Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Erwin Mortier, Omtrent liefde en dood.

27 februari 2017

Erwin Mortier, Omtrent liefde en dood. 

‘Als we de doden niet uit de kamers van onze ziel verdrijven, blijven ze hangen. We moeten ze verbannen om ze te kunnen verwelkomen in onze herinneringen als wat ze geworden zijn: aflijvigen; dierbaren die bestaan hebben, maar er voorgoed niet meer zijn. Die tijdelijke ballingschap is noodzakelijk om hun wederkomst te garanderen.’

Mooie overwegingen over leven, liefde en dood naar aanleiding van het verscheiden van buren-vrienden.

64. Sindsdien blijft in mij de vraag rondspoken op welke wijze ‘de geschiedenis’ tot individuele levens doorsijpelt, een vraag die ervan uitgaat dat individuen altijd alleen maar het voorwerp van de geschiedenis zijn. Evengoed stelt zich de vraag hoe de geschiedenis uit ontelbare afzonderlijke levens ‘opwelt’, hoe die krachten samenvallen of elkaar tegenwerken, hoe daaraan vroeg of laat geweld ontspringt en hoe dat, op zijn beurt, levens raakt, vermaalt of tot beweging aanzet.

68. Hun verbeten pijnen, schaamte en woede, hun geschonden trots consacreerden ze in stilte, onder elkaar, zonder te beseffen dat ze daarmee een cultuur van emotionele afstand en verzwijgen installeerden, in hun nageslacht, in elkaar – een stilte die in mijn kindertijd soms oorverdovend op mijn trommelvliezen kon drukken.

Stel dat ik uiteindelijk tot het schrijven ben gekomen om van het getuit in mijn oren af te raken, het gesuis en gefluit door al die al te sprekende stiltes? Niks geen Hogere Roeping of Het Schone, of De Kunst, maar simpelweg een kwestie van kauwen en slikken, zoals wanneer het vliegtuig waarin we reizen de landing inzet, om de trommelvliezen te sparen?

73. Opgroeien met verwanten wier ziel levenslang de striemen vertoonde van hun eigen bezwaarde verleden heeft me ontdaan van elke aanvechting om zelf ook nog eens de zweep tevoorschijn te halen en pijn met nog meer pijn te bestrijden. Wie de doden wil geselen, kastijdt zichzelf.

86. Ze placht soms te zeggen, toen ik nog een kind was, dat ik een oude ziel had. Wellicht bedoelde ze dat ik in die tijd liever het gezelschap van bomen en dieren zocht dan van speelkameraadjes, dat ik de velden, de weiden, de bossen en vennen verkoos boven menselijk gezelschap. Ik had het gevoel dat de natuur me met rust liet, anders dan de huizen waar ik opgroeide, die door zoveel verleden werden bewoond, zoveel onopgelost verleden.

Marcel Möring, Eden

16 februari 2017

Marcel Möring, Eden 

De Bezige Bij 2017

Een bijzonder boek over belangrijke levensvragen, de verhalen van alle tijden die altijd weer zullen bovendrijven.

Een jongen wordt geboren in een woud zonder grenzen, woest als de schepping zelf, waar de bizon zwerft en de bomen ouder zijn dan alles wat leeft. Hij heeft geen naam. Het dorp waar hij opgroeit heeft ook geen naam. Op een dag vlucht hij, voor een daad die hij niet heeft begaan. De wereld buiten het bos ligt voor hem. Hij is alleen. Hij moet leven en overleven. Hij moet de plek vinden die hij ‘thuis’ kan noemen.

19. ‘Jongen,’ zei hij. ‘Je kent de letters van het alfabet. Je kunt lezen. Maar als je de wereld in trekt moet je de taal kunnen spreken van de mensen onder wie je je begeeft en je moet kennis hebben die je nergens anders vindt dan in boeken. De taal is je schild en je wapen, zij is je huis en je bed, zij is eten en drinken.’

‘Misschien blijf ik.’

‘En bovendien moet iemand de verhalen bewaren.’

‘Welke verhalen?’zei ik.

‘Alle,’ zei Jakub. ‘Die van de een en de ander en jouw eigen verhaal. Ik zal je leren wat ik weet en in ruil daarvoor luister je naar mijn geschiedenis. Misschien komt ze je ooit van pas. Misschien vertel je haar verder en wordt mijn verhaal deel van het jouwe en dat van jou weer het begin van dat van iemand anders. Binnen ligt mijn boek. Haal het.’

Lees verder »

Frank Westerman, Dier, bovendier.

9 februari 2017

Frank Westerman, Dier, bovendier. 

Atlas 2010


De tragedies van de 20e eeuw, verteld aan de hand van een paard – de lipizzaner.


‘Als je een lipizzaner aanraakt,’ kreeg Frank Westerman als tiener te horen, ‘raak je geschiedenis aan.’


Nu, als schrijver-verteller, reconstrueert hij het lot van vier generaties paarden van het Weense hof. Zij doorstaan achtereenvolgens de ondergang van het Habsburgse Rijk, de beide wereldoorlogen en de waanzinnige veredelingsproeven van Hitler, Stalin en Ceausescu.


Dier, bovendier is een moderne fabel waarin het reinbloedige paard de mens onontkoombaar op zijn eigen tekort wijst.



175. Dit was geen groteske fantasie; het groteske zat hem in de werkelijkheid die Himmlerhad geschapen. Er waren door hem speciale verloven toegekend aan ss-of?cieren om zich in fraaie hotels in de bergen voort te planten. ‘Elke oorlog is een aderlating van het beste bloed’ – had Himmler al in oktober 1939 in zijn ‘verwekkingsbevel’ geschreven. De verliezen aan mannen moesten worden gecompenseerd, en de meest intensieve deelname aan het geslachtsverkeer kwam Duitslands raciale elite toe: de ss-orde.

In diezelfde lijn lag ook Hitlers Kleinkrieg tegen voorbehoedsmiddelen en abortus.  ’Het geslachtsleven bepalen wij,’ had de Fûhrer gezegd. En: ‘Door de verliezen aan mannen zal een volk niet uitsterven, maar wel als er een tekort aan vrouwen is.’ De merries waren belangrijker.

Lees verder »

De media en het dictatoriale aura – ‘Wie Twitter hanteert, zal door Twitter vergaan’.

22 januari 2017

Maar er zijn ook stemmen die vinden dat de media de huidige kritiek aan zichzelf te danken hebben. Communicatie-expert en voormalig sp.a-woordvoerder Fons Van Dyck vindt dat journalisten teveel geëvolueerd zijn naar verhalenvertellers die feiten voortdurend vermengen met duidingen en persoonlijke meningen.
“De journalist is al lang geen waarnemer meer maar een soort selfmade antropoloog die de wereld opeen eigenzinnige manier interpreteert. Vroeger hadden we alleen paus Jambers die dat deed en dat was best interessant, maar nu is zijn aanpak de norm worden en dat vind ik een gevaarlijke evolutie. De journalist is geen waarnemend meer maar een actieve en subjectieve participant. Objectiviteit is de uitzondering en we zijn in een wereld van verhaaltjes en meningen terechtgekomen die soms nog maar weinig met de realiteit te maken heeft. Je krijgt een reconstructie van de realiteit voorgeschoteld. En ja dat zorgt soms dermate voor verwarring dat je in de leugen dreigt terecht te komen.”
(…)
Rik Van Cauwelaert: “ Politici die onophoudelijk kritiek leveren op de media schieten zichzelf in de voet en meten zich toch wel een beetje een doicatoriaal aura aan. Boos worden is toch altijd een teken van zwakheid: het bewijst dat je geen echte argumenten meer hebt. Wie het zwaard hanteert, zal door het zwaard vergaan. Misschien moet ik dat even naar de 21 ste eeuw vertalen: Wie Twitter hanteert, zal door Twitter vergaan. “
De Morgen ZENO 21012017

Anne-Gine Goemans, ‘Honolulu King.’

10 januari 2017

Anne-Gine Goemans. ‘Honolulu King.’ 

Ambo|Anthos

Een vlot lezende roman over een twijfelachtig verhaal van verzwegen moorden tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd in een vrijmetselaarsloge te Amersfoort.

De auteur bouwt het verhaal mooi op vanuit de Indische hoofdpersoon die zich verder verengt tot de kleine wereld van zijn toko en de getuigenissen van andere Indische mensen over de oorlog, de Jappen en de Bersiap van 1945-1947. Zijn Nederlandse vrouw die omwille van haar ernstige dementie in een verzorgingshotel verblijft, zijn vrienden van de Hawaii muziekband, Honolulu King en zijn kleindochter zijn de meerpalen in zijn verdwalende herinneringen.

“U krijgt een kist vol tranen mee. Onderhuids verpakt, weggestopt op kilometerslange spoelen en tracks, verpakt in een plastic doosje. Good luck.”

Het nevenverhaal van de kleindochter met een rijke, getrouwde vader van 2 kinderen is wat clichématig opgezet maar verder zit de verhaallijn goed in elkaar.  Een nieuwe Japanse sushi bar tegenover zijn Indische toko triggert bij de hoofdpersoon steeds meer vijandig gedrag tegenover de nieuwe overburen.

“De grootste pijn, en dat hoef ik u niet uit te leggen, laat geen fysieke sporen achter”

De spanning wordt – op enkele hoofdstukken na – strak aangehouden en de finale ontknoping is van een pijnlijke tederheid.

De vraagstelling is boeiend en verwarrend tegelijk, maar kan de lezer aanzetten tot zelfreflectie.

 

13. ‘Wat ik al zei, van de jap hadden we niet zoveel te vrezen. Ik ben voornamelijk goeie jappen tegengekomen, hoogopgeleide lui die hun diensttijd uitzaten. Het was ons eigen volk dat ons te grazen nam.’(...)

‘Begrijp me niet verkeerd, meneer Hardy, uiteindelijk was de atoombom onze grote redding. Door de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki werden we in één klap bevrijd. Daarom zal ik nooit tegen atoomenergie zijn. Maar wat moet je met een oorlog? Geen Japanse wagen meer kopen? Moeten we dat doen? Moeten we blijven haten? Haat is vergif voor de ziel. Ik ben te oud voor haat, meneer Hardy.

‘Er bestaan geen goeie jappen,’ zegt Hardy met opeengeklemde kaken en hij loopt weg.’

 

Nooit geweten dat Turnhout zo belangrijk was in de ‘unieke real life reborn babypoppenindustrie’.

99. ‘Turnhout ligt vlak bij Antwerpen. Dat weet ik nog van onze optredens. Heerlijke stad, fijne audience, die Belgen. Zijn altijd dankbaar. Op het kinderlijke af.’


En er is nog een toegift van de uitgeverij op het web geplaatst:

http://www.amboanthos.nl/toegift/

A.F.Th. van der Heijden, Kwaadschiks

27 december 2016

A.F.Th. van der Heijden, Kwaadschiks 

uitg.De Bezige Bij 2016

Een man op zoek naar de Absolute Stilte vindt een explosie op zijn weg
De relatie tussen reclameman Nico Dorlas, eind veertig, en zijn jongere vriendin Desy staat op springen. Zijn paranoïde verlatingsangst, versterkt door drank en drugs, maakt samenleven met hem tot een hel. Als Desy de benen neemt, stelt Dorlas alles in het werk om haar voor zich terug te winnen – eerst nog goedschiks, uiteindelijk kwaadschiks. Of hij de juiste prooi voor zich heeft, blijft lange tijd in het ongewisse.
Dorlas wordt bijgestaan door Ernst Quispel, de strafpleiter uit Advocaat van de hanen (De tandeloze tijd 4), die twintig jaar grijzer en twintig jaar cynischer is geworden. Ondanks diens inspanningen brokkelt het universum van Dorlas binnen een infernaal etmaal volledig af. Andere levens herrijzen uit het puin.
Kwaadschiks is, met een variant op het klassieke moordmysterie, niet zozeer een ‘whodunit’ als wel een ‘whotookit’, die wortelt in de actualiteit maar in zijn reikwijdte universeel is.

“Wat je ruikt, is de mot die ik gisteravond met mijn grote liefde had. Geen idee waar het over ging, maar op ’t laatst dreigde Desy de benen te nemen. Voorgoed. Ik heb zo’n beetje de halve nacht zitten hijsen van verdriet.”


Deel 6 van de Tandeloze Tijd cyclus is een briljant titanenwerk, ook voor de auteur die erin geslaagd is om een majestueuze roman op te bouwen die de lezer – soms luchtig, soms speels, vaak kloppend als een verslaving of een zwerende vinger – een misselijk makend inzicht biedt in het denken en doen van een psychopaat, Nicodemus Dorlas. En zo ook van potentiële types die zich na een leven lang permanent pamperen snel gekrenkt weten of graag een kort lontje koesteren.

118. ‘Ziedaar hoe jullie het leven van de burger verzieken,’ zei Dorlas. ‘De sterke arm door de technologie uitgebreid met het sterke oog. En de sterke neus, want die blaaspijp vertelt jullie wat je zou moeten ruiken. Door al die technische verworvenheden verdwijnt het spelelement uit de verhouding tussen politie en burgerij. Een beetje verstoppertje en tikkertje spelen is er niet meer bij. Overal kijken camera’s en smartphones mee. Een minimum aan fair play, dat ene oogje toe… het zou de wereld zoveel menselijker houden.’

143.Er bleek hem al spoedig dat cynisme een betere brandstof vormde voor een carrière dan idealisme.

706. Waar blijft het geluid nadat het geklonken heeft?

Ondanks het minutieuze filigraan van de stad en haar omgeving, de spelers en de pijn – waarvoor een ongelooflijke research werd verricht – stoort een slechte knoop in het verhaal over de nood aan insulinespuiten wanneer zoon Hemmo een rol speelt in een vermeende gijzeling.

881. Ze hebben me gewoon uit de auto gezet. Ik vertelde ze dat ik een hypo aan voelde komen. Dat hadden ze al eens een keer met mij meegemaakt. Ze wilden zeker niet met een bewusteloos lijk rondrijden door Amsterdam…’

‘In godsnaam, wat voor auto?’ Van Zanten stampte met zijn voet op de vloer, die een hol geluid gaf, want het plaveisel lag pas een halve meter lager. Hij bracht zijn gezicht dicht bij dat van de jongen, wiens hoofd met een schok naar achteren ging. ‘Welke auto, godverdomme?’

‘Krijg ik nu alstublieft, alstublieft wat insuline? Ik voel me zo ziek.’


1172. Het cynisme van zijn leven behelsde dat zijn empathie het minst lag bij de wanstaltigen die hij beroepshalve verdedigde. Het kennelijke ontbreken van sympathie voor de misdadiger was niets anders dan goed verholen walging. Zijn hart lag niet alleen bij de slachtoffers van de smeerlappen die hij verdedigde, maar vooral bij de mensen die voorlopig alleen onder hun eigen goede werken dreigden te bezwijken, en elkaar met de onbezoldigde behulpzaamheid en medemenselijkheid de hersens insloegen. Mensen die in vertwijfeling van hun in scherven gevallen karwei opkeken, met in hun ogen de vraag: ‘Wat doe ik fout?’

Quispel zou doorgaan met het verdedigen van zware criminelen. Hij was er goed in. Zijn advocatuur was een schakel in de voedselketen van rechtvaardigheid. Maar heimelijk zou hij zijn leven willen wijden aan de verzoening van mensen die door hun goede bedoelingen tegenover elkaar waren komen te staan.

1220. Dorlas had eens gelezen, hij wist niet meer in welke context, dat elke mens aan het einde van zijn leven dat leven noodzakelijk als mislukt beschouwt, wat voor valse tevredenheid hij ook in zijn laatste woorden zal proberen uit te drukken. De notie sprong van de krantenpagina op zijn netvlies, en liet zich daar niet meer uitwissen. Hij nam haar niet voetstoots voor waar aan, maar voorvoelde met groot onbehagen dat zijn eigen toekomstige waarheid erin vervat lag. Eerder dan verwacht, vandaag namelijk, ruimschoots voor zijn vijftigste, was de mislukking een feit. Hij hoefde zich er niet meer tegen te verzetten.

Sneeuw, Orhan Pamuk – NTGent Luk Perceval

24 december 2016

Sneeuw, Orhan Pamuk – NTGent Luk Perceval

Een mooi hoorspel met bewegend kleurendecor, een knappe interpretatie van het boek en zijn poëzie.

“Mijn vader zegt soms dat dit alles hem herinnert aan de communistische dagen van vroeger. Je hebt twee soorten communisten: de hoogmoedigen, die het volk willen opvoeden en het land vooruit willen helpen; en de bescheidenen, die zich willen inzetten voor rechtvaardigheid en gelijkheid. De hoogmoedigen zijn belust op macht, ze dienen iedereen ongevraagd van advies, van hen is niets dan narigheid te verwachten. De bescheidenen bezorgen alleen zichzelf narigheid: dat is trouwens ook het enige wat ze willen. Terwijl ze, met schuldgevoelens overladen, willen delen in het lijden van de armen, krijgen ze veel meer te verduren.”

Sneeuw -Orhan Pamuk - Luk Perceval NTGent

Kars na Sneeuw 

Belijdende vrouwen met hoofddoek: bigotterie, gedwongen of militant dwingend bekerend
In alle gevallen ellende…

“218. Hegel is de eerste geweest die heeft opgemerkt dat de geschiedenis en het theater uit dezelfde elementen zijn opgebouwd, zei Sunay. Hij hield ons voor dat ook de geschiedenis, net als het theater, sommige mensen een ‘rol’ toebedeelt. En ook dat het toneel van de geschiedenis, net als in het theater, betreden wordt door de moedigen’?
343. – Maar zonder principes en geloof kan niemand gelukkig worden, zei Kadife. – Dat is waar. Maar in een wreed land als het onze, maar een mens niet telt, is het dom om jezelf voor je overtuigingen te gronde te richten. Grote principes, overtuigingen, dat is iets voor mensen in de rijke landen. – Juist niet. In een arm land heeft men niets anders dan zijn overtuigingen om zich aan vast te klampen.”
Orhan Pamuk, Sneeuw

Voor 2017 en later …

22 december 2016

Voor 2017 en later ...

 

 

 

 

 

 

 

 

Heidelberg, Universitätsplatz, 8 december 2016

 

 

‘Nicht alle sind im selben Jetzt da.’ – ‘Niet iedereen leeft in hetzelfde nu.’ – Ernst Bloch

‘Alles van waarde moet zich verweren.’ – Paul Scheffer

Wij wensen jullie wijsheid en kracht in 2017 en later…


Jan Van Duppen & Chris Boudewijns

Philip Roth. Het Complot tegen Amerika.

1 december 2016

Philip Roth. Het Complot tegen Amerika.
De Bezige Bij 2004

Bij het verschijnen van ‘Het complot tegen Amerika’ werd Philip Roth geroemd als visionair in het Bush tijdperk.
Hij was wellicht nog veel meer visionair in wat zich een paar verkiezingen later aan zou dienen als ‘America First’.

Vandaag heeft het iets van ‘Soumission’ van Michel Houellebecq. 
en dat gaat verder dan de veronderstelde historische toekomst versus een verondersteld historisch verleden.

Roth speelt schitterend met ervaringen en wereldbeelden van een joodse jongen uit Newark, Philip, inclusief de vele vormen van collaboratie, idealisme en verzet in diens omgeving met een ‘America First’ president – heldenpiloot Charles Lindbergh – die in tegenstelling tot Roosevelt het land buiten de tweede wereldoorlog wil houden en zelfs de anti-joodse programmapunten van de Duitse nazi’s meer dan genegen is.

Philip Roth houdt in zijn roman wel geen rekening met de enorme economische belangen van de VS van toen, in Europa én Azië. Laat staan het onvermijdelijke conflict met het expansionistische Japanse keizerrijk. Pearl Harbour komt niet ter sprake. De belevenissen, fantasie, angsten en verlangens van de 8-9 jarige hoofdpersoon, Philip.  de ik-figuur uit een seculier joods gezin in een joodse wijk van Newark, worden vakkundig vermengd met elementen uit de fictionele historische mogelijkheid. Zo speelt Roth meesterlijk op de angsten en emoties van de lezer.

Het blijft dus een fascinerend fictieverhaal dat geen rekening houdt met de werkelijke drijfveren achter de geschiedenis van WOII, laat staan de economische tegenstellingen.

http://www.standaard.be/cnt/gv6a02im
129. En zoals de verkiezing van Lindbergh mij ondubbelzinnig aan het verstand had gebracht, was de ontvouwing van het onvoorziene alles. Verkeerd om gedraaid, was het meedogenloze onvoorziene datgene wat wij schoolkinderen als ‘geschiedenis’ leerden, ongevaarlijke geschiedenis, waarin alles wat in zijn eigen tijd onverwacht was op papier als onvermijdelijk te boek wordt gesteld. De terreur van het onvoorziene is wat de geschiedwetenschap verbergt, waardoor ze van een catastrofe een epos maakt.

222. het gebrekkig geschoolde achterbuurtkind dat zich vrijwel geheel dankzij een alerte, programmatische werkdrift uit de immigrantenarmoede van zijn ouders had opgewerkt. IJver was voor deze mensen het enige middel van bestaan. Wat hun niet-joodse meerderen uitsloverij noemden, was meestal niet meer dan dat – de ijver die alles was.

246. Voor het ogenblik waren onze levens intact, onze huishoudens op orde, en was de troostrijke werking van de vaste rituelen bijna sterk genoeg om een kind in de waan te laten van een eeuwigdurend, onbedreigd vreedzaam heden.

Wim Kayzer, De laatste tafel.

25 november 2016

Wim Kayzer, De laatste tafel.


uitg. Balans 2014


Een boeiend eerste kwart waarna de bespiegelingen over wetenschap en filosofie, leven, liefde en dood geleidelijk verzanden en de nochtans niet geringe spanningsboog van het verhaal het begeeft.
‘Als we leven bestaat de dood niet. En als we dood zijn bestaan wij niet.’’

12. Waarom is het godverdomme nodig om te verdwijnen op het moment dat je het leven net een beetje onder de knie hebt?


Als ik overmorgen ben gestorven, valt er niets meer te vrezen en niets meer te hopen, nee. Door de matglazen tuimelramen van de collegezaal valt geen decemberlicht meer binnen, er gaat geen iPhone meer af terwijl ik college geef over de magische supersymmetrieën van de stringtheorie (bij elk college dat ik geef gaat wel een iPhone af ) of over gravitatie die gesupersymmetriseerd moet worden om als kandidaat te kunnen gelden voor een theorie van alles. M’n studenten zijn gek op die theorie; nu God dood is en ze toch een intense behoefte hebben aan een leidend beginsel, moet het maar de theorie van alles zijn. Maar aan die hele supergravitatie knaagt nu zoveel twijfel dat ik het onderwerp beter kan laten rusten. Ik zal geen voorspelbare grappen meer maken die desalniettemin, of juist daarom, worden gewaardeerd, vooral door de ouderejaars,


34. ‘Willen mensen vrijheid? Ze haten vrijheid. Mensen bouwen niet hun eigen leven, ze bouwen hun eigen gevangenis.


36. Ik heb, aarzelend maar toch, een behoorlijke tijd geloofd in de gedoemde vrijheid van Sartre en de maakbaarheid van mens & samenleving.


37. Bij anderen bleef de droom intact. Verbijsterend is dat: hoe lang mensen kunnen blijven vasthouden aan drogbeelden en vooroordelen om hun eigen verleden maar niet te hoeven afvallen.


39. In mijn studententijd was het bon ton om te geloven dat alle mensen gelijk waren, toen dat geloof barsten begon te vertonen, besloten we in arren moede maar dat alle mensen gelijkwáárdig waren.


79. Leeg en gehuldigd kwam hij thuis, vermenigvuldigd tot een muis, die woorden van Roland Holst pasten me als gegoten.


83. Het is een groot geluk/ om niet precies te weten/ op wat voor wereld we leven. Szymborska


93. Waarom het niets van de dood bestaat is tenminste duidelijk. Het katalyseert het ontstaan van telkens nieuwe levensvormen. Zonder dood geen evolutie. Zonder dood zouden we veroordeeld zijn tot onsterfelijkheid: de hel tot de driehonderdste macht. Een evolutie zonder dood zou zijn blijven steken in de eerste ééncelligen. Sommigen beweren dat de evolutie streeft naar meer complexiteit, maar ik denk dat die complexiteit eenvoudig een bijproduct is van een ingebouwde dwang tot verandering.

Die Gedichte des ‘Lebensmüden’ – Gesprek van een man met zijn Ba – ziel.

22 november 2016

Die Gedichte des ‘Lebensmüden’
Gesprek van een man met zijn Ba – ziel.
Papyrus Berlin 3024, XII de Dynastie, 1800 vC.
Gesprek van een man met zijn Ba-ziel.
In Altägyptische Dichtung – Universal Bibliothek nr. 9381
1996 Philipp Reclam jun. GmbH & Co – Stuttgart

Zie, berucht is mijn naam door jou,
Erger dan de stank van aasgieren
Op zomerse dagen, wanneer de hemel gloeit.

Zie, berucht is mijn naam door jou,
Erger dan de stank bij de visafslag
Op de dagen van de visvangst, wanneer de hemel gloeit

Zie, berucht is mijn naam door jou,
Erger dan de stank van vogels
In moerasstruiken vol watervogels…
Erger dan de stank van vissers
En van de lagune waar ze vissen…
Erger dan de stank van krokodillen,
Zoals in een krokodillentempel…
Erger dan een getrouwde vrouw
Die over haar echtgenoot leugens vertelt omwille van een andere man…
Erger dan over het kind van een achtenswaardige
Gezegd wordt dat de echte vader iemand is die hij haat…
Erger dan een kolonie van de koning
Die op oproer broedt, wanneer ze zijn rug zien…

***
Tot wie zal ik me vandaag wenden?
Mijn familieleden en dienaren zijn slecht,
De vrienden van vandaag kan men niet eren.

Tot wie zal ik me vandaag wenden?
Inhalig zijn de harten,
eenieder berooft zijn naasten.

Tot wie zal ik me vandaag wenden?
Mildheid is ten gronde gegaan,
Gewelddadigheid neemt bezit van iedereen…
Het aangezicht van het slechte glanst tevreden,
Het goede werd alom ten gronde gericht…
Wie iemand om een slechte daad tot de orde roept,
doet alle booswichten in lachen uitbarsten…
Men plundert elkaar. Iedereen steelt van zijn naasten…
De misdadiger is een vertrouweling geworden,
De broeder met wie men samenleefde is tot vijand geworden…
Men wil niets meer van gisteren weten
En verguldt ook niemand meer die vandaag het goede nog doet…
De leden van je eigen familie zijn boos
En keren zich naar vreemden om nog redelijkheid te vinden…
De harten worden ten gronde gericht,
Eenieder slaat de ogen neer voor zijn familie en dienaren…
De harten zijn hebzuchtig,
Men kan zich niet meer verlaten op menselijke gevoelens…
Er is geen gerechtigheid meer,
De wereld blijft vertrouwen wie onrecht doet…
Het ontbreekt aan vertrouwden,
Men neemt zijn toevlucht tot onbekenden om bij hen te klagen…
Er zijn geen gelukkige mensen meer,
en met wie men vroeger omging, is niet meer…
Ik ben met ellende overladen,
Omdat mij iedere vertrouweling ontbreekt…
Van het kwaad dat de wereld treft,
Is het einde nog lang niet in zicht!

***
De dood staat vandaag voor mij
Zoals de genezing voor een zieke
Zoals het lijden ons zo nabij is.

De dood staat vandaag voor mij
Zoals de geur van wierook,
Zoals we onder het zeil varen op de dag van de wind.

De dood staat vandaag voor mij
Zoals de geur van lotusbloemen
Zoals drinken op de rand van de dronkenschap…
Zoals het ophouden van de regen,
Zoals een man van een veldtocht thuiskomt…
Zoals de helderheid van de hemel,
Zoals een mens die de oplossing van een raadsel vindt…
Zoals de wens van een mens om zijn huis terug te zien,
Nadat hij vele jaren in gevangenschap doorbracht.

***
Waarlijk, wie daar is, is een levende god,
Die de zonde straft bij degene die ze begaat.

Waarlijk, wie daar is, die staat in het zonneschip
De uitverkorenen verdeelt hij voor de tempel.

Waarlijk, wie daar is, is een wijze
Die niet verhinderd kan worden,
Zich tot de zonnegod te wenden,
Wanneer hij spreekt…

Zwarte Piet & Sinterklaas en nog meer

15 november 2016

Zwarte Piet en Sinterklaas

Sinterklaas is een waardevolle mythe die ons leert dat er grote leugens bestaan die door iedereen gedragen worden.
Leren dat Sinterklaas niet bestaat is vaak de eerste stap tot het besef dat God de vader niet bestaat. (Erwin Vanmol)

Kinderen leren geleidelijk dat de Sint geen goedheilige man is maar een rafelige verklede figuur die autoriteit moet sterken met cadeautjes of zak en roe van Zwarte Piet. Het is een onderdeel van opgroeien in een wereld waar niets is wat het lijkt.

Natuurlijk mag het ook wel eens gezegd worden dat de hele zwarte pieten traditie nog een andere oorsprong heeft dan schoorsteenvegen, postfactum verknechting, aloude en prehistorische demonen.
Minstens 1,2 miljoen christelijke kinderen, vrouwen en gezonde mannen werden in de 17 – 18 de eeuw door Moorse zeerovers ontvoerd en als slaven verkocht en van de 15-17 de eeuw werden de Ottomaanse Janitsaren en harems aangevuld met geroofde kinderen uit de christelijke Balkan regio.

schermafbeelding-2016-11-13-om-17-54-12

 
https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/10669/omvang-christenslavernij-onderschat.html

https://nl.wikipedia.org/wiki/Barbarijse_slavenhandel

https://nl.wikipedia.org/wiki/Barbarijse_zeerovers

https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/6384/moslimpiraat-jan-janz-terroriseerde-de-ijslanders.html

http://www.volkskrant.nl/opinie/-zwarte-piet-discussie-lijkt-progressief-maar-is-een-grijsgedraaide-plaat~a3546218/

http://www.volkskrant.nl/magazine/-zwarte-piet-is-nooit-een-slaaf-geweest~a3527041/

 

schermafbeelding-2016-11-15-om-17-07-19 schermafbeelding-2016-11-15-om-17-07-31 schermafbeelding-2016-11-15-om-17-09-12‘Interessant was het Zwarte Pietendebat alleszins. Bijvoorbeeld de vaststelling dat de kernvraag bij sommigen aan de linkerzijde niet langer luidt of iemand discrimineert maar wel of iemand zich gediscrimineerd voelt.’ Peter De Roover N-VA kamerlid 15/11/2016

Leonard Cohen 1934 – 2016

11 november 2016

“There’s a crack in everything, but that’s how the light gets in…”


schermafbeelding-2016-11-11-om-13-29-37Wij worden geboren in de illusie dat de wereld van ons is. Volwassen worden, is beseffen dat wij van de wereld zijn. Oud worden is begrijpen dat wij niet meer van deze wereld zijn.


schermafbeelding-2016-11-11-om-13-28-49



leonard-cohen-1934-2016

Hubert Van Herreweghen, Avond

7 november 2016

Avond

‘Licht, laatste korrel licht,
draal nog even,
verlaat me niet
als ’t donker valt,
de gruwelijke nacht
waarin de dieren dolen
uit de oudste holen,
windhol en gracht
en geen oog wat ziet.
Verlaat me niet,
wees zacht.’

HUBERT VAN HERREWEGHEN (1920-2016), De bulleman en de vogels, Leuven, Uitgeverij P, 2015

Nicola Lagioia, De Wreedheid.

5 november 2016

Nicola Lagioia, De Wreedheid.
Uitg De Bezige Bij 2015

 

‘Er is geen moment, zelfs niet het meest futiele, dat je niet uit de stilte van je oorsprong opwelt, dag en nacht.’

Cesare Pavese, ‘Dialoghi con Leucò’


Knappe verhaalomkering met in tijd, ruimte en personen wisselend perspectief waardoor radelozen tot reddelozen kolken omdat niets is wat het lijkt in een Zuid-Italiaans universum van mechanische sex en spanking, corruptie, bouwfraude, drugs, gifstorten, liefdeloos leed.

67. Hij was gaan joggen voordat hij naar de kliniek vertrok, waar de onderdirecteur van het Mediterraan Oncologisch Instituut elke ochtend stipt om tien voor negen aankwam. Het ritueel van het hardlopen was belangrijk. Altijd drie rondjes meer dan hij eigenlijk aankon. Vermoeidheid ontlaadde de spanning en dat hielp hem bij de confrontatie met patiënten, die hij ingewikkelde woordraadsels opgaf met als uitkomst de datum van hun dood. Door de moeite om die op te lossen raakten ze in de war. Elke ochtend een uur joggen om filosoof te worden.

72. De officier was een vijftiger uit Martina Franca. Zijn vrijetijdskleding een toenaderingspoging tot de mode waar hij te schuchter voor was. Hij bediende zich van een van elk dialect gevrijwaard Italiaans met een vaardigheid die veel overheidsdienaren misten. Een aandachtig oor zou het herkennen als een niet-bestaande taal. (...)
Om de juiste toon te treffen ging hij te rade bij collega’s van de vorige generatie, die de klinkers dermate slecht uitspraken dat ze de eenheid van het land ondermijnden met het instrument dat het juist in het gareel had moeten dwingen.

98. De psychiaters van de SERT hadden het bestaan van mensen zoals hij nodig om te voelen dat zij het heft in handen hadden. Ze onderwierpen hem aan een serie idiote vragen en stuurden hem eropuit om papieren te laten stempelen en urineonderzoeken af te spreken. Telkens als hij het geld tevoorschijn haalde om zijn eigen bijdrage aan de caissière van de ASL te betalen, zag hij een kluwen van gloeiende zwarte draden voor zich. Het effect verdween ogenblikkelijk. Dan ging hij de straat op en nam nog een shot.

Johan Daisne, Moeder

25 oktober 2016

MOEDER


Ik wil je noemen, overtekenen, houden


in een stel zingende regels, geen gedicht


als de oude, maar ongebonden eenvoudig,


en toch lied – van en voor je – direct lied van


het Licht.



Want Licht was je, groot licht, van in den


beginne, guitig licht, stout en


levenslustig-gezond, licht licht en sterk licht


van groot beminnen, ’t licht van de zomer…



En dat licht en die zomer ben je altoos


gebleven, de hele lijn langs dat ik groeide,


op school ging, verliefd werd en voetje voor


voet in het leven trad, en mee worstelen


moest in de grote kring.



Jij bent het gebleven, boven alles genegen,


altijd daar, altijd goed, steeds bereid en


nooit vermoeid, gebleven met je handen en


op al de wegen van je hart, gebleven en als


het kon nog gegroeid…



Mijn woorden zijn los-eenvoudig, geen ballade


van treurnis, geen naschrift van smart, en toch


een lied, een drinklied, een hooglied, een lied


met licht geladen van jou en die zomer…



Johan Daisne (1912-1978)

Ruben Mersch. Waarom iedereen altijd gelijk heeft.

21 oktober 2016

Ruben Mersch. Waarom iedereen altijd gelijk heeft.


De Bezige Bij 2016


95. Gedurende honderdduizenden jaren moesten we enkel samenwerken met leden van onze eigen stam. Wat er met de leden van een andere stam gebeurde, kon ons geen barst schelen. Het waren nauwelijks mensen. Het is geen toeval dat de naam van veel stammen gewoon ‘mensen’ betekent. Evolutionair bioloog Jared Diamond beschrijft hoe bij de stammen in Papoea-Nieuw-Guinea het territorium van je eigen stam verlaten neerkwam op het plegen van zelfmoord. Dat hebben we gemeen met chimpansees. Als zij apen van een andere stam tegenkomen en er is een baby bij, dan eten ze die op. Is het een vrouw, dan wordt die verkracht en als het een man is, mag die blij zijn dat hij na de ontmoeting nog in het bezit is van zijn tenen en zijn testikels. De morele emoties in onze onderbuik zijn ontstaan om samenwerking mogelijk te maken. Maar die samenwerking beperkt zich jammer genoeg tot de eigen groep.



Een interessant, begrijpelijk en goed geschreven overzicht van een waaier aan recente internationaal gerenommeerde studies over individueel en groepsdenken, gedrag, moraliteit waarmee Ruben Mersch helder maakt hoe mensen ‘apen zijn in het diepst van hun gedachten’ en dus eerder volgens aangeboren gedragsregels reageren in hun relaties ver en dichtbij. Moraliteit (een belangrijk statussymbool) en rechtvaardiging blijken doorgaans achterafredeneringen om feiten en ervaringen te passen in de mal van  het eigen gelijk. En die wordt bepaald door het solidaire samenwerken van de directe omgeving en de eigen groepsidentiteit – tegen de andere stam, clan, groep.


We zijn epistemologische vechtjassen, geboren advocaten en geen geboren waarheidszoekers.



Knappe voorbeelden – roddel is vlooien voor gevorderden -  talloze experimenten en een gevarieerde argumentatie leiden tot een naar mijn mening wat magere maar bruikbare conclusie: een handleiding om de strijdbijl te begraven.


Mersch bezit het talent om droge onderzoeksresultaten lichtvoetig en met humor te serveren waardoor ze makkelijker beklijven.


- Waarom de meeste gepubliceerde wetenschappelijke artikelen fout zijn


- Waarom we economen niet moeten vertrouwen (maar klimaatwetenschappers wel)


- WC-EEND-wetenschap


- De slechtste manier om kennis te verwerven (buiten alle andere manieren)


- Anders gaan discussiëren


- Het openen van gesloten geesten


- Moreel blindproeven


Het basisprincipe van oosterse vechtsporten blijkt ook in een minder krijgshaftige omgeving de basis om effect te sorteren.


Meegaan in de redeneer- of krachtlijn van de tegenstander brengt deze uit evenwicht waardoor deze ruimte krijgt tot een mogelijke reflectie op het eigen gelijk. Zijn of haar werkelijkheid hoeft dan niet meer eerst te staan waardoor rationele argumenten en andere werkelijkheden minder afwijzend benaderd kunnen worden. Twijfelen aan het eigen grote gelijk kan dan acceptabeler worden, althans voor de reflecterende tegenstander.


Desalniettemin zijn ook mensen vooral spelende wezens die graag met hun emoties pronken, liefst gretig genieten van het eigen goede gevoel en daarom niet zo makkelijk bereid zijn tot twijfel in de geboden spiegelruimte. Zeker niet wanneer ze daartoe afstand moeten doen van de veilige gelijkheidsleer in de eigen omgeving. Immers de leden van de eigen groep neigen dit eerder als verraad te beschouwen waarna uitstoting of erger volgen.


238. Het is een jammerlijke eigenschap van de menselijke geest dat als je zijn overtuiging aanvalt, hij die enkel meer zal koesteren. Onze standpunten zijn ons dierbaar. Elke kritiek ervaren we als een aanval op onszelf. Zodra hij een spoor van een mogelijke vijand denkt te ontwaren, gaat onze onderbuik in de verdedigingsmodus en zet hij alle mogelijke middelen in om onze standpunten te beschermen. En dus moet je, indien je wilt dat mensen zich openstellen voor tegenargumenten, eerst hun onderbuik geruststellen. (…) Door je discussies niet te doorspekken met beledigingen en sneren naar je tegenpartij bijvoorbeeld. Door de onderbuik van je tegenpartij gerust te stellen met een eenvoudig zinnetje als: ‘Ik begrijp je standpunt, maar…’


Of door zelf geen zekerheid te claimen en je stelling als vraag – ‘Zou het niet kunnen dat…?’ – te verpakken.



Lees verder »

Georges Simenon, Maigret en zijn dode.

21 oktober 2016

Georges Simenon, Maigret en zijn dode.


117. In zijn dromen had hij dat soms ook – en het waren juist die dromen waar hij als kind het bangst voor was. Hij liep dan doorgaans in een ingewikkeld decor en kreeg plotseling het gevoel dat hij er al eens eerder was geweest, dat hij dezelfde gebaren had gemaakt, dezelfde woorden had gesproken. Dan werd hij bevangen door een soort duizeling, met name op het moment dat hij besefte dat hij wat hij nu beleefde al eerder had beleefd.

Robert Harris, Conclaaf

16 oktober 2016

Robert Harris,  Conclaaf

Cargo 2016

De paus is dood. De deuren van de Sixtijnse Kapel sluiten en volgens de eeuwenoude traditie zullen honderdzeventien kardinalen hun stem moeten uitbrengen in de geheimzinnigste verkiezing ter wereld. De kardinalen zijn allen zeer vrome mannen. Maar ze zijn ook ambitieus en elkaars rivalen. In de volgende tweeënzeventig uur zal een van hen de machtigste spirituele leider op aarde worden. Al snel wordt duidelijk dat een van de gedoodverfde kanshebbers een groot geheim verbergt. Een geheim dat het voortbestaan van het Vaticaan op het spel kan zetten.

In de NRC schrijft Robert Gooijer over Conclaaf: ‘De Here sta ons bij als het zo gaat in Vaticaanstad’.

Hij vergist zich. Schromelijk.

‘Ik hoop dat ze niet al te veel geschokt zijn door het resultaat’, schrijft Robert Harris in het nawoord van Conclaaf. Hij doelt op de ‘prominente katholieken’ die hij ondervroeg voor deze thriller over 118 kardinalen die in de Sixtijnse Kapel de volgende paus kiezen. Harris’ anonieme gesprekspartners zijn vermoedelijk wél geschokt, tenzij ze zelf de bron waren van het inventieve katholieke gekuip en gekonkel dat de schrijver met veel humor serveert. De Here sta ons bij als het er zo aan toe gaat in Vaticaanstad; het machiavellisme en de corruptie van het Collegium Cardinalium in Conclaaf doen eerder denken aan voetbalbond FIFA dan aan een door Gods wil geleid genootschap dat de Plaatsbekleder van Jezus op aarde kiest.

Robert Harris daarentegen is erin geslaagd om de wezenlijke tegenstellingen binnen de hoogste hiërarchie van de Rooms Katholieke Kerk helder te krijgen.

Dat is een fenomenale verdienste, vergelijkbaar met die van Rik Torfs.

En Harris is dan nog zelf geen katholiek. Integendeel.

111. Broeders en zusters, laat ik u vertellen dat ik in de loop van een lang leven in dienst van onze Moederkerk heb geconstateerd dat er één zonde is waar ik meer dan enig andere beducht voor ben geworden, namelijk zekerheid. Zekerheid is de grote vijand van eenheid. Zekerheid is de doodsvijand van verdraagzaamheid. Zelfs Christus was op het einde niet zeker. “Eli, Eli, lema sabachtani?” riep Hij in het negende uur aan het Kruis tijdens Zijn doodsstrijd uit.” Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?” Ons geloof is een levend geheel, juist omdat het hand in hand gaat met twijfel. Als er alleen zekerheid was, en als er geen twijfel was, zou er geen mysterie zijn, en dus ook geen behoefte aan geloof. Laat ons bidden dat de Heer ons een paus zal schenken die twijfelt, en die door zijn twijfels van het katholieke geloof een levend geheel blijft maken dat de hele wereld kan inspireren. Laat Hij ons een paus gunnen die zondigt en vergiffenis vraagt, en dan verdergaat

39. Een overmaat aan eenvoud was uiteindelijk alleen maar een andere vorm van uiterlijk vertoon, en trots op je nederigheid een zonde.

65. Na een leven lang luisteren naar geheimen had hij een instinct voor dergelijke zaken ontwikkeld. Het gewone volk ging er altijd van uit dat het de voorkeur verdiende om te proberen alles te weten; naar zijn ervaring was het vaak beter om zo min mogelijk te weten.

78. Hij draaide zich voorzichtig om, ging rechtop zitten, zette zijn voeten op de grond, wiegde ettelijke keren naar voren en bouwde de vaart op om te gaan staan. Dat was de ouderdom: al die bewegingen die ooit vanzelfsprekend waren, zoals de eenvoudige handeling van het opstaan uit bed, vereisten nu een exacte volgorde van geplande bewegingen. Na de derde poging stond hij op zijn voeten en liep stram de korte afstand naar het bureau.

204. Zonder gezin kun je zo makkelijk geobsedeerd raken door kwesties van status en protocol in een streven jezelf een gevoel van vervulling te bezorgen.

Siddhartha Mukherjee, Het Gen, een intieme geschiedenis.

12 oktober 2016

Siddhartha Mukherjee, Het Gen, een intieme geschiedenis.
De Bezige Bij 2016

Diegenen die ons het paradijs op aarde beloven, hebben nooit iets anders voortgebracht dan een hel! – Karl Popper

Als Siddhartha Mukherjee ontdekt dat geestesziekte al twee generaties in zijn familie voorkomt, realiseert hij zich dat ook in hem een spoor van gekte begraven kan liggen. Aan de hand van zijn eigen familiegeschiedenis onderzoekt hij de menselijke erfelijkheid en het effect ervan op onze levens, persoonlijkheden, keuzes en lotsbestemmingen. In weergaloos proza beschrijft hij het eeuwenlange onderzoek naar de erfelijkheidskwestie – van Aristoteles en Pythagoras via Darwin tot aan de revolutionaire eenentwintigste-eeuwse vernieuwers die het menselijk genoom in kaart brengen.

Op intelligente wijze verweeft hij onderzoek en sociale historie met zijn persoonlijke verhaal, en schrijft zo een magistrale geschiedenis van een van de invloedrijkste wetenschappelijke revoluties, die van fundamenteel belang zal zijn voor de komende generaties. Het boek is onmisbaar voor iedereen die geïnteresseerd is in de wetenschappelijke mogelijkheden om erfelijke eigenschappen te lezen, te beïnvloeden en over te dragen, nu en in de toekomst.

Na zijn fenomenaal werk ‘De keizer aller ziektes, een biografie van kanker.’ presenteert hij nu een uitputtende geschiedenis met verstrekkende gevolgen voor mens en samenleving, morgen en overmorgen.

Zoals steeds vlot, boeiend en spannend geschreven, zij het soms iets te uitgebreid, zelfs zonder verwijzingen naar belangrijke bijdragen van buiten de Angelsaksische wereld.

Vooral degenen die zich verdiepen in erfelijkheid begrijpen alles van dit onderwerp, behalve het onderwerp zelf. Ik neem aan dat ze zijn geboren en getogen in dat doornbos en het grondig verkend hebben zonder ooit het einde ervan te hebben bereikt. Dat wil zeggen dat ze alles bestudeerd hebben met uitzondering van de vraag wat ze in feite bestuderen.

– G.K. Chesteron, Eugenics and Other Evils

164. De nazi’s en Lysenko hielden er radicaal tegengestelde ideeën over erfelijkheid op na, maar tegelijkertijd bevatten die opvallende overeenkomsten. Hoewel de nazidoctrine in kwaadaardigheid niet te overtreffen viel, wendden ook de Russen een erfelijkheidstheorie aan om een idee over de persoonlijkheid van de mens te creëren dat zich voegde naar politieke doelstellingen. Hoe tegengesteld die twee theorieën ook waren – de nazi’s waren evenzeer gegrepen door het idee dat de identiteit vastlag als de Russen die plooibaar achtten –, in beide gevallen stond het idioom van de genen en de erfelijkheid centraal in de staats- ideologie en het gepropageerde vooruitgangsidee. Het nazisme laat zich even moeilijk voorstellen zonder het geloof in de onuitwisbaarheid van erfelijke eigenschappen als een Sovjet-staat zonder het idee dat daarmee korte metten kon worden gemaakt. Weinig verbazingwekkend is dat in beide gevallen de wetenschap opzettelijk werd verdraaid om de door de staat gepropageerde ‘zuiveringsprocessen’ te ondersteunen. Door het idioom van de genen en de erfelijkheid aan te passen werden hele machtssystemen gerechtvaardigd en versterkt. In het midden van de twintigste eeuw had het gen – of de ontkenning van zijn bestaan – zich al ontpopt als een machtig politiek en cultureel wapen, als een van de gevaarlijkste ideeën in de geschiedenis van de mensheid.

Pseudowetenschap verleent steun aan totalitaire regimes en totalitaire regimes brengen pseudowetenschap voort…

586. Zouden zulke vormen van kennis nieuwe soorten empathie en begrip mogelijk maken? Of zouden ze leiden tot nieuwe vormen van discriminatie? Zou de kennis worden gebruikt om te herdefiniëren wat ‘natuurlijk’ is?

Maar wat is ‘natuurlijk’, vraag ik me af. Aan de ene kant: variatie, mutatie, verandering, wisselvalligheid, deelbaarheid, beweging. En aan de andere kant: betrouwbaarheid, permanentie, ondeelbaarheid, trouw. Bhed. Abhed. Het zou ons amper moeten verbazen dat dna, het molecuul van tegenstrijdheden, de code bevat voor een organisme van tegenstrijdigheden. We zoeken bestendigheid in erfelijkheid – en vinden het tegengestelde: variatie. Mutanten zijn noodzakelijk om de essentie van ons zelf te handhaven. Ons genoom heeft een fragiel evenwicht bereikt tussen tegengestelde krachten, door streng met tegenliggende streng te combineren, door verleden en toekomst te vermengen, door geheugen en verlangen tegen elkaar uit te spelen. Het is het menselijkste wat we bezitten. Het beheer ervan is wellicht de ultieme test van de kennis en oordeelkundigheid voor onze soort.


85. Wanneer de mens ontdekt dat hij over iets macht kan uitoefenen, zal hij altijd daartoe overgaan,’ schreef Bateson somber. ‘De erfelijkheidswetenschap zal hem snel een verbijsterende macht in handen geven, en in een bepaald land, op een wellicht niet eens zo ver in de toekomst gelegen moment, zal hij van die macht gebruikmaken om de samenstelling van een natie naar zijn hand te zetten. Of dit uiteindelijk goed of slecht zal zijn voor deze natie of voor de mensheid in haar algemeenheid, is een andere kwestie.’ Bateson had de aanzet gegeven tot de eeuw van het gen.

Lees verder »

La Fille Inconnue (2016) Gebroeders Dardenne

5 oktober 2016

La Fille Inconnue (2016) Gebroeders Dardenne


De jonge huisdokter Jenny verzuimt een jong, Afrikaans meisje binnen te laten in haar kabinet, om een dag later van de politie te horen te krijgen dat het meisje dood werd teruggevonden. Wat is er precies met haar gebeurd? Wat was haar naam en waar kwam ze vandaan? Het zijn vragen die de plichtbewuste Jenny dan ook door het hoofd en het hart spoken. Obsessief gaat zij – schuldbewust ook wel – op zoek naar de identiteit van deze vrouw en de omstandigheden van haar dood, het medisch geheim indachtig.


Het resultaat heeft iets van een morele policier, maar ook een persoonlijke boeteprocessie, waarin de Dardennes al hun vroegere thema’s op een doordachte manier tonen, en waarin de jonge actrice Adèle Haenel – de derde keer dat de broers met een bekende Franse actrice samenwerken – haar emoties in haar binnenste begraven houdt als de zelf ook naar verlossing zoekende vrouw. Voor de broers Dardenne op de persconferentie in Cannes gaat de film over een persoon die haar verantwoordelijkheid neemt, die zich niet laat inslapen, en die niet zegt: ik heb niets gezien, ik weet van niets. Jenny grijpt in, ze handelt.  Ze beweegt. Ze toont de foto aan andere mensen. En uiteindelijk krijgt ze ook andere mensen in beweging, brengt ze verandering teweeg. Dat is de grote hoop die van de film uitgaat: Jenny doet mensen veranderen, hopelijk ook de kijker!



“Een goed gemaakte, intens humanistische en intelligente Dardenne-film is en blijft La Fille Inconnue dan ook sowieso, alleen is het niet hun beste.” Dave Mestdach in Knack Focus.


Voor mij is het eerder een slecht gemaakte, intens egocentrische en dwaze Dardenne-film, maar tevens een schitterende illustratie van ‘doe het goede om het eigen goed gevoel’ en val in bijna tien kuilen tegelijk.


La Fille Inconnue  is een excellente instructiefilm voor stagiaires huisartsen, niet alleen in Luik: hoeveel fouten maakt Dr. Jenny Danvin, de collega stagemeesteres die in de film als beste huisarts-stagiair in dertig jaar geroemd wordt door de professor van dienst.


Als film voor een groot publiek is het zowat de zwakste van de gebroeders Dardennes die steeds vaster versukkelen in de beelden van hun holle hulpeloze slogans.


Jenny wordt als bordkarton gespeeld in een setting waar de enige emotie gesuggereerd wordt door vooral heel dicht op de kop van de acteurs in te zoemen.


Een dwaas sloganesk verhaal en vooral een typevoorbeeld van hoe het zeker niet moet, noch in de huisartsgeneeskunde, noch in het Luikse, Wallonië en de hele landelijke setting van de gezondheidszorg.


Alsof ‘het goede doen om het eigen goed gevoel’ de beste en moreel hoogstaande oplossing kan zijn voor de dilemma’s die ze verzinnen. Uiteraard heb je dan eindeloos veel huisartsen nodig om de gaten te vullen waarin talloos verdwaalde Waalse en Brusselse collega’s in een hels tempo zullen verdwijnen: burn out, verward, fysiek en psychisch in eenzaamheid murw geslagen. 

Zodra een groep mensen zichzelf als uitverkoren ziet, is de rest in gevaar’ Wole Soyinka

2 oktober 2016

WOLE SOYINKA, DERTIG JAAR NA DIE EERSTE AFRIKAANSE NOBELPRIJS LITERATUUR
‘Zodra een groep mensen zichzelf als uitverkoren ziet, is de rest in gevaar’
dS weekblad, 24 SEPTEMBER 2016 Catherine Vuylsteke
‘Waar het voor mij fundamenteel op neerkomt is dit: zodra een groep mensen zichzelf als “uitverkoren” ziet, is de rest van de maatschappij in gevaar. Of het gaat om seculiere uitverkorenen – totalitaire stalinisten, bijvoorbeeld – dan wel om theocratische extremisten – Al-Qaeda, Boko Haram, Daesh – speelt daarbij geen rol. Het utopisch socialisme en het aardse rijk Gods verschillen niet wezenlijk van elkaar.’
(...)
‘Jammer genoeg heeft de maatschappij de neiging zich schuldig te voelen. Ze krimpt ineen bij het aanschouwen van de gruwel en rationaliseert haar eigen straf. Natuurlijk moet ze onder ogen zien dat achterstelling en ongelijkheid een voedingsbodem vormen voor extremisme, maar die vaststelling volstaat niet. Er moet worden gehandeld, want de psychologie van de underdog is veranderd: het slachtoffer is beul geworden. God geworden ook, hij beslist over leven en dood. Buspassagiers die bij een raid van Boko Haram de eerste verzen van de Koran kunnen opzeggen, hoeven er niet aan. De rest wordt ter plaatse afgemaakt.’
‘En kijk naar Parijs, Brussel, Londen, Nice… Al die aanslagen werden gepleegd vanuit een hermetisch afgesloten denkkader. Ik dood, dus ik word. De morbiditeit wordt gevierd en de ander is schuldig omdat hij leeft zoals hij dat wil. Ik behoor tot diegenen die zich niet schuldig voelen omdat ze bon vivants zijn en niemand het recht heeft om mij, om ons, te onderwerpen aan een collectieve straf.’
‘Dat houdt ook in dat de maatschappij zichzelf moet verdedigen. Zeggen dat moord en ontvoering geen deel uitmaken van de islam, volstaat niet.’
Wat moet er volgens u gebeuren?
‘Aangezien we geconfronteerd worden met blinde terroristen die burgerlevens waardeloos achten, is het enig mogelijke antwoord: totale eliminatie van de daders en de aanstuurders. Door de misdaden die ze begingen, verloren ze het recht om als mens te worden beschouwd.’
‘Uiteraard is daarmee de kous niet af. We moeten ons concentreren op de volgende generatie, op het creëren van kansen en jobs. De deur moet niet dicht maar juist open, zodat kritisch denken zich in alle vrijheid kan ontwikkelen. En ondertussen moet ook werk worden gemaakt van een herverdeling van de welvaart en de strijd tegen corruptie en discriminatie.’

http://www.standaard.be/cnt/dmf20160922_02481269

We leven niet allemaal in hetzelfde nu

30 september 2016

We leven niet allemaal in hetzelfde nu

26 september 2016

De vorige generaties bestonden niet alleen om bij te dragen aan het comfort van de huidige generatie, die in haar hybris nog niet vermoedt dat ze op het punt staat hetzelfde lot als haar voorgangers te ondergaan. Burkhard Müller heeft die overmoed van de tijdgenoten in zijn essay ‘Der Stachel im Fleisch’ (2006) proberen te temperen met een mooi citaat van Leopold von Ranke uit 1854: ‘Jede Epoche ist unmittelbar zu Gott, und ihr Wert beruht gar nicht auf dem, was aus ihr hervorgeht, sondern in ihrer Existenz selbst, in ihrem Eigenen selbst.’ Ik weet niet of Ernst Bloch dat citaat kende toen hij in zijn ‘Erbschaft dieser Zeit’ (1935) de zin formuleerde: ‘Nicht alle sind im selben Jetzt da.’ Maar tussen die twee citaten vibreert voor mij de pees van de handboog van het leven.

Piet De Moor

Mijn poging tot vertaling:

„Ieder tijdvak spiegelt zich in zijn god. De waarde van een tijdvak is helemaal niet gelegen in wat eruit is voortgekomen, maar in zijn bestaan zelf, in zijn eigen zijn.” Leopold von Ranke (1854)

“Niet iedereen leeft in hetzelfde nu.” Ernst Bloch (1935)

The Celts: Blood, Iron and Sacrifice

20 september 2016

The Celts: Blood, Iron and Sacrifice

 

In de driedelige docureeks The Celts – een productie van BBC en ZDF i.s.m. Arte – volgen we antropoloog Alice Roberts en archeoloog Neil Oliver op hun speurtocht naar de Kelten, het mysterieuze volk dat ooit onze contreien bevolkte. Vertrekkend van hun oorsprong en religie ontdekken we een gesofisticeerde tribale cultuur. Historische reconstructies tonen de grote leiders van de Kelten in hun voortdurende strijd met dat andere Europese volk dat vanuit het zuiden kwam aanzetten: de Romeinen, die hen uiteindelijk zouden overwinnen. Het is de clash tussen die twee beschavingen, de Keltische en de Romeinse, die de wereld zoals we die vandaag kennen, mede heeft gevormd.

Veel verhaal op Canvas online, echter weinig van waarde, ook niet in de ‘prestigieuze’ reeks.

De driedelige serie met veel duur beeldmateriaal en gespeelde strijdtaferelen op verre locaties werd opgezet om in wezen slechts één boeiend verhaaltje te vertellen. De Kelten zouden in de brons-ijzertijd niet vanuit Midden Europa de rest hebben veroverd maar eerder vanuit de periferie toenmalige toptechnologie van ijzerbewerking en wapensmederij naar het midden van Europa hebben gebracht via handelsbetrekkingen.

De periferie is dan uiteraard Britain …

Een van de acteurs – deskundigen Neil Oliver koestert de hele reeks lang een vettig Schots accent en dito lang haar wanneer hij als een onverveerde afstammeling van Kelten naar een ontmoeting met een of andere historicus of archeoloog schrijdt.

De hele reeks die flink wat duiten moet gekost hebben lijkt naadloos te passen in de Brexit theorieën.

Een ode aan extreem gewelddadige, brutale en halfwilde barbaren die als laatste der volkeren probeerden pal te staan tegen de modernere oorlogs- en staatsmachine van het Romeinse rijk.

Ze hadden in 390 a.C.n. de Romeinse legioenen verslagen bij Allia en konden Rome plunderen.

[...] daarop is in een gesprek tussen Quintus Sulpicius, krijgstribuun, en Brennus, koning van de Galliërs, de zaak overeengekomen, en duizend pond aan goud zou als prijs spoedig van het volk aan de stammen worden overgemaakt. Aan de op zich al schandelijke zaak werd nog een onwaardige toegevoegd: de door de Galliërs gebrachte gewichten zouden ongelijk zijn (d.i. niet in overeenstemming met de geldende waarden). En toen de tribuun bezwaar maakte voegde de trotse Galliër zijn zwaard aan de gewichten toe en men hoorde de voor Rome niet te verdragen uitspraak:, “Wee (aan) de overwonnenen.” Livius, Ab urbe condita V 48

Daarna keerden de rollen en verdreven de Romeinse legioenen de Kelten steeds verder naar de Europese periferie. Caesar palmde Gallië in na de slag bij Alesia in 52 a.C.n. waarvan hij zijn verhalen de wereld en Rome instuurde met het oog op zijn verder politieke carrière. Zes jaar later pas zou Vercingetorix na een triomftocht voor het Romeinse publiek gewurgd worden aan de garrote.

Enkele decennia later blijken steeds meer ‘Gallo Romeinse’ Kelten als huurlingen te strijden in de Romeinse gelederen.

Merkwaardig aan de serie is ook de oppervlakkigheid waarmee een en ander wordt gepresenteerd: de Kelten hebben prehistorische wortels – lijkt me logisch -  met vooral een clanstructuur, een priesterkaste die in de heilige bossen bloedige politieke ritualen bedrijft, bijzonder bloeddorstige gebruiken om tegenstanders en vijanden te imponeren. Maar veel meer dan oorlog voeren en wat handel er bovenop lijken de Keltische krijgsheren niet uit te vreten.

Vrouwen schijnen ook onbestaande – terwijl die zeker in die periode in tegenstelling tot de Griekse en Romeinse dames een sterkere maatschappelijke rol konden opeisen.

De enige vrouw die in de reeks opgevoerd wordt met woeste rosse krullen is Boudicca, met herpes labialis gehuld in een rommelig blauw-bruine mantel van Schotse ruit. Zij wreekt het onrecht dat de Romeinse bondgenoten van haar man na zijn dood haar volk der Iceni en haar dochters aangedaan hadden in Colchester.

Menig Romeinse stad werd verwoest en uitgemoord. Wanneer gouverneur Gaius Suetonius Paulinus het druïdeneiland Mona (Anglesey) belegerde, kwamen de Keltische stammen uit het Zuidoosten in opstand. onder leiding van  Boudicca. Gouverneur Paulinus lokte de Britse overmacht naar een kloof in de Watling Street naar Londen waar een gedisciplineerde Romeinse oorlogsmachine de overweldigende meerderheid van het Keltische leger in de pan hakte.

‘The Celts: Blood, Iron and Sacrifice’ presenteert dus nogal wat pittige parallellen die zeker in de UK geïnterpreteerd worden als de ‘Brrritains’ die al van in de prehistorie bijdroegen aan de ijzerontwikkeling (later de industrialisatie) in Europa, die de prachtigste sieraden, juwelen en cultuur ontwikkelden, die zich altijd al verzet hebben tegen buitenlandse inmenging, zeker als die dan nog eens als onrechtvaardig ervaren werd en wordt.

De ‘Brrritains’ stellen zich ook graag tot de laatste snik te weer tegen andere culturen en religies die hen bedreigen in hun thuislanden.

Dit soort documentaires van de BBC helpt ongetwijfeld de mythevorming in de UK in de richting van de Keltische ‘roots’ en dus tegen de vreemde infiltranten, hun godsdienst en cultuur: sidder en beef, gij vuige EU burger en zeker alle arrogante islamieten in the UK. De Kelten waren ook bedreven in het koppen snellen. Zij sloegen echter genadiger toe in de halswervelzuil.

Paul Claes, De haas en de regenboog.

14 september 2016

Paul Claes, De haas en de regenboog.

uitg. De Bezie Bij 2016

Tegen het einde van de negentiende eeuw verbleven de revolutionaire Franse dichters Arthur Rimbaud en Paul Verlaine in Londen. Gevlucht voor het oproer dat ontstond na het neerslaan van de Commune van Parijs in 1871, waren ze op zoek naar een nieuw leven, een nieuwe liefde en een nieuwe poëzie. In Engeland beleven Rimbaud en Verlaine de hoogtepunten van hun stormachtige en noodlottige affaire, maar ze groeien er ook langzaam uit elkaar, verteerd door schuld en ambitie.

In De haas en de regenboog laat Paul Claes een nieuw licht schijnen op deze ophefmakende romance. In een kleurrijke, van speelsheid doordrenkte taal schetst hij een historisch beeld van een mislukte politieke, literaire en persoonlijke revolutie. Deze roman is, naast een waarheidsgetrouw verslag van het seizoen in de hel, een prachtige vertelling over de dieptes van de literatuur en de liefde.


Dit is een vermetel boek over spanning en lust tussen twee heren – Paul Verlaine, 29 jaar, gehuwd, vader en 10 jaar ouder dan Arthur Rimbaud – beiden kinderen van hun moeders.

Het loopt behoorlijk uit de hand met twee schoten waarmee de dichter  Verlaine zijn vriend Arthur neerschiet in Brussel op 10 juli 1873. Het politieverslag van hun ruzie wordt bewaard in het Archief van de Stad Brussel.

Het verhaal eindigt met een indrukwekkend slot.

Een jaar later zou Arthur Rimbaud voor altijd zwijgen en zijn zwerftocht beginnen door Europa tot voorbij de hoorn van Afrika.

 

183. Door het portierraampje kroop de ochtendklaarte naar binnen. Op een onbebouwd veld zag hij opeens een schim. Het was een haas die daar overeind zat: met opgeheven voorpoten aanbad het dier de opgaande zon. De kleuren van de opkomende dag volgden elkaar op als de klinkers in dat sonnet dat evenveel lof als spot had geoogst: zwart, wit, rood, groen, blauw. Ooit zou hij het raadsel onthullen waarvan hij alleen de sleutel bezat: was de dichter niet de zoon van de Zon?

184. Nu wist hij beter: hij was niet gemaakt voor blijvend geluk. Hij moest als een haas door blijven rennen en de zon achtervolgen tot achter de horizon.

187. Opeens begreep hij hoe de metamorfosen van de natuur aan de oorsprong lagen van elke menselijke fantasie. Nergens waren er duizelingwekkender vormen te zien dan in de golven van de zee, nergens waren er ongehoorder beelden te bewonderen dan in de wolken aan de hemel. Elk beeld kon veranderen in gelijk welk ander beeld, iedere vorm was de vorm van een andere vorm. Het inzicht dat alles symbool kon staan voor alles was de toversleutel van de verbeelding.

Sidderend besefte hij dat hij het ultieme geheim van de poëzie had ontdekt. Dichten was niets anders dan anders zien. Ons geestesoog was in staat een andere werkelijkheid te scheppen: een nieuwe wereld die wonderlijker was dan de wereld van altijd. Nu pas verstond hij zijn eigen formule: ‘Wij moeten absoluut modern zijn.’ Een kunstenaar die de wereld afbeeldde, weerspiegelde alleen het vanouds bekende. Een kunstenaar die de wereld verbeeldde, kon kiezen uit een oneindig gamma van mogelijkheden. Hij was een alchemist die iedere droom waar kon maken, zelfs de onmogelijke droom van de osmose van alles in de Liefde.

Christopher Clark, IJzeren Koninkrijk Opkomst en ondergang van Pruisen 1600-1947

13 september 2016

Christopher Clark, IJzeren Koninkrijk Opkomst en ondergang van Pruisen 1600-1947


Vertaald door W. Hansen 2015 De Bezige Bij


‘IJzeren Koninkrijk’ is een machtige geschiedenis van een van de indrukwekkendste staten die Europa ooit kende.


Vlak na de gruwelijke Tweede Wereldoorlog oordeelden de geallieerden dat ze korte metten moesten maken met de staat Pruisen, die ze als de belichaming van het verfoeide militarisme zagen. Pruisen werd zonder pardon opgeheven en verdeeld. Daarmee kwam er een eind aan vierhonderd jaar geschiedenis. Christopher Clark toont in zijn glasheldere en prachtig geschreven geschiedenis dat Pruisen nog wel iets meer is geweest dan waar de geallieerden het voor aanzagen.


Pruisen begon eeuwen geleden als een onoverzichtelijke lappendeken van vorstenrijkjes, hertogdommen en graafschappen, zonder veel natuurlijke hulpbronnen en zelfs zonder een verbindende cultuur. Het voerde vele oorlogen, speelde een belangrijke rol bij de opheffing van het Heilige Roomse Rijk, bloeide op tijdens de glorieuze verlichtingsperiode onder Frederik de Grote en leed tijdens het rampzalige napoleontische tijdperk. Pruisen groeide in de loop der tijd uit tot een staat die de Europese humanistische traditie mede vormgaf, die uitmuntte door een efficiënt overheidsapparaat en een onkreukbare ambtenarij, die bij tijden een ongekende religieuze tolerantie aan de dag legde, en die onder leiding van Otto von Bismarck in 1871 zorgde voor de eenwording van het Duitse rijk. Clark concludeert dat Pruisen een onschatbare bijdrage heeft geleverd aan de westerse beschaving.


    ‘Door Pruisen van de Europese kaart te wissen, velden de geallieerde mogendheden tegelijk hun oordeel over dat land. Pruisen was niet een Duits land als alle andere, dat op één lijn gesteld kon worden met Baden, Württemberg, Beieren of Saksen. Pruisen was de diepste bron van de Duitse malaise die Europa had geteisterd. Het was er de oorzaak van dat Duitsland de weg van de vrede en moderne politiek had verlaten.’



Een indrukwekkend boek met schitterende analyses, waardevolle hoofdstukken over recht, rechtsfilosofie, architectuur, bestuurskunde, oorlogvoering, leger, democratische en religieuze (Piëtistische) bewegingen, de invloed van de Verlichting en de Vrijmetselarij, de staat, onderwijs, leger, parlement, Bismarck, Willem II en WOI en de manier waarop de nationaal-socialisten onder leiding van een Oostenrijkse corporaal de macht konden grijpen in 1932-1933.


57. We kunnen alleen maar speculeren wat de gevolgen van die ramp voor het dagelijkse leven zijn geweest.Veel families die na de oorlog in de meest getroffen gebieden gingen wonen, waren immigranten van buiten Brandenburg: Hollanders, Oost-Friezen en Holsteiners. In sommige plaatsen was de schok zo heftig dat er een breuk ontstond in het collectieve geheugen.Van Duitsland als geheel is wel gezegd dat de ‘grote oorlog’ van 1618-1648 de herinneringen aan eerdere conflicten heeft uitgewist, zodat middeleeuwse, Romeinse of prehistorische muren en wallen hun vroegere namen kwijtraakten en voortaan werden aangeduid als ‘Zweedse bolwerken’. In sommige gebieden lijkt de oorlog de keten van persoonlijke herinneringen zelfs verbroken te hebben die zo essentieel is voor het respect voor en de continuïteit van het gewoonterecht in dorpen – niemand was oud genoeg om zich te herinneren hoe het was ‘voordat de Zweden kwamen’. Misschien is dat een van de redenen voor het gebrek aan volkse tradities in Mark Brandenburg. In de jaren 1840, toen de rage om mythen en andere folklore te verzamelen en te publiceren hoogtij vierde, vonden enthousiastelingen die geïnspireerd werden door de gebroeders Grimm weinig van hun gading in Mark Brandenburg.


De alles vernietigende furie van de Dertigjarige Oorlog was mythisch, maar dan niet in de zin dat het geen relatie had met de realiteit, maar in de zin dat het zich in het collectieve geheugen nestelde en een uitgangspunt werd om over de wereld na te denken. Het was die furie van de religieuze burgeroorlog – niet alleen in zijn eigen geboorteland Engeland, maar ook op het continent – die Thomas Hobbes ertoe aanzette de Leviathan op het schild te heffen, de staat met zijn geweldsmonopolie als de redding van de samenleving. Het was beter, stelde hij voor, het gezag over te dragen aan de monarchale staat in ruil voor de veiligheid van personen en eigendom, dan om orde en gerechtigheid te zien teloorgaan in burgerlijke twisten.


433. (Een interessante vergelijking met de EGKS - EEG – EU)


Lees verder »

Jeroen Olyslaegers, Wil

12 september 2016

Jeroen Olyslaegers, Wil


uitg. De Bezige Bij 2016


Lang geleden dat ik een roman van een Vlaamse auteur mij zo zorgvuldig en schijnbaar achteloos wist te boeien. Het minutieus opgebouwd verhaal om en bij de Van Den Nestlei te Antwerpen met een verbluffend vertrouwde taal die de lezer leidt en lokt langs ingewikkelde vragen van goed en kwaad, vrije intenties en laffe wil, herinneringen en littekens naar een finale die sommigen teveel wordt door de generaties aanslepende druk. En dan lijkt dan de cirkel rond.


Jeroen Olyslaegers bezingt in ‘Wil’ de wrok en hoe die menselijke drijfveer werkt, in tijden van oorlog en vrede, van druk en lust, willen en kunnen. Niets is immers wat het lijkt,


In ‘De literatuur en de goden’ schrijft Roberto Calasso: “Literatuur is nooit een kwestie van één enkel subject. Er zijn minstens drie acteurs: de hand die schrijft, de stem die spreekt, de god die toeziet en gebiedt.(…) We zouden ze het Ik, het Zelf en het Goddelijke  kunnen noemen. Tussen die drie vindt een ononderbroken triangulatieproces plaats. Elke zin, elke vorm, is een variatie binnen dit krachtenveld. Vandaar die dubbelzinnigheid van de literatuur. Want het gezichtspunt verschuift voortdurend ongemerkt tussen genoemde extremen, zonder ons te waarschuwen, en vaak ook zonder dat de auteur het merkt.” 


‘Wil’ is zo’n ononderbroken triangulatieproces dat kan leiden tot strangulatie…


‘Wil’ lezen heeft iets van kijken in de ‘Venetiaanse spiegel’ in het appartement van Stéphane Mallarmé:


‘Et ta glace de Venise, profonde comme une froide fontaine, en un rivage de guivres dédorées, qui s’y est miré ?’. Frisson d’Hiver,1864



Wat een verhaal! Wat een taal!


22.Zojuist heb ik hem nog beschreven als een held uit Hollywood en daar neem ik niets van terug. Hij maakte indruk, hij was bezeten en omgeven door een kracht die een mens zelden ziet en misschien compleet terecht verbindt met lang vergeten helden of een god in zijn angstwekkende schoonheid. Maar mensen zijn in de eerste plaats deerniswekkend, ze zijn niet consequent en maken zichzelf vooral blazen wijs. Een held is geen van hen een leven lang.


39. Wanneer een stad bezet wordt door andere meesters, andere gewoonten, krijgt ge hetzelfde. Na de schok willen de meesten zo snel mogelijk doen alsof het normaal is, dat het leven verdergaat en dat een mens zich moet aanpassen.


94. En kijk, plots werd het oorlog en het leven weer een spel in plaats van een valstrik. Onder het witte camouflagelaken dat idealisme heet zat verveling verscholen, een levenslange straf waar na de oorlog geen rechter aan te pas kwam.


100. Zonder het te weten spiegelen we allemaal wat ons omgeeft en denkt ieder afzonderlijk dat juist dit ons bijzonder maakt, anders dan de rest.


182.  Voor hetzelfde geld en met permissie gezegd is niks heilig, alles beweeglijk en is niks van wat ook waar. De dood maakt het leven van een artiest overzichtelijk, genesteld in zijn nu ongenaakbaar oeuvre, zijn meteen al legendarische voorkeuren en wat zijn vrienden over hem zeggen. De dood bespaart op schaamte, keuzes waar men spijt van krijgt of niet. De dood is vooral op schoonheid belust wanneer hij een jonge dichter velt. Wie te lang leeft, loopt een ernstige kans om in ieders ogen te eindigen als een prutser of een smeerlap.


249. Maar de liefde moet ze toch hebben gekend of in plaats daarvan een diepe rust. Misschien heeft ze zichzelf overwonnen, misschien heeft ze zichzelf helemaal opnieuw uitgevonden, en ging ze daarbij tegen alles in wat anderen ooit van haar hadden verwacht.


287. Een mens heeft behoefte aan onzin, weliswaar door wil, ambitie en toekomstvisioenen gestut, maar dat maakt het niet minder lachwekkend. Veel van die onzin deelt ge alleen maar met uzelf. Af en toe valt ge daarmee iemand lastig die dicht bij u staat. Het is zelden verheffend.


326. Er is geen andere manier wanneer het om familie gaat. Wie u veracht, trakteert ge.


Lees verder »

‘England, Old England’ – de fietstocht teveel, deel 1-2-3-4

12 september 2016

‘England, Old England’ – de fietstocht teveel.


deel 1: Turnhout – Maassluis – Harwich – Stoke by Carle


old-england-met-de-fiets-1


“Op de fiets wordt een mens optimistisch. Dan ervaar je dat willen, kunnen en uitvoeren, één kunnen zijn in een ronddraaiend fiets-pantheïsme. Dan wil je wel juichen: Es geht, es geht, es geht!’, aldus de Duitse filosoof Peter Sloterdijk.


Dat was op het oude Engelse platteland in een wijde boog om Londen wel een ander paar mouwen, ondanks het betrekkelijk mooie weer – slechts één dag hagelstormen en slechts één hele dag regen van 22 augustus tot 3 september 2016. Die Sloterdijkse ervaring heb ik deze reis in Engeland hooguit drie keer mogen genieten gedurende een uur of wat.


En dat lag in eerste instantie aan het wegennet op het Engelse platteland. (...)


Erger was nog de houding der mensen. (...)


Segregatie is in dit oude land een wezenlijk kenmerk van een angstige, onzekere, door schaamte getekende maatschappij.


And last, the rending pain of re-enactment


Of all that you have done, and been; the shame


Of things ill done and done to others’ harm


Which once you took for exercise of virtue.’


T. S. Eliot’s Little Gidding 1942


deel 2 : Stoke by Clare – Cambridge – Bedford – Oxford – Swindon


england-old-england-de-fietstocht-teveel-deel-2


‘If any question why we died,


Tell them, because our fathers lied.’


‘Vraagt iemand waarom we zijn gestorven,


zeg dan: omdat onze vaders hebben gelogen.’


Rudyard Kipling  ‘Epitaphs of the War’


deel 3: Swindon – Stonehenge – Salisbury – Portsmouth


england-old-england-de-fietstocht-teveel-deel-3


Mambrú se fue a la guerra,


qué dolor, qué dolor, qué pena,


Mambrú se fue a la guerra,


no sé cuándo vendrá.


Do-re-mi, do-re-fa,


no sé cuándo vendrá


deel 4:  Portsmouth – Brighton – Newhaven – Dieppe – Berck sur Mer – Watou.


england-old-england-de-fietstocht-teveel-deel-4


Der heimkehrende Radfahrer ist ein besserer Mensch”. (Peter Sloterdijk)


‘Er bestaat een schilderij van Paul Klee, dat Angelus Novus heet. Er staat een engel op afgebeeld die zo te zien op het punt staat zich te verwijderen van iets waar hij zijn blik strak op gericht houdt. Zijn ogen en zijn mond zijn opengesperd, hij heeft zijn vleugels gespreid. Zo moet de engel van de geschiedenis eruit ziehn. Zijn gelaat is naar het verleden gewend. Daar waar wij een reeks gebeurtenissen waarnemen, ziet hij een enkele catastrofe, en daarin wordt die zonder enig respijt puinhoop op puinhoop gestapeld, die hem voor de voeten geworpen wordt. De engel zou wel willen blijven, de doden tot leven wekken en de brokstukken weer tot een geheel maken. Maar zijn vleugels vangen de wind die uit het paradijs waait, een storm die zo hard is dat hij ze niet kan sluiten. Deze storm stuwt hem onweerstaanbaar voort de toekomst in die hij de rug heeft toegekeerd, terwijl de stapel puin voor hem tot aan de hemel groeit. Deze storm is wat wij vooruitgang noemen.’


(Bruno Arpaia, L’angelo della Storia, De engel van de geschiedenis – en roman over de laatste jaren van de Duitse filosoof Walter Benjamin als balling)


“The truth is that the origin of what we call civilization is not due to religion but to skepticism. (…) The fear of God is not the beginning of wisdom. The fear of God is the death of wisdom. Skepticism and doubt lead to study and investigation, and investigation is the beginning of wisdom. The modern world is the child of doubt and inquiry, as the ancient world was the child of fear and faith.” (Why I Am An Agnostic by Clarence Darrow)

‘England, Old England’ – de fietstocht teveel. deel 4

10 september 2016

‘England, Old England’ – de fietstocht teveel.


deel 4 Portsmouth – Brighton – Newhaven – Dieppe – Berck sur Mer – Watou.


“Der heimkehrende Radfahrer ist ein besserer Mensch”. (Peter Sloterdijk)

england-old-england-de-fietstocht-teveel-deel-4

‘Er bestaat een schilderij van Paul Klee, dat Angelus Novus heet. Er staat een engel op afgebeeld die zo te zien op het punt staat zich te verwijderen van iets waar hij zijn blik strak op gericht houdt. Zijn ogen en zijn mond zijn opengesperd, hij heeft zijn vleugels gespreid. Zo moet de engel van de geschiedenis eruit ziehn. Zijn gelaat is naar het verleden gewend. Daar waar wij een reeks gebeurtenissen waarnemen, ziet hij een enkele catastrofe, en daarin wordt die zonder enig respijt puinhoop op puinhoop gestapeld, die hem voor de voeten geworpen wordt. De engel zou wel willen blijven, de doden tot leven wekken en de brokstukken weer tot een geheel maken. Maar zijn vleugels vangen de wind die uit het paradijs waait, een storm die zo hard is dat hij ze niet kan sluiten. Deze storm stuwt hem onweerstaanbaar voort de toekomst in die hij de rug heeft toegekeerd, terwijl de stapel puin voor hem tot aan de hemel groeit. Deze storm is wat wij vooruitgang noemen.’

(Bruno Arpaia, L’angelo della Storia, De engel van de geschiedenis – en roman over de laatste jaren van de Duitse filosoof Walter Benjamin als balling)

“The truth is that the origin of what we call civilization is not due to religion but to skepticism. (…) The fear of God is not the beginning of wisdom. The fear of God is the death of wisdom. Skepticism and doubt lead to study and investigation, and investigation is the beginning of wisdom. The modern world is the child of doubt and inquiry, as the ancient world was the child of fear and faith.” (Why I Am An Agnostic by Clarence Darrow)


‘England, Old England’ – de fietstocht teveel. deel 3

9 september 2016

‘England, Old England’ – de fietstocht teveel.


deel 3 Swindon – Stonehenge – Salisbury – Portsmouth


england-old-england-de-fietstocht-teveel-deel-3


Mambrú se fue a la guerra,


qué dolor, qué dolor, qué pena,


Mambrú se fue a la guerra,


no sé cuándo vendrá.


Do-re-mi, do-re-fa,


no sé cuándo vendrá

« Vorige berichten