Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Michael Ignatieff, Vuur en as. Succes en falen in de politiek.

10 september 2019

Michael Ignatieff, Vuur en as. Succes en falen in de politiek.

Uitgeverij Cossee 2013

Een uitstekende analyse van hoe je als buitenstaander in het politieke spel gezogen wordt, hoe je ten onder gaat, weer boven weet te komen, er echt zin in krijgt en leert communiceren met je kiezers, maar finaal de uitgezette vallen niet ziet waarin je vastloopt en definitief afgeserveerd wordt. Een boeiende handleiding bij de parlementaire verslaggeving over de BREXIT debatten en de rol van John ‘Order’ Bercow, scheidend voorzitter van het Lagerhuis van het ‘Verenigd Koninkrijk’. 

Ik herkende veel in zijn twijfels, vragen, enthousiasme en vooral in zijn slotbeschouwingen voor aankomende politici of mensen die er zin in zouden krijgen. 

Lezenswaardig, niet alleen voor politici (in spe) 

19. ‘Dit boek is een eerbetoon aan de politiek en politici. Na mijn ervaringen had ik hernieuwd respect voor politici als soort, en hernieuwd vertrouwen in het gezond verstand van burgers. Als je dat een vreemde of zelfs onoprechte opmerking vindt van iemand wiens politieke carrière uiteindelijk mislukte, zou ik willen antwoorden dat een slechte afloop bepaalde privileges biedt. Ik heb het recht verworven lovend te zijn over een leven dat niet zo glorierijk afliep.’

22. ‘Het werk van een politicus is soms zo ondankbaar dat als je niet het gevoel ontwikkelt dat je een roeping hebt, je geleidelijk aan, zonder het te beseffen, in een huurling verandert.’

43. ‘Ik bestudeerde al deze problemen en kreeg daardoor het idee dat, aangezien ik ze bestudeerd had, ik er ook iets over wist. Ik had me nog niet gerealiseerd dat politieke kennis iets heel anders is: een probleem met je hart kennen, niet alleen met je hoofd, en weten welke kwestie je tot je strijdkreet maakt.’

48. ‘Zijn metaforen buiten beschouwing gelaten, is Machiavelli’s inzicht nog steeds relevant. De politiek speelt zich af onder de blik van een wispelturige godin. Praktische wetenschap, maar eerder de onophoudelijke poging van sluwe mensen om te veranderen wat Fortuna op hun pad gooit. De basisvaardigheden die je ervoor nodig hebt kunnen worden geleerd, maar niet onderwezen. Zoals het medium van een schilder verf is, is het medium van een politicus tijd: hij moet zich doorlopend aanpassen aan de plotselinge, onverwachte en brute veranderingen die de tijd brengt. Een intellectueel kan geïnteresseerd zijn in ideeën en beleid op zich, maar een politicus is puur en alleen geïnteresseerd in de vraag of de tijd rijp is voor een bepaald idee. Als we politiek de kunst van het mogelijke noemen, bedoelen we de kunst van weten wat er hier en nu mogelijk is. Onder het mogelijke valt ook het potentieel mogelijke. (…) Een wijs politicus begrijpt dat gebeurtenissen in je eigen voordeel uitbuiten het enige is wat je kunt doen. Hoewel politici altijd verweten wordt dat ze opportunistisch zijn, is een vaardig opportunist zijn de essentie van de kunst van de politiek. Een slechte opportunist in de politiek is eenvoudigweg iemand aan wie men overduidelijk kan zien dat hij een kans uitbuit. Een vaardige opportunist is iemand die het volk ervan overtuigt dat hij de kans heeft gecreëerd.’

68. ‘Zodra democratie haar verbintenis met het plaatselijke verliest, zodra de locatie van de politiek niet meer het gebouw van de vakbond, de huiskamer, het restaurant en de plaatselijke kroeg is en alleen het televisiescherm en de website wordt, hebben we een probleem. Dan zijn we volledig overgeleverd aan beeldvormers en pr-mensen en de fantasieën die zij creëren. Dan wordt de politiek een spektakel dat wordt gedicteerd vanuit de metropool, niet een realiteit die wordt geleefd in kleine stadjes en gemeenschappen in afgelegen gebieden, die net zo goed deel uitmaken van het land als de grote steden. Men noemt het internet het medium dat de democratie mogelijk maakt, maar door het internet zouden we weleens dat aspect van de politiek dat haar echt democratisch maakt kunnen verliezen; het fysiek contact tussen kiezers en politici. YouTube-filmpjes en tv-spotjes zijn geen surrogaat voor een ontmoeting tussen mensen van vlees en bloed. Als het internet de politiek overneemt, is er geen moment van realiteit meer, geen gelegenheid voor de kiezer om een politicus in levende lijve te zien en te besluiten hem of haar wel of niet te vertrouwen, te geloven of niet te geloven. Politiek moet tastbaar blijven, want vertrouwen is tastbaar.

108. ‘De restricties die gepaard gaan met partijdiscipline zorgden ervoor dat we allemaal, en daar reken ik mezelf ook toe, niet zozeer de mensen vertegenwoordigden die ervoor hadden gezorgd dat we daar zaten, als wel de partij die ons in bedwang hield.’

165. ‘Democratie is afhankelijk van overtuigingskracht, van het idee dat je vandaag misschien in staat zult zijn een tegenstander te overtuigen en morgen een bondgenoot van hem te maken. In de politiek die we nu hebben, is de overtuigingskracht stervende. Zowel in parlementaire democratieën als republikeinse politieke systemen worden stemmingen van tevoren bepaald en draait het niet meer om overtuiging, om te proberen de banken aan de andere kant van het middenpad te bereiken. Partijdiscipline bant de noodzaak om te overtuigen uit en daarmee de stimulans om hoffelijk te blijven. Als overtuigingskracht geen rol speelt in het democratisch debat, worden discussies zinloze, venijnige vertoningen. Als er iets is wat de democratie in de achting van de burger doet dalen, is het wel het beeld van twee politici die elkaar scheldwoorden naar het hoofd slingeren in een overigens lege zaal, maar dat is nu een vertrouwd beeld in politieke systemen over de hele wereld. Terwijl de invloed van de wetgevende macht wegebt en geleidelijk aan naar de uitvoerende macht en de ambtenarij stroomt, wordt het debat in democratische Kamers zowel onaangenaam als zinloos. Democratische volkeren hebben alle reden om dit tweeledige fenomeen – afnemende legislatieve democratie en toenemende partijgeest – te ‘vrezen, want samen verzwakken ze een van de cruciale functies van de democratie: ervoor zorgen dat tegenstanders geen vijanden worden.

De oplossing ligt in hoffelijkheid, maar hoffelijkheid is meer dan beleefdheid. Het is erkennen dat de loyaliteit van je tegenstander gelijk is aan die van jou. Die erkenning sluit rivaliteit, of zelfs een paar rake klappen, niet uit, maar gaat uit van een gedeelde overtuiging dat democratie, als die correct gedefinieerd wordt, de politiek van tegenstanders is. In plaats daarvan hebben we steeds vaker een politiek van vijanden. In deze verwrongen versie van het spel volgt de politiek daadwerkelijk het model van oorlog. Het doel is niet om een tegenstander te verslaan, maar om een vijand te vernietigen door hem standing te ontzeggen. We zullen goed in de gaten moeten houden waar al die machopraat over politiek als oorlog toe kan leiden. Oorlog, zei Carl von Clausewitz, was de voortzetting van politiek met andere middelen, maar politiek is niet de voortzetting van oorlog. Het is het alternatief voor oorlog. We vinden politiek belangrijk, beschermen haar, proberen haar vitaliteit te behouden, omdat het doel van de politiek is ons te behoeden voor het ergste.’

177. ‘In de weken daarna begon de eenzame realiteit van de nederlaag tot me door te dringen. Het bleek dat niets zo ‘ex’ is als een ex-politicus, vooral eentje die verslagen is. Je telefoon gaat niet één keer over. Toen ik in de politiek had gezeten, hadden ex-politici die hun nieuwe status weigerden te accepteren me regelmatig het leven moeilijk gemaakt, en ik had gezworen dat nu ik verslagen was, ik in elk geval zo netjes zou zijn geen commentaar of kritiek te uiten op mijn opvolger, wie dat ook mocht zijn. Als de politiek klaar met je is, is het ook echt helemaal afgelopen en dat kun je maar beter zo snel mogelijk accepteren. De kiezers hadden over mijn lot beslist. Nu was het mijn taak dat oordeel te accepteren en verder te gaan met mijn leven.

Dit was uiteraard allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. Terwijl ik vocht tegen de zwaarmoedigheid die over me heen kwam, besefte ik – natuurlijk niet meteen, maar na verloop van tijd – dat de mentale uitdaging nadat je verslagen bent is om je standing te herwinnen. In mijn geval had ik mijn standing als schrijver en denker opgeofferd om de ‘politiek in te gaan, en nu ik verslagen was, was ik mijn standing als politicus kwijt. Deze nederlaag maakte me ongeloofwaardig als politicus, maar ook als schrijver en denker. Ik maakte zowel mijn vroegere politieke collega’s als mijn nieuwe collega’s op de universiteit te schande. Ik vroeg me af of ik nog iemand tot nut was.

Die periode van zelfmedelijden was, kan ik gelukkig zeggen, kort, want mijn nederlaag had een verrassend aspect dat ik nooit had verwacht. Ik had vijf jaar lang in de publieke belangstelling gestaan, elk paar ogen, elke blik proberen te vangen in de hoop stemmen te winnen. Ik had mezelf in een staat gebracht waarin ik volledig afhankelijk was van het oordeel van anderen. Nu zij mijn toekomst hadden bepaald, schoten er tot mijn grote verbazing vreemden te hulp. Er kwamen zoveel e-mails binnen op het hoofdkwartier van de partij waarin mensen me bedankten voor mijn jaren in de politiek dat de medewerkers ze in een dik boek bundelden en mij dat aanboden. Overal waar ik kwam, kwamen er mensen op me af en feliciteerden me alsof ik iemand was die een ziekte had overleefd. Ga zo door, zeiden velen van hen. 

188. ‘De roeping

Je zou gemakkelijk de verkeerde conclusies kunnen trekken uit mijn verhaal. Je zou kunnen denken dat de politiek een vies spelletje is waar je niet aan moet beginnen. Ik hoop dat je iets heel anders gelooft na het lezen van dit boek: dat het een nobele strijd is die meer zelfbeheersing, oordeelsvermogen, en innerlijke kracht vereist dan je ooit dacht te bezitten. De edelmoedigheid ligt besloten in de strijd om te beschermen waar je in gelooft en het mobiliseren van anderen in de strijd om het behoud van de beste aspecten van ons gemeenschappelijk leven als een volk. De uitdaging is proberen te veranderen wat veranderd moet worden en te behouden wat behouden moet worden, en het verschil tussen die twee kennen.

Voor je de politieke arena betreedt, zullen oudgedienden je misschien vertellen dat je voorzichtig moet zijn, dat je niets moet doen wat je kansen in de toekomst kan schaden. Ze zullen je vertellen dat je geen bagage moet verzamelen. Ik ging de politiek in met een heleboel bagage en ik betaalde er de volle vervoerskosten voor, maar het is beter om te betalen dan een defensief leven te leiden. Een defensief leven is niet ten volle geleefd. Als behoedzaamheid je motto wordt, zal het je ontbreken aan moed op het moment dat je lef moet tonen. Reken er maar op dat de politiek meer van je eist dan behoedzaamheid.

Je kunt van tevoren niet weten wat je te wachten staat, maar in werkelijkheid is ons gebrek aan voorkennis in het leven een zegen. Wees niet bang om in het diepe te springen en wees niet bang om te verliezen. Als je jezelf kunt bevrijden van het idee dat verliezen een schande is, zul je er niet door verpletterd worden en zal je succes je ook niet naar het hoofd stijgen. Streef naar succes en zorg ervoor dat er geen aanleiding voor een nederlaag is, maar leer vooral te berusten. De factoren die alleen van jou afhangen heb je altijd in de hand – je moed, je wilskracht, doorzettingsvermogen en humor – maar de krachten die een rol gaan spelen zodra je de openbare arena betreedt, heb je niet in de hand. 

(…)

Strijd is de essentie van de politiek en je zult het temperament van een vechter moeten hebben als je wilt winnen. Mensen zullen zich niet achter iemand scharen die zichzelf niet kan verdedigen. Het is uiteraard pijnlijk om aangevallen te worden, maar eigenlijk is het een soort ijdelheid als je het persoonlijk opvat. Volwassen worden is een kwestie van leren nooit iets persoonlijk op te nemen: verdedig vooral je eer en integriteit, maar laat je innerlijke kern nooit geraakt worden door persoonlijke aanvallen. Gun je vijanden die voldoening niet. Verdedig te allen tijde je standing, je recht om gehoord te worden.

(…)

Je bent de beheerder van de democratie, van een vertrouwensrelatie met de burgers, maar ook van de instituties van je land. Als je mag dienen in een politiek systeem, probeer dan het ontzag dat je op je eerste dag voelde niet te vergeten, toen je op je zetel plaatsnam en begreep dat de stemmen van normale mensen ervoor hadden gezorgd dat je daar zat. Probeer ook te onthouden dat je niet slimmer bent dan je instituties. Die zijn er om je beter te maken dan je bent. Respect voor tradities, voor de regels, zelfs voor sommige van de meer onzinnige, maakt deel uit van je respect voor de soevereiniteit van het volk en voor de democratie die ons vrijheid geeft. Respect voor instituties wil zeggen dat je de verantwoordelijkheid hebt je tegenstanders te behandelen als opponenten, nooit als vijanden. Politiek is geen oorlog: het is ons enige betrouwbare alternatief daarvoor. Democratie kan niet functioneren zonder een cultuur van respect voor de tegenpartij. In de politiek moet je loyaal zijn aan jezelf, aan je partij, aan de mensen die op je gestemd hebben, maar ook aan het land. Aangezien deze loyaliteiten strijdig zijn, zul je voor je begint helder voor ogen moeten hebben dat er een moment kan komen waarop je het belang van je land voorop moet stellen.

(…)

Ik zou je adviseren de politiek als een roeping te beschouwen. Die term wordt meestal alleen gebruikt in verband met priesters, nonnen en mystici, maar ik schep er op een of andere manier genoegen in om hem te gebruiken voor werk dat zo zondig en werelds is als de politiek. De term drukt precies uit wat er zo moeilijk aan is: om werelds en zondig maar tegelijkertijd toch trouw en onverschrokken te zijn. Je stelt je eigen onbescheiden ambities in dienst van anderen. Je hoopt dat het goed dat je doet je ambities zal compenseren. Ondertussen bezoedel je jezelf om doelen te bereiken die puur horen te zijn. Je gebruikt menselijke zwakheden – sluwheid en meedogenloosheid – ten gunste van deugden – rechtvaardigheid en fatsoen. Je dient de enige godheid die nog bestaat – het volk – en je moet leren je te voegen naar hun oordeel. Dat oordeel kan pijnlijk en moeilijk te begrijpen zijn, maar we hebben niets anders om ons vertrouwen in te stellen als het om ons gemeenschappelijk leven gaat.

Cynici zullen dit beeld van de politiek zien als grootheidswaan, maar voor degenen die het, net als ik, daadwerkelijk hebben gedaan, is het de waarheid. Het is een beeld van wat politiek zou kunnen zijn, dat je in staat stelt te begrijpen wat politiek eigenlijk is. Het is de aard van een roeping dat ze buiten je bereik blijft. Degenen die de roeping voelen, weten dat ze die niet waardig zijn, maar toch worden ze erdoor geïnspireerd. Denk dus aan de politiek als een roeping die ons inspireert voort te gaan, alsmaar voort, als een ster die de weg wijst. Degenen die gehoor hebben gegeven aan de roeping weten dat succes of falen er minder toe doet dan het feit dat we er daadwerkelijk gehoor aan hebben gegeven. Nu hopen we dat anderen met meer vastberadenheid, meer lef, meer toewijding er ook gehoor aan zullen geven. Voor die jonge mannen en vrouwen is dit boek geschreven.

Reacties graag naar mailadres.