Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Urbi et Orbi – 27 03 2020 : “de omhelzing van Bernini’s travertijnse woudreuzen” Bertus Aafjes

28 maart 2020

 

 

 

Urbi et Orbi ‘ : ‘due che avevano riconosciuto la propria solitudine l’uno nell’altra’
‘twee mensen die hun eigen eenzaamheid in de ander hadden herkend’.
Paolo Giordano – De eenzaamheid van de priemgetallen.

Voor mij is dit een van de indrukwekkendste beelden uit Rome, Italië én de wereld.

‘Er is een tijd geweest dat het Sint Pietersplein, waarvan elk kind over de gehele wereld de ansichtkaarten kent, in deze vorm niet bestond. En dat toen op een dag, zittend voor een raam, of misschien wandelend door een park, een man dit grandioze visioen opeens voor zich zag. Want dát is het eigenaardige van dit plein: het gehoorzaamt aan één idee. Men krijgt dat idee of men krijgt het niet. Het is geen compositie van verschillende invallen, het is de doorvoering van één simpel gegeven. Natuurlijk, het bouwen van die vierdubbele zuilengang, het uitkappen der 372 zuilen waaruit zij is samengesteld en het plaatsen van de 140 heiligenbeelden op de kroonlijst zal decenniën gevergd hebben. Maar dit raakt de kern niet. Dit doet niets af aan het feit dat de bezielende gedachte Bernini in een seconde van genade moet geopenbaard zijn. De rest was een kwestie van geld, vlijt en vakmanschap. De inspiratie van het plein echter is een idee. En dit idee is niets anders dan de ‘kromming der colonnade’. In een zachte boog omarmen Bernini’s zuilen de ruimte, waardoor het effect ontstaat van een immense wijdte en tegelijk een zekere intimiteit. Ziedaar het geheim van deze plek: de paradox van beslotenheid en uitgebreidheid. Bernini heeft dit zo gewild. In een van zijn brieven spreekt hij over zijn marmeren accolade aldus: ‘Het zijn de armen van Christus die de wereld omhelzen.’ Dit is precies wat hier gebeurt, majesteit en erbarmen. En dit is ook waarom zo neem ik aan, elkeen zich hier ‘thuis’ gevoelt. Dit was terstond mijn eerste indruk en die is zo gebleven. Men staat als een zandkorrel verloren in een kosmos en heeft tegelijkertijd het gevoel erin opgenomen en geborgen te zijn’.
Godfried Bomans 1956

Kerken veranderen van gebedshuizen waar de gemeenschap van gelovigen de dienst uitmaakt in een hoogstammig woud waar licht speelt met schaduwen van bogen en pijlers. Op ieder uur van de dag en de nacht, in iedere hoek of kant, van op elke denkbeeldige of reële plek is het beeld veranderlijk. Deze kathedralen zijn de vertegenwoordigers van het bos in de stad, zoals de natuur vol vragen zonder antwoorden, vol klank zonder woorden. ’God oftewel de natuur’ nodigt minstens naar vorm uit tot kritische twijfel. Angst voor onzekerheid kan je er leren hanteren. Het heeft iets van ’De anatomie van energie’ uit 2014 van Fik Van Gestel.

 

 

 

 

Reacties graag naar mailadres.