Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Paul Scheffer, De Vorm  van Vrijheid, 

8 maart 2019

Paul Scheffer, De Vorm  van Vrijheid, 

De Bezige Bij, 2018

http://www.liberales.be/teksten/2018/12/21/de-vorm-van-vrijheid-paul-scheffer

40. Hier stuiten we op een eerste tekort van het kosmopolitisme: de onderschatting van conflicten waarmee de komst van zoveel culturen en godsdiensten gepaard gaat. In steden met veel nieuwkomers hebben we gezien hoe het ruimtelijk uiteengroeien van bevolkingsgroepen een tijdlang kan bijdragen tot conflictvermijding. Maar er komt altijd een moment dat die segregatie niet meer werkt en uiteenlopende levenswijzen met elkaar in aanraking komen.

Dan ontstaan conflicten, die alleen getemperd kunnen worden met een beroep op gedeelde normen. Dat vraagt om publieke gezagsdragers, die bijvoorbeeld uitdragen dat het zonder godsdienstvrijheid als norm niet werkt. Want wie het recht om een god te aanbidden voor zichzelf opeist, moet de verantwoordelijkheid aanvaarden om het recht te verdedigen van mensen met een ander geloof of zonder geloof. In plaats daarvan zien we aan alle kanten de verleiding om de godsdienstvrijheid in te perken. De gedeelde normen die nodig zijn in een tijd van grensoverschrijding worden slecht onderhouden.

49. Er bestaan twee beelden van Europa: volgens de een is het een fort dat zich heeft afgegrendeld, volgens de ander is het een continent met nogal poreuze grenzen. Ik denk dat het laatste beeld – namelijk van een onvoldoende grensbewaking – dichter bij de werkelijkheid komt. Dat doet in de ogen van veel burgers afbreuk aan de betekenis van de Europese Unie. Een gemeenschap kan niet zonder grenzen en dus niet zonder bewaking van die grenzen. Hoe we dat doen, hoever we gaan in politionele en militaire inspanningen, is een open vraag, waarover we nog te spreken komen. De voorlopige conclusie is wel duidelijk: wanneer de roep om bescherming niet serieus wordt genomen, verliest de Unie haar rechtvaardiging.

59. Het besluit van de Britten op 23 juni 2016 om de Europese Unie vaarwel te zeggen, heeft tot veel onderzoek geleid en de eerste resultaten zijn nu beschikbaar. Harold Clarke en Matthew Goodwin beschrijven hoe de migratiekwestie het belangrijkste motief vormde om Europa te verlaten (…) ’De slotsom is duidelijk: zonder de migratiekwestie was Groot-Brittannië nog steeds lid van de Europese Unie.’

86. Meer specifiek zal de Arabische wereld snel verder groeien. In 2010 telde de bevolking in deze regio 360 miljoen mensen en in 2050 zal dat zijn opgelopen tot 630 miljoen mensen. De bevolking van Egypte is nu gegroeid tot 91 miljoen; de helft daarvan is onder de vierentwintig jaar. In 2050 zal het land meer dan 150 miljoen inwoners tellen.

Hier ontwikkelt Paul Scheffer een belangrijk argument tegen de stelling van Hans Rosling dat bij een betere zorg voor kinderen er ook veel minder zullen komen. De demografische cijfers voor West Afrika, Maghreb, Pakistan, Indonesië laten zien dat deze tendens in de islamitische landen anders loopt.

https://www.trouw.nl/samenleving/er-komen-steeds-meer-mensen-op-aarde-denken-we-maar-nu-de-feiten~a5139e66/

 


 

105. Vaak wordt er een demografisch argument bij gehaald om het eigenbelang bij de komst van vluchtelingen te verduidelijken: we zouden de overwegend jonge vluchtelingen nodig hebben omdat onze samenleving aan het vergrijzen is. De realiteit is dat de veroudering van de bevolking niet kan worden gecompenseerd met migratie uit de landen buiten Europa. Wil men de verhouding van werkenden en gepensioneerden in Nederland tot 2050 op het huidige niveau houden, zo berekende het Centraal Planbureau in 2003, dan zou het migratiesaldo rond de 300.000 per jaar moeten zijn, dat wil zeggen: tienmaal zo hoog als de gangbare prognose. In 2050 zou de bevolking dan 39 miljoen mensen omvatten, waarna er opnieuw een vergrijzingsprobleem zou ontstaan, want ook de migranten van het eerste uur zouden dan ouder zijn geworden.

Voor andere landen zijn de cijfers vergelijkbaar. Het instituut van de Verenigde Naties dat zich met bevolkingsprognoses bezighoudt, heeft dat berekend in de studie Replacement Migration: Is it a Solution to Declining and Ageing Populations? Het rapport veroorzaakte bij verschijning in 2001 een schokeffect. Wil men de grijze druk tot 2050 op het huidige niveau houden, dan zou de Europese nettomigratie jaarlijks rond de 25 miljoen moeten bedragen. Het moge duidelijk zijn: vergrijzing kan op zichzelf nooit het argument zijn voor omvangrijke immigratie.

En dan zijn er nog de ‘immateriële kosten’. Die worden goed beschreven in een interview met de Duitse mensenrechtenactivist Max Klingberg. Hij werkt al vijftien jaar in asielcentra en zegt dat er een scherpe rand zit aan de vluchtelingenkwestie: moeten we onderdak bieden aan mensen die de grondbeginselen van onze samenlevingen betwijfelen of zelfs minachten? Zulke culturele botsingen verminderen op zijn minst het onderlinge vertrouwen in een samenleving en dat zou men – anders dan degenen die spreken over een win-winsituatie – als een verlies kunnen aanmerken.

112. In verhandelingen over grenzen wordt de generositeit gemakkelijk vergeten. We mogen ons niet afsluiten voor de verschrikkingen in onze omgeving. De wil om bij te dragen aan het lenigen van nood in andere delen van de wereld vloeit, als het goed is, niet voort uit een postkoloniaal schuldgevoel. Europa wil een waardegemeenschap zijn, en de mensenrechten buiten het eigen continent bevorderen. Tegelijk heeft Europa een beperkte invloed op de wereldwanorde en moet het bescherming bieden tegen de gevolgen van de oorlogen in onze nabijheid.

(…)

Gaan we aan die behoefte aan grenzen in samenlevingen voorbij, dan naderen we snel de situatie die de Duitse schrijver Hans Magnus Enzensberger al eens eerder onder woorden bracht. In Aussichten auf den Bürgerkrieg redeneert hij in het verlengde van de verantwoordelijkheidsethiek, en hij stelt vast dat we afscheid moeten nemen van almachtsfantasieën die het geweten overbelasten: ‘Morele eisen die in geen verhouding staan tot mogelijkheden om te handelen leiden er uiteindelijk toe dat de mensen aan wie deze eisen worden gesteld alle verantwoordelijkheid verre van zich werpen. Daarin ligt de kiem van een barbarij die gemakkelijk kan overgaan in woede en agressie.’

130. Het geweld heeft een religieuze en ideologische context, de geweldplegers gebruiken beelden en motieven die gangbaar zijn onder vrome moslims. (…)

We hebben vastgesteld dat orthodoxie en fundamentalisme geen randverschijnselen zijn, en dat verklaart wellicht waarom het idee van een moslimstaat zoveel aantrekkingskracht heeft. Naast de morele loutering belichaamt het kalifaat nog iets anders, namelijk een belofte van macht. Het staat symbool voor een glorieus verleden, voor de tijd dat de moslimwereld nog een culturele aantrekkingskracht had en een macht in de wereld vertegenwoordigde. Die nostalgie toont de onzekerheid van nogal wat moslims, die het contrast tussen hun eigen beeld van de islam als superieure beschaving en de pijnlijke achterstand van de Arabische wereld niet kunnen verdragen.

159. In zijn fraaie roman The White Tiger beschrijft de Indiase schrijver Aravind Adiga de opkomst van een ondernemer in Bangalore. Ergens in het verhaal stuiten we op het wereldbeeld van de hoofdpersoon: ‘Met de blanken is het nog tijdens mijn leven afgelopen. Er zijn ook nog zwarten en roodhuiden, maar ik heb geen idee hoe het daarmee staat – de radio heeft het nooit over hen. Mijn bescheiden voorspelling: over twintig jaar staan alleen nog wij gele en bruine mensen aan de top van de piramide, en dan beheersen wij de hele wereld. En God sta alle anderen bij.’

168. Zo ontdekken we stap voor stap de verborgen vitaliteit van de meeste Europese samenlevingen: een verhoudingsgewijs hoge mate van gelijkheid en levenskwaliteit, een lage mate van corruptie en een redelijk functionerende rechtsstaat. Op grond hiervan is het niet moeilijk om het specifieke samenlevingspatroon van Europa te herkennen, een patroon dat niet gemakkelijk te kopiëren is. Het is wel duidelijk dat bijvoorbeeld de vorming van een stabiele rechtsstaat of een universitaire cultuur een lang en moeilijk proces is.

169. Behalve de verwachtingen over economische convergentie zullen we onze verwachtingen over culturele convergentie moeten temperen. Er zullen tussen landen als India en China en het Westen belangrijke verschillen blijven bestaan. (…)

Misschien is het geheim van Europa dat de moderniteit er is ontstaan en in menig opzicht tot traditie is geworden, terwijl de opkomende economieën midden in een razendsnelle verandering verkeren. Dat wordt het best zichtbaar in een urbaniseringsgolf die nooit eerder in de geschiedenis op die schaal en in dat tempo heeft plaatsgevonden. Dat leidt tot allerlei onevenwichtigheden – kijk naar het overbelaste leefmilieu in steden als Beijing en São Paulo.

De Britse China-kenner Martin Jacques vergelijkt de ontwikkelingen in China met die in Duitsland en Japan een eeuw eerder. Dat heeft een onheilspellende kant. Het is lang niet uitgesloten dat de radicale modernisering van China – met alle sociale spanningen die daar het resultaat van zijn – zal uitmonden in een zelfbewust nationalisme. Het land is geobsedeerd door de hoeveelheid vliegdekschepen die nodig zijn om Amerika bij te houden. Het is in ieder geval zo dat China met zijn veertien buurlanden gespannen relaties heeft. Er zijn in de Aziatische wereld nogal wat onopgeloste territoriale conflicten. De defensie-uitgaven in dat deel van de wereld zijn verdubbeld sinds de eeuwwisseling.

192. Het succes van Europa als vrijheidsgemeenschap maakt de stap naar een veiligheidsgemeenschap nodig. Dat is mijn tweede conclusie: het economische Europa schiet tekort en een meer machtspolitieke rol van Europa is onvermijdelijk. 

(…)

Die afzijdigheid van Europa is niet meer vol te houden. Volgens de eerdergenoemde Peter Sloterdijk heeft Europa een eigen geestesmerk. Dat is de terugkerende gedachte aan een herleving van het Romeinse Keizerrijk. Voorbeelden daarvan zijn het Karolingische Rijk, het Heilige Roomse Rijk, het Napoleontische Keizerrijk, het Russische Imperium en het Derde Rijk. Sloterdijk: ‘Europa is het toneel van gedaantewisselingen van het Imperium. De leidende politieke voorstelling bestaat uit een soort zielsverhuizing van het Romeinse Imperium.’ Aan Europese eenwording denken zonder een voorstelling van Europa als wereldmacht is volgens hem onmogelijk.

194. Een derde conclusie is dat Europa niet moet terugvallen in het geopolitieke realisme van voor ‘1989’. Europa wil een waardegemeenschap blijven die mensenrechten veel nadruk geeft, maar staat voor de uitdaging een veiligheidsgemeenschap te worden. Hoe kunnen macht en moraal bij elkaar gebracht worden? Hoe kan Europa zijn eigen weg vinden te midden van de machtspolitiek van China, de Verenigde Staten en Rusland?

196. Mijn vierde en laatste conclusie ten aanzien van de grenzen van Europa gaat dan ook over de kwestie van de uitbreiding. De oorspronkelijke zes lidstaten zijn uitgegroeid tot een gemeenschap van bijna dertig lidstaten. Voormalige dictaturen in het zuiden en het oosten horen opnieuw bij Europa. De vraag is: hoever kan die uitbreiding gaan?

Dat de grens nu zo ver in het oosten en het zuiden ligt, is de grootste bijdrage van de Unie aan de vrede in Europa. Het is moeilijk om iets te zien wat nooit is gebeurd, maar wel had kunnen gebeuren zonder het vooruitzicht om bij de Unie te gaan horen. 

Reacties graag naar mailadres.