Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Archief

Leo Pleysier, Heel de tijd

9 oktober 2018

Leo Pleysier, Heel de tijd.

Uitg. De Bezige Bij 2018

 

38. Weg die bommen, godverdommen! zo galmde het in het jaar 1983 in de straten van Brussel. En wat een succes, nu al, met zulk een opkomst! zo zegden de honderdduizenden demonstranten tegen elkaar – maar ondertussen feliciteerden ze vooral toch zichzelf toen. Jullie slogans klinken pathetisch, zo repliceerden sommigen dan. Jamaar, zo antwoordden weer anderen daarop, een betoging is altijd pathetisch en het is al goed dat de burger af en toe de straat op komt en vanaf de kasseien van zich laat horen, zowel in Brussel als in Londen als in Berlijn.

Lees verder »

Archief

Alicja Gescinska, Thuis in muziek

4 oktober 2018

Alicja Gescinska, Thuis in muziek 

Uitg. De Bezige Bij 2018

 

Een mooi en melodieus pleidooi voor muziek in het leven, vooral muziek om te beluisteren… want na lezing van ‘Thuis in muziek’ neemt iedere lezer zich voor om muziek niet meer als achtergrond, makkelijke ontspanning of als stemmingsbegeleider te benaderen: 

‘Het is een wonderlijke eigenschap, zowel van de mens als van de muziek, dat wij kunnen thuiskomen in de ruimte die muziek creëert. Zelfs wanneer al het overige verloren is, kan de muziek nog steeds die kracht bezitten om ons een thuis te bezorgen waarnaar we kunnen terugkeren’. (87)

106. Muziek brengt mensen samen: in een concertzaal, in een repetieruimte, in een koor. Samen muziek maken en beluisteren heeft een grote impact op onze identiteitsvorming. Voor even ben je deel van een geheel en dat is een belangrijke ervaring voor mensen om te groeien en naar elkaar toe te groeien.

Naast een scherpe analyse van ressentiment – er zijn zelfs culturen die muziek bannen als zondig  of haram – besteedt Alicja Gescinska een zwak hoofdstuk aan empathie en de noodzaak hiervan zonder dieper in te gaan op de maatschappelijke problemen van het empatisch teveel. 

111.  Ressentiment hangt samen met zelfvervreemding en onvrijheid. Daarop wees ook Scheler. Ressentiment en onmacht brengen steeds verknechting met zich mee. Een mens kan zich pas echt vrij weten wanneer hij goed in zijn vel zit. De mens van het ressentiment vervreemdt van zichzelf en de wereld rondom; en dat is de ideale voedingsbodem van de haat en het kwaad.

Archief

Gaston Durnez, Een mens is maar een wandelaar.

1 oktober 2018

Gaston Durnez, Een mens is maar een wandelaar.

Davidsfonds 2018

RIK TORFS

COLUMN | Gaston Durnez 90 HLN 11 september 2018 

Zondag werd Gaston Durnez, schrijver en oud-journalist, 90. De dag ervoor vond in het Antwerpse Letterenhuis de voorstelling van zijn jongste boek plaats. ‘Een mens is maar een wandelaar’ heet het. De titel komt uit een gedicht van Bert Decorte (1915-2009), in de jaren dertig het wonderkind van de Vlaamse poëzie, vandaag onbekend zoals het een ware dichter betaamt, miskenning en vergetelheid zijn de herfstbladeren die neerdwarrelen op zijn graf. Wat niet wegneemt dat de versregel prachtig is. Want natuurlijk is een mens maar een wandelaar. We mogen ons gelukkig prijzen dat we even op deze aarde mogen vertoeven. Daarna komen er anderen die ons zullen vergeten. Niet kwaad bedoeld. Iedere generatie is vooral met zichzelf bezig. Dat is een les voor onze leiders, politieke en andere. Wanneer er een crisis uitbreekt, is hun eerste gedachte vaak: hoe kunnen we hiervan gebruikmaken om ons eigen imago op te poetsen? Wat moeten we zeggen of doen om goed over te komen? Terwijl de vraag zou moeten luiden: hoe dienen we het algemeen belang? Niet de wandelaar is belangrijk, maar de wereld die hij heel even betreedt en vervolgens achterlaat.

Hoe komt het toch dat het werk van Gaston Durnez, katholiek en tegelijk vriend van Louis Paul Boon, vandaag overeind blijft? Ik zie twee redenen. Vooreerst omdat hij een ongelooflijk goede schrijver is, een meesterlijk stilist, zonder gezochte woorden en overbodige franjes. Van een echte schrijver merk je pas hoe goed hij is als je zijn boeken opzijlegt en andere teksten leest. Weerbarstige. Verontwaardigde. Pretentieuze. Lege.

En dan de tweede reden: Gaston Durnez veroordeelt niemand. Hij kijkt naar mensen en beschrijft hen. Hun woorden en gedachten flakkeren weer op in een boek dat ze zelf nooit zullen lezen. Een ogenblik lang houdt de vergetelheid haar adem in. Even zijn de Vlaamse prominenten van vroeger niet dood. Kijken is een daad van liefde.


137. Schrijven was voor hem (André Demedts) in essentie opheldering van het levenslot zoeken. Dat heeft hij meer dan eens gezegd, als je hem ertoe kon brengen over zichzelf te spreken. Hij boog het hoofd dan wat, keek naar de grond. 

Na de Eerste Wereldoorlog, zo vertelde hij, was hij als dichter gegroeid in de verwachting dat er werkelijk een betere samenleving zou ontstaan. 

Vrij spoedig kwam het contact met de werkelijkheid zoals zij is. Het veroorzaakte een conflict tussen ingebeelde realiteit en mogelijkheden. Dat noemde hij de grondtoon van zijn eerste werk. 

255. ‘Mijn kleine oorlog’. Het waren teksten als granaatscherven Ik weet niet wie dit beeld eerst heeft gebruikt, het is pijnlijk juist. Er zit schijnbaar geen lijn in het boek, de fragmenten vliegen in het rond. Ze geven een treffend beeld van de oorlog zoals ook ik hem, als tiener heb ervaren. 

Bij de lectuur was het alsof ik de vermorzelde kleine mensen in mijn eigen omgeving herkende. Ze waren echt, zoals onze kleine alledaagse oorlog vreselijk echt was. Later dacht ik dat dit boek tot Boons beste werk behoorde. Het eindigde met een kreet die gemeengoed is geworden: ‘Schop de mensen tot zij een geweten krijgen.’ Het boek verscheen in 1947. Vijftien jaar later voegde hij er een ‘Laatste Woord’ aan toe: ‘Wat heeft het alles voor zin?’ 

Hij benadrukte die vraag toen hij mij in 1962 een opdracht schonk. Ik was er zeer door geschokt. 

De protestschrijver, de opstandeling, was een wanhopige man geworden. Hij geloofde in niets meer, in Marx noch in Sinterklaas, ‘alleen in hier en daar een goede mens’, zei hij. En in het gekke woordenspel met vrienden op zaterdag, dacht ik. 

Archief

Romeo Castellucci, De Toverfluit in De Munt 23 september 2018

23 september 2018

Mozarts Toverfluit in een regie van Romeo Castellucci in De Munt presenteert een eerste helft als een te wit gehoogd pallet van technische snufjes die ondanks de vele geautomatiseerde bewegingen zeer statisch en afstandelijk ogen en zelfs klinken. Wellicht mede door de symmetrische ontdubbeling.

Het tweede deel slaagt er niet in om zijn zeer boeiende theoretische beschouwingen tot leven te wekken ondanks de tien echte slachtoffers van het Licht: vijf verblinde vrouwen en vijf verbrande mannen die in een traag ballet van egaal oker elkaar onderzoeken terwijl het verhaal van het Licht in de belendende tempelruimte verdergaat.

Omdat de mooiste stukken hier ook zeer ingehouden gezongen worden krijg ik als toeschouwer onvoldoende voeling met de taferelen in een tempel als concentratiekamp van dwangarbeiders.

Alleszins een originele en moedige benadering van de verblindende mythologie van de Verlichting.

 

De Toverfluit Romeo Castellucci IMG_8931 IMG_8932 IMG_8934

 

“Schaduw is geen duisternis, maar is ofwel een overblijfsel van duisternis in licht, ofwel een overblijfsel van licht in duisternis, of een deelgenoot van licht en duisternis, of eensamenstelling uit licht en duisternis, of een mengeling van licht en duisternis, of is licht noch duisternis en van beide verschillend. En daarom is dit geen echt vol licht, ofwel een vals licht, of een licht dat echt noch vals is, maar een restant van wat echt of vals is enzovoort. Daarom moet het in de plaats daarvan worden beschouwd als een overblijfsel van het licht, als een deelgenoot van het licht, als geen volledig licht.

De natuur verdraagt geen onmiddellijke overgang van het ene uiterste naar het andere, maar wel een overgang door middel van schaduwen, en geleidelijk aan, via een overschaduwd licht. Velen hebben door de plotse overgang van duisternis naar licht hun eigen gezichtsvermogen verloren, zo ver verwijderd waren zij van het zich toe-eigenen van het beoogde object. De schaduw bereidt het zicht immers voor op het licht. De schaduw tempert het licht. Door middel van de schaduw tempert en verspreidt de godheid de soorten die de dingen waarneembaar maken, die zich openbaren aan het verduisterde oog van de hongerige en dorstige ziel. Leer daarom die schaduwen te herkennen die niet verdwijnen, maar die in ons het licht bewaren en bewaken en door dewelke wij worden voortgestuwd en geleid naar het verstand en de herinnering.”

Giordano Bruno, “De Umbris Idearum”, Parijs, 1582 Originele vertaling: Koen van Caekenberghe, Gent, 2018 (Tekst opgenomen in het door Romeo Castellucci samengestelde “MM”, p. 46)

Laat ons dus ziende blind zijn… Laat ons elkaar in de blinde ogen kijken, zodat eenieder zichzelf kan zien, wanneer je de oogleden sluit, een negatief beeld tegen een bloedige achtergrond, van wie voor ons kwam en na ons zal zijn.

Al onze zieners zijn blind. Zij houden hun ogen gesloten voor het verblindende Licht van het hier en nu, opdat hun brein begrijpen kan, wat is geweest en wat komen zal. Wie het Licht werd gegeven, kan hoogstens nog scherp gelijnde schaduwen vermoeden.

Zonovergoten woestijnen krijten onweerlegbare lijnen die verglijden in een fata morgana van het unieke Grote Gelijk.

Nevelen en schaduwen in de schemering van het woud zijn de basis van twijfel en onzekerheid, de echte kracht en kern van het Europese ongeloof, onze grootste kans op een minimum aan menselijkheid.

Archief

Hans Schoots, Maoïstische Memoires.

10 september 2018

Hans Schoots, Maoïstische Memoires.

uitg. SSP Amsterdam  2018

Hans Schoots heeft een uitgebreid onderzoek gedaan naar het Maoïsme in Nederland. Hij put daartoe grondig uit zijn eigen ervaringen van anderhalf decennium diepe betrokkenheid binnen de verschillende partijen en bewegingen. Uit dat Maoïsme is bij onze noorderburen niet alleen een reeks politici van GroenLinks maar een hele partij, de SP, voortgekomen. 

Zijn analyses voor Nederland zijn goed onderbouwd en hij weet ze met respect, moed en tederheid te formuleren. Zijn belangrijkste conclusies gelden echter voor iedere vergelijkbare sectaire beweging van zuiveren, religieus of politiek, binnen en buiten Europa. 

Primo Levi, Les Naufragés et les Rescapés, la Zone Grise wordt over een vergelijkbare periode en beweging in Frankrijk geciteerd in  La France d’hier

RÉPLIQUES 11/08/2018 ‘Qu’est ce que la France d’hier et est-elle différente du monde d’après 68 ? Jean-Pierre Le Goff répond à Alain Finkielkraut.’

Ce sont surtout les jeunes qui demandent que les choses soient claires, que la séparation soit franche entre les justes et les réprouvés, leurs expériences du monde étant pauvres, la jeunesse n’aime pas l’ambiguité. (...) La jeunesse est angélique et manichéenne.


39. Onbehagen, ook omdat wij, de kritische jeugd, bij al onze eigen welvaart zagen dat het elders in de wereld anders was. De extreme versie hiervan was: wij aanvaardden geen wereld waar iets mis is. Mar het was ook compassie. We geloofden dat wij uit het westen veel onrecht in de wereld hadden veroorzaakt. 

41. Jan Blokker heeft de sfeer ooit ironisch samengevat de titel van een van zijn boeken: Ben ik (eigenlijk) wel links genoeg? Een vraag die velen zich (en anderen) inderdaad constant stelden. 

Lees verder »

Archief

Joseph Roth, Vlucht zonder einde

12 juni 2018

Joseph Roth, Vlucht zonder einde

uitg. Atlas Contact

7.’Juist uit deze kleine uitweidingen blijkt Roths meesterschap. Met minimale middelen roept hij een heel leven op. Het sentiment schuwt hij daarbij niet, het sentiment schuwt hij nooit, en dat hij dat kan doen zonder sentimenteel te worden is misschien wel te danken aan zijn ironisch-realistische mensbeeld, dat de mogelijkheid tot verbetering openlaat, maar wel in een volgende wereld.’ (A. Grunberg – inleiding)

71. ‘Ze zeggen zonder uitzondering kameraad tegen je. Jij noemt hen ook zonder uitzondering kameraad. Maar in iedereen vermoed je een observeerder en tegelijk weet je dat iedereen jou aanziet voor een observeerder. Je hebt geen slecht geweten, je bent een revolutionair, je hoeft niet bang te zijn dat je geobserveerd wordt. Dan ben je op z’n minst bang dat ze je aanzien voor een spion. Je bent onschuldig. Maar omdat je je best moet doen om onschuldig te lijken, merken de anderen dat je je best doet. Dan ben je bang dat ze misschien niet meer denken dat je onschuldig bent.

Voor dat leven heb je gezonde zenuwen nodig en een flinke portie revolutionaire overtuiging. Want je moet ervan uitgaan dat de revolutie, omgeven door louter vijanden, haar macht alleen veilig kan stellen door ieder individu op te offeren als dat nodig is. Je moet je dus voorstellen dat je jarenlang op een altaar ligt en niet wordt geslacht.’

187. Op plechtige momenten spraken ze allemaal over een gemeenschappelijke Europese cultuur. Op een keer vroeg Tunda: ‘Denkt u dat u mij precies kunt vertellen waarin die cultuur bestaat die u zegt te verdedigen, hoewel ze helemaal niet van buitenaf wordt aangevallen?’
‘In de religie!’ zei de president, die nooit naar de kerk ging.
‘In de beschaving’, zei de dame, van wie alom bekend was dat ze illegitieme betrekkingen onderhield.
‘In de kunst’, zei de diplomaat, die sinds zijn schooltijd geen schilderij meer had bekeken.

Archief

Joseph Roth, Rebellie.

12 juni 2018

Joseph Roth, Rebellie.

Uitgeverij Atlas 2006

Een chaotische roman over het gekonkel van de wereld en de ondergang van een mens: zoals de werkelijkheid van zijn tijd voor velen, en later nog meer. 

57. ‘Maar zo richt een geniepig lot het in: dat we buiten onze eigen schuld en zonder dat we een samenhang vermoeden te gronde gaan; door de blinde razernij van een onbekende, wiens verleden we niet kennen, aan wiens rampspoed we geen schuld hebben en wiens kijk op de wereld we zelfs delen. Juist hij is nu een instrument in de vernietigende hand van het noodlot.’

60. ’s Mensen gedachten gaan sneller dan bliksemschichten en een verontwaardigd brein kan in een halve minuut een hele revolutie baren.’

61. ‘In de wagon zaten ongelukkigerwijs kleine burgers, mensen die, geïntimideerd en terneergeslagen door de revolutionaire gebeurtenissen, maar daarom niet minder verbitterd, een taaie strijd tegen het heden voerden, met opeengeklemde kaken en vechtend tegen hun tranen terugblikten op het stralende verleden van hun land, en voor wie het woord bolsjewiek niets anders betekende dan roofmoordenaar.’

106. ‘Ach, dokter!’ zei Andreas treurig. ‘Sommige mensen zeggen: laten we het aan God over om voor die mensen te zorgen! En dan zorgt God niet voor ze!’ De dokter glimlachte alweer: ‘Het is niet gezond een filosoof te zijn. Daarvoor zijn uw krachten ontoereikend. Men moet geloven, waarde vriend!’

Archief

Treme HBO, ‘A city of drunks and dreamers!

18 mei 2018

Treme HBO

Tremé, genoemd naar een zwarte muzikale wijk in New Orleans, had ik me na ‘The Wire’ in zijn geheel – 4 seizoenen + cd – aangeschaft wegens helemaal gepakt door The Wire over Baltimore van dezelfde televisiemaker David Simon. Deze keer smeert hij de toestand van New Orleans na de verwoestende orkaan Katrina breed uit tot en met de heropbouw, de fraude, machtsmisbruik van de politie, sex, drugs en de talloos vele locale muzieksoorten. 

Ingenieus opgezet, loopt het na twee seizoenen behoorlijk vast in een zich eindeloos voortslepend stramien van hoofdpersonages die maar wat aanrommelen op de toeren van allerlei wereldberoemde jazz en aanverwante bands en solisten, waarvan ik er slechts enkele ken. Die blijken dan in hun echte habitat nog de grootste karikaturen van de hele reeks. 

Soms helpt de muziek de kijkarbeid te verlichten, soms helpt zelfs dat niet.

In het vierde seizoen probeert David Simon alle verhaaltjes die nu gelukkig wat sneller afwisselen tot een acceptabel einde te voeren. 

Fascinerend vond ik de Mardi Gras Indians en hun muziek, dans- en kostuumcultuur ontstaan uit de vermenging van gevluchte zwarte slaven en moerasindianen. 

Ook de redelijk open inkijk in de verschillende groepen zwarten, creolen, losgeslagen toeristen en Japanse jazz-aanbidders is boeiend.

Ontnuchterend is de werkelijkheid voor een Hollandse straatzanger die door zware arbeid op een Vietnamese vissersboot ontwennen kan en de dochter van de baas mag trouwen. Nog meert ontnuchterend is de lokale muziekindustrie die teert op zelfverzonnen legendes, dwingende traditie en bijgevolg een pijnlijk gebrek aan vernieuwing.

Verfrissend blijft top-keukenchef Janette die tussen New Orleans en New York pendelt maar veel aandacht genereert voor de gastronomie in Louisiana. 

De verhalen van bouwfraude, corruptie en politie-geweld met amper één echt goeie luitenant die dan finaal nog moet ophoepelen zijn niet te tellen.

In werkelijkheid wellicht minstens zo erg. De strijd van een nooit versagende advocate is een rode draad door de hele reeks, maar gloeit bijwijlen evenzeer als een karikatuur. 

Ergens zei iemand van buiten New Orleans: ‘A city of drunks and dreamers!’

en dat lijkt me een betere titel dan Tremé voor de reeks en de stad. 

Archief

Pierre Plum: “Toon Horsten, De pater en de filosoof. Het spannendste boek over filosofie dat ik ooit gelezen heb’!

24 april 2018

Pierre Plum op FB:

“In Leuven wordt nog aan filosofie gedaan. Zo dacht ik toen ik in de jaren zestig het ene aula-boekje na het andere verslond over fenomenologie en antropologie. In Gent daarentegen waar ik studeerde, wilde men zo vlug mogelijk af van elke vorm van speculatie, introspectie en metafysica. Alles diende wetenschappelijk te zijn. Ook indien het dat duidelijk niet was. Een vreemdsoortig mengsel van marxisme en neopositivisme werd onder de naam van ‘moraalwetenschappen’ over een nieuwe lichting aspirant filosofen uitgegoten, en Plato was slechts een kanttekening bij wat Jaap Kruithof allemaal beweerde. Duidelijk was dat men in Gent de wereld niet langer wilde interpreteren maar hem grondig wilde veranderen.
Tegendraads als ik was, zocht ik mijn heil in fenomenologie, existentiefilosofie en psychoanalyse om mijn studies in de psychologie wat diepgang te verlenen, en ik droomde ervan om een paar jaartjes in Leuven te studeren. Ik las in mijn aula-boekjes dat zich aldaar het Husserl-archief bevond, een overweldigende schat van nog onuitgegeven teksten van de grondlegger van de fenomenologie, en dat iedereen die daarin geïnteresseerd was die kon inkijken, mits hij daartoe ernstige redenen kon opgeven. Ernstige redenen had ik niet, tenzij dan dat ik meende dat het mij gelukkig zou maken, om daar wat in de transcripties van de gestenografeerde nota’s van Husserl te zitten grasduinen, in navolging van Merleau-Ponty, Levinas, Derrida en andere grootheden naar wie ik opkeek.
Ik ben er nooit in geslaagd, maar ik ben wel heel blij dat ik gisteren in een dag en een nacht het boek van Toon Horsten over dat Leuvense archief heb verslonden. Eindelijk weet ik wie die mysterieuze pater was, die op gevaar af van zijn leven, de immense intellectuele erfenis van Edmund Husserl van Freiburg naar Leuven wist over te versassen, in die onzalige nazi-tijd. Herman Leo Van Breda, is zijn naam, en zijn avontuurlijk leven rondom dit archief, de mensen die erbij betrokken waren, filosofen, assistenten, familie van Husserl, leest als een thriller. Ik moet toegeven dat la Petite Histoire, de kleine voorvallen in de oorlog van de diverse helden in dat verhaal mij meer bezig houdt dan de manier waarop Husserl tot het wezen van alle bestaande dingen trachtte door te dringen. Sinds dat boek ben ik meer geïnteresseerd in wat Landgrebe, Fink en Edith Stein, assistenten van Husserl ooit, in de oorlogsjaren overkwam dan in hun uiterst waardevolle reflecties over de fenomenologie als zuivere wetenschap.
En nu wil ik ook dat archief betreden; ik vind wel een ernstige reden. En daarna ga ik uitgebreid dineren, zoals pater Van Breda dat ook zo graag deed, met kreeft en de lekkerste wijnen. Hij had zoals ik diabetes maar leefde er niet naar. Telkens hij een aanval van hypoglykemie kreeg, begon hij tegen iedereen die in zijn weg liep te fulmineren. Vooral op Fonske was hij kwaad, Alphonse de Waelhens, de topfilosoof van Leuven die hem verweet een vergader-filosoof te zijn, een mannetje dat wel in alle commissies zat om gelden te verzamelen, maar zelden een verstandig woord op papier zette. Of anders meende hij dat de fietsen van de studenten in de tuin van het Instituut voor Wijsbegeerte niet goed waren gestald, en begon hij eindeloze jeremiades af te steken over de jeugd van tegenwoordig. Of hoe geleidelijk de vraag naar het wezen, naar het Zijn in mij is ontaard in nieuwsgierigheid naar het bonte en veelal irrationele leven van de filosofen.. Ik moet in elk geval dat begenadigd oord met mijn eigen ogen verkennen. Ik kan nu goedmaken wat ik in mijn jonge jaren nooit heb gedurfd. Ik vind wel een ‘ernstige’ reden.

Toon Horsten, De pater en de filosoof,uitgeverij Vrijdag, Antwerpen, 2018.
Het spannendste boek over filosofie dat ik ooit gelezen heb!”


Ik kan me hierbij aansluiten. Ook ik heb ‘De pater en de filosoof’ in één ruk uitgelezen. De auteur heeft de knepen van het spannende vak in de vingers. Pierre Plum drukt in zijn FB stukje met de zijne op de pijnlijk kloppende littekens van de filosofie in Vlaanderen.
226. Jaren later, na de dood van Van Breda, zal Emmanuel Levinas ‘Noms propres’ publiceren. Een bundel waarin hij dertien portretten schetst van mensen die op de een of andere manier belangrijk voor hem zijn geweest. Het gaat om en paar schrijvers met voorop Paul Celan en Marcel Proust, maar toch vooral om filosofen. Onder meer Kierkegaard, Jean Wahl, Jacques Derrida en Martin Buber passeren de revue. Ook Van Breda krijgt een ereplaats in het boek, als iemand die voor Levinaas geldt als een toonbeeld van rechtschapenheid. “Zijn goedheid en zijn universitaire fijnzinnigheid manifesteerden zich altijd in die lach, in de vrolijkheid van de tevreden boer die weet dat hij de duivel een stevige loer heeft gedraaid”, schrijft hij.

227. Steeds vaker manifesteert zich ook hypoglycaemie, waarbij Van Breda in een soort van trance geraakt. Rudolf Boehm is een van de eersten die er, in de vroege jaren vijftig, mee te maken krijgt. “Als de pater te weinig suiker in het bloed had, dan kon zich zo’n hypo voordoen. Dat was een lelijke toestand hoor, een soort van dronkenschap. Vreselijk voor de persoon in kwestie, het moet een bijna psychotisch gevoel zijn. Het heeft vooral lichamelijke gevolgen, maar ook de stemmingswisselingen konden enorm zijn. Dan begon hij zich geweldig op te wonen, werd boos, en zag de wereld ten onder gaan. Alles was dan één grote samenzwering van de paus, Stalin en De Waelhens, zijn drie zwarte beesten. Ik moest altijd een klontje suiker bij me hebben, waar we ook waren. Meestal wilde hij dan niet toegeven dat er iets aan gehand was, dat was het moeilijkste.’

Archief

MOOOV Turnhout 2018 – Les Bienheureux – Marquis de Wavrin – The legend of the Ugly King – Yol – Blue Silence.

23 april 2018

MOOOV Turnhout 2018 

LES BIENHEUREUX

Algiers, 2008, twintig jaar na het begin van de burgeroorlog. Het rijke koppel Amel en Samir gaan uit eten om hun huwelijksverjaardag te vieren. Ze delen niet langer dezelfde ideeën en de avond verzeilt al snel in een moeilijk gesprek. Ze kunnen niet anders dan vaststellen dat hun idealen van weleer een illusie zijn geworden. Amel heeft het over verloren illusies en ziet geen toekomst meer voor haar land; daarom spoort ze hun zoon aan om in Europa verder te studeren. Samir wil dit niet. Intussen zwerft hun zoon met zijn vrienden rond in de straten van de hoofdstad.

Met een oneindige tederheid en empathie voor haar personages en met een sterke sensuele cameravoering is dit debuut een treffend onderzoek naar de wonden uit het verleden van Algerije. Sami Bouajila en Nadia Kaci tonen het oudere koppel op een gevoelige en delicate manier. Maar met Lyna Khoudri als het meisje Feriel heeft de cineaste de ideale belichaming gevonden van de jonge Algerijnse generatie. Deze actrice won op het filmfestival van Venetië terecht de prijs van beste vrouwelijke actrice!

‘Les bienheureux’ geeft eerder op een trage en langdradige manier een  interessante inkijk in het leven van de betere middenklasse in Algiers. Tijdens de loden jaren van 1991 tot 2002 (met vandaag nog steeds oplaaiend geweld van moslimfundamentalisten tegen de politie en het leger in de bergen van Kabylië) zijn een deel van hun intellectuele vrienden naar Frankrijk gevlucht. Sommigen waaronder Amel (arts) en Samir (prof) zijn ondanks de aanslagen en moordpartijen gebleven. Sindsdien is het islamisme steeds verder doorgedrongen, ook in het publieke leven van de grote steden. Alcohol wordt niet meer geschonken op terrassen, vrouwen worden niet meer toegelaten in cafés en bars, het uitgangsleven en de daarbij horende muziek is verboden of fors ingeperkt. Onder hun kinderen heerst een landerige sfeer met opstoten van religieus fundamentalisme om het testosteron overschot te kanaliseren. 

De film is vooral interessant omdat de regisseur Sofia Djama haar toeschouwers confronteert  met de steeds verder opbouwende spanning in het Algiers van na de loden jaren. Dreigend is ook de toenemende kloof tussen de intellectuele burgerij en de gewone burgers in de stad en verder. 

MARQUIS DE WAVRIN, DU MANOIR À LA JUNGLE 

1913. Robert Marquis de Wavrin betrapt twee kinderen die op zijn landgoed noten stelen. Hij schiet zijn geweer op hen leeg; ze overleven het maar net. Om een celstraf te ontlopen, vlucht hij naar Buenos Aires. Zo begint het Zuid-Amerikaanse avontuur van de jonge Belgische edelman. Zijn drie reizen naar Zuid-Amerika, tussen 1913 en 1937, leveren vier films op. Daarnaast schrijft hij boeken en artikelen en verzamelt hij waardevolle objecten die nu nog in musea te zien zijn. Archivaris Grace Winter heeft deze documentaire uit het filmmateriaal van het Koninklijk Belgisch Filmarchief. Ze kreeg hulp van Luc Plantier. De documentaire toont dat de markies zijn tijd ver vooruit was. ‘Mijn echte huis was de jungle. De indianen werden mijn broeders. Ik benaderde ze altijd als een vriend. Eerlijk, ongewapend en kwetsbaar.’ Zijn oprechte interesse voor andere culturen was in die tijd een uitzondering. Veel van zijn tijdgenoten zagen de overzeese gebieden als commerciële wingewesten en hun inwoners als wilden. Robert Marquis de Wavrin leverde een grote bijdrage aan de wetenschap en de Belgische cinema. Hij verdient het om niet vergeten te worden.

Een boeiende en ingenieuze compilatie van het werk van Robert de Wavrin, waarbij het exotisme (koppensnellers en – krimpers, mannelijk en vrouwelijk naakt, borstvoeding voor een apenjong) van zijn reisverslagen recht wordt gedaan. De ontdekkingsreiziger kwam tijdens en door zijn reizen tot inkeer: van een verwende egocentrische persoonlijkheid tot iemand die open stond voor andere culturen in verre landen. 

Er is een dvd van het hele werk te koop bij Cinematek te Brussel

Yilmaz Güney dag te Turnhout


THE LEGEND OF THE UGLY KING
Ze noemden hem the ugly king. Een mythe, een held, een filmlegende. Wie was Yilmaz Güney? Een getalenteerde regisseur? Een revolutionair? Een moordenaar, een genie of gek? In THE LEGEND OF THE UGLY KING de jonge regisseur Hseyin Tabak zoekt antwoorden in een script over de Koerdische filmmaker uit Turkije. Güney werd veroordeeld tot 100 jaar gevangenisstraf, om politieke redenen maar ook voor de moord op een rechter.Hij begon met films vanuit de gevangenis. Zijn beroemdste film YOL won de Gouden Palm op het festival van Cannes in 1982. Tabak bezoekt landen waar familie van Güney woont, zijn acteurs, prestigieuze filmmakers als Michael Haneke en Costa Gavras, voormalige gevangenen en gewone mensen voor wie Güney nog steeds een held is. Hoe dieper Tabak graaft, hoe meer de legendarische ugly king menselijk en kwetsbaar lijkt.Tabak begint zijn film met de triomf in Cannes en keert langzaam terug naar Turkije om de overlevende medewerkers en familie van Güney te interviewen. Het resultaat is een rijk biografisch werkstuk en een oprecht eerbetoon aan een filmmaker wiens integriteit en creativiteit tot op vandaag inspireren.

Tabak heeft een boeiende compilatie gemaakt van getuigenissen, raadsels en verhalen van en over de mythische Koerdische cineast Yilmaz Güney die in 1982 voor de doorbraak van de Turkse film zorgde met YOL .

Verrassend was ook de pijnlijke voorliefde voor botox en fillers van menig oudere schone van het Turkse witte doek.

YOL - THE FULL VERSION

Yol is een Turkse film uit 1982 gemaakt door Yilmaz Güney. Het scenario werd geschreven door Güney en, omdat hij in de gevangenis zat, geregisseerd door zijn assistent Serif Gören, die de instructies van Güney nauw opvolgde. Later, toen Güney uit de gevangenis ontsnapte, nam hij de negatieven van de film mee naar Zwitserland en bewerkte deze in Parijs. De film won uiteindelijk de Gouden Palm op het Filmfestival van Cannes. Yol werd in Turkije verboden vanwege het vermeende negatieve beeld dat er van het land werd geschetst.Turkije werd in die tijd geregeerd door een militaire dictatuur. Nog meer controversieel was het beperkte gebruik van de Koerdische taal, muziek en cultuur, hetgeen destijds verboden was.Güney ontsnapte in 1981 uit een Turkse gevangenis en vluchtte naar Frankrijk. Daar, op het filmfestival van Cannes, won hij de Gouden Palm voor YOL (1982). Zijn laatste film was DUVAR (1983), een verhaal over kinderen in gevangenschap. Deze werd zowel financieel als politiek gesteund door de Franse regering. In 1984, toen Güney vrij was van vervolging, sloeg het noodlot toe: hij kreeg maagkanker en stierf op 47-jarige leeftijd in Parijs.In 2017 werd een nieuwe versie van Yol uitgebracht, YOL: THE FULL VERSION. Dankzij intensief speurwerk werd filmmateriaal gevonden dat verloren werd gewaand. Het werd gedigitaliseerd en bewerkt volgens het oorspronkelijke plan van Yilmaz Güney. Beeld en geluid zijn nauwkeurig hersteld in hun authentieke staat. De film werd uiteindelijk gerestaureerd en voltooid ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van Yilmaz Güney.

Boeiend waren de toelichtingen van Donat Keusch, chef van de Zwitserse Cactus Film AG, die de rechten op de film beweert te hebben, wat tot nogal wat onduidelijkheden en disputen leidde. Hij deed ook een mooie verhaal over de ontsnapping van Yilmaz Güney uit de Turkse gevangenis met asiel in het Frankrijk van Mitterand en Jacques Lang.

Nog boeiender was de verklaring van Keusch dat Güney hem persoonlijk herhaaldelijk had duidelijk gemaakt dat de mannelijke personages van Yol die vrij kregen uit de gevangenis ( oorspronkelijk 12 die werden teruggebracht tot 5 +1) allemaal alter-ego’s van Yilmaz Güney zelf waren.

Het tekent de moed en de kritische zelfkennis van Güney én de tot vandaag en nog vele decennia aanslepende ellende van man-vrouw verhoudingen op het Turkse platteland en bij de Koerdische families en clans, ook in de grootsteden.

YOL is 35 jaar later nog pijnlijker dan in 1983 toen ik hem voor het eerst zag. Vooral omdat het er vaak nog steeds op dezelfde manier aan toe gaat ( ook in de Koerdische en Turkse diaspora) en omdat in al die jaren nog steeds geen fatsoenlijke federale oplossing voor de autonomie-eisen werd gerealiseerd.

BLUE SILENCE

Hakan, een 42 jarige Turkse ex-militair, heeft de laatste jaren doorgebracht in een psychiatrisch ziekenhuis, waar hij behandeld werd met als doel te genezen van oorlogstrauma’s. De gruweldaden die hij in naam van het Turkse leger pleegde, blijven aan hem vreten. Met de hulp van de verpleegster Ayla voelt hij zich langzaamaan beter worden. Vlak voor Kerstmis achten de dokters hem voldoende mentaal gezond om naar huis terug te keren. Zo belandt Hakan weer in zijn appartement in Istanbul. Hij probeert in contact te komen met zijn vrouw en zijn dochter Melis, maar die zijn zeer afhoudend om hem weer te zien. Alleen Ayla houdt vol en probeert hem te helpen, tot ze de waarheid ontdekt over zijn verleden Sinds zijn wereldpremière viel de film al meerder malen in de prijzen en wie hem ziet, zal hierover niet verwonderd zijn. Het is een heerlijk minimalistische en intuïtieve prent met heel veel opvallende stiltes. De regisseur zoekt vooral naar beelden om het verhaal van Hakan te vertellen. Componist Michelino Bisceglia zorgt met strijkers voor de klanken hierbij.

Bülent Öztürk denkt nog dat om poëtische films over gruwelijke feiten te maken het volstaat om lange, ongewone shots en close ups te tonen met stilte of opdringerige geluiden en muziek. Hetzelfde trucje wordt in Blue Silence tot vervelends toe herhaald en dwingt de kijker tot vermoeid versuffen.

Zelfs als ‘minimalistisch en integer’ als schaamlapje moeten dienen en de muziek bij wijlen troost biedt, blijft het een misser van formaat.

Als de brave regisseur nog vol van zijn pas geleerde kunstjes bij de nabespreking ook nog een hilarisch verhaal begint over de verantwoordelijkheid van België binnen de NATO waardoor de Turkse elitetroepen als burger verkleed gruweldaden hebben leren plegen, is het tijd om op te stappen. Er zijn grenzen aan de waanzin – zeker als daar dan het optreden van Belgische paracommando’s in Congo aan gekoppeld worden. Iemand zou dit soort interessant makend gezeur zonder enige kennis van zaken beter voorkomen.

De Druivelaar heeft voor dergelijke zelfverklaarde getuigenis-filmers (die zich dan nog graag bekennen als fans van Yilmaz Güney) een goede raad: ‘Het is beter te zwijgen en dom te lijken dan je mond open te doen en alle twijfels voorgoed weg te nemen.’

 

Archief

Wild Wild Country – Bhagwan Shree Rajneesh (later bekend als Osho) in Oregon – Netflix Documentaireserie

5 april 2018

Wild Wild Country – Bhagwan Shree Rajneesh (later bekend als Osho) in Oregon Netflix Documentaireserie (6 delen) ***** Regie Chapman en Maclain Way.

Fascinerende serie over de oranje-rode secte die in de jaren 70-80 van de vorige eeuw Amerika én Europa besmette met een originele toepassing van het communistische ideaal van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid in de praktijk: gemeenschap van alles en iedereen ten dienste van het hogere doel, de gids en de leiding.

Uiteraard was dat alles maar schijn en ging het er in werkelijkheid en meer nog achter de schermen heel anders aan toe. De langstgelovige advocaat van de Bhagwan(-beweging) Philip Toelkes (a.k.a. Swami Prem Niren) weet finaal zelfs te verklaren dat ‘Osho’, de Meester, erin geslaagd was zijn hoogste doel te bereiken met zijn volgelingen: hij was een verheven versie van de zeer succesvolle Grieks-Armeense farceur George Gurdjieff die zijn leerlingen wist te overtuigen dat de menselijke geest moet opgewekt en bevrijd worden via de vierde weg, die van de sluwe mens.

Het dorpje Antelope in Oregon dat het Bhagwan experiment ongevraagd opgedrongen kreeg en mocht genieten van de financiële en gewapende ‘verdraagzaamheid’ van de sannyasins en hun handlangers, overleefde ternauwernood en houdt zich nu recht met een vlag aan de mast en een citaat van Edmund Burke:

The only thing necessary for the triumph of evil is for good men to do nothing.”

Diverse hoofdrolspelers zijn toch nog goed terecht gekomen.

Wat eens begon als een miljoeneninvestering in de utopie van de eeuwige belofte van vrijheid, zeker ook in de liefde, wordt nu beheerd door een club van fundamentalistische christelijke jeugdkampen waar de voorhuwelijkse onthouding beoefend en bezongen wordt.

En dan lees je in De Morgen en de Volkskrant van Mark Moorman : “Netflix-documentaire Wild Wild Country is een epos over een mislukte utopie – Documentaire over Indiase goeroe die maximale vrijheid bepleitte.”

‘Uiteindelijk is Wild Wild Country een epos over intolerantie, over een utopie die implodeert als mensen hun eigen belangen boven die van de groep gaan stellen, en ook een onderzoek naar de vrijheden die de Amerikaanse grondwet garandeert: stel dat die lijnrecht tegenover elkaar komen te staan.’

Een dergelijke opmerking houd je in 2018 toch niet meer voor mogelijk… edoch, blijkbaar is dit soort geleuter weer aan de orde dankzij New Age en Nieuw Groen en Links…

Mij lijkt Wild Wild Country eerder een fascinerend onderzoeksverslag naar het grote ideaal van ‘love and peace and equality and liberty’, de psychopathologie van gevaarlijke maakbaarheidsideologen die vele honderdduizenden over de hele wereld erin geluisd hebben.

En onder hen niet de minsten: Peter Sloterdijk en Jan Foudraine -Wie is van hout? 

„Van alle ideeën die onoverzienbare en een of meer desastreuze effecten op de 20e eeuw hebben gehad, is dat van de goede gemeenschap waarin onderlinge banden en solidariteit heel sterk zijn en alles is gebaseerd op een gemeenschappelijk gevoel, het meest opzienbarende.  Er zijn nog steeds talloze mensen die een gemeenschap beschouwen als de omgeving waar ze zouden willen leven, wat die gemeenschap ook inhoudt, al was het een zuiver misdadig genootschap, als het maar een vorm betreft waarmee men veel gemeenschappelijk heeft, waar onderlinge banden iets betekenen. Dat verlangen is zo intens dat de bestaansgronden en de aard van die banden er nauwelijks nog toe lijken te doen: zolang ze maar sterk en hecht zijn.” (Roberto Calasso, De literatuur en de goden.)

“Van alle politieke ideeën is de gevaarlijkste wellicht het verlangen om mensen volmaakt en gelukkig te maken. Elke poging om de hemel op aarde te brengen heeft naar een hel geleid” (Karl Popper)

Archief

Vrt.nu De Ronde : Doe het goede om het (eigen )goede (gevoel)!

27 maart 2018

Doe het goede om het (eigen )goede (gevoel)!


De Ronde, Finale.



Vanaf 25’ In den Havana


https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/de-ronde/1/de-ronde-s1a3-broers/


Vanaf 40’ na de koers over den Havana en het eigen goede doel


https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/de-ronde/1/de-ronde-s1a7-het-peleton/



Marc Six bekent Dieter De Leuze dat hij in hetzelfde bordeel Havana in barre omstandigheden gefilmd werd en nu gechanteerd wordt om maandelijks 100 € af te dragen voor een goed doel naar keuze door de nostalgische oud-marxist John Van Roey. Niet zot maar nu pooier voor zes goede doelen: ‘Het is niet eerlijk verdeeld in de wereld en daar doen wij iets aan.’

 

– Ik ben echt heel bang wat hij met die beelden gaat doen, meneer De Leuze. – Maar dat moet toch niet Marc. Zorg er gewoon voor dat je het geld stort. Heb je al een goed doel gekozen? – Neen. – Maar, doet dat rustig Marc. Neem er je tijd voor en kies iets waar je je hart kunt insteken. – Wat heeft dat nu voor belang. – Natuurlijk heeft dat belang. Het zal u helpen om het te verwerken. – Zever niet. – Toch is dat zo. Als ik weet hoeveel waterputten er in Burundi gegraven zijn door wat ik heb meegemaakt dan geeft dat troost. En dan weet je dat die vernedering niet voor niks geweest is en dat er mensen beter worden door wat jij doorstaan hebt.

Archief

Zineb El Rhazoui, Vernietig het islamitisch fascisme.

26 maart 2018

Zineb El Rhazoui, Vernietig het islamitisch fascisme.

Prometheus 2018

Scherp geformuleerd pamflet door een vrouw die de islamitische aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo overleefde.

Miel Swillens schreef een jaar de aanslagen door islamitische terroristen te Brussel een opmerkelijke tekst op Doorbraak met eenzelfde reeks vaststellingen.

17. ‘Niet één islamitische theocratie staat de burgers vrijheid van geweten en van godsdienst toe. Maar in een Europese context, waar de mensenrechten heilig zijn, zegt de islamist tot een minderheid te behoren en verdedigt hij het recht op anders-zijn dat hij op eigen terrein niet duldt. Zeker, hij wil de vrijheid graag verdedigen, maar alleen de vrijheid nog religieuzer te zijn. De islamist streeft ernaar zijn gemeenschap te isoleren, een muur tussen moslims en anderen op te richten via kleding, cultuur, taal, geografie en recht, om intussen iedereen van haat te beschuldigen. De islamist hekelt haat, niet omdat hij geen haat voelt, maar omdat hij meent er het alleenrecht op te hebben. Erger nog, de islamist denkt de behoeder te zijn van de ‘legitieme haat’, die volgens hem Gods wil zou zijn. Betwist je hem dit alleenrecht, dan ben je islamofoob.

De islamist leent de democratische dialectiek, zegt dat hij een groot aantal mensen vertegenwoordigt om beter minderheden te kunnen onderdrukken. En zolang de islam geen staatsgodsdienst is, beweert de politieke Islam religieuze diversiteit te respecteren, om de onschendbaarheid van het eigen domein beter in de hand te kunnen houden. Het salafistische vocabulaire, niet van dat van Islamitische ‘Staat en de islamitische theocratieën te onderscheiden, wordt door de islamisten verdedigd als een uitdrukking die bij de islamitische identiteit hoort. Afwijzing ervan ziet men als discriminatie van alle moslims. Terecht denk je dat mensen verdelen in homogene groepen die onder verschillende wetten vallen racistisch is, maar de islamist beweert ook het alleenrecht op racisme te hebben. Hij verbiedt dat mensen met zijn geloof trouwen met joden, christenen of atheïsten, maar deze discriminatie is voor hem de wil van God waarover hij op aarde waakt. Als je over hem zegt dat hij een racist is, dan ben je islamofoob.’

30. De islam is absoluut géén religie van vrede en liefde, maar een ideologie die je haat jegens de ander bijbrengt, en de minderwaardigheid onderstreept van vrouwen en van niet-moslims.

Lees verder »

Archief

Ali Rizvi, De atheïstische Moslim. Een weg van geloof naar rede.

26 maart 2018

 

Ali Rizvi, De atheïstische Moslim. Een weg van geloof naar rede. 

Nieuw Amsterdam 2018

Een fascinerend verslag van een insider die nauwgezet probeert zijn eigen geloofsafvalligheid te reconstrueren en de gevolgen ervan te onderzoeken, bij hemzelf, familie, vrienden, andere moslims.

Een moedig en noodzakelijk boek voor de verstandigen en de weifelaars.

En voor wie er van buitenaf met grote ogen en oren op zit te kijken en te luisteren.

Er lijkt nog een beetje hoop te kunnen gloren.

 

16. ‘In een leerboek voor de vijfde klas (elfjarigen) stonden lessen over vriendschap en loyaliteit: ‘Het is een moslim verboden om een loyale vriend te zijn van iemand die niet in Allah en Zijn Profeet gelooft, of iemand die tegen de religie van de islam vecht.’ En: ‘Een moslim, ook al woont hij ver weg, is je broeder in de religie. Iemand die zich tegen Allah verzet, ook al is hij je broer door bloedbanden, is je vijand in de religie.’

In de achtste klas (veertienjarigen) leerden de studenten over de omgang met joden en christenen. ‘De apen zijn de joden, het volk van de sabbat; de zwijnen zijn de christenen, de ongelovigen van de gemeenschap van Jezus.’

In de twaalfde klas zijn de leerlingen klaar om eindexamen te doen en daarna de maatschappij in te gaan. ‘Jihad op het pad van Allah – bestaande uit het bestrijden van ongeloof, onderdrukking, onrecht en hen die dit begaan – is de bekroning van islam. Deze religie kwam voort uit jihad en verhief zijn vaandel door middel van jihad. Het is een van de edelste daden, die de gelovige dichter bij Allah brengt, en een van de meest verheven daden van gehoorzaamheid aan Allah.’

‘Nogmaals: dit waren de aangepaste leerboeken, die een aantal jaren ná 11 september 2001 werden gepubliceerd.’

35. ‘De ambassadeur antwoordde dat het gebaseerd was op de Wetten van de Profeet; dat het geschreven stond in hun Koran; dat alle volkeren die hun gezag niet erkenden zondaren waren; dat het hun recht en plicht was om oorlog tegen hen te voeren waar ze hen aantroffen; en om slaven te maken van iedereen die ze gevangen konden nemen; en dat elke muzelman [moslim] die in de strijd omkwam zeker naar het Paradijs ging.

Deze woorden lijken wellicht te verwijzen naar een verklaring van Islamitische Staat (ISIS) of naar een samenvatting van een recent manifest van Al-Qaida. Ze klinken misschien zelfs als frases uit een fatwa van een Iraanse geestelijke.

Geen van beide.

Het zijn de woorden van Thomas Jefferson, uit de tijd dat hij als ambassadeur van de Verenigde Staten in Frankrijk verbleef. De passage is afkomstig uit een brief aan de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken John Jay, waarin Jefferson verslag doet van de ontmoeting die hij en John Adams hadden met Sidi Haji Abdul Rahman Adja, de Londense gezant van Tripoli. Dat was in 1786, meer dan twee en een kwart eeuw geleden.’

 

Lees verder »

Archief

House of Cards (1-5) … het bezingen van de wrok, nu ook Washington D.C.

26 februari 2018

????? ?????, ???, ????????? ???????
‘De wrok, godin, van Peleus’ zoon Achilles / moet u bezingen.’
Het eerste woord uit de Europese literatuur is afschuwelijk.
Homeros, ‘Ilias. Wrok in Troje’, vert. Patrick Lateur
“We used to make each other stronger, or at least I thought so. But that was a lie. We were making you stronger. And now I’m just weak and small, and I can’t stand that feeling any longer.” Claire Underwood
House of Cards, wrok in Washington D.C.

http://www.independent.co.uk/arts-entertainment/tv/news/house-of-cards-kevin-spacey-diane-lane-greg-kinnear-replacements-final-season-a8188121.html
“Money is the Mc-mansion in Sarasota that starts falling apart after 10 years. Power is the old stone building that stands for centuries. I cannot respect someone who doesn’t see the difference.”
“Friends make the worst enemies.”
“Power is a lot like real estate. It’s all about location, location, location. The closer you are to the source, the higher your property value.”
“There are two kinds of pain. The sort of pain that makes you strong, or useless pain. The sort of pain that’s only suffering. I have no patience for useless things.”
“There’s no better way to overpower a trickle of doubt than with a flood of naked truth.”
“Democracy is so overrated.”
“Proximity to power deludes some into thinking they wield it.”
“For those of us climbing to the top of the food chain, there can be no mercy. There is but one rule: hunt or be hunted.”
“The road to power is paved with hypocrisy, and casualties.”
“The nature of promises, Linda, is that they remain immune to changing circumstances.”
“A great man once said, everything is about sex. Except sex. Sex is about power.”
“From this moment on you are a rock. You absorb nothing, you say nothing, and nothing breaks you.”
“I’ve always loathed the necessity of sleep. Like death, it puts even the most powerful men on their backs.”
“The best thing about human beings is that they stack so neatly.”

https://en.m.wikiquote.org/wiki/House_of_Cards_(U.S._TV_series)

Archief

Luckas Vander Taelen, De grote verwarring. Hoe moeten we reageren op het islamitische fundamentalisme?

26 februari 2018

Luckas Vander Taelen, De grote verwarring. Hoe moeten we reageren op het islamitische fundamentalisme? Uitg. Houtekiet 2016


 

106. ‘We hebben een luxeprobleem: we zijn verwend door jaren van vrede, zelfs de koude oorlog is in het beste geval nog een verre herinnering. We zijn vergeten dat er altijd gewelddadige conflicten zullen zijn en dat niet alles op te lossen is met een goed gesprek. Onze verblinding is zo groot dat we het Kwade niet herkennen, zelfs als het door Parijs, Beiroet of Bamako dwaalt en de lijken van onze vrienden in de straten liggen. We weten niet meer hoe we op geweld moeten reageren, we willen geen oorlog, we geven ons nog liever over. De ontreddering is totaal: theaterregisseur Luc Perceval vroeg zich meteen na de aanslagen op Radio 1 af of we niet beter met IS zouden gaan onderhandelen. Waarover, vraag ik me dan af? Over onze totale onderwerping aan een krankzinnige, moorddadige ideologie? Daarover ging Soumission, de helaas visionaire roman die Michel Houllebecq net na de aanslagen op Charlie Hebdo uitbracht.
Op planetaire schaal is de islam aan een spectaculaire uitbreiding bezig die heel vaak met geweld tegen andersdenkenden gepaard gaat. Dat radicalisme spreekt ook bij ons jongeren aan die in een marginale situatie terecht zijn gekomen. Bewegingen zoals Sharia4Belgium maakten daar op een ‘perverse manier misbruik van, door hen te rekruteren voor een heilige oorlog. In die context hoeft het niet te verbazen dat de modale Belg enige bedenkingen heeft bij de opkomst van een godsdienst die hier een halve eeuw geleden nauwelijks bekend was.
13 november was een mokerslag voor vele ideologische zekerheden. De verpletterende stilte van links nu, is tekenend voor de ontreddering van het zelf opgelegde correcte denken, dat de tekens van het groeiende fundamentalisme niet wou zien, uit angst beschuldigd te worden van islamofobie. En er een haast principieel schuldgevoel op nahield dat alle onheil in de wereld aan westerse interventies, kolonialisme en imperialisme toeschreef.
‘De vertrouwde en geruststellende antwoorden op complexe vragen waren even leeg als voorspelbaar. De islamitische allochtonen waren voor links het nieuwe proletariaat; de sluipende, nefaste impact van een fanatieke religie werd genegeerd of in het beste geval geminimaliseerd. Voor elke Syriëstrijder zocht men een excuus van sociale achterstelling, dat ook het alibi werd voor het baldadig geweld van straatbendes. De schrijnende verdrukking van islamitische vrouwen werd goedgepraat vanuit een principieel cultuurrelativisme, dat de universele waarden van de verlichting reserveerde voor de autochtone bevolking en ontzegde aan allochtonen.
Nooit zou men mogen vergeten dat de geschiedenis een opeenvolging is van conflictsituaties over normen en de waarden. Die staan niet in steen gebeiteld en wettelijke kaders kunnen de maatschappelijke druk tot verandering niet tegenhouden. Het is bijzonder belangrijk dit te beseffen: waarden waarvoor soms decennia lang gestreden is en die wij als evidenties beschouwen, kunnen door nieuwe groepen in vraag gesteld worden. Scheiding tussen Kerk en staat, religieuze vrijheid en de vrijheid om zich publiekelijk af te zetten tegen godsdienst, gelijkheid tussen man en vrouw, respect voor holebi’s, enzovoort: het zijn verworvenheden van een lange emancipatorische strijd. Het is geen uiting van racisme of xenofobie om daaraan te herinneren en ‘van nieuwkomers te verwachten dat ze zich aan die ‘normen en waarden’ aanpassen. Pas als men dat niet doet en stelt dat migranten er hun eigen waardenpatroon op na kunnen houden, geeft men blijk van een racistische instelling: alsof de waarden die wij belangrijk vinden voor onszelf, niet zouden gelden voor mensen die van elders komen.

Lees verder »

Archief

Luckas Vander Taelen, Mijn gedacht, Opinies over Brussel en andere belangrijke zaken.

26 februari 2018

Luckas Vander Taelen, Mijn gedacht, Opinies over Brussel en andere belangrijke zaken, Houtekiet, 2017.

Een boeiende reeks verhalen en analyses, onthullingen en moedige standpunten over Brussel vroeger en nu, en vooral morgen. Met een reeks aanbevelingen die Groen en Ecolo (om van de overige politieke partijen nog maar te zwijgen) beter zelf ter harte zouden nemen om niet ten onder te gaan aan de dhimmitude.

174. ‘Het lijkt wel of we enkel preventief kunnen denken: meer legerpatrouilles op onze pleinen en grotere betonblokken in onze winkelstraten. De verdediging is de slechtste aanval.
We zijn even verwend als we naïef zijn. Verlamde lemmingen die niet weten hoe om te gaan met fanatici die hun leven veil hebben voor hun geloof en overtuiging. Salafisten zijn als religieuze nazi’s. Maar als iemand dan zegt dat dit oorlog is, stuiven we verschrikt weg. Churchill blijft zich maar omdraaien in zijn graf. Hoeveel meer blood, sweat and tears kunnen we nog verdragen?
Laat ons toch eens ophouden met ons in te houden. Laten we hardop zeggen wat zelfs Obama nooit over zijn politiek correcte lippen kreeg, om toch maar niemand te stigmatiseren: dat al dat onheil van een op hol geslagen godsdienst komt. Waarom knijpen we altijd onze billen dicht om toch maar geen religieuze gevoeligheden te bruuskeren? Vrijzinnigheid, atheïsme en Verlichting zijn stilaan scheldwoorden geworden. We noemen onszelf liever agnost dan dat we durven zeggen dat God niet meer is dan een menselijk verzinsel. Journalisten verzwijgen bewust het adjectief ‘islamitisch’ bij het substantief ‘terrorist’. Een opiniemaker zegt dat terroristen niet meer dan depressieve zelfmoordenaars zijn. Of amateurs, psychopaten, eenzame wolven… zeg maar wat. Alles om toch maar niet het I-woord te moeten gebruiken. Ik vraag me af wat die voorname denkers zullen verzinnen nu blijkt dat het in Spanje over een goed georganiseerde bende islamitische fundamentalisten ging.
We willen ons vooral niet superieur voordoen, zelfs niet tegenover barbaren. Vanuit een onbepaald schuldgevoel kastijden wij liever onszelf. De islamitische moordenaars van de Ramblas verachten ons om zoveel dwaze en blinde zwakheid. Door onze dubbelzinnigheid geven we hun vrij spel om nog meer verwarde jeugdige geesten te kapen.

Lees verder »

Archief

Irvin D. Yalom, Dicht bij het einde, terug naar het begin. Memoires van een psychiater

3 februari 2018

Irvin D. Yalom, Dicht bij het einde, terug naar het begin. Memoires van een psychiater

uitg. Balans

Een pracht van een afscheid, les en lering van Irvin Yalom, van wie ik veel heb geleerd als huisarts voor mijn patiënten, ook voor mijzelf en mijn dierbaren.

Een aanrader bij de film Yalom’s Cure en voor iedere (aankomende) arts en therapeut over hoe het ook kon en nog steeds kan.

Zijn wij niet de bewaarders van de verhalen van hen die niet meer zoeken naar een stem?

 

Irvin D. Yalom, De Schopenhauerkuur.

 

Irvin D. Yalom, Nietzsches tranen.

Irvin D. Yalom, Scherprechter van de liefde

Irvin D. Yalom, Het raadsel Spinoza. Uitg Balans 2012

 

26. Charles Dickens ‘In Londen en Parijs: ‘Want nu ik langzaam het einde nader en de cirkel bijna rond is, kom ik weer steeds dichter bij het begin. Het schijnt mij toe dat dit de manier is waarop de weg wordt geëffend en voorbereid. Mijn gemoed loopt over bij allerlei herinneringen die al lang geleden waren weggedommeld…’

Deze passage ontroert me hevig, want inderdaad: nu ik langzaam het einde nader, kom ik steeds vaker uit bij het begin. De herinneringen van mijn cliënten roepen steeds vaker herinneringen uit mijn eigen leven op, mijn werk aan hun toekomst roept mijn verleden op en woelt het om, en ik merk dat ik mijn eigen verhaal herzie. Mijn herinneringen aan mijn vroege jeugd zijn altijd fragmentarisch geweest en ik dacht dat dat kwam door de ongelukkige, armoedige omstandigheden waarin we leefden. Maar nu ik in de tachtig ben, dringen zich steeds vaker beelden uit mijn kinderjaren bij me op.

FIETSEN

34. Ik heb fietsen altijd heel bevrijdend en contemplatief gevonden en de laatste tijd komt het verleden heel gemakkelijk bij me boven als ik op de fiets zit, dat gevoel van soepele snelheid ervaar en de wind in mijn gezicht voel.

JODENDISCRIMINATIE

75. In die tijd had ik het gevoel dat mijn hele leven, mijn hele toekomst, op het spel stond. Ik wist sinds mijn ontmoeting met dokter Manchester, op mijn veertiende, al dat ik medicijnen wilde studeren, maar het was algemeen bekend dat geneeskundeopleidingen een streng quotum van vijf procent hanteerden voor joodse studenten – de geneeskundefaculteit van GW nam per jaar honderd studenten aan, onder wie maar vijf joden. De joodse scholierenvereniging waarvan ik lid was (Upsilon Lamb­da Phi) had veel meer dan vijf intelligente eindexamenkandidaten die na een voorbereidende bacheloropleiding geneeskunde wilden gaan doen, en er waren wel meer van dat soort verenigingen in Washington. De concurrentie leek moordend, dus besloot ik vanaf dag één van mijn studie de volgende strategie te volgen: ik zou me nergens anders mee bezighouden, ik zou harder werken dan alle anderen en ik zou zulke goede cijfers halen dat ze me bij geneeskunde hoe dan ook moesten toelaten.

Lees verder »

Archief

Ivan Wolffers, Broer van God.

14 december 2017

Ivan Wolffers, Broer van God.

Uitg. De Arbeiderspers 2017

Ik beken graag dat ik van Ivan Wolffers veel heb geleerd. Net alleen van zijn legendarische kritische jaarboeken over Medicijnen, lang voor dit genre in België te vinden was, maar ook van zijn artikels over medische antropologie.

Na al die jaren is het dan ook niet echt verrassend om in ‘Broer van God’ de ontwikkelingen van de rol van de dokter-arts intens geanalyseerd te zien. Wolffers nieuwste roman is een geraffineerd geconstrueerd verhaal met zeer veel aandacht voor de verhoudingen tussen artsen als collega’s, partners en geliefden die elkaar in spanning houden terwijl het professionele en relationele leven voorbijraast.

Ook al worden de protagonisten bij wijle wat clichématig neergezet, dit boek kan je ook lezen als een handboek voor jonge artsen en paramedici. Over hoe artsen werden opgeleid om als een broer van god te leren werken en er dan ook naar neigen om zich als dusdanig te gedragen: hubris, de grootste zonde voor psychotherapeuten en hulpverleners die zich verlustigen in de spiegelende pupil van hun cliënt, voor de arts die gedijt bij het helen van de angst die hij verspreidt.

‘Broer van God’ is met veel tederheid geschreven en heeft aandacht voor vele types van artsen, sterke vrouwen en vallende mannen.

336. ‘Dat hij geneeskunde had moeten studeren, zich had moeten specialiseren en jaren had moeten praktiseren, was om uiteindelijk dat te leren: gezondheid begint met trots zijn op jezelf, dat je niet opgesloten zit in de kooi van het beeld dat mannen voor je gebouwd hebben, waar andere vrouwen je graag willen houden omdat ze er niet alleen willen zitten, waar de dokter komt met zijn bloeddrukmeter, stethoscoop en een lijstje vragen die hij moet stellen, waardoor er geen tijd overblijft om te luisteren en vervolgens vaststelt dat je ziek bent, ongeneeslijk vrouw.’

Lees verder »

Archief

Robert Seethaler, De Weense sigarenboer.

5 december 2017

Robert Seethaler, De Weense sigarenboer.
Uitg. De Bezige Bij 2017

https://www.tzum.info/2017/11/recensie-robert-seethaler-weense-sigarenboer/

Na ‘Een heel leven’  http://www.janvanduppen.be/?p=3229 een vroeger verhaal waar het meesterschap reeds gloeit in de kegel van een Hoyo de Monterrey.

 

142. De juiste vrouw vinden is een van de moeilijkste opgaven van onze beschaving. En ieder van ons moet die volkomen alleen tot een goed einde brengen. We komen alleen op de wereld, en we sterven alleen. Maar vergeleken bij de eenzaamheid die we ervaren als we voor het eerst tegenover een mooie vrouw staan, lijken geboorte en dood welhaast maatschappelijke evenementen. In de beslissende dingen zijn we van meet af aan op onszelf aangewezen. We moeten onszelf steeds weer vragen wat we graag willen en welke kant we op willen. Met andere woorden, je moet je eigen hoofd inschakelen. En als dat je geen antwoorden geeft, moet je het je hart vragen!’

143. Zou het misschien zo kunnen zijn dat uw divanmethode niets anders doet dan de mensen van hun platgetreden maar aangename wegen af te duwen om ze een volkomen onbekend rotsig veld op te sturen, waar ze heel moeizaam hun weg moeten zoeken, terwijl ze geen flauw vermoeden hebben van hoe hij eruitziet, hoe ver hij gaat en of hij eigenlijk wel naar een doel leidt?’

205. Wie niets weet, heeft geen zorgen, dacht Franz, en terwijl het al lastig genoeg is om je moeizaam kennis eigen te maken, is het nog veel lastiger, als het niet praktisch onmogelijk is, om wat je eenmaal weet, weer te vergeten.

245. Koekeloeren doen de mensen zuiver en alleen uit kwaadaardigheid. Maar omdat kwaadaardigheid niet alleen nieuwsgierig maar ook blind maakt, zien ze alleen wat ze willen zien!

Archief

Junichiro Tanizaki, De brug der dromen

3 december 2017

Junichiro Tanizaki, De brug der dromen en andere verhalen.  

gekozen, vertaald en toegelicht door Jos Vos. De Bezige Bij 2017

Omtrent mijneer Van de Groenheuvel 1926

202. Konden een man die van schaduwen hield, en een man die van de werkelijkheid hield, elkaar niet een hand geven? Schaduw en werkelijkheid gaan toch ook vriendschappelijk met elkaar om?

De fijnproeversclub 1919 – een verrassend verhaal met een onvergetelijke finale over de Chinese kool met ham en de speekselmassage.

Chinese kool met Chinese ham en de speekselmassage

243. ‘Naar de oever van de Natsumi kwam een vrouw zonder doel of richting’.

‘Zo zwaar weegt op mij de last der zonden,’

Lees verder »

Archief

Junichiro Tanizaki, Lofzang op de schaduw

7 november 2017

Junichiro Tanizaki, Lofzang op de schaduw

opgenomen in ‘De brug der dromen’. Verzameld werk.

Uitgeverij De Bezige Bij 2017

439. Wanneer westerlingen het over ‘het geheimzinnige Oosten’ hebben, bedoelen ze waarschijnlijk de beklemmende stilte op dit soort donkere plekjes. Ook wij stonden als kind al onuitsprekelijke angst uit en er gingen koude rillingen door ons heen als we met onze blik de diepte probeerden te peilen van de tokonoma in een zit- of studeerkamer, waar nooit een straaltje zon in viel. Hoe valt heel dit mysterie toch te verklaren? Dat zal ik u verklappen: het ligt aan de magie der schaduwen, want als je die uit de hoeken verjaagt, is zo’n tokonoma in één oogwenk een doodgewone lege ruimte. En hierin school het genie van onze voorouders, want aan het rijk der schaduwen, dat vanzelf ontstaat wanneer je zo’n ruimte bewust afschermt, kenden zij een geheimnisvolle diepgang toe die elke muurschildering of versiering overtreft. Het lijkt een simpele kunstgreep maar dat is het beslist niet; u kunt zich wel voorstellen hoeveel onopvallende aandacht er is besteed aan het aanbrengen van het raam in de zijnis, aan de diepte van de dwarsbalk en de hoogte van de drempel; en wanneer ik voor mezelf mag spreken, ik hoef maar even halt te houden bij het vaalwitte licht van de sh?ji in een studeerkamer, en ik vergeet de tijd.

427. Alle papier is wit, maar westers papier heeft een andere witheid dan h?sho of Chinees papier. Westers papier stoot lichtstralen af, terwijl h?sho en wit Chinees papier het licht volkomen absorberen, net als een laagje zachte, vers gevallen sneeuw; onder je vingers voelen deze papiersoorten buigzaam aan, en als je ze vouwt maken ze geen gerucht. Ze zijn onhoorbaar en vochtig, net als boomblaadjes. Meer over het algemeen mag je wel stellen dat blinkende dingen ons onrustig maken.

Lees verder »

Archief

Louis Van Dievel, De laatste ronde

1 november 2017

Louis Van Dievel, De laatste ronde
uitgeverij Vrijdag 2017

Louis Van Dievel schrijft gestaag verder aan zijn oeuvre als ‘de bewaarder van hen die niet meer zoeken naar een stem’. Hij doet dat met haarscherpe dialogen op het ritme van een taal uit een niet eens zo ver verleden, als hanteerde hij ooit een bandopnemer bij de gesprekken die hij opving.

Zijn motto bij een eerder boek ‘Het gewemel’ blijkt steeds actueler in zijn werk:

‘Het leven is van ijzer, als een stoomwals komt het zwaar en langzaam dreigend op ons toe. Daar helpt geen weglopen aan, daar komt het al, daar is het al vlakbij.(...) Daar nadert het en niemand kan eraan ontkomen. Hoort die machine bonzen en stampen. Als het straks weer licht wordt, zullen we zien wat er overgebleven is.’
Alfred Döblin, Berlijn Alexanderplatz.

‘De laatste ronde’ is weer zo’n pageturner waar een dansende taal het ritme van waaierende brieven en pakjes met toenemnde tederheid strak naar de ontknoping voert.

95. Wat weet ge van uw ouders als ge vijftien, zestien zijt? Misschien gaat dat nu anders maar toen ik een puber was – dat woord bestond toen geeneens – woonden uw ouders in een totaal andere wereld als gij. In hetzelfde huis maar in een andere wereld. Een wereld die ge niet kende en die ge niet wilde kennen. Ze waren er, punt. Ze gaven u eten en ze kochten u kleren en ze gaven u veel te weinig vrijheid en zakgeld en ze zaagden u de oren van de kop over de school. Maar of ze mekaar graag zagen of enkel maar konden verdragen of mekaar niet konden uitstaan, boh.  Of ze zorgen hadden en wat voor zorgen, geldzorgen en zogen over hun gezondheid , dat wist ge niet  en dat interesseerde u ook niet. Zolang ze maar geen kletterende ruzie maakten als ge erbij waart, oef integendeel, dagenlang aan stomme ambacht deden, of degoutante geluiden produceerden achter de slaapkamerdeur, was het u allemaal gelijk. Van uw vader wist ge nog minder dan van uw moeder, want hij ging uit werken en uw moeder was huisvrouw. Ge keek neer op uw ouders. Niet met mij, dacht ge. Ge besefte niet dat ge later juist dezelfde rol zoudt spelen.

Archief

Jan Leyers op Canvas en VPRO: ‘Allah in Europa’

31 oktober 2017

Allah in Europa, het laatste deel. 

Deze keer had Jan Leyers voor mij een pijnlijk hoofdstukje in petto: hij stond met zijn ploeg in mijn oud huisartsen-werkgebied: Rotterdam Zuid, meer bepaald aan de Schere waar ik tien jaar lang met de auto en de fiets passeerde op visite in de straat en de wijk.

Hier zit nu volgens Jan Leyers sinds vier jaar een islamitische school, het ‘Avicenna college’ en daar konden we nu achter de nog steeds gesloten gordijnen een kijkje nemen in de klassen en kennismaken met Richard Troost, een oude provo – zelfs communist en atheïst – die nu directeur is en er prat op gaat dat uit zijn school geen Syriëstrijders vertrokken zijn.

Dat is natuurlijk heel wat om terecht blij over te zijn.

Hij vertelt ook dat de school zich soepel opstelt qua kledingvoorschriften en zo, waar op de website nochtans vermeld wordt:

“Kledingvoorschriften: zowel voor jongens als voor meisjes gelden kledingvoorschriften conform de islam. Gescheiden gym- & zwemlessen: sportactiviteiten worden gescheiden gehouden. Zo houden wij rekening met de gevoeligheden tussen jongens en meisjes.Vakoverstijgend islamitisch onderwijs: ook bij vakken als biologie en maatschappijleer wordt er rekening gehouden met islamitische gevoeligheden.”

Het gesprek met de van een ferme bidplek voorziene islamleraar is onthullend. De bruine bidvlek op zijn voorhoofd – zabiba, rozijn – moet getuigen van de frequentie waarmee hij zijn voorhoofd op de mat drukt tijdens de talloos veel gebeden. Hij bezweert zijn leerlingen voor een muurgrote foto van de veeltorenige grote moskee van Mekka voor welke vergrijpen ze allemaal naar de hel zullen gaan…De man is duidelijk beslagen in de terreur van de angst voor hel en verdoemenis.

Maar wat ik zo spijtig vind aan Leyers’ bezoek is dat hij met geen woord rept over de vorige Islamitische school aan de Schere in dezelfde gebouwen: de beroemde Ibn Ghaldoun Islamitische School.

Nochtans ligt daar heel wat materiaal voor het grijpen om het denken en doen van de islamitische opvoeders te wikken en wegen. 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Islamitische_Scholengemeenschap_Ibn_Ghaldoun

http://www.janvanduppen.be/?p=2252

http://www.janvanduppen.be/?p=2309

https://www.nu.nl/binnenland/3703608/examenfraude-ibn-ghaldoun-kost-drie-miljoen-euro.html

Nourdeen Wildeman opende deze finale aflevering als een echte apologeet met de belijdenis dat alle negatieve invullingen van de Islam enkel slaan op de mensen, nooit op de islam zelf.

Je zou het zo kunnen geloven, net zoals het stralende geluk van de geconverteerde Antwerpse familie 4 NEW MOSLIMS, waar finaal ook den bompa meedoet voor de gezelligheid en het hippe reclamespotje voor de Medina Expo waar meer volk leek rond te dwalen dan op de Boekenbeurs. Uiteraard volgt de boodschap van hoop, waar uiteraard niemand kan tegen zijn…

Hoewel… wie daagt daar op in de schijnwerpers? De Fouad!

Fouad Ahidar, de sp.a-ondervoorzitter van het Brussels parlement die deze keer voor Jan Leyers uit een ander vaatje tapt: radicalisering van jongeren en Syriestrijders die vertrekken zijn vandaag voor hem het noodlot dat iedereen kan overkomen… dus toch de wil van Allah.

Enkele jaren voordien had hij nog een ander verhaal. De Fouad is dan ook een haan, een echte haan die draait met de wind…zoals zijn maat, den Bert, altijd in voor onbeschaamde onzin.

De gesprekken met enkele imams uit het gemeenschapsonderwijs en met een Brusselse schooldirectrice en Montasser AIDe’emeh toonde de pijnlijke link tussen de angstcultuur binnen de islamopvoeding en radicalisering wegens in één enorme klap verlost van alle zonden.

Overigens blijkt Montasser behoorlijk veranderd in zijn  aanpak. Het academische verhaal in Antwerpen en Nijmegen lijkt plaats geruimd voor een realistischer, bescheiden en moediger verhaal. 

In Nederland lag het allemaal nog een beetje anders: de Wildeman knuffeltheorie maakt blind, het dreigement van de moslim-partijleider in Nederland dat wie zich verzet tegen de invloed van de Schepper aansluit bij een heel gevaarlijke tendens, en dat is waar we volgens hem naartoe gaan.

Je oren flapperen ervan: omdat deze zuiverheid toegewijde moslimfundamentalisten hun minderheidsstandpunten niet kunnen opleggen dreigt er echt wat te gebeuren in de toekomst.

Over dit fenomeen werd reeds boeiend geschreven maar nog fllnker weggekeken:

http://nl.jandecaluwe.com/opinie/islam-pessimisme.html

https://medium.com/incerto/the-most-intolerant-wins-the-dictatorship-of-the-small-minority-3f1f83ce4e15

Montasser AIDe’emeh was deze keer duidelijk in zijn verwijten aan de moslimgemeenschap die zich neergelegd heeft bij imams die hun jongeren kwamen indoctrineren en rekruteren. Hij was bijzonder goed in zijn benadering van kleine kinderen met angst voor de hel en hun God. Hij ziet alleen de twijfel als werkbaar medicijn.

En zo sluit Jan Leyers heel toepasselijk de reeks ‘Allah in Europa’ af onder het standbeeld van Jan Baptista van Helmont – de twijfelende renaissance-arts-alchemist op de Nieuwe Graanmarkt – tussen basketballende gelovigen.

De wijze imam pleit op de bank bij van Helmont ook voor de twijfel en het rationeel nadenken naast een menselijk geloof: hersenen gaan boven de koran.

Volgens Jan Leyers in zijn slotwoord kondigt de strijd zich niet zozeer aan tegen de islam en haar gelovigen als tussen de gelovigen in de Ene en de Ware onderling, tussen de menselijke islamieten en de gezuiverde mohammedanen.

Ik begin sinds ‘Allah in Europa’ steeds beter te beseffen dat we de overgrote meerderheid van islamvarianten moeten begrijpen als kolonisatoren met verschillende missionaire geloofsvarianten, gesteund, gestuurd en geleid vanuit de diverse thuislanden en Saoudi Arabië. Zoals destijds missionarissen en zendelingen van de roomse (jezuïeten, scheut, witte paters, ...), anglicaanse, pinkster, adventisten en andere obediënties in Afrika, Azië en Latijns Amerika.

Daaruit volgt de vraag hoever, hoelang West Europa dit kan en mag tolereren. In Oost Europa en Rusland is het duidelijk.  In China, Japan, Myanmar evenzeer.

Jan Leyers heeft in Knack nog een aangrijpend antwoord geschreven aan de mohammedaanse theologe Betül Demirkoparan, die aan de Katholieke Universiteit van Leuven mag doctoreren:

http://www.knack.be/nieuws/belgie/bij-veel-jongeren-leeft-het-idee-dat-je-moet-kiezen-tussen-belg-zijn-en-moslim-zijn/article-longread-916481.html

http://www.knack.be/nieuws/belgie/jan-leyers-reageert-scherp-op-onderzoekster-belgische-moslimgemeenschap/article-normal-919085.html

In een interview vertelt onderzoekster Betül Demirkoparan dat ze zich stoort aan de manier waarop ik in de reisdocumentaire Allah in Europa volstrekt marginale moslims opzoek, om hen dan voor te stellen alsof ze representatief zijn voor de Europese moslimgemeenschap. 

Jammer genoeg vertelt mevrouw Demirkoparan er niet bij over welke marginale moslims ze het heeft. De imam van Srebrenica? De voormalige grootmoefti van Bosnië? De islamleraar uit Wenen die in zijn vrije tijd moslimgevangenen bezoekt? De voorzitter van een moskeetje in Boedapest die zich om de armen van zijn wijk bekommert? Latifa, de dochter van het eerste slachtoffer van de aanslag in Nice? De islamitische begrafenisonderneemster uit Londen die zich ergert aan de vele nikabs op straat? 

Of bedoelt ze Zana Ramadani, de Duits-Albanese feministe die op haar achttiende, toen haar ooms haar wegens haar te westerse gedrag een lesje wilden leren, kon ontsnappen en in een vluchthuis onderdook? Of Naser Khader, de Deens-Syrische politicus die durfde te zeggen dat hij de Mohammedcartoons grappig vond en sindsdien in Kopenhagen onder permanente bewaking leeft? 

Ik ga in gedachten verder het rijtje af. En plots besef ik over wie mevrouw Demirkoparan het heeft. Over Mustafa natuurlijk, de Zweeds-Afghaanse activist die vindt dat de Zweden veel te laks en naïef zijn als het op het verdedigen van hun waarden aankomt. En over Ahmed, de Brusselse islamleraar die het menselijk verstand hoger inschat dan de Koran, en die een gepassioneerd pleidooi houdt voor twijfel en kritiek. Figuren als Mustafa en Ahmed zijn binnen de islamitische gemeenschap volstrekt marginaal en hoegenaamd niet representatief, daarin heeft de onderzoekster meer dan gelijk. Een volgende keer sla ik ze over. 

Archief

Johan Swinnen, Happening – De aanslag in de Inno.

21 september 2017

Johan Swinnen, Happening – De aanslag in de Inno.

uitg.Vrijdag 2017

Met ‘Happening, de aanslag in de Inno’ heeft Johan Swinnen en indrukwekkend roman geschreven die getuigt van een periode waarin de zuiveren en de rechtgelovigen in het marxisme leninisme en de gedachte Mao Zedong elkaar in een hels opbod tot revolutionaire terreur dreven tegen het Amerikaanse imperialisme en haar lakeien in de Brusselse consumptiemaatschappij. De ‘happening’ liep uit de hand en de Inno brandde af met 323 doden.

Wie zich een idee wil vormen over hoe het er in die ‘beweging’ of stroming aan toe ging, kan te rade bij ‘Happening’ want Swinnen beschrijft bijzonder goed de sfeer, de zeden en gewoonten in die jaren zestig revolutionaire groupuscules.

Ook zijn verslag over het leven en lijden op het Vlaamse – Limburgse platteland is aangrijpend.

Maandag 22 mei 1967: een aanslag met drie brandbommen tijdens de Amerikaanse veertiendaagse in de Brusselse À l’Innovation kent 323 doden en honderden gewonden. Bij deze apocalyptische brand verliest de dertienjarige Hervé zijn beide ouders. De ramp verandert voorgoed zijn leven en verbindt zijn lot aan Delphine, een militante actievoerster uit het hart van de Brusselse Commune Ché. Ze heeft haar wortels in de studentenprotesten en woont op libertijnse wijze samen met geradicaliseerde actievoerders.
Happening is een sleutelroman die het fascinerende verhaal vertelt van een groep bezielde jongeren die uit verontwaardiging over de steun van het Westen jegens de oorlog in Vietnam en de onrechtvaardigheden van de kapitalistische samenleving tot geweld overgingen en met bommen de strijd aanbonden tegen de Belgische staat. Ze noemden hun vorm van actievoeren ‘ein großes Happening’.

‘De brand in de Innovation in de Nieuwstraat in Brussel op maandag 22 mei 1967 ontstond niet door een kapotte tl-lamp maar was een communistische aanslag, schrijft Swinnen. Op die bewuste dag gingen zijn ouders winkelen in het megalomane grootwarenhuis in Brussel. In de Innovation, nu bekend als Galeria Inno, kon je werkelijk alles krijgen: meubels, kledij, huishoudgerief, voeding … Er was ook een restaurant en een kapperszaak. Dit allemaal met de bedoeling om klanten er zo lang mogelijk te laten winkelen. Maar bij de brand werkte dit als een muizenval.

Zelf ontsnapte de toen 13-jarige Swinnen aan de brand. Hij was stout geweest en mocht niet mee op uitstap naar Brussel. ‘Soms kreeg ik er schuldgevoelens over’, vertelt Swinnen. ‘Was ik er beter bij geweest? Of had ik ze kunnen redden? Je weet dat niet. Ik hoop dat ze bovenaan het gebouw in het zelfbedieningsrestaurant zijn omgekomen, waar veel kans was op verstikking. Hopelijk waren ze bij wijzen van spreken met hun hoofd in hun kom soep gevallen, zodat ze niet bij bewustzijn in brand hebben gestaan (stilte) en aan hun drie kinderen konden denken …’

Het is een sleutelroman

‘Wie daarnaar op zoek gaat, kan heel veel vinden, vergeet niet: het is een sleutelroman. Het punt is dat de daders nooit veroordeeld zijn geweest. Als ik morgen de namen bekend maak, dan is het voor hen heel eenvoudig om mij aan te klagen voor reputatieschade – het gaat hier tenslotte over 323 doden en zovele gewonden.De passages met en over de daders zijn gedocumenteerd en deels gefingeerd. Het boek is trouwens drie weken later verschenen: na overleg met juristen hebben we namen en plaatsen veranderd.’


‘Fotograferen dient een verheven doel: verborgen waarheden onthullen en een verdwijnend verleden construeren.” Susan Sontag

16.ik probeerde me te herstellen en te genezen van het verlies van mijn ouders.Ik wilde iets zinnigs doen met mijn leven. Het engagement van de derdewereldbeweging kwam als geroepen. Ik leerde veel van de strijd van de arbeiders en mijnwerkers in het Genkse. De mijnentingen een voor een dicht en de Ford-fabriek buitte de arbeiders uit. Ik leerde na school Spaans bij broeder Nest om ontwikkelingswerk te kunnen gaan doen in Zuid Amerika. Ik wilde meehelpen de dictaturen in Spanje en Griekenland omver te gooien en me inzetten voor het behalen van onafhankelijkheid van de Portugese kolonies. Wereldsolidariteit was mijn sleutelwoord.

17. Het is een boutade om Nietzsche te citeren: ‘Wat me niet doodt, maakt me sterker’, maar ik voeg er de Joker uit ‘The dark knight’ aan toe:‘I believe anything that doesn’t kill you makes you stranger’

Lees verder »

Archief

Paolo Cognetti – De acht bergen.

11 september 2017

Paolo Cognetti – De acht bergen.

De Bezige Bij 2017

Een knappe roman over vader-zoon-moeder relatie, vriendschap voor het leven of toch niet helemaal, het land en de bergen, de liefde en het vee …

Het thema van het terugtrekken uit de steden naar het platteland en de bergen is herkenbaar zoals Silvia Avallone dat in de crisisjaren waarnam bij goed geschoolde Italiaanse jongeren. Zij  verwerkte dit in haar meesterlijke roman Marina Bellezza  

‘Het goede huis is het huis waarin je vergeet hoe het met de wereld is gesteld.’ (Bart Meuleman, De jongste zoon)

137. Het was een seizoen van terugkeer en verzoening, twee woorden waar ik bij het verstrijken van de zomer vaak aan dacht. Op een avond vertelde mijn moeder me een verhaal dat ging over haar, mijn vader en de bergen, de manier waarop ze elkaar hadden leren kennen en die waarop ze uiteindelijk waren getrouwd. Raar om daar zo laat pas over te horen, als je bedenkt dat dat het verhaal was van hoe ons gezin was ontstaan, en dus hoe ik was ontstaan. Maar toen ik jong was, was ik te jong voor dat soort verhalen, en daarna wilde ik er niet meer naar luisteren: zelfs op mijn twintigste zou ik, om maar geen familieherinneringen aan te hoeven horen, mijn vingers nog in mijn oren hebben gestopt, en ook die avond reageerde ik aanvankelijk afwijzend. Een deel van me was gehecht geraakt aan de dingen die ik niet wist.

(...)

Maar terwijl mijn moeder vertelde, begon er een ander gevoel bij me op te komen. Ik dacht: ik kén dit verhaal. En inderdaad kende ik het ook, op mijn manier. Jarenlang had ik er de fragmenten van verzameld, als iemand die de uitgescheurde bladzijden van een boek bezit en ze duizenden keren in willekeurige volgorde heeft gelezen. Ik had foto’s gezien, gesprekken gehoord. Ik had mijn ouders en hun manier van doen geobserveerd. Ik wist bij welke onderwerpen ze opeens stokten, bij welke ze ruzie kregen en welke namen uit het verleden in staat waren hen treurig te stemmen of te ontroeren. Ik bezat elk afzonderlijk deel van het verhaal, maar was er nooit in geslaagd er een geheel van te maken.

‘Ga nooit terug om je vroegere front te bezoeken’. (Ernest Hemingway 1898-1961)

239. Lang nadat ik was opgehouden mijn vaders paden na te lopen, had ik van hem geleerd dat er in sommige levens bergen bestaan waar je niet naartoe terug kunt keren. Dat je in levens als het mijne en het zijne niet terug kunt naar de berg die het middelpunt is van alle andere, en het begin van je eigen geschiedenis. En dat mensen zoals wij, die op de eerste en hoogste berg een vriend hebben verloren, niets anders rest dan over de acht bergen dwalen.

Archief

Eddy Daniels, De kwestie M – een gekaapte godsdienst

5 september 2017

Eddy Daniels, De kwestie M – een gekaapte godsdienst.

Uitg. De Blauwe Tijger 2017

Eddy A.M. Daniels publiceerde al over de teloorgang van onze democratie in het multiculturele debat, in De Open Samenleving en Haar Nieuwe Vijanden (2005). Over de kansen op een hernieuwing in de katholieke kerk in Papa Ratzi. Paus & Ketter (2006). En over genocide in de isl?m in ‘Mohammed, de joden en de dadels’ in het verzamelwerk Kritische bedenkingen bij een politieke religie (2010).

Een verbluffend boek dat ik met veel interesse heb gelezen. De auteur is erin geslaagd om zo’n besmette, vervalste, misvormde materie helder te fileren, ook voor leken. Een titanenwerk waar spijtig genoeg een uitgebreid namen en verwijzingen register ontbreekt. Misschien nog op te lossen in digitale vorm.

Eddy Daniels ontwikkelt ook een uitgebreid antwoord op hoe het er in de toekomst misschien zou kunnen aantoe gaan wanneer mohammedanen zich weer tot de kern van de oorspronkelijke islam zouden kunnen wenden. Al zal er heel veel afhangen van de moed en de wil om zich te bevrijden van de kluisters in denken en doen bij Europese moslims.

Hij gaat uitgebreid in op de pogingen tot verchristelijken van de mohammedaanse ideologie door Karen Armstrong en Hans Küng, inclusief de vervalsingen, interpretaties en verlangens die nergens op gebaseerd blijken dan op hun eigen wensdromen.

Inhoudsopgave

https://flic.kr/s/aHsm86u9hV

24. Het verhaal dat ik hier zal vertellen is er dus niet één over hoe Mohammed effectief was, maar over hoe de islámitische autoriteiten intern denken, maar niet aan hun gelovigen (en andersdenkenden) onthullen dat hij is geweest. Zodat zij — zelfs als zij dat willen — totaal geen theologische argumenten meer kunnen inzetten tegen een verschijnsel als Is/Daesh of al-Qaeda, en die via een wereldomvattende fatwá onmogelijk takfir kunnen verklaren, tot afvallige. Daarbij zal ik hun eigen bronnen laten spreken. Ik bied de lezer hier dus geen westerse visie op Mohammed aan, maar een mohammedaanse met dien verstande dat dit een visie is die het daglicht niet verdraagt en door de overgrote meerderheid der gewone moslims niet gekend is. Men zal mij beter begrijpen als ik een vergelijking maak met hoe de Hebreeuwse Bijbel gelezen werd in de katholieke kerk. Grote delen van de Bijbelse teksten zijn puur racistisch en moeten niet onderdoen voor Hitlers Mein Kampf: Het verhaal over de Landname onder Jozua, die de autochtone Kanaánieten als een sta-in-de-weg beschouwde, is kolonialistisch (6:21; 10:35). Het verhaal over het optreden van de koningen Saul en David, op bevel van Samuel (I 15:3), tegen de woestijnstam der Amalekieten is genocidaal (Saul werd gestraft omdat hij slechts de mannen had vermoord maar vrouwen en kinderen in leven gelaten). Het verhaal over de terugkeer van Judeïsche ballingen uit BabyIon onder Ezra (9:2) en Nehemia (13:3, 25b), schetst een apartheidsregime waarin het de lieden met het heilig zaad werd verboden om te huwen met vrouwen die behoorden tot de achtergebleven mensen van het land.

351. Is een verzoening tussen beide uitersten mogelijk? Volgens mij wel, maar niet met de zoete praatjes dat wij ‘meer open moeten staan’ voor elkaar. Hoe kan een dialoog ooit een dialoog worden als de ene vanuit zijn geloofsbronnen leert dat hij niet mag liegen (Mattheus 5:37), en de andere dat hij móet liegen als hij daarmee zijn godsdienst en zijn profeet helpt (taqiyyah)? En hoe kan een overeenkomst ooit een echte overeenkomst worden als de principes van Hudaybiya gelden? Zodat een verdrag voor de ene partij moreel bindend is, hoe de toestand ook moge evolueren; en voor de andere moreel ontbonden, zodra de krachtsverhoudingen zich wijzigen?

 

‘Doch de vergelding van hen die Allah en zijn boodschapper bestrijden en zich beijveren verderf te brengen in het land is dat zij ter dood gebracht worden of gekruisigd of dat hun handen en voeten worden afgekapt van weerszijden of dat zij verbannen worden uit het land. (...). Weet dan, Allah is vergevend en barmhartig (5:33-34). 

Geen sprake van een Gouden Regel dus, maar harde Realpolitik bekeer u of rot op, zonder verzet. Indien niet dan riskeer je een onmenselijke foltering. Niet in het hiernamaals, maar van de hand van de profeet. En dit staat niet in een of andere omstreden Hadith of in een passage in een biografie waarvan de isnád niet betrouwbaar is, maar in het heilige boek zelf, de Koran.

 

Archief

Isaak Babel, De oude Sjloime

4 augustus 2017

Isaak Babel, De oude Sjloime
‘Je wordt bedankt – pensioenverhalen’ Van Oorschot 2017

90. Hij was hier opgegroeid, had hier zijn arme, kille leven doorgebracht, en wilde dat zijn oude botten zouden rusten op de kleine vertrouwde begraafplaats. Als hij zulke gedachten had, raakte Sjloime natuurlijk geagiteerd, hij liep naar zijn zoon, wilde uitvoerig en hartstochtelijk met hem praten, hem raad geven, maar… hij had al zo lang met niemand meer gepraat, niemand meer raad gegeven. En de woorden stolden in zijn tandeloze mond, zijn opgeheven arm viel krachteloos neer. Helemaal ineengekrompen, alsof hij zich schaamde voor zijn opwelling trok Sjloime zich somber terug en luisterde naar wat zijn zoon en zijn schoondochter bespraken.

‘Je wordt bedankt’ is een bundeling van verhalen van Babel, Boenin, Toergenjov en Tsjechow is een magere selectie van een tiental stukjes proza van voornoemde schrijvers. Misschien een smaakmaker om bejaarden en jongeren naar de oude meesters te lokken. Want het gaat natuurlijk om vier fenomenale schrijvers voor alle tijden, alle seizoenen van het leven.

Isaak Babel blijft ook hier toch weer merkwaardig voorop lopen.

 

Archief

Pierre Buyle, De gifMenger

2 augustus 2017

Pierre Buyle, De gifMenger Uitg.

De Blauwe Tijger 2017

Ich beschwöre euch, meine Brüder, bleibt der Erde treu und glaubt Denen nicht, welche euch von überirdischen Hoffnungen reden! Giftmischer sind es, ob sie es wissen oder nicht. Verächter des Lebens sind es, Absterbende und selber Vergiftete, deren die Erde müde ist: so mögen sie dahinfahren!

Friedrich Nietzsche – Vorrede, 3, Also sprach Zarathustra.


Amoz is een Joodse man die carrière gemaakt heeft in de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk, Konstantinopel.  Door toevallige omstandigheden komt Amoz in Mekka contact met een man die gehuwd is met een zekere dame, Khadija, en tevens hoge notabele in de belangrijke pelgrimstad Mekka, nog voordat de islam ontstaat. De man van Khadija gaat gebukt onder zwaarmoedigheid, veroorzaakt door de dood van twee zoontjes, en is op zoek naar antwoorden op existentiële vragen. Khadija hoopt haar man van zijn gepieker en getob te kunnen afhelpen door hem op een missie te sturen naar Abessynië. Maar het probleem van haar man blijkt onoplosbaar hij zinkt verder en verder in religieuze waanvoorstellingen. Kadhija verstoot hem en verlaat Mekka voorgoed om zich terug te trekken in het zuiden van het Arabisch schiereiland. Amoz volgt haar. Van een afstand worden ze via verslagen op de hoogte gehouden van de verdere evolutie en de spanningen in Mekka tussen enerzijds haar voormalige echtgenoot en anderzijds de bestuurders van de stad Mekka Uiteindelijk delft Mekka het onderspit, en spoedig volgt de rest van het Arabisch schiereiland. Heel Arabië wordt “gekraakt als een oude zeeschildpad in de muil van een haai.” Alleen het schuiloord van Khadija en Amoz biedt nog weerstand. De Gifmenger is een ouderwets epos van formaat, het soort boeken dat nog zelden geschreven worden.

Een fascinerend verhaal over ‘De gifmenger’ in de ontstaansgeschiedenis van een monotheïstische godsdienst tussen het Byzantijnse en het Perzische rijk binnen de toenmalige context vanuit de joodse en koptisch-christelijke traditie.

97. Het begrafenisritueel voor de kleine Abdilah zou ’s anderendaags bij zonsondergang doorgaan. De priesters zeiden dat de stand der hemellichamen ongunstig was om de ziel van een overleden kind ten hemel te zien stijgen in de ochtend. Vooral al-Uzza, de godin die zich door de morgenster laat aankondigen, zou het onwelgevallig zijn, maar ook Manat en nog enkele andere goden waarvan ik de namen vergeten heb, zouden ontstemd kunnen raken.  Uit de blikken die Khadija en i met elkaar uitwisselende bij het aanhoren van deze zeer zwaarwichtige en gegronde overwegingen, begreep ik snel dat zij er net hetzelfde over dacht als ik, maar dat wij onze mening beter voor onszelf hielden want wij wisten allebei dat weinig zaken de mensheid zo in toorn en blinde razernij kunnen doen ontsteken als het miskennen van haar godsdienstige overtuigingen, hoe onwaarschijnlijk vergezocht die ook mogen zijn. Deze voortekenen waar door de kahinim het grootste belang aan werd gehecht, maakten zowel op mij als op haar even veel indruk als alle andere voortekenen waar het volk pleegt in te geloven. Daarom liet zij de Beddoe wijselijk in de waan van hun kinderlijke overtuigingen en hield zij de schijn op zich ervan te onderwerpen, wat haar bij de Beddoe uiteraard bijzonder veel bijval opleverde omdat zij voor hem toch nog altijd een Jahoeda bleef.

Archief

Pat Wyffels, De LEIF arts.

1 augustus 2017

Pat Wyffels, De LEIF arts.


uitg. Houtekiet


https://www.youtube.com/watch?v=ovIl5EdLstE


Het meest interessante aan het boek De LEIFarts. Of de weg naar een waardig levenseinde zijn ongetwijfeld de talrijke verhalen van huis- en LEIF arts Pat Wyffels  die erin geslaagd is een indrukwekkend boek samen te stellen met reflectie, vragen en casuïstiek uit het ware leven.


Hij maakt ook een scherpe analyse van het huisartsenbestaan in de relaties met patiënten en hun levenseinde.


Ooit heb ik van hem nog seminaries huisartsgeneeskunde gehad aan de UA en die waren van de betere, zoniet de beste die we kregen.


Dr. Wyffels was 33 jaar geleden reeds een jonge huisarts die veel aandacht had voor de arts-patiëntenrelatie én voor de verwerking van emotioneel zware periodes als eenzame huisarts.


Hij is die eerlijke reflectie al die jaren nooit uit de weg gegaan en heeft in dit boek een schat van die fundamentele ervaringen op een boeiend geschreven wijze bewaard.


Het is dus een echt LEIFboek geworden, een verslag van een lijfarts.


Ook wie niet bij de medische of paramedische sector betrokken is, kan hieruit heel veel leren.


Het geeft hen een reëler beeld van het (huis)artsenbestaan, waar iedereen vroeg of laat mee in contact komt.


Pat Wyffels is niet te beroerd om ook controversieel standpunten en vraagstellingen aan te raken waarin hij gewetensvol en nauwkeurig zijn argumentatie duidelijk maakt, vanuit zijn praktijk, zijn ervaring en zijn reflectie als medemens én huisarts.


37. ‘Maar bij voorvallen als deze besef je pas hoezeer je verknocht bent aan de huisartsgeneeskunde. Het is een drug. Soms duurt het verschillende dagen voor je helemaal afgekickt bent. De praktijk volledig achterlaten is daardoor moeilijker dan je zou verwachten: de zwaar zieke patiënten, depressieve moeders en overspannen workaholics laten zich niet makkelijk uit je gedachten verdrijven.’


72. ‘Ik ben er klaar voor’, als was dat de synthese van onze lange gesprekken, waar we onze gezamenlijke geschiedenis nog eens hebben doorgenomen. Ik was immers een bevoorrechte getuige van belangrijke gebeurtenissen en mijlpalen in haar leven.’


87. ‘Als een inherent onderdeel en een soort onvermijdelijke nevenwerking van ons boeiende beroep, gaan verhalen als deze als eeuwige twijfels onze beleving brandmerken met de ervaring van het verleden, waar je kan blijven nadenken over het verloop van een jong leven, over de fatale afloop ervan, en over de mijlpaalbeslissingen die al of niet werden genomen.’


106. ’Wanneer de indringende vraag gesteld werd, en hoe erop werd ingegaan, doet eigenlijk niets ter zake. De boodschap die deze moedige, jonge persoon ons achterlaat, is dat het een ultieme daad van barmhartigheid is om een einde te maken aan ondraaglijk lijden. En dat er geen leeftijd staat op de toerekeningsvatbaarheid van mensen, en dus ook van kinderen, die het ongeluk hebben om nog geen achttien jaar oud te zijn wanneer ze vragen geholpen te worden bij hun queeste rond het levenseinde. Ben je dan te jong om te (mogen) sterven? Met dank aan al wie dit mogelijk maakte.’


111.  ‘Ik ga naar de begrafenis, waar heel veel volk naartoe komt. Ik word door enkele mensen aangeklampt, meestal zonder woorden, met een aanraking, een knikje, of een voorzichtige knipoog. Ze hadden met mijn toestemming afgesproken om open kaart te spelen, en aan iedereen de waarheid te vertellen. Het is een dienst met prachtige muziek en mooie teksten van vrienden en kunstenaars.


Er dan overkomt me weer dat gevoel. Dan komen weer die vragen. Welke macht heb ik in die omstandigheden? Gebruik ik die wel correct? Misschien zit ik wel op een goed spoor als ik me die vragen blijf stellen.


126. ‘De stervende is in onze samenleving in steeds toenemende mate noch eigenaar noch regisseur van zijn stervensproces.


Hij verzeilt veelal, gewild of ongewild, in medische of paramedische handen en systemen. Over hem wordt niet meer over een subject gesproken. Hij leeft zijn levenseinde niet. Het wordt geleefd. Het levenseinde wordt ‘onwaardig’ ondergaan.


De stervende wordt in menselijke zelfvervreemding geduwd en tot passieve en onpersoonlijke toeschouwer van zijn eigen levenseinde gemaakt, als was het dat van een vreemde.


Laat ons toe in harde bewoordingen scherp te stellen, omdat zachte verpakkingen ons blind houden voor de bittere realiteit: het wordt de hoogste tijd dat wij er ons helder van bewust worden dat die subjectiviteitsberoving een geïnstutionaliseerde maatschappelijke aanslag is op de mens als autonoom persoon.


Professor Hugo Van den Enden (1936-2007)


Moraalfilosoof Universiteit Gent’

« Volgende berichten