Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Werelderfgoedlijst UNESCO: Het Cultuurlandschap van het Westelijke Meer van Hangzhou in China.

28 juni 2011

Toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van UNESCO: Het Cultuurlandschap van het Westelijke Meer van Hangzhou in China somvat het meer, de heuvels en andere toeristische sites.

Bij mijn terugkeer naar Hangzhou…

HVV Het Vrije Woord mei 2011

?Er bestaat een schilderij van Paul Klee, dat Angelus Novus heet. Er staat een engel op afgebeeld die zo te zien op het punt staat zich te verwijderen van iets waar hij zijn blik strak op gericht houdt. Zijn ogen en zijn mond zijn opengesperd, hij heeft zijn vleugels gespreid. Zo moet de engel van de geschiedenis eruit zien. Zijn gelaat is naar het verleden gewend?. (Bruno Arpaia – De engel van de geschiedenis)

Op zijn laatste reis, de vlucht voor het nationaal-socialisme, droeg de Duitse cultuurfilosoof Walter Benjamin dit schilderij opgerold met zich mee tot in Portbou aan de Frans-Spaanse grens waar het indrukwekkend monument ?Passages? van Dani Karavan zijn zelfmoord herdenkt.

Er is een fase in je leven dat reizen ontdekken is, nieuwsgierig alles lijfelijk willen beleven. Misschien wel omdat na enige ervaring met de eigen omgeving, het gras groener lijkt aan de andere kant van de heuvel. Al kom je daar als Vlaming na verloop van tijd redelijk snel van terug met het besef dat thuiskomen een nieuwe en vaak betere dimensie aan je bestaan kan geven. ?Oost West Thuis Best? heette dat vroeger.
Toen lag de toekomst nog voor ons en verzamelden we elders in de wereld verhalen en herinneringen voor later. Als jagers zochten we plaatsen waar we ooit hoopten terug te keren, later. Met wie na ons zou komen.
Na verloop van jaren passeer je als ?jager-verzamelaar? haast onmerkbaar een keerpunt en dan rest vooral de schoonheid van de scherven, die onvolmaakte spiegeling.
Mijn keerpunt vond ik bij Walter Van den Broeck, intussen zeventig en nog steeds een gevierd auteur. Dertien jaar geleden onthulde hij me dat reizen voor hem ge?volueerd was tot zich terugtrekken in zijn schrijfkamer. Tussen muren van boeken en herinneringen las en schreef hij dan tot zijn verlangen naar ontroostbaarheid, naar dat lijfelijk reizen verdwenen was.
Na zo?n keerpunt wordt reizen een achterwaarts voortschrijden in de tijd, terugdeinzend bij de aanblik van wat werd aangericht. Het heeft iets van ?De brevitate vitae? van Seneca, de opvattingen van de oude Grieken en de Aymara indianen uit de Andes die de toekomst ook achter hen situeren, wegens onzichtbaar. Reizen wordt dan omkeren. De neus in de wind wordt de blik op het verleden. Het helpt herinneringen dragen en vrede vinden zoals het streven naar onthechting in de Chinese mythologie: als een kale monnik onder een paraplu, vrij van aardse beslommeringen en hemelse verplichtingen.

Bij mijn terugkeer naar Hangzhou...

naar het Vierde van de Vijf Gedichten van Yuan Mei (1715 ? 1797)
Vertaald in W.L. Idema ?Spiegel van de Klassieke Chinese Po?zie?

Van Hangzhous vele bezienswaardigheden
Roemt iedereen het Westmeer als het mooist.
Toen ik er was, heerste een ijle mist vanuit
Het reusachtig wassende woud van torens,
En was het Westmeer drukker dan ooit tevoren.
Ondanks het winderige rumoer zag je geen golven
Want hysterische megafonen onder kleurrijke wimpels
Dempten de rimpeling op de spiegel van de maan
En verstomden de wielewalen die zingen in de wilgen.

Een meisje sprak ons toe in onze boot:
Maar geen van haar woorden kon ons bewegen.
Na ??n bezoek dacht ik het begrepen te hebben
En leerde ik weer de namen van de heuvels,
Vergeleek de bouw der paviljoens, de stand der pagodes,
De zevenmaal herbouwde tempels en steles,
De zegels met de namen van wie ons lief is en nabij
En de klank van de karakters van wie op wazige foto?s
Met klak in Maopak beaat omcirkeld werd door
Een hinnikende hofhouding van de rode keizers,
De leugens die de voorbije eeuwen bleekten
En de schrille kleuren van de gewaden voor morgen.

Na mijn tweede bezoek met mijn reizende dochter
Braken de dubbele heuveltoppen niet meer door de wolken,
Konden we de avondklok op Nanping nergens nog horen,
Was de smog te dik voor de Leifeng pagode in de avondgloed.
De herfstzon was slechts een roze wolk en de herfstmaan
Laat zich niet meer zien, zoals het past voor de spiegel van
Een oude man die zich het hoofd breekt over wat komen kan.

De dag was somber door het opalen licht en argeloze vreugde
Van buitenlui met digitale lichtdrukmalen en het vele vreten
En jongelui met opgeklopt haar en lege brilmonturen,
Strak geschutter om hun geilheid nog onwennig te etaleren.
Het landschap is treurig door Starbucks en Costa Coffee
En ?What?s your name ? where are you from? – Joelende schoolkinderen met rode halsdoek en
Expo 2010 badges: ?Bitter city, bitter life?.

Wat ben ik anders dan een oude man
Die nogal laat door reislust werd bekropen
Wanneer zo dikwijls koude stormen waaien
Zijn de genoegens van het zwerven klein
Behoudens de herinneringen in de ogen
Van wie na ons nog wat warmte willen dragen.

Archief

MAS Antwerpen – Museum aan de Stroom

26 juni 2011

“>MAS Antwerpen – Museum Aan de Stroom

Een waarlijk fascinerend gebouw, vuurtoren op het eilandje, kathedraal van de koekenstad, kloppend hart van de oude haven in Noord. MAS is zeker bij de sinjoren ook ‘meer’, veel meer enzovoort enzoverder.
Behoudens de eerste barsten in sommige golvende glaspartijen is het een mooie constructie, de architect en de stad waardig, die de bezoekers in een spiraal om zichzelf, de stad en het verleden van Antwerpen voert tot het magnifieke panorama van een stad die traditioneel graag naar zichzelf laat kijken.

De vaste collectie daarentegen zal niet volstaan om decennialang de bezoekersstroom op gang te houden. Dit museum is eerder opgevat als een ontmoetingsplaats – in, op en om het gebouw zelf. Een schitterende vondst, maar zelfs zo?n merktoren behoeft gestaag onderhoud, ook intellectueel. De huidige scenografie geeft daartoe alleszins een vernieuwende aanzet.
De permanente collectie is vaak een interessante selectie uit de uitputtende collecties van het Etnografisch Museum, het Nationaal Scheepvaartmuseum en het Volkskundemuseum.
Een depotpresentatie biedt ook wel wat mogelijkheden.

Zij het dat het even nieuwe Gentse Stadsmuseum STAM een beter beeld geeft van de stad Gent in haar verleden en heden. Vooral de prachtige presentatie van de wereldberoemde historische archiefdocumenten doen het ‘m daar met klank.

Maar dit soort toplocaties vragen permanent onderhoud, intellectueel en materieel.

De openingstentoonstelling ‘Meesterwerken in het MAS. Vijf eeuwen beeld in Antwerpen’ is zeer de moeite.

Oorspronkelijk probeerden kunstenaars het goddelijke of het bovenmenselijke te verbeelden door gebruik te maken van kostbare materialen. Dit was bijvoorbeeld het geval bij iconen of op gouden munten, die de afbeeldingen van koningen en keizers bevatten.
Een eerste omwenteling kwam er met het werk van de Vlaamse primitieven. Ze wilden het goddelijke uitdrukken door het alledaagse in details weer te geven. God was overal, ook in kleine dingen.
Door het economische succes en de welvaart in Antwerpen, doken in de zestiende eeuw nieuwe opdrachtgevers op. Rijke burgers wilden met kunst uitpakken in hun woning. Er ontstond een nieuw concept van het beeld: kunstwerken naar ieders smaak, met nieuwe onderwerpen, kant en klaar te koop in de winkel. Bovendien werd het beeld in die periode gedemocratiseerd. Naast schilderijen kon men nu ook de goedkopere prenten aanschaffen. Het afzetgebied van de beelden uit Antwerpen werd door de prentkunst veel groter: de prenten verspreidden zich per schip over de nieuwe wereld. Steden als Antwerpen legden in die tijd de grondslag voor de internationale massamedia zoals we ze nu kennen.
Vandaag worden we overspoeld met sensationele beelden. Op het moment dat de massamedia hyperactief geworden zijn, nemen onze eigen kunstenaars weer afstand van die beeldenvloed. Hedendaagse kunstenaars besteden net als hun voorgangers grote aandacht aan het alledaagse. Ze zoeken naar betekenis in het ogenschijnlijk toevallige. Stille beelden vormen een alternatief voor de schallende consumptiemaatschappij. Ze maken ons opnieuw bewust van de essentie van het beeld.

Ook de website van het MAS is erg goed
Maar het ontbreken van een audiogids is amper te bevatten voor een dergelijk prestigieuze instelling.

Archief

vrt deredactie.be Opinie – Gezondheidszorg als politieke religie.

24 juni 2011

“>vrt deredactie.be Opinie – Gezondheidszorg als politieke religie.

22 / 06 / 2011

In wel meer opzichten staat de Nederlandse mentaliteit, of de manier van de dingen beschouwen, diametraal tegenover de Marokkaanse. Zo gaat de Marokkaan ervan uit dat de ander in principe een oplichter is, een bedrieger, een kwelleb, zoals men dat hier noemt. Tenminste, zolang het tegendeel niet is bewezen. (?) In Nederland, of in het Westen, geven we de ander doorgaans het voordeel van de twijfel. We gaan uit van de goedheid van de mens, tenminste, dat vinden we zelf. We voelen ons dan ook bedrogen als die ander zich later tot kwelleb blijkt te ontpoppen. (?) Het is nobel dat Nederlanders van zichzelf denken dat ze de mens die ze niet kennen ni?t a priori voor een kwelleb houden. Maar voor de Marokkaanse blik ? zo wantrouwend en achterdochtig ? valt ook wat te zeggen. Mensen zijn immers niet consequent. Ze liegen en bedriegen. En wie is uit steen gehouwen? (?) Cultuur is de verzameling mythes waarin een samenleving toevallig gelooft. Als die samenleving verandert, veranderen de mythes. Ze botsen op elkaar en de ene wint het van de andere, of verliest het, of, een derde mogelijkheid, ze blijven naast elkaar bestaan. Kees Beekmans ? Tussen hoofddoek en string. Marokko, de snelle modernisering van een Arabisch land.

De studiereis en conferentie van het Fonds Achterstandswijken naar Marokko van mei 2011 werd voor ons dan ook een bezoeking. Niet alleen omwille van het amateuristische programma door een stel Marokkaanse Nederlanders in elkaar geknutseld en als deskundig gepresenteerd, maar vooral door de hilarische misverstanden die veel ontmoetingen met regionale en nationale volksgezondheid-chefs kenmerkten.

Het Rotterdamse Fonds Achterstandswijken werd in 1997 opgericht omdat in die wijken huisartsen een veel hogere werkdruk met een lager inkomen hadden dan elders. Met organisatorische en financi?le steun hoopte men daar voldoende huisartsen aan de slag te kunnen houden. Herverdeling als een sigaar uit eigen doos.

Vakantiegeneeskunde

E?n van de problemen waar ons soort huisartsen vaak mee geconfronteerd worden is het fenomeen van de jaarlijkse vakantiegeneeskunde. Pati?nten van Marokkaanse en ook Turkse afkomst maken van het verblijf in hun geboortestreek graag gebruik om grote sier te voeren met hun Nederlandse ziekteverzekering. Vaak gaat het om een second opinion bij een priv? kliniek of een regionaal gereputeerde specialist voor allerlei klachten. Bij hun terugkeer presenteren ze onduidelijke – liefst handgeschreven – brieven met indrukwekkende hoofding waarop allerlei bevindingen, gestaafd met twijfelachtige r?ntgenopnames. Steevast werd de chronische medicatie veranderd in allernieuwste medicijnen die ofwel niet op de markt zijn in Nederland ofwel razend duur als specialit?.

Na in het moederland uitbundig in de onderzoeksmolen gemangeld rest hen enkel nog de secretaresse die de betaling afhandelt. En dan mag de huisdokter in Nederland het kluwen aanschouwen, uitrafelen, tegenspreken of op minder schadelijke sporen manoeuvreren.

Laat ons dus eens ter plekke kennis maken en ketenzorg fine tunen voor suikerziekte – frequent bij migranten uit de Maghreb, oncologie en psychiatrie. Niets mis mee, toch?

Openbare zorg versus priv?-klinieken

Bij het bezoek aan het ziekenhuis van Nador bleek dat er buiten het onvolprezen systeem van openbare zorg – bij koninklijk decreet zowat gratis aan alle onderdanen aangeboden – nog andere spelers op de markt waren. De offici?le gezondheidszorg zweert bij laagdrempelig en preventieve kwaliteit volgens graag geciteerde internationale normen.

Zonder wachtlijsten kunnen pati?nten ook terecht bij priv?-klinieken. Zij het tegen ?gepaste? vergoedingen conform Nederlandse tarieven. In belendende apotheken bedrijven de priv? collega?s verder de lucratieve kunst van de dichotomie.

Om fundamentalistische raddraaiers het gras voor de voeten te maaien dient in alle – ook afgelegen – Berberdorpen eenzelfde zorg aangeboden. Preventieve bloedonderzoeken en hartfilmpjes voor diabetici als strijdmiddel tegen een salafistische geneeskunde voor het volk.

In het ziekenhuis bleek fors ge?nvesteerd door Spaanse overheidsdiensten en ziekenfondsen. De CT scan en de dialyse-dienst droegen EU sterrenstickers. Het inpandige weeshuis voor ongewenste kinderen wordt financieel gesteund door Spaanse organisaties. Maar adoptie kan enkel door moslims, zo werden wij gerustgesteld.

In Fes hetzelfde scenario met dezelfde overheidsplannen, zij het dat hier de artsen van het ziekenhuis staakten tegen te lage lonen wegens de zwarte enveloppen voor goede zorgen inmiddels officieel afgeschaft. Onze collegialiteit bleef beperkt tot het niet maken van foto?s wegens vervelend volgens de ordebewaarders, die onderweg overigens om de zoveel kilometer met roadblocks over onze veiligheid waakten. Aldus de begeleidende gidsen.

In Rabat waren op de conferentie in een schitterende locatie op de campus van de Mohammed V universiteit nauwelijks Marokkaanse artsen present. Op het belendende 8ste nationale congres van ?algemeen geneeskundigen? genoten de collega-huisartsen echter volop van de jaarlijkse spiegeltjes- en kraaltjesdag, aangeboden door de farmaceutische sector.

Schizofrenie bij Marokkaanse jongens

In Nederland was uitgezocht dat schizofrenie bij Marokkaanse jongens ruim 10 keer meer voorkwam dan bij andere bevolkingsgroepen, zoals Surinamers, Antillianen en Turken. Een bijzonder pijnlijk probleem dat zich minder zou voordoen in homogene wijken, versta getto?s. Het doet zich overigens ook nauwelijks voor bij Marokkaanse meisjes.

De cijfers voor Marokko waren erg onduidelijk en werden luidkeels betwist door een Marokkaanse vrouwelijke psychiater die erop wees dat veel geesteszieken nog geketend in cellen worden vastgehouden. Wat dan weer de vertegenwoordiger van de minister deed verklaren dat de regering zou beslissen alle medicijnen tegen schizofrenie gratis te verstrekken. Een belofte die hij dat ook al voorheen gedaan had voor suikerzieken en kankerpati?nten. En preventie zou natuurlijk ook de volle aandacht krijgen van de minister.

In de praktijk blijken nogal wat Marokkaanse jongens – vooral in West-Europa – te lijden onder veel te hoge verwachtingen van het thuisfront. Een kwalijke ?dzjin? die in betrokkene vaart kan dan een acceptabele verklaring voor het eigen falen bieden.

Politieke religie

Recent onderzoek klasseert de zes meest gewantrouwde instellingen: politieke partijen 79% – regering 68% – banken 66% – kerk 64% – media 60% en parlement 59%. En de zes minst gewantrouwde: gezondheidszorg 9% – onderwijs 15% – sociale zekerheid 19% – politie 30% – milieuorganisaties 32% – Europese Unie 41%.

In het licht van dit soort cijfers lonkt gezondheidszorg als een mooie opstap voor politici en beleidsmakers.

In Marokko hoopt Mohammed VI met gratis verklaarde geneeskunde voor het volk en een wat gefatsoeneerde grondwet tijd te winnen. Hij hoopt gecontroleerd druk af te laten van zijn snel aangroeiende jonge bevolking die weet wat elders in de wereld te koop is maar in eigen land nauwelijks kans maakt op fatsoenlijk werk en een behoorlijk inkomen.

Geneeskunde heeft iets van een godsdienst. Mensen worden reeds millennia getroost en gemend door religies en hun bedienaars. Angsten voor leed en pijn werden vanouds aangezwengeld en bezworen met gebeden, giften en aflaten.

In een open maatschappij werken besloten remedies niet al te best. Dus wordt het tijd voor meer wereldse beloften: die van de goede gezondheid waarvoor evenzeer gebeden, gegeven en geprezen moet worden. Preventie – oorspronkelijk bedoeld als voorkomen beter dan genezen – is doorgeschoten tot een grootscheepse zwendel van de medico-farmaceutische lobby.

Zoals steeds verworden organisaties en structuren met beperkte doelstellingen tot een zichzelf in standhoudende markt van welzijn en geluk. Voor het volk weliswaar. Voor het volk!

De Duitse arts, antropoloog en politicus Rudolf Virchow (1821 – 1902) vond reeds dat ?Geneeskunde een sociale wetenschap is, en politiek niet anders dan geneeskunde op een grotere schaal!?

Archief

Ann De Craemer, Vurige tong. Vertelling, De Bezige Bij, Antwerpen

21 juni 2011

Ann De Craemer, Vurige tong. Vertelling, De Bezige Bij, Antwerpen

In de bespreking van ‘Vurige Tong’ van Tertio omschrijft Peter Vande Vyvere dit boek ‘als een opmerkelijk egodocument. De auteur doet in ware Claus-stijl het relaas van haar Bildungsjaren in het West-Vlaamse provinciestadje Tielt. Vooral kerk en geloof moeten het zwaar ontgelden en dat is op zijn minst bizar voor een dertigjarige.’

De religie journalist Vande Vyvere komt uit hetzelfde dorp dat zich een stad waant, Tielt, uit vergelijkbare sociologische omgeving, zij het 14 jaar eerder:
‘Hoe is het mogelijk dat een vergelijkbaar thuismilieu, eenzelfde sociologische setting, dezelfde referentiefiguren, eenzelfde atmosfeer en opleiding De Craemer tot een definitief afscheid, maar mij tot een groeiende fascinatie voor kerk en geloof brachten? Verschillende persoonlijkheden? Verschillende keuzes op cruciale momenten? Ook ik stond ? als jongen pas op mijn zestiende ? voor de keuze: doorgaan met dat geloof en doorstoten naar een nieuwe ?modus? van geloven of samen met het kinderlijke geloof de hele santenboetiek overboord gooien. De schrijfster in spe koos voor het laatste, de latere religiejournalist voor het eerste.’

En precies dat fenomeen heeft mij het meest getroffen in ‘Vurige Tong’ en de bespreking in Tertio.

Uiteraard vraagt een lezer zich dat ook af bij het lezen van vurige tongen op eenen Sinxendaghe in 2011.
Hoe kan het dat een jonge kerel in zo’n dorps provinciestadje rond de recentste eeuwwisseling de fuik van het ware diepgedraaide geloof ingezwommen is.
‘t Moet toch zijn dat er iets grondig mis is in West Vlaanderen.
‘t Moet toch zijn dat de vis rot, eerst aan de kop.
Want een andere verklaring kan je toch niet bedenken voor een fenomeen – waarbij de primaat aartsbisschop van Belgi?, Godfried kardinaal Danneels van Kanegem-Tielt gedurende decennia goor stinkende potjes van misbruik, mishandeling, seksueel misbruik, seksueel misbruik van kinderen, verduistering van gelden, enzovoort enzoverder, met grote minzaamheid gesloten probeerde te houden; waarbij de dorpsonderpastoor, pastoor, deken en bisschop Roger Van Gheluwe eenzelfde carri?re kon volhouden,
waar vandaag nog maandelijks verhalen aan het licht komen van dekens en bejaarde priesters die omwille van seksuele handelingen gechanteerd worden, parochieeigendommen te gelde maken om hun twijfelachtige eer te redden dan wel vrijwillig een einde aan hun ellendige leven maken.

Tegen zo’n hemelse achtergrond van goedzwijgende menschen is het ongetwijfeld aangenaam vertoeven met een hooggestemde mantel van theologische en filosofische pilaarheiligen die misprijzend neerkijken op de kinderlijke verbeelding en het inferieure leed dat dwaze maagdekens bijeen geschreven hebben.

Wie – zelfs als religiejournalist – ‘de hele santenboetiek van kinderlijk geloof overboord wil gooien om door te stoten naar een nieuwe modus van geloven‘, kan dit nooit zonder een grondige kritiek op diezelfde kerk en diezelfde geloofspropaganda en belevenis.
Zo iemand, de titel journalist waardig, zou zich beter ten gronde afvragen wat daar in hemelsnaam gaande is (geweest).
Om eer te betuigen aan de slachtoffers, om vergelijkbare waanzin van machtsmisbruik te vermijden in de toekomst en zichzelf voor erger te behoeden.

? Wie zich het verleden niet herinnert, is gedoemd het opnieuw te beleven. ?
Georges Santayana, The last Puritan

Ernest Claes heeft het behoedzaam voorgedaan ruim een eeuw geleden, Hugo Claus wist er een literair oeuvre uit te puren, Ann De Craemer doet het op haar manier met een vurige tong.
Je kan het ook lezen als een sociologische vertelling.

? Hij die de waarheid van de mens zoekt, dient zich meester te maken van zijn lijden ?
Georges Bernanos, La Joie.

Archief

Darian Leader, Het nieuwe zwart. Rouw, melancholie en depressie – De Bezige Bij 2011

16 juni 2011

Darian Leader, Het nieuwe zwart. Rouw, melancholie en depressie – De Bezige Bij 2011. Vert. Ren? van de Weijer & Stanneke Wagenaar.

Voor rouwen, zo is mijn betoog, zijn anderen nodig. (17)

Vakkundig, hilarisch en pijnlijk maakt Darian Leader komaf met de ?depressie epidemie? – volgens de WHO de nakende volksziekte nr1 – en de farmacologische remedies tot beiderzijds voordeel. Voor Leader gaat het niet om een depressie-epidemie maar om een cultureel fenomeen dat niet langer toelaat te rouwen en melancholisch verlies te verwerken. Als psychoanalyticus doet hij dat met een andere kijk vanuit Freudiaanse en vergelijkbare spiegels. In die zin sluit hij aan bij Paul Verhaeghe met Het einde van de psychotherapie en de Depressie-epidemie van Trudy Dehue .

26. Maar waarom moeten we depressie zien als iets wat op zichzelf staat? Het is duidelijk dat de farmaceutische industrie dat wil, want daardoor kunnen zij de door hen gepropageerde medicijnen verkopen. Maar we moeten de verantwoordelijkheid niet alleen leggen bij de geneesmiddelenfabrikanten.
De huidige samenleving – wij dus ? speelt ook een rol in het beeld dat we van onszelf en onze kwalen wensen te hebben. Als er iets misgaat, willen we het probleem snel kunnen benoemen, wat ons des te ontvankelijker maakt voor de etiketten die artsen en geneesmiddelenfabrikanten ons presenteren. De meesten van ons voelen ook weinig voor een moeizaam zelfonderzoek: we zien symptomen liever als tekenen van een plaatselijke stoornis dan als problemen die ons hele bestaan raken. Het lijkt natuurlijk aantrekkelijker om je gevoelens van malaise, angst of somberheid onder de overkoepelende term ‘depressie’ te kunnen scharen en daar vervolgens een pil voor in te nemen, dan je hele leven onder een psychologische microscoop te leggen.

Hij deelt met plezier forse klappen uit aan de boekhoudkundig opgezette CGT waar vakkundig op kan bezuinigd worden.

27. Psychologische therapie?n zijn vaak wel beschikbaar, maar de term zelf kan misleidend zijn: het betreft bijna altijd kortdurende cognitieve gedragstherapie (CGT) en maar heel zelden langdurige psychoanalytische psychotherapie. Uitgangspunt van CGT is dat de symptomen het resultaat zijn van verkeerd aangeleerd gedrag. Met een goede ‘herscholing’ kan men zijn gedrag verbeteren en de gewenste norm dichter benaderen. Op zichzelf is CGT een vorm van conditioneren die gericht is op geestelijke gezondheid.

?Het nieuwe zwart? is als een handboek voor de therapeut, de arts die nog oog heeft voor de pati?nt en voor die pati?nt zelf. Hij brengt boeiende reflecties over rituelen
Al is het middengedeelte wat zwaar op de hand Freudiaans, het boek is meer dan de moeite waard om te reflecteren tot en met over het werk van W.G.Sebald wat door een psychiater ooit omschreven werd als een antidepressivum.

67. Helaas echter blijven de geneeskunde en de psychologie gevaarlijk blind voor deze zo vaak voorkomende verschijnselen. De geneeskunde wil eenvoudig niet weten van het doodsverlangen. En de psychologie schrikt door-, gaans terug voor de freudiaanse theorie van de identificatie met het verloren object. Toch laat het ene voorbeeld na het andere zien dat het om een elementaire menselijke reactie op verlies gaat. Ofwel we nemen trekken over van degenen die we verloren hebben, bijzondere kenmerken die niet meer verdwijnen, of we nemen alles over, zoals in het melancholische geval. In de woorden van de Amerikaanse psychoanalyticus Bertram Lewin: de melancholicus straft de verloren dierbare in beeltenis (in effigie), maar het is hun eigen ik dat deze beeltenis is geworden.Vreemd genoeg werd juist het proces waarmee Freud de melancholische identificatie karakteriseerde, later gebruikt om de constitutie van het menselijk ik te beschrijven.Onze ego’s, schreef hij, bestaan uit de overgebleven sporen van onze opgegeven relaties. Elke verbroken relatie laat haar stempel na en onze identiteit is het resultaat van die in de loop der tijd geaccumuleerde sporen. Het is niet zozeer ‘Je bent wat je eet’, als wel ‘Je bent waar je van hebt gehouden’.

231. Als belangrijkste alternatief voor medicatie in deze tijd worden algemeen de cognitieve gedragstherapie?n gezien. Die volgen doorgaans heel nauw het medische model, vanuit de veronderstelling dat je specifieke problemen kunt aanpakken met specifieke behandelingen. Depressie wordt beschouwd als een op zichzelf staand psychisch probleem dat dezelfde benadering vereist als een fysiek probleem,ongeacht de context en de relatie met de rest van het lichaam.Een beetje zoals een raketaanval op een terroristische installatie wordt geacht het probleem van het terrorisme op te lossen. De militaire hardware kan ons imponeren en met zijn precisietechnologie onze kinderlijke fascinatie wekken, maar het probleem wordt er natuurlijk niet mee ge?limineerd. Hier wordt het wegnemen van een symptoom verward met het wegnemen van de oorzaak.De belofte van een specifieke interventie maakt cognitieve therapie?n populair bij de zorgverzekeraars, omdat er de suggestie van uitgaat dat de resultaten duidelijk meetbaar zijn en dat de behandeling kosteneffectief is en een duidelijk traject volgt. Maar deze therapie?n berusten opeen illusie. Pati?nten worden erin geoefend te bedenken dat hun depressieve toestand voortvloeit uit cognitieve dwalingen en een vertekend zelfbeeld. Dat hun symptomen voortkomen uit een onjuiste beoordeling van hun situatie.Met de juiste cognitieve werkwijze zal hun kijk op de wereld veranderen en kunnen zij de kloof tussen hun slecht aangepaste gedrag en het gedrag waarnaar zij – en hun ervarener therapeut – streven, overbruggen.Cognitieve therapie werd misschien wel het breedst toegepast tijdens de Culturele Revolutie in China, waar mensen werd geleerd dat depressie louter een verkeerde manier van denken was. Miljoenen mensen die gescheiden warenvan hun families, geen contact konden opnemen met hun dierbaren, die onderworpen werden aan wrede straffen ende moord op of ‘verdwijning’ van familieleden en vrienden meemaakten, werd ‘geleerd’ geen waarde te hechten aan hun reacties. Hun wereldbeeld moest veranderen en wanhoop en vertwijfeling moesten plaatsmaken voor blijheid en enthousiasme voor collectieve zaken. Positief denken moest nutteloze en antisociale negatieve opvattingen uitbannen. Het doel van deze vorm van conditionering is hetzelfde als dat van de hedendaagse cognitieve gedragstherapie?n.Het individu wordt geleerd het legitieme karaktervan zijn symptomen te ontkennen. In plaats van een symptoom te zien als de drager van een subjectieve waarheid,zoals in de psychoanalyse gebeurt, moet hij of zij het gaan beschouwen als een aspect van verkeerd gedrag dat gecorrigeerd moet worden.

Het nieuwe zwart.

Archief

Marokko-Nederland: Gezondheidszorg en ander fraais

13 juni 2011

Marokko, Nador Mont Vert 22 mei 2011

Na een heel lange en moeizame omweg en enkele bizarre uren slaap wakker geworden met uitzicht over een paar bergen en een kleurrijke vallei op een half uur rijden van Nador.
De trip was redelijk waanzinnig en uitermate amateuristisch opgezet.
De snelweg naar Antwerpen zat verstopt door een asfaltlaag-legploeg in Wommelgem, maar door de vaardige rijstijl van mijn voerder en zijn verhaal en luisterend oor was ik nog in redelijke staat bij aankomst aan de achterkant van het Centraal Station in de compleet veranderde Kievit-buurt.

Gastarbeiders.

Hier was ik destijds nog mijn echte fabriekscarri?re begonnen na de ?Grote Revolutionaire Dokstaking? van 1973 en de ?Grote Revolutionaire Mijnstaking? van 1974 in de Crown Cork – blikken dozen fabriek – te Deurne alwaar ik door de muur van lawaai en de slechte oordoppen ongetwijfeld nu gehoorschade heb te verduren.
Ik logeerde bij de G. en rosse M., beroepsrevolutionairen en reeds gestaald door de onzin. G. lijkt dat gebleven, M. is later volwassen geworden en vertrokken. Toen was ze nog zeer jong uit een betere familie te G., gestopt in het middelbaar aan het Heilig Graf te Turnhout om met G. en mijn jongere broer de revolutie in Turnhout te voeren.
De locatie was bijzonder. In de Somersstraat waar ze mij onderdak boden, was vroeger de Volksgazet van de Belgische Socialistische Partij, toen nog sterk en actief. Uit dat faillissement heb ik in 1978 een paar ijzeren bureaumeubelen op de kop kunnen tikken, die mijn schilderdeur op schragen als bureau konden vervangen. Later hebben we die nog mooi opgeleukt in de kleuren van de Stijl en eindigden ze op de kinderkamers.
Nog indrukwekkender was dat in diezelfde straat Lode Zielens, die toen op de Volksgazet werkte, door de V bommen aan het einde van de oorlog gedood werd op weg naar huis van zijn werk. Hij was toen al een gerenommeerd auteur van ?Moeder waarom leven wij??

In die stinkende en schimmelige koterijen waar het eigenlijk nooit licht werd, had M. pagina’s van ons populaire weekblad ?Alle Macht Aan De Arbeiders – Amada? tegen de ramen op de binnenkoer geplakt had, omdat telkens zij ?s ochtends naar de douche ging aan de overkant van het koertje de Marokkaanse buurman zich in zijn blootje stond af te trekken op haar passage voorbij het raam.
Ze wou geen aanstoot geven aan de proletari?rs, en zeker niet aan de potentieel revolutionaire gastarbeiders.
Voor wat later alweer ?Grote Revolutionaire Glaverbelstaking? zou gaan heten in 1975 werd ik gesommeerd naar Mol te vertrekken. Een vergelijkbare oproep van de partijtop om de GR Textielstaking te Gent te vervoegen, had ik nog kunnen afhouden, mede door mijn gebrek aan kennis van het Ghentsch. Mol was de Kempen en vermits ik daar zovele jaren had proberen weg te komen, was dat de ideale plaats om de revolutionaire werkzaamheden onder het echte proletariaat te beginnen. ?Voetvolk hebben we overal, kaders mankeren we. Daarom moet jij gaan!, aldus het lid van het politbureau.

De Thalys was te laat in Antwerpen en op een ander spoor.
Hij zat vol in 2de klas maar was wel snel in Rotterdam en daarna Schiphol, waar het eindeloos lopen was om de terminal voor Royal Air Maroc – RAM- te vinden.

De vlucht vertrok met 20 minuten vertraging naar Casablanca.
Darian Leaders ?Het Nieuwe Zwart? uitgelezen: redelijk over rouw, verder veel te Freudiaans en teveel clich?matige verhalen, vind ik.

Lectuur.

Nadien begonnen aan Kees Beekmans ?Tussen hoofddoek en String? – meer dan de moeite, zeker voor een Marokko studiereis en ook nog De Arabieren van Eugene Rogan.

In Casablanca een eindeloze onzin behandeling door de douane met nog eens alle bagage door de scanner en wij ook voor de binnenlandse vlucht. In een intreurige luchthaven 2 uur wachten op een propeller vlucht naar Nador.
De huisartsen van Amsterdam en omgeving vertrokken op tijd voor Marakesh en nadien naar Ouarzazate. Die van Rotterdam en het zuiden naar Nador en nadien Fes in het noorden wegens de meeste Marokkanen uit onze praktijken uit die streek afkomstig.

Nador.

Lees verder »
Categorie: Actualiteit | Reageren uitgeschakeld

Archief

Eugene Rogan, De Arabieren, een geschiedenis

13 juni 2011

“>Eugene Rogan, De Arabieren, een geschiedenis. uitg. De Bezige Bij 2010, vert. Guus Houtzager.

?Bezing de wrok? zou een andere ondertitel kunnen zijn van het levendige, boeiende en uitputtend uitgebreide boekwerk ?De Arabieren? van Eugene Rogan.
Na de lectuur hiervan in de realiteit van een studiereis over gezondheidszorg in Noord-Marokko begin ik me steeds meer af te vragen of de ellende van de islamitische wereld nog wel behapbaar, verdraagbaar en dragelijk kan zijn voor de heel vele jonge mensen die een toekomst zoeken in deze cultuur en omgeving. Het lijkt wel of er in 500 jaar alleen maar ongelooflijke ellende uit voortgekomen is, waar dan ook.?

“Het is geen pretje om vandaag de dag Arabier te zijn,? schreef een Libanese journalist een paar jaar geleden.
Niet veel later kwam hij om het leven in een van de golven van geweld die dat land de afgelopen decennia overspoelden. Maar de journalist had niet alleen zijn eigen bestaan op het oog. De Arabieren voelen zich machteloos, gefrustreerd. Ze hebben het idee dat ze niet meer dan pionnen op het internationale schaakbord zijn en hun lot niet in eigen hand hebben.

In de moslimwereld hadden alleen de Turken hun staatshuishouding als Ottomaanse Rijk fatsoenlijk op een rij kunnen krijgen. En precies zij verdienen vandaag de dag fortuinen in de gebieden die ooit onder of nabij dat oude Ottomaanse Rijk ressorteerden. Niet door op hun lamme reet te zitten kijken naar olie die door technologie van experts uit de Westerse wereld uit de zandbak stroomt, maar omdat ze – nauwelijks wat van dat spul in huis – ge?nvesteerd hebben in opvoeding, onderwijs en technologie. Daardoor staan zij dus nu in de hele islamitische wereld aan het roer van alle mogelijke en onmogelijke constructie-projecten, tot in het verre Rusland toe.?
Elders in de moslimwereld klinkt het lied van de wrok, de verongelijkte treurnis om de oorzaken uit de boze buitenwereld van ongelovige honden en varkens die gepaard aan een merkwaardige vorm van zelfhaat zovelen herleiden tot falende prinsjes. In de islamitische wereld leidt dit tot schrikbarende ellende waar onder de overbodigen, de uitzichtlozen er steeds vaker zijn die de hand aan zichzelf neigen te slaan wegens maagdenperspectief in het paradijs, beter dan ziekelijke zelfbeklag in dit aardse tranendal.

Eugene Rogan gaat in zijn boek al te graag mee in de Calimero houding en bijbehorende klaagzang – ook vandaag – dat de Arabische wereld altijd het slachtoffer is geweest van de boze – Westerse- buitenwereld. Vooreerst bestond die Arabische wereld vroeger niet, behoudens ide?el in de zelfverklaarde Oemma en erger nog, wie de oorzaak van de eigen ellende blijft projecteren op de ander ondergraaft het zelfbeeld van de onderdanen die dan ook liever elders hun heil zoeken.
In de “>Cobra uitzending over het boek voert de Gentse prof Jo Van Steenbergen enkel kritische opmerkingen in die zin.
?

‘De Arabieren’ blijft levendig door de vele anekdotes, dagboekelementen, briefwisseling die Eugene Rogan heeft geselecteerd uit de commentaren van islamitische tijdgenoten die de geschiedenis van hun woelige tijdperk probeerden te vatten.
Het wordt uitkijken naar ooggetuigenverslagen van wie dit jaar stand houdt of ten onder gaat in de opstanden van vooral jonge mensen in de islamitische wereld die met het wereldwijde oog op elders begrepen hebben dat het Calimero verhaal alleen de belangen van de oude machthebbers wil beschermen.

Over het Soefisme:

83. Naast zijn afkeer van heiligenverering stond Ibn Abd al- Wahhab bijzonder onverdraagzaam tegenover de mystieke praktijken en overtuigingen
die met het soefisme waren verbonden. De islamitische mystiek kent vele gedaanten, van bedelende asceten tot de beroemde dansende derwisjen.
De soefi’s gebruiken een veelheid aan technieken, vari?rend van vasten tot recitatie, dans en zelfopoffering om het extatische moment van
een mystieke vereniging met de schepper te bereiken. Het soefisme, dat was georganiseerd in ordes die geregeld in gebedsdiensten samenkwamen,
was een fundamenteel onderdeel van het Ottomaanse religieuze en sociale leven. Sommige ordes bouwden fraaie loges en trokken de elit;e in
de samenleving aan, andere riepen op tot volledige onthouding en verzaking van aardse goederen. Bepaalde ambachten en beroepen waren met
bepaalde soefi-ordes verbonden. Een religieuze institutie die nauwer met de Ottomaanse samenleving was verbonden, is moeilijk voorstelbaar.
Toch geloofden de wahabieten dat iedereen die zich met het soefisme bezighield een polythe?st was omdat hij naar mystieke vereniging met
zijn schepper streefde. Dat was een heel ernstige beschuldiging.
Door een groot deel van de Ottomaanse islam als polythe?stisch te omschrijven, kwamen de wahabieten op ramkoers met het rijk te liggen.
Hoewel de orthodoxe islam tolerantie jegens andere monothe?stische godsdiensten, zoals het jodendom en het christendom, voorschrijft, kent
deze religie geen enkele verdraagzaamheid jegens polythe?sme – veelgoderij, of het geloof in vele goden. Elke goede moslim heeft zelfs de plicht om p;polythe?sten te overtuigen van de onjuistheid vna hun geloof en hen tot de islam, het ware geloof te bekeren. Als hij daar niet in slaagt, heeft de moslim de plicht om het polythe?sme in een jihad te bestrijden en uit te schakelen. Door gangbare praktijken als het soefisme en de heiligenverering polythe?stisch te noemen, vocht het wahabisme de religieuze legitimiteit van het Ottomaanse Rijk rechtstreeks aan.

Rifa’a al-Tahtawi (1801-1873)
120-121.
Uit Tahtawi’s aantekeningen spreekt nieuwsgierigheid en respect, maar ook kritische reserve. Europeanen reisden al eeuwenlang naar het Midden-Oosten en schreven boeken over de zeden en gewoonten van de exotische volkeren die ze daar aantroffen. Voor het eerst had een Egyptenaar nu de rollen omgedraaid:
hij schreef over het vreemde en exotische land dat Frankrijk heette.
Tahtawi’s bespiegelingen over Parijs zitten vol contradicties. Als moslim en Ottomaan was hij overtuigd van de superioriteit van zijn geloof en
zijn cultuur. Hij zag Frankrijk als een oord van ongelovigheid, waar ‘zich niet ??n moslim had gevestigd’. De Fransen zelf waren ‘alleen in naam
christenen’. Toch betwijfelde hij na zijn eigen observaties niet dat Europa op natuurwetenschappelijk en technologisch gebied superieur was. ‘Bij
God, gedurende mijn verblijf in [Frankrijk] deed het me verdriet dat het al die zaken had gekend die in islamitische koninkrijken ontbreken,’ memoreerde
hij. Om een indruk te geven van de kloof die naar Tahtawi’s idee tussen zijn lezers en de westerse wetenschap gaapte: hij vond het nodig om uit te leggen dat Europese astronomen hadden bewezen dat de aarde rond was. Bij zijn bezoek aan Frankrijk besefte Tahtawi hoe ver de islamitische wereld op wetenschappelijk gebied bij Europa achterop was geraakt. Hij vond dat de islamitische wereld het recht en de plicht had om deze kennis weer te verkrijgen, aangezien de westerse vooruitgang na de Renaissance was gefundeerd op de islamitische wetenschappelijke ontwikkeling in de Middeleeuwen. Volgens hem vereffenden de Ottomanen, door de verworvenheden van de moderne Europese technologische vooruitgang over te nemen, simpelweg de schuld die het Westen nog bij de islamitische natuurwetenschap had.
Tahtawi’s boek staat vol met fascinerende bespiegelingen over wat in Egyptische ogen het bijzondere van het Frankrijk van 1820 tot 1830 was, maar zijn belangrijkste bijdrage aan de politieke hervorming leverde hij door zijn analyse van het constitutionele bestel. Hij vertaalde alle vierenzeventig artikelen van de Charte constitutionelle, de Franse grondwet van 1814, en gaf een gedetailleerde analyse van de cruciale punten ervan.
Tahtawi geloofde dat het geheim van de Franse vooruitgang in de grondwet besloten lag. ?Wij willen dit graag opnemen,? legde hij zijn elitaire lezerskring uit, ?opdat u kunt zien hoe hun intellect heeft besloten dat gerechtigheid en gelijkheid de oorzaak zijn van de beschaving van koninkrijken en het welzijn van onderdanen, en hoe heersers en hun onderdanen zich zich hierdoor hebben laten leiden, in zo’n mate dat hun land voorspoed heeft gekend, hun kennis is gegroeid, hun rijkdom is toegenomen en hun harten voldaan zijn.’
Tahtawi’s lof voor het constitutionele bestel getuigde in zijn tijd van moed. Het betrof gevaarlijke nieuwe denkbeelden, die niet in de islamitische traditie waren geworteld. Tahtawi bekende dat de meeste beginselen van de Franse grondwet ‘niet zijn te vinden in de Koran of de soenna [het geheel van overgeleverde uitspraken, gebruiken en leefgewoontes] van de profeet’. Misschien was hij bang voor de reactie van zijn collega geestelijken op deze gevaarlijke nieuwlichterij, maar hij nam het nog grotere risico de afkeuring van zijn heersers op te wekken. De grondwet gold tenslotte evenzeer voor de koning als voor zijn onderdanen, en verlangde een scheiding der machten tussen de monarch en een gekozen wetgevend lichaam. Het Egypte van Mohammed Ali was een door en door autocratische staat, en het Ottomaanse Rijk was een absolute monarchie. Alleen al het idee van een representatieve regering of een inperking van de macht van de monarch zal door de meeste leden van de Ottomaanse elite als wezensvreemd en subversief zijn beschouwd.
De hervormingsgezinde geestelijke was gefascineerd door de wijze waarop de Franse grondwet de rechten van de gewone burger steunde, in plaats van de dominante positie van de elite te versterken. De meeste indruk maakten op Tahtawi onder meer de artikelen volgens welke alle burgers voor de wet gelijk waren en alle burgers verkiesbaar waren voor ‘elk ambt, ongeacht de rang’. Volgens hem zou een dergelijke mogelijkheid tot sociale mobiliteit stimuleren dat ‘mensen studeren en kennis verwerven’ om ‘een hogere positie te bereiken dan ze innemen’. Zodoende zouden ze ertoe bijdragen dat hun beschaving niet stagneerde. Ook hier nam Tahtawi risico. In een starre, hi?rarchische samenleving als het Ottomaanse Egypte zou de elite uit die dagen idee?n over sociale mobiliteit als gevaarlijk ervaren.
Tahtawi ging nog verder en prees het Franse recht op vrijheid van meningsuiting.
Hij zette uiteen dat de grondwet aanmoedigde dat ‘iedereen vrijelijk zijn mening, kennis en gevoelens uit’. Het medium waarmee de doorsnee Fransman zijn opvattingen verkondigde, vervolgde Tahtawi, werd’ courant’ of ‘nieuwsblad’ genoemd.

Archief

vrt deredactie.be: Jorge Sempr?n, mijn tweede vader

11 juni 2011

Jorge Sempr?n, mijn tweede vader

08 / 06 / 2011

In een Humo interview midden jaren zeventig van de vorige eeuw vroeg Piet Piryns hoe het toch mogelijk was dat Jorge Sempr?n, die alles had om in het leven te slagen, in plaats daarvan steevast de foute keuzes maakte: ?Je ziet dat verkeerd. Niet ik ben veranderd, die partij is veranderd waardoor ik mij daar niet langer in kon vinden. Ik verkies de waarheid buiten de partij boven de leugen binnen in.?
Sinds dat memorabele interview met Piet Piryns werd Jorge Sempr?n langzaam maar zeker mijn tweede vader. Hijzelf wist het niet, hij kon het vermoeden, want zijn curriculum was publiek en politiek, in boek en film. Mijn vader was een jaar ouder en op zijn manier getekend door diezelfde oorlog.
Hij was de kleinzoon van de markies van Sempr?n en langs moederszijde van die van Maura, die nog premier was geweest onder de Spaanse koning Alfonso XIII. De wereld van de Spaanse Grandes en de high society lag voor hem open.
Maar hij ging zijn vader achterna die als diplomaat voor de Tweede Spaanse republiek naar de Volkenbond in Den Haag werd gestuurd. Na de Spaanse burgeroorlog belandde hij als vluchteling in Parijs en nam hij zich voor om beter Frans te leren dan de meeste Fransen, want de vrouw van de bakker spotte met hem als ?die rooie Spanjaard?.
Na het Lyc?e Henri IV, Saint Louis en de Filosofieprijs studeerde hij aan de Sorbonne, werd lid van de Franse weerstand en de Spaanse Communistische Partij. In september 1943 werd hij opgepakt door de Gestapo en naar Buchenwald gedeporteerd. Hij overleefde het concentratiekamp en schreef ?De Grote Reis? over zijn wedervaren.
Terug in Parijs werd hij als kaderlid van de Spaanse CP naar Madrid gestuurd waar hij onder de Franco dictatuur onder zijn partijnaam ?Federico Sanchez? communistische cellen reorganiseerde, ook aan de universiteiten. Wanneer hij aan de top van de Spaanse CP dissidente standpunten innam over ondermeer het Eurocommunisme waarmee later Santiago Carillo enig succes boekte, vloog hij uit de partij. Van dan af werkte hij als schrijver aan verschillende romans en filmscenario?s.

Menselijk gedrag
Veel van Sempr?ns boeken hebben zich in mijn geheugen genesteld: ?Netcha?ev est de retour – Federico S?nchez vous salue bien – L??criture ou la vie – Adieu, vive clart? Meest van al nog ?Zo?n Mooie Zondag? uit 1980 waar hij zijn verhaal over Buchenwald uit ?De Grote Reis? van 1963 herziet.
Door het lezen van zijn werk begon het mij te dagen dat er in de Nazi-kampen – en de communistische partijen – meer aan de hand was geweest dan de gebruikelijke helden- en slachtofferverhalen. Niet
alle gevangenen, slachtoffers en weggevoerden waren eenduidig te consacreren. Het kampleven was een amalgaam van menselijk gedrag. Niets is wat het lijkt en het discours over de tegenstellingen tussen orde en wanorde is een illusoire melodie van rattenvangers, zoals linkse en rechtse maakbaarheidsideologen.
Het hielp vele jaren lang professioneel en praktisch menselijk gedrag begrijpen, zelfs wanneer dit moreel als gruwelijk werd bestempeld door de bewaarders van waarden en normen. We leerden de waarde van de aanraking en de warmte van menselijk contact – ook in mensonwaardige situaties ? appreci?ren en inschatten.
Jorge Sempr?n was een der eersten die durfde opmerken dat in sommige nazi-kampen de administratie gemanipuleerd werd door Duitse communisten van de KPD die reeds het langst gevangen zaten. Waar ze konden hielpen ze vrienden en partijgenoten, ook ?Rot-Spanier? zoals de jonge Jorge, aan veilige baantjes. Wie daarentegen buiten de belangen van de eigen communistische of aanverwante club viel werd overgelaten aan de nazi?s.

Milena
Op 17 december 1999 hield Jorge Sempr?n in de Pieterskerk te Leiden de achtentwintigste Huizinga-lezing: ?Fin du si?cle, d?but du mill?naire?.
In de overvolle volle kerk besteeg de spreker moeizaam de preekstoel om met een broze stem een boeiende lezing te geven, over wat was geweest en zich aandienen zou in het volgende millennium.
Nadien ben ik naar hem toe gegaan doorheen de entourage van Hollandse BCBG die de auteur voor een signeersessie behoedde. Op mijn verzoek als ?Camarade? keerde hij zich om en vroeg me waarom ik wou dat hij mijn exemplaar van ?Zo?n mooie zondag? toch zou signeren. Ik antwoordde hem dat ik mede door zijn werk het mechanisme begrepen had van politieke partijen waarvan hij en ik lid waren geweest. En ook heette onze dochter ?Milena?.
Hij gaf mijn exemplaar gesigneerd terug. Hij had een zachte koude hand, zo breekbaar oud. Hollands intellectuele glorie stuwde hem verder terwijl ik mij verbaasde over zijn iele handschrift. En plots stond hij opnieuw voor mij. Hij nam zijn boek uit mijn handen en schreef bovenin: ?A Milena!? Ik kreeg ?Zo?n mooie zondag? terug en hij groette met een triomfantelijke glimlach en een krachtige hand. Wanneer ik weer opkeek, zwaaide hij vanuit de verte vanuit zijn opstuwend gevolg.

Jesenska
Op die paar passen naar de receptieruimte van de Huizinga-lezing moet hij de passage herinnerd hebben in ?Zo?n Mooie Zondag? waarin hij beschrijft hoe hij voor het schilderij ?Meisje met zonnehoed? van Renoir staat in een Praags museum waar hij zich vertrad tijdens het fameuze PCE congres in 1960.
Over datzelfde schilderij van Renoir had jaren voordien Milena Jesenska, een van de stichters van de Tsjechische Communistische Partij, een boeiend artikel geschreven. De grote Stalinistische traditie van verzonnen beschuldigingen en liquidaties op het partijcongres herinnerden hem aan Milena en hoe de vroegere kameraden haar in Ravensbr?ck aan de nazi?s hadden overgeleverd. Enkele jaren nadien zou Jorge Sempr?n ook uit de PCE gezet worden.
Als minister van cultuur zou hij in 1988 terugkeren naar de Spaanse politiek in een ambtswoning naast het Prado tegenover het ouderlijk huis: ?Een halve eeuw nadat ik deze buurt, Retiro, verlaten heb ? het park, het Prado, de Botanico, de kerk van San Jer?nimo, de straten, de kruidenier van Santiago Cuenllas, hotel Gaylard?s ? na twee oorlogen, ballingschap, Buchenwald, het communisme, vrouwen, enkele boeken, ben ik tenslotte terug op het punt van vertrek.? Na zijn afscheid als ?Federico Sanchez? werd hij ?Jorge Sempr?n Maura?.
In 1991 nam hij ontslag uit de sociaaldemocratische regering van Felipe Gonzales. Ondanks veel protest tegen een ?Fransman? op Spaanse cultuur had hij gezorgd voor het nieuwe Reina Sofia museum in Madrid – met Picasso?s Guernica – en het Extremadura museum in Merida. Wanneer hij zich probeerde te bemoeien met de wijdverbreide corruptie binnen de PSOE nam hij ontslag uit zijn beleidsfuncties.
Hij verkoos de waarheid buiten de partij boven de leugen binnen in.

Archief

Museum Dr. Guislain: ?In de Marge. Belgische documentaire fotografie.? – ‘Naar den Congo!’

11 juni 2011

Museum Dr. Guislain: ?In de Marge. Belgische documentaire fotografie.?

Ik begrijp niet waarom men bij een dergelijke “>als zeer prestigieus omschreven tentoonstelling nog steeds zo oubollig tewerk gaat. Als het op de presentatie van de beelden aankomt.

Voorzeker, er zijn weer eens fascinerende foto?s te zien en sommige werden eens te meer schitterend ge?taleerd, zoals we dat van de Guislain-scenografen intussen gewoon zijn.
Maar waarom wordt een dergelijke fotocollectie niet uitgebreid dan wel vervangen door een exclusieve digitale beeldpresentatie op groot scherm, dan wel vele kleinere schermen zodat de bezoeker zelf door de collectie kan struinen.
Als dit kan in het Nederlands Fotomuseum Te Rotterdam, mag dit toch niet onoverkomelijk zijn in Vlaamse musea die menen een fototentoonstelling te moeten aanbieden.

Overigens was de enige collectie die echt kon beklijven die van “Ga?l Turine met zijn serie “>VOODOO over dit soort “>eeuwenoude religieuze truken van de foor die zich vanuit Afrika met de slavenhandel over Haiti, de Caraiben en heel Amrika zou verpreid hebben.

?In de Marge? was weer eens ferm in de pers gezet, maar woog mij ditmaal veel te licht voor Dr. Guislain.

En dan heb ik het niet eens over het ongelooflijke geneuzel ?Naar den Congo!? op de zolderverdieping die nog loopt tot volgend jaar naar aanleiding van het vertrek in 1911 van de Broeders van Liefde als missionarissen naar Congo. Generaal-overste Br. Ren? Stockman heeft er een boekje aan gewijd waarvan we mogen verhopen dat ietsje meer wordt dan een hagiografie over heldendaden en idealisme van de Broeders van Liefde.
Dat was deze tentoonstelling alleszins niet.
Een compleet gemiste kans om een genuanceerd beeld te brengen over het leven, de liefde en het lijden van de broeders en hun gelovigen in zwart Afrika.
Van zelfkritiek is geen sprake, van de duistere kantjes evenmin.
Nochtans is de generaal-overste een sleutelfiguur die de historische moed zou kunnen hebben om de coulissen te ontsluiten en sluiers te lichten.

Archief

Kees Beekmans – Tussen hoofddoek en string. Marokko, de snelle modernisering van een Arabisch land.

6 juni 2011

Kees Beekmans – Tussen hoofddoek en string. Marokko, de snelle modernisering van een Arabisch land. uitg. Nieuw Amsterdam 2010

In een heldere analyse van verschillende randfenomenen in de Marokkaanse samenleving of wat ervoor doorgaat, weet “>Kees Beekmans die reeds sinds 2005 in Marokko woont, een en ander te ontsluieren voor niet ingewijden in de cultuur en de gebruiken in dit prachtige land. Mooi geschreven met zorgvuldig geformuleerde gesprekken en bedenkingen door Marokkaanse protagonisten helpen de tegenstellingen in de samenleving te begrijpen.

Het wordt daar nog heel erg spannend, indien de infrastructuurinvesteringen onvoldoende zullen renderen in de toekomst en geschoolde jongeren onvoldoende perspectief kunnen ontwikkelen.
Gezien de economische structuur van het land, dat nog steeds vooral op landbouw in de ?nuttige driehoek? draait en de enorme infrastructuurinvesteringen die naar ik vermoed vooral met geleend geld worden gefinancierd, zal binnen 5 tot 10 jaar dit alles flink moeten renderen om de leningen terug te betalen met passende interesten.
Indien dit niet tot verhoopte productieve investeringen leiden zal, wordt de ramp zo mogelijk nog erger voor de Marokkaanse medemens, te beginnen met de laagste bevolkingsklassen en de plattelandsbewoners, die al dan niet als goedkoop werkvee naar de steden worden gelokt.

8. Tegenstellingen die zich voor de Nederlander moeilijk in ??n persoon laten verenigen, gaan voor de Marokkaan probleemloos samen. Die zal er bijvoorbeeld niet van opkijken als een politieman hem twintig dirham uit de zak klopt voor een verkeersovertreding die hij nooit heeft begaan, en dus tegelijkertijd een dief blijkt te zijn. Sterker, de Marokkaan verwacht niet anders. Dat het meisje met die hoofddoek eveneens vr?uw is, ook dat heeft de ervaring hem geleerd.
In wel meer opzichten staat de Nederlandse mentaliteit, of de manier van de dingen beschouwen, diametraal tegenover de Marokkaanse. Zo gaat de Marokkaan ervan uit dat de ander in principe een oplichter is, een bedrieger, een kwelleb, zoals men dat hier noemt. Tenminste, zolang het tegendeel niet is bewezen.
Als Touria een hoofddoek draagt, doet ze dat alleen maar, denkt de Marokkaan, om een bepaald imago uit te stralen. Het hoeft verder niet veel te betekenen. De Marokkaan sluit de mogelijkheid niet uit dat Touria wel degelijk ‘serieus’ zou kunnen zijn, maar zekerheid hierover heeft hij pas nadat Touria is ‘getest’.
Ook dat is weer typisch Marokkaans: anderen op de proef willen stellen.
In Nederland, of in het Westen, geven we de ander doorgaans het voordeel van de twijfel. We gaan uit van de goedheid van de mens, tenminste, dat vinden we zelf. We voelen ons dan ook bedrogen als die ander zich later tot kwelleb blijkt te ontpoppen. We hebben zelfs de neiging het Touria kwalijk te nemen als ze een hoofddoek zou dragen z?nder diep religieus te zijn.
‘Ze neemt de boel in de maling!’ Het is al vaker gezegd, en het is waar: de Nederlander is zeer moralistisch.
Een andere cultuur, andere regels. Culturen zijn net talen, die zich laten regeren door een verborgen grammatica. Dingen die in de ene taal kunnen, kunnen niet in de andere, daar moet het anders. Het is nobel dat Nederlanders van zichzelf denken dat ze de mens die ze niet kennen ni?t a priori voor een kwelleb houden. Maar voor de Marokkaanse blik – zo wantrouwend en achterdochtig – valt ook wat te zeggen. Mensen zijn immers niet consequent. Ze liegen en bedriegen. En wie is uit steen gehouwen?
Het schokt de Nederlander dat de Amsterdamse wethouder ook een hoerenloper blijkt te zijn. De Marokkaan haalt er zijn schouders over op.
Toch wil ik niet beweren dat de Marokkaan realistischer is dan de Nederlander. Hij gelooft domweg in een andere fictie.
Cultuur is de verzameling mythes waarin een samenleving toevallig gelooft. Als die samenleving verandert, veranderen de mythes. Ze botsen op elkaar en de ene wint het van de andere, of verliest het, of, een derde mogelijkheid, ze blijven naast elkaar bestaan

38. De islamitische landen zijn bezig hun sortie de la religion te bewerkstelligen ? om een term te lenen van de filosoof en historicus Marcel Gauchet ten aanzien van westerse maatschappijen – maar elk doet dat op zijn eigen wijze. Als in Marokko het moralistische discours erg aanwezig is, is dat omdat het islamisme zin probeert te geven aan alle veranderingen die bezig zijn zich te voltrekken. De islamisten doen hun best om het sociale weefsel te recre?ren en de patriarchale orde te restaureren.’
En: ‘De Marokkaanse maatschappij heeft zich nog niet omgevormd naar westers model, dat het individu bevoorrecht, maar heeft het oude systeem dat betekenis verschafte al verlaten. Precies daar komt het islamisme om de hoek kijken: het wil betekenis geven aan iets wat geen betekenis meer heeft. Vandaar die fixatie op seksualiteit, moraliteit, de hoofddoek. De islamisten proberen de controle op de maatschappelijke evolutie te behouden, of die zich eigen te maken, maar de machinerie is in werking gesteld en laat zich niet tegenhouden, ook niet door hen. Dat is hun drama. Diep in hun hart weten ze dat ze de strijd al hebben verloren. Het westen komt ze superieur voor op technologisch gebied, maar zwak op moreel gebied, en ze hadden gedacht zich meester te kunnen maken van een van die twee polen. Maar de moderne wereld laat zich niet opsplitsen. De verwestersing van de islamitische wereld in het algemeen, en van Marokko in het bijzonder, is een onomkeerbaar proces.’

Kees Beekmans