaren geleden ontvlamd was? En hoe zat het met al die andere hemellichten, die in de toekomstige eeu­wigheden zouden opvlammen en in de onverbiddelijke loop van de tijd weer zouden ontploffen tot een zwerm naamloze deeltjes, atomaire bouwsteentjes, die in een onbegrijpelijk verre toekomst en onder druk van geweldige krachten die ons voorstellingsver­mogen te buiten gaan, weer tot nieuwe elementaire vormen aan elkaar zouden kunnen klonteren, om gestaag tollend aan te was­ sen tot gestalten van nog nimmer geziene omvang, nog nimmer geziene schoonheid of lelijkheid… En dit alles slechts om na het einde van hun bestaanstermijn weer terug te zakken in onzicht­baarheid, in de allerdiepste duisternis?

De vrijheid om te glimlachen genoot slechts één van de vier rond deze vuurschaal geschaarde mannen. De andere drie zaten sprakeloos, ademloos van eerbied aan een murmelend voorbij­ stromende rivier: op zonniger ochtenden doopte de keizer aan deze oever zijn kalligrafeerpenseel in het water om daarmee ge­dichten op de gladde stenen te schrijven. De woorden verdamp­ten onder de opstijgende zon en gaven de steen weer vrij. Zo schreef de keizer en zag zijn schrift weer verdwijnen. En schreef verder.

Het regent, zei Qiánlóng nu zo zacht alsof hij de van het dek­ zeil omlaag ruisende watermuziek en het gemurmel van de rivier niet wilde storen. Het regent.

Koen Peeters, De mensengenezer.

26 april 2017

Koen Peeters, De mensengenezer.

uiting. De Bezige Bij 2017

Alweer een mooi geconstrueerde roman van de auteur die zijn eigen zoektocht en die van zijn mensengenezer ingenieus weet te verstrengelen als de nucleotiden van het DNA dat bij alle mensen gelijk is.

61. ‘Je moet leren zoeken naar de bron, niet naar de waarheid.’

116. Ik las hoe Ignatius’ wezen in de diepte veranderde door een boek te lezen. Dit leek nu ook met mij te gebeuren: iemand sprak tot mij, in mij. Toen ik uren later het gras van mijn kleren klopte dacht ik: ik moet hier onmiddellijk weg, ik moet het nu beslissen, ik moet de schuld afkopen. De schuld van mijn ouders, mijn oom, van die honderdduizend soldaten.

Me opofferen.

Ik moest het verdriet van de wereld repareren. Ik wilde eindelijk iets doen wat onbesmet en volmaakt was.

Ook al was ik zelf nooit, op geen enkele wijze, vroom of godsdienstig geweest, ik ontdekte in mij een nieuwe, onbekende edelmoedigheid. Ik bad nooit, maar dit was onmiskenbaar een onbaatzuchtig verlangen naar een hoger goed. Niet dat onaffe gedoe van mijn jeugd en mijn afkomst. Zeker niet het kwezelachtige gedoe in de kerk. Maar misschien zou ik mensen kunnen genezen.

224. ‘Elke generatie begint opnieuw met het uitvinden van de mensheid, maar in elke cultuur is er altijd verminking.’

‘Altijd?’

‘Ja, altijd. Altijd en overal.’

282. Maar om in trance te raken moet je eerst doen alsof.

284. De handen, je hoofd en je hartslag hebben een eigen ritme, en de trance doorbreekt dat. Goede trommelaars halen je uit het evenwicht. Je neemt afstand van jezelf, de trance betovert je. Het is gevaarlijk. Men zegt: “Zie dat je er niet in blijft.”’

291. ’Genezen, de mensen genezen. Mensen genezen pas als ze de genezer herkennen, en als je niet oplet en het teken niet geeft heb je de genezer pas herkend als het al te laat is, ai.’

303. Ik besefte heel goed dat mijn hele reis slechts zogenaamd over krokodillen ging. Meer nog was dit mijn zoektocht naar de zoektocht van Remi. Hoe die wilde leren mensen te genezen, en daarmee zichzelf genas, of was het omgekeerd. Of ook hoe verhalen mensen drijven en begeesteren, en zelfs resoluut hun leven kunnen sturen.

Georges Simenon, Onbekenden in het huis.

12 april 2017

Georges Simenon, Onbekenden in het huis.

uitg. De Bezige Bij 2016

Knap opgebouwde psychologische roman van een meesterlijke observator, uit 1940!
‘Wij geloven allen, zonder uitzondering, graag in uiterlijke schijn, in de oppervlakkige werkelijkheid die ons omringt en het valt ons moeilijk voor te stellen dat er onder die geruststellende buitenkant een verborgen leven bestaat dat…’ (37)
Het waren allemaal mensen die weinig zeiden. Ze dronken hun glas. Ze staarden voor zich uit. De woorden legden meer gewicht in de schaal omdat ze schaars waren en omdat degenen die ze uitspraken ongeveer alles wisten wat er te weten viel. (221)

Yuval Noah Harari, Homo Deus, een kleine geschiedenis van de toekomst.

10 april 2017

Yuval Noah Harari, Homo Deus, een kleine geschiedenis van de toekomst.

uitg. Thomas Rap 2017

Het eerste deel is een herhaling van het vorige boek Homo Sapiens. 

Homo sapiens verovert de wereld & Homo sapiens geeft de wereld betekenis.

In het derde deel ‘Homo sapiens verliest de controle’  onderzoekt Harari een interessante theorie over dataïsme.

Harari’s hoop op en pleidooi voor een allesomvattend algoritme in medische diagnose, preventie en behandeling staat echter bol  van het genereren van angst als drive voor commerciële strategieën.

Zo zal het dus zeker niet gaan… hoogstens nog wat aanmodderen voor veel geld, althans bij die mensen die zich gek genoeg laten maken met verhalen over heel lang leven en niet durven sterven.

De theorie over het internet der dingen klinkt leuk en allesomvattend, maar zal vermoedelijk veel langer dan enkele decennia nodig hebben om echt betekenisvol te werken.

Bijaldien zullen veel van zijn eerder algemene en brede voorspellingen anders lopen dan enthousiast voorspeld door de goeroe’s en verkopers van dromen.

En finaal zal de rol van de oude religies, zeker de monotheïstische met op kop de islam, nog lang niet uitgespeeld zijn. Zij zullen een imperialistische strategie blijven volgen om zieltjes en macht te winnen, zij het misschien bij de dikke ‘onderlaag’ van die mensen die niet meekunnen met het ‘dataïsme’.

En zo wordt ‘De mogelijkheid van een eiland’ van Michel Houellebecq alweer een paar stappen reëler.

 

408. Maar als we het echt groot aanpakken en ons op het leven zelf richten, worden alle andere problemen en ontwikkelingen overschaduwd door drie nauw verbonden processen:

1. De wetenschap koerst op een allesomvattend dogma af, dat zegt dat organismen algoritmen zijn en dat het leven dataverwerking is.

2. Intelligentie wordt losgekoppeld van bewustzijn.

3. Niet-bewuste, maar hyperintelligente algoritmen zullen ons spoedig misschien wel beter kennen dan we onszelf kennen.

Deze drie processen roepen drie grote vragen op, waarvan ik hoop dat ze na lezing van dit boek nog lang door je hoofd blijven galmen:

1. Zijn organismen echt alleen maar algoritmen en is het leven echt alleen maar dataverwerking?

2. Wat is waardevoller: intelligentie of bewustzijn?

3. Wat gebeurt er met de maatschappij, de politiek en het dagelijks leven als niet-bewuste, maar hyperintelligente algoritmen ons beter kennen dan we onszelf kennen?


En dus wordt het wachten op deel 3 van Harari met een poging tot antwoord op deze vragen.

Lees verder »

Yuval Noah Harari, Sapiens, een kleine geschiedenis van de mensheid.

28 maart 2017

Yuval Noah Harari, Sapiens, een kleine geschiedenis van de mensheid.

uitg. Thomas Rap, 2017

Een interessant overzicht met enkele boeiende uitschieters en doorkijkjes op het menselijk verleden. Het kon beknopter en minder badinerend, ook zonder het moeizaam einde over geluk.

32. De nieuwe linguïstische vermogens die moderne sapiens zo’n zeventig millennia her opdeden, stelden hen in staat om urenlang te roddelen. Deugdelijke informatie over wie er al dan niet te vertrouwen was zorgde dat kleine groepjes zich konden uitbreiden tot grotere groepen en dat sapiens steeds nauwere en verfijndere samenwerkingsverbanden konden aangaan.

33. Hoogstwaarschijnlijk is zowel de roddeltheorie als de er-loopt-een-leeuw- bij-de-rivier-theorie verdedigbaar. Maar het echt unieke kenmerk van onze taal is niet de mogelijkheid om er informatie mee over te brengen over mensen en leeuwen, maar de mogelijkheid om er informatie mee over te brengen over dingen die helemaal niet bestaan. Voor zover wij weten kunnen alleen sapiens praten over allerlei soorten entiteiten die ze nog nooit hebben gezien, aangeraakt of geroken.

Legenden, mythen, goden en religies, ze ontstonden allemaal ten tijde van de cognitieve revolutie.

Lees verder »

Erwin Mortier, Omtrent liefde en dood.

27 februari 2017

Erwin Mortier, Omtrent liefde en dood. 

‘Als we de doden niet uit de kamers van onze ziel verdrijven, blijven ze hangen. We moeten ze verbannen om ze te kunnen verwelkomen in onze herinneringen als wat ze geworden zijn: aflijvigen; dierbaren die bestaan hebben, maar er voorgoed niet meer zijn. Die tijdelijke ballingschap is noodzakelijk om hun wederkomst te garanderen.’

Mooie overwegingen over leven, liefde en dood naar aanleiding van het verscheiden van buren-vrienden.

64. Sindsdien blijft in mij de vraag rondspoken op welke wijze ‘de geschiedenis’ tot individuele levens doorsijpelt, een vraag die ervan uitgaat dat individuen altijd alleen maar het voorwerp van de geschiedenis zijn. Evengoed stelt zich de vraag hoe de geschiedenis uit ontelbare afzonderlijke levens ‘opwelt’, hoe die krachten samenvallen of elkaar tegenwerken, hoe daaraan vroeg of laat geweld ontspringt en hoe dat, op zijn beurt, levens raakt, vermaalt of tot beweging aanzet.

68. Hun verbeten pijnen, schaamte en woede, hun geschonden trots consacreerden ze in stilte, onder elkaar, zonder te beseffen dat ze daarmee een cultuur van emotionele afstand en verzwijgen installeerden, in hun nageslacht, in elkaar – een stilte die in mijn kindertijd soms oorverdovend op mijn trommelvliezen kon drukken.

Stel dat ik uiteindelijk tot het schrijven ben gekomen om van het getuit in mijn oren af te raken, het gesuis en gefluit door al die al te sprekende stiltes? Niks geen Hogere Roeping of Het Schone, of De Kunst, maar simpelweg een kwestie van kauwen en slikken, zoals wanneer het vliegtuig waarin we reizen de landing inzet, om de trommelvliezen te sparen?

73. Opgroeien met verwanten wier ziel levenslang de striemen vertoonde van hun eigen bezwaarde verleden heeft me ontdaan van elke aanvechting om zelf ook nog eens de zweep tevoorschijn te halen en pijn met nog meer pijn te bestrijden. Wie de doden wil geselen, kastijdt zichzelf.

86. Ze placht soms te zeggen, toen ik nog een kind was, dat ik een oude ziel had. Wellicht bedoelde ze dat ik in die tijd liever het gezelschap van bomen en dieren zocht dan van speelkameraadjes, dat ik de velden, de weiden, de bossen en vennen verkoos boven menselijk gezelschap. Ik had het gevoel dat de natuur me met rust liet, anders dan de huizen waar ik opgroeide, die door zoveel verleden werden bewoond, zoveel onopgelost verleden.

Marcel Möring, Eden

16 februari 2017

Marcel Möring, Eden 

De Bezige Bij 2017

Een bijzonder boek over belangrijke levensvragen, de verhalen van alle tijden die altijd weer zullen bovendrijven.

Een jongen wordt geboren in een woud zonder grenzen, woest als de schepping zelf, waar de bizon zwerft en de bomen ouder zijn dan alles wat leeft. Hij heeft geen naam. Het dorp waar hij opgroeit heeft ook geen naam. Op een dag vlucht hij, voor een daad die hij niet heeft begaan. De wereld buiten het bos ligt voor hem. Hij is alleen. Hij moet leven en overleven. Hij moet de plek vinden die hij ‘thuis’ kan noemen.

 
“De herinnering is als kaarslicht in een donker huis. Het schijnsel valt op een tafel, een kast, een stoel waarover kleren hangen, een schilderij, een kruik, een slapende kat. Wie door het donker loopt met zijn dansende bol van licht maakt een verhaal van wat hij ziet, maar hij kan niet zeggen of het waar is. Het heeft een plaats doordat het wordt aangelicht, maar er is geen tijd. De herinnering is het hiernamaals van de gebeurtenissen, de mensen, de ideeën, de pijn en de vreugde van ons leven. Maar in haar leeft ook de pijn voort, de liefde, de teleurstelling en de haat van de anderen. Zij bevat alles en is niets, wij dragen haar mee zoals een slak zijn huis draagt, zij is het stof in onze kleren en getuigt van de lange weg die wij hebben afgelegd, zij is de sleet in onze schoenen, de vermoeidheid in onze ledematen, het licht dat van onze ogen wijkt.”

19. ‘Jongen,’ zei hij. ‘Je kent de letters van het alfabet. Je kunt lezen. Maar als je de wereld in trekt moet je de taal kunnen spreken van de mensen onder wie je je begeeft en je moet kennis hebben die je nergens anders vindt dan in boeken. De taal is je schild en je wapen, zij is je huis en je bed, zij is eten en drinken.’

‘Misschien blijf ik.’

‘En bovendien moet iemand de verhalen bewaren.’

‘Welke verhalen?’zei ik.

‘Alle,’ zei Jakub. ‘Die van de een en de ander en jouw eigen verhaal. Ik zal je leren wat ik weet en in ruil daarvoor luister je naar mijn geschiedenis. Misschien komt ze je ooit van pas. Misschien vertel je haar verder en wordt mijn verhaal deel van het jouwe en dat van jou weer het begin van dat van iemand anders. Binnen ligt mijn boek. Haal het.’

Lees verder »

Frank Westerman, Dier, bovendier.

9 februari 2017

Frank Westerman, Dier, bovendier. 

Atlas 2010


De tragedies van de 20e eeuw, verteld aan de hand van een paard – de lipizzaner.


‘Als je een lipizzaner aanraakt,’ kreeg Frank Westerman als tiener te horen, ‘raak je geschiedenis aan.’


Nu, als schrijver-verteller, reconstrueert hij het lot van vier generaties paarden van het Weense hof. Zij doorstaan achtereenvolgens de ondergang van het Habsburgse Rijk, de beide wereldoorlogen en de waanzinnige veredelingsproeven van Hitler, Stalin en Ceausescu.


Dier, bovendier is een moderne fabel waarin het reinbloedige paard de mens onontkoombaar op zijn eigen tekort wijst.



175. Dit was geen groteske fantasie; het groteske zat hem in de werkelijkheid die Himmlerhad geschapen. Er waren door hem speciale verloven toegekend aan ss-of?cieren om zich in fraaie hotels in de bergen voort te planten. ‘Elke oorlog is een aderlating van het beste bloed’ – had Himmler al in oktober 1939 in zijn ‘verwekkingsbevel’ geschreven. De verliezen aan mannen moesten worden gecompenseerd, en de meest intensieve deelname aan het geslachtsverkeer kwam Duitslands raciale elite toe: de ss-orde.

In diezelfde lijn lag ook Hitlers Kleinkrieg tegen voorbehoedsmiddelen en abortus.  ’Het geslachtsleven bepalen wij,’ had de Fûhrer gezegd. En: ‘Door de verliezen aan mannen zal een volk niet uitsterven, maar wel als er een tekort aan vrouwen is.’ De merries waren belangrijker.

Lees verder »

« Vorige berichten