knee compression sleeve

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Wolfram Eilenberger, Het vuur van de vrijheid

25 september 2022


De nieuwe wereld van Hannah Arendt, Simone de Beauvoir, Ayn Rand en Simone Weil



Uitg. De Bezige Bij 2022



https://www.tzum.info/2022/07/recensie-wolfram-eilenberger-het-vuur-van-de-vrijheid/





42. Als je er goed over nadacht, was dat een manier om te verhelderen hoe het überhaupt tot die hele heksenketel gekomen was. De oorsprong was het waanidee van een enkeling dat hij naar zijn eigen wil de hele wereld een nieuw gezicht kon geven, haar letterlijk nieuw kon scheppen: in één keer. Het was de waan van een wereld die voortaan nog maar door één enkel gezicht bepaald werd. Een wereld dus die voor de onophoudelijke nieuwe schepping ervan geen andere mens, geen concrete weerstand meer nodig had: de politieke nachtmerrie van een totale heerschappij.



Maar als iets een nachtmerrie was, zoveel bleef zelfs in deze duistere tijd waar, betekende het ook dat je eruit kon ontwaken. Je moest alleen de moed in jezelf vinden om de ogen te openen – open te houden – om met een wakkere geest de afgronden van het eigen heden waar te nemen. De waarheid te zeggen, ook al is die aanstootgevend. Om zo aan te tonen uit welke diepte ze in de wereld gekomen is. Dus niet ten prooi vallen aan het verleden, noch aan de toekomst. Noch het eigen oordeel, noch dat van anderen blind volgen. De moed vinden je te bedienen van je eigen verstand. Je in je denken vrij te oriënteren.



Juist nu, op dit moment – Arendt verzamelde nieuwe krachten –, zou het er weleens op aan kunnen komen ‘geheel en al aanwezig te zijn’. Of met andere woorden: te filosoferen.



55. Met andere woorden, juist in het land dat over de best georganiseerde en getalsmatig grootste arbeidersbeweging van Europa beschikt, is de stemming overduidelijk revolutionair. Links blijkt daar intussen hopeloos verdeeld en verlamd. In plaats van zich als één man te verzetten tegen de nationaalsocialisten voeren de kpd en de Communistische Internationale, gestuurd door Stalin en het Russische Centraal Comité, liever een sektarische strijd tegen de sociaaldemocratie als ‘hoofdvijand’. De gevolgen zijn voor Weil duidelijk voorspelbaar. ‘In Duitsland,’ schrijft ze in de herfst van 1932 aan een bevriende vakbondsbestuurder, ‘heb ik het laatste restje respect voor de partij verloren [...] elke verdraagzaamheid jegens haar staat gelijk aan een misdrijf.’



Slechts een jaar later is precies uitgekomen wat Weil in haar artikelen heeft voorspeld. Hitler heeft over de hele linie gewonnen, de zuivering is in volle gang. Stalins Sovjet-Unie verleent niet eens asiel aan vluchtende kameraden. Wie nu nog geloofde in de proletarische revolutie met de zegen van Moskou, was volgens Weil verloren.



59. Het affront dat Weils analyse, gepubliceerd op 25 augustus 1933 in een vakbondstijdschrift onder de titel ‘Perspectieven – Gaan we een proletarische revolutie tegemoet?’, betekent, kun je je moeilijk heftiger voorstellen. Want daarin legt ze expliciet de structurele gelijksoortigheid van het fascistisch geworden Duitsland en Stalins Sovjet-Unie vast. In slechts enkele maanden heeft Hitler in Duitsland een politiek regime in het leven geroepen waarvan de structuur ongeveer overeenkomt met die van het Russische regime, zoals Tomski het beschrijft: ‘Eén partij aan de macht en verder iedereen in de gevangenis.’ We voegen eraan toe dat de automatische onderwerping van de partij aan de leider in beide gevallen hetzelfde is en telkens door de politie wordt gegarandeerd. Maar politieke soevereiniteit is niets zonder economische soevereiniteit; daarom toont het fascisme de tendens zich ook op economisch terrein aan het Russische regime aan te passen door middel van het concentreren van alle economische en politieke macht in de handen van het staatshoofd.



Bovendien berust de staatsvorm van een totalitaire leidersstaat, die volgens Weil voor het eerst in de geschiedenis voorkomt, op een nieuwe, technologisch ondersteunde vorm van onderdrukking, die toe te schrijven is aan de ongehoorde machtstoename van een nieuwe klasse van controlerende functionarissen, die hun macht niet uitoefenen ‘omwille van het geluk van de onderworpenen, maar ter vermeerdering van die macht’. Maar daarmee is aan het marxistische beeld van de klassenstrijd definitief een einde gemaakt.



In de nieuwe totalitaire systemen à la Hitler en Stalin, die uiterlijk tot de economische vorm van het staatskapitalisme behoren, maar innerlijk naar de repressieve politiestaat neigen, wordt met behulp van de vooral zichzelf bedienende functionarissen klasse en met steeds geavanceerdere bewakingstechnologieën een, in de woorden van Weil, ‘bureaucratische dictatuur’ geïnstalleerd, waarvan Stalins Sovjet-Unie tot nu toe het indrukwekkendste én rampzaligste voorbeeld is.



Daarom kan er geen situatie verder verwijderd zijn van een ware arbeidersdemocratie. Per slot van rekening was het volstrekt onbelangrijk aan wie de productiemiddelen theoretisch toebehoorden (arbeiders, grote kapitalisten, de staat), als er niets zou veranderen aan de feitelijke onderdrukkingsverhoudingen. De meedogenloosheid van de arbeidsdag was onder Stalin alleen maar toegenomen, gepaard gaande met nieuwe catastrofale knelpunten in de voorzieningen.



108. Aan de lopende band



In de winter van 1934 durft Weil dus het definitieve onderzoek naar de werkelijkheid aan te gaan, ja, spreekt ze in haar fabrieksdagboek zelfs over het doel eindelijk ‘direct contact met de werkelijkheid’ te krijgen. Bij nadere beschouwing lijkt het niet zo gemakkelijk aan te geven waarom het dagelijkse leven van iemand die voor een minimumloon, dat amper enige bestaanszekerheid garandeert, tien uur per dag met één enkele handbeweging metalen vormen uitstanst, op enige manier ‘werkelijker’ te noemen is dan dat van een lerares filosofie in de Franse provincie of een in de filmwereld werkzame Russin in ballingschap in New York.



In elk geval staat Weils keuze voor de fabriek in een eerbiedwaardige traditie van filosofische uitbraakexperimenten, waarvan het uitgesproken doel is een vermeend vervreemde wereld de rug toe te keren en in een nieuwe omgeving te beginnen aan een leven dat dichter bij de werkelijkheid staat teneinde een grotere helderheid in het denken te bereiken. Net als Boeddha door zijn vlucht uit het paleis, Diogenes door zijn leven in een ton, of natuurlijk ook Thoreau met de bouw van zijn hut bij Walden Pond.



188. Het gangbare christelijke begrip voor die manier van leven is heiligheid. Maar natuurlijk heeft ook de in engere zin filosofische traditie iets te melden over de kracht van genoemde ervaringen die een nieuwe wereld opent, bijvoorbeeld in de het felle licht dat aan het eind van de platonische opklimming uit de grot staat, van de bliksemflitsachtige meditatie-inzichten van René Descartes, of van de door Ludwig Wittgenstein in zijn Tractatus logico-philosophicus metaforisch beschreven weg van een ladderachtige opklimming naar het inzicht. Vanaf de laatste sport ervan moet je springen – zonder net en argumentatieve bodem –, opdat de wereld dan pas ‘echt gezien’ kan worden. Ja, had ook Sartre, respectievelijk Roquentin, in een toestand van een hoogst ambivalente zelfopheffing niet de onontkoombare indruk gehad met het incidentele ‘deeg van het bestaan’ pas in eigenlijke zin te zijn doorgedrongen tot het wezen der dingen?



Als Simone Pétrement als Weils hartsvriendin en latere biografe vaststelt dat de enig denkbare uiterlijke waarborg van zo’n mystieke belevenis het leven is dat erop volgt, dan zijn er althans in het geval van Simone Weil geen aanwijsbare redenen de waarachtigheid van haar godservaring in twijfel te trekken. 



Niet dat haar gedrag vanaf dat moment op enige wijze veranderd was of een andere gedaante had aangenomen. Maar het krijgt wel een andere schakering, het staat nu helemaal in het teken van de christelijke liefde en het lijden waartoe ze bereid is.



192. Als uitgangspunt fungeert een samenleving aan het eind van de totale collectivisering. Daar resteert de mensen niet eens meer het gevoel dat ze uniek zijn, of dat gevoel is hun verboden. Vanaf de vroegste kinderjaren als via gebed geïndoctrineerd (‘Wij zijn niets. De mensheid is alles. We danken ons leven alleen aan de genade van onze broeders. Wij bestaan met, voor en door onze broeders, die de staat zijn. Amen’) spreekt en denkt daar iedere inwoner steeds in de eerste persoon meervoud, het ‘wij’. Zelfs als het om eigen gevoelens, wensen of angsten gaat. Want: ‘Alle mensen zijn één, en er bestaat geen wil buiten de wil van alle mensen samen’ – zo althans wordt het door de ‘Grote Raad’ verkondigd, die voor iedereen spreekt en daarom noodzakelijkerwijs gelijk heeft.



Tot in de kleinste details is Rands ontwerp gebaseerd op de sciencefictionroman Wij van haar landgenoot Jevgeni Zamjatin uit het jaar 1920, die tijdens haar studie in Leningrad clandestien de ronde deed. In plaats van namen dragen de mensen ook bij Rand robotachtige nummers, het collectief is in de vorm van de staat almachtig en godgelijk, elke individuele afwijking wordt met harde hand bestraft.



312. Het enige wat wederzijdse vrijheid echt mogelijk maakt en garandeert, is dus een consequent aangenomen houding van ‘metafysische onafhankelijkheid’, en niet ‘metafysische solidariteit’. De enige werkelijk geweldsvrije manier om met de ander in contact te treden en hem als eveneens vrije mens onbeperkt te erkennen, heeft de vorm van een contract – net als een goede deal. My word is my bond. Take it or leave it. And live with the consequences. Maar de sociaal handigste manier, vastgelegd, om wederzijdse doelen te realiseren, was duidelijk de monetaire: via geld. En de enige economische manier om een in die zin werkelijk geweldsvrije ruil tussen individuen mogelijk te maken was het kapitalisme in de vorm van het absolute laisser-faire. Het enige in die zin legitieme regeringsstelsel was ten slotte de democratie, die bij haar ingrijpen als staat even klein gehouden als direct mogelijk gemaakt moest worden



(…)



.Elke opzettelijke afwijking van dat ideaal betekende met open ogen de weg inslaan van het knechtschap door eigen schuld: ethisch als altruïsme, economisch als socialisme, religieus als fundamentalisme, politiek als totalitarisme. Natuurlijk waren er ook mensen die daarnaar juist verlangden, juist degenen die niet in staat waren het scheppende vuur van de vrijheid in zichzelf te ontsteken of te koesteren. En die zich daarom niet inlieten met het bittere avontuur van hun eigen pursuit of happiness, maar liever alle anderen in naam van alle anderen ingeperkt zagen. 



340. Geheel in de geest van Benjamins engel van de geschiedenis keren daarom ook Scholem en Arendt de toekomst in eerste instantie de rug toe om met een autonome terugblik te verklaren hoe het überhaupt tot die puinhopen en stapels lijken had kunnen komen. Net als Benjamin zijn zij ervan overtuigd dat het zogenoemde ‘verleden’ in werkelijkheid even weinig vastligt als de toekomst. En dat het in die duistere fase van de schok er in eerste instantie op aankomt eerst maar eens de specifieke stand van zaken te belichten die tot dit en geen ander heden had geleid. Want om het met een stelling uit Benjamins Über den Begriff der Geschichte te zeggen: ‘Het voorbije historisch tot uitdrukking brengen betekent [...] je een herinnering eigen maken zoals die op het ogenblik van gevaar opflitst.’ Het betekende de elementen en de oorsprongen samen te voegen waaruit de toenmalige gruwel plotseling was voortgekomen. Dat was een nauwkeurige beschrijving van Arendts onderzoeksproject over de geschiedenis van het antisemitisme, waaraan ze op dat moment werkte. En ze begreep dat dat ook het project van Scholem als visionaire judaïst was.


Reacties graag naar mailadres.