knee compression sleeve

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Archief

Tinneke Beeckman, Machiavelli’s lef

30 november 2020


Tinneke Beeckman, Machiavelli’s lef


Uitg. Boom Filosofie 2020


https://tinnekebeeckman.com/2020/11/17/stop-met-zeuren-en-omarm-je-tegenslag-interview-de-standaard-14-nov-2020/

Met Machiavelli’s Lef schreef Tinneke Beeckman alweer een handig handboek voor politici (al dan niet in spe), experten en expertologen, geïnteresseerde burgers en iedereen die zich ernstig bevraagt over de overheidsmaatregelen in tijden van Corona.

Een aanrader in moeilijke en onzekere maanden en jaren die we nog het hoofd moeten bieden om overzicht te houden boven de waanzin van waarheid, veinzen en leugens – al dan niet om bestwil.

74. ‘Mensen doen nooit het goede tenzij noodzaak hen ertoe dwingt’ (D, I, 3, 5).’

95. ‘Iemand die zich in elk opzicht goed wil betonen, gaat onvermijdelijk te gronde te midden van de velen die niet goed zijn. - Machiavelli, Il Principe, XV, 5.

Volgens mij is dit de enige manier om naar de hemel te gaan: zich de weg naar de hel te laten wijzen om hem links te laten liggen. - Machiavelli in een brief aan Francesco Guicciardini, op 17 mei 1521.

Lees verder »

Archief

Jeroen Olyslaegers, Wildevrouw

30 november 2020

Jeroen Olyslaegers, Wildevrouw




uitg. De Bezige Bij 2020


Beer verloor drie vrouwen in het kraambed. Zijn derde echtgenote baarde een kind alvorens te sterven, de andere twee stierven met een kind in hun buik. Na al dat verlies acht hij zichzelf vervloekt. Vanuit Amsterdam blikt Beer terug op zijn laatste jaren in het zestiende-eeuwse Antwerpen, de stad die hij ontvluchtte. Antwerpen floreert in handel en geld, maar er heerst tegelijk een grote onrust. Beer maakt deze oplopende spanningen van dichtbij mee in zijn herberg waar vrije gedachten en zoete wijn vloeien, en waar plannen worden gesmeed door een geheim genootschap. Alles wordt op scherp gesteld wanneer als gevolg van overmoedige wereldveroveraars een wildevrouw in zijn herberg terechtkomt.  Wildevrouw is een wervelende, monumentale roman over het verlangen naar eenheid en het veroveren van een innerlijke waarheid, vol vlees en geuren, vol narren en blinden, vol handelaars en woekeraars, profiteurs en bedriegers, vroedvrouwen, cartografen, schilders, drukkers en astrologen, waarbij verlangen en zelfbedrog dansen door de straten van een gedoemde stad.




 

Wildevrouw is een knap geconstrueerde roman over het Antwerpen in de zestiende eeuw, vóór de val in 1585. Het verhaal is meeslepend, realistisch en pijnlijk maar je kan als lezer ook afstand houden en de veronderstellingen en gevolgen van het verhaal wegen en proeven én je kan je daarvoor verliezen in de schitterende website 

Jeroen Olyslaegers weet op een vakkundige manier vele plausibele verbanden te leggen en zoals steeds is ‘niets wat het lijkt’.  Laat staan wat de officiële geschiedschrijving graag wil overleveren. In het zuiden én het noorden der Nederlanden.

Het boek eindigt met een dwingende cliffhanger: hoe gaat het nu verder in de 17 de eeuw met diezelfde stad aan de Schelde. Na een onvoorstelbare aderlating aan mensen, kennis, netwerken en geld die in het Noorden aan de basis zullen liggen van de V.O.C. waarmee Neerlands Gouden Eeuw de wereld rond handelt, blijkt die armlastige stad er toch binnen enkele decennia weer bovenop te zijn op het vlak van handel, rijkdom, stadspaleizen en vele dure kunsten, niet in het minst de schilderkunst met Rubens, Snijders,Van Dyck, Jordaens … Bleven er dan na 1585 toch voldoende ondergrondse filières van kapitaal, kennis en netwerken bestaan die buiten de bestaande overheidscontrole een eigen economie konden uitbouwen als de basis voor de contrareformatorische bloei in de 17 en 18 de eeuw?  Wie anders dan Jeroen Olyslaegers kan dit op een boeiende manier onderzoeken en literair onthullen.

 

33. Deze vorst met schulden vermocht in feite weinig tegen de ketterse gedachten van de mensen waarbij hij schulden had, zeker niet wanneer die zogenaam­de ketterij zo wijdverbreid was dat de papen eerder de ketters leken. Wie dat met galg en brandstapel wilde bekampen, zou met minder dan de helft van het volk overblijven. Dat was iets wat die Margaretha in Brussel wist en waar ze naar handelde. Wat mijn vader vooral begreep was dit: onder alles heerst de markt. Wanneer men zich niet meer wil herinneren door welke grillige genade de beurzen gevuld blijven ont­ staat er gevaar. Want zelfs bij hen die hun eigen spel perfect beheersen, treft men niet noodzakelijk inzicht aan in het groter spel waarin wij allen personages zijn. In Antwerpen sprongen ook gezegende mensen achteloos om met alle fortuinen die de stroom hun had opgeleverd en vergaten daarbij hoe snel alles leeggezogen kon geraken in geulen en scharen.

Wie onder geschenken wordt bedolven, verleert de kunst van de dank­baarheid.

Een markt heerst immer zonder geheugen.

Handelaars vieren zichzelf het liefst zonder om te kijken.

 

Lees verder »

Archief

Joseph Roth, In het land van de eeuwige zomer 

30 november 2020

Joseph Roth, In het land van de eeuwige zomer

UitgeverBas Lubberhuizen 2017

 

 

In het land van de eeuwige zomer

 

Voor de liefhebbers en de kenners van Joseph Roth…

Soms lichtvoetig, soms zwaar op hand met herhalingen van vroegere reportages. 

33. ‘Toen de goddelijke Augustus de tempel verliet, sloot hij hem af en nam hij de sleutel mee. In andere steden zouden de mensen deuren openbreken. In Vienne doet men zoiets niet.

Ik zal de tempel nooit van binnen zien. Ik zou er alleen kunnen vaststellen dat hij leeg is en dat de gesloten deur niets verborgen heeft, geen beeld, geen godheid, geen priester. De deur verborg de leegte, het verleden. De tempel bevat datgene wat ik buiten kan voelen en binnen toch niet zou zien. Hij bevat het wachten. Ik voel het wachten achter de gesloten deur. Alleen hier wacht nog iets.

De tempel is het enige Romeinse bouwwerk in Vienne dat volledig bewaard is gebleven.’

43. ‘Avignon zou echter nooit tussen bossen kunnen liggen. Avignon heeft licht nodig.

Lees verder »

Archief

Georges SIMENON, Het gebeier van Bicêtre.

26 oktober 2020

Georges SIMENON, Het gebeier van Bicêtre.

1962 -  De Bezige Bij 2020 

Voor alle professoren, artsen, verpleegsters en verplegers die in ziekenhuizen en elders hun best doen het meest verwarrende wezen dat bestaat begrip te tonen en hulp te bieden: de zieke mens.

G.S.


131. Je kunt ziek zijn zonder het te weten, jarenlang een ernstige aandoening onder de leden hebben, maar toch een mens blijven als een ander. Dan ga je naar een dokter, voor een kleinigheid, een ongemak, een puistje, een zere keel of een beklemming op de borst. Je gaat bij hem naar binnen als een normaal mens. Terwijl hij aan je borst luistert hou je zijn reacties in de gaten. En als dan met bedeesde stem het vonnis is uitgesproken, ben je een zieke geworden, die het leven nooit meer in hetzelfde licht zal zien.

169. Het moeilijkste zijn de zieken die niet geloven wat ze wordt verteld. Je kan ze nog zoveel uitleggen, ze blijven koppig als muilezels en vreten zich op vanwege alle ideeën die ze zich in hun hoofd halen. En dan de vrouwen! Ik sta op een vrouwenzaal, aan de andere kant van de grote trap. Vlak bij de gestoorden. Vroeger werden er geen vrouwen opgenomen in Bicêtre. Die gingen allemaal naar het Salpêtrière en toen waren hier alleen mannen. Nu verandert alles, alles is gemengd en je kunt er niet meer uit wijs: terminale patiënten, gekken, gewone zieken, vrouwen, je vindt in de gebouwen van alles.’

245. Hij houdt niet van zendelingen, van dames die zich inzetten voor goede doelen, al die mensen die zich bewegen rond liefdadigheidsinstellingen. Hij verdenkt hen ervan zichzelf te bewonderen en te geloven dat ze beter zijn dan anderen.

261. Typisch Lina. Nooit geïnteresseerd in iets buiten zichzelf. Ze heeft iemand nodig die zich met haar bezighoudt zoals ze zich daar zelf de godganse dag mee bezighoudt, want problemen heeft ze te over en anders zuigt ze die wel uit haar duim. Ze is bang voor het leven. Bang voor de eenzaamheid. Ook bang voor mensenmassa’s, voor mensen die ze niet kent, voor degenen die ze te goed kent. En omdat die haar bang maken, zelfs iemand als Marie-Anne, drinkt ze en praat ze, en probeert zichzelf ervan te overtuigen dat ze bestaat en dat ze ondanks alles wel een beetje belangrijk is.

281.Of anders is hij alleen sterk in vergelijking met zwakke mensen. En zwakke mensen zou je moeten benijden, want ze steunen op sterke mensen. Sterke mensen worden door niemand geholpen, door niemand aangemoedigd, door niemand beklaagd. Als ze struikelen, is de omgeving eerder meedogenloos en blij over wat wordt gezien als boontje komt om zijn loontje.

Archief

De paradigmashift door COVID-19

19 oktober 2020

De paradigmashift door COVID-19...


Ruim honderd jaar blijkt dat wat ons niet kapot krijgt, ons alleen maar sterker maakt. Ook in de gezondheidszorg omdat ons immuunsysteem zich moduleert naar de antigenen waarmee we in contact komen. Reëel en als vaccin.


Individueel en als groep.


Sinds de laattijdige en foute reactie van de Chinese CP- en regeringsleiders op de COVID-19 uitbraak in Wuhan – ruim een jaar geleden – is het afweerparadigma in de gezondheidszorg aan het keren.


In hún wereldbeeld vol smetvrees kan alleen de partij en de door haar aangestuurde overheid adequaat zorg dragen voor de hun gehoorzame onderdanen, die viraal besmet uit de samenleving geïsoleerd worden.


Die smetvrees wordt nu ook in het westen belangrijker dan groepsimmuniteit  opbouwen door onderlinge contacten en relaties.


Wie echter teveel afgeschermd wordt, neigt naar overreactie en een gebrek aan afweer. Zo verliezen mensen weerstand, als persoon en gemeenschap.


Wat dan weer vele kansen biedt aan preventieve en therapeutische heilbrengers van diverse obediënties, ideologisch en commercieel.

Archief

Oriana Fallaci, De woede en de trots

19 oktober 2020

Oriana Fallaci, De woede en de trots


uitg Bert Bakker Prometheus 2002
(september 2001, na de aanslagen op de Twin Towers in New York)


met dank aan Jos G.

“…Spreken over racisme met betrekking tot een godsdienst is een zeer slechte dienst aan de taal en de intelligentie…” (pag 142).

De imam “is een hoge priester die naar believen de gedachten en daden van zijn gelovigen manipuleert en beïnvloedt.   Hij is een politicus die tijdens de preek politieke boodschappen afvuurt, de gelovigen ertoe aanzet bepaalde dingen te doen.   Alle revoluties (sic) van de islam zijn begonnen dank zij de imams in de moskeeën…  Achter elke islamitische terrorist schuilt noodzakelijkerwijs een imam…  Ik memoreer en beweer dat vele imams de geestelijke leiders van het terrorisme zijn…” (pag 24-25).


“…ze willen meer en meer, ze zullen meer en meer willen: degenen die in onze gebieden wonen, zijn slechts pioniers.  Met hen onderhandelen is dus onmogelijk.  Met hen praten ondenkbaar.  Ze met toegeeflijkheid, verdraagzaamheid en goede hoop behandelen, een zelfmoord…” (pag 75).


“…de mensen zwijgen gelaten, geïntimideerd, gechanteerd door het woord ‘racist’…” (pag 104).


 

Archief

Oriana Fallaci, De kracht van de rede

19 oktober 2020

Oriana Fallaci, De kracht van de rede (2005, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam)


met dank aan Jos G.

Oriana Fallaci, door The New York Post omschreven als “de uitzondering in een tijdperk waarin eerlijkheid en morele duidelijkheid niet meer beschouwd worden als waardevolle eigenschappen” (pag 17).


“…In elke stad bevindt zich een tweede stad.   Een schaduwstad, die identiek is aan de stad die de Palestijnen in de jaren zestig in Beiroet stichtten door een staat binnen een staat en een regering binnen een regering te vormen.  Een moslimstad, een stad die bestuurd wordt volgens de koran.  Een merksteen van het islamitisch imperialisme…” (pag 43).


“…het vreselijkste wat ik gezien heb, is de angst van diegenen die de vrijheid van gedachten en meningsuiting zouden moeten beschermen.  Anders gezegd: de angst van de zogenaamde officiële instanties en de pers.” (pag 67).


“…afgezien van het feit dat één zwaluw nog geen zomer maakt, heeft de islam intelligente moslims altijd vervolgd en het zwijgen opgelegd.   Om te beginnen met de grote Averroës.    Omdat hij beschuldigd werd van ketterij vanwege zijn werk ‘De vernietiging van de vernietiging’ en omdat hij ruzie had met…, moest hij in 1195 uit Cordoba vluchten en zich schuil houden in Fez, waar ze hem echter al meteen opspoorden.    Daar verbrandden ze zijn boeken, namen hem als een misdadiger gevangen, en werd pas enkele maanden voor zijn dood weer vrijgelaten…  Het is dan ook niet voor niets dat Ernest Renan verklaart dat het op hetzelfde neerkomt om de verdiensten van Averroës aan de islam toe te schrijven, als om de verdiensten van Galileo aan de Inquisitie toe te schrijven…” (pag 200).


“…De katholieke kerk weet ook wel dat het niet Avicenna en Averroës waren, zoals de Europees-Arabische Dialoog ons graag wil laten geloven, die ons kennis hebben laten maken met een van de bronnen waaruit die beschaving ontstaan is, namelijk de Grieks-Romeinse cultuur.    Het was Augustinus die ons daarmee kennis heeft laten maken en die maar liefst zeven eeuwen voor Avicenna en Averroës de Grieks-Romeinse cultuur heeft geïntroduceerd in de christelijke theologie…” (pag 235).

“…links is confessioneel.   Kerkelijk.  Het komt namelijk voort uit een ideologie naar religieus voorbeeld, een ideologie waarvan de Absolute Waarheid het fundament is.  Met aan de ene kant het goede en aan de andere kant het kwade…   Niet het soort kerk dat we kennen vanuit het christendom, dus in zekere zin welwillend ten opzichte van een vrije keus, maar een kerk die meer weg heeft van de islam.   Net als de islam denkt links namelijk uitverkoren te zijn door de beschermengel van de Deugd en de Waarheid.   Net als de islam geeft het nooit zijn wandaden en vergissingen toe.   Het beschouwt zichzelf als onfeilbaar en vraagt nooit vergiffenis…   Net als de islam verandert het zijn volgelingen in slaven, intimideert ze en stompt ze af, ook als ze intelligent zijn.   Net als de islam accepteert links het niet dat je er andere ideeën op na houdt, en als je dat wel doet, wordt er minachtend op je neergekeken.  Het vernedert je, vervolgt je, straft je…   Kortom, net als de islam is het niet liberaal.   Het is autocratisch en totalitair…  En tenslotte is links net als de islam anti-westers…” (pag 268-269).

 

Archief

Guzel Jachina – Wolgakinderen. 

11 oktober 2020

Guzel Jachina – Wolgakinderen. 

Uit het Russisch vertaald door Arthur Langeveld. 

Uitgeverij Querido, Amsterdam.

 

Wellicht een mooi boek voor wie weinig afweet van de geschiedenis der Wolga-Duisters en andere minderheden binnen het socialistische vaderland der USSR. Misschien ook mooi voor wie houdt van de Russische traditie tot poëtische folkore bij zoveel ellende door de eeuwen heen. 

Maar ik hield een bordkartonnen meelsmaak over aan deze poging tot verheldering en verdieping, niet alleen door de bizarre anachronismen, maar vooral door de afstandelijke benadering van zovele levens in de hakselaar der geschiedenis. 

Er wordt niet geleefd aan de Wolga. Er wordt gelopen in decors – mooi geschreven decors, dat wel. Wolgakinderen is een keurig en goed geschreven opstel, maar het boek heeft geen ziel. Het opstel is volledig en soms ook verrassend, maar het ademt niet de adem van mensen-mensen. Jaap Krol

149. ‘Alleen beperkte geesten kunnen veronderstellen dat historische gebeurtenissen teweeg worden gebracht door individuen. Het zijn ideeën die de geschiedenis in beweging brengen. Die brengen niet alleen de massa’s in hun ban en krijgen zo een noodzakelijk maatschappelijk gewicht; ze hullen zich ook in het vlees en bloed van concrete personen die niet altijd even geschikt zijn voor hun rol. En zo werd de revolutie in Rusland in gang gezet door een idee dat door een samenloop van omstandigheden de gedaante had aangenomen van een kleine, niet al te gezonde man, een workaholic met een ongeëvenaard redenaarstalent, die door dat idee als een komeet alle moeilijkheden en gevaren had getrotseerd: arrestaties, verbanning, verraad, aanslagen. Als hij er niet was geweest, dan had het land een andere leider geleverd, groter of kleiner van gestalte, met lichter of donkerder haar.’

 

Lees verder »

Archief

Stefan Hertmans, De Opgang.

30 september 2020

Stefan Hertmans, De Opgang.

uitg. De Bezige Bij 2020 

7. Niets stond me zozeer tegen dan schrijven over het soort mens dat nu als een spook door mijn eigen leven begon te banjeren. 

162. Waarom wou ik dit per se met eigen ogen zien? Misschien is het bezoeken van een plek van de herinnering, ook al is het die van anderen, een manier om de geschiedenis even tot rust te laten komen. 

343. Het is de tijd waarin ze geregeld leest in ‘De navolging van Christus van Thomas a Kempis’. Vooral de overpeinzingen en argumenten in het derde boek, over de vormen van vrede die men in zichzelf kan leren vinden, zijn haar dierbaar. Soms leest ze er halfluid uit voor, dat kalmeert en troost. Ze kan die avond de slaap niet vatten, daar op de slaapbank in de tweede kamer. Ze ligt een tijdlang te woelen, staat dan weer op, slaat haar kamerjas om, gaat aan de tafel met de leeuwenpoten zitten en schrijft die nacht een gebed. Ze typt het de volgende ochtend met twee vingers op haar kleine typemachine over en geeft het blaadje niet lang voor haar dood aan Letta.

gebed

Heer, Gij weet dat ik ouder word en eens oud zal zijn.

Maak dat ik niet praatziek word, en niet in de fatale gewoonte verval te denken dat ik bij iedere gelegenheid en ieder onderwerp iets moet zeggen.

Houd mijn geest vrij van de verleiding om eindeloze details te vertellen, geef mij vreugde om snel tot de kern van de zaak te komen.

Verleen mij voldoende wellevendheid om te luisteren naar de kwalen van anderen.

Verzegel mijn lippen over mijn eigen kwalen, het genoegen ze op te sommen wordt steeds sterker.

Maak dat ik vriendelijk blijf, een verzuurde oude vrouw is een der meesterstukjes van de Boze.

Laat mij nadenkend zijn, behulpzaam maar niet bazig.

Als ik denk aan alle wijsheid die ik vergaard heb, lijkt het jammer, het niet alles te pas te brengen.

Gij weet Heer, dat ik tegen het einde van de weg nog veel vrienden zal nodig hebben.

Archief

Johan Harstad, Max, Mischa & het Tet-offensief. 

30 september 2020

Johan Harstad, Max, Mischa & het Tet-offensief. 

uitgeverij Podium 2018

10. ‘Ik geloof niet in zalen met meer dan vierhonderd stoelen. Er gebeurt volgens mij iets met de toeschouwers als het er te veel worden, ze lijken in één groot gruwelijk organisme te veranderen dat collectief reageert op alles wat het ziet en hoort, terwijl de acteurs steeds slechter gaan spelen in een vergeefse poging de energie over de menigte in de zaal en op de balkons te verdelen. Het allerliefst zou ik voor vijftig man spelen en hooguit tien dollar voor een kaartje vragen; theater voor hoi polloi.’

Max, Mischa & het Tet-offensief is het verhaal van toneelregisseur Max Hansen, die als puber naar Amerika emigreert. Hij heeft moeite om zijn jeugd in Stavanger, waar hij als kind van communistische ouders het Tet-offensief naspeelde, achter zich te laten. Maar in New York ontdekt hij dat eigenlijk iedereen daar ontheemd is. In kunstenares Mischa en Vietnam-veteraan Owen treft hij dierbare lotgenoten.
Het magnum opus van Johan Harstad is een hypnotiserende vertelling die vele decennia en continenten omspant: van de oorlog in Vietnam en Apocalypse Now tot jazzmuziek, van Mark Rothko en Burning Man tot de aanslag op de Twin Towers. Maar bovenal draait deze volstrekt verslavende roman om de vraag: hoe lang moet je weg van huis zijn voordat het laat is om terug te keren?

‘Ik kan maar één ding zeggen: respect!’ ****** Aftenposten


Ik vond nochtans het leven van de ouders van de Max in dit boek een interessanter verhaal  -  omstandig toegelicht en geanalyseerd door Dag Solstad met zijn ‘Leraar Pedersens verslag van de invloedrijke politieke beweging die een bezoeking voor ons land is geweest’. Johan Harstad is er redelijk uitputtend in geslaagd om het leven van hun zoon weinig geanimeerd te presenteren, zonder veel passie, zonder veel keuzedwang alsof alles aan hem en wie hem nabij is voorbij struikelt. Zonder veel oorzaak noch gevolg laat staan betekenis. 
Hoeveel dagelijksheid en clichés kan een mens, of die nu criticus is of niet, verdragen? Een dikke roman moet het uithoudingsvermogen van zijn lezer verdienen. En dus moet elke zin, elk woord, er één zijn. En dus moet je het vertrouwen vanaf bladzijde één hebben dat de schrijver weet wat hij doet. Dat hij zijn materiaal gekneed heeft in de enige vorm die het recht doet. Aan de andere kant zou je ook kunnen zeggen dat een roman een levend organisme is. En dat juist een dikke roman dit gegeven viert, door af en toe in te zakken, en dan weer op te klimmen, en te laten zien dat vermaak en verveling dicht bij elkaar kunnen liggen. Maar is dat genoeg? Heeft de schrijver dan niet ‘gewoon’ een leesboek geschreven?

Dat Max, Mischa & het Tet-offensief meer is dan dat, begon me eerlijk gezegd pas halverwege te dagen: alles – de oeverloosheid, de dagelijksheid, de nietszeggendheid, de details – maakt deel uit van het ongoing kunstwerk dat de schrijver zijn Max laat maken. In feite kun je de roman lezen als het diapositief van een kunstwerk van vriendin Mischa, de Toronto Precision-serie, een serie die handelt over herinneringen en geheugen, en die uitblinkt in abstractie en precisie. Eenmaal dit perspectief toelatend, laten de tweede zeshonderd bladzijden zich wonderbaarlijk genoeg lezen als een precisiebombardement, terwijl er op zinsniveau niet zoveel verandert. Wél komt de vertelling steeds meer onder spanning te staan, de personages naderen hun vervulling, het boek wordt fysiek lichter aan de linkerkant, wat allemaal zal meehelpen aan een welkome sensatie van beklemming en betrokkenheid. https://www.groene.nl/artikel/de-laatste-omhelzing

 


Voor mij was het dus een moeizame leesopdracht maar omwille van de commentaren van jonge mensen van nu, leek het me zinvol om dit boek met de veelbelovende titel toch in zijn geheel te consumeren. 

Er waren boeiende passages, bij tijd en wijle, met soms verrassende wendingen maar de onmacht van de jonge personages om mekaar nabij te zijn, om echt iets voor elkaar te betekenen en te werken aan hun onderlinge relaties was pijnlijk. Niet alleen voor hun generatie maar ook voor die van hun ouders… Wellicht met nog ergere gevolgen voor hun kinderen.

 


‘Het staat buiten kijf dat de vrijheid van een democratie gevaar loopt, als de mensen toelaten dat de macht van een enkeling groter wordt dan die van de democratische staat zelf. Dat is in wezen een fascistische vorm van bestuur, waarbij een individu, een groep of welke particuliere macht dan ook de touwtjes in handen heeft.’



“The liberty of a democracy is not safe if the people tolerated the growth of private power to a point where it becomes stronger than the democratic state itself. That in its essence is fascism: ownership of government by an individual, by a group, or any controlling private power.” ? Franklin D. Roosevelt


Lees verder »

Archief

Emil Ludwig, Gesprekken met Mussolini. 

13 september 2020

Emil Ludwig, Gesprekken met Mussolini. 

uitg. Davidsfonds 2020

met een voorwoord van Toon Horsten: ‘Emil Ludwig, vriend van de groten (maar niet van Ernest Claes) : Er zijn weinig dingen die zo onvoorspelbaar zijn als het verleden.’

 

Deze ‘Gesprekken met Mussolini’ bij het Davidsfonds uitgegeven, vormen een bijzonder interessante reportage met een doorkijk naar een periode die door de toekomst nadien alleen maar meer versluierd raakte, waardoor het allemaal achteraf veel makkelijker en duidelijker lijkt maar destijds alleszins bijzonder moeilijk leek.

Het metier van de Duits-Joodse interviewer, Emil Ludwig, doet me denken aan de manier waarop Oriana Fallaci vele decennia later haar dictators en wereldleiders aan de praat kreeg om zo de sluier van hun denken en doen te lichten.

In 1932 kwam er ook een door de USSR geautoriseerde uitgave van het interview van Emil Ludwig met Stalin op de markt van welzijn en geluk.

 

91. `De Duce heeft het wel gemakkelijker dan wij; hij hoeft geen gezelschap te zoeken. Dan zou ik ook zo veel voor elkaar kunnen krijgen!’

Hij lachte en vervolgde toen: `Ik was voorbereid door een permanent eenzaam leven. Ik kan niet anders. Ik heb alleen altijd geleden onder slecht weer, dan probeerde ik me te redden door temperatuurswisseling. Maar u hebt gelijk dat het staatsbelang een mens beperkt. Daarvoor is het ook het staatsbelang!’

— Merkwaardig dat macht mensen leert af te zien van zo veel dingen.

`Zoals elke passie’, zei hij zacht.

— Welke passie is sterker: revolutie of opbouw?

`Beide zijn interessant’, antwoordde hij meteen. `Het hangt mede af van de leeftijd waarop iemand iets doet. Een man van veertig of vijftig zal liever willen opbouwen, vooral wanneer hij het andere achter zich heeft.’

— In dit opzicht wijkt uw loopbaan af van de meeste soortgelijke. Bismarck en Victor Emanuel hadden hun Rome na decennia bereikt en daarmee hun voornaamste werk voltooid. U hebt het op dat moment opgepakt. Daarom begrijp ik niet zo goed waarom het fascisme na tien jaar van opbouw nog spreekt van zijn voortgaande revolutie. Dat doet denken aan Trotski’s theorie van de permanente revolutie.

`Het heeft andere oorzaken. Wij gebruiken het woord omdat het op de massa een mystieke indruk maakt. Ook op hoogstaandere geesten werkt het stimulerend. Het stelt iets uitzonderlijks in de tijd vast en geeft de gewone man het gevoel dat hij deelneemt aan een buitengewone beweging. In werkelijkheid begon de opbouw meteen. Het was bijvoorbeeld een lastige opgave om van duizenden enthousiaste soldaten weer ordentelijke burgers te maken. Je kunt revolutie wel zonder soldaten ontketenen, maar die tegen de soldaten. Het is mogelijk met een neutraal elger, maar niet tegen een leger.

Lees verder »

Archief

Patrick Bassant, De vlinder in de inktpot.

10 september 2020

Patrick Bassant, De vlinder in de inktpot. 

Wereldbibliotheek 2020

‘Het gaat hem om de menselijke kant van het conflict: de twijfel over de juiste keuze, de moeite om zelfstandig te blijven denken, de angst voor verraad aan de eigen idealen, de onontkoombare teleurstelling waar iedereen vroeg of laat mee te kampen kreeg.’

Na een reeks toelichtingen over tijd en personages – ongetwijfeld een noodzakelijke voorwaarde voor de niet ingewijde en nog jonge lezers – gaat ‘De vlinder in de inktpot’ in een stevig tempo door met bijzonder rake en pijnlijke typeringen van de grote namen uit de grote heldenstrijd van de Spaanse burgeroorlog. Alleen daarom al vind ik het boek de moeite van het lezen meer dan waard. 

De vlinder in de inktpot is geen volmaakte roman, aan de constructie valt nog wel wat aan te merken, maar ze is met grote vaart, tomeloze inzet en kennis van zaken geschreven. Bassant weeft een kleurrijk tapijt van feiten en fictie dat een hechte eenheid vormt. Knap weet hij de episodes waarin Pit de hoofdrol speelt in een wat arbeideristische toon te zetten, terwijl de wederwaardigheden van Johan Brouwer, de licht arrogante intellectueel, meer vormelijk worden beschreven. Maar wat mij het meest aanspreekt is de ambitie die uit De vlinder in de inktpot spreekt. Het is een wervelende, caleidoscopische roman over oorlog, verraad, vriendschap, vrijblijvend engagement en diepe betrokkenheid. Patrick Bassant is een schrijver die de grote greep niet schuwt. 

Recensie: Patrick Bassant – De vlinder in de inktpot

161. Hij meent het woord voor woord. Iedereen die zijn bek opentrekt, wordt door de GPOe, de geheime politie, opgepakt en ondervraagd. Als je dan geluk hebt, stoppen ze je in een communistisch heropvoedingskamp. Daar mag je tot het eind van de oorlog zelfkritiek uitoefenen, jezelf verbaal geselen tot leegbloedt. Of ze slepen je voor een geïmproviseerde krijgsraad en dan beschuldigen ze je van trotskistische ideeën. Komen er twee agenten die je de kamer uit slepen. De een geeft je een nekschot en de ander slaat met de kolf van zijn geweer de  gouden tand uit je  lijk, omdat je  de revolutie belangrijk vindt, of omdat je kritiek op de legerleiding hebt, of omdat je denkt dat er mogelijk nog een andere visie is op de wereld in het algemeen en deze oorlog in het bijzonder. En ze zitten overal, die informanten. Werkelijk waar, Marty heeft al honderden brigadiers laten fusilleren. Er zit hier in Albacete een apart GPOe-regiment om dwarse rekruten op te sporen. Die ene Joegoslaaf, Moreno, die is de baas.

Lees verder »

Archief

Le baron noir

7 september 2020

Le baron noir

 

Een verplichte reeks voor alle mogelijke politici en politici in spe, jongeren die graag de wereld veranderen en zelfs verbeteren, ouderen die hun vingers verbrand hebben of op de blaren moeten zitten, dan wel voor hen die het in hun jeugd allemaal zouden gaan doen en het nooit hebben gedaan en met het naderen van hun eigen einde graag opnieuw de ongeschonden dromen hunner jeugd belijden als boete voor een heel leven gelardeerd met de douceurtjes der instellingen. Slachtoffers worden wel vaker zelf schennende daders, toch?

Ik heb destijds The West Wing met moeite doorworsteld omdat mijn kinderen er weg van waren en ik het tempo niet kon volgen. Na een jaar of wat oefenen via Heimat, OZ en The Wire was ik bijgeschoold tot een geroutineerde kijker op snelheid. Ik kon dus redelijk goed volgen bij  Homeland, Fauda, Borgen en finaal ook bij House of Cards, zij het dat het laatste seizoen daarvan een flop was van jewelste met botox en gekrakeleerde make up voor alles en iedereen. 

West Wing en House of Cards lichtten een denkbeeldige sluier van Amerikaanse politieke besluitvorming, maar dat bleek niet eens voldoende om de politieke en bestuurlijke lijnen van de huidige Amerikaanse president te kunnen begrijpen. 

Met de uitstekende serie ‘Le Baron Noir’ – eerste klasse opleidingsmateriaal politicologie, geschiedenis en maatschappijleer voor middelbare scholen en universitaire colleges – is iets vergelijkbaars aan de gang. 

Tot en met seizoen 2 kon ik op eigen ervaring vlotjes de mogelijke vervolglijnen bij cliffhangers voorspellen waardoor de reeks bij wijlen wat saai en slapjes smaakte voor een oud politicus van dezelfde gezindte als de hoofdrolspeler van de serie. 

Seizoen 3 was veel moeilijker en spannender.

Ik kon hooguit achteraf proberen te begrijpen welke wendingen door het scenarioteam werden gekozen. Een beetje zoals in Italië na de opkomst van de Vijfsterrenbeweging of in Frankrijk met de REM van EM. 

Het was voor mij niet de fenomenale en vertrouwde Villa Cavrois als ambtswoning van de Duitse kanselier die verwarring zaaide en ook niet het verschroeiende populisme van de constituante door bij lotterij aangeduide burgers – naar David Van Reybroucks voorzet G1000 en zijn deliberatie democratie door loting – die seizoen 3 zo adembenemend beklemmend maakte. Ik bleek meer getroffen door de heroïsche toenadering en afwijzing, de grimlach van de wolvin, de eenzaamheid in de politieke besluitvorming en de bovenmenselijke krachttoeren van de protagonisten in de strijd om het presidentschap met een scherp en diepgaand politiek debat en een navenante keuze die mij verblufte. 

Actuele nationale en internationale politiek op hoog niveau.

Er komt naar verluidt een vierde seizoen… 

Archief

Daniel Mendelsohn, Pijn en genot – Van de oude Grieken tot Game of Thrones.

30 augustus 2020

Daniel Mendelsohn, Pijn en genot – Van de oude Grieken tot Game of Thrones.


uitg. De Bezige Bij 2020


https://www.standaarduitgeverij.be/pijn-en-genot-van-daniel-mendelsohn/

Een verzameling essays    uit The New York Times of The New Yorker waarvan er enkele bijzonder in het oog vallen en lang blijven nazinderen:

 

65. Nadat de goden Aeneas hebben opgedragen om Dido in de steek te laten en uit Carthago te vertrekken – het mag per slot van rekening niet net zo met hem aflopen als met Antonius, de liefdesslaaf van een Afrikaanse koningin – bereidt hij zijn ontsnapping voor. Maar Dido heeft hem door en in een furieuze tirade geeft ze de man die ze als haar echtgenoot beschouwt de wind van voren om zijn laffe onttrekking aan een heel ander type verantwoordelijkheid – emotioneel, ethisch – dan het politieke plichtsbesef dat hem vanaf het begin gedreven heeft:


Wat zal ik zeggen? Wat kan ik nog zeggen? [...] Op geen enkele plek heerst trouw; nergens.


Hij was aangespoeld op het strand, een schipbreukeling, met niets. Ik heb hem verwelkomd.


Met deze woorden wordt Dido de meest welsprekende vertolker in de Aeneis van morele verontwaardiging over beloften die altijd gebroken worden door mannen met een missie. Door zelfmoord te plegen wordt zij een hartverscheurend symbool van de nevenschade die heerszucht met zich meebrengt.


De reactie van Aeneas op haar tirade is veelzeggend. Hij kan het niet opbrengen om haar in de ogen te kijken, en kijkt in plaats daarvan ‘naar de toekomst / waarop hij zich moest richten’:


De plichtsgetrouwe Aeneas, kreunend en zuchtend, en inwendig uit het lood geslagen door zijn grote liefde voor haar, en naarstig op zoek naar de woorden die haar verdriet over wat haar wordt aangedaan kunnen verzachten, gehoorzaamde niettemin het goddelijk bevel en ging terug naar zijn vloot.


Een groot deel van de Aeneis gaat over deze kwellende tweestrijd tussen persoonlijke voldoening en publieke verantwoordelijkheid, later een vaak terugkerend thema in de Europese literatuur en in Europees drama, van Corneille tot The Crown.


 

Lees verder »

Archief

Irvin D. Yalom,Tegen de zon in kijken

30 augustus 2020

Irvin D. Yalom,Tegen de zon in kijken


uitgeverij Balans 2012

‘Tientallen jaren geleden vroeg een op sterven liggende patiënt bij het afscheid of ik even bij haar op bed wilde komen liggen. Ik deed waar ze om vroeg en ik denk dat ik haar daarmee getroost heb. Er gewoon voor iemand zijn is het grootste geschenk dat je kunt geven aan iemand die oog in oog met de dood staat, of die lichamelijk gezond is, maar in doodsangst verkeert.’

230. ‘In mijn werk met cliënten streef ik er bovenal naar een verbintenis aan te gaan. Daarom neem ik me ook voor naar eer en geweten te handelen: ik doe het zonder uniform, zwaai niet met diploma’s, aanspreektitels en onderscheidingen; ik doe niet net of ik dingen weet die ik niet weet; ik weiger niet vragen te beantwoorden; ik verschuil me niet achter mijn rol; en ik zal nooit mijn eigen menselijkheid en kwetsbaarheid verbergen.’


299. ‘Ik ben dit boek begonnen met de opmerking dat doodsangst zelden in de psychotherapie aan bod komt. Therapeuten vermijden het onderwerp om een aantal redenen: ze ontkennen de aanwezigheid of de relevantie van doodsangst; ze beweren dat die doodsangst eigenlijk voor de angst voor iets anders staat; soms zijn ze bang hun eigen angsten op te roepen; of ze vinden sterfelijkheid te verwarrend of te aangrijpend.


Ik hoop op deze bladzijden te hebben aangetoond dat het noodzakelijk en haalbaar is alle angsten onder ogen te zien en te onderzoeken, ook onze duisterste angsten. We hebben alleen nieuwe in­strumenten nodig: een nieuw stel ideeën en een ander type relatie tussen therapeut en patiënt. Ik heb voorgesteld ons te richten op de ideeën van grote denkers die de dood recht in de ogen hebben gekeken en een therapeutische relatie op te bouwen op basis van de existentiële levensfeiten. Iedereen is voorbestemd zowel de vreugde van het leven als de angst voor de sterfelijkheid te ervaren.’


‘Oprechtheid, iets wat van doorslaggevend belang is voor een effectieve therapie, krijgt een heel nieuwe dimensie wanneer een therapeut eerlijk existentiële kwesties aanpakt. We zullen afscheid moeten nemen van het medische model waarbinnen zulke patiënten worden beschouwd als mensen die aan een vreemde aandoening lijden en behoefte hebben aan een emotieloze, steriele genezer. We hebben allemaal met dezelfde angst te maken, met de wond van de sterfelijkheid, de worm aan de kern van ons bestaan.’

Lees verder »

Archief

André Gantman, Het Auschwitz gen – Essay

30 augustus 2020

André Gantman, Het Auschwitz gen – Essay


Doorbraak 2020


https://www.langzullenwelezen.be/nieuws/het-ausshwitz-gen-andre-gantman-over-zijn-boek-in-de-zevende-dag


https://atv.be/nieuws/het-auschwitz-gen-van-andre-gantman-91690


Belangrijk vind ik in ‘Het Auschwitz gen’ de benadering van het antisemitisme vanuit het standpunt van de slachtoffers en hun nakomelingen.


22. Omdat, en dat is het huiveringwekkende privilege van onze generatie en van mijn volk, niemand beter dan wij heeft kunnen begrijpen dat onrecht onherstelbaar is en om zich heen grijpt als een besmetting.


Het is een onuitputtelijke bron van kwaad: het breekt de getroffene naar lichaam en ziel, blust hen uit en ontmenselijkt hen; het slaat als schande terug op de onderdrukkers, leeft voort als haat in de overlevenden en woekert op duizenden manieren verder, tegen ieders wil, als wraakzucht, moreel verval, netaide, moeheid, verzaking.

Archief

Louis Ide, Holy land

30 augustus 2020

Louis Ide, Holy land


Witsand Uitgevers 2020


Vier hoofdfiguren, drie religies. Een extreme atheïst, een katholiek, een geradicaliseerde en een gematigde moslim… Wanneer een van hen besluit zijn droom waar te maken en in het uitgestrekte gebied van de Amerikaanse Bible Belt een religieus pretpark te openen, drijft een ander de religieuze meningsverschillen op de spits, met dramatische gevolgen.


Een caleidoscopische benadering van geloof en de ‘goede werken’ die ermee gepaard gaan.


Louis Ide is arts en nationaal partijsecretaris voor N-VA. Hij was ondervoorzitter van de Senaat en is columnist voor knack.be en Artsenkrant. Hij schreef diverse boeken over gezondheidszorg. In het ziekenhuis Jan Palfijn in Gent is hij specialist antibioticabeleid, infectiecontrole en microbiologie. Hij is getrouwd en vader van drie dochters.


42. ‘Mijn geloof was al lang tanende, het gebeurde vanzelf en geruisloos. Ik was een puber.


Zo hoort het ook te zijn. Eerst moet er een bepaald opvoedkundig ‘godsdienstbeeld’ worden afgebroken om heropgebouwd te worden (of niet). Bij sommigen blijft het een eeuwige tabula rasa, bij anderen blijft het een leven lang puinruimen. Maar een heropbouw is dus ook mogelijk. Bij zo’n heropbouw helpen dan vaak die grote wetenschappers: Darwin, Einstein, Gödel en Lemaître.


Alleen kiest een mens – laten we eerlijk zijn – bewust of onbewust vaak de denkers die het best binnen zijn kraam passen.


Zo is Voltaire voor mij een dankbaar geschenk. Wist ik veel dat Voltaire ooit een kerk oprichtte. Vol ongeloof ontdekte ik de kerk in Ferney-Voltaire. Voltaire was een dwarsdenker en als het ware een exponent van de Verlichting. Per toeval op weg naar Genève ontdekte ik er ‘Deo erexit Voltaire’ in zijn kerk en prevelde bijna automatisch ‘Amen’. Op zijn minst bleek Voltaire dus een deïst, niet? Laat elke vrijmetselaar dat nooit vergeten. Mijn vader zou niet meer bijkomen van het lachen.’


49. ‘Nog wist hij te vertellen hoe hij een aantal moslimdokters had weten te bespelen zodat ze nu een lobbygroep vormden, die ijverde voor een betere terugbetaling door de ziekteverzekering van genitale besnijdenissen. ‘De dokters hadden zelfs een studie opgezet waarmee ze vooral die westerse ­idioten – dat waren zijn woorden – in het riziv hadden weten te overtuigen dat besnijdenissen op de keukentafel nog veel erger waren én dat ze dus maar beter in het ziekenhuis konden worden uitgevoerd, mét terugbetaling vanzelfsprekend!’

Archief

Louis Van Dievel, De dokter is uw kameraad niet – uit het leven van Guust Van Mol

2 juni 2020

Louis Van Dievel, De dokter is uw kameraad niet – uit het leven van Guust Van Mol

uitgeverij Vrijdag Antwerpen 2020

 

20200527 Knack Walter Pauli, Intern had de PVDA alle kenmerken van een sekte.

DeMorgen Jan Stevens Louis Van Dievel Jan Van Duppen 28-05-2020













Walter Van Steenbrugge:

 



Guust en ik en Amada


https://philippeclerick.blogspot.com/2020/06/guust-en-ik-en-amada.html?






















https://www.langzullenwelezen.be/nieuws/de-dokter-is-uw-kameraad-niet-journalist-en-auteur-louis-van-dievel-in-de-afspraak



https://www.youtube.com/watch?v=-SLLu1bk6D0



https://www.youtube.com/watch?v=viU8n3SOQxc&list=PLL-5F7SysReh5IatYzdYGnDjIwaE0rCxt


Vera Dua 

https://www.youtube.com/watch?v=dBWkDpx31_w&feature























Disclaimer: mocht de huidige PVDA, die voortkomt uit de organisatie hieronder beschreven, enigerlei schade ondervinden van onderstaand stuk, dan is dat mooi meegenomen, maar ’t is niet de bedoeling. De PVDA is ondertussen een heel andere organisatie geworden. De organisatie waar Guust en ik toe hebben behoord zou de huidige PVDA beschouwd hebben als revisionisten, rechts-opportunisten, reformisten en ‘valse communisten’. (1)




















 Alhoewel ik een trage lezer ben en soms meer dan twee maand aan één boek knaag, heb ik het levensverhaal van Guust van Mol (367 bladzijden) in een namiddag en avond uitgelezen, want ik kon het boek niet neerleggen. Het hielp dat ik Guust een klein beetje heb gekend, sterker nog, ik heb hem als ‘Guust’ gekend, hoewel dat niet zijn echte naam is. Guust en ik waren lid van Amada, later PVDA (2), en het was de gewoonte om onder kameraden, met het oog op politiespionnen, nooit onze echte naam te gebruiken, maar onze partijnaam. Guust heette ‘Guust’ in de partij, en ik heette ‘Leon’ in de jeugdbond van die partij. Mijn contact met de nationale leiding verliep langs ‘Rik’. Toen ik jaren later bij de paracommando’s terechtkwam – het boek legt uit waarom Amadezen daar terechtkwamen – hoorde ik voor het eerst de echte naam van ‘Rik’.





















 


















Herman Jacobs op

http://mappalibri.be/?navigatieid=61&recensieid=8755

 


















’Misschien moet je er toch liefst in de vorige eeuw voor geboren zijn, en dan wellicht bij voorkeur ook nog niet in de allerlaatste decennia ervan. Misschien moet je belang stellen in de verschijnselen drammerigheid, bezetenheid, fanatisme, het geloof dat bergen verzet en sektevorming. Misschien helpt het als de filosofische onderafdeling ‘Utopisch denken’ en de politieke vertaling daarvan je belangstelling prikkelen.


















Maar misschien ook is het zo dat dit ook zonder al die slagen om de arm eenvoudigweg een ouderwets medeslepend en ronduit interessant boek is. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik de 362 tekstpagina’s ervan werkelijk in één ruk verslonden heb – en ja, toen ik het uit had met een tikje spijt dát ik het uit had óók nog. En heus niet louter omdat ik ‘Guust Van Mol’, over wie zo dadelijk meer, persoonlijk ken. Dat is namelijk nauwelijks het geval – ik heb ’m tot nu toe één keer ontmoet, en wel in Amsterdam, op de viering van Harry Mulisch’ tachtigste verjaardag in de Stadsschouwburg, 15 september 2007, en verder wissel ik, héél af en toe, om het jaar of zo, eens wat gedachten met hem via elektrieke weg. Waarbij we het vaak wel, maar ook weleens niet met elkaar eens zijn.’


Max Schneider Humanistisch Verbond Kritisch Lezen: ‘Biografictie is het woord dat de uitgeverij bedacht heeft voor deze vakkundig samengestelde … ja samengestelde wat eigenlijk? Een levensverhaal, based on a true story, dat dus geen biografie wil zijn en een feitenverslag dat geen roman wil zijn. Maar dat wel leest als een trein; niet getreurd dus.’

‘Met passie voor je idealen gaan, inzien dat je je vergist hebt en je fouten rechtzetten. En dan opnieuw met passie en aandacht voor het schone, het goede en het ware gaan. Wie beter doet mag het zeggen’

https://humanistischverbond.be/kritisch-lezen/313/de-dokter-is-uw-kameraad-niet-uit-het-leven-van-guust-van-mol/


Boekenmarathon en Boekenfeest - Louis Van Dievel: De dokter is uw kameraad niet - 


https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/boekenmarathon/2-november/boekenmarathon-s2-novembera5/



 

















 

omdat niets is wat het lijkt … en het altijd anders kan.


Voor de goede orde:


Guust Van Mol was mijn partijnaam: wij waren destijds van de Amada/PVDA-cel in Mol en de hele Kempen. Gust was de naam van mijn geliefde grootvader met de twist van Frainquin ‘ Guust Flater’ want er kon zeker niet gelachen worden in de maoïstische sector.


Louis Van Dievel heeft met ‘De dokter is uw kameraad niet’  naar mijn mening een boeiende en uitermate lezenswaardige poging gedaan om ZIJN verhaal te distilleren uit MIJN archief en daar ben ik zeer blij om.

Niet alleen omdat hij mij gedurende 2,5 jaar gedwongen heeft alles wat ik had – en niet meer had – bijeen te zoeken, boven te spitten en te analyseren om de fouten uit mijn eigen geheugen te verbeteren, maar ook omdat ik op die manier toch begonnen ben aan die grote döstädning waar ik zonder externe druk zo verschrikkelijk tegen op keek, omdat ik onbewust in mijn achterhoofd de verschrikkingen, die ik daar zou vinden, uit de weg wou gaan.

Zo vaak ben ik grondig herbegonnen, chronologisch en thematisch maar ieder excuus was uiteraard goed om even te pauzeren….

Tot Louis mij vond en mij achter mijn vodden bleef zitten. Irritant en vervelend, lastig en met allerlei trucs, motiverend en dwingend met honderden vragen.

Hoe dan ook is dat ZIJN verdienste en die is niet gering.

Dat hij daar enkele dingen heeft bij gesleurd of geselecteerd die ikonbelangrijk of overdreven vind, doet daar niet veel van af.

‘De dokter is uw kameraad niet’ is natuurlijk maar een deel van het verhaal – Louis kreeg 80% van wat ik had, en heeft er 20% van gebruikt.

Met mij gaat het voorlopig redelijk. Louis vertelt in ‘De dokter is uw kameraad niet’ dat Guust Van Mol alleen maar leest om het bevatten der dingen, om te begrijpen.Maar net zoals Guust Van Mol in de jaren 70-80 na intense en snelle vertaal- en schrijfarbeid op de redactie van het populaire weekblad Konkreet – nadien Solidair – in Brussel rond een uur of twee iedere zaterdag en zondag stilletjes het pand verliet om met zijn rode R4 naar het museum van Horta, de Cinquantenaire, Schone Kunsten, Muziek, Solvay, Stoclet… te rijden of tentoonstellingen te bezoeken op advies van G. W. – de ex van L. M. – zo geniet ikzelf nog steeds zeer veel van een mooi verhaal, gedicht, muziek, schilderij, film, series, huis, tuin of natuur en bakplezier.

Dus werk ik nu rustig verder aan mijn ‘Bekentenissen aan een kleinkind’ waarin ik probeer alles wat ik heb en herinner te ordenen, naar mijn inzichten.

Probleem daarbij is natuurlijk dat door Louis’ boek het nu voor mij steeds meer begint te lijken dat zijn versie ook de echte is, de ware, de mijne …. en dat is manifest niet het geval.

Het is ZIJN lezing van het leven van Guust Van Mol.

Wat dit alles ook heeft opgeleverd is niet gering voor mij en mijn inzicht in mijn eigen drijfveren en vooral die van zovele andere jonge mensen toen en later en zeker ook nu nog – als Trotskisten, Maoïsten, Stalinisten, Islamisten en andere vieze tiesten tot en met Climate Change, XR, BLM

En dat blijft voor mij het helderste geformuleerd door Siegfried Bracke: het diep gewortelde gevoel van schuld, de erfzonde.

Of ze nu van de roomse kerk, dan wel het marxisme kwam, of ze wortelt in de Koran of de overtredingen van Ramadan en sharia.

Dat is geen gering fenomeen.

Ivan Wolffers, Overleven: ‘We zijn er om getuige te zijn van alles wat er gebeurt vanaf het moment dat we geboren zijn, de goede momenten, maar ook om de momenten van vreselijke pijn zin te geven. We moeten onze ervaringen doorgeven, zodat anderen weten wat er gebeurd is en we nooit meer dezelfde fouten maken. Overleven is vertellen aan je kinderen, je kleinkinderen en aan iedereen die wil luisteren wat je in het leven geleerd hebt.’









Archief

Louis Van Dievel, De dokter is uw kameraad niet – uit het leven van Guust Van Mol

2 juni 2020

Archief

NAOKO ABE , Sakura. Hoe een Engelsman de Japanse kersenbloesem redde.

25 mei 2020

NAOKO ABE , Sakura. Hoe een Engelsman de Japanse kersenbloesem redde.

uitgeverij Thomas Rap 2020

 

Interessant verhaal over de Japanse cultus van de kersenbloesem en hoe die elders in de wereld nooit geheel vrijblijvend werd verspreid. 

 

‘In geval van nood moeten wij als kersenbloesems vallen voor de keizer. In deze geest hebben wij Japanners van oudsher kersenbloesems bewonderd. We verheugen ons niet alleen over de bloemen, we verheugen ons over het vallen van de bloemen en hun heldhaftigheid. Dit is de fundamentele geest van de Japanse waardering van de kersenbloesems.’ Kiyoshi Hiraizumi

 28. In Japan botsten Ingrams opvattingen over heterogeniteit met de homogeniteit van het land. Ingram meende dat mensen de diversiteit van opvattingen en overtuigingen, van soorten en variëteiten, juist moesten aanmoedigen en prijzen. Een samenleving die verschillen omarmt, kent af en toe conflicten maar is robuust, energiek en toekomstgericht. Voor hem betekende dit: hoe meer verschillende soorten vogels en planten – waaronder kersenbloesems – hoe beter.

Ingram kon maar niet begrijpen hoe Japan zo’n extreem uniforme cultuur had kunnen ontwikkelen. Hij vond die nieuwe cultuur beperkend en mogelijk gevaarlijk. Het verdwijnen van diversiteit, dat werd onderstreept door het uitsterven van de taihaku-kers, symboliseerde de militaristische stemming in Japan in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. De alomtegenwoordigheid van de uniforme somei-yoshino-kers sprak boekdelen over het donkere pad van conformisme dat de Japanners volgden, tot aan hun nederlaag in 1945.

111. Het oude Japan is voorgoed verdwenen en het jonge Japan regeert in zijn plaats,’ schreef hij. ‘[Maar] het is overduidelijk dat van het verleden meer is behouden dan opgegeven. De volksaard blijft intact.’ Om dat te verduidelijken citeerde Chamberlain twee gedichten die Japanse nationalisten uit het einde van de negentiende eeuw regelmatig aanhaalden als kenmerkend voor de Japanse aard. Het eerste was van een achttiende-eeuwse klassieke Japanse geleerde, Norinaga Motoori:

Als iemand vroeg

Wat is de geest van de ware Japanner?

Zou ik zeggen dat het de yama-zakura-bloesems zijn

Het tweede gedicht was een populair Japans gezegde uit de zeventiende eeuw:

De kers is de eerste onder de bloemen,

Zoals de samoerai de eerste onder de mensen is.

112. De kern van de Japanse volksaard werd volgens Nitobe gevormd door een ongeschreven code op basis van morele principes die van generatie op generatie was overgeleverd en die bindend was voor de samoerai. De Amerikaanse president Theodore Roosevelt las het boek en schonk het zijn vrienden in de tijd van de Japanse overwinning op Rusland in de Russisch-Japanse Oorlog van 1904-1905. Bushid? beschreef de deugden van ridderlijkheid, respect voor de ouders, loyaliteit, patriottisme, beleefdheid en zelfbeheersing. Hoewel ‘de geest van bushid?’ ooit het unieke domein van de samoerai was geweest, ‘heeft hij alle sociale klassen doordrenkt en het hele volk een morele standaard verschaft’, schreef Nitobe.

De kersenbloesem, voegde hij eraan toe, was ‘zowel de favoriet van ons volk als het zinnebeeld van ons karakter’. En hij kapittelde de Engelse roos vanwege haar verborgen doorns, opzichtige kleuren, zware geur en de hardnekkigheid waarmee ze zich vastklampte aan het leven:

Al deze eigenschappen wijken zozeer af van die van onze bloem, die geen dolk of vergif onder haar schoonheid draagt, die altijd gereed is van het leven te scheiden als de natuur daarom vraagt, wier kleuren nooit pompeus zijn en wier lichte parfum nooit tot verzadiging leidt. De schoonheid van kleur en vorm pronkt in bescheiden mate; ze is een vaste kwaliteit van het bestaan, terwijl haar parfum vluchtig is, ongrijpbaar als de asem van het leven.

227. In die beginjaren van zijn leven aanbad iedereen in Japan de keizer als een levende god, en de kersenbloesem behoorde tot de krachtigste symbolen van het leger. Van alle woorden in het keizerlijke edict over opvoeding dat de Japanse kinderen moesten opzeggen, was de belangrijkste zin: ‘Offer u dan moedig op voor de staat.’ Met andere woorden, wees bereid voor de keizer te sterven. En inderdaad kregen alle soldaten te horen dat ze bereid moesten zijn te vallen en te sterven zoals ook kersenbloesems vielen en stierven na een kort maar schitterend leven.

243. Bij het uitdragen van deze patriottische boodschappen wist niemand meer invloed uit te oefenen dan Kiyoshi Hiraizumi.  Hiraizumi was in de jaren dertig van de vorige eeuw hoogleraar Japanse geschiedenis aan de Keizerlijke Universiteit van Tokio. In die tijd gaf hij ‘spirituele’ lezingen voor militairen, politieagenten, onderwijzers en leerlingen over de ‘Japanse geest’, waarin hij zijn geloof in het shintoïsme verbond met kersenbloesems, bushido en de keizer om zo tot een ideologie van Japanse suprematie te komen. In zijn boekje Loyaliteit en moraliteit stelde Hiraizumi botweg:

‘In geval van nood moeten wij als kersenbloesems vallen voor de keizer. In deze geest hebben wij Japanners van oudsher kersenbloesems bewonderd. We verheugen ons niet alleen over de bloemen, we verheugen ons over het vallen van de bloemen en hun heldhaftigheid. Dit is de fundamentele geest van de Japanse waardering van de kersenbloesems.’

Archief

Babylon Berlin seizoen 1-2

15 mei 2020

Babylon Berlin seizoen 1-2

Eén van de beste series (2 seizoenen op vrtnu) sinds jaren ondermeer om de vele feiten, steun en samenwerking die bijna een eeuw lang ijverig verzwegen werden.

Seizoen 3 speelt reeds in Duitsland

Ook al ging de USSR prat op het uitbouwen van het socialisme in één land … er werd van heel vroeg reeds ijverig samengewerkt met de ultra nationalistische – zelfs royalistische – krachten in Duitsland waar volgens Stalin de ‘sociaal-fascisten’ in de Weimar republiek aan de macht waren. De USSR had het blijkbaar meer voor de rechtse, fascistische krachten die het einde van de democratische Weimar republiek nastreefden, met alle middelen. Dus werd de Schwarze Reichswehr gesteund met de uitbouw en opleiding van de Luftwaffe in Lipetsk (Kampffliegerschule Lipezk 1923-1933), een tank school, Panzerschule Kama (1926–33)en een ‘gas warfare facility’, Gas-Testgelände Tomka (1928–31) in de Sovjetunie.

https://en.wikipedia.org/wiki/Lipetsk_fighter-pilot_school

Archief

Natascha Van Weezel, Nooit meer Fanta

23 april 2020

Natascha Van Weezel, Nooit meer Fanta

uitgeverij Balans 2020

Max van Weezel (Amsterdam, 1951-2019) was journalist en politicoloog. Hij werkte lange tijd voor Vrij Nederland, presenteerde de radioprogramma’s ‘Met het Oog op Morgen’ en ‘Argos’ en schreef een groot aantal boeken over de Nederlandse politiek. 

Teder vertelt het enig kind van Max en Anet Bleich, Natascha, in ‘Nooit meer Fanta’ ondermeer over hoe moeilijk rouwen is als je overleden vader een bekende publieke figuur is die daaraan zelf ook veel belang blijft hechten. Tot het einde toe.  

69. ‘Papa, heb jij ooit kunnen zeggen: “Ik ben goed zoals ik ben?”’

Mijn vader twijfelt even en schudt dan zijn hoofd. ‘Nee. Dat heb ik nooit zo gevoeld. Ik had altijd een sigaar nodig tegen de zenuwen, nog voor het ontbijt. Ik heb jarenlang slapeloze nachten gehad en bleef te lang hangen op feestjes met te veel drank. Ik was steeds bang dat ik mensen teleur zou stellen. Dat ik vergeten zou worden. Maar waarom eigenlijk? Nu is het te laat.’

Lees verder »

Archief

Chernobyl tv serie

21 april 2020

CHERNOBYL

Ondanks de eeuwige herfst in de beelden over het latere Tsjernobyl en het voor mij storend gebruik van het Engels als spreektaal in deze indrukwekkende reeks, blijft dit een knappe serie als illustratie van hoe een socialistische staatsstructuur werkt onder de dictatuur van het proletariaat of onder een al te strikte bedrijfshiërarchie zoals bij de Fukushima ramp in Japan. 

Dezelfde truuken van de foor spelen een rol bij de Chinese Wuhan Covid 19 crisis die zich intussen wel over de hele wereld heeft verspreid. 

Wij bevinden ons in de Sovjet-Unie allemaal op gevaarlijk terrein omwille van onze geheimen en onze leugens. Het definieert ons in feite. Als de waarheid kwetst, blijven we liegen tot we ze vergeten zijn. Maar ze is er nog steeds. Met elke leugen hebben we een schuld te vereffenen aan de waarheid. En vroeg of laat wordt die schuld ingelost. Zo ontplofte de RBMK reactor. Door leugens.’  Valery Aleksejevitsj Legasov 

https://www.newyorker.com/news/our-columnists/what-hbos-chernobyl-got-right-and-what-it-got-terribly-wrong

https://skepp.be/nl/wat-er-chernobyl-gebeurt-niet-wat-er-tsjernobyl-gebeurde

https://www.standaard.be/cnt/dmf20200419_04927411

Op Canvas zit ook de reportage van Jan Balliauw In de ban van Tsjernobyl, die erin geslaagd is in de eerste aflevering met vier protagonisten van destijds te spreken.  Hij maakte daarbij een indrukwekkend interview met de oude partijchef van de kerncentrale, Sergei Parasjin, die de fouten van toen haarfijn bevestigde en erkende als onderdeel van het Sovjet systeem: ‘”Parasjin is heel berouwvol”, vertelt Jan Balliauw. “Hij is zich heel erg bewust van de fouten die er toen gemaakt zijn.” Na de ramp in Tsjernobyl kwam de communicatie vanuit Moskou maar heel traag op gang. De bevolking werd niet of nauwelijks geïnformeerd over de gevaren van radioactieve straling en radioactieve deeltjes die in de lucht terechtkwamen na de ontploffing. 


“Tuurlijk was dat fout”, zegt Parasjin in de documentaire over het gebrek aan communicatie. “Dat was dé grote fout van het sovjetsysteem. Het is de reden waarom het in elkaar is geklapt.” Ook zou hij Anatoli Djatlov, de ploegbaas van de kerncentrale, nog voor de ramp hebben willen ontslaan. 




Djatlov wordt in de serie van HBO afgebeeld als de schurk die de ramp volledig op zijn geweten heeft. Maar in werkelijkheid ligt dat gecompliceerder: “Het ontwerp van de kernreactoren in Tsjernobyl was gewoon gebrekkig en er was ook niet zo’n strikte veiligheidscultuur”, legt Jan Balliauw uit. “Om de schuld dus bij één man te leggen, is nogal bij de haren getrokken.”


 

Lees verder »

Archief

Paolo Cognetti, Zonder de top te bereiken.

16 april 2020

Paolo Cognetti, Zonder de top te bereiken.

uitg. De Bezige Bij 2020

37. ‘Dat ben ik toen ik zeven was,’ zei Remigio.

‘Wat deed je op je zevende?’

‘’s Zomers ging ik met mijn moeder naar de alm.

We hadden een stal, en één kamer waar we aten en sliepen. In de jaren zeventig kwamen de eerste toeristen langs het pad omhoog. Ze waren nieuwsgierig, maar ik schaamde me omdat ik altijd vies was, en vanwege het leven dat we leidden.’

De jongen wist niet dat hij tegenover een toekomstige versie van zichzelf stond: toen Remigio naar hem glimlachte nam hij de benen.

49. Daar waar alleen de verbeelding kwam, lag de weg van morgen.

94. Een glimp van je eigen ware aard zien is als naar huis terugkeren

102. ‘De Sneeuwluipaard’ met het citaat van Rilke: ‘In feite is de enige moed die van ons wordt verlangd: het moedig zijn tegenover het vreemdste, wonderlijkste en ondoorgrondelijkste wat ons kan overkomen.’

127. Zoek het antwoord in het stijgen en het dalen zelf, want door alles te verliezen wat je dacht gewonnen te hebben, leer je dat het pad veel waardevoller is dan de top. Put uit elke stap betekenis. Uit die concentratie.

Archief

Paolo Giordano, In tijden van besmetting

12 april 2020

Paolo Giordano, In tijden van besmetting.

uitg. De Bezige Bij 2020

Enkele interessante bedenkingen, maar het mocht wat meer zijn.

11. Lang voordat ik ging schrijven was wiskunde voor mij dé manier om mijn angsten onder controle te krijgen. Het overkomt me nog steeds dat ik ’s ochtends bij het wakker worden berekeningen en getallenreeksen verzin. Meestal is dat een teken dat er iets niet goed gaat. Ik neem aan dat ik dus een nerd ben. Oké, dat accepteer ik. Ongemakkelijk, maar ik neem het voor lief, om zo te zeggen. Maar nu blijkt dat wiskunde niet alleen een tijdverdrijf voor nerds is, maar een onmisbaar instrument om te begrijpen wat er precies aan de hand is en om ruis te negeren.

Epidemieën zijn, meer nog dan medische noodsituaties, wiskundige noodsituaties. Want wiskunde is niet zozeer de wetenschap van getallen, maar de wetenschap van relaties: zij beschrijft de verbanden en de uitwisselingen tussen verschillende entiteiten en abstraheert ze in letters, functies, vectoren, punten en oppervlakten. Besmetting is een infectie van het netwerk van onze onderlinge betrekkingen.

Lees verder »

Archief

Dag Solstad, Leraar Pedersens verslag van de invloedrijke politieke beweging die een bezoeking voor ons land is geweest.

6 april 2020

Dag Solstad, Leraar Pedersens verslag van de invloedrijke politieke beweging die een bezoeking voor ons land is geweest.

uitgeverij Ordeman 1984

Ik heb dit boek in één ruk uitgelezen begin september 1984 en was enigszins verbijsterd door de vele gelijkenissen tussen de werkwijze, de zeden en de moraal van de AKP en AMADA-PVDA in België. Vooral het laatste gedeelte (300 e.v.) was zeer kras, omdat ik daar talloos vele vergelijkbare passages vond als wat ik een jaar eerder in mijn afscheidsbrief van de PVDA heb samengevat. Mijn centraal pleidooi in oktober 1983 was dit voor een kritisch zelfonderzoek van het marxisme – leninisme want dit leek mij de enige band tussen alle landen in de wereld waar het misgelopen was en misliep en mis zou lopen. Er leek geen genetische verwantschap, geen geografische noch klimatologische noch historische band tussen Rusland, China, Korea, Vietnam, Oost-Europa, Cuba enz. De enige band tussen al die landen was het Marxisme-Leninisme en bijgevolg diende dat eens van nabij bekeken te worden als de mogelijke God die gefaald had, want zover waren ze ook al in de PvdA :  er was ietwat mis! Ook haalde ik aan dat de ML-theorie en praktijk blijkbaar wel tijdelijk opgeld maakte in achterlijke landen waar er geen of nauwelijks een arbeidersklasse bestond en waar vooral het boerenprobleem scherp en actueel was. Zo bleek er een enorm verzet geweest tegen de weldaden van het Marxisme-Leninisme in Oost-Europese landen waar er vroeger al een sterke arbeidersbeweging bestond: Oost-Duitsland, Tsjechoslowakije, Polen, maar veel minder in Albanië, Roemenië en Bulgarije, Hongarije, omdat die eerste reeks landen ook al iets geproefd had van de sociaal democratie.

16. ‘De meeste groots opgezette bewegingen lijden een nederlaag en in dit geval had men dat van het begin af aan waarschijnlijk kunnen voorspellen. Maar in aanmerking genomen dat vele duizenden de beweging blindelings hebben gevolgd en dat een groot aantal van hen voorbestemd was tot de intellektuele elite van hun land te behoren, kan het interessant zijn te onderzoeken waaruit de kracht van deze beweging heeft bestaan. Ze wist mensen immers zover te krijgen alles op het spel te zetten en men zet niet alles op het spel als het niet om iets zeer aanlokkelijks gaat, of om iets dat een vanzelfsprekende waarheid bevat waardoor geen andere mogelijkheden meer openstaan. Duizenden sloten zich aan bij de AKP en hebben voor kortere of langere tijd onder de betovering van de Partij geleefd. Velen hebben er meer dan tien jaar van hun leven aan gegeven. In een van de rijkste landen ter wereld in een periode van zeer sterke ekonomiese hoogkonjunktuur, gingen ze het evangelie van de revolutie en van de diktatuur van het proletariaat prediken. Het was een beweging die diep in het leven van de enkeling ingreep, en voor hen die enkele jaren lid van de Partij zijn geweest en deze later hebben verlaten, een afvallige zijn geworden, zoals ik dat zou willen noemen, geen overloper, want deze beweging heeft nauwelijks overlopers voortgebracht, alleen maar afvalligen, maar voor de afvalligen geldt: Ze raken het nooit meer kwijt. Dat kan ik weten, want ik ben zelf een van hen die in de jaren zeventig onder de betovering van de AKP hebben geleefd.

 

Lees verder »

Archief

Albert Camus, De Pest.

2 april 2020

Albert Camus, De Pest.

uitg. De Bezige Bij 

In 1970 las ik dit boek voor het eerst, uiteraard voor de lessen Frans van de beminnelijke fijnschilder Jean Pierre Dierckx in de poësis van de Rijks Normaal School te Lier. Ik herinnerde al die jaren vooral een beklemmende sfeer en de uitzichtloosheid die ik met dit verhaal associeerde.

Zijn andere boeken vond ik toen al niet veel aangenamer, maar er bleef een groot gevoel van medemenselijkheid aan Albert Camus kleven, wat we later in de opvoering van zijn ‘Les Justes’ ferm ter discussie konden stellen. Bij ‘Les Mains sales’ van Jean Paul Sartre stond het toen naar ons jeugdig revolutionaire aanvoelen allemaal veel scherper en dus voorzien van een grotere kans op slagen. Althans zo dachten we toen nog anderhalf decennium lang.

Ik heb ‘De Pest’ nu in het Nederlands opnieuw gelezen op aangeven van een oud patiënte uit Rotterdam Zuid, waarvoor zeer mijn dank.

Zij gaf het duwtje om wat ik reeds gepland had, in deze tijden van Corona quarantaine, aan te pakken. En ja hoor, ‘De Pest’ is een heel ander boek dan in mijn herinnering met zelfs een heel ander verhaal omdat na ruim een halve eeuw mijn waarneming getekend is door een moeizame permanente vorm van zelfkritiek waardoor veel evidenties uit mijn jeugd een heel andere benadering krijgen en dus ook een andere betekenis. Daarom blijft dit een belangrijk boek van een groot schrijver.

190. ‘Hij deed een van de kasten open, trok twee maskers van hydrofiel gaas uit een steriliseertoestel, gaf er een aan Rambert en zei dat hij het moest voorbinden. De journalist vroeg of het hielp en Tarrou antwoordde: ‘Nee, maar het boezemt de anderen vertrouwen in.’

40. ‘Als er een oorlog uitbreekt, zeggen de mensen: ‘Dat is al te stompzinnig, het kan nooit lang duren.’ En ze hebben gelijk, een oorlog is ongetwijfeld stompzinnig, maar dat belet hem niet om lang te duren. Stompzinnigheid is een stugge volhouder, zoals we zouden merken als we niet voortdurend aan onszelf dachten. Op dat punt vormden onze stadgenoten geen uitzondering; ze dachten aan zichzelf, anders gezegd, ze waren humanisten: ze geloofden niet in plagen. Plagen zijn van een andere orde dan mensen, dus vindt iedereen plagen onwerkelijk. Het zijn boze dromen waar wel weer een eind aan komt. Maar er komt niet altijd een eind aan, en van boze droom tot boze droom zijn het de mensen zelf die aan hun eind komen, de humanisten als eersten, omdat ze geen voorzorgsmaatregelen hebben getroffen. Onze stadgenoten waren niet schuldiger dan anderen; ze vergaten bescheiden te zijn, meer niet, en ze gingen ervan uit dat plagen onmogelijk waren en dat alle wegen dus nog voor hen openstonden: ze bleven gewoon zakendoen, organiseerden reizen en hielden er meningen op na. Waarom zouden ze ook denken aan de pest, die een eind maakt aan de toekomst, aan reizen en aan discussies? Ze meenden vrij te zijn, maar niemand zal ooit vrij zijn zolang er plagen bestaan.’

44. ‘Dat gaf zekerheid, het dagelijks werk. De rest bestond uit onbeduidende lijnen en bewegingen, daar kon een mens niet bij stil blijven staan. Goed je werk doen, dat was het belangrijkste.’

160. ‘De monniken van de enige twee kloosters van de stad waren namelijk tijdelijk verspreid ondergebracht bij vrome families. Op die manier werden ook kleine militaire eenheden zoveel mogelijk ingekwartierd in scholen en openbare gebouwen. Zo verbrak de ziekte, die schijnbaar de bewoners had aangezet tot de solidariteit van belegerden, tegelijkertijd traditionele banden, waardoor het individu tot eenzaamheid werd veroordeeld. Dat werkte ontwrichtend.’

Lees verder »

Archief

Urbi et Orbi – 27 03 2020 : “de omhelzing van Bernini’s travertijnse woudreuzen” Bertus Aafjes

28 maart 2020

 

 

 

Urbi et Orbi ‘ : ‘due che avevano riconosciuto la propria solitudine l’uno nell’altra’
‘twee mensen die hun eigen eenzaamheid in de ander hadden herkend’.
Paolo Giordano – De eenzaamheid van de priemgetallen.

Voor mij is dit een van de indrukwekkendste beelden uit Rome, Italië én de wereld.

‘Er is een tijd geweest dat het Sint Pietersplein, waarvan elk kind over de gehele wereld de ansichtkaarten kent, in deze vorm niet bestond. En dat toen op een dag, zittend voor een raam, of misschien wandelend door een park, een man dit grandioze visioen opeens voor zich zag. Want dát is het eigenaardige van dit plein: het gehoorzaamt aan één idee. Men krijgt dat idee of men krijgt het niet. Het is geen compositie van verschillende invallen, het is de doorvoering van één simpel gegeven. Natuurlijk, het bouwen van die vierdubbele zuilengang, het uitkappen der 372 zuilen waaruit zij is samengesteld en het plaatsen van de 140 heiligenbeelden op de kroonlijst zal decenniën gevergd hebben. Maar dit raakt de kern niet. Dit doet niets af aan het feit dat de bezielende gedachte Bernini in een seconde van genade moet geopenbaard zijn. De rest was een kwestie van geld, vlijt en vakmanschap. De inspiratie van het plein echter is een idee. En dit idee is niets anders dan de ‘kromming der colonnade’. In een zachte boog omarmen Bernini’s zuilen de ruimte, waardoor het effect ontstaat van een immense wijdte en tegelijk een zekere intimiteit. Ziedaar het geheim van deze plek: de paradox van beslotenheid en uitgebreidheid. Bernini heeft dit zo gewild. In een van zijn brieven spreekt hij over zijn marmeren accolade aldus: ‘Het zijn de armen van Christus die de wereld omhelzen.’ Dit is precies wat hier gebeurt, majesteit en erbarmen. En dit is ook waarom zo neem ik aan, elkeen zich hier ‘thuis’ gevoelt. Dit was terstond mijn eerste indruk en die is zo gebleven. Men staat als een zandkorrel verloren in een kosmos en heeft tegelijkertijd het gevoel erin opgenomen en geborgen te zijn’.
Godfried Bomans 1956

Kerken veranderen van gebedshuizen waar de gemeenschap van gelovigen de dienst uitmaakt in een hoogstammig woud waar licht speelt met schaduwen van bogen en pijlers. Op ieder uur van de dag en de nacht, in iedere hoek of kant, van op elke denkbeeldige of reële plek is het beeld veranderlijk. Deze kathedralen zijn de vertegenwoordigers van het bos in de stad, zoals de natuur vol vragen zonder antwoorden, vol klank zonder woorden. ’God oftewel de natuur’ nodigt minstens naar vorm uit tot kritische twijfel. Angst voor onzekerheid kan je er leren hanteren. Het heeft iets van ’De anatomie van energie’ uit 2014 van Fik Van Gestel.

 

 

 

 

Archief

Bart Chabot, Mijn vaders hand

26 maart 2020

Bart Chabot, Mijn vaders hand 

uitg.De Bezige Bij 2020

Jeugdvoorvallen komen als lijken bovendrijven’ (Gerrit Achterberg)

‘Wat me redde, was mijn geloof in Sinterklaas, en toverballen.’ Dat is de essentie.’

‘Heel soms, als er niemand thuis is, verzink ik nog weleens in melancholie. Maar ik probeer er ook van weg te blijven, omdat je er zo weinig aan hebt. Naar vóren, ik kan het iedereen aanraden. Kijk naar de horizon voor je, niet naar de ravijnen achter je.’

Voor ervaringsdeskundigen is dit een mooi en herkenbaar boek omdat Bart Chabot erin geslaagd is alle pijnlijke thema’s van kindermishandeling en vernederingen door zijn ouders, leraars, schoolgenoten omzichtig aan te brengen, de relationele reactiemechanismen haarfijn te onthullen en tot slot een eerlijke benadering van zijn afscheid van die ouders aan te geven. 

Want niets is simpel in ‘Mijn vaders hand’, laat staan je eigen herinneringen tijdens het lezen. 

Lezers zonder eigen herinneringen aan een dergelijke jeugd vinden zo misschien beter begrip op afstand, want de slachtoffers zijn talrijk. 

En vaak slagen ze er niet zijn om de boel te keren, de vloek van ‘slachtoffer wordt dader’ te breken.
Bart Chabot is daar met zijn vrouw en vier zonen toch maar mooi in geslaagd. 


28. Ik kon mijn vader ruiken. Hij kwam nog iets dichterbij, tot hij tegen de rugleuning van mijn stoel aan stond. Ik hoorde hem ademen.

Hij nam mijn linkeroorlel tussen duim en wijsvinger, pakte hem zo beet dat hij houvast had en het stukje vlees hem niet kon ontglippen, kneep er hard in en trok het omhoog. Fors hoger, zodat je de neiging moest onderdrukken om met je hoofd mee de lucht in te willen, richting het plafond, en je te ontdoen van je stoel en plaats aan tafel: het achter je oorlel aan gaan liet je wijselijk uit je hoofd: dan had je het gedonder pas echt in de glazen. In dat geval kwam je er niet van af met alleen een nasmeulende oorlel.

Dan, als je oorlel onvrijwillig positie had gekozen en stabiel in de ruimte boven de eetkamertafel hing, draaide mijn vader het stukje vlees een kwartslag om, of, indien het vergrijp daartoe aan- leiding gaf, een halve slag, zonder van zins te zijn je oorlel spoedig te laten gaan. Meestal greep mijn moeder dan in en zei: ‘Gé, zo is het genoeg. Laat dat joch. Zo is het genoeg geweest.’

Met tegenzin liet hij los. Liever was hij langer doorgegaan om me mijn wandaden voor eens en voor altijd in te peperen en af te leren. Soms kon je dagen van een oververhit oor nagenieten. Ja, je kon lachen met mijn vader.

Nu en dan werd het ook mijn moeder te veel. 

Lees verder »

Archief

Ivan S. Toergenjev, Vaders en zonen. 

21 maart 2020

Ivan S. Toergenjev, Vaders en zonen. 

Uitgeverij Van Oorschot. 

110. Toen kwam Ariane Vlasjevna naar hem toe, lege haar grijze hoofd tegen het zijne en zei: ’Wat wil je, Vasja! Een zoon is een afgesneden stuk brood. Het is net een valk: hij vliegt aan en vliegt weg als hij wil; maar jij en ik zijn als paddestoelen in een holle boom, we zitten naast elkaar en kunnen niet weg. Ik blijf alleen steeds dezelfde voor jou en jij voor mij.’

140. Van koelte en schaduw omringd, las of werkte ze daar of gaf zich over aan het gevoel van volledige stilte dat wel aan iedereen bekend zal zijn en waarvan de bekoring ligt een nauwelijks bewuste, woordeloze beluistering van de brede stroom des  levens die ononderbroken om ons en in ons voortglijdt.

Een bijzonder interessante verwijzing naar enkele thema’s in Vaders en Zonen van Toergenjev uit 1862 – de tegenstelling tussen de liberale vaders en de nihilistisch-anarchistische zonen – zit in het meesterwerk van Nino Haratischwili  ‘Het achtste leven (voor Brilka)’  

59. ‘Persoonlijk geloof ik niet dat revoluties een roep zijn van het volk, ik geloof eerder dat ze voortkomen uit het slechte geweten van de bevoorrechten,’ voegde hij er bijzonder bedachtzaam aan toe.

‘Jij gelooft dus dat onze bevrijder tsaar Alexander II, toen hij destijds (1861) de lijfeigenschap bij wet afschafte, vanuit een dergelijk complex handelde, maar er niet aan dacht dat die stap economisch en vooral ideologisch op een catastrofe kon uitdraaien?’ vroeg een bijzonder geëngageerde leerling.

‘Ja, dat geloof ik. Want doordat hij de boeren de vrijheid schonk, werden de sociale verschillen in de maatschappij alleen nog maar scherper zichtbaar. En we mogen ook niet vergeten dat duizenden jonge mensen de afgelopen jaren uit de grote steden naar het platteland zijn getrokken om de boeren voor te lichten en daar alleen op desinteresse, berusting en onbegrip zijn gestuit.’

« Volgende berichten