Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Eli Pariser: Beware online “filter bubbles” – Ontdek welke spionnen je tijdens het surfen allemaal volgen

18 mei 2012

Eli Pariser: Beware online “filter bubbles”


http://www.ted.com/talks/eli_pariser_beware_online_filter_bubbles.html

Ontdek welke spionnen je tijdens het surfen allemaal volgen



CollusionJe surftochten op het internet blijven niet onopgemerkt. Welke pagina’s je ook bezoekt, overal liggen er bedrijven en marketingboys op de loer die je surf- en leesgedrag nauwgezet in kaart brengen. Wie er zoal in jou geïnteresseerd is, zie je vanzelf als je Collusion installeert.

Collusion is een gratis uitbreiding voor de browser Firefox. De toepassing laat aan de hand van een grafiek zien welke partijen je surfbewegingen zoal traceren, en hoe die bedrijven of diensten onderling weer met elkaar verbonden zijn. Op dit moment verkeert Collusion nog in een experimentele fase; de initiatiefnemers willen de internetgebruiker vooral bewust maken van de aanwezigheid van nieuwsgierigaards. In een volgende fase moet het echter ook mogelijk worden om ongewenste trackers uit te schakelen via de tool. Bovendien krijg je straks de mogelijkheid om (op vrijwillige basis) mee te bouwen aan een globale database vol informatie over deze pottenkijkers. Die gegevens zullen daarna gratis toegankelijk worden gemaakt voor analisten, researchers en journalisten.

Eenmaal geïnstalleerd activeer je Collusion via het nieuw verschenen knopje in de Add-onbalk van Firefox (helemaal rechtsonderaan). De site die je op dat moment bezoekt licht blauw op, de geconnecteerde bolletjes er omheen zijn de sites en diensten die via cookies van dit bezoek op de hoogte worden gebracht. Je kan het kluwen van sites overigens alle kanten op slepen of bepaalde bolletjes naar een andere plek schuiven, bijvoorbeeld om een deel van de grafiek wat overzichtelijker te maken. Tot slot is er nog een exportfunctie voor de grafiek, maar die bleek ten tijde van onze test nog niet te werken.

Wil je eerst zien hoe Collusion precies te werk gaat voordat je de add-on installeert? Bekijk dan de interactieve demo op de site eens.



Inhoud afkomstig van: http://blogs.tijd.be/tzine/2012/05/ontdek-welke-spionnen-je-tijdens-het-surfen-allemaal-volgen-.html?utm_source=SIM&utm_medium=email&utm_campaign=TZINE&utm_content&utm_term#ixzz1vEvAF5Tr

 

vrt deredactie.be – OPINIE: Heer Bommels opbeurende woorden.

4 mei 2012



02 / 05 / 2012


“ ‘De Bovenbazen hebben hun ondernemingen gebundeld tot gigantische kankergezwellen, die ons leven binnensluipen als olifanten in een porseleinkast, zodat we in hun web verstrikt raken, zonder dat we het weten. En onbemerkt wordt ons een oor aangenaaid, zodat we moeten leven van de hand in de tand zoals de vogelen des velds.’ Wat een geluk, dat een ontmaskerend meesterwerk als het onderhavige het daglicht ziet voordat het te laat is. Als heer, die op zijn tellen past, zit ik er vol van, zodat ik niet zal nalaten het steeds weer te herhalen, terwijl de geneesheer mij volstrekte rust heeft voorgeschreven. Maar als ik zou sterven zonder dit te hebben gedaan zou ik er mijn hele leven spijt van hebben. De aanschaf van dit boek is dan ook voor iedereen een noodzaak; al zou men er geld op moeten toeleggen. “ Heer Bommel op de flap van De Bovenbazen uit 1963.

Rommeldam, 2 mei 2012

Honderd jaar geleden werd Marten Toonder in Rotterdam geboren als zoon van een koopvaardijkapitein. Hij zou wereldberoemd worden met de verhalen van Tom Poes en Heer Bommel. Schitterende scenario’s met merkwaardig ouderwetse tekeningen boven fors ironische tekstblokken vol elegante formuleringen en diepzinnige bedenkingen.

“… het leven heeft mij geleerd, dat men altijd eenzaam is wanneer het onrecht bestreden moet worden. Het enige wat men nodig heeft is een sterke vuist en een onbevreesd gemoed!.” (Heer Bommel in De Dropslaven 1959)

Er zijn zo van die ongelooflijke verhalen die je een leven lang met je meedraagt en die je misschien ooit nog hoopt kwijt te raken. Waarin wij zelden plegen te slagen. Maar toch kennen ze soms een geheel verrassende wending.

De grote omwenteling

Halfweg de jaren zeventig van de vorige eeuw was het prettig om een goed doel in het leven te hebben. Wij dachten het onze te vinden in de grote ommekeer van de zogenaamde proletarisering. Waar eender welke arbeider voor zijn kinderen van een hogere studie droomde, ruilden wij de universitaire aula voor de fabriekshal, de prof voor de arbeider, de pen voor de hamer.

Drieploegendienst als bandwerker in een asbest-cementfabriek bleek dan wel een training in gedisciplineerd tijd besteden maar intellectueel was het niet echt stimulerend. Tijdens het eindeloos op maat breken van met verf bespoten asbestleien, het stapelen en in één draaibeweging op de afvoerband plaatsen, hielp hoofdrekenen over productie en winst om de tijd te doden. Lawaai en het tempo van de band verhinderden ieder gesprek.

Ook al beweerde de meestergast dat asbest een volkomen natuurlijk product was en dus helemaal geen bedreiging voor de gezondheid zoals toen wel eens verteld werd, toch werd bij de ‘Johns Manville’-vestiging gratis melk ter beschikking gesteld van arbeiders in het asbeststof. Om de twee uur werd een bandwerker afgelost voor zeven minuten plas- en drinkpauze.

“Altijd in de weer; als het niet met het lichaam is, dan is het wel met de geest.” (Heer Bommel in De Mobbeweging uit 1970)

Het Volkske

Daar zat ik dan voor een glas melk á volonté aan lege schafttafels met ACV dagblad ‘Het Volk’ van de ploegbaas die toendertijd naar goed Kempense gewoonte meteen ook vakbondsafgevaardigde placht te wezen. Omdat alleen de sportkatern zich in een zekere populariteit kon verheugen bij de medeproleten, verhelderde mij herhaalde verdieping in stichtelijke paragrafen van kanunnik Désiré Johannes De Swaef (1908 – 1988).

Deze bezige bij van de christelijke arbeidersbeweging was van vele markten thuis. Hij had burgerlijk en kerkelijk recht gestudeerd aan de Leuvense Alma Mater en waakte als diocesaan proost over zowat alle geledingen van de christelijke zuil. Wekelijks trok hij mijn aandacht met zijn geestelijk woordje tot lering en vermaak. De column van de kanunnik staafde illusies uit een katholiek verleden die voor ons als toekomstbeelden aan de einder rood gloorden.

Alle wereldse bezwaren zou de kanunnik achter zich laten als groot-cantor van het kapittel van Sint-Baafs.

De toekomst achter ons

Maar het leukste van de ‘aflos’ was voor mij iedere dag weer de strip in het Volkske van de ploegbaas met Tom Poes en Heer Bommel. Nog lang na het walsen van de virtuoze zinswendingen, het snuiven aan de pentekeningen en het proeven van een andere wereld braken de asbestleien weer lichter en stonk de verf en het stof even wat minder.

Ik nam mij in die duistere tijden voor de auteur van die beeldverhalen ooit per brief een dankwoord te laten toekomen over hoe de vruchten van zijn pen mijn leven aan de fabrieksband minder bezwaarden. Maar zoals dat wel meer gaat met goede voornemens van heren en hun dienaren, kwam het er nooit van. De toekomst lag achter ons omdat we gedreven werden door de aanblik van het verleden. Als u begrijpt wat ik bedoel.

“… Ik ben een heer, die eenzaam zijn weg gaat. Omringd door onbegrip en een teer gestel, zodat het hoofd hem vaak omloopt. Ik zou wel willen weten of de toekomst vóór of achter mij ligt, als u begrijpt wat ik bedoel.” (Heer Bommel in De Grijze Kunsten uit 1976)

Opbeurende woorden

En toch, heel vele jaren later, kreeg ik de gelegenheid Marten Toonder persoonlijk te danken voor de verlichting van mijn bezwaard hoofd tijdens precaire arbeidsomstandigheden in een ver verleden, waarvan ik het stof nog diep in mij tracht te verdragen.

Het was bij de uitreiking van de Bronzen Adhemar te Turnhout voor de meesterlijke verstripping van De Avonden van Gerard Reve door Dick Matena. De meester kwam Dick als oud-leerling en medewerker persoonlijk feliciteren. Hij was groot en helder, alert en geestig ondanks de achtergrondgeluiden die zich bij dergelijke feestelijke gelegenheden plegen te manifesteren.

Wanneer ik hem nabij zijn grote betere oor deelachtig kon maken aan mijn arbeidzaam verleden in moeizame omstandigheden en de opbeurende rol van zijn verhalen daarbij, antwoordde hij als een heer van stand: ‘Een enkel opbeurend woord; dat is waar de wereld behoefte aan heeft’.

“In stilte doe ik veel goeds, en wat kan ik meer doen? Als men teveel leest, heeft men geen leven meer, bedoel ik. Het is gevaarlijk; leer dat van een oudere en wijzere.”

“Ik kom van verre om jullie voorspoed en voedsel te brengen, die ik met grote ontberingen heb beschermd, zodat honger en dorst mij plagen. …”

“Het is prettig om een goed doel in het leven te hebben”, sprak hij tot zichzelf. “Wat is er beter dan welvaart aan achtergebleven volkjes te brengen en ze duidelijk te maken wat ze missen zonder dat ze het weten? …” (Heer Bommel in de Geweldige Wiswassen uit 1978)




 

Tom Holland, Het vierde beest. God, de strijd om de wereldmacht en het einde van de oudheid

2 mei 2012

Tom Holland, Het vierde beest. God, de strijd om de wereldmacht en het einde van de oudheid

Vertaald door Boukje Verheij – Athenaeum_Polak & Van Gennep

Amsterdam2012

Als de wereld van de ideeën eenmaal is getransformeerd, houdt de werkelijkheid niet lang stand. Georg Wilhelm Friedrich Hegel – 273

In zijn ‘Vierde Beest’ onthult Tom Holland tot slot van zijn historisch onderzoek naar oorsprong en geschiedenis van de Islam een heldere hypothese.

‘Toen de Mongolen in 1258 Bagdad met de grond gelijk maakten, en de erfgenaam van Harun al-Rashid opgerold in een tapijt werd doodgetrapt door paarden, was de overwinning van de ulama allang een feit. In geen eeuwen was er een kalief geweest die meer dan een ornamentele rol vervulde. De dood van de laatste Abbasied die in Bagdad regeerde veranderde voor de ulama helemaal niets. Net zoals het christendom de val van de Romeinse macht had overleefd, leek de islam uitstekend te gedijen zonder kalifaat. Toen de volken van de late oudheid geloofden dat ze de eindtijd meemaakten die de profeet Daniel had voorspeld, vergisten ze zich dus. Het rijk van de ismaelieten bleek net zomin als dat van de heidense Romeinen of dat van hun christelijke opvolgers het Vierde Beest te zijn geweest. Toch zaten degenen die in de omwentelingen van de tijd een uniek veranderingsproces zagen dat ervoor zou zorgen dat er op aarde een koninkrijk anders dan alle koninkrijken werd gesticht, er al met al niet eens zo ver naast. Er zijn geen caesars, sjahs en kaliefen meer, maar de woorden van de rabbijnen die in Sura hun leer verkondigden, van de bisschoppen die in Nicea vergaderden en van de ulama die in Koefa hun studies verrichtten, hebben vandaag de dag nog altijd een levende invloed op de wereld. Het meest doorslaggevende bewijs voor de verregaande gevolgen van de revolutie die in de late oudheid heeft plaatsgevonden is het feit dat er in de eenentwintigste eeuw miljarden mensen zijn die een geloof in één God aanhangen en hun leven leiden in overeenstemming met dat geloof. Het lijkt erop dat de pen inderdaad machtiger is dan het zwaard.’ (394)

Om daartoe te komen bouwt hij omzichtig en behoedzaam een spiegelpaleis van de opkomst en ondergang van de grote rijken van het Westen en het Midden Oosten, van de Romeinen tot de Perzen en het Gotische heen en weer.
Elke religie die opgeld maakt en een nieuwe toekomst belooft aan wie zich aan haar onderwerpt, wordt uitgebeend en telkens weer blijkt de continuïteit met voorgaande en andere godsdiensten essentieel. De dienst van goden en zeker die van de Ene en de Ware Godheid  ontstaat dus niet uit het niets, maar uit de anderen. De allesoverheersende waarheid wordt steevast nadien verklaard en op schrift gesteld, waarna het nieuwe corpus van een monotheïstische religie een eigen leven zal leiden zonder de verdere noodzaak van een wereldse machtsarm.

Het schrijversgild in zoroastrische tempelscholen, synagogen- en kloosterscholen en madrassas muntte overal uit in een ‘post hoc, ergo propter hoc’  benadering van de ontstaansgeschiedenis van hun religie die rechtlijnig diende teruggevoerd op de stichtersmythologie.

Religie onderwezen door een profeet of door een waarheidsprediker is het enige fundament waarop een groot en machtig rijk kan worden gebouwd. Ibn Khaldun, Verhandeling over de universele geschiedenis – 63

Monaldi & Sorti hebben dit meesterlijk aangetoond voor het christendom: ‘Versluiering is enkel een sluier bestaande uit eerlijk duister, waardoor zich niet het onware vormt, maar rust geboden wordt aan het ware; en zoals de natuur heeft gewild dat er in de wereldorde dag en nacht ligt, zo dient er binnen de werken van de mens licht en schaduw, openlijke en verholen vooruitgang te zijn’. Monaldi & Sorti, Versluiering 2011

Het Vierde Beest was voor mij een stuk moeilijker dan zijn voorgaand werk. Wellicht omwille van mijn relatieve onbekendheid met de geschiedenis van het Midden Oosten, de Perzen en de Sassanieden.

Helder is wel zijn analyse over de oorsprong en het succes van de islam.

16. De identiteit van mensen werd niet langer bepaald door de koninkrijken van deze wereld, maar door verschillende opvattingen van de Ene God: door monotheïsmen. Deze ontwikkeling betekende een transformatie van de menselijke samenleving met onafzienbare consequenties voor de toekomst. Je zou misschien zelfs kunnen zeggen dat er van alle verschillende stempels die op de moderne wereld zijn gedrukt en die kunnen worden teruggevoerd op de oudheid (alfabetten, democratie, gladiatorenfilms) niet meer invloed heeft gehad op het wereldbestel dan de instelling van diverse soorten monotheïsmen als staatsreligies. Aan het begin van het derde millennium sinds de geboorte van Christus identificeren zo’n 3,5 miljard mensen (meer dan de helft van de wereldbevolking) zich met een van de verschillende religies die in de tweehonderdvijftig jaar voor en na de dood van Yoesoef een vorm aannamen die de huidige benadert. Dus de periode van de late oudheid mag dan onbekend zijn in vergelijking met andere tijdvakken in de geschiedenis, ze is daarom niet minder relevant. Integendeel. Elke keer dat een man of een vrouw door het geloof in één god wordt geïnspireerd om op een bepaalde manier te denken of te handelen, toont dat haar onverminderde invloed aan. Het schokeffect van de revolutie die toen heeft plaatsgevonden werkt tot op de dag van vandaag door.

35. De Koran mocht dan onsterfelijk en ongeschapen zijn geweest, hij lag ook muurvast verankerd in de bodem van het menselijke verleden. God had tot Mohammed gesproken, en Mohammed had deel uitgemaakt van de wereld. De islam moest worden beschouwd als tegelijk eeuwig en voortgekomen uit een specifiek moment, een specifieke plek en een specifieke profeet. De gelovigen werd een dienst bewezen, vertelde de Koran zijn lezers, toen God hun een boodschapper zond, iemand uit hun midden, die voor hen Zijn verzen reciteerde, hen zuiverde en hun het Boek en de Wijsheid bijbracht, terwijl ze voorheen ernstig dwalende waren geweest. Deze ronkende bewering bevatte de essentie van de visie van het islamitische volk op de oorsprong van hun geloof. Een oorsprong die niet alleen geïnterpreteerd zou worden als een historische gebeurtenis, maar ook als het onbetwistbare en onomstotelijke bewijs van de vormende hand van niemand minder dan God.

48. Maar terwijl in het negentiende-eeuwse Europa gedesillusioneerde seminaristen en de telgen van lutherse dominees het initiatief namen om de oorsprong van hun voorouderlijke geloof te onderwerpen aan de meedogenloze blik van historisch onderzoek, kunnen we niet zeggen dat de moderne islamitische wereld veel aandrang heeft getoond hun voorbeeld te volgen. Er is geen tegenhanger van Ernest Renan opgestaan om de islamitische gelovigen te choqueren en prikkelen. Het auteurschap van de Koran is nooit in twijfel getrokken door gedesillusioneerde nakomelingen van imams. De paar moslims die geprobeerd hebben het pad te volgen dat negentiende-eeuwse Europese wetenschappers destijds hebben ingeslagen, hebben er over het algemeen voor gekozen onder pseudoniem te schrijven  en wie dat niet deed heeft ervoor moeten boeten. In de Arabische wereld is het tenminste tot nu toe zo dat wie twijfelt aan het traditionele verhaal van de oorsprong van de islam het risico loopt op doodsbedreigingen, vervolging wegens afvalligheid of zelfs om van tweehoog het raam uit te worden gegooid. Helaas blijft als gevolg daarvan het onderzoek naar wat de traditionele overlevering zegt over de oorsprong van de islam onvermijdelijk grotendeels het domein van westerse wetenschappers

55. De hele wereld had geploeterd in de schaduwen van jahl, van onwetendheid. Maar God was groot. Het oude staatsbestel was glorierijk omvergeworpen en in plaats daarvan was er een kalifaat gevestigd. Alles was anders geworden. Dankzij de witte gloed van de islam, die straalde over de grenzen van Arabië tot aan de uiteinden van de wereld, was er voor alle mensen op aarde een volkomen nieuwe tijd van licht aangebroken. Maar daarmee werd de geschiedenis op een schokkend radicale manier herschreven. Nooit eerder was het verleden met zulke volslagen en hooghartige minachting afgedankt. Zelfs voor de christenen had de kringloop van de tijd waarvan de geboorte van Christus hen had verlost gediend als voorbereiding op de komst van de Messias. Voor moslims daarentegen was alles wat was voorafgegaan aan de openbaringen van hun Profeet en aan al zijn veelvuldige wapenfeiten en roemrijke daden slechts een schijnvertoning geweest, een woestenij waarin shirk hoogtij had gevierd en waaraan de islam in geen enkel opzicht schatplichtig was. De gevolgen van die opvatting zouden onafzienbaar blijken. Tot op de dag van vandaag bepaalt ze, zelfs in het Westen, de manier waarop de hele geschiedenis van het Midden-Oosten wordt geïnterpreteerd en begrepen. Zowel in boeken als in musea en op universiteiten gaat men er zonder uitzondering van uit dat de antieke wereld abrupt eindigde met de komst van Mohammed. Het is alsof alles wat de oudheid had gemaakt tot wat ze was rond 600 n.Chr. met piepende remmen tot stilstand kwam. De inherente onwaarschijnlijkheid daarvan wordt zelden onderkend. In plaats daarvan wordt de islam nog steeds voorgesteld als iets uitzonderlijks: als een donderslag bij heldere hemel, en dat in een tijd waarin de meeste historici een diep wantrouwen koesteren jegens elke gedachte dat grote beschavingen uit het niets kunnen verrijzen zonder iets te danken te hebben aan wat eraan voorafging, of dat ze het gedrag van mensen in een oogwenk kunnen veranderen. Als de Koran daadwerkelijk uit de hemel afkomstig was, dan valt het natuurlijk gemakkelijk te verklaren waarom de verhalen die er bijvoorbeeld in staan over Maria zulke tastbare sporen bevatten van christelijke folklore en klassieke mythologie. Voor God is immers alles mogelijk. Maar zelfs als we aannemen dat wat de islam ons leert klopt en dat de verloskundige van het geloof een engel was, gaat het nog steeds te ver om te denken dat het toneel van zijn overwinningen plotsklaps, in de loop van één generatie, kan zijn omgetoverd tot een decor uit de verhalen van Duizend-en-één-nacht. Het feit dat geschiedenissen die twee eeuwen later door vrome moslims zijn geschreven die indruk weten te wekken, wil nog niet zeggen dat ze het bij het rechte eind hebben. Het Nabije Oosten zoals het was in de tijd waarin het kalifaat op de top van zijn macht en roem stond, verschilt behoorlijk van het Nabije Oosten zoals het was in de tijd waarin het kalifaat werd gevestigd, twee eeuwen daarvoor. Om inzicht te krijgen in de oorsprong van deze godsdienst en de wijze waarop die zich heeft ontwikkeld tot wat hij nu is, moeten we veel verder terugkijken dan de tijd van Ibn Hisham, en wel naar de wereld waarin hij is ontstaan. Als we dat niet doen, houden we het beeld in stand van de Arabische veroveringen als een guillotine die plotseling neervalt op de nek van alles wat eraan vooraf is gegaan. En erger nog: dan lopen we het gevaar dat we op leugens gebaseerde tradities tot historisch feit verheffen. We moeten ons verdiepen in de rijken en religies van de late oudheid..

111. Anders dan andere, minder bevoorrechte volken hadden zij (de Joden) van God inzicht gekregen in de diepste essentie van wat het betekende mens te zijn:  dat die niet bestond in het streven naar macht, rijkdom of roem, maar simpelweg in het onderworpen zijn aan een wet.

295. Hoe gedenkwaardig het verhaal van de hidjra ook mag zijn, tussen de regels door speelt zich iets veel schokkenders af. Emigratie wordt in de Koran voorgesteld als een plicht die voor alle gelovigen geldt, ongeacht hun omstandigheden en ongeacht hun locatie. De term lijkt helemaal niet te refereren aan een eenmalige ballingstocht, of die nu naar Yathrib voerde of naar een andere stad, maar aan een oproep tot de strijd die alomvattend, universeel en niet aan tijd of plaats gebonden is. Iedereen die omwille van God emigreert zal een toevluchtsoord vinden en grote overvloed hier op aarde. Niets had de toehoorders van de Profeet radicaler of angstaanjagender in de oren kunnen klinken, natuurlijk. De eigen familie en stam achterlaten: voor een Arabier was er geen huiveringwekkender vooruitzicht denkbaar. En toch was dat, als we de Koran mogen geloven, precies het blijk van toewijding dat de Profeet niet alleen van zijn eigen volk verlangde, maar ook van alle andere afstammelingen van Ismael, waar ze ook woonden in het uitgestrekte Arabische gebied.Hij had succesvol zijn vaandel in Yathrib geplant, maar gezien het feit dat de wereld op het punt van instorten leek te staan was dat nog maar het begin. Iedereen die dapper of eenvoudigweg radeloos genoeg was om de uitdaging van de Profeet aan te gaan en een nieuw begin te maken, nodigde hij uit op een reis waarvan alleen God wist waar die naartoe zou leiden. En of het nu het vooruitzicht was op een hemel of op geldelijk gewin, er was duidelijk geen gebrek aan Arabieren die bereid waren gevolg te geven aan de oproep. Jullie zijn de beste gemeenschap die ooit onder de mensen heeft bestaan. Jullie dragen op tot de deugd en verbieden wangedrag, en jullie geloven in God. Zo had de Profeet de muhajirun geprezen: als een groep strijders die het in zich hadden om niet alleen een volledig nieuwe maatschappelijke orde te vestigen,maar ook als beloning daarvoor de aarde zelf te erven. Een zienswijze die al snel op spectaculaire wijze zou worden bevestigd.

360. Wie bewijzen van de islamitische veroveringen zocht, hoefde in Damascus overigens niet ver te zoeken. Zodra je de binnenhof van Walids moskee achter je liet,met zijn glanzende marmer en fraai versierde fonteinen, trof je op de marktpleinen, opgesloten te midden van hun eigen uitwerpselen en ellende, het mensenvee aan dat uit alle hoeken van de wereld was meegenomen. De verhalen die over Spanje werden verteld mochten dan ontspruiten aan het rijk der fantasie, dat gold zeker niet voor de kettinggang van dertigduizend gevangenen die de overwinnaars van de Visigoten naar Syrië hadden meegevoerd. Niets had de overwonnen volken meedogenlozer geconfronteerd met het wrede feit van de Arabische overmacht dan de wandaden van hun slavendrijvers. Elk jaar trokken hun roversbendes naar verre gebieden en naar de eilanden, en namen ze gevangenen mee van alle volken onder de zon, berichtte een monnik. Niet dat deze uiting van supermachtstatus iets nieuws was, natuurlijk. De Romeinen hadden in elk geval geen moment geaarzeld om onverbeterlijke rebellen zoals de Samaritanen te verkopen. En de principes die ten grondslag hadden gelegen aan de Perzische behandeling van krijgsgevangenen bleken wel uit het feit dat anshrig, hun woord voor slaaf, oorspronkelijk buitenlander had betekend. Maar nu kregen ze een koekje van eigen deeg. De pechvogels die uit de voormalige provincies van het christelijke rijk waren meegenomen, beulden zich af op de landgoederen of in de mijnen van Arabische landeigenaren, en hoewel het niet ongebruikelijk was dat er zo nu en dan een gebed werd verhoord en er een slavendrijver werd geveld dankzij een wonderbaarlijke ingreep van de Maagd Maria, konden de meesten alleen maar jammeren dat de Allerhoogste hen had verlaten. Waarom laat God dit gebeuren?

(...)

Zo had de bevolking van Zaranj, een groot fort dat de uitlopers van het Hindoekoesjgebergte beheerste, ingestemd met een capitulatievoorwaarde die bedong dat ze jaarlijks duizend van hun mooiste jongens moesten leveren, elk met een gouden beker in zijn handen: een verrukkelijk voorproefje voor vrome moslims van de heerlijkheden van het paradijs. Als de scharen van een reusachtige ploeg rukten de Arabische legers families uit elkaar, verstrooiden ze gemeenschappen en woelden en husselden ze volken dooreen die elkaar anders nooit zouden zijn tegengekomen. Sinds de komst van de Romeinse legioenen in het Nabije Oosten, achthonderd jaar eerder, toen bij de verovering van het gebied volgens de berichten tienduizend slaven per dag op één doorvoerplaats werden verkocht, hadden er geen verhuizingen van menselijk vee op zo’n grote schaal meer plaatsgevonden. Voor de Arabieren zelf leverde deze handel behalve geld natuurlijk ook gevaar op. Net zoals Italië in de lang vervlogen tijden van de Romeinse Republiek herhaaldelijk was getroffen door slavenopstanden, was er in tijden van fitna hetzelfde gebeurd in de centrale gebieden van het kalifaat. In de chaos die volgde op de dood van Muawiya was er bijvoorbeeld een heel leger krijgsgevangenen ontsnapt, die van Nisibis hun bolwerk hadden gemaakt, zodat er angst over alle Arabieren kwam. En niet alleen angst: ook diepe verontwaardiging. ‘Onze slaven verzetten zich tegen ons!’ hadden de krijgsheren van Koefa woedend geroepen. ‘Maar zij zijn onze buit, door God aan ons gegeven!’

 

Open Doek Turnhout 2012 – Nuri Bilge Ceylan ONCE UPON A TIME IN ANATOLIA

29 april 2012

Open Doek Turnhout 2012 – Nuri Bilge Ceylan ONCE UPON A TIME IN ANATOLIA

Vier keer viel de Turkse cineast Nuri Bilge Ceylan reeds in de prijzen te Cannes. In 2011 deelde hij de Gouden Palm met ‘Le gamin au vélo’ van de gebroeders Dardenne.

Zijn ‘Once upon a time in Anatolia’ is een filmisch en filosofisch meesterwerk.

De film opent ietwat absurdistisch als een omgekeerde crimi: de daders van een moord  zijn gevat en hebben bekend en dus trommelt de politiechef  snel de officier van justitie op voor een nachtelijke zoektocht naar het lijk. Het zou nabij een bron begraven zijn waarbij in de buurt een ronde boom en een vlak pas geploegd veld voorbij een oude brug. De colonne start de zoektocht met een jeep van de gendarmes en twee politiewagens waarin de officier van justitie, de beide moordenaars, de politiechef, de arts en de secretaris, gravers en chauffeurs. De mannenqueeste wordt alleen belicht door het gouden schijnsel van de koplampen van de auto’s waarbinnen de inzittenden hun beslommeringen, angsten en verlangens ventileren. De grappen en grollen zijn meesterlijk en situeren het leven op het Anatolische platteland, ver van de macht en de stedelijke kultuur.

De moordenaars slagen er echter niet in de plaats van het lijk terug te vinden. De nacht wordt lang. Tijdens een rustpauze bij de burgemeester van een nabijgelegen dorp wordt de inwendige mens versterkt en probeert de gastvrije burgervader met de verkiezingen voor een derde termijn voor de deur toestemming voor een mortuarium los te peuteren van de officie van justitie. Als emigratiedorp vinden ze koelcellen voor de doden noodzakelijk, gezien de familieleden uit West-Europa anders met een stinkend lijk geconfronteerd worden wanneer ze arriveren voor de ter aarde bestelling.

Wanneer de elektriciteit uitvalt, verschijnt in chiaroscuro de bloedmooie dochter van de heer des huizes met een olielamp en thee voor de indommelende gasten. Bij ieder van hen start dit beeld de slaapdronken herinneringen aan het falen van hun liefdesleven. De politiechef heeft een bazige vrouw en een ziek kind, de arts treurt om een verbroken relatie, de procureur begint langzaam de waarheid over zijn plots gestorven echtgenote onder ogen te zien. De moordenaars zien hun slachtoffer levend en wel.

‘Als er ergens een zak met wormen gevonden wordt, is er altijd een vrouw in het spel’, zegt een van de politiemannen profetisch.

In een 160 minuten durende filmische zoektocht – grotendeels in het donker met als geluid nauwelijks meer dan achtergrondgeluiden uit de Anatolische natuur – blijkt iedere hoofdrolspeler beter af met het verhullen, verzwijgen en veinzen van waarheden om het leven in mensengemeenschappen op het platteland draaglijk te houden voor de anderen en henzelf.

In de talloos eendere valleien, bij de oeroude bronnen, onder de knoestig verweerde bomen heeft de wind veel geheimen toegedekt. Niet alleen de schrikwekkende Hettitische beelden van 3000 jaar oud die door de bliksem verlicht de in het duister plassende arts uit de stad beklemmen. De lokale chauffeur met dienst doet zijn ontdekking af met de overvloed aan oeroude beelden en rotsgravures in heel de streek, waar dokter Cemal uit de grootstad is aangespoeld na een gebroken relatie.

In de ontwikkeling van het filmverhaal schuift de figuur van Dokter Cemal  zoals een moderne Tsjechow geleidelijk naar de voorgrond. Hij is degene die observeert, die ziet, hoort en niet spreken kan. Maar die ook de mensen die bij hem te rade komen met hun groot en klein leed analyseert. In het finale vraaggesprek met de officier van justitie over schuld, verantwoordelijkheid, boete en pijn weet hij door maieutiek de zelfverzekerde officier te verlossen van de voor hem cruciale plotse en voorspelde dood van zijn jonge vrouw.  De districtsarts neemt ook de finale beslissingen over de waarheid en dus het verdere levenslot van de weduwe en het weeskind wanneer hij het autopsierapport vervalst.

De moordenaar had in een dronken bui het slachtoffer deelgenoot gemaakt aan het grote geheim: zijn zoon was door hem verwekt en niet door de wettelijke vader. Nadien zagen zij geen andere oplossing om moeder en kind te beschermen dan een moord op die gekrenkte vader. Een goede district-dokter waakt over de menselijkheid, voor de overlevenden.

Zonder meer is Ceylans ‘Once upon a time in Anatolia’ een van de beste films sinds jaren.

 

 

 

 

 

Open Doek Turnhout 2012 – Zhang Yimou UNDER THE HAWTHORN TREE & Ann Hui A SIMPLE LIFE

29 april 2012

Zhang Yimou UNDER THE HAWTHORN TREE

Zhang Yimou is waarlijk een genie, de absolute top van de Chinese filmindustrie.

Hij kan meesterwerken maken zoals Red Sorghum, Raise the Red Lantern,  House of Flying Daggers en zelfs Hero.

Hij is een meester propagandist voor de Chinese machthebbers met Curse of the Golden Flower en de regie van de openings- en slot spektakels van de Olympische spelen in Beijing.

En hij is intussen ook een onbetwiste meester in de tearjerkers van oude partijbonzen die hun jeugdliefde op het platteland van tijdens de culturele revolutie niet kunnen vergeten.

‘Onder de meidoorn’ is er daar een van.

Zhang Yimou kan werkelijk alles.

Maar ‘t zou voor de kijkers ook nog leuk zijn als hij er enig niveau in kon brengen.

Helaas is hij er onder de meiboom weer eens niet in geslaagd.

http://focus.knack.be/entertainment/film/film-van-de-week/under-the-hawthorn-tree-melodrama-zonder-passie/article-4000076779371.htm

 

Ann Hui A SIMPLE LIFE

 

Zoals dat van zovelen gaat het om een eenvoudig en lang leven, uitgesponnen, traag opgebouwd. Zestig jaar liefde en toewijding van een huishoudster aan een rijke Hongkong familie die intussen op haar lievelingszoon na in de VS zit. Wanneer de oude dienster een hersenbloeding krijgt neemt hij de zorg voor haar op zich in een bejaardentehuis. De film geeft een beklemmende inkijk in het ware leven in Hong Kong op enkele vierkante meters waar de aloude chambrettes van nonnenpensionaten  een nieuw leven leiden als ‘luxe kamers’ voor dementerende bejaarden.

Verder is het verhaal goed geacteerd maar raakt het niet boven het niveau getild van een ‘feel good movie’ waarvoor hij dan weer te langdradig verloopt.

 

 

Open Doek Turnhout 2012 – 11 Flowers van Wang Xiaoshuai

28 april 2012

Open Doek 2012 – Wang Xiaoshuai 11 Flowers

 

In het altijd vochtige en steevast schemerige platteland rondom Chongqing, Sichuan, Zuidoost China proberen mensen in het laatste jaar van de Grote Proletarische Culturele Revolutie het hoofd boven water te houden.

In 1976 sterft Zhou Enlai en kort nadien Voorzitter Mao Zedong. Tien jaar lang werd het land, de partij en het leven van honderden miljoenen Chinezen dooreen geschud in de strijd om de politieke zuiverheid van een hooggeprezen maakbaarheidsideologie. De Bende van Vier zou pas in 1977 de duimen leggen voor de politieke en economische hervormingspolitiek van Deng Xiaoping.

Mao Zedongs opvatting over revolutionair leiderschap uitte zich ook in de manier waarop hij de Rode Gardisten aanspoorde tijdens de Culturele Revolutie. Vijftig jaar vroeger had hij een essay geschreven over de noodzaak van lichamelijke oefeningen, waarbij hij het Confucianistische mensbeeld omschreef als gecultiveerd en beleefd, terwijl volgens hem de Chinese natie mensen nodig heeft die ’wild en ruw’ tekeer gaan zoals vroegere leiders van boerenopstanden. Revolutionairen zijn dan als Koning Aap met een magische en allesomvattende kracht omdat zij de onoverwinnelijke Gedachte Mao Zedong tot de hunne hebben gemaakt: ‘Wij kunnen de wereld op zijn kop zetten, in stukken gooien, verpulveren, chaos creëren en hoe groter de troep die we maken, hoe beter ! Lang Leve de Revolutionaire Rebelse Geest van het Proletariaat!’ ( Aldus een vroeg manifest van een middelbare school bij de Qinghua Universiteit in Beijing)

Als jonge man had Mao in de zomervakantie van 1916 het platteland bereisd, als bedelaar gekleed bedelend om voedsel. Hij trachtte hiermee in de voetsporen te treden van de eerste grote geschiedkundige Sima Qian die in de II de eeuw vC  notities maakte over acteurs en bedelaars, koningen en generaals terwijl hij doorheen het land reisde.

Een halve eeuw later dienden de Rode Gardisten hier een voorbeeld aan te nemen: ‘ Leren van het leed van de arme boeren’ in plaats van met het hoofd in de boeken. (John Gittings, The changing face of China – From Mao to market,60).

De Culturele Revolutie stuurde op die manier tussen 1968 en 1976 12 miljoen studenten naar het platteland. Mao had voordien reeds scherpe kritiek geleverd op het onderwijs- en examensysteem dat alleen maar herkauwers opleverde. ‘ We moeten niet te veel boeken lezen’, deelde Mao zijn verbijsterde collega’s in de partijtop mee. ‘ We moeten Marxistische boeken lezen, maar ook niet teveel. Een dozijn of zo volstaat wel. Gorky had ook maar twee jaar lager onderwijs gevolgd en Franklin was een gazettenverkoper die toch maar elektriciteit uitvond.’  (ib.,82)

De film opent wanneer de toenemende spanningen en geweldopstoten tussen de verschillende fracties Rode Gardisten en concurrerende bendes doordringen tot in het fabrieksdorp aan de rivier.

De beklemmende sfeer van vocht en vervuiling waar jonge honden tegen hun schaduwen blaffen omdat ze de zon nauwelijks te zien krijgen, wordt door de blik van vier jongens van 10-11 jaar gepresenteerd. Een handige scenario truck waarbij de achtergrondinformatie en interpretatie vrij gelaten wordt voor kennis en fantasie van de filmkijker.

De kinderlijke belevenis van spanning, verveling, discipline, schaamte, ruzie en grote mensenpraat draagt het verhaal van intellectuelen die naar het platteland gedeporteerd werden om zich te proletariseren onder de arbeiders en boeren, waar ze nauwelijks contact mee kunnen krijgen. Verkrachting en moord maken het ook voor de ontluikende pubers en hun vochtige fantasie spannend.

De ultieme executie-orgie van de volksvijanden wordt een van hen toch teveel. Hij had reeds natte dromen van een ander leven. Zijn vader – acteur in de grote stad – probeerde hem op weg te helpen als kunstschilder van stillevens en landschappen. Een gewaardeerd vak zonder veel politieke toekomstangst. Chinese intellectuelen koesterden in die barre tijden kleurreproducties van de Franse Impressionisten. Claude Monet stond hen op het netvlies gebrand met ‘Impression Soleil levant’ uit 1873.

Door de ingetogen beeldregie in een beklemmend groen van woekerende vegetatie met het grijze en bruine van de industriële negorij flakkeren de knappe acteerprestaties  van de jonge pubers impressionistisch op. Vooral daardoor blijft ‘11Flowers’ de moeite van het zien, ook voor niet ingewijden.

 

 

Leonard Nolens 65 jaar en laureaat van de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren

27 april 2012

Vermoeidheid


http://www.youtube.com/watch?v=sYGXJw0HidM

Als wij, de grote mensen, moe zijn
Van het praten met elkaar,
Als wij moe zijn van het slapen
Met elkaar, het wandelen
En handeldrijven met elkaar,
Het tafelen en oorlog voeren

Met elkaar, als wij zo moe zijn
Van elkaar, van het elkaren
Van elkaar, dan zetten wij de kat
Op onze schouder, gaan de tuin in
En zoeken de kinderstemmen achter
De hoge hagen en in de boomhut.

En zwijgend leggen wij onze vermoeidheid
In het gras, en de jaren die zwaar
En donker sliepen in de zoom
Van onze jas ontbloten zich daarboven
In een jongenskeel en dansen op
En neer in een vochtige meisjesmond.

Als wij, de grote mensen, moe zijn
Van het praten,
Van het praten,
Van het praten met elkaar,
Gaan wij de tuin in en verzwijgen ons
In de kat, in het gras, in het kind.

Leonard Nolens

DVD The Bridge

22 april 2012

Spannend en beter dan al de vorige en zo voort en zo verder: http://www.humo.be/dvd-reviews/88540/the-bridge

Maar in de praktijk valt dat allemaal heel erg mee.

Ongeloofwaardige plot waar de problemen handig omzeild worden en vaag blijven, stichtende moraal, zeer vlakke personages. De hoofdrolspelers zijn karikaturen van levende mensen, nauwelijks invoelbaar wegens het extreem doorgetrokken karakter versus de vage schetsen van de talloze medespelers om hen heen.

Het heeft iets van horrorfilms met een hoek af waar beschaafdere toeschouwers nog min of meer fatsoenlijk naar kunnen kijken. Het schuurt ook qua kleurgebruik aan tegen surrealistische prenten maar streeft dan weer naar het gewicht van een realiteitswens.

De andere Skandinavische dvd – reeksen scoren veel beter omwille van de psychologische plots en de uitwerking van de karakters.

Zelfs een allegaartje als de Millenniumtrilogie is op dat vlak beter uitgewerkt.

Open Doek 2012 Turnhout – THAT GIRL IN YELLOW BOOTS

22 april 2012

Toen Ruth vijf jaar was, vluchtte haar vader naar India. Wanneer Ruth jaren later zelf een volwassen vrouw is, besluit ze hem achterna te reizen en hem te zoeken. Ze komt in de duistere onderbuik van Mumbai terecht en wordt geconfronteerd met drugsdealers, een mysterieuze massagezaak en corrupte dienaars van de wet. Ze lijkt dit haast gevoelloos te ondergaan en focust zich op de zoektocht naar haar vader. Wanneer ze eindelijk de waarheid ontdekt, lijkt deze minder mooi dan ze had gehoopt en komen eindelijk haar oprechte gevoelens naar boven.

Met THAT GIRL IN YELLOW BOOTS bevestigt Anurag Kashyap nog maar eens zijn statuut van controversiële, moderne filmmaker binnen de Indische cinema. Hij brengt hier een donkere en tegelijk zeer kleurrijke film waarin vooral het portret van Ruth, een jong westers meisje in een bevreemdende omgeving, veel aandacht krijgt. Dit personage wordt op een verbluffende manier vertolkt door actrice Kalki Koechl

http://www.opendoek.be/?navigatieid=9&filmid=1937

 

Bij de voorstelling in New York werden nog enkele boeiende details vrijgegeven door de regisseur en zijn echtgenote – hoofdrolspeelster:

http://www.huffingtonpost.com/2011/08/26/anurag-kashyap-that-girl-in-yellow-boots_n_937445.html

Fascinerend aan de film is ook de spiegel van de Indische samenleving in Mumbay, waar immigranten en visumzoekers als honden behandeld worden door de administratie, waar politie en ambtenaren fors bijverdienen met het gedogen of zelfs organiseren illegale praktijken, waar corruptie, seksuele intimidatie en misbruik de regel is, grofheid en geweld de praktijk, vreemdelingen worden uitgebuit, andersgelovigen gediscrimineerd en zelfs bejaagd…

Geen ellende wordt de kijker bespaard met deze boeiende doorkijk op Mumbay vanuit het raam van een massagesalon.

De verlangens van de hoofdrolspeelster schitteren in een omgeving waar mensen nauwelijks meer dan gebruiksvoorwerpen zijn, waar ze zich aan haar broeierige illusies kan vastklampen tot de finale puzzel samenvalt en de gruwelen ook binnen de illusoire ideaalwereld essentieel blijken.

Boeiende ontwikkelingen in de buurt van Bollywood en een kaakslag voor alle overjaarse en andere tiersmondisten.

vrt deredactie.be opinie: Polderen in het aanschijn van de dood

20 april 2012

Herinner mij hoe ik was, toen ik alles nog kon


17 / 04 / 2012


“Dokters zijn voor ons geen genezers maar tolken: wat wij in gewone woorden weten vertalen zij in begrippen met Grieks-Latijnse oorsprong. Laat de filologie voor wat ze is. Ik hou van dokters die het ook niet allemaal weten en dat in zoveel woorden zeggen. Ze bestaan, maar ze worden zeldzaam. Ik wil niet dat ze terechtkomt in handen van een witjas die op zijn protocol statistisch verantwoorde aandachtspuntjes aanvinkt en intussen amper oor of oog heeft voor de persoon die ze nog altijd is. Kijken en luisteren, nauw luisteren, zegt onze huisarts. En praten, maar dat laatste ligt bij je ma natuurlijk moeilijk.” Erwin Mortier, Gestameld liedboek – Moedergetijden

Volgens de huidige schattingen zouden in Nederland 175.000 mensen aan de ‘ziekte van Alzheimer’ lijden. En tegen 2040 zal de dementie-tsunami 350.000 slachtoffers maken. Wetenschappers en farmaceuten uit de branche zien hier decennia lang een ferme markt opbloeien. Maar tot op heden hebben 30 jaar onderzoek en miljarden investeringen geen noemenswaardig resultaat opgeleverd. Dementie blijkt veeleer als een cluster van symptomen in fase te evolueren met de natuurlijke verouderingsprocessen. Illusies over een eeuwige jeugd met passende farmacologische hulp worden onderuitgehaald door onze sterfelijke werkelijkheid.

Voor wie het terminale leed zelf wil regisseren, wordt het dus polderen in het aanschijn van de dood. Niet alleen in Nederland.

Euthanasie bij wilsonbekwamen

Bij onze noorderburen woedt een debat over euthanasie op een wilsonbekwame demente dame van 64 jaar die in 2005 haar euthanasie verklaring had ondertekend. In 2009 was ze door haar dementering niet langer expliciet in haar doodswens. Wanneer haar omgeving een jaar later aandrong op de uitvoering slaagde de door de huisarts in consult gevraagde SCEN-arts er gedurende zijn gesprek niet in bij haar een euthanasiewens te herkennen.

De SCEN-arts – ‘Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland’ – toetst bij een consultatiegesprek of aan alle zorgvuldigheidseisen is voldaan en kan dus een negatief advies geven. Een arts die vóór het SCEN advies toezeggingen doet over euthanasie, kan dus de hand overspelen.

Toen de situatie nog moeilijker werd voor haar omgeving, verklaarde haar man de huisarts dat hij zijn echtgenote zelf zou helpen. Een nieuwe SCEN arts werd gevonden die in haar ontreddering een doodswens wou erkennen.

Volgens het relaas in NRC-Handelsblad heeft de demente vrouw nooit geweten wat haar te wachten stond. Op 15 maart 2011 ‘s morgens kreeg ze van haar man en een hartsvriendin – tevens wijkverpleegster – slaapmedicatie waarna ze op bed diende gelegd. De huisarts kwam langs en vroeg echtgenoot en kinderen de slaapkamer te verlaten. Wanneer hij een infuus probeerde aan te leggen verzette de vrouw zich ‘slapend’ tegen de prik. Hij injecteerde dan een zwaarder kalmeringsmiddel en daarna een spierverlammend middel waardoor haar hart ophield met kloppen.

Herinner mij niet in sombere dagen.
Herinner mij in de stralende zon.
Herinner mij hoe ik was,
toen ik nog alles kon.

‘Zorgvuldig behandeld’

Het vers op haar grafsteen staat ook voor het dilemma dat met haar euthanasie gepaard ging.

Deze ‘casus’ werd door de vijf Nederlandse toetsingscommissies voor euthanasie uitgebreid besproken en als ‘zorgvuldig behandeld’ beoordeeld.

De vrouw had zes jaar eerder een euthanasieverklaring ondertekend, ze had herhaaldelijk haar wens uitgesproken tegenover haar huisarts en haar omgeving. Maar door versnelde dementering werd ze blijvend wilsonbekwaam en kon ze haar wens niet langer herhalen of ontkennen. De betrokken huisarts was er uiteindelijk van overtuigd dat hij zijn patiënte heeft geholpen zoals zij het had gewild. Maanden wikken en wegen later voelt hij zich opgelucht: „Ik heb deze patiënt, met wie ik ruim tien jaar op pad was, dat geboden waarnaar zij zo intens verlangde.”

Laat ons wel wezen, het beeld dat de meeste mensen zich voorhouden van een zelfgekozen ‘goede’ dood temidden van afscheidnemende dierbaren is meestal ietwat anders.

Deze vrouw kon geen weloverwogen doodswens meer uiten. Voor wie mentaal achteruit gaat is het dus zaak om tijdig te beslissen tot euthanasie. Mensen de definitieve beslissing blijven uitstellen, kunnen overgeleverd worden aan hun omgeving en aan deskundigen, die zelf worstelen met de vraag of een wilsonbekwame patiënt goed overwogen een doodswens kan duidelijk maken.

Niet voor de lijdende familie

Tegenstanders van deze gang van zaken reageerden verontwaardigd. De artsen Bert Keizer, Gerrit Kimsma en psychiater Boudewijn Chabot – reeds lang actief als SCEN artsen en bekende pleitbezorgers voor een degelijke en heldere euthanasiepraktijk – reageerden publiek in harde bewoordingen op deze casus: ‘Dit afschuwelijke voorbeeld mag niet worden herhaald. Toen mevrouw in 2005 zei euthanasie te willen als zij haar kinderen niet meer herkende en naar het verpleeghuis moest, had de huisarts moeten zeggen: „Daar kan ik niks mee, want als u zo ver heen bent, dan is een goed gesprek over euthanasie onmogelijk.”

De huisarts had haar in de zomer van 2010 moeten uitleggen dat ze onherroepelijk op weg was naar een toestand waarin euthanasie onmogelijk zou worden. Wij vrezen dat de NVVE in het zicht van deze casus haar leden zal informeren: „Euthanasie kan dus toch bij gevorderde dementie!” Mensen met beginnende dementie zullen het tijdstip voor euthanasie voor zich uitschuiven totdat er geen verzoek meer mogelijk is en de huisarts wordt opgezadeld met een onmogelijk probleem. De bittere les van dit alles is dat u, als u niet in dementie ten onder wilt gaan, tijdig – dus als u uw kinderen nog wel herkent – uit het leven moet durven stappen; niet vertrouwen op wilsverklaringen en dan maar de dementie binnen dwalen, in de hoop dat een arts u daar wel komt doodmaken, zelfs als u zich verzet. Dit afschuwelijke voorbeeld mag niet worden herhaald, tenzij we dementen biologisch één verdieping laten zakken en hen uitboeken als ex-mensen, die nu huisdier zijn geworden, zodat baasje mag besluiten ze te laten inslapen.’

Intussen willen zij hierover een uitspraak van de Hoge Raad, het hoogste Nederlandse rechtscollege: ‘Blijft een schriftelijke wilsverklaring tot euthanasie geldig, ook als iemand vervolgens dement wordt? En hoe lang dan?’ Artsen botsen hierover met toetsingscommissies en hun juridische benadering.

‘Afspraak is geen afspraak’

Anderen wezen erop dat ondanks oprechte motieven van echtgenoot en huisarts de wet wilsonbekwamen moet beschermen tegen goede bedoelingen, én tegen minder liefdevolle familieleden: ‘Bij euthanasie is afspraak geen afspraak. Als dat zo was keek iedereen wel uit om zo’n verklaring te tekenen. Niemand kan beslissen over zijn toekomstige, demente zelf. Niemand behalve de patiënt mag zeggen: nú. Of: toch maar niet.’ (A. Reerink in NRC van 4 februari). Bij een steeds ruimere interpretatie van de wet op euthanasie kan de grens vervagen naar onvrijwillige ‘euthanasie’ bij dementerenden.

Govert den Hartogh – emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam – kan zich de sterke intuïtieve weerstand voorstellen bij artsen tegen het doden van een patiënt die niet begrijpt wat er gebeurt in het kader van een vroeger geformuleerd verzoek om euthanasie. Nochtans was het volgens hem voor deze patiënte een zegen om te kunnen sterven en verdient de arts respect die de morele last heeft willen dragen om tot het einde met de patiënte solidair te blijven.

Uit vrije wil of onweerstaanbare drang

De Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty formuleerde het ooit als: ‘De mens is principieel een temporele structuur. Wij zijn de tijd zelf. Een muziekstuk demonstreert dat de tijd een vloeiende beweging is en geen opeenvolging van tijdsperioden. Zoals een melodie niet strikt een opeenvolging van noten is, zo is de tijd niet op te delen in onafhankelijke tijdsperioden’.

Wie zo’n mensbeeld koestert, vraagt ook veel empathie van wie lijdende medemensen nabij zijn.

Bij een strikte interpretatie van de euthanasiewetgeving op dementerenden en wilsonbekwamen komen artsen weer in een wazige zone van ‘onweerstaanbare drang‘ om een patiënt in stervensnood uit zijn of haar ondraaglijk en uitzichtloos lijden te verlossen.

Voor naastbestaanden en zorgverleners kunnen stervensbegeleiding en euthanasie zeer zwaar zijn – niet alleen bij demente mensen. Begeleidende artsen dienen rekening te kunnen houden met hun eigen intuïtie, empathie en gezond verstand bij het opvolgen van de formele procedures. Steeds meer hulpverleners en dokters worden hiermee geconfronteerd, zeker wanneer mensen langer in leven blijven. Ook zij die het anders hopen, wensen en weigeren. Praktische en psychologische training en begeleiding kan baten, maar tegelijk zal er steeds meer vraag komen naar gespecialiseerde SCEN- of LEIF artsen en naar mobiele euthanasie teams of – klinieken.

Ondanks onze ‘vrije wil’ zal niet iedereen zelfstandig een ‘goede dood’ willen of kunnen omarmen.

Wanneer we mensenlevens erkennen als ‘niet op te delen in onafhankelijke tijdsperioden’, kunnen euthanasieafspraken bij dementerenden onmogelijk door een wetsaanpassing precies worden geregeld. En wellicht is het ook beter om de aftakelende ouderdom en zijn gebreken te ervaren als een laatste levensfase die steeds opnieuw moet worden geleerd, ook door naastbestaanden, kinderen en kleinkinderen. Zij kunnen met de begeleidende deskundigen opteren voor palliatieve of snelle sedatie wanneer dit past in het levensbeeld van de patiënt die zij zich herinneren.

‘Hoezeer de mensen ook aan het leven hangen: als ze vinden dat een leven niet voldoende kwaliteit meer heeft, kan het sterven plotseling niet snel genoeg gaan. Dan wordt het onderwerp stervensbegeleiding ter tafel gebracht door familieleden die beter zouden nadenken over hun eigen onvermogen met de veranderde situatie om te gaan. De vraag is: wil je de zieke van zijn ziekte bevrijden of jezelf van je hulpeloosheid?’
Arno Geiger, De oude koning in zijn rijk.



 

Kunstforum Würth Turnhout ‘Open Asia’ van Kris Dewitte – ‘Azië in de zoeker’ van Reinhold Würth.

13 april 2012

Kunstforum Würth Turnhout Open Asia Kris Dewitte  – Azië in de zoeker van Reinhold Würth.

 

Het Kunstforum Würth in de Turnhoutse industriezone is een prachtige combinatie van fraaie tentoonstelingsruimtes in de voorgevel van het bedrijfsgebouw van Würth met cafetaria en museumshop waar eigen en vorig drukwerk voortdurend gesoldeerd wordt en mooie mobiles de liefhebbers verleiden.

De vaste collectie – of althans het beleende gedeelte van Würths verzameling was deze keer niet present – en werd vervangen door werk van de meester zelf: ‘Azië in de zoeker’.

Dat is ook letterlijk te nemen: vakantiekiekjes en reisfoto’s van Prof. Dr. h.c. mult. Reinhold Würth, erfgenaam, medestichter van het familiale wereldconcern Würth en al meer dan 50 jaar kunstmecenas van niveau.

Niet dus.

‘Open Asia’ van Kris Dewitte was daarentegen wel de moeite – nog tot 30.09.2012 – mede in het kader van 20 jaar Filmfestival Open Doek en Turnhout 2012.

Zijn Azië foto’s zijn artistiek en inhoudelijk van een ander niveau.

Maar ze lijden makkelijk aan de ziekte van het beeld. Foto’s van film scènes zijn doorgaans stilstaande beelden van bewegende beelden in wording.

Dewitte kan in zijn beste beelden met geloken ogen en bleke kleuren de kijker verleiden tot een geheel zelfbevredigende fantasie, die vermoedelijk niets te maken heeft met de personages op de foto noch de verhalen van het beeld, maar alles met de reacties in het hoofd van de kijker.

Foto’s die in de werkelijkheid van de gefotografeerde personen doordringen en die erin slagen om de fantasieën in hun hoofd uit te lichten vragen doorgaans een andere slepende benadering.

Wat niet belet dat hij zijn verleiding op een vaardige wijze weet te bespelen.

 

 

HBO serie OZ, Oswald State Correctional Facility

13 april 2012

Oz staat niet alleen voor het Onafhankelijk Ziekenfonds of voor een multiparadigm programming language van de UCL, Oz is zo mogelijk de nog bekendere tv serie van HBO over het Oswald State Correctional Facility en meer bepaald het reilen en zeilen in de experimentele afdeling Emerald ‘Em’ City waar gevangen een soort zelfbestuur dienen te organiseren.

“In OZ you don’t have friends, you have people that look the same as you” – Miquel Alvarez

http://www.youtube.com/watch?v=wO_sId4JOAg

Het is een product van de fameuze Amerikaanse kabelzender HBO - Home Box Office – maar de  HBO website vermeldt nauwelijks nog iets over deze toch wel zeer memorabele tv reeks.

In een besloten, gesloten en beperkte ruimte worden de machtsrelaties tussen de verschillende groepen getoond: Moslims, Italianen, Latino’s, Homo’s en travestieten, Neonazi’s, Afro-Amerikanen en Ieren. Maar ook individuele gevangenen en hun wel en wee komen fors aan bod.

Het heeft iets van de fameuze Westwing reeks over gelijkaardige machtsspelletjes in het Witte Huis in en om de Amerikaanse president.

Maar veel meer deprimerend omdat het spel en de regels bedrukkend blijven in de  verschrikkelijke Amerikaanse gevangenissetting. Wie niet mee in het spel beweegt, wordt afgeslacht. Wie zijn morele illusies van de buitenwereld graag hooghoudt – al komen ze er meestal precies door veroordelingen voor inbreuken op die codes terecht – gaat ten onder in OZ.

Aan het einde van de laatste aflevering van OZ besluit de paraplegische zwarte jonge man Augustus Hill:

“So, what have we learned? What’s the lesson for today? For all the never-ending days and restless nights in Oz? That morality is transient? That virtue cannot exist without violence? That to be honest is to be flawed? That the giving and taking of love both debases and elevates us? That God or Allah or Yahweh has answers to questions we dare not even ask? The story is simple: a man lives in prison and dies. How he dies? That’s easy. The who and the why is the complex part. The human part. The only part worth knowing… Peace.”

Vaak worden de wijze lessen gedebiteerd door dezelfde Augustus Hill:

“Love sucks. There’s nothing to be gained from your pains, except more pain” –
“Death is certain, life is not”

Leo Glynn (gevangenisdirecteur): after McManus refuses a dinner invitation ‘Too much work to do, right? You can take a break from saving the world. Even Jesus had supper.’
Tim McManus (begeleider en bedeneker van het Em City experiment): ‘Yeah, and right afterwards he was betrayed and crucified.’

Said (spiritueel en politieke leider van de moslimgevnagenen): ‘I am willing to share the power. That is why I asked you here. You see, we can become a kind of council. We will—together—make all the decisions.
Ross: ‘We can talk parliamentary procedure later. How many guns do you have?’

Agamemnon Busmalis (de eeuwige graver van ontsnappingsgangen): ‘Being free, even for a few hours, was so wonderful. I mean, I had no money, no overcoat. It was cold out there. But man, oh man, I was so happy. I stopped in the middle of the street and did a little dance. gets up and dances Of course, that’s when they caught me…’

 

 

 

 

Arnout Weeda, Het mysterie van Wenen – De creatieve zelfvernietiging van een vermolmd keizerrijk.

3 april 2012

Arnout Weeda Het mysterie van Wenen De creatieve zelfvernietiging van een vermolmd keizerrijk.

uitg. De Bezige Bij 2011

 

Er is veel naijver, haat en nijd in de wereld en in Nederland waar menig collega Arnout Weeda’s boek ‘Het mysterie van Wenen’ benijdt.

Maar ik heb er veel plezier aan beleefd en boeiende denkoefeningen aan overgehouden met nog meer uitdagende citaten, niet in het minst van Karl Kraus.

 

http://www.athenaeum.nl/interviews/arnout-weeda-het-mysterie-van-wenen

Lezing boekpresentatie ‘Het mysterie van Wenen’

 

‘De waanzin is bij individuen een zeldzaamheid, maar bij groepen, partijen, volken en tijdperken de regel,’ luidt een aforisme van Nietzsche. (326)

KARL KRAUS

43.

Zinnelijkheid weet niets van wat het gedaan heeft. Hysterie herinnert zich alles wat het niet gedaan heeft.

63.

Het kwaad gedijt nooit beter dan achter een ideaal.

73.

Het geheim van een volksmenner is zich even dom voor te doen als zijn toehoorders, waardoor zij geloven even verstandig te zijn als hij.

121.

Een paradox ontstaat als een vroegrijp inzicht botst met de onzin van de tijd.

217.

Wat makkelijk in het oor gaat, gaat er ook makkelijk uit. Wat moeilijk in het oor gaat, gaat er moeilijk uit.

247.

‘Pijnlijke weerspiegeling van de beschaving: een leeuw die – gewend aan gevangenschap - na terugkeer in de wildernis op en neer springt als voor de tralies.’

264.

Wie open deuren intrapt, hoeft niet bang te zijn dat zijn ruiten worden ingegooid.

307.

De aanspraak op een plaatsje onder de zon is bekend. Minder bekend is dat ze ondergaat zodra dat veroverd is.

321.

Goede bedoelingen zijn waardeloos. Het komt erop aan wie ze heeft.

Beschaving is iets dat de meeste mensen ontvangen, velen doorgeven en weinigen hebben.

324.

De duivel is een optimist als hij gelooft dat hij de mensen slechter kan maken.

Nationalisme is een frisdrank waarin ieder denken verklontert.

 

JOSEPH SCHUMPETER:

69.

De kwaal van het kapitalisme is dat het niet in zichzelf gelooft

Democratie is regeren door te liegen.

Er zijn twee soorten mensen die ik wantrouw: architecten die beloven goedkoop te bouwen en economen die simpele antwoorden geven.

275.

Mensen redeneren niet op basis van feiten, maar van creaties in hun eigen verbeelding.

297.

Het gevaar schuilt volgens Schumpeter in de top van die bedrijven. Daar komt een nieuw soort ‘particuliere bureaucraten’ aan het roer, En die conservatieve managers kunnen het heel goed vinden met de nieuwe politieke elite, maar lijken in de verste verte niet op de oude creatieve ondernemers van weleer. Bovendien wordt het eigendom van zulke bedrijven gereduceerd tot een pakket aandelen. Zo zag Schumpeter de dynamische ondernemersfunctie ‘verschrompelen’ en het kapitalisme langzaam bureaucratiseren’ waardoor uiteindelijk de brandstof voor de motor van het kapitalisme opraakt.

 

54. ‘Niet de psychoanalyse is nieuw, maar Freud zelf. Zoals ook Amerika niet nieuw was, maar Columbus,’ stelde hij eens vast. ‘Psychoanalyse bestond altijd al, iedere arts, iedere dichter, iedere staatsman, iedere mensenkenner past haar toe: onbewust of automatisch.’

Schnitzler zelf deed dat toch wel bewust. Zijn literaire werk beschouwde hij  nadrukkelijk als een serie diagnoses, Weliswaar ging Freud de geschiedenis in als ontdekker van de droominterpretatie en de seksuele oorzaken van hysterie, maar Schnitzler liep daar in zijn verhalen al op vooruit. Zijn methode  van de innerlijke dialoog vertoont zelfs veel overeenkomsten met de psychoanalytische techniek van vrije associatie. (....)Schnitzler richtte zich niet alleen op ziektepatronen, maar ‘analyseerde’ gewone mensen in alledaagse situaties.  De scheidslijn lag bij het rationalisme van Freud. Schnitzler liet zien dat rationeel denken en handelen bij mensen slechts uiterlijke schijn is, gekoppeld aan van buiten opgelegde morele codes. Het innerlijke zielsleven daaronder is een vat vol tegenstrijdigheden. Zo legde hij het onbewuste leven van mensen veel breder bloot dan Freud had gedaan. Alleen mensen die daarin vastlopen komen bij de dokter terecht. En die zijn in een op rationaliteit en vooruitgang gerichte maatschappij niet zo makkelijk te ‘genezen’. Zo loopt ook de psychoanalyticus op tegen de muur van de liberale ideologie, die Schnitzler in zijn literaire werk juist zichtbaar probeert te maken. Daarmee deed hij wat Freud naliet: zijn personages nadrukkelijk plaatsen in een sociale context.

 

Het mysterie van Wenen

Miroslav Penkov, Ten oosten van het westen.

2 april 2012

Miroslav Penkov Ten oosten van het westen.

vertaald door Caroline Meijer en Saskia van de Lingen uitg. De Bezige Bij 2012

‘Een jongen probeert via eBay het lichaam van Lenin voor zijn communistische grootvader te bemachtigen. Een mislukt wonderkind steelt een gouden crucifix uit een orthodoxe kerk. Een jongeman ontmoet zijn nichtje, de liefde van zijn leven, eens in de vijf jaar in de rivier die zijn geboortedorp in oost en west verdeelt. In de verhalen in Ten oosten van het westen schrijft Miroslav Penkov over de tumultueuze politieke en religieuze geschiedenis van zijn geboorteland Bulgarije. Zijn personages rouwen om een vervlogen verleden en verlangen naar een toekomst die nooit zal komen. Penkovs verhalen zijn, ondanks de gewichtige thema’s, lichtvoetig en ontroerend. Ten oosten van het westen is de indrukwekkende aankondiging van een groot literair talent.’

En effectief met een reeks krasse verhalen weet Penkov de Bulgaarse geschiedenis, – zwanger van onrecht, wraak en rancune – te onthullen. De gespannen verhouding met de islamitische inwoners van Turkse – Ottomaanse – oorsprong als nakomelingen van de Janitsaren die als kindsoldaten van de sultan hun familie en dorpsgenoten uit de kindertijd over de kling joegen of tot bekering dwongen. En omgekeerd hoe onder het socialistische bewind islamitische inwoners hun naam en religie dienden in te ruilen dan wel werden gedwongen tot emigreren naar Turkije. Zo is het verhaal ‘Nachthorizon’ over een familie van doedelzakbouwers van Turkse origine die verdreven worden, aangrijpend opgebouwd. Ook de spanning tussen migratie, migranten en thuisblijvers weegt zwaar in Bulgarije, zelfs ten opzichte van de broedervolkeren over de grens met Servië in  het vroegere Joegoslavië.

75. Toen hij dertig was en de functie nog-wat-van-de-nog-wat bekleedde, ontmoette opa de vrouw van zijn hart. Het was het klassieke communistische liefdesverhaal: ze ontmoetten elkaar op een avondbijeenkomst van de Partij. Oma kwam te laat binnen, nat van de regen, ging op de enige nog vrije stoel zitten, naast opa, en viel in slaap op zijn schouder. Hij keurde haar gebrek aan belangstelling voor partijzaken af en werd ter plekke verliefd op haar geur, haar adem in zijn hals. Toen ze weer wakker was, praatten ze over zuivere idealen en de blinkende toekomst, over het kapitalistische kwaad van het Westen, over de koesterende omhelzing van de Sovjet-Unie, en bovenal over Lenin. Opa ontdekte dat het hun beider passie was om zijn stralende voorbeeld te volgen, en dus nam hij oma mee naar de burgerlijke stand, waar ze trouwden.

84. Wat jij verveling noemt, corrigeerde ik hem, noemen ze in de psychologie ontkenning. Ik behandel dat in mijn scriptie en ik leg ook uit waarom jij gelooft in de dingen waarin je gelooft. Wil je een stukje horen? Absoluut niet. Ik schraapte mijn keel. Het Lenincomplex staat voor iemands overweldigende behoefte om zijn leven te organiseren rond het blind volgen van een ideologie, zonder zich rekenschap te geven van de geldigheid van deze idealen; voor iemands alles verterende behoefte om bij een groep te horen. Zowel de behoefte als de noodzaak vloeit voort uit een irrationele angst voor eenzaamheid en/of afwijzing. Ik liet de stilte tussen ons mijn woorden accentueren. Ik heb nooit geweten, zei opa, dat mijn kleinzoon zo krankjorum was, en/of zo’n ezel.

89. Wat is dit voor wereld, waarin mensen en geiten zonder enige reden aan hun eind komen in schuilholen? En dus leefde ik mijn leven alsof idealen er werkelijk toe deden. En uiteindelijk was dat ook zo.

244. Niemand heeft jou vanmorgen gedwongen het huis uit te gaan. En niemand heeft je gedwongen je land te verlaten. Je hebt er zelf voor gekozen en daar zou je als een man achter moeten staan. Als je een keuze maakt, moet je de gevolgen aanvaarden. Je moet door. Zo is het leven, prinsesje, zegt hij. Je komt er niet door jezelf onderuit te schoppen en in het gras te rollen. Je blijft overeind en marcheert door. Zoals jij je leven leidt, Michael, is dit je toekomst, zegt hij, en hij prikt met zijn duim in zijn borst. Jij hebt tenminste je dochter nog. Geniet ervan. En laat haar met rust. Genoeg gedaan alsof. Je bent hier niet in communistisch Rusland. Misschien komt ze je over tien jaar nog steeds opzoeken. Misschien komt ze niet…

 

vrt dredactie.be – OPINIE: 75 jaar gekuip in en om de Rotterdamse Kuip

31 maart 2012


deredactie.be – OPINIE





De Rotterdamse Kuip wordt 75


28 / 03 / 2012

 

De moderniteit heeft de verliezer uitgevonden. De figuur, die men halverwege de uitgebuiten van gisteren in de overtolligen van vandaag en morgen tegenkomt, is de onbegrepen grootheid in de machtspelen van de democratie. Niet alle verliezers laten zich kalmeren door de opmerking dat hun status overeenkomt met hun plaats in het eindklassement van een wedstrijd. Velen zullen tegenwerpen dat ze nooit een kans hebben gehad om mee te spelen en zich navenant te klasseren. Hun jaloerse gevoelens richten zich niet alleen tegen de winnaars, maar ook tegen de spelregels.’ Peter Sloterdijk, Woede en Tijd

De lente is weer in het land en sportieve kuiten glimmen geschoren tussen de kleurrijke frames en velgen van ‘s lands wielerheir. Dat van de ferm uitgedoste wielertoerist die iedere groepsrit liefst beleeft als een unieke wedstrijd van een tegen allen, desnoods met deskundige medische en paramedische preparaties. Getrouw roderen ze het parcours van voorjaarsklassiekers. Niets ernstiger dan amateursport, toch?

Lentezot

Al te vaak rijdt de opgepompte meute zich vloekend en tierend vast in een kudde gestaag peddelende bejaarden op zilvergrijze pedelecs en e-bikes. Eenzame ouderen hebben dezer dagen hun actieradius behoorlijk uitgebreid met 250 Watt motoren en binnenkort zelfs 500 Watt mits snelheidsbegrenzers om erger te voorkomen.

Met de voorjaarsklassiekers nestelt het lentezot zich in de kop van weiderunderen en dito jongeren. De meisjes ontbloten hun kuiten en de jongens voelen zich uitgedaagd tot grootse prestaties in de ogen van hun kompanen en het voorwerp van hun verlangen om erkenning.

Hoe sterk is de eenzame fietser die krom gebogen over zijn stuur tegen de wind zichzelf een weg baant?’*

Baltsen in kekke kleren op flitsende fietsen. Of op scooters, al dan niet gestolen. Met videobeelden van hun schietkunst nadien op internet, voor de eeuwigheid en de andere verliezers. Of op het voetbalveld.

‘Hoe zelfbewust de voetbalspeler die voor de ogen van het publiek de wedstrijd wint zich kampioen waant.’ *

De Kuip

In Rotterdam wordt deze week het 75 jaar bestaan van ‘De Kuip’ gevoerd, het legendarische voetbalstadion van Feyenoord. Destijds gefinancierd door sponsors als havenbaron Van Beuningen en met aandelen van de supporters en gulle leningen van de gemeente Rotterdam waarop enkel de rente diende betaald, werd een hypermoderne stadion gebouwd voor 63.000 toeschouwers – de twaalfde man van Feyenoord Rotterdam. De ronde vorm zorgde immers voor een rondzingende echo: opzwepend of deprimerend. Hoe vaak trilde De Kuip niet op haar 578 palen die 21 meter diep in het moeras van Zuid waren geheid. Althans in de herinnering van zeer velen die vertier en erkenning zochten bij de gouden ‘F’ op het rood-witte veld in de dreigend zwarte ring: ‘Hand in hand, kameraden. Geen woorden maar daden.’ Het clublied zet meteen het travailistische verschil aan met het ‘geleuter’ uit Amsterdam en Den Haag.

Op 27 maart 1937 barstte het eerste gejuich los om een doelpunt in De Kuip. Leen Vente uit Rotterdam-Zuid scoorde in sneeuw en hagel tegen ‘den Beerschot’ uit Antwerpen.

Mede door het aandeelhouderschap van haar clubleden slaagden de rood-witte ‘boeren van Zuid’ erin om uit te groeien boven de rivaliserende ‘Rotterdamsche Cricket & Football Club Sparta’. Deze oudste club van het betaald voetbal in Nederland (1888) houdt immers hof op het Kasteel van Spangen in Rotterdam Noord.


Nieuwe Kuip?

Intussen maken de plannen voor de ontwikkeling van de achterstandswijken van Rotterdam-Zuid pas-op-de-plaats wegens een gebrek aan centen, investeringen en creativiteit. In het Stadionparkgebied moet tegen 2019 een nieuw ‘Kuipcomplex’ ruimte bieden aan veel meer dan voetbal. Twee keer gaven ondermeer The Rolling Stones legendarische concerten in De Kuip. Dat kan niet meer. Het nieuwe stadion zou maar liefst een half miljard euro kosten en naast voetbalwedstrijden hopen op vele lucratieve reuze evenementen, skyboxen en business seats. Het moet tevens over de bocht van de Maas kragen voor fors extra spektakel, binnen en buiten.

Dat soort poenige nevenactiviteiten – inclusief dokterscongressen in het inpandige restaurant met behoorlijk ‘Eten & Drinken’ – is nu reeds een belangrijk onderdeel van voetbalwedstrijden.

Oorspronkelijk gelanceerd in de strijd om het intussen gemankeerde WK voetbal van 2018 heeft het mega prestigeproject van het Stadionpark moeite om boven water te blijven. Niet alleen in de natte dromen van speculanten.

‘Hoe lang vergenoegd de zakenman zonder mededogen, die een concurrent verslagen vindt, zelf haast failliet gaat’.*

Trouw

Behoudens levensgrote bronzen eerbetuigingen bij de toegang aan trainer Ernst Happel en voetballer Coen Moulijn sieren reusachtige foto’s van de supporters de aula wanden.

Vooraan op de indrukwekkende fotomuur een wat oudere man die zijn verbijstering niet kan verbergen, wanneer zijn trouw aan Feyenoord niet naar verwachting lijkt beloond op de grasmat. De prestaties van dure huurlingen bedroeven de trouwe supporter die zijn identiteit ontleent aan zijn club, zijn geloof, zijn overtollige medelotgenoten.

Het baat niet langer dat ze van de spelers en het bestuur nog clubtrouw verwachten. Voetbal is vandaag een spel van heel veel geld en rellen, zeker ook in Rotterdam, waar het gevecht op de grasmat gretig buiten het stadion wordt nagespeeld. De overtolligen keren zich tegen wie zij als winnaars benijden en meer nog tegen de regels van het spel.

Als hij maar geen voetballer wordt, ze schoppen hem misschien halfdood’.*

Coen Moulijn

Sterspeler Coen Moulijn (1937 – 2011) was uit ander hout gesneden. Hij was de dribbelaar met de lichtvoetige damespasjes die van 1955 tot 1971 trouw bleef aan Feyenoord ondanks de blanco cheque van Barcelona in het begin van de jaren zestig. Coentje was ‘Mister Feyenoord’ met 487 wedstrijden. In 1970 won zijn elftal als eerste Nederlandse club de Europacup tegen Celtic Glasgow.

Deze week wordt de Oude Kuip gevierd en het Nieuwe Stadion geprezen en gesleten, maar Coen Moulijn is dood. Zijn begrafenis op 9 januari vorig jaar was een dag van indrukwekkende rouw met tienduizenden die fakkels hooghielden in de winterse mist langsheen het parcours van De Kuip op Zuid tot het Stadhuis op de Coolsingel.

De dames- en herenmodezaak die Coen Moulijn reeds in de jaren zestig opzette in Zuidwijk is gesloten. Op de luifel pronkt nog zijn naam. Maar de winkel is dicht. Ik kan het zien vanuit mijn raam. Enkel oude patiënten spreken nog vol bewondering over ‘Coentje, de grootste van allemaal’. Foto’s van hooligans sieren intussen de elektronische billboards in de stad. En in het weekend wedijveren de amateurvoetbalploegen in Zuiderpark met het lawaai van de radiogestuurde mini – racers.

Ternauwernood overleefde gisteren Edith Schippers, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, een motie van wantrouwen in de Tweede Kamer omdat ze bij de race om het gastland voor de Olympische Spelen van 2028 maar liefst 8 miljard euro van het kostenplaatje onder de mat hield. En dit in tijden van pijnlijke besparingen. Zij vond dat het in beweging brengen van Nederland wel wat financieringsmist kon verdragen.

‘Ofwel blijft de sporter fungeren als getuige van het menselijke vermogen op de grens van het onmogelijke stappen naar voren te zetten – met onoverzienbare overdrachtseffecten op allen die zich aan het mooie schouwspel overgeven, ofwel vervolgt hij nu al de voorgetekende weg van de zelfvernietiging waarop debiele fans codebiele sterren met erkenning van helemaal beneden overladen, de eersten dronken, de laatsten onder doping. We willen in dit verband de lezer eraan herinneren dat Euripides de decadent verzelfstandigde scène van de sporters al in de vierde eeuw v.Chr. als een landelijke plaag beschouwde: ‘Er zijn weliswaar talloze kwaden in Hellas maar de ergste is het volk van de atleten (athlèton genous).’ Peter Sloterdijk, Je moet je leven veranderen

(*: met dank aan Boudewijn de Groot)




 

Joseph Roth, Radetzkymars.

25 maart 2012

Joseph Roth, Radetzkymars.

Uitg. Atlas vertaald door W.Wielek-Berg, herzien door Elly Schippers – 1932 Verlag Kiepenheuer Berlin

Robert Musil heeft met ‘De man zonder eigenschappen’ hét Duitse meesterwerk van de vorige eeuw geschreven.

Met de ‘Radetzkymars’ heeft Joseph Roth zijn interpretatie van die periode op schrift gesteld. Subtiel, vlot, pakkend, nog steeds na tachtig jaar, zeker in deze vernieuwde vertaling.

Ik kan alleen maar Piet de Moors recensie bijtreden in Knack van 20 mei 2009.

285. ‘En daarom moeten we alles loslaten, ieder moet zijn eigen weg gaan! Als mijn kinderen mij niet gehoorzamen, doe ik alleen nog moeite om mijn waardigheid niet te verliezen. Dat is alles wat een mens kan doen. Ik kijk wel eens naar ze als ze slapen. Hun gezichten lijken me dan vreemd, haast onherkenbaar, en ik zie dat ze vreemde mensen zijn, uit een tijd die nog komt en die ik niet meer zal meemaken. Ze zijn nog jong, mijn kinderen! De een is acht, de ander tien, en ze hebben ronde, blozende gezichten als ze slapen. En toch is er veel vreemds in die gezichten als ze slapen. Soms denk ik dat het al de wreedheid van hun tijd is, van de toekomst, die in de slaap over de kinderen komt. Ik zou die tijd niet graag willen meemaken!’

15. ‘Ze hebben mij misbruikt,’ begon hij opnieuw, keek recht in de blinkende brillenglazen van de notaris en merkte alras dat hij geen woorden kon vinden. Hij had het leesboek mee moeten nemen. Met dat walgelijke voorwerp in de hand zou een verklaring hem veel gemakkelijker zijn afgegaan. ‘Hoe misbruikt?’ vroeg de notaris. ‘Ik heb nooit bij de cavalerie gediend,’ zei kapitein Trotta, die meende zo het beste te kunnen beginnen, hoewel hij besefte dat zijn woorden onbegrijpelijk waren. ‘En nu schrijven die schaamteloze schrijvers in de kinderboeken dat ik op een vos, een met zweet bedekte vos, schrijven ze, aan kwam stormen om de monarch te redden, schrijven ze.’ De notaris begreep het. Hij kende de leesles uit de boeken van zijn zonen. ‘U overschat de betekenis daarvan, kapitein,’ zei hij. ‘Bedenk dat het voor kinderen is!’ Trotta keek hem geschrokken aan. Op dat ogenblik had hij het gevoel dat de hele wereld tegen hem samenspande: de schrijvers van de leesboeken, de notaris, zijn vrouw, zijn zoon, de huisonderwijzer. ‘Alle historische heldendaden,’ zei de notaris, ‘worden voor schoolgebruik anders beschreven. En volgens mij is dat ook juist. Kinderen moeten voorbeelden hebben die ze begrijpen, die ze onthouden. De echte waarheid horen ze later wel.’ – ‘Ober, afrekenen!’ riep de kapitein en hij stond op.

Lees verder »

Oguz Atay, Het leven in stukken – ‘Tutunamayanlar’

25 maart 2012

Oguz Atay, Het leven in stukken – ‘Tutunamayanlar’

Vertaald door Margreet Dorleijn en Hanneke van der Heijden, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 768 blz.

In ‘Het leven in stukken’ vertelt Oguz Atay het verhaal van ingenieur Turgut Özben die een tocht onderneemt om uit te vinden waarom zijn boezemvriend Selim Isik zelfmoord heeft gepleegd. Tegen de achtergrond van de stormachtige ontwikkelingen in Turkije vanaf de stichting van de republiek in 1923 tot aan de jaren zeventig van de vorige eeuw, ontstaat zo een caleidoscopisch beeld van Selim, en een portret van de griplozen. Atay trekt alle registers open: verhalen in verhalen, woordgrappen, gedichten, passages uit een historische politieke catechismus, dagboekfragmenten, toneelteksten en lemmata voor de Encyclopedie der griplozen. In een symfonie van stemmen, gedachten en dromen wordt de hoofdpersoon geportretteerd. Tegelijkertijd presenteert de schrijver een ironische schets van het leven in Turkije, een onderzoek naar de vraag wat een individu maakt tot wie hij is en een kritische en hartstochtelijke liefdesbetuiging aan de taal. Het leven in stukken verscheen in 1972 en betekende een radicale breuk met het realisme en sociaalrealisme dat in die tijd in de Turkse literatuur de boventoon voerde. Inmiddels heeft het boek een cultstatus.

Van die cultstatus zal ongetwijfeld veel waar zijn. ‘Het leven in stukken’ kan ik niet anders lezen dan in stukken, stukjes. Zoals die andere cultboeken van James Joyce Ulysses in een vertaling van Paul Claes en Mon Nys bij De Bezige Bij uit 1994 en meer nog Finnegans Wake in vertaling van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes uit 2002 bij A-P&VG die ik ooit zelf enkel als handige toilet-feuilletons heb kunnen savoureren.

Zo ook met ‘Het leven in stukken’.

Fenomenale stukken literatuur afgewisseld met klinkklare nonsens, hilarische revolutionaire praatjes, pijnlijke ontboezemingen wat een eerder griploos impressionistisch portret laat van de hoofdpersonen en het Turkije van toen, wat intussen met het economische en politieke succes van Erdogan en de AKP - Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling – behoorlijk gekrompen lijkt, niet alleen intellectueel. Of zoals Selim in zijn revolutionaire studententijd een ‘Wat te doen?’ schreef: ‘Moet ik genoegen nemen met dit kleurloze bestaan, waar kraak noch smaak aan zit, en maar nonchalant en zonder na te denken het gedrag en de opvattingen van de mensen om me heen met achteloze onverschilligheid blijven overnemen, zoals ik dat tot nu toe heb gedaan?’

 

50. Voor de heer Hüsnü was culturele bagage onlosmakelijk verbonden met zijn docent, de gewoon hoogleraar publiekrecht – of zoals ze toen zeiden: Professor Ordinarius – Ekrem Galip Aydinler (die laatste naam, ‘Verlicht man’, koos hij na de invoering van de Wet op de achternamen), die ervoor had gezorgd dat hij vier keer voor hetzelfde vak was gezakt. Als dat klopte, dan was ‘culturele bagage’ een potig geval dat op mensen neerkeek en in n oogopslag doorhad wat voor vlees het in de kuip had. Als de heer Hüsnü de kamer binnenkwam waar het examen werd afgenomen leek het alsof professor Ekrem Galip de angst van zijn kandidaat al voorvoelde, hij keek zijn examenkandidaat aan met een blik waardoor die terstond ineenkromp en alle namen en theorieën die hij kende dan wel door elkaar haalde, onmiddellijk weer vergat. Op zo’n moment had de heer Hüsnü er ik-weet-niet-wat voor gegeven om die kamer te mogen verlaten. Toen hij voor de derde keer opging maakte hij, onder invloed van die gevoelens, daadwerkelijk aanstalten naar de deur te lopen, maar toen hij de misprijzende blik van zijn docent in zijn rug voelde prikken kon hij niets anders bedenken dan plaats te nemen aan het bureau en zich neer te leggen bij zijn lot. Ekrem Galip had zijn vraag gesteld zonder hem aan te kijken en was daarna, alsof hij ook al niet naar hem luisterde, overgegaan tot het tekenen van zijn gebruikelijke geometrische figuren. Gretig gebruikmakend van die korte periode van ontspanning vatte de heer Hüsnü moed en reeg worstelend met woorden die hij nauwelijks uit zijn mond kreeg zijn uit het hoofd geleerde zinnen aaneen. Even had de heer Hüsnü het idee dat het deze keer zou lukken.

De professor zweeg nog steeds. Onze wankele vertegenwoordiger van de aloude Griekse filosofie dreunde achtereenvolgens op wat hij wist, als las hij de kolom met uitgaven uit zijn kasboek voor: ‘Als de staatkundige theorie van Plato, aldus beschouwd, in relatie gezien dient te worden tot bijvoorbeeld het gedachtegoed dienaangaande van de scribent Aristofanes, auteur van de Anabasis, zij het dat die van geringere importantie is, dan kunnen we constateren dat opvattingen van beide auteurs op de volgende punten congrueren: de mechanische existenties in het menselijke organisme maar met name ook in de natuur tonen ons dat de mens beschikt over een rationalistisch ingestelde geest en dat de orde der societas (hij meende met dat ‘societas’ een goede beurt te maken bij zijn docent; al zijn inmiddels opgedane ervaring ten spijt was hij vergeten wat hem boven het hoofd hing) op deze principes kan worden gefundeerd …’ Arme Hüsnü nummer zeshonderdachtenveertig! Aangezien de docent hem niet onderbrak, had hij zelfs al even hoopvol opgekeken. Hij stond zowaar op het punt zich te laten meeslepen door de woorden die hij opdreunde zonder er ook maar iets van te begrijpen. Ekrem Galip trok nog een diagonaal door zijn laatste rechthoek, keek toen abrupt van zijn papier op en zei terwijl hij hem doordringend aankeek: ‘Zou het?’ Toen was alles afgelopen. Daar lag zijn zo zorgvuldig opgebouwde systeem volledig in puin. Natuurlijk bood hij nog enige weerstand. Maar het oordeel was geveld. Dat ‘Zou het?’ van zijn docent betekende: ‘Gezakt!’ Dat wisten zelfs de studenten die voor de eerste keer opgingen.

53.’Laten we maar doen alsof de allusie in deze uitspraak ons ontgaan is en doorgaan met onze historische plicht. Jazeker: Turgut merkte al op zeer jonge leeftijd de warboel die een angsthaas van een vader en een despotische moeder in zijn ziel teweeg hadden gebracht en …’ Turgut vulde aan: ‘...hij verkoos de vrijheid.’

‘Precies! Om te spreken met de titel van het boek dat wij in onze jeugd gelezen hebben en waarvan wij, zoals iedere vaderlandslievende Turkse jongeling, diep onder de indruk waren, een werk dat ook op onze ziel een verregaande uitwerking heeft gehad, en dat door de gewezen en in ongenade gevallen Russische Ingenieur des Keizers Victor Kravtjsenko Efendi op schrift is gesteld teneinde het communistische regime in diskrediet te brengen: “Hij verkoos de vrijheid.” Dat wil zeggen: hij werd een straatslijper.’

112. Sieyman Kargl stond op en liep naar de boekenkast. Hij draaide zich om naar Turgut: ‘Zo doen ze nu eenmaal tegen mensen als Selim,’ zei hij. ‘Ze storten zich niet van het ene op het andere moment met hun volle gewicht bovenop zo iemand. Eerst laten ze hem met rust, zodat hij over alles kan denken zoals hij zelf wil. Ze staan hem toe de hele wereld naar eigen wens op te vatten, te beleven, te voelen. Ze klappen zelfs voor hem, prijzen hem. Totdat hij doordraait, en dan is er geen weg meer terug. De rest weet je.’

 

 

Anna Seghers, Het zevende kruis.

20 maart 2012

Anna Seghers, Het zevende kruis. uitg. Van Gennep 2011

Editorial El Libro Libre, Mexico 1942 – Querido Verlag A’dam 1947 – Aufbau Verlag Berlin 1951

Nederlandse vertaling Nico Rost, herzien door Elly Schippers.

 

Voorwaar een historisch boek, spannend opgezet, vernieuwend geschreven en door een wellicht nog onbevangen zoektocht naar woord en wederwoord, zin en onzin, waarheid en leugen, geloof en hoop ongewenst universeler dan toen verwacht.

Het verhaal is gekend: zeven gevangenen ontvluchten KZ Westhofen nabij Worms in 1937. De kampcommandant Fahrenberg maakt zich sterk ze ale zeven binnen de zeven dagen aan de zeven geknotte platanen voor zijn kampbureau te nagelen waar de dwarshouten reeds worden bevestigd.

Anna Seghers – Netty Radványi, geboren Reiling 1900 Mainz -1983 Berlijn – haalde haar inspiratie uit een verhaal van gevangenen uit KZ Dachau.

Als gewezen DDR coryfee ligt ze naast haar man – de Hongaarse socioloog J-L Schmidt – begraven op het indrukwekkende Dorotheenstädtischer Friedhof in de Berlijnse Chausseestraße 126, naast het Brecht Haus .

Die begraafplaats is voor wel meer van de vele stenen namen een mijmermiddag waard. Tussen Hegel en Fichte, Seghers, Eisler en Brecht houdt ook Herbert Marcuse (1898 – 1979) ‘weitermachen!’ recht.

 

‘Het zevende kruis’ werd in de DDR vaste prik als verplichte schoolliteratuur. Zo wordt in de film Good Bye, Lenin! het boek ‘Das siebte Kreuz’ van Anna Seghers op de boekenplank gezet om de moeder van de hoofdpersoon voor te liegen dat na negen maanden coma de Wende nog niet heeft plaatsgehad en de DDR nog steeds manhaftig het socialisme verdedigt.

‘Het zevende kruis’ past dan ook naadloos in de officiële verklaring van de arbeiders- en boerenrepubliek voor het nationaal-socialisme en het verzet dat haar leiders en SED leden altijd gevoerd hadden tegen de gruwelen van Hitler en zijn kompanen.

Seghers slaagt erin verschillende reacties en vormen van actief en passief verzet te illustreren in een schijnbaar uitzichtloze situatie van allesomvattende terreur, verraad en onderdrukking.

Met haar boek wou ze duidelijk maken dat gevangenen konden ontsnappen uit een concentratiekamp, dat ook binnen Duitsland verzet bestond tegen de nazi’s en vooral dat de Nazi’s niet almachtig waren.

Ze tekent in de loop van het verhaal nauwkeurig technieken waarmee ondervraging, fysieke en geestelijke foltering kunnen weerstaan worden.

Ze wil hoop creëren wanneer de onderdrukking uitzichtloos lijkt:

‘ We voelden allemaal hoe diep en verschrikkelijk uiterlijke machten de mens tot in zijn binnenste kunnen raken, maar we voelden ook dat er in dat binnenste iets school wat onaantastbaar en onkwetsbaar was.’ (390)

 


Ze wil de zwakte en kwetsbaarheid van de schijnbaar almachtige onderdrukkers onthullen:
‘ Voor het eerst sinds de vlucht drong het tot Fahrenberg door dat hij niet achter een enkeling aanzat, wiens gezicht hij kende, wiens krachten niet onuitputtelijk waren, maar achter een gezichtsloze, onmetelijke macht. Die gedachte kon hij echter maar een paar minuten verdragen’. (387).

 


Wellicht heeft ze nooit begrepen dat haar adviezen over mentaal en fysiek overleven en verzet plegen onder dictatoriale regimes een handig houvast waren voor dissidenten in de DDR.

Een mogelijk ongewenst neveneffect van deze verplichte schoolliteratuur was dan ‘Die Wende’ in november 1989.

 

 

 

vrt deredactie.be opinie: De staat van integratie, Nederlandse grootsteden falen als transithavens

17 maart 2012

De Nederlandse grootsteden falen als transithavens


14 / 03 / 2012

 

‘Amsterdam en Rotterdam zijn immigratiesteden geworden: ongeveer de helft van de bevolking bestaat uit migrantengezinnen. En het aandeel van de eerste en tweede generatie migranten in de stadsbevolking zal nog verder toenemen. Uit de verkenning van deze steden wordt wel duidelijk dat de komst van flinke aantallen nieuwkomers veel vraagt van instituties als het onderwijs. De kenschets van grote steden als doorgangshuis – waar ook nog eens de laagst opgeleiden het minst mobiel zijn – vraagt om een evenwichtig immigratiebeleid.’ Paul Scheffer in ‘De staat van integratie’.

In opdracht van het stadsbestuur van Rotterdam en Amsterdam werd vorige week het nieuwste rapport ‘De staat van integratie’ gepresenteerd, met commentaren van de sociologen Paul Scheffer (‘Het multiculturele drama’ en ‘Het land van aankomst’) en Han Entzinger (‘Om Holland staat geen hek’).

Nieuwe realisme

In vergelijkbare studies van vroeger overheersten hoopvolle verhalen: in beide grootsteden werd vlijtig getimmerd aan een nieuwe multiculturele samenleving met alle veelkleurige vrolijkheden vandien. Vandaag overheerst een nieuw soort realisme. Hollands kijvende vinger boort pijnlijk in het eigen oog. Bezuinigen, recessie, werkloosheid, fraude en meer economisch fraais overstemmen de gebruikelijke multiculturele voetzoekers over fundamentalisme, overlast en criminaliteit.

In Rotterdam werd als eerste van de Nederlandse grote steden in 2009 een allochtone politicus tot burgemeester benoemd. Ahmed Aboutaleb kwam met vijftien jaar uit Marokko naar Nederland. Hij studeerde elektrotechniek, werd journalist, ministerieel voorlichter, PvdA-wethouder in Amsterdam en staatssecretaris van sociale zaken in de regering Balkenende IV. In 2009 aanvaardde hij als ‘bruggenbouwer’ de ambtsketting op de het stadhuis aan de Coolsingel waar de Leefbaren (nazaten van wijlen Pim Fortuyn) en de aloude PvdA regenten elkaar overtroefden om de gunst van de kiezer.

Gemankeerde bruggenbouwer

Het liep helemaal anders. Bij zijn inauguratie kreeg hij van Leefbaar Rotterdam een lege envelop om zijn Marokkaans paspoort terug te sturen. In de zomer van 2009 diende hij de Islamitische filosoof Tariq Ramadan – op de Erasmus universiteit ook als bruggenbouwer binnengehaald – te ontslaan. De minzaam ogende man bleek nog wat bij te klussen als ideologische raadgever van Ahmadinejad en de Iraanse Ayatollahs. Kort daarna viel er een dode tijdens strandrellen bij Hoek van Holland. In februari 2010 diende mede daarom de korpschef van de Rotterdamse politie op te stappen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 11 maart 2010 was een moeizame hertelling van de stemmen nodig. Bij de voetbalbekerfinale Feyenoord-Ajax werd een alcoholverbod ingesteld. Vanaf september 2011 vertonen billboards in de havenstad de foto’s van gezochte hooligans.

Waar de burgemeester het bij zijn inaugurale rede nog had over zijn visie over ‘Rotterdam als het Barcelona van het Noorden’ leek de bruggenbouwer te vervellen tot directeur van een verbeteringskolonie. De patserige glamour van de vroegere grote evenementen verdween wegens de schrik voor ongeregeldheden – zoals bij Hoek van Holland -tijdens de Dance, Flight & Race Parades. In september 2011 belaagden voetbalhooligans zelfs genodigden en bestuursleden van Feyenoord bij De Kuip, het eigen stadion. Politieagenten trokken toen hun dienstwapen om zich te beschermen.

Zerotolerance

De obsessie met veiligheid leidde vorig jaar tot het fameuze ‘roséverbod’ in de stadsparken waar picknickende gezinnen een bon kregen wegens overtreden van het alcoholverbod. Zerotolerance leidt dan weer niet echt tot een bruisende creatieve stad.

Al is het al met al een hele prestatie dat Ahmed Aboutaleb überhaupt nog burgemeester van Rotterdam is gebleven. En dat kan wellicht ook zijn kracht worden: continuïteit. Om erkend te worden als niet verkozen burgervader is meer nodig dan een ambtsketen en gelukwensen van de koningin. Wie een stad als Rotterdam ment, moet vertrouwen winnen, de teugels strak aanhalen en tijdig kunnen vieren. Geen sinecure.

Maar de nieuwste ontwikkelingen kunnen hem daar ongetwijfeld bij helpen.

De staat van integratie.

‘De staat van integratie’ laat zien dat Rotterdam snel aan het veranderen is. De eerste generatie immigranten blijft constant rond 56 % met 44% tweede generatie. Er blijft dus een permanente instroom van nieuwkomers in Rotterdam en Amsterdam. Beide grootsteden zijn dus transithavens geworden met doorgangshuizen in de minst aantrekkelijke – vaak oudere – wijken. Precies die achterstandswijken verloederen steeds verder: onveilig, ongezond en met minder sociale samenhang.

Jutta Chorus onthult in haar levendig rapport ‘AFRI, leven in een migrantenwijk’ het ware leven in zo’n wijk. Het heeft iets van de HBO dvd serie ‘Oz’ over het leven in de gesloten wereld in het ‘maximum-security prison Oswald State Correctional Facility’.

In de Afrikaanderwijk op Rotterdam-Zuid worden reeds generaties lang mensen van allerlei herkomst – financieel – gedwongen tot samenleven in een relatief kleine ruimte waar ze niet of nauwelijks weg kunnen, zodat het spel van geven en nemen, veinzen en liegen makkelijk tot lijfelijk contact leidt. Een verleden met fictieve herinneringen en illusies over misgelopen kansen en toekomstmogelijkheden zorgen ervoor dat nogal wat bewoners zich als kanaries in kooien geen beter leven kunnen voorstellen dan zingen en pikken in de gesloten ruimte van hun wereldbeeld. Alleen wie er – ook mentaal – weet uit te springen kan ontsnappen aan de geest van ‘Afri’, al generaties lang.

Doorgangshuizen

Jutta Chorus ontrafelt dit soort ontwikkelingen bij families van zeer verschillende komaf, vroeger en nu: fundamentalistische protestanten en moslims, Antillianen, Surinamers, Turken, Marokkanen, katholieke Brabanders en nakomelingen van de vroegere havenarbeiders.

Succesvolle nieuwkomers vertrekken zo snel mogelijk naar de voorsteden. Wie het in Rotterdam denkt gemaakt te hebben, haast zich meestal om de stad te ontvluchten. Ook de ooit zo succesvolle naoorlogse tuinsteden lopen leeg tenzij er grondig wordt gesaneerd en betere nieuwbouw wordt gerealiseerd. De aloude nadruk op sociale woningbouw heeft de grote Nederlandse steden in het verleden beroofd van een ferme nieuwe burgerij. Gezonde steden kunnen nochtans niet zonder een prestigieus centrum. De rijke bovenlagen bewegen graag en blits heen en weer. De onderklassen verstarren en worden geschoren. Al naargelang de sociale voorzieningen migreren ook zij tussen land van herkomst en aankomst.

Veel van de recente nieuwkomers uit de Oostbloklanden leven in een seizoensmigratie en zijn zelden van plan hun toekomst in Nederland uit te bouwen. Tussen beide uitersten worden middenklassers gesandwicht. Wanneer ook zij de stad als een doorgangshuis ervaren, is het einde in zicht wegens geen buffer meer.

Zelfstandig zonder personeel

Het voorbije jaar decimeerde het aantal werknemers dat in Nederland een nieuwe arbeidscontract van onbepaalde duur kreeg van ruim 80.000 naar 8.000. Voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis was dit cijfer zo laag.

In ‘De staat van integratie’ heet het dan weer hoopvol dat er een forse groei is van het aantal zelfstandige ondernemers van 2-3 naar 10-12 procent: ‘ In Amsterdam en Rotterdam zien we de opkomst van een ondernemende middenklasse. Daar zullen in de komende tien jaar ook meer en meer migranten uit Midden- en Oost-Europa bijhoren. Tegelijk blijft de positie van migrantengemeenschappen op de arbeidsmarkt kwetsbaar; zeker in een tijd van economische terugslag kan de bescheiden vooruitgang van de laatste tien jaar gemakkelijk teniet worden gedaan.’

Spijtig genoeg spiegelen deze cijfers al te vaak een vorm van wanhoop. Wie niet op de reguliere arbeidsmarkt in loondienst aan de bak komt, biedt zich dan maar aan als zelfstandig ondernemer zonder personeel: zzp. Leuk voor de baas, wegens arbeidskrachten op afroep en zonder gezeur bij ontslag. Leuk voor de zzp’er want een hoger inkomen, tenminste als hij geen rekening houdt met werkloosheid, ziekte en pensioen. Benieuwd hoe die cijfers zullen evolueren.

Hoffelijk versus hufterig

Met ‘Hoffelijkheid in plaats van hufterigheid’ zullen we het dan maar moeten doen.

Vele (sociale) huisvestingsmaatschappijen – en vooral Vestia, de grootste uit Zuid Holland – hebben er een financieel potje van gemaakt. Miljarden verlies op rentespeculaties en 3,5 miljoen Euro als afscheidspremie voor de scheidende directeur. Weinig fraai noch elegant maar waarvoor de huurder nog jaren zal opdraaien.

Vertrouwen komt te voet en vertrekt te paard. Hufterige bestuurders die miljoenen cashen in noodlijdende sectoren zoals huisvesting en zorgverlening, frauderende directeuren en vlotgebekte patsers die grote sier maken op radio en tv zijn slechte voorbeelden om wie in Nederland wonen vertrouwen in te boezemen. Wie burgerzin begrijpen als de eigen grote bek eerst, het eigen graaien als top, ondermijnen het grootstedelijk weefsel. Wie dan nog kicken op een brutale roze microfoon en schaamteloze opdringerigheid als keurmerk dragen, moeten zich hoeden voor vergelijkbare strapatsen in straten en wijken.

Op TV is het zowat iedere dag pauwengedrag: schudden met de staart en zichzelf opblazen tot brutaal en onbeschoft gedrag. Logisch toch dat de simpelen van geest, de overbodigen en illusoire prinsen zulk gekraai gretig nabauwen.

Wederkerigheid

‘Het recht van de een is de verantwoordelijkheid van de ander’, luidt het nu. En daar valt wat voor te zeggen, althans voor wie geïnteresseerd is in de ander. En dat is vaak zoek in de achterstands- of doorgangswijken waar hele groepen gestrande uitverkorenen zich terugplooien op het eigen geloof en dito verlangens. In Nederland zijn er intussen voorbeelden van ‘getto vorming’ – zelfs architecturaal – die als een vorm van optimale integratie wordt gesubsidieerd. Wie eruit kan, wordt geprezen. Wie erin blijft, zit vaak vast in een beklemmende kooi van eigen tradities en regels. ‘Gelijke kansen’ worden dan graag geïnterpreteerd als het naspelen van de situatie in het land van herkomst, niet alleen naar taal.

Onderwijs zou een breekijzer vormen maar de resultatenverdeling van de centrale ‘citotoetsen’ naar etniciteit en wijk kregen de onderzoekers naar de staat van integratie in Rotterdam niet boven gespit wegens te gevoelig en zelfs ‘discriminerend’.

‘De staat van integratie’ laat vooral zien hoe slecht het gesteld is met het zo geroemde integratie ideaal, ondanks de enorme investeringen in mensen, onderwijs, gebouwen, infrastructuur en tewerkstelling van de voorbije halve eeuw.

Of zoals Paul Scheffer het reeds in 2007 in ‘Het land van aankomst’ verwoordde: ‘Het samengaan van massale immigratie en de verzorgingsstaat is uniek: er zijn geen andere voorbeelden van in de geschiedenis. De gevolgen zijn voor iedereen zichtbaar: grote groepen migranten zijn in een situatie van afhankelijkheid geraakt. Wat een initiatiefrijk deel van de samenleving zou moeten zijn – immigranten zijn immers bij uitstek overlevers – is verworden tot het meest onbeweeglijke deel van de bevolking. ‘


 

Almudena Grandes, Tussenstations

16 maart 2012

Almudena Grandes, Tussenstations. Uitg. Signatuur 2011, vert. Trijne Vermunt

 

Deze dame (1960) heeft mij serieus weten te pakken met haar ‘Het Ijzig Hart’.

In 2005 had ze een reeks verhalen gebundeld als Tussenstations over adolescenten  die volgens haar ‘ veroveraars zijn, van hun eigen leven, hun omgeving. Ze hebben het voordeel dat ze zich bevinden op het klassieke kruispunt van geen kind meer zijn, maar nog niet de capaciteit hebben om te manipuleren wat hun overkomt, ze debuteren in het leven.’

‘Tabaksbruin en zwart’ vergeet je niet makkelijk.

‘De aanvoerder van de ganzenmars’ heeft het kloppen van haar ijzige hart reeds in zich.

‘Zomers recept’ voor tonijnpastei grijpt je naar de strot : twee kilo aardappelen, drie eieren, paneermeel, tomatenpuree en drie blikjes tonijn in eigen nat. Het paneermeel en de tomatenpuree doe je er op het oog bij.

‘Mozart en Brahms en Corelli’ leren hoe medeleven beter te beheersen, zelfs met slachtoffers van vrouwenhandel en andere gruwelijke beelden.

 

93. Ik wist niet eens hoe ze heette, ik wist alleen de titel van het boek waarin ze zich verborg, en waarin ik een arrogantie, hoogmoed en een bewonderenswaardige vastberadenheid had gelezen die we met elkaar gemeen hadden, want we hadden allebei een eigen plek die niemand begreep en die niemand kon binnendringen.Maar misschien was het ook wel lafheid, niet kijken om niet te hoeven zien, angst te begrijpen wat je ziet wanneer je kijkt.

Of misschien leken we helemaal niet op elkaar en zouden we ook nooit op elkaar lijken. Ik had ook mijn trots en mijn problemen, ik had het veel slechter en tegelijk veel beter dan zij, ik had een gave en iets op haar voor: ik wist dat daarbinnen alles nep was en dat mijn zekerheden er op losse schroeven stonden tot het moment dat ik de deur uitging.

 

Arno Geiger, De oude koning in zijn rijk.

16 maart 2012

Arno Geiger, De oude koning in zijn rijk. De Bezige Bij 2012. Vert. W. Hansen

 

Niet alle dementering leidt tot ellende, soms helpt het de neven- en nabestaanden met hun leven.

Arno Geiger heeft de dementering van zijn vader tot een respectvolle toenadering kunnen beschrijven. Hij laat vooral de mens die hij graag was zoveel mogelijk heel.

134.Voor mijn vader is zijn alzheimer bepaald geen verrijking, maar zijn kinderen en kleinkinderen kunnen er nog heel wat van leren. Het is immers ook de taak van ouders hun kinderen iets bij te brengen.

De ouderdom als laatste fase van het leven is een cultuurvorm die voortdurend aan veranderingen onderhevig is en steeds opnieuw moet worden geleerd. En als het eenmaal zo is dat een vader zijn kinderen verder nietes meer kan bijbrengen, dan tenminste nog wat het betekent oud en ziek te zijn. Ook dat kan vader- en kind-zijn betekenen, onder goede omstandigheden.

Want wraak op de dood nemen kun je alleen als je leeft.

 


 

12. Er wordt vaak gezegd dat demente mensen net kleine kinderen zijn – er is bijna geen tekst over het onderwerp te vinden waarin die metafoor niet wordt gebruikt; en dat is ergerlijk. Want een volwassen mens kan zich onmogelijk achterwaarts ontwikkelen tot kind, omdat het tot het wezen van het kind behoort dat het zich voorwaarts ontwikkelt. Kinderen verwerven vaardigheden, demente mensen verliezen ze. De omgang met kinderen scherpt de blik voor vooruitgang, de omgang met demente mensen die voor verlies. De waarheid is dat de ouderdom niets teruggeeft, het is een glijbaan, en een van de grootste zorgen die de ouderdom je kan geven is dat hij te lang duurt.

134.Voor mijn vader is zijn alzheimer bepaald geen verrijking, maar zijn kinderen en kleinkinderen kunnen er nog heel wat van leren. Het is immers ook de taak van ouders hun kinderen iets bij te brengen.

De ouderdom als laatste fase van het leven is een cultuurvorm die voortdurend aan veranderingen onderhevig is en steeds opnieuw moet worden geleerd. En als het eenmaal zo is dat een vader zijn kinderen verder nietes meer kan bijbrengen, dan tenminste nog wat het betekent oud en ziek te zijn. ook dat kan vader- en kind-zijn betekenen, onder goede omstandigheden.

Want wraak op de dood nemen kun je alleen als je leeft.

Lees verder »

Mia Doornaert over het verlies aan burgerzin als ondergang van de democratie. De Standaard 12032012

12 maart 2012

De kwaliteit van een democratie hangt nu eenmaal af van de democratische discipline van haar burgers.

Als burgerzin plaatsmaakt voor het ‘moi d’abord’, als men de staat niet ziet als een belichaming van de burger maar als een soort gokmachine waarin je zo weinig mogelijk stopt om er zoveel mogelijk uit te halen, dan ontspoort de democratie, dan ontsporen de openbare financiën, dan ontsporen staten.

‘De democratie richt zichzelf te gronde omdat ze misbruik maakt van haar recht op vrijheid en gelijkheid. Omdat ze haar burgers leert onbeschaamdheid te beschouwen als recht, wetteloosheid als vrijheid, brutaliteit als gelijkheid en anarchie als vooruitgang.’

Die waarschuwing komt van Isocrates, een redenaar en denker uit het Athene van de vierde eeuw voor Christus. Nog voor de eeuw ten einde was kreeg hij gelijk wat Athene betrof.

 

 

Jutta Chorus, ‘AFRI, leven in een migrantenwijk’ uitg. Contact 2009

11 maart 2012

‘Afri, leven in een migrantenwijk is een knap geschreven relaas van het veld- en opzoekwerk van Jutta Chorus die de moed heeft gehad om zich voor haar boek anderhalf jaar onder te dompelen in de Rotterdamse Afrikaanderwijk.

Journalist Jutta Chorus verbleef anderhalf jaar in de Rotterdamse Afrikaanderwijk en volgde daar in die periode een Turkse, Marokkaanse en Nederlandse familie. In deze migrantenwijk is zo’n 50 procent van de bewoners ‘werk zoekend’. In haar boek Afri doet Chorus op tragikomische wijze verslag van de strijd om een beter bestaan. Vooral de Turkse familie die nooit voor een bestaan in Nederland heeft gekozen lijkt gedoemd een mislukt leven te leiden. Zoon Osman doet nog een poging om een keurige snackbarhouder te worden, maar blijft uiteindelijk op het criminele pad als bendeleider en dealer.

Het is geen vrolijk verhaal dat Chorus schetst en je vraagt je als lezer af hoe het ooit goed kan komen met verschillende culturen die naast elkaar leven.

http://www.eo.nl/radio/ditisdedag/aflevering-detail/dit-is-de-dag-77/

 


Al zit ik inmiddels 8 jaar in hetzelfde ‘Zuid’  aan de andere kant van Zuidpark, waar de huizen nog beter zijn en ondanks alles nog fors werd geïnvesteerd in vernieuwing en verbetering van woningen en infrastructuur, ‘Afri’ is zeer herkenbaar voor wie meer doet dan eens langslopen of bestuurders spreken.

Chorus weet van binnenuit gedrag en problemen te verduidelijken. Het heeft iets van de HBO dvd serie ‘Oz’ over de gesloten wereld in het maximum-security prison, Oswald State Correctional Facility. Ahmed Aboutaleb (PvdA) is burgemeester van Rotterdam geworden in zeer moeilijke omstandigheden. De eerste periode werd hij onmiddellijk geconfronteerd met verschrikkelijke veiligheids- en politionele problemen die hij allemaal doorstond. Van een integratieboegbeeld werd hij tot de behoedzame bewaarder van law&order  - Warden Leo Glynn in Oz. Het is intussen wachten op zijn vervolgbeleid in precaire financiële omstandigheden.

In de Afrikaanderwijk werden en worden generaties na elkaar mensen van allerlei herkomst min of meer onder dwang – financieel – samengezet in een relatief kleine ruimte waar ze niet of nauwelijks weg kunnen, zodat het spel van geven en nemen, veinzen en liegen makkelijker naar lijfelijk contact leidt. Een verleden met fictieve herinneringen en illusies over misgelopen kansen en toekomst zorgen ervoor dat nogal wat bewoners eindigen als kanaries in kooien, die zich geen beter leven kunnen voorstellen dan zingen en pikken in de gesloten ruimte van hun wereldbeeld. Alleen wie er – ook mentaal – weet uit te springen kan ontsnappen aan de geest van ‘Afri’, generaties lang.

Jutta Chorus weet dit verschijnsel te onthullen bij gezinnen en families van diverse herkomst, vroeger en nu: fundamentalistische protestanten en moslims, Surinamers, Turken , Marokkanen, Brabanders en nakomelingen van de vroegere havenarbeiders. Ook aan de rol van het maatschappelijk en jongerenwerk en het optreden van de wijkagenten wordt niet voorbijgegaan.

 

 

 

Irvin D. Yalom, Het raadsel Spinoza. Uitg Balans 2012

6 maart 2012

Irvin D. Yalom, Het raadsel Spinoza. Uitg Balans 2012

‘Ik koester al heel lang een grote fascinatie voor Spinoza, en wilde al jaren over hem schrijven. Maar van wat hem bewoog is maar weinig bekend. Hij hield zijn eigen persoon totaal buiten zijn geschriften. Hoe schrijf je een boek over iemand die zo’n teruggetrokken leven leidde? Jarenlang kon ik geen kant op, omdat ik eenvoudig geen verhaal kon vinden, iets waar een roman nu eenmaal niet zonder kan. Totdat daar dankzij een bezoek aan Nederland verandering in kwam. Kort na mijn bezoek aan het Spinoza-museum in Rijnsburg begon ik te schrijven.’ – Irvin D. Yalom

316. Ik zal je over een theorie uit de psychiatrie vertellen die naar mijn idee heel relevant is voor onze discussie. De Weense arts Alfred Adler heeft veel geschreven over de wijdverbreide minderwaardigheidsgevoelens die simpelweg het resultaat zijn van het feit dat we opgroeien als mens en een lange periode doormaken waarin we ons hulpeloos, zwak en afhankelijk voelen. Heel veel mensen ervaren dat minderwaardigheidsgevoel als iets ondraaglijks en compenseren het door een superioriteitscomplex te ontwikkelen, wat doodeenvoudig de andere kant van dezelfde medaille is. Volgens mij zou dat ook weleens bij jou kunnen spelen, Alfred. We hebben het gehad over hoe ongelukkig je was als kind, omdat je nergens thuis was, niet bijzonder geliefd was, en voor een deel je best deed om succes te hebben om het anderen in te peperen, weet je nog? Geen reactie van Alfred, die hem alleen maar strak aankeek. Friedrich ging verder: Volgens mij maak je dezelfde fout als de joden die zichzelf tweeduizend jaar lang hebben beschouwd als een superieur volk, als het uitverkoren volk van God. Jij en ik waren het erover eens dat Spinoza die bewering onderuit heeft gehaald, en voor mij staat het vast dat hij, als hij nog zou leven, met de kracht van zijn logica net zo goed jouw beweringen over het Arische ras onderuit zou halen.

Dit is niet het beste boek van Yalom, naar opzet noch als roman, maar toch nog meer dan de moeite omwille van zijn parallel tussen het leven van Spinoza en de zoektocht van de Duitse Nazi-ideoloog Alfred Rosenberg naar de verklaring voor Spinoza’s filosofische ontwikkeling.

Een mooie recensie staat bij Athenaeum. Yalom slaagt erin om de ideeënontwikkeling van Spinoza en Rosenberg goed gedocumenteerd tegenover elkaar te stellen.

Boeiende lectuur en ruimte voor reflectie, maar zoals bij een ideeënroman.

Zijn betere romans in het Nederlands: Nietzsches tranenScherprechter van de liefdeDe Schopenhauerkuur De Therapeut.

Wie was Spinoza? Wie was deze moedige zeventiende-eeuwse figuur, deze geniale filosoof die met zijn geschriften de wereld veranderde, maar op zijn 25ste in de ban werd gedaan door de hele joodse gemeenschap van Amsterdam, inclusief zijn eigen familie? Hoe zag zijn innerlijk leven eruit? En: wat was twee eeuwen later precies de fascinatie van de nazi’s met Spinoza? Waarom roofden ze zijn bibliotheek leeg, maar verbrandden ze zijn boeken niet?

Deze vragen hielden de psychiater en romancier Irvin D. Yalom een half leven bezig. In zijn briljante nieuwe roman, Het raadsel Spinoza maakt hij niet alleen de filosoof tot mens, maar onthult hij ook de ware toedracht rond het ‘Spinozaprobleem’ van de nazi’s.

Irvin D.Yalom is een van de beroemdste psychiaters ter wereld en bestseller auteur. Hij schreef de succesvolle romans Nietzsches tranen (18de druk), De therapeut (11de druk) en De Schopenhauer-kuur (5de druk). Yalom woont en werkt in Californië.

Onder psychotherapeuten, psychologen en psychiaters verwierf hij brede bekendheid met zijn standaardwerk Theory and Practice of Group Psychotherapy (1975). Vijf jaar later verscheen zijn tweede standaardwerk, Existential Psychotherapy.

109. Van den Enden kuchte even en sprak daarna op docerende toon: Jullie hebben maar weinig noden, jongens, noden waaraan eenvoudig tegemoet valt te komen, en enig noodzakelijk lijden valt eenvoudig genoeg te doorstaan. Maak je leven niet ingewikkeld met triviale doelen als rijkdom en roem: die zijn de vijand van ataraxia. Roem bestaat bijvoorbeeld uit de opvattingen van anderen en maakt het noodzakelijk dat wij ons leven leiden zoals anderen dat zouden willen. Om roem te bereiken en in stand te houden, moeten we waarderen wat anderen waarderen en mijden wat zij mijden. Dus: een leven vol roem of een leven in de politiek? Ontloop dat! En rijkdom? Vermijd het! Het is een valkuil. Hoe meer we vergaren, hoe meer we zullen willen hebben, en des te dieper is onze droefheid wanneer ons verlangen niet wordt gelest. Luister naar mij, jongens: als je naar geluk snakt, verspil je leven dan niet aan geworstel om datgene te krijgen wat je niet echt.

111. Het zal je het raadsel interesseren dat hij zichzelf beschouwde als een medisch filosoof die bijstand verleende bij zielsziekten, zoals een geneesheer bijstand verleent bij lichamelijke ziekten. Hij heeft eens gezegd dat een filosofie die niet in staat is de ziel te genezen even weinig waarde heeft als een medicijn dat het lichaam niet heelt. Ik heb al een paar zielsziekten opgesomd die voortkomen uit het najagen van roem, macht en seksuele lust, maar die waren slechts secundair. De ware behemoth van de angst die ten grondslag ligt aan alle andere angsten en die angsten ook voedt, is de angst voor de dood en het hiernamaals. Een van de eerste beginselen in de catechismus die zijn leerlingen moesten leren, was dat we sterfelijk zijn, dat er geen leven hierna is, en dat we na onze dood dus niets te vrezen hebben van de goden. nodig hebt. Let nu eens, ging Van den Enden met zijn eigen stem verder, op het verschil tussen Epicurus en zijn voorgangers. Epicurus denkt dat het hoogste goed is om ataraxia te bereiken door je te bevrijden van alle angst. En, hebben jullie nog opmerkingen of vragen? Aha, meneer Spinoza. Een vraag? Biedt Epicurus alleen een negatieve benadering? Ik bedoel: zegt hij dat het wegnemen van smart volstaat en dat de mens zonder uitwendige zorgen volmaakt, van nature goed en gelukkig is? Zijn er dan geen positieve attributen waarnaar wij moeten streven?

116. Hoe goed je ook zoekt, je zult op de hele wereld geen gemeenschap vinden die geheel vrij van bijgeloof is. De enige oplossing is de onwetendheid te verjagen. Daarom geef ik onderricht. Ik vrees dat het een verloren strijd is, antwoordde Bento. Onwetendheid en bijgeloof grijpen als een bosbrand om zich heen, en naar mijn overtuiging stoken religieuze leiders die brand op om hun eigen positie veilig te stellen. Dat zijn gevaarlijke woorden. Woorden die je niet verwacht van iemand van jouw leeftijd. Maar ik zeg nog eens tegen je dat discretie is vereist als je deel wilt blijven uitmaken van welke gemeenschap dan ook. Ik ben ervan overtuigd dat ik vrij moet zijn. Als zon gemeenschap niet te vinden is, moet ik misschien maar zonder gemeenschap leven. Vergeet niet wat ik over caute heb gezegd. Als je niet voorzichtig bent, is het niet onmogelijk dat je wensen, en wellicht je angsten, zullen uitkomen.

272. Onlangs las ik een passage van de Romeinse wijsgeer Seneca die zegt: Geen vrees durft het hart te betreden dat zich heeft bevrijd van de angst voor de dood. Met andere woorden: zodra je de angst voor de dood hebt overwonnen, overwin je elke andere angst.

 

Het raadsel Spinoza

vrt deredactie.be – opinie: Ziekenhuissoaps

2 maart 2012

Ziekenhuissoaps


29 / 02 / 2012


Omdat iedere sector van het maatschappelijk leven zijn eigen specificiteit heeft en omdat we vaak niet de keuze hebben om eraan te ontsnappen, is het een slecht idee om thymos te verabsoluteren en overal vormen van competitie binnen te brengen waar ze niet thuishoren. Er is niets tegen af en toe een wedstrijdje onder vrienden, maar de erkenning van wat mensen doen mag niet afhankelijk zijn van de uitkomst van een strijd met winnaars en verliezers (hoewel het in de geschiedenis vaak zo gaat, want die wordt door de winnaars geschreven).’ Peter Venmans, Het derde deel van de ziel. Over thymos

Nederland heeft het de laatste weken en maanden extra hard te verduren.

En het ergste moet ook hier nog komen.

Niet alleen presenteert de minister van financiën Jan Kees De Jager zich graag en ongevraagd op het EU forum als tuchtigende spreekbuis van de Duitse bondskanselier in zaken van tekorten en besparingen bij meer zuidelijke EU landen. Niet alleen prijst de liberale-christen-democratische regering Rutte zich graag met gedoogsteun van Geert Wilders’ PVV tot vaardig voorbeeld in de marktwerking voor de rest van de EU.

De minister-president geeft ook graag hoog op als man van zijn woord, behalve in verdragen over ontpoldering bij de uitdieping van de Schelde.

Maar nu blijkt dat Nederland zelf ruim boven zijn statistische stand speelde en leeft.

Land van Ooit

De nieuwste cijfers voor 2012 onthullen dat Nederland met een krimp van 0,9% drie keer slechter scoort dan de 0,3 % gemiddelde krimp in de Eurozone en maar net beter dan de zo verafschuwde luie lakeien in Griekenland, Portugal, Italië.

Nederland lijdt onder lagere exportverwachtingen. Door bezuinigingen daalt de binnenlandse consumptie. Pensioenfondsen in financiële problemen door de lage rente en fout beheer korten fors tot 10% op de uitbetaalde pensioenen van de bij hen verzekerde leden. Vorig jaar keerde de top van TNT Express en PostNL na de splitsing ruim 12 miljoen euro extra bonussen aan zichzelf uit, terwijl duizenden postbodes worden ontslagen. PostNL weigert geld bij te storten in het pensioenfonds dat onder de vereiste dekkingsgraad zit.

Oprotzesjes

Waar vroeger tot 150% hypothecaire leningen werden verleend, stagneert de huizenmarkt op haast Amerikaanse wijze met zeer grote risico’s voor de banken. En de bouwnijverheid stokt terwijl de grootste sociale huisvestingsmaatschappij Vestia omvalt wegens speculatie met het eigen vermogen. Grote werken en scholenbouw blijken erg fraudegevoelig en het onderwijs kampt met tekorten. Hoog- en andere leraren hanteren ‘oprotzesjes’ om een voldoende aantal studenten te laten afstuderen: een ‘zesje’ in plaats van onvoldoende. Anders verminderen de inkomsten van de school en komt hun eigen baan op de tocht.

Raiffeisenbanken die fors leenden aan boeren en tuinders zijn gedwongen failliete bedrijven recht te houden in de hoop op een kerende conjunctuur om zelf de recessie te overleven.

Ook in Nederland moet een nieuwe begrotingscontrole in maart de reeds geplande bezuinigingen van18 miljard euro fors ophogen.

Ooit surfte Holland graag op de conjunctuur van zijn oosterbuur, vandaag is Duitse kracht Nederlands onmacht. De doorvoerfunctie weegt niet op tegen het schrijnend gebrek aan eigen productie. En dat wordt niet gekeerd door een (financiële) diensten economie. Ondanks bij de laagste staatsschuld van de Eurozone heeft Nederland de hoogste totale schuld wegens de schuldenlast van zijn inwoners: maar liefst 130% van het BNP.

Koningsleed

Als koningshuis zorgde Oranje traditioneel voor een nieuwe lente en een minzaam bindend geluid bij feestelijkheden zoals het eerste kievitsei dat de majesteit op het paleisbordes aangeboden kreeg. De voorbije jaren diende de koninklijke familie beschermd te worden tegen de paniek bij een angstschreeuw op de Dam bij de Bevrijdingsherdenking. In Apeldoorn werd in 2009 een dodelijke aanslag gepleegd met een auto die door het publiek inreed op de koninklijke stoet. Waxinelichtjes werden op prinsjesdag naar de gouden koets gegooid. De taferelen van gelukkige zwarte plantagewerkers op diezelfde gouden koets dienden uitgevlakt want met slavenarbeid en -transport was de V.O.C. en Holland groot geworden.

Maar dezer dagen gaat het koningshuis gebukt onder nog meer leed en pijn.

Prins Friso

Wat een traditioneel leuke krokusvakantie moest worden in het Oostenrijkse Lech draaide uit op een nachtmerrie omdat prins Johan Friso een lawine trotseerde buiten de gemarkeerde skipiste. De geur van leed en achter grote zonnebrillen verborgen pijn lokte een opdringerige persmeute. NRC Handelsblad, de belangrijkste elitekrant van Nederland met als devies ‘Lux et Libertas’, slaagde erin om via de partner van een van haar journalisten het land op de voorpagina troost te bieden in onzekere tijden. Emeritus hoogleraar neurochirurgie Kees Tulleken kon de conversatie met zijn vakgenoot uit Innsbrück voor zijn toevallig aanwezige geliefde duiden als ‘gelukkig geen schedelbasisfractuur’.

Jannetje Koelewijn mocht het van hoofdredacteur Peter Vandermeersch (vroeger De Standaard) breed plaatsen op de voorpagina want het was volgens hem belangrijk dit sprankeltje hoop aan de lezers kond te doen: ‘Er zijn dingen die ik niet mag horen. Dan wenden de twee mannen zich af. Dit is wat ik wel mag horen: dat de patiënt geen schedelbasisfractuur heeft. Dat er geen verwondingen aan de rest van zijn lichaam zijn. Dat het enige serieuze probleem de asfyxie is, de ademnood waarin de patiënt verkeerd heeft, gedurende twintig minuten. Dat de reanimatie vrij lang geduurd heeft – ik mag niet weten hoe lang – en dat zijn temperatuur 32 graden was toen hij onder de sneeuw vandaan gehaald was. Redelijk gunstig, begrijp ik. Bij een lage temperatuur kan het lichaam met minder zuurstof toe.’

Intussen hebben tal van experts uit binnen- en buitenland hun commentaren gegeven en blijkt de toekomst van de nog steeds in coma verkerende zoon van de Nederlandse koningin steeds minder hoopvol. Meer nog, hij zal naar een gespecialiseerd ziekenhuis moeten overgebracht worden. Mensen met zo’n ernstige hersenletsels worden in Nederland tot de leeftijd van 25 jaar behandeld in Leijpark bij Tilburg. De prins is 43 jaar. De nationale pers was weer een week hysterisch.

24 uur: tussen leven en dood

Ziekenhuisvoyeurisme werd intussen het voorlopige hoogtepunt in Hollands Glorie.

RTL4 was met Eyeworks eind januari ‘undercover’ aan de slag in de spoedeisende hulp afdeling van het VU medisch centrum in Amsterdam. De Vrije Universiteit zag een schitterende opportuniteit om zichzelf en haar ziekenhuis onder de aandacht te brengen van het grote publiek. Klanten moet je tenslotte dagelijks verdienen, toch?

In de geest van ‘Big Brother’, ‘Temptation Island’ en ‘embedded journalism‘ is de max natuurlijk een levensechte ziekenhuissoap, met echte patiënten, bloed, zweet en tranen, verpleegkundigen en dokters. Daartoe had de tv-productiemaatschappij Eyeworks gedurende twee weken 1500 patiënten op de spoed van de VUmc gevolgd met 35 camera’s. Het tv-personeel was voor de gelegenheid gecamoufleerd in een blitse spoedoutfit. Het was een waarlijk levensechte reportage. Iedereen werd gefilmd en bevraagd en wanneer de deskundige tv-jongens en meisjes in de controlekamer voor de batterij monitors van de 35 camera’s brood zagen in een verhaal van leed en pijn, werd een formulier voor akkoord ter ondertekening voorgelegd aan de patiënt in kwestie. Wie ziek, zwak en misselijk hulp vroeg op de spoed van de VUmc kon als Chinese vrijwilliger gevorderd worden voor een publicitaire soap van datzelfde ziekenhuis.

Omdat er steeds meer vragen rezen bij de medisch-ethische grenzen die hier overschreden werden, koos RTL4 voor de vlucht vooruit. De eerste aflevering werd twee weken vroeger uitgezonden als een goed gehypte teaser.

Edoch, de kritiek van de medische sector, de tv-vakgenoten en de publieke opinie dreef RTL 4 tot een voortijdige abortus van hun dure ziekenhuissoap.

Het schrijversproject waarbij auteurs langere tijd als ‘stagiaire’ meeliepen in de VUmc werd eveneens afgevoerd. Met hun literaire werk hoopten de bestuurders van het ziekenhuis extra aandacht te genereren bij het grote publiek. Net als met middelbare scholieren die in witte jassen kwamen meelopen in het ziekenhuis.

Hoe ver kan je geilen op publieksbekendheid?

Verlos ons

De zorgvuldig uitgedokterde publiciteitscampagne voor het academisch ziekenhuis van de VU draaide uit op een publicitaire ramp: wie wil daar – zelfs dood – nog gevonden worden voor het oog van de camera’s en de nieuwsgierige blikken van de tv-reporters.

Dat dachten wij althans. Maar wij vergissen ons.

De VUmc bleek reeds gepokt en gemazeld in de ideologie dat alleen marktwerking soelaas zal bieden. ‘24 uur: tussen leven en dood’ had tot een gouden publicitaire soap kunnen opbloeien. Laagdrempeligheid als openbare zorgmarkt of zorgboulevard kan klanten en potentieel personeel lokken. De liberale minister van Volksgezondheid, Edith Schippers, plant immers commerciële investeringen om ziekenhuizen optimaal te positioneren in de marktwerking. Universiteiten, bestuursleden en professoren worden graag gewogen naar de hoeveelheid geld dat ze weten aan te slepen voor hun dienst en instelling. TV-soaps brengen geld in het bakje én zorgen ook nog eens ruim voor publiciteit.

En wat erger is: steeds meer mensen – niet alleen politici – worden verblind door het licht van de camera’s en het verlangen zichzelf te tonen op de treurbuis. Ik ben op tv geweest, dus ik besta. Ik heb mijn stigmata getoond, herken mij. Ik heb mijn intiemste pijn gegeven voor uw verlossing, aanbid mij. Ik heb mijn lijf aangeboden, verlos mij.

‘Op veel gebieden zou wat minder strijd en wat meer samenwerking en toewijding welkom zijn. Thymotische waarden zijn lang niet de enige die we nodig hebben, en bovendien zijn ze gevaarlijk en vernietigen ze soms waar het werkelijk om zou moeten draaien: een veelzijdige opvoeding, attentvolle zorg, liefdevolle relaties, een tolerante politiek, kunst’. Peter Venmans, Het derde deel van de ziel. Over thymos.


 

Peter Venmans, Het derde deel van de ziel. Over thymos. Atlas 2011

26 februari 2012

Peter Venmans, Het derde deel van de ziel. Over thymos. Atlas 2011

 

Bij de vertaling van ‘Handorakel en kunst van de voorzichtigheid’ uit 1647 van Baltasar Gracián verklaart vertaler Theo Kars het eeuwen voortdurende succes van deze Spaanse jezuïet en filosoof met ‘Wie helder schrijft, blijft altijd leesbaar.’

Zelden heb ik een modern filosofisch essay gelezen dat de wereld in en om ons heen zo elegant verheldert als ‘Het derde deel van de ziel. Over thymos’.

Peter Venmans weet historisch en filosofisch duidelijk te maken wat de betekenis van ‘thymos’ was, is en kan zijn en vooral ook waarom het niet zomaar tussen rede en passie, efficiëntie en verlangen kan verdwijnen.

Het lezen en herlezen meer dan waard. Ook als handleiding voor een beter begrip van andere culturen en bij het maneuvreren voor het behoud van een boeiend menselijk bestaan.

Zijn conclusies liegen er niet om:

164. De grote liberale ideeënhistoricus Isaiah Berlin (I909-I997), met wie ik dit boek graag afsluit, heeft deze toestand beschreven als een waarbij tegengestelde, elkaar tegensprekende waarheden tegelijkertijd waar zijn, zelfs voor een en dezelfde persoon. Dé waarheid bestaat niet. Waarheid is in het beste geval een composiet van onverenigbare waarheden. Wat staat ons te doen als we geconfronteerd worden met tegenstrijdige motieven? Een eenduidig antwoord kunnen we vanzelfsprekend niet geven. Berlins poging tot antwoord luidt als volgt: geef vooral niet toe aan de gemakkelijkheidsoplossing om een van beide waarheden te negeren. Probeer de spanning uit te houden. Erken dat wezenlijke problemen onoplosbaar zijn, dat er tegenstellingen bestaan die je niet zomaar kunt laten verdwijnen. Erken dat wij altijd gedreven worden door gemengde motieven. Maar ook: drijf de tegenstelling niet op de spits, maak er niet telkens een drama op leven en dood van, vermijd de absolute ernst van zeloten, wees coulant, maar ook niet te coulant, want voor intoleranten kun je niet tolerant zijn. En vooral: houd het hoofd koel wanneer anderen het dreigen te verliezen.

‘Het derde deel van de ziel. Over thymos’ is een handorakel waarmee het goed nadenken is. Peter Venmans verheldert heel wat oude en nieuwe filosofische en politieke problemen. En voor wat je als lezer daarnaast nog pleegt te besnuffelen biedt hij analysemethodes die je een eind verder helpen in zo’n zoektocht.

http://www.liberales.be/boeken/venmansthymos

http://www.liberales.be/interviews/venmans

 

20.

In mijn vorige boek, Over de zin van nut (2008), heb ik me bekend tot het vredelievende, tolerante pragmatisme van de Amerikaanse filosoof Richard Rorty (1931-2007). Rorty was voorstander van een ontspannen, ironische levensstijl. Zijn enige morele richtlijn is dat je moet proberen wreedheid te vermijden. Dat is voor hem de definitie van de ‘liberaal’: ‘iemand die meent dat wreedheid het ergste is wat we doen’. Nu is wreedheid vermijden voor Rorty geen categorische imperatief, veeleer een gulden regel, die bovendien weinig thymotisch klinkt. Wie gelooft in de kracht van thymos zal er immers niet voor terugschrikken om, indien nodig, naar geweld te grijpen. Dat gaat in tegen Rorty’s pacifisme, maar we kunnen ons de vraag stellen of Rorty niet een fijne geest was, die altijd bleef hopen dat er ooit eens iemand met een beter idee kwam, maar ondanks of juist door zijn goede bedoelingen geneigd was om de wreedheid in de wereld te onderschatten. De pragmaticus heeft vaak een blinde vlek voor thymos, de kracht die ons drijft tot het betere, maar tegelijk tot onze vernietiging kan leiden. Dit essay is geschreven door een liberaal, maar dan wel in de nogal eigenzinnige definitie van Rorty. Uitgangspunt is: hoe wreedheid te vermijden? En vermijden we wreedheid, kunnen we dan recht doen aan het thymotische deel in onszelf? Hoe kan je thymos cultiveren zonder te vervallen in een mystiek van het geweld? Of omgekeerd, hoe kan je een tolerante, pacifistische visie verdedigen waar de thymos die ons aanspoort tot het betere toch niet geheel uit verdwenen is? Wat valt er nog te zeggen over thymos in een tijd waarin heldendom niet langer als een deugd wordt gezien, maar als een kwaal waar we zo snel mogelijk vanaf moeten? En wat moeten wij, die wreedheid willen vermijden, met homerische strijdvaardigheid?

122.

Volledige bevrediging van ons verlangen om ons te onderscheiden is onmogelijk – dat heeft het hegeliaanse verhaal van meesters en knechten duidelijk gemaakt. Ontevredenheid kenmerkt onze soort. En dat is maar goed ook, want zoals John Stuart Mill schreef: ‘liever een ontevreden Socrates dan een verzadigd varken’. Als thymos werkelijk deel uitmaakt van onze ziel, zal hij niet verdwijnen en op de meest onverwachte momenten naar boven komen. (...) Het is onmogelijk, onwenselijk en onmenselijk om volledig immuun te worden voor de woede in onszelf.  Niet alleen zullen de meesters eeuwig ontevreden blijven, zelfs na de meest eclatante overwinning, er komen ook steeds nieuwe mededingers bij. Bij elke boreling begint de strijd opnieuw. De jeugd daagt de ouderen uit. Zo komt er nieuwheid in de wereld, en thymos. Dat is voor de bestaande orde vaak een probleem. Ouderen moeten de wereld beschermen tegen het jonge geweld. Maar ook het omgekeerde geldt: de jeugd moet beschermd worden tegen de repressie van het oude. Het is namelijk bij de jeugd dat de thymos opwelt die telkens opnieuw de wereld zal veranderen. Dat kan ten goede en ten kwade gebeuren; de geschiedenis is nu eenmaal onvoorspelbaar. Zolang men maar weerstand biedt aan de verlokking om de onvermijdelijke gevechten om erkenning op te vatten als een eindstrijd waarbij eens en voorgoed over leven en dood beslist wordt. En zolang we maar manieren vinden om de thymos tegelijk te behouden en te rationaliseren.

Lees verder »

Goldman Sachs en de vernietiging van Griekenland VPRO Tegenlicht 13022012

14 februari 2012

Goldman Sachs en de vernietiging van Griekenland VPRO Tegenlicht 13022012

Wordt het een dieprode maandag? Omstreeks 13 februari verwacht het Griekse Ministerie van Financiën uitsluitsel over een staatsschuld-deal. Maar ondertussen lijkt het bankroet van Griekenland onafwendbaar. In de afgelopen tien jaar blijkt de Amerikaanse investeringsbank Goldman Sachs de Griekse overheid te hebben voorzien van riskante financiële constructies die de schuld van het land lager lieten uitvallen dan ze in werkelijkheid was. Daarmee hielp Goldman Sachs Griekenland om boven zijn stand te leven en zich steeds dieper in de schuld te steken. Het leverde Goldman Sachs honderden miljoenen op en het was het begin van de structurele ondermijning van de euro.

De schulden van Griekenland zijn enorm en inmiddels staat Griekenland dan ook onder curatele van een trojka bestaande uit de Europese Unie, het IMF en de Europese Centrale Bank. De bezuinigingen treffen een bevolking die nauwelijks begrijpt hoe het zo ver heeft kunnen komen. Wat gebeurde er precies in december 2000 en juni 2001? Goldman Sachs hielp het Griekse Ministerie van Financiën aan trucs om de schuld meer in de richting van 60% van het b.b.p. te brengen (het criterium voor deelname aan de euro). Zowel de bank als de Griekse overheid vonden het de normaalste zaak van de wereld. ‘Iedereen deed het’, zo heette het. Ook de Europese controleur, Eurostat, was op de hoogte van de deals en zag er geen kwaad in. Maar het verergerde de zaak voor Athene en zorgde voor de eerste barst in de idealen van de eurozone. Regisseur Alexander Oey ging voor Tegenlicht in New York, Londen en Athene op zoek naar antwoorden op de vraag hoe dit heeft kunnen gebeuren en filmde in het Griekenland van nu de verwoestende gevolgen.

In deze aflevering de visies van: – William D. Cohan, schrijver van ‘Money and Power: How Goldman Sachs came to rule the world.’ Cohan is een voormalig bankier die zich inmiddels tot onderzoeksjournalist en publicist heeft ontwikkeld. Zijn boek beschrijft de geschiedenis van Goldman Sachs van binnenuit. – Nomi Prins, voormalig partner en managing director bij Goldman Sachs. Verliet Goldman Sachs in 2002 omdat ze het niet eens was met de koers die de zakenbank insloeg na de beursgang in 1999.Sindsdien actief bij de progressieve denktank Demos. – Nick Dunbar is als financieel journalist werkzaam bij Bloomberg. Schreef in 2003 het eerste geruchtmakende artikel over de schuldswap van 2001. Auteur van het boek ‘The Devil’s Derivatives’ – Yanis Varoufakis, Grieks econoom. Protesteerde in 2005 bij Eurostat tegen de deal. – Christoforos Sardelis, voormalig hoofd van het agentschap van de Griekse staatschuld. Houdt bij hoog en bij laag vol dat de deals geen nadelige invloed hadden op de schuldontwikkeling. – Petros Christodoulou, de opvolger van Sardelis als hoofd van de Greek debt management agency. Begon als trader bij Goldman Sachs en was verbonden aan de Griekse Centrale Bank.

Regie: Alexander Oey
Research: William de Bruijn / Nikolas Leontopoulos / Gerko Wessel
Productie: Helen Goossens / Rosa van Tienen
Eindredactie: Henneke Hagen / Jos de Putter

http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2011-2012/Goldman-Sachs-en-de-vernietiging-van-Griekenland.html

 

Over het voorstel tot splitsing krediet- en spaarbanken versus casinobanken voor speculanten met verbod aan bankpersoneel en banken om eraan deel te nemen.

http://en.wikipedia.org/wiki/Volcker_Rule

 

Bird & Fortune on the Financial crisis – Silly Money, in Nov 2008

http://www.youtube.com/watch?v=lWDdcD-1xoo

http://www.youtube.com/watch?v=ScwGBNMH428&feature=related

 

vrt deredactie.be opinie: Niet alleen brood en spelen in 2012

12 februari 2012

Niet alleen brood en spelen in 2012


08 / 02 / 2012


Voor élke politieke leider of heerser – of hij nu de troon heeft geërfd als telg van een oude dynastie of hem met geweld heeft veroverd dan wel verkozen kreeg – is ‘het noodzakelijk het volk te vriend te houden’, bezweert Niccolò Machiavelli de lezer van ‘Il Principe’. 

Een moeilijk jaar

2012 belooft volgens pers en politiek een moeilijk jaar te worden, economisch en financieel. De noodzaak van almaar zwaardere besparingsmaatregelen wordt zo vaak herhaald, zoveel pensioen-, belasting- en indexballonnetjes worden opgelaten, zoveel leed elders en hier geëtaleerd dat de burger de neiging krijgt het klappen van de zweep als geruststellend te ervaren.

Maar van brood alleen kunnen wij niet leven.

In het angstzweet verdiend of genadig ontvangen hoort mierzoet beleg de meelsmaak van zo’n slecht gerezen zuurbrood te milderen.

Brood én spelen

Daarom ook verzekerden wankele Romeinse heersers zich van de volksgunst met brood én spelen. Of zoals de dichter Juvenalis dit in Satire X omschreef: “Vroeger verkochten we onze stem aan niemand. Al een hele tijd heeft het volk de macht afgestaan. Het volk benoemde vroeger militaire bevelhebbers, hoge ambtenaren, legioenen, alles. Nu beperkt het volk zichzelf en hoopt alleen nog op twee zaken: brood en spelen.”

2012 wordt een jaar van verkiezingen, niet alleen voor Vlaamse gemeentebesturen. Bijgevolg wordt 2012 een jaar van veel spelen.
Lokaal, regionaal, federaal, Europees, ja zelfs mondiaal.
Tronen worden voorzeker gewisseld en kroonjubilea gevierd. Presidenten komen en gaan. Regeringen vallen en staan.

Vrouwentennis beklijft als knagende nationale en internationale sport, ver weg en dichtbij. Op wielerrondes en -klassiekers werd al een voorproefje genoten met het wereldkampioenschap veldrijden in de spiegel van onszelf. Europese kampioenschappen voetbal en zowaar dit jaar alweer Olympische spelen in Londen garanderen veel extra vertier.
Nationale trots wordt eindeloos voorgekauwd in vlag en outfit, met hysterische toppen en emotionele dalen. Rechtstreeks in beeld en krant, op radio en alle plaatsen.

IJsgekte

Dezer dagen slaat ook de ijsgekte toe.

Niet alleen bij onze noorderburen beproeft eenieder nu deskundig Friese klanken als volkseigen: ‘It giet oan!’ ‘Rayonhoofden’ zijn niet langer vakkenvullers bij de supermarkt.
Nationaal schaatsplezier wordt geaccepteerd als een georganiseerde verslaving die met de grootste tolerantie moet worden bejegend. Geleerde professoren, beroemde doktoren, welbespraakte politici, zakenlui met vette bonussen en hun afgedankte productiemanagers, depressieve medewerkers, failliete zelfstandigen, jonge en oude vrouwen, prinsen en edeldames worden collectief begeesterd door het schaatsvirus.

Niets lijkt wezenlozer genot als glijden op ijzer over ijs, dat kraakt en buigt en soms zelfs scheurt.
De Elfstedentocht is de Hollandse en Friese variant van een wereldkampioenschap veldrijden in Vlaanderen. Eén immens Circus Maximus waar zestienduizend gladiatoren hun lijf en leven riskeren voor de eer van deelname en de glorie van het uitrijden met honderdduizenden sjansend en zuipend, dansend en huilend op de kant. Een uniek kans op heroïek voor het hele verdere leven lang. Kunstijs, sneeuw keren, wakken vermijden door fietspaden te beijzelen, alles is mogelijk om de illusie van ijsglijden langs elf steden te bewaren.

Calvinistisch carnaval

Schaatshistoricus Marnix Koolhaas verklaart de schaatshang in Nederland door een samenloop van omstandigheden. In de 16de eeuw werden de schaatsen beter, het ijzer goedkoper en de winters strenger. De noordelijke Provinciën scheurden zich af van het katholieke zuiden en dienden als calvinisten carnaval af te zweren. Voor hen werd het ijs de vrijplaats waar rang en stand vervaagde, seks en goklust werd bevredigd en zedenmeesters belaagd.

‘Op het ijs is ieder gemeen, die geen meid heeft kiest er één’ klonk het in de Gouden Eeuw. Schaatsen was een godslasterlijke flirt met de dood. Elk jaar gingen de mensen bij bosjes door het ijs. En toch dreef telkens weer het suizen van de ijzers de rijders over scheuren en barsten in het eindeloze ijs.
Met het genot van snelheid wordt de schrik voor het zwarte koude water bezworen. De Vereniging ‘De Friesche Elf Steden’ staat als leden- en vrijwilligersvereniging ook dit jaar weer paraat.

Coöperaties

2012 wordt ook het Jaar van de Coöperatie. Aldus besliste de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties: ‘Cooperative Enterprises Build A Better World’.
Vele coöperaties zijn in de moderne geschiedenis uitgegroeid tot belangrijke marktpartijen met een stevige economische waarde voor de samenleving. Zij tellen volgens de VN meer dan een miljard leden en dragen tussen de drie en tien procent bij aan het bruto binnenlands product van hun landen.

In de VS zijn er ongeveer 30.000 coöperaties die goed zijn voor meer dan 2 miljoen banen. Coöperatieve elektriciteitscentrales leveren zo bijvoorbeeld stroom aan 42 miljoen Amerikanen. Een kwart van de landbouw is eveneens in coöperaties georganiseerd.

In Europa is het agrarisch marktaandeel voor 60% coöperatief. In Frankrijk is 40% van de food- en agrobusiness in handen van coöperaties. Coöperatieve banken in Frankrijk hebben 60% marktaandeel binnen de financiële dienstverlening. Een derde van de Fransen is lid van dit soort bankverenigingen. Blijft natuurlijk de vraag wat er nog van de oorspronkelijke coöperatie – principes en – praktijken rest bij grote concerns. Banken die de principes van Friedrich Wilhelm Raffeisen blijven koesteren, bieden wel beter weerstand tegen het financiële noodweer.

Samenwerken als basis voor onderlinge steun bij ziekte en dood bestond zelfs in de Romeinse oudheid. Samenwerken voor uitbreiding van productie en transport, verkoop en zelfs financiële spaar- en kredietplannen leidden door de eeuwen heen tot coöperaties.
Recent evolueerden veel coöperaties tot schimmige structuren die hoognodig dienden opgeleukt en gecommercialiseerd door blitse managers.
Het genot van snelheid en bonussen waarmee financiële bollebozen statige coöperaties in de vaart der volkeren opzweepten, kon scheuren en donkere wakken in beloftevol ijs niet vermijden.
Menige coöperatie ging intussen ten onder aan deze suizende kapitaalontwikkelingen.

Samen sterk voor vrijheid en werk

Nochtans is die vorm van samenwerking tussen gelijken wellicht het enige flexibele en haalbare antwoord op de financiële en economische crisis.
‘Ieder voor zich’ klinkt ijdeler en ijziger, niet alleen voor consumenten. ‘Samen sterk voor vrijheid en werk’ wordt actueler, niet alleen voor producenten.
Coöperaties die zich laten lijmen door snel gewin, graaiende managers en aandeelhouders, verdwijnen met de investeringen van hun leden.
Coöperaties die hun leden waarderen, houden de vinger aan de pols en blijven bovendrijven. Ook in de banksector.


 

Wislawa Szymborska (1923 – 2012) Utopia

2 februari 2012

Wislawa Szymborska

Utopia

 

Het eiland waar alles wordt opgehelderd.

Hier kan men op vaste bewijsgrond staan.

 

Er zijn geen andere wegen dan de toegangsweg.

 

De struiken buigen door van alle antwoorden.

 

Hier groeit de boom van het Juiste Vermoeden

met eeuwig ontwarde takken.

 

De verblindend simpele boom van het Begrijpen

bij de bron die Ah Dus Zo Zit Het heet.

 

Hoe dieper het bos in, des te breder

het Dal der Vanzelfsprekendheden.

 

Rijzen er twijfels, dan verjaagt de wind ze.

 

De Echo neemt ongeroepen het woord

en verheldert graag de geheimen van de werelden.

 

Rechts de grot waar de Betekenis ligt.

 

Links het meer van de Diepe Overtuiging.

De waarheid maakt zich los van de bodem en drijft zachtjes omhoog.

 

Boven het torent de Onwankelbare Zekerheid op.

Vanaf haar top strekt zich het Wezen der Dingen uit.

 

Ondanks al deze verlokkingen is het eiland onbewoond

en de vage voetsporen die je op de kusten ziet

wijzen zonder uitzondering in de richting van de zee.

 

Alsof men hiervandaan alleen vertrekt

en onherroepelijk in het diepe onderzinkt.

 

In een leven dat niet te doorgronden is.

 

Wislawa Szymborska (vert. Gerard Rasch)

 

Hij heeft zijn zinnen op het geluk gezet en op de waarheid en de eeuwigheid, kijk hem eens!

 

 

vrt. deredactie.be – OPINIE : Het gat in de markt van de eenzaamheid

31 januari 2012





26 / 01 / 2012

Ik had al heel wat gedachten gewijd aan de vreemde structuur van mijn familie, een hecht compact blok dat in een lege ruimte hing met niets erachter en niets ernaast, geen grootouders, geen ooms en tantes, geen neven en nichten, geen enkel soort familieleden. (…) Ik had niet één oud verhaal om naar te luisteren, enkel wat op zichzelf staande berichten, sporadische commentaren, fragmenten die niet altijd overeenkwamen met de feiten die mijn broers en zussen kenden’. Almudena Grandes, Het ijzige hart.

Zoals dat gaat bij dood en verlies hanteren nabestaanden hun herinneringen als houvast voor wie verder moet. We vullen er onze lege ruimtes mee en geven onszelf en wie na ons komen een gevoel van zekerheid. Wie die kansen nog kan koesteren, vult de leegte met de regelmaat van het bezoek aan de resterende ouder. De dood van een partner onthult herinneringen die niemand nog kan tegenspreken. We kunnen luisteren naar de manier waarop onze eenzame ouder de eigen lege ruimtes heeft gevuld met verhalen. Ook al klonken ze in onze herinneringen anders en zijn ze aan een ander perspectief onderhevig, soms leiden ze tot andere posities, zelfs tot andere inzichten.

Ook over onszelf.

Al is de precieze golflengte waarop we communiceren meestal verschillend.


Ketenzorg

Zoals zovelen van mijn generatie bezoek ik bijna wekelijks mijn moeder die intussen ook weet dat naast soep en koek stoffige dozen de ‘hectaren van ons geheugen’ kunnen vullen. Met verkleurde foto’s of minuscule lichtdrukmalen van nog vóór de grote oorlogen. Liever dan een lekkende wasmachine, koude radiatoren en een dode autobatterij.

Terwijl zij vertelt wie er op de foto staat en waar het tafereel zich afspeelde, brengt ze mij een verhaal over het voor en na als een schakel van de ketenzorg van haar leven dat in het mijne verder getakeld wordt.
Soms zijn die geschenken van het geheugen hilarisch, soms irriterend, vervelend of ontroerend. Maar na iedere sessie heeft de bezoeker weer beter begrepen wie hij is, en waar hij vandaan komt, wat hij wie ooit heeft aangedaan, wie moet verwittigd worden voor de begrafenis en wie een kaartje krijgt voor de uitvaart.

En wie niet

Liefde op maat

Aan de hand van het parochieblad en de krant wordt weinig subtiel duidelijk gemaakt dat de aartsbisschop schuldig verzuimde om paal en park te stellen aan het misbruik in de kerk, wat vroeger allemaal nog erger was want toen durfde niemand wat te zeggen. En de vorige en die daarvoor en daarvoor verzuimden minstens zoveel of nog meer.
En of een pastoor nog wel in aanmerking komt voor de dienst en welke begrafenisondernemer in de gratie is.

Dan overlopen we de uitdijende lijst van gepersonaliseerde noodkreten om geldelijke hulp die sinds ze ‘Blindenzorg Licht en Liefde’ in haar gulle solidariteit had omarmd, blijven toestromen. Dezelfde aanhef met de ongebruikelijke eerste voornaam getuigt van het onderling verkopen van adresbestanden met potentiële donoren door de zogenaamde ‘hulporganisaties’. De nieuwe bedelindustrie op haar best.

Nadien komen de vele brieven en folders van op maat gesneden telefoonabonnementen, internetaansluitingen, spotgoedkope energiecontracten, uitvaartverzekeringen, onbegrijpelijke pensioenaanpassingen en dito bankuittreksels.

Duistere package deals

In de telecommunicatie zijn wisselende tarieven vooral ondoorzichtig. Wat heb je als bejaarde aan al die verschillende aanbiedingen van telefoonbedrijven met tarieflijsten waar ze zelf niet eens meer aan uit kunnen. Wie nog televisie wil zonder allerlei internet- en telefoon-package-deals is eraan voor de moeite. Echt voordelig wisselen van gas- en elektriciteitsleverancier is een quasi onmogelijke opgave.

En niet alleen bejaarden neigen hier tot abstinentie.
Voor de ratrace van de vrije markt wordt door steeds meer mensen bedankt.

In Nederland verkiezen steeds meer vaklui een ZZP statuut – zelfstandige zonder personeel – boven een looncontract waar hun werk- en leefritme door opgejaagde bazen bepaald wordt. Iedereen heet intussen productmanager. Van samenwerken wil niemand nog weten. De eenheidsvakbond – FNV Bondgenoten – werd tot brokkenpap herleid, net nu fors gemorreld wordt aan de pensioenakkoorden en gekort op de uitbetalingen.

Oude vormen en gedachten lijken stervende.

Maar binnen een grillige huizenmarkt blijkt ‘co-housing’ niet langer een overjaars commune-ideaal. Wanneer zelfs een organisatie als Touring Wegenhulp een syndicaat van automobilisten wil oprichten ‘tegen een regering die het geld altijd bij de chauffeurs ophaalt’, is dit omdat er een onderstroom zwelt tegen het liberalistische consumentenideaal van ieder voor zich.

Homestroom

In Nederland bleek een ‘gat in de markt’ een permanent zoeken naar voordelige energietarieven bij groepsaankopen.

In Vlaanderen loopt dit her en der en tijdelijk op provinciaal of gemeentelijk niveau.

Bij onze noorderburen wordt met ‘homestroom’ een omslag gemaakt. Je betaalt een jaarlijkse inleg van goed 50 € en in ruil daarvoor krijg je de scherpste tarieven voor gas- en elektriciteit. Eens je keuze gemaakt handelt ‘homestroom’ alles verder af. Voorlopig houden zij het bij ‘energie’ omdat hier de kwaliteit van het geleverde product gelijk is voor alle leveranciers.

Voor andere diensten en goederen ligt dit moeilijker.

Als kritische consument ben je niet langer een vervelende klant, maar speelt weer de macht van het verenigde getal. Je hoeft niet langer te stressen in een permanente staat van argwaan, overgeleverd aan initieel prachtige maar nadien dalende spaarrentes.
Wie minder alert is, kan op die manier beroep doen op die macht van het getal.
Het lijkt wel of we ons in de 21ste eeuw moeten voorbereiden op nieuwe coöperatieve idealen.

Verenigde consumenten

Wat let Testaankoop, vakbonden, ziekenfondsen om een vergelijkbaar systeem op te zetten, dat zich niet laat vangen in een web van dubieuze spaar- en financieringscontracten. Er is grote vraag bij hun leden – niet alleen de bejaarde – naar een betrouwbaar antwoord op de eenzame leegte van consumenten in een vrije markt. In een lege ruimte zijn we als individu overgeleverd aan demonen die onzekerheid en angst bespelen. Met een familie, een verleden en een toekomst staan we niet alleen.

Of zoals ooit iemand zei: ‘Consumenten aller landen, verenigt u!’

Er zouden heel wat jaren voorbijgaan en veel dingen gebeuren voor zij de betekenis zouden begrijpen van die ingewikkelde conversatie, die helder, begrijpelijk en juist was, zoals alle noodzakelijke waarheden waarvan men uit liefde tijdig afstand doet’. Almudena Grandes, Het ijzige hart






 

« Vorige berichten