Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Romeo Castellucci, De Toverfluit in De Munt 23 september 2018

23 september 2018

Mozarts Toverfluit in een regie van Romeo Castellucci in De Munt presenteert een eerste helft als een te wit gehoogd pallet van technische snufjes die ondanks de vele geautomatiseerde bewegingen zeer statisch en afstandelijk ogen en zelfs klinken. Wellicht mede door de symmetrische ontdubbeling.

Het tweede deel slaagt er niet in om zijn zeer boeiende theoretische beschouwingen tot leven te wekken ondanks de tien echte slachtoffers van het Licht: vijf verblinde vrouwen en vijf verbrande mannen die in een traag ballet van egaal oker elkaar onderzoeken terwijl het verhaal van het Licht in de belendende tempelruimte verdergaat.

Omdat de mooiste stukken hier ook zeer ingehouden gezongen worden krijg ik als toeschouwer onvoldoende voeling met de taferelen in een tempel als concentratiekamp van dwangarbeiders.

Alleszins een originele en moedige benadering van de verblindende mythologie van de Verlichting.

 

De Toverfluit Romeo Castellucci IMG_8931 IMG_8932 IMG_8934

 

“Schaduw is geen duisternis, maar is ofwel een overblijfsel van duisternis in licht, ofwel een overblijfsel van licht in duisternis, of een deelgenoot van licht en duisternis, of eensamenstelling uit licht en duisternis, of een mengeling van licht en duisternis, of is licht noch duisternis en van beide verschillend. En daarom is dit geen echt vol licht, ofwel een vals licht, of een licht dat echt noch vals is, maar een restant van wat echt of vals is enzovoort. Daarom moet het in de plaats daarvan worden beschouwd als een overblijfsel van het licht, als een deelgenoot van het licht, als geen volledig licht.

De natuur verdraagt geen onmiddellijke overgang van het ene uiterste naar het andere, maar wel een overgang door middel van schaduwen, en geleidelijk aan, via een overschaduwd licht. Velen hebben door de plotse overgang van duisternis naar licht hun eigen gezichtsvermogen verloren, zo ver verwijderd waren zij van het zich toe-eigenen van het beoogde object. De schaduw bereidt het zicht immers voor op het licht. De schaduw tempert het licht. Door middel van de schaduw tempert en verspreidt de godheid de soorten die de dingen waarneembaar maken, die zich openbaren aan het verduisterde oog van de hongerige en dorstige ziel. Leer daarom die schaduwen te herkennen die niet verdwijnen, maar die in ons het licht bewaren en bewaken en door dewelke wij worden voortgestuwd en geleid naar het verstand en de herinnering.”

Giordano Bruno, “De Umbris Idearum”, Parijs, 1582 Originele vertaling: Koen van Caekenberghe, Gent, 2018 (Tekst opgenomen in het door Romeo Castellucci samengestelde “MM”, p. 46)

Laat ons dus ziende blind zijn… Laat ons elkaar in de blinde ogen kijken, zodat eenieder zichzelf kan zien, wanneer je de oogleden sluit, een negatief beeld tegen een bloedige achtergrond, van wie voor ons kwam en na ons zal zijn.

Al onze zieners zijn blind. Zij houden hun ogen gesloten voor het verblindende Licht van het hier en nu, opdat hun brein begrijpen kan, wat is geweest en wat komen zal. Wie het Licht werd gegeven, kan hoogstens nog scherp gelijnde schaduwen vermoeden.

Zonovergoten woestijnen krijten onweerlegbare lijnen die verglijden in een fata morgana van het unieke Grote Gelijk.

Nevelen en schaduwen in de schemering van het woud zijn de basis van twijfel en onzekerheid, de echte kracht en kern van het Europese ongeloof, onze grootste kans op een minimum aan menselijkheid.

Reacties graag naar mailadres.