knee compression sleeve

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Voor de overwonnenen, de sp.a : democratie ligt ons nauwer aan het hart dan ‘ socialisme ‘.

11 juni 2007

Op woensdag 28 april 2004 publiceerde De Standaard en De Morgen een uitgebreid interview met mij toen ik de ‘strijdplaats’ na het nodige gekonkel op de lijst van Patrick Janssens weigerde.

De Standaard plaatste mijn ‘politiek testament’ op haar website.

Verrassend om dit vandaag nog eens te herlezen.
De nood aan een nieuwe ‘linkse’ beweging in Vlaanderen wordt eens te meer duidelijk.
Dat dit niet zal uitgaan van wat er nog van de sp.a-spirit rest, mag intussen ook meer dan duidelijk zijn, behoudens misschien na een zengende en zuiverende, langdurige oppositiekuur.

Dat ‘links’ in Vlaanderen én Wallonië én Nederland én Frankrijk én Engeland én Duitsland én’.... zich grondig zal moeten bezinnen, is evident.
De oude verhaaltjes hebben afgedaan, de kiezer is mondig geworden en kiest veel meer ‘autonoom’ in functie van de hype van het moment, de kracht van een reclamecampagne én/of zijn of haar eigen grondige overwegingen. De kiezer – ook de ‘linkse’ – kiest steeds meer strategisch.
Dat dit een gevolg is van de personencultus en de presidentiële allures die sommige kopstukken zich menen te moeten aanmatigen is evident en onomkeerbaar.

Begin 2004 was het mij meer dan duidelijk dat de democratie ons nauwer aan het hart ligt dan ‘socialisme’ en dat het mij hoe dan ook onmogelijk zou gemaakt worden door de sp.a – partijtop op te komen voor die democratie tegen het heersende populisme.

Democratie is een bloedernstig spel, te belangrijk om er een populistische karikatuur van te laten maken

De SP.A-politicus en huisarts trekt zijn kandidatuur op de SP.A-Spirit-lijst voor de Vlaamse parlementsverkiezingen in. Hij stapt uit de politiek: ,,Een autoritaire partijleiding en een populistische partijlijn maken het voor mij onmogelijk nog langer zinvol politiek werk te verrichten’‘, geeft hij als reden op.
In zijn ‘politiek testament’ geeft Van Duppen meer toelichting.

Het heeft heel wat eeuwen bloed, zweet en tranen gekost om in de Westeuropese geschiedenis een broze traditie te kweken van democratische besluitvorming.

Binnen het staatkundige lappendeken werd menige bloedige burger- en wereldoorlog uitgevochten, maar sinds enkele decennia is er een consensus binnen de landen van de Europese Unie om op basis van één mens één stem op geregelde tijden de burgers van de Unie te vragen om te kiezen voor personen en partijen op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau. De keuze van de kiezer kan dan in het beste geval bepaald worden door een maatschappijvisie, die door politieke partijen en kandidaten verwoord wordt in verschillende standpunten over belangrijke maatschappelijke problemen.

In de verschillende landen van de Unie wordt in de loop der jaren een niet geheel gesynchroniseerde beweging duidelijk waarbij een centrum links en centrum rechts beleid elkaar afwisselen. Wie buiten deze lijntjes kleurt, krijgt problemen met de supranationale regelgeving van de EU en blijkt na enkele jaren alweer redelijk binnen de vastgelegde marges te tekenen.

De volgende decennia zal door de veroudering van de bevolking de kern van het politieke debat moeten draaien rond het uitbouwen van een al dan niet solidaire samenleving waar de ouderen, zieken, zwakken en jongeren de kans krijgen om iets te betekenen voor elkaar en de gemeenschap. De ultra liberale visie die in de Verenigde Staten tot mantra werd verheven, legt in woorden alle verantwoordelijkheid bij de individuele persoon en zijn of haar talenten. Wie veiliger door het leven wil gaan, moet zelf maar voor een verzekering zorgen. De rol van de staat beperkt zich tot het openbreken van buitenlandse markten, het mogelijk maken om elders in de wereld grondstoffen weg te halen en het veiligstellen van de winsten van de rijke elite. Binnenlandse ontevredenheid of onrust, aanslagen op het leuke rijke leven moeten geweerd worden door ommuurde en bewaakte upperclass – wijken en gekanaliseerd in geprivatiseerde winstgevende gevangenissen. Dit levert ongetwijfeld een hele reeks goed afgeschermde eilanden van creatieve hoogconjunctuur binnen de Amerikaanse samenleving, waar ondernemende migranten uit binnen-en buitenland, tot hun recht kunnen komen. Althans, tot ze weer in de economische moerassen gedumpt worden wegens geen werk meer. Bij een tanende vraag en zelfs bij een jobloos aantrekken van de conjunctuur is geen extra creatief personeel meer nodig.

Binnen de Europese Unie bestaat nog steeds een zekere traditie van solidariteit waarbij een vangnet – zij het met groeiende gaten – wordt gegarandeerd in een socialere samenleving. De leidinggevende economische krachten en restanten van oude sociale structuren (zoals vakbonden, ziekenfondsen en politieke partijen) lijken te beseffen dat een goed sociaal netwerk ideale humus is voor bloeiende en duurzame ondernemingen die op langere termijn veilige winsten verzekeren, in tegenstelling tot kapitaalverslindende beurshypes.

Om de spanning tussen een sociale en vrije markteconomie, tussen gemeenschapsbelangen en individuele consumptiedrang op het vlak van Europa, België, Vlaanderen duidelijk en actueel te houden, is een democratisch bestuurssysteem waarschijnlijk de beste vorm waarin dit georganiseerd meningsverschil vorm kan krijgen.

Op die manier blijft een democratisch bestel de drijvende kracht naar een betere en veiligere samenleving, voor de meerderheid van de mensen en niet alleen voor een kleine rijke elite. Ook in de rest van de wereld, als de EU een beleid van eerlijke handel en democratische ondersteuning vooropstelt én doet naleven.

Consumptiedrang of solidariteit
Op Europees en nationaal, zelfs regionaal en stedelijk niveau is een consensus ontstaan tussen het politieke bedrijf en de kapitaalsgroepen, en tussen de politieke partijen onderling om in de communicatie naar de bevolking het democratisch meningsverschil, de maatschappelijke tegenstellingen uit te gommen, te verdoezelen. Groepsdynamische processen die in het verleden precies door die tegenstellingen ontstonden, leidden tot solidaire bijstand en later verzekeringen tegen ongeval en ziekte, of vakbondswerking en verschillende politieke partijen. Volgens de adepten van de vrije markteconomie moet die solidaire beveiliging zoveel mogelijk worden opgebroken, om meer dynamiek en kansen op individuele winstvergaring te creëren. Daartoe wordt de regelgeving over ‘vrije’ concurrentie gebruikt, opgelegd vanuit de Europese Commissie.

Dit gebeurt steevast met verlokkelijke one liners die inspelen op een individuele en op zichzelf gerichte consumptiedrang, op onmiddellijke materiële behoeftebevrediging door beloftes van belastingsverlaging en ontvetting van de staat. Dat hierdoor vooral de gemeenschapsvoorzieningen in problemen komen, wordt zedig verzwegen. Nochtans zijn die gevolgen ronduit obsceen op vlak van veiligheid, onderwijs, gezondheidszorg, milieuvriendelijke energie- en afvalbehandeling, vervoer en mobiliteit, zinvolle opvang voor werklozen, jongeren én ouderen. Zeker in een snel verouderende populatie, waar de Leuvense emeritus hoogleraar Kesteloot de bui ziet hangen en als unieke remedie het stopzetten van medische zorgen voor 85 plussers presenteert! Een pensioen- en ziekteverzekering die gesteund is op solidariteit, kan alleen overleven als die solidariteit iedereen omvat. Het wordt een elitaire geprivatiseerde boel wanneer hele risicogroepen buitengesloten worden.

Zo dreigt op termijn de sociale basis van onze Europese samenleving te verbrokkelen waardoor zoals in de Verenigde Staten van Amerika een kleine kaste zeer rijken rechtstreeks tegenover een zee van armen en behoeftigen komt te staan, zonder bufferend vermogen van een uitgebreide middenklasse die daar enkel tijdelijk op de golven van de zogenaamde beurshypes mee kan surfen, dan wel kopje onder gaat.

Politieke leiders die zeker in een paarse constellatie moeilijke onderwerpen als solidariteit – ook internationale – uit de weg gaan om de potentiële kiezers naar de mond te praten – ‘85% van alle Vlamingen zijn socialist, alleen weten ze het nog allemaal niet ‘beweert Steve Stevaert – proberen de maatschappelijke tegenstellingen en deze vraagstukken te verdoezelen. ‘Dé mensen’ bestaan natuurlijk niet, wegens veel te belangrijke verschillen tussen bijvoorbeeld rijken, minderrijken en armen, mannen en vrouwen, jongeren en ouderen. Dit soort politici richt zich nog niet tot die kiezers om hen te vragen of ze graag en gemotiveerd mee willen werken aan een zinvolle positie binnen een solidaire samenleving. Waarom zouden werklozen en jongeren geen plaats gegeven worden in een sociale non profit economie. Er is een groeiende nood aan zorg, begeleiding en hulp in straten en wijken, voor buurten en de mensen die er wonen. Werklozen en bruggepensioneerden die uit de vrije markt bedrijven gedumpt worden, kunnen hier makkelijk ingezet worden. Jongeren hebben baat bij een gemeenschapsdienstplicht, in binnen- of buitenland, wat hen sociaal en cultureel meer mogelijkheden biedt om de wereld buiten hun vertrouwde omgeving te leren kennen en er zich nuttig en gewaardeerd te kunnen voelen.

Reclamegoeroes als partijleiders

Door zich tot ‘dé mensen’ te richten, door hun politiek programma te laten bepalen door de momentane wensen en grillen van de kiezer die ze via dure peilingen maandelijks naspeuren, hopen ze succes te boeken voor zichzelf en hun baronnen om vooral ‘aan de macht te blijven’, want pas dan kunnen zij goede dingen doen voor ‘dé mensen’. Daartoe hebben ze in de voornaamste politieke partijen de communicatie en soms zelfs de partijleiding en beleidsbepalende functie in handen gegeven van goed betaalde huurlingen uit de reclamesector, voor wie politieke partijen een klant zijn zoals ieder ander commerciële firma. Politiek gaat in hun ogen immers niet meer over een maatschappelijk debat over verschillende maatschappijvisies. Gezien alle politieke partijen in dezelfde kiezersvijver van ‘dé mensen ’ proberen vissen, is er geen echt verschil meer tussen de verschillende partijen, zeker niet binnen één coalitie. Het komt er dus enkel op aan om jezelf als individuele politicus op de meest succesvolle manier aan te prijzen. Dat kan alleen via betaalde reclame of journalistieke verslagen in de massamedia en vooral de gratis televisie – optredens als BV’s, wat omwille van de kracht van het beeld als communicatiefactor ieder grondig debat probeert te vervangen door leuke praatjes op het niveau van 12 jarigen. Dat is immers de mediaan van het bevattingsvermogen van ‘dé mensen’ volgens de reclamegoeroes.

Het Vlaams Blokproces moet zo snel mogelijk verzwegen worden omdat deze veroordeling niet past in de strategie van infantilisering van de kiezer, die als een rotverwend kind geen boodschap zou hebben aan fundamentele discussies tussen een antidemocratische partij als het Vlaams Blok en een socialistisch alternatief. Doodzwijgen is voor spindokters en reclamepausen de enige strategie tegenover het Vlaams Blok.

Door de wetten van de vrije markt, die het meest nog gelden voor commerciële tv zenders, worden de reclametechnieken in de slag om de gunst van de wispelturige kiezer maximaal uitgespeeld.

Wanneer de mayonaise pakt tussen de politieke populisten en de sterjournalisten – die zichzelf graag als medespelers van de macht zien in plaats van waakhonden van de democratie – en de collusie tot wederzijds voordeel aanslaat, krijgen we in een cultuur van ons kent ons een bedreigende situatie voor de democratie. Tot wat dit leiden kan is in Spanje en Italië met Aznar en Berlusconi ruim bewezen. Deze rechtse regeringen manipuleren in onderling overleg met de hoofdredacteuren of rechtstreeks via de overheids- of reclamefinanciering de massamedia als geraffineerde propagandazenders. Ook in het Engeland van de ‘nieuwe socialist’ Blair speelde dit fenomeen van slaafse onderdanigheid van de pers tegenover de regering, zeker in de aanloop naar de deelname aan de oorlog in Irak. Het tij begint daar echter te keren omdat de doorsnee Brit zijn buik ook vol heeft van de peptalk van de spindokters van de eerste minister.

De terreur van het beeld en de ‘privacy’-wetgeving

Maar er is hoop, met een groeiend aantal van deze tv programma’s en zenders, wordt natuurlijk de kijkdichtheid dunner en zal het steeds moeilijker worden om via deze weg ‘dé mensen’ te bereiken en te overtuigen. De tijd dat alle kiezers naar dezelfde tv programma’s kijken, is zelfs in Vlaanderen bijna voorbij. De voorlopige oncontroleerbaarheid van internet maakt deze communicatiemogelijkheid tot een bijzonder lastige speler op de markt, ook de politieke markt.

Onder het mom van bescherming van de privacy van de burger is er nu – Europees geconsacreerde – wetgeving die verbiedt aan particulieren of organisaties om digitale lijsten aan te leggen met adressen en gegevens van individuele gebruikers van het internet. Op die manier zouden deze burgers beschermd worden tegen ongewenste mails en berichten. Niets is overigens minder waar, want de laatste maanden woedt een waar onweer op het worldwideweb waar steeds meer berichten via adressen genererende programma’s worden gestuurd. De overheid en bedrijven die adressenlijsten aankopen kunnen perfect de individuele burger contacteren en desnoods sommeren via het net.

Indien de bescherming van de privacy werkelijk het doel zou zijn van deze wetgeving, zou eerder voor de omgekeerde redenering geopteerd worden: eenieder is vrij lijsten aan te leggen van adressen en gegevens, tenzij de individuele persoon of organisatie daartegen actief protest heeft laten acteren in een centraal register. Wie mailings wil rondsturen of digitaal personen wil contacteren, dient dit register eerst – tegen betaling van een klein bedrag – te raadplegen. Wie een ontvangstweigering overtreedt, wordt bestraft, digitaal of financieel.

Maar dit soort benadering bedreigt immers het monopolie op communicatie van burgers en organisaties die niet tot the inner circle behoren. Immers, wie vandaag klacht neerlegt tegen ongewenste mails, wordt met een kluitje in het riet gestuurd, want de verzenders zitten in het buitenland, liefst buiten de EU of zijn niet traceerbaar, en vooral de overheid heeft geen zin en geen visie om hierin op te treden. Wie vandaag een bezoek wil brengen aan de Verenigde Staten, wordt meteen gescreend. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, worden door luchtvaartmaatschappijen die op de VS vliegen, alle mogelijke gegevens over de passagiers, tot en met de culinaire voorkeuren, digitaal gestockeerd en doorgestuurd naar de Amerikaanse geheime diensten. Uiteraard onder het mom van de strijd tegen het terrorisme.

Kandidatenlijsten en kartels

Voor een goed en mooi verloop van de hoogmis van de televisiedemocratie moet vandaag ieder begrip van tegenstelling, strijd, discussie uit het politieke debat verdwijnen. Lekker ogende en leuk bekkende BV’s, die rechtstreeks appel doen op hormonaal gedreven instincten worden maximaal ingezet als verkiezingskandidaten.

Bij de samenstelling van de kandidatenlijsten worden de opvolgersplaatsen belangrijker dan de lijstplaatsen zelf. Het personeelsbeleid van zo’n politieke partijen is dan ook navenant: kandidaten met inhoud, ervaring en een kritische instelling zijn ongewenst, want die brengen enkel risico’s mee voor het autoritaire partijleiderschap. In een commercieel bedrijf is er ook maar een beperkte nood aan interne democratie, waarom dan wel in een politieke partij die op dezelfde leest geschoeid wordt. In commerciële termen geredeneerd moeten ook zij hun marktaandeel behouden en liefst vergroten. Wanneer op handig gemanipuleerde ‘congressen’ toch nog gestemd moet worden, volstaan demagogische truken van de foor soms niet eens meer om bij de actieve militanten en leden toch een meerderheid te bedingen voor de BV kandidatenlijsten. Die basis heeft het steeds moeilijker met BV’s zonder ideologische of sociale achtergrond waarin zij zich kunnen herkennen. Geen nood, na een schorsing om bijkomende druk uit te oefenen op individuele militanten en middenkaders, desnoods om extra stemmers op te trommelen, wordt gewoon opnieuw gestemd over hetzelfde voorliggende voorstel voor kandidatenlijsten.

De strijd om de macht binnen een partijtop is bloedig en hard, niet alleen bij partijen in crisis of waar de opiniepeilingen een dalende trend voorspellen, maar ook waar door externe kartelkandidaten de plaatsen voor getrouwe hardwerkende militanten duurder tot onhaalbaar worden.

De ‘gouden’ kartelformule van sp.a en het openstellen van de lijsten voor onafhankelijke kandidaten en groenen om wat rest van Groen! stelselmatig verder te ontmantelen, kan één of hooguit twee keer werken. Omdat in ons kiesstelsel voorlopig nog niet werd voorzien in herhaalde stemmingen wanneer de beoogde aantallen zetels niet werd behaald, zit de partijleiding met verkozenen die absoluut niet bekend zijn met de doorgaans eigenaardige vormen van wat moet doorgaan voor interne partijdemocratie. Laat staan dat de onafhankelijke BV’s hun positie ondergeschikt zouden willen laten maken aan die van de partijleiding, of dat de verkozen ‘experts’ in verkeersreglementen, leefmilieu, vermageringsoperaties, voetbal, muziek en vrouwenziekten zich zullen lenen voor de in het politieke bedrijf gebruikelijke hand- en spandiensten op bevel van de partijtop. Menig kartel zal dan ook verzanden in interne spanningen, zeker wanneer ze in een niet al te ruime meerderheid aan de macht komt om goed te doen voor ‘dé mensen’.

Dan zal immers blijken dat de formule ‘dé mensen’ verschillend invulbaar is wegens te algemeen, te verdoezelend en misleidend. De Vlaamse regering die een ruime meerderheid had bij haar aantreden in de aflopende legislatuur, zit al snel op hete kolen om nog een meerderheid te sprokkelen na de ontmanteling van VU-ID21 en het heen en weer geschuif van andere parlementsleden vanuit de meerderheid naar een veelbelovende oppositiepartij.

Verwende en angstige kiezers

Dé mensen, jong en oud worden door de partijleidende reclamegoeroes intussen als verwende kinderen behandeld . ‘De kiezer vraagt en wij bedienen hem op zijn wenken’ en dus moeten we enkel nog oog hebben voor de onmiddellijke politieke bevrediging van hun consumptiebehoeften: gratis dit en gratis dat.

Complexe historische lessen worden met oneliners van de tafel geveegd. De Dorpsstraat wordt tot centrum van navelstarend Vlaanderen gebombardeerd. Nochtans hebben de gebeurtenissen in de Dorpsstraten van Bagdad, Baltimore, Birmingham en Beijing zeer veel invloed op het leven in de Dorpsstraat van Brussel, Brugge en Bokrijk. Vandaag is de potentiële zwevende kiezer vooral angstig over de gevolgen van migratie en globalisering, waar het Blok handig op inspeelt. Zij zeggen wat die kiezers denken: ‘Ik heb het nog goed, laat mij met rust met al die problemen’. Het Blok belooft in even simpele oneliners de oplossing voor wereld- en samenlevingsproblemen. En Stevaert? Die gaat de discussie uit de weg: het al dan niet toelaten van hoofddoekjes in openbare instellingen, is een vals probleem “want nog geen enkele moord werd door Marokkaanse meisjes gepleegd met zo’n foulareke!” Oude partij – ideologen prijzen zich gelukkig met een goed scorende populist omdat ze hopen in zijn bootje mee te mogen surfen op de golven van het succes. Ze achten zich sluw genoeg om hun eigen posities en belangen veilig te stellen.

Misschien, maar wanneer gratis gemeenschapsvoorzieningen, voorgesteld worden als een vorm van financiële herverdeling tussen rijk en arm, blijken deze populistische oneliners niet eens solidariteit, laat staan echte herverdeling aan de orde te durven stellen. Dit zou immers stemmen kunnen kosten bij sommige groepen van consumptieverslaafden.

Op gemeentelijk vlak leidt dit soort politiek tot een afspiegelingscollege. Iedere partij heeft dan schepenen in het college, zodat de sterkste partij de andere coalitiepartners kan opvreten. Op Vlaams niveau kan dit na 13 juni tot een driepartijen regering leiden. De kiezer die zich niet kan vinden in de amorfe en kleurloze meerderheid, heeft dan enkel nog de keuze tussen het Vlaams Blok of de blancostem, zoals door de Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago in zijn nieuwe ‘Essay over de Luciditeit’ wordt uitgetekend. Zo verwatert iedere politieke interesse bij de bevolking die verder gaat dan door hormonen aangedreven sympathie voor de verleidelijke uitstraling van een BV. Nu reeds wordt het steeds moeilijker om kandidaten voor kieslijsten te vinden die een maatschappelijke visie vertegenwoordigen of die bereid zijn met kennis van zaken het debat aan te gaan. Net als in Nederland blijken ook in Vlaanderen de zetels in gemeente- en provincieraden meer en meer te worden bevolkt met ‘verkozenen’ die op een of andere manier verbonden zijn met de zuilen of overheidsdiensten. Zij herkennen als raadslid nieuwe carrièremogelijkheden of ze worden door de partijbonzen aangeraden om een mandaat op gepaste wijze op te nemen. Tot wat deze ‘ons kent ons’ – afhankelijkheid leidt, hebben we de voorbije jaren in Nederland mogen beleven: onder het plaveisel van ‘goed doen voor dé mensen’ broeit het moeras. Onder de eindeloos herhaalde oneliners – ‘goed voor dé mensen’, ‘begroting in evenwicht, ja zelfs overschotten’ en ‘verzuurde intellectuelen’ – broeit het ongeloof en de bevrijdende lach van burgers die in het politieke bedrijf van vandaag goedkoop volkstoneel herkennen. Tout va pour le mieux dans le meilleur des mondes possible.

De onmacht van bestuurlijke hervormingen

De Vlaamse regeringspartijen hebben de voorbije legislatuur bestuurlijke hervormingen overwogen die bedoeld waren om de burgers meer bij het politieke bedrijf te betrekken. Rechtstreekse burgemeestersverkiezingen zouden soelaas bieden. Een populistisch recept dat het lokale bestuursniveau tot impotentie leidt wanneer een populaire burgemeester geen meerderheid bij elkaar krijgt in een stevige coalitie. Een populistisch recept dat ook op lokaal niveau tot autoritaire en antidemocratische beleidsvormen voeren zal. En dan werd in het lopende concept aan de niet verkozen gemeentesecretaris nog de meeste bestuurlijke bevoegdheden gegeven.

De regeringspartijen waren te benauwd voor echte bestuurlijke hervormingen waarbij de grenzen van steden en gemeenten en vooral het bestaan van provincies in vraag worden gesteld. Voor goed lokaal bestuur is het immers onbegrijpelijk dat in Vlaanderen vastgehouden wordt aan geografische omschrijvingen die eeuwenoud zijn en dikwijls nog stammen uit de middeleeuwen, toen de grens tussen het Franse koninkrijk en het Duitse Keizerrijk dwars door Vlaanderen liep. Provinciale kiesomschrijvingen werden pas mogelijk nadat Agalev-Groen! zich bij de stemming onthield in het Vlaams parlement, zodat het Vlaams Blok de vereiste meerderheid kon leveren! Hierdoor ontstaan in een asymmetrische provincie zoals Antwerpen ernstige problemen door een geforceerde verschuiving van macht en fondsen naar de Scheldestad ten nadele van de perifere regio’s zoals Mechelen en de Kempen. Terecht betreurt minister Van Grembergen dat de Vlaamse autonomie enkel geleid heeft tot provincialisme. En dat in plaats van een zelfbewuste ontwikkeling van grotere stadsstaten, die logische en homogene economische entiteiten vormen. Als Vlaanderen ooit iets heeft voorgesteld in de wereld, op economisch, cultureel en intellectueel vlak, was het precies in de periode van de middeleeuwse stadsstaten.

Het zuigeffect van een stad als Antwerpen zal ook ongewenste verplichtingen meebrengen ten overstaan van de periferie, waar alleen die partij succes zal kennen die in haar lijstvorming de intussen bekende minder fraaie bestuurlijke geplogenheden van de ‘koekenstad’ afwijst.

Op termijn zal de slinger zich trouwens opnieuw van Antwerpen en haar merkwaardige politieke en bestuurlijke geplogenheden afkeren ten voordele van de periferie.

Een familiale KMO zonder dissidenten

Het populisme in sp.a heeft een eigenaardig aspect, dat van de familiale KMO. Geen partij heeft zoveel familiale dynastieën in haar rangen als de ‘socialistische’ familie die nog maar enkele jaren geleden haar blazoen met ‘gelijke kansen’ poogde te verfraaien. Met alle gevolgen van dien: Vlaamse familiale bedrijven houden het zelden langer dan één generatie uit. De grondleggers bouwen met gedrevenheid en toekomstvisie, terwijl de meeste opvolgers binnen de kortste keren het resultaat verkwanselen van de gestage en noeste arbeid van ouders en grootouders.

Bij de sp.a is de oude partijgarde gebiologeerd door de populariteit van de huidige partijleider. Je zou voor minder. Waar zij bij een verder individualiserende samenleving nooit slaagden in een nieuwe stemmenslag, lukt dit de adoptiefzoon van Willy Claes perfect. Te weinig mensen herkennen in het succes van Steve Stevaert de verdiensten van de oude garde die een goed geolied maar discreet netwerk van de socialistische zuil uitgebouwd heeft waarop de wervende oneliners van de partijvoorzitter kunnen steunen om applaus en succes te garanderen. De dreigende catastrofe bij Ford Genk werd zo op 18 oktober met een liefdadigheidsconcert – Job Live – en vooral veel Vlaamse financiële steun – tot 80 miljoen Euro – binnen de kortste keren afgewend. Intussen leidt de interne bedrijfscultuur bij Ford tot een ongezond succes: na 3000 geselecteerde afdankingen durft niemand zich nog ziek te melden.

De oneliners van de partijvoorzitter en zijn populistische koketteren met sneren naar verzuurde intellectuelen zijn geen lapsus of toeval. Binnen de sp.a rest van de eens zo prestigieuze studiedienst Emiel Vandervelde nauwelijks meer dan een bedrijf van inktkoelies die fiches mogen schrijven of voorzetjes formuleren om al te magere ideetjes in te kleden. Degelijk studiewerk is voor de socialistische partijtop van het populistische slag overbodig geworden. Zij luisteren immers naar wat dé mensen denken, wensen en zeggen en bijgevolg kan je een partijprogramma het best opstellen aan de hand van de maandelijkse peilingen naar wat dé mensen willen. Overigens vermijd je in zo’n omgeving als partijleider ook lastige vragen of kritische strategieën van dissidente politiekers in eigen rangen. De sp.a voorzitter heeft het zelfs bestaan om in P-magazine in een interview met zijn toenmalige collega De Gucht te verklaren dat hij “helemaal geen Stalinist is, want dat Stalin dissidenten had, en hij niet”.

Dat in het nieuw verkozen Vlaams parlement bij sp.a – spirit niemand verkozen zal zijn die de strijd van Leo Peeters voor de splitsing van het kiesarrondissement Brussel Halle Vilvoorde kan verder zetten, lijkt evident.

Met zo’n handel en wandel is een democratie natuurlijk geen lang leven beschoren. Democratie is de politieke vorm van het georganiseerde meningsverschil. In een volwassen democratisch bestel worden de verschillende bevoegdheden en bestuursniveaus – federaal en Vlaams – erkend en gewaardeerd. Daar hoeft men geen show op te voeren om alle mogelijke verkiezingen samen te laten vallen omdat dé mensen het verschil niet zouden kennen tussen Vlaams en federaal. In realiteit gaat het er natuurlijk om dat de meerderheidspartijen in de paarse coalitie niet kunnen leven met asymmetrische regeringen op verschillende niveaus. De roep om het laten samenvallen van Vlaamse en federale verkiezingen draait enkel om de maximale politieke macht op alle niveaus, ook al zijn de bevoegdheden van die onderscheiden niveaus heel verschillend.

In de visie van autoritaire populisten is het politieke bedrijf echter geen theater van de macht. In hun perceptie gaat het om een poppenkast waar de Jan Klaassen en sexy Katrijntjes door hen gemanipuleerd worden om de toeschouwers te verleiden met gratisverhalen die in een hoogconjunctuur nog houdbaar kunnen zijn, maar die in een economische en/of internationale politieke crisissituatie gauw zullen sneuvelen. En dan zal het autoritaire karakter van het populisme ten volle tot uiting komen: ‘dé mensen’ moeten dan weer offers brengen in ’s lands belang.

Democratie is het georganiseerde meningsverschil

En als we er nu eens van uitgaan dat het politieke bedrijf ook in een democratie een toneel is, een arena waar gladiatoren het beste van zichzelf veil hebben om de standpunten die ze hun kiezers hebben voorgehouden, met hart en ziel te verdedigen. Akkoord, er is onder de fracties van de meerderheid die de regering steunen, nood aan een consensus rond een regeringsprogramma dat de grote lijnen formuleert. Voor het wetgevende werk dienen de politieke gladiatoren de meningsverschillen in de arena van het parlement verbaal uit te vechten. Dan zijn de parlementaire vragen en interpellaties, resoluties en moties niet langer van een ondraaglijke lichtheid in de ogen van de regering. Dan kan de kiezer zich herkennen in de verschillende opinies en visies en deze ook sanctioneren bij de verkiezingen. Op voorwaarde dat de opvolgers op de kandidatenlijsten niet – zoals nu – moeten dienen om een bijzonder slaafse zetelinvulling te verzekeren. Verrassend veel rechtstreeks verkozen Vlaamse volksvertegenwoordigers zullen zich na 13 juni trouwens discreet laten vervangen door opvolgers die daardoor al lang zeker zijn van hun zitje.

Wanneer op basis van het verbale gevecht in het halfrond besluiten worden genomen en wetten of decreten gestemd, dan is het parlement niet langer zoals nu een door de partijvoorzitters bediende stemmachine die het wetgevende werk van de uitvoerende macht, de regering, dient goed te keuren, inclusief de fouten en de lamentabele formuleringen.

Debatten die rechtstreeks op een parlementaire tv kanaal gevolgd kunnen worden, zullen de kwaliteit van onze democratie beter beà?nvloeden dan infantiele politieke programma’s waar de sterjournalisten zich vooral in de kijker willen werken door hun handige benadering van zogenaamde toppolitici.

Het gat in de haag

Stevaert heeft het voortdurend – te pas en te onpas – over verzuurde intellectuelen die het gat in de haag alleen maar groter maken door hun elitair snoeiwerk, “terwijl ieder mens weet dan ge een haag beter moet mesten om het gat dicht te krijgen”.

Een verstandige tuinman vraagt zich echter eerst af hoe dat gat in die haag is ontstaan: door een kip of kind die er frequent doorheen kruipen, door een bladziekte, een schimmel of insecten. En iedere oorzaak vraagt om een andere behandeling en alleen maar mesten kan soms de ware oorzaak verergeren.

Waarom is die kloof tussen politici en burgers zo groot geworden, waarom voelt de kiezer zich niet meer betrokken bij het politieke proces in dit land?

Dat antwoord is immers bepalend voor de remedie. Burgers die ervaren dat ze geen invloed kunnen uitoefenen op de politieke besluitvorming, dat ze voor de gek gehouden worden zoals in het zogezegde debat over het migrantenstemrecht, keren zich af van een democratisch systeem. In senaat en kamer was het beschamend potje arm worstelen tussen VLD en sp.a om de gunsten van progressief Vlaanderen onder het waakzame oog van de PS daarvan een beklemmend voorbeeld.

Wanneer het debat hierover met open vizier zou gevoerd zijn, en niet als een nummertje wederzijdse beschadiging tussen VLD en sp.a , was Vlaanderen een serieus gat in de haag kwijt geweest.

Er is ongetwijfeld een tijd geweest dat in België beslissingen genomen werden in kamer en de senaat. Maar toen was dit tweekamerstelsel met vertegenwoordigers van de rijke burgerij en de adel al even ontoegankelijk, als de hedendaagse cenakels in dure restaurants waar economische, politieke en journalistieke kopstukken ieders wensen wikken en wegen, ver van camera’s en microfoons. De macht schuwt immers de openbaarheid, zij verplaatst zich altijd snel naar de luwte, ver van het parlementaire of straattheater.

Zolang dé mensen niet ervaren dat zij op de parlementaire scène verbale duels meemaken tussen gladiatoren die zij zelf hebben verkozen en die voor hen hun plicht doen, door hun mening te vertegenwoordigen, zolang zal het gat in de haag alleen maar groeien.

Parlementsleden van de meerderheid krijgen van hun partijleiders de dwingende opdracht om zich naast hun functie van stemmachine bezig te houden met het uitbouwen van een lokale machtsbasis als burgemeester en schepen. Daarnaast mogen ze ideetjes verzinnen die – indien ze enige kans maken op succes – meteen ingepikt worden door al dan niet bevoegde ministers van de eigen partij.

Dit soort politieke zeden is een aanfluiting van een democratische besluitvorming en precies daar zit de oorzaak van dat fameuze gat in de haag van Steve Stevaert.

Agalev-Groen! heeft één ronde van een regeringsdeelname mogen ‘genieten’ en reeds in die korte termijn hebben ze zichzelf geconformeerd aan de geplogenheden van de macht die zich onzichtbaar maakt voor het grote publiek. Strategisch is dit hen zeer zuur bekomen. In één legislatuur verdween het resultaat van 25 jaar pleiten voor anders gaan leven uit kamer en senaat. Hadden hun leiders het politieke inzicht en de moed gehad om wel in een kartel met sp.a te stappen, in plaats van te rekenen hoe ze in een paar verkiezingen de verderfelijke ‘sossen’ de baas zouden worden, dan hadden zij meteen aan de democratische en progressieve krachten binnen de bestaande sociaal democratie een uitweg kunnen bieden en met een nieuw elan democratische besluitvorming aldaar kunnen ondersteunen.

Deze weigering was een historische vergissing gebaseerd op ijdele hoogmoed.

En die komt zoals steeds, voor de val, ook voor ‘socialisten’.

Voor de toekomst van onze kinderen, in het belang van ouderen, zieken en ontheemden, ligt de democratie ons dan ook nauwer aan het hart dan het ‘socialisme’!

(De auteur is Vlaams volksvertegenwoordiger – gemeenschapssenator sp.a. – Jan.vanduppen@vlaamsparlement.be)
28 april 2004

Reacties graag naar mailadres.