knee compression sleeve

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Archief

Wolfram Eilenberger, Het vuur van de vrijheid

25 september 2022


De nieuwe wereld van Hannah Arendt, Simone de Beauvoir, Ayn Rand en Simone Weil



Uitg. De Bezige Bij 2022



https://www.tzum.info/2022/07/recensie-wolfram-eilenberger-het-vuur-van-de-vrijheid/





42. Als je er goed over nadacht, was dat een manier om te verhelderen hoe het überhaupt tot die hele heksenketel gekomen was. De oorsprong was het waanidee van een enkeling dat hij naar zijn eigen wil de hele wereld een nieuw gezicht kon geven, haar letterlijk nieuw kon scheppen: in één keer. Het was de waan van een wereld die voortaan nog maar door één enkel gezicht bepaald werd. Een wereld dus die voor de onophoudelijke nieuwe schepping ervan geen andere mens, geen concrete weerstand meer nodig had: de politieke nachtmerrie van een totale heerschappij.



Maar als iets een nachtmerrie was, zoveel bleef zelfs in deze duistere tijd waar, betekende het ook dat je eruit kon ontwaken. Je moest alleen de moed in jezelf vinden om de ogen te openen – open te houden – om met een wakkere geest de afgronden van het eigen heden waar te nemen. De waarheid te zeggen, ook al is die aanstootgevend. Om zo aan te tonen uit welke diepte ze in de wereld gekomen is. Dus niet ten prooi vallen aan het verleden, noch aan de toekomst. Noch het eigen oordeel, noch dat van anderen blind volgen. De moed vinden je te bedienen van je eigen verstand. Je in je denken vrij te oriënteren.



Juist nu, op dit moment – Arendt verzamelde nieuwe krachten –, zou het er weleens op aan kunnen komen ‘geheel en al aanwezig te zijn’. Of met andere woorden: te filosoferen.


Lees verder »

Archief

Wolfram Eilenberger, Het tijdperk van de tovenaars. 

2 september 2022


 Het grote decennium van de filosofie, 1919-1929



uitg. De Bezige Bij 2018








68. Je kunt de specifieke uitdaging waarmee jonge filosoferende mensen zich in 1919 geconfronteerd zien, ook als volgt samenvatten: het is zaak een levensconcept voor zichzelf en de eigen generatie te ontwikkelen dat niet afhankelijk is van het determinerende ‘onderstel’ [Gestell] van ‘lot en karakter’. Concreet biografisch betekent dat: proberen je te ontdoen van de belangrijke structuren (familie, religie, natie, kapitalisme). En in de tweede plaats een bestaansmodel te vinden dat het mogelijk maakt de heftige oorlogservaring te verwerken en de intensiteit ervan te vertalen naar het denken en het alledaagse erzijn.



Benjamin wil de vernieuwing voltrekken met de romantische middelen van de alles dynamiserende kritiek. Wittgenstein wil de volledige mystieke kalmering en verzoening met de wereld, die hij op de momenten van uiterste doodsangst ervoer, als het ware duurzaam maken in het dagelijkse leven. De taak waarvoor Heidegger zich in zijn ik-situatie van het jaar 1919 gesteld ziet, zou je ook zo kunnen beschrijven: tegen de achtergrond van zijn al aanwezige zelfbeeld als ‘wilde denker’ zoekt Heidegger een mogelijkheid om de intensiteit van zijn oorlogservaring – die voor hem fundamentele gelijkenis vertoont met de intensiteit van het denken – te verzoenen met de eis alledaagsheid na te streven. Enerzijds dus een leven in de storm van het denken, anderzijds een verzoening met het alledaagse. 



98. De ‘boven de tijd uitgaande opdracht’ waarvan Heidegger in de roesachtige dagen van begin september 1919 al de contouren ziet – de kunst van het ‘principiële nieuwe zien’ en het binnendringen van heel nieuwe ‘probleemhorizonten’ – is niets anders dan de bevrijding van zijn land, zijn cultuur, zelfs de hele traditie bevrijden uit de boosaardige moderne betovering door de subjectfilosofie en de kennistheorie, uit haar zuiver wiskundige rationaliteit en haar fixatie op de natuurwetenschappen. Hij ziet zijn westerse medemensen, in hun totaliteit, gevangen in een fundamenteel valse benadering van de werkelijkheid en een vals zelfbeeld. De blik op de werkelijkheid is vervalst door een kritiekloze overname van verkeerde abstracties. Ze kunnen zichzelf, de wereld en elkaar daarom alleen nog maar waarnemen als hoogst wazig, als door melkglas.



Maar niet alleen dat die toenemende vertroebeling van de blik door niemand meer wordt opgemerkt. Nee, die blik op de werkelijkheid is in de loop van de eeuwen zo diep in ons culturele zelfbesef doorgedrongen dat hij intussen zelfs wordt opgevat als hoogste en enige ware vorm van kennis over de wereld, in retrospectief zelfs als de eigenlijke doorbraak naar het licht van de Verlichting. Een nachtmerrie die werkelijkheid geworden is!


Lees verder »

Archief

Mattias Desmet, De psychologie van het totalitarisme.  

23 augustus 2022


Mattias Desmet, De psychologie van het totalitarisme. 



Uitg. Pelckmans 2022







118. De rationalistische benadering van het leven leidde zo tot een onvermogen om angst en onzekerheid op een vruchtbare manier te hanteren – narcisme en regeldrang intensifieerden het probleem waarvoor ze een oplossing leken te zijn. Uiteindelijk resulteert dat in een psychologisch uitgeputte bevolking die hunkert naar een absolute meester. Ze zoekt die meester, conform het dominante mens- en wereldbeeld, in de mechanistische ideologie, dat wil zeggen, de ideologie die het probleem veroorzaakt heeft. Die ideologie die ook met haar ontzagwekkende manipulaties van de materie de geesten verleidt en die met cijfers en statistieken de feiten aan haar kant lijkt te hebben. Het is die toestand van de bevolking – angstig, sociaal geatomiseerd en smachtend naar richting en autoriteit – die de perfecte voedingsbodem is voor het oprijzen van een specifieke sociale groep die zich doorheen de traditie van de verlichting steeds krachtiger manifesteerde en die de psychologisch-maatschappelijke basis is van de totalitaire staat: de massa.


Lees verder »

Archief

Peter Venmans, Gastvrijheid Filosofisch essay 

31 juli 2022


Uitg. Atlas contact 2022





Alweer een heldere, grondige benadering van belangrijke vragen over menselijke relaties.



170. ‘Ik kon u dus geen ‘xenosofie’  aanbieden, geen  definitieve wijsheid  in het omgaan met onbekenden, geen eenduidig antwoord  op de vraag  hoe  je  betekenisvolle relaties kunt  aangaan met de ander die op  je  weg komt. Wat mij echter onderweg wel steeds duidelijker geworden  is,  is dat we ons  voortdurend in  gastvrijheidsrelaties bevinden,  zelfs wanneer we  dat niet in  de gaten hebben.  Voortdurend  komen we op elkaars terrein, overschrijden we  drempels, bezetten we  een plaats die ook van  anderen is. Daarom moeten  we, of we dat nu graag  willen of niet, steeds  weer  de  rollen  van  gastheer en gast op ons nemen,  met  alle plichten en verantwoordelijkheden  die daarbij horen.



Dit te beseffen en ernaar te handelen  is geen xenosofie maar een vorm van amor mundi. Deze liefde  voor de wereld strekt zich overigens  niet alleen  uit over onze  relaties met andere mensen  maar  ook over  onze verhouding tot de niet-menselijke omgeving.  Zijn  wij immers  ook op aarde niet slechts als  tijdelijke gasten?  Te  gast in een wereld die  ons  zal  overleven?  Noopt  dit ons  niet tot een zekere nederigheid en zelfs dankbaarheid?  En moeten wij op onze beurt  niet als goede gastheren en  gastvrouwen zorg dragen voor alles wat in onze omgeving komt?







20. ‘De beste  definitie van de xenos is een  situationele of  positionele: hij is diegene  die zich  ongewapend op de drempel bevindt en die vraagt om binnengelaten te worden. Hij  hoeft daarbij  geen woord  te zeggen, want zijn plaats op  de  drempel drukt al een vraag uit. De gast  toont zich, afwachtend, in een  kwetsbare positie. Het  bevrijdende woord xeine, bij Homeros,  in de vocatief,  de  Griekse aanspreekvorm, komt  van de gastheer.  Xeine is een  magische formule, of  wat  men in de linguïstiek een performatieve taaldaad noemt: door  iets te zeggen doe  je  ook iets,  louter door iets  uit  te spreken  verandert er iets in de werkelijkheid.  Wie xeine zegt, maakt  de  ander  daarmee effectief  tot  gast. Zeggen dat je gastvrij zult zijn, is ook al gastvrijheid. De  belofte van de gastheer dat hij een  gastheer zal zijn maakt de gast  tot  gast.



30. ‘Door een spel van vragen en antwoorden te initiëren,  probeerde Socrates zo dicht  mogelijk  bij  de waarheid te komen (de platoonse interpretatie)  of minstens onze vooroordelen ter  discussie te stellen (de  sceptische  interpretatie).  Socratische gesprekken vonden plaats  op het stadsplein of tijdens de wandeling, maar ook tijdens feestmaaltijden  – symposia  – waar zowel bekenden als vreemde  gasten aan deelnamen. In  verschillende  dialogen, waaronder  De sofist en De  staatsman, komt overigens een niet nader  genoemde ‘Xenos’ voor als gesprekspartner. Vaak heeft  men gezegd dat het filosofische  gesprek een gesprek onder vrienden  is, die dezelfde  passie voor uitwisseling van  gedachten delen. Anderzijds kan het juist heel  nuttig zijn dat  er  een vreemdeling aanwezig is,  die  als buitenstaander onverwachte vragen kan stellen  die een gevestigde manier van denken  ter discussie stelt en op  die manier de verwondering, bron van alle  filosofie, kan  stimuleren.’



55. ‘Gastvrijheid is nooit een idyllische  relatie  tussen  twee partijen waarin  altijd alleen maar hartelijkheid heerst; het  is een verstrengeling van allerlei  motieven bij  beide partijen, zowel altruïstische als  egoïstische, mooie en lelijke, positieve en negatieve. Gastvrijheid  is net als elk ander menselijk fenomeen  in wezen  ambivalent, in staat om zowel  het goede als het slechte voort te brengen.’



153. ‘Voor  Arendt komt het er echter op aan om, als het ons samenleven  met  grotere groepen betreft, niet langer op  een ethische  maar wel  op een politieke manier te denken. Dat is een van  de moeilijkste  dingen  om te doen, omdat  wij nu eenmaal spontaan geneigd zijn om  vanuit  onszelf en niet vanuit de  wereld te redeneren. Politiek denken veronderstelt dat  men de  obsessie met het eigen  schone  geweten laat varen  en dat men bereid  is om  een bovenpersoonlijk standpunt in  te nemen,  of  in elk geval om zich  te  verzoenen met standpunten  die niet met het  eigen geweten overeenkomen. 



Dit  is overigens  waarom  morele idealisten snel teleurgesteld zijn in de politiek, waar het immers niet gaat om het  bewaren van een  zuivere ziel  maar om het nemen  van  verantwoordelijkheid  voor de wereld – met vuile handen als onvermijdelijk  gevolg.  Voor de  morele idealist, ook  wel smalend Gutmensch of  ‘schone ziel’  genoemd, is gastvrijheid per  definitie goed. Wie politiek oordeelt, heeft echter niet het comfort om in  duidelijke  categorieën van goed en  kwaad te denken.



Politiek gaat over de  pluraliteit  en  pluraliteit houdt  in dat  wij  met velen, inmiddels  zelfs zeer velen, volgens sommigen  zelfs te  velen,  dezelfde  ruimte  delen. ‘Die  ruimte  is opgedeeld volgens staatkundige grenzen  die politieke gemeenschappen van  elkaar  scheiden en heeft als  ultieme begrenzing  de  aardbol. Politieke  gastvrijheid gaat over  de  vraag hoe we  het menselijke verkeer in die ruimte organiseren,  wat we  doen  met kwesties  als  toerisme en  migratie binnen een internationale orde.  Welke buitenlanders verlenen we  onze gastvrijheid en welke niet en wat is ons criterium?’



166. ‘Als eeuwige gast, als iemand die  nooit tot (politiek) handelen komt,  is  zij wat  Hannah Arendt een  ‘paria’ noemt:  iemand met het  privilege van een  privéleven maar tegelijk een wereldloze.  Iemand die  zich wel ergens  bevindt, maar toch zijn plek niet kent, geen  thuis heeft waar  hij of zij in alle gastvrijheid  anderen kan  ontvangen.’


Archief

Borgen 4 Power & Glory

13 juli 2022


Boeiend met een open einde op EU niveau…
Knap uitgewerkt hoe politici zich gretig in een tunnelvisie werken en slechts weinigen de moed hebben om zichzelf eruit te werken: afstand houden en blijven bewegen.



Zoals houtvesters in een televisie ‘interludium’ op de oude BRT hun enorme stammen over rivieren naar de zagerijen aan de kust loodsten, kunnen we in de (virtuele) publieke ruimte niet stilstaan of we glijden tussen rollende stammen in het kolkende water. Dat geldt zeker voor wie met macht omgaat.
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2022/04/15/borgen-seizoen-vier/




Archief

Joachim Pohlmann, Weesland 

27 juni 2022


Joachim Pohlmann, Weesland



Uitg. Borgerhoff & Lamberigts 2022



https://www.langzullenwelezen.be/nieuws/joachim-pohlmann-over-zijn-roman-weesland



Een beklijvend gecomponeerd verhaal met interessante beschouwingen van en voor oude mensen, zo noodzakelijk voor jongeren in wankele tijden van virale pestilentie en politieke onzekerheden. 



13. Ouder worden heeft ook voordelen: het vlakt herinneringen uit. Ze zijn er nog, maar ze verliezen hun  intensiteit.



25. Een mens moet een doel hebben. Een onbepaald leven is een weggesmeten leven. Nestelen in aangenaamheid maakt het lichaam week en papperig en de geest afgevlakt en ongeïnspireerd. Versterven kweekt ambitie, bederven kweekt gemakzucht. Al besef ik dat weinig mensen er nog zo over denken. De wereld met zijn strikte maar duidelijke moraal die het leven eenvoudig maakte en die in mijn jeugdige ogen eeuwig leek, is verdwenen.



36. Een leider maakt zichzelf. Zoals een beeldhouwer met hard labeur een vorm wringt uit marmer , zo beitel je uit jaren van bittere nederlagen, vernederende tegenslagen, hard bevochten overwinningen en onverwachte successen het leiderschap. Een leider leert te lachen wanneer de tranen over zijn wangen lopen, weet zijn vreugde te bedekken met medeleven als zijn tegenstander het onderspit delft en laat bij dreigend onheil zien dat hij niet alleen een fatsoenlijk mens is, maar ook de kracht bezit om terug te slaan. Wat de massa ziet, is wie de leider gecreëerd heeft. Zij zien wie ze willen zien, niet wie hij is.



39. De werkelijke basis van macht is angst. Om zich te verlossen van angst is een burger bereid zijn vrijheid af te staan in ruil voor lijfsbehoud. Hoe groter de angst, hoe meer vrijheid die burger bereid is af te staan, tot hij uiteindelijk niet meer is dan een lijfeigene van een potentaat.



67. In het legioen heb ik geleerd hoe te sterven. Als je niet wil sterven als een lafaard, zal je moeten leven als een held. Al zijn begrippen als lafheid en moed zinledig geworden in deze tijd. Het is enkel door beproeving dat ze betekenis krijgen. Europeanen weten niet meer wat ellende en ontbering met een mens doen. Zij kennen de kwellende noodzaak tot lafheid niet meer, nog de verdrukkende plicht tot moed. Jij hebt ze gezien; de helden en de lafaards voor jou konden ze zich niet verbergen, en jij weet dat het meestal niets meer is dan louter toeval dat de één van de ander onderscheidt.



81.Het enige wat ik had, waren mijn herinneringen. Niets is leugenachtiger dan je eigen, door tijd en wenselijkheid gecorrumpeerde herinneringen. Maar in mijn gedachten is dit de bibliotheek zoals die er uit gezien moet hebben. En dat is nu mijn werkelijkheid.



82. Het zwijgen van Thomas More was een daad van moed die hem op het schavot bracht.  Lafheid kent eveneens vele gedaanten. Een daarvan is politiek.



101. Een mens kan zich enkel rekenschap geven van wat hij heeft gedaan en deemoedig zijn over wat hij had moeten doen. Ik heb veel om deemoedig over te zijn.



138. Ik kan alleen bogen op mijn ervaring en deze heeft mij geleerd dat een burger die uit angst zijn vrijheid afstaat misschien wel zijn vel redt, maar zelden zijn vrijheid terug ziet. Vrijheid is ons niet door de natuur gegeven, ze wordt veroverd en weer verloren.”


Archief

Claudio Magris, Gekromde tijd in Krems

23 juni 2022


Uitg. De Bezige Bij 2020



http://mappalibri.be/?navigatieid=61&recensieid=8951



9. Een aanvalsplan, dat wist hij goed sinds hij zijn eerste bedrijf had geleid, was bijna altijd een aftochtstrategie, offensief opereren om te zorgen voor een bredere marge van defensieve mogelijkheden. Overigens was de hele ouderdom een kwestie van oprukken om terug te trekken: je begaf je op onbekend terrein om je te onttrekken aan de werkelijkheid die je van alle kanten belaagde, venijnig en opdringerig.


Archief

Jeroen Theunissen,  Ik = cartograaf

15 juni 2022


uitgeverij De Bezige bij 2022



87. Plots vond ik één wilg die mij meer dan alle andere fascineerde, of eerder nog dan de wilg was het de manier waarop die wilg een voedingsbodem geworden was voor andere planten. Een kromgegroeid, hol exemplaar met een grote, vochtige kop was het, waarop een kleine, beloftevolle eik groeide, zijn prille wortels stevig in het rotte hout van de knot. Het optimistische eikje, dat zijn jeugd beleefde op zo’n twee meter van de bodem, op dat tot humus herleide wilgenhout, was zelf ook al bijna anderhalve meter groot, en vocht fier maar hopeloos tegen de buigzame, sneller groeiende wilgenscheuten. Te verwachten viel dat de boer of gemeentearbeider of natuurbehouder het leven van deze eik wanneer de wilg geknot werd voorgoed zou vernietigen, terwijl die gladde, zweepachtige wilgenscheuten er na enkele maanden al gewoon opnieuw zouden staan. Een daad van genade. Ook als de wilg niet geknot werd, had deze jonge eik, hoewel hij potentieel het duizendjarige leven in zich droeg, door de plaats waar hij ontstaan was geen enkele echte overlevingskans. Een tragisch beeld. De volgens velen mooiste en stevigste, meest mythische boom, in duizenden verhalen en legenden bezongen en verheerlijkt, reikte hier ijverig naar de zon en het licht, met monomaan geloof, maar zou niet overleven omdat het thuis waar hij was gaan kiemen zijn mateloze groeidrang onmogelijk kon dragen.



262. De steden overleven volkeren waaraan ze hun bestaan danken en talen waarin hun bouwmeesters zich verstaanbaar hebben gemaakt. Joseph Roth


Archief

Bert de Munck , Leven en laten leven

15 juni 2022


Een bijzonder wijs en historisch onderbouwd onderzoek naar het verloop van de Covid19 pandemie en hysterie. Zeer de moeite voor wie geïnteresseerd is in een wetenschappelijke benadering van ziekte en gezondheid.



17. ‘Het zijn verlichte idealen die ervoor zorgen dat we het virus zijn gaan bestrijden en dat we daarvoor rede, wetenschap en technologie zijn gaan mobiliseren. Op een paradoxale manier onderwerpen we ons daarmee echter ook aan een ontmenselijkend systeem dat bepaalt wie we mogen zien en wanneer, hoe dicht we bij elkaar mogen komen, en of we elkaar mogen knuffelen of niet. De vraag waarom we dit doen, is de motor van mijn verhaal. De dieperliggende oorzaak moet mijns inziens worden gezocht in ons grote geloof in Vooruitgang en Wetenschap. Het is de derde manier waarop dit boek naar een historische meerwaarde zoekt, en meer nog dan de tweede vraagt ze om een langetermijnperspectief. Helemaal in de geest van Sewell ga ik ervan uit dat er in elk historisch moment verschillende ‘temporaliteiten’ aan het werk zijn, dat wil zeggen: mechanismen die op verschillende historische ‘lagen’ teruggaan. Een van de meest diepgewortelde overtuigingen van de westerse mens is dat het steeds beter kan, of zoals een bekend motto het uitdrukt: stilstaan is achteruitgaan. Sinds de ontwikkeling van het moderne economische denken in de tweede helft van de achttiende en vooral de negentiende eeuw is groei het toverwoord. Steeds meer en ‘daardoor steeds beter. Tijdens de coronacrisis heeft dat zich vertaald in het idee dat een snel muterend virus dat zelfs in huisdieren en wilde dieren aanwezig is, kon worden overwonnen en dat we de oudste en meest kwetsbare mensen ertegen zouden kunnen beschermen.’


Lees verder »

Archief

Het laatste feest ten afscheid 30 april 2022

23 mei 2022




Vroeger, toen wij nog jong waren, vroegen we ons wel eens af hoe ouden met wanhoop konden leven. De beide generaties die voor ons kwamen, wisten meer van gruwel dan ons draaglijk leek. Sommigen koesterden hun zwijgen of klampten zich vast aan rituelen, anderen bezworen hun angst met het herhalen van verhalen over hoe de oorlog was verdwenen. Telkenmale zouden wij wenen, zoals Leo Vroman in ’Vrede’ voorspelde.



Ouder worden is afscheid nemen, je keuzemogelijkheden verkleinen.



Je kan je te weer stellen tegen de grote krimp. Of je kan accepteren dat je vermeende kracht en wankele wijsheid ideële brandstof waren voor je eigen drive.



De wanhoop die je vermoedde bij de ouden uit je eigen jeugd wordt draaglijk door schoonheid die glanst door meer afstand in tijd.



Ouderen zijn bewaarders van verhalen die kunnen helpen om de wereld en het leven van mensen anders te bekijken. Ze maken de schoonheid van de scherven, die onvolmaakte spiegeling, lichter om dragen. 



In die spiegel schemer je zelf nog tussen de schaduwen van wie je voorgingen.



Niets is immers wat het lijkt en alles kan altijd anders…



Daarom:



Laten wij zacht zijn voor elkander, kind -



want o, de maatloze verlatenheden,



die over onze moegezworven leden



onder de sterren waaie’ in de oude wind.



O, laten wij maar zacht zijn, en maar niet



het trotse hoge woord van liefde spreken,



want hoeveel harten moesten daarom breken



onder den wind in hulpeloos verdriet.



Wij zijn maar als de blaren in den wind



ritselend langs de zoom van oude wouden,



en alles is onzeker, en hoe zouden



wij weten wat alleen de wind weet, kind –



En laten wij omdat wij eenzaam zijn



nu onze hoofden bij elkander neigen,



en wijl wij same’ in ‘t oude waaien zwijgen



binnen één laatste droom gemeenzaam zijn.



Veel liefde ging verloren in de wind,



en wat de wind wil zullen wij nooit weten;



en daarom – voor we elkander weer vergeten –



laten wij zacht zijn voor elkander, kind.



Adriaan Roland Holst, Zwerversliefde, ‘Voorbij de wegen’, 1920. 



Jan Van Duppen, Merksplas 30 april 2022



Blowin’ in the Wind (Live at Nippon Budokan Hall, Tokyo, Japan – February/March 1978)https://www.youtube.com/watch?v=zKJPriWksww


Archief

Anne Applebaum Rode hongersnood: Stalins oorlog tegen Oekraine 1932-1933  Uitgeverij Ambo Anthos 2018

4 mei 2022



een zeer goed gedocumenteerde analyse van de gruwelen van het socialisme-in-één-land en de gevolgen tot vandaag.



393. ‘De massamoord op volken en naties die  de opmars van de Sovjet-Unie in Europa  getypeerd  heeft, is geen nieuw kenmerk van  hun expansiepolitiek  […] Het is juist een reeds  lang  bestaande karakteristiek van  de  interne politiek in het  Kremlin  – waarvoor de huidige  leiders ruimschoots  precedenten vonden in de  verrichtingen  van tsaristisch  Rusland.  Het  is zelfs een onmisbare stap  in  het  ‘unie’-proces  dat, naar de Sovjetleiders hartstochtelijk hopen, de ‘Sovjetmens’,  de  ‘Sovjetnatie’ zal voortbrengen, en om dat  doel, die verenigde natie, te bereiken zullen  de leiders in het Kremlin met plezier de  oude  naties  en de  culturen in Oost-Europa vernietigen.



–  Raphael Lemkin, ‘Soviet Genocide in the Ukraine’, 1953



406. ‘Als Oekraïne het Sovjetsysteem en de Sovjetideologie afwees,  kon die  afwijzing twijfel zaaien over  het  hele Sovjetproject. Dat is precies  wat het  in 1991 deed.



De huidige Russische leiding kent deze geschiedenis maar  al te  goed.  Net  als in 1932, toen Stalin tegen  Kaganovitsj  zei dat het ‘verlies’ van Oekraïne zijn  grootste zorg was, gelooft ook  de  huidige Russische regering  dat  een soeverein,  democratisch,  stabiel Oekraïne, door culturele banden en handelsbanden verbonden met de  rest  van  Europa, een bedreiging vormt voor  de belangen  van  de leiders van Rusland. Als Oekraïne te Europees wordt – als het iets  wat lijkt op  succesvolle integratie met het  Westen weet te bereiken  –  zouden Russen zich per slot van rekening kunnen gaan afvragen: waarom  wij niet ook? De Oekraïense straatrevolutie  van 2014 was de grootste nachtmerrie van de Russische leiding: jonge mensen die gerechtigheid eisten, corruptie hekelden  en met Europese  vlaggen zwaaiden.  Zo’n beweging zou besmettelijk  kunnen zijn, en haar moest dus  met alle mogelijke middelen een halt worden toegeroepen. De  Russische regering gebruikt tegenwoordig desinformatie, corruptie en militair geweld om de Oekraïense soevereiniteit te ondermijnen,  net zoals Sovjetregeringen in het verleden deden. Net  als in  1932  blijft het niet-aflatende  gepraat  over ‘oorlog’ en  ‘vijanden’ ook nuttig  voor Russische leiders die een stagnerende  levensstandaard  niet kunnen verklaren  of hun eigen  privileges, rijkdom en  macht niet kunnen rechtvaardigen.



De  geschiedenis  toont hoop en tragedies. Oekraïne werd uiteindelijk niet vernietigd. De Oekraïense taal verdween niet. Het verlangen  naar onafhankelijkheid verdween  evenmin – noch het verlangen naar democratie, of naar  een  rechtvaardiger  samenleving of naar een Oekraïense staat  die de  Oekraïners echt vertegenwoordigde. Zodra het mogelijk werd  uitten  de Oekraïners deze verlangens.  Toen ze  in 1991 de  kans kregen,  stemde een  overgrote  meerderheid  voor onafhankelijkheid. Oekraïne stierf niet, zoals ook het nationale volkslied verkondigt.



Uiteindelijk faalde  Stalin ook. Een generatie Oekraïense intellectuelen  en politici  werd in de jaren dertig  vermoord, maar hun erfenis leefde  voort.  Het nationale verlangen, net  als in het verleden gekoppeld aan  het verlangen naar  vrijheid, werd in de  jaren zestig nieuw  leven ingeblazen; het leefde ondergronds voort in de jaren zeventig en  tachtig;  in de jaren negentig kwam het weer  bovengronds. In  het eerste  decennium van de eenentwintigste eeuw verscheen een nieuwe  generatie  Oekraïense  intellectuelen en  activisten op het toneel.’


Archief

Joseph Roth, Joden op drift

1 april 2022


Joseph Roth, Joden op drift.
uitg Bas Lubberhuizen 2016



‘Het fanatieke atheïsme van de sovjets had op hem een omgekeerd effect: hij begon weer na te denken over zijn eigen religieuze overtuiging, die steeds meer neigde naar het katholicisme. Hij zocht zijn heil meer en meer in de ‘achterwaartse utopie’, in het streven naar een ideale wereld die vooral in het verleden lag. En bovenal wist hij na die reis beter dan ooit wie hij was: een joodse waarnemer, denker en schrijver uit het oosten, verdwaald in het chaotische westerse stadsleven.’



Geert Mak



‘De sfeer van chaos en ondergang bepaalde minstens zo sterk het leven van Roth zelf. Hij hoorde in alle opzichten bij de generatie die volwassen was geworden tussen de loopgraven en de granaattrechters van de Eerste Wereldoorlog. ‘We mogen behoren tot verder verschillende werelden, verschillende partijen, verschillende beroepen,’ schreef hij ooit. Maar ‘we kennen elkaar. De oorlog heeft ons doordrenkt.’



21. ‘Zij die emigreren, zijn dus mensen die de kleine en onophoudelijke conflicten beu zijn en die weten, denken of alleen maar vermoeden dat het Westen zich met heel andere problemen bezighoudt, dat de nationale conflicten in het Westen een rumoerige echo uit het verleden zijn, niet meer dan gepruttel in het heden; dat in het Westen een Europese gedachte geboren is die binnen afzienbare tijd en niet zonder slag of stoot tot een wereldgedachte zal uitgroeien. Deze joden geven er de voorkeur aan te leven in landen waar de rassenproblematiek en de nationaliteitenkwesties alleen nog kunnen rekenen op de belangstelling van de schreeuwers en zelfs de hooggeplaatsten onder de bevolking die niet vooruitstrevend zijn en zwemen naar bloed, domheid en verderf, in landen waar ondanks alles enkele progressieve geesten al naar oplossingen zoeken voor de grote vraagstukken van de toekomst.



(Deze emigranten komen voor alle duidelijkheid uit de Russische grenslanden, niet uit Rusland).’



39. ‘Er zijn niet langer grenzen die bescherming bieden tegen vermenging. Daarom draagt elke jood grenzen rondom zichzelf. Het zou jammer zijn die op te geven. Want al is de nood nog zo hoog, er wacht de joden een heerlijke toekomst. De ogenschijnlijke lafheid van de jood die niet reageert op het stenen gooien van de spelende jongen en die de beledigingen niet wil horen, is in werkelijkheid de trots van een man die weet dat hij ooit zal overwinnen, dat hem niets kan gebeuren als God dat niet wil en dat zijn afweer hem nooit zo wonderbaarlijk goed beschermt als de wil van God dat doet. Heeft hij zich niet al met veel plezier laten verbranden? Wat kan een kiezel of het speeksel van een dolle hond hem maken? De verachting van de Oost-Europese jood voor de ongelovige is duizendmaal sterker dan de verachting die hem zou kunnen treffen. ‘



43. ‘Wie zoveel heeft meegemaakt als de rabbi, hoeft aan niets meer te twijfelen. Het stadium van de kennis heeft hij al achter zich gelaten. De cirkel is rond. De mens vindt zijn geloof terug. De hoogmoedige wetenschap van de chirurg heeft de dood van de patiënt tot gevolg en de onbetekenende wijsheid van de fysicus de fout van zijn leerling. Men gelooft niet langer iemand die veel weet. Men gelooft iemand die gelooft.’




Archief

Joseph Roth, De honderd dagen. 

1 april 2022


Joseph Roth, De honderd dagen.



uitg Veen Klassiek 2021



11. ‘Overal op aarde kende men de naam van de keizer – maar weinigen wisten wie hij was. Want als een ware koning was ook hij eenzaam. Hij werd geliefd en gehaat, gevreesd en geacht en zelden doorgrond. Men kon hem alleen haten, liefhebben, vrezen, aanbidden, alsof hij een god was. En hij was een mens.



Zelf haatte, beminde, vreesde en vereerde hij. Hij was sterk en zwak, vermetel en moedeloos, trouw en verraderlijk, hartstochtelijk en onverschillig, hoogmoedig en bescheiden, trots en nederig, gewelddadig en armzalig, trouwhartig en wantrouwig.’



15. ‘Het lied adelde de overwinning en bedekte ook de verloren veldslagen nog met een glans. Het behelsde de triomf en ook zijn broer, de dood. Het behelsde de wanhoop en het optimisme. Eenieder die de Marseillaise neuriet, wordt de machtige kameraad en vriend van de velen wier lied het is. En wie het samen met veel anderen aanheft, voelt zijn eeuwige eenzaamheid, ook al is hij te midden van velen. Want de Marseillaise verkondigt de triomf en de ondergang, de verbondenheid met de wereld en de verlatenheid van ieder individu, de bedrieglijke macht en de zekere onmacht van de mens, het is het zingende leven en de zingende dood. Het is het lied van het volk van Frankrijk.’


Archief

Julian Barnes, De man in de rode mantel.

1 april 2022


Julian Barnes, De man in de rode mantel .
uitg. Atlas Contact 2021





123. ’ Een dandy heeft de ogen van anderen nodig, zoals een groot spreker de oren van anderen nodig heeft.’



202. ’ ‘Ik weet zeker dat voor velen de benaming geneesheer en zelfs gynaecoloog inmiddels synoniem is aan chirurg.’ Een operatie moet een allerlaatste, onvermijdelijke behandeling zijn, in plaats van een automatisme om een acuut probleem te lijf te gaan. ‘Want er is ook nog de kwestie van het geweten voor ieder van ons die over leven en dood van een ander mens beschikt – geweten moet het eerste kenmerk zijn van een arts, vooral van een arts die een mes hanteert.’



300. ‘Het is een vreemd gevoel – meer vreemd ook dan pijnlijk – om plotseling tot het besef te komen, bruusk en zonder enige waarschuwing, haast zonder dat je het hebt zien aankomen, dat je leven voorbij is. Je bent er nog wel, al dan niet in staat van verval, en je houdt nog vol, je vermogens zijn nog intact, maar je past niet meer bij de waan van de dag; je bent in onbruik geraakt, vervreemd van de eigentijdse beschaving waar je ooit leidend in was, maar die je in haar huidige uitingen niet meer schokt of verwondt omdat ze leeg en futiel lijkt. Een ondoordringbare barrière scheidt je nu van artistieke concepten zoals die van Picasso, de Tsjecho-Slowaakse estheten of de Art nègre, en dat is geen prettige manier om je modieus te voelen.’ 



324. ‘De Engelsen (meer dan de Britten) hebben zich er te vaak zelfgenoegzaam op laten voorstaan eilandbewoners te zijn, niet benieuwd te zijn naar ‘de ander’, de voorkeur te geven aan de gemakzuchtige grap en de loze laster. Zo vergeleek de zittende minister van Buitenlandse Zaken tijdens het congres van de Conservatieve Partij in 2018 de Europese Unie onomwonden met de Sovjet-Unie. De Baltische staten waren er, zoals ook andere landen die tientallen jaren onder het Sovjet-juk hadden gezucht, niet van onder de indruk. Anderzijds had de vorige minister van Buitenlandse Zaken, tijdens de Brexit-campagne, de ambities van de EU voor Europa nog met die van Hitler vergeleken. Ook hier is deze uitspraak van Barbey d’Aurevilly van toepassing: ‘Engeland, het slachtoffer van zijn eigen geschiedenis, is na een stap naar de toekomst te hebben gezet, thans weer in zijn verleden weggekropen.’



‘Er zijn vele redenen om verbijsterd te zijn over de huidige Engelse (niet Britse – Engelse) houding ten aanzien van Europa. Ik ben de zoon van taaldocenten, die beiden zeer verdrietig zouden zijn geweest over de teloorgang die het leren van en lesgeven in moderne vreemde talen in de periode na hun dood heeft beleefd. ‘Ach, ze spreken allemaal Engels tegenwoordig,’ is een vaak gehoorde dooddoener. Maar zoals elke taaldocent of -student weet, staat het begrijpen van een vreemde taal gelijk aan het begrijpen van degene die haar spreekt, en bovendien van de manier waarop ze jouw land zien en begrijpen. Het prikkelt de verbeelding. Dus begrijpen we anderen nu minder goed, terwijl zij ons steeds beter blijven begrijpen. Weer zo’n ellendig stukje zelfgekozen isolement.’


Archief

Jan Aertsen, ’t Is ook maar doodgaan

23 februari 2022


‘Toen ik terug naar huis stapte, nadat de noodzaak om dit verhaal te vertellen zich met onweerstaanbare kracht aan mij had opgedrongen, zag ik ineens mijn schaduw voor mij. Hij is sinds die tijd niet meer van mij geweken, deze schaduw, hij hing bij dag en bij nacht over al mijn gedachten, misschien ligt zijn donkere vorm ook wel op veel bladzijden van dit boek. Maar geen enkele schaduw heeft levenskans als er niet tegelijk voldoende licht is. Alleen wie licht en donker, vrede en oorlog, welstand en gebrek, hoogtes en dieptes heeft meegemaakt, alleen die heeft waarachtig geleefd.’



Een interessante familiegeschiedenis uit de Noorderkempen.







https://m.gva.be/cnt/dmf20220117_96072965



https://www.janaertsen.be


Archief

Koen Peeters, De minzamen.

23 februari 2022


Uitg De Bezige Bij 2021



175. In deze periode schrijft hij in een wetenschappelijk artikel over de dood bij de Yaka. Hij heeft in Kwango verschillende mensen zien sterven. Hij observeerde: de dood zelf is voor de Yaka iets kleins, zeer persoonlijk, discreet af te werken met de partner, de kinderen, misschien een broer of zus. De doodstrijd, en zelfs het morbide ervan, blijken achteraf slechts een detail.



Zoals Remi het beschrijft, klinkt dit zeer onthecht. Dat kan hij als geen ander: iets intiems, elders in de wereld, bespreken als algemeen en vreemd, terwijl het toch zeer persoonlijk appelleert. Het finale afscheid bij de Yaka gebeurt, zo lees ik, zonder grote woorden, omdat de herinnering belangrijker is dan de ervaring zelf. De laatste gedachten, de fysieke beelden van de zieke zullen verdwijnen.



Dan staat er dit: ‘Maar de overledene blijft verschijnen in het gebeente van zijn kinderen en in zijn woorden, vaak opgeroepen, gewikt en gewogen in de feiten van vandaag.’


Lees verder »

Archief

Chris Kraus, De fabriek van klootzakken. 

15 februari 2022


uitgeverij Signatuur 2021





https://deleesclubvanalles.nl/recensie/de-fabriek-van-klootzakken/



77. Mijn broer was in de eerste plaats een idealist, het tegendeel van parelmossels zoals Ev of ik. Zijn eigen carrière vond hij niet zo be- langrijk, hij wilde helpen de wereld te redden, zoals dat in een domineesgezin gebruikelijk is. Zijn koppigheid, die van Großpaping op hem was overgegaan, veranderde in fanatisme. Hij raakte al snel bezield door een missie waarbij zijn onbuigzaamheid van pas kwam. Getob, weifelmoedigheid, gebrek aan besluitvaardigheid, dat waren altijd míjn talenten geweest, niet de zijne. In zijn geloof in iets wat absurd goed was, wat nergens in de Beweging zichtbaar was behalve in onze eigen dronkenschap, nam hij plaats aan Erhards zijde, en ik moest verbaasd vaststellen dat mijn even briljante als buitengewone broer er genoegen mee nam tweede te zijn, terwijl het toch aan mij was om tweede te zijn.



348. Vijf maanden later, op een dag in maart, in de smurrie van de smeltende sneeuw, bij het knersen en kraken van de ijsschotsen op de Düna en onder de permanent grijze lucht van het noorden, brachten ze me naar Moskou, leverden me af in de Loebjanka en begonnen me te bespotten, vernederen en martelen, vele maanden lang.



En ik begon te beseffen waarom de mens van de mens houdt, want dat moet hij namelijk omdat dat voor ieder individu de enige hoop is om ondanks alles een mens te blijven.



748. Jeugd is immers altijd de naaktheid zelve, iets waar je dwars doorheen kunt kijken, terwijl geen mensenoog door de ouderdom heen kan dringen.


Archief

Gedichtendag 2022

27 januari 2022


De stad is overstelpt door plekken die 



je mij ontnam. Vol gemeenschappelijke 



voetstappen, vol gemeenschappelijk lachen. 



Zij werden door dromen beschut en desnoods 



greep de liefde naar het geweer om hen te beschermen. 



Vertel mijn benen hoe zij moeten 



ontlopen wat hun toebehoorde. 



Vertel het hun. Zij willen niet geloven 



dat de theaters zijn afgebrand, in de restaurants 



de pest is uitgebroken, de terrassen in de lucht 



zijn opgegaan, de hotels werden gesloten, 



de binnenplaats is afgebroken. 



Zoals ik door het buigen van mijn hoofd 



aan de regen denk te ontkomen, 



zal ik vergeten wat mij is ontnomen. 



© 1991, The estate of Eddy Van VlietUit: Verzamelde gedichten, De toekomstige dief. Uitgever: De Bezige Bij, Amsterdam, 2007


Archief

Mark Elchardus, Reset. Over identiteit, gemeenschap en democratie.

2 januari 2022


Mark Elchardus, Reset. Over identiteit, gemeenschap en democratie.



uitg. Ertsberg 2021



https://humanistischverbond.be/kritisch-lezen/543/reset-over-identiteit-gemeenschap-en-democratie/



‘Ik heb geaarzeld om dit boek te schrijven. Ik verwachtte dat ik er een aantal vrienden door zou verliezen. Uiteindelijk begon ik er op een min of meer regelmatige wijze aan te werken in oktober 2019 en heb het afgerond in mei 2021. Een dracht van twintig maanden, waarvan zeventien in coronatijden. Het virus heeft flink geholpen om me aan de werktafel te houden en elke dag voldoende uren aan het boek te besteden.



Tijdens het schrijven van een boek neem je onvermijdelijk afstand van opvattingen die je ooit koesterde, maar die inmiddels ontoereikend blijken. Je slaat nieuwe paden in, zonder vooraf goed te weten waar ze uiteindelijk naartoe leiden. Je doet dat, steeds vergezeld van de mensen die je in je draagt, die je mede gevormd hebben, je inspireren.’



Zelf vind ik het Reset-boek van Mark Elchardus een zeldzame uiting van moed en eerlijkheid bij het onderzoeken van eigen standpunten uit het verleden in een wijzigende wereldorde. 



Initieel uitgewerkt als een vlot lezende cursus politieke geschiedenis met filosofische fundering wordt het derde grote deel een indrukwekkende zoektocht naar migratie, woke, loterij-democratie, juristocratie en mogelijke oplossingen voor toenemende EU-problemen. 



Uiteraard vind ik dat een deel van de gesuggereerde oplossingen teveel neigt naar overheersende en solidaire groepsdruk die ik eerder als verstikkend en verstijvend herken.



Maar wat een moed, breed uitgewerkte vakkennis heeft de auteur aan de dag gelegd om tegen de stroom in te roeien.



384. ‘Een belangrijke oorzaak van recente humanitaire rampen is een teveel aan wat Max Weber Gesinnungsethik noemde – het handelen op basis van morele overtuigingen en attitude – gekoppeld aan een schromelijk tekort aan Verantwortungsethik, dat is de bereidheid en de bekwaamheid op een realistische wijze rekening te houden met de gevolgen van het eigen handelen. Dat geldt voor de inmenging in de interne aangelegenheden van soevereine landen. Dat geldt eveneens voor het bloedspel rond migratie. Ofwel open je de grenzen, ofwel hou je illegale migratie tegen, maar je laat geen mensen verdrinken om je gezindheid te plezieren.’



464. ‘We zijn ook getuige van een aanval op onze fysieke omgeving. Een groot aantal cultuurproducten, boeken, schilderijen, beelden… die ons mede gevormd hebben, die ons tot voorbeeld strekten of waartegen we ons hebben afgezet, worden incompatibel geacht met hedendaagse normen en in het licht daarvan verwijderd. We zien nog geen brandstapels boeken in de straten, maar waarschijnlijk zijn er weinig periodes in de recente geschiedenis waarin zoveel ‘boeken uit de rekken worden gehaald’. De nieuwe ‘boekverbranders’ menen ondanks hun intellectuele oppervlakkigheid, of misschien precies ten gevolge daarvan, in het bezit te zijn van een absolute waarheid die het vernielen van de sporen van andere opvattingen wettigt.



De sporen van ons verleden vormen geen inventaris van wat goed en slecht is. Zij vertellen gewoon wat onze voorouders ooit mooi, gedenkwaardig, lovenswaardig, belangrijk of misschien gewoon politiek strategisch achtten. Vertederend soms, irritant soms, confronterend bij wijlen. Koen Lemmens, die een mooi en wijs boek schreef over hoe we kunnen omgaan met de sporen van ons verleden, merkt terecht en droogjes op dat die sporen spreken over het verleden, niet over de toekomst.


Lees verder »

Archief

Willem Elsschot, Tsjip/De leeuwentemmer 

29 december 2021


Willem Elsschot, Tsjip/De leeuwentemmer 



uitg. Querido 1934 – 1940 



https://www.dbnl.org/tekst/anbe001lexi01_01/lvlw00174.php



https://www.dbnl.org/tekst/_vla016200001_01/_vla016200001_01_0044.php



https://www.dbnl.org/tekst/_vla016199601_01/_vla016199601_01_0083.php





78. ‘Zie je wel, jongen, dat er nog goede dagen komen? Laat ze allen trouwen. Laat ze alles meenemen. Als zij maar kinderen verwekken die je verkleumd hart zullen opwarmen.’



Daar klinkt gejuich als op een voetbalmatch en ik zie Walter die met iets wits op de arm triomfantelijk naar de anderen toegaat. Ik voel het bloed naar mijn hart stromen. Vader en moeder zijn verzwonden. 



Halleluja! mijn Verlosser is gekomen. Hij zal mij met mijzelf verzoenen en mij genezen van al mijn kwalen. Door hem zal ik wedervinden waar ik radeloos naar zoek in het zand. 




Lees verder »

Archief

Michael Pye, Antwerpen, de gloriejaren.

22 december 2021


Michael Pye, Antwerpen, de gloriejaren.



uitg. De Bezige Bij 20221 



Waar Jeroen Olyslaegers met zijn Wildevrouw http://www.janvanduppen.be/?p=4661 een boeiende roman schreef over dezelfde periode en milieus in de latere Koekenstad, schrijft Michael Pye als historicus https://www.jhsg.nl/recensie-michael-pye-aan-de-rand-van-de-wereld/ met ‘Antwerpen, de gloriejaren’ een non-fictie onderzoek naar de drive, de wortels en de leegloop van het New York van de 16 de eeuw. 



Een interessante visie op de eigenaardige, toevalligheden waardoor deze stad zonder heerser binnen de muren op de grens tussen twee machtige rijken, goed verbonden met de Verenigde Provinciën, Engeland en de rest van de behandelbare wereld een gouden eeuw kon beleven. 



18. Het was bepaald geen seculiere stad, maar er heerste wel een pragmatische verdraagzaamheid. De handel was afhankelijk van buitenlanders, en dus vond men het niet nodig op te treden tegen de ketterse opvattingen die veel handelaren aanhingen. Antwerpen probeerde steeds het eigen belang in het oog te houden.



52. Alle havensteden in Vlaanderen en Brabant beconcurreerden elkaar om de klandizie van zo veel mogelijk kooplieden binnen te halen en konden gemakkelijk doorvoer regelen naar eindbestemmingen in heel Noord-Europa. In ons verhaal gaat de strijd vooral tussen Brugge, in Vlaanderen, en Antwerpen, niet ver daar vandaan, in Brabant. In het begin had Brugge de overhand. Het was een fraaie stad, waar de Medici schilderijen kochten en een kantoor aanhielden voor de geldhandel. Wat Antwerpen kon bieden, was prozaïscher: het oude bondgenootschap met Engeland, waardoor wol en laken Brabant binnenkwamen. Alle Vlaamse steden hadden een strak georganiseerde wolnijverheid – weven, verven en afwerken – en wilden geen rivaal aan de andere kant van de Noordzee, maar het aandeel van Antwerpen in deze nijverheid was veel kleiner en dus waren Engelsen er welkom. De contacten werden officieel beklonken in 1338, toen een konvooi met wol geladen schepen uit Ipswich naar Antwerpen vertrok, met een brief waarin de Engelse koning meldde dat hij had besloten van Antwerpen ‘de stapelplaats van zijn wol’ te maken. Met die stad werd dus voortaan zaken gedaan.



95. Maar Antwerpen nam ook een uitzonderingspositie in: ze wisten hoe ze daar een verdienmodel van konden maken. Er werden boeken uitgegeven over de pest. Handel in nog een categorie informatie dus. Zelfs midden in een pandemie bracht de handel in kennis dus nog geld op. Er kwamen kleine ‘pestboecxkens’ uit in de landstaal, om mensen duidelijk te maken wat artsen zeiden over de ziekte, en dikke pillen in het Latijn om artsen duidelijk te maken wat ze moesten zeggen, en omdat die boeken voor het grootste deel andere boeken overschreven, leken de artsen altijd heel zeker van hun zaak.




Lees verder »

Archief

Lea Ypi, Vrij. Opgroeien aan het einde van de geschiedenis

9 december 2021

Lea Ypi, Vrij. Opgroeien aan het einde van de geschiedenis.

uitgeverij De Bezige Bij 2021

Indrukwekkend verhaal, ontroerend, teder, boos, scherp over opgroeien onder de lichtbaken van het socialisme in Europa, ook toen het licht uitging: Albanië. 

41. Mijn oma zei altijd dat we niet weten hoe we over de toekomst moeten nadenken; we moeten naar het verleden kijken. Ik begon na te denken over mijn levensverhaal, over mijn geboorte, over hoe de wereld eruitzag voor ik er was. Ik probeerde details te checken die ik misschien door elkaar had gehaald omdat ik te jong was geweest om ze correct te onthouden. Het was een verhaal dat ik talloze malen had gehoord, het verhaal over een vaststaande werkelijkheid waarin ik geleidelijk mijn rol had gevonden, hoe ingewikkeld ook. Dit keer was het anders. Dit keer waren er geen ijkpunten, alles moest van het begin af aan opnieuw worden opgebouwd. Het verhaal van mijn leven was niet het verhaal van de gebeurtenissen die hadden plaatsgevonden in een gegeven periode, maar het verhaal van zoeken naar de juiste vragen, de vragen die nooit in me waren opgekomen.

53. Succes was altijd te danken aan de juiste mensen die de juiste keuzes maakten, die hoop koesterden wanneer die gerechtvaardigd leek en feiten interpreteerden op een manier die hoop scheidde van illusie.

Uiteindelijk zijn we allemaal de baas over ons eigen lot, zei mijn oma. Je ‘biografie’ was van cruciaal belang om de grenzen van je wereld te kennen, maar wist je die grenzen eenmaal, dan stond het je vrij om te kiezen en werd je verantwoordelijk voor je beslissingen. Je zou nu eens wat winnen, dan eens wat verliezen. Je moest vermijden dat je je liet meeslepen door overwinningen en leren hoe je je verlies moest nemen. Het was net als met de schaakzetten die mijn moeder beschreef: je kon het spel spelen als je de regels onder de knie had.

http://philippeclerick.blogspot.com/2022/08/het-communisme-in-albanie-roze-of-rood.html

http://philippeclerick.blogspot.com/2022/08/hoe-lea-ypi-het-marxisme-trouw-blijft.html

http://philippeclerick.blogspot.com/2022/09/moet-er-nog-dictatuur-van-het.html

http://philippeclerick.blogspot.com/2022/09/de-communistische-heilstaat-en-de.html

http://philippeclerick.blogspot.com/2022/09/het-communisme-en-de-vergadercultuur.html

Lees verder »

Archief

Philip Roth, De menselijke smet

6 december 2021

Philip Roth, De menselijke smet.

uitg De Bezige Bij 2000

 

Hier woont een mens

wat kan die Roth schrijven en wat kan hij een tijdgeest fileren.

370. ‘Het etiket is de logica. Waarom heeft Coleman Silk dit gedaan? Omdat hij een x is, omdat hij een y is, omdat hij beide is. Eerst een racist en nu een vrouwenhater. Het is te laat in de eeuw om hem voor communist uit te maken, hoewel ze het vroeger zó deden. De daad van een vrouwenhater, begaan door een man die al bewezen heeft dat hij in staat is tot een smerige racistische opmerking ten koste van een kwetsbare studente. Dat verklaart alles. Dat, en de gekte.’

421. ‘In de tijd van mijn ouders en nog ruimschoots in die van u en mij, was het altijd de mens die tekortschoot. Nu is het de discipline. Het lezen van de klassieken is te moeilijk, dus ligt het aan de klassieken. Tegenwoordig doet de leerling zijn onvermogen als een recht gelden. Ik kan dit niet leren, dus er is iets mis mee. En er is vooral iets mis met die nare docent die er les in wil geven. Er zijn geen criteria meer, meneer Zuckerman, alleen nog meningen. Ik worstel vaak met de vraag wat alles vroeger betekende. Wat opvoeding vroeger betekende

Archief

Philip Roth, Amerikaanse pastorale .

28 november 2021

Philip Roth, Amerikaanse pastorale 

Uitgeverij De Bezige Bij 2018

Semour Levov, bijgenaamd ‘De Zweed’, is op zijn middelbare school een legendarische sportheld die volwassen wordt in het bloeiende Amerika van na de Tweede Wereldoorlog. Hij trouwt een voormalig Miss New Jersey, erft zijn vaders succesvolle handschoenenfabriek en betrekt een schitterend huis. Maar alles wat voor hem van waarde is gaat op een dag in 1968 verloren. Semours geliefde dochter Merry is veranderd van een lief, slim meisje in een norse, fanatiek revolutionaire tiener en zij blijkt verantwoordelijk voor een politiek-terroristische daad. Van het ene op het andere moment verandert Semours verlangen naar een Amerikaanse pastorale in de aangeboren Amerikaanse razernij.

https://www.dbnl.org/tekst/_gid001199901_01/_gid001199901_01_0076.php

26. ‘De vader was niet langer dan een meter achtenzestig of een meter zeventig – een spichtige man die nog geagiteerder was dan de vader wiens angsten de mijne vormgaven. Meneer Levov was een van die in de achterbuurten grootgebrachte joodse vaders wier onbehouwen, onontwikkelde zienswijze een hele generatie worstelende, gestudeerde joodse zoons irriteerde: een vader voor wie alles een onwrikbare plicht is, voor wie er een goede manier bestaat en een foute manier en daartussen niets, een vader wiens mengsel van ambities, vooroordelen en overtuigingen zo onverstoord is door zorgvuldig nadenken dat er niet zo makkelijk aan hem te ontkomen valt als je zou geloven. Beperkte mannen met een onbeperkte energie; mannen die spontaan vriendelijk zijn en gauw kwaad worden; mannen voor wie het belangrijkste van het leven tot elke prijs doorgaan is. En wij waren hun zonen. Het was onze taak hen lief te hebben.’

42. ‘De aanbedene had de aanbidder herkend. Natuurlijk fantaseert iedere vereerder, van sporters zowel als filmidolen, dat hij of zij een geheime, persoonlijke band met de vereerde heeft, maar deze werd openlijk gesmeed door een intens bescheiden ster, ten overstaan van een verstomde groep na-ijverige kinderen – een verbijsterende ervaring, en ik was diep ontroerd. Ik bloosde, ik was diep ontroerd, waarschijnlijk heb ik de rest van die week nergens anders aan gedacht.’

146. ‘Dit was in ‘68, toen dat idiote gedrag nog nieuw was. Mensen moesten ineens de logica zoeken in waanzin. Al die aanstellerij in het openbaar. Het laten varen van remmingen. Het gezag dat machteloos stond. Die kinderen die gek werden. Die iedereen intimideerden. De volwassenen wisten niet wat ze ervan moesten denken, ze wisten niet wat ze ermee aan moesten. Is dit een act? Is deze “revolutie” echt? Is dit een spel? Is dit diefje-met-verlos? Wat gebeurt hier? Kinderen die het land op zijn kop zetten en de volwassenen beginnen ook door te draaien. Maar daar hoorde Seymour niet bij. Hij was een van die mensen die zeker van zichzelf waren. Hij begreep dat er iets fout ging, maar hij was geen ho-tsji-minhist, zoals zijn doddige dikke meisje. Alleen een progressieve schat van een vader. De superfilosoof van het normale leven. Hij had haar opgevoed met alle moderne ideeën dat je redelijk moest zijn ten opzichte van je kinderen. Alles mocht, alles was vergeeflijk, en zij haatte het.’

 

Lees verder »

Archief

Louis Van Dievel, Witte Oren

25 november 2021

LAUDATIO voor Louis Van Dievel Witte Oren – Kalmthout 30102021

https://www.uitgeverijvrijdag.be/product/5042560/witte-oren

Waarde aanwezigen, 

Beste Louis, 

Ik mag dan wel dokter zijn… maar zoals jijzelf titelde : ‘uw kameraad ben ik niet!’

Dus zal ik uw ‘Witte Oren’ diagnostisch en therapeutisch voor deze aanwezigen trachten te evalueren zoals het naar mijn mening en ervaring hoort.

Van het werkwoord ‘horen’ – niet in de zin van luisteren, laat staan gehoorzamen, maar wel ‘horen’ als betamen, wat passend is en recht. 

En dezer dagen is dat uitzonderlijk gezien de tunnelvisie en de verfijnde techniek van angstmanagement met maskers, testen, QR codes en wat al niet meer bij expertologen, veeartsen, beleidsmakers en journalistieke angsthazen. 

Passend is het, en recht en goed voor de lezer die in ‘Witte Oren’ van Louis Van Dievel beschouwingen kan bproeven die met de smaak van pijn, bloed en andere lichaamsvochten in de mond, ongemakkelijke woorden tot zwijgen kunnen genezen. 

Gemaskerd treden ze naar voren om zo te laten zien wat het ware gezicht is als het laatste masker af valt: het gruwelijkste masker van alle, het onbegrijpelijke oeroude gezicht van Dionysos, het ontbreken van een zinvol subject achter al deze gruwelen. 

Nooit zullen hun motieven zonneklaar worden; altijd zal de laatste sluier het grootste geheim verbergen. 

‘Larvatus prodeo’ – ‘gemaskerd treed ik naar voor’ vat het zwijgen van de tragedie uiterst bondig samen.’ aldus Stefan Hertmans in ‘Het zwijgen van de tragedie’. 

Want niet alleen wij, beste aanwezigen, worden gedwongen tot het gemaskerd naar buiten treden, ook de personages in en om het Kempense dorp Kerkevoort van ‘Witte Oren’ dragen in de tragedie waar zij ongewild en vaak onverwacht meespelen hun maskers, al dan niet met waardigheid. 

Lees verder »

Archief

Blake Bailey, Philip Roth – de biografie

17 november 2021

Blake Bailey, Philip Roth - Een imposant portret van de literaire grootmeester

Uitgeverij De Bezige Bij 2021

932. Roths eenendertig boeken, vijfenvijftig jaar intensiteit, leveren alles bij elkaar een oeuvre op dat, in de woorden van Jonathan Lethem, ‘zowel plaats biedt als ontstijgt aan genres zoals historische fictie, metafictie, memoires, de maximalisten (van mag het een onsje meer), de minimalisten (van schrijven is schrappen), het picareske en het tegenfeitelijke, en zo voort en zo verder – waarbij hij het type schrijver is die in zijn overvloed de helft van de hemel vol mogelijkheden aan het oog onttrekt van hen die na hem komen – en in zijn ambitieuze volgelingen een soort leger van contra-Roths kweekt’. 

933. : ‘Hij is gestuit op een opmerkelijk gebrek aan objectiviteit in de manier waarop mensen op Zuckerman reageren. Iedereen komt met een ander verhaal. [...] Wat hem interesseert is de verschrikkelijke dubbelzinnigheid van het “ik”, de manier waarop een schrijver zichzelf tot een mythe maakt en met name waaróm.’ Roth (de echte) dacht dat een kernbegrip uit deze passage een goede titel voor zijn biografie zou zijn – hij typte het voor me uit: ‘de verschrikkelijke dubbelzinnigheid van het “ik”, leven en werk van Philip Roth’. ‘Omdat het van toepassing is op de schrijver als bedenker,’ zo legde hij uit, ‘en evengoed op de personages wier bestaan hij bedenkt…

De veelgeprezen biograaf Blake Bailey werd door Philip Roth aangewezen om zijn levensverhaal te schrijven. Volledig onafhankelijk in zijn verdere aanpak kreeg Bailey toegang tot Roths persoonlijke archief en sprak hij diens vrienden, geliefden en collega’s. Ook met Roth zelf voerde hij zeldzaam openhartigegesprekken. Bailey beschrijft hoe Roth opgroeide in een Joods gezin uit de arbeidersklasse, hoe zijn literaire carrière bijna ontspoorde door zijn eerste, catastrofale huwelijk en hoe hij een pleitbezorger werd voor dissidente schrijvers uit het Oostblok. Ook onthult Bailey de waarheid over Roths tumultueuze liefdesleven, en dan met name zijn bijna twintig jaar durende relatie met actrice Claire Bloom. Door de jaren heen zou Roth met elk aspect en vele verschillende stijlen van de naoorlogse Amerikaanse literatuur in aanraking komen, van realisme tot farce, van metafictie tot de tragiek van De Amerikaanse Trilogie. Het resultaat van Blake Baileys jarenlange onderzoek naar Philip Roth is een uiterst leesbare, allesomvattende biografie van een van de grootste schrijvers van onze tijd.

Recensie: Blake Bailey – Philip Roth: De biografie

https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/blake-bailey-schreef-een-onthutsend-intieme-biografie-over-philip-roth~bec922b8/?

 


614.  ‘de sluwste vermomming er een is waarbij je een masker draagt met daarop de beeltenis van je eigen gezicht’.

724. “pr, die begrijpt dat politiek als masker en uitlaatklep kan dienen voor niet-politieke grieven en obsessies.” [...] pr begrijpt ook dat boekrecensies als masker en uitlaatklep kunnen dienen voor grieven en obsessies.’

21. Al vanaf de middeleeuwen stelden Poolse grootgrondbezitters joodse rentmeesters aan en lieten hen dus de pacht en de belastingen innen bij de boeren, die er in de kerk elke zondag aan werden herinnerd dat Jezus door de joden was vermoord. ‘Pool, jood, hond – hangen hier in onzalig verbond’ luidde de tekst die op bomen werd gespijkerd waaraan tijdens de opstand een Pool, een jood en een hond werden opgehangen. 

Lees verder »

Archief

Philip Roth , Ik was getrouwd met een communist.

8 oktober 2021


Philip Roth , Ik was getrouwd met een communist.
1998-2021

Uitg. De Bezige Bij 

https://www.trouw.nl/nieuws/smetten-op-de-amerikaanse-droom~bb8bd00d/?

Hoorspelacteur Iron Rinn (geboren als Ira Ringold) is een populair artiest. De bijna twee meter lange autodidact is zijn carrière begonnen als slotengraver. Maar hij is ook communist: zijn ideaal, zijn hartstochtelijk verlangen, is het verbeteren van de wereld. Als hij na de Tweede Wereldoorlog het leger verlaat, is de heksenjacht op de communisten begonnen. Ook Iron Rinn belandt op de zwarte lijst en daarmee valt zijn leven in scherven.
Op weg naar zijn politieke catastrofe trouwt Iron met de beeldschone Eve Frame (geboren als Chava Fromkin), een aanbeden ster uit de tijd van de stomme film en nu de beroemdste hoorspelactrice van het land. Hun huwelijk ontwikkelt zich van een opwindende, romantische idylle tot een deprimerend melodrama. En door Eves opzienbarende onthulling aan een roddelcolumnist dat haar man ‘gespioneerd’ heeft voor de Sovjet-Unie, ontstaat er een nationaal schandaal.

15. ‘In de menselijke samenleving,’ leerde meneer Ringold ons, ‘is denken de allergrootste zonde. Kritisch denken,’ zei meneer Ringold, terwijl hij met zijn knokkels iedere lettergreep apart op zijn tafeltje tikte, ‘dat is de ultieme overtreding.’ Ik zei tegen Murray dat het feit dat ik dit al jong gehoord had van een stoere vent zoals hij – hem het aanschouwelijk had zien maken – de waardevolste tip voor volwassen worden was waaraan ik me, zij het maar half-begrijpend, had vastgeklampt als kleinsteedse, beschermde, idealistische middelbare scholier die ernaar hunkerde een rationeel, gewichtig en vrij mens te worden.’

27. ‘Je hebt geen ontwikkelde levensvisie nodig om op macht gesteld te zijn. Je hebt geen ontwikkelde levensvisie nodig om machtig te worden. Misschien is een ontwikkelde levensvisie zelfs wel het ergste beletsel, en het níét hebben van een ontwikkelde visie het allergrootste voordeel.’

120. ‘De aantrekkingskracht van de underdog. De worsteling van de misdeelden die uit de goot proberen te komen had een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Je drinkt met volle teugen, je drinkt de droesem: menselijkheid was voor Ira synoniem met ontbering en ellende. Met ontbering, zelfs in zijn ongure gedaanten, voelde hij een onverbrekelijke verwantschap.’

Lees verder »

Archief

Jonathan Holslag – Van muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989.

24 september 2021

Jonathan Holslag – Van muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989.

uitgeverij De Bezige Bij 2021

 

Een interessant en uitgebreid overzicht van 32 jaar wereldpolitiek.

Niet bepaald opbeurend, eerder deprimerend maar het lijkt de bittere werkelijkheid te worden.

15. Het opvallendste aan de periode van mondialisering, dus de grofweg dertig jaar tussen 1989 en 2020, is dat we een kans hebben gemist. (…) Een voormalige Zuid-Koreaanse minister zei een keer tegen me: ‘Ik zie de wereld als een berg. Landen als het mijne en China werken zich om- hoog. Maar als we bijna boven zijn, zien we dat jullie aan het picknicken zijn, dat jullie je rijkdom aan het opeten zijn en geen zin meer hebben om door te klimmen naar nieuwe hoogten. Maar jullie zijn wel boos dat er anderen in de buurt komen. Jullie geven je leidende rol op en nemen het anderen kwalijk dat ze ambitieus zijn.’

De drie decennia relatieve vrede in het Westen waren uitgedraaid op een gemiste kans, een politieke en diplomatieke crisis, die ook tot op zekere hoogte de beschaving bedreigde.

 

Lees verder »

Archief

Remco Campert – Het satijnen hart

22 september 2021

Remco Campert – Het satijnen hart

uit. De Bezige Bij 2006

Knap geschreven en dankzij Herman Jacobs eindelijk gelezen.

  • Verder doe ik nog alles zelf maar alles is in mijn geval niet veel en vergt meer tijd en inspanning dan vroeger. Het aantrekken van mijn sokken en schoenen kost me, rustpauzes meegerekend, elke ochtend toch zeker twintig minuten. Mijn voeten worden steeds moeilijker bereikbaar. Het is een voortdurend afscheid nemen als je oud bent en toch doorleeft. Ik begin mijn voeten vaarwel te zeggen.
  • Anders dan mijn vriend, die nog toekomst in zijn leven ziet, is de toekomst voor mij een gesloten deur die ik niet meer wens open te zetten, zelfs niet op een kier. Elke dag is mijn laatste dag, maar het duurt wel lang.
  • Achter mijn rug zitten ze zich zorgen over me te maken, een onverdraaglijke gedachte. Met mij is niets aan de hand, wat denken ze wel? (...) Jongerius wendt alleen maar bezorgdheid voor om zichzelf beter te laten uitkomen als iemand die nog nergens last van heeft en volop aan het leven deelneemt—ouwe bok met zijn tussen zijn knieën hangende zak. Wat zal die Fiona schrikken [een jong dingetje dat Jongerius best als model zou willen hebben, wat hij volgens Van Otterlo uitsluitend ziet als een tussenstation op de weg naar het ledikant], als het ooit zover komt.
  • Je zal maar zo oud worden, dacht ik vroeger, en nu ben ik het.
  • Als je lang naar de zee kijkt, ga je een antwoord verwachten, maar dat krijg je nooit.
  • De Tweede Wereldoorlog heeft een grote ravage in onze familie aangericht. De enkele keren dat ik mijn vader en zijn tweede vrouw bezocht hing er een bijna tastbare sfeer van doem in het huis. Ik was toen al volop bezig met mijn schildersleven, maar dat kon ik niet kwijt aan mensen die in een verleden leefden dat elke minuut van de dag opnieuw werd doorgemaakt. Mijn eigen moeder, die met haar soldaat maar Canada was vertrokken, had er al snel na de oorlog resoluut afstand van genomen, en daar kon ik inkomen. Ik zag alleen maar toekomst voor mij, het verleden van mijn vader was een erfenis die ik weigerde. Mijn vader sprak nooit over zijn kampverleden, zoals zovelen van zijn generatie. Maar hij hoefde er niets over te vertellen, zijn manier van doen sprak boekdelen. Zijn  zwijgen zou me verpletterd hebben als ik me er niet tijdig aan had onttrokken. Aanrakingen verdroeg hij niet, hij versteende als iemand hem kuste. Hij had zeker twee meter dood om zich heen. 

Archief

Charles-Joseph de Ligne – Brieven aan de markiezin de Coigny.

20 september 2021

Charles-Joseph de Ligne – Brieven aan de markiezin de Coigny.

uitgeverij Vleugels – vert. Marijke Arijs

Recensie: Charles-Joseph de Ligne – Brieven aan de markiezin de Coigny

Bijzonder mooi vertaalde levendige brieven met enkele boeiende bespiegelingen.

59. De auteur, een meester van de ellips, strooide royaal met woordspelingen en paradoxen en hanteerde een ongewoon spontane conversatietoon, in een tijd waarin schrijvers kunstige volzinnen aan elkaar plachten te rijgen, Germaine de Staël vond dat zijn grootste charme school in de onnavolgbare mengeling van ernst en luim, luchtigheid en diepgang.

In 1787 werd hij door Catharina de Grote uitgenodigd om deel te nemen aan haar ‘expeditie naar de Krim’ die ze net veroverd had op de Turkse sultan. Zij schonk hem een fikse lap grond in Parthenizza, op de plek waar de tempel van Iphigenia zou hebben gestaan. Een bezoek aan dat domein inspireerde hem tot zijn allerbekendste brief.

Daar, op de grens tussen Europa en Azië, omringd door antieke ruïnes en uitkijkend over de Zwarte Zee, mijmerde hij over ’s werelds ijdelheden en werd hij overvallen door een zeldzame melancholische bui. Hij werd er gegrepen door een somber ‘voorgevoel van een smartelijk verlies’, alsof de toekomst niet veel goeds beloofde. Gelijk had hij, de wereld stond op een kantelpunt. De Franse revolutie zat eraan te komen, de Brabantse Omwenteling stond voor de deur en de tweede Russisch-Turkse oorlog hing in de lucht. 

Charles-Joseph de Ligne was ontegenzeglijk de meest markante vertegenwoordiger van die zorgeloze, frivole tijd. 

Lees verder »

« Volgende berichten