Sus van Elzen, In lood gegoten – Israel en de tragedie van de Joodse staat.
uitg. De Bezige Bij Antwerpen 2011
Hoe ouder je wordt, hoe langer je verleden, hoe lichter de geschiedenis die je achter je aansleept. Geschiedenis verlicht namelijk met de last der jaren, met de tijd die (alle) wonden pleegt te helen wegens de multifocale blik op stereofonische waarheden van de vele verhalen.
Er zijn van die mensen die hun spiegeling amper nog kunnen genieten behoudens in de roep om gerechtigheid om het lot van vele slachtoffers van onrecht, wraak en vrijheidsberoving.
In Nederland is dit jaarlijks vaste prik naar aanleiding van Prinsjesdag waarop de Gouden Koets weer eens door de residentie dendert en schande hoort gesproken over de kunstzinnig vergulde taferelen van gelukkig ogende zwarte slaven die de Majesteit dank en eer betuigen. Er is de 1 juli viering bij het Nationaal Monument Slavernij-Verleden in het Amsterdamse Oosterpark waar jaarlijks de afschaffing van de slavernij in Nederland in 1863 wordt herdacht.
In Vlaanderen bestaan er nu ook initiatieven om groot onrecht uit het verleden te herdenken en valoriseren. Zo komt er een onderzoek naar het wel en wee van Afrikaanse en Filippijnse figuranten op de wereldtentoonstelling te Gent, Antwerpen en Brussel.
Maar de tijd heelt veel wonden en latere uitbarstingen van verontwaardiging dempen vaak in g?ne.
Zo vraag ik me nog steeds af waar, wanneer en waardoor de massale sympathie van links in West-Europa voor Israel plaats maakte voor onverschilligheid en nadien zelfs haat, gepaard aan toenemend begrip voor en solidariteit met de ‘Palestijnen’. Mij lijkt het keerpunt ergens te situeren tijdens de oorlog in Libanon (midden jaren ?80) die de PLO verloor, waarna hun leiders en strijders naar Tunesi? dienden te vertrekken.
Het was een uiterst droevige bedoening met immense pogingen om een overwinning te claimen voor de afgevoerde PLO strijders. Maar vanaf dan lijkt me Israel het statuut van de door progressieven gekoesterde? underdog kwijt gespeeld ten voordele van de PLO en later zelfs een tijdje Hamas. Binnen Israel kwam er steeds meer protest tegen het optreden van het leger van Sharon in Zuid Libanon en tegen het bezettingsleger dat op tv beelden van de eerste Intifada stenengooiende knapen van het lijf moest houden.
De sociaal democraten in de Tweede Internationale waar Shimon Peres voordien altijd een goeie verklaring oplepelde, verloren de macht in Israel en hun geestesverwanten elders verloren hun interesse.
Sus Van Elzen heeft met ?In lood gegoten? een uitgebreid en boeiend werk geschreven over de loden tijd in het Midden Oosten. Het is geen opbeurend boek, het is geen receptuur voor oplossingen. Het is eerder een onthulling van mogelijke belangen, krachtsverhoudingen en spelers in de coulissen.
?In lood gegoten? laat de patstellingen zien en de loden last van de tijd die dan weer mogelijkheden voor een oplossing immobiliseert. Niet in het minst die van de demografische tijdbom.
Lood heeft een relatief laag smeltpunt en plooit makkelijk. In de nabije toekomst lijkt het oorlogsvuur alweer fors te worden opgepookt. Niet in het minst door Iran voor weifelend intern gebruik. Terwijl de soennitische regimes na de Arabische Lente in een druilerige herfst verzeilen, is de religieuze hoop ijdel gebleken.
Misschien kan vanuit een geseculariseerde jeugd over de rancune en het ressentiment heen een nieuwe toenadering worden gerealiseerd.
Over de religieus-ideologische pretenties van ieders Ene en Ware heen.
194.
Anderzijds ging de generale staf op regeringsvlak een steeds grotere rol spelen. Daar is wel wat over geschreven, net als over de militaristische cultuur in Isra?l. Soms kon men denken dat de regering eigenlijk door de militairen overgenomen was. Isra?l werd inderdaad bestuurd vanuit een ?veiligheidscultuur?
die in haast alle problematieken absolute prioriteit kreeg ? en die door het publiek over het algemeen blindelings geaccepteerd werd. De meeste auteurs (zoals Yoram Peri in zijn verhelderende boek Generals in the Cabinet Room) gaan akkoord met de meeste militairen die, daarover ondervraagd, stellen dat de generaals alleen politiek tussenbeide komen als de politici hun werk niet doen. Dat wil zeggen, als de ministers in de regering een vacu?m laten ontstaan waar generaals in passen. Dat is een niet eens zo impliciete kritiek op verschillende regeringen en hun eerste ministers, en bevat ongetwijfeld een goed deel waarheid, maar het gaat wel voorbij aan een sociologisch aspect dat meer met de militaristische cultuur dan met onmiddellijke personeelsvragen te maken heeft. Dit namelijk, dat de belangrijkste politici in Isra?l, hun medewerkers en adviseurs, bijna allemaal eveneens ex-militairen zijn, die de denkwijze van het leger met de paplepel hebben binnengekregen en ervan doordrongen zijn. Yitzhak Rabin, Ehud Barak, Ari?l Sharon waren generaals, Bibi Netanyahu kapitein bij de commando?s. Yitzhak Shamir was voormalig aanvoerder van een terroristische groep. Levi Eshkol had in het oppercommando van de Hagana gezeteld. Het is niet nodig nog actief onder de wapens te zijn om een militaire manier van denken te behouden, zeker als men die goed geassimileerd heeft, en dat hadden en hebben deze mensen. Het Isra?lische leger heeft zijn reputatie een van de drie sterkste en meest professionele ter wereld te zijn, niet gestolen. D??r zit dan ook, moet men wel denken, eerder dan in complotten of rechtstreekse be?nvloeding vanuit de generale staf of uit de Militaire Inlichtingendiensten, de bron van de Isra?lische neiging om bij elk probleem allereerst aan een militaire oplossing te denken. In die mate zelfs dat bij sommige gelegenheden de politici oorlogszuchtiger waren dan de militairen. Want de algemene geobsedeerdheid met veiligheid komt daar bovenop, plus een tikje ideologie.
Het is een verschijnsel dat men al eerder gezien heeft. De omstandigheden zijn er om met de Palestijnen tot een doorbraak te komen, het publiek is ervoor gewonnen of staat er onverschillig tegenover, de demografische factor dringt, de eerste minister is lucide en zal beslissingen nemen, maar tijdens zijn ambtstermijn doet hij dat niet en daarna kan hij alleen nog praten. De regeringen komen, de regeringen gaan, de politiek naar de Palestijnen blijft dezelfde. Eigenlijk is die politiek, behalve in de terminologie ? die ook haar belang heeft ? onveranderd gebleven sinds Ben-Gurion. Nadenkend over de Joodse staat vraagt men zich dan af, waar zit dit op vast ? Om het al te eenvoudig te stellen, wie heeft in Isra?l de macht om hierover te beslissen?
?Een diepe staat??
In Turkije bestaat een politiek fenomeen dat men daar ?de diepe staat? noemt. De diepe staat is de blijvende machtsstructuur van de staat die buiten de democratie staat en niet wisselt met de regeringen, en die de door ministers genomen beslissingen uitvoert, of ze niet uitvoert. De wereld van hoge ambtenaren bijvoorbeeld. Wellicht is daar niet eens een machtscentrum en is er niemand echt de baas, geen generaal, geen grijze eminentie, is er alleen maar een consensus. Waar, als men het zoeken zou, zou men dit fenomeen zoeken in Isra?l ? Het leger, het militaire en inlichtingencomplex, zou een eerste kandidaat zijn. ?De permanente regering?, zoals iemand ze noemde bij Tanya Reinhart. Het militairculturele complex waar Baruch Kimmerling van schreef. Maar het leger is verdeeld, zoals we zagen. Het kan zijn mening wel opdringen aan de regering als de regering dat toestaat en er zelf geen heeft, maar die meningen verschillen al eens. Tijdens Oslo was het leger eerder voor Oslo. Daarna, tijdens Camp David, niet meer. En ook de inlichtingendiensten verschillen van mening. Het is zeker niet het leger alleen. Je moet in de economie zoeken, zei Didi Remez, die de blog Coteret maakt. Er zijn zeven families of acht die de Isra?lische economie in handen hebben. Misschien tien. Dit zijn zeer grote bedrijven, hun directies zitten vol ex-militairen, of ex-militairen die na hun militaire loopbaan ook politicus zijn geweest, of die nu gerekruteerd zijn en later politici zullen worden. Er is een verwevenheid die in elk land teruggevonden kan worden en die op zich over de natuur van de staat niets zegt. Men zou een studie kunnen ondernemen over de relaties tussen Isra?l en Turkije, en dan met name onder meer tussen het Isra?lische veiligheidsestablishment en de Turkse generaals. Tussen de twee was er jarenlang een nauwe militaire samenwerking. Dan zou men wellicht constateren dat de traditionele vriendschappelijke relaties tussen Isra?l en Turkije op de helling kwamen te staan toen de Turkse regering van premier Tayyip Erdogan de generaals aanpakte waardoor, naar men vermoedt, de ?diepe staat? een groot stuk van zijn macht verloor. Ook dat zou op zichzelf over Isra?l niet veel zeggen, en er waren ongetwijfeld veel andere motieven in het spel in snel veranderend Turkije, om ineens afstand te nemen van Isra?l. Maar Isra?l is een bijzondere staat, bijvoorbeeld omdat het permanent in staat van oorlog leeft, al zo lang als het onafhankelijk is en langer. Daardoor heeft het dat heel sterke leger en die veiligheidsconsensus ontwikkeld. Die hebben, zoals we zagen, een eigen politiek meegebracht. Daardoor heeft het ook een zeer belangrijke wapenindustrie ontwikkeld, die deels ? grotendeels, zeggen sommigen ? uit staatsbedrijven bestaat (zoals Rafael) en deels uit priv?bedrijven (zoals Elbit Systems).
249.
Wat gebeurt er als de Joden hun meerderheid verliezen in die dan als ?Joods? erkende staat ? Dat is een vraag waar geen antwoord op komt, tenzij van de tegenstanders van die eis : die zeggen, dan wordt Isra?l een apartheidsstaat. Of anders, is het een democratie, dan kunnen die Arabieren met hun meerderheid de grondwet veranderen. Maar kunnen ze dat niet ook als ze Isra?l w?l als Joodse staat erkend hebben ? Zo wordt de politiek bepaald door twee krachten. Enerzijds de angst uit het verleden, dat de Palestijnen zullen komen en wraak nemen. Ze zullen een Arabische eerste minister verkiezen en de rechten van de vrouwen tenietdoen, zegt de overigens wijze Yulie Cohen, en als dat gebeurt zal zij het land verlaten. Ze zullen de Joodse staat tenietdoen. Anderzijds de hebzucht naar het land, heel het land van de Jordaan tot aan de zee en misschien toch ook Libanon tot aan de Litani-rivier. Alle politieke constructies, spelletjes, plannen en voorstellen zijn pogingen om de twee te verzoenen. Vandaar de patsituatie. Niemand kan nog een kant uit, en intussen blijven de Palestijnen aangroeien. In juli 2010 kwam de harde rechterzijde met een onverwacht plan voor vrede. Onder leiding van onder anderen oud-minister van Defensie en van Buitenlandse Zaken Moshe Arens hadden die een voorstel geformuleerd voor het opgeven van de Tweestatenoplossing en de constructie van een eenheidsstaat. Daarin zouden de Palestijnen van de Westoever een paspoort krijgen, en na verloop van tijd ? tien of dertig jaar of zo ? alle gelijke rechten die de Joden van Isra?l ook hebben, op voorwaarde dat ze trouw zweren aan Isra?l als Joodse staat. Maar toch had men eigenlijk liever dat ze weggingen. Lijkt het niet waarschijnlijk dat het voorstel in enige operationele fase raakt ? de weerstand bij de Joden van Isra?l tegen een binationale staat en samenleven met de Palestijnen is eindeloos groot, de Tweestatenoplossing is internationaal de offici?le politiek, al doet men er in de praktijk niets aan om die ook te realiseren ? Moshe Arens en zijn medestanders vertrekken duidelijk van een paar moeilijk te ontkennen feiten. Enerzijds heeft Isra?l hoe men het draait of keert nu al een gemengde bevolking, met ongeveer twintig procent Palestijnen erin. Anderzijds wil de strekking waar Arens toe behoort de Westoever en Oost-Jeruzalem in geen geval afgeven ? de Gazastrook integendeel w?l, met geestdrift. Daarop bouwend zoekt hij naar een oplossing.
261.
Maar voor Joden, hoe ze het ook aanpakken, is de Thora ? de versie van het Boek die zij hanteren ? de basistekst, religieus, voor het juda?sme, ?n etnisch, voor het Joodse volk. Het is de tekst die het volk bindt, enerzijds met zijn halacha, zijn zeer groot aantal voorschriften en verbodsbepalingen, anderzijds met zijn geschiedschrijving. Het Boek en de studie ervan hebben geleid tot schier eindeloze filosofie en wijsheid ; de voorschriften hebben het Joodse volk verplicht tot speciale gedragswijzen die de Joden in de diaspora afzonderden van de samenleving waarin ze verkeerden ? en hielpen zo het volk bij elkaar houden en tegen verdwijning behoeden. Gebruikt als bron van historische informatie heeft het de Joden een nationale mythologie gegeven met een mengeling van etnische en religieuze elementen. Dit is centraal. Waarschijnlijk is het een groot stuk van de Joodse identiteit. In dat perspectief is het dan verder niet zo belangrijk of dit alles echt waar en echt gebeurd is.
Een tweede bepalend deel van de Joodse identiteit is de herinnering aan twee millennia van ballingschap, vervolgingen en ellende, culminerend, na eeuwen van christelijk antisemitisme, in het moderne Europese antisemitisme en de Holocaust. De combinatie van goddelijke wet en diaspora leidden tot het Joodse dilemma : de godsdienst en de band met God loslaten, de voorschriften aan de kant zetten en opgaan in de omringende samenleving ? en als volk verdwijnen ; ofwel religieus en anders blijven, zich afzonderen van de samenleving en periodiek gehaat en vervolgd worden.
Veel Joden zullen daarop zeggen dat ook de eerste tak van het dilemma vals is, want de geschiedenis heeft hun geleerd dat ze vervolgd zullen blijven, ook als ze zich aanpassen en als volk onzichtbaar zouden worden. Dan maar anders zijn, zich afzonderen en daar een zaak van maken.
Het logische gevolg daarvan op lange termijn was de Joodse staat. Het is in dat perspectief ook niet zo belangrijk of het Joodse volk uitgevonden is dan wel altijd bestaan heeft.
De dynamische geschiedenisprofessor Shlomo Sand van de universiteit van Tel Aviv komt in zijn boek Comment le people juif fut invent? tot het besluit dat er nauwelijks nog een genetische band kan bestaan tussen de hedendaagse Joden die uit de diaspora naar de Joodse staat gegaan zijn ? de Joodse Isra?li?s ? en de Joden van het jaar 70 AD die er volgens de tekst uit verjaagd werden. Niet ?cht, schrijft hij, die exodus is nooit gebeurd, de Romeinen deden zulke dingen trouwens niet : wat ?cht gebeurde is dat het juda?sme zich sterk uitbreidde langs de Middellandse Zee en door zijn proselytisme massaal Joden bijmaakte, op een religieuze, niet op een etnische manier, terwijl de Joden van Palestina bleven waar ze waren.
Zo ontstond een religieuze gemeenschap die uit godsdienstige en rituele gronden formeel naar Jeruzalem en het beloofde land bleef verwijzen.
Pas in de negentiende eeuw, in de sfeer van Europees nationalisme, volkeren en natiestaten, gingen literatoren en historici de Bijbel gebruiken als geschiedenisboek van een Joods volk ? dat wel moest bestaan aangezien het er was en zij er deel van uitmaakten. In die zin lijkt de aanbreng van Shlomo Sand, de athe?stische historicus, plausibel en ook relevant in de mate dat hij de heersende mythologie van Isra?l onderuithaalt door ze te tonen voor wat ze is, een mythologie.
En kan men op basis daarvan dan een etnische staat bouwen ? Waarschijnlijk hebben de meeste andere natiestaten geen solidere etnische basis.
Dus over wat Joden zijn blijft twijfel bestaan, zelfs puur religieus gezien want er zijn verschillende soorten die elkaar niet noodzakelijk als Joods erkennen, en ook daarover wordt, onafhankelijk van Shlomo Sand, een ernstige discussie gevoerd.
Een andere discussie gaat erover hoeveel van de Bijbel men als geschiedenisboek ernstig moet nemen. Heeft koning David ooit bestaan ? Misschien is er wel iemand van die naam geweest, maar zelfs dat is verre van zeker.
Jeruzalem is in het Midden- Oosten altijd een relatief onbeduidende stad gebleven, tot de religieuze twisten het belang ervan opgeblazen hebben. Is daar ooit een tempel van Salomon geweest ? Palestijnen kunnen wel zeggen dat ze daar nog nooit van gehoord hebben, maar Palestijnen ? of Yasser Arafat ? zijn misschien niet de beste autoriteit in de materie.
Maar heel wat ernstige archeologen, schreef Uri Avnery, zijn er zeker van dat, ?ls er al een tempel van Salomon bestaan heeft, die wellicht niet op de Tempelberg stond, en een klein, onooglijk bouwsel geweest zal zijn ; en dat, als de Joden in bijvoorbeeld de Klaagmuur of elders op de Tempelberg resten van een tempel zouden vinden, dat dan niet die van Salomon maar die van Herodes geweest is.
Opnieuw zijn de feiten wellicht niet zo belangrijk : wat de Joden ervan geloven en diep in hun identiteit dragen is belangrijk, omdat zij daardoor hun handelingen laten be?nvloeden. Hetzelfde geldt voor Judea en Samaria, de Bijbelse ? nu zionistische ? namen voor de Westoever.
Bijbels gezien is dit het hartland van het Jodendom ? in Sichem bij het huidige Nabloes zou Mozes de stenen tafelen van God gekregen hebben ? maar intussen is Nabloes een zeer Palestijnse stad. De vraag wordt, wat is waar, als Isra?l het perspectief is, de feiten of de mythologische constructie ? Ook daarover wordt door Joden, zeker in Isra?l, heftig gediscussieerd.
Voor veel seculiere en zelfs voor moderne gelovige Joden is de obsessie van bijvoorbeeld de religieuze kolonisten met land en oeroude heiligdommen ? het Graf van Jozef, het Graf van Rachel ? die wellicht nooit zoiets geweest zijn, een vorm van heidendom. Afgoderij. En dat is weer een splitsing.