Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Imre Kertész, Dossier K. Een onderzoek. Uitg. De Bezige Bij 2006

2 juli 2008

Imre Kertész, Dossier K. Een onderzoek. Uitg. De Bezige Bij 2006

De eerste Hongaarse Nobelprijswinnaar literatuur 2002 speelt in Dossier K. een spel met zijn interviewer Zoltán Hafner die hij na een diepte-gesprek de vragen en antwoorden ontfutselt om een Dossier K. te herschrijven, dat als handvat kan helpen om doorheen zijn oeuvre te ploegen op zoek naar de betekenis van de sterk geurende truffels in het herfstige woud van het Hongaarse leven.
In de Groene Amsterdammer van 19/10/2002 heeft Graa Boomsma het over Kert'sz als 'het geheugen van Hongarije':
'Voor Imre Kertész ' – privé-overlevende van Auschwitz-Birkenau – is schrijven zowel noodzaak, vlucht als redmiddel «om mijn geestelijke wereld te redden». Zijn balpen is zijn spade, de aard van zijn schrijfwerk is graven, «het verder graven aan een graf in de hemel».
Teruggekeerd uit Auschwitz en Birkenau wordt Kertész journalist en partijlid. Maar de stalinistische ideologie is aan hem niet besteed. Hij trekt zich terug uit de maatschappij. Hij leeft 35 jaar op een piepklein flatje in Boedapest, in een straatje ingeklemd tussen twee drukke verkeersaders. Zijn vrouw werkt, hij schrijft, in een drukkend isolement. Het jaar 1989 is niet echt een bevrijding voor hem. In 1995 sterft zijn vrouw. Hij hertrouwt. Zijn literaire kwaliteiten worden in Amsterdam, Berlijn en andere steden zeer gewaardeerd. In Boedapest blijft het akelig stil.
In een interview heeft Imre Kertész eens gezegd dat Hongarije een trauma aan de Eerste Wereldoorlog heeft overgehouden, toen het, met Duitsland, tot de verliezers behoorde. Dat trauma zorgde ervoor dat Hongarije in de Tweede Wereldoorlog eveneens tot de daders ging behoren. Het is die historische rol van Hongarije, met alle gevolgen van dien voor de zevenhonderdduizend Hongaarse joden, die nog steeds niet in de volle openbaarheid wordt bediscussieerd.
Wat hield dat trauma – waarvoor Kertész en vele honderdduizenden moesten bloeden of waarvoor ze de gaskamers werden ingejaagd – nu in? De Vrede van Trianon in 1920 zorgde ervoor dat Hongarije – eens onderdeel van de machtige Habsburgse monarchie – tweederde van zijn grond gebied kwijtraakte. Admiraal Nikolaus Horthy streefde in de jaren dertig naar drastische verschuiving van de Hongaarse grenzen en sloot zich aan bij de expansiedrift van het fascistische Italië en nazi-Duitsland. Maar toen Hitler er in 1944 lucht van kreeg dat Horthy, die de nederlaag van de As-mogendheden aan zag komen, uit opportunistische redenen een afzonderlijke vrede wilde afsluiten met de westelijke geallieerden en met de Sovjet-Unie, betekende dat het begin van het einde van het Hongaarse Horthy-tijdperk. Op 12 februari 1944 schreef Horthy een brief aan Hitler waarin hij de terugkeer eiste van negen Hongaarse divisies die aan het oostfront vochten. Hij had die zogenaamd nodig om de Karpatische kust tegen het oprukkende sovjetleger te verdedigen. Hitler vond toch al dat de Hongaarse divisies bij Stalingrad weinig voor elkaar hadden gebracht. Hij besefte dat Hongarije van twee walletjes wilde eten. Horthy had Hongarije uit de oorlog willen halen; Hitler meende dat de Hongaarse joden als vijfde colonne opereerden, iets waar Horthy niets aan deed. Daarom, en om de broodnodige grondstoffen, bezette Hitler op 18 en 19 maart 1944 Hongarije en installeerde hij een marionetten regering in Boedapest.
In het kielzog van het Duitse bezettingsleger bevonden zich Eichmanns troepen. Binnen een paar dagen pakte de gewillig meewerkende Hongaarse politie duizenden joden op. De eerste treinen naar Auschwitz begonnen al in april 1944 te rijden. Een van de passagiers in de veewagens was de vijftien jarige Imre Kertész.
Begin juni waren er maar liefst driehonderdduizend joden uit Pest en elders naar hun dood getransporteerd. In juli, toen er exact 437.402 Hongaarse joden naar de gaskamers waren gestuurd (zie Ian Kershaws biografie Hitler, Nemesis 1936-1945), liet Horthy de transporten stoppen. ('?)’

Een bezoek aan Boedapest in november 2007 was een belevenis. Niet zozeer omwille van de herkenning van het Nyugati-plein voor het westelijke station waar de vrolijke bruin-oranje kleuren uit de jaren zeventig vergrijsd waren zoals de Magyaren die zich doorheen de koopspelonken bewogen. In de vroegere Stalinallee – nu weer Andrássy út 60 – waar de staatsveiligheid traditioneel huis hield onder de diverse regimes, worden nu hun prestaties en erelijsten herdacht. In het Szobor park ver buiten de stad werden de monumenten van de socialistische arbeiders- en boerenstaat verwameld, want nog steeds kan Hongarije niet uit de voeten met het eigen verleden.
Aan het einde van de Baros út waar ooit de hoeren het Orczy Ter bevolkten, liepen we over de Fiumei Ut naar de Kerepesi begraafplaats waar de groten van vroeger zoals Kossuth en Deák hun mausoleum hebben en waar modernisme handig inwisselbaar bleek om de steeds wisselende helden en voorgangers van de arbediers- en boerenstaat te herdenken in vervuilde witte travertijn. Doorheen het gerestaureerde gedeelte van de Ervin Szabà? bibliotheek was de jeugd van Boedapest aan de studie te zien in luxe van vroeger. In het Hongaars Nationaal Museum was de nationalistische ellende nog steeds niet te overzien.
Maar het meest aangrijpende waren luttele foto’s in het Joods museum van de grote synagoge. Ze toonden hoe de Hongaarse politiediensten joodse medeburgers ophingen aan rechtopgezette treinbiels, het snoer om de hals en over de kop van de staande dwarsliggers, en dan het opstapje wegtrekken.
Het was daarna belangrijk voor mij om even te bekomen in de schaduw van de zilveren treurwilg voor Raoul Wallenberg.

Halverwege 1945 keerde Imre Kertész terug in Boedapest, als zestienjarige jongen. De hoofdpersoon uit ‘Onbepaald door het lot’ – die op onbegrip stuit – beseft dat hij er geen genoegen mee kan nemen dat alles alleen maar een vergissing was, «een blind toeval, een uitglijder van de geschiedenis of – erger nog – iets wat vergeten moet worden».

Hongarije mag dan veel hebben verdrongen van zijn eigen heikele historie, wie Imre Kertész leest kán niet meer vergeten. Met de Nobelprijs voor literatuur werd het geheugen van Hongarije passend eer betuigd. Al zullen heel veel Hongaren daar een heel andere mening over koesteren.

Lees verder »

Archief

Péter Esterházy, Harmonia Caelestis. uitg. De Arbeiderspers (2000-2002) '? Verbeterde Editie (2003-2004)

30 juni 2008

Péter Esterházy, Harmonia Caelestis. uitg. De Arbeiderspers (2000-2002) '? Verbeterde Editie (2003-2004)

De auteur is een nazaat van één der oudste, machtigste en rijkste adellijke families van Hongarije.
Hij werd wel geboren in 1950 wanneer het socialisme reeds glorieus had gezegevierd en nadat zijn vader alle bezittingen in handen van de arbeiders- en boerenstaat moest overlaten om zichzelf te kunnen proletariseren.

Péter Esterházy heeft met 'Harmonia Caelestis' een turf geschreven over zijn vele vaders omdat hij alle Esterházy-vaders en voorvaderen als de zijne moet beschouwen, wil beschouwen, kan beschouwen. Daardoor heeft hij geen keuze tussen al die vaders. Hij kan er zich achter verschuilen, maar dat impliceert medeverantwoordelijkheid.

«De familie, zowel het gezin waarin ik leef met mijn vrouw en vier kinderen, als de grote familie, uit de historie, is mijn grote ervaring, met allerlei gevolgen voor mijn leven. Ik heb ze beide gekregen, zonder er veel voor hoeven te doen. Ik ben in de grote familie geboren toen deze al op geen enkele manier groot of groots meer te noemen was. Daarom is mijn relatie ermee eerder observerend en aanvaardend dan kritisch. Was ik geboren ten tijde van de volle glorie en macht, dan had ik mijn positie moeten bepalen ten opzichte van deze macht. Nu hoeft dat niet, het is voldoende me te realiseren dat ik in een interessante positie zit, dus we kunnen inderdaad die zin citeren. Of het om de geschiedenis van Hongarije of die van Europa gaat, ik kan het als familiegeschiedenis hanteren. Ik zoek even in de geschiedenisboeken op welke van mijn voorvaderen met een bepaald onderwerp te maken hadden, en ik heb meteen een levende relatie tot een tijdperk.» ( Interview In De Groene Amsterdammer)

In zijn boeken neemt hij als Hongaars auteur die verantwoordelijkheid mee op en zoekt hij naar de gronden van de Hongaarse positie binnen de EU en die van de Hongaarse houding tegenover de buurlanden met grote Hongaarse minderheden, maar ook tegenover de geschiedenis van de joden in eigen land.

'Het is geen toeval dat er geen Hongaars woord is voor Vergangenheits bewà?ltigung. Het woord bestaat niet omdat die activiteit niet bestaat. Het woordenboek stelt omschrijvingen voor: het verwerken van het verleden, vrede vinden met het verleden. Misschien betekent dit alleen maar dat de Hongaarse taal weet wat de Duitse taal is vergeten, dat je het verleden niet kunt bewà?ltigen, overwinnen, afhandelen, maar het lijkt alsof het Hongaars daaruit ook de verkeerde conclusie heeft getrokken dat ‘Vergangenheits bewà?ltigung’ als werk, als verplicht werk voor Europa, evenmin mogelijk is.
Niemand kan zijn eigen problemen alleen oplossen. Het komt onder meer door de gestelde Duitse vragen dat wij de vragen die ons aangaan niet stellen, en het komt onder meer door onze nog niet gestelde vragen dat de Duitsers de ontbrekende vragen niet kunnen stellen.
De Duitsers hebben hun eigen schuld benoemd, maar niet hun pijn.
De eigen misdaden verhullen met de Duitse misdaden is een Europese praktijk; haat tegen de Duitsers is het fundament van het naoorlogse Europa. Het onscherpe Hongaarse nationale geheugen dat het werk aan het verleden nog niet heeft verricht, ziet zichzelf graag als slachtoffer (een algemene reflex in Oost-Europa). Het Duitse nationale geheugen is al veel verder gekomen, het benoemt de eigen verantwoordelijkheid. Maar aangezien het de verantwoordelijkheid van anderen niet kan benoemen (als het dat probeert, stuit het op een hysterisch wantrouwen), en wij, de anderen, onze eigen verantwoordelijkheid niet benoemen, wordt door dit klaarblijkelijke onrecht weer het Duitse zelfmedelijden opgewekt. Iets wat één zou moeten zijn valt uiteen in zelfhaat en zelfmedelijden, de on-waarachtigheid van de moordenaar die alleen moordenaar is staat tegenover de onwaarachtigheid van het slachtoffer dat alleen slachtoffer is en daarachter bevindt zich het onbestemde wir, het onscherpe nationale geheugen. Die onscherpte verlangt op een hysterische manier naar de «normaliteit».
Zonder herinnering kan er geen moraal bestaan, las ik ergens. Maar je kunt je niet herinneren zonder te vergeten. Daarbij kan de paradoxale werking van literatuur behulpzaam zijn. Het collectieve weten en de collectieve acceptatie maken het voor het individu mogelijk om te vergeten. Het boek vertelt een verhaal opdat jij je eigen verhaal niet hoeft te vertellen. Er is een Hongaarse uitdrukking die gebruikt wordt als men ergens niet meer over wil praten: laten we er een sluier overheen leggen. Die uitdrukking is exacter dan het Duitse Schwamm darüber. Een sluier wist dat waar hij overheen gelegd wordt niet uit, het is er nog, we kunnen het nog een beetje zien, maar het is niet meer direct en pijnlijk aanwezig.' ( Toespraak bij de ontvangst van de Duitse Vredesprijs 2004)

Hoe dik deze hemelse harmonie ook wordt gepresenteerd,
hoe intens de auteur ook zoekt en draait en keert om alle Esterházys
và?à?r hem als vaders van zijn vaders te willen, te kunnen, te moeten beschouwen,
precies dardoor verliest hij de keuze tussen al die vele vaderen.
Als bewaarder van de zinssneden uit het leven van zijn familie,
als dragen van de bekentenissen van zijn familie,
probeert hij er zich achter te verschuilen, maar dit impliceert
voor hem een vorm van medeverantwoordelijkheid, en die is niet gering.

Nauwelijks had Péter Esterházy 'Harmonia caelestis' als essentie van de familienaam na 10 jaar literaire arbeid bij de drukker, of uit de pas geopende archieven doken de eerste gegevens op over de prestaties van zijn vader als spion voor de Hongaarse staatsveiligheid.
Hij voelde zich maandenlang gedwongen en gedreven om de rapporten in het typische handschrift van zijn vader te spellen, te proeven, te verbijten. Hij reconstrueert dank zij de addenda en commentaren van diens officieren -opdrachtgevers soms de precieze omstandigheden waarin zijn vader de bewuste spionagerapporten had geschreven. Hij realiseert zich op een bepaald moment dat de kinderen niet in vaders werkkamer mochten komen omdat papa in een geur van alcohol geconcentreerd diende te kunnen schrijven. Soms dachten zijn moeder en haar opgroeiende zonen dat vaders telefonisch gemispel draaide om verraad in vrouwenkwesties in plaats van verklikkerswerk. Péter beseft plots dat zijn vader in 1969 bij het opstellen van zo'n verklikkersrapport even oud was als hijzelf wanneer hij
de vruchten van vaders arbeid in 2000 doorheen een vloed van tranen tot zich neemt.
Hij maakt tal van sluipende omtrekkende bewegingen om de rapporten van zijn vader heen tot hij eindelijk beseft dat deze van een gedwongen tot een vrijwillige, ongedwongen en onbetaalde informant verworden was.

In zijn 'Verbeterde editie' is Péter Esterházy magistraal als schrijver en als zoon.
Hij hanteert zijn pen met liefdevolle tederheid en tastbare angst voor erger om het verraad van zijn vader en zijn verraad aan zijn vader te ontsluieren.
Aandoenlijk speurt hij in de lullige verklikkersrapporten van zijn vader naar tekenen van afgrijzen, afwijzing, begrip, passief verzet of superioriteit. De ontgoocheling groeit wanneer alleen passieve volgzaamheid blijft bovendrijven.

'Persoonlijk gesproken was er maar één ding belangrijk en dat is dat ik mijn vader emotioneel niet verloren heb. Ik was in een absoluut irreële situatie beland, omdat wat ik te horen kreeg met geen enkele van mijn herinneringen, of die van mijn broers, in overeenstemming was te brengen. Ik werd dus geconfronteerd met een waarheid die in mijn leven geen plaats had gehad. Soms krijg je klappen in het leven en in Oost-Europa komen die vaak van de geschiedenis. Het toont aan hoe fragiel de mens is, al is dat geen enkele rechtvaardiging voor wat mijn vader gedaan heeft. In een bepaalde situatie, die u en mij onbekend is, is hij zwak gebleken. Dat is legitiem, maar het had zwaarwegende gevolgen. Er is een eenvoudig woord voor: verraad. Maar tegelijkertijd is zijn geschiedenis veel gecompliceerder.’
( Interview NRC Handelblad)

Lees verder »

Archief

Andrew Hussey, Parijs. De verborgen geschiedenis – Jacques R. Pauwels , Het Parijs van de sansculotten. Een reis door de Franse revolutie

2 juni 2008

Andrew Hussey, Parijs. De verborgen geschiedenis. Uitg. De Arbeiderspers 2007

De voorbije maand mei stonden vele media bol van Mai '68, waar eerder 69 werd beoefend dan belangrijk politiek werk bedreven. Al bleef de illusie een heilzame balsem voor het falen van menig libido, zeker in Frankrijk, meer nog à? Paris!
Mai '58 was immers heel veel belangrijker met het begin van de Vde Republiek van Generaal de Gaulle, die menige enthousiasteling 10 jaar later met onbevangen onnozelheid en 'kijk, papa, zonder handen' tot de ondergang hoopte te keren. Het had iets heroà?sch en onwaarschijnlijk entoesiasmerend wegens de illusie van een bevrijding die reeds jaren voordien in Leuven, Berkeley, Berlijn, Bologna, Amsterdam plaatshad.

Onder het plaveisel het strand!
Onder het asfalt de kasseien.
Onder de kasseien het moeras.

Andrew Hussey is docent Franse literatuur aan een Parijs filiaal van de Londense Universiteit en dat is zijn verborgen geschiedenis aan te zien.
Zelden een stad zo grondig doorploegd aan de hand van een erudiete gids als het Parijs van Hussey. Hij leidt je te voet of met de fiets naar onooglijke gaten en scheuren, lege stegen en verlopen straten, opgekalefaterde glorie met gruwelijke verhalen en schaduwen van vele eeuwen menselijke lief en leed, het stedelijke theater tegen een decor van twee millennia gevechten om de plaatselijke en de centrale macht. Je snapt beter waarom de diagonalen van de 'hexagone' in Parijs kruisen. Je vat waarom het centralisme in Frankrijk zo wezenlijk is en waarom de periferie zo vaak de buik meer dan vol heeft van de Parijse mentaliteit.

Jacques R. Pauwels , Het Parijs van de sansculotten. Een reis door de Franse revolutie'? Uitg. EPO 2007

Jacques R. Pauwels heeft daarentegen de periode van de Franse revolutie op goed marxistische wijze uitgebeend en levert hiermee een boeiende illustratie van Peter Sloterdijks analyse van woedekapitaal en hoe dat maximaal rendabel kan gemaakt worden, in 'Woede en Tijd'.
Interessante verhalen, pittige details maar vooral een beknopt geschiedenisoverzicht van de revolutie volgens Pauwels. Handig om in Parijs vandaag de plaatsen te herkennen waar en waarom het allemaal begonnen was. Maar zonder veel diepgang, zonder een grondig beeld van de hoofdpersonages, terwijl die er hoe dan ook een ferme stempel op gedrukt hebben. Maar in het dialectisch en historisch materialisme is de geschiedenis een drijvende kracht die het leven der mensen in banen leidt naar het onvermijdelijke geluk in een maakbare samenleving onder de dictatuur van het proletariaat.

Lees verder »

Archief

Gunnar Heinsohn, Zonen grijpen de wereldmacht, terrorisme demografisch verklaard. Uitg. Nieuw Amsterdam 2008

12 mei 2008

Gunnar Heinsohn, Zonen grijpen de wereldmacht, terrorisme demografisch verklaard. uitg. Nieuw Amsterdam 2008

Er was eens in Europa de pest en na deze decimering de gebruikelijke aanwas van de bevolking: Eros en Thanatos gaan immers hand in hand
En dat werd de basis voor de latere ‘youth bulge’, het kloppende gezwel van het forse jonge mannenoverschot in Europa.
De overgrote meerderheid van deze jongens zouden nooit de kansen krijgen van het eerste geboorterecht dat voorbehouden bleef aan de oudste zoon, tenzij die zich liet lijmen met een bord linzensoep.
De rest kon aan de slag aan soldaat, priester of gelukzoeker, of alles tegelijk.
Want volgens de Bremense onderzoeker naar volkerenmoord, Gunnar Heinsohn (Polen, 1943) was Europa het eerste continent waar bezit overging in uitleenbare en beleenbare eigendom. Dat werd de drive – wortel en stok – waarmee het jongerenoverschot de wijde wereld in gestuurd kon worden om het wrokkige ressentiment van de ‘segundos’ – de overbodige tweede en volgende zonen – desnoods met harde en bloedige hand te ruilen voor prestige, rijkdom en sexuele bevrediging. Niet als esoterische martelaren in het paradijs maar als reële overwinnaars in de Nieuwe Werelden.
Niet armoede en honger drijft immers mensen de wereld rond, maar wel het gebrek aan passend geachte toekomstmogelijkheden in de eigen sociale omgeving

27. Armoede en voedselgebrek brengen geen terroristen voort. Om brood wordt gebedeld Gedood wordt er voor status en macht. Juist omdat het gros van de jongeren niet om het naakte bestaan hoeft te vechten, maar de energie, tijd en vrijheid heeft om verder te komen, worden de toekomstige youth bulges door de strategen als een internationaal gevaar gezien.

Gunnar Heinsohn – daarin gesteund door Peter Sloterdijk in ’ Woede en Tijd ‘ – neemt afstand van de marxistische meerwaardetheorie. Er is immers meer nodig voor grote maatschappelijke verschuivingen dan een economische ‘bulge’. Zonder een fors overschot aan jonge mensen ( Stalin had het als volleerd machtstrateeg zelfs over ‘L’homme, le capital le plus précieux’) komt er immers niets terecht van expansionistische, imperialistische, politieke en/of religieuze wereldreddende bewegingen.
Heinsohn ziet een synchrone beweging in de demografische pulsaties en alle mogelijke geweld van volkerenmoorden, godsdienstoorlogen, revolutionaire en veroveringsbewegingen.
Na de pest startte de inquisitie in Europa de liquidatie van de vroede vrouwen die traditioneel zorg droegen voor de kennis van vruchtbaarheid en geboorteregeling, maar ook voor die van zwangerschap, baren en zogen. Met het verbranden van tot heks verklaarde wijze vrouwen verdween de kennis om vruchtbaarheid te beheersen.
Vrouwen werden als akkers geploegd om rijkelijk vrucht te dagen.

98. En wie met overtollige zonen oorlog wil voeren, moet niet alleen eerst de eigen vrouwen monddood maken, maar er ook voor zorgen dat de hele seksualiteit in dienst kom te staan van de voortplanting. Geen vrouw verlangt uit zichzelf naar twintig zwangerschappen en tien kinderen. Hoe pakkend het moderne begrip ' war of the wombs' misschien ook klinkt, het verhult dat het bij deze oorlog vrijwel zonder uitzondering gaat om vrouwen wie het heft uit handen is genomen.

De drive van wortel en stok – kapitaal en schuld, rijkdom en rente – is voor Heinsohn hét fundamentele gegeven in de economische ontwikkeling. Het Aziatische economische mirakel en de opstanding van China stelt hem hier in het gelijk. Je moet natuurlijk wel een maatschappijstructuur weten te realiseren die voldoende stabiel blijft om eigendomstitels en renteverplichtingen door de overgrote meerderheid blijvend te laten erkennen. De balans tusen wortel en stok mag natuurlijk niet aan te felle of te langdurige onevenwichten lijden. Schommelingen houden er de spanning in maar een waag die te fel en te lang eenzijdig overhelt verkruimelt door beurscrisissen en opstanden van wie zich tekort gedaan voelt. Het evenwicht blijft een gewaagd spel, en de spelers riskeren veel in de hoop op beter.

103. Als gebruikers van geld, dat altijd staat voor een schuld – namelijk die van de debiteur, genoemd in het geldscheppende krdietcontract – ontwikkelen burgers van een eigendomssamenleving een heel andere kijk op de wereld dan zij die leven in een bezitssamenleving, dus in een stam of een feodale maatschappij – of daarin nu een adellijke kaste de dienst uitmaakt, of de voorhoede van de arbeidersklasse. Mensen met schuld zoeken altijd naar wegen om gedurende de vastliggende jaarlijkse of maandelijkse termijnen tenminste zoveel winst te maken als voor het betalen van de rente nodig is. Dat is ook de reden dat zij een markt creëren. Daarop proberen ze manieren te vinden om geld in handen te krijgen, zodat ze hun rente en schuld kunnen aflossen. Het geld gaat dus vooraf aan de markt, waar economen menen dat er eerst markten waren en het geld werd uitgevonden om de ruil te vereenvoudigen.

112. Het zijn immers de renteverplichtingen die tot warenproductie, dus tot het scheppen van rijkdom, dwingen. Met het goud en zilver werden nu in andere landen spullen gekocht en de rest van Europa werd mede welvarende omdat het in ruil voor de Amerikaanse metalen echte prestaties en innovaties moest leveren. De Spanjaarden deden hetzelfde als de huidige olielanden, die ook uit de hele wereld importeren, maar in eigen land geen eigendomsstructuur noch rentelast kennen, en zo ook geen noemenswaardige economie opbouwen.

Heinsohn ziet in de Amerikaanse buitenlandse politiek een mooi voorbeeld van verdediging van de democratische waarden over de hele wereld, en vooral in het Midden en Verre Oosten (p. 135). Rusland lijdt onder een krimpende bevolking, China draagt nog lang de last van het éénkind beleid en Europa denkt migranten te moeten aantrekken om de veroudering van haar bevolking tegen te gaan. Al blijken die migrantenvrouwen zich na enkele generaties zodanig geà?ntegreerd te hebben dat zij evenveel vrucht dragen als hun autochtone zusters. De vele importbruiden niet te na gesproken.

Hier lijkt Heinsohn mis te lopen wanneer hij uitsluitend de demografische youth bulge kan herkennen als bepalende pulsaties voor binnen- en buitenlandse machtstrijd en volkerenmoord in naam van de Ene en de Ware, de Belangen van het Eigen Volk of de Arbeidersklasse.
In die optie kan een éénkindbeleid zoals in China nooit tot expansionisme leiden, laat staan tot binnenlandse onrust, omdat de noodzakelijke overbodigen – segundos – nooit geboren werden.
Hij houdt hier evenwel geen rekening met de ‘intern overbodigen’.
Een land kan een economische evolutie doormaken waarbij door verbeterde landbouwtechnieken of goedkopere import van elders hele bevolkingsgroepen ‘overbodig’ worden. Die kunnen opgesoupeerd worden in een ontluikende industrie – zoals tijdens de Eerste Industriële Revolutie in Engeland – of in oorlogen elders – zoals de Zwitserse huurlingenlegers – of als migranten en kolonisten zoals de Zuiditaliaanse Cosa Nostra na de tweede wereldoorlog zijn zonen de wereld rondstuurde. Chinese éénkindgezinnen uit het binnenland moeten hun oogappels wegsturen naar de fabrieken aan de oostkust, naar het Russische Siberië dat leeggelopen is, en zelfs naar de vroegere Oosteuropese landen waar ze de handel en winkelnering op het platteland steeds verder hebben overgenomen. En van een demografische youth bulge kan je daar niet echt spreken na de Maoà?stische bevolkingspolitiek.
Heinsohn maakt ook een wat simpele inschatting van de culturele lasten of krachten die samenlevingen torsen en die niet zomaar om redenen van wortel en stok zullen opgegeven worden.
Gedrag – ook groepsgedrag – wordt ook beà?nvloed door illusies die generaties lang worden overgeleverd als identiteitsbepalende en herkenbare mutaties. Zonder dergelijk ideeel houvast dreigen mensen al te vaak grip te verliezen op zichzelf en hun omgeving. Nakomelingen van Javaanse en Indische Hindoestanen die door Nederland in Suriname werden geà?mporteerd voor het zware werk in een zengend klimaat zweren generaties later ook in Nederland bij vakanties in Dubai en India wegens veel meer faciliteiten voor ‘ons soort mensen’.

Het bijzonder interessante ‘youth bulge’ concept – de pulserende toornmachine van voornamelijk testosterongedreven ressentiment – wordt door Gunnar Heinsohn naar mijn aanvoelen té marxistisch benaderd.
Het schouwtoneel van de machtsverhoudingen in de wereld is geen mechanisch schaakspel, als van een computer.
Politiek, het gevecht om de macht, is eerder een schaakwedstrijd tussen menselijke grootmeesters, die verrassende, verschrikkelijk mooie en gruwelijke beslissingen kunnen nemen die het spel fundamenteel beà?nvloeden. De twee oorlogen in Irak verklaren als een gerechtvaardigde poging van de VS om de Arabische Youth Bulge om zeep te helpen, lijkt mij veel te ver gezocht. De noodzaak voor de Bush-dynastie om de regio te destabiliseren om zo de energiebehoeftedruk op te voeren voor de Aziatische tijgers en China leidde slechts tot een beperkte groeivertraging bij de Chinese hoofdaandeelhouders van de Amerikaanse economie.
Het nut van de Irak-oorlogen wordt door Heinsohn nu gezegend met de missionaire verplichtingen inzake het afkoelen van de Arabische Youth Bulge in het Midden Oosten, rechtstreeks (vluchtelingen en doden) en onrechtstreeks als dreigende vingerwijzing voor Iran. Dank zij de mensenverslindende – en door de VS en Europese landen fors aangemoedigde – oorlogen tussen Iran en Irak is de regionale youth bulge reeds langer aan het verzepen gegaan.
Iran lijkt demografisch niet meer zo sterk te pompen, dus zal de oven wel koelen met gecontroleerd blazen, aldus Heinsohn.
Pakistan dreigt een ander paar mouwen te worden voor de Amerikaanse strategen.
Maar ook voor de Indische en Chinese belangstellende buren.

128. Toch geldt nog steeds het Oudromeinse gezegde ‘si vis pacem, para bellum’ (wie vrede wil, bereidt zich voor op oorlog).
In 2008 draaien de meest urgente scenario’s niet om Iran, maar om de dromen over een heroprichting van een kalifaat waarvan Pakistan en Afghanistan het centrum vormen. Volgens de officiële mededeling is het door de VS geplande rakettenschild in Polen en Tsjechië een voorzorgsmaatregel tegen mogelijke nucleaire wapens van Iran. In werkelijkheid echter wordt gevreesd voor de kernwapens die Pakistan al sinds 1998 heeft. Maar zolang er in Islamabad een partner van het Westen zetelt, wordt die ongerustheid niet aan de grote klok gehangen.

Er is ook nog hoop.
En wellicht wordt die wel door de Chinese kolonisatoren in Afrika geà?mporteerd met de ‘economische steun tot wederzijds voordeel’.
Natuurlijk waren de Belgen destijds in Congo al sterk in het introduceren van eigendomstitels en rentesystemen. Al bleek tenslotte een uitermate corrupte cultuur de dienst te blijven uitmaken.
Wellicht is dit fenomeen wel een vast gegeven wanneer ‘rente en rijkdom’ van buiten- en bovenaf worden opgelegd in een samenleving waar de cultuur van het bezit niet individueel maar gemeenschappelijk (clan- of stamsgewijs) wordt beheerd.
Alleszins heeft de Westerse ontwikkelingshulp de laatste vijftig jaar nauwelijks iets duurzaams opgeleverd, behoudens een verdere ontwrichting van de lokale gemeenschappen, een youth bulge door verbeterde gezondheidszorg, een ondermijning van de lokale machtsverhoudingen en een nauwelijks te temmen hang naar ‘het goede doen om het goede’ bij westerse jongeren die in eigen land niet direct aan de bak konden komen als arts, verpleger, leraar, ingenieur, antropoloog.
Menig jonge man en aanvallig meisje in de zogenaamde ontwikkelingslanden kreeg ook de illusie opgelepeld dat in de rijke landen het leven aangenaam en gezellig overvloedig is. Wat tot een pijnlijke ontnuchtering leidt als ze de oversteek wagen op de drijvende dwang van de eigen familie die haar overtollige zonen en dochters maar al te gretig uitzendt naar Europa om via Western Union en andere transactiesystemen de schamele uitkeringsgelden en de vruchten van legale en minder legale bezigheden terugbesteld te krijgen.

157. De overdracht van economische kennis is de beste ontwikkelingshulp.
Als je de onderontwikkelde landen wil helpen, moet je geen geld geven. De inwoners denken anders echt dat er in de rijke landen als door een wonder grote zakken met geld uit de hemel zijn komen vallen en het dus terecht is dat ze anderen erin laten delen. Het geld is evenwel niet uit de lucht komen vallen, maar gecreëerd op basis van met schuld belaste eigendom. De introductie van eigendom is technisch heel eenvoudig. Aan zoveel mogelijk bezitsgoederen moeten eigendomsrechten worden gehecht, en deze titels moeten in het kadaster geregistreerd worden. Daarvoor hoef je alleen maar te kunnen schrijven en officiële stempels te kunnen maken. Tevens is er zowel een politiedienst als een rechterlijke macht nodig die de wetten inzake eigendomsrechten zonder aanzien des persoons uitvoert. Ook de armste landen kunnen zonder veel hoofdbrekens aan deze eisen voldoen. Geen hulp kan meer welvaart brengen dan informatie over de manier waarop geld wordt geschapen.

158. De ‘grote satan’ is niets anders dan bezit dat niet in eigendom is omgezet. Het verwijt dat rijke landen hun privileges eindelijk met de arme volkeren moeten delen, zal meteen verstommen als algemeen bekend werd dat de executoriale eigendomstitel het verschil uitmaakt. De volkeren die nog geen eigendomsstelsel hebben, zouden dan niet meer roepen dat ze een deel van de koek willen, maar dat het stelsel ook bij hen moet worden ingevoerd. Pas als het zou lukken de enorme blokkade voor economische groei te slechten door bezit tot eigendom te verheffen, zou in veel landen de reële mogelijkheid ontstaan om apathie en terrorisme te overwinnen. En dan zou ook het waandenkbeeld dat de markt de essentie van de economie is, uit de wereld zijn.

Voor de VS en haar moeizame volgelingen in de EU worden het nog spannende jaren van blufpoker, grootmeesterlijk schaken of snooker om de testosteron gestuurde pulsaties van de youth bulge in de hele wereld gecontroleerd met wortel en stok te laten doodbloeden. Niet iedere politieke schaker of snookeraar heeft voldoende koelbloedigheid om dit gevaarlijke spel te beheersen.
Hillary Clinton liet zich eind april 2008 tijdens de Pennsylvania primaries nog verleiden tot de uitspraak ’ If they (Iran) might foolishly consider launching an attack on Israel, we would be able to totally obliterate them’.
Over de noodzaak en de betekenis voor de VS en Europa én voor de Arabische regimes van het Midden-Oostenconflict tussen Israel en de Palestijnen heeft Gunnar Heinsohn ook nog een interessante visie (p. 147)

Duidelijk is alleszins dat ook Europa haar sinds de tweede wereldoorlog gespeelde onschuld zal moeten afleggen, willens nillens.
De illusie waarmee Europese jongeren werden gevoederd over democratische idealen – gelijkheid, vrijheid en broederschap – tussen alle mensen in Europa en dus ook daarbuiten zal veel van haar glans verliezen ondanks de Europese hymne: ‘Alle Menschen werden Brüder!’
Massale immigratie, zelfs gecontroleerde, is alleszins niet zaligmakend en zal de fouten van de jaren zestig en zeventig nauwgezet kopiëren.
Paul Scheffer heeft in ‘Het land van aankomst’ baanbrekend onderzoek verricht.
Indien de overheden en de werkgevers in de EU landen niet bereid zijn om op langere termijn te plannen en enkel met import van goedkope – zelfs hoog opgeleide – arbeidskrachten tanende economische sectoren nog enkele decennia hopen rendabel te houden met lage lonen, zal de immigratiedruk verder toenemen.
De gevolgen voor het maatschappelijk weefsel zullen groot en pijnlijk blijven schrijnen.

Lees verder »

Archief

Bart de Koning: Alles onder controle. De overheid houdt u in de gaten. Uitg. Balans

6 april 2008

Bart de Koning: Alles onder controle. De overheid houdt u in de gaten. Uitg. Balans

George Orwell was te vroeg, vijfentwintig jaar te vroeg met zijn inschattingen voor '1984'.
Hij was ook fout met de virtuele locatie in een land waar de burgers als uniforme slachtoffers gedresseerd worden. Hij vergiste zich in het mechanisme van bewuste, georchestreerde inspanningen van Big Brother om het volk, de natie, de partij in de juiste banen van het eeuwigdurende maakbaarheidsgeluk te leiden.
Bart de Koning, redacteur bij het Nederlandse tijdschrift HP/DETIJD, heeft deze vergissingen helder en vatbaar weerlegd in zijn boekje 'Alles onder controle. De overheid houdt u in de gaten.'
Het gaat voornamelijk over Nederlandse toestanden waar 'the war on terror' als betonrot en huiszwam woekert in wetgeving en samenleving. Het wantrouwen van haar burgers door de overheid is er structureel geworden: anonieme kliklijnen, gestroomlijnd strafrecht met onderzoeksmagistraten als crime fighters', militarisering van de politionele bevoegdheden van fouilleren, tappen, data-mining in de enorme voorraden digitaal verkeergegevens, digitale dossiers voor ieder geboren kind,'?
In België is de toestand ook hopeloos maar niet zo ernstig, omdat de citizensheep van dit land een fundamenteel – en gezond – wantrouwen en ongeloof koesteren tegenover de overheid en de macht.
Fascinerend is ook de rol van de sociaal-democratie en de zogenaamde linkervleugel van het politieke spectrum. Historisch zijn zij er het best in geslaagd de privacy van de burger aan banden te leggen. Onder het mom van preventie en gelijke kansen voor de zwakken, zieken en misselijken hebben zij steeds het voortouw genomen in de ruil van privacy en het recht op veinzen voor een veiligheidsillusie van kopschuwe burgers.
Het lijkt erop dat precies de linkervleugel van het politieke spectrum opgaat in regelneverij en beknotting van creativiteit en vrijheid van haar kiesvee.
Dit heeft wellicht te maken met het verlies van haar wortels in de samenleving. Oorspronkelijk dreef socialisme op jaloezie en rancune van de verongelijkten, van wie als gelijke naar Gods beeld geschapene ook de gelijkheidsillusie wou koesteren in het maatschappelijk leven.
Die zwakste sociale klassen werden aan hun lot overgelaten zo gauw de politieke beweging die op hun vleugels groot werd, deel kon nemen aan de macht.
Het voorgespiegelde arbeidersparadijs werd een nachtmerrie, ook voor de arbeiders en hun naastbestaanden. De angst voor de eigen kameraden werd dermate paranoà?de dat een heel staatsveligheidapparaat diende ontplooid te worden. Geen politieke regime heeft ooit meer burgers als agenten van de staatsveiligheid gerecruteerd dan de socialistische arbeiders- en boerenrepublieken.
Ook in de kapitalistische vrije markteconomie, al dan niet gestuurd en geleid, bleken de ‘linkse’ regeringen zeer ver te gaan in hun voorbereidend of uitvoerend werk om de burgerlijke vrijheden te ondermijnen.
Wellicht speelt ook hier het geloof in de maakbaarheid van een samenleving: het doel van gelijke kansen heiligt de middelen, en bij opgeklopte angstpsychoses geldt dit voor alle middelen.
Op die manier wordt het fundamentele en meest wezenlijke van menselijke relaties, van menselijk gedrag, vernietigd: het recht op veinzen, op doen alsof, op het creëren van illusies, op liegen, op verschillende interpretaties van eigen waarheden.
Mensen kunnen niet samenleven wanneer ze mekaar uitsluitend naakt moeten benaderen, direct en zonder ritualen omdat iedereen alles van iedereen kan weten, en minstens de heersende herders en hun honden alles van ons kunnen weten, zelfs onze geheimste gedachten.
Roberto Calasso onthult in De bruiloft van Cadmus en Harmonia. de moderne inhoud van Homerus’ Odysseia:

'Odysseus zag af van de eerlijkheid van de krijger toen hij op Ithaca waanzin voorwendde om zich niet te hoeven inschepen voor Troje. Hij zag af van zijn recht op vrije meningsuiting toen hij de rol op zich nam van de rondtrekkende bedelaar die door iedere willekeurige slaaf kon worden verjaagd, tot zwijgen gebracht. Odysseus gaf voor het eerst voorrang aan het indirecte boven het directe, aan sluwheid boven aanwezigheid, aan behoedzaamheid boven een rechtlijnige aanpak. Và?à?r allerlei eigenschappen in de loop der eeuwen werden toegeschreven aan kooplieden, vreemdelingen, joden en komedianten, had Odysseus zichzelf ermee bestempeld. De held gaf een voorproefje van de leefwijze waarin noch aristocratische openheid, noch democratische vrijheid van meningsuiting zouden volstaan. Eeuwen later lijkt die leefwijze heel normaal maar ten tijde van Odysseus gaf het blijk van een vooruitziende blik die was voorbehouden aan degenen die hemel en aarde had doorkruist. Dus, terwijl Achilles en Agamemnon zich in ons geheugen griffen als overblijfselen van een voorbije wereld, opgeslokt door een catastrofe, blijft Odysseus ons vertrouwd als een onzichtbare metgezel. Zijn afstand doen van openlijke aanwezigheid wordt gecompenseerd door zijn voortbestaan in de herinnering en in de geschiedenis. Achilles moet worden opgeroepen; Odysseus staat al naast ons, altijd en overal.' (p.301)

Odysseus was het prototype van de moderne mens. De naam die hij kreeg van zijn grootvader betekent: ‘Hij die de haat kent!’
Vandaag wordt het steeds moeilijker om voorrang te geven aan het indirecte boven het directe, aan sluwheid boven aanwezigheid, aan behoedzaamheid boven een rechtlijnige aanpak.
De inzameling, de bewaring en de ‘mining’ van data over alle burgers lijkt onomkeerbaar wegens wereldwijd. Alle bestaande privacywetgeving werd afgeserveerd onder het mom van de terrorismedreiging.
Misschien rest ons enkel nog de mogelijkheid om te zwijgen en afstand te nemen van een doorgedreven Big Brother maatschappij: alles wat wij doen, wat we lezen, denken, eten, drinken, roken, waar we rijden, met wie we de liefde bedrijven wordt zorgvuldig opgeslagen om ten gepaste of ten ongepaste tijde gelicht te worden om ons te corrigeren, te behoeden, te genezen, te leren hoe ons te gedragen.
Terugkeren naar de heldentijd en het promoten van openlijk, publiek en direct reager via de media kan alleen tot enorme verliezen aan mensenlevens leiden. Het woedekapitaal dat in zo’n wereld opgebouwd wordt zal onmiskenbaar bloedig moeten renderen.
Wellicht helpt het instellen van taboes zoals het ritueel zwijgen over zaken die we kunnen weten van de ander en ons menselijk relatiespel verfijnen, op een hoog niveau als een etiquette respecteren. Zo kunnen we de vrijheid spelen onder de ogen van de herders en hun horige honden.
We moeten het wantrouwen koesteren tegen de overheid, de staat en alle organisaties en machtsorganen die het goed beweren voor te hebben met de kudde van haar onderdanen.
De Griekse redenaar Demosthenes (384-322 AC) verklaarde reeds: ‘Wantrouwen beschermt het volk tegen tirannie’.

Met ‘Das Leben der Anderen’ is Henckel von Donnersmarck schitterend geslaagd in het argumenteren tegen de privacy controle door de staat in het belang van de burgers: 'In einem System der Macht ist nichts privat'- gaat niet alleen over het leven van de anderen in het socialistische vaderland, de DDR in 1984. De anderen zijn wijzelf, het leven van de anderen is ons leven, ook vandaag en morgen. Zo blijkt uit de indringende studie die door het Tilburgse Rathenau Instituut eind januari 2007 werd opgeleverd voor een publiek debat in de Eerste Kamer van de Staten Generaal: 'Van privacyparadijs tot controlestaat? Misdaad- en terreurbestrijding in Nederland aan het begin van de 21e eeuw'

14. Het gaat om een veel subtieler en sluipender proces. Onze maatschappij is de afgelopen decennia, bijna ongemerkt, veranderd in een risicosamenleving, dat wil zeggen een samenleving die geen enkel risico meer verdraagt. Als er ergens iets misgaat moet de overheid ingrijpen..

17. De telecombedrijven geven honderden miljoenen per jaar uit om hun gegevens te bewaren en het dataverkeer aftapbaar te maken. Het aantal 'bevragingen' door politie en inlichtingdiensten neemt ieder jaar met tientallen procenten toe. Dat kun je van de ophelderingspercentages niet zeggen: die blijven laag.

32. Bijna dagelijks komt er een nieuwe techniek bij, een nieuwe database, een nieuwe bevoegdheid voor opsporingsambtenaren. Dat wil zeker niet zeggen dat het allemaal onderdeel is van één grote enge samenzwering tegen de vrije burger. Zoals gezegd:
Big Brother bestaat niet. Het omgekeerde is eerder het geval: het is juist een opeenstapeling van talloze technische, commerciële, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen
die alles bij elkaar de privacy van de burger langzaam uitholt. Vaak gebeurt het met de beste bedoelingen, of is het een onbedoeld bijverschijnsel.

44-45. Onderdeel van die Nieuwe Gestrengheid is dat het strafrecht gestroomlijnd is. De officier van justitie heeft meer bevoegdheden gekregen en mag zonder toestemming van de rechter allerlei onderzoeken in gang zetten. De officier was vroeger een magistraat die het onderzoek van de politie onafhankelijk beoordeelde. De waarheidsvinding stond voorop.
Nu is de officier een crime fighter geworden, die vooral boeven wil vangen met de politie. De rechter biedt daaraan niet altijd genoeg tegenwicht, met als gevolg dat het werk van de politie minder gecontroleerd wordt.(...)
De belangrijkste ontwikkeling is misschien nog wel dat het strafrecht steeds meer op preventie is gericht, het voorkomen van misdaad. Traditioneel komt de politie pas in actie
als er een misdrijf gepleegd is. De politie doet onderzoek, verzamelt bewijsmateriaal, het OM besluit al dan niet tot vervolging over te gaan, de rechter beoordeelt de feiten en veroordeelt de verdachte of spreekt hem vrij. Pas na die veroordeling is iemand schuldig. De afgelopen jaren zijn ook steeds meer voorbereidingshandelingen strafbaar gesteld.
Dat maakt het makkelijker voor de politie: ze hoeven niet te bewijzen dat iemand een computer gehackt heeft, het in bezit hebben van de benodigde software is al voldoende voor
een veroordeling. Zoals het hier geformuleerd staat klinkt dat als een verstandige ontwikkeling, maar er zit een principieel probleem in: de rechter kan iemand dus veroordelen
voor iets wat hij nog niet heeft gedaan.
Dat past in een bredere trend. In de klassieke rechtsstaat is iedereen onschuldig totdat het tegendeel bewezen is. In onze moderne rechtsstaat is het begrip onschuld verwaterd.
Niemand is meer echt onschuldig, je hebt hoogstens een laag risicoprofiel. Je bent 'nog niet-verdacht', in de woorden van informatica-expert Bart Jacobs. Dat klinkt vrij dramatisch en dat is het ook.

46-47. De onschuldige burger bestaat niet meer. Dat is geen paranoia, politiefunctionarissen komen er rond voor uit dat ze onschuldige mensen in de gaten willen houden.

Lees verder »

Archief

Lou Ye ‘Summer Palace’ en ‘Chinees Blauw’ van Micha X. Peled

9 maart 2008

'Summer Palace' – in het Frans 'Une jeunesse chinoise' – weegt op de kijker die soms tergend traagzaam de protagonisten kan volgen van het noordelijke Tumen naar de overvolle studentenkamertjes met de geur van lichaamsvocht en goedkope sigaretten, van de Beida – Universiteit in Beijing. De Lente van 1989 overwint de Hemelse Vrede in het hart, in een wolk van zaadpluisjes en gierende hormonen die hijgend verlangen naar de geur van wat als vrijheid wordt voorgespiegeld.
Geen jaar zal voor de generaties uit de tweede helft van de XXste eeuw meer betekenen dan 1989: meer dan 1953, meer dan 1956, meer dan 1968, meer dan 1984, meer dan 2000. Al zal het nog jaren duren eer we dat ook in ons hebben opgenomen: meer dan een nacht lang zitten janken voor de eindeloze reply op CNN van de student die met zijn plastik tasje een rij tanks probeert op te houden.
Een geloof dat ons jarenlang bitter had gedreven bleek een leugen van de macht. Een utopische zoektocht naar vrijheid, gelijkheid en broederschap bleek met het oog op de Hemelse Vrede niet haalbaar, erger nog: vooral niet wenselijk wegens als een beklemmende harmonie vanuit de Hemel telkens weer op de kudde neergelaten.
1989 was ook een verademing met veel onzekerheid over wat komen zou: in het voorjaar de Lente van Bejing , in de zomer het verbrokkelen van het Sovjet imperium, in het najaar de val van de muur in Berlijn en het einde van het Genie der Karpaten.

Voor de cineast Lou Ye is '1989' in zijn film 'Summer Palace' als de Lang-Leven-Heuvel waar de overbodigen en de overgeblevenen zich onsterfelijk weerspiegelen in het Kunming Meer aan de voet van de Heuvel, dat eeuwig de Tuinen van de Harmonie voeden zal.
Het leven van China's toekomst na 1989 is als de labyrintische chaos van het Zomerpaleis met honderden kamers, hoeken en kanten voor alle emoties van de menselijke metamorfose.

In een interview met Niels Ruëll in De Standaard (05122007) lichtte Lou Ye dit toe:

De gebeurtenissen op het Tiananmen-plein spelen slechts zijdelings een rol in ‘Summer palace’. Waarom zoomt u liever in op het seksleven van een jonge studente?

‘Door de heisa is het misverstand ontstaan dat Summer palace over 1989 gaat, maar de film strekt zich uit van 1987 tot 2001. Om 1989 te begrijpen, moet je ook kijken naar de jaren ervoor en erna.’
‘Ook als je een liefdesverhaal vertelt, is het goed te kijken naar voor en na. En als je eerlijk over de liefde wil praten, dan moet je openhartig zijn over seksualiteit. Seks is belangrijk en speelt ook een grote rol in mijn herinneringen aan 1989. Jongeren die voor het eerst de liefde ontdekken, vallen altijd ten prooi aan een lawine van emoties. In Summer palace komt daar ook nog eens de onzekerheid bij van veranderende tijden. Dat maakt het allemaal nog complexer en vermoeiender.’
‘Het hoofdpersonage leeft in voortdurende onzekerheid: is het nog aan? Ziet hij mij nog graag? Als het te goed gaat, wordt ze argwanend. Maar als het slecht gaat, voelt ze zich helemaal ellendig. Je mag van de liefde niets verlangen. De liefde brengt niet noodzakelijk geluk en leidt niet automatisch tot een lang huwelijk.’
‘Er is zoveel te vertellen. De razendsnelle groei van de economie veroorzaakt veel problemen. Het land staat onder extreme druk. Het voordeel daarvan is dat de overheid niet al te veel tijd heeft om zich zorgen te maken over kunstenaars. Schilders en muzikanten worden met rust gelaten. Filmmakers springen helaas iets meer in het oog.’

Door Beijing na de Lente te ontvluchten naar Berlijn werd Lou Ye niet meegesleept in de collectieve depressie die destijds vele studenten onder overviel:

'In de jaren negentig heeft mijn generatie economisch gezien het nodige bereikt. Maar geestelijk kwamen velen in een vacuüm terecht.
'Summer Palace' is in China verboden maar zal in beperkte kring wel illegaal worden verspreid. Veel mensen zullen tot tranen toe worden geroerd. Het zal hen pijnlijk herinneren aan hun passie en het gevoel dat hun hart heeft verloren. Nu hebben ze alleen mooie huizen en een snelle auto om hun leegte te compenseren.'

Lou Ye prijst zich gelukkig dat hij als filmer een uitlaatklep heeft voor zijn gevoelens en die van zijn generatiegenoten. Als die niet worden gesublimeerd, kunnen ze volgens de filmer ontaarden in woede en geweld: het grote gevaar voor China.

'Voor de jeugd van nu in China zal de film minder herkenbaar zijn. Ze is volslagen afgesneden van de geschiedenis. Zij hoeven niet te leven met de vernedering van de culturele revolutie en ze weten ook niets van de pijn van de studenten van 1989. Op een bepaalde manier is dat gevaarlijk maar het is tegelijkertijd ook een zege voor China. Die onwetendheid waarborgt veel openheid en levensmoed.'

'Summer Palace' is zeker niet filmisch maar wel historisch een Chinese versie van 'La Meglio Gioventà? ' van Franco Tullio Giordana.
De protagonisten worden uit elkaar gedreven. Zhou Wei vlucht vanuit Beijing naar Berlijn. Na de zelfmoord van Li Ti keert hij terug naar China. Yu Hong trekt naar Shenzen, Wuhan, Sjanghai om finaal terecht te komen in de monsterlijk groeiende stad Chongqing, met meer dan 40 miljoen inwoners het barstende waterhoofd van centraal China
De slotscène van 'Une jeunesse chinoise' speelt zich af op het eindeloze strand van Beidaihe waar de ‘overgebleven bloem’ uit het noorden, Yu Hong de eens zo intense beminde Zhou Wei ontmoet als de poëtische omschrijvingen van jaren geleden: 'Liefde is als een wonde. Eens genezen is het voorbij'
'Summer Palace ' werd in China verboden en Lou Ye kreeg (na 2 jaar cameraverbod voor ‘Suzhou river’ een filmverbod van 5 jaar) voor de originele beelden uit de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede en vooral omwille van de vele seksscènes die ‘Summer Palace’ ongetwijfeld een cultstatus zal verlenen als voorlichtingsfilm in het land van de publieke preutsheid.
Triester is de cultstatus die 'Summer Palace' zal krijgen als film noir over de onmogelijkheid van vriendschap en liefde in tijden van vrijheid en verlossing.

Op het graf van Li Ti in Berlijn staat geschreven:

'Of vrijheid en liefde bestaan of niet, in de dood is iedereen gelijk. Ik hoop dat de dood je einde niet is. Je hield van het licht, dus je zult de duisternis niet vrezen.'

De uitbarsting van emotionele, seksuele en sociale vrijheid in 1989 lijkt een peilloze leegte over te laten die moeizaam gevuld wordt met neurotisch consumeren van de nieuw verworven rijkdom. De jeugd van toen doorstond het loden tijdperk en kan zijn kinderen vandaag de schoonheid, kracht en wijsheid niet voorhouden van een vrijheid die zich onbevangen durft te binden aan de ander. Wie liefde ervaart als een wonde, is dermate misbruikt en mishandeld dat het een hele generatie drijft tot automutilatie. Wie zich niet durft te binden en geen engagement meer durft aangaan, is gedwongen zijn hele leven te lijden in angst en neurose. Menselijke relaties worden verengd tot kille zakelijke contacten waardoor het pluis van de lente vergeefs zal wolken in het land van de overgebleven één-kind-gezinnen, waar één schoonheid uit het noorden een land kon ruà?neren:

'n Zeldzame schoonheid uit 't noorden.

is de mooiste vrouw ter wereld. Aan één oogopslag van haar gaat een stad ten onder, Eén aanraking ruà?neert het hele land. Liever dan de rede van het weten
Proeven wij de vernietigende passie
van een schoonheid als deze'?
Uit 'House of Flying Daggers' van Zhang Yimou

“Chinees Blauw” van Micha X. Peled op Lichtpunt – Canvas
Zondag 9 maart 2008 23 uur '? als DVD bij http://www.lichtpunt.be/intern/programma/voorwaarden_01.html

Het kostte de filmmaker Micha Peled enorm veel moeite om een fabriek te vinden waar ze in volledige vrijheid mochten filmen. Uiteindelijk hapte een directeur toe die het een eer vond om in een Amerikaanse film te mogen spelen. Zijn fabriek is ontegenzeggelijk een van de betere van het land, maar dan nog werken de arbeiders er minimaal elf en maximaal vierentwintig uur per dag. Ze mogen tijdens hun dienst twee keer naar de wc en wonen vlak naast de fabriek met twaalf personen op één kamer waar ze moeten betalen voor warm water. En nee, het loon wordt niet netjes iedere maand op dezelfde dag uitbetaald. Het is steeds maar weer afwachten wanneer het komt en hoeveel het is.

Dat geldt ook voor het jonge meisje Jasmine dat op zestienjarige leeftijd werk vindt in de spijkerbroekenfabriek. Ze wordt te werk gesteld als draadjesknipper, wat inhoudt dat ze voor vijf eurocent per uur de losse draadjes van broeken afknipt. Na zeven uur ’s avonds is de officiële werkdag afgelopen, maar Jasmine werkt geregeld langer door. Dat kan oplopen tot wel vijfendertig uur extra per week. Onbetaald, want overwerk wordt nooit vergoed. Door de krankzinnige werktijden slaapt Jasmine zelden meer dan vier uur per nacht. Als haar eerste, slopende maand is afgelopen, hoort ze dat ze geen loon krijgt, maar overstappen naar de concurrent doet ze niet, want niemand wil het risico lopen om ook daar de eerste maand niet betaald te krijgen. Klagen heeft geen zin, want vakbonden zijn verboden en voor elke vacante plek zijn er in China niet tien, maar duizenden gegadigden.

Door niet alleen de arbeiders te volgen, maar ook de trotse directeur Lam en zijn staf reikt Chinees Blauw verder dan een oppervlakkige verkenning van ellende. Het eenzijdig verhogen van de arbeidslonen is namelijk niet de allesomvattende oplossing van dit probleem. Verhelderend is een gefilmd gesprek tussen de directeur en een Engelse importeur over een grote bestelling spijkerbroeken. De importeur biedt niet meer dan €2,75 per broek. Vraagt Lam meer, dan gaat de importeur simpelweg naar een concurrerende fabriek waar de arbeiders in nog slechtere omstandigheden werken. Lam zakt dus met zijn prijs in de overtuiging dat hij die bewuste order alleen winstgevend kan houden door de lonen nog verder te verlagen.

Regie: Micha X. Peled.
Productie: Teddy Bear Film en ITVS., met de steun van de Corporation for Public Broadcasting, het Sundance Documentary Fund en NAATA., VS 2005.

© Lichtpunt 2008

Archief

37 th IFFR: Dagen zonder lief '? Cross Roads '? Shanghai trance '? He Fengming, a Chinese memoir

3 februari 2008

37 th International Filmfestival Rotterdam

Dagen zonder lief '? Cross Roads '? Shanghai trance '? He Fengming, a Chinese memoir

'Dagen zonder lief 'van Felix van Groeningen is een luchtige poging om heimwee van jonge mensen op te kloppen tot een verleden dat ieder personage construeert om zichzelf bij mekaar te houden in een leefomgeving die snel desintegreert. De terugkomst van Zwarte Kelly ( Wine Dierickx) die Sint Niklaas had ingeruild voor New York, zorgt voor onrust in de relaties van de vrienden van toen. Het verhaal van haar abortus en de zelfmoord van een van de vrienden biedt nieuwe perspectieven om de sleur te doorbreken. 'Dagen zonder lief' heeft van ver iets van 'Bonjour Tristesse' van Franà?oise Sagan. De film heeft soms wat van een promotieshot van Freddy Willockx voor zijn nieuwe Grote Markt, inclusief ondergrondse parking en prachtige leegstaande lofts. Zij het dat de kijkers van dit soort bewegende beelden te weinig in de slappe was zitten om doelgroep te spelen voor deze projectontwikkelaars.
De toeschouwers in Rotterdam leken zich te herkennen in de humor van de uitzichtloosheid die mooi wordt verwoord door Nick ( Koen De Graeve), de oudere jongere die blijft loeren naar kakelende kuikens: >'?Eigenlijk zijn we allemaal camionchauffeurs. We zijn altijd alleen onderweg.'?
De dialogen in 'Dagen zonder lief 'werden in Rotterdam gesmaakt en het applaus was intens.
De muziek van Jef Neve is prachtig en vervoerend.
Jef Neve is dan ook van Turnhout. 't Is tenslotte overal Turnhout, zelfs in Sint Niklaas!

Crossroads '? Wang Jing.

Wang Jing (1981) is voor haar film vanuit Beijing teruggekeerd naar haar geboortestad Jishan in de provincie Shanxi. Ze lijkt een grote affiniteit te hebben met jonge mensen op haar oude school waar ze de kalverliefdes, het pesten, het gekonkel van leraren en directie, de positie van de ouders die bepaald wordt door hun geld, eindeloos weet te verfilmen. Het geeft de toeschouwer de kans om naast de hoofdpersonen een idee te krijgen van het ware leven in het Rijk van Midden dat aan een reusachtige wederopstandig begonnen is. De brokkelige infrastructuur, de stank, het stof, het gebrekkige vervoer, het lawaai, de belabberde woonomstandigheden, overbevolkte klassen zijn het decor voor haar puberverhaaltjes. Wellicht ongewild geeft ze ook een indringend beeld van de jongerencultuur in een maatschappij waar alle normen en waarden van het communistische tijdperk ingeruild werden voor de enige alomtegenwoordige leuze: 'Verrijk uzelf, zo helpe u god almachtig!'
Fascinerend hoe scholieren oude geheime genootschappen heroprichten, hoe ze zich wentelen en keren in misdadige triades die met steaming, roof, geweld en dreigen met ouderlijke macht aan geld komen voor hun eindeloze behoefte aan sigaretten als statussymbool.
Dit soort bendes helpen de professionals die archeologische sites plunderen om zichzelf te verrijken. Ze leveren hand- en spandiensten aan corrupte aan- en ondernemers. Ze zijn het voetvolk in de strijd om de nieuwe macht en zoeken een houvast in de eigen bendecultuur waarvan ze de uiterlijke tekenen dragen en op hun lichaam tatoeëren als houvast in een snel verbrokkelende maatschappij waar een bebrilde intellectueel hoogstens nog als randfiguur zal worden gedoogd.

Shanghai Trance

David Verbeek maakte als jonge Nederlandse regisseur een Chinese film over Shanghai, de stad der wonderen. Er is geen stad in de wereld waar zekerheden in leven, werken en sterven zo snel veranderen. Jonge mensen herkennen vandaag de ratrace van de geschiedenis in hun eigen nog zo kortstondige leefervaring. Een gebrek aan continuà?teit, het ontbreken van een minimum aan zekerheid en veiligheid zet de één '? kind – gezinsconstructie zwaar onder druk. Alle aandacht weegt op het ene kind als vrucht van de verwachtingen van vier grootouders en twee ouders. Dat ene kind torst de verwachtingen van alle generaties và?à?r hem of haar. Shanghai was sinds de XIX de eeuw de schrik van de Chinese machthebbers. De laatste keizers beefden voor gerommel in deze havenstad, de voornaamste poort voor heel China. Mao Zedong en Deng Xiaoping waarschuwden de partijtop steeds een oogje te houden op Shanghai. Daar broeide alle dissidentie tegen het hoofdkwartier in Beijing, tot en met de Bende van Vier.
Recent nog werd zowat de hele partijtop afgevoerd.

De film zit drie jonge koppels op het lijf in hun leven en liefde, hun hebben en houden tot ze elkaar kruisen in de eeuwig grommende stad, waar nooit stilte te horen is.
Merkwaardig herkende de jonge Nederlandse filmmaker nog een ander aspect van Shanghai: de stad waar de vrouwen eeuwenlang de broek dragen, de matriarchale stedelijke cultuur.
Shanghainese vrouwen worden met enige terughoudendheid onwennig bekeken door Chinese mannen. Zij verdienden generaties lang doorgaans veel meer door extra inkomsten uit de prostitutie en aanverwante beroepen, waarbij de partner thuis voor de kinderen zorgde. Zo is de vader van de ambitieuze en elegante Zhang Yi enkel in haar thuiskomst geà?nteresseerd om geld voor zijn gokverslaving.

Shanghai leeft, werkt en sterft dag en nacht in een adembenemend ritme dat David Verbeek goed heeft weten te vatten. Jonge mensen trachten te surfen op de golven van de nieuwe economie om te vermijden dat ze in slavenjobs voor boeren en buitenlui verzeilen.
'Shanghai Trance'is een mooie illustratie bij het illusoire 'Ieder voor zich en de stad voor ons allen. '

He Fengming, a Chinese memoir

Meer dan drie uur onafgebroken staren naar een scherm waarop een oude dame met gesloten ogen eindeloos praat in een voor ons onbegrijpelijke taal is een hypnotiserende ervaring.
De spreekster is een oude journaliste die voor de statische camera van Wang Bing in één ruk door haar leven vertelt, enkel onderbroken door een toiletbezoek, een slokje thee, een telefoonoproep.
Haar schamel interieur wordt op je netvlies gebrand. Haar stem verleidt je als toeschouwer, omdat de armzalige Engelse ondertiteling veel ruimte laat voor eigen interpretatie.

Dit is een gruwelijke film die je moeilijk loslaat wegens de grote waardigheid, de bijna stoà?cijnse getuigenis van He Fengming die haar studies Engels opgaf om met haar man journalist te worden in het partijdagblad wanneer het Volksbevrijdingsleger in 1948 Lanzhou in de noordelijke provincie Gansu binnentrok. Ze waren jong en wilden meewerken aan de opbouw van een modern, socialistisch China. Ze werden lid van de partij en droegen haar boodschap uit.
Wanneer de Grote Voorzitter in 1956-1957 de liberaliseringsbeweging 'Laat honderd bloemen bloeien, laat honderd scholen wedijveren!' lanceerde, reageerde de man van He Fengming '? Jingchao – enthousiast met vier essays waarin hij de kritieken van voorzitter Mao tegen de bureaucratie in partij en staatsapparaat ondersteunde met lokale voorbeelden.
Bij bijltjesdag werd hij dus snel herkend als raddraaier van 'de rechtse krachten die de kop hadden opgestoken'.
Na veel volkstribunalen werd Jingchao met zijn vrouw naar de werkkampen verplaatst om de ware revolutionaire geest te herontdekken en ten volle tot zich te laten doordringen. Hun kinderen werden overgelaten aan de grootouders. Jarenlang werkten ze zich te pletter opdat de partij hen als rechtgeaarde communisten zou kunnen herkennen. In wanhoop en vertwijfeling zaten ze opgesloten in concentratiekampen waar vele partijgenoten als 'rechtse' krachten stierven van honger en ontbering tijdens de herscholingsactiviteiten.
Wanneer Fengming bericht krijgt dat haar man stervende is, probeert ze hem alsnog te bereiken. Maar ze komt te laat met voedsel en medicijnen: hij was reeds in een massagraf verdwenen. Haar verhaal heeft door de taaie, tedere en serene klank iets bovenmenselijks.
Eens gerehabiliteerd en opgeborgen als klerk in het krantenarchief '? de oude kameraden waren de schaamte reeds lang voorbij '? lanceerde voorzitter Mao in 1966 de Grote Proletarische Culturele Revolutie. He Fengming werd opnieuw uit de archiefkelders opgedoken als rechtse antiproletarische kracht die ook nog een grootgrondbezitter in haar stamboom zou gehad hebben. Socialistische meet- en maakbaarheidsideologieën hecht(t)en veel belang aan de genetische herkomst van de kudde die zij willen bewinnen in de heilsstaat.
Zij gaan immers prat op simpele mechanistische wetenschappelijke kwalificaties die ze zich gretig toedichten als aanhangers van het dialectisch en historisch materialisme.

Deze keer zou He Fengming zich moeten herscholen op het platteland in warmere zuidelijke provincies. Ook deze culturele revolutie overleefde ze.
Na vele jaren keerde ze als een oude vrouw terug naar Lanzhou om de herinnering aan haar man, hun lijden en dat van miljoenen anderen uit te schrijven: heel vele mensenlevens die vermalen werden door het wentelende wiel van de Chinese geschiedenis.

De episode waarin ze vertelt hoe ze met haar oudste zoon het graf van haar man zocht in het dwangarbeiderskamp in het koude noorden, gaat door merg en been. Haar intussen volwassen zoon riep voor het eerst in zijn leven de naam van zijn vader over de eindeloze verzameling grafstenen, waar ze zijn graf nergens konden terugvinden omdat de aanduidingen door het barre klimaat weggevreten waren. Nooit had hij als kind de naam van zijn vader kunnen, durven noch mogen uitspreken omwille van de mogelijke politieke gevolgen.

De waardigheid waarmee deze grote dame haar leven onder het socialisme vertelt, is aangrijpend. Ook in de slotscène waar ze telefonisch contact heeft met andere gerehabiliteerde dissidenten die het overleefd hebben: 'Old soldiers never die!'

Wang Bing heeft met deze film een monument opgericht als een kras op de ziel van de toeschouwers opdat de Chinese herinneringen van He Fengming blijven schrijnen, zeker ook in het Rijk van het Midden.

Archief

Knack duo interview: ‘Wij moesten de wereld proletariseren’

3 februari 2008

‘Wij moesten de wereld proletariseren’
DOOR JOëL DE CEULAER / FOTO’S FILIP NAUDTS
KNACK 17102007

Ze werden samen communist, maar groeiden gaandeweg uiteen. Ze zijn al jaren niet meer on speaking terms. Voor Knack wilden ze nog eens grondig en heftig van mening verschillen. De gebroeders Jan en Dirk Van Duppen over verleden, heden en toekomst van links.

DIRK VAN DUPPEN (51)
Nam als jongeman, onder invloed van Marx en van zijn broer Jan, de beslissing om als arbeider te gaan werken. Ging later, in navolging van Kris Merckx, alsnog geneeskunde studeren. Maakt nog altijd deel uit van de communistische Partij van de Arbeid. Werd vorig jaar verkozen in het Antwerpse district Deurne. Trad op de voorgrond doordat hij de strijd aanbond met de farmaceutische industrie. Publiceerde daarover De cholesteroloorlog. Werkt nog altijd in een groepspraktijk van Geneeskunde voor het volk.

JAN VAN DUPPEN (54)
Zette als jongeman, onder invloed van Marx, zijn studies stop om te gaan werken als arbeider. Ging later, onder invloed van Amada-boegbeeld Kris Merckx, geneeskunde studeren. Rekende af met het communisme en vond aansluiting bij de SP.A. Was lid van het Vlaams Parlement (1999-2004) en van de Senaat (2003-2004). Stapte, onder meer uit ongenoegen met het autoritaire beleid van toenmalig voorzitter Steve Stevaert, in 2004 uit de partij. Werkt vandaag als huisarts in een groepspraktijk in een multiculturele achterstandswijk, Rotterdam-Zuid.

Een verzoeningsgesprek? Nee, zo zouden ze het niet willen noemen. Daarvoor zijn de meningsverschillen te groot, is de afstand te onoverbrugbaar. Maar een gesprek over hun politieke verleden en de toekomst van links? Daartoe zijn Jan en Dirk Van Duppen wel bereid. De twee felle en gedreven Kempenzonen zijn allebei arts, een vak dat ze kozen in navolging van Kris Merckx, stichter van Geneeskunde voor het Volk en jarenlang boegbeeld van Amada, de communistische partij die inmiddels is uitgemond in de Partij van de Arbeid. Dirk is nog altijd lid van de PVDA. Jan heeft zich na een lange omweg via de SP.A uit de politiek teruggetrokken. Het verhaal begint, hoe kan het anders, eind jaren zestig.

Jan Van Duppen: ‘Het was een periode waarin je de tegenstellingen in de wereld duidelijk begon te zien. De rijken waren rijk, de armen waren arm – en men ging er toen in de Kempen nog van uit dat het best zo kon blijven. Wij zagen elke avond de Vietnamoorlog op de televisie, de ene gruwel na de andere. Wij waren bij de Chiro en hadden ook een jeugdclub opgericht, waarmee we in de bossen van Gierle het zwerfvuil gingen opruimen. Met Kerstmis 1968 hebben wij de stal in het dorp nog vol gehangen met affiches tegen de bombardementen op Hanoi. Wij waren, kortom, zeer actief, wij hadden contact met de derdewereldbeweging en organiseerden zelf ook actie- en discussiegroepen. In Leuven, waar ik twee jaar psychologie heb gestudeerd, maakte ik kennis met de marxistisch-leninistische beweging. Ik studeerde mij te pletter op Marx en Lenin, en bracht dat allemaal mee naar de discussiegroepen in Gierle.’

In de tweede kandidatuur stopte u plotseling met studeren. Waarom?

JAN VAN DUPPEN: Voor mij bood het alomvattende en sluitende, maar ook geslà?ten denksysteem van het marxisme een fantastisch antwoord op alle vragen. Ik denk dat je dat kunt vergelijken met het moslimfundamentalisme. Een hele ontdekking, op die leeftijd. Ik begreep dat ik door psychologie te studeren de wereld niet zou veranderen. Wij moesten de wereld proletariseren. Dus stopte ik met studeren en werd ik arbeider. Ik heb in de mijnen gewerkt, in een asbestfabriek, als trambestuurder… Later zijn mijn broer en ik allebei geneeskunde gaan studeren.

DIRK VAN DUPPEN: Jan was mijn grote broer en grote voorbeeld. Wij voerden een gemeenschappelijke strijd om los te komen van de waardepatronen van onze ouders. Vader was onderwijzer en had nooit aan de universiteit kunnen studeren. Daarom wilde hij dat zijn kinderen dat zeker wel zouden doen. Dat de oudste zijn studie stopzette, was een verschrikkelijke klap. En zijn derde zoon, ik dus, begon zelfs niet aan die studies. Ik besliste om na de middelbare school onmiddellijk in een leerlooierij te gaan werken. Ik had op mijn vijftiende Het Kapitaal van Marx al gelezen.

Wat ontdekte u in Marx?

Lees verder »

Archief

Zhang Yang, Shower: hoge nood aan manueel strijk- en knijpwerk in moderne samenlevingen.

19 januari 2008

In Rotterdam wordt door het Fonds Achterstandswijken Rotterdam – FAW - nascholing voor huisartsen aangeboden met een film die tot nadenken kan stemmen over de relatie arts – patiënt in wijken waar vaak meer dan de helft van de bewoners van allochtone herkomst zijn.

Wegens de van oudsher vrij grote Chinese populatie in Rotterdam werd de film van Zhang Yang ( 1965) Shower uit 1999 gepresenteerd, die bij Film International in 2000 de publieksprijs kreeg toebedeeld.
De grote toevloed van Chinezen in Rotterdam viel samen met de economische crisis waar de stakingen in het begin van de XX ste eeuw van zeelieden en havenarbeiders gebroken werd door het aanwerven van Chinese zeelui, die nadien gedumpt werden op Katendrecht en in vreselijke armoede probeerden te overleven door pinda's te verkopen
Gabriel van den Brink onderzocht voor zijn studie 'Culturele contrasten – Het verhaal van de migranten in Rotterdam' ook deze bevolkingsgroep naar herkomst en samenstelling, waarbij telkens de geslotenheid opviel, waardoor ook de integratie in het Rotterdamse stedelijke weefsel bijzonder pover scoorde.
Zhang Yang heeft met ‘Shower’ veel prijzen weggekaapt op alle mogelijke internationale festivals: “Het badhuis is een microkosmos waarbinnen je perfect het menselijk gedrag kunt observeren.” Het originele badhuis heeft echt bestaan in de wijk van Beijing waar Zhang Yang zelf opgroeide.
De film opent met ‘harmonische’ toekomstbeelden van Beijing aan de vooravond van het nieuwe millennium (dat van China!). In een drukke winkel- en kantorenstraat nadert de cineast zelf een ultramoderne doucheblok, waar hij zich na digitale identificatie in een cabine uitkleedt voor een douchebeurt met alles erop en eraan: mechanisch, automatisch, zonder één enkele menselijke interventie. Met dit ideale toekomstbeeld voor de nieuwe mens in het land van het Harmonische Socialisme maken menselijke relatie plaats voor efficiënte maakbaarheidsidealen die hand is hand gaan met modern geldgewin.
In het ware leven heeft een Chinese zakenman Zhang Yang benaderd om dit revolutionaire doucheconcept te commercialiseren: “Die douche staat symbool voor de klinische maatschappij waarin China dreigt te veranderen. Met het verdwijnen van de traditionele badhuizen gaan ook de sociale structuren teloor van de wijken waarin ze een spilfunctie vervulden. In Shower zie je oude mannen in het badhuis met elkaar keuvelen, ze spelen krekelgevechten, masseren elkaar, maken ruzie en sluiten weer vriendschap. Het is een soort microkosmos waarbinnen je het menselijk gedrag perfect kunt observeren. Iedereen is er gelijk, ontdaan van kleding en sociale status. De ideale plek om een ode aan het samenzijn te brengen.”
Openbare badhuizen en publieke wasplaatsen waren eeuwenlang ontmoetingsplaatsen waar gemeenschappen aan elkaar werden gesmeed.
Met de automatische wasmachine en de private badkamer van Expo 58 plooide de moderne mens op zichzelf terug om met zijn eigen televisie nog een klein raampje op de verre wereld te houden: alleen en vaak angstig, hoogstens vergezeld van het de leden van het kleine kerngezin.
De kracht van een samenleving, van een veilige gemeenschap werd gebroken.

Zhang Yang werd door de Chinese filmcensoren verplicht een scène te schrappen waar projectontwikkelaars het badhuis komen opmeten omdat de hele wijk plaats moet maken voor een nieuw winkelcentrum met torenhoge flatgebouwen: “In de scène erna stierf de oude Badmeester Liu. De filmcensoren waren bang dat het publiek een negatief verband zou leggen tussen die twee gebeurtenissen. Meester Liu die zelfmoord pleegt omdat hem zijn badhuis wordt afgepakt. Zo luidde ongeveer hun argument. Ontmoedigend? Zeker, maar ik blijf er niet te lang bij stilstaan. Ik wil zoveel mogelijk films maken, zodat ik steeds weer op zoek kan gaan naar de grenzen van wat wel en niet kan. De Chinese film heeft, om te kunnen groeien, publiek nodig. Bovendien weten we allemaal dat protesteren tegen de censuur geen zin heeft. Daarom probeer ik me zo goed mogelijk in de censoren te verplaatsen. En er steeds wat meer speelruimte bij te smokkelen.”
'Shower ' is een tedere film over menselijke relaties tegen de achtergrond van de dreigende individualisering en commercialisering van mensenlevens in de Chinese grootstedelijke cultuur.
De eenzaamheid van ouders en kinderen van de gedwongen éénkindgeneratie is bijtend, uitzichtloos en blijvend. Guanxi – het zakelijke relationele netwerk – noch frequent digitaal contact strijkt hieraan helende zalf. Wellicht zal de aloude Chinese massagecultuur een uitweg kunnen bieden voor wie met gesloten ogen zijn of haar huid, buik-, borst- en billenvet, spiermassa en pijnlijke zones laat strelen en strijken, kneden en knijpen als een vorm van 'auto'- mutilatie door genadige mensenhanden en krachtige vingers van de eigen of de andere kunne. Duizend keer beter en helender dan de mechanische illusie van een moderne machinale beurt.
Er is nog veel strijkwerk aan de winkel in het Harmonieuze China.
Er is nog meer knijpwerk van doen om de gaten te dichten in het Westeuropese grootstedelijke weefsel en het leven van zijn bewoners.

Archief

Geert Mareels, Plan B, een politieke satire gebaseerd op nog niet echt gebeurde feiten. uitg.Manteau

10 januari 2008

Geert Mareels, Plan B, een politieke satire gebaseerd op nog niet echt gebeurde feiten. uitg.Manteau

Geert Mareels was adjunct kabinetschef van Norbert De Batselier, kabinetschef van de vice-ministers- presidenten Luc Van den Bossche, Steve Stevaert en Renaat Landuyt.
Geert Mareels was niet op zijn kop gevallen en hij heeft meer dan 15 jaar lang zijn ogen en oren de kost gegeven op de socialistische kabinetten in de opeenvolgende Vlaamse regeringen.
Geert Mareels was niet dom, eerder zeer verstandig, geslepen en goedlachs, anders had hij zo'n carrière nooit overleefd, laat staan dat hij finaal toch nog een beetje goed terecht gekomen is als E-government manager bij Corve '? de coà?rdinatiecel Vlaams E-government, van de ijzermolen tot ijzervijlsel.

Geert Mareels heeft het verstand en de moed gehad om zijn ervaringen te archiveren en te bewerken in een politieke satire die misschien gebaseerd is op nog niet echt gebeurde feiten, maar die toch bijzonder nauw langsheen het barre leven achter de coulissen van de ondraaglijke lichtheid van het politieke bestaan scheert.

Ik kan mij niet ontdoen van het gevoel dat ieder voorstel, iedere bedenking, ieder manoeuvre, iedere strategie die in ' Plan B ' wordt vermeld, ooit ergens door een bekend politicus '? niet alleen van socialistische huize – werd geopperd, overwogen, geproefd en voorlopig nog te moeilijk bevonden.

Met de ontwikkelingen in zijn 'Plan B' krijgt Geert Mareels de lachers makkelijk op zijn hand, zeker zij die via het ambtenarenapparaat, dan wel de partijhofhoudingen ooit mochten snuiven van de politieke kookkunsten in de verboden keuken van de macht of wat er in Vlaanderen voor wil doorgaan. Om van de smeuà?ge roddels en nog schonere ware feiten nog maar te zwijgen.
Maar het lachen vergaat de lezer, wanneer de satire al te herkenbaar wordt, zeker vandaag met een noodregering.

Geert Mareels mag dan bij het schrijven van 'Plan B' wel niet op zijn hoofd gevallen zijn, de partij '? indeling van zijn boek is dat zeker wel. Van de sociaaldemocratische eminenties rest vandaag enkel nog een nare nasmaak. De echte spelers uit die hoek hebben zich vandaag veilig teruggetrokken op lucratieve posten in de periferie van het oosten tot het westen, van het noorden tot het zuiden, van zenit tot nadir.
Hij situeert het hele verhaal van een machtsgreep door technocraten achter een populistische BV uit een soap zoals 'Thuis tussen Paleis en Park' of 'Het leven zoals het is in en om de Wetstraat' binnen de sociaaldemocratische entourage. Zijn spiegeltechniek tussen de politieke realiteit en de tv-soap is een mooie en intelligente vondst. Het theater van de macht eist goeie lange-adem-acteurs en waar vind je die beter dan in succesvolle tv-series. Het loopt uiteraard mis wanneer de acteurs vergeten dat het maar een spel is en zij de spelers. Wanneer een politicus of een acteur zijn of haar rol te zeer als echt beleeft, ook thuis en in bed, voltrekt zich een ramp aan de democratie.

Het is evident dat de scenario's die Geert Mareels schetst veeleer geproefd en beproefd werden en worden in de blauwe familie, wegens de christendemocraten in die periode nog op apegapen.
Vandaag zijn de 'nog niet gebeurde feiten' van Mareels' 'Plan B' al een ferm stuk dichter bij de realiteit, zeker binnen het cd&v-NVA kartel in het nieuwe regeringsamalgaam.

Hij moet nog laden vol achter de hand hebben, om een 'Plan C' te schrijven.
Maar ik vrees dat met 'Plan B' het onderste uit de kast werd gehaald.
Geert Mareels kan niet tippen aan Hanne-Vibeke Holst die met 'Kroonprinses' en 'Koningsmoord' twee universele kanjers schreef over de machtstrijd binnen de sociaal democratie in Denemarken, en de positie van vrouwen binnen de machtstrijd.
Zijn boek is een verdienstelijk 'Plan B', maar dat is de Vlaamse sociaal democratie natuurlijk ook, om van de Vlaamse politiek nog maar te zwijgen.

Politics is not a bad profession, If you succeed there are many rewards, if you disgrace yourself you can always write a book.(Ronald Reagan) – geciteerd in ‘Plan B’

19. De groene voorzitster opperde dat als ze extreem rechts nog één legislatuur in oppositie konden duwen, de afkalving wel vanzelf zou beginnen. ” Hun kiezers willen immers toch vroeg of laat resultaten zien.”
“Citeer er mij niet op”, repliceerde de socialistische voorzitter, ” maar mij lijkt het redelijk ijdele hoop. De Belgische werknemer partij heeft 24 jaar moeten wachten op zijn eerste schepenambt en nog eens 10 jaar op de eerste ministerpost. En daar was eerst een wereldoorlog voor nodig. De gevestigde bourgeois partijen van toen bekeken de socialisten niet zoveel anders als wij de Blokkers vandaag. En toch hebben de socialisten dat uit idealisme 35 jaar lang volgehouden. Het is pas na de eerste keer van de macht geproefd te hebben dat een partij geen 10 jaar oppositie meer overleeft.”

46. De dag dat de bevolking iemand verkiest als vertegenwoordiger van de maatschappij, stelt men hem vrij van de menselijke verplichting om nog deel uit te maken van die samenleving. Een soort burgerlijke dood. Gelukkig voor de stakkers beseffen ze dat niet.

290. (Uit de toespraak van de nieuwe zelfbenoemde minister-president)
De democratie is verloren gegaan toen regeringen volmachten vroegen, niet omdat het parlement hun drastische ingrepen niet zouden stemmen, maar omdat die regering vooraf niet wist wat ze precies wou doen.
De democratie ging verloren toen partijen hun ideologische overtuiging inruilden voor marketingtechnieken.
De democratie ging verloren zodra partij voorzitters bepaalden wie er verkozen mocht worden en iedereen eruit gooiden hier niet met hen eens was.
Ze ging verloren toen een paar parlementszetel van vader op zoon, van vader op dochter, van moeder op dochter werd doorgegeven. Alsof politiek talent en ideologische overtuiging erfelijk zijn.
Onze democratie ging verloren toen het bestuur van het land een mediashow werd om u zoet te houden. Brood en spelen voor het volk. En met de clowns centraal in de ring. U weet dat ik een acteur ben. Maar onderschat niet in welke mate uw politici komedianten zijn.
Maar de democratie ging vooral verloren toen ze het volk verloren had. Toen de democratische instellingen uw belangstelling, steun en engagement verloren hebben.
Vandaag zetten we de eerste stap om u de macht terug te geven. De democratie, de regering van, voor en door het volk. Maar eerst moeten we de stal uitmesten. Ik beloof u nieuwe verkiezingen voor een nieuw sterk parlement en een nieuwe sterke regering zodra de tijd daar rijp voor is. Op korte termijn zal ik ons land moeten besturen zonder volksvertegenwoordiging. Ik zal hierbij uitsluitend de belangen van het volk en onze samenleving voor ogen hebben. Dat zweer ik u plechtig.
Tijdens de voorbereiding van deze machtsovername heb ik een volledig plan opgesteld met een precies programma van de maatregelen die we zullen nemen. U kunt dit plan vanavond al lezen in de speciale edities van de kranten die momenteel overal verspreid worden. Uiteraard vindt u het ook op teletekst en Internet. Hiermee willen we zeer open zijn over onze intenties. Geen lijst van losse beloftes, leuke dingen voor de mensen of sublieme stunts. Niet iedereen zal er zijn eigen verlanglijstje terugvinden. Omdat we zullen doen wat gedaan moet worden en niet wat de ene of de andere lobbyist graag zal hebben. Geen zoutloze compromissen die door de mallemolen van het parlement aanvaard moet worden. Wij stellen u concrete, betaalbare, effectieve maatregelen voor. We willen het best mogelijke onderwijs, een sterke economie, een radicaal milieubeleid, een resultaatgericht zorg voor de zwakkeren. Ik heb de beste experts geconsulteerd om op alle beleidsdomeinen het best mogelijke beleid uitstippelen. Het zijn die deskundigen die mijn regering zullen vormen. Maar ze zullen onder mijn leiding werken. Ik ben dan ook de enige die aan u verantwoording kan en zal afleggen.
Ik besef dat het voor velen onder u vandaag een zware en emotionele dag geweest is. Maar het is een dag die een lange periode van onrust en onzekerheid afsluit. Deze dag vormt de breuk tussen het oude regime dat met zichzelf bezig was en mijn regering die voor u zal werken. Vanaf morgen gaan we allen opnieuw aan de slag om ons Vlaanderen weer de plaats te geven in de wereld die het verdient. Ik wens u een goedenacht.

314. Eigenlijk hebben we met het managementteam al een eerste stap gezet om de Singaporese vormen over te nemen. Wat we nu moeten doen is ons middenkader even professioneel uitbreiden met mensen die uitsluitend aangeworven worden op basis van hun capaciteiten. In plaats van verkiezingen organiseren we tweejaarlijkse evaluaties. Wie niet voldoende presteert, ligt er onverbiddelijk uit. Als er al eens iemand door politiek dienstbetoon topmanager wordt, houdt die het dan toch niet langer dan twee jaar uit.

315. We hadden een ideaal nodig om aan de macht gekomen, maar als je daar wil blijven, zul je het met iets minder idealen moeten doen.

Democratie is niet alleen een regering van het volk, het is vooral een regering voor het volk. En als wij hier iets goeds doen voor ons volk, dan zijn we meer dan democratisch genoeg.

343. Elk politiek feit begint als een gerucht. Elk gerucht wordt vroeg of laat een politiek feit. Een woordje hier, een toespeling daar, meestal nog toe te schrijven aan een ontevreden klant.

349. In politiek sterven de idealen snel, of de idealisten.

Archief

Hanne-Vibeke Holst, Kroonprinses – Archipel 2007

14 december 2007

Hanne-Vibeke Holst, Kroonprinses – Archipel 2007

'Kroonprinses' gaat vooraf aan de 'Koningsmoord' maar verscheen pas na de kroniek van een aangekondigde moord in het Nederlands: een nadeel en een voordeel, want het verleidt je tot herlezen van de magistrale 'Koningsmoord' van Hanne-Vibeke Holst. Ze biedt een minutieus en hyperrealistisch opgebouwd beeld van het gevecht om de politieke macht binnen de Deense sociaal-democratie. Ze onthult hoe dit nadien explodeert in de handen van de hoofdrolspelers.
Met 'Kroonprinses' trekt Hanne Vibeke Holst haar lezers doorheen het boek in een wervelend realistisch verhaal over vrouwen in de politiek en het lijden dat hun deel is: voor, tijdens en na, in het publiekstheater en thuis tot die gedenkwaardige dinsdag van 11 september 2001.

Haar beide politieke romans verdienen aanbeveling bij alle vrouwen met politieke ambitie, machtsverlangens en een beetje intellectuele vermogens. Het helpt hen gegarandeerd om de ondraaglijke lichtheid van het politieke bestaan te relativeren. Het helpt hen ongetwijfeld om Niccolà? Machiavellis 'Heerser' uit 1513 te begrijpen.
Voor wie ' Il Principe ' en de ' Discorsi ' te complex doorwegen en de tijd voor reflexie beperkt is, biedt wikiquote voldoende passende citaten.
Haar beide politieke romans verdienen aanbeveling bij alle mannen die politieke ambities hebben omdat ze er een voorproefje van hun lijdend leiden kunnen lezen, maar ook bij alle mannen die politieke ambities hadden nadat ze zonder al te veel scha en schande ontsnapt zijn uit de dans om de macht.
Wie nog over de dansvloer denkt te zwieren, kijkt beter naar de filmversies die naar verluidt in Zweden worden uitgebracht van Holsts drama over de koninklijke kunst van het democratische spel.

Hanne-Vibeke Holst (1959) is een Deense schrijfster, columniste, journaliste en documentairemaakster. Zij is zeer gerespecteerd als een uitgesproken verdediger van de rechten van de vrouw. Ze zetelt in de raad van beheer van de Deense nationale UNESCO commissie en schrijft over vrouwenzaken voor UNFPA, het bevolkingsfonds van de Verenigde Naties. Haar werk is in niets vergelijkbaar met wat de Vlaamse 'UNFPA goodwill ambassador' ervan bakt, al dan niet op de treurbuis van haar leven.

Naar aanleiding van 'Koningsmoord' biedt het Deens Kultureel Instituut een boeiend interview van Marnix Verplancke met de auteur over de positie van de vrouw in de politieke en de samenleving.

'Wanneer vrouwen de politiek ingaan. laten ze zich al te makkelijk afblaffen. Van die vrouwen brutale wezens maken die meedraaien in het politieke machtsspel, ligt niet voor de hand.
('?)
Je kunt je niet voorstellen hoe erg het gesteld is met mannelijk geweld tegen vrouwen, daar valt het internationale terrorisme bij in het niet.'

We don't give up, Hanne!

78. Shakespeare leerde ons al dat de politiek een bloedig ambacht is. Misschien is het wel daarom dat wij die ons buiten de arena bevonden maar gefascineerd aan de zijlijn toekeken, vermeden hebben dat universum te betreden, waar vrienden elkaars vijanden worden, misdaad loont en rechtvaardigheid niet altijd zegeviert. In ieder geval niet op korte termijn. Van buitenaf gezien lijkt het gewoon te grof, te lelijk, een hedendaags Forum Romanum. Maar als dit alleen maar zo zou zijn, zou niemand hier vandaag de dag staan. Want politiek is toch ook een strijden voor goede dingen, voor vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid. En hier op deze plaats, in dit ministerie, waarvan ik misschien diep vanbinnen altijd gedroomd heb om het te mogen leiden, is het en moet het ons privilege zijn, om voor zoiets belangrijkste te mogen strijden als dit milieu en deze natuur, die we toch aan ons zullen moeten onderwerpen, willen we überhaupt als soort kunnen overleven.

97. Dus een politicus kan kiezen tussen een langzame, stille dood of een plotselinge en gewelddadige.

99. We hebben het erover dat je als politicus een talent moet ontwikkelen om zoveel mogelijk van je politieke standpunten erdoor te krijgen. Dat een goed politicus zijn actieradius kent en dat een goed politicus zelfs in staat is deze uit te breiden door anderen met zich mee te krijgen. En dat verkrijg je niet door over je integriteit te jammeren of bang te zijn om vieze handen te krijgen.

121. Zo zag ze er thuis ook uit, daar was hij zeker van. Zo zag ze eruit wanneer ze zichzelf was. In tegenstelling tot haar voorganger, die nooit, ook niet als hij in het weekend zonder stropdas binnenkwam, zijn ministerhouding aflegde. Hij was één geworden met de rol en dat had hem genekt. Zijn knieval voor de zoete smaak van de macht, zijn gebrek om de dingen los van elkaar te kunnen zien. Misschien lag het gevaar vanbinnen opgegeten te worden door een kleine wormpje van ijdelheid het meest op de loer bij mannen. Wat niet betekende dat vrouwen geen last van grootheidswaan kregen. Hij had daar voorbeelden van gezien, die niet onderdeden voor die van mannen. Maar toch leek het alsof vrouwen de verleiding om één te worden met de figuur beter weerstonden. In ieder geval werden ze er niet zo door geà?mponeerd en dat vond hij wel een opluchting. Ook al kon hij natuurlijk best het gevaar inzien van het teveel jezelf zijn. Er lag per slot van rekening ook een zekere bescherming in de pose en in het pantser van de macht.

248. Als je je in het gevecht om de macht gaat werpen, word je zeker onderuitgehaald, onder de voet gelopen of onder vuur genomen door sluipschutters, wat dan ook. Dus daarom moet je de macht zà? graag willen dat je die ook wil veroveren. Daarmee wordt je perspectief ook groter. Dan gaat het niet alleen om je merites als milieuminister. Dan moet je iets verder denken.

Archief

Paul Scheffer, Het land van aankomst: 'Alles van waarde moet zich verweren.'

8 december 2007

Paul Scheffer, Het land van aankomst- De Bezige Bij 2007

Paul Scheffer is een moedig en vlijtig man. Hij weigert toe te geven aan de verleiding van de vermijding, wat in Nederland wel eens als tolerantie geroemd wordt.
Na zijn fenomenale steen in Neerlands kikkerpoel met 'Het multiculturele drama ' uit 2000 in NRC Handelsblad levert hij nu een doorwrochte analyse op van 'Het land van aankomst', over de migratiebewegingen en de effecten op de landen van aankomst, Nederland en elders in de westerse wereld.
Dit vlot geschreven handboek is voor mij als eye-opener vergelijkbaar met de 'Markt van welzijn en geluk' uit 1981 van Hans Achterhuis. Het gaat om een grondig onderbouwde analyse van de loze kreten en het oorverdovend gefluister waarmee velen die zich 'links' heetten, de zelfverklaarde solidariteitsnorm trachtten te imiteren. Onderwijl bleken de proletariërs als enige bevolkingslaag rechtstreeks geconfronteerd met de gevolgen van de gastarbeid en de migratie. Ze voelden zich verweesd, verlaten en kregen van hun socialistische leiders het verwijt van racisme en eigenbelang bovenop wanneer ze hun problemen probeerden te ventileren.
Scheffer onderzoekt de economische en sociale betekenis van de gastarbeid en de migratie uit de naoorlogse jaren: enkel tanende industrieën kregen zo meer ademruimte. Ze konden nog een paar decennia lagere lonen betalen voor werk dat te smerig was voor mens en milieu. De sociale gevolgen waren voor de zwakste proleten die meer loon en appreciatie eisten voor hun arbeid en dus rechtstreeks in concurrentie kwamen met de 'gastarbeiders', die werden ingevoerd ‘omdat de autochtonen dat vuile werk niet meer wensten te doen ‘(!), zeker niet aan zo'n schamel loon.
Ook het positieve demografische effect van een immigratiebeweging van jonge arbeidskrachten op een vergrijzende bevolking is volgens Scheffers bronnen omzeggens verwaarloosbaar.

Het samengaan van massale immigratie en de verzorgingsstaat is uniek: er zijn geen andere voorbeelden van in de geschiedenis. De gevolgen zijn voor iedereen zichtbaar: grote groepen migranten zijn in een situatie van afhankelijkheid geraakt. Wat een initiatiefrijk deel van de samenleving zou moeten zijn '? immigranten zijn immers bij uitstek overlevers '? is verworden tot het meest onbeweeglijke deel van de bevolking. (38).

Het is waarlijk verbijsterend hoe respectabele 'linkse' of sociaal bewogen mensen in het Westen decennia lang zichzelf en hun aanhang bleven kastijden met de verknoopte zwepen van zelfverklaarde schuld aan de migratiestromen elders in de wereld en richting West Europa.
We waren zo verblind door onze humanitaire normen en waarden dat we niet konden noch wensten te begrijpen of te geloven wat de reële economische drijfveer achter veel migratiestromen waren.

Wanneer Nederlandse kooplieden voor het grootkapitaal met Vlaamse wortels van de V.O.C. de wereld afschuimden, waren zij in de ogen van de machtige rijken in China, Japan, India en Indonesië niets meer dan een stelletje lachwekkende gelukzoekers die bedelden om kralen en spiegeltjes. De producten waar ze initieel op uit waren, hadden voor de autochtone heersers nauwelijks een economische, culturele en politieke betekenis.
Dat was eens weer thuis in Europa wel even anders.
Het werd helemaal anders wanneer de handelaars-veroveraars een goed geoliede slavencarrousel tussen Afrika, Amerika en Europa konden draaiende houden en later met sluw krijgsgeweld tanende Aziatische rijken in handen kregen.
De inschatting van de V.O.C.-helden door Japanners en Chinezen was vergelijkbaar met die van de eerste groepen gastarbeiders in Noord West Europa. Hun culturele waardeschaal was zo verschillend dat ze noch een bedreiging vormden noch een betekenis hadden voor de heersende cultuur. Ze waren hoogstens een curieuze bron van vermaak. En vice versa. Want in de ogen van de blanke Europeanen, eens ze thuis over hun heldendaden en succesvolle manoeuvres konden opsnijden, waren die oosterlingen en zwarten evenzeer een bron van vermaak. Het referentiekader van migranten en autochtonen, van avonturiers en slachtoffers, van veroveraars en overwonnenen blijft immers generaties lang stabiel en gebaseerd op de eigen normen en waarden, de herkenning van de eigen identiteit die bepaald blijft door het land, de cultuur, de religie, de stad, het dorp, de familie van herkomst.

Huntington beweert: 'Immigranten gaan deel uitmaken van een bestaande samenleving, terwijl kolonisten hun eigen samenleving voortbrengen.' (294).

Alle migranten in de eerste generatie worden gestuurd door hun achterban, zeker in premoderne samenlevingen waar de hele familie, clan of dorp investeert in hun helden die elders geluk gaan beproeven, al dan niet op V.O.C. of piratenschepen. Zij zijn niet zozeer gedreven door de bittere armoede '? want doorgaans staat er een forse investering achter hun avontuurlijke ontdekkingsreizen. Zij zijn niet zozeer bezweken voor de verlokkingen van het rijke en 'vrije 'westen '? een illusie die wij hier maar al te graag blijven koesteren. Zij worden eerder gestuurd als een economische investering '? risicokapitaal '? vanuit de groep van herkomst. Zij proberen de routes uit, zij zoeken mogelijke bronnen van inkomsten en zijn de pioniers voor wie nagestuurd worden.
Ook vandaag is de kapitaalsexport door deze migranten naar hun landen van herkomst vaak de belangrijkste bron van inkomsten voor die landen. ( 300 miljard dollar per jaar)
Wanneer Europa de roep kreeg ruimhartig te zijn voor vervolgden die asiel zoeken, werd dat al gauw de dekmantel voor een intensieve mensenhandel en een hoop menselijke ellende.
Intussen is de positie van die migranten door hun aantal zo veranderd dat ze een segregatie in de eigen religieuze en culturele sfeer in West Europa aankunnen. Zeker wanneer door de teloorgang of de delocalisatie van de inefficiënte en smerige industrieën hun aanwezigheid steeds minder economische belangen dient. Dan zien sommige van hun – vaak later geà?mporteerde – leiders zichzelf als kolonisten die een eigen zuivere samenlevingsvorm proberen op te bouwen, wars van het moreel en religieus verval waarvan ze menen dat het welig om hen heen tiert onder de vleugels van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid.
De gevolgen van zo'n segregatie zouden nog kunnen meevallen zoals bij reeds langer aanwezige niet islamitische culturen.
Maar nogal wat geestelijke leiders van gesegregeerde groepen met een eigen religieus superioriteitsverhaal en veel rancune over een groots maar verloren verleden, bleken en blijken niet altijd bereid de burgerlijk democratische rechten en plichten in West Europa als centraal gegeven te aanvaarden boven alle andere normen en waarden van eigen bodem en geloof.
Vaak lijken in hun ogen autochtonen bijzonder los en denigrerend om te gaan met de eigen vrijheden en democratische waarden. Ze begrijpen niet hoe dit spel een onderdeel kan zijn van het democratisch theater. Ze vatten niet dat met die westerse normen en waarden wel kan gespot worden, dat er zelfs ‘cynisch’ strijd tegen mag gevoerd worden, maar dat ondanks dit geveinsde spel van kritiek en politiek aan die burgerlijke vrijheden nooit echt kan getornd worden.

409. De gedachte was te veel dat de vrijheden zich als vanzelf zouden verdiepen, maar het lijkt erop dat de vrijheid in diskrediet aan het raken is en de roep om veiligheid steeds luider klinkt.
Wanneer we de bekende dichtregel van Lucebert '? 'Alles van waarde is weerloos' '? op zijn kop zetten, kunnen we zeggen: 'Alles van waarde moet zich verweren.'

Het misverstand tussen een cultuur en een religie die nog beweert vast te houden aan zuivere en volmaakte zekerheden en een cultuur en religie die twijfel en onzekerheid erkent als garantie voor een minimum aan menselijkheid, is daarom des te pijnlijker.

Zonovergoten woestijnen krijten onweerlegbare lijnen die verglijden in een fata morgana van het unieke Grote Gelijk.
Nevelen en schaduwen in de schemering van het woud zijn de basis van twijfel en onzekerheid, de echte kracht en kern van het Europese ongeloof, onze grootste kans op een minimum aan menselijkheid.
Komen goden immers niet naar Europa om er te sterven?
Van de Griek Diogenes, over de moslim Averroës, langs de Antwerpse Amsterdammer Frans van den Enden en de Nederlands-Portugeze Jood Spinoza, tot en met de Fransman Voltaire of de Duitser Nietzsche, telkens weer kreeg het 'Verlichtingsdenken' in Europa zijn beslag.
Europa weet, uit haar eigen bloedige verleden, dat het geloof in één God of een heilige zaak géén eenheid brengt, zoals Amerikaanse politici en islamitische fundamentalisten graag beweren. Geloof '? ook 'Ander Geloof' dat de publieke ruimte opeist – zaait verdeeldheid en verderf.
Om een beetje dichter bij de menselijkheid te komen, moet je afstand doen van ieder fanatiek geloof '? zeker in die openbare ruimte. Allen die in Europa leven, ook mohammedanen, moeten dit ongeloof leren hanteren als de enige redelijke kans op slagen van menselijkheid.
Opdat mensen elkaar niet zouden afslachten moeten zij van elkaar kunnen accepteren dat er niet één waarheid is, maar dat er meerdere 'waarheden', meerdere leugens en misleidingen kunnen bestaan en moeten bestaan, eenieder de hare of de zijne.

355. In een seculiere samenleving kan religieuze volmaaktheid alleen maar in afzondering worden beleefd. En zelfs dan zijn er grenzen, want in een rechtsstaat waar de islamitische wet geen enkele rol speelt zal een zekere krenking moeten worden aanvaard.
De sharia verbindt aan afvalligheid rechtsgevolgen die in ons land onaanvaardbaar zijn, zoals ontbinding van het huwelijk, ontzegging uit de ouderlijke macht en verval van erfrechtaanspraken.
Morele overtuigingen die in de islamitische wetgeving zijn vastgelegd vinden hier geen erkenning.
Sterker nog: deze rechtsnormen zijn in strijd met onze beginselen van gelijkheid en vrijheid.
Waar gewetensvrijheid heerst, heeft het geloof als juridische discipline geen plaats
.

Scheffers 'Het land van aankomst' is een mijlpaal.
Het brengt voor het eerst en uitputtend een ruim gamma aan invalshoeken van migratiebewegingen samen in één boek.
Maar het mist een degelijk notenapparaat en een thematisch register.
Het mist een even uitputtend gamma aan voorstellen en maatregelen om de clash der beschavingen binnen Europa tot kleurrijk uitdijende vuurwerk te helpen verbouwen.
Europa kan nooit het Amerikaanse integratie-draaiboek gebruiken omdat daar geen echte vormen van sociale zekerheid bestaan. De V.S.A. hebben van meet af gekozen voor de klemtoon op individuele vrijheid en verantwoordelijkheid. Alle falen en ieders ellende wordt verklaard onder het motto ‘eigen schuld dikke bult’. De Europese lidstaten hebben historisch gekozen voor 'social binding and social bridging', de structurele opbouw van sociaal kapitaal.
Dat vraagt veel meer verplichtingen en veronderstelt een georganiseerde 'verheffing' van de sociaal zwakkeren en de nieuwkomers. De Europese cultuur verwacht meer van een goed onderbouwd sociaal systeem om haar burgers en migranten de kansen te bieden tot zelfontplooiing en bijdragen aan de samen-leving.
Dit aloude emancipatie – ideaal mag zich niet laten verleiden tot vermijden, zelfs niet om de lieve vrede te bewaren. Wie hier wil meespelen in het maatschappelijke leven, wie hier wil genieten van de burgerlijke vrijheden en van de sociale zekerheid is verplicht ze zelf na te leven en moet er ook actief toe bijdragen.

Het pleidooi tot onthechting van V.S. Naipaul in 'A Bend in the River' is een mooie epiloog voor 'Het land van aankomst'.
Maar dit soort onthechting of dit soort verraad van de veilige – maar illusoire – idealen uit de eigen jeugd, zal noodgedwongen beperkt blijven tot de elites van de verschillende culturen.
De mainstream zal enkel door vele kleine contacten tijdens het verplichte kwalitatief hoogstaand onderwijs, op het werk, tijdens winkelen, wandelen en ontspannen kunnen evolueren tot een zelfbewuste, zelfrelativerende, open en ruimdenkende stroming.
Dat vraagt veel tijd, veel onthechting tijdens de conflictueuze getijdenwerking, maar het biedt een ruime kijk en een bevrijdende blik.

440. Europa heeft de wereld aangeraakt en wordt nu in toenemende mate geraakt door die wereld. Niet alleen hebben we deze wederkerigheid veroorzaakt, maar in menig opzicht hebben we die ook gewild.
De confrontatie met een militante islam beneemt het zicht op een welkome verandering. Want de wedijver met het Verre Oosten kan een energie losmaken die ons helpt uit de beklemming te raken. Die aandrang
van buiten is nodig. Hetzelfde geldt voor de komst van immigranten: hun aanwezigheid is een voortdurende uitnodiging tot zelfonderzoek. Wanneer we begrijpen dat een ontspannen samenleving
om een inspanning vraagt, kunnen we met overtuiging tegen mensen die van heinde en verre komen zeggen: welkom.

17. Te lang waren degenen die niet in de wijken woonden waar de migranten zich vestigden de warmste pleitbezorgers van de multiculturele samenleving, terwijl degenen die er wel woonden op den duur wegtrokken. Hun stem werd niet gehoord of werd gekleineerd als een vorm van vreemdelingenhaat.

46. Maar dat recht op godsdienstvrijheid brengt ook een verplichting voor moslims met zich mee, namelijk dat men de vrijheid van mensen met een ander geloof of geen geloof wil verdedigen

97. Het is een doodlopende weg om burgers eraan te herinneren dat ze wereldburgers zijn geworden wanneer niet tegelijkertijd wordt gezocht naar antwoorden op de behoefte aan continuà?teit en gemeenschapszin.

113. 'Werknemers verliezen doordat immigranten de lonen verlagen. Werkgevers winnen omdat immigranten de lonen verlagen'

116. Er is een groot risico dat demografische stagnatie, economische crisis en sociale verstarring hand in hand gaan. Terwijl door de globalisering de aanpassingsdruk op samenlevingen steeds groter aan het worden is,wordt door de demografische teruggang het aanpassingsvermogen van diezelfde samenlevingen steeds minder.

126. Multiculturalisme en marktliberalisme hebben veel overeenkomsten: in beide gevallen wordt de waarde van het sociale compromis binnen de eigen grenzen ernstig betwijfeld.

165. De tolerantie zoals die werd beoefend in de Republiek moet niet als een verheven beginsel
worden gezien. De historicus Van Deursen komt tot een afgewogen oordeel: 'De befaamde Hollandse tolerantie behelsde dus een flink stuk opportunisme. Juist daarom heeft ze veel succes gehad. Ze was een typisch product van de pragmatische Hollandse cultuur. Niettemin bevatte ze wel degelijk ook een principieel element. De oude instinctieve afkeer van gewetensdwang is in haar geà?nstitutionaliseerd.' ('?)
De historicus Remieg Aerts schrijft: 'Hetzelfde beschavingsideaal dat verdraagzaamheid als deugd beschouwde, omvatte ook ingetogenheid en fatsoen, dat wil zeggen: aanpassing aan de bestaande orde en vorming in haar conventies.'

174. In een land met godsdienstvrijheid is plaats voor de islam op voorwaarde dat moslims de plicht aanvaarden om diezelfde vrijheid te verdedigen voor anderen waarmee men het fundamenteel oneens is.
Daarvan blijkt weinig in tal van moskeeën, waar de grondslagen en de instituties van de liberale democratie worden afgewezen. Lang is weggekeken, men wilde geen conflicten veroorzaken.

188. Van Deursen zegt het op zijn eigen manier: 'Geschiedenis gaat over liefde voor de medemens.
Liefde houdt niet op bij de dood. Daarom moet aandacht voor het verleden blijven bestaan; niet omdat je er beter van wordt. Als dat toch gebeurt, is het mooi meegenomen

349. Toch is de neergang van de islamitische wereld al voor die koloniale bemoeienis begonnen en heeft zich doorgezet na het vertrek van de koloniale mogendheden. Er is dan ook alle reden voor een zelfonderzoek, dat niet mag worden vermeden door het voortdurend stellen van de schuldvraag: 'Wie heeft ons dit aangedaan?' Het antwoord is: uiteindelijk niemand, de eigen verantwoordelijkheid moet onder ogen worden gezien. De neergang is van eigen makelij en heeft alles te maken met een afsluiting ten opzichte van de economische en wetenschappelijke innovaties in Europa. De renaissance, de reformatie, de technologische revolutie gingen zo goed als onopgemerkt voorbij aan de moslimwereld, die volhardde in het beeld van de christelijke Europeanen als barbaren, van wie weinig tot niets te leren viel. Die naar binnen gekeerde houding van de moslimwereld is fataal gebleken.
De afsluiting tegenover Europa duurde lang en was diepgaand.

355. Wezenlijk is dat de islam zichzelf ziet als de opvolger en vooral ook de vervolmaking van het jodendom en het christendom. Deze inherente superioriteit van de islam in de ogen van zijn aanhangers is een deel van de verklaring waarom de interesse in de westerse wereld pas laat op gang kwam. ('?)
Morele overtuigingen die in de islamitische wetgeving zijn vastgelegd vinden hier geen erkenning.
Sterker nog: deze rechtsnormen zijn in strijd met onze beginselen van gelijkheid en vrijheid.
Waar gewetensvrijheid heerst, heeft het geloof als juridische discipline geen plaats.

Archief

Ruiyuan C: zwartwit en kleur van de vergankelijkheid – Hakka Tulou woningen

6 december 2007

Ruiyuan C: zwartwit en kleur van de vergankelijkheid – Hakka Tulou woningen, of hoe de ‘joden’van Azië overleefden.

In Sjanghai heb ik vorig jaar zijn foto's voor het eerst gezien in het kunstencentrum Moganshan Lu 50. Mijn oog viel op zijn merkwaardige composities in zwartwit van Hakka Tulou woningen met één discreet kleuraccent.
Hakka zijn Han Chinezen die gedurende bijna 2000 jaar in vier grote golven al dan niet gedwongen door de centrale heerser naar het zuidoosten van het rijk emigreerden en van daaruit in verschillende eeuwen over heel de wereld. Vandaar hun epitheton Chinese ‘joden’.
Zij bouwden hun huizen als ronde of vierkante vestingen met een enkele toegangspoort, zonder ramen op de onderste verdiepingen waar vee en voorraden werden bewaard.
Op de hoogste verdiepingen leefden de ‘dorpelingen’.
De binnenplaats werd een tempel voor de voorouders die midden hun nakomelingen aanwezig bleven, tegen een vijandige buitenwereld die de Hakka hun economisch en politiek succes benijdden.
De invloed van dit belaagd opgroeien in een vijandige omgeving – doch beschut binnen de eigen muren – met de eigen netwerken over heel China en later over de hele wereld moet in die vele eeuwen zeer groot zijn geweest.

De foto's van Ruiyan C zijn schitterend door zijn spel met zwartwit en kleur om de vergankelijkheid van de onvergankelijke en eeuwige waarheid vast te leggen, voor wie na ons komen zal.

Ruiyuan C '? Vision Videa

Freelance photographer ,the Chinese Photographers members , the Shanghai Photographers members and the Fujian Photographers members. Youth Photographic Society of Fujian, executive director of Putian City Youth Photographic Society vice president.

In Fujian Youth Photographic Society Tenth Member Showcase ,the work “Homeland” was the Gold, “Water Melody” and”Shops” were Bronze,”Area between” and “Splendid Sunshine” were outstanding awards,In National Amateur Photographers Photography Contest,The work “Raincoats or Umbrellas” won awards for excellence.The work “Beautiful Impression” won the gold prize and also published in the Journal of the National Popular Photography.Prior to this, many of his works have been published in this magazine.

“Wuyishanshui” was second prize in the photography contest “Entering Wuyishan” by CCTV.

met dank aan Arlette voor de foto’s – aan Rik & Iris voor het behouden transport.

Archief

Paul Scheffer, Het land van aankomst – De Bezige Bij 2007

30 november 2007

Paul Scheffer, Het land van aankomst- De Bezige Bij 2007

http://www.janvanduppen.be/?p=343

Lees verder »

Archief

Piet de Moor, De gelaarsde god, Stalin en de aura van de macht. Uitg. Van Gennep 2003

25 november 2007

Piet de Moor, De gelaarsde god, Stalin en de aura van de macht. uitg. Van Gennep 2003

Met zijn onderzoek naar de aura van de macht en de vorm ervan in de Sovjetunie van Stalin heeft Piet de Moor een niet alledaagse analyse van 'De gelaarsde god' opgeleverd.
Hij besnuffelt hem niet chronologisch maar aan de hand van enkele tientallen lemmata.
Op die manier neemt hij afstand van het concrete subject van zijn onderzoek en duidt de aura als universele stroop waarmee totalitaire machthebbers zich plegen te zalven.
Zoals gebruikelijk bij de Moor zit een zeer grote bibliografie verwerkt in zijn toelichtingen.
Hij biedt hiermee een handleiding voor wie verder wil zoeken in de reusachtige literatuurproductie uit tijden van maakbaarheidsidealen en monolithische ideol
ogieën.

35. Imitatie.
Er zijn in de literatuur wel meer voorbeelden van wat we de 'imitatio Stalini' zouden kunnen noemen. Vladimir Vojnowitsj’ verhaal ‘Onder vrienden’ is zo’n burleske ‘studie’ over de hielenlikkers die Stalin omringen. (...)
In Vasili Aksjonovs epos ‘Generaties van de Winter’ maken we kennis met een secretaris die de incarnatie is van het ideale type van de opkomende partijman in het midden van de jaren 20: ‘Een tuniek à? la Stalin, een baardje à? la Rykov, een alwetende glimlachje à? le Boecharin’ . Die drang tot imitatio bleef niet beperkt tot literaire fantasieën.(...)
Onder Stalin gedroegen steeds meer functionarissen zich als een massa klonen, lege silhouetten die zich lieten vollopen met de gebaren en de gewoonten van de chef.

37. Dit is het beeld van het gesloten circuit van de macht. Het gaat om een macht die niet meer door deling – de scheiding der machten – wordt afgekoeld, maar om een macht die, zodra ze zich roert, de bestuursleidingen van het land onmiddellijk en overal verhit, zodat de Sovjet-Unie verschroeit onder een hysterische bedrijvigheid die in de regel nergens anders toe leidt dan tot paniek.

52. Geweten.
Vergeleken met Stalin zijn de Macbeths, die arme koningskinderen die door gewetenswroeging worden verteerd, moordenaars die nog in hun kinderschoenen staan. Stalins kwaadaardigheid was niet alleen een wilsbesluit, maar ook uit het instrument van een karakter dat geen benul had van introspectie of empathie. De burgeroorlog in zichzelf leefde hij uit op de rug van miljoenen. Zijn complexen en frustraties liet hij als bloedhonden los op een samenleving die – omdat ze in al haar geledingen op losse schroeven stond en allang de principes van de rechtsstaat overboord had gegooid – een gewillige prooi was voor zijn boosaardigheid. ’ Deze Aziaat op geitenleren laarsjes, die Sjtsjedrin citeerde, naar de wetten van de bloedwraak leefde en het vocabulaire van de revolutie gebruikte, bracht helderheid in de postrevolutionaire chaos en verwezenlijkte zijn eigen karakter in het karakter van de staat, merkte Vasili Grossman lucide op een ‘Alles stroomt’. Het is gemakkelijk om je Stalin in te beelden als een sentimentele man, maar het is onmogelijk je Stalin voor te stellen als een mens die last van zijn geweten heeft.
Het stalinisme is schandalig omdat de vleesgeworden bekrompenheid erin slaagde haar grootschalige misdadigheid te laten bewieroken als een weldaad ver van die de mensheid nog niet eerder was overkomen. Nooit eerder in de geschiedenis werd de bagatellisering van het kwaad door zoveel intellectuelen – die zoekers naar nestwarmte – zo geestdriftig onthaald.

53. Het is verleidelijk om Stalins jeugd te zien als een emmer vol met stront die over het hoofd van de kleine Iozif werd gekieperd, een emmer zoals die elk van ons door de Oostenrijkse schrijver Heimito von Dodere in zijn roman ‘Ieder mens een moordenaar’ op het hoofd wordt gezet: ‘Ieder mens krijgt zijn kinderjaren als een omgekeerde emmer over zijn hoofd gezet. Pas later blijkt wat erin zat. Maar ons levenslang druipt het langs ons heen, hoe vaak we ook van kleren of kostuum wisselen.’

57. Alomtegenwoordigheid.
Onder de stalinistische mastodonten worden de mensen platgewalst. Via hun poliepen worden de energieën opgezogen en de levenslusten gecorrumpeerd. (Josef Stalins ‘Paleis voor cultuur en wetenschap’ in Warschau).
In 1922 had Sergej Kirov die aanstormende architecturale gigantomanie dreigend de wraak van de arbeiders- en boerenstaat op de burgerlijke Westen genoemd. Kirov had de oprichting van nieuwe bouwwerken aangekondigd als een vergelding ‘die onze vijanden zich niet eens in hun dromen kunnen voorstellen, niet beseffend wat voor nachtmerries ze bij de vrienden zouden opwekken.

58. De (Russische) hoofdstedelingen waren inmiddels letterlijk van de kaart geveegd. De boulevards waren zo breed dat de overkant in de mist verdween. Voetgangers werden onder de grond gestopt en haastten zich door de ‘ondertunneling’. Het ras der flaneurs werd het leven onmogelijk gemaakt. De publieke ruimten, de cultuurpaleizen, de pleinen en de metrostations werden volgepropt met agitprop. Om als mens in balans te kunnen blijven met die monumentaliteit, zat er niets anders op dan je proporties aan de amorfheid van de ‘massa’ prijs te geven en erin op te gaan. Zo moest het individu de intimidaties van het kolossale doorstaan. Wat op mensenmaat was toegesneden, werd als ballast uitgegooid. Stalins regime was een onafgebroken aanval op de normaliteit, wat gepaard ging met het opdoeken van kroegen en restaurants, van de biertenten en bestelwagens eethuizen. Op straat was het één en al norsheid, grofheid en criminaliteit.

95. Charlatans.
Het aanwerven, bemoedigen en belonen van charlatans is een waarschuwing aan het adres van diegenen die de boodschap moeten begrijpen. Die boodschap luidt: ‘Denk maar niet dat constructieve ideeën ergens toe leiden bij ons. We zullen je straffen als je je werk ernstig en met overtuiging doet. Kijk maar toe: we geven de fondsen, de tijd, de middelen en de mankracht aan de kwakzalvers, de flemers en de bedriegers. Hoe voel je je nu? Vergeet je serieuze plannen maar want we zullen tot in der eeuwigheid schurken en charlatans belonen! We zullen ze vertroetelen zolang ze erin slagen jullie met hun mislukkingen te vernederen. Wees blij als er voor jullie nog een restje overblijft: het naakte leven. Tenzij je je bekeert! Wordt ook een schurk, verschurk! Sluit je bij ons aan!

140. Razzia’s.
Het was alsof je na de grote terreur in een ander land was ontwaakt, meende Victor Kravtsjenko: ‘Als een buitenlandse overwinnaar de organisatie van het sovjetleven had overgenomen en nieuwe mensen aan het hoofd had geplaatst, had de verandering nauwelijks radicaler of onmenselijker kunnen zijn. De omvang van de gruwelen is door de buitenwereld nooit begrepen.’
Behalve terreur en onderdrukking betekende het stalinisme ook opwaartse mobiliteit en opwindend nieuwe kansen voor de carrièristen. Het uitmoorden van de oude garde was aan dat consideratieloze streven tegemoetgekomen.

142. Stront.
Het behoort nu eenmaal tot de natuur van de mensen dat ze liever de aandacht opeisen met hun zelf veroorzaakte meelijwekkendheid, dan dat ze moeten leven met het gevoel in de ogen van de anderen niet te bestaan.
Toch kijken we op als we mensen horen pochen dat ze het in Stalin’s kantoor in hun broek hebben gedaan.

181. Je zou kunnen zeggen dat Stalin de eerste grote telefoonstalker was. De telefoon was het instrument dat hem bijstond in zijn intimidatie politiek.

188. In de ’ Albanese lente’ vertelt Ismaà?l Kadare hoe in de loop van de zomer van 1972, toen uitlekte dat Amerikaanse president Richard Nixon een bezoek aan China zou brengen, de Albanese dictator Enver Hoxha het voltallige politbureau in Durrës samenriep: ‘De deelnemers aan deze bijeenkomst vertelden dat het wel leek alsof ze op een begrafenis waren. Daar stond hij, met een stuurs gezicht. Toen hij daarna zijn mond weer opendeed om te vertellen wat er volgens hem in de toekomst allemaal in China zou gebeuren, zei hij met een grafstem:”Nu zullen daar de cafés weer opengaan!”.

Archief

Michael Moore '? Sicko of ‘going Dutch’ – nu ook in Nederland

22 november 2007

Best pijnlijk en grappig, snijdend en vileinig, ook wel ontroerend en tenenkrullend, hilarisch en beschamend om te zien hoe Michael Moore met Sicko hét thema van de Amerikaanse presidentsverkiezingen probeert te bepalen.
Hij toont hoe ondermeer Hillary Clinton en haar entourage en tal van heren senatoren en congresleden het schuchtere Health Care Plan van 1993 hebben laten naaien voor geld, heel veel geld en schitterende postjes in de medische en farmaceutische sector.

Het scenario is subversief, het verhaal is in de bekende overdrive met lapidaire tussenwerpsels gepresenteerd. Maar het draagt ongetwijfeld bij tot de agenda van de politieke en sociale evolutie in de V.S.A.
De volgende presidentsverkiezingen zullen draaien om de toekomst van de Amerikaanse gezondheidszorg. Althans dat wil Michael Moore en vele Amerikanen met hem.

Zijn film – net uit in Nederland – haalt hier ruim de nationale media: er speelt immers horror, de angst voor herkenning, en de spiegelparade van Nederland als gidsland.
De liberale minister Hans Hoogervorst (gewezen socialist en sinds dit jaar ruim gehonoreerd als voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten: 270.000 euro per jaar) heeft met het vorige kabinet Balkenende de nieuwe zorgverzekering doorgedrukt.
De tucht van de markt zou een grotere rol krijgen waardoor de zieke zorginkoper meer waar voor zijn of haar geld beloofd werd.
Niets is natuurlijk minder waar want het zorgaanbod is '? in tegenstelling tot de Belgische plethora – te beperkt, waardoor zelfs met vastgelegde tarieven de prijzen voor de zorg zullen blijven stijgen.
Privaat kapitaal zal de weg vinden naar de sector en daar met de nodige commercie aan het privatiseren slaan met als netto resultaat: minder zorg voor meer geld.
En dus snelle fusies tot monopolievorming met het oog op betere cijfers voor investeerders.

In de V.S. is dit fenomeen na 1945 goed op dreef gekomen onder de dwingende leiding van de Amerikaanse artsenvereniging (AMA), die zich met succes verzette tegen enige overheidsinmenging in de gezondheidszorg wegens meer winst en hogere honoraria in het vooruitzicht.

Michael Moore speelt met Sicko handig in op de groeiende verontwaardiging van de Amerikaanse middenklasse die steeds beklemmender lijdt onder de forse winsthonger van de zorgverzekeraars: bedrijfsgebonden verzekeringen die je verspeelt bij ontslag of faillissement, koppelverkoop van gezondheidszorg in aangewezen ziekenhuizen waar de schadeverzekeraar het niveau van de behandeling bepaalt en 50 miljoen mensen die zonder enige verzekering aan de goden overgeleverd worden.

De vlucht voorwaarts is in zo’n politieke situatie belangrijk voor de grote spelers op de markt: 'going Dutch' wordt het ordewoord van de toekomst: eenieder betaalt voor zichzelf, maar de excessen moeten met overheidsgeld en '?regulatie getemperd.

Vandaag kloppen de Amerikaanse beleidsmakers en zorgverzekeraars aan bij hun Nederlandse collega's zodat de politieke leiders van het oude gidsland zich warempel weer in alle glorie hersteld weten.
Zij het dat het nieuwe Nederlandse zorgstelsel nog geen twee jaar draait en al voor behoorlijke problemen zorgt: falende ziekenhuizen en zorgverleners, dalende kwaliteit van de zorg aan huis en in verzorgingstehuizen door de steeds scherpere concurrentie tussen de aanbieders op de markt van welzijn en geluk.

De tucht van de markt tuchtigt vooral de zorgzoekers, de zieken, de zwakken en de misselijken.

Sicko slaagt erin om de kern van de discussie helder te presenteren in een boeiende babbel met de Old Labour partijleider Tony Benn:

'?Before we had the vote, all the power was in the hands of rich people. ... What democracy did was to give the poor the vote, and it moved power from the market place to the polling station, from the wallet to the ballot. ('?)I think democracy is the most revolutionary thing in the world. If you have power you use it to meet the needs of you and your community. And this idea of choice which capital talks about all the time, choice depends on the freedom to choose and if you're shackled with debt you don't have the freedom to choose. People in debt become hopeless and the hopeless don't vote, so they always say everyone should vote, but I think if the poor in Britain or the United States voted for people who represented their interests if would be a real democratic revolution. And so they don't want it to happen. See I think there are two ways in which people are controlled. First of all frighten people and secondly demoralise them. An educated healthy and confident nation is harder to govern. And I think there's an element in the thinking of some people we don't want people to be educated, healthy and confident because they would get out of control. The top one per cent of the world's population own eighty per cent of the world's wealth. It's incredible that people put up with it but they are poor, they're demoralised and they're frightened and therefore they think the safest thing to do is to take orders and hope for the best.'

Hier laat Michael Moore de oude en fragiele Tony Benn met een voorhamer een mokerslag uitdelen aan zijn New Labour opvolgers zoals Tony Blair om tot de kern van de zaak te komen: een maatschappijvorm waar 'going Dutch' tot norm wordt verheven kweekt angstige burgers die gauw geneigd zijn om in hun vertwijfeling de strijdende leider te volgen, of het nu tegen de duivel, dan wel de terreur, dan wel de binnenlandse vijand is.

Als er iets in 'Sicko' verpletterend duidelijk wordt, is het wel de angst waarmee staats- en regeringsleiders een zelfbewuste gepolitiseerde kudde onderdanen het hoofd moeten bieden met het oog op hogere kapitaalsbelangen die toe zijn aan ‘cashen’ '? deze keer in de gezondheidssector.
De gemeenschap en de belastingsbetaler draaien telkens weer bij het ‘scheiden van de markt’ op voor grote kapitaalsintensieve investeringen met langlopende risico's zoals infrastructuur, gezondheidszorg, onderwijs, fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.
Wanneer de tijd rijp lijkt, kan daarop een nietsontziende privatiseringsgolf los gelaten worden, al dan niet na een dwingend verzoek van de Europese Commissie.
Zo wordt de kudde weer grootschalig kopschuw gemaakt door de tuchtigende wanorde van de markt tot ze voldoende bewonnen, wanhopig en neurotisch na grote traumata en met het oog op de nakende kostenstroom weer aan een zalvende collectivisatie of socialisatie wordt onderworpen.

De voorbeelden uit de Verenigde Staten van Amerika die in Sicko tegenover de gezondheidszorg in Canada, Engeland en Frankrijk geplaatst worden zijn karikaturaal duidelijk.

Het ommetje langs de enige plaats in de V.S. waar van staatswege gratis gezondheidszorg wordt geleverd is hilarisch. Vanaf de goed uitgeruste gezondheidsvoorzieningen op Guantanamo Bay trekt Michael Moore met zijn gekwelde fanfare van honger en dorst naar het beloofde land van Cuba, waar hij met zijn 9/11 helden met open armen wordt ontvangen voor prima medische zorg en spotgoedkope medicijnen.
Het Cuba-hoofdstuk was erover, en geen klein beetje.
Dus kon je er goed mee lachen, wat niet het geval was voor alle zieke 9/11 – helden.

Er staat de zieken, zwakken en misselijken nog een bittere lijdensweg te wachten, ook in Europa.

Temeer daar de medische mallemolen nog steeds volop preekt over het eind van alle kommer en kwel, van het vele leed en het nog grotere leedvermaak, dank zij nieuwe technieken, patenten, producten voor de komende ziekten van te veel honger en dorst, de angst voor de pijn van het zijn en voor het verlossende einde van alle leed.

Gidsland Nederland trotseert alweer als eerste de stormen met een nieuwe invulling van het beroemde 'going Dutch'.

In België bleek de reactie op Sicko begin oktober eerder marginaal want daar klinkt de privatiseringsboodschap nog niet zo luid.
Het pluimen van de zieken, zwakken en misselijken verloopt in België immers subtieler maar efficiënter: een derde van de totale zorgkost (remgelden, niet verzekerde kosten) wordt door de zieken zelf opgehoest in kleine beetjes, bij iedere zorgprestatie, bij ieder medicijn.
De Belgische helers en genezers van overheidswege weten immers hoe vele kleine beetjes toch een forse slok op de bittere borrel worden.
Maar tijdens de regeringsvormende ezelsdracht begint ook in België wat te roeren: – een kwart van de bevolking heeft het nu al moeilijk om de kosten van hun gezondheidszorg te betalen. – driekwart gelooft intussen dat er een financieringsprobleem ontstaat in de gezondheidszorg. – privéverzekeraars zien daar brood in, of eerder zoetekoek want voornamelijk geà?nteresseerd in de dure extraatjes waar forse winsten lijken te lonken zoals de hospitalisatieverzkeringen.

Het lijkt wel of ze niet willen begrijpen dat de zorgverstrekkers de zoete geur van dat zachte geld niet kunnen ruiken en hun dienstverlening vlot zullen aanpassen met het oog op een maximaal rendement bij patiënten die over een geurige verzekeringspolis beschikken.

Privéverzekeraar DKV maakte op 20/11/2007 de resultaten bekend van een zorgenquête in samenwerking met Knack, Trends, Plus, Le Vif en De Zondag:

‘Een meerderheid van de bevolking stelt dat de overheid de kosten van de gezondheidszorg niet alleen zal kunnen dragen, en dat de privésector een rol moet spelen. De aanvullende hospitalisatieverzekering stimuleren zien de meesten als het ideale middel om te besparen op de gezondheidszorg, en het fiscaal aftrekbaar maken is voor de overgrote meerderheid (83 procent, nvdr) de beste stimulans.’

Toch raar dat de meerderheid van de bevolking zoiets ‘stelt’ als ze volgens dezelfde enquête niet eens blijkt te beseffen dat ze jaarlijks 25 Euro per kop moet betalen voor een verplichte Vlaamse zorgverzekering!

Dit soort zorgenquêtes zijn dan ook een onderdeel van de grote stemmingmakerij met het oog op een oranje-blauwe tuchtiging die in de gezondheidszorg de deur moet openwrikken voor ‘going Dutch’, maar dan op z’n Belgsich, met heel veel bittere kleine beetjes.
Merkwaardig dat de christelijke ACW, ACV en CM vleugel dit sociale sloopwerk lijkt te tolereren bij de vorming van een nieuwe regering.

‘Sicko’ van Michael Moore was bij wijlen een ontroerende en tedere ode aan 'going European' in plaats van 'going Dutch'.

In Europa koesteren we nog de illusie van een samenlevingsideaal: samenwerken, samenstaken, samen ziek zijn, samensterven.
Het oogt veel aangenamer. Het sluit veel beter aan bij het menselijke oergedrag.
In een zelfbewuste kudde is het immers beter grazen en paren.
Sicko lijkt wel een Europese film!
Er wordt dan ook veel gelachen tijdens vertoningen in Europa.

Archief

Johan Vande Lanotte (gewezen sp.a-voorzitter) in De Morgen: een helder beeld doorheen de pijnlijke spiegel van zijn arrogantie.

18 november 2007

Filip Rogiers laat in De Morgen Zeno van 17 november 2007 gewezen sp.a-voorzitter Johan Vande Lanotte zijn geniale politieke inzichten etaleren om zo vlug mogelijk de sleutelkabinetten opnieuw te kunnen betreden.
Meteen krijg je een helder beeld doorheen de pijnlijke spiegel van zijn arrogantie:

JVL: “Ho maar, ik word geen advocaat. Ik richt een juridisch dienstverlenend bedrijf op. Het is volgens hetzelfde principe als de Wetswinkel, alleen was dat gratis, nu is het commercieel. Het is een boeiend experiment om de praktijk van de advocatuur te koppelen aan wat je leert aan een universiteit, waar publiek recht toch veelal boekenwijsheid blijft.'?

JVL:'?Verliezen is voor mij iets tegennatuurlijk. Nog altijd kan ik daar een halve dag ambetant of weemoedig van zijn. Dat verlies zal ik waarschijnlijk nooit verwerken en ik wil dat ook niet. Maar dat we nu niet in een regering zitten en dat ik nu een nieuwe wending moet geven aan mijn carrière, vind ik niet erg. Alleen maar oppositie voeren zou ik niet kunnen. Ik moet mijn energie in iets positiefs kunnen steken.”

Johan Vande Lanotte maakt hier een forse fout en mistrapt zich wellicht onvrijwillig tussen het ijzervlechtwerk van de wetten van de macht zoals Elias Canetti ze analyseerde in 'Massa en Macht'. IJzervlechters mogen niet vallen tussen de opstaande betonijzers, want ze dreigen te verdwijnen onder de golven stortbeton:

'?Tot de macht behoort een ongelijke verdeling van het doorzien. De machthebber doorziet, maar hij laat zich niet doorzien. De zwijgzaamste moet hij zelf zijn. Niemand mag zijn gezindheid noch zijn bedoelingen kennen.'? p. 332

Dat zwijgen strookt niet echt met Johans hyperkinetische interpretatie van zichzelf en zijn omgeving.

JVL:'?Ik heb altijd gezegd dat ik mijn emoties voor betere dingen bewaar dan voor de politiek. Ik ben een cerebraal iemand. Ik word gestuurd door verontwaardiging over wat ik onrechtvaardig vind, maar ik zal altijd en tot elke prijs proberen een zeer rationele analyse te maken. Mogelijks verklaart dat mee waarom we het op 10 juni niet goed hebben gedaan, al is het net zo goed ook met diezelfde karaktertrek dat we in 2003 gewonnen hebben. Analyseer wat je wilt, er is ook zoiets als tijdgeest en die heb je niet in de hand.'?

Hij lijkt van Machiavelli's 'Heerser' vooral begrepen te hebben dat deze achter het imago van immanentie als een razende heen en weer moet springen om aan zijn onderdanen, aanhang en vijanden de illusie op te dringen dat hij overal tegelijk aanwezig is, dat het altijd zo was en vooral dat het altijd zo blijven zal.

JVL:'?Alleen maar oppositie voeren is niets voor mij. Ik heb jobs nodig waarin ik iets kan sturen, uitvoeren. Ik ben een beetje misvormd door al die jaren aan de macht. Ik kan niet tegen mijn verlies.'?

Niets is dan erger dan een verlies, zoals Vande Lanotte zijn partij heeft opgeleverd.
Niet is dan tragischer dan een vederlicht kroonprinsesje wankelend op het schild van het sp.a '? voorzitterschap dank zij de vlucht wegwaarts van de echte heersers.

Elias Canetti omschreef dit fenomeen in 'Over Flavius Josephus' p. 272:
'?Het bedrog is volkomen. Het is het bedrog van alle leiders. Zij doen het zo voorkomen alsof zij hun mensen in de dood voorgaan. In werkelijkheid echter sturen ze hen vooruit de dood in, om zelf langer in leven te kunnen blijven. De list is altijd dezelfde. De leider wil overleven; daaruit put hij zijn kracht. Als hij vijanden heeft om te overleven is het goed; zo niet dan heeft hij eigen mensen. In elk geval gebruikt hij beiden, afwisselend of tegelijkertijd. De vijanden gebruikt hij openlijk, daar zijn ze immers vijanden voor. Zijn eigen mensen kan hij slechts verkapt gebruiken.'?

JVL: '?Maar het is een misverstand om te geloven dat je in de toekomst kunt winnen als je maar te weten komt waarom je in het verleden verloren hebt. Het is louterend om de analyse te maken van je verlies, maar het is niet helend. Mijn analyse is vrij simplistisch en beperkt, maar ik heb gezworen ze voor mezelf te houden. Het brengt niets bij aan mogelijke winst in de toekomst.'?

'?Men kan zich niet onttrekken aan het vermoeden dat achter elke paranoia, zoals achter elke macht, dezelfde diepere tendens schuil gaat: de wens de andere uit de weg te ruimen, om de enige te zijn, of, in de mildere en vaak toegegeven vorm, de wens zich van de anderen te bedienen, zodat men met hun hulp de enige wordt'? Elias Canetti, ibidem ,p. 524

'?Those who cannot remember the past,

are condemned to repeat It'?.
Georges Santayana

Archief

‘Red de solidariteit’ of ‘Democratische differentie’ Peter De Graeve

7 oktober 2007

Hoe zo solidariteit?

Rik Van Cauwelaert in Knack van 10 oktober 2007.

' (...)In dat licht heeft de petitie Red de solidariteit, georganiseerd door vakbondslui en althans wat de BV signaturen betreft, veelal ondertekend door zelfbenoemde wereldburgers die destijds een groot entousiasme betoonden voor Paars, iets pijnlijks.
De ondertekenaars vrezen immers dat al dat constitutionele gekonkel de solidariteit tussen Vlaam en Waal in het gedrang brengt, ja zelfs zal doorknippen. Om deze funeste onderneming af te blokken, gooien al die BV's zich met ware doodsverachting op de sporen voor de aanstormende trein. Blijkbaar heeft geen van hen zich afgevraagd hoeveel solidariteit er de voorbije jaren al overboord werd gegooid.

Vandaag betalen de Belgen gemiddeld nagenoeg 28% van de gezondheidszorg uit eigen portemonnee '? de cijfers komen uit de gezondheidsindicatoren van de OESO. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ligt het cijfer nog hoger en betalen de Belgen, nog altijd de zwaarst belaste werknemers in Europa, nu al 33 % uit eigen zak. Ter vergelijking: en Fransman betaalt 24 %, een Duitser 22 %, een Zweed nauwelijks 15%.
Sommige patiënten, langdurig zieken en ouderen, dragen in een aantal gevallen tot 45 % en meer van de kosten voor hun medische verzorging. Elke stijging van de gezondheidskosten treft uitgerekend die kwetsbare groepen.

Dat deze evolutie tot regelrechte persoonlijke drama's leidt hoeft geen betoog. 27% van de Brusselaars leeft momenteel op of onder de armoedegrens. En die wonen niet in de hoofdstedelijk buurten waar momenteel de Belgische vlaggen wapperen. Zij genieten blijkbaar niet van al die heerlijke vetpotten.
Het wereldburgerschap is alleen weggelegd voor de Belgen die het zich kunnen veroorloven, zoals de BV's op de lijsten van Red de Solidariteit. Het is niet weggelegd voor de arme drommels in Brussel en de langdurige werklozen in de Borinage en de Centre.
Het is niet voor hen dat oranje-blauw in de steigers moet, maar om een belastingsverlaging en de continue hold-up van de notionele interestaftrek mogelijk te maken. En om Afrikaanse armoedzaaiers buiten de grenzen van het unitaire België te houden.'

Democratische differentie
Peter De Graeve

Je kunt niet je handtekening plaatsen onder het laatste metafysische begrip '? solidariteit '?, en overgaan tot de orde van de dag: je liedje zingen voor een volle zaal, je versjes schrijven, een ererondje draaien. Sommigen doen nu alsof de hemel op ons hoofd zal vallen indien de solidariteit ophoudt te bestaan. De commotie lijkt naast de kwestie. Nooit eerder was de steun voor de Derde Wereld zo groot. Nooit eerder ging het daar zo slecht. Waar zit het oorzakelijk verband? Op analoge wijze doet men alsof het volstaat te geloven in de solidariteit om het hachje van de natie te redden. Ach ja, links Vlaanderen'? Het leeft met milde hand, het denkt met een mild hoofd. Het heeft zopas zijn eed van eeuwige trouw gezworen op het altaar van de goedgelovigheid. Nu wacht het met ingehouden adem tot de wereld knielt.

Progressief Vlaanderen zit met een probleem. Dat heet: moderne democratie. Wat zich hier links noemt, lijkt het democratisch bewustzijn van onze snel evoluerende moderniteit niet in al zijn finesses aan te voelen. In vroeger tijden volstond het de troepen op te voeden tot politiek bewustzijn, ze 'een geweten te schoppen'. Het kwam erop aan de mechanismen van historische onderdrukking bloot te leggen, en deze vervolgens door gerichte politieke acties te bestrijden. De traditionele emancipatie (daensisme, socialisme, feminisme '? maar ook de vermaledijde 'Vlaamse ontvoogding') beantwoordden aan deze modernistische logica. Het axioma was simpel: slopen en heropbouwen, tabula rasa. Het oude huis gaat eraan, op dezelfde plek verrijst het nieuwe.

Dit soort rechtlijnige bewustmaking behoort definitief tot het verleden '? zoals sp.a nu ervaart. Er is niet langer een 'buiten' van de democratie, waartegen idealistische bevrijders zich kunnen richten. Alles is democratie. De democratie is alles. Vandaag overheerst het 'differentiedenken': etnische, sociale, culturele verscheidenheid. Dit is een fundamentele democratische waarde: leren omgaan met het vreemde '? met de vreemde. Progressief Vlaanderen heeft dringend nood aan wat ik zou noemen 'democratische differentie'. Alle progressieve vrienden die ik ondervraag over de recente communautaire oprispingen zeggen me letterlijk hetzelfde: dit waren de problemen van onze ouders en grootouders, het is niet langer ons probleem. Ze beschouwen het hele gedoe als iets vreemds. Waar het verschijnt, zoals nu, verveelt dit vreemde hen, ergert hen, maakt hen naar eigen zeggen bang. Daarom sluiten ze het liever uit. Liever roepen ze op tot onvoorwaardelijke solidariteit, zonder zich af te vragen waar die precies vandaan komt, of heen moet. Progressief Vlaanderen verdedigt '? en terecht '? de waarde van de differentie op een sociaal, etnisch, cultureel vlak. Tegelijk echter koestert het progressieve Vlaanderen een steeds radicalere indifferentie tegenover datgene wat het als vreemd ervaart in zichzelf, die 'vreemde voorvaderlijke geschiedenis', die nochtans de zijne is. Het discrimineert zichzelf. Daardoor discrediteert het zichzelf. Het blijft blind voor de eigen politieke differentie, die ons, of we dat willen of niet, heeft gemaakt tot wie we zijn.

Links Vlaanderen wordt verslonden door een ijzige onmacht om deze democratische differentie te denken. Het minimaliseert de verwezenlijkingen van de Vlaamse democratiseringsbeweging, omdat het anders verplicht is mee over de herhaaldelijke historische ontsporing ervan na te denken, als iets dat zìjn geschiedenis uitmaakt. Links doet immers nog steeds alsof dat verleden de zaak is van een ander, niet de zijne. Het doet vervolgens alsof dat verleden iets is wat het kan uitstoten, als een exorcist. Dit lijkt mij een oedipale vergissing: je vader niet kennen, en hem omleggen, je moeder vergeten, en er naast gaan liggen. Progressief Vlaanderen doet alsof de ontsporing van de Belgische democratie, in een ver of nabij verleden '? en straks, in de nabije toekomst '? nooit haar probleem is geweest, altijd dat van een ander. Dat is de reden waarom links Vlaanderen Franstalig België ongegeneerd naar de mond kan praten. Ook daar verdringt men de 'democratische differentie' waarin dit land gewrongen zit. Progressief Vlaanderen denkt dat het zijn morele huisje op orde heeft. Maar het pand is gekraakt, en de indringer, het verleden, ijsboert met plompe tred door de kamers, zonder ontzag voor meubelen en huisgerief'?

Links Vlaanderen wordt door de huidige crisis pijnlijk geconfronteerd met de eigen niet geringe verantwoordelijkheid in de ontsporing van de Belgische democratie. Het zou de democratische waarden scherp kunnen stellen op grond waarvan een oplossing van deze crisis denkbaar wordt. Maar links Vlaanderen denkt niet. Het signeert, het emotioneert, het speelt zijn valse morele spel. Het doet er alles aan om dit debat te ontlopen en in de kiem te smoren. Zo decoreerde een nationaal dichtertje mij onlangs in Knack met alles wat naar hedendaagse beschavingsnormen onmenselijk heet: flamingantisme, nationalisme, verlichtingsfanatisme. Nog even en ik was er aan de paal genageld als antisemiet. Hoe hard moet je niet van de realiteit wég willen kijken om zoveel scheels te bedenken? Weldenkend zijn in Vlaanderen betekent blijkbaar vooral één ding: praats hebben. Maar ik weet wat de dichter nog niet weet. Dat onze mooie grijze hemelen geen beton zullen worden. Dat de solidariteit niet zal stilvallen indien je de grondslag ervan democratiseert '? wat wel een politiek debat veronderstelt, geen gemoraliseer. Ik weet dat dit politieke debat, over de kern van de zaak, namelijk de verdere democratisering van België, zijn historisch beslag zal krijgen. Want niemand kan dat verhinderen. Niet links, niet rechts. Geen Vlaming, geen Franstalige. Vorst noch onderdaan. (Ni dieu, ni'? Maingain, nietwaar, linkse vrienden?) België zal democratisch zijn, of het zal niet zijn. Daar zet ìk mijn handtekening onder.

Peter De Graeve is filosoof

Archief

Erik De Bruyn – Jan Van Duppen op Kanaal Z: ‘Heeft de sp.a nog toekomst?’

24 september 2007

Op Kanaal Z 22 september 2007: een debat tussen Erik De Bruyn, die voorzitter wil worden van de SP.A, en Jan Van Duppen, die de SP.A definitief voor bekeken hield na 1 legislatuur in de nationale, Vlaamse en gemeentepolitiek.

Bekijk het debat van 35 minuten met Veronique Goossens en Rik Van Cauwelaert:
‘Heeft de sp.a nog toekomst?’

http://www.kanaalz.be/CMarticles/ShowArticle.asp?ArticleID=12439&SectionID=143

Archief

Caroline Gennez en Dirk Van der Maelen als kandidaten voor het sp.a voorzitterschap?

26 augustus 2007

Caroline Gennez en Dirk Van der Maelen flankeren een rode Marianne die tegen de blauwe achtergrond wegvlucht van hun gebeuzel op de profetische foto van Bob Van Mol in De Morgen van vrijdag 24 augustus 2007.
Caroline heeft als sp.a-ondervoorzitter en gewillige meid voor alle werk met graagte en ingehouden gretigheid haar kandidatuur gesteld voor het voorzitterschap van een imploderende partij. Tenslotte is ze al zolang jong en vrouw en onder diverse voorzitters dat ze zichzelf nu wel rijp genoeg acht voor het voorzitterschap zelf.
Om haar met enige sérieux te maquilleren mag de aloude Kamerfractieleider Dirk Van der Maelen haar flankeren als 'running-mate'. Dirk draagt op dezelfde fenomenale foto een Groen! hemd en blikt in de lens met een grijns van kiespijn. Hem werd na jaren als trouwe zweepdrager door de scheidende voorzitter de bullepees van het fractieleiderschap ontnomen ten voordele van de scheidende vice-premier en minister van begroting en consumentzaken, Freya, die dan op de valreep eerder opteerde voor de kinderen.
Caroline noch Dirk beseffen dat jaren als zweepdrager in het Vlaams parlement of de Kamer nog wat anders is dan fractieleider van een oppositiepartij. In de oppositie wordt je fractie verondersteld inhoudelijk, verbaal en mediageniek weerwerk te bieden aan de regeringsmeerderheid. Dat is fundamenteel verschillend van jarenlang de kunst van het zwijgen en doen zwijgen te beoefenen, het instemmen en doen instemmen, het frustreren en ridiculiseren van de fractieleden met zachte of harde dwang, met valkuilen, lokaas en de dreigende bullepees.
Wie dit soort politieke kunstjes jarenlang op bevel van de meester hebben opgevoerd, klinken raar wanneer ze beweren dat ‘de sp.a moet afstappen van de angst voor het debat’.

Het programma dat zij meenden te moeten presenteren voor hun voorzitterschapsambities '? nu Hans Bonte op het geblaf van honden zijn ambities weer eens heeft bijgesteld '? is tekenend voor dezelfde implosie van hun partij, al presenteren ze het graag pront en parmantig met een lijzige sneer naar de Patrick uit de Koekenstad die de opdracht kreeg om een analyse van die implosie te fabriceren en dit met enig dédain overlaat aan zijn koelies.
Daarbij valt immers geen eer noch baat te rapen.

Ze lijden dan ook aan de ziekte die J.M.Coetzee in zijn 'Dagboek van een slecht jaar' voor de Australische sociaal-democraten weet te omschrijven:

108. Na de ene electorale nederlaag na de andere te hebben geà?ncasseerd krijgt de Australische Labor Party '? ALP - nu de kritiek dat ze haar leiders uit een te beperkte politieke kaste rekruteert, van mensen die geen levenservaring buiten de politiek en buiten de partij hebben. Ik twijfel er niet aan dat die kritiek terecht is. Maar de ALP staat daarin geenszins alleen. Het is een elementaire misvatting te concluderen dat omdat in een democratie politici het volk representeren, politici representatief voor het volk zijn. Het besloten leven van de typische politicus lijkt sterk op het leven in een militaire kaste of in de maffia of in Kurosawa’s bandietenbendes. Je begint je carrière op de onderste sport van de ladder, met boodschappen doen en spioneren; als je hebt bewezen loyaal en gehoorzaam te zijn en bereid om rituele vernederingen te ondergaan, word je ingelijfd bij de bende zelf; daarna geldt je eerste plicht de bendeleider.

Met enige vertraging waaien ook bij de sp.a – al dan niet met spirit – de poppetjes van de dure marketeers door hun ondraaglijke lichtheid als overbodige pluisjes weg van de reële wereld.

Coetzee wijdt in hetzelfde Dagboek een 'Uitgesproken mening' aan Tony Blair die ook menig sp.a-spirit wonderboy of '? girl niet misstaat:

113. Over Tony Blair.
Het verhaal van Tony Blair zou regelrechte uit Tacitus kunnen komen. Een doodgewoon jongetje uit een kleinburgerlijke milieu met alle correcte standpunten van dien (de rijken moeten de armen subsidiëren, het leger moet streng aan banden worden gelegd, burgerrechten moeten verdedigd tegen een aantasting door de staat), maar zonder filosofische scholing en met een gering vermogen tot introspectie, en zonder enig innerlijk kompas behalve persoonlijke ambitie, gaat scheep voor de politieke reis, met al zijn vervormende invloeden, en eindigt als een liefhebber van de hebzuchtige ondernemersgeest, als een oorlogshitser, een medeplichtige aan het martelen en doen 'verdwijnen' van tegenstanders. ('?)

Wat gewone mensen de keel uit begint te hangen is om verklaringen van hun regeerders te moeten aanhoren die nooit helemaal waar zijn: een beetje minder dan waar, of een beetje bezijden de waarheid, of met een draai eraan die de waarheid doet wankelen. Ze wilden af van de voortdurende uitvluchten. Vandaar hun honger (een lichte honger, zo moet worden toegegeven) om te horen hoe welbespraakte mensen van buiten de politieke wereld – academici of geestelijke of geleerden of schrijvers – over openbare aangelegenheden denken.

En dan komen Caroline en Dirk met een programma op de proppen waar alleen maar meer van dezelfde doorgedraaide gratis belastingverlagingpraatjes van cafébazen en zelfstandige ondernemers blijven hangen. Het toetje voor de duurdere elektriciteitskosten is helemaal een giller want het was de grote inspirator zelf die de marktwerking in de sector overhaast heeft doorgedrukt, waarna de al zo dure elektriciteit alleen maar duurder bleek te worden.
En verder veiligheid, zekerheid en vrijheid van keuze en meer nog een programma voor het genieten van het goede leven.

109. Over links en rechts.
Wat mij het meest beviel aan Australië toen ik het in de jaren 90 van de vorige eeuw voor het eerst bezocht, was de manier waarop de mensen zich in de dagelijkse omgang gedroegen: openhartig, eerlijk, met een ongrijpbare persoonlijke trots en even ongrijpbare ironische gereserveerdheid. Maar nu, 15 jaar later, hoor ik hoe het zelfbewustzijn dat in dat gedrag werd belichaamd in brede kring wordt gekleineerd als behorend bij een vroeger Australië dat uit de mode is geraakt.

Interessant, hoe op het moment in de geschiedenis waarop het neoliberalisme verkondigt dat, nu de politiek eindelijk bij de economie is ingelijfd, de oude categorieën links en rechts versleten zijn, mensen over de hele wereld die zichzelf graag als gematigd beschouwen – dat wil zeggen, wars van de excessen van zowel links als rechts – beslissen dat in een tijd van rechts triomfalisme het idee van links te kostbaar is om overboord te zetten.
In de orthodoxe, neoliberale visie is het socialisme bezweken en gestorven onder zijn eigen contradicties. Maar zouden we er niet een alternatieve versie van het verhaal op na kunnen houden: dat het socialisme niet is bezweken maar neergeknuppeld, dat het niet is gestorven maar vermoord?.

Het komt me voor dat iedere poging tot herijking of nieuwe definiëring van het socialisme als een progressieve wereldvisie vooral werd vermoord door de eigen beoefenaars van deze eredienst.
De resultaten zijn er naar, niets of niemand zal hun machteloos geleuter nog ernstig nemen. In een regering, aan de vetpotten van de macht en belangenverdeling, kunnen de hovelingen nog verwachten een hap toegegooid te krijgen. Kost wat kost deelnemen aan een regering is voor dit soort partijen een politieke, electorale en vooral machtstechnische plicht: hun acolieten smachten naar het matsen in de coulissen.
Het schitterende maneuver van de scheidende voorzitter en grondwetsdeskundige die met veel zin voor drama tegen een achtergrond van leed en lijden voor de mensen, door de mensen, met de mensen op 11 juni 2007 de doek in de ring gooide, bracht enkel de mediagenieke poppetjes – sommigen zelfs met tegenzin – op de scène. Zij mogen nu schaduwdansen in het Kabuki theater van de Belgische politieke scène, hét kenmerk van de sociaal democratische toneelvorm: pakkende maar onbegrijpelijk monotoon gezongen thema’s voor en over de gewone man die zelf reeds lang naar de karaoke bars is verkast om daar zijn gram te halen.

Het ware machtsspel speelt zich af op andere plaatsen waar een prachtig schaakspel wordt voorbereid maar nauwelijks nog iemand weet waar het schaakbord zelf gebleven is.

Mocht het toch niet lukken om er weer bij te zijn in het belang van de mensen – wie anders dan de sp.a verdedigt immers de belangen van de mensen uit de Dorpsstraat? De Kabinettenstraten worden intussen uitgezuiverd en van balast ontdaan – dan is er nog altijd de Vlaamse regering waar het goed heersen is op thema’s die van België eindelijk een echt federaal land zullen maken.
En de keer daarop zijn de echte socialisten er immers weer bij – zonder de PS kan volgens hen dit land niet verder.

Geef toe, een heerlijk spel van geven en nemen, prachtig pokeren op de achtergrond terwijl de oranjeblauwe geschelpten ondertussen vakkundig hun pijnlijke populisten weten te kisten, tot de tijd rijp is voor de langverkondigde, de ultiem gewenste tripartite van het ware staatsmansschap: na de promotie van gemeentebesturen als afspiegelingscolleges, eindelijk ook een federale regering als een afspiegelingscollege: iedereen blij, want niet alleen Bart Somers verklaarde zich ooit als minister-president burgemeester van Vlaanderen, Plopsaland.

Voor de sp met of zonder ‘A’ zullen nieuwe programma's moeten geschreven worden, die verder gaan dan populistische praatjes of gespin op basis van dure maandelijkse peilingen naar de kiesintenties en interesses van de burgers.
Er zullen andere representanten moeten gevonden worden dan de huidige sp.a voorzitterkandidaturen, die zich menigmaal onsterfelijk hebben gemaakt met boekjes over wat Europa allemaal niet mag zijn voor het ressentiment van de brave kiezers dan wel korting aan de benzinepomp voor de eigen partijleden eerst.

Het wordt moeizaam zoeken in de snel leeglopende korf van wat zichzelf bij de sp.a enig al dan niet erfelijk politiek talent meende te moeten toedichten: inteelt leidt altijd tot degeneratie.
Een nieuwe brede beweging met alle andere progressieve partijen en organisaties is de enige mogelijkheid tot een verkoopbare illusie van bronvernieuwing. Daar kan dan nieuw politiek talent bovendrijven.
Maar dat zal ongetwijfeld nog vele jaren aanslepen. En niet alleen in België, Nederland, Frankrijk en Duitsland.

Archief

Peter Sloterdijk, Woede en Tijd, uitg.SUN

31 juli 2007

Peter Sloterdijk, Woede en Tijd, uitg.SUN

'Zorn und Zeit', is een schitterende alliteratie waarmee Peter Sloterdijk eens te meer een fascinerende visie ontwikkelt op de moderne geschiedenis.
Hij opent magistraal met Europa's eerste woord uit Homerus' Ilias: 'Godin, bezing ons de woede van de zoon van Peleus, Achilles'?'.
Wegens het schielijk verscheiden van God en zijn goden sinds de tijd van de Verlichting is de toorn niet langer een zaak van de hemelse machten, die tot dan ingezet werden bij het menselijke spel van geven en nemen.
Voor toorn en wrok waren geen bovenaardse bewaarders noch bovenmenselijke verklaarders meer van doen.
En daar ligt volgens Sloterdijk de kiem van de grenzeloze, tomeloze en uitzichtloze uitbarstingen van geregiseerde woede: het politieke experiment om de thymotische (woede-) emoties van de massa's in natiestaten te gieten en voor de 'vooruitgang' te mobiliseren leidde tot de massaslachtingen van de XXste eeuw : 'Men moet zich realiseren dat het geweld op geen enkel moment in de 20e eeuw is 'uitgebroken'. Het werd door zijn agenten volgens zakelijke criteria gepland en door zijn managers met een ruim zicht op hun objecten gestuurd. Wat op het eerste oog leek op amok op het hoogste niveau, was in de praktijk vooral bureaucratie, partijwerk, routine en resultaat van organisatorisch overleg.'

Sloterdijk benadert de 'toorn' als een pijnlijke maar passende parodie op het marxistische begrip 'kapitaal': het 'woedekapitaal' zat in spaarbanken, in investeringskrediet, in risico-aandelen en in een wild gevecht op de woedebeurzen van de wereld. Met dat 'woede-kapitaal' konden de speculanten in toorn onmetelijke gevechten aangaan, zolang ze bij hun volgelingen de gevoelens van verongelijktheid, jaloezie, rancune, naijver voldoende kunnen oppoken.
Hij fileert dit fenomeen ten gronde bij de linkse stromingen, partijen en staten waar deze individuele wrok op een briljante en bloedige wijze werd gemobiliseerd in het politiek project: het socialisme, de dictatuur van het proletariaat. Marx en Engels probeerden met hun Communistisch Manifest de toorn en de wrok van de arbeiders te mobiliseren voor hun politieke plannen.

'Om het met de woorden van twee beroemde collega's uit het jaar 1848 te zeggen: alle geschiedenis is de geschiedenis van het productief maken van toorn.', aldus Sloterdijk.
Hij verwijt de fellowtravellers uit het westen dat ze bereid waren het linkse fascisme '? van Lenin, Stalin, Mao en consorten – te tolereren en te steunen waarbij de gruweldaden van Hitlers nationaal-socialisme als redder van hun geweten werd opgevoerd.
Niet zelden hullen de westerse fellowtravellers zich in de romantiek van de verliezers in eeuwige opstand: de strijd gaat altijd door, zeker in tijden van nederlagen.

De grootste bijdrage van het reëel bestaande socialisme is volgens Sloterdijk de permanente dreiging die ervan uitging waarvan vakbonden en sociaal-democratie in het westen handig gebruik maakten als stok achter de deur in hun onderhandelingen met het grootkapitaal en de nationale overheden.
Sinds 1979 '? Thatcher, de Sovjetunie op falend oorlogspad in Afghanistan en de Ayatollahs aan de macht in Iran – bleek het dreigende thymotische woedekapitaal van het socialisme eerder zelf een kaduke verzameling papieren tijgers.
Het surplus dat sinds de Russische revolutie in de sociaal-economische en politieke rekeningen van geven en nemen in het westen was bedongen, bleek plots in de ogen van het kapitaal fors overdreven en diende onverwijld teruggeschroefd te worden: opbod in sociale afbraak.
Volgens Sloterdijk gaat het met het 'woedekapitaal' sinds het einde van de communistische illusies niet al te best. De 'thymos' lijkt in de oude socialistische heilsstaten helemaal verdwenen en in de westerse wereld heeft 'eros', de onmiddellijke behoeftebevrediging, met mateloze bombarie, verslavingsstrategieën en consumentendom zijn plaats ingenomen.

Ik vrees dat Peter Sloterdijk ondanks zijn glasheldere analyse hier een gloeiende glimp van een nieuwe 'thymos' veronachtzaamt: de oude socialistische heilsstaten kweken nog steeds met bravoure een schaduwcultuur van de toorn, op nationalistische leest van verongelijkte burgers, van rancuneuze cultuurfenomenen, van volkeren die zich historisch tekort gedaan voelen.
In Rusland én China levert het 'woedekapitaal' vandaag forse winsten op de beurs van het militaire nationalisme en globaliserende economische veroveringsstrategieën.
Daarmee valt fors te speculeren door de machthebbers die de overslaande stem van de zelf uitgekozen volksmassa's weten te dicteren.

Sloterdijk heeft wel een snijdende analyse klaar van de 'Derde inzameling van de Woede' door de politieke islam. Dat wordt volgens hem alleen maar een nog groter bloedbad waarbij de verschillende fracties elkaar nog 50 jaar rücksichtlos en met een geestdriftige missioneringdynamiek te lijf zullen gaan tot het demografische surplus van honderden miljoenen overbodige, werkloze, sociaal wanhopige jongeren is geconsumeerd: '?Zowel de huidige als de toekomstige verkondigers van de islamistische expansiegedachten lijken op geen enkele manier op een klasse van arbeiders en loontrekkers, die zich verenigen om door de verovering van de staatsmacht een einde aan hun misère te maken. Veeleer vertegenwoordigen ze een nijdig subproletariaat, erger nog, een desperate beweging van economisch overbodigen en sociaal onbruikbaren, voor wie er in hun eigen systemen veel te weinig aanvaardbare posities zijn, ook al zouden ze door staatsgrepen of verkiezingen aan de macht komen. ('?) Het radicale islamisme van onze tijd is het eerste voorbeeld van een puur wraakzuchtige ideologie: het kan alleen straffen, maar brengt niets tot stand.
De zwakheid van de islam als politieke religie, of hij nu van gematigde of radicale snit is, vloeit voort uit het feit dat hij principieel op het verleden is gericht. Zijn leiders kunnen tot dusver niets dan atechnische, romantische, door woede gekleurde begrippen voor de wereld van morgen formuleren.'?

Peter Sloterdijk eindigt 'Woede en Tijd' met goede raad voor de mensen van vandaag en morgen:
'Aan gene zijde van het ressentiment: ('?) in een tijd van globalisering is geen politiek van grootschalige leedvereffening meer mogelijk, zolang die berust op het nadragen van onrecht dat in het verleden is aangedaan, ongeacht of een dergelijke politiek zich als democratisch of socialistisch messianisme of als wereldverlossing wenst te camoufleren. ('?) Het is tegenwoordig veel belangrijker de aloude, noodlottige alliantie tussen intelligentie en ressentiment te verbreken, om ruimte te scheppen voor toekomstgerichte paradigma’s van ontgifte levenswijsheid. De criteria hiervoor zijn niet bijzonder nieuw. John Locke, de geestelijke leidsman van de liberale Engelse bourgeoisie, heeft ze in 1689 in eenvoudige taal geformuleerd: het gaat om de fundamentele rechten op leven, vrijheid en eigendom. Wat de succesgeschiedenis van deze trias betreft zijn historische bevindingen evident: alleen in die gebieden van de wereld waar deze normen gerespecteerd worden, treden er werkelijke verbeteringen in de leefsituatie op. ('?) Men moet streven naar een meritocratie die zowel inter- als transcultureel een antiautoritair ontspannen moraal weet te verenigen met een duidelijk normbesef en respect voor onvervreemdbare mensenrechten. Het avontuur van de moraal voltrekt zich via het parallellogram van elitaire en egalitaire krachten. Alleen in dit kader is accentverschuiving van toe-eigeningsdriften naar schenkende deugden denkbaar.
De inzet van dit opvoedkundige programma is hoog. Hierbij gaat het om het opstellen van een 'code of conduct' voor veelzijdige beschavingscomplexen. Zo'n schema moet stevig genoeg zijn om in het reine te komen met het feit dat de gecompromitteerde en geglobaliseerde wereld vooralsnog multimegalomaan en interparanoà?de blijft. Men kan een universum van energieke, thymotische prikkelbare individuen niet met behulp van idealistische synthesen van bovenaf creëren, maar alleen door middel van kracht-kracht relaties in evenwicht houden. Grote politiek vindt alleen plaats in de modus van balanceeroefeningen. Balanceren betekent: noodzakelijke strijd niet ontwijken en overbodige strijd niet provoceren. Het betekent ook zich in de wedstrijd met de entropische processen, vooral die van de vernietiging van het milieu en van de demoralisatie, niet bij voorbaat gewonnen geven. Hiertoe moet men zichzelf steeds met de ogen van de anderen leren zien. Wat vroeger door een overspannen religieuze nederigheid moest worden bereikt, zal voortaan tot stand moeten worden gebracht door een rationaliteitscultuur, die gebaseerd is op waarnemingen van de tweede orde. Alleen zij kan de sluwe naà?viteit een halt toeroepen, namelijk door de geldingsdrang met zelfrelativering te combineren. Voor het vervullen van die taken is tijd nodig – maar dat is niet meer de historische tijd van het epos en van het tragische drama. De tijd die hier aan de orde is moet als leertijd van beschavingen worden gedefinieerd. Wie alleen 'geschiedenis' wil maken blijft bij deze definitie achter.'?

Dat deze rationaliteitscultuur van waarnemingen van de tweede orde indirect en met kleine pasjes, behoedzaam en volhoudend zal moeten bespeeld worden, heeft hij glashelder aangetoond.
Edoch, het geglobaliseerde muizenvolk is niet uitsluitend blootgesteld aan praatjes van mensen van goede wil.
'Accentverschuivingen van toe-eigeningsdriften naar schenkende deugden' lijken me dan ook eerder utopisch en bijaldien gevaarlijk, tenzij ze verkocht raken als altruà?sme, welbegrepen eigenbelang.

Kortom, Peter Sloterdijk, 'Woede en Tijd, Een politiek '? psychologisch essay', in een mooie vertaling van Hans Driessen is een absolute aanrader voor wie zich nog vragen stelt over gisteren, vandaag en morgen.

30.De theorie van de trotsensembles
1. Politieke groepen zijn ensembles die endogeen onder thymotische druk staan.
2. Politieke acties worden in gang gezet door spanningsverschillen tussen ambitiecentra.
3. Politieke velden worden gevormd door het spontane pluralisme vanzelf bevestigende krachten, waarvan de onderlinge verhoudingen als gevolg van interthymotische wrijving veranderen.
4.Politieke meningen worden geconditioneerd en geredigeerd door symbolische operaties die in permanente relaties staan met de thymotische bewegingen van de collectieven.
5. De retorica – opgevat als de leer van de sturing van affecten binnen politieke ensembles – is toegepaste thymotiek.
6. Gevechten om de macht binnen politieke lichamen zijn altijd ook gevechten om voorrang tussen thymotische geladen, populair gezegd: eerzuchtige individuen met hun achterban; de kunst van de politiek behelst daarom ook procedures waarmee de verliezers gedeeltelijk schadeloos kunnen worden gesteld.

37. Het moment van Nietzsche.
Blikt men terug op de geschiedenis van de 20e eeuw, in het bij zonder op zijn convulsieve eerste helft, dan dringt zich het beeld op dat daarin de door Plato geëiste, door Aristoteles geprezen en door de pedagogen van de burgerlijke tijd met inzet van veel middelen daadwerkelijk ondernomen poging om de thymotische energieën te civiliseren in de natiestaten, over de gehele linie mislukt is. Als het doel van de politieke experimenten van de Nieuwe Tijd is geweest de thymotische emoties van de massa in politieke vormen te gieten en voor de reguliere 'vooruitgang' te mobiliseren, moet men wel spreken van een catastrofaal echec. Dit heeft tenslotte ook de leiders van het experimenten de lucht ingejaagd, om het even of zij witte, rode of bruine hemden droegen.(...)
Men moet zich realiseren dat het geweld op geen enkel moment in de 20e eeuw is 'uitgebroken'. Het werd door zijn agenten volgens zakelijke criteria gepland en door zijn managers met een ruim zicht op hun objecten gestuurd. Wat op het eerste oog leek op amok op het hoogste niveau, was in de praktijk vooral bureaucratie, partijwerk, routine en resultaat van organisatorisch overleg.

56. De moderniteit heeft de verliezer uitgevonden. De figuur, die men halverwege de uitgebuiten van gisteren in de overtolligen van vandaag en morgen tegenkomt, is de onbegrepen grootheid in de machtspelen van de democratie in. Niet alle verliezers laten zich kalmeren door de opmerking dat hun status overeenkomt met hun plaats in het eindklassement van een wedstrijd. Velen zullen tegenwerpen dat ze nooit een kans hebben gehad om mee te spelen en zich navenant te klasseren. Hun jaloerse gevoelens richten zich niet alleen tegen de winnaars, maar ook tegen de spelregels

113. Genealogie van het militantisme.
Het fenomeen van de verliezer die een afwijkend standpunt tegenover zijn nederlaag bepaalt, is kennelijk even oud als dat van de politieke spiritualiteit. ('?) In de context van de westerse beschaving vindt men illustraties hiervan op zijn minst in de theologie van het jodendom van tijdens en na de ballingschap; de meest recente zijn bijna hedendaags te noemen – zijn te vinden in de geschriften van marxistische en postmarxistische romantici, voor wie het een uitgemaakte zaak is dat de strijd vooral dan doorgaat wanneer alles verloren is.

156. Ze verklaren tevens waarom de knappe koppen van de oppositionele bewegingen meestal moreel gevoelige leden van de bourgeoisie waren, die, gedreven door een mengeling van ambitie en verontwaardiging over de heersende omstandigheden, overliepen naar het kamp van de revolte of revolutie. Voor hen allen gold wat Albert Camus over de geboorte van gemeenschappelijke geest van de verontwaardiging zei: 'Ik kom in opstand, dus wij zijn' – een zin waarvan het nauwelijks invoelbaar pathos heel duidelijk bij een verloren tijdperk hoort.

280. Wat het opkomende communisme van meet af aan zo spookachtige maakte en de kracht gaf de paranoà?de reacties van zijn tegenstanders naar zich toe te trekken, was dat het al in een vroeg stadium in staat was de status-quo op een geloofwaardige manier met een omwenteling te dreigen. Toen het zijn vermogen om te dreigen was kwijtgeraakt, was het ook met zijn rol als spook gedaan – en geen enkel filosofisch congres zal de holle kalebas nieuwe spookkracht kunnen inblazen.

281. Als het klopt dat soevereiniteit het vermogen is om op een geloofwaardige manier te dreigen, dan bereikten de West-Europese werknemerspartijen en de vakbonden hun belangrijkste soevereiniteitseffecten dankzij het indirecte dreigement van de klassenstrijd, dat ze tijdens loononderhandelingen konden inzetten zonder zelf de vuisten te hoeven ballen. Ze konden volstaan met discreet te wijzen op de realiteit van de Tweede Wereld om de werkgevers duidelijk te maken dat ook hier de sociale vrede zijn prijs heeft. Samenvattend kan men zonder veel overdrijving vaststellen: de sociale verworvenheden in het naoorlogse Europa, vooral het 'kapitalisme met een menselijk gezicht' met de bijbehorende verzorgingsstaat en de almaar uitdijende therapiecultuur, waren geschenken van het stalinisme '? vruchten van de woede, die overigens pas nadat ze naar een vrijer klimaat waren geëxporteerd tot een zekere zoetheid konden rijpen.
('?)
De gevolgen van dit alles bepalen psychopolitieke klimaat van het Westen vanaf de vroege jaren '80 tot op de dag vandaag. In combinatie met de klimatologische effecten van 11 september 2001 wordt het steeds waarschijnlijker dat het kapitalisme een neoautoritaire wending zal nemen, tegen een liberaalkrijgszuchtige achtergrond. Vanuit het perspectief van vandaag komt het jaar 1979 naar voren als de sleuteldatum van de late 20e eeuw. In drievoudig opzicht vond in dat jaar de overgang plaats naar de postcommunistische situatie: door het begin van het einde van de Sovjet-Unie na de militaire invasie in Afghanistan, door het aantreden van Margaret Thatcher en de consolidatie van de islamitische revolutie in Iran onder ayatollah Khomeini. ('?)
Onvermijdelijke conclusie: de westerse ondernemers onder tijdelijke politieke en ideologische druk vanuit het oosten teveel hadden betaald voor de sociale vrede. Men achtte de tijd rijp voor kostendrukkende maatregelen, die uiteindelijk tot doel hadden het accent van het primaat van de volledige werkgelegenheid te verschuiven naar de voorrang van de dynamiek van het ondernemen. Dit had een regelrechte ommezwaai van de tijdgeest tot gevolg. Deze nam steeds sneller afstand van een even rebelse als dirigistische comfortethiek (die zich alleen in Frankrijk wist te handhaven), om de voorkeur geven aan een ondernemersgerichte risico-ethiek – waarbij men ervan overtuigd was dat men de ontmoediging van de nieuwe 'klasse' van overbodigen, afgedankten en afgescheepten wel als externe kostenfactor op de koop toe kon nemen. Sindsdien worden de deelculturen van de amusementverschaffing en het depressiebeheer in het Europese Kristalpaleis steeds verder uit elkaar gedreven.

Lees verder »

Archief

J.A.A.van Doorn, Duits socialisme. Het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme.

25 juli 2007

J.A.A.van Doorn, Duits socialisme. Het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme. uitg. Mets & Schilt, Amsterdam.

J.A.A. van Doorn is een bijzonder moedig man. Hij heeft in 1971 mijn eerste stappen begeleid in de sociologie met zijn Moderne Sociologie ( van Doorn & Lammers ) dat sinds 1959 een topper was in Rotterdam. Yvo Nuyens hield hem aanbevolen in zijn vak 'medische sociologie' aan de K.U.Leuven, ook als je psychologie studeerde.
Hij heeft nu – op latere leeftijd – een fenomenaal boekwerk opgeleverd: 'Duits socialisme. Het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme.'
Het is een boek dat aan je vreet, dat helpt de schuiven in je geheugen te keren om alle stof eruit te weren, want toch blijven hier en daar decennia oude stramienen bewaard. Van Doorn helpt ze opvegen en op de vuilnisbelt van de geschiedenis keren.
Zijn boek is een bijzonder interessante en zeer gedurfde analyse van het Duitse socialisme en het nationaal socialisme dat er naadloos overheen is gegaan.

Fascinerend herken je de houding van de Duitse sociaal democratie die zich gedroeg zoals het Vlaams Blok vandaag in Vlaanderen.

Fascinerend zie je hoe sp.a populisme dikwijls gelijkloopt met de hele nationaal-socialistische trukendoos, tot en met de intellectuelenhaat van een figuur als Stevaert.

Wie zich vandaag '? na de verkiezingen van 10 juni – geroepen voelt om aan een evaluatie te werken van het riante sp.a-spirit debacle, van het al even hilarische succes van PvdA plus of min, of CAP en zelfs het alweer zo prille genot van Groen!, doet er goed aan van Doorns analyse van het falen van de sociaal democratie en de triomf van het nationaal socialisme in Duitsland te studeren.

Er is een banale uitdrukking: de geschiedenis herhaalt zich: de eerste keer als tragedie, de tweede keer als klucht. Nee. Er is nog een derde weerspiegeling van dezelfde gebeurtenissen, van hetzelfde onderwerp, een weerspiegeling in de 'lachspiegel' van de onderwereld. Het onderwerp is onvoorstelbaar en tegelijk werkelijk, het bestaat echt en leeft naast ons. ( Jacq Vogelaar, Over Kampliteratuur , p. 25)

Charismatisch leiderschap.

200. Hitler was eerder een verleider dan een dictator. Hij werd jarenlang door zijn volk op handen gedragen, als verlosser begroet en als profeet geëerd. Vele miljoenen Duitsers geloofden in hem, volgden hem en waren bereid voor hem en voor het Duitsland dat hij schiep, te sterven. Reeds eind 1934 zou hij zich erop beroepen dat geen staatsman ter wereld met meer recht kon stellen dat hij de vertegenwoordiger van het volk was.
Hitler is terecht een typisch voorbeeld genoemd van een charismatische leider, iemand wiens ongelimiteerde gezag berust op het geloof bij zijn volgelingen, dat hij over uitzonderlijke kwaliteiten beschikte en daarom in staat is elke crisis te overwinnen. Max Weber, die het begrip in de politieke wetenschap introduceerde, zonder Hitler gekend te hebben, zegt letterlijk dat wie charismatisch gezag verwerft, daarom als 'Führer' wordt gewaardeerd. ('?)

Het gaat hier niet om een kenmerk van een persoon, maar om een wisselwerking tussen leider en volgelingen, een sociale connectie dus, die twee brandpunten kent die buiten elkaar niet denkbaar zijn. In charisma ligt tegelijk een gezags- en afhankelijkheidsverhouding besloten.
Het bijzondere én het precaire van charismatisch gezag is het ontbreken van institutionele verankering. De twee andere hoofdtypen van gezag die Weber onderscheidde, vinden hun legitimiteit in het zij een van ouds gegeven orde, traditioneel gezag, hetzij in formele regelgeving die voor iedereen geldt, legaal gezag, ondersteund door een bureaucratisch apparaat. Charisma is per definitie alleen uit interacterende personen samengesteld, een sociaal netwerk dat onder spanning staat, wellicht te vergelijken met een magnetisch veld.
Anders dan de beide andere typen is charismatisch gezag labiel. De leider beschikt niet over een structuur waarop hij kan terugvallen en die hem veiligheid biedt. Hij moet zichzelf elke dag bewijzen. Bestaande instituties zijn vijanden die opgeruimd moeten worden, reden waarom charismatisch leiderschap aanvankelijk revolutionerend werkt: het bestaande wordt radicaal verworpen. Naarmate de kaalslag beter lukt, doemt een ander gevaar op: de onvermijdelijke slijtage dan wel 'routinisering' van het charisma. Er ontstaat een min of meer vaste cultus rondom de leider die hem zekerheid biedt, maar die een tegelijk afhankelijk maakt: hij wordt vervangbaar omdat het persoonlijke charisma zich tot een ambtscharisma ontwikkelt. Een dergelijke evolutie is zichtbaar bij de transformatie van een sekte rondom een religieuze voorman in een kerk die kan voortleven lang nadat uitzonderlijke persoon van de stichter is verdwenen.

270. Het gevolg is geweest dat de toenadering tussen socialisme en nationalisme, in de laatste jaren voor de Eerste Wereldoorlog in feite onvermijdelijk geworden, een moeilijke operatie werd. Van twee kanten moesten de partijen uit de veilige loopgraven komen, nog altijd gewapend met de oude vooroordelen en ressentimenten. Tussen de linies zou dan ook weinig tot stand komen. Zonder beeldspraak: echte fusies, van beide zijden aanvaard, waren bijzonder zeldzaam. Het bleef bij theoretische exercities: 'Umdeutung' van bestaande opvattingen.
Toen eigenlijk het moment aanbrak dat daden moesten worden gesteld, faalde de sociaal-democratie. In 1914 verkozen de leden in plaats van de klassenstrijd de oorlog tegen de buitenlandse vijand en zwenkten de leiders noodgedwongen mee, zonder de noodzaak van een nationale heroriëntatie onder ogen te zien; in 1918 verzuimden de leiders de revolutionaire moment te benutten en sloten ze een compromis – en compromitteren verbond – met de klassenvijand; in 1933 bleken ze op fatale wijze de gevangenen van hun eigen verleden.
De roemruchte partij van de Duitse sociaal-democratie heeft een tragische geschiedenis gekend. Ze stond voor een goede zaak maar geen moment heeft ze het Duitse volk weten te overtuigen, laat staan voor har programma te winnen. Dat ze faalde, is uiteindelijk terug te voeren op één tekort: de partij kon Duitsland niet vinden. Haar socialisme was geen Duits socialisme. Daarom zou ze te gronde gaan aan de krachtmeting met een partij die voor het eerst beweerde dat socialisme geen splijtzwam hoefde te zijn, maar een unieke nationaal-bindende kracht vertegenwoordigde. Het nationaal-socialisme, zou men kunnen zeggen, voltooide de geschiedenis van het Duitse socialisme door identiek te worden met Duitsland. Omdat Duitse socialisme vervolgens te vernietigen door er de laatste, meest extreme consequenties uit te trekken, die, zoals bekend, zum Teufel führen.

Lees verder »

Archief

Ingo Schulze, Nieuwe Levens. Uitg. Meulenhoff

4 juli 2007

Ingo Schulze, Nieuwe Levens. Uitg. Meulenhoff

Ik zal meteen bekennen: ik vind 'Nieuwe Levens' maar niets.
Toch heb ik me avondenlang proberen in te leven in het 650 pagina durende geneuzel van de beloftevolle en vandaag wellicht al geconsacreerde Duitse schrijver, Ingo Schulze.
Het zit vast allemaal goed versleuteld. Zeven jaar lang zou de schrijver gewerkt hebben aan de literaire 'vondst' van door elkaar lopende brieven aan drie personages wat finaal de grote roman over de Wende zou moeten voorstellen.

Akkoord, er worden in de correspondentie bijwijle grappige, verrassende, boeiende, tedere en treurige passages verknoopt.
Akkoord, hier en daar krijg je een merkwaardige doorkijk naar het leven in de DDR, en blijft de afdronk bitter aan je tanden plakken. Brievenschrijver Enrico Türmer '? spiegelvariant van de auteur -verdwaalt steeds duidelijker in zijn eigen banaliteit: schrijven tegen het verstikkende oude leven verwordt tot een verrijzenis in de nieuwe westerse waarden, waarvan hij de nuances niet kent: '?Sedert een paar weken loop ik met een vraag rond. In het begin nam ik haar niet serieus; ze was me te profaan. Maar intussen geloof ik dat ze terecht wordt gesteld. Ze luidt: op welke wijze nam het Westen bezit van mijn hoofd? En wat heeft het daar aangericht?'?

De oude voorspelling van een hoge DDR functionaris dat ze hun kritische kunstenaars beter naar het Westen lieten vertrekken want dat ze daar hun stem wel zouden verliezen, was glashelder. In het Westen vielen ze vaak vlot van hun geloof in de kracht van het oppositionele woord, beeld en geluid. Soms verstomd door het goud in de mond.
De culturele verschillen tussen Oost en West bleken nergens zo duidelijk als die tussen de DDR en de BRD. Ze spraken dezelfde taal, ze leden aan eenzelfde verleden en toch dreef de wind van de geschiedenis hen naar een verschillende toekomst.

Enrico Türmer wou als ambitieuze jongeman een dissidente schrijver worden. Ware literatuur is immers per definitie oppositioneel en dus zal hij zoals zovele anderen alleen in het Westen kunnen publiceren en finaal de DDR moeten verlaten.
Jong denken we immers dat de wereld van ons is. Volwassen beseffen we dat wij van de wereld zijn. Maar bij de DDR dissidenten sloeg de verouderingsziekte genadeloos toe: plots bleken zij niet eens meer van deze wereld.
Türmer had de pech dat door de val van de Muur zijn inspiratiebron verdampte. Het Oude Leven bleek een anachronisme en het Nieuwe Leven een vorm van geheugenverlies. Een verschrikking voor velen die ontwaakten in een nachtmerrie waar hun bestaan van een ondraaglijke lichtheid werd, zoals hun spaargeld en de dromen die ze altijd van waarde hadden geweten.

Pijnlijk meelijwekkend was ook de ontnuchtering in de politieke macht: het volk bleek zijn bevrijdende leiders van Bündnis 90 even snel te ruilen voor CDU- en SPD- importpathologie als de oude Ostmarken voor de nieuwe DM.

Ingo Schulze omschreef het in een interview met de Groene Amsterdammer als: 'We geloofden toen niets, ik was oneindig naà?ef. Dat kan ik niet meer navoelen. Een van de grote verschillen is dat mijn wereld vroeger heel klein was. Je had een beperkte kring mensen met wie je omging. De wereld is groot geworden. Ik ben rijker geworden, vooral in mijn contacten. Ik reis door Europa en woon nu in Rome. Voor mijn moeder is dat nog steeds onvoorstelbaar. Haar generatie heeft de boot volledig gemist. Daarin schuilt de grootste tragiek.' ('?)
'De ddr was een droomland voor schrijvers. Woorden waren belangrijk, ze konden de grondvesten van de staat laten trillen. Wat moest een schrijver zonder de Muur?
Het idee was dat, als een systeem is gebouwd op woorden, je het ook met woorden kunt aanvallen en zelfs omgooien. Schrijvers voelden zich almachtig, want zij schreven wat anderen dachten. Als lezer had je ook die ervaring. Als je een boek via het illegale circuit kreeg, had je twee dagen de tijd om het te lezen. In die sfeer kreeg iedere alinea waarde. Met het instorten van het systeem veranderde de betekenis van boeken en gedichten. Schrijvers hadden het gevoel dat ze zich niet meer hoefden te bewijzen. Velen van hen zakten weg in een gevoel van zinloosheid en depressie. Hun pen had geen betekenis meer. Wat viel er nog te zeggen? Opeens ging alles over het verleden. Dat is het vreemde geweest: de door de staat georganiseerde kritiek op het kapitalisme verstomde, terwijl het kapitalisme zich juist keihard in het dagelijks leven verscherpte. Ik weet nog dat ik een keer een cadeau kocht en besefte dat ik voor dat bedrag vroeger wekenlang in Polen op vakantie ging. De Wende was voor veel mensen een wisseling van afhankelijkheid. Van een totalitaire staat naar een allesbepalende economie. Men zegt vaak: '?Tot 1989 kon ik alles zeggen over mijn chef en niets over Honecker, daarna kon ik alles zeggen over politici maar niets over mijn chef.'?. De angst voor werkloosheid nu is net zo groot als de angst voor maatregelen tegen ideologisch onwelgevallige uitspraken toen. Maar het samensmelten van de twee economieën is onvermijdelijk geweest. Het kon niet anders.'

En toch is de roman van Schulze bij lange niet wat ik ervan verwachtte.
Geen enkele zin vond ik de moeite van een citaat waard. Türmer en met hem Schulze blijven slurpen van de dagelijkse beslommeringen. Ze weten geen schnaps te distilleren waaraan de lezer zich kan laven. Zeker, de evolutie die de schrijver bekruipt, de soms pedante voetnoten van het redigerende alter-ego, het heen en weer friemelen van visies en standpunten in de verschillende brieven, 't is ongetwijfeld goed gevonden, maar het blijft allemaal ondraaglijk licht geneuzel.
En daar heb ik dan zoveel uren van mijn arme ogen aan geofferd.

Dé roman over de Wende zal eerder een vervolg zijn op Robert Musils 'Der Mann ohne Eigenschaften'. Dat was dé Duitse roman van de XXste eeuw.
Dat is 'Neue Leben' alvast niet voor de XXI ste eeuw.

Archief

Berlijn, Mijn Duitsland, Good Bye Lenin, Polen en nog zijn we niet verloren…

26 juni 2007

Mazurek D?browskiego is het nationale volkslied van Polen
van de hand van Jà?zef Wybicki uit 1797.

Het gaat mij vooral om die eerste regel.
'?Jeszcze Polska nie zgin??a: Nog is Polen niet verloren!'?
Dat heeft iets van dat andere volkslied:
'?Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,'?'?

Mensen die dit soort volksliederen koesteren, mankeren iets. Zij lijden aan een onduidelijk maar schrijnend, rancuneus en eeuwigdurend gevoel van woede en verongelijktheid wat ze zichzelf hebben aangepraat. Het gaat steevast om een mythisch verleden waarmee ze zich gaarne laten opzwepen tot grootse heldendaden, voor eigen gebruik, in de keuken, bij de haard of voor tv bij voetbalwedstrijden of andere oorlogsspelletjes.
Dit soort volkscultuur is pijnlijk provinciaal, in zichzelf gekeerd en wezenlijk angstig voor wat onweerstaanbaar komen zal.
Dit soort liederen is als roepen in het donker, 's nachts kouder dan buiten, eigen aan mensen die zichzelf zien als een eeuwige underdog, de keffende kuitenbijters die als alternatief ook wel eens de eigen staart beproeven.
Blaffen tegen de maan terwijl de karavaan onverstoorbaar verder trekt.

Lees verder »

Archief

Filosofie Magazine, Ger Groot: ‘In de opvoeding vertegenwoordigt de vader de wet en de moeder de liefde’.

15 juni 2007

Volgens Ger Groot – filosoof aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit – verwaarlozen vaders hun klassieke vaderrol, met als gevolg ontsporende kinderen. ‘In de opvoeding vertegenwoordigt de vader de wet en de moeder de liefde. Die binding is sterker dan de eenentwintigste-eeuwse mens graag zou willen.’

(...)

‘In het kapitalisme heeft de prestatiemoraal de plaats ingenomen van de arbeidsmoraal. Er wordt sterk de nadruk gelegd op productie, waarbij competitie dan het middel is om “het beste uit mensen te halen”. Een neoliberaal thema. Daarbij wordt vergeten dat competitie ook een probaat middel is om het slechte in de mens naar boven te halen. Op het moment dat je mensen systematisch onder druk zet, doordat je ze alle zekerheden ontneemt – zoals een vaste baan – dan haal je daar misschien op bepaalde terreinen een zekere winst mee, maar tegelijkertijd verlies je de morele evenwichtigheid van mensen. Dat wreekt zich onder andere in het feit dat we eigenlijk constant overspannen zijn. Hierdoor bouw je een continue gevaar voor explosie in de psyche in.’

Filosofie Magazine 5/2007

Archief

Voor de overwonnenen, de sp.a : democratie ligt ons nauwer aan het hart dan ‘ socialisme ‘.

11 juni 2007

Op woensdag 28 april 2004 publiceerde De Standaard en De Morgen een uitgebreid interview met mij toen ik de ‘strijdplaats’ na het nodige gekonkel op de lijst van Patrick Janssens weigerde.

De Standaard plaatste mijn ‘politiek testament’ op haar website.

Verrassend om dit vandaag nog eens te herlezen.
De nood aan een nieuwe ‘linkse’ beweging in Vlaanderen wordt eens te meer duidelijk.
Dat dit niet zal uitgaan van wat er nog van de sp.a-spirit rest, mag intussen ook meer dan duidelijk zijn, behoudens misschien na een zengende en zuiverende, langdurige oppositiekuur.

Dat ‘links’ in Vlaanderen én Wallonië én Nederland én Frankrijk én Engeland én Duitsland én’.... zich grondig zal moeten bezinnen, is evident.
De oude verhaaltjes hebben afgedaan, de kiezer is mondig geworden en kiest veel meer ‘autonoom’ in functie van de hype van het moment, de kracht van een reclamecampagne én/of zijn of haar eigen grondige overwegingen. De kiezer – ook de ‘linkse’ – kiest steeds meer strategisch.
Dat dit een gevolg is van de personencultus en de presidentiële allures die sommige kopstukken zich menen te moeten aanmatigen is evident en onomkeerbaar.

Begin 2004 was het mij meer dan duidelijk dat de democratie ons nauwer aan het hart ligt dan ‘socialisme’ en dat het mij hoe dan ook onmogelijk zou gemaakt worden door de sp.a – partijtop op te komen voor die democratie tegen het heersende populisme.

Democratie is een bloedernstig spel, te belangrijk om er een populistische karikatuur van te laten maken

De SP.A-politicus en huisarts trekt zijn kandidatuur op de SP.A-Spirit-lijst voor de Vlaamse parlementsverkiezingen in. Hij stapt uit de politiek: ,,Een autoritaire partijleiding en een populistische partijlijn maken het voor mij onmogelijk nog langer zinvol politiek werk te verrichten’‘, geeft hij als reden op.
In zijn ‘politiek testament’ geeft Van Duppen meer toelichting.

Lees verder »

Archief

Jacq Vogelaar, Over Kampliteratuur, De Bezige Bij 2006

24 mei 2007

Jacq Vogelaar heeft met zijn forse essaybundel 'Over Kampliteratuur' een handboek geschreven voor ons verleden en een handleiding bij onze toekomst.
Nooit voorheen heb ik een werk doorgenomen dat zo diepgaand aan de hand van tientallen getuigenissen, boeken, verhalen en auteurs beantwoordt aan de uitspraak van Walter Benjamin: '?Schwerer ist es das Gedà?chtnis der Namenlosen zu ehren als das der Berühmten. Dem Gedà?chtnis der Namenlosen ist die historische Konstruktion geweiht.'?(Gesammelte Schriften, I, S. 1241)

Lees verder »

Archief

sp.a: JA!JA!JA! Wir sind wieder da…! Of hoe populisme gebald kan zijn.

23 mei 2007

JA! vroeger en nu - gisteren en morgen - allen samen zonder zorgen

JA! als iedereen werkt, werkt alles beter!

In De Karavaan van De Standaard werd op 23 mei 2007 een bijzonder interessante beeldvergelijking afgedrukt.
Iemand met kennis van zake heeft begrepen waar de parallel van het populisme culmineert of snijdt op oneindig.
Een politieke partij die zich meent te moeten profileren met vrije tribunes voor het ‘middenveld’, die de kiezers zelf aan het woord moet laten in haar zendtijd, die de burgers een spreekbuis willen geven, schuurt al fors langsheen ‘Wij zeggen wat u denkt!’
Een politieke partij die haar beleid en haar programmapunten naadloos laat aansluiten bij de tweewekelijkse peilingen van dure reclamebureaus hoopt de leegte van haar verhaal te verhullen met de praat van de straat.
Een politieke partij die finaal uitpakt met één kernachtige, mobiliserende, positieve en meeslepende kreet, eenstemmig uit alle kelen: ‘JA!’, heeft zelfs geen wol meer te bieden.
Alleen nog geblaat van het schaap voor de kudde.
‘JA!’ is een mal, een gietvorm, een strijdkreet die alle ladingen kan dekken.
De kiezer is het haasje. De leider de rattenvanger.

Addendum op 9 juni 2007.

De campagnestrategen van sp.a-spirit hebben hun ‘JA!’ geperfectioneerd en uitgediept.
Het werden een paar duizend boodschappen, van hopelijk evenweel booschappers die ook de stad, het land en wereld werden rondgestuurd, te voet, per fiets, in de auto en op het web.

Peter Sloterdijk duidde dit fenomeen reeds in zijn trilogie ’ Sferen’ op p.890:

“De actuele stand van de vrije boodschappenmarkt, die, voorzover men dat kan beoordelen, tevens haar eindtoestand zal zijn, is door Franz Kafka in een kleine parabel uit 1914 exemplarisch opgeroepen: ’ Ze werden voor de keuze gesteld koningen of koeriers te zijn. Zoals alle kinderen wilden ze allemaal koeriers zijn, daarom zijn er louter koeriers. En omdat er geen koningen zijn, lopen ze doelloos in het rond en roepen elkaar hun zinloos geworden berichten toe. Graag zouden ze een einde aan hun ellendige leven willen maken, maar vanwege hun ambtseed durven ze dat niet.‘. '?

De voorzitter en de leider van de sp.a-spirit campagne heeft zich intussen met een briljante strategie op het voorplan gewrongen in wat als een finale sprint gepresenteerd wordt tussen de uittredende premier en de zetelende minister-president.
De campagne voor de federale verkiezingen van 10 juni 2007 is een presidentiële campagne geworden met drie heren die het presidentschap plegen te ambiëren. Nochtans is België een grondwettelijke monarchie en een federaal land waar het andere landsgedeelte blijkbaar niet meer in beeld komt, tenzij in bedekte verwijzingen over strikjes en verstrikken.

In de sp.a -spirit campagne foto’s is een perfide spindoctor aan de slag geweest.
De lokale kandidaat wordt steeds geflankeerd door een ‘sterkhouder’ die naast de betrokkene heerst.
Waar de geviseerde kandidaat manmoedig in de lens blikt, kijkt de flankerende heerser(es) steeds over diens hoofd naar oneindig, een onpeilbaar punt in de verte.

Het strafst is dit fenomeen van de verveelde blik aanwezig bij Johan Vande Lanotte die zijn kandidaten met een groene tint presenteert als een boer die uit zijn schamele veestapel niet meer te bieden had dan het zootje dat hij op de markt probeert te verkopen aan de meest biedende. Op het polshorloge van Johan is het overigens steevast 5 voor 12!
Het scheiden van de markt komt eraan.

De ramp voor de drie heren zal er nu precies op uitdraaien dat ze alle drie samen president moeten spelen om een – tweederde – meerderheid bij elkaar te sprokkelen. Bij voorkeur in beide landsgedeelten.

‘Sinte Perceptia, patrones van de spindoctors, sta hen bij!’
Marc Reynebeau DS 5 juni 2007 over de verkiezsingsdebatten op tv.

Archief

Varlam Sjalamov, Berichten uit Kolyma – De handschoen en andere verhalen

13 mei 2007

Varlam Sjalamov, Berichten uit Kolyma, De Bezige Bij Amsterdam 2000

Het is fascinerend te lezen hoe Sjalamov in zijn ‘Berichten uit Kolyma’ en de ‘Nagekomen Berichten uit Kolyma – De Handschoen’ ‘de parallel weet te tekenen tussen de bovenwereld en de onderwereld, tussen het gedrag aan de top van maatschappij – de officiële machthebbers – en het gedrag in de onderwereld van de criminele machthebbers die hen spiegelen.
Hij weet als geen ander de pedagogische prietpraatjes van Makarenko te ontmaskeren als goedkope leugens van gelovigen in de maakbaarheidsidelogie. Hij weet de liefde van veel literatoren voor de criminelen en de onderwereld te fileren als goedkope sensatiezucht.
Ik heb hem opnieuw ontdekt via Jacq Vogelaar met zijn fenomenale magnum opus ‘Over Kampliteratuur’ en zijn voorwoord bij Gustav Herling, ‘Een wereld apart’.
http://www.janvanduppen.be/?p=197

Lees verder »

Archief

Open Doek Turnhout: Zhang Yimou, The Curse of the Golden Flower

27 april 2007

Open Doek Turnhout: Zhang Yimou, The Curse of the Golden Flower – Man cheng jin dai huang jin jia – met Gong Li en Chow Yun-Fat.

'De vloek van de gouden bloem' is de duurste Chinese film aller tijden, van de hand van Zhang Yimou die in twintig jaar een schitterende palmares als regisseur bijeendraaide: Van Red Sorghum (1987) over Raise the Red Lantern (1991) en Hero (2002) tot het fenomenale House of Flying Daggers (2004).

House of Flying Daggers is tot op heden zijn onvergetelijk meesterwerk.
Niet omwille van de fantastische beelden, niet omwille van de schitterende kleuren, het ballet van het leven, de strijd en de dood, niet omwille van de indringende muziek maar vooral om de ongelooflijke politieke betekenis van deze gestileerde film over passie en opstand.
Zhang Yimou in een interview met Steven De Foer in De Standaard van 24/11 2005:
,, Ik wilde nog zo'n wuxia (martiale) film, maar dan anders: voor mij is' House of the flying daggers' in de eerste plaats een tragisch liefdesverhaal. Een Chinees spreekwoord zegt dat liefde, haat, passie en wraak de meest vluchtige emoties zijn. Daarover gaat deze film, veel meer dan over een reeks gevechten.'?

Deze discussie behandelt de vraag hoe het oude door het nieuwe vervangen wordt.
In het westerse denken is daarbij de passie, de emotie essentieel. Volgens de westerse cultuurvisie is het verschil tussen mensen en goden dat deze laatste geen emoties, geen passies kunnen beleven en dat alleen passies, intense emoties veranderingen, metamorfoses kunnen brengen.
Ovidius heeft er een schitterende reeks verzen over geschreven die bij Octavianus in het verkeerde keelgat schoten want zijn oude vriend had zichzelf pas tot goddelijke Augustus benoemd. De publicatie van deze godslasterlijke Metamorfosen kostte Ovidius zijn maatschappelijke kop en hij werd in ballingschap gestuurd naar Tomi aan de Zwarte Zee.

Zhang Yimou is in zijn meesterwerk '?House of Flying Dagger'? veel dubbelzinniger dan het interview met De Standaard laat vermoeden. Dat de Chinese cultuur zo makkelijk het marxisme als staatsgodsdienst aan wist te nemen houdt zeker verband met de marxistische stelling dat het denken bepaald wordt door het maatschappelijk zijn, de plaats in het productieproces. Het staatsbelang, het collectieve belang heerst over de individuen die enkel kunnen bestaan binnen hun sociale- familiale situatie.
In de westerse cultuur zijn die emoties echter essentieel in het onderscheid tussen mensen en goden én als drive van het menselijk handelen.
Krasser nog is de politieke dubbelzinnigheid van Zhangs schitterende film:
'?In het verleden hebben uw films u in aanvaring gebracht met het Chinese regime, maar de jongste jaren ligt u in de bovenste lade. Hoe vrij voelt u zich nu als cineast? – Dat valt mee. Uiteraard heb ik geen totale artistieke vrijheid. Je moet je voortdurend realiseren dat je woont en werkt in een land met een traditie van censuur. Ik heb gemerkt dat bruuskeren niet veel zin heeft, dus doe ik ook wat aan zelfcensuur. Maar het gaat de goede weg op, het regime is losser dan vroeger.'?

Lees verder »

« Volgende berichten