Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Philip Roth. Het Complot tegen Amerika.

1 december 2016

Philip Roth. Het Complot tegen Amerika.
De Bezige Bij 2004

Bij het verschijnen van ‘Het complot tegen Amerika’ werd Philip Roth geroemd als visionair in het Bush tijdperk.
Hij was wellicht nog veel meer visionair in wat zich een paar verkiezingen later aan zou dienen als ‘America First’.

Vandaag heeft het iets van ‘Soumission’ van Michel Houellebecq. 
en dat gaat verder dan de veronderstelde historische toekomst versus een verondersteld historisch verleden.

Roth speelt schitterend met ervaringen en wereldbeelden van een joodse jongen uit Newark, Philip, inclusief de vele vormen van collaboratie, idealisme en verzet in diens omgeving met een ‘America First’ president – heldenpiloot Charles Lindbergh – die in tegenstelling tot Roosevelt het land buiten de tweede wereldoorlog wil houden en zelfs de anti-joodse programmapunten van de Duitse nazi’s meer dan genegen is.

Philip Roth houdt in zijn roman wel geen rekening met de enorme economische belangen van de VS van toen, in Europa én Azië. Laat staan het onvermijdelijke conflict met het expansionistische Japanse keizerrijk. Pearl Harbour komt niet ter sprake. De belevenissen, fantasie, angsten en verlangens van de 8-9 jarige hoofdpersoon, Philip.  de ik-figuur uit een seculier joods gezin in een joodse wijk van Newark, worden vakkundig vermengd met elementen uit de fictionele historische mogelijkheid. Zo speelt Roth meesterlijk op de angsten en emoties van de lezer.

Het blijft dus een fascinerend fictieverhaal dat geen rekening houdt met de werkelijke drijfveren achter de geschiedenis van WOII, laat staan de economische tegenstellingen.

http://www.standaard.be/cnt/gv6a02im
129. En zoals de verkiezing van Lindbergh mij ondubbelzinnig aan het verstand had gebracht, was de ontvouwing van het onvoorziene alles. Verkeerd om gedraaid, was het meedogenloze onvoorziene datgene wat wij schoolkinderen als ‘geschiedenis’ leerden, ongevaarlijke geschiedenis, waarin alles wat in zijn eigen tijd onverwacht was op papier als onvermijdelijk te boek wordt gesteld. De terreur van het onvoorziene is wat de geschiedwetenschap verbergt, waardoor ze van een catastrofe een epos maakt.

222. het gebrekkig geschoolde achterbuurtkind dat zich vrijwel geheel dankzij een alerte, programmatische werkdrift uit de immigrantenarmoede van zijn ouders had opgewerkt. IJver was voor deze mensen het enige middel van bestaan. Wat hun niet-joodse meerderen uitsloverij noemden, was meestal niet meer dan dat – de ijver die alles was.

246. Voor het ogenblik waren onze levens intact, onze huishoudens op orde, en was de troostrijke werking van de vaste rituelen bijna sterk genoeg om een kind in de waan te laten van een eeuwigdurend, onbedreigd vreedzaam heden.

Wim Kayzer, De laatste tafel.

25 november 2016

Wim Kayzer, De laatste tafel.


uitg. Balans 2014


Een boeiend eerste kwart waarna de bespiegelingen over wetenschap en filosofie, leven, liefde en dood geleidelijk verzanden en de nochtans niet geringe spanningsboog van het verhaal het begeeft.
‘Als we leven bestaat de dood niet. En als we dood zijn bestaan wij niet.’’

12. Waarom is het godverdomme nodig om te verdwijnen op het moment dat je het leven net een beetje onder de knie hebt?


Als ik overmorgen ben gestorven, valt er niets meer te vrezen en niets meer te hopen, nee. Door de matglazen tuimelramen van de collegezaal valt geen decemberlicht meer binnen, er gaat geen iPhone meer af terwijl ik college geef over de magische supersymmetrieën van de stringtheorie (bij elk college dat ik geef gaat wel een iPhone af ) of over gravitatie die gesupersymmetriseerd moet worden om als kandidaat te kunnen gelden voor een theorie van alles. M’n studenten zijn gek op die theorie; nu God dood is en ze toch een intense behoefte hebben aan een leidend beginsel, moet het maar de theorie van alles zijn. Maar aan die hele supergravitatie knaagt nu zoveel twijfel dat ik het onderwerp beter kan laten rusten. Ik zal geen voorspelbare grappen meer maken die desalniettemin, of juist daarom, worden gewaardeerd, vooral door de ouderejaars,


34. ‘Willen mensen vrijheid? Ze haten vrijheid. Mensen bouwen niet hun eigen leven, ze bouwen hun eigen gevangenis.


36. Ik heb, aarzelend maar toch, een behoorlijke tijd geloofd in de gedoemde vrijheid van Sartre en de maakbaarheid van mens & samenleving.


37. Bij anderen bleef de droom intact. Verbijsterend is dat: hoe lang mensen kunnen blijven vasthouden aan drogbeelden en vooroordelen om hun eigen verleden maar niet te hoeven afvallen.


39. In mijn studententijd was het bon ton om te geloven dat alle mensen gelijk waren, toen dat geloof barsten begon te vertonen, besloten we in arren moede maar dat alle mensen gelijkwáárdig waren.


79. Leeg en gehuldigd kwam hij thuis, vermenigvuldigd tot een muis, die woorden van Roland Holst pasten me als gegoten.


83. Het is een groot geluk/ om niet precies te weten/ op wat voor wereld we leven. Szymborska


93. Waarom het niets van de dood bestaat is tenminste duidelijk. Het katalyseert het ontstaan van telkens nieuwe levensvormen. Zonder dood geen evolutie. Zonder dood zouden we veroordeeld zijn tot onsterfelijkheid: de hel tot de driehonderdste macht. Een evolutie zonder dood zou zijn blijven steken in de eerste ééncelligen. Sommigen beweren dat de evolutie streeft naar meer complexiteit, maar ik denk dat die complexiteit eenvoudig een bijproduct is van een ingebouwde dwang tot verandering.

Die Gedichte des ‘Lebensmüden’ – Gesprek van een man met zijn Ba – ziel.

22 november 2016

Die Gedichte des ‘Lebensmüden’
Gesprek van een man met zijn Ba – ziel.
Papyrus Berlin 3024, XII de Dynastie, 1800 vC.
Gesprek van een man met zijn Ba-ziel.
In Altägyptische Dichtung – Universal Bibliothek nr. 9381
1996 Philipp Reclam jun. GmbH & Co – Stuttgart

Zie, berucht is mijn naam door jou,
Erger dan de stank van aasgieren
Op zomerse dagen, wanneer de hemel gloeit.

Zie, berucht is mijn naam door jou,
Erger dan de stank bij de visafslag
Op de dagen van de visvangst, wanneer de hemel gloeit

Zie, berucht is mijn naam door jou,
Erger dan de stank van vogels
In moerasstruiken vol watervogels…
Erger dan de stank van vissers
En van de lagune waar ze vissen…
Erger dan de stank van krokodillen,
Zoals in een krokodillentempel…
Erger dan een getrouwde vrouw
Die over haar echtgenoot leugens vertelt omwille van een andere man…
Erger dan over het kind van een achtenswaardige
Gezegd wordt dat de echte vader iemand is die hij haat…
Erger dan een kolonie van de koning
Die op oproer broedt, wanneer ze zijn rug zien…

***
Tot wie zal ik me vandaag wenden?
Mijn familieleden en dienaren zijn slecht,
De vrienden van vandaag kan men niet eren.

Tot wie zal ik me vandaag wenden?
Inhalig zijn de harten,
eenieder berooft zijn naasten.

Tot wie zal ik me vandaag wenden?
Mildheid is ten gronde gegaan,
Gewelddadigheid neemt bezit van iedereen…
Het aangezicht van het slechte glanst tevreden,
Het goede werd alom ten gronde gericht…
Wie iemand om een slechte daad tot de orde roept,
doet alle booswichten in lachen uitbarsten…
Men plundert elkaar. Iedereen steelt van zijn naasten…
De misdadiger is een vertrouweling geworden,
De broeder met wie men samenleefde is tot vijand geworden…
Men wil niets meer van gisteren weten
En verguldt ook niemand meer die vandaag het goede nog doet…
De leden van je eigen familie zijn boos
En keren zich naar vreemden om nog redelijkheid te vinden…
De harten worden ten gronde gericht,
Eenieder slaat de ogen neer voor zijn familie en dienaren…
De harten zijn hebzuchtig,
Men kan zich niet meer verlaten op menselijke gevoelens…
Er is geen gerechtigheid meer,
De wereld blijft vertrouwen wie onrecht doet…
Het ontbreekt aan vertrouwden,
Men neemt zijn toevlucht tot onbekenden om bij hen te klagen…
Er zijn geen gelukkige mensen meer,
en met wie men vroeger omging, is niet meer…
Ik ben met ellende overladen,
Omdat mij iedere vertrouweling ontbreekt…
Van het kwaad dat de wereld treft,
Is het einde nog lang niet in zicht!

***
De dood staat vandaag voor mij
Zoals de genezing voor een zieke
Zoals het lijden ons zo nabij is.

De dood staat vandaag voor mij
Zoals de geur van wierook,
Zoals we onder het zeil varen op de dag van de wind.

De dood staat vandaag voor mij
Zoals de geur van lotusbloemen
Zoals drinken op de rand van de dronkenschap…
Zoals het ophouden van de regen,
Zoals een man van een veldtocht thuiskomt…
Zoals de helderheid van de hemel,
Zoals een mens die de oplossing van een raadsel vindt…
Zoals de wens van een mens om zijn huis terug te zien,
Nadat hij vele jaren in gevangenschap doorbracht.

***
Waarlijk, wie daar is, is een levende god,
Die de zonde straft bij degene die ze begaat.

Waarlijk, wie daar is, die staat in het zonneschip
De uitverkorenen verdeelt hij voor de tempel.

Waarlijk, wie daar is, is een wijze
Die niet verhinderd kan worden,
Zich tot de zonnegod te wenden,
Wanneer hij spreekt…

Zwarte Piet & Sinterklaas en nog meer

15 november 2016

Zwarte Piet en Sinterklaas

Sinterklaas is een waardevolle mythe die ons leert dat er grote leugens bestaan die door iedereen gedragen worden.
Leren dat Sinterklaas niet bestaat is vaak de eerste stap tot het besef dat God de vader niet bestaat. (Erwin Vanmol)

Kinderen leren geleidelijk dat de Sint geen goedheilige man is maar een rafelige verklede figuur die autoriteit moet sterken met cadeautjes of zak en roe van Zwarte Piet. Het is een onderdeel van opgroeien in een wereld waar niets is wat het lijkt.

Natuurlijk mag het ook wel eens gezegd worden dat de hele zwarte pieten traditie nog een andere oorsprong heeft dan schoorsteenvegen, postfactum verknechting, aloude en prehistorische demonen.
Minstens 1,2 miljoen christelijke kinderen, vrouwen en gezonde mannen werden in de 17 – 18 de eeuw door Moorse zeerovers ontvoerd en als slaven verkocht en van de 15-17 de eeuw werden de Ottomaanse Janitsaren en harems aangevuld met geroofde kinderen uit de christelijke Balkan regio.

schermafbeelding-2016-11-13-om-17-54-12

 
https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/10669/omvang-christenslavernij-onderschat.html

https://nl.wikipedia.org/wiki/Barbarijse_slavenhandel

https://nl.wikipedia.org/wiki/Barbarijse_zeerovers

https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/6384/moslimpiraat-jan-janz-terroriseerde-de-ijslanders.html

http://www.volkskrant.nl/opinie/-zwarte-piet-discussie-lijkt-progressief-maar-is-een-grijsgedraaide-plaat~a3546218/

http://www.volkskrant.nl/magazine/-zwarte-piet-is-nooit-een-slaaf-geweest~a3527041/

 

schermafbeelding-2016-11-15-om-17-07-19 schermafbeelding-2016-11-15-om-17-07-31 schermafbeelding-2016-11-15-om-17-09-12‘Interessant was het Zwarte Pietendebat alleszins. Bijvoorbeeld de vaststelling dat de kernvraag bij sommigen aan de linkerzijde niet langer luidt of iemand discrimineert maar wel of iemand zich gediscrimineerd voelt.’ Peter De Roover N-VA kamerlid 15/11/2016

Leonard Cohen 1934 – 2016

11 november 2016

“There’s a crack in everything, but that’s how the light gets in…”


schermafbeelding-2016-11-11-om-13-29-37Wij worden geboren in de illusie dat de wereld van ons is. Volwassen worden, is beseffen dat wij van de wereld zijn. Oud worden is begrijpen dat wij niet meer van deze wereld zijn.


schermafbeelding-2016-11-11-om-13-28-49



leonard-cohen-1934-2016

Hubert Van Herreweghen, Avond

7 november 2016

Avond

‘Licht, laatste korrel licht,
draal nog even,
verlaat me niet
als ’t donker valt,
de gruwelijke nacht
waarin de dieren dolen
uit de oudste holen,
windhol en gracht
en geen oog wat ziet.
Verlaat me niet,
wees zacht.’

HUBERT VAN HERREWEGHEN (1920-2016), De bulleman en de vogels, Leuven, Uitgeverij P, 2015

Nicola Lagioia, De Wreedheid.

5 november 2016

Nicola Lagioia, De Wreedheid.
Uitg De Bezige Bij 2015

 

‘Er is geen moment, zelfs niet het meest futiele, dat je niet uit de stilte van je oorsprong opwelt, dag en nacht.’

Cesare Pavese, ‘Dialoghi con Leucò’


Knappe verhaalomkering met in tijd, ruimte en personen wisselend perspectief waardoor radelozen tot reddelozen kolken omdat niets is wat het lijkt in een Zuid-Italiaans universum van mechanische sex en spanking, corruptie, bouwfraude, drugs, gifstorten, liefdeloos leed.

67. Hij was gaan joggen voordat hij naar de kliniek vertrok, waar de onderdirecteur van het Mediterraan Oncologisch Instituut elke ochtend stipt om tien voor negen aankwam. Het ritueel van het hardlopen was belangrijk. Altijd drie rondjes meer dan hij eigenlijk aankon. Vermoeidheid ontlaadde de spanning en dat hielp hem bij de confrontatie met patiënten, die hij ingewikkelde woordraadsels opgaf met als uitkomst de datum van hun dood. Door de moeite om die op te lossen raakten ze in de war. Elke ochtend een uur joggen om filosoof te worden.

72. De officier was een vijftiger uit Martina Franca. Zijn vrijetijdskleding een toenaderingspoging tot de mode waar hij te schuchter voor was. Hij bediende zich van een van elk dialect gevrijwaard Italiaans met een vaardigheid die veel overheidsdienaren misten. Een aandachtig oor zou het herkennen als een niet-bestaande taal. (...)
Om de juiste toon te treffen ging hij te rade bij collega’s van de vorige generatie, die de klinkers dermate slecht uitspraken dat ze de eenheid van het land ondermijnden met het instrument dat het juist in het gareel had moeten dwingen.

98. De psychiaters van de SERT hadden het bestaan van mensen zoals hij nodig om te voelen dat zij het heft in handen hadden. Ze onderwierpen hem aan een serie idiote vragen en stuurden hem eropuit om papieren te laten stempelen en urineonderzoeken af te spreken. Telkens als hij het geld tevoorschijn haalde om zijn eigen bijdrage aan de caissière van de ASL te betalen, zag hij een kluwen van gloeiende zwarte draden voor zich. Het effect verdween ogenblikkelijk. Dan ging hij de straat op en nam nog een shot.

Johan Daisne, Moeder

25 oktober 2016

MOEDER


Ik wil je noemen, overtekenen, houden


in een stel zingende regels, geen gedicht


als de oude, maar ongebonden eenvoudig,


en toch lied – van en voor je – direct lied van


het Licht.



Want Licht was je, groot licht, van in den


beginne, guitig licht, stout en


levenslustig-gezond, licht licht en sterk licht


van groot beminnen, ’t licht van de zomer…



En dat licht en die zomer ben je altoos


gebleven, de hele lijn langs dat ik groeide,


op school ging, verliefd werd en voetje voor


voet in het leven trad, en mee worstelen


moest in de grote kring.



Jij bent het gebleven, boven alles genegen,


altijd daar, altijd goed, steeds bereid en


nooit vermoeid, gebleven met je handen en


op al de wegen van je hart, gebleven en als


het kon nog gegroeid…



Mijn woorden zijn los-eenvoudig, geen ballade


van treurnis, geen naschrift van smart, en toch


een lied, een drinklied, een hooglied, een lied


met licht geladen van jou en die zomer…



Johan Daisne (1912-1978)

Ruben Mersch. Waarom iedereen altijd gelijk heeft.

21 oktober 2016

Ruben Mersch. Waarom iedereen altijd gelijk heeft.


De Bezige Bij 2016


95. Gedurende honderdduizenden jaren moesten we enkel samenwerken met leden van onze eigen stam. Wat er met de leden van een andere stam gebeurde, kon ons geen barst schelen. Het waren nauwelijks mensen. Het is geen toeval dat de naam van veel stammen gewoon ‘mensen’ betekent. Evolutionair bioloog Jared Diamond beschrijft hoe bij de stammen in Papoea-Nieuw-Guinea het territorium van je eigen stam verlaten neerkwam op het plegen van zelfmoord. Dat hebben we gemeen met chimpansees. Als zij apen van een andere stam tegenkomen en er is een baby bij, dan eten ze die op. Is het een vrouw, dan wordt die verkracht en als het een man is, mag die blij zijn dat hij na de ontmoeting nog in het bezit is van zijn tenen en zijn testikels. De morele emoties in onze onderbuik zijn ontstaan om samenwerking mogelijk te maken. Maar die samenwerking beperkt zich jammer genoeg tot de eigen groep.



Een interessant, begrijpelijk en goed geschreven overzicht van een waaier aan recente internationaal gerenommeerde studies over individueel en groepsdenken, gedrag, moraliteit waarmee Ruben Mersch helder maakt hoe mensen ‘apen zijn in het diepst van hun gedachten’ en dus eerder volgens aangeboren gedragsregels reageren in hun relaties ver en dichtbij. Moraliteit (een belangrijk statussymbool) en rechtvaardiging blijken doorgaans achterafredeneringen om feiten en ervaringen te passen in de mal van  het eigen gelijk. En die wordt bepaald door het solidaire samenwerken van de directe omgeving en de eigen groepsidentiteit – tegen de andere stam, clan, groep.


We zijn epistemologische vechtjassen, geboren advocaten en geen geboren waarheidszoekers.



Knappe voorbeelden – roddel is vlooien voor gevorderden -  talloze experimenten en een gevarieerde argumentatie leiden tot een naar mijn mening wat magere maar bruikbare conclusie: een handleiding om de strijdbijl te begraven.


Mersch bezit het talent om droge onderzoeksresultaten lichtvoetig en met humor te serveren waardoor ze makkelijker beklijven.


- Waarom de meeste gepubliceerde wetenschappelijke artikelen fout zijn


- Waarom we economen niet moeten vertrouwen (maar klimaatwetenschappers wel)


- WC-EEND-wetenschap


- De slechtste manier om kennis te verwerven (buiten alle andere manieren)


- Anders gaan discussiëren


- Het openen van gesloten geesten


- Moreel blindproeven


Het basisprincipe van oosterse vechtsporten blijkt ook in een minder krijgshaftige omgeving de basis om effect te sorteren.


Meegaan in de redeneer- of krachtlijn van de tegenstander brengt deze uit evenwicht waardoor deze ruimte krijgt tot een mogelijke reflectie op het eigen gelijk. Zijn of haar werkelijkheid hoeft dan niet meer eerst te staan waardoor rationele argumenten en andere werkelijkheden minder afwijzend benaderd kunnen worden. Twijfelen aan het eigen grote gelijk kan dan acceptabeler worden, althans voor de reflecterende tegenstander.


Desalniettemin zijn ook mensen vooral spelende wezens die graag met hun emoties pronken, liefst gretig genieten van het eigen goede gevoel en daarom niet zo makkelijk bereid zijn tot twijfel in de geboden spiegelruimte. Zeker niet wanneer ze daartoe afstand moeten doen van de veilige gelijkheidsleer in de eigen omgeving. Immers de leden van de eigen groep neigen dit eerder als verraad te beschouwen waarna uitstoting of erger volgen.


238. Het is een jammerlijke eigenschap van de menselijke geest dat als je zijn overtuiging aanvalt, hij die enkel meer zal koesteren. Onze standpunten zijn ons dierbaar. Elke kritiek ervaren we als een aanval op onszelf. Zodra hij een spoor van een mogelijke vijand denkt te ontwaren, gaat onze onderbuik in de verdedigingsmodus en zet hij alle mogelijke middelen in om onze standpunten te beschermen. En dus moet je, indien je wilt dat mensen zich openstellen voor tegenargumenten, eerst hun onderbuik geruststellen. (…) Door je discussies niet te doorspekken met beledigingen en sneren naar je tegenpartij bijvoorbeeld. Door de onderbuik van je tegenpartij gerust te stellen met een eenvoudig zinnetje als: ‘Ik begrijp je standpunt, maar…’


Of door zelf geen zekerheid te claimen en je stelling als vraag – ‘Zou het niet kunnen dat…?’ – te verpakken.



Lees verder »

Georges Simenon, Maigret en zijn dode.

21 oktober 2016

Georges Simenon, Maigret en zijn dode.


117. In zijn dromen had hij dat soms ook – en het waren juist die dromen waar hij als kind het bangst voor was. Hij liep dan doorgaans in een ingewikkeld decor en kreeg plotseling het gevoel dat hij er al eens eerder was geweest, dat hij dezelfde gebaren had gemaakt, dezelfde woorden had gesproken. Dan werd hij bevangen door een soort duizeling, met name op het moment dat hij besefte dat hij wat hij nu beleefde al eerder had beleefd.

Robert Harris, Conclaaf

16 oktober 2016

Robert Harris,  Conclaaf

Cargo 2016

De paus is dood. De deuren van de Sixtijnse Kapel sluiten en volgens de eeuwenoude traditie zullen honderdzeventien kardinalen hun stem moeten uitbrengen in de geheimzinnigste verkiezing ter wereld. De kardinalen zijn allen zeer vrome mannen. Maar ze zijn ook ambitieus en elkaars rivalen. In de volgende tweeënzeventig uur zal een van hen de machtigste spirituele leider op aarde worden. Al snel wordt duidelijk dat een van de gedoodverfde kanshebbers een groot geheim verbergt. Een geheim dat het voortbestaan van het Vaticaan op het spel kan zetten.

In de NRC schrijft Robert Gooijer over Conclaaf: ‘De Here sta ons bij als het zo gaat in Vaticaanstad’.

Hij vergist zich. Schromelijk.

‘Ik hoop dat ze niet al te veel geschokt zijn door het resultaat’, schrijft Robert Harris in het nawoord van Conclaaf. Hij doelt op de ‘prominente katholieken’ die hij ondervroeg voor deze thriller over 118 kardinalen die in de Sixtijnse Kapel de volgende paus kiezen. Harris’ anonieme gesprekspartners zijn vermoedelijk wél geschokt, tenzij ze zelf de bron waren van het inventieve katholieke gekuip en gekonkel dat de schrijver met veel humor serveert. De Here sta ons bij als het er zo aan toe gaat in Vaticaanstad; het machiavellisme en de corruptie van het Collegium Cardinalium in Conclaaf doen eerder denken aan voetbalbond FIFA dan aan een door Gods wil geleid genootschap dat de Plaatsbekleder van Jezus op aarde kiest.

Robert Harris daarentegen is erin geslaagd om de wezenlijke tegenstellingen binnen de hoogste hiërarchie van de Rooms Katholieke Kerk helder te krijgen.

Dat is een fenomenale verdienste, vergelijkbaar met die van Rik Torfs.

En Harris is dan nog zelf geen katholiek. Integendeel.

111. Broeders en zusters, laat ik u vertellen dat ik in de loop van een lang leven in dienst van onze Moederkerk heb geconstateerd dat er één zonde is waar ik meer dan enig andere beducht voor ben geworden, namelijk zekerheid. Zekerheid is de grote vijand van eenheid. Zekerheid is de doodsvijand van verdraagzaamheid. Zelfs Christus was op het einde niet zeker. “Eli, Eli, lema sabachtani?” riep Hij in het negende uur aan het Kruis tijdens Zijn doodsstrijd uit.” Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?” Ons geloof is een levend geheel, juist omdat het hand in hand gaat met twijfel. Als er alleen zekerheid was, en als er geen twijfel was, zou er geen mysterie zijn, en dus ook geen behoefte aan geloof. Laat ons bidden dat de Heer ons een paus zal schenken die twijfelt, en die door zijn twijfels van het katholieke geloof een levend geheel blijft maken dat de hele wereld kan inspireren. Laat Hij ons een paus gunnen die zondigt en vergiffenis vraagt, en dan verdergaat

39. Een overmaat aan eenvoud was uiteindelijk alleen maar een andere vorm van uiterlijk vertoon, en trots op je nederigheid een zonde.

65. Na een leven lang luisteren naar geheimen had hij een instinct voor dergelijke zaken ontwikkeld. Het gewone volk ging er altijd van uit dat het de voorkeur verdiende om te proberen alles te weten; naar zijn ervaring was het vaak beter om zo min mogelijk te weten.

78. Hij draaide zich voorzichtig om, ging rechtop zitten, zette zijn voeten op de grond, wiegde ettelijke keren naar voren en bouwde de vaart op om te gaan staan. Dat was de ouderdom: al die bewegingen die ooit vanzelfsprekend waren, zoals de eenvoudige handeling van het opstaan uit bed, vereisten nu een exacte volgorde van geplande bewegingen. Na de derde poging stond hij op zijn voeten en liep stram de korte afstand naar het bureau.

204. Zonder gezin kun je zo makkelijk geobsedeerd raken door kwesties van status en protocol in een streven jezelf een gevoel van vervulling te bezorgen.

Siddhartha Mukherjee, Het Gen, een intieme geschiedenis.

12 oktober 2016

Siddhartha Mukherjee, Het Gen, een intieme geschiedenis.
De Bezige Bij 2016

Diegenen die ons het paradijs op aarde beloven, hebben nooit iets anders voortgebracht dan een hel! – Karl Popper

Als Siddhartha Mukherjee ontdekt dat geestesziekte al twee generaties in zijn familie voorkomt, realiseert hij zich dat ook in hem een spoor van gekte begraven kan liggen. Aan de hand van zijn eigen familiegeschiedenis onderzoekt hij de menselijke erfelijkheid en het effect ervan op onze levens, persoonlijkheden, keuzes en lotsbestemmingen. In weergaloos proza beschrijft hij het eeuwenlange onderzoek naar de erfelijkheidskwestie – van Aristoteles en Pythagoras via Darwin tot aan de revolutionaire eenentwintigste-eeuwse vernieuwers die het menselijk genoom in kaart brengen.

Op intelligente wijze verweeft hij onderzoek en sociale historie met zijn persoonlijke verhaal, en schrijft zo een magistrale geschiedenis van een van de invloedrijkste wetenschappelijke revoluties, die van fundamenteel belang zal zijn voor de komende generaties. Het boek is onmisbaar voor iedereen die geïnteresseerd is in de wetenschappelijke mogelijkheden om erfelijke eigenschappen te lezen, te beïnvloeden en over te dragen, nu en in de toekomst.

Na zijn fenomenaal werk ‘De keizer aller ziektes, een biografie van kanker.’ presenteert hij nu een uitputtende geschiedenis met verstrekkende gevolgen voor mens en samenleving, morgen en overmorgen.

Zoals steeds vlot, boeiend en spannend geschreven, zij het soms iets te uitgebreid, zelfs zonder verwijzingen naar belangrijke bijdragen van buiten de Angelsaksische wereld.

Vooral degenen die zich verdiepen in erfelijkheid begrijpen alles van dit onderwerp, behalve het onderwerp zelf. Ik neem aan dat ze zijn geboren en getogen in dat doornbos en het grondig verkend hebben zonder ooit het einde ervan te hebben bereikt. Dat wil zeggen dat ze alles bestudeerd hebben met uitzondering van de vraag wat ze in feite bestuderen.

– G.K. Chesteron, Eugenics and Other Evils

164. De nazi’s en Lysenko hielden er radicaal tegengestelde ideeën over erfelijkheid op na, maar tegelijkertijd bevatten die opvallende overeenkomsten. Hoewel de nazidoctrine in kwaadaardigheid niet te overtreffen viel, wendden ook de Russen een erfelijkheidstheorie aan om een idee over de persoonlijkheid van de mens te creëren dat zich voegde naar politieke doelstellingen. Hoe tegengesteld die twee theorieën ook waren – de nazi’s waren evenzeer gegrepen door het idee dat de identiteit vastlag als de Russen die plooibaar achtten –, in beide gevallen stond het idioom van de genen en de erfelijkheid centraal in de staats- ideologie en het gepropageerde vooruitgangsidee. Het nazisme laat zich even moeilijk voorstellen zonder het geloof in de onuitwisbaarheid van erfelijke eigenschappen als een Sovjet-staat zonder het idee dat daarmee korte metten kon worden gemaakt. Weinig verbazingwekkend is dat in beide gevallen de wetenschap opzettelijk werd verdraaid om de door de staat gepropageerde ‘zuiveringsprocessen’ te ondersteunen. Door het idioom van de genen en de erfelijkheid aan te passen werden hele machtssystemen gerechtvaardigd en versterkt. In het midden van de twintigste eeuw had het gen – of de ontkenning van zijn bestaan – zich al ontpopt als een machtig politiek en cultureel wapen, als een van de gevaarlijkste ideeën in de geschiedenis van de mensheid.

Pseudowetenschap verleent steun aan totalitaire regimes en totalitaire regimes brengen pseudowetenschap voort…

586. Zouden zulke vormen van kennis nieuwe soorten empathie en begrip mogelijk maken? Of zouden ze leiden tot nieuwe vormen van discriminatie? Zou de kennis worden gebruikt om te herdefiniëren wat ‘natuurlijk’ is?

Maar wat is ‘natuurlijk’, vraag ik me af. Aan de ene kant: variatie, mutatie, verandering, wisselvalligheid, deelbaarheid, beweging. En aan de andere kant: betrouwbaarheid, permanentie, ondeelbaarheid, trouw. Bhed. Abhed. Het zou ons amper moeten verbazen dat dna, het molecuul van tegenstrijdheden, de code bevat voor een organisme van tegenstrijdigheden. We zoeken bestendigheid in erfelijkheid – en vinden het tegengestelde: variatie. Mutanten zijn noodzakelijk om de essentie van ons zelf te handhaven. Ons genoom heeft een fragiel evenwicht bereikt tussen tegengestelde krachten, door streng met tegenliggende streng te combineren, door verleden en toekomst te vermengen, door geheugen en verlangen tegen elkaar uit te spelen. Het is het menselijkste wat we bezitten. Het beheer ervan is wellicht de ultieme test van de kennis en oordeelkundigheid voor onze soort.


85. Wanneer de mens ontdekt dat hij over iets macht kan uitoefenen, zal hij altijd daartoe overgaan,’ schreef Bateson somber. ‘De erfelijkheidswetenschap zal hem snel een verbijsterende macht in handen geven, en in een bepaald land, op een wellicht niet eens zo ver in de toekomst gelegen moment, zal hij van die macht gebruikmaken om de samenstelling van een natie naar zijn hand te zetten. Of dit uiteindelijk goed of slecht zal zijn voor deze natie of voor de mensheid in haar algemeenheid, is een andere kwestie.’ Bateson had de aanzet gegeven tot de eeuw van het gen.

Lees verder »

La Fille Inconnue (2016) Gebroeders Dardenne

5 oktober 2016

La Fille Inconnue (2016) Gebroeders Dardenne


De jonge huisdokter Jenny verzuimt een jong, Afrikaans meisje binnen te laten in haar kabinet, om een dag later van de politie te horen te krijgen dat het meisje dood werd teruggevonden. Wat is er precies met haar gebeurd? Wat was haar naam en waar kwam ze vandaan? Het zijn vragen die de plichtbewuste Jenny dan ook door het hoofd en het hart spoken. Obsessief gaat zij – schuldbewust ook wel – op zoek naar de identiteit van deze vrouw en de omstandigheden van haar dood, het medisch geheim indachtig.


Het resultaat heeft iets van een morele policier, maar ook een persoonlijke boeteprocessie, waarin de Dardennes al hun vroegere thema’s op een doordachte manier tonen, en waarin de jonge actrice Adèle Haenel – de derde keer dat de broers met een bekende Franse actrice samenwerken – haar emoties in haar binnenste begraven houdt als de zelf ook naar verlossing zoekende vrouw. Voor de broers Dardenne op de persconferentie in Cannes gaat de film over een persoon die haar verantwoordelijkheid neemt, die zich niet laat inslapen, en die niet zegt: ik heb niets gezien, ik weet van niets. Jenny grijpt in, ze handelt.  Ze beweegt. Ze toont de foto aan andere mensen. En uiteindelijk krijgt ze ook andere mensen in beweging, brengt ze verandering teweeg. Dat is de grote hoop die van de film uitgaat: Jenny doet mensen veranderen, hopelijk ook de kijker!



“Een goed gemaakte, intens humanistische en intelligente Dardenne-film is en blijft La Fille Inconnue dan ook sowieso, alleen is het niet hun beste.” Dave Mestdach in Knack Focus.


Voor mij is het eerder een slecht gemaakte, intens egocentrische en dwaze Dardenne-film, maar tevens een schitterende illustratie van ‘doe het goede om het eigen goed gevoel’ en val in bijna tien kuilen tegelijk.


La Fille Inconnue  is een excellente instructiefilm voor stagiaires huisartsen, niet alleen in Luik: hoeveel fouten maakt Dr. Jenny Danvin, de collega stagemeesteres die in de film als beste huisarts-stagiair in dertig jaar geroemd wordt door de professor van dienst.


Als film voor een groot publiek is het zowat de zwakste van de gebroeders Dardennes die steeds vaster versukkelen in de beelden van hun holle hulpeloze slogans.


Jenny wordt als bordkarton gespeeld in een setting waar de enige emotie gesuggereerd wordt door vooral heel dicht op de kop van de acteurs in te zoemen.


Een dwaas sloganesk verhaal en vooral een typevoorbeeld van hoe het zeker niet moet, noch in de huisartsgeneeskunde, noch in het Luikse, Wallonië en de hele landelijke setting van de gezondheidszorg.


Alsof ‘het goede doen om het eigen goed gevoel’ de beste en moreel hoogstaande oplossing kan zijn voor de dilemma’s die ze verzinnen. Uiteraard heb je dan eindeloos veel huisartsen nodig om de gaten te vullen waarin talloos verdwaalde Waalse en Brusselse collega’s in een hels tempo zullen verdwijnen: burn out, verward, fysiek en psychisch in eenzaamheid murw geslagen. 

Zodra een groep mensen zichzelf als uitverkoren ziet, is de rest in gevaar’ Wole Soyinka

2 oktober 2016

WOLE SOYINKA, DERTIG JAAR NA DIE EERSTE AFRIKAANSE NOBELPRIJS LITERATUUR
‘Zodra een groep mensen zichzelf als uitverkoren ziet, is de rest in gevaar’
dS weekblad, 24 SEPTEMBER 2016 Catherine Vuylsteke
‘Waar het voor mij fundamenteel op neerkomt is dit: zodra een groep mensen zichzelf als “uitverkoren” ziet, is de rest van de maatschappij in gevaar. Of het gaat om seculiere uitverkorenen – totalitaire stalinisten, bijvoorbeeld – dan wel om theocratische extremisten – Al-Qaeda, Boko Haram, Daesh – speelt daarbij geen rol. Het utopisch socialisme en het aardse rijk Gods verschillen niet wezenlijk van elkaar.’
(...)
‘Jammer genoeg heeft de maatschappij de neiging zich schuldig te voelen. Ze krimpt ineen bij het aanschouwen van de gruwel en rationaliseert haar eigen straf. Natuurlijk moet ze onder ogen zien dat achterstelling en ongelijkheid een voedingsbodem vormen voor extremisme, maar die vaststelling volstaat niet. Er moet worden gehandeld, want de psychologie van de underdog is veranderd: het slachtoffer is beul geworden. God geworden ook, hij beslist over leven en dood. Buspassagiers die bij een raid van Boko Haram de eerste verzen van de Koran kunnen opzeggen, hoeven er niet aan. De rest wordt ter plaatse afgemaakt.’
‘En kijk naar Parijs, Brussel, Londen, Nice… Al die aanslagen werden gepleegd vanuit een hermetisch afgesloten denkkader. Ik dood, dus ik word. De morbiditeit wordt gevierd en de ander is schuldig omdat hij leeft zoals hij dat wil. Ik behoor tot diegenen die zich niet schuldig voelen omdat ze bon vivants zijn en niemand het recht heeft om mij, om ons, te onderwerpen aan een collectieve straf.’
‘Dat houdt ook in dat de maatschappij zichzelf moet verdedigen. Zeggen dat moord en ontvoering geen deel uitmaken van de islam, volstaat niet.’
Wat moet er volgens u gebeuren?
‘Aangezien we geconfronteerd worden met blinde terroristen die burgerlevens waardeloos achten, is het enig mogelijke antwoord: totale eliminatie van de daders en de aanstuurders. Door de misdaden die ze begingen, verloren ze het recht om als mens te worden beschouwd.’
‘Uiteraard is daarmee de kous niet af. We moeten ons concentreren op de volgende generatie, op het creëren van kansen en jobs. De deur moet niet dicht maar juist open, zodat kritisch denken zich in alle vrijheid kan ontwikkelen. En ondertussen moet ook werk worden gemaakt van een herverdeling van de welvaart en de strijd tegen corruptie en discriminatie.’

http://www.standaard.be/cnt/dmf20160922_02481269

We leven niet allemaal in hetzelfde nu

30 september 2016

We leven niet allemaal in hetzelfde nu

26 september 2016

De vorige generaties bestonden niet alleen om bij te dragen aan het comfort van de huidige generatie, die in haar hybris nog niet vermoedt dat ze op het punt staat hetzelfde lot als haar voorgangers te ondergaan. Burkhard Müller heeft die overmoed van de tijdgenoten in zijn essay ‘Der Stachel im Fleisch’ (2006) proberen te temperen met een mooi citaat van Leopold von Ranke uit 1854: ‘Jede Epoche ist unmittelbar zu Gott, und ihr Wert beruht gar nicht auf dem, was aus ihr hervorgeht, sondern in ihrer Existenz selbst, in ihrem Eigenen selbst.’ Ik weet niet of Ernst Bloch dat citaat kende toen hij in zijn ‘Erbschaft dieser Zeit’ (1935) de zin formuleerde: ‘Nicht alle sind im selben Jetzt da.’ Maar tussen die twee citaten vibreert voor mij de pees van de handboog van het leven.

Piet De Moor

Mijn poging tot vertaling:

„Ieder tijdvak spiegelt zich in zijn god. De waarde van een tijdvak is helemaal niet gelegen in wat eruit is voortgekomen, maar in zijn bestaan zelf, in zijn eigen zijn.” Leopold von Ranke (1854)

“Niet iedereen leeft in hetzelfde nu.” Ernst Bloch (1935)

The Celts: Blood, Iron and Sacrifice

20 september 2016

The Celts: Blood, Iron and Sacrifice

 

In de driedelige docureeks The Celts – een productie van BBC en ZDF i.s.m. Arte – volgen we antropoloog Alice Roberts en archeoloog Neil Oliver op hun speurtocht naar de Kelten, het mysterieuze volk dat ooit onze contreien bevolkte. Vertrekkend van hun oorsprong en religie ontdekken we een gesofisticeerde tribale cultuur. Historische reconstructies tonen de grote leiders van de Kelten in hun voortdurende strijd met dat andere Europese volk dat vanuit het zuiden kwam aanzetten: de Romeinen, die hen uiteindelijk zouden overwinnen. Het is de clash tussen die twee beschavingen, de Keltische en de Romeinse, die de wereld zoals we die vandaag kennen, mede heeft gevormd.

Veel verhaal op Canvas online, echter weinig van waarde, ook niet in de ‘prestigieuze’ reeks.

De driedelige serie met veel duur beeldmateriaal en gespeelde strijdtaferelen op verre locaties werd opgezet om in wezen slechts één boeiend verhaaltje te vertellen. De Kelten zouden in de brons-ijzertijd niet vanuit Midden Europa de rest hebben veroverd maar eerder vanuit de periferie toenmalige toptechnologie van ijzerbewerking en wapensmederij naar het midden van Europa hebben gebracht via handelsbetrekkingen.

De periferie is dan uiteraard Britain …

Een van de acteurs – deskundigen Neil Oliver koestert de hele reeks lang een vettig Schots accent en dito lang haar wanneer hij als een onverveerde afstammeling van Kelten naar een ontmoeting met een of andere historicus of archeoloog schrijdt.

De hele reeks die flink wat duiten moet gekost hebben lijkt naadloos te passen in de Brexit theorieën.

Een ode aan extreem gewelddadige, brutale en halfwilde barbaren die als laatste der volkeren probeerden pal te staan tegen de modernere oorlogs- en staatsmachine van het Romeinse rijk.

Ze hadden in 390 a.C.n. de Romeinse legioenen verslagen bij Allia en konden Rome plunderen.

[...] daarop is in een gesprek tussen Quintus Sulpicius, krijgstribuun, en Brennus, koning van de Galliërs, de zaak overeengekomen, en duizend pond aan goud zou als prijs spoedig van het volk aan de stammen worden overgemaakt. Aan de op zich al schandelijke zaak werd nog een onwaardige toegevoegd: de door de Galliërs gebrachte gewichten zouden ongelijk zijn (d.i. niet in overeenstemming met de geldende waarden). En toen de tribuun bezwaar maakte voegde de trotse Galliër zijn zwaard aan de gewichten toe en men hoorde de voor Rome niet te verdragen uitspraak:, “Wee (aan) de overwonnenen.” Livius, Ab urbe condita V 48

Daarna keerden de rollen en verdreven de Romeinse legioenen de Kelten steeds verder naar de Europese periferie. Caesar palmde Gallië in na de slag bij Alesia in 52 a.C.n. waarvan hij zijn verhalen de wereld en Rome instuurde met het oog op zijn verder politieke carrière. Zes jaar later pas zou Vercingetorix na een triomftocht voor het Romeinse publiek gewurgd worden aan de garrote.

Enkele decennia later blijken steeds meer ‘Gallo Romeinse’ Kelten als huurlingen te strijden in de Romeinse gelederen.

Merkwaardig aan de serie is ook de oppervlakkigheid waarmee een en ander wordt gepresenteerd: de Kelten hebben prehistorische wortels – lijkt me logisch -  met vooral een clanstructuur, een priesterkaste die in de heilige bossen bloedige politieke ritualen bedrijft, bijzonder bloeddorstige gebruiken om tegenstanders en vijanden te imponeren. Maar veel meer dan oorlog voeren en wat handel er bovenop lijken de Keltische krijgsheren niet uit te vreten.

Vrouwen schijnen ook onbestaande – terwijl die zeker in die periode in tegenstelling tot de Griekse en Romeinse dames een sterkere maatschappelijke rol konden opeisen.

De enige vrouw die in de reeks opgevoerd wordt met woeste rosse krullen is Boudicca, met herpes labialis gehuld in een rommelig blauw-bruine mantel van Schotse ruit. Zij wreekt het onrecht dat de Romeinse bondgenoten van haar man na zijn dood haar volk der Iceni en haar dochters aangedaan hadden in Colchester.

Menig Romeinse stad werd verwoest en uitgemoord. Wanneer gouverneur Gaius Suetonius Paulinus het druïdeneiland Mona (Anglesey) belegerde, kwamen de Keltische stammen uit het Zuidoosten in opstand. onder leiding van  Boudicca. Gouverneur Paulinus lokte de Britse overmacht naar een kloof in de Watling Street naar Londen waar een gedisciplineerde Romeinse oorlogsmachine de overweldigende meerderheid van het Keltische leger in de pan hakte.

‘The Celts: Blood, Iron and Sacrifice’ presenteert dus nogal wat pittige parallellen die zeker in de UK geïnterpreteerd worden als de ‘Brrritains’ die al van in de prehistorie bijdroegen aan de ijzerontwikkeling (later de industrialisatie) in Europa, die de prachtigste sieraden, juwelen en cultuur ontwikkelden, die zich altijd al verzet hebben tegen buitenlandse inmenging, zeker als die dan nog eens als onrechtvaardig ervaren werd en wordt.

De ‘Brrritains’ stellen zich ook graag tot de laatste snik te weer tegen andere culturen en religies die hen bedreigen in hun thuislanden.

Dit soort documentaires van de BBC helpt ongetwijfeld de mythevorming in de UK in de richting van de Keltische ‘roots’ en dus tegen de vreemde infiltranten, hun godsdienst en cultuur: sidder en beef, gij vuige EU burger en zeker alle arrogante islamieten in the UK. De Kelten waren ook bedreven in het koppen snellen. Zij sloegen echter genadiger toe in de halswervelzuil.

Paul Claes, De haas en de regenboog.

14 september 2016

Paul Claes, De haas en de regenboog.

uitg. De Bezie Bij 2016

Tegen het einde van de negentiende eeuw verbleven de revolutionaire Franse dichters Arthur Rimbaud en Paul Verlaine in Londen. Gevlucht voor het oproer dat ontstond na het neerslaan van de Commune van Parijs in 1871, waren ze op zoek naar een nieuw leven, een nieuwe liefde en een nieuwe poëzie. In Engeland beleven Rimbaud en Verlaine de hoogtepunten van hun stormachtige en noodlottige affaire, maar ze groeien er ook langzaam uit elkaar, verteerd door schuld en ambitie.

In De haas en de regenboog laat Paul Claes een nieuw licht schijnen op deze ophefmakende romance. In een kleurrijke, van speelsheid doordrenkte taal schetst hij een historisch beeld van een mislukte politieke, literaire en persoonlijke revolutie. Deze roman is, naast een waarheidsgetrouw verslag van het seizoen in de hel, een prachtige vertelling over de dieptes van de literatuur en de liefde.


Dit is een vermetel boek over spanning en lust tussen twee heren – Paul Verlaine, 29 jaar, gehuwd, vader en 10 jaar ouder dan Arthur Rimbaud – beiden kinderen van hun moeders.

Het loopt behoorlijk uit de hand met twee schoten waarmee de dichter  Verlaine zijn vriend Arthur neerschiet in Brussel op 10 juli 1873. Het politieverslag van hun ruzie wordt bewaard in het Archief van de Stad Brussel.

Het verhaal eindigt met een indrukwekkend slot.

Een jaar later zou Arthur Rimbaud voor altijd zwijgen en zijn zwerftocht beginnen door Europa tot voorbij de hoorn van Afrika.

 

183. Door het portierraampje kroop de ochtendklaarte naar binnen. Op een onbebouwd veld zag hij opeens een schim. Het was een haas die daar overeind zat: met opgeheven voorpoten aanbad het dier de opgaande zon. De kleuren van de opkomende dag volgden elkaar op als de klinkers in dat sonnet dat evenveel lof als spot had geoogst: zwart, wit, rood, groen, blauw. Ooit zou hij het raadsel onthullen waarvan hij alleen de sleutel bezat: was de dichter niet de zoon van de Zon?

184. Nu wist hij beter: hij was niet gemaakt voor blijvend geluk. Hij moest als een haas door blijven rennen en de zon achtervolgen tot achter de horizon.

187. Opeens begreep hij hoe de metamorfosen van de natuur aan de oorsprong lagen van elke menselijke fantasie. Nergens waren er duizelingwekkender vormen te zien dan in de golven van de zee, nergens waren er ongehoorder beelden te bewonderen dan in de wolken aan de hemel. Elk beeld kon veranderen in gelijk welk ander beeld, iedere vorm was de vorm van een andere vorm. Het inzicht dat alles symbool kon staan voor alles was de toversleutel van de verbeelding.

Sidderend besefte hij dat hij het ultieme geheim van de poëzie had ontdekt. Dichten was niets anders dan anders zien. Ons geestesoog was in staat een andere werkelijkheid te scheppen: een nieuwe wereld die wonderlijker was dan de wereld van altijd. Nu pas verstond hij zijn eigen formule: ‘Wij moeten absoluut modern zijn.’ Een kunstenaar die de wereld afbeeldde, weerspiegelde alleen het vanouds bekende. Een kunstenaar die de wereld verbeeldde, kon kiezen uit een oneindig gamma van mogelijkheden. Hij was een alchemist die iedere droom waar kon maken, zelfs de onmogelijke droom van de osmose van alles in de Liefde.

Christopher Clark, IJzeren Koninkrijk Opkomst en ondergang van Pruisen 1600-1947

13 september 2016

Christopher Clark, IJzeren Koninkrijk Opkomst en ondergang van Pruisen 1600-1947


Vertaald door W. Hansen 2015 De Bezige Bij


‘IJzeren Koninkrijk’ is een machtige geschiedenis van een van de indrukwekkendste staten die Europa ooit kende.


Vlak na de gruwelijke Tweede Wereldoorlog oordeelden de geallieerden dat ze korte metten moesten maken met de staat Pruisen, die ze als de belichaming van het verfoeide militarisme zagen. Pruisen werd zonder pardon opgeheven en verdeeld. Daarmee kwam er een eind aan vierhonderd jaar geschiedenis. Christopher Clark toont in zijn glasheldere en prachtig geschreven geschiedenis dat Pruisen nog wel iets meer is geweest dan waar de geallieerden het voor aanzagen.


Pruisen begon eeuwen geleden als een onoverzichtelijke lappendeken van vorstenrijkjes, hertogdommen en graafschappen, zonder veel natuurlijke hulpbronnen en zelfs zonder een verbindende cultuur. Het voerde vele oorlogen, speelde een belangrijke rol bij de opheffing van het Heilige Roomse Rijk, bloeide op tijdens de glorieuze verlichtingsperiode onder Frederik de Grote en leed tijdens het rampzalige napoleontische tijdperk. Pruisen groeide in de loop der tijd uit tot een staat die de Europese humanistische traditie mede vormgaf, die uitmuntte door een efficiënt overheidsapparaat en een onkreukbare ambtenarij, die bij tijden een ongekende religieuze tolerantie aan de dag legde, en die onder leiding van Otto von Bismarck in 1871 zorgde voor de eenwording van het Duitse rijk. Clark concludeert dat Pruisen een onschatbare bijdrage heeft geleverd aan de westerse beschaving.


    ‘Door Pruisen van de Europese kaart te wissen, velden de geallieerde mogendheden tegelijk hun oordeel over dat land. Pruisen was niet een Duits land als alle andere, dat op één lijn gesteld kon worden met Baden, Württemberg, Beieren of Saksen. Pruisen was de diepste bron van de Duitse malaise die Europa had geteisterd. Het was er de oorzaak van dat Duitsland de weg van de vrede en moderne politiek had verlaten.’



Een indrukwekkend boek met schitterende analyses, waardevolle hoofdstukken over recht, rechtsfilosofie, architectuur, bestuurskunde, oorlogvoering, leger, democratische en religieuze (Piëtistische) bewegingen, de invloed van de Verlichting en de Vrijmetselarij, de staat, onderwijs, leger, parlement, Bismarck, Willem II en WOI en de manier waarop de nationaal-socialisten onder leiding van een Oostenrijkse corporaal de macht konden grijpen in 1932-1933.


57. We kunnen alleen maar speculeren wat de gevolgen van die ramp voor het dagelijkse leven zijn geweest.Veel families die na de oorlog in de meest getroffen gebieden gingen wonen, waren immigranten van buiten Brandenburg: Hollanders, Oost-Friezen en Holsteiners. In sommige plaatsen was de schok zo heftig dat er een breuk ontstond in het collectieve geheugen.Van Duitsland als geheel is wel gezegd dat de ‘grote oorlog’ van 1618-1648 de herinneringen aan eerdere conflicten heeft uitgewist, zodat middeleeuwse, Romeinse of prehistorische muren en wallen hun vroegere namen kwijtraakten en voortaan werden aangeduid als ‘Zweedse bolwerken’. In sommige gebieden lijkt de oorlog de keten van persoonlijke herinneringen zelfs verbroken te hebben die zo essentieel is voor het respect voor en de continuïteit van het gewoonterecht in dorpen – niemand was oud genoeg om zich te herinneren hoe het was ‘voordat de Zweden kwamen’. Misschien is dat een van de redenen voor het gebrek aan volkse tradities in Mark Brandenburg. In de jaren 1840, toen de rage om mythen en andere folklore te verzamelen en te publiceren hoogtij vierde, vonden enthousiastelingen die geïnspireerd werden door de gebroeders Grimm weinig van hun gading in Mark Brandenburg.


De alles vernietigende furie van de Dertigjarige Oorlog was mythisch, maar dan niet in de zin dat het geen relatie had met de realiteit, maar in de zin dat het zich in het collectieve geheugen nestelde en een uitgangspunt werd om over de wereld na te denken. Het was die furie van de religieuze burgeroorlog – niet alleen in zijn eigen geboorteland Engeland, maar ook op het continent – die Thomas Hobbes ertoe aanzette de Leviathan op het schild te heffen, de staat met zijn geweldsmonopolie als de redding van de samenleving. Het was beter, stelde hij voor, het gezag over te dragen aan de monarchale staat in ruil voor de veiligheid van personen en eigendom, dan om orde en gerechtigheid te zien teloorgaan in burgerlijke twisten.


433. (Een interessante vergelijking met de EGKS - EEG – EU)


Lees verder »

Jeroen Olyslaegers, Wil

12 september 2016

Jeroen Olyslaegers, Wil


uitg. De Bezige Bij 2016


Lang geleden dat ik een roman van een Vlaamse auteur mij zo zorgvuldig en schijnbaar achteloos wist te boeien. Het minutieus opgebouwd verhaal om en bij de Van Den Nestlei te Antwerpen met een verbluffend vertrouwde taal die de lezer leidt en lokt langs ingewikkelde vragen van goed en kwaad, vrije intenties en laffe wil, herinneringen en littekens naar een finale die sommigen teveel wordt door de generaties aanslepende druk. En dan lijkt dan de cirkel rond.


Jeroen Olyslaegers bezingt in ‘Wil’ de wrok en hoe die menselijke drijfveer werkt, in tijden van oorlog en vrede, van druk en lust, willen en kunnen. Niets is immers wat het lijkt,


In ‘De literatuur en de goden’ schrijft Roberto Calasso: “Literatuur is nooit een kwestie van één enkel subject. Er zijn minstens drie acteurs: de hand die schrijft, de stem die spreekt, de god die toeziet en gebiedt.(…) We zouden ze het Ik, het Zelf en het Goddelijke  kunnen noemen. Tussen die drie vindt een ononderbroken triangulatieproces plaats. Elke zin, elke vorm, is een variatie binnen dit krachtenveld. Vandaar die dubbelzinnigheid van de literatuur. Want het gezichtspunt verschuift voortdurend ongemerkt tussen genoemde extremen, zonder ons te waarschuwen, en vaak ook zonder dat de auteur het merkt.” 


‘Wil’ is zo’n ononderbroken triangulatieproces dat kan leiden tot strangulatie…


‘Wil’ lezen heeft iets van kijken in de ‘Venetiaanse spiegel’ in het appartement van Stéphane Mallarmé:


‘Et ta glace de Venise, profonde comme une froide fontaine, en un rivage de guivres dédorées, qui s’y est miré ?’. Frisson d’Hiver,1864



Wat een verhaal! Wat een taal!


22.Zojuist heb ik hem nog beschreven als een held uit Hollywood en daar neem ik niets van terug. Hij maakte indruk, hij was bezeten en omgeven door een kracht die een mens zelden ziet en misschien compleet terecht verbindt met lang vergeten helden of een god in zijn angstwekkende schoonheid. Maar mensen zijn in de eerste plaats deerniswekkend, ze zijn niet consequent en maken zichzelf vooral blazen wijs. Een held is geen van hen een leven lang.


39. Wanneer een stad bezet wordt door andere meesters, andere gewoonten, krijgt ge hetzelfde. Na de schok willen de meesten zo snel mogelijk doen alsof het normaal is, dat het leven verdergaat en dat een mens zich moet aanpassen.


94. En kijk, plots werd het oorlog en het leven weer een spel in plaats van een valstrik. Onder het witte camouflagelaken dat idealisme heet zat verveling verscholen, een levenslange straf waar na de oorlog geen rechter aan te pas kwam.


100. Zonder het te weten spiegelen we allemaal wat ons omgeeft en denkt ieder afzonderlijk dat juist dit ons bijzonder maakt, anders dan de rest.


182.  Voor hetzelfde geld en met permissie gezegd is niks heilig, alles beweeglijk en is niks van wat ook waar. De dood maakt het leven van een artiest overzichtelijk, genesteld in zijn nu ongenaakbaar oeuvre, zijn meteen al legendarische voorkeuren en wat zijn vrienden over hem zeggen. De dood bespaart op schaamte, keuzes waar men spijt van krijgt of niet. De dood is vooral op schoonheid belust wanneer hij een jonge dichter velt. Wie te lang leeft, loopt een ernstige kans om in ieders ogen te eindigen als een prutser of een smeerlap.


249. Maar de liefde moet ze toch hebben gekend of in plaats daarvan een diepe rust. Misschien heeft ze zichzelf overwonnen, misschien heeft ze zichzelf helemaal opnieuw uitgevonden, en ging ze daarbij tegen alles in wat anderen ooit van haar hadden verwacht.


287. Een mens heeft behoefte aan onzin, weliswaar door wil, ambitie en toekomstvisioenen gestut, maar dat maakt het niet minder lachwekkend. Veel van die onzin deelt ge alleen maar met uzelf. Af en toe valt ge daarmee iemand lastig die dicht bij u staat. Het is zelden verheffend.


326. Er is geen andere manier wanneer het om familie gaat. Wie u veracht, trakteert ge.


Lees verder »

‘England, Old England’ – de fietstocht teveel, deel 1-2-3-4

12 september 2016

‘England, Old England’ – de fietstocht teveel.


deel 1: Turnhout – Maassluis – Harwich – Stoke by Carle


old-england-met-de-fiets-1


“Op de fiets wordt een mens optimistisch. Dan ervaar je dat willen, kunnen en uitvoeren, één kunnen zijn in een ronddraaiend fiets-pantheïsme. Dan wil je wel juichen: Es geht, es geht, es geht!’, aldus de Duitse filosoof Peter Sloterdijk.


Dat was op het oude Engelse platteland in een wijde boog om Londen wel een ander paar mouwen, ondanks het betrekkelijk mooie weer – slechts één dag hagelstormen en slechts één hele dag regen van 22 augustus tot 3 september 2016. Die Sloterdijkse ervaring heb ik deze reis in Engeland hooguit drie keer mogen genieten gedurende een uur of wat.


En dat lag in eerste instantie aan het wegennet op het Engelse platteland. (...)


Erger was nog de houding der mensen. (...)


Segregatie is in dit oude land een wezenlijk kenmerk van een angstige, onzekere, door schaamte getekende maatschappij.


And last, the rending pain of re-enactment


Of all that you have done, and been; the shame


Of things ill done and done to others’ harm


Which once you took for exercise of virtue.’


T. S. Eliot’s Little Gidding 1942


deel 2 : Stoke by Clare – Cambridge – Bedford – Oxford – Swindon


england-old-england-de-fietstocht-teveel-deel-2


‘If any question why we died,


Tell them, because our fathers lied.’


‘Vraagt iemand waarom we zijn gestorven,


zeg dan: omdat onze vaders hebben gelogen.’


Rudyard Kipling  ‘Epitaphs of the War’


deel 3: Swindon – Stonehenge – Salisbury – Portsmouth


england-old-england-de-fietstocht-teveel-deel-3


Mambrú se fue a la guerra,


qué dolor, qué dolor, qué pena,


Mambrú se fue a la guerra,


no sé cuándo vendrá.


Do-re-mi, do-re-fa,


no sé cuándo vendrá


deel 4:  Portsmouth – Brighton – Newhaven – Dieppe – Berck sur Mer – Watou.


england-old-england-de-fietstocht-teveel-deel-4


Der heimkehrende Radfahrer ist ein besserer Mensch”. (Peter Sloterdijk)


‘Er bestaat een schilderij van Paul Klee, dat Angelus Novus heet. Er staat een engel op afgebeeld die zo te zien op het punt staat zich te verwijderen van iets waar hij zijn blik strak op gericht houdt. Zijn ogen en zijn mond zijn opengesperd, hij heeft zijn vleugels gespreid. Zo moet de engel van de geschiedenis eruit ziehn. Zijn gelaat is naar het verleden gewend. Daar waar wij een reeks gebeurtenissen waarnemen, ziet hij een enkele catastrofe, en daarin wordt die zonder enig respijt puinhoop op puinhoop gestapeld, die hem voor de voeten geworpen wordt. De engel zou wel willen blijven, de doden tot leven wekken en de brokstukken weer tot een geheel maken. Maar zijn vleugels vangen de wind die uit het paradijs waait, een storm die zo hard is dat hij ze niet kan sluiten. Deze storm stuwt hem onweerstaanbaar voort de toekomst in die hij de rug heeft toegekeerd, terwijl de stapel puin voor hem tot aan de hemel groeit. Deze storm is wat wij vooruitgang noemen.’


(Bruno Arpaia, L’angelo della Storia, De engel van de geschiedenis – en roman over de laatste jaren van de Duitse filosoof Walter Benjamin als balling)


“The truth is that the origin of what we call civilization is not due to religion but to skepticism. (…) The fear of God is not the beginning of wisdom. The fear of God is the death of wisdom. Skepticism and doubt lead to study and investigation, and investigation is the beginning of wisdom. The modern world is the child of doubt and inquiry, as the ancient world was the child of fear and faith.” (Why I Am An Agnostic by Clarence Darrow)

‘England, Old England’ – de fietstocht teveel. deel 4

10 september 2016

‘England, Old England’ – de fietstocht teveel.


deel 4 Portsmouth – Brighton – Newhaven – Dieppe – Berck sur Mer – Watou.


“Der heimkehrende Radfahrer ist ein besserer Mensch”. (Peter Sloterdijk)

england-old-england-de-fietstocht-teveel-deel-4

‘Er bestaat een schilderij van Paul Klee, dat Angelus Novus heet. Er staat een engel op afgebeeld die zo te zien op het punt staat zich te verwijderen van iets waar hij zijn blik strak op gericht houdt. Zijn ogen en zijn mond zijn opengesperd, hij heeft zijn vleugels gespreid. Zo moet de engel van de geschiedenis eruit ziehn. Zijn gelaat is naar het verleden gewend. Daar waar wij een reeks gebeurtenissen waarnemen, ziet hij een enkele catastrofe, en daarin wordt die zonder enig respijt puinhoop op puinhoop gestapeld, die hem voor de voeten geworpen wordt. De engel zou wel willen blijven, de doden tot leven wekken en de brokstukken weer tot een geheel maken. Maar zijn vleugels vangen de wind die uit het paradijs waait, een storm die zo hard is dat hij ze niet kan sluiten. Deze storm stuwt hem onweerstaanbaar voort de toekomst in die hij de rug heeft toegekeerd, terwijl de stapel puin voor hem tot aan de hemel groeit. Deze storm is wat wij vooruitgang noemen.’

(Bruno Arpaia, L’angelo della Storia, De engel van de geschiedenis – en roman over de laatste jaren van de Duitse filosoof Walter Benjamin als balling)

“The truth is that the origin of what we call civilization is not due to religion but to skepticism. (…) The fear of God is not the beginning of wisdom. The fear of God is the death of wisdom. Skepticism and doubt lead to study and investigation, and investigation is the beginning of wisdom. The modern world is the child of doubt and inquiry, as the ancient world was the child of fear and faith.” (Why I Am An Agnostic by Clarence Darrow)


‘England, Old England’ – de fietstocht teveel. deel 3

9 september 2016

‘England, Old England’ – de fietstocht teveel.


deel 3 Swindon – Stonehenge – Salisbury – Portsmouth


england-old-england-de-fietstocht-teveel-deel-3


Mambrú se fue a la guerra,


qué dolor, qué dolor, qué pena,


Mambrú se fue a la guerra,


no sé cuándo vendrá.


Do-re-mi, do-re-fa,


no sé cuándo vendrá

‘England, Old England’ – de fietstocht teveel. deel 2

8 september 2016

‘England, Old England’ – de fietstocht teveel.


deel 2 : Stoke by Clare – Cambridge – Bedford – Oxford


‘If any question why we died,


Tell them, because our fathers lied.’


‘Vraagt iemand waarom we zijn gestorven,


zeg dan: omdat onze vaders hebben gelogen.’ 


Rudyard Kipling  ‘Epitaphs of the War’


england-old-england-de-fietstocht-teveel-deel-2

‘England, Old England’ – de fietstocht teveel.

7 september 2016

‘England, Old England’ – de fietstocht teveel.


deel 1 – Turnhout Maassluis – Harwich – Stoke by Carle




“Op de fiets wordt een mens optimistisch. Dan ervaar je dat willen, kunnen en uitvoeren, één kunnen zijn in een ronddraaiend fiets-pantheïsme. Dan wil je wel juichen: Es geht, es geht, es geht!’, aldus de Duitse filosoof Peter Sloterdijk.


Dat was op het oude Engelse platteland in een wijde boog om Londen wel een ander paar mouwen, ondanks het betrekkelijk mooie weer – slechts één dag hagelstormen en slechts één hele dag regen van 22 augustus tot 3 september 2016.


Die Sloterdijkse ervaring heb ik deze reis in Engeland hooguit drie keer mogen genieten gedurende een uur of wat.


En dat lag in eerste instantie aan het wegennet op het Engelse platteland. (...)


Erger was nog de houding der mensen. (...)


Segregatie is in dit oude land een wezenlijk kenmerk van de samenleving.



Maandag 22 augustus 2016 Turnhout Maassluis 129 km



‘And last, the rending pain of re-enactment


Of all that you have done, and been; the shame


Of things ill done and done to others’ harm


Which once you took for exercise of virtue.’


T. S. Eliot’s Little Gidding 1942


Dinsdag 23 augustus 2016 Maassluis – Hoek van Holland – Harwich: 30 km


Woensdag 23 augustus 2016 – Harwich – Colchester – Stoke by Clare: 100 km


Old England met de fiets 1 klein

Hannah Monyer, Martin Gessmann Ons geniale geheugen: de onzichtbare kracht die onze toekomst bepaalt.

6 september 2016

Hannah Monyer, Martin Gessmann Ons geniale geheugen: de onzichtbare kracht die onze toekomst bepaalt.


uitg. De Bezige Bij 2016


Deze interessante benadering van ons geheugen lijkt wel een toepassing van Thomas Kuhns ‘The Structure of Scientific Revolutions’ (1962). Boeiend, zeker voor lezers die van de materie niets of nauwelijks wat kennen.


Iets te algemeen en wat makkelijk afgeleid uit de Heidelberger experimenten van de auteur. Het boek probeert ook de heikele vragen over vrije wil en vrijheid van keuzes te omzeilen door ze als irrelevant op te lossen.


Ons geheugen is de architectuur van ons leven, het fundament waarop we ons bestaan opbouwen.


15.Hannah Monyer heeft een passie ontwikkeld voor onderzoek naar hersenprocessen waardoor we ons in een bepaalde ruimte niet verloren voelen en ons kunnen oriënteren. In haar onderzoek is ze tot het essentiële inzicht gekomen dat we ons ons ruimtelijke geheugen niet simpelweg moeten voorstellen als een archiefkast vol plattegronden, maar dat het functioneert als een uiterst dynamisch navigatiesysteem. Het geheugen is daardoor niet alleen behept met het vermogen om terug te blikken, maar vooral ook om vooruit te kijken: naar de plek waar je heen wilt.


20. We willen beargumenteren dat we het geheugen altijd onderschat hebben en dat er we goed aan doen dit vanuit een heel ander perspectief te benaderen. Het geheugen houdt zich immers niet alleen bezig met het verleden, maar ook met de toekomst. Het dient niet alleen om alle gebeurtenissen in ons leven in schuiflades op te bergen, maar bereidt ook voortdurend nieuwe gebeurtenissen voor en maakt die geschikt voor de toekomst. Het hanteert een denkwijze die in feite op de toekomst is gericht, ook al houdt het zich bezig met belevenissen uit het verleden die we voor ons gevoel allang achter ons hebben gelaten. We moeten ons begrip van het geheugen in één zeer wezenlijk opzicht radicaal omgooien en er een revolutionair andere kijk op ontwikkelen. We moeten ons het inzicht eigen maken dat zijn voornaamste taak ons verdere leven betreft en dat er niet één andere menselijke capaciteit is die voor zulke ingewikkelde en voortdurend wisselende taken wordt gesteld. Het heeft tot opdracht om uit de veelsoortige gebeurtenissen


26. We beweren heel boud dat het geheugen altijd verkeerd is opgevat, in zoverre gedacht wordt dat zijn functie in de eerste plaats het verleden betreft, oftewel dat het vooral verantwoordelijk is voor de opslag van feiten en andere zaken. Daarentegen stellen wij ons op het uitgangs- punt dat het geheugen onze toekomst plant en onze verdere levensloop voorbereidt. De belangrijkste taak ervan is dan ook niet alle opgeslagen feiten beschikbaar te houden voor eventueel hergebruik, maar die ook tegelijkertijd en voortdurend opnieuw te bewerken en te prepareren. Het moet alle inhoud in samenhang met elkaar steeds opnieuw zo rangschikken en modelleren dat we daarvan gebruik kunnen maken voor de opgaven die we tot een goed einde moeten brengen en voor de belangrijkste aspecten van ons verdere leven.


Dat klinkt redelijk simpel, maar wij gaan nog een stap verder. We beweren ook dat het geheugen niet louter een dienstverlenende instantie is die de geschikte herinneringen modelleert naar de plannen die we hebben bedacht. Eerder geldt het omgekeerde: onze geheugeninhoud is op zo’n manier georganiseerd dat het ons juist op het idee brengt om bepaalde dingen na te streven, dingen waarvan we vervolgens aannemen dat die spontaan in ons opgekomen zijn. Met zijn voor- werk legt het geheugen de basis voor onze beslissingen, waarbij het de afzonderlijke argumenten al voor ons klaarlegt. Het geheugen experimenteert met de wegen die we zouden kunnen gaan en met de moeilijkheden of weerstanden waarmee we op grond van onze ervaringen rekening moeten houden. Je zou ook kunnen zeggen dat wij nog slechts de punt op de door het geheugen geschreven i hoeven te zetten.


Lees verder »

Roger Scruton: over verzoening, beschaving, het kwaad van de wereldverbeteraars en de sereniteit.

6 september 2016


‘And last, the rending pain of re-enactment


Of all that you have done, and been; the shame


Of things ill done and done to others’ harm


Which once you took for exercise of virtue.’


T. S. Eliot’s Little Gidding 1942



Het Canvasprogramma Wanderlust over de ontmoeting van Alicja Gescinska met Roger Scruton biedt een mooi en voldoende intrigerend beeld van de landman-fioosoof om geïnteresseerden uit te nodigen hem te lezen of de legendarische uitzending ‘Van de schoonheid en de troost’ van Wim Kayzer op de VPRO  uit 2000 te bekijken.


‘And these speculations feed into the left’s zero-sum way of thinking, according to which every benefit achieved by one person must be a cost inflicted on another. If the rich are rich, it is because the poor are poor; and believing this, you can nurture all those old resentments against the people who are better off than you are, on the grounds that they have stolen what was rightfully yours’. (Roger Scruton)


Roger Scruton:  45’ beschaving, verlies van kennis, onvoorwaardelijk eenheidsverlangen van Hegel en Marx, verzoening en zoeken naar een serene eenheid in zichzelf, versus het ware kwaad door Lenin en Hitler die de wereld wilden organiseren naar dat eenheidsbeeld.


Vanaf 1:16:00 over sereniteit – liefde – troost


Het wordt met de jaren nog indrukwekkender omdat ook wij met de jaren serener lijken te worden.

Youssef Kobo in Humo 31 03 2015 uit het raam van het Sint Romboutscollege te Mechelen?

17 augustus 2016

Youssef Kobo in Humo uit het raam in het Sint Romboutscollege

 

 

Jean-Louis Vullierme, De spiegel van het Westen – Het nazisme en de westerse beschaving

3 augustus 2016

Jean-Louis Vullierme, De spiegel van het Westen- Het nazisme en de westerse beschaving


De Bezige Bij, Amsterdam/Antwerpen, 2015


http://www.trouw.nl/tr/nl/6700/Wetenschap/article/detail/4145619/2015/09/19/Hitler-was-gek-noch-origineel.dhtml


http://www.dereactor.org/home/detail/naar_een_humanisme_van_de_gewone_mens/


http://www.nrcreader.nl/artikel/9997/wij-zijn-allen-nazi-s

 

Uitputtende en briljante analyse van factoren die het westen hebben gevormd tot de medeverantwoordelijkheid van iedere westerling aan het industriële uitmoorden van mensen.


Schuld bekennen, schuld opnemen voor zowat alles in de hele wereld dat vanuit het westen tot een mogelijk drama werd, wordt en nog zal worden gedreven.


Dan rest de hoop dat iedereen elders in de wereld geïmponeerd en aangetrokken wordt tot deze mea-maxima-culpa-houding en ooit zo zullen (willen) begrijpen en waarderen wat het westen allemaal voor de mensheid heeft weten te doen na deze schuldbekentenissen.


Edoch, die andere culturen hebben vaak een heel andere mening over de machtsverhoudingen en hoeven zich helemaal niet geïmponeerd noch aangetrokken te voelen tot de prachtige mea-culpa’s van het westen wat zij eerder als een uiting van zwakte zien.


En die industriële uitroeiing van mensen hebben ze lang vóór de Verlichting op vele plaatsen ook met groot succes beoefend, louter door volhardend handwerk of een ingenieuze politiek van verhongering en vergiftiging.


Bijaldien gelden Vulliermes oproepen tot mea-maxima-culpa evenzeer voor heel wat Aziatische, Afrikaanse (mfecane) en Islamitische beschavingen.


Hoofdstuk 216. 5.2 Juridisch positivisme en het effect op staatsterrorisme – bevat een zeer interessante vergelijking van rechtspositivisme in continentaal versus rechterlijk recht in de UK.


14. Mensen handelen altijd op grond van hun beelden, en hun wereldbeeld vertelt ze wat ze kunnen of moeten doen. Ze maken zich een voorstelling van de krachten die een rol spelen in hun wereld en die voor een groot deel bestaan uit de intenties van andere actoren. Als hun wereldbeeld niet past bij die krachten, slagen ze er nauwelijks in om te handelen. Zo vergist een dief zich als hij denkt dat hij van rijkdom wordt weggehouden door kluizen, muren en sloten, terwijl hij er eigenlijk alleen door mensen vandaan wordt gehouden. Materiële realiteiten zijn volledig doortrokken van sociale realiteiten, die bestaan uit intentionaliteiten. De nazi’s vallen niet buiten die algemene regel, en hun verbijsterende succes, dat alleen door militair ingrijpen werd beëindigd, geeft aan dat hun visie in hoge mate paste bij hun tijdperk.


15. De immense uitroeiing die op het programma stond, die niet kan worden gereduceerd tot een poging om het zelfrespect terug te krijgen na de vernedering van Versailles, en ook niet tot het uitroeien van alle Joodse bewoners van het aardoppervlak, was geen eenmalig iets, geen geïsoleerde, spontaan ontstane werkelijkheid waaruit je slechts de twee bekende wortels – de antisemitische, raciale ideologie en de revanchistische verdragen – hoeft te verwijderen om herhaling te voorkomen. Want ik ben bang dat de nazi’s niets zelf hebben bedacht, behalve hun industriële werkwijze. De oorsprong van de uitroeiing gaat ver terug en is wijdverbreid. Wie luistert naar wat de nazi’s zeggen, kan proberen de bestanddelen van die oorsprong te identificeren. Die zijn aanwezig in het hart van de gehele westerse beschaving.


Het doel van dit boek is om de intenties van het nazisme te begrijpen, de culturele wortels te beschrijven die het nazisme mogelijk en moeilijk te bestrijden hebben gemaakt, en te kijken wat het zelf heeft ontwikkeld – wat zoals we zullen zien niet veel is. Het gaat er daarbij niet om te ontkennen dat de bundeling van die wortels, die ouder zijn dan het nazisme zelf, uniek is, of dat de wijze van uitvoering nieuw was, maar om vast te stellen dat de essentiële onderdelen waaruit het nazisme was opgebouwd al voor de opkomst daarvan bestonden, en dat de meeste ervan nog steeds bestaan.


19. Die ideologie, die niet in Duitsland is ontstaan maar daar meedogenloos in de praktijk is gebracht, is even reëel als de rechtvaardiging en de doelstellingen ervan waanvoorstellingen zijn. Zij staat niet op zichzelf, maar past binnen een thematiek die in het nazisme haar ruimste interpretatie tot op heden vond. De bestanddelen van het coherente systeem waartoe ze behoort, die stuk voor stuk gevaarlijk zijn, waren al eerder gedeeltelijk gecombineerd, en nooit zonder gevaar. Ze zijn in staat om op ieder moment opnieuw gecombineerd te worden.


De lijst ervan, die ik hier zal opsommen, zou er in principe als volgt kunnen uitzien – in willekeurige volgorde: raciaal suprematisme, eugenetica, nationalisme, antisemitisme, propagandisme, militarisme, bureaucratisme, autoritarisme, antiparlementarisme, rechtspositivisme, politiek messianisme, kolonialisme, staatsterrorisme, populisme, jeugdcultus, historicisme en slavernij9. Hieraan moeten twee essentiële elementen worden toegevoegd die nog geen naam hebben. De neologismen die ik ervoor aandraag zijn ‘anempathisme’ en ‘acivilisme’, waarmee respectievelijk wordt aangeduid het afleren van iedere emotie bij het lijden van een ander en het ontbreken van enige speciale bescherming voor de burgerbevolking bij politie- of militaire operaties.


Geen van de in deze lijst genoemde bestanddelen had kunnen ontbreken in het nazisme zonder de aard of het verloop ervan te wijzigen. Hun gecombineerde aanwezigheid in andere contexten, inclusief in science fiction, zou een behoorlijk vergelijkbaar resultaat opleveren. Een andere combinatie had politieke  figuren mogelijk gemaakt die niet noodzakelijkerwijs minder crimineel waren, maar wel duidelijk anders, zoals het stalinisme, waarin de drie eerste factoren een kleinere rol spelen.


219. Zoals we eerder hebben opgemerkt was Hitler een positivist in de zin van Auguste Comte, overtuigd van de absolute waarheden die de wetenschap, die bij hem raciaal is, blootlegt achter historische gebeurtenissen. Hij was ook een rechtspositivist in de zin van Hobbes, en van mening dat de wet, die gelijkgesteld wordt met de orders van het wettelijk gezag, de enige bron van recht is. Hobbes’ autoritaire doctrine had geen succes gehad in Engeland, dat zich wilde onttrekken aan het absolutisme. Zijn overvloedige intellectuele nageslacht bevond zich op het vasteland, in het bijzonder in Frankrijk en Duitsland.


De politieke begrenzing die aan de vorst of zijn regering werd opgelegd in het recht gebaseerd op de rechtsprekende macht, is aanzienlijk. De wetgeving wordt ingeperkt door een recht dat eraan voorafgaat en invloed heeft op alle veranderingen die die wetgeving wil invoeren20. De monarchen zouden er een half millennium voor nodig hebben om zich ervan te bevrijden, vanwege de klerken die hun eigen belangen wilden dienen. Frankrijk was een voorvechter van de positivistische rechtsopvatting geworden, niet alleen tijdens de Revolutie, maar ook al onder het absolutisme. Lodewijk xiv, die had verklaard de staat te zijn, concludeerde daar logischerwijs uit dat hij bevoegd was om de volgorde van troonopvolging vrijelijk te veranderen, en gaf zijn buitenechtelijke kinderen er een plaats in. Het positivistische geweld begon zich aan het recht op te dringen.


250. Eén ding is zeker: de lokale comités en de zelfbesturende vakbondscellen vielen niet langs electorale weg in de handen van de permanente afgevaardigden of door de Partij aangewezen personen, om vervolgens ontdaan te worden van hun anarcho-syndicalistische elementen. Het Leninisme vereiste dat niet en stond het zelfs niet toe: het had een vertegenwoordiging ontwikkeld die des te democratischer zou zijn doordat ze niet democratisch was. De leiders van de revolutie konden het volk beter vertegenwoordigen dan dat het dat zelf kon, want alleen zij beschikten over de waarheid die ze aan de materialistisch-historische wetenschap hadden ontleend – terwijl verkiezingen ruimte boden aan revisionisme, dat al bij voorbaat werd afgekeurd.


Intern maakte het bolsjewistische bewind gebruik van een nationalisme dat leek op dat van de vroegere Franse revolutionairen, waarbij Sovjet-Rusland werd voorgesteld als een fort, belegerd door de reactionaire legers van de wereld. In naam van het militair recht liet Trotski tegenstanders fusilleren, die gelijkgesteld werden aan buitenlandse agenten en verraders van de Natie onder de wapenen. De anempathie van de moordpartijen vond haar rechtvaardiging in het historicisme. Door het verzet te breken met een terreur die was ontleend aan de Franse Revolutie, maar die op de grootst mogelijke schaal en zeer intens werd toegepast, verkregen de bolsjewieken de leiding over een grootmacht die niet door de moegestreden buren kon worden aangevallen.

Ewoud Kieft, Oorlogsenthousiasme. Europa 1900-1918′

2 augustus 2016

Ewoud Kieft, Oorlogsenthousiasme. Europa 1900-1918’ – De Bezige Bij, 2015


Een bijzonder intelligente benadering van het onderwerp op een welhaast kubistisch wijze vanuit de intelligentsia en de intellectuele hype van de verschillende landen, evenals hun draaien en keren in de tijd. Invoelbare analyse van hoe het oorlogsenthousiasme voor WOI toch op korte tijd kon toeslaan als een gruwelijke massahype waarin iedereen werd opgejut en meegsleept.


Interessante vergelijkingen tussen de terreur van de Zwarte Hand in Sarajevo voor WOI en de huidige situatie met islamitische terreur. Destijds voor een extreem nationalistisch doel, nu eerder om de hele mensheid te bekeren en de zuiveren te redden.


https://www.vn.nl/historicus-ewoud-kieft-over-het-meeslepende-van-oorlog/

59. Op 3 augustus deden de gezamenlijke rectoren van de universiteiten in Beieren een oproep aan hun studenten om hun studie neer te leggen en zich bij het leger aan te melden. ‘De muzen zwijgen. Het gaat nu om de strijd [...] De geestdrift  van de bevrijdingsoorlogen laait weer op en de heilige oorlog begint.’ De vooraanstaande Duitse historicus Friedrich Meinecke schreef een dag later: ‘Ieder individu dient zich van nu af aan slechts nog als een onderdeel van de grote armatuur van de staat te beschouwen.’


In Jena kwamen de studenten van de plaatselijke universiteit in de aula bijeen om te luisteren naar hun achtenzestigjarige hoogleraar  filosofie Rudolf Eucken, die hun op het hart drukte dat de oorlog een ‘louterende en verhelderende werking’ had op de zielen. ‘Dit is de beste manier om een eind aan al het kleinzielige egoïsme te maken [...] in grote waagstukken gaat hetzelfde gevoel, hetzelfde leven door het hele volk, alle standverschillen, alle partijtegenstellingen zijn verdwenen.’ De oorlog deed aanspraak op de hoogste spirituele gevoelens van de mensen, meer nog dan de Kerken dat konden doen, betoogde de bejaarde  filosoof, aan wie in 1908 nog de Nobelprijs was verleend. ‘De oorlog heeft  een grote religieuze aantrekkingskracht, die ver boven alle verschillende dogma’s en de verscheidene denominaties uit reikt.’


Rainer Maria Rilke, in het hele Duitse taalgebied geliefd vanwege zijn lyrische, sensitieve gedichten, schreef tijdens de eerste dagen van augustus opgetogen dat er nu een eind was gekomen aan alle spirituele vrijblijvendheid die in de intellectuele bovenlaag van Europa had geheerst.


76. De ware oorlogsenthousiastelingen van 1914, degenen die daadwerkelijk naar oorlog verlangden, hadden zich tijdens die anderhalve week nauwelijks onder de massa’s vertoond. Dat waren de dichters, de schilders, de wetenschappers, de intellectuelen, de dandy’s, de futuristen, de nietzscheanen en de occultisten, al diegenen die de oorlog als een persoonlijk gevoel van bevrijding ervoeren. Tot dan toe hadden ze zich verre gehouden van de massabetogingen en het straatrumoer. Hun verwelkoming van de oorlog had meer met henzelf te maken, met hun eigen verlangens en frustraties, dan met de escalerende internationale crisis die de pleinen van Europa’s hoofd- steden in beroering bracht.


Maar in de loop van de dagen en weken en maanden zou het juist deze elitaire groep zijn die het verhaal van de Grote Oorlog ging bepalen. Hun oprechte overtuiging dat de oorlog noodzakelijk was bleek in een enorme behoefte te voorzien. De vele miljoenen soldaten en hun families wilden allemaal het gevoel hebben dat de oorlog een hoger doel diende, dat hun o ers niet voor niets waren geweest.


465. Over het oorlogsenthousiasme zelf had Freud een nog eenduidiger theorie, die hij een paar maanden later tijdens een tweede lezing naar buiten bracht. De plotselinge moordzucht en vreemdelingenhaat, waar zelfs – en juist – de hoogst opgeleide, meest ‘geciviliseerde’ lagen van de bevolking zich aan overgaven, zonder enige scrupules of achting voor het internationaal recht, waren eigenlijk heel logisch. Beschaving was in feite niets meer dan de kunstmatige inperking van de menselijke driften. Met het voortschrijden van de beschaving verdwijnen de driften niet, die worden alleen maar heftiger onderdrukt. Op onbewaakte ogenblikken vinden ze altijd hun uitweg, redeneerde Freud, precies zoals ‘we bij het inslapen telkens onze moeizaam verworven zedelijkheid als een kledingstuk afwerpen – om het de volgende morgen weer aan te trekken.’


Wat in Europa was gebeurd was in die zin onvermijdelijk. Mensen leefden al jaren ‘boven hun stand’, zoals Freud het formuleerde. Het werkelijke gevaar had hem gezeten in het feit dat mensen in de illusie van beschaving waren gaan geloven, een illusie die ze zichzelf hadden aangepraat. ‘In werkelijkheid zijn ze niet zo diep gezonken als we vreesden, want ze waren lang niet zo hoog gestegen als we geloofden.’ Het uitbreken van de oorlog had de ware aard van het menselijke beest weer aan de oppervlakte gebracht, een tijdelijke oprisping, verwachtte Freud, want de sociale onderdrukkingsmechanismen zouden daarna vanzelf hun werk weer gaan doen.

Georges Simenon, De trein

9 juli 2016

Georges Simenon, De trein.

uitg. De Bezige Bij 2016

Een indrukwekkend verhaal over liefde, lafheid, schaamte en verantwoordelijkheid. Fenomenaal op- en afgebouwd.

 

110. Het is waar dat ik me misschien herhaal, dat ik in de war raak, ja, dat ik mezelf tegenspreek, want als ik schrijf, is het vooral uit de behoefte om een bepaalde waarheid te achterhalen.

172. Ik had nauwelijks een paar meter gelopen, toen er zich een silhouet losmaakte van de muur en op mij toekwam, terwijl een stem mijn naam riep: ‘Marcel.’
Ik herkende haar meteen. Ze droeg een donkere mantel en een baret. Haar gezicht leek me bleker dan ooit.
Ze kwam naast me lopen, zoals vroeger als ik zei: ‘Kom mee.’
Ze leek verkleumd van de kou en erg aangedaan, terwijl ik kalm en helder bleef.
‘Ik moet je spreken, marcel. Het is mijn laatste kans. ik ben in Fumay met een engelse piloot die ik naar de vrije zone moet brengen.’
Ik draaide me om en dacht het silhouet van een man te zien die zich verdekt had opgesteld bij de deur van matray.
‘Iemand heeft ons verraden en de gestapo zoekt ons, zit achter ons aan. we moeten ons een paar dagen kunnen schuilhouden op een veilige plaats, zodat ze ons vergeten.’
Ze hijgde onder het lopen, wat haar vroeger nooit was overkomen. Haar ogen waren omwald, haar gezicht had alle frisheid verloren.
Ik bleef met flinke stappen lopen en op het moment dat ik de hoek omsloeg naar de kade, zei ik tegen haar: ‘Weet je…’
‘Ik begrijp het.’
Ze begreep me altijd, voor ik mijn mond opendeed. Ik wilde niettemin zeggen wat ik te zeggen had.
‘De Duitsers houden me in de gaten. Ze zijn al twee keer…’
‘Ik begrijp het, marcel,’ herhaalde ze. ‘Ik neem het je niet kwalijk. Vergeef me.’
Ik kreeg niet de tijd om haar tegen te houden. Ze had rechtsomkeert gemaakt en liep snel terug naar de man die in het donker op haar wachtte.
Ik heb er nooit met iemand over gepraat. Nadat ik de radio van de dokter had gerepareerd, ben ik weer naar huis gegaan, waar jeanne in de keuken de tafel dekte, terwijl jean-François in zijn kinderstoel al zat te eten.
‘Je hebt toch geen kou gevat?’ vroeg ze, terwijl ze me aankeek.
Alles stond op zijn plaats, de meubels, alle spullen, zoals we ze hadden achtergelaten bij ons vertrek uit Fumay, en er was een kind bij gekomen in huis.
Een maand later zag ik een nog vers aanplakbiljet aan de muur van het gemeentehuis. Er stonden vijf namen op, waaronder één engelse en die van anna Kupfer. Alle vijf waren ze twee dagen eerder als spionnen gefusilleerd op de binnenplaats van de gevangenis van Mézières.
Ik ben nooit terug geweest in La Rochelle. Ik zal er ook nooit meer heen gaan.
Ik heb een vrouw, drie kinderen en een zaak in de rue du Château.

« Vorige berichten