Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Emil Ludwig, Gesprekken met Mussolini. 

13 september 2020

Emil Ludwig, Gesprekken met Mussolini. 

uitg. Davidsfonds 2020

met een voorwoord van Toon Horsten: ‘Emil Ludwig, vriend van de groten (maar niet van Ernest Claes) : Er zijn weinig dingen die zo onvoorspelbaar zijn als het verleden.’

 

Deze ‘Gesprekken met Mussolini’ bij het Davidsfonds uitgegeven, vormen een bijzonder interessante reportage met een doorkijk naar een periode die door de toekomst nadien alleen maar meer versluierd raakte, waardoor het allemaal achteraf veel makkelijker en duidelijker lijkt maar destijds alleszins bijzonder moeilijk leek.

Het metier van de Duits-Joodse interviewer, Emil Ludwig, doet me denken aan de manier waarop Oriana Fallaci vele decennia later haar dictators en wereldleiders aan de praat kreeg om zo de sluier van hun denken en doen te lichten.

In 1932 kwam er ook een door de USSR geautoriseerde uitgave van het interview van Emil Ludwig met Stalin op de markt van welzijn en geluk.

 

91. `De Duce heeft het wel gemakkelijker dan wij; hij hoeft geen gezelschap te zoeken. Dan zou ik ook zo veel voor elkaar kunnen krijgen!’

Hij lachte en vervolgde toen: `Ik was voorbereid door een permanent eenzaam leven. Ik kan niet anders. Ik heb alleen altijd geleden onder slecht weer, dan probeerde ik me te redden door temperatuurswisseling. Maar u hebt gelijk dat het staatsbelang een mens beperkt. Daarvoor is het ook het staatsbelang!’

— Merkwaardig dat macht mensen leert af te zien van zo veel dingen.

`Zoals elke passie’, zei hij zacht.

— Welke passie is sterker: revolutie of opbouw?

`Beide zijn interessant’, antwoordde hij meteen. `Het hangt mede af van de leeftijd waarop iemand iets doet. Een man van veertig of vijftig zal liever willen opbouwen, vooral wanneer hij het andere achter zich heeft.’

— In dit opzicht wijkt uw loopbaan af van de meeste soortgelijke. Bismarck en Victor Emanuel hadden hun Rome na decennia bereikt en daarmee hun voornaamste werk voltooid. U hebt het op dat moment opgepakt. Daarom begrijp ik niet zo goed waarom het fascisme na tien jaar van opbouw nog spreekt van zijn voortgaande revolutie. Dat doet denken aan Trotski’s theorie van de permanente revolutie.

`Het heeft andere oorzaken. Wij gebruiken het woord omdat het op de massa een mystieke indruk maakt. Ook op hoogstaandere geesten werkt het stimulerend. Het stelt iets uitzonderlijks in de tijd vast en geeft de gewone man het gevoel dat hij deelneemt aan een buitengewone beweging. In werkelijkheid begon de opbouw meteen. Het was bijvoorbeeld een lastige opgave om van duizenden enthousiaste soldaten weer ordentelijke burgers te maken. Je kunt revolutie wel zonder soldaten ontketenen, maar die tegen de soldaten. Het is mogelijk met een neutraal elger, maar niet tegen een leger.

Lees verder »

Patrick Bassant, De vlinder in de inktpot.

10 september 2020

Patrick Bassant, De vlinder in de inktpot. 

Wereldbibliotheek 2020

‘Het gaat hem om de menselijke kant van het conflict: de twijfel over de juiste keuze, de moeite om zelfstandig te blijven denken, de angst voor verraad aan de eigen idealen, de onontkoombare teleurstelling waar iedereen vroeg of laat mee te kampen kreeg.’

Na een reeks toelichtingen over tijd en personages – ongetwijfeld een noodzakelijke voorwaarde voor de niet ingewijde en nog jonge lezers – gaat ‘De vlinder in de inktpot’ in een stevig tempo door met bijzonder rake en pijnlijke typeringen van de grote namen uit de grote heldenstrijd van de Spaanse burgeroorlog. Alleen daarom al vind ik het boek de moeite van het lezen meer dan waard. 

De vlinder in de inktpot is geen volmaakte roman, aan de constructie valt nog wel wat aan te merken, maar ze is met grote vaart, tomeloze inzet en kennis van zaken geschreven. Bassant weeft een kleurrijk tapijt van feiten en fictie dat een hechte eenheid vormt. Knap weet hij de episodes waarin Pit de hoofdrol speelt in een wat arbeideristische toon te zetten, terwijl de wederwaardigheden van Johan Brouwer, de licht arrogante intellectueel, meer vormelijk worden beschreven. Maar wat mij het meest aanspreekt is de ambitie die uit De vlinder in de inktpot spreekt. Het is een wervelende, caleidoscopische roman over oorlog, verraad, vriendschap, vrijblijvend engagement en diepe betrokkenheid. Patrick Bassant is een schrijver die de grote greep niet schuwt. 

Recensie: Patrick Bassant – De vlinder in de inktpot

161. Hij meent het woord voor woord. Iedereen die zijn bek opentrekt, wordt door de GPOe, de geheime politie, opgepakt en ondervraagd. Als je dan geluk hebt, stoppen ze je in een communistisch heropvoedingskamp. Daar mag je tot het eind van de oorlog zelfkritiek uitoefenen, jezelf verbaal geselen tot leegbloedt. Of ze slepen je voor een geïmproviseerde krijgsraad en dan beschuldigen ze je van trotskistische ideeën. Komen er twee agenten die je de kamer uit slepen. De een geeft je een nekschot en de ander slaat met de kolf van zijn geweer de  gouden tand uit je  lijk, omdat je  de revolutie belangrijk vindt, of omdat je kritiek op de legerleiding hebt, of omdat je denkt dat er mogelijk nog een andere visie is op de wereld in het algemeen en deze oorlog in het bijzonder. En ze zitten overal, die informanten. Werkelijk waar, Marty heeft al honderden brigadiers laten fusilleren. Er zit hier in Albacete een apart GPOe-regiment om dwarse rekruten op te sporen. Die ene Joegoslaaf, Moreno, die is de baas.

Lees verder »

Le baron noir

7 september 2020

Le baron noir

 

Een verplichte reeks voor alle mogelijke politici en politici in spe, jongeren die graag de wereld veranderen en zelfs verbeteren, ouderen die hun vingers verbrand hebben of op de blaren moeten zitten, dan wel voor hen die het in hun jeugd allemaal zouden gaan doen en het nooit hebben gedaan en met het naderen van hun eigen einde graag opnieuw de ongeschonden dromen hunner jeugd belijden als boete voor een heel leven gelardeerd met de douceurtjes der instellingen. Slachtoffers worden wel vaker zelf schennende daders, toch?

Ik heb destijds The West Wing met moeite doorworsteld omdat mijn kinderen er weg van waren en ik het tempo niet kon volgen. Na een jaar of wat oefenen via Heimat, OZ en The Wire was ik bijgeschoold tot een geroutineerde kijker op snelheid. Ik kon dus redelijk goed volgen bij  Homeland, Fauda, Borgen en finaal ook bij House of Cards, zij het dat het laatste seizoen daarvan een flop was van jewelste met botox en gekrakeleerde make up voor alles en iedereen. 

West Wing en House of Cards lichtten een denkbeeldige sluier van Amerikaanse politieke besluitvorming, maar dat bleek niet eens voldoende om de politieke en bestuurlijke lijnen van de huidige Amerikaanse president te kunnen begrijpen. 

Met de uitstekende serie ‘Le Baron Noir’ – eerste klasse opleidingsmateriaal politicologie, geschiedenis en maatschappijleer voor middelbare scholen en universitaire colleges – is iets vergelijkbaars aan de gang. 

Tot en met seizoen 2 kon ik op eigen ervaring vlotjes de mogelijke vervolglijnen bij cliffhangers voorspellen waardoor de reeks bij wijlen wat saai en slapjes smaakte voor een oud politicus van dezelfde gezindte als de hoofdrolspeler van de serie. 

Seizoen 3 was veel moeilijker en spannender.

Ik kon hooguit achteraf proberen te begrijpen welke wendingen door het scenarioteam werden gekozen. Een beetje zoals in Italië na de opkomst van de Vijfsterrenbeweging of in Frankrijk met de REM van EM. 

Het was voor mij niet de fenomenale en vertrouwde Villa Cavrois als ambtswoning van de Duitse kanselier die verwarring zaaide en ook niet het verschroeiende populisme van de constituante door bij lotterij aangeduide burgers – naar David Van Reybroucks voorzet G1000 en zijn deliberatie democratie door loting – die seizoen 3 zo adembenemend beklemmend maakte. Ik bleek meer getroffen door de heroïsche toenadering en afwijzing, de grimlach van de wolvin, de eenzaamheid in de politieke besluitvorming en de bovenmenselijke krachttoeren van de protagonisten in de strijd om het presidentschap met een scherp en diepgaand politiek debat en een navenante keuze die mij verblufte. 

Actuele nationale en internationale politiek op hoog niveau.

Er komt naar verluidt een vierde seizoen… 

Daniel Mendelsohn, Pijn en genot – Van de oude Grieken tot Game of Thrones.

30 augustus 2020

Daniel Mendelsohn, Pijn en genot – Van de oude Grieken tot Game of Thrones.


uitg. De Bezige Bij 2020


https://www.standaarduitgeverij.be/pijn-en-genot-van-daniel-mendelsohn/

Een verzameling essays    uit The New York Times of The New Yorker waarvan er enkele bijzonder in het oog vallen en lang blijven nazinderen:

 

65. Nadat de goden Aeneas hebben opgedragen om Dido in de steek te laten en uit Carthago te vertrekken – het mag per slot van rekening niet net zo met hem aflopen als met Antonius, de liefdesslaaf van een Afrikaanse koningin – bereidt hij zijn ontsnapping voor. Maar Dido heeft hem door en in een furieuze tirade geeft ze de man die ze als haar echtgenoot beschouwt de wind van voren om zijn laffe onttrekking aan een heel ander type verantwoordelijkheid – emotioneel, ethisch – dan het politieke plichtsbesef dat hem vanaf het begin gedreven heeft:


Wat zal ik zeggen? Wat kan ik nog zeggen? [...] Op geen enkele plek heerst trouw; nergens.


Hij was aangespoeld op het strand, een schipbreukeling, met niets. Ik heb hem verwelkomd.


Met deze woorden wordt Dido de meest welsprekende vertolker in de Aeneis van morele verontwaardiging over beloften die altijd gebroken worden door mannen met een missie. Door zelfmoord te plegen wordt zij een hartverscheurend symbool van de nevenschade die heerszucht met zich meebrengt.


De reactie van Aeneas op haar tirade is veelzeggend. Hij kan het niet opbrengen om haar in de ogen te kijken, en kijkt in plaats daarvan ‘naar de toekomst / waarop hij zich moest richten’:


De plichtsgetrouwe Aeneas, kreunend en zuchtend, en inwendig uit het lood geslagen door zijn grote liefde voor haar, en naarstig op zoek naar de woorden die haar verdriet over wat haar wordt aangedaan kunnen verzachten, gehoorzaamde niettemin het goddelijk bevel en ging terug naar zijn vloot.


Een groot deel van de Aeneis gaat over deze kwellende tweestrijd tussen persoonlijke voldoening en publieke verantwoordelijkheid, later een vaak terugkerend thema in de Europese literatuur en in Europees drama, van Corneille tot The Crown.


 

Lees verder »

Irvin D. Yalom,Tegen de zon in kijken

30 augustus 2020

Irvin D. Yalom,Tegen de zon in kijken


uitgeverij Balans 2012

‘Tientallen jaren geleden vroeg een op sterven liggende patiënt bij het afscheid of ik even bij haar op bed wilde komen liggen. Ik deed waar ze om vroeg en ik denk dat ik haar daarmee getroost heb. Er gewoon voor iemand zijn is het grootste geschenk dat je kunt geven aan iemand die oog in oog met de dood staat, of die lichamelijk gezond is, maar in doodsangst verkeert.’

230. ‘In mijn werk met cliënten streef ik er bovenal naar een verbintenis aan te gaan. Daarom neem ik me ook voor naar eer en geweten te handelen: ik doe het zonder uniform, zwaai niet met diploma’s, aanspreektitels en onderscheidingen; ik doe niet net of ik dingen weet die ik niet weet; ik weiger niet vragen te beantwoorden; ik verschuil me niet achter mijn rol; en ik zal nooit mijn eigen menselijkheid en kwetsbaarheid verbergen.’


299. ‘Ik ben dit boek begonnen met de opmerking dat doodsangst zelden in de psychotherapie aan bod komt. Therapeuten vermijden het onderwerp om een aantal redenen: ze ontkennen de aanwezigheid of de relevantie van doodsangst; ze beweren dat die doodsangst eigenlijk voor de angst voor iets anders staat; soms zijn ze bang hun eigen angsten op te roepen; of ze vinden sterfelijkheid te verwarrend of te aangrijpend.


Ik hoop op deze bladzijden te hebben aangetoond dat het noodzakelijk en haalbaar is alle angsten onder ogen te zien en te onderzoeken, ook onze duisterste angsten. We hebben alleen nieuwe in­strumenten nodig: een nieuw stel ideeën en een ander type relatie tussen therapeut en patiënt. Ik heb voorgesteld ons te richten op de ideeën van grote denkers die de dood recht in de ogen hebben gekeken en een therapeutische relatie op te bouwen op basis van de existentiële levensfeiten. Iedereen is voorbestemd zowel de vreugde van het leven als de angst voor de sterfelijkheid te ervaren.’


‘Oprechtheid, iets wat van doorslaggevend belang is voor een effectieve therapie, krijgt een heel nieuwe dimensie wanneer een therapeut eerlijk existentiële kwesties aanpakt. We zullen afscheid moeten nemen van het medische model waarbinnen zulke patiënten worden beschouwd als mensen die aan een vreemde aandoening lijden en behoefte hebben aan een emotieloze, steriele genezer. We hebben allemaal met dezelfde angst te maken, met de wond van de sterfelijkheid, de worm aan de kern van ons bestaan.’

Lees verder »

André Gantman, Het Auschwitz gen – Essay

30 augustus 2020

André Gantman, Het Auschwitz gen – Essay


Doorbraak 2020


https://www.langzullenwelezen.be/nieuws/het-ausshwitz-gen-andre-gantman-over-zijn-boek-in-de-zevende-dag


https://atv.be/nieuws/het-auschwitz-gen-van-andre-gantman-91690


Belangrijk vind ik in ‘Het Auschwitz gen’ de benadering van het antisemitisme vanuit het standpunt van de slachtoffers en hun nakomelingen.


22. Omdat, en dat is het huiveringwekkende privilege van onze generatie en van mijn volk, niemand beter dan wij heeft kunnen begrijpen dat onrecht onherstelbaar is en om zich heen grijpt als een besmetting.


Het is een onuitputtelijke bron van kwaad: het breekt de getroffene naar lichaam en ziel, blust hen uit en ontmenselijkt hen; het slaat als schande terug op de onderdrukkers, leeft voort als haat in de overlevenden en woekert op duizenden manieren verder, tegen ieders wil, als wraakzucht, moreel verval, netaide, moeheid, verzaking.

Louis Ide, Holy land

30 augustus 2020

Louis Ide, Holy land


Witsand Uitgevers 2020


Vier hoofdfiguren, drie religies. Een extreme atheïst, een katholiek, een geradicaliseerde en een gematigde moslim… Wanneer een van hen besluit zijn droom waar te maken en in het uitgestrekte gebied van de Amerikaanse Bible Belt een religieus pretpark te openen, drijft een ander de religieuze meningsverschillen op de spits, met dramatische gevolgen.


Een caleidoscopische benadering van geloof en de ‘goede werken’ die ermee gepaard gaan.


Louis Ide is arts en nationaal partijsecretaris voor N-VA. Hij was ondervoorzitter van de Senaat en is columnist voor knack.be en Artsenkrant. Hij schreef diverse boeken over gezondheidszorg. In het ziekenhuis Jan Palfijn in Gent is hij specialist antibioticabeleid, infectiecontrole en microbiologie. Hij is getrouwd en vader van drie dochters.


42. ‘Mijn geloof was al lang tanende, het gebeurde vanzelf en geruisloos. Ik was een puber.


Zo hoort het ook te zijn. Eerst moet er een bepaald opvoedkundig ‘godsdienstbeeld’ worden afgebroken om heropgebouwd te worden (of niet). Bij sommigen blijft het een eeuwige tabula rasa, bij anderen blijft het een leven lang puinruimen. Maar een heropbouw is dus ook mogelijk. Bij zo’n heropbouw helpen dan vaak die grote wetenschappers: Darwin, Einstein, Gödel en Lemaître.


Alleen kiest een mens – laten we eerlijk zijn – bewust of onbewust vaak de denkers die het best binnen zijn kraam passen.


Zo is Voltaire voor mij een dankbaar geschenk. Wist ik veel dat Voltaire ooit een kerk oprichtte. Vol ongeloof ontdekte ik de kerk in Ferney-Voltaire. Voltaire was een dwarsdenker en als het ware een exponent van de Verlichting. Per toeval op weg naar Genève ontdekte ik er ‘Deo erexit Voltaire’ in zijn kerk en prevelde bijna automatisch ‘Amen’. Op zijn minst bleek Voltaire dus een deïst, niet? Laat elke vrijmetselaar dat nooit vergeten. Mijn vader zou niet meer bijkomen van het lachen.’


49. ‘Nog wist hij te vertellen hoe hij een aantal moslimdokters had weten te bespelen zodat ze nu een lobbygroep vormden, die ijverde voor een betere terugbetaling door de ziekteverzekering van genitale besnijdenissen. ‘De dokters hadden zelfs een studie opgezet waarmee ze vooral die westerse ­idioten – dat waren zijn woorden – in het riziv hadden weten te overtuigen dat besnijdenissen op de keukentafel nog veel erger waren én dat ze dus maar beter in het ziekenhuis konden worden uitgevoerd, mét terugbetaling vanzelfsprekend!’

Louis Van Dievel, De dokter is uw kameraad niet – uit het leven van Guust Van Mol

2 juni 2020

Louis Van Dievel, De dokter is uw kameraad niet – uit het leven van Guust Van Mol

uitgeverij Vrijdag Antwerpen 2020

 

20200527 Knack Walter Pauli, Intern had de PVDA alle kenmerken van een sekte.

DeMorgen Jan Stevens Louis Van Dievel Jan Van Duppen 28-05-2020













Walter Van Steenbrugge:

 



Guust en ik en Amada


https://philippeclerick.blogspot.com/2020/06/guust-en-ik-en-amada.html?






















https://www.langzullenwelezen.be/nieuws/de-dokter-is-uw-kameraad-niet-journalist-en-auteur-louis-van-dievel-in-de-afspraak



https://www.youtube.com/watch?v=-SLLu1bk6D0



https://www.youtube.com/watch?v=viU8n3SOQxc&list=PLL-5F7SysReh5IatYzdYGnDjIwaE0rCxt





















Disclaimer: mocht de huidige PVDA, die voortkomt uit de organisatie hieronder beschreven, enigerlei schade ondervinden van onderstaand stuk, dan is dat mooi meegenomen, maar ’t is niet de bedoeling. De PVDA is ondertussen een heel andere organisatie geworden. De organisatie waar Guust en ik toe hebben behoord zou de huidige PVDA beschouwd hebben als revisionisten, rechts-opportunisten, reformisten en ‘valse communisten’. (1)




















 Alhoewel ik een trage lezer ben en soms meer dan twee maand aan één boek knaag, heb ik het levensverhaal van Guust van Mol (367 bladzijden) in een namiddag en avond uitgelezen, want ik kon het boek niet neerleggen. Het hielp dat ik Guust een klein beetje heb gekend, sterker nog, ik heb hem als ‘Guust’ gekend, hoewel dat niet zijn echte naam is. Guust en ik waren lid van Amada, later PVDA (2), en het was de gewoonte om onder kameraden, met het oog op politiespionnen, nooit onze echte naam te gebruiken, maar onze partijnaam. Guust heette ‘Guust’ in de partij, en ik heette ‘Leon’ in de jeugdbond van die partij. Mijn contact met de nationale leiding verliep langs ‘Rik’. Toen ik jaren later bij de paracommando’s terechtkwam – het boek legt uit waarom Amadezen daar terechtkwamen – hoorde ik voor het eerst de echte naam van ‘Rik’.





















 


















Herman Jacobs op

http://mappalibri.be/?navigatieid=61&recensieid=8755

 


















’Misschien moet je er toch liefst in de vorige eeuw voor geboren zijn, en dan wellicht bij voorkeur ook nog niet in de allerlaatste decennia ervan. Misschien moet je belang stellen in de verschijnselen drammerigheid, bezetenheid, fanatisme, het geloof dat bergen verzet en sektevorming. Misschien helpt het als de filosofische onderafdeling ‘Utopisch denken’ en de politieke vertaling daarvan je belangstelling prikkelen.


















Maar misschien ook is het zo dat dit ook zonder al die slagen om de arm eenvoudigweg een ouderwets medeslepend en ronduit interessant boek is. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik de 362 tekstpagina’s ervan werkelijk in één ruk verslonden heb – en ja, toen ik het uit had met een tikje spijt dát ik het uit had óók nog. En heus niet louter omdat ik ‘Guust Van Mol’, over wie zo dadelijk meer, persoonlijk ken. Dat is namelijk nauwelijks het geval – ik heb ’m tot nu toe één keer ontmoet, en wel in Amsterdam, op de viering van Harry Mulisch’ tachtigste verjaardag in de Stadsschouwburg, 15 september 2007, en verder wissel ik, héél af en toe, om het jaar of zo, eens wat gedachten met hem via elektrieke weg. Waarbij we het vaak wel, maar ook weleens niet met elkaar eens zijn.’


Max Schneider Humanistisch Verbond Kritisch Lezen: ‘Biografictie is het woord dat de uitgeverij bedacht heeft voor deze vakkundig samengestelde … ja samengestelde wat eigenlijk? Een levensverhaal, based on a true story, dat dus geen biografie wil zijn en een feitenverslag dat geen roman wil zijn. Maar dat wel leest als een trein; niet getreurd dus.’

‘Met passie voor je idealen gaan, inzien dat je je vergist hebt en je fouten rechtzetten. En dan opnieuw met passie en aandacht voor het schone, het goede en het ware gaan. Wie beter doet mag het zeggen’

https://humanistischverbond.be/kritisch-lezen/313/de-dokter-is-uw-kameraad-niet-uit-het-leven-van-guust-van-mol/



















 

omdat niets is wat het lijkt … en het altijd anders kan.


Voor de goede orde:


Guust Van Mol was mijn partijnaam: wij waren destijds van de Amada/PVDA-cel in Mol en de hele Kempen. Gust was de naam van mijn geliefde grootvader met de twist van Frainquin ‘ Guust Flater’ want er kon zeker niet gelachen worden in de maoïstische sector.


Louis Van Dievel heeft met ‘De dokter is uw kameraad niet’  naar mijn mening een boeiende en uitermate lezenswaardige poging gedaan om ZIJN verhaal te distilleren uit MIJN archief en daar ben ik zeer blij om.

Niet alleen omdat hij mij gedurende 2,5 jaar gedwongen heeft alles wat ik had – en niet meer had – bijeen te zoeken, boven te spitten en te analyseren om de fouten uit mijn eigen geheugen te verbeteren, maar ook omdat ik op die manier toch begonnen ben aan die grote döstädning waar ik zonder externe druk zo verschrikkelijk tegen op keek, omdat ik onbewust in mijn achterhoofd de verschrikkingen, die ik daar zou vinden, uit de weg wou gaan.

Zo vaak ben ik grondig herbegonnen, chronologisch en thematisch maar ieder excuus was uiteraard goed om even te pauzeren….

Tot Louis mij vond en mij achter mijn vodden bleef zitten. Irritant en vervelend, lastig en met allerlei trucs, motiverend en dwingend met honderden vragen.

Hoe dan ook is dat ZIJN verdienste en die is niet gering.

Dat hij daar enkele dingen heeft bij gesleurd of geselecteerd die ikonbelangrijk of overdreven vind, doet daar niet veel van af.

‘De dokter is uw kameraad niet’ is natuurlijk maar een deel van het verhaal – Louis kreeg 80% van wat ik had, en heeft er 20% van gebruikt.

Met mij gaat het voorlopig redelijk. Louis vertelt in ‘De dokter is uw kameraad niet’ dat Guust Van Mol alleen maar leest om het bevatten der dingen, om te begrijpen.Maar net zoals Guust Van Mol in de jaren 70-80 na intense en snelle vertaal- en schrijfarbeid op de redactie van het populaire weekblad Konkreet – nadien Solidair – in Brussel rond een uur of twee iedere zaterdag en zondag stilletjes het pand verliet om met zijn rode R4 naar het museum van Horta, de Cinquantenaire, Schone Kunsten, Muziek, Solvay, Stoclet… te rijden of tentoonstellingen te bezoeken op advies van G. W. – de ex van L. M. – zo geniet ikzelf nog steeds zeer veel van een mooi verhaal, gedicht, muziek, schilderij, film, series, huis, tuin of natuur en bakplezier.

Dus werk ik nu rustig verder aan mijn ‘Bekentenissen aan een kleinkind’ waarin ik probeer alles wat ik heb en herinner te ordenen, naar mijn inzichten.

Probleem daarbij is natuurlijk dat door Louis’ boek het nu voor mij steeds meer begint te lijken dat zijn versie ook de echte is, de ware, de mijne …. en dat is manifest niet het geval.

Het is ZIJN lezing van het leven van Guust Van Mol.

Wat dit alles ook heeft opgeleverd is niet gering voor mij en mijn inzicht in mijn eigen drijfveren en vooral die van zovele andere jonge mensen toen en later en zeker ook nu nog – als Trotskisten, Maoïsten, Stalinisten, Islamisten en andere vieze tiesten tot en met Climate Change, XR, BLM

En dat blijft voor mij het helderste geformuleerd door Siegfried Bracke: het diep gewortelde gevoel van schuld, de erfzonde.

Of ze nu van de roomse kerk, dan wel het marxisme kwam, of ze wortelt in de Koran of de overtredingen van Ramadan en sharia.

Dat is geen gering fenomeen.

Ivan Wolffers, Overleven: ‘We zijn er om getuige te zijn van alles wat er gebeurt vanaf het moment dat we geboren zijn, de goede momenten, maar ook om de momenten van vreselijke pijn zin te geven. We moeten onze ervaringen doorgeven, zodat anderen weten wat er gebeurd is en we nooit meer dezelfde fouten maken. Overleven is vertellen aan je kinderen, je kleinkinderen en aan iedereen die wil luisteren wat je in het leven geleerd hebt.’









Louis Van Dievel, De dokter is uw kameraad niet – uit het leven van Guust Van Mol

2 juni 2020

NAOKO ABE , Sakura. Hoe een Engelsman de Japanse kersenbloesem redde.

25 mei 2020

NAOKO ABE , Sakura. Hoe een Engelsman de Japanse kersenbloesem redde.

uitgeverij Thomas Rap 2020

 

Interessant verhaal over de Japanse cultus van de kersenbloesem en hoe die elders in de wereld nooit geheel vrijblijvend werd verspreid. 

 

‘In geval van nood moeten wij als kersenbloesems vallen voor de keizer. In deze geest hebben wij Japanners van oudsher kersenbloesems bewonderd. We verheugen ons niet alleen over de bloemen, we verheugen ons over het vallen van de bloemen en hun heldhaftigheid. Dit is de fundamentele geest van de Japanse waardering van de kersenbloesems.’ Kiyoshi Hiraizumi

 28. In Japan botsten Ingrams opvattingen over heterogeniteit met de homogeniteit van het land. Ingram meende dat mensen de diversiteit van opvattingen en overtuigingen, van soorten en variëteiten, juist moesten aanmoedigen en prijzen. Een samenleving die verschillen omarmt, kent af en toe conflicten maar is robuust, energiek en toekomstgericht. Voor hem betekende dit: hoe meer verschillende soorten vogels en planten – waaronder kersenbloesems – hoe beter.

Ingram kon maar niet begrijpen hoe Japan zo’n extreem uniforme cultuur had kunnen ontwikkelen. Hij vond die nieuwe cultuur beperkend en mogelijk gevaarlijk. Het verdwijnen van diversiteit, dat werd onderstreept door het uitsterven van de taihaku-kers, symboliseerde de militaristische stemming in Japan in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. De alomtegenwoordigheid van de uniforme somei-yoshino-kers sprak boekdelen over het donkere pad van conformisme dat de Japanners volgden, tot aan hun nederlaag in 1945.

111. Het oude Japan is voorgoed verdwenen en het jonge Japan regeert in zijn plaats,’ schreef hij. ‘[Maar] het is overduidelijk dat van het verleden meer is behouden dan opgegeven. De volksaard blijft intact.’ Om dat te verduidelijken citeerde Chamberlain twee gedichten die Japanse nationalisten uit het einde van de negentiende eeuw regelmatig aanhaalden als kenmerkend voor de Japanse aard. Het eerste was van een achttiende-eeuwse klassieke Japanse geleerde, Norinaga Motoori:

Als iemand vroeg

Wat is de geest van de ware Japanner?

Zou ik zeggen dat het de yama-zakura-bloesems zijn

Het tweede gedicht was een populair Japans gezegde uit de zeventiende eeuw:

De kers is de eerste onder de bloemen,

Zoals de samoerai de eerste onder de mensen is.

112. De kern van de Japanse volksaard werd volgens Nitobe gevormd door een ongeschreven code op basis van morele principes die van generatie op generatie was overgeleverd en die bindend was voor de samoerai. De Amerikaanse president Theodore Roosevelt las het boek en schonk het zijn vrienden in de tijd van de Japanse overwinning op Rusland in de Russisch-Japanse Oorlog van 1904-1905. Bushid? beschreef de deugden van ridderlijkheid, respect voor de ouders, loyaliteit, patriottisme, beleefdheid en zelfbeheersing. Hoewel ‘de geest van bushid?’ ooit het unieke domein van de samoerai was geweest, ‘heeft hij alle sociale klassen doordrenkt en het hele volk een morele standaard verschaft’, schreef Nitobe.

De kersenbloesem, voegde hij eraan toe, was ‘zowel de favoriet van ons volk als het zinnebeeld van ons karakter’. En hij kapittelde de Engelse roos vanwege haar verborgen doorns, opzichtige kleuren, zware geur en de hardnekkigheid waarmee ze zich vastklampte aan het leven:

Al deze eigenschappen wijken zozeer af van die van onze bloem, die geen dolk of vergif onder haar schoonheid draagt, die altijd gereed is van het leven te scheiden als de natuur daarom vraagt, wier kleuren nooit pompeus zijn en wier lichte parfum nooit tot verzadiging leidt. De schoonheid van kleur en vorm pronkt in bescheiden mate; ze is een vaste kwaliteit van het bestaan, terwijl haar parfum vluchtig is, ongrijpbaar als de asem van het leven.

227. In die beginjaren van zijn leven aanbad iedereen in Japan de keizer als een levende god, en de kersenbloesem behoorde tot de krachtigste symbolen van het leger. Van alle woorden in het keizerlijke edict over opvoeding dat de Japanse kinderen moesten opzeggen, was de belangrijkste zin: ‘Offer u dan moedig op voor de staat.’ Met andere woorden, wees bereid voor de keizer te sterven. En inderdaad kregen alle soldaten te horen dat ze bereid moesten zijn te vallen en te sterven zoals ook kersenbloesems vielen en stierven na een kort maar schitterend leven.

243. Bij het uitdragen van deze patriottische boodschappen wist niemand meer invloed uit te oefenen dan Kiyoshi Hiraizumi.  Hiraizumi was in de jaren dertig van de vorige eeuw hoogleraar Japanse geschiedenis aan de Keizerlijke Universiteit van Tokio. In die tijd gaf hij ‘spirituele’ lezingen voor militairen, politieagenten, onderwijzers en leerlingen over de ‘Japanse geest’, waarin hij zijn geloof in het shintoïsme verbond met kersenbloesems, bushido en de keizer om zo tot een ideologie van Japanse suprematie te komen. In zijn boekje Loyaliteit en moraliteit stelde Hiraizumi botweg:

‘In geval van nood moeten wij als kersenbloesems vallen voor de keizer. In deze geest hebben wij Japanners van oudsher kersenbloesems bewonderd. We verheugen ons niet alleen over de bloemen, we verheugen ons over het vallen van de bloemen en hun heldhaftigheid. Dit is de fundamentele geest van de Japanse waardering van de kersenbloesems.’

Babylon Berlin seizoen 1-2

15 mei 2020

Babylon Berlin seizoen 1-2

Eén van de beste series (2 seizoenen op vrtnu) sinds jaren ondermeer om de vele feiten, steun en samenwerking die bijna een eeuw lang ijverig verzwegen werden.

Seizoen 3 speelt reeds in Duitsland

Ook al ging de USSR prat op het uitbouwen van het socialisme in één land … er werd van heel vroeg reeds ijverig samengewerkt met de ultra nationalistische – zelfs royalistische – krachten in Duitsland waar volgens Stalin de ‘sociaal-fascisten’ in de Weimar republiek aan de macht waren. De USSR had het blijkbaar meer voor de rechtse, fascistische krachten die het einde van de democratische Weimar republiek nastreefden, met alle middelen. Dus werd de Schwarze Reichswehr gesteund met de uitbouw en opleiding van de Luftwaffe in Lipetsk (Kampffliegerschule Lipezk 1923-1933), een tank school, Panzerschule Kama (1926–33)en een ‘gas warfare facility’, Gas-Testgelände Tomka (1928–31) in de Sovjetunie.

https://en.wikipedia.org/wiki/Lipetsk_fighter-pilot_school

Natascha Van Weezel, Nooit meer Fanta

23 april 2020

Natascha Van Weezel, Nooit meer Fanta

uitgeverij Balans 2020

Max van Weezel (Amsterdam, 1951-2019) was journalist en politicoloog. Hij werkte lange tijd voor Vrij Nederland, presenteerde de radioprogramma’s ‘Met het Oog op Morgen’ en ‘Argos’ en schreef een groot aantal boeken over de Nederlandse politiek. 

Teder vertelt het enig kind van Max en Anet Bleich, Natascha, in ‘Nooit meer Fanta’ ondermeer over hoe moeilijk rouwen is als je overleden vader een bekende publieke figuur is die daaraan zelf ook veel belang blijft hechten. Tot het einde toe.  

69. ‘Papa, heb jij ooit kunnen zeggen: “Ik ben goed zoals ik ben?”’

Mijn vader twijfelt even en schudt dan zijn hoofd. ‘Nee. Dat heb ik nooit zo gevoeld. Ik had altijd een sigaar nodig tegen de zenuwen, nog voor het ontbijt. Ik heb jarenlang slapeloze nachten gehad en bleef te lang hangen op feestjes met te veel drank. Ik was steeds bang dat ik mensen teleur zou stellen. Dat ik vergeten zou worden. Maar waarom eigenlijk? Nu is het te laat.’

Lees verder »

Chernobyl tv serie

21 april 2020

CHERNOBYL

Ondanks de eeuwige herfst in de beelden over het latere Tsjernobyl en het voor mij storend gebruik van het Engels als spreektaal in deze indrukwekkende reeks, blijft dit een knappe serie als illustratie van hoe een socialistische staatsstructuur werkt onder de dictatuur van het proletariaat of onder een al te strikte bedrijfshiërarchie zoals bij de Fukushima ramp in Japan. 

Dezelfde truuken van de foor spelen een rol bij de Chinese Wuhan Covid 19 crisis die zich intussen wel over de hele wereld heeft verspreid. 

Wij bevinden ons in de Sovjet-Unie allemaal op gevaarlijk terrein omwille van onze geheimen en onze leugens. Het definieert ons in feite. Als de waarheid kwetst, blijven we liegen tot we ze vergeten zijn. Maar ze is er nog steeds. Met elke leugen hebben we een schuld te vereffenen aan de waarheid. En vroeg of laat wordt die schuld ingelost. Zo ontplofte de RBMK reactor. Door leugens.’  Valery Aleksejevitsj Legasov 

https://www.newyorker.com/news/our-columnists/what-hbos-chernobyl-got-right-and-what-it-got-terribly-wrong

https://skepp.be/nl/wat-er-chernobyl-gebeurt-niet-wat-er-tsjernobyl-gebeurde

https://www.standaard.be/cnt/dmf20200419_04927411

Op Canvas zit ook de reportage van Jan Balliauw In de ban van Tsjernobyl, die erin geslaagd is in de eerste aflevering met vier protagonisten van destijds te spreken.  Hij maakte daarbij een indrukwekkend interview met de oude partijchef van de kerncentrale, Sergei Parasjin, die de fouten van toen haarfijn bevestigde en erkende als onderdeel van het Sovjet systeem: ‘”Parasjin is heel berouwvol”, vertelt Jan Balliauw. “Hij is zich heel erg bewust van de fouten die er toen gemaakt zijn.” Na de ramp in Tsjernobyl kwam de communicatie vanuit Moskou maar heel traag op gang. De bevolking werd niet of nauwelijks geïnformeerd over de gevaren van radioactieve straling en radioactieve deeltjes die in de lucht terechtkwamen na de ontploffing. 


“Tuurlijk was dat fout”, zegt Parasjin in de documentaire over het gebrek aan communicatie. “Dat was dé grote fout van het sovjetsysteem. Het is de reden waarom het in elkaar is geklapt.” Ook zou hij Anatoli Djatlov, de ploegbaas van de kerncentrale, nog voor de ramp hebben willen ontslaan. 




Djatlov wordt in de serie van HBO afgebeeld als de schurk die de ramp volledig op zijn geweten heeft. Maar in werkelijkheid ligt dat gecompliceerder: “Het ontwerp van de kernreactoren in Tsjernobyl was gewoon gebrekkig en er was ook niet zo’n strikte veiligheidscultuur”, legt Jan Balliauw uit. “Om de schuld dus bij één man te leggen, is nogal bij de haren getrokken.”


 

Lees verder »

Paolo Cognetti, Zonder de top te bereiken.

16 april 2020

Paolo Cognetti, Zonder de top te bereiken.

uitg. De Bezige Bij 2020

37. ‘Dat ben ik toen ik zeven was,’ zei Remigio.

‘Wat deed je op je zevende?’

‘’s Zomers ging ik met mijn moeder naar de alm.

We hadden een stal, en één kamer waar we aten en sliepen. In de jaren zeventig kwamen de eerste toeristen langs het pad omhoog. Ze waren nieuwsgierig, maar ik schaamde me omdat ik altijd vies was, en vanwege het leven dat we leidden.’

De jongen wist niet dat hij tegenover een toekomstige versie van zichzelf stond: toen Remigio naar hem glimlachte nam hij de benen.

49. Daar waar alleen de verbeelding kwam, lag de weg van morgen.

94. Een glimp van je eigen ware aard zien is als naar huis terugkeren

102. ‘De Sneeuwluipaard’ met het citaat van Rilke: ‘In feite is de enige moed die van ons wordt verlangd: het moedig zijn tegenover het vreemdste, wonderlijkste en ondoorgrondelijkste wat ons kan overkomen.’

127. Zoek het antwoord in het stijgen en het dalen zelf, want door alles te verliezen wat je dacht gewonnen te hebben, leer je dat het pad veel waardevoller is dan de top. Put uit elke stap betekenis. Uit die concentratie.

Paolo Giordano, In tijden van besmetting

12 april 2020

Paolo Giordano, In tijden van besmetting.

uitg. De Bezige Bij 2020

Enkele interessante bedenkingen, maar het mocht wat meer zijn.

11. Lang voordat ik ging schrijven was wiskunde voor mij dé manier om mijn angsten onder controle te krijgen. Het overkomt me nog steeds dat ik ’s ochtends bij het wakker worden berekeningen en getallenreeksen verzin. Meestal is dat een teken dat er iets niet goed gaat. Ik neem aan dat ik dus een nerd ben. Oké, dat accepteer ik. Ongemakkelijk, maar ik neem het voor lief, om zo te zeggen. Maar nu blijkt dat wiskunde niet alleen een tijdverdrijf voor nerds is, maar een onmisbaar instrument om te begrijpen wat er precies aan de hand is en om ruis te negeren.

Epidemieën zijn, meer nog dan medische noodsituaties, wiskundige noodsituaties. Want wiskunde is niet zozeer de wetenschap van getallen, maar de wetenschap van relaties: zij beschrijft de verbanden en de uitwisselingen tussen verschillende entiteiten en abstraheert ze in letters, functies, vectoren, punten en oppervlakten. Besmetting is een infectie van het netwerk van onze onderlinge betrekkingen.

Lees verder »

Dag Solstad, Leraar Pedersens verslag van de invloedrijke politieke beweging die een bezoeking voor ons land is geweest.

6 april 2020

Dag Solstad, Leraar Pedersens verslag van de invloedrijke politieke beweging die een bezoeking voor ons land is geweest.

uitgeverij Ordeman 1984

Ik heb dit boek in één ruk uitgelezen begin september 1984 en was enigszins verbijsterd door de vele gelijkenissen tussen de werkwijze, de zeden en de moraal van de AKP en AMADA-PVDA in België. Vooral het laatste gedeelte (300 e.v.) was zeer kras, omdat ik daar talloos vele vergelijkbare passages vond als wat ik een jaar eerder in mijn afscheidsbrief van de PVDA heb samengevat. Mijn centraal pleidooi in oktober 1983 was dit voor een kritisch zelfonderzoek van het marxisme – leninisme want dit leek mij de enige band tussen alle landen in de wereld waar het misgelopen was en misliep en mis zou lopen. Er leek geen genetische verwantschap, geen geografische noch klimatologische noch historische band tussen Rusland, China, Korea, Vietnam, Oost-Europa, Cuba enz. De enige band tussen al die landen was het Marxisme-Leninisme en bijgevolg diende dat eens van nabij bekeken te worden als de mogelijke God die gefaald had, want zover waren ze ook al in de PvdA :  er was ietwat mis! Ook haalde ik aan dat de ML-theorie en praktijk blijkbaar wel tijdelijk opgeld maakte in achterlijke landen waar er geen of nauwelijks een arbeidersklasse bestond en waar vooral het boerenprobleem scherp en actueel was. Zo bleek er een enorm verzet geweest tegen de weldaden van het Marxisme-Leninisme in Oost-Europese landen waar er vroeger al een sterke arbeidersbeweging bestond: Oost-Duitsland, Tsjechoslowakije, Polen, maar veel minder in Albanië, Roemenië en Bulgarije, Hongarije, omdat die eerste reeks landen ook al iets geproefd had van de sociaal democratie.

16. ‘De meeste groots opgezette bewegingen lijden een nederlaag en in dit geval had men dat van het begin af aan waarschijnlijk kunnen voorspellen. Maar in aanmerking genomen dat vele duizenden de beweging blindelings hebben gevolgd en dat een groot aantal van hen voorbestemd was tot de intellektuele elite van hun land te behoren, kan het interessant zijn te onderzoeken waaruit de kracht van deze beweging heeft bestaan. Ze wist mensen immers zover te krijgen alles op het spel te zetten en men zet niet alles op het spel als het niet om iets zeer aanlokkelijks gaat, of om iets dat een vanzelfsprekende waarheid bevat waardoor geen andere mogelijkheden meer openstaan. Duizenden sloten zich aan bij de AKP en hebben voor kortere of langere tijd onder de betovering van de Partij geleefd. Velen hebben er meer dan tien jaar van hun leven aan gegeven. In een van de rijkste landen ter wereld in een periode van zeer sterke ekonomiese hoogkonjunktuur, gingen ze het evangelie van de revolutie en van de diktatuur van het proletariaat prediken. Het was een beweging die diep in het leven van de enkeling ingreep, en voor hen die enkele jaren lid van de Partij zijn geweest en deze later hebben verlaten, een afvallige zijn geworden, zoals ik dat zou willen noemen, geen overloper, want deze beweging heeft nauwelijks overlopers voortgebracht, alleen maar afvalligen, maar voor de afvalligen geldt: Ze raken het nooit meer kwijt. Dat kan ik weten, want ik ben zelf een van hen die in de jaren zeventig onder de betovering van de AKP hebben geleefd.

 

Lees verder »

Albert Camus, De Pest.

2 april 2020

Albert Camus, De Pest.

uitg. De Bezige Bij 

In 1970 las ik dit boek voor het eerst, uiteraard voor de lessen Frans van de beminnelijke fijnschilder Jean Pierre Dierckx in de poësis van de Rijks Normaal School te Lier. Ik herinnerde al die jaren vooral een beklemmende sfeer en de uitzichtloosheid die ik met dit verhaal associeerde.

Zijn andere boeken vond ik toen al niet veel aangenamer, maar er bleef een groot gevoel van medemenselijkheid aan Albert Camus kleven, wat we later in de opvoering van zijn ‘Les Justes’ ferm ter discussie konden stellen. Bij ‘Les Mains sales’ van Jean Paul Sartre stond het toen naar ons jeugdig revolutionaire aanvoelen allemaal veel scherper en dus voorzien van een grotere kans op slagen. Althans zo dachten we toen nog anderhalf decennium lang.

Ik heb ‘De Pest’ nu in het Nederlands opnieuw gelezen op aangeven van een oud patiënte uit Rotterdam Zuid, waarvoor zeer mijn dank.

Zij gaf het duwtje om wat ik reeds gepland had, in deze tijden van Corona quarantaine, aan te pakken. En ja hoor, ‘De Pest’ is een heel ander boek dan in mijn herinnering met zelfs een heel ander verhaal omdat na ruim een halve eeuw mijn waarneming getekend is door een moeizame permanente vorm van zelfkritiek waardoor veel evidenties uit mijn jeugd een heel andere benadering krijgen en dus ook een andere betekenis. Daarom blijft dit een belangrijk boek van een groot schrijver.

190. ‘Hij deed een van de kasten open, trok twee maskers van hydrofiel gaas uit een steriliseertoestel, gaf er een aan Rambert en zei dat hij het moest voorbinden. De journalist vroeg of het hielp en Tarrou antwoordde: ‘Nee, maar het boezemt de anderen vertrouwen in.’

40. ‘Als er een oorlog uitbreekt, zeggen de mensen: ‘Dat is al te stompzinnig, het kan nooit lang duren.’ En ze hebben gelijk, een oorlog is ongetwijfeld stompzinnig, maar dat belet hem niet om lang te duren. Stompzinnigheid is een stugge volhouder, zoals we zouden merken als we niet voortdurend aan onszelf dachten. Op dat punt vormden onze stadgenoten geen uitzondering; ze dachten aan zichzelf, anders gezegd, ze waren humanisten: ze geloofden niet in plagen. Plagen zijn van een andere orde dan mensen, dus vindt iedereen plagen onwerkelijk. Het zijn boze dromen waar wel weer een eind aan komt. Maar er komt niet altijd een eind aan, en van boze droom tot boze droom zijn het de mensen zelf die aan hun eind komen, de humanisten als eersten, omdat ze geen voorzorgsmaatregelen hebben getroffen. Onze stadgenoten waren niet schuldiger dan anderen; ze vergaten bescheiden te zijn, meer niet, en ze gingen ervan uit dat plagen onmogelijk waren en dat alle wegen dus nog voor hen openstonden: ze bleven gewoon zakendoen, organiseerden reizen en hielden er meningen op na. Waarom zouden ze ook denken aan de pest, die een eind maakt aan de toekomst, aan reizen en aan discussies? Ze meenden vrij te zijn, maar niemand zal ooit vrij zijn zolang er plagen bestaan.’

44. ‘Dat gaf zekerheid, het dagelijks werk. De rest bestond uit onbeduidende lijnen en bewegingen, daar kon een mens niet bij stil blijven staan. Goed je werk doen, dat was het belangrijkste.’

160. ‘De monniken van de enige twee kloosters van de stad waren namelijk tijdelijk verspreid ondergebracht bij vrome families. Op die manier werden ook kleine militaire eenheden zoveel mogelijk ingekwartierd in scholen en openbare gebouwen. Zo verbrak de ziekte, die schijnbaar de bewoners had aangezet tot de solidariteit van belegerden, tegelijkertijd traditionele banden, waardoor het individu tot eenzaamheid werd veroordeeld. Dat werkte ontwrichtend.’

Lees verder »

Urbi et Orbi – 27 03 2020 : “de omhelzing van Bernini’s travertijnse woudreuzen” Bertus Aafjes

28 maart 2020

 

 

 

Urbi et Orbi ‘ : ‘due che avevano riconosciuto la propria solitudine l’uno nell’altra’
‘twee mensen die hun eigen eenzaamheid in de ander hadden herkend’.
Paolo Giordano – De eenzaamheid van de priemgetallen.

Voor mij is dit een van de indrukwekkendste beelden uit Rome, Italië én de wereld.

‘Er is een tijd geweest dat het Sint Pietersplein, waarvan elk kind over de gehele wereld de ansichtkaarten kent, in deze vorm niet bestond. En dat toen op een dag, zittend voor een raam, of misschien wandelend door een park, een man dit grandioze visioen opeens voor zich zag. Want dát is het eigenaardige van dit plein: het gehoorzaamt aan één idee. Men krijgt dat idee of men krijgt het niet. Het is geen compositie van verschillende invallen, het is de doorvoering van één simpel gegeven. Natuurlijk, het bouwen van die vierdubbele zuilengang, het uitkappen der 372 zuilen waaruit zij is samengesteld en het plaatsen van de 140 heiligenbeelden op de kroonlijst zal decenniën gevergd hebben. Maar dit raakt de kern niet. Dit doet niets af aan het feit dat de bezielende gedachte Bernini in een seconde van genade moet geopenbaard zijn. De rest was een kwestie van geld, vlijt en vakmanschap. De inspiratie van het plein echter is een idee. En dit idee is niets anders dan de ‘kromming der colonnade’. In een zachte boog omarmen Bernini’s zuilen de ruimte, waardoor het effect ontstaat van een immense wijdte en tegelijk een zekere intimiteit. Ziedaar het geheim van deze plek: de paradox van beslotenheid en uitgebreidheid. Bernini heeft dit zo gewild. In een van zijn brieven spreekt hij over zijn marmeren accolade aldus: ‘Het zijn de armen van Christus die de wereld omhelzen.’ Dit is precies wat hier gebeurt, majesteit en erbarmen. En dit is ook waarom zo neem ik aan, elkeen zich hier ‘thuis’ gevoelt. Dit was terstond mijn eerste indruk en die is zo gebleven. Men staat als een zandkorrel verloren in een kosmos en heeft tegelijkertijd het gevoel erin opgenomen en geborgen te zijn’.
Godfried Bomans 1956

Kerken veranderen van gebedshuizen waar de gemeenschap van gelovigen de dienst uitmaakt in een hoogstammig woud waar licht speelt met schaduwen van bogen en pijlers. Op ieder uur van de dag en de nacht, in iedere hoek of kant, van op elke denkbeeldige of reële plek is het beeld veranderlijk. Deze kathedralen zijn de vertegenwoordigers van het bos in de stad, zoals de natuur vol vragen zonder antwoorden, vol klank zonder woorden. ’God oftewel de natuur’ nodigt minstens naar vorm uit tot kritische twijfel. Angst voor onzekerheid kan je er leren hanteren. Het heeft iets van ’De anatomie van energie’ uit 2014 van Fik Van Gestel.

 

 

 

 

Bart Chabot, Mijn vaders hand

26 maart 2020

Bart Chabot, Mijn vaders hand 

uitg.De Bezige Bij 2020

Jeugdvoorvallen komen als lijken bovendrijven’ (Gerrit Achterberg)

‘Wat me redde, was mijn geloof in Sinterklaas, en toverballen.’ Dat is de essentie.’

‘Heel soms, als er niemand thuis is, verzink ik nog weleens in melancholie. Maar ik probeer er ook van weg te blijven, omdat je er zo weinig aan hebt. Naar vóren, ik kan het iedereen aanraden. Kijk naar de horizon voor je, niet naar de ravijnen achter je.’

Voor ervaringsdeskundigen is dit een mooi en herkenbaar boek omdat Bart Chabot erin geslaagd is alle pijnlijke thema’s van kindermishandeling en vernederingen door zijn ouders, leraars, schoolgenoten omzichtig aan te brengen, de relationele reactiemechanismen haarfijn te onthullen en tot slot een eerlijke benadering van zijn afscheid van die ouders aan te geven. 

Want niets is simpel in ‘Mijn vaders hand’, laat staan je eigen herinneringen tijdens het lezen. 

Lezers zonder eigen herinneringen aan een dergelijke jeugd vinden zo misschien beter begrip op afstand, want de slachtoffers zijn talrijk. 

En vaak slagen ze er niet zijn om de boel te keren, de vloek van ‘slachtoffer wordt dader’ te breken.
Bart Chabot is daar met zijn vrouw en vier zonen toch maar mooi in geslaagd. 


28. Ik kon mijn vader ruiken. Hij kwam nog iets dichterbij, tot hij tegen de rugleuning van mijn stoel aan stond. Ik hoorde hem ademen.

Hij nam mijn linkeroorlel tussen duim en wijsvinger, pakte hem zo beet dat hij houvast had en het stukje vlees hem niet kon ontglippen, kneep er hard in en trok het omhoog. Fors hoger, zodat je de neiging moest onderdrukken om met je hoofd mee de lucht in te willen, richting het plafond, en je te ontdoen van je stoel en plaats aan tafel: het achter je oorlel aan gaan liet je wijselijk uit je hoofd: dan had je het gedonder pas echt in de glazen. In dat geval kwam je er niet van af met alleen een nasmeulende oorlel.

Dan, als je oorlel onvrijwillig positie had gekozen en stabiel in de ruimte boven de eetkamertafel hing, draaide mijn vader het stukje vlees een kwartslag om, of, indien het vergrijp daartoe aan- leiding gaf, een halve slag, zonder van zins te zijn je oorlel spoedig te laten gaan. Meestal greep mijn moeder dan in en zei: ‘Gé, zo is het genoeg. Laat dat joch. Zo is het genoeg geweest.’

Met tegenzin liet hij los. Liever was hij langer doorgegaan om me mijn wandaden voor eens en voor altijd in te peperen en af te leren. Soms kon je dagen van een oververhit oor nagenieten. Ja, je kon lachen met mijn vader.

Nu en dan werd het ook mijn moeder te veel. 

Lees verder »

Ivan S. Toergenjev, Vaders en zonen. 

21 maart 2020

Ivan S. Toergenjev, Vaders en zonen. 

Uitgeverij Van Oorschot. 

110. Toen kwam Ariane Vlasjevna naar hem toe, lege haar grijze hoofd tegen het zijne en zei: ’Wat wil je, Vasja! Een zoon is een afgesneden stuk brood. Het is net een valk: hij vliegt aan en vliegt weg als hij wil; maar jij en ik zijn als paddestoelen in een holle boom, we zitten naast elkaar en kunnen niet weg. Ik blijf alleen steeds dezelfde voor jou en jij voor mij.’

140. Van koelte en schaduw omringd, las of werkte ze daar of gaf zich over aan het gevoel van volledige stilte dat wel aan iedereen bekend zal zijn en waarvan de bekoring ligt een nauwelijks bewuste, woordeloze beluistering van de brede stroom des  levens die ononderbroken om ons en in ons voortglijdt.

Een bijzonder interessante verwijzing naar enkele thema’s in Vaders en Zonen van Toergenjev uit 1862 – de tegenstelling tussen de liberale vaders en de nihilistisch-anarchistische zonen – zit in het meesterwerk van Nino Haratischwili  ‘Het achtste leven (voor Brilka)’  

59. ‘Persoonlijk geloof ik niet dat revoluties een roep zijn van het volk, ik geloof eerder dat ze voortkomen uit het slechte geweten van de bevoorrechten,’ voegde hij er bijzonder bedachtzaam aan toe.

‘Jij gelooft dus dat onze bevrijder tsaar Alexander II, toen hij destijds (1861) de lijfeigenschap bij wet afschafte, vanuit een dergelijk complex handelde, maar er niet aan dacht dat die stap economisch en vooral ideologisch op een catastrofe kon uitdraaien?’ vroeg een bijzonder geëngageerde leerling.

‘Ja, dat geloof ik. Want doordat hij de boeren de vrijheid schonk, werden de sociale verschillen in de maatschappij alleen nog maar scherper zichtbaar. En we mogen ook niet vergeten dat duizenden jonge mensen de afgelopen jaren uit de grote steden naar het platteland zijn getrokken om de boeren voor te lichten en daar alleen op desinteresse, berusting en onbegrip zijn gestuit.’

Jeroen Brouwers, Cliënt E. Busken.

5 maart 2020

Jeroen Brouwers, Cliënt E. Busken.

uitg. Atlas Contact 2020

Hilarisch pijnlijk, vernuftig geconstrueerde ondergang van een dementerende waarvan de lectuur helpt begrijpen waarom bejaarden bij hun verstand kost wat kost vaak weg willen blijven uit verzorgingstehuizen. Suïcide of euthanasie lijkt velen een beter alternatief. 

10. ‘De mannelijke soort mag niet meer worden aangesproken met broeder, zoals in de Middeleeuwen, die nu immers voorbij zijn, maar gezellig met Wim, Karel, Antoon, Sjoerd, allen aangesteld als zorgdragendekundigetoezichthoudende. Genderneutraal eindigt van iedere functionerende in de zorgsector de aanduiding van beroep of functie op ende. Het leidinggevende opperhoofd van deze vrijheidberovende firma, geneesheerdirecteur staat op de deur van zijn kantoor, zegt u maar gerust Richard, uit te spreken als Risjaar, draagt niet zo’n geslachtsloos gestichtsuniform, maar gewonemensenkleren, evenals alle stafleden, aan hem is dus vanbuiten te zien dat hij masculien is. Van het gewone personeelsvolk valt soms alleen uit de voornaam af te leiden welk geslachtskenmerk in eenieders broek en elders aanwezig is.’

117. ‘Deze vrouw is allochtoons. Nooit zwart zeggen, zegt Babet, want dat is kwetsend en racistisch. Je moet zeggen gekleurd. Neger zeggen is ook fout want dat betekent zwart en daar kunnen die mensen niks aan doen, dat zijn gewoon mensen als ik en jij en Herman en als bijvoorbeeld joden, die kunnen daar ook niks aan doen. Allochtoon is even denihoeheethet beledigend voor mensen die ergens anders vandaan komen, je moet zeggen nietwesters persoon of iemand met een migratieachtergrond. En jezelf blank noemen is ook hartstikke, je moet zeggen wit. Tijdens dit college in hedendaags taalgeschuif, woorden vervangen door andere woorden zonder dat aan de kernbegrippen iets verandert, zoals patiënt in cliënt, geïnterneerde in bewoner, sterven in heengaan, wat ik allemaal nonsens en onnodig acht, daar het tot onhelderheid leidt, hetgeen ik afkeur, ikzelf ben een heldere woordgebruiker, had Babet wat paprikanootjes in haar mondholte geschoven en doorbabbelend weer in haar hand laten terugkeutelen, want erop knabbelen kon ze niet, waar ze niet aan had gedacht.’

Abel J. Herzberg, Brieven aan mijn kleinzoon.

4 maart 2020

Abel J. Herzberg, Brieven aan mijn kleinzoon.

Uitg. E.Querido 1964

‘Wat hier volgt, zijn – of liever gezegd waren – brieven, die ik aan mijn achtjarige kleinzoon geschreven heb. Wij hadden afgesproken, dat ik hem over mijn grootvader vertellen zou en over mijn ouders en in het algemeen over de tijd, toen ik jong was. Ik dacht, dat het hem ook zou interesseren uit welk nest ik gekropen ben. Dat heeft mijzelf ook altijd beziggehouden zonder dat ik er ooit in geslaagd ben, daar precies achter te komen.

Al schrijvende gebeurde het nu, dat ik de leeftijd van mijn kleinzoon vergat. Het was alsof ik tot een volwassene sprak. Wat deed het er ook toe? Wat hem nu zou ontgaan, zou hij later wel begrijpen, als hij daar tenminste nog belang in stelde. Ook heb ik van tijd tot tijd helemaal vergeten, dat ik aan het schrijven van een brief was en heb ik eenvoudig genoteerd, wat mijn geheugen mij dicteerde.

Ik heb wat aan de brieven toegevoegd, er wat uitgelaten en er het strikt persoonlijke karakter aan ontnomen. Zo is dit boek ontstaan. De oorspronkelijke brieven blijven het uitsluitend eigendom van de lieve jongen tot wie ze gericht zijn.

Troost voor daklozen komt nooit in de vorm van huizen maar uit de mond van zwervers.

Judith Herzberg, Zeepost , p. 24

Pascal Mercier, Het gewicht van de woorden. 

2 maart 2020

Pascal Mercier, Het gewicht van de woorden. 

Wereldbibliotheek 2019

287. ‘Cesare Pavese , ‘ È bello vivere perché vivere è cominciare, sempre, ad ogni istante. Leven is mooi omdat leven beginnen is, altijd, op ieder moment.’

Een bijzonder mooie tekst over taal en vertalen, woorden en telkens opnieuw worden. 

Mooi vertaald, maar bij wijlen naar mijn aanvoelen te wijdlopig, niet alleen in de briefherhalingen.

365. ‘Niemand leert de auteur zo goed kennen als de vertaler. Vertalen schept een nabijheid die groter is dan elke andere, groter ook dan lichamelijke nabijheid, zelfs tussen geliefden. Want de vertaler kent na een tijd het meest intieme dat er aan een auteur te ontdekken valt: het verborgen alfabet van zijn fantasie. Het kan gebeuren dat een alfabet een vertaler uiterst vreemd is. Dan ervaart hij deze vreemdheid als killer en afschrikwekkender dan elke vreemdheid in gewone ontmoetingen. Vertalen – het is een ongelofelijke inbreuk op de gevoelswereld van iemand anders. En het is gevaarlijk. Want als de vertaler de auteur beter kent dan wie ook, kan hij hem ook dieper kwetsen dan wie ook.’

Met een uitstekende analyse van artsen, advocaten en hun fouten door de hybris waarmee velen zich proberen recht te houden. 
378. En toen zei ik dat de taal van de witte kaste ook de taal van de macht is. “Ze is niet in deze geest bedacht,” zei ik, “en de mensen die deze taal spreken, doen dat zeker niet allemaal omdat ze bewust macht willen bezitten. Maar de zieken en zwakkeren krijgen vaak het gevoel dat ze met machtige mensen te maken hebben, mannen en vrouwen met een stethoscoop, een heldere stem en een stevige tred, door wie ze zich betutteld voelen omdat ze de dingen die ze zeggen omzetten in de geheimtaal van hun gilde.”

En ik zei ook nog iets anders tegen de professor, iets wat minder met de taal van de artsen te maken heeft dan met hun aanspraak op absolute autoriteit: artsen houden er niet van als ze door patiënten ter verantwoording worden geroepen – als ze iets in twijfel trekken en een uitvoerige verklaring willen in een aangelegenheid die voor hen van het grootste belang is: hun leven en hun gezondheid. Ik heb ook artsen meegemaakt die kritisch tegenover zichzelf waren, die het vanzelfsprekend vonden aan zichzelf en hun kennis te twijfelen. Maar dat was de uitzondering. De meesten artsen waren in hun autoriteitsclaim en in hun ijdelheid gekrenkt en lieten dat duidelijk blijken aan de patiënten.


 

Lees verder »

Rik Van Cauwelaert, Tussen de plooien . Een andere geschiedenis van België.

6 februari 2020

Rik Van Cauwelaert, Tussen de plooien . Een andere geschiedenis van België.

uitg. Polis 2015

http://www.uitpers.be/artikel/2015/11/01/oom-rik-vertelt/

In Tussen de plooien komt een stoet van veelal onbekende, soms vergeten figuren tot leven die tussen de plooien van de vaderlandse geschiedenis vielen. Rik Van Cauwelaert vertelt op meeslepende wijze hoe de achterkant van de geschiedenis vaak boeiender is dan de voorkant.

Wat deed de jonge Belgische dichter Léon Kochnitzky met de Italiaanse bard Gabriele d’Annunzio in Fiume? Wat hebben de CIA en het Europacollege in Brugge met elkaar gemeen? Waarom schreef Hendrik de Man een open brief aan Leopold III om de ter dood veroordeelde collaborateur Robert Poulet in bescherming te nemen? Wat deed de Canadese kanonnenbouwer Gerald Bull in Brussel en waarom werd hij vermoord? Waarom werden de billen van de Vlaamsgezinde Mechelse liberaal Armand de Perceval op een negentiende-eeuws muntstuk geslagen? Hoe kon een broodjeaapverhaal als dat van de Roze Balletten er bij het publiek in gaan als koek?

 

Lees verder »

Bert Keizer, Reis om de dood.

28 januari 2020

Bert Keizer, Reis om de dood.

uitg Prometheus 2019


Emil Cioran (Roemeens-Franse filosoof)


‘De dood is een beloning voor al diegenen die het tot niets hebben gebracht, tot niets wilden brengen… Hij stelt hun in het gelijk, hij is hun triomf. Maar voor de anderen, voor al diegenen die zich hebben uitgesloofd om te slagen in dit leven en die dat ook bereikt hebben – wat een klap in hun gezicht!’



43. ‘Voor hij begon met repareren nam hij de omgeving in zich op:

de tuinen, het weiland, de huizen aan de zoom,

het bos, de paarden die op stal wilden,

en dacht na over wie hier vóór hem zaten. Hoe spraken zij

in zichzelf, zo hoog? En hoe zag de hemel er die dag uit?

Helder? Zwanger van komend noodweer?

Nagel in zijn mond vroeg hij zich af of ook zij het verlangen

hadden gekend een bericht achter te laten voordat

zij begonnen met het bedekken van het dak.

Een regel gekrast in lood.

Ze zagen hetzelfde als hij, werkten met hetzelfde

materiaal en gereedschap: nagels, leien,

een zaag, een hamer.

Over tien jaar is hij dood.

Niet lang daarna zal iemand de trap beklimmen, zijn onleesbare

tekst vinden en bij het afdalen

onverklaarbaar geluk ervaren.

Getroost door een leven dat schonk

wat het zelf ook niet bezat, als

in het wonder van onze lege handen.

Uit: Wim Brands,  ’s Middags zwem ik in de Noordzee (2014).

47. ‘Denken over de dood?Denken is dansen met je verstand. Op de melodie van de wereld. Daarom is denken over de dood zo moeilijk. Omdat het orkest dan zwijgt.’

Lees verder »

Een nieuw jaar opent vele deuren … 2020

27 december 2019

Nino Haratischwili, De kat en de generaal. 

25 november 2019

Nino Haratischwili, De kat en de generaal. 

Vert. Elly Schippers en Jantsje Post. uitg. Meridiaan

Een lovenswaardige poging om haar meesterstuk ‘Het achtste leven’ te herhalen, dit keer in Tsjetsjenië. Dat lukt niet echt. De opening is interssant en het slot spannend. Maar het eindeloze heen en weer is niet van die aard om mij als lezer te blijven boeien. 

 

680. ‘We hebben steeds gebogen voor de wil van anderen en onszelf wijsgemaakt dat het onze eigen beslissing was. Denk je dat je ook maar één seconde in je leven vrij bent geweest? Geloof je dat ook maar één Rus op de wereld vrij is? Of het ooit is geweest? Onze vrijheid is gekocht met onzichtbaarheid en zwijgen, of ze eindigt in een werkkamp of in het gunstigste geval in een cel van drie bij drie. Onze vrijheid is stilstand en apathie of angst. En daarom moeten we voortdurend iemand anders van zijn vrijheid beroven, moeten we als ongenode gasten ergens binnenvallen en ons die vrijheid toe-eigenen. Omdat we er niet tegen kunnen als iemand iets heeft wat wij nooit hebben gehad en ook nooit zullen hebben, en weet je waarom dat zo is, Borja? Omdat we elkaar allemaal om zeep zouden helpen, zoals gebeurde toen ze ons voor korte tijd de langverwachte vrijheid gunden. Wij kunnen helemaal niet vrij zijn. We willen niet vrij zijn. Kom op, je bent een ontwikkeld man, je hebt er toch weleens over nagedacht waarom bepaalde dingen zijn zoals ze zijn?

Lees verder »

Rik Torfs, Het grote gelijk

31 oktober 2019

Rik Torfs, Het grote gelijk.

uitg Van Oorschot 2019

Een intrigerend boek, zoals dat dan heet. Maar in de interessante betekenis van het woord. De auteur is erin geslaagd om enkele heikele thema’s op een andere manier te benaderen, ontdaan van de gebruikelijke hype en consensus. 

Zo hebben we hem leren kennen in zijn columns, zo doet hij het ook  in ‘Het grote gelijk’.

Uiteraard zal hij door vele bekwame recensenten afgebroken worden wegens het hoofdpersonage bij tijd en wijle zeer irritant, zelfs zeurderig eindigend in zeven sloten tegelijk. Maar dat belet niet dat ik nu Eisterlee een beetje ken… en sommige stukken uit zijn boek wellicht nooit zal vergeten. Zoals bij ‘Het jaar van de dood van Ricardo Reis’ van Fernando Pessoa. 

Zijn analyse van de wereldvisie van José Saramago is er ook niet naast en dus beklijvend. 

Maar vooral de ommekeer in de jeugd van deernis naar weemoed weet de auteur haarfijn te beschrijven. Achteraf lijkt dat makkelijk, maar ik heb het slechts zelden zo duidelijk herkend. 

Net zoals zijn ode aan de Kempen, zijn en mijn Kempen.

303. ‘En toch, bedenk ik, blijft het een vreselijke vorm van overmoed Icarus te willen zijn als je gewoon geboren bent in de Kempen, twintigste eeuw, en aldaar onder meer kleuteronderwijs genoot. Mensen die zich Napoleon waanden, werden in Vlaanderen traditioneel opgesloten in de psychiatrie. Waarom zou Icarus spelen dan beter zijn? Welke zin heeft het zich met hem te willen meten? Zich aan hem te verschroeien? In de Kempen zijn geen zeeën om in te verdwijnen.’

 

46. Ik heb verschrikkelijke herinneringen aan mensen in coltrui. Betweters, let er maar eens op. Ze vinden zichzelf hoogopgeleid maar omdat ze niettemin weinig geld verdienen, zijn ze voorstanders van maatschappelijke verandering en radicale herverdeling. Ze lazen veel over John Rawls op Wikipedia.

Lees verder »

John le Carré, Spion buiten dienst.

28 oktober 2019

John le Carré, Spion buiten dienst.

uitg. Luitingh-Sijthoff 2019

Zoals de vorige boeken die ik van hem las, knap geschreven met een diepe opening naar de actualiteit, in dit geval de Brexit.  Edoch naar het einde toe wordt de mooi opgebouwde ballon vol helium spanning flauw afgelaten zonder catharsis. In die zin is deze 88 jarige schrijver visionair, ook over het Brexitverloop.

36. Ik heb zo’n vermoeden dat er in ieders leven wel ergens een Dom aanwezig is: de man – het lijkt altijd een man te moeten zijn – die je apart neemt, je benoemt tot zijn enige vriend op aarde, je overspoelt met details uit zijn privéleven die je liever niet zou weten, smeekt om je goede raad, die je hem niet geeft doch die hij zweert op te volgen, en die de volgende ochtend doet alsof je nooit hebt bestaan. Vijf jaar geleden in Boedapest was hij net dertig, en nu is hij nog steeds net dertig: hetzelfde aantrekkelijke uiterlijk van een croupier, gestreept overhemd, gele bretels die meer passen bij een vijfentwintigjarige, witte manchetten, gouden manchetknopen en een glimlach voor alle gelegenheden; dezelfde ongelooflijk irritante gewoonte zijn vingertoppen tegen elkaar te drukken tot een huwelijksboog, en je daarboven achteroverleunend en wereldwijs glimlachend aan te kijken.

Lees verder »

Robert Harris, De tweede slaap

21 oktober 2019

Robert Harris, De tweede slaap

uitg. Cargo 2019

Het is 1468. De ambitieuze jonge pater Christopher Fairfax reist te paard naar een afgelegen dorpje in Wessex om er de begrafenis van een overleden priester te begeleiden. Het is een mysterieuze locatie waar de vreemdste voorwerpen voor het oprapen liggen. Voorwerpen die bij de oude pastoor tot een verzamelwoede lijken te hebben geleid. Maar waar komt die obsessie vandaan? En wat doet die verzameling verboden boeken in zijn bibliotheek? Boeken waarvoor je op de brandstapel kan belanden. Fairfax gaat op onderzoek uit en belandt in een spiraal van geheimen die zijn hele wereldbeeld en de fundamenten van zijn geloof op zijn kop dreigen te zetten. Dat is op dat moment ook al bij de lezer gebeurd, die allerlei aanwijzingen heeft gekregen dat dit boek zich eigenlijk niet in de vijftiende eeuw, maar in een heel ander, post-apocalytisch tijdperk afspeelt. Een nieuwe ‘donkere tijd’ deed zijn intrede met een nieuwe manier van leven en een nieuwe religieuze beleving tot gevolg. Harris is in deze dystopische thriller, die onze eigen hoogmoedige samenleving minutieus onder de loep neemt, op zijn best. De vaardigheid waarmee hij verleden en toekomst in zijn ingenieuze plot verweeft, zal hem door veel collega’s worden benijd. De tweede slaap is geen gemakkelijke hap, maar geeft juist daardoor nog meer voldoening.

Lees verder »

« Vorige berichten