Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Jolande Withuis, Raadselvader. Kind in de Koude Oorlog

14 april 2018

Jolande Withuis, Raadselvader. Kind in de Koude Oorlog 

Uitgeverij De Bezige Bij 2018

106. ‘Het communisme is een groots, historisch experiment geweest. Het was heerlijk om erin te geloven. Het maakte je bereid veel door de vingers te zien.’

Met deze indrukwekkende benadering van haar vader probeert Jolande Withuis de vinger te krijgen achter haar eigen jeugdtraumata én die van haar vader en moeder, militante communisten van het eerste uur in Zutphen en na de oorlog in Amsterdam en heel Nederland. Ook tijdens de Koude Oorlog waarin leden van de CPN werden vervolgd, gebroodroofd en veiligheid voor hun kinderen niet echt aan de orde was binnen het grote geloof in de ene en de ware ideologie van gelijkheid, vrijheid en broederlijkheid:
228. Geloven helpt zolang je kunt blijven geloven. Communisten die de confrontatie met de socialistische werkelijkheid aangingen, belandden vaak in een persoonlijke crisis.

214. Het samengaan van een vrijwillig lidmaatschap met een verregaand verlies van vrijheid behoort mijns inziens tot de kern van de totalitaire verleiding: je kiest er in vrijheid voor om mee te doen aan een aantrekkelijk lijkend genootschap dat een omvattende visie biedt op de wereld en het leven, maar levert vervolgens, om erbij te mogen blijven horen, je verlangen en je vermogen om vrij te kiezen in.


Berry – Berend – Withuis (1920-2009) kon zich redden via zijn passie voor het schaakspel en zijn bedrevenheid in het netwerken voor toernooien, grootmeesters, de Sovjetschakers en de Nederlandse schaakjournalistiek. 

‘Raadselvader’ is een noodzakelijk boek omdat zijn dochter Jola erin geslaagd is door een nauwgezette reconstructie van o.a. de uitgebreide documentatie van de Nederlandse Binnenlandse Veiligheidsdienst, oude schaakvrienden en partijgenoten enkele sluiers van haar vaders leven te lichten.  

Mij komt het voor dat de man door te zwijgen tegenover zijn kinderen hen wellicht voor erger wou beschermen. 

Toch drijft ‘het kind van Berry’ door om zelf begin jaren 70 lid te worden van de CPN in Amsterdam. Gelukkig wordt ze snel geconfronteerd met de werkelijkheid en ziet ze zelf de scheurende spanning tussen het ware leven en de CPN ideologie, ook binnen de broederschap der partijleden. Haar onderzoekswerk en het schrijven van ‘Raadselvader’ lijkt mij een daad van liefde en eerherstel, mét de onthulling van zijn drijfveren, wanen, haat en woede.

Voor oud-gelovigen is het lezen van ‘Raadselvader’ vaak beklemmend door de herkenning van de minutieuze processen van identificatie, afwijzing, sektevorming.

49. Onverbiddelijk moest je zijn, hoe gering ook de afwijking. De vraag hoe het kon dat louter strategische conflicten indertijd waren geëscaleerd tot ware mini-oorlogen terwijl de betrokkenen elkaars politieke idealen deelden, kwam pas veel later in me op, toen ik afstand had genomen van mijn vaders politieke visie en in de jaren tachtig wetenschappelijk onderzoek ging doen naar het naoorlogs communisme. Ik vond ook een antwoord: het kwam door hun teleurstelling en de wijze waarop de communisten, onverzettelijk als ze waren, met die teleurstelling omgingen.

28. Hij stelde het als een verdienste voor om geen gevoelens te hebben ten aanzien van individuen. De snerende uitdrukking dat ‘communisten meer geven om de mensheid dan om mensen’ vatte mijn vader op als compliment. Hij hield mij dit streven zelfs letterlijk voor, maar of dat ook betekende dat hij jegens mensen inderdaad geen gevoelens hád – het blijft gissen. 


66. André Roelofs, die in 1951 als twintigjarige de redactie kwam versterken, maakte mijn vader intensief mee. Toen ik André vroeg of mijn vader wel eens iets van twijfel had laten doorschemeren, corrigeerde hij mijn naïviteit:

Als jouw vader kritiek had op de Partij, of aarzelingen bij het communisme, zou ík dat bij uitstek niet weten. Dat zou hij op de redactie nooit hebben laten merken. Wij hielden onze gedachten voor ons, juist tegenover degenen met wie we samenwerkten. Openheid over aarzelingen of kritiek kon je je echt niet permitteren.

De eenzaamheid die uit dit antwoord naar voren komt, staat in schril contrast tot de in de CPN beleden en vaak ook beleefde kameraadschap. Die kameraadschap berustte voor een flink deel op de overtuiging dat er buiten de partij geen fatsoenlijk leven mogelijk was. Het bevorderde de nagestreefde eenheid dat men liever zijn mond hield dan eruit te liggen. Je keek in het klimaat van voortdurende zuiveringen en onderlinge verklikkerij wel beter uit dan openhartig te zijn, juist tegenover degenen met wie je dag in dag uit alle tegenslagen deelde, diegenen dus die doorgingen voor je beste vrienden. Zo onmogelijk als het was vriendschappen te onderhouden buiten de Partij, zo onmogelijk was het ook daarbinnen.

Dit treurige leven in deze zelfgekozen gevangenschap zag men aan voor geluk, althans: men hield zichzelf met wisselend succes voor dat men gelukkig was. De armoede, het isolement en het geploeter werden gecompenseerd door de troostrijke zekerheid dat men beschikte over diepe historisch-maatschappelijke inzichten. Communisten voelden zich geestelijk verheven boven buren, collega’s en familieleden die het vertrouwen in de komst van de heilstaat en de vreugde van de dagelijkse strijd moesten missen. Vermoedelijk namen de volwassenen aan dat dit voor hun kinderen ook gold.

105. Het behoort tot de communistische basisbeginselen dat je juist in het overwinnen van je intuïtieve neigingen (zoals dat je je vrienden en geliefden wilt sparen) bewijst een goed partijlid te zijn. De goede zaak gaat immers boven alles. Vriendelijkheid is een zwakte die je omwille van de revolutie te boven dient te komen.

De lakmoesproef, dat de ware gelovige bereid is zijn primitieve goedhartigheid te overwinnen en onmenselijke misdaden te begaan, is overigens niet exclusief communistisch maar geldt voor meer totalitaire overtuigingen. Zo stelde Himmler dat iedereen natuurlijk wel een enkele jood aardig vindt, maar dat het erom ging dat gevoel te overwinnen. Je moest joden willen vermoorden, al vond je ze aardig. 

En zo oefenen jonge moslims in Amsterdam-West zich voor hun toekomst door naar onthoofdingsfilmpjes te kijken, waar ze in eerste instantie van moeten kotsen.

Onovertroffen in dezen is het verhaal waarmee mijn vader altijd de onmenselijkheid van het christendom bewees: God die van Abraham eist dat hij zijn zoon Isaak offert.

Lees verder »

Wild Wild Country – Bhagwan Shree Rajneesh (later bekend als Osho) in Oregon – Netflix Documentaireserie

5 april 2018

Wild Wild Country – Bhagwan Shree Rajneesh (later bekend als Osho) in Oregon Netflix Documentaireserie (6 delen) ***** Regie Chapman en Maclain Way.

Fascinerende serie over de oranje-rode secte die in de jaren 70-80 van de vorige eeuw Amerika én Europa besmette met een originele toepassing van het communistische ideaal van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid in de praktijk: gemeenschap van alles en iedereen ten dienste van het hogere doel, de gids en de leiding.

Uiteraard was dat alles maar schijn en ging het er in werkelijkheid en meer nog achter de schermen heel anders aan toe. De langstgelovige advocaat van de Bhagwan(-beweging) Philip Toelkes (a.k.a. Swami Prem Niren) weet finaal zelfs te verklaren dat ‘Osho’, de Meester, erin geslaagd was zijn hoogste doel te bereiken met zijn volgelingen: hij was een verheven versie van de zeer succesvolle Grieks-Armeense farceur George Gurdjieff die zijn leerlingen wist te overtuigen dat de menselijke geest moet opgewekt en bevrijd worden via de vierde weg, die van de sluwe mens.

Het dorpje Antelope in Oregon dat het Bhagwan experiment ongevraagd opgedrongen kreeg en mocht genieten van de financiële en gewapende ‘verdraagzaamheid’ van de sannyasins en hun handlangers, overleefde ternauwernood en houdt zich nu recht met een vlag aan de mast en een citaat van Edmund Burke:

The only thing necessary for the triumph of evil is for good men to do nothing.”

Diverse hoofdrolspelers zijn toch nog goed terecht gekomen.

Wat eens begon als een miljoeneninvestering in de utopie van de eeuwige belofte van vrijheid, zeker ook in de liefde, wordt nu beheerd door een club van fundamentalistische christelijke jeugdkampen waar de voorhuwelijkse onthouding beoefend en bezongen wordt.

En dan lees je in De Morgen en de Volkskrant van Mark Moorman : “Netflix-documentaire Wild Wild Country is een epos over een mislukte utopie – Documentaire over Indiase goeroe die maximale vrijheid bepleitte.”

‘Uiteindelijk is Wild Wild Country een epos over intolerantie, over een utopie die implodeert als mensen hun eigen belangen boven die van de groep gaan stellen, en ook een onderzoek naar de vrijheden die de Amerikaanse grondwet garandeert: stel dat die lijnrecht tegenover elkaar komen te staan.’

Een dergelijke opmerking houd je in 2018 toch niet meer voor mogelijk… edoch, blijkbaar is dit soort geleuter weer aan de orde dankzij New Age en Nieuw Groen en Links…

Mij lijkt Wild Wild Country eerder een fascinerend onderzoeksverslag naar het grote ideaal van ‘love and peace and equality and liberty’, de psychopathologie van gevaarlijke maakbaarheidsideologen die vele honderdduizenden over de hele wereld erin geluisd hebben.

En onder hen niet de minsten: Peter Sloterdijk en Jan Foudraine -Wie is van hout? 

„Van alle ideeën die onoverzienbare en een of meer desastreuze effecten op de 20e eeuw hebben gehad, is dat van de goede gemeenschap waarin onderlinge banden en solidariteit heel sterk zijn en alles is gebaseerd op een gemeenschappelijk gevoel, het meest opzienbarende.  Er zijn nog steeds talloze mensen die een gemeenschap beschouwen als de omgeving waar ze zouden willen leven, wat die gemeenschap ook inhoudt, al was het een zuiver misdadig genootschap, als het maar een vorm betreft waarmee men veel gemeenschappelijk heeft, waar onderlinge banden iets betekenen. Dat verlangen is zo intens dat de bestaansgronden en de aard van die banden er nauwelijks nog toe lijken te doen: zolang ze maar sterk en hecht zijn.” (Roberto Calasso, De literatuur en de goden.)

“Van alle politieke ideeën is de gevaarlijkste wellicht het verlangen om mensen volmaakt en gelukkig te maken. Elke poging om de hemel op aarde te brengen heeft naar een hel geleid” (Karl Popper)

Ronald Commers, De legende 1717 – Vrijmetselarij, 300 jaar droom en daad?

4 april 2018

Ronald Commers, De legende 1717 – Vrijmetselarij, 300 jaar droom en daad?

uitg. Garant 2018

8. Het zal bekend dat vrijmetselaarsorganisaties activiteiten vormgeven aan de hand van symbolen en rituelen. De auteur van dit boek argumenteert dat de meeste daarvan van betrekkelijk recente datum zijn. Wij tasten in het duister over het symbolische en rituele apparaat in de eerste twee decennia van de eeuw. Maar vanaf het midden van die eeuw lijkt er bijna geen houden meer aan. Verschillende symbooltalen en rituele systemen, riten genoemd, zien de ene na de andere het levenslicht. Zij zijn allen door plaats en tijd bepaald. Daarom is het merkwaardig dat sinds de eeuw onafgebroken wordt geruzied over het vooropgestelde oude karakter van de symbooltalen en de rituele systemen. Geleidelijk aan werd een ritueel traditionalisme de mainstream. Het leidde tot de uitsluiting van loges en van individuele maçons. Er kwamen processen van omdat men meende dat gevestigde reglementen waren overtreden. Het bracht verordeningen mee die de leden van loges moesten dwingen zich te conformeren aan de “oude plichten en gebruiken”. Ook daarvoor werd een woord uitgevonden: landmarken. Daardoor werd het moeilijk gemaakt om nog met helder verstand te onderzoeken of er toch ook geen domme rituele gebruiken en verlopen symbolen in de omloop waren en zijn, en zich af te vragen hoe oud nu eigenlijk de maçonnerie is die zich heeft getooid met woorden als universaliteit en humanisme.

Kortom, de auteur stelt zich de vraag of wat ooit zijn bestaansreden ontleende aan een specifieke tijdruimtelijke context, later niet werd ontkoppeld van de sociale, culturele en politieke evoluties. Eigenaardig omdat vrijmetselarij zoals die door de meeste maçons vandaag wordt beleefd in haar symbolische en rituele vorm van recente datum is, terwijl ze in haar wezenlijk wereldbeschouwelijke gezindheid ouder is dan de legenden die sinds 1723 worden verteld. De auteur ziet een symbolische en rituele hardnekkigheid aan het werk de obediénties (dat zijn de overkoepelende maçonnieke organisaties binnen dewelke loges werken). Die hardnekkigheid zette een rem op Wat de verdere ontplooiing van de maçonnieke zingeving had kunnen zijn. Hij wil tonen hoe een geschiedkundige vergetelheid, gevolg van de verering van legende, mythe en allegorie, een hypotheek heeft gelegd op wat een geactualiseerde vrijmetselarij naar haar wereldbeschouwelijke essentie zou kunnen zijn.

Lees verder »

Cesare Pavese & Bianca Garufi, Het grote vuur.

3 april 2018

Cesare Pavese & Bianca Garufi, Het grote vuur.

Einaudi Turijn1959 – Karaat 2012 Nl vertaling Evelien Rauws & Luc de Rooy

Interessante overwegingen over familie, dorp en de kindertijd, maar ook hoe de herinnering aan de gruwelen van toen door ontworteling soms kan verzachten.

45.  In alle tijden, zei hij, zijn families ten onder gegaan aan de grillen van een onverantwoordelijke vrouw. De man moet de familie bijeen zien te houden. Vrouwen kunnen geen geheimen bewaren, of ze creëren absurde geheimen. Net als in de politiek. Heeft u verstand van politiek?

Nee, voegde hij er meteen aan toe, hier hebben we het later wel over. U bent nog te jong. Goed zoals ik al zei, de familie is een organisme opgebouwd uit geheimen en uit andere, zichtbare elementen. Aan de buitenkant: de huid, de uitdrukking in de ogen, de houding, de goede gezondheid; aan de binnenkant: de organen, het afval, de schande.

82.  ‘De familie’, ging hij verder, ‘is een bolwerk tegen de dood’. (…) ‘Voor velen is de familie de dood’, zei ik kortaf om Silvia te steunen.

103. ‘…. Ik weet veel dingen, denkt u niet, al woon ik in een dorp als dit. Hier huwelijken families hun kinderen uit ze nog jong zijn, men volgt de gebruiken, en dat is helemaal zo slecht nog met. Het kan goed aflopen of minder goed, dat ligt eraan, maar hier hebben mannen en vrouwen een huis en familie, en zolang de man zich niet als een beest gedraagt behouden we de vrede. Maar voor jullie is dat anders. Jullie, die in de stad werken, en niets willen weten van de gebruiken, hebben behoefte aan meer, jullie willen alles tegelijk. Jullie wonen ver weg van huis en van familie, van gebruiken en eerbied moeten jullie niets meer hebben, jullie zijn eenzaam. Jullie moeten zo nodig meteen van elkaar houden, en kunnen niet wachten tot de liefde later een keer komt. Houdt u van Silvia?’

114. Calvino merkt in zijn essay ‘Pavese en de mensenoffers’ op : ‘[Pavese] zoekt naar de reden waarom een dorp een dorp is, naar het geheim waardoor plaatsen, namen en generaties met elkaar verbonden zijn.’

127. En terwijl ik wandel merk ik dat de Pavese van wie ik houd, die van ‘De maan en het vuur’, weer een plekje in mijn hart gevonden heeft. ‘Je hebt een dorp nodig, al was het maar om het plezier van weg te gaan,’ citeer ik uit mijn hoofd. ‘Een dorp wil zeggen dat je niet alleen bent, dat je weet dat er iets van jou is in de mensen, in de planten, in de aarde, dat er op je wordt gewacht ook als je er niet bent.’

128. Voor Pavese was Santo Stefano de plek van zijn afkomst en zijn fantasie, een podium voor zijn kindertijd. ‘De moderne kunst is – voor zover van enige waarde – een terugkeer naar de kinderjaren,’ schreef hij in zijn dagboek. ‘Het blijvende motief is de ontdekking van de dingen, een ontdekking die, in haar zuiverste vorm, alleen kan plaatsvinden in de herinnering aan de kinderjaren.’ Zijn opvatting raakt aan die van Charles Baudelaire: de kunstenaar is een herstellende patiënt, die uit de dood terugkeert om alles opnieuw voor de eerste keer mee te maken. Pavese gaat daarop verder: ‘En in de kunst drukt men alleen datgene goed uit wat met onbevangenheid is opgenomen. De kunstenaars blijft niets anders over dan zich omwenden en inspiratie zoeken in de tijd dat ze nog geen kunstenaars waren, de kinderjaren dus.’ Pavese idealiseerde zijn geboortedorp, maar veranderde het in een ambigue streek. Het personage dat in ‘De maan en het vuur’ uit de Verenigde Staten terugkeert, nadat hij er rijk werd, is op weg een geliefd én gehaat oord.

135. ‘Wie niet kan leven met naastenliefde en wie de pijn van anderen niet kan omhelzen, wordt gestraft doordat hij zijn eigen pijn ondraaglijk hevig voelt. Pijn kan men alleen aanvaarden door [...] mee te lijden met de anderen die lijden.’

Vrt.nu De Ronde : Doe het goede om het (eigen )goede (gevoel)!

27 maart 2018

Doe het goede om het (eigen )goede (gevoel)!


De Ronde, Finale.



Vanaf 25’ In den Havana


https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/de-ronde/1/de-ronde-s1a3-broers/


Vanaf 40’ na de koers over den Havana en het eigen goede doel


https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/de-ronde/1/de-ronde-s1a7-het-peleton/



Marc Six bekent Dieter De Leuze dat hij in hetzelfde bordeel Havana in barre omstandigheden gefilmd werd en nu gechanteerd wordt om maandelijks 100 € af te dragen voor een goed doel naar keuze door de nostalgische oud-marxist John Van Roey. Niet zot maar nu pooier voor zes goede doelen: ‘Het is niet eerlijk verdeeld in de wereld en daar doen wij iets aan.’

 

– Ik ben echt heel bang wat hij met die beelden gaat doen, meneer De Leuze. – Maar dat moet toch niet Marc. Zorg er gewoon voor dat je het geld stort. Heb je al een goed doel gekozen? – Neen. – Maar, doet dat rustig Marc. Neem er je tijd voor en kies iets waar je je hart kunt insteken. – Wat heeft dat nu voor belang. – Natuurlijk heeft dat belang. Het zal u helpen om het te verwerken. – Zever niet. – Toch is dat zo. Als ik weet hoeveel waterputten er in Burundi gegraven zijn door wat ik heb meegemaakt dan geeft dat troost. En dan weet je dat die vernedering niet voor niks geweest is en dat er mensen beter worden door wat jij doorstaan hebt.

Zineb El Rhazoui, Vernietig het islamitisch fascisme.

26 maart 2018

Zineb El Rhazoui, Vernietig het islamitisch fascisme.

Prometheus 2018

Scherp geformuleerd pamflet door een vrouw die de islamitische aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo overleefde.

Miel Swillens schreef een jaar de aanslagen door islamitische terroristen te Brussel een opmerkelijke tekst op Doorbraak met eenzelfde reeks vaststellingen.

17. ‘Niet één islamitische theocratie staat de burgers vrijheid van geweten en van godsdienst toe. Maar in een Europese context, waar de mensenrechten heilig zijn, zegt de islamist tot een minderheid te behoren en verdedigt hij het recht op anders-zijn dat hij op eigen terrein niet duldt. Zeker, hij wil de vrijheid graag verdedigen, maar alleen de vrijheid nog religieuzer te zijn. De islamist streeft ernaar zijn gemeenschap te isoleren, een muur tussen moslims en anderen op te richten via kleding, cultuur, taal, geografie en recht, om intussen iedereen van haat te beschuldigen. De islamist hekelt haat, niet omdat hij geen haat voelt, maar omdat hij meent er het alleenrecht op te hebben. Erger nog, de islamist denkt de behoeder te zijn van de ‘legitieme haat’, die volgens hem Gods wil zou zijn. Betwist je hem dit alleenrecht, dan ben je islamofoob.

De islamist leent de democratische dialectiek, zegt dat hij een groot aantal mensen vertegenwoordigt om beter minderheden te kunnen onderdrukken. En zolang de islam geen staatsgodsdienst is, beweert de politieke Islam religieuze diversiteit te respecteren, om de onschendbaarheid van het eigen domein beter in de hand te kunnen houden. Het salafistische vocabulaire, niet van dat van Islamitische ‘Staat en de islamitische theocratieën te onderscheiden, wordt door de islamisten verdedigd als een uitdrukking die bij de islamitische identiteit hoort. Afwijzing ervan ziet men als discriminatie van alle moslims. Terecht denk je dat mensen verdelen in homogene groepen die onder verschillende wetten vallen racistisch is, maar de islamist beweert ook het alleenrecht op racisme te hebben. Hij verbiedt dat mensen met zijn geloof trouwen met joden, christenen of atheïsten, maar deze discriminatie is voor hem de wil van God waarover hij op aarde waakt. Als je over hem zegt dat hij een racist is, dan ben je islamofoob.’

30. De islam is absoluut géén religie van vrede en liefde, maar een ideologie die je haat jegens de ander bijbrengt, en de minderwaardigheid onderstreept van vrouwen en van niet-moslims.

Lees verder »

Ali Rizvi, De atheïstische Moslim. Een weg van geloof naar rede.

26 maart 2018

 

Ali Rizvi, De atheïstische Moslim. Een weg van geloof naar rede. 

Nieuw Amsterdam 2018

Een fascinerend verslag van een insider die nauwgezet probeert zijn eigen geloofsafvalligheid te reconstrueren en de gevolgen ervan te onderzoeken, bij hemzelf, familie, vrienden, andere moslims.

Een moedig en noodzakelijk boek voor de verstandigen en de weifelaars.

En voor wie er van buitenaf met grote ogen en oren op zit te kijken en te luisteren.

Er lijkt nog een beetje hoop te kunnen gloren.

 

16. ‘In een leerboek voor de vijfde klas (elfjarigen) stonden lessen over vriendschap en loyaliteit: ‘Het is een moslim verboden om een loyale vriend te zijn van iemand die niet in Allah en Zijn Profeet gelooft, of iemand die tegen de religie van de islam vecht.’ En: ‘Een moslim, ook al woont hij ver weg, is je broeder in de religie. Iemand die zich tegen Allah verzet, ook al is hij je broer door bloedbanden, is je vijand in de religie.’

In de achtste klas (veertienjarigen) leerden de studenten over de omgang met joden en christenen. ‘De apen zijn de joden, het volk van de sabbat; de zwijnen zijn de christenen, de ongelovigen van de gemeenschap van Jezus.’

In de twaalfde klas zijn de leerlingen klaar om eindexamen te doen en daarna de maatschappij in te gaan. ‘Jihad op het pad van Allah – bestaande uit het bestrijden van ongeloof, onderdrukking, onrecht en hen die dit begaan – is de bekroning van islam. Deze religie kwam voort uit jihad en verhief zijn vaandel door middel van jihad. Het is een van de edelste daden, die de gelovige dichter bij Allah brengt, en een van de meest verheven daden van gehoorzaamheid aan Allah.’

‘Nogmaals: dit waren de aangepaste leerboeken, die een aantal jaren ná 11 september 2001 werden gepubliceerd.’

35. ‘De ambassadeur antwoordde dat het gebaseerd was op de Wetten van de Profeet; dat het geschreven stond in hun Koran; dat alle volkeren die hun gezag niet erkenden zondaren waren; dat het hun recht en plicht was om oorlog tegen hen te voeren waar ze hen aantroffen; en om slaven te maken van iedereen die ze gevangen konden nemen; en dat elke muzelman [moslim] die in de strijd omkwam zeker naar het Paradijs ging.

Deze woorden lijken wellicht te verwijzen naar een verklaring van Islamitische Staat (ISIS) of naar een samenvatting van een recent manifest van Al-Qaida. Ze klinken misschien zelfs als frases uit een fatwa van een Iraanse geestelijke.

Geen van beide.

Het zijn de woorden van Thomas Jefferson, uit de tijd dat hij als ambassadeur van de Verenigde Staten in Frankrijk verbleef. De passage is afkomstig uit een brief aan de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken John Jay, waarin Jefferson verslag doet van de ontmoeting die hij en John Adams hadden met Sidi Haji Abdul Rahman Adja, de Londense gezant van Tripoli. Dat was in 1786, meer dan twee en een kwart eeuw geleden.’

 

Lees verder »

House of Cards (1-5) … het bezingen van de wrok, nu ook Washington D.C.

26 februari 2018

????? ?????, ???, ????????? ???????
‘De wrok, godin, van Peleus’ zoon Achilles / moet u bezingen.’
Het eerste woord uit de Europese literatuur is afschuwelijk.
Homeros, ‘Ilias. Wrok in Troje’, vert. Patrick Lateur
“We used to make each other stronger, or at least I thought so. But that was a lie. We were making you stronger. And now I’m just weak and small, and I can’t stand that feeling any longer.” Claire Underwood
House of Cards, wrok in Washington D.C.

http://www.independent.co.uk/arts-entertainment/tv/news/house-of-cards-kevin-spacey-diane-lane-greg-kinnear-replacements-final-season-a8188121.html
“Money is the Mc-mansion in Sarasota that starts falling apart after 10 years. Power is the old stone building that stands for centuries. I cannot respect someone who doesn’t see the difference.”
“Friends make the worst enemies.”
“Power is a lot like real estate. It’s all about location, location, location. The closer you are to the source, the higher your property value.”
“There are two kinds of pain. The sort of pain that makes you strong, or useless pain. The sort of pain that’s only suffering. I have no patience for useless things.”
“There’s no better way to overpower a trickle of doubt than with a flood of naked truth.”
“Democracy is so overrated.”
“Proximity to power deludes some into thinking they wield it.”
“For those of us climbing to the top of the food chain, there can be no mercy. There is but one rule: hunt or be hunted.”
“The road to power is paved with hypocrisy, and casualties.”
“The nature of promises, Linda, is that they remain immune to changing circumstances.”
“A great man once said, everything is about sex. Except sex. Sex is about power.”
“From this moment on you are a rock. You absorb nothing, you say nothing, and nothing breaks you.”
“I’ve always loathed the necessity of sleep. Like death, it puts even the most powerful men on their backs.”
“The best thing about human beings is that they stack so neatly.”

https://en.m.wikiquote.org/wiki/House_of_Cards_(U.S._TV_series)

Luckas Vander Taelen, De grote verwarring. Hoe moeten we reageren op het islamitische fundamentalisme?

26 februari 2018

Luckas Vander Taelen, De grote verwarring. Hoe moeten we reageren op het islamitische fundamentalisme? Uitg. Houtekiet 2016


 

106. ‘We hebben een luxeprobleem: we zijn verwend door jaren van vrede, zelfs de koude oorlog is in het beste geval nog een verre herinnering. We zijn vergeten dat er altijd gewelddadige conflicten zullen zijn en dat niet alles op te lossen is met een goed gesprek. Onze verblinding is zo groot dat we het Kwade niet herkennen, zelfs als het door Parijs, Beiroet of Bamako dwaalt en de lijken van onze vrienden in de straten liggen. We weten niet meer hoe we op geweld moeten reageren, we willen geen oorlog, we geven ons nog liever over. De ontreddering is totaal: theaterregisseur Luc Perceval vroeg zich meteen na de aanslagen op Radio 1 af of we niet beter met IS zouden gaan onderhandelen. Waarover, vraag ik me dan af? Over onze totale onderwerping aan een krankzinnige, moorddadige ideologie? Daarover ging Soumission, de helaas visionaire roman die Michel Houllebecq net na de aanslagen op Charlie Hebdo uitbracht.
Op planetaire schaal is de islam aan een spectaculaire uitbreiding bezig die heel vaak met geweld tegen andersdenkenden gepaard gaat. Dat radicalisme spreekt ook bij ons jongeren aan die in een marginale situatie terecht zijn gekomen. Bewegingen zoals Sharia4Belgium maakten daar op een ‘perverse manier misbruik van, door hen te rekruteren voor een heilige oorlog. In die context hoeft het niet te verbazen dat de modale Belg enige bedenkingen heeft bij de opkomst van een godsdienst die hier een halve eeuw geleden nauwelijks bekend was.
13 november was een mokerslag voor vele ideologische zekerheden. De verpletterende stilte van links nu, is tekenend voor de ontreddering van het zelf opgelegde correcte denken, dat de tekens van het groeiende fundamentalisme niet wou zien, uit angst beschuldigd te worden van islamofobie. En er een haast principieel schuldgevoel op nahield dat alle onheil in de wereld aan westerse interventies, kolonialisme en imperialisme toeschreef.
‘De vertrouwde en geruststellende antwoorden op complexe vragen waren even leeg als voorspelbaar. De islamitische allochtonen waren voor links het nieuwe proletariaat; de sluipende, nefaste impact van een fanatieke religie werd genegeerd of in het beste geval geminimaliseerd. Voor elke Syriëstrijder zocht men een excuus van sociale achterstelling, dat ook het alibi werd voor het baldadig geweld van straatbendes. De schrijnende verdrukking van islamitische vrouwen werd goedgepraat vanuit een principieel cultuurrelativisme, dat de universele waarden van de verlichting reserveerde voor de autochtone bevolking en ontzegde aan allochtonen.
Nooit zou men mogen vergeten dat de geschiedenis een opeenvolging is van conflictsituaties over normen en de waarden. Die staan niet in steen gebeiteld en wettelijke kaders kunnen de maatschappelijke druk tot verandering niet tegenhouden. Het is bijzonder belangrijk dit te beseffen: waarden waarvoor soms decennia lang gestreden is en die wij als evidenties beschouwen, kunnen door nieuwe groepen in vraag gesteld worden. Scheiding tussen Kerk en staat, religieuze vrijheid en de vrijheid om zich publiekelijk af te zetten tegen godsdienst, gelijkheid tussen man en vrouw, respect voor holebi’s, enzovoort: het zijn verworvenheden van een lange emancipatorische strijd. Het is geen uiting van racisme of xenofobie om daaraan te herinneren en ‘van nieuwkomers te verwachten dat ze zich aan die ‘normen en waarden’ aanpassen. Pas als men dat niet doet en stelt dat migranten er hun eigen waardenpatroon op na kunnen houden, geeft men blijk van een racistische instelling: alsof de waarden die wij belangrijk vinden voor onszelf, niet zouden gelden voor mensen die van elders komen.

Lees verder »

Luckas Vander Taelen, Mijn gedacht, Opinies over Brussel en andere belangrijke zaken.

26 februari 2018

Luckas Vander Taelen, Mijn gedacht, Opinies over Brussel en andere belangrijke zaken, Houtekiet, 2017.

Een boeiende reeks verhalen en analyses, onthullingen en moedige standpunten over Brussel vroeger en nu, en vooral morgen. Met een reeks aanbevelingen die Groen en Ecolo (om van de overige politieke partijen nog maar te zwijgen) beter zelf ter harte zouden nemen om niet ten onder te gaan aan de dhimmitude.

174. ‘Het lijkt wel of we enkel preventief kunnen denken: meer legerpatrouilles op onze pleinen en grotere betonblokken in onze winkelstraten. De verdediging is de slechtste aanval.
We zijn even verwend als we naïef zijn. Verlamde lemmingen die niet weten hoe om te gaan met fanatici die hun leven veil hebben voor hun geloof en overtuiging. Salafisten zijn als religieuze nazi’s. Maar als iemand dan zegt dat dit oorlog is, stuiven we verschrikt weg. Churchill blijft zich maar omdraaien in zijn graf. Hoeveel meer blood, sweat and tears kunnen we nog verdragen?
Laat ons toch eens ophouden met ons in te houden. Laten we hardop zeggen wat zelfs Obama nooit over zijn politiek correcte lippen kreeg, om toch maar niemand te stigmatiseren: dat al dat onheil van een op hol geslagen godsdienst komt. Waarom knijpen we altijd onze billen dicht om toch maar geen religieuze gevoeligheden te bruuskeren? Vrijzinnigheid, atheïsme en Verlichting zijn stilaan scheldwoorden geworden. We noemen onszelf liever agnost dan dat we durven zeggen dat God niet meer is dan een menselijk verzinsel. Journalisten verzwijgen bewust het adjectief ‘islamitisch’ bij het substantief ‘terrorist’. Een opiniemaker zegt dat terroristen niet meer dan depressieve zelfmoordenaars zijn. Of amateurs, psychopaten, eenzame wolven… zeg maar wat. Alles om toch maar niet het I-woord te moeten gebruiken. Ik vraag me af wat die voorname denkers zullen verzinnen nu blijkt dat het in Spanje over een goed georganiseerde bende islamitische fundamentalisten ging.
We willen ons vooral niet superieur voordoen, zelfs niet tegenover barbaren. Vanuit een onbepaald schuldgevoel kastijden wij liever onszelf. De islamitische moordenaars van de Ramblas verachten ons om zoveel dwaze en blinde zwakheid. Door onze dubbelzinnigheid geven we hun vrij spel om nog meer verwarde jeugdige geesten te kapen.

Lees verder »

Irvin D. Yalom, Dicht bij het einde, terug naar het begin. Memoires van een psychiater

3 februari 2018

Irvin D. Yalom, Dicht bij het einde, terug naar het begin. Memoires van een psychiater

uitg. Balans

Een pracht van een afscheid, les en lering van Irvin Yalom, van wie ik veel heb geleerd als huisarts voor mijn patiënten, ook voor mijzelf en mijn dierbaren.

Een aanrader bij de film Yalom’s Cure en voor iedere (aankomende) arts en therapeut over hoe het ook kon en nog steeds kan.

Zijn wij niet de bewaarders van de verhalen van hen die niet meer zoeken naar een stem?

 

Irvin D. Yalom, De Schopenhauerkuur.

 

Irvin D. Yalom, Nietzsches tranen.

Irvin D. Yalom, Scherprechter van de liefde

Irvin D. Yalom, Het raadsel Spinoza. Uitg Balans 2012

 

26. Charles Dickens ‘In Londen en Parijs: ‘Want nu ik langzaam het einde nader en de cirkel bijna rond is, kom ik weer steeds dichter bij het begin. Het schijnt mij toe dat dit de manier is waarop de weg wordt geëffend en voorbereid. Mijn gemoed loopt over bij allerlei herinneringen die al lang geleden waren weggedommeld…’

Deze passage ontroert me hevig, want inderdaad: nu ik langzaam het einde nader, kom ik steeds vaker uit bij het begin. De herinneringen van mijn cliënten roepen steeds vaker herinneringen uit mijn eigen leven op, mijn werk aan hun toekomst roept mijn verleden op en woelt het om, en ik merk dat ik mijn eigen verhaal herzie. Mijn herinneringen aan mijn vroege jeugd zijn altijd fragmentarisch geweest en ik dacht dat dat kwam door de ongelukkige, armoedige omstandigheden waarin we leefden. Maar nu ik in de tachtig ben, dringen zich steeds vaker beelden uit mijn kinderjaren bij me op.

FIETSEN

34. Ik heb fietsen altijd heel bevrijdend en contemplatief gevonden en de laatste tijd komt het verleden heel gemakkelijk bij me boven als ik op de fiets zit, dat gevoel van soepele snelheid ervaar en de wind in mijn gezicht voel.

JODENDISCRIMINATIE

75. In die tijd had ik het gevoel dat mijn hele leven, mijn hele toekomst, op het spel stond. Ik wist sinds mijn ontmoeting met dokter Manchester, op mijn veertiende, al dat ik medicijnen wilde studeren, maar het was algemeen bekend dat geneeskundeopleidingen een streng quotum van vijf procent hanteerden voor joodse studenten – de geneeskundefaculteit van GW nam per jaar honderd studenten aan, onder wie maar vijf joden. De joodse scholierenvereniging waarvan ik lid was (Upsilon Lamb­da Phi) had veel meer dan vijf intelligente eindexamenkandidaten die na een voorbereidende bacheloropleiding geneeskunde wilden gaan doen, en er waren wel meer van dat soort verenigingen in Washington. De concurrentie leek moordend, dus besloot ik vanaf dag één van mijn studie de volgende strategie te volgen: ik zou me nergens anders mee bezighouden, ik zou harder werken dan alle anderen en ik zou zulke goede cijfers halen dat ze me bij geneeskunde hoe dan ook moesten toelaten.

Lees verder »

Elise Wuyts, De Studente

7 januari 2018

Elise Wuyts, De Studente

uitg Vrijdag 2017

1882. De Studente klopt aan bij de Dokter. Ze is jong en ze is ambitieus. De wetenschappen beleven hoogtijdagen en de Dokter heeft met nieuwe, radicale ideeën baanbrekend werk verricht in de geneeskunde en de anatomie. Hij kan de Studente helpen in haar ambities. Maar ze is een vrouw die leeft in het preutse victoriaanse Engeland. En ze draagt een verleden met zich mee. De Dokter heeft zich onder raadselachtige omstandigheden op het platteland teruggetrokken. Ook hij torst een verleden.

De Studente vertelt het verhaal van een ondoorgrondelijke, intieme relatie tussen de Studente en de Dokter, waarbij machtsspelletjes voortdurend de overhand nemen. Tot het verleden zijn definitieve schaduw werpt.

“Schrijven heb ik van kindsbeen af graag gedaan” zegt Elise. “Maar ik wist ook al heel vroeg dat ik geneeskunde zou studeren. Psychologie was een andere mogelijkheid maar een mijn tante overtuigde me om voor psychiatrie te gaan. Meer bepaald forensische psychiatrie. Dezelfde tante en mijn moeder hebben me ook gek gemaakt van Engeland. Die elementen heb ik trachten samen te brengen in het boek.”

Alweer een verbluffend romandebuut, dit keer bij Uitgeverij Vrijdag en weer uit de Kempen, de Voorkempen deze keer met een zegening voor de stad, het land en de wereld.

Elise Wuyts is een laatste jaars studente geneeskunde – nog wel aan mijn oude UIA intussen UA en zo – die een voor haar leeftijd en professie fenomenaal verhaal heeft geconstrueerd vanuit de levensvragen die velen uit het snijdersgild zich zelfs niet durven of kunnen stellen.

De Studente is een eerbetoon aan wetenschap, schoonheid en liefde. Maar het onthult ook waar mensen toe in staat zijn wanneer dat hen drijft.’

Ze doet dat met het mededogen van een wijze ervaren dokter, ze doet het met de liefde en het respect van een gelouterd mens. Dat is behoorlijk kras, zelfs voor iemand die de geschiedenis van de Engelse geneeskunde in de 19 de eeuw heeft bestudeerd.

Ze is ook niet bang om de échte vragen te stellen en antwoorden te zoeken, ook al is het verhaal naar eigen zeggen in niets autobiografisch. Haar inlevingsvermogen en empathie haalt een professioneel niveau waaraan sommigen uit het vak zelfs nauwelijks durven denken.

En ze schrijft in sobere, snelle zinnen met heldere overwegingen over een fascinerend emotioneel heen en weer tussen haar personages: de jonge Studente en de oude Dokter, ieder met hun pijn en geheim.

Wat een gedurfde schoonheid!

Het doktershart

5. Dokters denken graag van zichzelf dat er niets is waar ze niet goed in zijn. Het is een arrogantie die even diep zit als onze liefde voor de wetenschap. Sommigen proberen er als student mag tegen te vechten, maar uiteindelijk vallen we allen ten prooi aan dezelfde grootheidswaanzin.

Wat de buitenstaander echter niet mag vergeten, is dat het een inherent tegennatuurlijke daad is om een scalpel in de hand te nemen en in warm, levend vlees te snijden. Om dat te overwinnen moeten we ons boven de natuur en de wetten van dc mens stellen. En dat vergt een heel ander soort moed dan die van soldaten op het slagveld. Wij dragen onze zelfzekerheid als een harnas. Het beschermt ons tegen twijfels en trillende handen, want zonder zelfzekerheid maken we fouten en als we fouten maken, sterven er mensen.

Als we dan op het eind van de dag het gevoel hebben dat geen enkele wet nog voor ons geldt, moet u ons dat vergeven. U zult er blij om zijn wanneer u bij ons op de tafel komt te liggen. Daar hangt uw leven af van onze vingervlugheid.

107. Een doktershart is een fragiel iets. We hebben de neiging tot grootheidswaanzin en zelfkleinering. Een goede dissectie of behandeling laat ons geloven dat de zon uit ons achterwerk schijnt en een slechte maakt van ons een totale mislukkeling. Elke keer dat we een patiënt behandelen, stellen we ons op om te falen. Geneeskunde is geen exacte wetenschap en zal ons nooit een eenduidig antwoord geven. Mensen sterven elke dag, soms door ons toedoen.

108. Ik heb vele hoogtes en laagtes gekend in mijn carrière en die staan allemaal in mijn geheugen geëtst. Ik kon van arrogantie overgaan in depressie door een enkele opmerking. Ik vond mezelf het succes dat ik kreeg niet waardig, maar ik wou altijd meer. Meer affaires, meer publiciteit, meer dissecties, meer bekendheid.

Een voldaan man is hij die weet wat hij wil, maar enkel neemt wat hij nodig heeft.

De inwijding en het geheim

103. Iets zei me dat de Studente wist waarover ze sprak als ze schreef dat geheimen een mens kunnen vernietigen. Maar toen ik haar leeftijd had, vond ik vooral dat een geheim iemand mysterieuzer maakte. De aard van het geheim was niet belangrijk. Enkel dat de persoon in kwestie het goed kon uitspelen. Ik merkte dat de mensen die niet meteen alles vertellen over zichzelf, het meeste respect en autoriteit genoten.

105. Sommige geheimen kunnen een leven verwoesten als ze bekend zouden raken. Andere geheimen hebben juist de grootste destructieve kracht wanneer ze verborgen blijven. Ze kunnen een persoon langzaam verteren. De mens heeft de natuurlijke neiging om te bekennen. We denken in onze naïviteit dat een stuk van de verantwoordelijkheid, van het schuldgevoel, zal verdwijnen als we het geheim met iemand delen. Maar dat is slechts een illusie. De slechte dingen die we hebben gedaan of de slechte dingen die ons overkomen blijven aan ons hangen als een schaduw. We kunnen enkel proberen om ons erboven te zetten en te blijven leven. Maar vroeg of laat is er weer een stukje van het verleden dat ons inhaalt.

Schuldgevoel en paranoia kunnen een mens vernietigen. Misschien zal het me goed doen om mijn geheimen uit te spreken. Misschien zal het enkel ongeluk brengen. We kunnen alleen maar zien wat de toekomst brengt.

Intimiteit

117. Voor mij heeft intimiteit lang een negatieve betekenis gehad. Ik verwarde het met intimidatie. Pas later leerde ik andere vormen kennen. Ik ontdekte dat intimiteit niet noodzakelijk gelinkt is aan fysiek contact of zelfs maar aantrekkingskracht.

Het is een van die dingen waarvan we graag zeggen dat het ons menselijk maakt, maar in werkelijkheid is het iets dat veel meer op instinct vertrouwt dan op intellect. Kijk, zeggen we dan als honden op elkaar kruipen, dieren kennen geen intimiteit. Zij doen het voor het nageslacht en niets meer. Wat voelen we ons superieur, wat staan we toch ver boven andere diersoorten met onze morele waarden en ons vermogen tot liefhebben.

Maar de diepgang die we zo graag aan onszelf toekennen, de complexiteit van de menselijke geest die dieren niet bezitten, is net datgene wat ons tegenhoudt om ware intimiteit te bereiken. Waar we allemaal naar streven is een connectie met een ander persoon. Om iemand te kunnen aankijken en die persoon te zien voor wie hij werkelijk is. Iemand zonder opsmuk of rationalisaties, zonder projecties en zorgvuldig geconstrueerde maskers. Iemand in zulk licht zien kan het mooiste zijn wat je ooit zult zien in je leven, maar ook het meest angstaanjagende.

118. We hebben elkaar niet meer gezien na die ene avond en dat hoefde ook niet. Het voelt gewoon goed om te weten dat er ergens iemand rondloopt die mij heeft gezien zonder mijn masker en niet in afschuw terugdeinsde.

Waar het om draait is dat ik mezelf in hem zag en omgekeerd. Ik heb mijn verbondenheid gevonden in een naamloze, gezichtsloze man met wie ik één benevelde avond heb doorgebracht, gevuld met verhalen en grote woorden. Maar dat gevoel zou er niet meer zijn als we elkaar opnieuw hadden ontmoet.

Sommige dingen kunnen enkel in het donker ervaren worden.

Sommige dingen worden grotesk en bespottelijk in het daglicht.

Misbruik

147. Misschien was het anders geweest als iemand me in die tijd wel had opgemerkt. Iemand die me recht in de ogen had gekeken om me te zeggen dat het niet mijn schuld was. Dat dit misbruik niet mijn leven zou overnemen en dat ik ooit zou kunnen ontsnappen. Als er toen iemand was geweest die me had verteld dat ik het waard was om van te houden, had ik misschien die liefde ook kunnen beantwoorden.

Sanne Huysmans, Rafelen.

5 januari 2018

Sanne Huysmans, Rafelen

uitg. Houtekiet 2017

Alweer een nieuw Kempens schrijftalent – met veel inhoud, schoonheid en nog meer wijsheid. Sanne Huysmans durft het aan om diep te gaan in haar bevraging van de werkelijkheid tot zelfs de tussenruimte, de Japanse aida (Kimura Bin), die vrijheid biedt aan mensen die zonder verdwaasd ronddolen.

183. Een feit komt tot stand wanneer twee dingen zich op elkaar richten. Wat gebeurt is bijgevolg belangrijker dan wat bestaat. Eigenlijk geschiedt de wereld in de lucht tussen ons. Kortom: het wezen van de werkelijkheid zit in de verbindingen en niet in de materie.

Rafelen is knap geschreven, boeiend opgebouwd, soms wat ruim bemeten in metaforen maar vaker nog vol prachtig verwoorde overwegingen.

Wat een romandebuut!

Eén klein detail werd door de redactie evenwel over het hoofd gezien: ‘Een foetus van acht weken oud. Hoewel het ledematen had van amper drie centimeter lang, leek het toch alsof het haar met zijn kleine handen had losgelaten en uit haar was gestroomd.’ (169)

Een embryo van 8 weken meet hooguit 2 centimeter. Een foetus van 18 weken zou beter passen.

48. Rafelen is ontwarren, de knopen van het weven loshalen; rafelen is ook verwikkelen, de structuur van het weven weer in chaos storten. Rafelen betekent zowel eenvoudiger maken als compliceren. Ik doe dat vaak, rafelen. Tornen aan wat steek houdt, uitpluizen wat in de war is.

(…)

Rafelen is de worsteling tussen de verknoopte draad en zijn weefsel, tussen wat weg wil en wat insnoert. Het is de paradox van de vrijheid. Weg van verstikkende structuren, de zucht naar bewegingsvrijheid. Vrijheid als bevrijding, ongebondenheid en zelfzucht. Maar tegelijkertijd krijgt de draad pas zin in het geheel van het tapijt. Vrijheid in de andere betekenis van naastheid, verbondenheid en zorg. Het is allebei waar.

92. Het leven is niet gemaakt omwille van het gemak. Iedereen moet pogen het spiegelbeeld van zijn ouders stuk te slaan en zichzelf te vinden in de scherven.

213. D. Frenkel Order through entropy.

In de systemen die de onderzoekers bestudeerden, hadden zich uit zichzelf kristallen gevormd, die de orde van de systemen deden stijgen. De wetenschappers stelden vast dat de atomen binnen de structuur van het kristal meer vrijheid hebben: ze hebben een groter volume ter beschikking. De bewegingsruimte van de individuele partikels blijkt groter in verbinding dan in afzondering. Op dezelfde manier zouden de draden van een tapijt vrijer zijn dan de draden die eenzaam en uiteengerafeld in de marge blijven liggen.

En ook een mens heeft meer vrijheid om zichzelf te zijn in het spinnenweb van zijn relaties dan in eenzame, autonome ongebondenheid.

Ype de Boer, Murakami en het gespleten leven.

3 januari 2018

Ype de Boer, Murakami en het gespleten leven.

uitg. Amsterdam university Press

Een bijzondere studie van het werk van de Japanse auteur Haruki Murakami die niet alleen Japans nationale neurose en gespletenheid analyseert, maar ook voor vergelijkbare problemen in het westen, vooral in de komende decennia, een antwoord formuleert.

Ype de Boer laat zien dat Murakami’s verhalen ons iets kunnen leren over een fundamentele gespletenheid in het menselijk bestaan. Deze originele bespreking van Murakami’s alledaagse helden, magische figuren en droomachtige sferen nodigt uit om Murakami’s fictie op het eigen leven te betrekken, en werpt nieuw licht op thema’s als identiteit, verantwoordelijkheid, zelfkennis, verbeelding, liefde, vrijheid en lot. 

Ype de Boer heeft de taak op zich genomen uit het labyrintische oeuvre van de Japanner een ware levenskunstfilosofie te halen. Verplichte kost voor wie denkt dat het leven om harmonie, gemoedsrust en innerlijke stabiliteit draait. Murakami en vooral De Boer laten zien dat het om iets heel anders gaat: de bereidheid je gespletenheid en veranderbaarheid te accepteren.’ – René ten Bos, Denker des Vaderlands 

 

189. Op basis van een verdiepende lezing van de ontwikkeling die Murakami’s personages doormaken, heeft dit boek willen laten zien dat zijn verhalen over gespleten levens een fundamenteel aspect van het menselijk bestaan tot uitdrukking brengen. Het algemene beginpunt van zijn fictie en de toestand waarin zijn protagonisten zich bevinden, is geduid als een situatie van geïdealiseerde alledaagsheid. Niet alleen begrijpen de personages zichzelf als gewone, saaie mensen en leiden ze een ingekaderd en geroutineerd bestaan, het is ook precies in die alledaagsheid dat ze het: ideale leven zoeken. Het levert hun onafhankelijkheid, overzichtelijkheid en stabiliteit op. De keerzijde van hun zelfbehoud is de eenzaamheid, leegte en onverschilligheid die hun bij tijd en wijle ten deel valt.

Maar dan overkomt hun iets – een ontmoeting, een overlijden, een droom — wat van hen vraagt de grenzen van hun alledaagse bestaan te overschrijden. Ze merken dat er naast hun alledaagse leefwereld nog een andere bestaat en dat er ondervoede en onverkende verlangens in hen leven: ze ervaren de gespletenheid van hun bestaan. Opeens staan ze tegenover hun schaduw, hun spiegelbeeld (…) gedesoriënteerd en verward.

193. Als het klopt dat Iiefde van de mens vraagt zich over te geven aan een transformatief proces, dan betekent het zich laten bewegen door het leven in Murakami zoiets als het verliefd worden op het leven zelf, een steeds opnieuw bewogen worden door wat het leven biedt, het vormen en erdoor gevormd worden.Op die manier creëert de dynamiek die iedere ervaring van de grens tussen bekend en onbekend teweegbrengt het leven steeds opnieuw, wordt de mens zelf steeds opnieuw geboren. Dit leven op de grens betreft een levenshouding die zich kenmerkt door Iiefde, metamorfose, de grootste gevoeligheid voor de dynamiek van het eigen bestaan en de ontvankelijkheid voor anderen. Elk leven is in die zin potentieel een avontuur, onafhankelijk van de bijzonderheid van de gebeurtenissen erin. En dit avontuur, deze houding, is tegelijkertijd een levenskunst.

Vanuit dat oogpunt heeft het ook geen zin om te spreken over het gespleten leven in termen van harmonie. De levenskunst die in Murakami’s fictie op het spoor gekomen is, heeft niet zozeer te maken met het in balans brengen van deze krachten en de scheiding tussen eigen en vreemd zogezegd in het midden te stabiliseren. Uiteindelijk draait deze levenskunst niet om gemoedsrust. Want absolute harmonie en onverstoordare gemoedsrust kunnen verstenen en omslaan in apathie. De erkenning van de eigen gespletenheid betekent niet de stabilisatie ervan, Het betekent de vitalisatie ervan. Het is precies de dynamiek die gespletenheid oplevert, het oneindige heen en weer tussen krachten, die in deze lezing van Murakami een positieve waardering heeft gekregen. Onbalans, vervreemding en desoriëntatie bergen altijd een transformatieve mogelijkheid in zich. De gespletenheid, veranderlijkheid en bewogenheid van het menselijk bestaan zijn geen problemen waarvoor we onszelf in bescherming moeten nemen. Wat Murakani’s fictie ons leert, is dat de gespletenheid van het menselijk bestaan de voorwaarde vormt voor menselijke ontwikkeling, zelfkennis, liefde, verantwoordelijkheid, vrijheid en lotsbestemming. Op geen van deze zaken bezitten we enig ‘recht’, geen van deze zaken kunnen we claimen of bezitten, maar we kunnen ons wel zodanig tot het leven verhouden omdat ze mogelijk worden. Daarin bestaat de kunst van het gespleten leven.

109. De duidelijkste woordvoerder van dergelijke theorie in Murakami’s fictie, is de professor uit Hard-boiled Wonderland.

Na een bepaalde Ieeftijd — volgens onze berekeningen is dat achtentwintig jaar – ondergaan mensen zelden nog wijzigingen in de globale configuratie van hun bewustzijn. Wat gewoonlijk zelfontplooiing of bewuste verandering wordt genoemd laat nauwelijks een krasje achter in het oppervlak. (Hard-boiled Wonderland, 117)

In plaats van zichzelf te willen veranderen, doet de mens er vanuit dit perspectief beter aan de grenzen en contouren van de eigen identiteit te leren kennen en respecteren. Zelfreflectie heeft dan vooral te maken met erachter komen wie men is, en niet met verandering.

Tegelijkertijd echter, leven we in een tijd waarin de oproep tot ‘bewuste verandering’ steeds breder vertegenwoordigd wordt. En ook deze oproep is in Murakami’s fictie sterk aanwezig.

De fiiosofie~student Haida uit De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren verwoordt dit ideaal als volgt:

Alles in het leven is omgeven door een lijst, en met het denken is het al niet anders gesteld. Je hoeft voor zulke lijsten niet bang te zijn, maar je moet ook niet bang zijn om ze te doorbreken. Dat is het allerbelangrijkste voor een mens als hij vrij wil zijn: dat hij de lijsten respecteert en haat. AI het overige in een mensenleven is van secundair belang. (De kleurloze Tsukuru Tazaki, 71)

113. Het doel van deze verwerking is echter niet reconstructie en acceptatie van het verleden, zoals de psychoanalyse dat wil, maar deconstructie en afscheid. Niet verzoening met de eigen identiteit, maar bevrijding ervan. Daar waar psychoanalytische en neurologische theorieën de oplossing zien in het stabiliseren van de identiteit veranderen deze oplossingen in Murakami’s fictie in obstakels op de weg van zelftransformatie.

In de verhouding van de personages tot hun zelfbeelden komt een gespletenheid aan het licht, een ruimte tussen de mens en zijn beelden: dat is de ruimte van vrijheid.

 

 

Ivan Wolffers, Broer van God.

14 december 2017

Ivan Wolffers, Broer van God.

Uitg. De Arbeiderspers 2017

Ik beken graag dat ik van Ivan Wolffers veel heb geleerd. Net alleen van zijn legendarische kritische jaarboeken over Medicijnen, lang voor dit genre in België te vinden was, maar ook van zijn artikels over medische antropologie.

Na al die jaren is het dan ook niet echt verrassend om in ‘Broer van God’ de ontwikkelingen van de rol van de dokter-arts intens geanalyseerd te zien. Wolffers nieuwste roman is een geraffineerd geconstrueerd verhaal met zeer veel aandacht voor de verhoudingen tussen artsen als collega’s, partners en geliefden die elkaar in spanning houden terwijl het professionele en relationele leven voorbijraast.

Ook al worden de protagonisten bij wijle wat clichématig neergezet, dit boek kan je ook lezen als een handboek voor jonge artsen en paramedici. Over hoe artsen werden opgeleid om als een broer van god te leren werken en er dan ook naar neigen om zich als dusdanig te gedragen: hubris, de grootste zonde voor psychotherapeuten en hulpverleners die zich verlustigen in de spiegelende pupil van hun cliënt, voor de arts die gedijt bij het helen van de angst die hij verspreidt.

‘Broer van God’ is met veel tederheid geschreven en heeft aandacht voor vele types van artsen, sterke vrouwen en vallende mannen.

336. ‘Dat hij geneeskunde had moeten studeren, zich had moeten specialiseren en jaren had moeten praktiseren, was om uiteindelijk dat te leren: gezondheid begint met trots zijn op jezelf, dat je niet opgesloten zit in de kooi van het beeld dat mannen voor je gebouwd hebben, waar andere vrouwen je graag willen houden omdat ze er niet alleen willen zitten, waar de dokter komt met zijn bloeddrukmeter, stethoscoop en een lijstje vragen die hij moet stellen, waardoor er geen tijd overblijft om te luisteren en vervolgens vaststelt dat je ziek bent, ongeneeslijk vrouw.’

Lees verder »

Robert Seethaler, De Weense sigarenboer.

5 december 2017

Robert Seethaler, De Weense sigarenboer.
Uitg. De Bezige Bij 2017

https://www.tzum.info/2017/11/recensie-robert-seethaler-weense-sigarenboer/

Na ‘Een heel leven’  http://www.janvanduppen.be/?p=3229 een vroeger verhaal waar het meesterschap reeds gloeit in de kegel van een Hoyo de Monterrey.

 

142. De juiste vrouw vinden is een van de moeilijkste opgaven van onze beschaving. En ieder van ons moet die volkomen alleen tot een goed einde brengen. We komen alleen op de wereld, en we sterven alleen. Maar vergeleken bij de eenzaamheid die we ervaren als we voor het eerst tegenover een mooie vrouw staan, lijken geboorte en dood welhaast maatschappelijke evenementen. In de beslissende dingen zijn we van meet af aan op onszelf aangewezen. We moeten onszelf steeds weer vragen wat we graag willen en welke kant we op willen. Met andere woorden, je moet je eigen hoofd inschakelen. En als dat je geen antwoorden geeft, moet je het je hart vragen!’

143. Zou het misschien zo kunnen zijn dat uw divanmethode niets anders doet dan de mensen van hun platgetreden maar aangename wegen af te duwen om ze een volkomen onbekend rotsig veld op te sturen, waar ze heel moeizaam hun weg moeten zoeken, terwijl ze geen flauw vermoeden hebben van hoe hij eruitziet, hoe ver hij gaat en of hij eigenlijk wel naar een doel leidt?’

205. Wie niets weet, heeft geen zorgen, dacht Franz, en terwijl het al lastig genoeg is om je moeizaam kennis eigen te maken, is het nog veel lastiger, als het niet praktisch onmogelijk is, om wat je eenmaal weet, weer te vergeten.

245. Koekeloeren doen de mensen zuiver en alleen uit kwaadaardigheid. Maar omdat kwaadaardigheid niet alleen nieuwsgierig maar ook blind maakt, zien ze alleen wat ze willen zien!

Ruth Ozeki, Een tijdelijke vertelling

3 december 2017

Ruth Ozeki, Een tijdelijke vertelling. 

vert. Bert Meelker, uitg. Anthos, Amsterdam, 2013

Een van de beste boeken over Japan die ik gelezen heb met verschillende benaderingen vanuit een jong meisje dat mishandeld wordt door haar medeleerlingen , een werkloze vader, en depressieve moeder, een non geworden overgrootmoeder en haar zoon-filosoof die gedwongen werd tot Kamikazepiloot, een half Japanse in Canada en de gevolgen van de Tsunami en de verglijdende tijd.

407. ‘Met kwantuminformatie is het net als dingen uit een droom,’ zei hij. ‘We kunnen ze niet aan anderen laten zien, en zodra we ze proberen te omschrijven verschuift onze herinnering eraan.’ Charles Bennett (...) ‘Zo voelt het ook als ik schrijf; dan heb ik zeg maar iets moois in mijn hoofd, maar zodra ik erbij stilsta met de bedoeling erover te schrijven, verandert alles en kan ik het nooit meer precies zo terughalen.’

 

38. ‘Voor het tijdswezen / Woorden verwaaien… /Zijn het vallende bladeren?

Ik ben niet zo heel goed in poëzie, maar toen ik Jiko’s gedicht las kreeg ik een beeld voor ogen van de oude ginkgoboom die op het terrein van haar tempel staat. De bladeren zijn gevormd als kleine groene waaiers, die in de herfst knalgeel worden, afvallen en de grond bedekken, zodat alles puur goud lijkt. En toen kwam het idee bij me op dat die grote oude boom een tijdswezen is, dat ook Jiko een tijdswezen is, en plotseling kon ik me voorstellen dat ik onder die boom op zoek was naar de verloren tijd, tussen de gevallen bladeren die haar verwaaide gouden woorden zijn.

Dat idee van het tijdswezen komt uit een boek dat Sh?b?genz? heet en dat ongeveer achthonderd jaar geleden is geschreven door een oude zenmeester, D?gen Zenji,’

Lees verder »

Milena Michiko Flašar, Een bijna volmaakte vriendschap.

3 december 2017

Milena Michiko Flašar, Een bijna volmaakte vriendschap.

Uitg. Cossee

99. Vaders wanhoop. Die kwam te laat. Toen hij tierend mijn kamer was binnengestormd en zijn hand tegen mij had opgeheven, was ik al lang onaantastbaar. Hij zag het, ik weet het zeker. In werkelijkheid was hij het die voor mij was teruggedeinsd. Hij had er met opzet naast geslagen.

 

Lees verder »

Junichiro Tanizaki, De brug der dromen

3 december 2017

Junichiro Tanizaki, De brug der dromen en andere verhalen.  

gekozen, vertaald en toegelicht door Jos Vos. De Bezige Bij 2017

Omtrent mijneer Van de Groenheuvel 1926

202. Konden een man die van schaduwen hield, en een man die van de werkelijkheid hield, elkaar niet een hand geven? Schaduw en werkelijkheid gaan toch ook vriendschappelijk met elkaar om?

De fijnproeversclub 1919 – een verrassend verhaal met een onvergetelijke finale over de Chinese kool met ham en de speekselmassage.

Chinese kool met Chinese ham en de speekselmassage

243. ‘Naar de oever van de Natsumi kwam een vrouw zonder doel of richting’.

‘Zo zwaar weegt op mij de last der zonden,’

Lees verder »

Junichiro Tanizaki, Lofzang op de schaduw

7 november 2017

Junichiro Tanizaki, Lofzang op de schaduw

opgenomen in ‘De brug der dromen’. Verzameld werk.

Uitgeverij De Bezige Bij 2017

439. Wanneer westerlingen het over ‘het geheimzinnige Oosten’ hebben, bedoelen ze waarschijnlijk de beklemmende stilte op dit soort donkere plekjes. Ook wij stonden als kind al onuitsprekelijke angst uit en er gingen koude rillingen door ons heen als we met onze blik de diepte probeerden te peilen van de tokonoma in een zit- of studeerkamer, waar nooit een straaltje zon in viel. Hoe valt heel dit mysterie toch te verklaren? Dat zal ik u verklappen: het ligt aan de magie der schaduwen, want als je die uit de hoeken verjaagt, is zo’n tokonoma in één oogwenk een doodgewone lege ruimte. En hierin school het genie van onze voorouders, want aan het rijk der schaduwen, dat vanzelf ontstaat wanneer je zo’n ruimte bewust afschermt, kenden zij een geheimnisvolle diepgang toe die elke muurschildering of versiering overtreft. Het lijkt een simpele kunstgreep maar dat is het beslist niet; u kunt zich wel voorstellen hoeveel onopvallende aandacht er is besteed aan het aanbrengen van het raam in de zijnis, aan de diepte van de dwarsbalk en de hoogte van de drempel; en wanneer ik voor mezelf mag spreken, ik hoef maar even halt te houden bij het vaalwitte licht van de sh?ji in een studeerkamer, en ik vergeet de tijd.

427. Alle papier is wit, maar westers papier heeft een andere witheid dan h?sho of Chinees papier. Westers papier stoot lichtstralen af, terwijl h?sho en wit Chinees papier het licht volkomen absorberen, net als een laagje zachte, vers gevallen sneeuw; onder je vingers voelen deze papiersoorten buigzaam aan, en als je ze vouwt maken ze geen gerucht. Ze zijn onhoorbaar en vochtig, net als boomblaadjes. Meer over het algemeen mag je wel stellen dat blinkende dingen ons onrustig maken.

Lees verder »

Louis Van Dievel, De laatste ronde

1 november 2017

Louis Van Dievel, De laatste ronde
uitgeverij Vrijdag 2017

Louis Van Dievel schrijft gestaag verder aan zijn oeuvre als ‘de bewaarder van hen die niet meer zoeken naar een stem’. Hij doet dat met haarscherpe dialogen op het ritme van een taal uit een niet eens zo ver verleden, als hanteerde hij ooit een bandopnemer bij de gesprekken die hij opving.

Zijn motto bij een eerder boek ‘Het gewemel’ blijkt steeds actueler in zijn werk:

‘Het leven is van ijzer, als een stoomwals komt het zwaar en langzaam dreigend op ons toe. Daar helpt geen weglopen aan, daar komt het al, daar is het al vlakbij.(...) Daar nadert het en niemand kan eraan ontkomen. Hoort die machine bonzen en stampen. Als het straks weer licht wordt, zullen we zien wat er overgebleven is.’
Alfred Döblin, Berlijn Alexanderplatz.

‘De laatste ronde’ is weer zo’n pageturner waar een dansende taal het ritme van waaierende brieven en pakjes met toenemnde tederheid strak naar de ontknoping voert.

95. Wat weet ge van uw ouders als ge vijftien, zestien zijt? Misschien gaat dat nu anders maar toen ik een puber was – dat woord bestond toen geeneens – woonden uw ouders in een totaal andere wereld als gij. In hetzelfde huis maar in een andere wereld. Een wereld die ge niet kende en die ge niet wilde kennen. Ze waren er, punt. Ze gaven u eten en ze kochten u kleren en ze gaven u veel te weinig vrijheid en zakgeld en ze zaagden u de oren van de kop over de school. Maar of ze mekaar graag zagen of enkel maar konden verdragen of mekaar niet konden uitstaan, boh.  Of ze zorgen hadden en wat voor zorgen, geldzorgen en zogen over hun gezondheid , dat wist ge niet  en dat interesseerde u ook niet. Zolang ze maar geen kletterende ruzie maakten als ge erbij waart, oef integendeel, dagenlang aan stomme ambacht deden, of degoutante geluiden produceerden achter de slaapkamerdeur, was het u allemaal gelijk. Van uw vader wist ge nog minder dan van uw moeder, want hij ging uit werken en uw moeder was huisvrouw. Ge keek neer op uw ouders. Niet met mij, dacht ge. Ge besefte niet dat ge later juist dezelfde rol zoudt spelen.

Jan Leyers op Canvas en VPRO: ‘Allah in Europa’

31 oktober 2017

Allah in Europa, het laatste deel. 

Deze keer had Jan Leyers voor mij een pijnlijk hoofdstukje in petto: hij stond met zijn ploeg in mijn oud huisartsen-werkgebied: Rotterdam Zuid, meer bepaald aan de Schere waar ik tien jaar lang met de auto en de fiets passeerde op visite in de straat en de wijk.

Hier zit nu volgens Jan Leyers sinds vier jaar een islamitische school, het ‘Avicenna college’ en daar konden we nu achter de nog steeds gesloten gordijnen een kijkje nemen in de klassen en kennismaken met Richard Troost, een oude provo – zelfs communist en atheïst – die nu directeur is en er prat op gaat dat uit zijn school geen Syriëstrijders vertrokken zijn.

Dat is natuurlijk heel wat om terecht blij over te zijn.

Hij vertelt ook dat de school zich soepel opstelt qua kledingvoorschriften en zo, waar op de website nochtans vermeld wordt:

“Kledingvoorschriften: zowel voor jongens als voor meisjes gelden kledingvoorschriften conform de islam. Gescheiden gym- & zwemlessen: sportactiviteiten worden gescheiden gehouden. Zo houden wij rekening met de gevoeligheden tussen jongens en meisjes.Vakoverstijgend islamitisch onderwijs: ook bij vakken als biologie en maatschappijleer wordt er rekening gehouden met islamitische gevoeligheden.”

Het gesprek met de van een ferme bidplek voorziene islamleraar is onthullend. De bruine bidvlek op zijn voorhoofd – zabiba, rozijn – moet getuigen van de frequentie waarmee hij zijn voorhoofd op de mat drukt tijdens de talloos veel gebeden. Hij bezweert zijn leerlingen voor een muurgrote foto van de veeltorenige grote moskee van Mekka voor welke vergrijpen ze allemaal naar de hel zullen gaan…De man is duidelijk beslagen in de terreur van de angst voor hel en verdoemenis.

Maar wat ik zo spijtig vind aan Leyers’ bezoek is dat hij met geen woord rept over de vorige Islamitische school aan de Schere in dezelfde gebouwen: de beroemde Ibn Ghaldoun Islamitische School.

Nochtans ligt daar heel wat materiaal voor het grijpen om het denken en doen van de islamitische opvoeders te wikken en wegen. 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Islamitische_Scholengemeenschap_Ibn_Ghaldoun

http://www.janvanduppen.be/?p=2252

http://www.janvanduppen.be/?p=2309

https://www.nu.nl/binnenland/3703608/examenfraude-ibn-ghaldoun-kost-drie-miljoen-euro.html

Nourdeen Wildeman opende deze finale aflevering als een echte apologeet met de belijdenis dat alle negatieve invullingen van de Islam enkel slaan op de mensen, nooit op de islam zelf.

Je zou het zo kunnen geloven, net zoals het stralende geluk van de geconverteerde Antwerpse familie 4 NEW MOSLIMS, waar finaal ook den bompa meedoet voor de gezelligheid en het hippe reclamespotje voor de Medina Expo waar meer volk leek rond te dwalen dan op de Boekenbeurs. Uiteraard volgt de boodschap van hoop, waar uiteraard niemand kan tegen zijn…

Hoewel… wie daagt daar op in de schijnwerpers? De Fouad!

Fouad Ahidar, de sp.a-ondervoorzitter van het Brussels parlement die deze keer voor Jan Leyers uit een ander vaatje tapt: radicalisering van jongeren en Syriestrijders die vertrekken zijn vandaag voor hem het noodlot dat iedereen kan overkomen… dus toch de wil van Allah.

Enkele jaren voordien had hij nog een ander verhaal. De Fouad is dan ook een haan, een echte haan die draait met de wind…zoals zijn maat, den Bert, altijd in voor onbeschaamde onzin.

De gesprekken met enkele imams uit het gemeenschapsonderwijs en met een Brusselse schooldirectrice en Montasser AIDe’emeh toonde de pijnlijke link tussen de angstcultuur binnen de islamopvoeding en radicalisering wegens in één enorme klap verlost van alle zonden.

Overigens blijkt Montasser behoorlijk veranderd in zijn  aanpak. Het academische verhaal in Antwerpen en Nijmegen lijkt plaats geruimd voor een realistischer, bescheiden en moediger verhaal. 

In Nederland lag het allemaal nog een beetje anders: de Wildeman knuffeltheorie maakt blind, het dreigement van de moslim-partijleider in Nederland dat wie zich verzet tegen de invloed van de Schepper aansluit bij een heel gevaarlijke tendens, en dat is waar we volgens hem naartoe gaan.

Je oren flapperen ervan: omdat deze zuiverheid toegewijde moslimfundamentalisten hun minderheidsstandpunten niet kunnen opleggen dreigt er echt wat te gebeuren in de toekomst.

Over dit fenomeen werd reeds boeiend geschreven maar nog fllnker weggekeken:

http://nl.jandecaluwe.com/opinie/islam-pessimisme.html

https://medium.com/incerto/the-most-intolerant-wins-the-dictatorship-of-the-small-minority-3f1f83ce4e15

Montasser AIDe’emeh was deze keer duidelijk in zijn verwijten aan de moslimgemeenschap die zich neergelegd heeft bij imams die hun jongeren kwamen indoctrineren en rekruteren. Hij was bijzonder goed in zijn benadering van kleine kinderen met angst voor de hel en hun God. Hij ziet alleen de twijfel als werkbaar medicijn.

En zo sluit Jan Leyers heel toepasselijk de reeks ‘Allah in Europa’ af onder het standbeeld van Jan Baptista van Helmont – de twijfelende renaissance-arts-alchemist op de Nieuwe Graanmarkt – tussen basketballende gelovigen.

De wijze imam pleit op de bank bij van Helmont ook voor de twijfel en het rationeel nadenken naast een menselijk geloof: hersenen gaan boven de koran.

Volgens Jan Leyers in zijn slotwoord kondigt de strijd zich niet zozeer aan tegen de islam en haar gelovigen als tussen de gelovigen in de Ene en de Ware onderling, tussen de menselijke islamieten en de gezuiverde mohammedanen.

Ik begin sinds ‘Allah in Europa’ steeds beter te beseffen dat we de overgrote meerderheid van islamvarianten moeten begrijpen als kolonisatoren met verschillende missionaire geloofsvarianten, gesteund, gestuurd en geleid vanuit de diverse thuislanden en Saoudi Arabië. Zoals destijds missionarissen en zendelingen van de roomse (jezuïeten, scheut, witte paters, ...), anglicaanse, pinkster, adventisten en andere obediënties in Afrika, Azië en Latijns Amerika.

Daaruit volgt de vraag hoever, hoelang West Europa dit kan en mag tolereren. In Oost Europa en Rusland is het duidelijk.  In China, Japan, Myanmar evenzeer.

Jan Leyers heeft in Knack nog een aangrijpend antwoord geschreven aan de mohammedaanse theologe Betül Demirkoparan, die aan de Katholieke Universiteit van Leuven mag doctoreren:

http://www.knack.be/nieuws/belgie/bij-veel-jongeren-leeft-het-idee-dat-je-moet-kiezen-tussen-belg-zijn-en-moslim-zijn/article-longread-916481.html

http://www.knack.be/nieuws/belgie/jan-leyers-reageert-scherp-op-onderzoekster-belgische-moslimgemeenschap/article-normal-919085.html

In een interview vertelt onderzoekster Betül Demirkoparan dat ze zich stoort aan de manier waarop ik in de reisdocumentaire Allah in Europa volstrekt marginale moslims opzoek, om hen dan voor te stellen alsof ze representatief zijn voor de Europese moslimgemeenschap. 

Jammer genoeg vertelt mevrouw Demirkoparan er niet bij over welke marginale moslims ze het heeft. De imam van Srebrenica? De voormalige grootmoefti van Bosnië? De islamleraar uit Wenen die in zijn vrije tijd moslimgevangenen bezoekt? De voorzitter van een moskeetje in Boedapest die zich om de armen van zijn wijk bekommert? Latifa, de dochter van het eerste slachtoffer van de aanslag in Nice? De islamitische begrafenisonderneemster uit Londen die zich ergert aan de vele nikabs op straat? 

Of bedoelt ze Zana Ramadani, de Duits-Albanese feministe die op haar achttiende, toen haar ooms haar wegens haar te westerse gedrag een lesje wilden leren, kon ontsnappen en in een vluchthuis onderdook? Of Naser Khader, de Deens-Syrische politicus die durfde te zeggen dat hij de Mohammedcartoons grappig vond en sindsdien in Kopenhagen onder permanente bewaking leeft? 

Ik ga in gedachten verder het rijtje af. En plots besef ik over wie mevrouw Demirkoparan het heeft. Over Mustafa natuurlijk, de Zweeds-Afghaanse activist die vindt dat de Zweden veel te laks en naïef zijn als het op het verdedigen van hun waarden aankomt. En over Ahmed, de Brusselse islamleraar die het menselijk verstand hoger inschat dan de Koran, en die een gepassioneerd pleidooi houdt voor twijfel en kritiek. Figuren als Mustafa en Ahmed zijn binnen de islamitische gemeenschap volstrekt marginaal en hoegenaamd niet representatief, daarin heeft de onderzoekster meer dan gelijk. Een volgende keer sla ik ze over. 

Ignaas Devisch, Het empatisch teveel. Op naar een werkbare onverschilligheid.

30 oktober 2017

Ignaas Devisch, Het empatisch teveel. Op naar een werkbare onverschilligheid.

uitg. De Bezige Bij 2017

Ignaas Devisch heeft met dit boek een duidelijke stap gezet temidden van het verontwaardigde amalgaam van beschuldigingen waarmee de burgers tegenwoordig om de oren worden geslagen voor het hogere en vooral goede doel. ‘Op naar een werkbare onverschilligheid’ is een stapsteen geworden waarop de lezer kan steunen met de stemme.

23. De vragen die ik de lezer wil voorleggen zijn daarom deze: zou het kunnen dat er tegenwoordig niet zozeer sprake is van een empathietekort, maar eerder van een empathisch teveel? Zijn we misschien vergeten waarom onverschilligheid nuttig en zelfs noodzakelijk kan zijn om een samenleving draaiende te houden? Natuurlijk hebben we empathie nodig. Onverschilligheid zonder enige vorm van empathie is niet werkbaar, maar omgekeerd geldt hetzelfde: een bepaalde mate van onverschilligheid ontslaat ons van de onmogelijke opgave om aanhoudend en tegenover iedereen empathisch in het leven te staan. Die onverschilligheid, indien gekoppeld aan een overheid die haar middelen rechtvaardig probeert te verdelen, maakt de samenleving werkbaar. Slechts vragen om meer empathie biedt geen uitweg.

66. Empathie kan niet de enige basis vormen voor ons moreel kompas, omdat het vooral inzoomt op het hier en nu, daardoor met een vernauwde blik naar de wereld kijkt. Kortom, empathie neigt tot bewustzijnsvernauwing. Je kunt geen samenleving besturen door je in je handelen ten opzichte van anderen alleen of voornamelijk te laten leiden door spontane gevoelens van sympathie of antipathie voor mensen.


Meer nog, het lezen van ‘Het empathisch teveel’ kan helpen om het eigen goed gevoel te relativeren in maatschappelijke kwesties. Het boek helpt enige verhelderende afstandelijkheid te koesteren bij het oordelen in plaats van meegesleept te worden door het heerlijke moraliseren om het goede te doen om het eigen goed gevoel.
122. Anders gezegd, verontwaardiging verschaft ons het gevoel aan de juiste kant van de moraal te staan. De humanistische psycholoog Erich Fromm verwoordt dit aldus:

Er bestaat misschien geen fenomeen dat meer destructieve gevoelens bevat dan ‘morele verontwaardiging’, omdat het toelaat vijandelijkheid of haat voor deugd te laten doorgaan. De ‘verontwaardigde’ persoon kent voor een keer de genoegdoening om op een ander neer te kijken en die als minderwaardig te behandelen en, daaraan verwant, het gevoel van zijn eigen superioriteit en rechtschapenheid.


Als eerste denker in het Nederlandse taalgebied heeft Ignaas Devisch de moed gehad om deze ‘empathie’ – kwestie ernstig te bevragen. Hij gaat echter verder en pleit voor een werkbare onverschilligheid, als fundament van onze sociale zekerheid, die ondermijnd wordt door oproepen tot caritas en empathisch medeleven.
159. tot een goed evenwicht moeten komen tussen voldoende empathie op intermenselijk vlak en andere principes die empathie aanvullen op maatschappelijk vlak en een werkbare onverschilligheid tegenover anderen innemen.

Een werkbare onverschilligheid klinkt negatief, maar stel je het omgekeerde voor, dat er geen onverschillige mechanismen zijn of dat je je met alles en iedereen evenveel betrokken zou moeten voelen. Dit empathisch teveel zou van het dagelijkse leven een verschrikkelijke zaak maken en ons morele systeem totaal overbelasten.


Wat natuurlijk niet belet dat de solidaire empathische bevraging van de sociale zekerheid – zonder het ‘voor wat hoort wat’ principe – finaal de mist in zal gaan wegens onhoudbaar. Dank zij de grote traditie van het Mimetische Diagnostische en Therapeutische Multiplicator Effect, of het slaafse denken in veilige analogieën, wordt de financiering van een dergelijke empatisch gestuurde uitdijende sociale zekerheid onhoudbaar. Zelfs als alle rijken de crisis betalen.

Menselijke solidariteit heeft immers lang niet alleen maar goeds opgeleverd.
Het gedrag van voetbalhooligans en politieke of religieuze extremistische rellen zijn ook gebaseerd op solidariteit tussen de deelnemers onderling. Groepsgewijs georganiseerde uitkeringsfraude steunt evenzeer op onderlinge solidariteit. Beurshandelaars en -makelaars kennen alles van empathie en solidariteit als hun banken dreigen om te vallen.
Vaak wordt onze empathie bevraagd om ons solidair op te stellen.
Maar dat is geen eenvoudige opdracht wanneer werkloze autochtonen merken dat de arbeidsmarkt verstoord wordt door immigranten die uitgestuurd werden om kapitaal voor het thuisfront te vergaren. Vraag en aanbod worden zo van buitenaf verstoord.

Bij solidariteit, empathie, compassie en steun is het veralgemenen van principes bijna altijd onzinnig aangezien er geen gelijkheid bestaat tussen mensen onderling.

‘Empathie is wat ons menselijk maakt, objecten en subjecten van morele zorg. Empathie verraadt ons echter als we het als morele gids proberen te gebruiken.’ - Paul Bloom.

vrt deredactie.be blog: Over misbruik van empathie en solidariteit

 

Lees verder »

Joseph Roth, Zipper en zijn vader

18 oktober 2017

Joseph Roth, Zipper en zijn vader

uitg. LJ Veen Klassiek

Een formidabel gebalde en gelaagde roman over vaders en zonen, moeders en echtgenotes, toneel- en filmsterren, oorlog en gewapende vrede en scènes uit een huwelijksleven.

Een meesterwerk van literaire observatie.

158. En bij een schrijver begint al waar hij zwijgt de leugen.

159. Het is symbolisch voor onze generatie van teruggekeerde soldaten, die men belet te spelen: een rol, een handeling, een viool,. Wij zullen ons nooit verstaanbaar maken, mijn beste Arnold, zoals je vader dat nog kon. We zijn gedecimeerd. We zijn met te weinig. Te weinig voor deze wereld waarin enkel en alleen het puur fysieke gewicht van de massa een doorbraak maakt en niet de geestelijke energie van een eenheid.


20. Maar, zoals het nu eenmaal gaat, je dacht er nooit aan dat ze niet bij elkaar pasten. Zo vergaat het ons meestal als we naar een ouder echtpaar kijken. Ze vormen een fait accompli, aan hun gemeenschappelijkheid valt niet meer te twijfelen. Ze hebben al kinderen, grote kinderen. Van de weerstand die ze in de begintijd van hun huwelijk als wapen zin de strijd wierpen, is niets meer over. Beiden hebben hun scherpe kantjes verloren, hun kruit verschoten. Ze zijn twee oude vijanden, die bij gebrek aan strijdmiddelen een wapenstilstand sluiten die eruitziet als een een bondgenootschap. En van hun oude vijandschap weten we niets meer.

Maar op de momenten die wij, observerende buitenstaanders, niet kennen, gebruiken ze tegen elkaar nog de laatste restanten van hun wapens, of ze hanteren ander materiaal, materiaal van de vrede, voor hun huiselijke strijd. Uit de tijd dat hun vijandschap jong was, hebben ze verschillende onverslijtbare middelen om te haten: een glimlach die juist dan in stelling wordt gebracht wanneer hij de andere pijn doet, een woord dat aan een lang voorbije woeste scene herinnert en dat, opnieuw tevoorschijn gehaald, geheelde wonden openrijt, een manier van elkaar aankijken die beiden doet verstijven, abrupte bewegingen die hun in nevelen gehulde, ingeslapen vijandschap plotseling tot leven wekken, zoals afgevuurde raketten een duistere oorlogssituatie met al haar gruwelen verlicht.

 

Lees verder »

Joseph Roth, De Kapucijner Crypte.

16 oktober 2017

Joseph Roth, De Kapucijner Crypte.

uitg. Veen

Het mooie vervolg op zijn Radetzkymars

‘En daarom moeten we alles loslaten, ieder moet zijn eigen weg gaan! Als mijn kinderen mij niet gehoorzamen, doe ik alleen nog moeite om mijn waardigheid niet te verliezen. Dat is alles wat een mens kan doen. Ik kijk wel eens naar ze als ze slapen. Hun gezichten lijken me dan vreemd, haast onherkenbaar, en ik zie dat ze vreemde mensen zijn, uit een tijd die nog komt en die ik niet meer zal meemaken. Ze zijn nog jong, mijn kinderen! De een is acht, de ander tien, en ze hebben ronde, blozende gezichten als ze slapen. En toch is er veel vreemds in die gezichten als ze slapen. Soms denk ik dat het al de wreedheid van hun tijd is, van de toekomst, die in de slaap over de kinderen komt. Ik zou die tijd niet graag willen meemaken!’

5. Ik ben geen kind van deze tijd, het kost me zelfs moeite mij er niet ronduit een vijand van te noemen. Niet dt ik deze tijd niet begrijp, zoals ik zo vaak beweer. Dat zijn maar vrome praatjes. Ik wil gewoon, uit gemakzucht, niet grof of hatelijk worden en daarom zeg ik dat ik de dingen niet begrijp waarvan ik eigenlijk moet zeggen dat ik ze haat of veracht. Ik heb een scherp gehoor, maar ik speel de hardhorige. Ik acht het nobeler een gebrek voor te wenden dan toe te geven dat ik vulgaire geluiden heb opgevangen.

33. Door het bestaan van zonden te erkennen vergeeft zij deze zonden reeds. Zij laat eenvoudigweg geen feilloze mensen toe: dat maakt de Kerk bij uitstek menselijk. Haar vlekkeloze kinderen verheft zij tot heiligen. Alleen al daardoor laat zij stilzwijgend toe dat mensen feilbaar zijn. Zij laat de zondigheid zelfs in die mate toe dat zij de schepsels die niet zondigen niet meer menselijk acht: die worden zalig of heilig. Daarmee etaleert de roomse Kerk haar voornaamste doel: zij vergeeft, scheldt kwijt. Er is geen nobeler doel dan het schenken van vergiffenis. Bedenkt u wel: geen doel is zo vulgair als het nemen van wraak. Er is geen noblesse zonder generositeit, zoals er geen wraakzucht is zonder vulgariteit.

60. Het was voor mij een groots blijk van moederlijkheid: de vreedzame knoedels in pruimensaus, die plotseling, als je dat zo mag zeggen, een bres sloegen in mij bereidheid om te sterven. Ik had van ontroering op mijn knieën kunnen vallen. Maar ik was in die tijd nog te jong om ontroering te kunnen tonen zonder me te schamen. En sinds dat uur weet ik ook dat je heel rijp en op zijn minst zeer ervaren moet zijn om emoties te kunnen tonen zonder door schaamte te worden geremd.

147. Ze begon ook, zoals dat dikwijls bij hardhorig wordende, oudere mensen gebeurt, haar geheugen kwijt te raken. En het was goed zo! Hoe weldadig is de natuur! De gebreken die ze de ouderdom schenkt, zijn een zegen. Vergeten, doofheid en slechte ogen schenkt ze ons wanneer we oud worden; een beetje verwardheid ook, kort voor de dood. De schaduwen die de dood vooruitwerpt, zijn koel en weldadig.

Margareta Magnusson, Opruimen voor je doodgaat.

13 oktober 2017

Margareta Magnusson, Opruimen  voor je doodgaat.

uitg. De Bezige Bij 2017

Een handig boekje met een bijna intiem verhaal over wijsheid bij ons levenseinde, mooi geformuleerd, grappig en indringend, een enkele uitschuiver eigen aan de schrijfster en Zweden. Maar echt een bemoedigend boekje dat ons zeer herinnerde aan de manier waarop Tilly L. het ons heeft voorgedaan.

Verwarmend om zoveel jaren later de echte betekenis van haar döstädning dankbaar te kunnen begrijpen en zelf proberen toe te passen.


21. Oude mensen denken vaak dat de tijd sneller gaat, maar in feite worden wij langzamer. Dus wacht niet te lang…


26. Kies een categorie waarvan je denkt dat je er redelijk vat op hebt. Kies er een die vrij groot is, zonder al te veel sentimentele waarde. Het is belangrijk dat de eerste categorie je weinig moeite kost. Want ik wil niet dat je het er meteen bij laat zitten.


110. Dingen, mensen en huisdieren laten gaan als er geen beter alternatief is: het is een les die ik met moeite heb moeten leren en die het leven me, nu het voortschrijdt, steeds vaker leert.



Margareta Magnusson, Opruimen voor je doodgaat

Jan De Maesschalck, Untitled (Mourning), 2015

Orhan Pamuk, De vrouw met het rode haar.

23 september 2017

Orhan Pamuk, De vrouw met het rode haar.

Uitg. De Bezige Bij 2017

De Chinese dichter DuoDuo omschreef in 1989 na de Pekingse Lente en zijn vlucht naar Poetry International te Rotterdam het verschil tussen oost en west als: “In het oosten eten de vaders hun zonen op om de macht te kunnen behouden, in het westen doden de zonen hun vaders om met hun moeder te slapen.”

‘De vrouw met het rode haar’ is een fenomenaal gelaagde roman waarin Orhan Pamuk de kwestie oost-west, vader-zoon, moeders-vrouwen op een diepgravende, haast archeologische wijze onthult.
265. Want de dingen uit oude sprookjes en legenden overkomen je uiteindelijk zelf. Hoe meer je leest en in legenden gaat geloven, hoe meer ze je overkomen. Je noemt een verhaal dat je hoort trouwens een legende juist omdat het je zal overkomen.

Het literaire raffinement van Orhan Pamuk geeft de lezer telkens weer de kans om mijmerend te verdwalen in eigen interpretaties, verlangens en overwegingen. Waarna we toch weer bij hetzelfde graven in moeder aarde terechtkomen op zoek naar het levende water.

Hij overstijgt de huidige politieke, religieuze, militaire en economische van zijn Turkije door precies Sophokles Oedipus Koning en Het Boek der Koningen, de Shahnameh uit Perzië te verweven in de vader-zoon verhouding en de schroom over het begeren van de moeder-vrouw.

266. Ik was nog geen vijfendertig en wist al van de trots en de zwakte van mannen en van het individualisme dat door hun aderen stroomt. Ik wist dat ze hun vaders kunnen doden, en hun zonen evengoed. Maar of vaders nu hun zonen doden, of zonen hun vaders, de mannen zijn de helden en mij rest niets anders dan tranen te vergieten. Misschien moest ik vergeten wat ik daarvan wist en ergens anders heen gaan.

186. De vraag waar het eigenlijk om ging was waarom in Europa, dat kon bogen op een zoveel bredere en rijkere beeldcultuur en -traditie, net de cruciale scènes uit Oedipus zoals de moord op zijn vader en het slapen met zijn moeder, niet waren afgebeeld. De Europese schilders konden in woorden over deze schilderijen denken, ze begrepen het verhaal. Maar waar ze in woorden over konden denken konden ze niet voor zich zien, konden ze niet uitbeelden. Dat was de reden dat ze alleen het moment geschilderd hadden dat Oedipus het raadsel van de sfinx oplost. In islamitische landen, waar veel minder afbeeldingen werden gemaakt en bekeken, waar die meestal verboden waren, was de moord op Sohrab door zijn vader Rostam juist duizenden malen uitbundig getekend.

Pier Paolo Pasolini, behalve regisseur ook romancier en schilder, had met zijn film Edipo re afgedaan met deze regel.


237. Als je zonder vader opgroeit, besef je niet dat de wereld een centrum en een grens heeft, dan denk je dat je alles kunt…’ zei hij. ‘Maar na een tijdje weet je niet meer wat je moet, dan probeer je in de wereld een betekenis, een centrum te vinden, en ga je op zoek naar iemand die nee tegen je zegt.’

Lees verder »

Johan Swinnen, Happening – De aanslag in de Inno.

21 september 2017

Johan Swinnen, Happening – De aanslag in de Inno.

uitg.Vrijdag 2017

Met ‘Happening, de aanslag in de Inno’ heeft Johan Swinnen en indrukwekkend roman geschreven die getuigt van een periode waarin de zuiveren en de rechtgelovigen in het marxisme leninisme en de gedachte Mao Zedong elkaar in een hels opbod tot revolutionaire terreur dreven tegen het Amerikaanse imperialisme en haar lakeien in de Brusselse consumptiemaatschappij. De ‘happening’ liep uit de hand en de Inno brandde af met 323 doden.

Wie zich een idee wil vormen over hoe het er in die ‘beweging’ of stroming aan toe ging, kan te rade bij ‘Happening’ want Swinnen beschrijft bijzonder goed de sfeer, de zeden en gewoonten in die jaren zestig revolutionaire groupuscules.

Ook zijn verslag over het leven en lijden op het Vlaamse – Limburgse platteland is aangrijpend.

Maandag 22 mei 1967: een aanslag met drie brandbommen tijdens de Amerikaanse veertiendaagse in de Brusselse À l’Innovation kent 323 doden en honderden gewonden. Bij deze apocalyptische brand verliest de dertienjarige Hervé zijn beide ouders. De ramp verandert voorgoed zijn leven en verbindt zijn lot aan Delphine, een militante actievoerster uit het hart van de Brusselse Commune Ché. Ze heeft haar wortels in de studentenprotesten en woont op libertijnse wijze samen met geradicaliseerde actievoerders.
Happening is een sleutelroman die het fascinerende verhaal vertelt van een groep bezielde jongeren die uit verontwaardiging over de steun van het Westen jegens de oorlog in Vietnam en de onrechtvaardigheden van de kapitalistische samenleving tot geweld overgingen en met bommen de strijd aanbonden tegen de Belgische staat. Ze noemden hun vorm van actievoeren ‘ein großes Happening’.

‘De brand in de Innovation in de Nieuwstraat in Brussel op maandag 22 mei 1967 ontstond niet door een kapotte tl-lamp maar was een communistische aanslag, schrijft Swinnen. Op die bewuste dag gingen zijn ouders winkelen in het megalomane grootwarenhuis in Brussel. In de Innovation, nu bekend als Galeria Inno, kon je werkelijk alles krijgen: meubels, kledij, huishoudgerief, voeding … Er was ook een restaurant en een kapperszaak. Dit allemaal met de bedoeling om klanten er zo lang mogelijk te laten winkelen. Maar bij de brand werkte dit als een muizenval.

Zelf ontsnapte de toen 13-jarige Swinnen aan de brand. Hij was stout geweest en mocht niet mee op uitstap naar Brussel. ‘Soms kreeg ik er schuldgevoelens over’, vertelt Swinnen. ‘Was ik er beter bij geweest? Of had ik ze kunnen redden? Je weet dat niet. Ik hoop dat ze bovenaan het gebouw in het zelfbedieningsrestaurant zijn omgekomen, waar veel kans was op verstikking. Hopelijk waren ze bij wijzen van spreken met hun hoofd in hun kom soep gevallen, zodat ze niet bij bewustzijn in brand hebben gestaan (stilte) en aan hun drie kinderen konden denken …’

Het is een sleutelroman

‘Wie daarnaar op zoek gaat, kan heel veel vinden, vergeet niet: het is een sleutelroman. Het punt is dat de daders nooit veroordeeld zijn geweest. Als ik morgen de namen bekend maak, dan is het voor hen heel eenvoudig om mij aan te klagen voor reputatieschade – het gaat hier tenslotte over 323 doden en zovele gewonden.De passages met en over de daders zijn gedocumenteerd en deels gefingeerd. Het boek is trouwens drie weken later verschenen: na overleg met juristen hebben we namen en plaatsen veranderd.’


‘Fotograferen dient een verheven doel: verborgen waarheden onthullen en een verdwijnend verleden construeren.” Susan Sontag

16.ik probeerde me te herstellen en te genezen van het verlies van mijn ouders.Ik wilde iets zinnigs doen met mijn leven. Het engagement van de derdewereldbeweging kwam als geroepen. Ik leerde veel van de strijd van de arbeiders en mijnwerkers in het Genkse. De mijnentingen een voor een dicht en de Ford-fabriek buitte de arbeiders uit. Ik leerde na school Spaans bij broeder Nest om ontwikkelingswerk te kunnen gaan doen in Zuid Amerika. Ik wilde meehelpen de dictaturen in Spanje en Griekenland omver te gooien en me inzetten voor het behalen van onafhankelijkheid van de Portugese kolonies. Wereldsolidariteit was mijn sleutelwoord.

17. Het is een boutade om Nietzsche te citeren: ‘Wat me niet doodt, maakt me sterker’, maar ik voeg er de Joker uit ‘The dark knight’ aan toe:‘I believe anything that doesn’t kill you makes you stranger’

Lees verder »

Paolo Cognetti – De acht bergen.

11 september 2017

Paolo Cognetti – De acht bergen.

De Bezige Bij 2017

Een knappe roman over vader-zoon-moeder relatie, vriendschap voor het leven of toch niet helemaal, het land en de bergen, de liefde en het vee …

Het thema van het terugtrekken uit de steden naar het platteland en de bergen is herkenbaar zoals Silvia Avallone dat in de crisisjaren waarnam bij goed geschoolde Italiaanse jongeren. Zij  verwerkte dit in haar meesterlijke roman Marina Bellezza  

‘Het goede huis is het huis waarin je vergeet hoe het met de wereld is gesteld.’ (Bart Meuleman, De jongste zoon)

137. Het was een seizoen van terugkeer en verzoening, twee woorden waar ik bij het verstrijken van de zomer vaak aan dacht. Op een avond vertelde mijn moeder me een verhaal dat ging over haar, mijn vader en de bergen, de manier waarop ze elkaar hadden leren kennen en die waarop ze uiteindelijk waren getrouwd. Raar om daar zo laat pas over te horen, als je bedenkt dat dat het verhaal was van hoe ons gezin was ontstaan, en dus hoe ik was ontstaan. Maar toen ik jong was, was ik te jong voor dat soort verhalen, en daarna wilde ik er niet meer naar luisteren: zelfs op mijn twintigste zou ik, om maar geen familieherinneringen aan te hoeven horen, mijn vingers nog in mijn oren hebben gestopt, en ook die avond reageerde ik aanvankelijk afwijzend. Een deel van me was gehecht geraakt aan de dingen die ik niet wist.

(...)

Maar terwijl mijn moeder vertelde, begon er een ander gevoel bij me op te komen. Ik dacht: ik kén dit verhaal. En inderdaad kende ik het ook, op mijn manier. Jarenlang had ik er de fragmenten van verzameld, als iemand die de uitgescheurde bladzijden van een boek bezit en ze duizenden keren in willekeurige volgorde heeft gelezen. Ik had foto’s gezien, gesprekken gehoord. Ik had mijn ouders en hun manier van doen geobserveerd. Ik wist bij welke onderwerpen ze opeens stokten, bij welke ze ruzie kregen en welke namen uit het verleden in staat waren hen treurig te stemmen of te ontroeren. Ik bezat elk afzonderlijk deel van het verhaal, maar was er nooit in geslaagd er een geheel van te maken.

‘Ga nooit terug om je vroegere front te bezoeken’. (Ernest Hemingway 1898-1961)

239. Lang nadat ik was opgehouden mijn vaders paden na te lopen, had ik van hem geleerd dat er in sommige levens bergen bestaan waar je niet naartoe terug kunt keren. Dat je in levens als het mijne en het zijne niet terug kunt naar de berg die het middelpunt is van alle andere, en het begin van je eigen geschiedenis. En dat mensen zoals wij, die op de eerste en hoogste berg een vriend hebben verloren, niets anders rest dan over de acht bergen dwalen.

Eddy Daniels, De kwestie M – een gekaapte godsdienst

5 september 2017

Eddy Daniels, De kwestie M – een gekaapte godsdienst.

Uitg. De Blauwe Tijger 2017

Eddy A.M. Daniels publiceerde al over de teloorgang van onze democratie in het multiculturele debat, in De Open Samenleving en Haar Nieuwe Vijanden (2005). Over de kansen op een hernieuwing in de katholieke kerk in Papa Ratzi. Paus & Ketter (2006). En over genocide in de isl?m in ‘Mohammed, de joden en de dadels’ in het verzamelwerk Kritische bedenkingen bij een politieke religie (2010).

Een verbluffend boek dat ik met veel interesse heb gelezen. De auteur is erin geslaagd om zo’n besmette, vervalste, misvormde materie helder te fileren, ook voor leken. Een titanenwerk waar spijtig genoeg een uitgebreid namen en verwijzingen register ontbreekt. Misschien nog op te lossen in digitale vorm.

Eddy Daniels ontwikkelt ook een uitgebreid antwoord op hoe het er in de toekomst misschien zou kunnen aantoe gaan wanneer mohammedanen zich weer tot de kern van de oorspronkelijke islam zouden kunnen wenden. Al zal er heel veel afhangen van de moed en de wil om zich te bevrijden van de kluisters in denken en doen bij Europese moslims.

Hij gaat uitgebreid in op de pogingen tot verchristelijken van de mohammedaanse ideologie door Karen Armstrong en Hans Küng, inclusief de vervalsingen, interpretaties en verlangens die nergens op gebaseerd blijken dan op hun eigen wensdromen.

Inhoudsopgave

https://flic.kr/s/aHsm86u9hV

24. Het verhaal dat ik hier zal vertellen is er dus niet één over hoe Mohammed effectief was, maar over hoe de islámitische autoriteiten intern denken, maar niet aan hun gelovigen (en andersdenkenden) onthullen dat hij is geweest. Zodat zij — zelfs als zij dat willen — totaal geen theologische argumenten meer kunnen inzetten tegen een verschijnsel als Is/Daesh of al-Qaeda, en die via een wereldomvattende fatwá onmogelijk takfir kunnen verklaren, tot afvallige. Daarbij zal ik hun eigen bronnen laten spreken. Ik bied de lezer hier dus geen westerse visie op Mohammed aan, maar een mohammedaanse met dien verstande dat dit een visie is die het daglicht niet verdraagt en door de overgrote meerderheid der gewone moslims niet gekend is. Men zal mij beter begrijpen als ik een vergelijking maak met hoe de Hebreeuwse Bijbel gelezen werd in de katholieke kerk. Grote delen van de Bijbelse teksten zijn puur racistisch en moeten niet onderdoen voor Hitlers Mein Kampf: Het verhaal over de Landname onder Jozua, die de autochtone Kanaánieten als een sta-in-de-weg beschouwde, is kolonialistisch (6:21; 10:35). Het verhaal over het optreden van de koningen Saul en David, op bevel van Samuel (I 15:3), tegen de woestijnstam der Amalekieten is genocidaal (Saul werd gestraft omdat hij slechts de mannen had vermoord maar vrouwen en kinderen in leven gelaten). Het verhaal over de terugkeer van Judeïsche ballingen uit BabyIon onder Ezra (9:2) en Nehemia (13:3, 25b), schetst een apartheidsregime waarin het de lieden met het heilig zaad werd verboden om te huwen met vrouwen die behoorden tot de achtergebleven mensen van het land.

351. Is een verzoening tussen beide uitersten mogelijk? Volgens mij wel, maar niet met de zoete praatjes dat wij ‘meer open moeten staan’ voor elkaar. Hoe kan een dialoog ooit een dialoog worden als de ene vanuit zijn geloofsbronnen leert dat hij niet mag liegen (Mattheus 5:37), en de andere dat hij móet liegen als hij daarmee zijn godsdienst en zijn profeet helpt (taqiyyah)? En hoe kan een overeenkomst ooit een echte overeenkomst worden als de principes van Hudaybiya gelden? Zodat een verdrag voor de ene partij moreel bindend is, hoe de toestand ook moge evolueren; en voor de andere moreel ontbonden, zodra de krachtsverhoudingen zich wijzigen?

Lees verder »

« Vorige berichten