Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Philipp Blom, Het verdorven genootschap. De Bezige Bij 2010

22 november 2010

Philipp Blom, Het verdorven genootschap. De Bezige Bij 2010


?Na een seminar dat ik in 2007 gaf in Bogot?, de hoofdstad van Colombia, kwam er een jongen van veertien of vijftien op me af die meteen alles wilde weten van Diderot, Holbach, Rousseau en de radicale Verlichting. Ik kon hem toen niet het antwoord geven dat hij zocht. Dit boek is voor een deel een poging om dat antwoord alsnog te geven.
Ik draag dit boek op aan hem, en aan al zijn leeftijdgenoten die nieuwsgierig genoeg zijn om vraagtekens te zetten bij wie we zijn, en moedig genoeg om zich een voorstelling te vormen van wie we zouden kunnen worden?. Philipp Blom

Met zijn ?Duizelingwekkende Jaren? heeft Philipp Blom mij reeds twee jaar in de ban, wegens ieder exemplaar dat hiervan in huis te vinden is, binnen de kortste keren vertrokken blijkt als geschenk voor wie ons lief is. Hij had me dan ook nog eens helemaal ingepakt op wijlen het Andere Boek met zijn kennis van de Verlichting en de manier waarop hij zijn bevindingen charmant toelicht in het Nederlands, als Duits-Oostenrijk-Engels filosoof die ook nog publiceert over Oostenrijkse wijnen.
Deze keer ben ik de gulle gevers voor geweest.

Ik heb zijn vroeger verschenen maar nu pas in het Nederlands vertaalde ?Het Verdorven Genootschap? stiekem gelezen nog voor de anderen.
Het was op iedere pagina een feest voor de geest: helder, erudiet, origineel, grappig, bemoedigend, angstaanjagend, meesterlijk zoals hij van historisch onderzoek een koninklijke kunst maakt die zelf bemeten epitheta en gekoesterde maar ijdele premissen onderuit haalt. De kunst van kennis en inzicht, begrip en twijfel is immers geschraagd op het dispuut, de tegenstelling. Zij drijft op het onderuit halen van argumenten, het weerleggen van aannames en dat alles vrij van angst en belangen die los staan van de zoektocht.
In feite kan die zoektocht alleen maar volbracht worden door mensen die zoals Odysseus ?de haat kennen?.
Wie niet op die manier over alle illusies en waanbeelden heen kan kijken, blijft amechtig hijgen of pralend paraderen in een labyrint waar hij of zij nooit doorheen het middelpunt de keerzijde kan bereiken maar waar het doolhof tegelijk hun denkwereld begrenst. Uit angst voor erger in de keerzijde klampen ze zich vast aan aftandse heldenbeelden en offeren ze zichzelf en wie hen dierbaar is aan mythen van klassieke helden over religieuze hoop tot moderne wetenschappen als nieuwe zingevingstechnologie.

Philipp Blom onderzoekt dit vanuit een verdorven genootschap waar de Verlichting en haar filosofen in tegenlicht werden gewikt en gewogen, vaak door diezelfde intellectuele deelnemers aan de Odysseia van de 18 de eeuw.

Het theater situeert zich in Parijs, in de huidige Rue des Moulins, nabij de kerk van Saint-Roch, die vroeger Rue Royale Saint-Roch heette (M: Pyramides). In het ossuarium van de kerk liggen de beenderen van menig hoofdrolspeler te vergaan. Maar hun idee?n, teksten, tekeningen, boeken en pamfletten hebben voor altijd de wereld van het kritische denken veranderd, sluipend als een wellustig gif. Dat van het vrije denken dat aan iedereen vreet, bij nacht en ontij en als twijfel toeslaat maar dat haast orgastisch bevrijdt van wie benijdt.

De Duitse baron Paul-Henri Thiry d?Holbach (1723 – 1789) hield er salon, niet zomaar een salon met overvloedige heerlijkheden voor alle zintuigen van verlichte heren en een enkele dame van stand, maar een bijna wekelijkse zitting die vooral een bezoeking bleek voor wie geen afstand kon doen van zelfverklaarde mythische waarheden. Religieuze, spirituele, emotionele, politieke, literaire, wetenschappelijke, neurotische ankers en zekerheden werden in een duizelend debat gewogen en te licht bevonden.

Philipp Blom is erin geslaagd de betekenis van dit Verdorven Genootschap -’la coterie holbachique’ volgens Rousseau die er met slaande deuren was vertrokken omdat zijn maakbaarheidsideologie keer op keer onderuit werd gehaald – te onthullen voor wie op zoek is naar een diepgravende maar begrijpelijke analyse voor Kants latere beantwoording van de vraag: ?Was ist Aufkl?rung??

14. De vriendenkring rond Holbach en Diderot, die niet alleen nauw met hem samenwerkte, maar ook een goede vriend was, heeft in de geschiedenis van de filosofie iets van een spookschip gekregen, waaraan geruchten en sterke verhalen zich als zeepokken hebben vastgehecht. De leden behoorden tot een wijdvertakte samenzwering, die onder het mom dat er over economie werd gedebatteerd voorbereidingen trof voor de Franse Revolutie, zeiden sommigen.
Ze bestierden een fabriek voor illegale boeken, die werden geschreven en in duizenden exemplaren verspreid om de monarchie ten val te brengen, meenden anderen. De meeste tijdgenoten
vonden dat Holbach en zijn trawanten perfide athe?sten waren, die op de brandstapel thuishoorden.
Soms is de historische werkelijkheid nog dankbaarder en spannender dan verhalen.
De salon van baron Holbach en de voornaamste participanten kwam wel met revolutionaire idee?n, maar ze dachten aan veel meer dan alleen een politieke revolutie. Ze schreven inderdaad subversieve boeken, maar wat ze omver wilden werpen, omvatte oneindig veel meer dan de monarchie alleen of zelfs de katholieke kerk. Aan de tafel van de baron spraken ze over een visioen waarin mannen en vrouwen niet langer ten prooi zouden zijn aan de angst en de onwetendheid die hun door de kerk werden bijgebracht, maar in plaats daarvan voluit van het leven konden genieten. Niet langer zouden ze hun verlangens opzij hoeven zetten in ruil voor de ijdele hoop op een beloning in een leven na de dood; ze zouden zich ook vrijelijk in de wereld kunnen bewegen,
en hun positie in het universum kunnen verstaan als intelligente machines van vlees en bloed. Ze zouden hun energie kunnen richten op het opbouwen van hun eigen leven en van gemeenschappen,
en dat alles op basis van verlangens, empathie en rede.
Door verlangens, al dan niet erotisch, zou hun wereld mooi en rijk worden, door empathie zou die wereld vriendelijk en leefbaar zijn, en dankzij de rede zou men begrijpen hoe de onwrikbare wetten
van de natuur werkten.

24. Als we in de toekomst kijken, koesteren we instinctief angst voor de Apocalyps en verwachten het paradijs of het hellevuur. Naast een gelukzalig visioen van een perfect functionerende markt, een sciencefiction-toekomst zonder oorlog en energieproblemen, een volmaakte socialistische maatschappij of welke droom we ook koesteren, bestaan er ook angstbeelden: een steeds warmer wordende planeet, het spookbeeld van een Derde Wereldoorlog, nu met kernwapens, van bezwijkende ecosystemen, astero?den die op weg zijn naar een alles verwoestende ontmoeting met de aarde, een destructieve Botsing der Beschavingen. De mogelijkheid dat de mens nog millennia blijft doormodderen (voorlopig nog verreweg het waarschijnlijkste scenario), een paar rampen weet te ontwijken, maar door andere wordt getroffen (soms door onszelf veroorzaakt) zit minder ingebakken in ons theologisch geconditioneerde brein dan de gedachte aan redding of verdoemenis, aan hemel of hel.
Die culturele instincten zijn zo diepgeworteld dat de totalitaire utopie van Rousseau ons natuurlijker en verstandiger voorkomt dan Holbachs utilistische geknutsel. Utopisten zijn in hun hart altijd
gelovig, en het zal geen verbazing wekken dat Rousseau niet alleen voor Robespierre een inspiratiebron was, maar ook voor Lenin en Pol Pot. De laatstgenoemde bestudeerde hem in Parijs, in de jaren vijftig, voor hij de wreedste poging van de twintigste eeuw deed om Cambodja terug te moorden naar de IJzertijd en zo een maatschappij te scheppen van alleen maar boeren, ge?soleerd van de corrumperende invloeden van een hoger beschavingsniveau.
Niet alleen zijn utopie?n theologisch van aard, onze verhouding tot wellust en passie heeft dezelfde religieuze connotatie, zoals uit elke stadsplattegrond blijkt. Dat er in elke stad een rosse buurt is,
getuigt van de zeer christelijke weerzin tegen lichamelijk genot. In eerste instantie lagen ze vaak aan de stadsrand (al zijn later de steden eromheen gegroeid, zodat ze dankzij die eindeloze serie stadsuitbreidingen nu dicht bij het hart van de stad lijken te liggen), en in een minder aantrekkelijke wijk. Ze zijn verlopen en deprimerend, vulgair en goedkoop. Ze leveren een tot schaamte en schuldgevoel stemmende dienst, die wordt geboden in gore achterafhoekjes, of in het schelle licht van neonreclames.
Seks zelf is smerig, en zoals iedereen die weleens spam krijgt weet, zijn vrouwen die best met mannen naar bed willen sletten, hoeren of nog erger. Verdwenen is het genieten van fysieke schoonheid dat in de Oudheid heel gewoon was, en de vreugdevolle erotische versieringen van Indiase tempels en de amuletten die kenmerkend waren voor het dagelijkse bestaan in Rome zijn bij
ons onbekend. We schamen ons nog steeds voor onszelf, en die schaamte is ge?nternaliseerd in onze cultuur, ook die van alledag. In de films waarmee Hollywood ons elk jaar weer overspoelt, geldt
een glimp van een naakt lichaam als aanstootgevend en obsceen, maar de gratuite en pornografisch gedetailleerde uitbeelding van moord, extreem geweld en marteling is dat niet.
Er loopt een directe lijn van deze schijnbaar ultraseculiere wereld van laag-bij-de-grondse verleiding naar puriteinse predikers die het hellevuur afroepen over wellust en naar heremieten vol zelfhaat.
Het is een misvatting om te denken dat de eindeloze beelden van mooie mensen die druk bezig zijn om jong, slank, rijk en onbedaarlijk gelukkig te zijn meer met Epicurus van doen hebben dan
met de kerk. Juist door hun onbereikbare perfectie zijn die beelden in wezen godsdienstig van aard.
Wie gelooft in het westerse evangelie van aards geluk moet minachting koesteren voor zijn lichaam en zijn leven, net als de nonnen en monniken uit het verleden. Vrome christenen kastijdden zich
vroeger door te vasten, door zich alledaagse genoegens te ontzeggen, door een natuurlijke drang de kop in te drukken en hun zelfrespect te verstikken, door hun lichaam en hun verlangens te veronachtzamen en zo het eeuwige leven te be?rven. Hun moderne seculiere opvolgers vasten niet meer om hun onsterfelijke ziel te redden, maar ze volgen wel een dieet en beknotten dus hun verlangens, eeuwig jagend op het jeugdige lichaam dat ze nooit meer zullen hebben, zich eeuwig schuldig voelend over het feit dat ze te oud zijn, te uitgezakt, niet in conditie, niet zoals ze zouden moeten zijn.
De iconen van vandaag zijn fotomodellen, geen heiligen, maar hun functie is nog steeds om ons te laten lijden door ons schuldgevoel in te boezemen, door ons te vernederen en ons aan te sporen om
een onmogelijk ideaal na te streven, in de ijdele hoop op een beter leven, een ver visioen van rijk, gebronsd en cool zijn dat in de plaats is gekomen van de eeuwige zaligheid die de kerk ons ooit voorhield.
Het christelijk geloof is de religie van de lijdende God. Christus is vlees gemaakt en moest daarna sterven, doodgemarteld worden, om God de Schepper in staat te stellen de mensheid haar wandaden
te vergeven. Holbach en Diderot hebben het perverse karakter van deze redenering al uitgebreid aan de kaak gesteld, maar zelfs westerlingen die absoluut niet in God geloven, zijn er toch van overtuigd dat lijden een positieve, transformationele waarde heeft. We dragen allemaal het romantische stereotype in ons mee van het eenzame, gekwelde genie (een type dat Rousseau vrijwel in zijn eentje heeft uitgevonden in zijn Confessions), we zijn dol op verhalen waarin mensen tegenslagen te boven komen, waarin ze bijna ten onder gaan aan verdorvenheid of rampen, maar die uiteindelijk weten te overwinnen, waarna ze herboren worden. Dit soort verhalen komt in veel culturen voor, maar niet in allemaal. De oude Grieken hechtten geen morele waarde aan lijden en associeerden het niet met persoonlijke transformatie.
Nadat Odysseus twintig jaar van huis is geweest en bij zijn tien jaar durende tocht naar huis
vele gevaren heeft overwonnen, is hij ouder, maar niet wijzer.
Voor de vele mensen die niet mee willen doen aan dit religieuze spel van schuldbesef en lijden, van verantwoordelijkheid en streven naar een beter leven na de dood (en misschien hoop), blijft er alleen maar een leegte over, die moet worden gevuld met amusement en mateloosheid, een eindeloze stroom gadgets, accessoires en overmatig consumeren. De radicale denkers binnen de Verlichting stelden dat de maatschappij en ook individuen moesten uitgaan van scholing en solidariteit. Maar mensen in onze samenleving die niet kunnen of willen streven naar de seculiere idealen van onze kerk van de heilig verklaarde merknamen hebben schuldgevoel vervangen door maximale consumptie, extra grote bekers popcorn, en een steeds verder uitdijende broeksband.
Ons hele leven is doordrongen van een religieuze matrix, theologie in een seculier jasje, en theologische vooroordelen zaaien nog steeds verwarring in veel van de debatten die onze toekomst vorm zullen geven. Uit de argumenten die te berde worden gebracht bij het debat over genetisch onderzoek en de mogelijkheden die dat biedt, blijkt hoezeer we ons nog steeds zien als schepselen die van een Schepper een ziel en een lotsbestemming hebben meegekregen.

408. Het hoeft ons niet te verbazen dat de sterk kapitalistische negentiende eeuw het goed kon vinden met Kants lofzang op de rede. Per slot van rede stelde de industri?le revolutie zich ten doel om de samenleving zoveel mogelijk te rationaliseren en tot een optimaal productieproces te komen via een steeds verder gaande arbeidsdeling die uiteindelijk zou leiden tot de lopende band, en een steeds effici?nter plannen en aansturen van alles, van vervoer en ontspanning tot seks, straf en vermaak. In het land dat de grootste stations en fabrieken bouwde, verrezen ook de grootste gevangenissen, alles op grond van hetzelfde principe: een strakke regie over productie en bevoorrading. Toen Max Horkheimer en Theodor Adorno, twee marxistische denkers, in 1947 met hun Dialektik der Aufkl?rung kwamen, waren ze getuige geweest van (en ontsnapt aan) de monsterlijkste travestie van deze logische benadering: de industrieel aangepakte massamoord op mensen in de vernietigingskampen van de nazi?s.
Het is natuurlijk niet zo dat de logica van de rationalistische, de?stische, gematigde Verlichting per se tot Auschwitz voert, maar die logica heeft wel een neiging tot ontmenselijken, tot het ondergeschikt maken van menselijke verlangens en impulsen aan de allesoverheersende
behoeften van een systeem dat zelf door de menselijke rede is geschapen. Zoals Adorno en Horkheimer zeiden, en zoals al eerder door Marx was opgemerkt, leidde dat tot vervreemding
bij de mensen die er deel van uitmaken en tot een wereld die wordt gedomineerd door het onverbiddelijke doortikken van de klok en door de behoeften van machines en fabrieken, aandelenmarkten en multinationals ? de nachtmerriewereld van Charlie Chaplins Modern Times.

En zo gaat dit 450 bladzijden in een schitterende vertaling als een meesterwerk voor alle humaniora en universiteitsstudenten die verder, sterker en hoger willen doordringen in de geschiedenis van het moderne denken, menselijke samenlevingsvormen, ideologie?n en hun gruwelijke gevolgen. Handzaam voor het Studium Generale en iedere universiteitsprof die zijn kennis wil laten meten op intellectueel vruchtbare gronden van eender welke discipline die zich graag academisch heet, in de exacte ?n menswetenschappen.
Maar – ik beken – ook een verlichting op nachtkastjes van ouderen, die rustiger kunnen (in)slapen omdat ze weten dat voor wie na hen komt uiteindelijk op schrift staat wat door de macht als verdorven werd mishandeld en tot mythische leugenpaleizen misvormd. Zelfs in het Nederlands!

Epiloog: een gestolen revolutie
395. ‘Onsterfelijkheid is het soort leven dat we verkrijgen in de herinnering van anderen. We horen in gedachten de lofrede die ze ooit op ons zullen houden, dus we offeren ons op. We offeren ons leven op, we houden werkelijk op te bestaan teneinde in hun herinnering voort te leven. Als de onsterfelijkheid, aldus bezien, ons voorkomt als een chim?re, dan is ze een chim?re van grote zielen’. ? Uit Diderots artikel ?Onsterfelijkheid? in de Encyclop?die

Philipp Blom

Archief

vrt de redactie.be opinie: 11-11-11 Vechten tegen onrecht of wederzijds voordeel, op Chinese wijze.

19 november 2010

Vechten tegen onrecht of wederzijds voordeel, op Chinese wijze.
16 / 11 / 2010

?When the white missionaries came to Africa they had the Bible, and we had the land. They said, ?Let us pray?. We closed our eyes. When we opened them we had the Bible and they had the land?. Desmond Tutu.

Als Anglicaanse aartsbisschop van Kaapstad werd Desmond Tutu vooral bekend als de vrolijke anti-apartheidsactivist en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede. De voorbije zomer besloot hij zijn carri?re ondermeer met een opmerkelijke ode aan de vuvuzela als typisch Afrikaans cultuurinstrument tijdens het wereldkampioenschap voetbal in Zuid Afrika.
Maar de humor in zijn citaat over de kolonisatie heeft een dubbele bodem. Als morele geweten van Afrika wijst hij ook op het feit dat Afrikanen de ogen hebben gesloten voor kolonisatie, meer nog dat zij zelf hebben meegewerkt aan dit soort roofbouw door blanken uit het noorden.

Zilverpapier
Ruim een halve eeuw lang werd de bevolking van de tachtig keer kleinere kolonisator van Belgisch Kongo vanop de kansel gemaand tot zilverpapier en meer voor bekeerde zwarte kroeskopjes. Missionerende zonen en dochters werden uitgezonden met de opbrengsten van Vlaamse of andere pensenkermissen. Zo zou een beschavingsmissie de economische bewinning dekken.
Na de onafhankelijkheid werd de doelgroep van Vlaanderens zendelingen geografisch verruimd. Maar in wezen bleef het kweken van schuldgevoel vruchtbaar bij een bevolking die haar pas verworven rijkdom moreel en materieel diende te delen met de allerarmsten in de ?onderontwikkelde wereld?. Het leed ginder werd barmhartig gekoppeld aan het prille geluk hier: een goed-gegeven-gevoel en aflaten voor later.
Wanneer dit na de onafhankelijkheidsjaren onvoldoende vrucht bleek te dragen werd een economisch verhaal gekoppeld: dat van de structurele solidariteit en de verhoging van zelfredzaamheid bij de mensen in de ?derde wereld?.

?Charity? werd ?solidarity?
De Noord-Zuid beweging was geboren en zocht met een bewonderenswaardige intensiteit naar middelen en technieken om het economisch zwakke zuiden te leren hoe van hout pijlen maken. En wie honger heeft, moet je geen vis geven, maar leren vissen. Van paternalisme gesproken, alsof samenlevingen en culturen door millennia ?survival of the fittest? niet zouden weten van welk hout pijlen te maken, laat staan hoe best te vissen.
Een nooit geziene demografische belasting van het leefmilieu in de begunstigde ontwikkelingslanden ontstond door de nood bij de kolonisatoren aan goedkope arbeidskrachten voor mijn- en andere roofbouw. Traditionele clan- en stamstructuren werden grondig ontwricht en een westers genormeerde gezondheidszorg zorgde voor een explosieve ?youth bulge?. Toenemend geweld door het jonge mannenoverschot en immens menselijk leed bij natuurrampen en epidemie?n in overbevolkte kwetsbare gebieden kon via een geraffineerde beeldcultuur nieuwe golven van ?charity & solidarity? opwekken.
Na veertig jaar gul geven, structurele steun en ?empowering? van dorpen, co?peratieven, vrouwenverenigingen, administraties en dies meer blijft er netto bijzonder weinig draaiend en zijn hele streken in een autarkische overlevingseconomie versukkeld tussen plunderende regeringslegers en verkrachtende bevrijdingstroepen. Veel ?Niet Gouvernementele Organisaties? in hulpverleningsindustrie – ondermeer in Nederland – zijn intussen ge?volueerd tot professionele geldinzamelingsmachines waarbij het management haar deskundigheid graag fors honoreert.

?Afrika moet sneller vooruit?
Dit jaar werd opnieuw de kracht van 341 vrijwilligerscomit?s en 70 organisaties gebundeld door ?11.11.11- vecht mee tegen onrecht?, want ?Afrika moet sneller vooruit?:

?De realisatie van de Millenniumdoelstellingen in Centraal Afrika is geen succesverhaal. Voor elke doelstelling hinken die landen achterop. Erger nog, in absolute cijfers en procentueel blijft de armoede er stijgen. De analyse is simpel: de overgrote meerderheid van de bevolking in Centraal-Afrika leeft op het platteland. De kleine boeren komen niet verder dan overlevingslandbouw. Overheden moeten investeren in landbouw en plattelandsontwikkeling. Maar de politieke wil ontbreekt.?

Al is dat na een halve eeuw van gulle hulp en vechten tegen onrecht nog maar de vraag.
China kon de voorbije zestig jaar nauwelijks hulp genieten vanuit de Eerste (westerse) Wereld. Wegens politieke en ideologische conflicten hadden de socialistische broedervolkeren hun dure ?steun? na 1960 ook reeds teruggetrokken.
En toch werd in China de laatste twintig jaar een van de meest verbijsterende economische fenomenen uit de wereldgeschiedenis gerealiseerd. Strak gestuurde ontwikkelingen op het platteland, de uitbouw van eigen voedselvoorziening en een gedwongen bevolkingsbeperking maakten het mogelijk om steeds meer boeren en buitenlui te dwingen naar steden te migreren als goedkope arbeidskrachten in de werkplaatsen van de wereldeconomie. De marktwetten van goedkoop gekopieerd aanbod helpen hen daarbij.

Chinese kolonisatie
De huidige Chinese machthebbers speuren naar grondstoffen en energiebronnen in heel de wereld, te beginnen met Afrika waar ze omzichtig en onstuitbaar de plaatsen van de oude Europese koloniale mogendheden bezetten.
Hun Afrikaanse satrapen belijden vandaag publiek een ijdel geloof in compassie vanwege de Chinese investeerders. ?Het voelt als solidariteit. China was pasgeleden zelf nog arm, het kan daarom een meer menselijke kijk op Afrika hebben?, aldus een Senegalese topadviseur bij de eerste Chinese investeringen.
Nog omzichtiger verhogen ze jaarlijks met maar liefst 15% de bewapening en slagkracht van hun strijdkrachten ter zee en in de lucht.
Duitse economen en Geert Noels herkenden in de recente beslissing van de voorzitter van de Federal Reserve, Ben Bernanke, om 600 miljard Euro in de Amerikaanse economie te pompen een reactie op de weigering van China om nog langer Amerikaanse schulden op te kopen. In 2008 en 2009 investeerde China maandelijks 17 miljard dollar in Amerikaans overheidspapier. Daarvan probeert het nu iedere maand 7 miljard te dumpen. De VS - maar ook Australi? – zijn niet bereid belangrijke bedrijven en hun technologie te onderwerpen aan internationale afspraken over marktvoorwaarden wanneer China deze probeert te verwerven. Bijgevolg wendt de rijzende reus zich steeds meer naar de EU voor technologie en hoog rendabele investeringen.

Wereldproblemen
Erger is het vandaag in China zelf gesteld waar anderhalf miljard mensen – een vijfde van de hele wereldbevolking – kampen met de grootste milieuproblemen, energietekorten en slechts een kwart van de zoetwaterhoeveelheid per hoofd vergeleken met het wereldgemiddelde. Eeuwenlange ontbossing en landbouwmethoden met foute irrigatie leidden tot verwoestijning en verzilting van het grondwater. Dagenlange stofstormen die tot 1950 in Noord China om de dertig jaar huishielden, werden een jaarlijks weerkerend lentefenomeen. In het kader van de Grote Werken worden nu kanalen gebouwd die water van het bovenstroomgebied van de Yangtze naar het noorden moet voeren omdat de Gele Rivier intussen 200 dagen per jaar droog staat.
Per hoofd van de Chinese bevolking is ??n hectare landbouwgrond beschikbaar, de helft van het wereldgemiddelde.
China?s problemen worden door hun omvang vanzelf problemen voor de rest van de wereld. Wanneer China de gemiddelde levensstandaard bereikt van de EU en VS verdubbelt het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ?n de invloed op het milieu van de hele planeet. China is eeuwenlang een uitgestrekt ??ngemaakt rijk gebleven. Politieke beslissingen hebben dan steeds grote gevolgen.
Deze eenheid van beleid leidde vaak tot enorme chaos. Zo bijvoorbeeld wanneer de Grote Sprong Voorwaarts in 1958 ieder Chinees gezin verplichtte staaloventjes te bouwen en alle mogelijke metaal te smelten tot minderwaardig staal met de schaarse houtskool die daartoe geconfisqueerd werd. Opgeleukte productiecijfers in de landbouw, campagnes om alle vogels te doden die graan consumeerden en nadien insecten vrij baan gaven leidden tot enorme hongersnoden.
De Culturele Revolutie legde het onderwijs voor vele jaren stil. China besteedt vandaag met een vijfde van de wereldbevolking slechts 1% van alle werelduitgaven voor onderwijs aan de opleiding van haar jongeren. Chinese vaders eten vandaag niet langer zoals Chronos hun zonen op om aan de macht te blijven, maar zonen doden er minstens in gedachte hun vaders om de macht te grijpen zoals Oedipous in de westerse cultuur.

Verstedelijking
De gevolgen van zo?n cultuuromslag binnen een vijfde van de hele wereldbevolking zijn enorm. Zelfs met de verplichte geboortebeperking groeiden de grootste Chinese steden van 1953 tot 2001 met een factor 7 tot meer dan een half miljard mensen. Sindsdien verhuisden nog eens 100 miljoen mensen al dan niet vrijwillig naar stedelijke agglomeraties.
Verlies van productiemiddelen voor boeren en buitenlui wordt gecompenseerd door hen in te zetten als goedkope arbeidskrachten in stedelijke industri?le omgevingen. Overheidsinvesteringen in enorme infrastructuurwerken – hoge snelheidsspoorlijnen, havens, snelwegen – en in wouden van appartements- en kantoorblokken milderen de gevolgen van de wereldwijde economische recessie. Ondanks wijdverbreide corruptie, ondoorzichtige besluitvorming en een compleet gebrek aan inspraak voor burgers en buitenlui blijft de doorsnee Chinees bereid veel te verdragen met het oog op de beloofde toekomst.

Wederzijds voordeel
China?s zendelingen in Afrika en elders in de wereld bedienen zich niet van zwaard of vuurwapen noch de Tao of Confucius? lering. Zij hebben alleen werktuigen en gekopieerde technologie in de aanbieding naast handelsovereenkomsten en investeringen. Er wordt zelden ideologisch gezeurd, laat staan dat ze zich openlijk zouden bemoeien met de politieke machtsstructuren in de landen waar ze aan de slag willen.
Dat is een heel ander uitgangspunt dan ?vechten tegen onrecht?.
Met compassie, solidariteit, menslievendheid heeft hun interventie in Afrika niets te maken. Het gaat uitsluitend om economisch voordeel waarbij de Afrikaanse machthebbers en de gewieksten onder hun onderdanen baat kunnen hebben.
In feite biedt dit zogenaamde ?wederzijdse voordeel? bewegingsruimte aan creatieve dynamiek, aan de rauwe wetten van de ?survival of the fittest?. Wellicht baat dit meer dan zestig jaar hulp en ontwikkelingssamenwerking.
Het Chinese model heeft alleszins haar kracht bewezen. Afrika kan er een voorbeeld aan nemen om sneller vooruit te gaan. Maar dat moeten ze wel zelf doen, los van afhankelijkheid bestendigende ?charity & solidarity?.
Jan Van Duppen
(Jan Van Duppen is huisarts in Rotterdam en voormalig parlementslid voor SP.A)

Archief

Brussel, Ori?ntalisme in Europa in het KMSK & The World of Lucas Cranach in Bozar

18 november 2010

Brussel, Ori?ntalisme in KMSK en Cranach in Bozar

Hoewel ik al ruim 38 jaar gek ben van die stad, van lang voor ik geld had om er meer te doen dan rondlopen en zoeken en dromen en betogen en protesteren en kijken, blijft Brussel mij altijd weer verrassen.
Neem nu de aankomst met de overigens – naar ruimte en service – voortreffelijke Hainan Airlines vanuit Sjanghai in Brussels Airport waar de ongelukkige die de helse en stipte hoge snelheidstreinen en de reusachtige stations met honderdduizenden boeren en buitenlui van China doorstaan heeft, naar het RER spoorstation schuifelt met zijn luxueuze lichtgewichtkoffer met all round wieltjes. Hij komt uit de lift en volgt het grote en duidelijke bord naar spoor 1 – 2 bis en 3 wegens geen enkel ander bord en loopt na een labyrinth van gewitte triplexplaten op een lift die niet werkt, waartegen diverse schichtig om zich heen kijkende wereldreizigers lichtelijk wanhopig gestrand zijn.
Wat rest ons anders dan hen manmoedig op sleeptouw nemen naar nergens.
Terugkeren op onze stappen en op een splitsing als ratten in een proefsetting deze keer de andere kant kiezen.
Die leidt gelukkig, doch zonder aanduidingen, naar een bedenkelijke ruimte waar diverse automaten niet of zeer traag biljetten produceren. Achter een loket zit op het vroeg christelijke uur een spoorwegbeambte spoorbiljetten te verstrekken aan een weloverwogen tempo.
De overstap in Brussel Noord is een makkie, zij het dat lang wachten in een winderig oud station geen aangename bezigheid is.?
Laat staan de aankomst in Turnhout van de prima en extra lange dubbeldekstrein van waaruit de luxe wieltjes een paar honderd meter doorheen een sintelpad langs spoor 2 gesleept moeten worden, wegens geen adequate perronverharding.

Dan maar met de wagen naar de tweeslag ‘Ori?ntalism’e en ‘Cranach’ op de Kunstberg, waar nu een immense parking een oplossing biedt voor dit soort problemen op de Hofberg.
Meer nog, in deze immense parking wordt de bezoeker in reuzenletters kond gedaan dat er een uitgang is richting Bozar.
Dit vergt wel een deurensluis of vier, maar dat maakt een museumbezoek alleen maar leuker.
Tot dan in een grote hal met nieuwe glazen opbouw de roltrappen niet werken en zelfs de uitgangsdeur gesloten is ondanks het uitzicht over het herfstige park.
Een ge?niformeerde jongeman die alleen de Franse taal machtig lijkt, komt verkondigen dat wij daar niet mogen zijn. Meer nog, dat wij daar niet kunnen zijn.
Onze pogingen om hem duidelijk te maken dat wij geen insluipende stadsbende tasjesrovers of carjackers zijn, doch eerbare burgers uit het verre noorden van het land die een bezoek willen brengen aan de wereldvermaarde tentoonstellingen van Bozar en KMSK, hebben als enige effect dat hij alleen nog allerlei onduidelijks in een indrukwekkende portafoon begint te vertellen. Enige paniek verschijnt in zijn ogen wanneer nog bendes museumbezoekers uit het noorden ons achterna blijken gekomen op zoek naar de groots geafficheerde rechtstreekse uitgang naar Bozar.
Handvaardig worden wij aarzelend en nadien met wat versterking teruggedreven naar de parking, waar er voor ons niets anders opzit om langs de Keizerslaan de weg naar boven te hervatten, doorheen een schitterend heraangelegd park, waar de wat geplooide rioolroosters wankel zijn, de dolomietsmurrie onder de herfstbladeren je zondagse schoenen smeert, blauwe hardstenen trappen alweer kloven vertonen eer de nieuwe wintervorst kan toeslaan.

Maar geen nood in de hall van de Regentschapsstraat 3 alwaar de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van Belgi? is het lekker warm en bevinden zich grote drommen bezoekers die zich in lange rijen opmaken voor een ticket tot de eeuwigdurende verlustiging aan het werk van Rene Magritte.

Van Delacroix tot Kandinsky. Ori?ntalisme in Europa.

Verlustigen aan het restaurant, verlustigen aan de vaste collectie, verlustigen aan de omstaanders is er voor ons niet bij want wij gaan ons onderdompelen in het ?Ori?ntalisme?, een formidabel gepimpte tentoonstelling ?Van Delacroix tot Kandinsky!?, zij het dat je je suf zoekt naar die iconen met finaal van de eerste slechts drie armzalig inferieure werkjes en van de laatste ??n tableau aan het einde.
Tussendoor een didactisch opgezette route langsheen de natte dromen van salonschilders en ?pompiers? die in de 19de eeuw ferm academisch schilderwerk produceerden voor dito pecunia van een kapitaalkrachtige burgerij en zwetende adelresten in het knekelhuis van de Franse beau monde. In hun glorietijd barstte het behang en scheurde de lambrisering van het einde van een cultuur waar de macht probeerde haar door de geschiedenis toegebrachte wonden te maquilleren met schone schijn terwijl de economische, industri?le en politieke revoluties de collectieve zelfbevrediging sloopte.
De impressionisten stoomden op langs alle gaten en scheuren, de restauratie had afgedaan en het ori?ntalisme voldeed niet om voldoende soft porno en SM verlustiging aan de man en de vrouw brengen. Kunst- en cultuurbeleving verhuisde van iconografie naar moeilijk controleerbare processen in het denken van mensen.

Historiserende – soms zelfs propagandistische conterfeitsels – en wellustige naakten overgeleverd aan de hete adem van een oosterse sjeik, dan wel geurige haremeunuchen kon nog wel enige transpiratie in de lichaamsplooien van ingesnoerde Franse schonen verwekken, maar de grens tussen zweet en geil verdampte in de dagelijkse treurnis van het burgerlijke bestaan.
In feite is dit schilderwerk te savoureren als een decor bij de lectuur van Flauberts ?Madame Bovary? dan wel Prousts “? la recherche du temps perdu”
Al is de tegenstelling met een kleine Renoir en een Algerijnse markt van Henri Evenepoel frappant, meer zij aan zij vergelijkingen tussen de duur geprijsde academische meesterwerken uit het ori?ntalisme van deze ?peintres pompiers? met de andere schilderkunst uit die tijd zou veel meer effect gehad hebben en ook nog wat didactisch nut, want veel meer is op deze poeha tentoonstelling niet te beleven.

BOZAR: The World of Lucas Cranach – An Artist in the Age of D?rer, Titian and Metsys.

Dan naar de buren van Bozar waar Lucas Cranach zich bekent tot soft-pornoboer uit de renaissance. Naar goede gewoonte voor de iconografen van die tijd perfectioneerde hij zijn kunsten naar vraag en aanbod, of dit nu uit Lutherse of Paapse hoek kwam: steeds hetzelfde vrouwenlijfje bloot, minder bloot, behangen met goud en bovenkleding die Marlies Dekkers’ onderkleding inspireerde, passend hoedenwerk waar de Ascot races of een Brussels Te Deum vandaag nog wat van kunnen leren. De mannenfiguren hebben ook allemaal dezelfde pose: tors met veel baard, minder baard, veel frak en wambuis, ringen of kruis en soms een ferme rosse kop met knevel. Sommige pogingen tot kleurendruk-gravures en enkele kleurexperimenten zoals de foltering van de heilige Katharina zijn indrukwekkend. De belichting en de magistrale doorkijk in een bevredigende opstelling met nervenhouten decor is gezellig en intiem. Maar de smallere doorgangen met aan beide zijden het kleinere werk maken het de bezoekers mogelijk elkaars adem in de nek te voelen. De intellectuele studie van de naakten of SM poses op het grafische publicitaire of propagandawerk kan in die sfeer leiden tot enige herkenbare g?ne.

Wanneer je op een zaterdag zo?n geut kunst wil laten bezinken, dan heb je in de buurt van de Kunst- of Hofberg niet echt verlokkelijke mogelijkheden. Het centrum van de Europese hoofdstad lijkt dan verlaten en nauwelijks vind je een treffelijk etablissement waar in het weekend ?s avonds drank en spijs geserveerd wordt.
Er is nog veel ruimte voor Brussels-citymarketing, zeker in dat deel van de stad zelf.

Archief

Bij mijn terugkeer naar Hangzhou…

5 november 2010

Bij mijn terugkeer naar Hangzhou,
een gedicht uit november 2010
naar Yuan Mei (1715 ? 1797)

Van Hangzhous vele bezienswaardigheden
Roemt iedereen het Westmeer als het mooist.
Toen ik er was, heerste een ijle mist vanuit
Het reusachtig wassende woud van torens,
En was het Westmeer drukker dan ooit tevoren.
Ondanks het winderige rumoer zag je geen golven
Want hysterische megafonen onder kleurrijke wimpels
Dempten de rimpeling op de spiegel van de maan
En verstomden de wielewalen die zingen in de wilgen.

Een meisje sprak ons toe in onze boot:
Maar geen van haar woorden kon ons bewegen.
Na ??n bezoek dacht ik het begrepen te hebben
En leerde ik weer de namen van de heuvels,
Vergeleek de bouw der paviljoens, de stand der pagodes,
De zevenmaal herbouwde tempels en steles,
De zegels met de namen van wie ons lief is en nabij
En de klank van de karakters van wie op wazige foto?s
Met klak in Maopak beaat omcirkeld werd door
Een hinnikende hofhouding van de rode keizers,
De leugens die de voorbije eeuwen bleekten
En de schrille kleuren van de gewaden voor morgen.

Na mijn tweede bezoek met mijn reizende dochter
Braken de dubbele heuveltoppen niet meer door de wolken,
Konden we de avondklok op Nanping nergens nog horen,
Was de smog te dik voor de Leifeng pagode in de avondgloed.
De herfstzon was slechts een roze wolk en de herfstmaan
Laat zich niet meer zien, zoals het past voor de spiegel van
Een oude man die zich het hoofd breekt over wat komen kan.

De dag was somber door het opalen licht en argeloze vreugde
Van buitenlui met digitale lichtdrukmalen en het vele vreten
En jongelui met opgeklopt haar en lege brilmonturen,
Strak geschutter om hun geilheid nog onwennig te etaleren.
Het landschap is treurig door Starbucks en Costa Coffee
En ?What?s your name – where are you from? – Joelende schoolkinderen met rode halsdoek en
Expo 2010 badges: ?Bitter city, bitter life?.

Wat ben ik anders dan een oude man
Die nogal laat door reislust werd bekropen?
Wanneer zo dikwijls koude stormen waaien
Zijn de genoegens van het zwerven klein
Behoudens de herinneringen in de ogen
Van wie na ons nog wat warmte willen dragen.

Bij mijn terugkeer naar Hangzhou ? vijf gedichten.Yuan Mei (1715 ? 1797)

IV.
Van Hangzhous vele bezienswaardigheden
Roemt iedereen het Westmeer als het mooist.
Toen ik er was, was het een droge winter
En was het Westmeer kleiner dan gewoonlijk.
Ondanks de straffe wind zag je geen golven
Want slijk en modder toonden dikwijls planten.
Een meisje roeide ons in onze boot:
Na ??n bezoek had ik het wel begrepen.
Ik leerde weer de namen van de heuvels
En vergeleek de bouw der paviljoens.
De dag was somber door de dichte wolken,
Het landschap treurig door de kale bomen.
Wat ben ik anders dan een oude man
Die nogal laat door reislust werd bekropen?
Wanneer zo dikwijls koude stormen waaien
Zijn de genoegens van het zwerven klein.

Vertaling van W.L. Idema in ?Spiegel van de Klassieke Chinese Po?zie’