knee compression sleeve

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

David Van Reybrouck, Revolusi 

17 december 2020

David Van Reybrouck, Revolusi 

De Bezige Bij 2020

Een boeiend en uitgebreid geschiedenisverhaal over de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië, fascinerend door vele details van mensen die – als laatste getuigen – intussen overleden het allemaal nog aan de lijve ondervonden hadden of er direct bij betrokken waren. Bijzonder is ook de analyse van de machtsverhoudingen in de aanloop naar de Japanse bezetting en de ontwikkelingen tijdens de tweede wereldoorlog en erna. Ik mis evenwel de ontwikkelende krachtsverhoudingen tussen de islamitische bewegingen, de Communistische Partij van Indonesië en de nationalisten, want die verschuivingen bepalen nadien de machtswissel, de slachting van de Chinese inwoners en de PKI leden en (vermoede) sympatisanten met de sterke islamitische expansie tot zelfs het islamistisch fundamentalisme waar Indonesië nu mee kampt.   

In ‘De tolk van Java’ van Alfred Birney  wordt de rol van de islamitische fundamentalisten in de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië wel tussen de regels getekend. Ze zouden vijftien later nog grootse daden verrichten bij het uitroeien van de PKI en de Chinese bevolkingsgroepen.: The Act of Killing’ -http://filmkrant.nl/recensies/the-act-of-killing/- en The Look of Silence – http://www.janvanduppen.be/?p=3671

Ik kan me ook aansluiten bij de benadering van Walter Pauli in Knack van 2 december 2020: 

Van Reybrouck houdt het Nederlandse publiek met Revolusi een spiegel voor waarin het niet altijd aangenaam kijken zal zijn. Af en toe overdrijft hij in zijn sympathie voor het nieuwe Indonesië. De Bandungconferentie van 1955 – het begin van de latere beweging van ongebonden landen – wordt neergezet als een providentiële gebeurtenis die zowat de as van de aarde deed verschuiven. Dat is te veel eer voor een samenkomst die weliswaar een aantal historische leiders samenbracht – Gamal Abdel Nasser (Egypte) was er, Zhou Enlai (China), Jawaharlal Nehru (India), en natuurlijk de Indonesische gastheer Sukarno zelf. Maar op de grote mondiale ontwikkelingen was de langetermijninvloed van Bandung hoogst beperkt, op z’n best. Van Reybrouck ziet dat anders. Toen Sukarno in 1965 door generaal Suharto in eigen land aan de kant werd geschoven, was dat volgens hem ‘de eerste grote, door Amerika gesteunde regimewissel van de Koude Oorlog’. Nochtans waren de Amerikanen in Indonesië niet aan hun proefstuk toe. Al in 1953-1954 had president Dwight Eisenhower in Guatemala de linkse president Jacobo Arbenz Guzman laten afzetten door een militaire junta. Dat scenario herhaalde zich in 1964 in Brazilië, toen de VS een militaire coup steunde tegen president João Goulart, meteen het laatste progressieve staatshoofd in dat land tot de aantreding van Luiz Lula da Silva in 2003.

Een auteur van het kaliber van Van Reybrouck zou zich door zijn enthousiasme niet moeten laten verblinden tot het punt dat hij feitelijke fouten begint te maken. Hij heeft geen overdrijvingen nodig in dit ijzersterke en bij vlagen weergaloze betoog. Maar misschien is het eigen aan een boek dat geschreven is in tijden van wokeness: dat de nuchtere geschiedschrijving af en toe verlaten wordt voor enig gedweep en dramatisering.

https://opiniez.com/2021/01/24/david-van-reybrouck-verheerlijkt-de-revolusi/baukegeersing/?fbclid=IwAR1wrHZoT5TDItEiJ82Nfk3RIEpUy1AIY3Q7kdm9QoojJYHZWKjyuOkZJ-I


102. De volkse aanhang van Tjokroaminoto aanbad hem als een mythische verlosser. Dat had hij te danken aan zijn retorische talent, geen onbelangrijke gave in een land met een rijke orale traditie. Zijn sonore bariton droeg ver, zijn zinnen waren helder. Het volk luisterde met open mond. Dit was beter dan wajangtheater. De mensen zagen in hem de Ratu adil, de rechtvaardige koning op wie al eeuwen werd gewacht. Velen geloofden dat hij geboren was op de dag dat de Krakatau ontplofte – in werkelijkheid was hij een jaar ouder. Op sommige openluchtbijeenkomsten waren er wel twintigduizend aanwezigen ‘Om ons heen ontstond gedrang,’ noteerde een van zijn medestanders na afloop van een rede. ‘Van alle kanten werd Tjokro aangegrepen en men kuste zijn handen, zijn schouders, den rand van zijn jas. Hij kreeg het benauwd en sprong op een stoel maar nu omvatten de lieden zijn beenen en kusten zijn voeten. (...) Het is zwaar, zei hij, de leider te zijn van zoo’n fanatiek volk. Zij vereeren mij en zij zullen alles doen, wat ik hun vraag. En dat geeft mij zoo’n zware verantwoordelijkheid. Vaak denk ik erover me terug te trekken, maar ik durf niet, omdat ik niet weet wat het volk dan doen zal.’

128. Noch de politieke islam, noch het communisme, noch het nationalisme had de koloniale verhoudingen kunnen doen kantelen. De Sarekat Islam had de massa, maar nog geen duidelijk plan. De pki had een duidelijk plan, maar nog niet genoeg massa. De nationalisten hadden beide kunnen hebben, maar kregen daartoe niet de kans.

137. Vanuit zijn ballingsoord op Banda Neira zag Sjahrir steeds meer Japanse vrachtschepen, vissersboten en schoeners passeren. Hij hoorde over de vele nieuwe contacten. ‘Voor zover ik het kan nagaan, is de gehele islamitische bevolking van ons land nu pro?Japans,’ schreef hij naar zijn vrouw. ‘Men bewondert Japan, men dweept met Japan.’ De oorzaak leek hem duidelijk: ‘Het zijn juist degenen, die het meest lijden aan minderwaardigheidsgevoelens, die zo met de Japanners weglopen.’ Maar hij wist ‘dat er bedoeling en lijn’ lagen in ‘dit sympathie?winnen van de oosterse volkeren’.

173. ‘Wij waren geen partij voor de jappen. Zij hadden de modernste torpedojagers. Wij hebben ze altijd onderschat. “Die pakken we wel!” Nee, zij pakten óns. Die arrogantie van de Nederlanders heeft ons genekt. Wij weten alles beter, wij doen alles beter, maar de anderen zijn net zo goed, of zelfs beter! Onze fout is onze suprematie.’

Reacties graag naar mailadres.