Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Robert Harris, De tweede slaap

21 oktober 2019

Robert Harris, De tweede slaap

uitg. Cargo 2019

Het is 1468. De ambitieuze jonge pater Christopher Fairfax reist te paard naar een afgelegen dorpje in Wessex om er de begrafenis van een overleden priester te begeleiden. Het is een mysterieuze locatie waar de vreemdste voorwerpen voor het oprapen liggen. Voorwerpen die bij de oude pastoor tot een verzamelwoede lijken te hebben geleid. Maar waar komt die obsessie vandaan? En wat doet die verzameling verboden boeken in zijn bibliotheek? Boeken waarvoor je op de brandstapel kan belanden. Fairfax gaat op onderzoek uit en belandt in een spiraal van geheimen die zijn hele wereldbeeld en de fundamenten van zijn geloof op zijn kop dreigen te zetten. Dat is op dat moment ook al bij de lezer gebeurd, die allerlei aanwijzingen heeft gekregen dat dit boek zich eigenlijk niet in de vijftiende eeuw, maar in een heel ander, post-apocalytisch tijdperk afspeelt. Een nieuwe ‘donkere tijd’ deed zijn intrede met een nieuwe manier van leven en een nieuwe religieuze beleving tot gevolg. Harris is in deze dystopische thriller, die onze eigen hoogmoedige samenleving minutieus onder de loep neemt, op zijn best. De vaardigheid waarmee hij verleden en toekomst in zijn ingenieuze plot verweeft, zal hem door veel collega’s worden benijd. De tweede slaap is geen gemakkelijke hap, maar geeft juist daardoor nog meer voldoening.

85. De armoede in sommige delen van Exeter had hem altijd al doen schrikken, maar op de een of andere manier maakten de stilte en afzondering van het platteland die nog veel erger. Geen wonder dat de mensen zich in de eeuwen na de val weer zo vurig tot God hadden gekeerd: voor hen was het van levensbelang geweest om te kunnen geloven in een beter leven in het hiernamaals, terwijl de Ouden, met hun gemakkelijke leventje, zich ook zonder geloof wel hadden weten te redden. Maar nee, dat klopte niet. De eigenaardige, bijna onbegrijpelijke zinnen uit Morgensterns brief kwamen telkens weer in hem op. We zijn van mening dat onze samenleving een dermate geavanceerde technologie heeft ontwikkeld dat ze kwetsbaarder is voor een totale instorting dan ooit tevoren… Essentiële sectoren en technologieën zouden zo zwaar getroffen kunnen worden dat onze kans om ze weer te herstellen alarmerend snel zou afnemen… De Ouden waren wel degelijk gelovig geweest. De wetenschap was hun God geweest, en die had hen in de steek gelaten.

242. ‘Als de Ouden zo dom waren om met ijle tekens te handelen is het geen wonder dat ze geruïneerd werden.Het systeem maakte hun reusachtige handelsvolume mogelijk, maar bracht hun tot de bedelstaf toen het bezweek. Stelt u zich eens voor dat u op een ochtend volkomen berooid wakker wordt, met vaardigheden die geen enkele waarde of nut meer hebben in de strijd om het bestaan! Hun wereld was gegrondvest op bedenksels – niet meer dan luchtkastelen. Toen de wind opstak, werden ze onmiddellijk weggeblazen.’

(...)

U herinnert zich vast nog wel dat Morgenstern schrijft dat Londen voortdurend niet meer dan zes maaltijden verwijderd was van een hongersnood. Elk brokje voedsel moest de stad binnengebracht worden, en zodra hun apparatuur niet meer werkte, is de voedseltoevoer ingestort. Want hoe moest dat voedsel betaald worden? Wie ging het vervoeren? Zodra één aspect van hun wankele wereld het begaf, werkte al snel vrijwel niets meer. Het werd met de dag moeilijker om hun beschaving weer te herstellen. Het was net als met een schip dat van zijn ankers is geslagen en langzaam wegdreef. De bemanning stond op het strand en kon alleen maar machteloos toezien. Dat was het moment waarop de Grote Uittocht begon – maar bij deze uittocht was er geen Mozes om zijn volk te leiden.

244. ‘Wat is er gebeurd?’- ‘Dat is niet met zekerheid te zeggen, maar ik denk dat het Morgensterns vijfde scenario is geweest. “Een algeheel falen van de computertechnologie, als gevolg van cyberoorlogvoering, een onbeheersbaar virus of verhoogde zonneactiviteit.” En vanwege de aard van de mens vermoed ik dat om een oorlogshandeling ging.’

‘En toch is het land herrezen,’ zei Hancock.

‘Inderdaad. Na lange tijd is het leven stukje bij beetje weer opgekrabbeld. De mens is een koppig, sluw en doortrapt dier. En pater Fairfax, dat moet ik u nageven, in dit opzicht heeft uw Kerk een sleutelrol gespeeld, want te midden van de chaos beschikte elk dorpje nog steeds over een stevige, in steen opgetrokken kerk. Uit de antieke bronnen weten we dat er zelfs in die goddeloze tijden nog ongeveer zevenendertigduizend kerken in Engeland waren. In die kerken hebben de overlevenden van de Uittocht zich verzameld – aanvankelijk ongetwijfeld vanwege de veiligheid die ze boden; en later ook om er gezelschap, hulp, bijstand en scholing te krijgen. En een generatie of twee later, toen iedereen die zich de oude levenswijze nog kon herinneren gestorven was, hebben hun nakomelingen in de Heilige Schrift een simpel antwoord gevonden op de vraag wat tot de ondergang van de wereld had geleid. In hun nog steeds verdoofde en van angst vervulde hoofden kon het alleen maar de Apocalyps zijn geweest – het Armageddon zoals voorspeld in het boek Genesis. Op die aanname is onze huidige maatschappelijke orde gegrondvest.’

305. ‘Decadente mensen,’ antwoordde Shadwell, ‘en ik vermoed dat dat deels de reden van hun val is geweest. Zo is het in de beschavingsgeschiedenis telkens weer gegaan. De Romeinen lieten te veel over aan hun slaven, de Ouden verlieten zich te veel op de wetenschap, en in beide gevallen maakte de overmatige luxe die ze voor zichzelf schiepen hen uiteindelijk hulpeloos.’ 

356. Kennis hoort niet verbránd te worden! Dat is alleen maar vertoon voor het gemene volk. Kennis is iets wat je verborgen houdt – maar wel onder handbereik. De bibliotheken van de Kerk bevatten waarheden waarvan u zelfs niet kunt dromen.

Reacties graag naar mailadres.