Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Carlos Luiz Zaf?n, De gevangene van de hemel.

29 augustus 2012

Carlos Luiz Zafon, De gevangene van de hemel. Uitg Signatuur 2012

?Mannen zijn zo. Net geraniums: op het moment dat je denkt dat je ze weg kunt gooien, bloeien ze weer op.? (276)

?Mannen zijn als de kastanjes die ze op straat verkopen: wanneer je ze koopt zijn ze lekker warm en ruiken ze heerlijk, maar zodra je ze uit het zakje haalt, worden ze meteen koud en besef je dat de meeste vanbinnen verrot zijn.? (277)


Zaf?n vereffent in zijn ‘Gevangene van de hemel’ ?met dit soort overwegingen en meer op ietwat jolige wijze ook nog een ferme rekening met het machismo van de Franquisten: ‘Franco, schavuitje, je krijgt ?m niet omhoog, dat fluitje’ (26)

Fermin Romero de Torres staat op het punt te trouwen met zijn geliefde Bernarda. Een bezoekje van een duister persoon, kreupel en met slechts ??n hand, die een peperdure editie koopt van ?De graaf van Montecristo?, zet alles op losse schroeven.
De gevangene van de hemel van Carlos Ruiz Zaf?n is het derde en op ??n na laatste deel in het vierluik rondom het Kerkhof der Vergeten Boeken.
Het is een fantastisch verhaal vol intrige en emotie dat ons naar het Barcelona van de jaren veertig en vijftig transporteert en waarin de betovering van boeken, liefde en vriendschap weer net zo?n belangrijke rol spelen als in de voorgaande twee boeken.

Als derde in de reeks van vier, een vlot tussendoortje, aanknopen met losse eindjes van de vorige bestsellers met het oog op behoorlijk beter eindwerk, mag ik hopen. Zafon kent intussen de truken van de scenarioschrijvers voor de HBO tv series uit de VS.

Carlos Ruiz Zaf?n werd geboren in 1964 in Barcelona, Spanje. In 2001 wordt zijn eerste boek voor volwassenen gepubliceerd in Spanje: La sombra del viento, of De schaduw van de wind. Inmiddels is deze roman in maar liefst 30 talen vertaald en in meer dan 40 landen uitgegeven. Hij won vele prijzen en ruim 10 miljoen exemplaren gingen er wereldwijd over de toonbank. En het einde is nog niet in zicht. De schaduw van de wind is de eerste van vier romans, die alle gesitueerd zijn in het mysterieuze, gothic Barcelona, met als centrum Het Kerkhof der Vergeten Boeken. Overigens zijn de romans volstrekt onafhankelijk van elkaar te lezen, al zullen bepaalde personages opnieuw hun intrede doen in het tweede deel, en is de periode dezelfde: van de Industri?le Revolutie tot en met de jaren na de Spaanse Burgeroorlog, toen Spanje zuchtte onder de dictatuur van Franco.

Aldus de promotiedienst van uitgeverij Signatuur.

 

25. ?Toen stond hij stil, schijnbaar gefascineerd door een kaketoe met bleekroze pluimage die uit een ooghoek naar hem keek vanuit een kooi bij een van de dierenstalletjes tegenover de ingang naar de Calle Puertaferrisa. De man liep op de kooi af en ging er heel dichtbij staan, zoals hij bij de vitrine in onze winkel had gedaan, en mompelde wat tegen het beest. De vogel, een exemplaar met een grote kop en de omvang van een haan met super-de-luxe veren, overleefde de bijtende adem van de vreemdeling en het leek alsof hij vol toewijding luisterde en hevig ge?nteresseerd was in wat zijn bezoeker hem oplepelde. Voor het geval er nog enige twijfel bestond, knikte de kaketoe geregeld met zijn kop en zette geagiteerd zijn kam van roze veren op. Na een paar minuten vervolgde de vreemdeling zijn weg, tevreden over het gevederde intermezzo. Nog geen halve minuut later, toen ik langs het vogelstalletje liep, zag ik dat er een kleine commotie was ontstaan en dat de opgelaten verkoper zich haastte om de kooi van de kaketoe met een stoffen kap te bedekken, aangezien de vogel was begonnen om met perfecte dictie de rijmregel Franco, schavuitje, je krijgt ?m niet omhoog, dat fluitje te herhalen. Ik had geen enkele twijfel over wie hem dat net had geleerd. De onbekende toonde in elk geval een zeker gevoel voor humor en uiterst riskante overtuigingen ? in die tijd net zo zeldzaam als rokken boven de knie.

169. Armando keek op en aanschouwde de berg die voor hem oprees in het zuiden. Het kasteel, met zijn hoekige torens in de nevel, verhief zich hoog boven Barcelona. Armando glimlachte vol bitterheid en stak met de gloeiende punt van zijn sigaar het krantenknipsel in de fik. Hij keek toe hoe het tot as werd in de wind. De kranten omzeilden zoals altijd de waarheid alsof hun leven ervan afhing ? en misschien terecht. Alles in dat bericht stonk naar halve waarheden en weggemoffelde details. Bijvoorbeeld dat het niemand ooit gelukt was te ontsnappen uit de gevangenis van Montju?c. Hoewel het in zeker opzicht waar was, dacht hij, omdat hij, de man die ze Armando noemden, alleen iemand was in de onzichtbare wereld van de stad der armen en onaanraakbaren. Er zijn tijden en plaatsen waar niemand zijn eerbaarder is dan iemand zijn.

 

 

183. De priester haalde zijn schouders op. ?Iedereen heeft wel iemand verloren, van welk kamp ook.? ?Ik ben van geen enkel kamp,? wierp Ferm?n tegen. ?Sterker nog, vlaggen zijn voor mij kleurige lappen die ranzig ruiken, en ik hoef maar iemand te zien die zich erin wikkelt en de mond vol heeft van hymnen, leuzen en betogen, of ik raak aan de dunne. Ik heb altijd gedacht dat hij die zeer gehecht is aan een kudde zelf iets van een schaap moet hebben.? ?U moet het in dit land wel verschrikkelijk vinden.?

 

211. ?Waarom denkt u dat uw vader u nooit over de oorlog heeft verteld, Daniel? Denkt u soms dat hij zich niet kan voorstellen wat er is gebeurd?? ?Als dat zo is, waarom zweeg hij dan? Waarom deed hij niks?? ?Om u, Daniel. Om u. Uw vader, net als zoveel andere mensen die die jaren moesten doormaken, heeft alles geslikt en niets gezegd. Omdat ze de moed niet hadden. Dat gebeurde bij alle partijen en alle kleuren. U passeert ze elke dag op straat en u ziet ze niet eens. Ze zijn weggekwijnd met alle pijn in hun binnenste zodat u en anderen zoals u konden leven. Dus haal het niet in uw hoofd om uw vader te veroordelen. U hebt er geen recht toe.?

 

276. ?Ach, de arme ziel is graatmager geworden met al het gewicht dat hij heeft verloren. Ik maak me echt zorgen om hem.? ?U zult zien hoe hij vanaf nu weer opknapt. Mannen zijn zo. Net geraniums: op het moment dat je denkt dat je ze weg kunt gooien, bloeien ze weer op.?

 

277. ?Maar dat is ook niet goed, snapt u. Ik heb veel van dat soort jonge meneren gezien die hun mevrouw op een voetstuk zetten alsof ze een maagd is, en daarna hollen ze achter de eerste de beste gehaaide vrouw aan alsof het krolse katers zijn. U zult niet geloven hoe vaak ik dat heb zien gebeuren met deze oogjes die God me heeft gegeven.? ?Maar Ferm?n is zo niet, Bernarda. Ferm?n is een van de goeien. Een van de weinige, want mannen zijn als de kastanjes die ze op straat verkopen: wanneer je ze koopt zijn ze lekker warm en ruiken ze heerlijk, maar zodra je ze uit het zakje haalt, worden ze meteen koud en besef je dat de meeste vanbinnen verrot zijn.?

 

Archief

Rutger Kopland: ‘Ik ben gewoon uitgeteld’

26 augustus 2012

‘Ik ben gewoon uitgeteld’

Het laatste interview met Rutger Kopland

Door Daan Heerma van Voss

Vrij Nederland 28 juli 2012

Schrijver Daan Heerma van Voss verbleef kort voor Koplands dood enkele dagen bij de dichter thuis. ?Dood is ook iets ontroerends. De geheimzinnigheid ervan, het volledig onbekende.?

Een psychopaat kenmerkt zich door de afwezigheid van empathie. Vindt u dat een dichter empathisch moet zijn?
‘Ik denk dat hij niet anders kan dan empathisch zijn. Empathie veronderstelt de verschrikkelijke hoeveelheid denken, voelen, indenken en invoelen die noodzakelijk is om te kunnen dichten. Empathie is essentieel om in de taal en de woorden van iemand anders te geraken. Een dichter moet zich kunnen verplaatsen in de lezer, die niet dezelfde associaties krijgt als de dichter, en niet bij dezelfde dingen. Een dichter moet zich kunnen verplaatsen in de natuur, in andere dichters, in andere mensen, in andere gedachten. Je moet je in een ander kunnen verplaatsen, en dat altijd met het besef: die ander kan ik nooit worden. Achterberg moet een zekere empathie bezeten hebben. Mooie gedichten komen voort uit empathie, het kan niet anders.’

Wat zijn ‘mooie gedichten’?
‘Gedichten waarvan men na lezing zegt, met iets tussen bewondering en verbazing in: that’s how I feel.’

‘That’s how I feel.’ Het zou ook de slotsom kunnen zijn van een geslaagde therapie.
‘Dat is inderdaad iets wat de dichter en de psychiater gemeen hebben: aanleg voor empathie. En het vermogen iemand in staat te stellen dingen te denken en voelen waarvan hij niet wist dat hij ze te denken of te voelen had. Ik was een goede dokter. Als het moest kon ik erg empathisch zijn.’

(...)

Wat vindt u ervan dat de hersenen de laatste tijd zo in de belangstelling staan?
Kordaat: ‘Terecht.’

Alleen maar terecht?
‘De manier waarop vind ik niet altijd geslaagd.’

U doelt op wat u wel eens ‘het biologisch simplisme’ van de hersenwetenschappers heeft genoemd?
‘Juist. Veel van wat gesteld wordt is van een ongekende simpelheid. Daar ben ik niet blij mee. Omdat het indruist tegen waar ik altijd voor heb gewerkt.’

U doelt op Dick Swaab en zijn bestseller Wij zijn ons brein?
‘Onder andere, ja.’

Kunt u dat succes verklaren?
‘Hij geeft de mensen het gevoel dat ze iets heel ingewikkelds kunnen begrijpen. Bovendien ontslaat het idee dat de hersenen ons gedrag geheel bepalen ons in zekere zin van verantwoordelijkheid. Hoe we ook falen, we kunnen altijd nog de schuld geven aan onze hersenen. Alles wat we kunnen zit in onze hersenen, zeker, ik ontken onze genetische basis en de macht van erfelijke ziektes niet, maar dit alles betekent niet dat wij mensen gedetermineerd worden door ons brein. Hersenen maken gedrag mogelijk, ze produceren het niet. Het is zo verschrikkelijk simplistisch om te zeggen dat de opbouw van onze hersenen helemaal bepaalt hoe wij ons gedragen. Alsof ervaringen, opvoeding, interactie met anderen, gelukte en mislukte liefdes er allemaal niet toe doen! Hersenen zijn cruciaal, maar al die andere zaken ook! De interactie tussen hersencellen en de omgeving, leerprocessen, adaptatie, zonder al deze zaken zouden onze hersenen niets betekenen.
En dan de arrogantie waarmee hij het personage van De Grote Hersendeskundige speelt. Vind ik ook lastig. Er zijn zo veel hersenwetenschappers die zo veel meer weten dan hij, en die er veel gepaster mee omgaan. Het feit dat zo’n boek een bestseller wordt is bedenkelijk. Het scheept de mensen op met een veel te beperkt beeld van hoe mensen in elkaar zitten. Simpelheid is verlossend.’

Is sterfelijkheid altijd een belangrijk thema geweest voor u?
‘Op een indirecte manier. Ik dacht er niet te veel over na. En dat is maar goed ook. Ik heb wel gedichten geschreven die achteraf over de dood bleken te gaan. Daar was ik me al schrijvende dan niet van bewust, maar zoals de dood dat doet, die sluipt er in. Dood is ook iets ontroerends. De geheimzinnigheid ervan, het volledig onbekende. Ik dichtte ooit: “We stonden deze zomer in de bergen. En om ons heen alleen de wind.” De verstilling die ervoor nodig is om zoiets op te merken, dat is de verstilling van de dood. Wat de persoon in het gedicht voelt is: wind, wat de lezer denkt is: dood.’

 

 

Archief

Elsa Osorio, Mika – La Capitana – uitg. Anthos

22 augustus 2012

Elsa Osorio, Mika – La Capitana – uitg. Anthos

Haar leven lijkt wel een roman, maar Mika Etcheb?h?re – Feldman (1902-1992) heeft echt bestaan.

In Argentini? geboren uit Russisch-Joodse ouders die gevlucht waren voor de Tsaristische pogroms werd ze al jong gevangen voor het revolutionaire elan van het marxisme, zij het de anarchistische variant.

Ze trekt dan ook overal ten strijde tegen onrecht en voor de goede zaak van het proletariaat in Frankrijk, Spanje, Berlijn, Spanje, Argentini? en Frankrijk, aan de kant van o.a. de POUM.

?Op basis van talloze gesprekken met mensen die haar hebben gekend, door het lezen van brieven, documenten en manuscripten van Mika en haar grote liefde Hip?lito weet Elsa Osorio het buitengewone verhaal te schetsen van de enige vrouw die tijdens de Spaanse Burgeroorlog een colonne aanvoerde. Mika was door haar sterke uitstraling en haar vermogen te inspireren onmisbaar voor de slecht uitgeruste strijdkrachten, die haar tot ‘capitana’ benoemden. De roman beschrijft de anarchistische kringen waarin Mika verkeert in haar geboorteland Argentini?, haar avonturen in Patagoni? in de jaren twintig, haar deelname aan linkse antistalinistische groepen in Frankrijk, en haar verblijf in het Berlijn van de jaren dertig, dat steeds meer in de greep komt van het nazisme.? aldus de flapteksten.

Mika was ongetwijfeld een schitterende persoonlijkheid die een goeie biografie kan (ver-)dragen.


Ze heeft meer dan genoeg achter de kiezen gekregen en aan ellende verzameld, veroorzaakt en opgezocht om een beknopte geschiedenis van de XX ste eeuw aan haar levensverhaal op te hangen.

Maar een hagiografie is zelden boeiend, meestal zinloos behoudens voor de gelovigen, en doorgaans doet zo?n biografie tekort aan het voorwerp van de persoonsverering – de heilige in kwestie.

Zoals we net nog ?Tiny-Martine in, met, door en wat al niet meer? mochten beleven bij de lectuur van Mari? Due?as, Het geluid van de nacht is het dit keer ?Mika in, met, door en wat al niet meer?, voor de beate gelovigen.

Wat een hoop goed-slecht, wit-zwart, rood-zwart en aanverwant geleuter in dit boek gedistilleerd werd uit Mika?s wellicht enorme persoonlijke archief, is nauwelijks te behappen.

Overigens is de omslagfoto van de Nederlandse vertaling een uitermate verlokkelijke enscenering van de jonge Oekra?ense fotograaf Andrey Korotich – een echte foto van Mika zelf zou wellicht een minder gunstig verkoopprofiel induceren.

Archief

Mari? Due?as, Het geluid van de nacht – Wereldbibliotheek 2012

20 augustus 2012

Mari? Due?as, Het geluid van de nacht – Wereldbibliotheek 2012

 

Natuurlijk heeft de marketing afdeling van de ?Wereldbibliotheek? de oorspronkelijke titel aangepast aan de omslagfoto die dan weer geselecteerd werd met het oog op een spiegelende herinnering aan de bestseller van Carlos Luis Zaf?n – De schaduw van de wind – en het meesterwerk van Antonio Mu?oz Molina – De nacht der tijden.

Natuurlijk was ?El tiempo entre costuras? beter in de markt gezet als ?Tussen het naaien door? en mag ik altijd weer blijven hopen dat de obligate verfilming een spannende erotiserende tv reeks opleveren zal.

http://www.youtube.com/watch?v=OINLio1dm00&feature=player_embedded#!

Het zal zeker weer eens vals blijken, dat hopen van mij.

Alle ingredi?nten zijn ten overvloede aanwezig: historisch belangrijke feiten en personages, voor Madrid, Marokko,?T?touan,?Spanje en de hele wereld, vroeger en later en ook nog morgen.

De plot ruikt heerlijk, de verlokkingen zijn groot, maar het blijft allemaal van het niveau van de legendarische kinderboekenreeks ?Tiny – Martine? van Casterman. Voor meisjes uit het basisonderwijs.

Het naaien beperkt zich dus tot de kruisjessteek, maar dan wel als morsetekens op ingewikkelde patroontekeningen die het spionerende hoofdpersonage als ervaren naaister fabriceert voor de Engelse geheime dienst.

De indeling van Maria Due?as’?debuut ?is ruwweg als volgt:

Tiny in het atelier.

Tiny met naald en draad.

Tiny en de losse steekjes.

Tiny heeft een minnaar.

Tiny verloofd met een schrijfmachine.

Tiny bijna getrouwd, maar nog niet helemaal.

Tiny?s passie en de ongelukkige mama.

Tiny?s onbekende papa.

Tiny?s mama: arm en schoon maar sterk.

Arme Tiny berooid en genaaid.

Tiny en de goede commissaris.

Tiny en de vieze flikken.

Tiny in het vuile pension.

Moedige Tiny en existenti?le angsten.

Tiny heeft geluk.

Tiny?s eigen naaisalon.

Tiny en de vrienden van de vrienden.

Tiny en de buurjongen die zijn mama wil vergeven.

Tiny wordt spionne, buiten haar wil.

Tiny spioneert voor de Engelsen omdat mama het haar vraagt.

Tiny verliefd en verloren.

Tiny van Marokko naar Madrid.

Tiny na de burgeroorlog.

Tiny aan de rand van de grote oorlog.

Tiny met de luxetrein naar Lissabon.

Tiny en de slechte Portugees.

Tiny tussen de gore nazi’s.

Tiny en de goede Engelsman.

Tiny weer bij haar lieve Engelse vriendin.

Tiny met haar nieuwe minnaar in de auto naar Madrid.

Tiny stelt haar nieuwe minnaar voor aan haar baas en aan haar papa.

http://www.cobra.be/cm/cobra/boek/boek-recensie/boek-fictie-recensie/120419-sa-mariaduenas_recensie

En zo gaat dat maar door.

 

Laten we ons troosten met de zekerheid dat een uitgeverij als de ‘Wereldbibliotheek’ naast dit soort witte slipjes-chicklit ook nog Roberto Calasso, Sandor Marai, Alberto Moravia, Goethe en Gogol uitgeeft.

Het leven kan hard zijn voor de lezer.

 

Archief

Teju Cole, Open Stad

12 augustus 2012

Teju Cole, Open Stad

vert. Paul van der Lecq Uitg. De Bezige Bij 2012

 

Originele en bij wijlen indrukwekkende observaties van een Amerikaanse auteur van Nigeriaanse afkomst die zich actief binnen de Europese romantraditie wil plaatsen.

Hij slaagt daar behoorlijk in, maar weet zijn open einde niet echt beklijvend te serveren.

Ook messcherp waar hij het racisme van de zwarte medemens weet te verduidelijken als een theatraal onderdeel van belangenbehartiging en voorgewende broederlijke solidariteit.

 

58. Assistenten psychiatrie hebben de naam dat ze minder zwaar zijn dan andere, en dat was ook mijn ervaring, maar het werk bracht zijn eigen bijzondere uitdagingen met zich mee. Soms voelen psychiaters het gemis van de kant-en-klare oplossingen die chirurgen of pathologen in huis hebben, en het kan vermoeiend zijn altijd maar weer de mentale voorbereiding en emotionele betrokkenheid te moeten opbrengen die nodig zijn om pati?nten te behandelen. De lange uren wanneer ik dienst had of op afroep beschikbaar was, kenden eigenlijk maar ??n lichtpuntje, als ik er nog eens goed over nadacht, en dat was het vertrouwen dat de pati?nten in mij hadden, hun kwetsbaarheid, hun hoop dat ik ze kon helpen er weer bovenop te komen. Hoe dan ook, anders dan toen ik net in het ziekenhuis werkte, was ik in gedachten lang niet meer zo vaak met mijn pati?nten bezig (dat begon meestal pas als ik een volgende afspraak met hen had), en wanneer ik mijn rondes deed, had ik vaak de pati?ntenkaart nodig om me zelfs maar de meest basale gegevens voor de geest te halen. Dat ik buiten de medische campus aan M. dacht, was in die zin een uitzonderingsgeval; net als V. was hij een van de zeldzame pati?nten van wie de problemen niet ergens in mijn achterhoofd verdwenen zodra ik de deur uit stapte. M. was twee?ndertig, onlangs gescheiden en leed aan waandenkbeelden. In de weken dat het slecht met hem ging, leken zijn medicijnen nauwelijks te helpen.

 

132. Ik dacht terug aan de verklaring van Mayken en bedacht dat ik me vergist had. Het waren geen vluchtige, wantrouwige blikken waarmee Farouq in de tram te maken had. Het was een onderhuidse, nauwelijks onderdrukte angst. De eeuwige aversie tegen immigranten, als rivalen in de strijd om dezelfde schaarse middelen, viel samen met een hernieuwde angst voor de islam. Toen Jan van Eyck in de jaren dertig van de vijftiende eeuw een portret van zichzelf schilderde met een grote rode tulband, was dat een manier om te bevestigen dat een vreemdeling niets ongebruikelijks was voor de multiculturele stad Gent. Turken, Arabieren, Russen: ze maakten destijds allemaal deel uit van het visuele repertoire. Maar de vreemdeling was een vreemde gebleven en fungeerde nu als zondebok voor nieuwe grieven. Daarnaast had ik het gevoel dat de situatie waarin ik zelf verkeerde niet heel anders was dan die van Farouq. De manier waarop ik me presenteerde ? als donkere, ernstige, eenzame vreemdeling ? maakte me tot een mikpunt voor degenen die in het geweer kwamen voor Vlaanderen. Op de verkeerde plek kon ik voor een verkrachter worden aangezien, een ?Viking?. Terwijl degenen die deze woede met zich mee droegen zich nooit zouden realiseren hoe gemakzuchtig dat was. Ze hadden geen besef van de banaliteit en zinloosheid van hun agressie, uit naam van een monolithische identiteit. Die onkunde was iets wat verontwaardigde jonge mensen van over de hele wereld met elkaar deelden, en met de oude, machtige politici die meesters waren in de retoriek. En na dat gesprek besloot ik dus voor de zekerheid niet meer laat op de avond van die lange wandelingen te maken door Etterbeek. En in de stillere wijken bezocht ik geen caf?s en familierestaurants meer waar alleen blanken kwamen.

 

177. U bent hier lang weg geweest, dus in die zin bent u absoluut geen doorsnee-Belg, maar ik vraag me af wat uw reactie is op wat een vriend kort geleden tegen me zei. Hij beschreef Belgi? als een land waar Arabieren het moeilijk hebben. Wat die vriend vooral zo zwaar valt, is om hier te wonen en tegelijkertijd zijn eigen identiteit te behouden, zijn achtergrond. Denkt u dat hij daarin gelijk heeft? Ik weet niet of u het nog weet, maar in het vliegtuig zei u tegen me dat Belgi? kleurenblind is. Maar Farouq, die vriend, woont hier nu zeven jaar, en zijn ervaringen lijken daarmee in tegenspraak. Ik meen zelfs dat ze op de universiteit zijn scriptie hebben afgewezen, alleen maar omdat hij schreef over een onderwerp waarmee de beoordelingscommissie zich niet op haar gemak voelde. Ze had nog geen hap genomen van haar waterzooi. Ze bleef maar brood kauwen en haar antwoord op mijn vraag klonk mat. Moet je luisteren, ik ken dat type wel, zei ze; jongemannen die doen alsof de wereld ze iets heeft aangedaan. Daar kleeft een groot risico aan. Mensen die het gevoel hebben dat alleen zij het moeilijk hebben gehad, dat is echt gevaarlijk. De wrok die zulke mensen koesteren, dat vraagt om problemen. Onze samenleving heeft deze mensen opgenomen, maar als ze eenmaal hier zijn, hoor je ze alleen maar klagen. Waarom zou je naar een andere plek verhuizen, alleen maar om te laten zien dat je heel anders bent? En waarom zou zo?n samenleving op je zitten te wachten? Maar als je al zo lang geleefd hebt als ik, dan begrijp je dat er oneindig veel verschillende problemen zijn op de wereld. Iedereen heeft het moeilijk. Ik knikte. Maar het zou anders zijn, zei ik, wanneer u het van hem hoorde. Hij is geen klaagtype, en ik geloof niet dat hij vol wrok zit, niet echt. Volgens mij voelt hij zich oprecht gekwetst. Nou, dat zal heus wel, zei ze, maar als je te zeer zwelgt in je eigen verdriet, dan vergeet je dat ook anderen verdriet hebben. Het is niet voor niets, zei ze, dat ik uit Belgi? vertrok en een nieuw leven wilde opbouwen in een ander land. Mij hoor je daar niet over klagen en om eerlijk te zijn heb ik maar weinig geduld met mensen die dat wel doen. Jij bent zelf toch ook geen klaagtype?

 

210. Tegen de tijd dat Vietnam een rol ging spelen, leverde dat een ander soort spanning op, dat wil zeggen, voor degenen onder ons die mentaal betrokken waren geweest bij Korea. Vietnam was een mentaal gevecht voor jongeren, voor de generatie na ons. Je ervaart zoiets maar ??n keer, hoe zinloos een oorlog kan zijn. Je vult je hoofd met al die plaatsnamen, al die nieuwsberichten. Dat overkwam me niet in de Tweede Wereldoorlog, dat was een andere ervaring, veel eenzamer, veel moeilijker. Maar in 1950 leefde ik op de universiteitscampus, als een vrij man, zodat Korea me veel dieper raakte. Halverwege de jaren zestig was de chaos van de oorlog niets nieuws meer voor mij. En nu, deze oorlog, dat is een mentaal gevecht voor weer een nieuwe generatie, jouw generatie. Er zijn namen van steden die bij jou een enorme afschuw wekken, omdat je geleerd hebt die namen in verband te brengen met gruweldaden, maar voor de generaties na jou zullen die namen nietszeggend zijn: het duurt niet lang voordat zoiets vergeten is. Fallujah zal hen net zo weinig zeggen als Daejon jou.

 

252. Mijn taak, om het maar eens gewichtig uit te drukken, was de gekken te genezen. Als het me niet lukte ze te genezen, wat vaker het geval was dan niet, probeerde ik ze te leren met hun problemen om te gaan. Gedurende mijn hele studietijd had ik mijn best gedaan dat nobele streven niet uit het oog te verliezen, het ideaal dat ten grondslag lag aan de wetenschap en aan onze medische praktijk. Dat waren natuurlijk volstrekt persoonlijke motieven, en een van de eerste lessen die ik als student in de Geneeskunde had geleerd, was dat het totaalplaatje werd opgeofferd, meer uit gewoonte dan uit noodzaak, aan de kleine details. Er werd ons geleerd de filosofie te wantrouwen; onze docenten gaven de voorkeur aan een krachtige neurotransmitter, het analytische kunstje, de chirurgische ingreep. Holisme, daar keken veel docenten op neer, en de beste studenten volgden daarin hun voorbeeld. We leefden allemaal heel erg mee met het leed van onze pati?nten, maar voor zover ik wist, was ik een van de weinigen die voortdurend nadacht over de ziel, of zich zorgen maakte om de plek die deze innam in de zo zorgvuldig geijkte feitenkennis. Ik zat onwillekeurig vol twijfels en vragen. Na drie jaar assistent in opleiding te zijn geweest leverde de behandeling van de meeste pati?nten nog maar weinig problemen voor me op. Aan het begin was het allemaal heel overdonderend geweest, een zee van kennis die ik nooit zou kunnen beheersen, een weg vol gevaren en potentieel gemiste kansen. Maar schijnbaar van het ene op het andere moment ontdekte ik dat ik een bekwaam psychiater was. En er stond me ook beter voor ogen wat ik wilde, naar wat voor betrekking ik wilde solliciteren, wie ik om een aanbeveling wilde vragen. Ik had gaandeweg de ambitie opgegeven om me aan de wetenschap te wijden en onderzoek te gaan doen, en in plaats daarvan stelde ik me een toekomst voor in een groot, niet-academisch stadsziekenhuis, of misschien in een kleine praktijk, ergens in de voorstad. Zoiets leek me prima, want in feite had ik absoluut geen trek in de onderlinge rivaliteit die de wetenschap met zich meebracht.

 

289. De signatuurleer is ons bekend in gedegenereerde vorm: frenologie, eugenetica, racisme. Maar in de tijd van Paracelsus lag de gevoeligheid voor de wisselwerking tussen de innerlijke geest en de uiterlijke materie ook ten grondslag aan het succes van talloze kunstenaars, vooral op het gebied van het Zuid-Duitse houtsnijwerk. Door veel aandacht te besteden aan de eigenschappen van het hout en zich af te vragen hoe die eigenschappen vertaald konden worden in expressieve sculpturen, cre?erden zij kunstwerken van blijvende waarde, precies van het soort dat stond opgesteld in de kamers en de galerijen van het Cloisters Museum. Riemenschneider, Stoss, Leinberger en Erhart gebruikten hun diepgaande materi?le kennis van het lindehout in de manier waarop ze het bewerkten, en hun pogingen de aard van dat materiaal te koppelen aan de uiterlijke vorm, hoe ambachtelijk ook, is eigenlijk wel te vergelijken met de diagnostische inspanningen van een arts. Dat geldt zeker voor de psychiaters onder ons, die externe signalen gebruiken om op het spoor te komen van een innerlijke realiteit, zelfs als de relatie tussen die twee niet altijd even duidelijk is. Het resultaat dat we daarmee boeken is zo bescheiden dat het voor de hand ligt te denken dat onze tak van geneeskunde al net zo onderontwikkeld is als de chirurgie in de tijd van Paracelsus. Met die kruiden- en signatuurleer in mijn achterhoofd, had ik die dag geprobeerd aan mijn vriend uit te leggen hoe mijn idee?n over de psychiatrische praktijk zich ontwikkeld hadden. Ik vertelde hem dat ik elke pati?nt als een donkere kamer beschouwde, en als ik die pati?nt dan behandelde en daarvoor zijn kamer binnen ging, vond ik het van het grootste belang langzaam en voorzichtig te werk te gaan. Het stond me voortdurend voor ogen dat ik geen schade mocht aanrichten, de oudste van alle medische principes. Bij zichtbare aandoeningen heb je meer licht om bij te werken; de signalen dienen zich duidelijker aan en zullen je daardoor minder snel ontgaan. Maar in het geval van een psychische stoornis is het lastiger een diagnose te stellen, want zelfs de krachtigste symptomen blijven soms buiten beeld. Dat alles is vooral zo ongrijpbaar omdat we onze informatie ontlenen aan de psyche zelf, die in staat is zichzelf voor de gek te houden. Wij artsen, zo hield ik mijn vriend voor, zijn afhankelijk van wat de pati?nt ons vertelt, veel meer dan als het om lichamelijke kwalen gaat. Maar er is niets aan te doen: de lens waardoor we de symptomen waarnemen is van zichzelf al symptomatisch. De geest kan zichzelf niet in zijn geheel doorzien, en het is moeilijk erachter te komen waar de ondoorzichtige plekken nu precies zitten. Volgens oogheelkundigen bevindt zich achter in het oog een blinde vlek, waar de oogzenuw met zijn misschien wel miljoenen zenuwcellen het oog verlaat. Precies op de plek waar een te grote opeenhoping is van neuronen die betrekking hebben op het zicht, houdt het zicht op. Al heel lang, zo herinner ik me indertijd tegen mijn vriend te hebben gezegd, had ik het gevoel dat de blinde vlek van werkers in de geestelijke gezondheid, en dan vooral van psychiaters, zo groot was dat die het zicht grotendeels belemmerde. Wat we wisten, hield ik hem voor, was heel veel minder dan alles wat in duisternis gehuld bleef, en die gigantische handicap was wat het vak zo aantrekkelijk ?n frustrerend maakte.

 

295. Ieder mens moet zichzelf wel als ijkpunt nemen voor wat normaal is, waarbij hij ervan uitgaat dat zijn eigen geest hem niet geheel en al duister is. Misschien is het dat wat we bedoelen met ?geestelijk gezond?: we hebben misschien wel wat eigenaardige trekjes, maar in onze eigen verhalen spelen we niet de schurkenrol. In zekere zin geldt zelfs het tegenovergestelde: we spelen de heldenrol, voor minder doen we het niet, en te midden van die stortvloed aan andermans verhalen, voor zover die ons zelfs maar interesseren, zijn we nooit minder dan heldhaftig. Wie heeft in dit televisietijdperk nog nooit voor de spiegel gestaan om zich voor te stellen dat zijn leven een show is, met misschien al miljoenen kijkers? Wie heeft nog nooit, met dat idee in zijn achterhoofd, iets theatraals gedaan in zijn dagelijks leven? Wij hebben het vermogen zowel goed als kwaad te doen, en in de meeste gevallen kiezen we voor het goede. Doen we dat niet, dan zullen wij en ons denkbeeldig publiek zich daar niet aan storen, want we kunnen het voor onszelf uitleggen, en vanwege de eerdere keuzes die we hebben gemaakt genieten we toch al onze sympathie. Het publiek denkt graag het beste van ons, en niet zonder reden. Als ik vanuit mijn eigen standpunt het verhaal van mijn leven overzie, zelfs zonder te beweren dat ik er zulke hoog- staande normen en waarden op na hou, ben ik ervan overtuigd dat ik het goede als leidraad heb genomen. Dus wat wil het in zo?n geval zeggen als ik de schurk ben in het verhaal van een ander? Onbetrouwbare verhalen ? het product van een onbetrouwbare herinnering, of een onbetrouwbare verteller ? zijn niets nieuws voor me, want ik hoor ze maar al te vaak van pati?nten. Ik ken de vertelsels van mensen die altijd iemand anders ergens de schuld van geven, mensen die niet kunnen inzien dat zijzelf de rode draad zijn in het verhaal van al hun slechte relaties, in plaats van de ander. Er zijn bepaalde karakteristieke trekjes waarmee ze zich verraden.

 

Archief

Mary Borden, Verboden Gebied – vert. Erwin Mortier, uitg De Bezige Bij 2011

12 augustus 2012

Mary Borden, Verboden Gebied – vert Erwin Mortier, uitg De Bezige Bij 2011

Met voorsprong het beste van de drie bundels die Erwin Mortier uit de vergetelheid heeft opgediept in de voorbereiding van zijn fenomenale ‘Godenslaap’ .

Mary Borden weet voldoende afstand te houden tot de oorlogsgruwelen die ze in haar hospitalen beleefde om een universeel verhaal van leed in het Verboden Gebied te vertellen dat van alle tijden en alle plaatsen blijft.

‘Het regiment’ is dan wel een Belgische slapstick op de Markt van Ieper met Koningin Verpleegster Elisabeth – naast haar Koning Ridder elders – als gastvedette (‘?een prachtig dier verkleed als non en bestempeld met een helrood kruis’),?het is ook een van de meest indrukwekkende beschrijvingen van een leger als oorlogsmachine die mensen verteert.

Haar ’ Enfant de Malheur ’ over Maghrebijnse prinsen die aan het front op amnestie hopen voor hun misdaden, is prachtig geobserveerd en als mensenmeesterwerk neergezet.

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=023HGN20

22.

Dit is wat van Belgie overschiet, Kom, ik zal het je laten zien. Hier heb je bomen die staan weg te kwijnen langs een kanaal, geploegde velden, wegen die naar zandduinen leiden, huizen zonder dak. Daar is een hoeve, een oude vrouw met een kromme rug die de kippen voedert, en een konvooi vrachtwagens rond een schuur; ze hurken neer als olifanten. En hier heb je een dorp dat wegkruipt in de modder: de kasseistraat is glad en met vuil besmeurd, en daar zit een gele kat in een raam. Dat s het hoofdkwartier van het Belgische leger. Zie je die mannen, die daar in het deurgat rondhangen – grauw, slordig, vuil? Dat zijn soldaten. Uit hun zware kaken, hun afgestompte, geduldige ogen zonder hoop, kun je aflezen hoe saai het is een held te zijn.

De koning is hier. Hij houdt kantoor in het klaslokaal aan de andere kant van de straat, een eindje voorbij de kerk, net achter de mesthoop. Als we wachten krijgen we hem wie weet te zien. Laten we hier bij die mensen in de regen staan en wachten.

Een fanfare gaat voor het leger spelen. Ja, ik zei het al, dot is het leger – die wezenloze mannen, die doelloos in de druilregen staan, en zij die komen aangestrompeld langs de gladde greppels, en zij die in verminkte deurgaten leunen. Ze vochten zich een weg uit Luik en Namen, volgden de koning hierheen. Zij zijn wat rest van het heldhaftige leger van het kleine Belgie.

En het volkslied dat opklinkt uit de jachthoorns tegenover de wijnhandel, het lied dat klinkt als het blaten van schapen, kan het hen helpen? Kan het hen misleiden?

39.

Evenmin gedroegen ze zich als mannen. Ze keken niet om zich heen terwijl ze over de weg marcheerde. Ze praatten niet terwijl ze dicht op elkaar verder marcheerden. Ze hielden niet op met marcheren, geen ogenblik hielden ze op. Ze verlegden hun last niet om het draaglijk te houden. Ze sloegen geen acht op de mijlpalen die ze passeerden. Ze letten niet op de wegwijzers op kruispunten. Ze wisten het zweet niet van hun gezicht. (...) En in hun diepe strakke ogen, onder hun vergrijsde wenkbrauwen, lag een vreemde uitdrukking: de uitdrukking van een afgrondelijk weten. Ze waren oude mannen en ze wisten het. Er was veel dat ze niet wisten. (...) Ze waren oude mannen. Hun zonen waren gesneuveld. Ze namen de plaats in van hun zonen.

45.

Een jachthoorn blies, om de aankomst van de Generaal te signaleren, maar in de plaats van de Generaal kwam een vrouw het plein op. Ze arriveerde in een auto met ramen van glas. Haar stralende voertuig kwam vlak voor het regiment tot stilstand. Ze trok de deur van de auto open, stak haar witte voet naar buiten en stapte uit, haar delicate lichaa, in een wit ziekenhuisuniform gestoken, open en bloot onder het oog van de officieren en eht regiment. Om haar hoofd zat een stevig aangetrokken witte doek. Op haar voorhoofd gloeide een helrood kruis.

Ze was een prachtig dier verkleed als non en bestempeld met een helrood kruis. Haar beschaduwde ogen spraken tot het regiment; ?Ik ben naar de oorlog gekomen om u te verzorgen en te troosten.?

Het regiment zweeg. Het wist niet wat te zeggen. Het stond perplex.

Haar rode monde zei tot de officieren: ?Ik ben er voor u.?

En de officieren zeiden: ? We weten waarom u hier bent.?

64.

Er zijn hier geen mannen, dus hoe zou ik een vrouw zijn? Er zijn hoofden en knie?n en gemangelde testikels. Er zijn borstkassen met gaten erin zo groot als je vuist, en vermalen dijen, vormloos, en stompen waar ooit benen zaten. (...) Het is onmogelijk hier een vrouw te zijn. Men moet wel dood zijn.

Natuurlijk waren zij ooit mannen, Maar nu zijn ze geen mannen meer.

70.

Ze waren bannelingen en behoorden tot de Bataillons d?Afrique die twee dagen voordien aan de vooravond van een aanval naar de linie waren gestuurd. Uitmuntende aanvalstroepen, deze jonge Parijse criminelen, veroordeeld tot levenslange gevangenis en in het leger van Noord-Afrika ingelijfd, maar waardeloos wanneer het op het behoud van de linies aankwam, of wat dan ook, zoals de Generaal me vertelde. Geen volharding, geen uithoudingsvermogen, maar wel geboren moordenaars, en wanneer het signaal klonk stormden ze de loopgraaf uit als wolfshonden die van de ketting waren gehaald. Bovendien wisten ze dat ze, als ze zich in de strijd onderscheidden, hun vrijheid zouden herwinnen en, aan het einde van de oorlog, weer burgers van Parijs zouden worden.

76.

Ik geloof niet dat het ooit in haar opkwam zich af te vragen wat zijn uitlating inhield, of hoeveel vrouwen hij (Enfant de Mallheur) dan wel vermoord had, per ongeluk, zoals hij het wellicht genoegd zou hebben, of hoeveel mannen doelbewust.

 

Archief

vrt deredactie.be opinie : Het toucheren van Jan Peumans, het democratisch tekort.

12 augustus 2012




deredactie.be – OPINIE








Het democratisch tekort


02 / 08 / 2012

?De actuele stand van de vrije boodschappenmarkt, die, voorzover men dat kan beoordelen, tevens haar eindtoestand zal zijn, is door Franz Kafka in een kleine parabel uit 1914 exemplarisch opgeroepen: ? Ze werden voor de keuze gesteld koningen of koeriers te zijn. Zoals alle kinderen wilden ze allemaal koeriers zijn, daarom zijn er louter koeriers. En omdat er geen koningen zijn, lopen ze doelloos in het rond en roepen elkaar hun zinloos geworden berichten toe. Graag zouden ze een einde aan hun ellendige leven willen maken, maar vanwege hun ambtseed durven ze dat niet?. Peter Sloterdijk, Sferen.

De actuele voorzitter van het Vlaams Parlement achtte het nodig om via zijn boodschap de stad, de wereld en Vlaanderen kond te doen hoe hij de leden van zijn parlement toucheerde: een derde van hen deed zijn of haar job niet naar behoren. De resterende volksvertegenwoordigers waren heel intens bezig met werk waarop ze volgens hun voorzitter ook nog eens fier zijn. Over wie het dan wel ging, wou Jan Peumans het achterste van zijn tong niet laten zien. Daarover zou de kiezer wel oordelen, toch?

Aan de kiezer om te oordelen

De voorzitter had gesproken, duidelijke taal. Als de meester het al zegt, moet het wel waar zijn. Hij weet immers het best hoe het er in zijn klas aan toe gaat.
Was hij het ook niet die onlangs een ferm deel van zijn als te riant gesmaakte remuneratie nog langer weigerde te ontvangen? Was het ook de meester niet die in alle anonimiteit een deel van zijn inkomsten overmaakte aan een boeddhistisch klooster in Hoei?
Gelukkig wou de primus inter pares van het Vlaams Parlement bij zijn boodschap wel nog kwijt dat het aan de kiezer was om te oordelen over de verkozenen des volks. Zo wordt het immers toch altijd voorgesteld.

Goddelijke Komedie

Bij mijn afscheid als parlementslid (2004) heb ik op de tv – animatie van de verkiezingsavond speciaal voor nieuwkomers – zoals Jan Peumans toen – de tekst voorgelezen die Dante en Vergilius boven de poort van de Hel vinden:

?Door mij komt men in de stad van lijden. Door mij komt men in de eeuwige pijn. Door mij komt men bij de verloren mensheid. (?)Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt.?

(Goddelijke Komedie, De Hel, Zang 3, 1-9)

De eerste keer dat ik me dit citaat herinnerde in datzelfde Vlaamse Parlement was naar aanleiding van een nachtelijke discussie over tweetaligheid van vrederechters voor Spiere-Helkijn. Plots stokten de stemmingen wegens Karel De Gucht dringend diende te overleggen met de federale premier en partijgenoot Guy Verhofstadt.

De Vlaamse meerderheid zat klem en er dienden ontmijnende handelingen verricht in de coulissen onder een inktzwarte hemel. De manier waarop parlementairen behandeld werden, waarop wetgevend werk gemanipuleerd werd, had iets van die eeuwige pijn bij de verloren mensheid. Zeker voor verkozenen die nog met enige hoop hun intrede hadden gemaakt.

Theatrocratie

Het prachtige halfrond van het Vlaamse Parlement en de ondersteunende diensten met vele technische en legistieke kwaliteiten zijn onmisbaar voor een representatieve democratie.
Maar democratie kan niet zonder het spel van doen alsof, leugens en veinzen. Tot het wezen van een democratische cultuurvorm behoort het besef van theatrocratie.
Of zoals de vroegere hoofdredacteur van Die Zeit, Marion Gr?fin D?nhoff (1909-2002) het formuleerde: ?Het komt niet op de feiten aan, maar op de voorstelling die de mensen van de feiten hebben. Die voorstelling kan je als krant be?nvloeden.? En dat heeft Jan Peumans als voorzitter reeds vaker en indringender getoucheerd dan menig verkozen lid van zijn vergadering.

Immers in de Belgische en bij uitbreiding Vlaamse parlementaire traditie wordt dat ?verkozen worden? van volksvertegenwoordigers zowat exclusief bepaald door de partijtop die de kieslijsten samenstelt.

Ook al beloofden ?s lands toppolitici na ?Zwarte Zondag?, Dutroux en de Witte Marsen de altijd groeiende kloof tussen politiek en burgers te dempen, provinciale kieskringen bleken plots belangrijker voor de partijbobo?s dan kleinere kiesdistricten met dichter bij het volk staande vertegenwoordigers.
Het spreekt voor zich dat in deze constellatie verkozenen van het volk vooral verantwoording verschuldigd zijn aan de samenstellers van de kandidatenlijsten, in casu de voorzitter en zijn hofhouding.

Leenmannen

Parlementari?rs die hun zetel als een promotie ervaren – financieel, maatschappelijk en politiek – zijn daarom geneigd om horen, zien en zwijgen in handen te leggen van die partijleiding.
Daarnaast zijn er parlementairen met een uitvoerend mandaat van burgemeester of schepen. Zij kijken uit naar een zetel in Brussel om de eigen ?fief? en dus hun potenti?le achterban te bedienen.
Meestal blijkt de activiteit van burgemeesters en schepenen van Vlaanderens grootste en kleinere steden in hun parlementair mandaat zeer beperkt.
Zij komen wekelijks het stemknopje bedienen, maar lopen zich vooral in het zweet voor fondsen, decreten en wetgeving in het belang van hun gemeente of provincie.

Volksvertegenwoordigers krijgen van hun fractieleiders commissies toebedeeld waarin het voorbereidende werk gebeurt. Daar kunnen ze regeringsleden ondervragen. Wie van hen in de plenaire zitting wekelijks een actuele vraag mag stellen, wordt bepaald voor de eigen fractieleider.
En die fractieleiders beschouwen zich graag als leenman van hun partijleiders.

In (on-)genade

Voor het parlementaire werk is het natuurlijk zeer belangrijk of je lid bent van een meerderheidsfractie. Dan krijg je wel eens een ?doorgetelefoneerde? vraag doorgespeeld van een eigen minister. Met zo?n een-tweetje hoopt de verkozene even de pers te halen in het schijnsel van minister en kabinet.

Want laat ons wel wezen: wie niet voldoende in de gratie van de partijtop verkeert, riskeert vergetelheid in een theatrocratie waar de toegang tot de b?hne afhangt van de plaats op de kieslijsten. Wat dan weer bepaald wordt door de samenstellers, al dan niet via tactisch gegoochel met plaatsvervangers en elders verkozenen die liever hun mandaat in een ander parlement aanhouden.

De anderen kunnen vanuit de eigen fief strategisch maneuvreren in de coulissen van de partij-hi?rarchie in de doorgaans ijdele hoop nationaal nog eens aan de bak te mogen komen. Voor sommige verkozenen – ooit als geroemde experts, deskundigen, BV?s gelanceerd – is de leegte in ongenade nadien nauwelijks te harden.

Het democratisch tekort

Het politieke bedrijf lijdt dus aan een ingewikkeld kluwen van strategische en tactische spelletjes waar soms een helder en inspirerend verhaal boven de m?lee kan uitstijgen. In ?Het democratisch tekort? betoogde de Franse politieke filosoof Claude Lefort dat de strijd om de macht maar vernieuwend kan blijven wanneer de troon van de macht zelf leeg blijft. Alleen zo?n democratie erkent het onophefbare sociale conflict dat aan de basis ligt van elke maatschappij. Zij is de sc?ne waarop politieke idee?n moeten botsen om het permanente onevenwicht en dus ook de dynamiek in stand te houden.

Om die dynamiek beter in stand te houden alvast nog een goeie tip voor Jan Peumans en de Vlaamse politici: voer nu eens eindelijk het verbod in op cumulatie van een wetgevend en uitvoerend mandaat. Het is immers een flagrante inbreuk op Montesquieu?s trias politica. Volgens het democratische principe van de scheiding der machten kunnen ministers, burgemeesters en schepenen hun uitvoerend mandaat nooit cumuleren met dat van een verkozen mandaat dat precies henzelf moet kunnen controleren.

?Het geheim van een volksmenner is zich even dom voor te doen als zijn toehoorders, waardoor zij geloven even verstandig te zijn als hij? – Karl Kraus (1874-1936)






 

Archief

Shenandoah – Keith Jarrett & Brass bands

12 augustus 2012

http://en.wikipedia.org/wiki/Oh_Shenandoah

http://www.youtube.com/watch?v=xuI1VxbazOU

http://www.keithjarrett.org/wp-content/uploads/shenandoah.pdf

http://www.youtube.com/watch?v=Pb3Pak0uwwA

in schitterende koper uitvoering

http://www.youtube.com/watch?v=_zWgfzGq5g0&feature=related

http://www.youtube.com/watch?v=xU3rfPaq0cQ