Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

De Duitsers kwamen niet – De lotgevallen van de joodse patienten in de Geelse Kolonie (1940-1945) – Jos Rath?, Gorik Goris, Geert Vandecruys

31 december 2011

De Duitsers kwamen niet – De lotgevallen van de joodse patienten in de Geelse Kolonie (1940-1945) – Jos Rath?, Gorik Goris, Geert Vandecruys

Drie Geelse geschiedkundigen hebben zes jaar gewerkt aan een boek over Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Geelse gezinsverpleging verbleven. In het boek staat ook het verhaal van zeventig pati?nten die deportatie naar de vernietigingskampen op het nippertje konden vermijden.
Jos Rath?, Gorik Goris en Geert Vandecruys willen met hun boek ‘De Duitsers kwamen niet’ vooral een aantal mythes doorprikken die in Geel de voorbije decennia een heel eigen leven zijn gaan leiden. Op bevel van de Duitsers werd op 16 april 1943 een zeventigtal pati?nten in de kolonie verzameld met de bedoeling ze te deporteren naar de Dossinkazerne in Mechelen. Dat was een tussenstation, naar de kampen en een gewisse dood, al was dat toen veel minder duidelijk dan nu. De groep was al verzameld toen plots het bericht kwam dat de Duitsers niet zouden komen.

‘Hierover doen heel wat theorie?n en heldenverhalen de ronde, maar wij gaan ervan uit dat ze niet allemaal waar zijn’, stellen de auteurs. ‘We zijn erachter gekomen dat er op die dag een dodelijke schietpartij plaatsvond op het hoofdkwartier de Sicherheitsdienst in Antwerpen, waarbij corrupte Duitsers met elkaar hebben afgerekend. Alles stond daar toen zo overhoop dat de deportatie niet is doorgegaan. Nadien is het er door allerlei omstandigheden niet meer van gekomen.

Het boek graaft uiteraard een stuk dieper dan dat. Zo kwamen Rath?, Goris en Vandecruys te weten dat er wel degelijk plannen zijn geweest om zo’n 1.500 Duitse psychiatrische pati?nten in Geel te ‘dumpen’. Het idee stuitte uiteindelijk op een veto van de persoonlijke lijfarts van Adolf Hitler. Verder gaat ‘De Duitsers kwamen niet’ ook dieper in op de manier waarop in de andere Kempense gemeenten met de jodenverordeningen werd omgegaan. ‘Er wordt ook een portret geschetst van pati?nten die de instelling al hadden verlaten voordat de Duitsers er hun klauw konden opleggen’, weet journalist Dirk Kennis van uitgeverij MxGraphics. ‘De meeste van die verhalen kenden overigens een slechte afloop.’

Het Nieuwsblad 06122011

 

Zeker voor de streek en haar bewoners en de verhalen van wie niet meer zoekt naar een stem, een verhelderend studiewerk van betrokken Geelse historici. Veel leugens en mythevorming worden vakkundig weerlegd, borstklopperij getemperd, en heldhaftig moord- en brandgeschreeuw verzacht.

Monnikenwerk levert vlijt en inzicht in de banaliteit, al mochten enkele rare fouten door een ernstige eindredactie toch wel geweerd worden.

Zo worden op p. 83 ‘zieken’ in het origineel en de onderschriften plots ‘lieden’ in de tekst.

Het werk aan ‘De Duitsers kwamen niet’ ?heeft iets van het ’ Verslag van Brodeck’ van Philippe Claudel. Ook in Geel en de Kempen.

 







?317. Ik dacht aan de grote Geschiedenis en aan mijn eigen geschiedenis. Kennen degenen die de eerste schrijven de tweede? Hoe komt het dat het geheugen van de ene mens dingen bewaart die anderen vergeten of nooit hebben gezien? Wie heeft er gelijk: degene die zich voorneemt de dingen die gebeurd zijn niet in het donker te laten verdwijnen of degene die alles wat hem niet uitkomt in de duisternis stort? Misschien is leven ‘? overleven ‘? niets anders dan besluiten dat de realiteit niet re?el is, dan een andere realiteit kiezen als de realiteit die je kent ondraaglijk wordt. Trouwens, is dat niet precies wat ik in het kamp heb gedaan? Koos ik er toen niet voor te leven in mijn herinnering en de aanwezigheid van Em?lia, en mijn dagelijkse leven te verbannen naar de onwerkelijkheid van een nachtmerrie? Zal de Geschiedenis een grote waarheid zijn die bestaat uit miljoenen aan elkaar genaaide individuele leugens? Vergelijkbaar met de dekens die F?dorine vroeger maakte, toen ik klein was, om eten te kunnen kopen: ze zagen er prachtig en gloednieuw uit, een regenboog van kleur, maar ze bestonden uit restjes textiel in vormen die niet bij elkaar pasten en wol van onduidelijke kwaliteit en onbekende herkomst. Philippe Claudel, Het verslag van Brodeck. Uitg. De Bezige Bij 2008

 

Archief

Sandor M?rai, Vrede op Ithaca ? Wereldbibliotheek 1952 ? 2011

29 december 2011

Sandor M?rai, Vrede op Ithaca ? Wereldbibliotheek 1952 ? 2011

M?rai heeft prachtige boeken geschreven, naar taal en thema, naar inhoud en vorm, maar altijd weet hij wezenlijk menselijke vragen en problemen te benaderen vanuit verschillende standpunten.

In ?Vrede op Ithaca? gaat hij na de Tweede Wereldoorlog in 1952 verder in op de Odysseia van Homeros (Ton Lutz las de prachtige vertaling in van Imme Dros http://www.janvanduppen.be/?p=199) Dit keer zingen Penelope over haar man, Telemachus over zijn vader en Telegonus over diezelfde vader die hij uiteindelijk doodt.
?Vrede op Ithaca? mist een leeslint om de lezer te leiden in de reis langsheen beklijvende bespiegelingen in een prachtige vertaling van Frans van Nes.

12. Soms verneem ik niet zonder leedvermaak dat men zijn naam niet begrijpt. De slaven die tegenwoordig boeken schrijven, twisten al duizenden jaren lang over zijn echte naam en zijn betekenis. Ze proberen de mensen wijs te maken dat mijn man, toen hij noodgedwongen Grieks staatsburger werd en zich op Ithaca vestigde, zijn naam heeft vergriekst. Dat is een leugen. Tot het eind van zijn leven heeft hij, onze wonderbaarlijke en afschrikwekkende heer, Ulysses geheten.
De zangers en de zieners zijn zijn naam later op zijn Grieks gaan uitspreken. De slaven, die niet meer konden zingen en daarom waren begonnen te schrijven, beweerden dat zijn naam ‘de hatende’ betekent. Anderen zeggen: ‘hij die door velen gehaat werd’. Dat is zeker waar: velen haatten hem. De Grieken, dat kinderlijk snoeverige en ziekelijk zelfingenomen volk dat over een overmaat aan nationaal bewustzijn beschikt; wilden de wereld graag doen geloven dat mijn man vrijwillig zijn oude naam had opgegeven om daarmee zijn trouw aan zijn zelfgekozen vaderland en aan de Griekse wereld te bewijzen. Ik zal nog enkele eonen moeten wachten vooraleer ik de volledige waarheid kan vertellen. Ik heb de tijd: op een dag zal de waarheid aan het licht komen. De herinnering aan mijn man staat me zo helder voor de geest, dat ze best bestand is tegen de aantijgingen van de Grieken. Ik zal niet ontkennen dat hij een goede Griek was en een trouw burger van zijn nieuwe vaderland. Maar wie gelooft dal hij v??r alles een Griek was, vergist zich. Ithaca was zijn vaderland, dat is zo. Maar hij had nog een vaderland: de verandering.
In dat land had hij waarachtig burgerschap verworven.
Ik wil de waarheid vertellen. Daarmee schaad ik mogelijk zijn nagedachtenis, want hijzelf had niet veel achting voor de waarheid. Hij kon meesterlijk liegen. Dat is geen wonder als we nagaan
dat zijn grootvader Autolycus was, de goddelijke paardendief en veestempelvervalser, die het liegen nog van de Arcadische Hermes had geleerd.
Hij was het die zijn kleinzoon de naam Ulysses gaf. Deze naam – ik kan het nu zeggen – betekent: de Lichtbrenger. Nu ik deze woorden heb uitgesproken, voel ik me opgelucht. Het is lijd dat de slaven een punt zetten achter hun dispuut.

43. De nacht die de zin van ons leven was – waarin ik erachter kwam dat het leven met deze man geen zin had – was van benauwde afwachting angstaanjagende werkelijkheid geworden. In deze nacht leerde ik dat mensen het gevaarlijkst zijn als ze wraak nemen voor misdaden die ze zelf hebben begaan.

67. ‘Grote menselijke ondernemingen hebben soms bijkomstige gevolgen,’ zei hij plechtig, ‘gevolgen die ook helden niet kunnen vermijden. Misschien is Ulysses inderdaad een held, zoals er
wordt rondgebazuind. Misschien is hij alleen maar een avonturier. En de anderen, Agamemnon en zo, die zich in Troje soms laf en soms heldhaftig hebben gedragen, zijn nu inderdaad helden, ook al werden zij in werkelijkheid door zucht naar avontuur, winstbejag of domweg verveling naar het slagveld gedreven. Veel mannen trekken vrijwillig ten strijde, omdat ze hun vrouw zat zijn,’ zei hij nuchter. Ik keek hem verbijsterd aan. Ik had nooit gedacht dat deze brave, bescheiden man zulke waarheden kende.

76.Alle ballingen delen de ervaring dat hun leven zich niet in hun omgeving, maar in hun herinneringen afspeelt. Als eeuwig wachtende kreeg ik steeds sterker het gevoel dat niet ikzelf leefde,maar de rol die mijn man mij had toebedeeld.

 

Sandor M?rai Vrede op Ithaca

Archief

DVD Blekingegade – The left wing gang – Scandinavian Crime Selection

29 december 2011

DVD Blekingegade – The left wing gang – Scandinavian Crime Selection

In de hype van de Scandinavische misdaadseries lift ?Blekingegade? http://en.wikipedia.org/wiki/The_Blekinge_Street_Gang graag mee.

Het is een wat rommelig relaas over een stel zichzelf als ?links? erende bankovervallers die hun schuld- en boetegevoel dienden te compenseren door voor de PFLP - Popular Front for the Liberation of Palestine – van Dr. George Habash geld en wapens te stelen en door te sluizen naar het netwerk van de Palestijnse Marxist-Leninisten.
Als er een ding de moeite is in de reeks kortfilmpjes met uitgebreide in- en uitleiding waaruit deze ?serie? is opgebouwd, dan gaat het om de graad van debiliteit en de politieke onbenulligheid van dit soort sektarische politieke nitwits. Het lijkt hilarisch maar is wezenlijk tragisch zoals alle zelfverklaarde offers voor de goeie zaak van katholieke heiligen tot islamitische terroristen.
Die goede zaak was, is en blijft een enorme leugen om op de schuldgevoelens van potenti?le fellow travellers in te werken.
Dramatisch is het voor de slachtoffers, toevallige passanten, familie en vrienden van dit soort superhelden van het goede doel. Lucratief voor de tussenpersonen en belanghebbenden, eeuwige roem voor de politieke leiders en blijvende ellende voor de Palestijnse doelgroep.

Van 1970 tot 1990 slaagden de dappere Denen erin hulp te bieden aan het lijdende Palestijnse volk, of althans aan de politieke en militaire leiders van de PFLP die zichzelf graag zo voordeden. De jaren tachtig leverden ze fors geld en wapens aan. Politiek was de redenering ook geniaal: omdat in eigen land de proleten geen zin hadden in revolutie, zou de drive elders de kop opsteken. Met name in ?ontwikkelingslanden? waar honger en andere ellende de revolutionaire krachten zou voeden. Hoe meer geweld aldaar, hoe meer kans op succes, dus ook elders in rijke westerse landen waar de gewapende revolutie gretig zou worden ge?mporteerd. .
Dat de ?linkse? creatievelingen in Denemarken zo lang hun gang konden gaan lag vooral aan de spanningen tussen de Deense staatsveiligheid en de politiediensten. Voor de staatsveiligheid heetten ze belangrijk om Palestijnse terroristen te kunnen volgen. ?Tot een betrokken politieagent bijna per toeval de link weet te leggen met de Blekingegadenbanden. Na veel politieke manoeuvres neigt de staatsveiligheid tot een vorm van samenwerken en wordt de club dankzij de paniekreactie van een lid dat op vrije voeten bleef, gesnapt met een reusachtig wapenarsenaal. De leden krijgen om en bij de tien jaar – de moord op een politieagent en een reeks eerdere bankovervallen wordt niet weerhouden voor hun veroordeling.

Belgenland kan zich zalig preken dat dit soort ontwikkelingen in wat zich in die periode als militant ?links? afficheerde beperkt is gebleven tot een stel zelfverklaarde revolutionaire halve gares. Gelukkig woog hier het Mao?stische adagium zwaarder dat revolutionairen zich dienden te gedragen als vissen in het water van de volksmassa?s om hen heen.
In Duitsland en Itali? woog de sektarische eenzaamheid zwaarder.
Met alle gevolgen vandien.

Archief

Laten we 2012 spelen met ogen die gesloten lijken om beter te kunnen zien…

25 december 2011

Archief

Bas Heijne, Echt zien – Literatuur in het mediatijdperk. Athenaeum-Pollak & Van Gennep 2011

11 december 2011

Bas Heijne, Echt zien – Literatuur in het mediatijdperk. Athenaeum-Pollak & Van Gennep 2011

Een mooi kleinnood voor wie leest en dus leeft en voor wie schrijft en dus blijft, zij het niet altijd even duurzaam.

http://www.vn.nl/boeken/non-fictie/echt-zien-literatuur-in-het-mediatijdperk-bas-heijne/

 

44. In zijn bundel beschouwingen Reappraisals (2008) benoemt de in 2010 overleden Brits-Amerikaanse historicus Tony Judt het volgens hem grootste probleem van onze tijd: het razendsnel verdwijnen van historisch besef Met het communisme, stelt hij, is ook de algemene kennis van het communisme verdwenen, waardoor de hele twintigste eeuw in wezen voor velen nu al onbegrijpelijk is geworden. (En Brecht een onbekende naam.) Geschiedenis is iets persoonlijks geworden. Je neemt eruit wat je denkt te kunnen gebruiken. Het heden is de maat.

Traditioneel geschiedenisonderwijs, stelt Judt, mocht beperkt zijn en/of onbewust ideologisch bepaald, het maakte in ieder geval het heden begrijpelijk door verwijzingen naar het verleden. Namen, plaatsen, inscripties en idee?n konden een plaats krijgen in en te onderwijzen verhaal. Historisch bewustzijn zorgde voor referentiepunten waardoor het heden begrijpelijk kon worden gemaakt. Tegenwoordig is het precies omgekeerd: het verleden krijgt alleen nog betekenis door verwijzingen vanuit het heden. De geschiedenis staat in dienst van hedendaagse preoccupaties en bevliegingen.

Steeds vaker dient de geschiedenis ter illustratie van een morele boodschap; de meeste van de monumenten, musea, inscripties en ‘heritage sites? huldigen een beroemde man (en soms vrouw) of een beroemde overwinning of brengen een specifiek geval van leed in herinnering.

Dat die wijze van beleving van de geschiedenis naast selectief ook onbekommerd subjectief is, spreekt vanzelf Het is een aspect van een groter, veelomvattend proces: nu men algemeen het gevoel heeft dat de samenhang van samenleving en cultuur bedreigd wordt of al verloren is gegaan, gaat men naarstig op zoek naar alternatieve?vormen van binding. ‘De expansie van communicatie,’ schrijft Judt, ‘tezamen met de fragmentatie van informatie, vormt een scherp contrast met gemeenschappen uit een nog zeer recent verleden.’ Juist omdat gedeelde kennis en ervaringen niet langer institutioneel worden gecommuniceerd en zo een gevoel van gemeenschap in stand houden, worden ze tot onderdeel van de hedendaagse mediacultuur, die bij uitstek dynamisch is. Geschiedenis is dan niet langer een bedding voor een collectief bewustzijn. Het wordt een soort mediatheek, waaruit je neemt wat je op dat moment?nodig denkt te hebben.

 

Bas Heijne Echt zien

Archief

Stefan Hertmans, De mobilisatie van Arcadia. De Bezige Bij 2011

11 december 2011

Stefan Hertmans, De mobilisatie van Arcadia. De Bezige Bij 2011

Behoudens enkele herkauwde essays over nationalisme en het vaderland is dit Arcadia meer dan de moeite waar. Hertmans probeert zich in het particuliere van dit land gedwee boven de m?l?e uit te werken, maar raakt er zelf door besmeurd als verheven kosmopoliet. En het is sinds Rik Torfs? onthullingen bekend dat patriarchen en metropolieten die gretig hun geloof belijden, neigen tot verlies van empathie met de gelovigen die hen werden toevertrouwd.

Volgens sommigen onthult Stefan Hertmans met Arcadia een omgevallen boekenkast en volgens anderen bespaart zijn bundel de lectuur van al die geciteerde werken uit de wereldliteratuur.

Voor mij mobiliseert zijn Arcadia precies tot het spellen van al die boeken.
Hij onthult hun betekenis, hij ontsluiert hun gloed en wijst op het verzengende voor wie het aandurft.
En dat doet Stefan Hertmans zoals vaak op een briljante manier.

268. Maar door zijn beroemd geworden list slaagt Perseus, en hij toont het hoofd aan Polydeuktus, waardoor deze ter plekke versteent. S?gur wijst erop dat de cirkel
van het geweld aldus wordt doorbroken door de list. Intelligentie breekt de brute logica van het eindeloze offer open en laat de infernale cirkel eindigen.

269. Het is het slotakkoord van een wereld van het pharmakon: het offer dat telkens opnieuw offer met offer moest vergelden, waardoor het gif van het geweld
bleef bestaan. Het pharmakon, geneesmiddel en gif, dat Perseus hanteert, is dat van de menselijke list. Het gaat om het proberen uitstellen van de dood.

 

Over Diogenes, H?lderlin, de Anti-Oedipus, de Angelus Novus, Rorty, Sloterdijk, Houellebecq, Calasso en Sebald is hij soms adembenemend.


166. Sinds het verschijnen van Peter Sloterdijks Kritiek van de cynische rede, nu ruim twintig jaar geleden, is het bon ton geworden om het onderscheid tussen kynisme en cynisme te hanteren als een oppositie tussen filosofisch getint non-comformisme enerzijds en doortrapt immoralisme anderzijds. Voor de eerste houding staan de presocratici model, met in de eerste plaats Diogenes van Sinope, de man die de ascese van de stiliet transformeerde in het besmuikte lachen van de kritische observator in zijn ton.
Slapend in de antieke zon op de agora, is hij volgens de overlevering de man die, bewonderd door Alexander de Grote, onaangedaan elke aanspraak op macht weigert. Het verhaal is bekend en ontelbare keren naverteld. Wanneer?Alexander hem vraagt wat hij verlangt, daarbij suggererend dat hij werkelijk alles mag vragen, antwoordt Diogenes hem: ‘Ga uit mijn zon.’ Deze generale repetitie van de verleiding van Jezus van Nazareth in de woestijn (waar?de duivel hem ongeveer dezelfde vraag stelt), wordt dus beantwoord met een weigering van elk opportunisme. De kynikus, die zich volgens de bekende etymologische verklaring gedraagt als een hond (kuoon in het Grieks), is immuun voor de wanen van macht en rijkdom, hij boert als de machthebber langskomt (hij zou hem, heden ten dage, een taart in het gezicht kunnen gooien, bijvoorbeeld). Minder belicht is het feit dat het aanbod van Alexander?zelf van het tegenovergestelde van filosofisch kynisme getuigt, namelijk van puur machtscynisme – een houding waarvoor Sloterdijk de Groot-Inquisiteur uit Dostojevski’s De gebroeders Karamazov model laat staan. Wanneer?Alexander de man in de ton zijn voorstel doet, is dat eigenlijk moreel pervers. Ten eerste isAlexander er duidelijk op uit met zijn zogezegde bewondering deze onkreukbare nu eens en voorgoed te kreukelen door hem een niet af te?slaan voorstel te doen. Alle macht, aanzien, rijkdom: het wordt hem voor de voeten gegooid. Alexander is helemaal niet zo filosofisch ge?nteresseerd als de vrome interpretaties van dit verhaal voorgeven: hij is er, als een rasecht gehaaid politicus, op uit om aan te tonen dat die praatjesmaker in zijn ton (die hij uiteraard heimelijk bewondert met een soort afgunst) ook wel voor de bijl zal gaan, net als iedereen. Met andere woorden: de antieke held is eropuit?de anti-held eens en voor altijd onderuit te halen. De legendarische ontmoeting is niet meer of minder dan het Endgame van het antieke hero?sme. ‘De geest kan de macht niet dienen, maar de macht houdt ook niet van de dienaars van de geest,’ schreef Leopold Weiss ooit.

 

Stefan Hertmans De mobilisatie van Arcadia Dupslog

Archief

vrt deredactie.be – Opinie: De vrije markt kan uw gezondheid schaden

11 december 2011

De vrije markt kan uw gezondheid schaden
http://opinie.deredactie.be/2011/12/07/de-vrije-markt-kan-uw-gezondheid-schaden/
07 / 12 / 2011

?Is het ten slotte rechtvaardig dat de grote lobby?s dankzij de marketing of fear enkel pleiten voor optimale terugbetaling van zinloos geworden, nauwelijks betaalbare behandelingen terwijl zowel de palliatieve zorg als de psycho-oncologie pensenkermissen moet blijven organiseren om goede supportieve opvang van kankerpati?nten te kunnen realiseren? ?- Prof. Dr. Wim Distelmans, oncoloog VUB.

Gezondheidszorg werd zo gauw ze de grenzen van de naastenliefde overschreed een verzekeringskwestie. ?Caritas? hielp de bedienaar aan een gerust geweten – met het oog op de eigen dood – en de lijdende aan hulp tegen pijn en eenzaamheid. Mensen – ook gelovigen – kunnen pech hebben en getroffen worden door ziekte en ongeluk. Ieder van ons zou het kunnen overkomen en onze geliefden nog meer.

Solidariteit

Dus werd het seculiere verzekeringsprincipe geboren: op basis van solidariteit betalen we mee aan polissen die deelnemers dekken in geval kosten door ziekte, ongeval, werkloosheid, ouderdom en nog veel meer. Dit verzekeringsprincipe was een handige vondst zolang de premiebetalende deelnemers het reilen en zeilen bepaalden: krenterig en behoedzaam met de vinger op de knip.

Verzekering

Het werd een gouden greep wanneer de deelnemers tot anonieme polisnemers evolueerden. Solidariteit werd vervreemd tot een eigen risico-verzekering. Grote aantallen maken statistische risicoanalyses mogelijk, en dus ook winstmodulaties voor de verzekeringsmaatschappijen. Vooral wanneer op een concurrerende markt de strategie van de angst het aantal polissen maximaliseert.
Meteen ontstond het probleem van de ?moral hazard?: wie verzekerd is, neigt tot meer risico want dat wordt toch gedekt door de bijdragen van de andere verzekerden.

Wrekende zorg

In de gezondheidszorg ontwikkelde dit fenomeen tot een ware industrie die nu op haar grenzen stuit. Vanuit het gelijkheidsbeginsel heeft iedereen dan ?recht? op maximale behandeling van pijn en lijden. De steeds duurdere – zelfs experimentele – behandelingen worden gedekt door de ziekteverzekering, al dan niet gepaard aan een eigen risico om de kostendruk van die ?moral hazard? te verlichten.
In tijden van doodsangst en grote nood is dat eigen risico natuurlijk ook erg relatief en de morele druk van de omgeving en de behandelaars vaak zo groot dat de laatste centen tot schulden bij elkaar geschraapt worden om dure behandelingen te ondergaan.

In 1976 reeds wees Ivan Illich op dit fenomeen in zijn ?Medical Nemesis ? Grenzen aan de geneeskunde: het medisch bedrijf ? een bedreiging voor de gezondheid??. Naast een aanvankelijke verbetering van leefomstandigheden krijg je bij een medisch-technische evolutie ook een grotere afhankelijkheid van artsen die dure kunsten bedrijven. De gezondheidsindustrie verdient zijn miljoenen klanten iedere dag weer door hen vooral van de onmisbaarheid van hun producten en diensten te overtuigen. Wanneer alleen gezondheidsproblemen geaccepteerd worden voor (tijdelijke of blijvende) arbeidsongeschiktheid, verzekerde uitkering en bijstand, krijgt dat monopolie van de medische wereld de allures van een wraakgodin: de Nemesis.

Genezend en voorkomend

?Voorkomen is beter dan genezen? is de riedel waarmee klanten worden geworven door de gezondheids- en verzekeringsindustrie. Voor hen werkt die strategie van de angst heilzaam, maar voor de klanten is het veeleer een bron van angst, frustraties en kosten. Therapeutische hardnekkigheid werd intussen ook een verfijnde business. Welke hardvochtige verzekeraar, liefhebbend familielid of empathische dokter durft de laatste kansen op een mogelijk tijdelijk herstel van een terminale pati?nt ondermijnen door te pleiten voor een ondersteunende zorgverlening? Vroeger offerden mensen in stervensnood om gunsten aan goden, nu aan ziekenhuizen en artsen. Zij het dat vandaag het grootste deel van de offerkost betaald wordt door de andere verzekerden, al komen er vaak nog dure supplementen bovenop.

Vorig weekend verklaarde Prof. Dr. Jean-Jacques Cassiman, geneticus en voorzitter van de Vlaamse Liga tegen Kanker nog: ?Het voorschrijven van dure kankermedicijnen die het leven misschien maar met twee maanden verlengen, is niet aanvaardbaar in economisch zware tijden. Dit soort behandelingen van 100.000 tot 200.000 euro per pati?nt per jaar zijn niet langer vol te houden?. Dit zou beter betaald worden door de ontwikkelaars van deze producten en diensten zolang hun effect niet echt als zinvol bewezen is.

Hij werd hierin bijgetreden voor Wim Distelmans van ?Waardig levenseinde? en tegengesproken door het koor van de farmaco-oncologie.

Manke markt

In Nederland ontstaat nu een tweede probleem door de moral hazard. Door de invoering van een schijnbaar vrije markt in de gezondheidszorg met een beperkt aantal zorgaanbieders speelt de concurrentie minimaal. Met geblokkeerde tarieven helpt alleen het opdrijven van het aantal prestaties om winst te genereren.

Bij vroegere pogingen om de huisartsen te belasten met ?ketenzorg? voor suikerzieken en astmapati?nten verhuisde deze wel van de dure tweede lijn naar de eerste. Maar in de ziekenhuizen bloeiden al snel poep-, plas-, slaap-, dieet-, obesitas-, hoest-, vlekjes-, vulva-, rug- en alle mogelijke andere poli?s om op creative wijze extra klandizie aan te trekken. Netto bleken de eerder uitgespaarde kosten snel gecompenseerd door deze ondernemerscreativiteit in de tweede lijn.

Minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) verklaart nu de wanhoop nabij dat huisartsen moeten concurreren. Ze wil hen per verrichting betalen en geen vast ingeschreven pati?ntenbestand meer toelaten. In een markt waarbij het aantal aanbieders van huisartsenzorg al zeer krap bemeten is, steeds meer oudere collega?s vervangen worden door halftijdse werkende vrouwelijke huisartsen, is dit met vuur spelen in een hooischuur.

Kostenexplosie

Huisartsen proberen in Nederland zo goed mogelijk 80 procent van de gezondheidsvragen en problemen op te lossen in de goedkope eerste lijn. Daarbij dienen ze vaak in te gaan tegen de waanbeelden die in tv-programma?s en bij preventieriedels worden verspreid. Wanneer deze poortwachtersfunctie voor dure behandelingen en onnodige kosten in de tweede lijn niet meer gehonoreerd wordt, zullen huisartsen continu?teit noch kwaliteit in de zorg kunnen bewaken. Het aantal onnodige behandelingen zal fors stijgen. Martktwerking is immers niet mogelijk in een collectief, solidair systeem van gezondheidsverzekering. Door de ?moral hazard? en op angst gebaseerde marktwerking ontstaat een oncontroleerbare kostenexplosie.

Marktwerking leidde in de vroeger goed gestructureerde zorgwereld van solidair Nederland reeds tot vrij toegankelijke klachtgerichte poli- en priv?klinieken, diagnose-behandelcombinatiesysteem met betaling naar verrichting en de SOS-arts die op telefonische afroep aan de deur staat met een forse rekening. In ziekenhuizen besteden specialisten tijdrovende communicatie met hun pati?nten uit aan handig te sturen verplegers. Zo bloeit er een industrie van nutteloze onderzoeken en behandelingen als antwoord op een opgeklopte vraag. Zorgverzekeraars en -aanbieders remmen dit niet af omdat ze zelf belang hebben bij zoveel mogelijk klanten.

Hoogmoed

Precies wanneer zieke mensen in beslissende periodes van hun leven meer behoefte hebben aan ondersteuning en betrouwbare begeleiding, worden ze overgeleverd aan deze manke marktprincipes. Door die ondersteunende rol van de huisartsen finaal op te heffen giet de overheid olie op dit offervuur. Dure polissen met fors aanvullende premies geven toegang tot zorg zonder medische indicatie: total bodyscans, checkups en onnodige behandelingen in luxueuze ziekenhuizen in binnen- en buitenland. Terwijl het verplichte basispakket zozeer wordt uitgekleed dat elementaire zorg in het gedrang komt.

Dat de pati?nt baat zou hebben bij marktwerking in de zorg waar zelfs geen huisarts meer naast hem of haar staat in een zorg-jungle met achter iedere boom een roofdier dat aast op de portefeuille, is een gotspe. De houding van minister Schippers getuigt van een verbijsterende hoogmoed.
Voor deze hubris zal de medische nemesis nog vele offers eisen eer de wraakgodinnen van de markt tot welwillendheid verleid kunnen worden.

Archief

Populisme in de praktijk : ‘Stevaert contra Van Duppen’ in 2004

2 december 2011

Een mooie samenvatting van de commotie rond mijn weigering om nog langer in het sp.a verhaal van Steve mee te stappen werd destijds gemaakt door Jan Pieter Everaerts voor zijn mediadoc. Nu nog terug te vinden bij http://archive.indymedia.be/news/2004/05/84030.html

“Ik zeg wat u denkt” 3: Populisme in de praktijk : Stevaert contra Van Duppen
by Jan-Pieter Everaerts Saturday, May. 01, 2004 at 9:12 AM

Dat er ook binnen de SPA ongenoegen bestaat over het populisme van Stevaert bleek eind april toen Vlaams parlementslid Jan Van Duppen zich terugtrok van de Antwerpse SPA-lijst. Een becommentarieerd overzicht van de persartikels.

** Populisme in de praktijk: Stevaert contra Van Duppen

  • “Zo stappen we mee in de retoriek van het Vlaams Blok”

“Steve Stevaert vaart een populistische, autoritaire koers” titelde De Morgen van 28 april boven een artikel met een foto van Van Duppen. De kwestie leek te gaan om de zesde plaats die huisarts/parlementslid Van Duppen op de verkiezingslijst van de partij toegewezen kreeg. Volgens Van Duppen verliep daarbij ??n en ander op autoritaire wijze, waarbij een hele regio, de Kempen, buitenspel gezet werd.

Los van wat er nu al dan niet gebeurd is, is het hoe dan ook interessant dat Van Duppen de stelling van de ‘populistische, autoritaire koers’ van Stevaert dik in de verf zet. Hij komt af met pijnpunten die binnen een socialistische partij toch zouden moeten bestaan: zoals de onvrede over de toenemende controle op werklozen, zoals het door Stevaert tot ‘non-debat’ uitroepen van de discussie over de hoofddoeken (zo’n verbod is wellicht d? methode om de discussie te laten verrotten), het lege Zilverfonds-doosje, de visie van Stevaert op de kiezer als een “infantiel wezen, een consument die direct moet bevredigd worden. Ik geloof dat dat een grote fout is en dat we zo meestappen in de retoriek van het Vlaams Blok. We moeten de kiezer niet naar de mond praten. De mensen verwachten echte debatten en geen schijndebatten. Nu zijn socialisten, liberalen en christen-democraten bijna inwisselbaar geworden.” Aldus Jan Van Duppen.

De Morgen (Ruud Goossens) vroeg Van Duppen ook commentaar op Stevaerts kritiek op de intellectuelen.

Van Duppen: “Dat lijkt wel een neurotisch trekje van Stevaert. Dramatisch ook want het socialisme is ontstaan vanuit intellectuelen die zich verbonden voelden met het lot van de zwaksten. Intellectuelen schrijven geschiedenis, populistische reclamegoeroes doen dat niet. Weet u wat Stevaert onlangs in P-magazine zei toen De Gucht hem in een interview een stalinist noemde ? ‘Dat ben ik niet, want Stalin had nog dissidenten.’ Weet u wat dat betekent ?”

Nog zo ??n en de zon gaat onder.

  • “Precies daar zit de oorzaak van het fameuze gat in de haag van Stevaert”

“Van Duppen ontgoocheld weg” betitelde De Standaard op 28/4 een kleiner artikel over Van Duppen. Die dag bracht De Standaard (niet De Morgen) ook een opiniestuk van de politicus: “Democratie heeft voorrang op socialisme”. Van Duppen waarschuwt in zijn stuk ervoor dat de kiezer die zich niet kan vinden in de kleurloosheid van de traditionele partijen, “alleen nog de keuze zal hebben tussen het extreem-rechts of de blancostem, zoals door de Portugese Nobelprijswinnaar Jos? Saramango in zijn nieuwe Essay over de Luciditeit, wordt uitgetekend. Zo verwatert elke politieke interesse bij de bevolking die verder gaat dan door hormonen aangedreven sympathie voor de verleidelijke uitstraling van een B.V.”

Van Duppen stelt ook dat Stevaerts oneliners en populistisch gekokketeer, “met sneren naar verzuurde intellectuelen geen lapsus of toeval zijn. Binnen de SPA rest van de eens zo prestigieuze studiedienst Emile Vandervelde nauwelijks meer dan een bedrijf van inktkoelies die fiches mogen schrijven of voorzetjes mogen formuleren om al te magere indeetjes in te kleden. Degelijk studiewerk is voor de socialistische partijtop overbodig geworden. Zij luisteren immers naar wat d? mensen denken, wensen en zeggen. Bijgevolg kan je een partijprogramma het best opstellen aan de hand van de maandelijkse peilingen naar wat de mensen willen.”

Maar wie op zo’n basis te werk gaat – en Van Duppen beschrijft het allemaal in detail – ondergaaft volgens hem de democratie. “Precies daar zit de oorzaak van het fameuze gat in de haag van Steve Stevaert” (de monsterscores van het Blok dus).

  • Stevaert als goede leerling van Pauli

Op donderdag 29/4 was het aan Steve Stevaert om te reageren. “Ik begrijp er niks van” titelde De Standaard boven een kort interview met Stevaert. “Als Jan Van Duppen een probleem heeft met mijn aanpak, dan moet hij aan politiek doen.”

In De Morgen van 29/4 kwam Stevaert wat slimmer uit de hoek. Hier luidde de titel: “SPA-Voorzitter Stevaert: “Ik begrijp Van Duppen wel, maar ben het niet met hem eens.” Wat Stevaert aan Van Duppen begreep was dat hij “ontevreden was over zijn plaats.” Over de inhoudelijke kritiek van Van Duppen stapte Stevaert zowel in De Standaard als in De Morgen heen. In De Morgen eindigde het stukje met deze zinnen van Stevaert: “Van Duppen gedraagt zich ook niet echt als een intellektueel. Zijn opiniestuk ontziet niemand, in plaats van het wat perfider te spelen door zogenaamd plaats te maken voor een jongere. Nu denk ik niet dat hij nog veel vrienden heeft. Zelf is mijn rug breed genoeg. Maar voor anderen is dit niet leuk.”

Stevaert toont zich hier een goed leerling van Walter Pauli.

E?n door Van Duppen af te schilderen als geen echte intellektueel. Stevaert heeft er een patent op genomen, wist u, op de erkenning van echte intellektuelen.

Twee door Van Duppen te isoleren als een man zonder vrienden, iemand die niemand ontziet enzoverder. “Vermits ik zijn boodschap niet kan onderuit halen”, zal onze man uit Hasselt gedacht hebben, “zal ik de booschapper wel even pakken”.

Drie – over Steve’s oproep om perfider te zijn, stappen we vergevingsgezind heen – door het zo te spelen dat hij zelf zich niet geviseerd voelt, alhoewel Van Duppen juist hem bekritiseert. Neen: dit is “niet leuk” voor de anderen binnen de SPA, stelt Stevaert om zo “die anderen” mee tegen Van Duppen te keren.

Als de SPA van Stevaert een echt democratisch socialistische partij zou zijn, dan zou ze eens een open debat organiseren met al haar interne en externe linkse kritici. Maar wat als zo’n debat uitloopt in een partijcrisis ? Daar kan het land niet mee gediend zijn ? Zal Stevaert dan toch maar verder het schijnsocialistisch paterke van Vlaanderen spelen ? Want er is geen Alternatief ! Waar blijft die Belgische SP ?! Kan de “Sta Op” (voor werk en democratie) – lijst die vanuit Stevaerts Limburg opgestart werd, de aanzet worden tot een alternatief ?

Jan-Pieter Everaerts

mediadoc.diva@skynet.be

Voor info over het tweetalige Sta Op: http://www.debout-sta-op.tk/