knee compression sleeve

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Roberto Calasso, De hemelse jager

27 februari 2021

Roberto Calasso, De hemelse jager.

Wereldbibliotheek 2020

Over de fundamenten van de beschaving en de noodzaak van mythes.

Ooit was de mens een weerloos dier, opgejaagd door andere dieren. Tot hij andere dieren na ging doen en zich wapende met vuistbijlen en pijlen: hij werd jager en begon zichzelf te zien als mens. Het was de eerste stap op weg naar de macht. In de meest uiteenlopende culturen, in tijd en ruimte ver van elkaar verwijderd, herkende de mens in de sterren, die hij elke nacht aan de hemel zag, zijn eigen verhalen, zijn angsten en zijn dromen, in de vorm van goden, demonen, monsters. In die verhalen speelt heel vaak de jager een hoofdrol, aan de hemel verbeeld door Orion, de hemelse jager, en zijn hond Sirius.

Die mythen zijn nog steeds verweven met ons dagelijks leven. Calasso neemt ons mee van de Steentijd via Egypte, het oude Griekenland en de Turingmachine naar de kunstmatige intelligentie van onze tijd. Zo maakte hij verbanden zichtbaar die onze kijk op onze eigen tijd verhelderen.


 

Een fascinerend boek – Calasso in het kwadraat – met enkele bijzonder diepgaande stellingen, actueel, raadselachtig en beklijvend. 

23. ‘De eerste kunstgreep om los te komen van de dierlijke continuïteit was het masker, de camouflage. Dat roedel wolven dat door het woud zwierf bestond uit de eerste mensen, de eersten die zich zo onherroepelijk mens voelden dat ze besloten zich te vermommen als wolven. Toen de mens eenmaal alleen mens was, kon nog een laatste doek hem aan de wereld onttrekken: een maskertje van zijde of fluweel dat de mond vrijliet. In het Frans heet dat loup: omdat sommige wolven op hun snuit al de tekening van een masker hebben, alsof ze de mens uitnodigden om ze te imiteren door een wolvenmasker te dragen.’

147. ‘Volgens McGinn zou de evolutie ertoe hebben geleid dat de menselijke soort niet in staat is om te gaan met wat zich in het eigen hoofd afspeelt, terwijl ze tegelijkertijd een verbluffend vermogen zou hebben ontwikkeld om processen die in de natuur plaatsvinden te beschrijven en te voorzien. Een vermogen dat met geen enkele andere soort wordt gedeeld. We zullen moeten erkennen dat ook deze theorie behoort tot de talrijke contra-intuïtieve theorieën waar de wetenschap met recht trots op is. Maar contra-intuïtief zijn is voor een theorie niet genoeg om overtuigend te zijn. En zeker niet om waar te zijn.

Het weglaten van het bewustzijn-dat-kijkt uit de enumeratio van de elementen die onderzocht dienen te worden, was doorslaggevend voor de moderne wetenschap. Als we het bewustzijn weglaten, klopt alles – of liever: kan alles kloppen. In elk geval tot het moment dat we opnieuw op een onzichtbare muur stuiten, ofwel het bewustzijn zelf.’

194. ‘Terwijl ik dit schrijf, zie ik het allemaal, voel ik met hem mee.’ Schrijven is het allemaal zien en er nota van nemen.’

Lees verder »

Gedichtendag 2021 – ‘Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen.’ Leonard Nolens?

28 januari 2021

Tom Holland, Heerschappij, Hoe het Christendom het Westen vormde. 

26 januari 2021

Tom Holland, Heerschappij, Hoe het Christendom het Westen vormde. 

uitgeverij Athenaeum  2020

Een uitputtend boek dat naar het einde toe steeds grotesker wordt tot een bizar samenraapsel van een hoop figuren en verhalen waarmee in het Westen, Midden Oosten en Noord Amerika alles, iedereen, altijd en overal het Christendom als voorbeeld zo niet aanstichter wordt geduid. 

De eerste helft boeide me meer omdat hij de spanningen binnen het groeiende geloof voor mij interessant weet te duiden. Met de eeuwen verdwijnt dat boeiende aspect en wordt het forse leesarbeid. 

Lees verder »

Jan Van Duppen: ‘Links probeert al decennialang mensen zo afhankelijk mogelijk te maken’

4 januari 2021

Jan Van Duppen: ‘Links probeert al decennialang mensen zo afhankelijk mogelijk te maken’

2020: het jaar om (nooit) te vergeten

DOORBRAAK - INTERVIEW – 02/01/2021 Filip Michiels – Leestijd 16 minuten

Jan Van Duppen: ‘Links probeert al decennialang mensen zo afhankelijk mogelijk te maken’

Het voorbije jaar was er een om te vergeten. Of net niet? De coronacrisis domineerde uiteraard het hele jaar lang het nieuws, van Wuhan tot vaccin. Maatschappelijke en politieke breuklijnen kwamen bloot te liggen of werden scherpgesteld. We werden geregeerd met volmachten, en dan door Vivaldi. De economie en het onderwijs kregen een klap. De volksgezondheid nog meer. Gloort er licht aan het einde van de tunnel? Wordt 2020 een jaar voor de geschiedenisboeken? Doorbraak blikt terug met bevoorrechte getuigen.

J’accuse

2020 was het het jaar waarin arts en gewezen sp.a-volksvertegenwoordiger Jan Van Duppen afscheid moest nemen van zijn broer Dirk, levenslang overtuigd militant voor de PVDA én boegbeeld van Geneeskunde voor het Volk. Het was ook het jaar waarin het onwaarschijnlijk boeiende leven van Jan Van Duppen zelf te boek werd gesteld. De dokter is uw kameraad niet leest als een tijdskroniek van de voorbije 50 jaar, maar ook als een onvervalst j’accuse aan het adres van ons westers pamperbeleid naar allerlei minderheidsgroepen toe.

Lees verder »

Dr. Jason Fung, De diabetes-code – Hoe je diabetes type 2 kunt voorkomen en omkeren met dieet en leefstijl.

29 december 2020

Dr. Jason Fung, De diabetes-code – Hoe je diabetes type 2 kunt voorkomen en omkeren met dieet en leefstijl.

Uitgeverij Nieuwezijds 2020

 

Met de ‘Diabetes-Code’ van Dr. Jason Fung is er een nieuw, bevattelijk en zelfs enthoesiasmerende analyse te lezen over de pandemie van overgewicht en suikerziekte die de wereld rondraast en decennialang blijft toenemen – dit in tegenstelling tot andere ‘virale’ pandemies. En mét adviezen en verwijzingen om zelf uit te proberen lchf-dieet (low carbohydrate, healthy/high fat) met intermittent vasten. 

Ik heb begin 2008 – naar aanleiding van het boek van Malcolm Kendrick ‘De cholesterolhype. Cholesterol en de strategie van de angst’ - voor Knack al eens een oplijsting gemaakt van wat er allemaal misliep in de behandeling van onze overgewicht, cholesterol- en medicatie-verslaving. 

Met als gevolg op 27 maart 2008 een vlammend recht op antwoord in Knack en pagina grote advertenties in alle kranten van de Belgische Cardiologische Liga tot zelfs neurologen die het gebruik van statines aanprezen en het gebruik van dierlijke veten bezworen. 

Het begon mij toen reeds te dagen dat er een ander mechanisme zou kunnen spelen in de obesitas pandemie die vanuit de USA ook Europa leek te bereiken… Het toenemende gebruik van geraffineerde koolhydraten in onze voeding. 

Ik schreef daarover ondermeer :  Wat doen we met vetzucht?  en Weg met de zoethouders.

In 2008 had ik ook reeds Michael Pollan, ‘Een pleidooi voor echt eten. Manifest van een eter’ ontdekt 

En dan is er nu een boek dat je toch wel behoorlijk bij de strot grijpt,

ook als gepensioneerd huisarts met Diabetes en overgewicht die het van zijn internist zelf aanbevolen kreeg. 

Over Malcolm Kendrick, De cholesterolhype. Cholesterol en de strategie van de angst schreef ik in 2007-2008:

‘Als je te veel voedingsmiddelen met cholesterol en/of verzadigd vet eet, zal het cholesterolgehalte in je bloed stijgen. Het teveel aan cholesterol slaat neer in de vaatwanden, waardoor de slagaderen dikker en nauwer worden. Op termijn blokkeert dit de bloedvoorziening van het hart (of van andere organen), met als resultaat een hartinfarct of beroerte. Levenslang cholesterolverlagende pillen( statines) kunnen je hiervoor behoeden ,’aldus de gangbare cholesterolhypothese die door de Britse huisarts en onderzoeker Malcolm Kendrick in ‘De Cholesterolhype’ met humor en gezond verstand vakkundig onderuit gehaald wordt.

Verplichte lectuur voor alle artsen en hun patiënten, voor epidemiologen en gezondheidswetenschappers.

Lezen van Malcolm Kendrick lacht jezelf en de ziekteverzekering gezond.

België telde in 2006 928.000 statinegebruikers die met 200 miljoen euro 8% van het geneesmiddelenbudget wegkapen. Een kleine helft hiervan zou wegens eerdere hart- en vaatziekten baat kunnen hebben bij deze medicijnen. Voor de overigen – vrouwen en mannen ouder dan 70 jaar – werd tot op heden geen enkel gunstig levensverlengend effect aangetoond.

Mijn argwaan in de jaren ‘90 van de vorige eeuw tegen de onstuitbare cholesterolhype werd nieuw leven ingeblazen met Walter Van den Broeck die in zijn ‘Verdwaalde post’ (1998) een randbemerking plaatste over reclame voor plantaardige vetten. ( p. 293 e.v.)

Ik was na 20 jaar in de medische sector als student en huisarts al enige tijd klaar met de verhaaltjes over diëten en preventie door dure medicijnen voor ziektebeelden die vooral lang dienden uit te blijven. Een half leven diende gedrild en geofferd om het verre doel van langer leven mogelijkerwijs ooit te kunnen bereiken.

De strategie van de angst als essentieel kenmerk van de farmaceutisch ondersteunde geneeskunst was me stilaan helder na diverse hypes van medicijnen die nadien van de markt verdwenen wegens ernstige nevenwerkingen.

Vaak vraagt het jaren ervaring en voldoende afstand om die strategie van de angst te durven erkennen. Zeker op het domein van ziekte en gezondheid is een kritische houding tegenover de paradigmata van de medisch-farmaceutische sector wezenlijk.

Het eist een grondige bezinning over Jules Romains’ toneelstuk uit 1923: ‘Knock ou le triomphe de la médecine’, waarin de jonge energieke en hoogopgeleide Dr. Knock een hele dorpsgemeenschap preventief ziek maakt aan de angsten die hen tot dan bespaard waren gebleven door de oude huisarts die de zieken behandelde en de gezonden met rust liet.

Walter Van den Broeck had tijdens onderzoek voor zijn roman ‘Verdwaalde Post’ een boeiende breuk ontdekt in de reclame voor plantaardige vetten in de naoorlogse vrouwenbladen. Na een tijd van gedwongen soberheid werden deze aangeprezen als vernieuwend, proper, efficiënt en vooral goedkoop. Nauwelijks iemand wou nog weten van die ersatz troep. Hoe krijg je dan zo’n enorme ongewenste olie-overschotten ( bio-energetische calorieën ) gesleten? Plantages produceren immers jarenlang hun plantaardige vetten.

En ziet, plots veranderde het verkoopsargument begin jaren ‘60 van ‘proper’ naar ‘gezond’ voor het hart, de bloedvaten en de lever, de botten, de huid en de haren.

En het grote publiek mocht de ‘Lever’- plantageproductie nuttigen in de jacht op een lang en gezond leven. Vandaag hengelen zelfs ziekenfondsen naar nieuwe leden door plantaardige vetten te vergoeden omdat ze de bloedcholesterolspiegel gunstig zouden beïnvloeden.


Dr. Jason Fung – zelf nefroloog & diabetoloog – heeft met ‘De diabetescode’ een  begrijpelijk boek geschreven over de misverstanden en de foute benadering van de diabetes-type 2 pandemie. Hier en daar swingt zijn verhaal wat enthoesiast de pan uit – wellicht gestimuleerd door de uitgever – maar er staan heel boeiende analyses duidelijk uitgelegd. Ook voor de patiënten zelf. 
‘Duidelijk en overtuigend. Dit boek verdient het om op grote schaal gelezen te worden.’ – Dr. Michael Mosley

Veel professionals beschouwen diabetes type 2 als een chronische en progressieve ziekte. Maar in werkelijkheid is deze vorm van suikerziekte omkeerbaar, zoals dr. Jason Fung uitlegt in dit revolutionaire boek.

Diabetes type 2 is momenteel de belangrijkste oorzaak van blindheid, nierfalen, amputaties, hartaanvallen, beroertes en kanker. Jason Fung legt uit waarom conventionele behandelingen ervan – op basis van insuline of andere bloedsuikerverlagende medicijnen – de diabetes-problemen niet blijvend oplossen en kunnen leiden tot significante gewichtstoename en zelfs hartaandoeningen. Een koolhydraatarm dieet met gezonde vetten in combinatie met periodiek vasten is de enige manier om diabetes type 2 effectief te behandelen, aldus Fung.


7. ‘Het tragische is dat diabetesinstanties wereldwijd samen hebben besloten dat de beste hoop voor patiënten erin bestaat de ziekte onder controle te houden of te vertragen, door middel van een levenslange afhankelijkheid van geneesmiddelen in combinatie met medische apparaten en operaties. Een beter voedingspatroon krijgt geen prioriteit. In plaats daarvan hebben zo’n 45 internationale medische en wetenschappelijke genootschappen en verenigingen over de hele wereld in 2016 verklaard dat een maagverkleining, een dure en riskante ingreep, de eerste optie moet zijn bij de behandeling van diabetes. Een ander onlangs goedgekeurd idee is een nieuwe maagingreep waarbij een dunne buis in de maag wordt geïmplanteerd, waarmee voedsel uit het lichaam wordt afgescheiden voordat alle calorieën kunnen worden geabsorbeerd. Door sommige mensen wordt dit ‘medisch goedgekeurde boulimie’ genoemd. En dat alles naast het basisprotocol voor diabetici: meerdere medicijnen, die honderden dollars per maand kosten. Een van die medicijnen is insuline, een geneesmiddel waar je paradoxaal genoeg vaak juist van aankomt.

Deze technieken voor het onder controle houden van diabetes zijn duur en invasief, en dragen niet bij aan het omkeren van diabetes – want, zoals dr. Jason Fung in De diabetes-code uitlegt: ‘Je kunt een ziekte die met het eetpatroon te maken heeft niet genezen met behulp van geneesmiddelen [of apparaten].’ Nina Teicholz, auteur van de internationale bestseller The Big Fat Surprise.

12. ‘Dit is namelijk de onverbloemde waarheid: het succes van koolhydraatbeperking maakt duidelijk dat het vetarme, koolhydraatrijke voedingsadvies van de afgelopen decennia vrijwel zeker verantwoordelijk is geweest voor de epidemie van obesitas en diabetes die het had moeten voorkomen. Dat is een vernietigende conclusie na een halve eeuw gezondheidsvoorlichting, maar om deze epidemieën te kunnen omkeren, moeten we deze mogelijkheid accepteren, de alternatieve wetenschap in dit boek gaan verkennen en een nieuwe weg inslaan – omwille van de waarheid, wetenschap en betere gezondheid.’

31. ‘Vasten lijkt misschien vrij heftig, maar het is letterlijk de oudste dieettherapie die we kennen en wordt al sinds mensheugenis probleemloos in de praktijk gebracht. Als je voorgeschreven medicijnen gebruikt, vraag dan eerst een arts om advies, maar het komt hier op neer:

Daalt je bloedglucose als je niet eet? Natuurlijk.

Val je af als je niet eet? Natuurlijk.

Wat is dan het probleem? Ik zie geen enkel probleem.’

‘Een veelgebruikte manier om suiker te verbranden is om twee tot drie keer per week 24 uur te vasten. Een andere veelgebruikte manier is om vijf tot zes keer per week 16 uur te vasten.

Het geheim voor het omkeren van diabetes type 2 ligt binnen handbereik. Het enige wat ervoor nodig is, is dat je openstaat voor een nieuw paradigma en de moed hebt om tegen de conventionele wijsheid in te gaan.’

Lees verder »

voor 2021

29 december 2020

Yuko Tsushima, Domein van licht

20 december 2020

Yuko Tsushima, Domein van licht

1979 – uitg. De Bezige Bij 2020 

Schitteren doet Tsushima in Domein van licht, maar het is niet de schittering van de klassieke kersenbloesem en poëtisch verzuchtingen – je moet de schoonheid zoeken tussen de zinnen, in het onbestendige en meedogenloze grootstadsleven. En schitterend is de eerlijkheid waarmee Tsushima de werkelijkheid in de ogen staart. Alsof er geen filter zit tussen de ervaring van de moeder en de beleving van de lezer: alles komt klaar en duidelijk binnen, zonder vervorming, Wie zo kristalhelder kan schrijven heeft geen agenda of boodschap nodig. Dat het lot van een vrouw alleen nog altijd het onzekerst van al is, we weten het. Maar ­Tsushima laat je dat niet lezen, ze laat het je leven. 

Alexandra De Vos in  De Standaard der Letteren van 19122020


‘Domein van licht’ is een boek dat je als lezer niet licht vergeten zal, zeker wanneer je al een beetje ervaring hebt met Japanse literatuur of met de Japanse cultuur, de manier waarop mensen er met elkaar omgaan in de anonimiteit van de grootsteden. De treurnis is er in de voorbije 40 jaar niet echt op gebeterd. En dat belooft voor de toekomst, ook in Westeuropese grootsteden. 

53. In werkelijkheid moet hij zich verschrikkelijk eenzaam hebben gevoeld. Een eenzaamheid waarin hij ongetwijfeld zo bang was dat hij niet eens om hulp kon roepen. Een eenzaamheid waarin hij zich toch nog achter het rode gordijn moest verbergen, ondanks het feit dat er niemand in de buurt was. 

172. Ik realiseerde me dat het laatste beeld van de dood, die steeds maar weer opdook in mijn omgeving, het geschitter aan de hemel van de vorige nacht was. Dat was het. Ik dacht dat ik eindelijk begreep wat de elkaar opvolgende sterfgevallen me wilden vertellen. Licht zat vol energie en kracht. Mijn lichaam zat ook vol energie en kracht. Ik dacht aan hoe ik me de vorige nacht voelde toen ik naar de roodgloeiende hemel keek en geen moment de dood verwachtte.

182. Elkaars lichaam voelen is het enige wat we kunnen delen, dacht ik bij mezelf. Wat wilden we nog meer, we waren toch maar doodgewone menselijke wezens?

188. ‘Mijn broer kon niet goed lopen, niet goed praten, niet rekenen, maar als mens was hij tevreden. Hij hield van mensen, kende geen haat, noch wrok.’

Van haar zwakzinnige broer leerde ze dat het de moeite waard was in deze wereld te leven, hij vormde voor haar in haar kinderjaren een voortdurende bron van vreugde. (...) 

Een van de belangrijkste thema’s is het ‘in de steek gelaten worden’, met als ultieme vorm de dood. ‘Ik was een kind dat toen het op deze wereld kwam zo ongeveer van plaats verwisselde met de vader,’ aldus de ik-figuur in Domein van licht (blz. 147). Water, vooral stromend water, speelt in haar werk daarom een belangrijke rol als element van dreiging; tegelijk echter geeft het haar rust, het is het medium waardoor ze met haar vader kan communiceren. ‘Je bent vreselijk bang voor water, maar je kunt aan hetzelfde water je grootste verlangen meegeven,’ krijgt de hoofdpersoon in de roman Waterstad (1981) te horen. De verdrinkingsdood van haar vader hulde Tsushima’s leven in duisternis, een duisternis die slechts door licht verdreven kan worden. ‘Licht zat vol energie en kracht,’ beseft de ik-figuur in Domein van licht (blz. 172)

Nawoord der vertalers Noriko de Vroomen-Kondo en Han Timmer

David Van Reybrouck, Revolusi 

17 december 2020

David Van Reybrouck, Revolusi 

De Bezige Bij 2020

Een boeiend en uitgebreid geschiedenisverhaal over de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië, fascinerend door vele details van mensen die – als laatste getuigen – intussen overleden het allemaal nog aan de lijve ondervonden hadden of er direct bij betrokken waren. Bijzonder is ook de analyse van de machtsverhoudingen in de aanloop naar de Japanse bezetting en de ontwikkelingen tijdens de tweede wereldoorlog en erna. Ik mis evenwel de ontwikkelende krachtsverhoudingen tussen de islamitische bewegingen, de Communistische Partij van Indonesië en de nationalisten, want die verschuivingen bepalen nadien de machtswissel, de slachting van de Chinese inwoners en de PKI leden en (vermoede) sympatisanten met de sterke islamitische expansie tot zelfs het islamistisch fundamentalisme waar Indonesië nu mee kampt.   

In ‘De tolk van Java’ van Alfred Birney  wordt de rol van de islamitische fundamentalisten in de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië wel tussen de regels getekend. Ze zouden vijftien later nog grootse daden verrichten bij het uitroeien van de PKI en de Chinese bevolkingsgroepen.: The Act of Killing’ -http://filmkrant.nl/recensies/the-act-of-killing/- en The Look of Silence – http://www.janvanduppen.be/?p=3671

Ik kan me ook aansluiten bij de benadering van Walter Pauli in Knack van 2 december 2020: 

Van Reybrouck houdt het Nederlandse publiek met Revolusi een spiegel voor waarin het niet altijd aangenaam kijken zal zijn. Af en toe overdrijft hij in zijn sympathie voor het nieuwe Indonesië. De Bandungconferentie van 1955 – het begin van de latere beweging van ongebonden landen – wordt neergezet als een providentiële gebeurtenis die zowat de as van de aarde deed verschuiven. Dat is te veel eer voor een samenkomst die weliswaar een aantal historische leiders samenbracht – Gamal Abdel Nasser (Egypte) was er, Zhou Enlai (China), Jawaharlal Nehru (India), en natuurlijk de Indonesische gastheer Sukarno zelf. Maar op de grote mondiale ontwikkelingen was de langetermijninvloed van Bandung hoogst beperkt, op z’n best. Van Reybrouck ziet dat anders. Toen Sukarno in 1965 door generaal Suharto in eigen land aan de kant werd geschoven, was dat volgens hem ‘de eerste grote, door Amerika gesteunde regimewissel van de Koude Oorlog’. Nochtans waren de Amerikanen in Indonesië niet aan hun proefstuk toe. Al in 1953-1954 had president Dwight Eisenhower in Guatemala de linkse president Jacobo Arbenz Guzman laten afzetten door een militaire junta. Dat scenario herhaalde zich in 1964 in Brazilië, toen de VS een militaire coup steunde tegen president João Goulart, meteen het laatste progressieve staatshoofd in dat land tot de aantreding van Luiz Lula da Silva in 2003.

Een auteur van het kaliber van Van Reybrouck zou zich door zijn enthousiasme niet moeten laten verblinden tot het punt dat hij feitelijke fouten begint te maken. Hij heeft geen overdrijvingen nodig in dit ijzersterke en bij vlagen weergaloze betoog. Maar misschien is het eigen aan een boek dat geschreven is in tijden van wokeness: dat de nuchtere geschiedschrijving af en toe verlaten wordt voor enig gedweep en dramatisering.


https://opiniez.com/2021/01/24/david-van-reybrouck-verheerlijkt-de-revolusi/baukegeersing/?

102. De volkse aanhang van Tjokroaminoto aanbad hem als een mythische verlosser. Dat had hij te danken aan zijn retorische talent, geen onbelangrijke gave in een land met een rijke orale traditie. Zijn sonore bariton droeg ver, zijn zinnen waren helder. Het volk luisterde met open mond. Dit was beter dan wajangtheater. De mensen zagen in hem de Ratu adil, de rechtvaardige koning op wie al eeuwen werd gewacht. Velen geloofden dat hij geboren was op de dag dat de Krakatau ontplofte – in werkelijkheid was hij een jaar ouder. Op sommige openluchtbijeenkomsten waren er wel twintigduizend aanwezigen ‘Om ons heen ontstond gedrang,’ noteerde een van zijn medestanders na afloop van een rede. ‘Van alle kanten werd Tjokro aangegrepen en men kuste zijn handen, zijn schouders, den rand van zijn jas. Hij kreeg het benauwd en sprong op een stoel maar nu omvatten de lieden zijn beenen en kusten zijn voeten. (...) Het is zwaar, zei hij, de leider te zijn van zoo’n fanatiek volk. Zij vereeren mij en zij zullen alles doen, wat ik hun vraag. En dat geeft mij zoo’n zware verantwoordelijkheid. Vaak denk ik erover me terug te trekken, maar ik durf niet, omdat ik niet weet wat het volk dan doen zal.’

128. Noch de politieke islam, noch het communisme, noch het nationalisme had de koloniale verhoudingen kunnen doen kantelen. De Sarekat Islam had de massa, maar nog geen duidelijk plan. De pki had een duidelijk plan, maar nog niet genoeg massa. De nationalisten hadden beide kunnen hebben, maar kregen daartoe niet de kans.

Lees verder »

De paradigmashift door COVID-19

14 december 2020

De paradigmashift door COVID-19

Ruim honderd jaar blijkt dat wat ons niet kapot krijgt, ons alleen maar sterker maakt. Ook in de gezondheidszorg omdat ons immuunsysteem zich moduleert naar de antigenen waarmee we in contact komen. Reëel en als vaccin.  

Individueel en als groep. 

Sinds de laattijdige en foute reactie van de Chinese CP- en regeringsleiders op de COVID-19 uitbraak in Wuhan – ruim een jaar geleden – is het afweerparadigma in de gezondheidszorg aan het keren. 

In hún wereldbeeld vol smetvrees kan alleen de partij en de door haar aangestuurde overheid adequaat zorg dragen voor de hun gehoorzame onderdanen, die viraal besmet uit de samenleving geïsoleerd worden.

Die smetvrees wordt nu ook in het westen belangrijker dan groepsimmuniteit  opbouwen door onderlinge contacten en relaties.

Wie echter teveel afgeschermd wordt, neigt naar overreactie en een gebrek aan afweer. Zo verliezen mensen weerstand, als persoon en gemeenschap. 

Wat dan weer vele kansen biedt aan preventieve en therapeutische heilbrengers van diverse obediënties, ideologisch en commercieel. 

De ondergang van het totalitaire denken en zijn rood-groen-blauw-oranje-bruine gardisten is ingezet wanneer de onderdanen lachen om de keizers zonder kleren, de naakte expertologen, de ontblote ministers en ‘de Führer tegemoet werkende’ journalisten .

Tinneke Beeckman, Machiavelli’s lef

30 november 2020


Tinneke Beeckman, Machiavelli’s lef


Uitg. Boom Filosofie 2020


https://tinnekebeeckman.com/2020/11/17/stop-met-zeuren-en-omarm-je-tegenslag-interview-de-standaard-14-nov-2020/

Met Machiavelli’s Lef schreef Tinneke Beeckman alweer een handig handboek voor politici (al dan niet in spe), experten en expertologen, geïnteresseerde burgers en iedereen die zich ernstig bevraagt over de overheidsmaatregelen in tijden van Corona.

Een aanrader in moeilijke en onzekere maanden en jaren die we nog het hoofd moeten bieden om overzicht te houden boven de waanzin van waarheid, veinzen en leugens – al dan niet om bestwil.

74. ‘Mensen doen nooit het goede tenzij noodzaak hen ertoe dwingt’ (D, I, 3, 5).’

95. ‘Iemand die zich in elk opzicht goed wil betonen, gaat onvermijdelijk te gronde te midden van de velen die niet goed zijn. - Machiavelli, Il Principe, XV, 5.

Volgens mij is dit de enige manier om naar de hemel te gaan: zich de weg naar de hel te laten wijzen om hem links te laten liggen. - Machiavelli in een brief aan Francesco Guicciardini, op 17 mei 1521.

Lees verder »

Jeroen Olyslaegers, Wildevrouw

30 november 2020

Jeroen Olyslaegers, Wildevrouw




uitg. De Bezige Bij 2020


Beer verloor drie vrouwen in het kraambed. Zijn derde echtgenote baarde een kind alvorens te sterven, de andere twee stierven met een kind in hun buik. Na al dat verlies acht hij zichzelf vervloekt. Vanuit Amsterdam blikt Beer terug op zijn laatste jaren in het zestiende-eeuwse Antwerpen, de stad die hij ontvluchtte. Antwerpen floreert in handel en geld, maar er heerst tegelijk een grote onrust. Beer maakt deze oplopende spanningen van dichtbij mee in zijn herberg waar vrije gedachten en zoete wijn vloeien, en waar plannen worden gesmeed door een geheim genootschap. Alles wordt op scherp gesteld wanneer als gevolg van overmoedige wereldveroveraars een wildevrouw in zijn herberg terechtkomt.  Wildevrouw is een wervelende, monumentale roman over het verlangen naar eenheid en het veroveren van een innerlijke waarheid, vol vlees en geuren, vol narren en blinden, vol handelaars en woekeraars, profiteurs en bedriegers, vroedvrouwen, cartografen, schilders, drukkers en astrologen, waarbij verlangen en zelfbedrog dansen door de straten van een gedoemde stad.




 

Wildevrouw is een knap geconstrueerde roman over het Antwerpen in de zestiende eeuw, vóór de val in 1585. Het verhaal is meeslepend, realistisch en pijnlijk maar je kan als lezer ook afstand houden en de veronderstellingen en gevolgen van het verhaal wegen en proeven én je kan je daarvoor verliezen in de schitterende website 

Jeroen Olyslaegers weet op een vakkundige manier vele plausibele verbanden te leggen en zoals steeds is ‘niets wat het lijkt’.  Laat staan wat de officiële geschiedschrijving graag wil overleveren. In het zuiden én het noorden der Nederlanden.

Het boek eindigt met een dwingende cliffhanger: hoe gaat het nu verder in de 17 de eeuw met diezelfde stad aan de Schelde. Na een onvoorstelbare aderlating aan mensen, kennis, netwerken en geld die in het Noorden aan de basis zullen liggen van de V.O.C. waarmee Neerlands Gouden Eeuw de wereld rond handelt, blijkt die armlastige stad er toch binnen enkele decennia weer bovenop te zijn op het vlak van handel, rijkdom, stadspaleizen en vele dure kunsten, niet in het minst de schilderkunst met Rubens, Snijders,Van Dyck, Jordaens … Bleven er dan na 1585 toch voldoende ondergrondse filières van kapitaal, kennis en netwerken bestaan die buiten de bestaande overheidscontrole een eigen economie konden uitbouwen als de basis voor de contrareformatorische bloei in de 17 en 18 de eeuw?  Wie anders dan Jeroen Olyslaegers kan dit op een boeiende manier onderzoeken en literair onthullen.

 

33. Deze vorst met schulden vermocht in feite weinig tegen de ketterse gedachten van de mensen waarbij hij schulden had, zeker niet wanneer die zogenaam­de ketterij zo wijdverbreid was dat de papen eerder de ketters leken. Wie dat met galg en brandstapel wilde bekampen, zou met minder dan de helft van het volk overblijven. Dat was iets wat die Margaretha in Brussel wist en waar ze naar handelde. Wat mijn vader vooral begreep was dit: onder alles heerst de markt. Wanneer men zich niet meer wil herinneren door welke grillige genade de beurzen gevuld blijven ont­ staat er gevaar. Want zelfs bij hen die hun eigen spel perfect beheersen, treft men niet noodzakelijk inzicht aan in het groter spel waarin wij allen personages zijn. In Antwerpen sprongen ook gezegende mensen achteloos om met alle fortuinen die de stroom hun had opgeleverd en vergaten daarbij hoe snel alles leeggezogen kon geraken in geulen en scharen.

Wie onder geschenken wordt bedolven, verleert de kunst van de dank­baarheid.

Een markt heerst immer zonder geheugen.

Handelaars vieren zichzelf het liefst zonder om te kijken.

 

Lees verder »

Joseph Roth, In het land van de eeuwige zomer 

30 november 2020

Joseph Roth, In het land van de eeuwige zomer

UitgeverBas Lubberhuizen 2017

 

 

In het land van de eeuwige zomer

 

Voor de liefhebbers en de kenners van Joseph Roth…

Soms lichtvoetig, soms zwaar op hand met herhalingen van vroegere reportages. 

33. ‘Toen de goddelijke Augustus de tempel verliet, sloot hij hem af en nam hij de sleutel mee. In andere steden zouden de mensen deuren openbreken. In Vienne doet men zoiets niet.

Ik zal de tempel nooit van binnen zien. Ik zou er alleen kunnen vaststellen dat hij leeg is en dat de gesloten deur niets verborgen heeft, geen beeld, geen godheid, geen priester. De deur verborg de leegte, het verleden. De tempel bevat datgene wat ik buiten kan voelen en binnen toch niet zou zien. Hij bevat het wachten. Ik voel het wachten achter de gesloten deur. Alleen hier wacht nog iets.

De tempel is het enige Romeinse bouwwerk in Vienne dat volledig bewaard is gebleven.’

43. ‘Avignon zou echter nooit tussen bossen kunnen liggen. Avignon heeft licht nodig.

Lees verder »

Georges SIMENON, Het gebeier van Bicêtre.

26 oktober 2020

Georges SIMENON, Het gebeier van Bicêtre.

1962 -  De Bezige Bij 2020 

Voor alle professoren, artsen, verpleegsters en verplegers die in ziekenhuizen en elders hun best doen het meest verwarrende wezen dat bestaat begrip te tonen en hulp te bieden: de zieke mens.

G.S.


131. Je kunt ziek zijn zonder het te weten, jarenlang een ernstige aandoening onder de leden hebben, maar toch een mens blijven als een ander. Dan ga je naar een dokter, voor een kleinigheid, een ongemak, een puistje, een zere keel of een beklemming op de borst. Je gaat bij hem naar binnen als een normaal mens. Terwijl hij aan je borst luistert hou je zijn reacties in de gaten. En als dan met bedeesde stem het vonnis is uitgesproken, ben je een zieke geworden, die het leven nooit meer in hetzelfde licht zal zien.

169. Het moeilijkste zijn de zieken die niet geloven wat ze wordt verteld. Je kan ze nog zoveel uitleggen, ze blijven koppig als muilezels en vreten zich op vanwege alle ideeën die ze zich in hun hoofd halen. En dan de vrouwen! Ik sta op een vrouwenzaal, aan de andere kant van de grote trap. Vlak bij de gestoorden. Vroeger werden er geen vrouwen opgenomen in Bicêtre. Die gingen allemaal naar het Salpêtrière en toen waren hier alleen mannen. Nu verandert alles, alles is gemengd en je kunt er niet meer uit wijs: terminale patiënten, gekken, gewone zieken, vrouwen, je vindt in de gebouwen van alles.’

245. Hij houdt niet van zendelingen, van dames die zich inzetten voor goede doelen, al die mensen die zich bewegen rond liefdadigheidsinstellingen. Hij verdenkt hen ervan zichzelf te bewonderen en te geloven dat ze beter zijn dan anderen.

261. Typisch Lina. Nooit geïnteresseerd in iets buiten zichzelf. Ze heeft iemand nodig die zich met haar bezighoudt zoals ze zich daar zelf de godganse dag mee bezighoudt, want problemen heeft ze te over en anders zuigt ze die wel uit haar duim. Ze is bang voor het leven. Bang voor de eenzaamheid. Ook bang voor mensenmassa’s, voor mensen die ze niet kent, voor degenen die ze te goed kent. En omdat die haar bang maken, zelfs iemand als Marie-Anne, drinkt ze en praat ze, en probeert zichzelf ervan te overtuigen dat ze bestaat en dat ze ondanks alles wel een beetje belangrijk is.

281.Of anders is hij alleen sterk in vergelijking met zwakke mensen. En zwakke mensen zou je moeten benijden, want ze steunen op sterke mensen. Sterke mensen worden door niemand geholpen, door niemand aangemoedigd, door niemand beklaagd. Als ze struikelen, is de omgeving eerder meedogenloos en blij over wat wordt gezien als boontje komt om zijn loontje.

De paradigmashift door COVID-19

19 oktober 2020

De paradigmashift door COVID-19...


Ruim honderd jaar blijkt dat wat ons niet kapot krijgt, ons alleen maar sterker maakt. Ook in de gezondheidszorg omdat ons immuunsysteem zich moduleert naar de antigenen waarmee we in contact komen. Reëel en als vaccin.


Individueel en als groep.


Sinds de laattijdige en foute reactie van de Chinese CP- en regeringsleiders op de COVID-19 uitbraak in Wuhan – ruim een jaar geleden – is het afweerparadigma in de gezondheidszorg aan het keren.


In hún wereldbeeld vol smetvrees kan alleen de partij en de door haar aangestuurde overheid adequaat zorg dragen voor de hun gehoorzame onderdanen, die viraal besmet uit de samenleving geïsoleerd worden.


Die smetvrees wordt nu ook in het westen belangrijker dan groepsimmuniteit  opbouwen door onderlinge contacten en relaties.


Wie echter teveel afgeschermd wordt, neigt naar overreactie en een gebrek aan afweer. Zo verliezen mensen weerstand, als persoon en gemeenschap.


Wat dan weer vele kansen biedt aan preventieve en therapeutische heilbrengers van diverse obediënties, ideologisch en commercieel.

Oriana Fallaci, De woede en de trots

19 oktober 2020

Oriana Fallaci, De woede en de trots


uitg Bert Bakker Prometheus 2002
(september 2001, na de aanslagen op de Twin Towers in New York)


met dank aan Jos G.

“…Spreken over racisme met betrekking tot een godsdienst is een zeer slechte dienst aan de taal en de intelligentie…” (pag 142).

De imam “is een hoge priester die naar believen de gedachten en daden van zijn gelovigen manipuleert en beïnvloedt.   Hij is een politicus die tijdens de preek politieke boodschappen afvuurt, de gelovigen ertoe aanzet bepaalde dingen te doen.   Alle revoluties (sic) van de islam zijn begonnen dank zij de imams in de moskeeën…  Achter elke islamitische terrorist schuilt noodzakelijkerwijs een imam…  Ik memoreer en beweer dat vele imams de geestelijke leiders van het terrorisme zijn…” (pag 24-25).


“…ze willen meer en meer, ze zullen meer en meer willen: degenen die in onze gebieden wonen, zijn slechts pioniers.  Met hen onderhandelen is dus onmogelijk.  Met hen praten ondenkbaar.  Ze met toegeeflijkheid, verdraagzaamheid en goede hoop behandelen, een zelfmoord…” (pag 75).


“…de mensen zwijgen gelaten, geïntimideerd, gechanteerd door het woord ‘racist’…” (pag 104).


 

Oriana Fallaci, De kracht van de rede

19 oktober 2020

Oriana Fallaci, De kracht van de rede (2005, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam)


met dank aan Jos G.

Oriana Fallaci, door The New York Post omschreven als “de uitzondering in een tijdperk waarin eerlijkheid en morele duidelijkheid niet meer beschouwd worden als waardevolle eigenschappen” (pag 17).


“…In elke stad bevindt zich een tweede stad.   Een schaduwstad, die identiek is aan de stad die de Palestijnen in de jaren zestig in Beiroet stichtten door een staat binnen een staat en een regering binnen een regering te vormen.  Een moslimstad, een stad die bestuurd wordt volgens de koran.  Een merksteen van het islamitisch imperialisme…” (pag 43).


“…het vreselijkste wat ik gezien heb, is de angst van diegenen die de vrijheid van gedachten en meningsuiting zouden moeten beschermen.  Anders gezegd: de angst van de zogenaamde officiële instanties en de pers.” (pag 67).


“…afgezien van het feit dat één zwaluw nog geen zomer maakt, heeft de islam intelligente moslims altijd vervolgd en het zwijgen opgelegd.   Om te beginnen met de grote Averroës.    Omdat hij beschuldigd werd van ketterij vanwege zijn werk ‘De vernietiging van de vernietiging’ en omdat hij ruzie had met…, moest hij in 1195 uit Cordoba vluchten en zich schuil houden in Fez, waar ze hem echter al meteen opspoorden.    Daar verbrandden ze zijn boeken, namen hem als een misdadiger gevangen, en werd pas enkele maanden voor zijn dood weer vrijgelaten…  Het is dan ook niet voor niets dat Ernest Renan verklaart dat het op hetzelfde neerkomt om de verdiensten van Averroës aan de islam toe te schrijven, als om de verdiensten van Galileo aan de Inquisitie toe te schrijven…” (pag 200).


“…De katholieke kerk weet ook wel dat het niet Avicenna en Averroës waren, zoals de Europees-Arabische Dialoog ons graag wil laten geloven, die ons kennis hebben laten maken met een van de bronnen waaruit die beschaving ontstaan is, namelijk de Grieks-Romeinse cultuur.    Het was Augustinus die ons daarmee kennis heeft laten maken en die maar liefst zeven eeuwen voor Avicenna en Averroës de Grieks-Romeinse cultuur heeft geïntroduceerd in de christelijke theologie…” (pag 235).

“…links is confessioneel.   Kerkelijk.  Het komt namelijk voort uit een ideologie naar religieus voorbeeld, een ideologie waarvan de Absolute Waarheid het fundament is.  Met aan de ene kant het goede en aan de andere kant het kwade…   Niet het soort kerk dat we kennen vanuit het christendom, dus in zekere zin welwillend ten opzichte van een vrije keus, maar een kerk die meer weg heeft van de islam.   Net als de islam denkt links namelijk uitverkoren te zijn door de beschermengel van de Deugd en de Waarheid.   Net als de islam geeft het nooit zijn wandaden en vergissingen toe.   Het beschouwt zichzelf als onfeilbaar en vraagt nooit vergiffenis…   Net als de islam verandert het zijn volgelingen in slaven, intimideert ze en stompt ze af, ook als ze intelligent zijn.   Net als de islam accepteert links het niet dat je er andere ideeën op na houdt, en als je dat wel doet, wordt er minachtend op je neergekeken.  Het vernedert je, vervolgt je, straft je…   Kortom, net als de islam is het niet liberaal.   Het is autocratisch en totalitair…  En tenslotte is links net als de islam anti-westers…” (pag 268-269).

 

Guzel Jachina – Wolgakinderen. 

11 oktober 2020

Guzel Jachina – Wolgakinderen. 

Uit het Russisch vertaald door Arthur Langeveld. 

Uitgeverij Querido, Amsterdam.

 

Wellicht een mooi boek voor wie weinig afweet van de geschiedenis der Wolga-Duisters en andere minderheden binnen het socialistische vaderland der USSR. Misschien ook mooi voor wie houdt van de Russische traditie tot poëtische folkore bij zoveel ellende door de eeuwen heen. 

Maar ik hield een bordkartonnen meelsmaak over aan deze poging tot verheldering en verdieping, niet alleen door de bizarre anachronismen, maar vooral door de afstandelijke benadering van zovele levens in de hakselaar der geschiedenis. 

Er wordt niet geleefd aan de Wolga. Er wordt gelopen in decors – mooi geschreven decors, dat wel. Wolgakinderen is een keurig en goed geschreven opstel, maar het boek heeft geen ziel. Het opstel is volledig en soms ook verrassend, maar het ademt niet de adem van mensen-mensen. Jaap Krol

149. ‘Alleen beperkte geesten kunnen veronderstellen dat historische gebeurtenissen teweeg worden gebracht door individuen. Het zijn ideeën die de geschiedenis in beweging brengen. Die brengen niet alleen de massa’s in hun ban en krijgen zo een noodzakelijk maatschappelijk gewicht; ze hullen zich ook in het vlees en bloed van concrete personen die niet altijd even geschikt zijn voor hun rol. En zo werd de revolutie in Rusland in gang gezet door een idee dat door een samenloop van omstandigheden de gedaante had aangenomen van een kleine, niet al te gezonde man, een workaholic met een ongeëvenaard redenaarstalent, die door dat idee als een komeet alle moeilijkheden en gevaren had getrotseerd: arrestaties, verbanning, verraad, aanslagen. Als hij er niet was geweest, dan had het land een andere leider geleverd, groter of kleiner van gestalte, met lichter of donkerder haar.’

 

Lees verder »

Stefan Hertmans, De Opgang.

30 september 2020

Stefan Hertmans, De Opgang.

uitg. De Bezige Bij 2020 

7. Niets stond me zozeer tegen dan schrijven over het soort mens dat nu als een spook door mijn eigen leven begon te banjeren. 

162. Waarom wou ik dit per se met eigen ogen zien? Misschien is het bezoeken van een plek van de herinnering, ook al is het die van anderen, een manier om de geschiedenis even tot rust te laten komen. 

343. Het is de tijd waarin ze geregeld leest in ‘De navolging van Christus van Thomas a Kempis’. Vooral de overpeinzingen en argumenten in het derde boek, over de vormen van vrede die men in zichzelf kan leren vinden, zijn haar dierbaar. Soms leest ze er halfluid uit voor, dat kalmeert en troost. Ze kan die avond de slaap niet vatten, daar op de slaapbank in de tweede kamer. Ze ligt een tijdlang te woelen, staat dan weer op, slaat haar kamerjas om, gaat aan de tafel met de leeuwenpoten zitten en schrijft die nacht een gebed. Ze typt het de volgende ochtend met twee vingers op haar kleine typemachine over en geeft het blaadje niet lang voor haar dood aan Letta.

gebed

Heer, Gij weet dat ik ouder word en eens oud zal zijn.

Maak dat ik niet praatziek word, en niet in de fatale gewoonte verval te denken dat ik bij iedere gelegenheid en ieder onderwerp iets moet zeggen.

Houd mijn geest vrij van de verleiding om eindeloze details te vertellen, geef mij vreugde om snel tot de kern van de zaak te komen.

Verleen mij voldoende wellevendheid om te luisteren naar de kwalen van anderen.

Verzegel mijn lippen over mijn eigen kwalen, het genoegen ze op te sommen wordt steeds sterker.

Maak dat ik vriendelijk blijf, een verzuurde oude vrouw is een der meesterstukjes van de Boze.

Laat mij nadenkend zijn, behulpzaam maar niet bazig.

Als ik denk aan alle wijsheid die ik vergaard heb, lijkt het jammer, het niet alles te pas te brengen.

Gij weet Heer, dat ik tegen het einde van de weg nog veel vrienden zal nodig hebben.

Johan Harstad, Max, Mischa & het Tet-offensief. 

30 september 2020

Johan Harstad, Max, Mischa & het Tet-offensief. 

uitgeverij Podium 2018

10. ‘Ik geloof niet in zalen met meer dan vierhonderd stoelen. Er gebeurt volgens mij iets met de toeschouwers als het er te veel worden, ze lijken in één groot gruwelijk organisme te veranderen dat collectief reageert op alles wat het ziet en hoort, terwijl de acteurs steeds slechter gaan spelen in een vergeefse poging de energie over de menigte in de zaal en op de balkons te verdelen. Het allerliefst zou ik voor vijftig man spelen en hooguit tien dollar voor een kaartje vragen; theater voor hoi polloi.’

Max, Mischa & het Tet-offensief is het verhaal van toneelregisseur Max Hansen, die als puber naar Amerika emigreert. Hij heeft moeite om zijn jeugd in Stavanger, waar hij als kind van communistische ouders het Tet-offensief naspeelde, achter zich te laten. Maar in New York ontdekt hij dat eigenlijk iedereen daar ontheemd is. In kunstenares Mischa en Vietnam-veteraan Owen treft hij dierbare lotgenoten.
Het magnum opus van Johan Harstad is een hypnotiserende vertelling die vele decennia en continenten omspant: van de oorlog in Vietnam en Apocalypse Now tot jazzmuziek, van Mark Rothko en Burning Man tot de aanslag op de Twin Towers. Maar bovenal draait deze volstrekt verslavende roman om de vraag: hoe lang moet je weg van huis zijn voordat het laat is om terug te keren?

‘Ik kan maar één ding zeggen: respect!’ ****** Aftenposten


Ik vond nochtans het leven van de ouders van de Max in dit boek een interessanter verhaal  -  omstandig toegelicht en geanalyseerd door Dag Solstad met zijn ‘Leraar Pedersens verslag van de invloedrijke politieke beweging die een bezoeking voor ons land is geweest’. Johan Harstad is er redelijk uitputtend in geslaagd om het leven van hun zoon weinig geanimeerd te presenteren, zonder veel passie, zonder veel keuzedwang alsof alles aan hem en wie hem nabij is voorbij struikelt. Zonder veel oorzaak noch gevolg laat staan betekenis. 
Hoeveel dagelijksheid en clichés kan een mens, of die nu criticus is of niet, verdragen? Een dikke roman moet het uithoudingsvermogen van zijn lezer verdienen. En dus moet elke zin, elk woord, er één zijn. En dus moet je het vertrouwen vanaf bladzijde één hebben dat de schrijver weet wat hij doet. Dat hij zijn materiaal gekneed heeft in de enige vorm die het recht doet. Aan de andere kant zou je ook kunnen zeggen dat een roman een levend organisme is. En dat juist een dikke roman dit gegeven viert, door af en toe in te zakken, en dan weer op te klimmen, en te laten zien dat vermaak en verveling dicht bij elkaar kunnen liggen. Maar is dat genoeg? Heeft de schrijver dan niet ‘gewoon’ een leesboek geschreven?

Dat Max, Mischa & het Tet-offensief meer is dan dat, begon me eerlijk gezegd pas halverwege te dagen: alles – de oeverloosheid, de dagelijksheid, de nietszeggendheid, de details – maakt deel uit van het ongoing kunstwerk dat de schrijver zijn Max laat maken. In feite kun je de roman lezen als het diapositief van een kunstwerk van vriendin Mischa, de Toronto Precision-serie, een serie die handelt over herinneringen en geheugen, en die uitblinkt in abstractie en precisie. Eenmaal dit perspectief toelatend, laten de tweede zeshonderd bladzijden zich wonderbaarlijk genoeg lezen als een precisiebombardement, terwijl er op zinsniveau niet zoveel verandert. Wél komt de vertelling steeds meer onder spanning te staan, de personages naderen hun vervulling, het boek wordt fysiek lichter aan de linkerkant, wat allemaal zal meehelpen aan een welkome sensatie van beklemming en betrokkenheid. https://www.groene.nl/artikel/de-laatste-omhelzing

 


Voor mij was het dus een moeizame leesopdracht maar omwille van de commentaren van jonge mensen van nu, leek het me zinvol om dit boek met de veelbelovende titel toch in zijn geheel te consumeren. 

Er waren boeiende passages, bij tijd en wijle, met soms verrassende wendingen maar de onmacht van de jonge personages om mekaar nabij te zijn, om echt iets voor elkaar te betekenen en te werken aan hun onderlinge relaties was pijnlijk. Niet alleen voor hun generatie maar ook voor die van hun ouders… Wellicht met nog ergere gevolgen voor hun kinderen.

 


‘Het staat buiten kijf dat de vrijheid van een democratie gevaar loopt, als de mensen toelaten dat de macht van een enkeling groter wordt dan die van de democratische staat zelf. Dat is in wezen een fascistische vorm van bestuur, waarbij een individu, een groep of welke particuliere macht dan ook de touwtjes in handen heeft.’



“The liberty of a democracy is not safe if the people tolerated the growth of private power to a point where it becomes stronger than the democratic state itself. That in its essence is fascism: ownership of government by an individual, by a group, or any controlling private power.” ? Franklin D. Roosevelt


Lees verder »

Emil Ludwig, Gesprekken met Mussolini. 

13 september 2020

Emil Ludwig, Gesprekken met Mussolini. 

uitg. Davidsfonds 2020

met een voorwoord van Toon Horsten: ‘Emil Ludwig, vriend van de groten (maar niet van Ernest Claes) : Er zijn weinig dingen die zo onvoorspelbaar zijn als het verleden.’

 

Deze ‘Gesprekken met Mussolini’ bij het Davidsfonds uitgegeven, vormen een bijzonder interessante reportage met een doorkijk naar een periode die door de toekomst nadien alleen maar meer versluierd raakte, waardoor het allemaal achteraf veel makkelijker en duidelijker lijkt maar destijds alleszins bijzonder moeilijk leek.

Het metier van de Duits-Joodse interviewer, Emil Ludwig, doet me denken aan de manier waarop Oriana Fallaci vele decennia later haar dictators en wereldleiders aan de praat kreeg om zo de sluier van hun denken en doen te lichten.

In 1932 kwam er ook een door de USSR geautoriseerde uitgave van het interview van Emil Ludwig met Stalin op de markt van welzijn en geluk.

 

91. `De Duce heeft het wel gemakkelijker dan wij; hij hoeft geen gezelschap te zoeken. Dan zou ik ook zo veel voor elkaar kunnen krijgen!’

Hij lachte en vervolgde toen: `Ik was voorbereid door een permanent eenzaam leven. Ik kan niet anders. Ik heb alleen altijd geleden onder slecht weer, dan probeerde ik me te redden door temperatuurswisseling. Maar u hebt gelijk dat het staatsbelang een mens beperkt. Daarvoor is het ook het staatsbelang!’

— Merkwaardig dat macht mensen leert af te zien van zo veel dingen.

`Zoals elke passie’, zei hij zacht.

— Welke passie is sterker: revolutie of opbouw?

`Beide zijn interessant’, antwoordde hij meteen. `Het hangt mede af van de leeftijd waarop iemand iets doet. Een man van veertig of vijftig zal liever willen opbouwen, vooral wanneer hij het andere achter zich heeft.’

— In dit opzicht wijkt uw loopbaan af van de meeste soortgelijke. Bismarck en Victor Emanuel hadden hun Rome na decennia bereikt en daarmee hun voornaamste werk voltooid. U hebt het op dat moment opgepakt. Daarom begrijp ik niet zo goed waarom het fascisme na tien jaar van opbouw nog spreekt van zijn voortgaande revolutie. Dat doet denken aan Trotski’s theorie van de permanente revolutie.

`Het heeft andere oorzaken. Wij gebruiken het woord omdat het op de massa een mystieke indruk maakt. Ook op hoogstaandere geesten werkt het stimulerend. Het stelt iets uitzonderlijks in de tijd vast en geeft de gewone man het gevoel dat hij deelneemt aan een buitengewone beweging. In werkelijkheid begon de opbouw meteen. Het was bijvoorbeeld een lastige opgave om van duizenden enthousiaste soldaten weer ordentelijke burgers te maken. Je kunt revolutie wel zonder soldaten ontketenen, maar die tegen de soldaten. Het is mogelijk met een neutraal elger, maar niet tegen een leger.

Lees verder »

Patrick Bassant, De vlinder in de inktpot.

10 september 2020

Patrick Bassant, De vlinder in de inktpot. 

Wereldbibliotheek 2020

‘Het gaat hem om de menselijke kant van het conflict: de twijfel over de juiste keuze, de moeite om zelfstandig te blijven denken, de angst voor verraad aan de eigen idealen, de onontkoombare teleurstelling waar iedereen vroeg of laat mee te kampen kreeg.’

Na een reeks toelichtingen over tijd en personages – ongetwijfeld een noodzakelijke voorwaarde voor de niet ingewijde en nog jonge lezers – gaat ‘De vlinder in de inktpot’ in een stevig tempo door met bijzonder rake en pijnlijke typeringen van de grote namen uit de grote heldenstrijd van de Spaanse burgeroorlog. Alleen daarom al vind ik het boek de moeite van het lezen meer dan waard. 

De vlinder in de inktpot is geen volmaakte roman, aan de constructie valt nog wel wat aan te merken, maar ze is met grote vaart, tomeloze inzet en kennis van zaken geschreven. Bassant weeft een kleurrijk tapijt van feiten en fictie dat een hechte eenheid vormt. Knap weet hij de episodes waarin Pit de hoofdrol speelt in een wat arbeideristische toon te zetten, terwijl de wederwaardigheden van Johan Brouwer, de licht arrogante intellectueel, meer vormelijk worden beschreven. Maar wat mij het meest aanspreekt is de ambitie die uit De vlinder in de inktpot spreekt. Het is een wervelende, caleidoscopische roman over oorlog, verraad, vriendschap, vrijblijvend engagement en diepe betrokkenheid. Patrick Bassant is een schrijver die de grote greep niet schuwt. 

Recensie: Patrick Bassant – De vlinder in de inktpot

161. Hij meent het woord voor woord. Iedereen die zijn bek opentrekt, wordt door de GPOe, de geheime politie, opgepakt en ondervraagd. Als je dan geluk hebt, stoppen ze je in een communistisch heropvoedingskamp. Daar mag je tot het eind van de oorlog zelfkritiek uitoefenen, jezelf verbaal geselen tot leegbloedt. Of ze slepen je voor een geïmproviseerde krijgsraad en dan beschuldigen ze je van trotskistische ideeën. Komen er twee agenten die je de kamer uit slepen. De een geeft je een nekschot en de ander slaat met de kolf van zijn geweer de  gouden tand uit je  lijk, omdat je  de revolutie belangrijk vindt, of omdat je kritiek op de legerleiding hebt, of omdat je denkt dat er mogelijk nog een andere visie is op de wereld in het algemeen en deze oorlog in het bijzonder. En ze zitten overal, die informanten. Werkelijk waar, Marty heeft al honderden brigadiers laten fusilleren. Er zit hier in Albacete een apart GPOe-regiment om dwarse rekruten op te sporen. Die ene Joegoslaaf, Moreno, die is de baas.

Lees verder »

Le baron noir

7 september 2020

Le baron noir

 

Een verplichte reeks voor alle mogelijke politici en politici in spe, jongeren die graag de wereld veranderen en zelfs verbeteren, ouderen die hun vingers verbrand hebben of op de blaren moeten zitten, dan wel voor hen die het in hun jeugd allemaal zouden gaan doen en het nooit hebben gedaan en met het naderen van hun eigen einde graag opnieuw de ongeschonden dromen hunner jeugd belijden als boete voor een heel leven gelardeerd met de douceurtjes der instellingen. Slachtoffers worden wel vaker zelf schennende daders, toch?

Ik heb destijds The West Wing met moeite doorworsteld omdat mijn kinderen er weg van waren en ik het tempo niet kon volgen. Na een jaar of wat oefenen via Heimat, OZ en The Wire was ik bijgeschoold tot een geroutineerde kijker op snelheid. Ik kon dus redelijk goed volgen bij  Homeland, Fauda, Borgen en finaal ook bij House of Cards, zij het dat het laatste seizoen daarvan een flop was van jewelste met botox en gekrakeleerde make up voor alles en iedereen. 

West Wing en House of Cards lichtten een denkbeeldige sluier van Amerikaanse politieke besluitvorming, maar dat bleek niet eens voldoende om de politieke en bestuurlijke lijnen van de huidige Amerikaanse president te kunnen begrijpen. 

Met de uitstekende serie ‘Le Baron Noir’ – eerste klasse opleidingsmateriaal politicologie, geschiedenis en maatschappijleer voor middelbare scholen en universitaire colleges – is iets vergelijkbaars aan de gang. 

Tot en met seizoen 2 kon ik op eigen ervaring vlotjes de mogelijke vervolglijnen bij cliffhangers voorspellen waardoor de reeks bij wijlen wat saai en slapjes smaakte voor een oud politicus van dezelfde gezindte als de hoofdrolspeler van de serie. 

Seizoen 3 was veel moeilijker en spannender.

Ik kon hooguit achteraf proberen te begrijpen welke wendingen door het scenarioteam werden gekozen. Een beetje zoals in Italië na de opkomst van de Vijfsterrenbeweging of in Frankrijk met de REM van EM. 

Het was voor mij niet de fenomenale en vertrouwde Villa Cavrois als ambtswoning van de Duitse kanselier die verwarring zaaide en ook niet het verschroeiende populisme van de constituante door bij lotterij aangeduide burgers – naar David Van Reybroucks voorzet G1000 en zijn deliberatie democratie door loting – die seizoen 3 zo adembenemend beklemmend maakte. Ik bleek meer getroffen door de heroïsche toenadering en afwijzing, de grimlach van de wolvin, de eenzaamheid in de politieke besluitvorming en de bovenmenselijke krachttoeren van de protagonisten in de strijd om het presidentschap met een scherp en diepgaand politiek debat en een navenante keuze die mij verblufte. 

Actuele nationale en internationale politiek op hoog niveau.

Er komt naar verluidt een vierde seizoen… 

Daniel Mendelsohn, Pijn en genot – Van de oude Grieken tot Game of Thrones.

30 augustus 2020

Daniel Mendelsohn, Pijn en genot – Van de oude Grieken tot Game of Thrones.


uitg. De Bezige Bij 2020


https://www.standaarduitgeverij.be/pijn-en-genot-van-daniel-mendelsohn/

Een verzameling essays    uit The New York Times of The New Yorker waarvan er enkele bijzonder in het oog vallen en lang blijven nazinderen:

 

65. Nadat de goden Aeneas hebben opgedragen om Dido in de steek te laten en uit Carthago te vertrekken – het mag per slot van rekening niet net zo met hem aflopen als met Antonius, de liefdesslaaf van een Afrikaanse koningin – bereidt hij zijn ontsnapping voor. Maar Dido heeft hem door en in een furieuze tirade geeft ze de man die ze als haar echtgenoot beschouwt de wind van voren om zijn laffe onttrekking aan een heel ander type verantwoordelijkheid – emotioneel, ethisch – dan het politieke plichtsbesef dat hem vanaf het begin gedreven heeft:


Wat zal ik zeggen? Wat kan ik nog zeggen? [...] Op geen enkele plek heerst trouw; nergens.


Hij was aangespoeld op het strand, een schipbreukeling, met niets. Ik heb hem verwelkomd.


Met deze woorden wordt Dido de meest welsprekende vertolker in de Aeneis van morele verontwaardiging over beloften die altijd gebroken worden door mannen met een missie. Door zelfmoord te plegen wordt zij een hartverscheurend symbool van de nevenschade die heerszucht met zich meebrengt.


De reactie van Aeneas op haar tirade is veelzeggend. Hij kan het niet opbrengen om haar in de ogen te kijken, en kijkt in plaats daarvan ‘naar de toekomst / waarop hij zich moest richten’:


De plichtsgetrouwe Aeneas, kreunend en zuchtend, en inwendig uit het lood geslagen door zijn grote liefde voor haar, en naarstig op zoek naar de woorden die haar verdriet over wat haar wordt aangedaan kunnen verzachten, gehoorzaamde niettemin het goddelijk bevel en ging terug naar zijn vloot.


Een groot deel van de Aeneis gaat over deze kwellende tweestrijd tussen persoonlijke voldoening en publieke verantwoordelijkheid, later een vaak terugkerend thema in de Europese literatuur en in Europees drama, van Corneille tot The Crown.


 

Lees verder »

Irvin D. Yalom,Tegen de zon in kijken

30 augustus 2020

Irvin D. Yalom,Tegen de zon in kijken


uitgeverij Balans 2012

‘Tientallen jaren geleden vroeg een op sterven liggende patiënt bij het afscheid of ik even bij haar op bed wilde komen liggen. Ik deed waar ze om vroeg en ik denk dat ik haar daarmee getroost heb. Er gewoon voor iemand zijn is het grootste geschenk dat je kunt geven aan iemand die oog in oog met de dood staat, of die lichamelijk gezond is, maar in doodsangst verkeert.’

230. ‘In mijn werk met cliënten streef ik er bovenal naar een verbintenis aan te gaan. Daarom neem ik me ook voor naar eer en geweten te handelen: ik doe het zonder uniform, zwaai niet met diploma’s, aanspreektitels en onderscheidingen; ik doe niet net of ik dingen weet die ik niet weet; ik weiger niet vragen te beantwoorden; ik verschuil me niet achter mijn rol; en ik zal nooit mijn eigen menselijkheid en kwetsbaarheid verbergen.’


299. ‘Ik ben dit boek begonnen met de opmerking dat doodsangst zelden in de psychotherapie aan bod komt. Therapeuten vermijden het onderwerp om een aantal redenen: ze ontkennen de aanwezigheid of de relevantie van doodsangst; ze beweren dat die doodsangst eigenlijk voor de angst voor iets anders staat; soms zijn ze bang hun eigen angsten op te roepen; of ze vinden sterfelijkheid te verwarrend of te aangrijpend.


Ik hoop op deze bladzijden te hebben aangetoond dat het noodzakelijk en haalbaar is alle angsten onder ogen te zien en te onderzoeken, ook onze duisterste angsten. We hebben alleen nieuwe in­strumenten nodig: een nieuw stel ideeën en een ander type relatie tussen therapeut en patiënt. Ik heb voorgesteld ons te richten op de ideeën van grote denkers die de dood recht in de ogen hebben gekeken en een therapeutische relatie op te bouwen op basis van de existentiële levensfeiten. Iedereen is voorbestemd zowel de vreugde van het leven als de angst voor de sterfelijkheid te ervaren.’


‘Oprechtheid, iets wat van doorslaggevend belang is voor een effectieve therapie, krijgt een heel nieuwe dimensie wanneer een therapeut eerlijk existentiële kwesties aanpakt. We zullen afscheid moeten nemen van het medische model waarbinnen zulke patiënten worden beschouwd als mensen die aan een vreemde aandoening lijden en behoefte hebben aan een emotieloze, steriele genezer. We hebben allemaal met dezelfde angst te maken, met de wond van de sterfelijkheid, de worm aan de kern van ons bestaan.’

Lees verder »

André Gantman, Het Auschwitz gen – Essay

30 augustus 2020

André Gantman, Het Auschwitz gen – Essay


Doorbraak 2020


https://www.langzullenwelezen.be/nieuws/het-ausshwitz-gen-andre-gantman-over-zijn-boek-in-de-zevende-dag


https://atv.be/nieuws/het-auschwitz-gen-van-andre-gantman-91690


Belangrijk vind ik in ‘Het Auschwitz gen’ de benadering van het antisemitisme vanuit het standpunt van de slachtoffers en hun nakomelingen.


22. Omdat, en dat is het huiveringwekkende privilege van onze generatie en van mijn volk, niemand beter dan wij heeft kunnen begrijpen dat onrecht onherstelbaar is en om zich heen grijpt als een besmetting.


Het is een onuitputtelijke bron van kwaad: het breekt de getroffene naar lichaam en ziel, blust hen uit en ontmenselijkt hen; het slaat als schande terug op de onderdrukkers, leeft voort als haat in de overlevenden en woekert op duizenden manieren verder, tegen ieders wil, als wraakzucht, moreel verval, netaide, moeheid, verzaking.

Louis Ide, Holy land

30 augustus 2020

Louis Ide, Holy land


Witsand Uitgevers 2020


Vier hoofdfiguren, drie religies. Een extreme atheïst, een katholiek, een geradicaliseerde en een gematigde moslim… Wanneer een van hen besluit zijn droom waar te maken en in het uitgestrekte gebied van de Amerikaanse Bible Belt een religieus pretpark te openen, drijft een ander de religieuze meningsverschillen op de spits, met dramatische gevolgen.


Een caleidoscopische benadering van geloof en de ‘goede werken’ die ermee gepaard gaan.


Louis Ide is arts en nationaal partijsecretaris voor N-VA. Hij was ondervoorzitter van de Senaat en is columnist voor knack.be en Artsenkrant. Hij schreef diverse boeken over gezondheidszorg. In het ziekenhuis Jan Palfijn in Gent is hij specialist antibioticabeleid, infectiecontrole en microbiologie. Hij is getrouwd en vader van drie dochters.


42. ‘Mijn geloof was al lang tanende, het gebeurde vanzelf en geruisloos. Ik was een puber.


Zo hoort het ook te zijn. Eerst moet er een bepaald opvoedkundig ‘godsdienstbeeld’ worden afgebroken om heropgebouwd te worden (of niet). Bij sommigen blijft het een eeuwige tabula rasa, bij anderen blijft het een leven lang puinruimen. Maar een heropbouw is dus ook mogelijk. Bij zo’n heropbouw helpen dan vaak die grote wetenschappers: Darwin, Einstein, Gödel en Lemaître.


Alleen kiest een mens – laten we eerlijk zijn – bewust of onbewust vaak de denkers die het best binnen zijn kraam passen.


Zo is Voltaire voor mij een dankbaar geschenk. Wist ik veel dat Voltaire ooit een kerk oprichtte. Vol ongeloof ontdekte ik de kerk in Ferney-Voltaire. Voltaire was een dwarsdenker en als het ware een exponent van de Verlichting. Per toeval op weg naar Genève ontdekte ik er ‘Deo erexit Voltaire’ in zijn kerk en prevelde bijna automatisch ‘Amen’. Op zijn minst bleek Voltaire dus een deïst, niet? Laat elke vrijmetselaar dat nooit vergeten. Mijn vader zou niet meer bijkomen van het lachen.’


49. ‘Nog wist hij te vertellen hoe hij een aantal moslimdokters had weten te bespelen zodat ze nu een lobbygroep vormden, die ijverde voor een betere terugbetaling door de ziekteverzekering van genitale besnijdenissen. ‘De dokters hadden zelfs een studie opgezet waarmee ze vooral die westerse ­idioten – dat waren zijn woorden – in het riziv hadden weten te overtuigen dat besnijdenissen op de keukentafel nog veel erger waren én dat ze dus maar beter in het ziekenhuis konden worden uitgevoerd, mét terugbetaling vanzelfsprekend!’

Louis Van Dievel, De dokter is uw kameraad niet – uit het leven van Guust Van Mol

2 juni 2020

Louis Van Dievel, De dokter is uw kameraad niet – uit het leven van Guust Van Mol

uitgeverij Vrijdag Antwerpen 2020

 

20200527 Knack Walter Pauli, Intern had de PVDA alle kenmerken van een sekte.

DeMorgen Jan Stevens Louis Van Dievel Jan Van Duppen 28-05-2020













Walter Van Steenbrugge:

 



Guust en ik en Amada


https://philippeclerick.blogspot.com/2020/06/guust-en-ik-en-amada.html?






















https://www.langzullenwelezen.be/nieuws/de-dokter-is-uw-kameraad-niet-journalist-en-auteur-louis-van-dievel-in-de-afspraak



https://www.youtube.com/watch?v=-SLLu1bk6D0



https://www.youtube.com/watch?v=viU8n3SOQxc&list=PLL-5F7SysReh5IatYzdYGnDjIwaE0rCxt


Vera Dua 

https://www.youtube.com/watch?v=dBWkDpx31_w&feature























Disclaimer: mocht de huidige PVDA, die voortkomt uit de organisatie hieronder beschreven, enigerlei schade ondervinden van onderstaand stuk, dan is dat mooi meegenomen, maar ’t is niet de bedoeling. De PVDA is ondertussen een heel andere organisatie geworden. De organisatie waar Guust en ik toe hebben behoord zou de huidige PVDA beschouwd hebben als revisionisten, rechts-opportunisten, reformisten en ‘valse communisten’. (1)




















 Alhoewel ik een trage lezer ben en soms meer dan twee maand aan één boek knaag, heb ik het levensverhaal van Guust van Mol (367 bladzijden) in een namiddag en avond uitgelezen, want ik kon het boek niet neerleggen. Het hielp dat ik Guust een klein beetje heb gekend, sterker nog, ik heb hem als ‘Guust’ gekend, hoewel dat niet zijn echte naam is. Guust en ik waren lid van Amada, later PVDA (2), en het was de gewoonte om onder kameraden, met het oog op politiespionnen, nooit onze echte naam te gebruiken, maar onze partijnaam. Guust heette ‘Guust’ in de partij, en ik heette ‘Leon’ in de jeugdbond van die partij. Mijn contact met de nationale leiding verliep langs ‘Rik’. Toen ik jaren later bij de paracommando’s terechtkwam – het boek legt uit waarom Amadezen daar terechtkwamen – hoorde ik voor het eerst de echte naam van ‘Rik’.





















 


















Herman Jacobs op

http://mappalibri.be/?navigatieid=61&recensieid=8755

 


















’Misschien moet je er toch liefst in de vorige eeuw voor geboren zijn, en dan wellicht bij voorkeur ook nog niet in de allerlaatste decennia ervan. Misschien moet je belang stellen in de verschijnselen drammerigheid, bezetenheid, fanatisme, het geloof dat bergen verzet en sektevorming. Misschien helpt het als de filosofische onderafdeling ‘Utopisch denken’ en de politieke vertaling daarvan je belangstelling prikkelen.


















Maar misschien ook is het zo dat dit ook zonder al die slagen om de arm eenvoudigweg een ouderwets medeslepend en ronduit interessant boek is. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik de 362 tekstpagina’s ervan werkelijk in één ruk verslonden heb – en ja, toen ik het uit had met een tikje spijt dát ik het uit had óók nog. En heus niet louter omdat ik ‘Guust Van Mol’, over wie zo dadelijk meer, persoonlijk ken. Dat is namelijk nauwelijks het geval – ik heb ’m tot nu toe één keer ontmoet, en wel in Amsterdam, op de viering van Harry Mulisch’ tachtigste verjaardag in de Stadsschouwburg, 15 september 2007, en verder wissel ik, héél af en toe, om het jaar of zo, eens wat gedachten met hem via elektrieke weg. Waarbij we het vaak wel, maar ook weleens niet met elkaar eens zijn.’


Max Schneider Humanistisch Verbond Kritisch Lezen: ‘Biografictie is het woord dat de uitgeverij bedacht heeft voor deze vakkundig samengestelde … ja samengestelde wat eigenlijk? Een levensverhaal, based on a true story, dat dus geen biografie wil zijn en een feitenverslag dat geen roman wil zijn. Maar dat wel leest als een trein; niet getreurd dus.’

‘Met passie voor je idealen gaan, inzien dat je je vergist hebt en je fouten rechtzetten. En dan opnieuw met passie en aandacht voor het schone, het goede en het ware gaan. Wie beter doet mag het zeggen’

https://humanistischverbond.be/kritisch-lezen/313/de-dokter-is-uw-kameraad-niet-uit-het-leven-van-guust-van-mol/


Boekenmarathon en Boekenfeest - Louis Van Dievel: De dokter is uw kameraad niet - 


Het virus heet Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa

Een roman van Louis Van Dievel over het leven van Jan Van Duppen

26/05/2020, 05:12 Siegfried Bracke 

Koop dit boek op doorbraakboeken.be

De dokter is uw kameraad niet  is de jongste roman van Louis Van Dievel, en – ik val met de deur in huis – het is een mustread  voor wie van Vlaanderen houdt, en het net daarom beter wil leren kennen. Het is een mustread  voor iedereen met het hart op de juiste plaats en dus voor wie ooit links heeft gedacht, maar gedwongen is door de werkelijkheid om daarvan afstand te nemen. Het is een mustread  voor wie een goed verhaal wil lezen: het gaat vooruit, het is vaak zeer geestig. Het is een mustread  voor wie gelooft in mensenliefde, en in wijsheid, kracht en schoonheid.

Louis Van Dievel is een journalist. Een heel goeie – ik was jarenlang, zoals hij dat zelf noemt, ‘zijn hiërarchische meerdere’. Hij is een oerverteller: als hij de werkelijkheid in een roman giet, dan wordt die hoe dan ook interessant, verschrikkelijk (mooi), ontroerend. Maar bovenal: wat hij schrijft is juist. Waar gebeurd, ‘echtig-techtig’. Ook al is het een roman. Maar gek genoeg is die vaak juister dan zogeheten betrouwbare kwaliteitsjournalistiek. De dokter is uw kameraad niet  is het resultaat van gedegen, uitgebreid, kritisch en langdurig onderzoek.

De broer van Dirk Van Duppen

De dokter  doet denken aan het werk van Robbert Harris over Cicero, of over Dreyfus. Een goed verhaal, maar ook helemaal juist, tot in de details. Al vind ik Van Dievel beter: vanwege zijn wisselende vertelperspectieven die de vele kanten van een en dezelfde realiteit laten zien. Van Dievel mengt de rol van de verteller met documenten, met antwoorden van het hoofdpersonage op maar liefst 200 vragen.

Jan is ook lang Amadees geweest. En socialist

Dat hoofdpersonage is Guust Van Mol, aka Jan Van Duppen. Broer van Dirk Van Duppen, de onlangs overleden PVDA-dokter. Jan is ook lang Amadees geweest. En socialist. Vandaag is hij een ‘Dalrympliaan’, ’a compassionate conservative’. Daarover gaat De dokter. Over die evolutie.

De grote thema’s van de wereldliteratuur vind je ook onder de kerktoren, zei Hugo Claus. Dat klopt. De Vlaamse versie daarvan wordt altijd gekruid met een saus waarin ‘Vlaamsgezind’ en ‘katholiek’ de hoofdbestanddelen zijn. In een boutade: de Vlaamse wereldliteratuur gaat eigenlijk al tientallen jaren over de strijd om los te komen uit de verstikkende greep van ‘Onze Moeder de Heilige Kerk’.

Dat bleek trouwens ook in de vorige (ook steengoede) roman van Van Dievel, De onderpastoor. Ook die is gedocumenteerd tot en met, en ook daar: herkenbaar Vlaams en katholiek. Gevolg: op vandaag al vier herdrukken. Tegelijk niet goed genoeg voor enige regels in De Standaard der Letteren…

Eens gelovig, altijd gelovig

De dokter is uw kameraad niet  begint met een fresco van het Kempische dorp Gierle, aka Vlaanderen in de tweede helft van de 20ste eeuw. Waar de woorden van Remco Campert (‘Verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden’) nog niet gelezen waren, maar wel heel goed bekend. Het verstoren van de H. Mis is een vast gegeven.

Vlaanderen dus. Het verhaal van de burgemeester die de andere kant (er waren witten en zwarten) gerust laat met de onsterfelijke woorden ‘dat er al genoeg miserie is in de wereld.’ Het verhaal van de 19-jarige die bezwangerd wordt door de stadsontvanger en eindigt als Mère Supérieure  van de Grauwzusters uit Zoutleeuw, en wordt rondgereden in een auto met chauffeur. Het verhaal van het onbestuurbare Gierle omdat er als gevolg van een ruzie over onderpastoors geen lijsten zijn ingediend, en de vrouw van de onderwijzer, de moeder van Guust Van Mol, dan maar van hogerhand wordt aangewezen als lid van de gemeenteraad. In een paar hoofdstukken schetst Van Dievel een prachtig fresco van een universum, ons universum.

De dokter is uw kameraad niet  toont ook wat het geloof kan aanrichten met een mens, ook als die niet meer ter kerke gaat. Eén keer geïndoctrineerd, meer keer geïndoctrineerd. Wie anders dan een diep gelovig jongmens kan, zelfs als hij zijn geloof al kwijt is, zeggen dat ‘Als je alles van Marx, Engels en Lenin, Stalin en Mao gelezen hebt, dan weet je toch alles over alles’.

Het Walhalla van Albanië

De 18-jarige communist Van Duppen gelooft de partijleiding als ze zegt dat de revolutie nog hooguit 15 jaar op zich kan laten wachten. Geloof, het is een gave, en die is wat waard. Alles eigenlijk. Een ijzeren discipline en extreme persoonlijke soberheid, 7 dagen op 7, 24 uur op 24. En ook de bijna dagelijkse biecht. Lange vergaderingen worden afgesloten met zelfkritiek: waar ben ik tekortgeschoten in de strijd?

En er moet geofferd worden. En wat kan een mens meer offeren dan zichzelf? Volgens een klassiek patroon: studies worden stopgezet, de fabriek wacht. Tussendoor is er ook nog een huwelijk: in de Kerk, met teksten van Mao. Maar het is bekend: wij kunnen allemaal lang de werkelijkheid ontkennen; helaas doet de werkelijkheid dat nooit met ons.

‘Kameraad Kris schrijft geen onnozele praat’

Ook niet met Jan Van Duppen. Albanië, het blijkt niet te zijn wat hem was gezegd. Een artikel voor het partijblad waarin kameraad Kris M. schrijft dat homoseksualiteit een ziekte is die door en onder het socialisme genezen wordt. ‘Kameraad Kris schrijft geen onnozele praat’, zegt hij (tegen beter weten in) op de redactievergadering. Maar dat vreet natuurlijk aan zijn geloof. Idem als hij ziet dat in de partij niet iedereen gelijk is, ook niet financieel. Idem met het rechtpraten van wat krom is. Idem als hij besluit geneeskunde te gaan studeren. De partijleiding en met name kameraad Kris M. – zelf arts – verzetten zich: het was niet gemeld aan de partijleiding…

Een incestueuze familie

Twijfel, bij Van Duppen, én bij anderen die opstappen. De warmte van het nest verlaten, zelfs als dat een verblindende sekte is met ijzeren regels en zeer twijfelachtige praktijken, dat is wel wat. En wat opvalt: de meeste kameraden hebben verstand, denken ook na, maar ze combineren dat met de gave om dat verstand in het belang van de partij en het hogere ideaal uit te schakelen.

Maar wat moet, moet; ook als dat heel lastig is. Van Duppen verlaat na een titanenstrijd de PVDA, maar AMADA zit nog helemaal in zijn lijf. Hij is intussen arts, gaat uiteraard niet naar Geneeskunde voor het Volk, maar wil krek hetzelfde onder de paraplu van de Socialistische Mutualiteit. De praktijk in Turnhout loopt als een trein, ondanks het verzet van de lokale medische gilde.

Van de mutualiteit naar de partijpolitiek is bij ons maar een kleine stap. Maar ook dat wordt, ondanks alweer groot geloof, een grote desillusie. Wie wil weten hoe partijpolitiek in Vlaanderen wordt bedreven, en in de SP in het bijzonder, moet De Dokter  lezen. Van Duppen wordt zelfs parlementslid. Maar zit net daarom op een positie om te zien dat zijn partij een ‘incestueuze familie’ is, ‘waarin iedereen het weet en iedereen zwijgt’. Alleen: Van Duppen zwijgt niet; hij zegt het. Hij zegt over fractieleider Bruno T. dat hij even geniaal is als zijn vader, maar met te korte beentjes. Hij ziet dat de partijvoorzitter zeer fors betaald wordt via een managementvennootschap. Zijn opvolger, de heilige Steve S., noemt hij ‘de populistische compensatie van intellectuele onbenulligheid’. Exit sp.a.

Dalrymple experience

Van Duppen wordt arts in een Rotterdamse achterstandswijk: drugs, criminaliteit, 75% van de patiënten van allochtone origine waarvan een groot deel moslims. En ook hier loopt de praktijk als een trein. In dat universum (met een hele serie hilarische verhalen) ondergaat hij zijn Dalrymple Experience. Hij leest, studeert, en ziet wat hij ziet: Dalrymple heeft gelijk. Zijn jarenoud geloof over het belang van sociale achterstand slaat om: het gaat om ‘sociale verslaving die aangekweekt werd en wordt door hulpverleners die goed willen doen en zichzelf vooral goed willen voelen bij al dat goeddoen.’ De conclusie is schokkend: armoede neemt toe naarmate meer middelen worden vrijgemaakt om ze te bestrijden; links houdt mensen bij voorkeur in een afhankelijkheidspositie, dan hebben ze die mensen ook in hun macht.

diep in hem zit wat de kinderen van een Kempische onderwijzer is ingelepeld

Op het eind van Louis Van Dievels pageturner  vinden we de versleten, kapotgewerkte Van Duppen. Ook zijn inwijding als vrijmetselaar heeft hem geen rust gebracht. Want diep in hem zit wat de kinderen van een Kempische onderwijzer is ingelepeld: we doen het niet voor onszelf, maar voor anderen, en voor God en Vaderland natuurlijk. God is wel weg, het Vaderland eigenlijk ook, maar de biecht (nog) niet: ik heb veel verkloot, maar ik ben wel altijd eerlijk geweest…

La condition humaine, gelijk we zeggen. En ja, de een wordt communist, de ander conservatief, een enkeling christen-radicaal. Maar altijd – ik wil in de geest van deze tijd afsluiten – heet het virus Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Er is geen vaccin of medicament. Alleen herd immunity  kan helpen. Een beetje. Meer moet dat ook niet zijn.


















 

omdat niets is wat het lijkt … en het altijd anders kan.


Voor de goede orde:


Guust Van Mol was mijn partijnaam: wij waren destijds van de Amada/PVDA-cel in Mol en de hele Kempen. Gust was de naam van mijn geliefde grootvader met de twist van Frainquin ‘ Guust Flater’ want er kon zeker niet gelachen worden in de maoïstische sector.


Louis Van Dievel heeft met ‘De dokter is uw kameraad niet’  naar mijn mening een boeiende en uitermate lezenswaardige poging gedaan om ZIJN verhaal te distilleren uit MIJN archief en daar ben ik zeer blij om.

Niet alleen omdat hij mij gedurende 2,5 jaar gedwongen heeft alles wat ik had – en niet meer had – bijeen te zoeken, boven te spitten en te analyseren om de fouten uit mijn eigen geheugen te verbeteren, maar ook omdat ik op die manier toch begonnen ben aan die grote döstädning waar ik zonder externe druk zo verschrikkelijk tegen op keek, omdat ik onbewust in mijn achterhoofd de verschrikkingen, die ik daar zou vinden, uit de weg wou gaan.

Zo vaak ben ik grondig herbegonnen, chronologisch en thematisch maar ieder excuus was uiteraard goed om even te pauzeren….

Tot Louis mij vond en mij achter mijn vodden bleef zitten. Irritant en vervelend, lastig en met allerlei trucs, motiverend en dwingend met honderden vragen.

Hoe dan ook is dat ZIJN verdienste en die is niet gering.

Dat hij daar enkele dingen heeft bij gesleurd of geselecteerd die ikonbelangrijk of overdreven vind, doet daar niet veel van af.

‘De dokter is uw kameraad niet’ is natuurlijk maar een deel van het verhaal – Louis kreeg 80% van wat ik had, en heeft er 20% van gebruikt.

Met mij gaat het voorlopig redelijk. Louis vertelt in ‘De dokter is uw kameraad niet’ dat Guust Van Mol alleen maar leest om het bevatten der dingen, om te begrijpen.Maar net zoals Guust Van Mol in de jaren 70-80 na intense en snelle vertaal- en schrijfarbeid op de redactie van het populaire weekblad Konkreet – nadien Solidair – in Brussel rond een uur of twee iedere zaterdag en zondag stilletjes het pand verliet om met zijn rode R4 naar het museum van Horta, de Cinquantenaire, Schone Kunsten, Muziek, Solvay, Stoclet… te rijden of tentoonstellingen te bezoeken op advies van G. W. – de ex van L. M. – zo geniet ikzelf nog steeds zeer veel van een mooi verhaal, gedicht, muziek, schilderij, film, series, huis, tuin of natuur en bakplezier.

Dus werk ik nu rustig verder aan mijn ‘Bekentenissen aan een kleinkind’ waarin ik probeer alles wat ik heb en herinner te ordenen, naar mijn inzichten.

Probleem daarbij is natuurlijk dat door Louis’ boek het nu voor mij steeds meer begint te lijken dat zijn versie ook de echte is, de ware, de mijne …. en dat is manifest niet het geval.

Het is ZIJN lezing van het leven van Guust Van Mol.

Wat dit alles ook heeft opgeleverd is niet gering voor mij en mijn inzicht in mijn eigen drijfveren en vooral die van zovele andere jonge mensen toen en later en zeker ook nu nog – als Trotskisten, Maoïsten, Stalinisten, Islamisten en andere vieze tiesten tot en met Climate Change, XR, BLM

En dat blijft voor mij het helderste geformuleerd door Siegfried Bracke: het diep gewortelde gevoel van schuld, de erfzonde.

Of ze nu van de roomse kerk, dan wel het marxisme kwam, of ze wortelt in de Koran of de overtredingen van Ramadan en sharia.

Dat is geen gering fenomeen.

Ivan Wolffers, Overleven: ‘We zijn er om getuige te zijn van alles wat er gebeurt vanaf het moment dat we geboren zijn, de goede momenten, maar ook om de momenten van vreselijke pijn zin te geven. We moeten onze ervaringen doorgeven, zodat anderen weten wat er gebeurd is en we nooit meer dezelfde fouten maken. Overleven is vertellen aan je kinderen, je kleinkinderen en aan iedereen die wil luisteren wat je in het leven geleerd hebt.’









Louis Van Dievel, De dokter is uw kameraad niet – uit het leven van Guust Van Mol

2 juni 2020

NAOKO ABE , Sakura. Hoe een Engelsman de Japanse kersenbloesem redde.

25 mei 2020

NAOKO ABE , Sakura. Hoe een Engelsman de Japanse kersenbloesem redde.

uitgeverij Thomas Rap 2020

 

Interessant verhaal over de Japanse cultus van de kersenbloesem en hoe die elders in de wereld nooit geheel vrijblijvend werd verspreid. 

 

‘In geval van nood moeten wij als kersenbloesems vallen voor de keizer. In deze geest hebben wij Japanners van oudsher kersenbloesems bewonderd. We verheugen ons niet alleen over de bloemen, we verheugen ons over het vallen van de bloemen en hun heldhaftigheid. Dit is de fundamentele geest van de Japanse waardering van de kersenbloesems.’ Kiyoshi Hiraizumi

 28. In Japan botsten Ingrams opvattingen over heterogeniteit met de homogeniteit van het land. Ingram meende dat mensen de diversiteit van opvattingen en overtuigingen, van soorten en variëteiten, juist moesten aanmoedigen en prijzen. Een samenleving die verschillen omarmt, kent af en toe conflicten maar is robuust, energiek en toekomstgericht. Voor hem betekende dit: hoe meer verschillende soorten vogels en planten – waaronder kersenbloesems – hoe beter.

Ingram kon maar niet begrijpen hoe Japan zo’n extreem uniforme cultuur had kunnen ontwikkelen. Hij vond die nieuwe cultuur beperkend en mogelijk gevaarlijk. Het verdwijnen van diversiteit, dat werd onderstreept door het uitsterven van de taihaku-kers, symboliseerde de militaristische stemming in Japan in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. De alomtegenwoordigheid van de uniforme somei-yoshino-kers sprak boekdelen over het donkere pad van conformisme dat de Japanners volgden, tot aan hun nederlaag in 1945.

111. Het oude Japan is voorgoed verdwenen en het jonge Japan regeert in zijn plaats,’ schreef hij. ‘[Maar] het is overduidelijk dat van het verleden meer is behouden dan opgegeven. De volksaard blijft intact.’ Om dat te verduidelijken citeerde Chamberlain twee gedichten die Japanse nationalisten uit het einde van de negentiende eeuw regelmatig aanhaalden als kenmerkend voor de Japanse aard. Het eerste was van een achttiende-eeuwse klassieke Japanse geleerde, Norinaga Motoori:

Als iemand vroeg

Wat is de geest van de ware Japanner?

Zou ik zeggen dat het de yama-zakura-bloesems zijn

Het tweede gedicht was een populair Japans gezegde uit de zeventiende eeuw:

De kers is de eerste onder de bloemen,

Zoals de samoerai de eerste onder de mensen is.

112. De kern van de Japanse volksaard werd volgens Nitobe gevormd door een ongeschreven code op basis van morele principes die van generatie op generatie was overgeleverd en die bindend was voor de samoerai. De Amerikaanse president Theodore Roosevelt las het boek en schonk het zijn vrienden in de tijd van de Japanse overwinning op Rusland in de Russisch-Japanse Oorlog van 1904-1905. Bushid? beschreef de deugden van ridderlijkheid, respect voor de ouders, loyaliteit, patriottisme, beleefdheid en zelfbeheersing. Hoewel ‘de geest van bushid?’ ooit het unieke domein van de samoerai was geweest, ‘heeft hij alle sociale klassen doordrenkt en het hele volk een morele standaard verschaft’, schreef Nitobe.

De kersenbloesem, voegde hij eraan toe, was ‘zowel de favoriet van ons volk als het zinnebeeld van ons karakter’. En hij kapittelde de Engelse roos vanwege haar verborgen doorns, opzichtige kleuren, zware geur en de hardnekkigheid waarmee ze zich vastklampte aan het leven:

Al deze eigenschappen wijken zozeer af van die van onze bloem, die geen dolk of vergif onder haar schoonheid draagt, die altijd gereed is van het leven te scheiden als de natuur daarom vraagt, wier kleuren nooit pompeus zijn en wier lichte parfum nooit tot verzadiging leidt. De schoonheid van kleur en vorm pronkt in bescheiden mate; ze is een vaste kwaliteit van het bestaan, terwijl haar parfum vluchtig is, ongrijpbaar als de asem van het leven.

227. In die beginjaren van zijn leven aanbad iedereen in Japan de keizer als een levende god, en de kersenbloesem behoorde tot de krachtigste symbolen van het leger. Van alle woorden in het keizerlijke edict over opvoeding dat de Japanse kinderen moesten opzeggen, was de belangrijkste zin: ‘Offer u dan moedig op voor de staat.’ Met andere woorden, wees bereid voor de keizer te sterven. En inderdaad kregen alle soldaten te horen dat ze bereid moesten zijn te vallen en te sterven zoals ook kersenbloesems vielen en stierven na een kort maar schitterend leven.

243. Bij het uitdragen van deze patriottische boodschappen wist niemand meer invloed uit te oefenen dan Kiyoshi Hiraizumi.  Hiraizumi was in de jaren dertig van de vorige eeuw hoogleraar Japanse geschiedenis aan de Keizerlijke Universiteit van Tokio. In die tijd gaf hij ‘spirituele’ lezingen voor militairen, politieagenten, onderwijzers en leerlingen over de ‘Japanse geest’, waarin hij zijn geloof in het shintoïsme verbond met kersenbloesems, bushido en de keizer om zo tot een ideologie van Japanse suprematie te komen. In zijn boekje Loyaliteit en moraliteit stelde Hiraizumi botweg:

‘In geval van nood moeten wij als kersenbloesems vallen voor de keizer. In deze geest hebben wij Japanners van oudsher kersenbloesems bewonderd. We verheugen ons niet alleen over de bloemen, we verheugen ons over het vallen van de bloemen en hun heldhaftigheid. Dit is de fundamentele geest van de Japanse waardering van de kersenbloesems.’

Babylon Berlin seizoen 1-2

15 mei 2020

Babylon Berlin seizoen 1-2

Eén van de beste series (2 seizoenen op vrtnu) sinds jaren ondermeer om de vele feiten, steun en samenwerking die bijna een eeuw lang ijverig verzwegen werden.

Seizoen 3 speelt reeds in Duitsland

Ook al ging de USSR prat op het uitbouwen van het socialisme in één land … er werd van heel vroeg reeds ijverig samengewerkt met de ultra nationalistische – zelfs royalistische – krachten in Duitsland waar volgens Stalin de ‘sociaal-fascisten’ in de Weimar republiek aan de macht waren. De USSR had het blijkbaar meer voor de rechtse, fascistische krachten die het einde van de democratische Weimar republiek nastreefden, met alle middelen. Dus werd de Schwarze Reichswehr gesteund met de uitbouw en opleiding van de Luftwaffe in Lipetsk (Kampffliegerschule Lipezk 1923-1933), een tank school, Panzerschule Kama (1926–33)en een ‘gas warfare facility’, Gas-Testgelände Tomka (1928–31) in de Sovjetunie.

https://en.wikipedia.org/wiki/Lipetsk_fighter-pilot_school

« Vorige berichten