knee compression sleeve

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Sandor Marai, Kentering van een huwelijk – 1949-1978 – 2005

10 mei 2024


uitg. Wereldbibliotheek





8. ‘Mijn  ouders  hadden  me geleerd dat een  mens zelf voor  zijn levensonderhoud moet zorgen, dat  hij dus moet werken; zijn  ouders hadden hem bijgebracht dat  werken niet het allerbelangrijkste is, maar dat een mens  in  de eerste plaats  moet  leven  – fatsoenlijk, welgemanierd en  gedisciplineerd. Dat zijn enorme verschillen in opvatting, maar dat wist ik toen nog niet.’



115. ‘Begrijp me  niet verkeerd, ik ben zelf  ook een  bourgeois en ik ben  dat met hart en ziel. Ik  ken de fouten  en zonden van deze klasse, maar  ik  aanvaard haar zoals ze is.  En ik aanvaard ook het  lot dat daarbij hoort, het lot van de  bourgeoisie. Ik heb een hekel aan  salonrevolutionairen. Een mens behoort zijn eigen  soort trouw  te blijven, degenen  met  wie  hij door afstamming, opvoeding, belangen en  herinneringen  is  verbonden. Ik  heb alles  aan de bourgeoisie  te  danken: mijn opvoeding,  mijn  leefwijze,  mijn behoeften,  en ook de  hoogtepunten van mijn leven, de  momenten waarop ik besefte in een gemeenschappelijke cultuur te zijn  ingewijd. De laatste  tijd heeft men het er vaak over  dat onze klasse gedoemd  is te  verdwijnen, dat ze  haar historische roeping heeft vervuld  en niet langer geschikt is voor de leidende rol die ze eeuwenlang heeft vervuld.  Ik moet je  zeggen dat ik daar niets van  begrijp.  Ik ben er vast van overtuigd dat men de bourgeoisie wat al te  ijverig onder de grond wil stoppen. Misschien rest deze klasse toch nog enige kracht,  misschien heeft ze nog een rol te spelen op het  wereldtoneel,  misschien  zal  de bourgeoisie in de toekomst opnieuw de  brug  zijn waarop revolutie en  ordentelijkheid elkaar  ontmoeten.’



126. ‘Wij  waren  degenen  die  ervoor  moesten zorgen  dat  het  verfijnde mechanisme van onze hardvochtige maatschappij ongestoord  bleef functioneren.  Daar waren we voortdurend mee  bezig, zelfs binnen de  vier  muren van  onze woning, want ook daar  beoordeelden we de buitenwereld  met onze maatstaven, reguleerden we onze verlangens  en bedwongen we onze instincten.  Tot de bourgeoisie behoren brengt met zich mee dat  je je voortdurend  moet  inspannen. Ik bedoel met zich inspannen het verrichten van conserverende en scheppende arbeid,  niet het  streven van kleinburgerlijke carrièrejagers, die alleen  op een aangenaam en geriefelijk leven uit zijn. Wij  waren  daar absoluut  niet  op uit. Onze houding  en onze  gewoontes  waren op bewuste zelfverloochening gegrond. We hadden  bijna het  gevoel dat we monniken  van een  religieuze orde of leden van een geheim genootschap  waren, mensen die geheimen bewaarden en regels handhaafden  in een tijd waarin alles  wat  ze  van waarde achtten, dreigde  te worden weggevaagd. ‘



134. Toch heb ik bij diegenen die uit idealisme of beroepshalve tot dergelijke grote gemeenschappen behoren, geen geluksgevoelens en innige levensvreugde aangetroffen. Ik ben in die kringen uitsluitend beledigde, droevige, ontevreden, woedende, taai strijdende, berustende, onzinnige of juist intelligente en sluw tewerk gaande mensen tegengekomen; mensen die er op vertrouwden dat hun lot geleidelijk aan zou verbeteren dankzij onvoorspelbare veranderingen van de omstandigheden. Dat is natuurlijk een aangename gedachte, maar ze lost de fundamentele eenzaamheid van de mens niet op. Het is niet waar dat alleen de bourgeoisie eenzaam is. Een slootgraver op de poesta voelt zich vaak even alleen als een tandarts in Antwerpen.



145. Langzaam gaat haar leven voorbij en tenslotte zal zij stilletjes en op een voorname, fijnzinnige manier overlijden. Ze zal sterven omdat haar leven geen nieuwe inhoud krijgt, omdat de mens niet zonder het gevoel kan leven dat iemand hem nodig heeft, alleen hem en niemand anders



151. Op een dag word je stil. Je verlangt niet meer naar vreugde en je voelt je ook niet langer bedrogen en beroofd. Op een dag zie je heel duidelijk in dat je alles gekregen hebt wat je hebt verdiend, dat zowel de straffen als de beloningen rechtvaardig waren. Datgene waar je te laf of onvoldoende heldhaftig voor was, heb je niet gekregen. Zo eenvoudig is het leven. Het is geen blijdschap wat je op dat moment voelt, alleen berusting en kalmte. Het is alleen jammer dat je daarvoor eerst zo’n verschrikkelijk hoge prijs moet betalen.



188. ‘Zolang je  om egoïstische redenen  de eenzaamheid zoekt, uit gemakzucht, wrok  of ijdele  begeerte, of wanneer je  nog verlangens koestert nadat  je je hebt teruggetrokken, blijf  je verplichtingen houden tegenover de  wereld en tegenover iedereen  die  voor jou  de  wereld vertegenwoordigt. Maar eens komt  de dag dat je  ziel geheel doordrenkt wordt  met het  verlangen naar eenzaamheid  en vanaf  die dag  wil je je zo snel  mogelijk ontdoen van  alles wat onnodig, onwaarachtig of bijkomstig is.  Wie  zich op een  lange, gevaarlijke reis voorbereidt,  kiest heel zorgvuldig wat hij meeneemt. Hij onderzoekt elk voorwerp meermalen, beoordeelt het vanuit verscheidene gezichtspunten en  voegt het pas aan zijn bescheiden bagage toe als hij zeker weet dat hij het nodig heeft.  Chinese monniken zijn wat dit betreft  een goed  voorbeeld. Ze verlaten tegen  hun  zestigste hun familie  en nemen slechts een klein bundeltje mee voor  onderweg. Glimlachend en zwijgend vertrekken ze bij het ochtendgloren.  Niet naar onbekende streken,  maar in de richting van de bergen, de  eenzaamheid tegemoet. De  tocht naar de eenzaamheid is de  laatste reis  die je gedurende  je leven zult maken en  je hebt daartoe het recht. Je bundel moet licht zijn  en met één hand te dragen, hij  mag  geen nutteloze of  overbodige zaken bevatten.  Het verlangen om die reis aan  te vangen wordt in een bepaalde levensfase zeer  sterk.  Opeens  hoor  je de  eenzaamheid ruisen – een bekend geluid.  Het is alsof  je aan zee bent  geboren  en daarna  in een rumoerige stad  bent gaan  wonen, waar je na  jaren, in een  droom, weer de zee hoort. Je wilt ieder  het zijne geven en dan voorgoed  vertrekken om in eenzaamheid en zonder doel verder te leven. Om je ziel te reinigen en op de dood te wachten.’



300. ‘In de stad  heerste  in die dagen een sfeer van  woede  en  wraakzucht, die niet ongestraft geprikkeld kon worden en waar je rekening mee moest houden. De mensen waren werkelijk  tot alles  in staat  en begonnen  bij het minste of geringste met van woede fonkelende  ogen  te  razen en te  tieren.  Iedereen trachtte  in die  tijd wat voedsel  of iets ander waardevols te bemachtigen, een lepel  vet,  een handvol meel of een gram goud. En  intussen hield  iedereen zijn medemensen met jaloerse blikken  in de gaten, omdat elk mens verdacht was in die tijd. Waarom? Omdat we allemaal op  een of andere manier schuldig waren  aan wat er was gebeurd. Omdat we iets hadden overleefd wat  anderen het  leven had gekost.’



318. Plotseling begreep ik hoe het gebeuren kan dat mensen, enkelingen of hele volken, op een dag beginnen te schreeuwen dat het zo niet langer kan en dat er iets veranderd moet worden. Even later stormen ze de straat op en slaan alles kort en klein, maar dat is alleen maar theater. De echte revolutie heeft dan al plaatsgevonden, en wel in stilte, in de geest en in de harten van de mensen.



398. Er zijn mannen die denken dat ouderdom de tijd is om wraak te nemen. Vrouwen zijn op latere leeftijd helemaal in paniek, ze slikken hormonen, plamuren hun gezicht en bedrijven de liefde met mannelijke prostituees, terwijl veel mannen dan juist glimlachen. Zo’n glimlachend ouder wordende man is voor een vrouw gevaarlijker dan een jonge Don Juan. In het steeds opnieuw beginnende en altijd opwindende duel tussen de geslachten is de oudere man de sterkste, omdat hij niet meer door zijn begeerte wordt gedreven. Hij wordt niet meer door het lichaam beheerst, maar is meester over zijn lichaam geworden. Vrouwen merken dat, zoals dieren de aanwezigheid van de jaren bespeuren. Wij vrouwen heersen alleen over jullie, mannen, zolang de jullie kunnen laten lijden. Zolang we in staat zijn jullie met vage beloften te paaien en vervolgens tot een onthoudingskuur te dwingen. Als jullie dan van woede brullen, brieven schrijven dat dreigementen uiten, voelen wij ons fantastisch omdat we ons machtig weten. Maar zodra een man ouder wordt, is hij de sterkste. Toegegeven, lang kan hij dit genoegen niet smaken. Na een betrekkelijk korte periode breekt er een andere tijd aan, die van de echte ouderdom, waarin mannen kinderen worden en ons weer nodig hebben.


Reacties graag naar mailadres.