Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Ruud Koopmans, Het vervallen huis van de islam

16 september 2019

Ruud Koopmans, Het vervallen huis van de islam.

uitg. Prometheus 2019

Een indrukwekkende zoektocht naar het waarom van het verval van het huis van de islam in zeven hoofdstukken: 1) In de ban van het fundamentalisme; 2) Waarom is de democratisering aan de islamitische wereld voorbijgegaan?; 3) De religieuze wortels van onvrijheid; 4) De islamitische godsdienstoorlogen; 5) De economische stagnatie van de islamitische wereld; 6) De moeizame integratie van moslim immigranten; en 7) Kan de islam zich van het fundamentalisme bevrijden?

Ruud Koopmans ziet mogelijkheden tot verandering en verbetering. ‘Die historische erfenis hoeft de islam van het heden niet te determineren, maar ze doet dat wel als moslims het fundamentalistische idee volgen dat wat goed was voor de Profeet en de islamitische gemeenschap in de context van de zevende eeuw overal en voor alle tijden geldig is.’

‘Moslims die voor een andere, moderne en liberale islam staan, moeten massaal opstaan tegen de wereldwijde intolerantie en het geweld in naam van hun geloof.’


27. ‘Een onderzoek van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat om de Saudi’s niet voor het hoofd te stoten nooit officieel gepubliceerd werd, geeft een inkijkje in de inhoud van dat religieuze onderwijs. Middelbare scholieren wordt geleerd dat er niets is dat Allah zo behaagt als het vechten tegen de ongelovigen; dat mensen die van het islamitische geloof afvallen moeten worden gedood; en dat met de islamitische plicht tot het geven van aalmoezen (zakat) de ‘moedjahedien die hun leven in dienst van Allah hebben gesteld’ ondersteund dienen te worden. ‘Hun moeten genoeg wapens, voedsel en andere zaken gegeven worden, zodat ze de jihad kunnen voortzetten.’ Dat is het soort onderwijs dat mensen ertoe inspireert vliegtuigen in hoge gebouwen te dirigeren en anderen ertoe brengt hen te financieren. De gevolgen van de verspreiding van het islamitische fundamentalisme van wahabitische snit buiten Saudi-Arabië waren nog ingrijpender.

 

45. ‘De discussie over de oorzaken van de crisis van de islam heeft veel weg van de controverses in de vorige eeuw over de ‘ware’ aard van het communisme. Geconfronteerd met de massamoorden van het stalinisme, de miljoenen slachtoffers van het maoïsme en de systematische mensenrechtenschendingen in communistisch geregeerde landen overal ter wereld, was de gebruikelijke reactie van marxisten in het Westen dat de misdaden van deze regimes met het ‘ware’ communisme of marxisme niets te maken hadden. De ‘ware’ leer was immers per definitie democratisch, vreedzaam, smetteloos en perfect. Dit vrijpleiten van de ware leer van elke verantwoordelijkheid voor de uitwassen van het reëel bestaande communisme stond een kritische zelfreflectie binnen het marxistische kamp in de weg. De vraag waarom er geen enkel communistisch regime was dat niet in dictatuur en mensenrechtenschendingen uitmondde, bleef zo niet alleen onbeantwoord, ze werd niet eens gesteld. Op dezelfde manier reageren veel moslims en hun sympathisanten tegenwoordig op wijdverbreide onderdrukking en geweld in de islamitische wereld. Met de ‘ware’ islam zou dat allemaal niets te maken hebben en degenen die zich aan geweld en onderdrukking schuldig maken zouden geen ‘echte’ moslims zijn. Ook in dit geval staat deze argumentatie een kritische reflectie in de weg over de vraag waarom het zo is dat islam, onderdrukking en geweld in de hedendaagse wereld zo vaak samengaan.’

53. ‘Een belangrijk mechanisme waaraan ik in verschillende hoofdstukken aandacht besteed, is de afwezigheid van een scheiding tussen religie en staat in de meeste islamitische landen, die geworteld is in de verschillende ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van de islam en het christendom. Religieuze groeperingen in islamitische landen streven er vaak naar om de staat op islamitische grondslag in te richten, terwijl politieke machthebbers naar religieuze legitimatie van hun machtsaanspraken streven. Het resultaat is in veel landen een onheilzame combinatie van een verstatelijking van de islam en een islamisering van de staat, met alle negatieve gevolgen van dien voor de democratie en de rechten van religieuze minderheden. Het feit dat religieuze conflicten in islamitische landen vaak tegelijkertijd conflicten om de staatsmacht zijn, draagt op zijn beurt weer bij aan de escalatie van politiek en religieus geweld in de islamitische wereld.’

76. ‘ook voor de islamitische landen is er geen enkele aanwijzing dat het westerse kolonialisme negatieve effecten heeft gehad op de democratisering. Integendeel, hoe langer de westerse koloniale invloed, hoe groter de kans dat een land heden ten dage een vrije democratie of tenminste, zoals Indonesië en Maleisië, gedeeltelijk vrij is. Als het westerse kolonialisme al iets met de achterblijvende democratisering van de islamitische wereld van doen heeft, dan is het omdat islamitische landen juist veel minder met westers kolonialisme te maken hebben gehad dan niet-islamitische landen. Gemiddeld hebben islamitische landen 86 jaar onder westers koloniaal bestuur gestaan. Niet-islamitische landen buiten Europa kenden met 183 jaar gemiddeld een meer dan tweemaal zo lange westerse koloniale overheersing.’

78. ‘Slavernij en slavenhandel zijn bijvoorbeeld geen westerse uitvinding, maar zo oud en zo wijdverbreid als de wereld zelf. Bewegingen tot afschaffing van de slavernij kwamen vanaf het einde van de achttiende eeuw op in Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten. Het duurde tot het midden van de negentiende eeuw tot de westerse machten de slavernij definitief in de ban deden. Nederland was daarbij niet haantje-de-voorste en beëindigde de slavernij in de koloniën pas in 1863. Onder druk van met name de Britten en de Russen schafte ook het Ottomaanse Rijk de slavernij in de loop van de negentiende eeuw af. Naast het Ottomaanse Rijk was ook in andere niet door het Westen gecontroleerde delen van de wereld slavernij gemeengoed. In grote delen van Afrika kwam weliswaar de westerse slavenhandel vanaf het midden van de negentiende eeuw tot stilstand, maar de inheemse traditie van slavernij, die ver voor het contact met het Westen terugreikte, bleef bestaan. Het altijd onafhankelijk gebleven Ethiopië schafte de slavernij pas in 1902 af, Marokko in 1922. Op het Arabisch Schiereiland tierde de slavernij ook welig en bleef veel langer bestaan dan in de westerse koloniën. Saudi-Arabië maakte er pas in 1962 een ‘einde aan en Oman, dat eeuwenlang via zijn kolonie Zanzibar de slavenhandel tussen Oost-Afrika en het Arabisch Schiereiland domineerde, deed de slavernij pas in 1970 in de ban. Ook andere landen buiten de directe westerse invloedssfeer waren laatkomers wat de afschaffing van de slavernij betreft: Thailand in 1912, Afghanistan in 1923, Bhutan in 1958.17 Het islamitische Mauritanië schafte als laatste land ter wereld pas in 1981 de slavernij af en maakte van het houden van slaven pas in 2007 een strafbaar feit, dat echter nauwelijks vervolgd wordt. Tot op de dag van vandaag leeft tussen de 10 en 20 procent van de Mauritaanse bevolking in slavernij.

102. ‘Als we islamitische leiders en vele westerse opinieleiders en politici mogen geloven, wordt de wereld tegenwoordig geteisterd door wijdverbreide ‘islamofobie’. In werkelijkheid is er geen deel van de aarde waar religieuze discriminatie en geweld tegen religieuze minderheden zo ernstig en wijdverbreid zijn als juist in de islamitische wereld. Deze keren zich niet slechts tegen aanhangers van andere religies, maar ook tegen moslims die een andere geloofsrichting binnen de islam of een liberale vorm van de islam aanhangen. Niet voor niets zijn de afgelopen decennia tientallen miljoenen mensen – moslims en niet-moslims – islamitische landen ontvlucht. Denk bijvoorbeeld aan de vele vluchtelingen uit Irak, Iran, Libanon, Syrië, Afghanistan en Somalië die de afgelopen decennia in Europa, Amerika en Australië een nieuw thuis hebben gevonden. Het omgekeerde fenomeen is vrijwel onbestaand: gezien de belabberde toestand van de rechten van religieuze minderheden in de moslimwereld halen weinig christenen, hindoes of boeddhisten het in hun hoofd om naar een islamitisch land te vluchten.’

109.’Maar de groep die wellicht het meeste te lijden heeft van religieuze onderdrukking zijn zij die niet of niet langer geloven: de atheïsten en humanisten. Apostasie of geloofsafval is in de islamitische rechtstraditie een van de ernstigste vergrijpen die iemand kan begaan. Het veel geciteerde Koranfragment waarin gesteld wordt dat er ‘in het geloof geen dwang’ is, geldt alleen voor degenen die het licht van de islam nog niet hebben gezien. Wie eenmaal moslim is geweest, al is het maar door geboorte in een islamitisch ouderlijk huis, wordt geacht de waarheid te kennen en bekering tot een andere religie of tot het atheïsme geldt dan als hoogverraad. Apostasie is strafbaar in 24 landen, waarvan er 23 islamitisch zijn.’

150. ‘Wie denkt dat dit soort onzin vooral onder slecht geïnformeerde, laagopgeleide moslims wijdverbreid is, heeft het mis. Dat zo veel moslims in samenzweringstheorieën geloven, is geen wonder als we bedenken dat politieke en religieuze leiders in de islamitische wereld zelf vooropgaan in het verspreiden van zulke hersenspinsels. Na de aanslagen van begin 2015 in Parijs speculeerde de Turkse leider Recep Tayyip Erdo?an dat de Fransen er waarschijnlijk zelf een handje in hadden met het oogmerk moslims de schuld in de schoenen te schuiven:

Franse staatsburgers richten zo’n bloedbad aan, en moslims betalen de prijs. Dat is zeer opmerkelijk [...]. Houden hun veiligheidsdiensten niet in de gaten wie de gevangenis verlaat? Er worden spelletjes gespeeld met de islamitische wereld, daar moeten we ons van bewust zijn. De hypocrisie van het Westen is overduidelijk. Als moslims hebben wij ons nog nooit schuldig gemaakt aan terroristische bloedbaden. Daarachter schuilen racisme, vreemdelingenhaat en islamofobie.

Als om te bewijzen dat er binnen de ak-Partij van Erdo?an wel degelijk ruimte is voor meningsverschillen, hield de burgemeester van Ankara, Melih Gökçek, het erop dat niet de Fransen maar Israël achter de aanslagen in Parijs zat: ‘De Mossad zit met zekerheid achter dat soort incidenten… Ze zijn bezig de vijandigheid tegenover de islam te versterken.’

Ook de terreurorganisatie Islamitische Staat, die wereldwijd dood en verderf zaait, is volgens veel moslims een schepping van het Westen en de joden. Het zijn niet de minsten die deze boodschap verkondigen. Ahmed al-Tayeb is Groot-Imam van de Al-Azhar Universiteit in Caïro, die algemeen gezien wordt als de belangrijkste religieuze institutie in de soennitische wereld.’

165. ‘Het beslissende verschil tussen de christelijke en de islamitische leer is daarom niet van morele maar van praktische aard. De christelijke leer van de scheiding der machten maakte het mogelijk dat de politiek en de economie zich – ten kwade en ten goede – los konden maken van religieuze regels, terwijl het islamitische idee van de eenheid van religie en staat politieke en economische verandering in de weg stond. Dit verschil wordt verder aangescherpt door het feit dat de islamitische heilige schriften – Koran en Hadiths – veel meer en duidelijker geformuleerde regels voor het maatschappelijke leven omvatten dan de Bijbel. Daarom bestaat er ook geen christelijk equivalent van de islamitische wetgeving, de sharia.’

210.’Het kennisgebrek van de islamitische wereld heeft diepe historische wortels. Eerder in dit hoofdstuk bespraken we de zeer late introductie van de drukpers in het Ottomaanse Rijk en wat dat voor gevolgen had voor de economische ontwikkeling, de late start van het academisch onderwijs, de ontwikkeling van een vrije pers, en de extreem lage geletterdheid van de bevolking. Die erfenis werkt tot op de dag van vandaag door. Ook in de eenentwintigste eeuw worden er volgens gegevens van unesco viermaal meer boeken per hoofd van de bevolking geproduceerd in niet-islamitische dan in islamitische landen. verkondigd werd.’

221. ‘Voor de migratiecontext komt daar bij dat de dominantie van conservatief-religieuze opvattingen en gedragsregels leidt tot een sterke mate van segregatie van de rest van de samenleving, die funeste gevolgen heeft voor de integratie en tot wederzijdse vervreemding leidt. Het belang van culturele factoren verklaart waarom we, als we het integratiesucces van moslims met dat van andere migrantengroepen vergelijken, hetzelfde patroon zien als wanneer we landen vergelijken op wereldschaal: migranten uit islamitische landen zijn op vrijwel alle dimensies van integratie hekkensluiters. Niet alleen de sociaaleconomische problemen van de islamitische wereld weerspiegelen zich in de moeizame integratie van moslimmigranten, ook de onderdrukking van minderheden en de gewelddadige conflicten die de islamitische wereld kenmerken, vinden hun weerslag in de immigratiecontext. Het virulente antisemitisme, de wijdverbreide homohaat, en de onderdrukking van vrouwen die een groot deel van de islamitische wereld kenmerken, zijn helaas ook met de migratie meegekomen. Kortom: in de problemen van de moslimintegratie zien we de malaise van de islamitische wereld in het klein.’

229. ‘Hekkensluiters van de integratie

Niet alleen in Australië en Groot-Brittannië maar ook in veel andere vestigingslanden herhaalt zich het patroon dat moslims in de onderste regionen van de integratieranglijsten te vinden zijn.’

255.’Het is veeleer de socialisatie in een religieuze cultuur waarin antisemitisme gewoon is, homoseksualiteit als een doodzonde geldt en vrouwen worden beschouwd als tweederangsburgers die mannelijke familieleden dienen te gehoorzamen, die de voedingsbodem vormt voor gewelddadige ontsporingen. Ook die bagage is helaas met de migratie meegereisd.’

261. ‘De laatste paar honderd jaar is de islamitische wereld in een neerwaartse spiraal terechtgekomen, waarop heersende elites in islamitische landen in eerste instantie met een politiek van autoritaire verwesterlijking van bovenaf reageerden. Het mislukken van die opgelegde modernisering, die de kern van het westerse succes – democratie en individuele vrijheid – miskende, leidde tot de opkomst van een fundamentalistische tegenbeweging. De fundamentalisten wijzen de waarden van het Westen radicaal af en propageren een terugkeer naar de wortels van de islam door een letterlijke navolging van de regels van de Koran en van het voorbeeld van de Profeet Mohammed en zijn tijdgenoten in de zevende eeuw. In de afgelopen veertig jaar – sinds de omwentelingen in verschillende islamitische staten in het revolutiejaar 1979 – heeft dit fundamentalisme de islamitische wereld steeds vaster in zijn greep gekregen. Het fundamentalistische antwoord heeft de crisis echter alleen maar dieper gemaakt. Het presenteert namelijk als oplossing precies datgene wat ervoor verantwoordelijk is dat de islamitische wereld zo ver achterop is geraakt bij de rest van de wereld.’

‘De religieuze oorzaken van de islamitische crisis kunnen in drie kernproblemen worden samengevat: het gebrek aan een scheiding tussen religie en staat; de achtergestelde positie van de vrouw; en de geringschatting van seculiere kennis. Hiervan is de vermenging van religie en politiek het meest fundamentele probleem, dat indirect ook de beide andere beïnvloedt. De oorsprong van die vermenging ligt in de begintijd van de islam waarin de Profeet Mohammed, net als de kaliefen die hem opvolgden, de posities van religieus leider, politiek heerser en opperbevelhebber van de moslimlegers in zich verenigde. Die historische erfenis hoeft de islam van het heden niet te determineren, maar ze doet dat wel als moslims het fundamentalistische idee volgen dat wat goed was voor de Profeet en de islamitische gemeenschap in de context van de zevende eeuw overal en voor alle tijden geldig is. Helaas is het fundamentalistische gedachtegoed in het verbreiden van dat idee in de laatste vijftig jaar zeer succesvol geweest, niet in de laatste plaats doordat staten als Iran, Qatar en Saudi-Arabië het fundamentalistische missiewerk met miljarden oliedollars hebben ondersteund. Het streven naar een staat op islamitische grondslag heeft er sinds de jaren zeventig voor gezorgd dat vele islamitische landen ‘shariarecht, of wetgeving die daarop gebaseerd is, hebben ingevoerd of aangescherpt.

269. ‘Door terechte zorgen en angsten met betrekking tot de reëel bestaande islam te bestempelen als een irrationele vorm van haat, maakt het begrip islamofobie slachtoffers tot daders.

Omgekeerd worden daders tot slachtoffers gemaakt. De toenemende mate van conservatisme en fundamentalisme in islamitische gemeenschappen wordt door aanhangers van de islamofobie-these toegeschreven aan discriminatie en uitsluiting, maar er is bitter weinig empirisch bewijs voor zo’n samenhang. Om te beginnen zijn het fundamentalisme en het jihadistische terrorisme niet ontstaan in het Westen maar in het hart van de islamitische wereld, in landen als Iran, Pakistan en Saudi-Arabië, waar moslims anderen onderdrukken, in plaats van andersom. Onder West-Europese moslims hangen fundamentalistische geloofsopvattingen en een negatieve houding ten opzichte van joden, homoseksuelen en het Westen maar in beperkte mate samen met een lagere sociaaleconomische status en helemaal niet met discriminatie-ervaringen.5 Ook voor veel islamitische terroristen geldt dat ze geenszins aan het clichébeeld van de kansloze randgroepjongere beantwoorden. De daders van 9/11 waren overwegend universitair geschoolde ingenieurs uit welgestelde families. Mohammed Bouyeri, de moordenaar van Theo van Gogh, had een havodiploma en studeerde aan een Amsterdamse hogeschool. De eerste, door Al-Qaeda geïnspireerde generatie van islamitische terroristen werd meer ‘in het algemeen gekenmerkt door een hoog opleidingsniveau.6 Bij de latere generatie van islamitische terroristen vinden we weliswaar minder hoogopgeleiden, maar ook bij hen is geen sprake van een oververtegenwoordiging van kansloze uitgeslotenen.7

Dat het negatieve debat over de islam een oorzaak zou zijn van de opkomst van het fundamentalisme en de radicalisering van moslimjongeren is een flagrante omdraaiing van de werkelijkheid.’

278. ‘De eenzijdige obsessie van velen – moslims en niet-moslims – met de Israëlische politiek, en met de steun van de Verenigde Staten aan Israël is een excuus om de werkelijke oorzaken van de problemen in de islamitische wereld niet onder ogen te hoeven zien. Het is ook een welkome bliksemafleider voor autoritaire leiders die weten dat het roeren van de anti-Israëltrommel een werkzaam middel is om de aandacht van het eigen falen af te leiden. En het is een potent argument voor jihadistische groepen om aanhangers te mobiliseren. Het Israëlisch-Palestijnse conflict heeft daarom zeker negatieve effecten op de islamitische wereld, maar vooral omdat het de aandacht afleidt van het veel grotere leed dat moslims elkaar en anderen aandoen.’

278. ‘De ont-fundamentalisering van de islam

Moslims die voor een andere, moderne en liberale islam staan, moeten massaal opstaan tegen de wereldwijde intolerantie en het geweld in naam van hun geloof. Ze zouden dat des temeer ‘moeten doen wanneer religieuze minderheden en islamcritici daarvan het slachtoffer zijn. Want vrijheid is altijd de vrijheid der andersdenkenden. Op het moment dat die wijsheid van de Duitse socialiste Rosa Luxemburg door moslims massaal en publiekelijk uitgedragen wordt, zijn wij allemaal, en de islam in het bijzonder, een stuk verder.’

Reacties graag naar mailadres.