knee compression sleeve

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Chris Kraus, De fabriek van klootzakken.

18 februari 2022


Chris Kraus, De fabriek van klootzakken. Uitg. Signatuur 2021





https://deleesclubvanalles.nl/recensie/de-fabriek-van-klootzakken/





77. Mijn broer was in de eerste plaats een idealist, het tegendeel van parelmossels zoals Ev of ik. Zijn eigen carrière vond hij niet zo belangrijk, hij wilde helpen de wereld te redden, zoals dat in een domineesgezin gebruikelijk is. Zijn koppigheid, die van Großpaping op hem was overgegaan, veranderde in fanatisme. Hij raakte al snel bezield door een missie waarbij zijn onbuigzaamheid van pas kwam. Getob, weifelmoedigheid, gebrek aan besluitvaardigheid, dat waren altijd míjn talenten geweest, niet de zijne. In zijn geloof in iets wat absurd goed was, wat nergens in de Beweging zichtbaar was behalve in onze eigen dronkenschap, nam hij plaats aan Erhards zijde, en ik moest verbaasd vaststellen dat mijn even briljante als buitengewone broer er genoegen mee nam tweede te zijn, terwijl het toch aan mij was om tweede te zijn.



348. Vijf maanden later, op een dag in maart, in de smurrie van de smeltende sneeuw, bij het knersen en kraken van de ijsschotsen op de Düna en onder de permanent grijze lucht van het noorden, brachten ze me naar Moskou, leverden me af in de Loebjanka en begonnen me te bespotten, vernederen en martelen, vele maanden lang.



En ik begon te beseffen waarom de mens van de mens houdt, want dat moet hij namelijk omdat dat voor ieder individu de enige hoop is om ondanks alles een mens te blijven.



748. Jeugd is immers altijd de naaktheid zelve, iets waar je dwars doorheen kunt kijken, terwijl geen mensenoog door de ouderdom heen kan dringen.


Gedichtendag 2022

27 januari 2022


DE STAD



De stad is overstelpt door plekken die 
je mij ontnam. Vol gemeenschappelijke 
voetstappen, vol gemeenschappelijk lachen. 
Zij werden door dromen beschut en desnoods 
greep de liefde naar het geweer om hen te beschermen. 

Vertel mijn benen hoe zij moeten 
ontlopen wat hun toebehoorde. 

Vertel het hun. Zij willen niet geloven 
dat de theaters zijn afgebrand, in de restaurants 
de pest is uitgebroken, de terrassen in de lucht 
zijn opgegaan, de hotels werden gesloten, 
de binnenplaats is afgebroken. 

Zoals ik door het buigen van mijn hoofd 
aan de regen denk te ontkomen, 
zal ik vergeten wat mij is ontnomen. 

© 1991, The estate of Eddy Van VlietUit: Verzamelde gedichten, De toekomstige dief. Uitgever: De Bezige Bij, Amsterdam, 2007




Anne Applebaum Rode hongersnood: Stalins oorlog tegen Oekraine 1932-1933  Uitgeverij Ambo Anthos 2018

4 mei 2022



een zeer goed gedocumenteerde analyse van de gruwelen van het socialisme-in-één-land en de gevolgen tot vandaag.



393. ‘De massamoord op volken en naties die  de opmars van de Sovjet-Unie in Europa  getypeerd  heeft, is geen nieuw kenmerk van  hun expansiepolitiek  […] Het is juist een reeds  lang  bestaande karakteristiek van  de  interne politiek in het  Kremlin  – waarvoor de huidige  leiders ruimschoots  precedenten vonden in de  verrichtingen  van tsaristisch  Rusland.  Het  is zelfs een onmisbare stap  in  het  ‘unie’-proces  dat, naar de Sovjetleiders hartstochtelijk hopen, de ‘Sovjetmens’,  de  ‘Sovjetnatie’ zal voortbrengen, en om dat  doel, die verenigde natie, te bereiken zullen  de leiders in het Kremlin met plezier de  oude  naties  en de  culturen in Oost-Europa vernietigen.



–  Raphael Lemkin, ‘Soviet Genocide in the Ukraine’, 1953



406. ‘Als Oekraïne het Sovjetsysteem en de Sovjetideologie afwees,  kon die  afwijzing twijfel zaaien over  het  hele Sovjetproject. Dat is precies  wat het  in 1991 deed.



De huidige Russische leiding kent deze geschiedenis maar  al te  goed.  Net  als in 1932, toen Stalin tegen  Kaganovitsj  zei dat het ‘verlies’ van Oekraïne zijn  grootste zorg was, gelooft ook  de  huidige Russische regering  dat  een soeverein,  democratisch,  stabiel Oekraïne, door culturele banden en handelsbanden verbonden met de  rest  van  Europa, een bedreiging vormt voor  de belangen  van  de leiders van Rusland. Als Oekraïne te Europees wordt – als het iets  wat lijkt op  succesvolle integratie met het  Westen weet te bereiken  –  zouden Russen zich per slot van rekening kunnen gaan afvragen: waarom  wij niet ook? De Oekraïense straatrevolutie  van 2014 was de grootste nachtmerrie van de Russische leiding: jonge mensen die gerechtigheid eisten, corruptie hekelden  en met Europese  vlaggen zwaaiden.  Zo’n beweging zou besmettelijk  kunnen zijn, en haar moest dus  met alle mogelijke middelen een halt worden toegeroepen. De  Russische regering gebruikt tegenwoordig desinformatie, corruptie en militair geweld om de Oekraïense soevereiniteit te ondermijnen,  net zoals Sovjetregeringen in het verleden deden. Net  als in  1932  blijft het niet-aflatende  gepraat  over ‘oorlog’ en  ‘vijanden’ ook nuttig  voor Russische leiders die een stagnerende  levensstandaard  niet kunnen verklaren  of hun eigen  privileges, rijkdom en  macht niet kunnen rechtvaardigen.



De  geschiedenis  toont hoop en tragedies. Oekraïne werd uiteindelijk niet vernietigd. De Oekraïense taal verdween niet. Het verlangen  naar onafhankelijkheid verdween  evenmin – noch het verlangen naar democratie, of naar  een  rechtvaardiger  samenleving of naar een Oekraïense staat  die de  Oekraïners echt vertegenwoordigde. Zodra het mogelijk werd  uitten  de Oekraïners deze verlangens.  Toen ze  in 1991 de  kans kregen,  stemde een  overgrote  meerderheid  voor onafhankelijkheid. Oekraïne stierf niet, zoals ook het nationale volkslied verkondigt.



Uiteindelijk faalde  Stalin ook. Een generatie Oekraïense intellectuelen  en politici  werd in de jaren dertig  vermoord, maar hun erfenis leefde  voort.  Het nationale verlangen, net  als in het verleden gekoppeld aan  het verlangen naar  vrijheid, werd in de  jaren zestig nieuw  leven ingeblazen; het leefde ondergronds voort in de jaren zeventig en  tachtig;  in de jaren negentig kwam het weer  bovengronds. In  het eerste  decennium van de eenentwintigste eeuw verscheen een nieuwe  generatie  Oekraïense  intellectuelen en  activisten op het toneel.’


Joseph Roth, Joden op drift

1 april 2022


Joseph Roth, Joden op drift.
uitg Bas Lubberhuizen 2016



‘Het fanatieke atheïsme van de sovjets had op hem een omgekeerd effect: hij begon weer na te denken over zijn eigen religieuze overtuiging, die steeds meer neigde naar het katholicisme. Hij zocht zijn heil meer en meer in de ‘achterwaartse utopie’, in het streven naar een ideale wereld die vooral in het verleden lag. En bovenal wist hij na die reis beter dan ooit wie hij was: een joodse waarnemer, denker en schrijver uit het oosten, verdwaald in het chaotische westerse stadsleven.’



Geert Mak



‘De sfeer van chaos en ondergang bepaalde minstens zo sterk het leven van Roth zelf. Hij hoorde in alle opzichten bij de generatie die volwassen was geworden tussen de loopgraven en de granaattrechters van de Eerste Wereldoorlog. ‘We mogen behoren tot verder verschillende werelden, verschillende partijen, verschillende beroepen,’ schreef hij ooit. Maar ‘we kennen elkaar. De oorlog heeft ons doordrenkt.’



21. ‘Zij die emigreren, zijn dus mensen die de kleine en onophoudelijke conflicten beu zijn en die weten, denken of alleen maar vermoeden dat het Westen zich met heel andere problemen bezighoudt, dat de nationale conflicten in het Westen een rumoerige echo uit het verleden zijn, niet meer dan gepruttel in het heden; dat in het Westen een Europese gedachte geboren is die binnen afzienbare tijd en niet zonder slag of stoot tot een wereldgedachte zal uitgroeien. Deze joden geven er de voorkeur aan te leven in landen waar de rassenproblematiek en de nationaliteitenkwesties alleen nog kunnen rekenen op de belangstelling van de schreeuwers en zelfs de hooggeplaatsten onder de bevolking die niet vooruitstrevend zijn en zwemen naar bloed, domheid en verderf, in landen waar ondanks alles enkele progressieve geesten al naar oplossingen zoeken voor de grote vraagstukken van de toekomst.



(Deze emigranten komen voor alle duidelijkheid uit de Russische grenslanden, niet uit Rusland).’



39. ‘Er zijn niet langer grenzen die bescherming bieden tegen vermenging. Daarom draagt elke jood grenzen rondom zichzelf. Het zou jammer zijn die op te geven. Want al is de nood nog zo hoog, er wacht de joden een heerlijke toekomst. De ogenschijnlijke lafheid van de jood die niet reageert op het stenen gooien van de spelende jongen en die de beledigingen niet wil horen, is in werkelijkheid de trots van een man die weet dat hij ooit zal overwinnen, dat hem niets kan gebeuren als God dat niet wil en dat zijn afweer hem nooit zo wonderbaarlijk goed beschermt als de wil van God dat doet. Heeft hij zich niet al met veel plezier laten verbranden? Wat kan een kiezel of het speeksel van een dolle hond hem maken? De verachting van de Oost-Europese jood voor de ongelovige is duizendmaal sterker dan de verachting die hem zou kunnen treffen. ‘



43. ‘Wie zoveel heeft meegemaakt als de rabbi, hoeft aan niets meer te twijfelen. Het stadium van de kennis heeft hij al achter zich gelaten. De cirkel is rond. De mens vindt zijn geloof terug. De hoogmoedige wetenschap van de chirurg heeft de dood van de patiënt tot gevolg en de onbetekenende wijsheid van de fysicus de fout van zijn leerling. Men gelooft niet langer iemand die veel weet. Men gelooft iemand die gelooft.’




Joseph Roth, De honderd dagen. 

1 april 2022


Joseph Roth, De honderd dagen.



uitg Veen Klassiek 2021



11. ‘Overal op aarde kende men de naam van de keizer – maar weinigen wisten wie hij was. Want als een ware koning was ook hij eenzaam. Hij werd geliefd en gehaat, gevreesd en geacht en zelden doorgrond. Men kon hem alleen haten, liefhebben, vrezen, aanbidden, alsof hij een god was. En hij was een mens.



Zelf haatte, beminde, vreesde en vereerde hij. Hij was sterk en zwak, vermetel en moedeloos, trouw en verraderlijk, hartstochtelijk en onverschillig, hoogmoedig en bescheiden, trots en nederig, gewelddadig en armzalig, trouwhartig en wantrouwig.’



15. ‘Het lied adelde de overwinning en bedekte ook de verloren veldslagen nog met een glans. Het behelsde de triomf en ook zijn broer, de dood. Het behelsde de wanhoop en het optimisme. Eenieder die de Marseillaise neuriet, wordt de machtige kameraad en vriend van de velen wier lied het is. En wie het samen met veel anderen aanheft, voelt zijn eeuwige eenzaamheid, ook al is hij te midden van velen. Want de Marseillaise verkondigt de triomf en de ondergang, de verbondenheid met de wereld en de verlatenheid van ieder individu, de bedrieglijke macht en de zekere onmacht van de mens, het is het zingende leven en de zingende dood. Het is het lied van het volk van Frankrijk.’


Julian Barnes, De man in de rode mantel.

1 april 2022


Julian Barnes, De man in de rode mantel .
uitg. Atlas Contact 2021





123. ’ Een dandy heeft de ogen van anderen nodig, zoals een groot spreker de oren van anderen nodig heeft.’



202. ’ ‘Ik weet zeker dat voor velen de benaming geneesheer en zelfs gynaecoloog inmiddels synoniem is aan chirurg.’ Een operatie moet een allerlaatste, onvermijdelijke behandeling zijn, in plaats van een automatisme om een acuut probleem te lijf te gaan. ‘Want er is ook nog de kwestie van het geweten voor ieder van ons die over leven en dood van een ander mens beschikt – geweten moet het eerste kenmerk zijn van een arts, vooral van een arts die een mes hanteert.’



300. ‘Het is een vreemd gevoel – meer vreemd ook dan pijnlijk – om plotseling tot het besef te komen, bruusk en zonder enige waarschuwing, haast zonder dat je het hebt zien aankomen, dat je leven voorbij is. Je bent er nog wel, al dan niet in staat van verval, en je houdt nog vol, je vermogens zijn nog intact, maar je past niet meer bij de waan van de dag; je bent in onbruik geraakt, vervreemd van de eigentijdse beschaving waar je ooit leidend in was, maar die je in haar huidige uitingen niet meer schokt of verwondt omdat ze leeg en futiel lijkt. Een ondoordringbare barrière scheidt je nu van artistieke concepten zoals die van Picasso, de Tsjecho-Slowaakse estheten of de Art nègre, en dat is geen prettige manier om je modieus te voelen.’ 



324. ‘De Engelsen (meer dan de Britten) hebben zich er te vaak zelfgenoegzaam op laten voorstaan eilandbewoners te zijn, niet benieuwd te zijn naar ‘de ander’, de voorkeur te geven aan de gemakzuchtige grap en de loze laster. Zo vergeleek de zittende minister van Buitenlandse Zaken tijdens het congres van de Conservatieve Partij in 2018 de Europese Unie onomwonden met de Sovjet-Unie. De Baltische staten waren er, zoals ook andere landen die tientallen jaren onder het Sovjet-juk hadden gezucht, niet van onder de indruk. Anderzijds had de vorige minister van Buitenlandse Zaken, tijdens de Brexit-campagne, de ambities van de EU voor Europa nog met die van Hitler vergeleken. Ook hier is deze uitspraak van Barbey d’Aurevilly van toepassing: ‘Engeland, het slachtoffer van zijn eigen geschiedenis, is na een stap naar de toekomst te hebben gezet, thans weer in zijn verleden weggekropen.’



‘Er zijn vele redenen om verbijsterd te zijn over de huidige Engelse (niet Britse – Engelse) houding ten aanzien van Europa. Ik ben de zoon van taaldocenten, die beiden zeer verdrietig zouden zijn geweest over de teloorgang die het leren van en lesgeven in moderne vreemde talen in de periode na hun dood heeft beleefd. ‘Ach, ze spreken allemaal Engels tegenwoordig,’ is een vaak gehoorde dooddoener. Maar zoals elke taaldocent of -student weet, staat het begrijpen van een vreemde taal gelijk aan het begrijpen van degene die haar spreekt, en bovendien van de manier waarop ze jouw land zien en begrijpen. Het prikkelt de verbeelding. Dus begrijpen we anderen nu minder goed, terwijl zij ons steeds beter blijven begrijpen. Weer zo’n ellendig stukje zelfgekozen isolement.’


Jan Aertsen, ’t Is ook maar doodgaan

23 februari 2022


‘Toen ik terug naar huis stapte, nadat de noodzaak om dit verhaal te vertellen zich met onweerstaanbare kracht aan mij had opgedrongen, zag ik ineens mijn schaduw voor mij. Hij is sinds die tijd niet meer van mij geweken, deze schaduw, hij hing bij dag en bij nacht over al mijn gedachten, misschien ligt zijn donkere vorm ook wel op veel bladzijden van dit boek. Maar geen enkele schaduw heeft levenskans als er niet tegelijk voldoende licht is. Alleen wie licht en donker, vrede en oorlog, welstand en gebrek, hoogtes en dieptes heeft meegemaakt, alleen die heeft waarachtig geleefd.’



Een interessante familiegeschiedenis uit de Noorderkempen.







https://m.gva.be/cnt/dmf20220117_96072965



https://www.janaertsen.be


Koen Peeters, De minzamen.

23 februari 2022


Uitg De Bezige Bij 2021



175. In deze periode schrijft hij in een wetenschappelijk artikel over de dood bij de Yaka. Hij heeft in Kwango verschillende mensen zien sterven. Hij observeerde: de dood zelf is voor de Yaka iets kleins, zeer persoonlijk, discreet af te werken met de partner, de kinderen, misschien een broer of zus. De doodstrijd, en zelfs het morbide ervan, blijken achteraf slechts een detail.



Zoals Remi het beschrijft, klinkt dit zeer onthecht. Dat kan hij als geen ander: iets intiems, elders in de wereld, bespreken als algemeen en vreemd, terwijl het toch zeer persoonlijk appelleert. Het finale afscheid bij de Yaka gebeurt, zo lees ik, zonder grote woorden, omdat de herinnering belangrijker is dan de ervaring zelf. De laatste gedachten, de fysieke beelden van de zieke zullen verdwijnen.



Dan staat er dit: ‘Maar de overledene blijft verschijnen in het gebeente van zijn kinderen en in zijn woorden, vaak opgeroepen, gewikt en gewogen in de feiten van vandaag.’


Lees verder »

Mark Elchardus, Reset. Over identiteit, gemeenschap en democratie.

2 januari 2022


Mark Elchardus, Reset. Over identiteit, gemeenschap en democratie.



uitg. Ertsberg 2021



https://humanistischverbond.be/kritisch-lezen/543/reset-over-identiteit-gemeenschap-en-democratie/



‘Ik heb geaarzeld om dit boek te schrijven. Ik verwachtte dat ik er een aantal vrienden door zou verliezen. Uiteindelijk begon ik er op een min of meer regelmatige wijze aan te werken in oktober 2019 en heb het afgerond in mei 2021. Een dracht van twintig maanden, waarvan zeventien in coronatijden. Het virus heeft flink geholpen om me aan de werktafel te houden en elke dag voldoende uren aan het boek te besteden.



Tijdens het schrijven van een boek neem je onvermijdelijk afstand van opvattingen die je ooit koesterde, maar die inmiddels ontoereikend blijken. Je slaat nieuwe paden in, zonder vooraf goed te weten waar ze uiteindelijk naartoe leiden. Je doet dat, steeds vergezeld van de mensen die je in je draagt, die je mede gevormd hebben, je inspireren.’



Zelf vind ik het Reset-boek van Mark Elchardus een zeldzame uiting van moed en eerlijkheid bij het onderzoeken van eigen standpunten uit het verleden in een wijzigende wereldorde. 



Initieel uitgewerkt als een vlot lezende cursus politieke geschiedenis met filosofische fundering wordt het derde grote deel een indrukwekkende zoektocht naar migratie, woke, loterij-democratie, juristocratie en mogelijke oplossingen voor toenemende EU-problemen. 



Uiteraard vind ik dat een deel van de gesuggereerde oplossingen teveel neigt naar overheersende en solidaire groepsdruk die ik eerder als verstikkend en verstijvend herken.



Maar wat een moed, breed uitgewerkte vakkennis heeft de auteur aan de dag gelegd om tegen de stroom in te roeien.



384. ‘Een belangrijke oorzaak van recente humanitaire rampen is een teveel aan wat Max Weber Gesinnungsethik noemde – het handelen op basis van morele overtuigingen en attitude – gekoppeld aan een schromelijk tekort aan Verantwortungsethik, dat is de bereidheid en de bekwaamheid op een realistische wijze rekening te houden met de gevolgen van het eigen handelen. Dat geldt voor de inmenging in de interne aangelegenheden van soevereine landen. Dat geldt eveneens voor het bloedspel rond migratie. Ofwel open je de grenzen, ofwel hou je illegale migratie tegen, maar je laat geen mensen verdrinken om je gezindheid te plezieren.’



464. ‘We zijn ook getuige van een aanval op onze fysieke omgeving. Een groot aantal cultuurproducten, boeken, schilderijen, beelden… die ons mede gevormd hebben, die ons tot voorbeeld strekten of waartegen we ons hebben afgezet, worden incompatibel geacht met hedendaagse normen en in het licht daarvan verwijderd. We zien nog geen brandstapels boeken in de straten, maar waarschijnlijk zijn er weinig periodes in de recente geschiedenis waarin zoveel ‘boeken uit de rekken worden gehaald’. De nieuwe ‘boekverbranders’ menen ondanks hun intellectuele oppervlakkigheid, of misschien precies ten gevolge daarvan, in het bezit te zijn van een absolute waarheid die het vernielen van de sporen van andere opvattingen wettigt.



De sporen van ons verleden vormen geen inventaris van wat goed en slecht is. Zij vertellen gewoon wat onze voorouders ooit mooi, gedenkwaardig, lovenswaardig, belangrijk of misschien gewoon politiek strategisch achtten. Vertederend soms, irritant soms, confronterend bij wijlen. Koen Lemmens, die een mooi en wijs boek schreef over hoe we kunnen omgaan met de sporen van ons verleden, merkt terecht en droogjes op dat die sporen spreken over het verleden, niet over de toekomst.


Lees verder »

Willem Elsschot, Tsjip/De leeuwentemmer 

29 december 2021


Willem Elsschot, Tsjip/De leeuwentemmer 



uitg. Querido 1934 – 1940 



https://www.dbnl.org/tekst/anbe001lexi01_01/lvlw00174.php



https://www.dbnl.org/tekst/_vla016200001_01/_vla016200001_01_0044.php



https://www.dbnl.org/tekst/_vla016199601_01/_vla016199601_01_0083.php





78. ‘Zie je wel, jongen, dat er nog goede dagen komen? Laat ze allen trouwen. Laat ze alles meenemen. Als zij maar kinderen verwekken die je verkleumd hart zullen opwarmen.’



Daar klinkt gejuich als op een voetbalmatch en ik zie Walter die met iets wits op de arm triomfantelijk naar de anderen toegaat. Ik voel het bloed naar mijn hart stromen. Vader en moeder zijn verzwonden. 



Halleluja! mijn Verlosser is gekomen. Hij zal mij met mijzelf verzoenen en mij genezen van al mijn kwalen. Door hem zal ik wedervinden waar ik radeloos naar zoek in het zand. 




Lees verder »

Michael Pye, Antwerpen, de gloriejaren.

22 december 2021


Michael Pye, Antwerpen, de gloriejaren.



uitg. De Bezige Bij 20221 



Waar Jeroen Olyslaegers met zijn Wildevrouw http://www.janvanduppen.be/?p=4661 een boeiende roman schreef over dezelfde periode en milieus in de latere Koekenstad, schrijft Michael Pye als historicus https://www.jhsg.nl/recensie-michael-pye-aan-de-rand-van-de-wereld/ met ‘Antwerpen, de gloriejaren’ een non-fictie onderzoek naar de drive, de wortels en de leegloop van het New York van de 16 de eeuw. 



Een interessante visie op de eigenaardige, toevalligheden waardoor deze stad zonder heerser binnen de muren op de grens tussen twee machtige rijken, goed verbonden met de Verenigde Provinciën, Engeland en de rest van de behandelbare wereld een gouden eeuw kon beleven. 



18. Het was bepaald geen seculiere stad, maar er heerste wel een pragmatische verdraagzaamheid. De handel was afhankelijk van buitenlanders, en dus vond men het niet nodig op te treden tegen de ketterse opvattingen die veel handelaren aanhingen. Antwerpen probeerde steeds het eigen belang in het oog te houden.



52. Alle havensteden in Vlaanderen en Brabant beconcurreerden elkaar om de klandizie van zo veel mogelijk kooplieden binnen te halen en konden gemakkelijk doorvoer regelen naar eindbestemmingen in heel Noord-Europa. In ons verhaal gaat de strijd vooral tussen Brugge, in Vlaanderen, en Antwerpen, niet ver daar vandaan, in Brabant. In het begin had Brugge de overhand. Het was een fraaie stad, waar de Medici schilderijen kochten en een kantoor aanhielden voor de geldhandel. Wat Antwerpen kon bieden, was prozaïscher: het oude bondgenootschap met Engeland, waardoor wol en laken Brabant binnenkwamen. Alle Vlaamse steden hadden een strak georganiseerde wolnijverheid – weven, verven en afwerken – en wilden geen rivaal aan de andere kant van de Noordzee, maar het aandeel van Antwerpen in deze nijverheid was veel kleiner en dus waren Engelsen er welkom. De contacten werden officieel beklonken in 1338, toen een konvooi met wol geladen schepen uit Ipswich naar Antwerpen vertrok, met een brief waarin de Engelse koning meldde dat hij had besloten van Antwerpen ‘de stapelplaats van zijn wol’ te maken. Met die stad werd dus voortaan zaken gedaan.



95. Maar Antwerpen nam ook een uitzonderingspositie in: ze wisten hoe ze daar een verdienmodel van konden maken. Er werden boeken uitgegeven over de pest. Handel in nog een categorie informatie dus. Zelfs midden in een pandemie bracht de handel in kennis dus nog geld op. Er kwamen kleine ‘pestboecxkens’ uit in de landstaal, om mensen duidelijk te maken wat artsen zeiden over de ziekte, en dikke pillen in het Latijn om artsen duidelijk te maken wat ze moesten zeggen, en omdat die boeken voor het grootste deel andere boeken overschreven, leken de artsen altijd heel zeker van hun zaak.




Lees verder »

Lea Ypi, Vrij. Opgroeien aan het einde van de geschiedenis

9 december 2021

Lea Ypi, Vrij. Opgroeien aan het einde van de geschiedenis.

uitgeverij De Bezige Bij 2021

Indrukwekkend verhaal, ontroerend, teder, boos, scherp over opgroeien onder de lichtbaken van het socialisme in Europa, ook toen het licht uitging: Albanië. 

41. Mijn oma zei altijd dat we niet weten hoe we over de toekomst moeten nadenken; we moeten naar het verleden kijken. Ik begon na te denken over mijn levensverhaal, over mijn geboorte, over hoe de wereld eruitzag voor ik er was. Ik probeerde details te checken die ik misschien door elkaar had gehaald omdat ik te jong was geweest om ze correct te onthouden. Het was een verhaal dat ik talloze malen had gehoord, het verhaal over een vaststaande werkelijkheid waarin ik geleidelijk mijn rol had gevonden, hoe ingewikkeld ook. Dit keer was het anders. Dit keer waren er geen ijkpunten, alles moest van het begin af aan opnieuw worden opgebouwd. Het verhaal van mijn leven was niet het verhaal van de gebeurtenissen die hadden plaatsgevonden in een gegeven periode, maar het verhaal van zoeken naar de juiste vragen, de vragen die nooit in me waren opgekomen.

53. Succes was altijd te danken aan de juiste mensen die de juiste keuzes maakten, die hoop koesterden wanneer die gerechtvaardigd leek en feiten interpreteerden op een manier die hoop scheidde van illusie.

Uiteindelijk zijn we allemaal de baas over ons eigen lot, zei mijn oma. Je ‘biografie’ was van cruciaal belang om de grenzen van je wereld te kennen, maar wist je die grenzen eenmaal, dan stond het je vrij om te kiezen en werd je verantwoordelijk voor je beslissingen. Je zou nu eens wat winnen, dan eens wat verliezen. Je moest vermijden dat je je liet meeslepen door overwinningen en leren hoe je je verlies moest nemen. Het was net als met de schaakzetten die mijn moeder beschreef: je kon het spel spelen als je de regels onder de knie had.

 

Lees verder »

Philip Roth, De menselijke smet

6 december 2021

Philip Roth, De menselijke smet.

uitg De Bezige Bij 2000

 

Hier woont een mens

wat kan die Roth schrijven en wat kan hij een tijdgeest fileren.

370. ‘Het etiket is de logica. Waarom heeft Coleman Silk dit gedaan? Omdat hij een x is, omdat hij een y is, omdat hij beide is. Eerst een racist en nu een vrouwenhater. Het is te laat in de eeuw om hem voor communist uit te maken, hoewel ze het vroeger zó deden. De daad van een vrouwenhater, begaan door een man die al bewezen heeft dat hij in staat is tot een smerige racistische opmerking ten koste van een kwetsbare studente. Dat verklaart alles. Dat, en de gekte.’

421. ‘In de tijd van mijn ouders en nog ruimschoots in die van u en mij, was het altijd de mens die tekortschoot. Nu is het de discipline. Het lezen van de klassieken is te moeilijk, dus ligt het aan de klassieken. Tegenwoordig doet de leerling zijn onvermogen als een recht gelden. Ik kan dit niet leren, dus er is iets mis mee. En er is vooral iets mis met die nare docent die er les in wil geven. Er zijn geen criteria meer, meneer Zuckerman, alleen nog meningen. Ik worstel vaak met de vraag wat alles vroeger betekende. Wat opvoeding vroeger betekende

Philip Roth, Amerikaanse pastorale .

28 november 2021

Philip Roth, Amerikaanse pastorale 

Uitgeverij De Bezige Bij 2018

Semour Levov, bijgenaamd ‘De Zweed’, is op zijn middelbare school een legendarische sportheld die volwassen wordt in het bloeiende Amerika van na de Tweede Wereldoorlog. Hij trouwt een voormalig Miss New Jersey, erft zijn vaders succesvolle handschoenenfabriek en betrekt een schitterend huis. Maar alles wat voor hem van waarde is gaat op een dag in 1968 verloren. Semours geliefde dochter Merry is veranderd van een lief, slim meisje in een norse, fanatiek revolutionaire tiener en zij blijkt verantwoordelijk voor een politiek-terroristische daad. Van het ene op het andere moment verandert Semours verlangen naar een Amerikaanse pastorale in de aangeboren Amerikaanse razernij.

https://www.dbnl.org/tekst/_gid001199901_01/_gid001199901_01_0076.php

26. ‘De vader was niet langer dan een meter achtenzestig of een meter zeventig – een spichtige man die nog geagiteerder was dan de vader wiens angsten de mijne vormgaven. Meneer Levov was een van die in de achterbuurten grootgebrachte joodse vaders wier onbehouwen, onontwikkelde zienswijze een hele generatie worstelende, gestudeerde joodse zoons irriteerde: een vader voor wie alles een onwrikbare plicht is, voor wie er een goede manier bestaat en een foute manier en daartussen niets, een vader wiens mengsel van ambities, vooroordelen en overtuigingen zo onverstoord is door zorgvuldig nadenken dat er niet zo makkelijk aan hem te ontkomen valt als je zou geloven. Beperkte mannen met een onbeperkte energie; mannen die spontaan vriendelijk zijn en gauw kwaad worden; mannen voor wie het belangrijkste van het leven tot elke prijs doorgaan is. En wij waren hun zonen. Het was onze taak hen lief te hebben.’

42. ‘De aanbedene had de aanbidder herkend. Natuurlijk fantaseert iedere vereerder, van sporters zowel als filmidolen, dat hij of zij een geheime, persoonlijke band met de vereerde heeft, maar deze werd openlijk gesmeed door een intens bescheiden ster, ten overstaan van een verstomde groep na-ijverige kinderen – een verbijsterende ervaring, en ik was diep ontroerd. Ik bloosde, ik was diep ontroerd, waarschijnlijk heb ik de rest van die week nergens anders aan gedacht.’

146. ‘Dit was in ‘68, toen dat idiote gedrag nog nieuw was. Mensen moesten ineens de logica zoeken in waanzin. Al die aanstellerij in het openbaar. Het laten varen van remmingen. Het gezag dat machteloos stond. Die kinderen die gek werden. Die iedereen intimideerden. De volwassenen wisten niet wat ze ervan moesten denken, ze wisten niet wat ze ermee aan moesten. Is dit een act? Is deze “revolutie” echt? Is dit een spel? Is dit diefje-met-verlos? Wat gebeurt hier? Kinderen die het land op zijn kop zetten en de volwassenen beginnen ook door te draaien. Maar daar hoorde Seymour niet bij. Hij was een van die mensen die zeker van zichzelf waren. Hij begreep dat er iets fout ging, maar hij was geen ho-tsji-minhist, zoals zijn doddige dikke meisje. Alleen een progressieve schat van een vader. De superfilosoof van het normale leven. Hij had haar opgevoed met alle moderne ideeën dat je redelijk moest zijn ten opzichte van je kinderen. Alles mocht, alles was vergeeflijk, en zij haatte het.’

 

Lees verder »

Louis Van Dievel, Witte Oren

25 november 2021

LAUDATIO voor Louis Van Dievel Witte Oren – Kalmthout 30102021

https://www.uitgeverijvrijdag.be/product/5042560/witte-oren

Waarde aanwezigen, 

Beste Louis, 

Ik mag dan wel dokter zijn… maar zoals jijzelf titelde : ‘uw kameraad ben ik niet!’

Dus zal ik uw ‘Witte Oren’ diagnostisch en therapeutisch voor deze aanwezigen trachten te evalueren zoals het naar mijn mening en ervaring hoort.

Van het werkwoord ‘horen’ – niet in de zin van luisteren, laat staan gehoorzamen, maar wel ‘horen’ als betamen, wat passend is en recht. 

En dezer dagen is dat uitzonderlijk gezien de tunnelvisie en de verfijnde techniek van angstmanagement met maskers, testen, QR codes en wat al niet meer bij expertologen, veeartsen, beleidsmakers en journalistieke angsthazen. 

Passend is het, en recht en goed voor de lezer die in ‘Witte Oren’ van Louis Van Dievel beschouwingen kan bproeven die met de smaak van pijn, bloed en andere lichaamsvochten in de mond, ongemakkelijke woorden tot zwijgen kunnen genezen. 

Gemaskerd treden ze naar voren om zo te laten zien wat het ware gezicht is als het laatste masker af valt: het gruwelijkste masker van alle, het onbegrijpelijke oeroude gezicht van Dionysos, het ontbreken van een zinvol subject achter al deze gruwelen. 

Nooit zullen hun motieven zonneklaar worden; altijd zal de laatste sluier het grootste geheim verbergen. 

‘Larvatus prodeo’ – ‘gemaskerd treed ik naar voor’ vat het zwijgen van de tragedie uiterst bondig samen.’ aldus Stefan Hertmans in ‘Het zwijgen van de tragedie’. 

Want niet alleen wij, beste aanwezigen, worden gedwongen tot het gemaskerd naar buiten treden, ook de personages in en om het Kempense dorp Kerkevoort van ‘Witte Oren’ dragen in de tragedie waar zij ongewild en vaak onverwacht meespelen hun maskers, al dan niet met waardigheid. 

Lees verder »

Blake Bailey, Philip Roth – de biografie

17 november 2021

Blake Bailey, Philip Roth - Een imposant portret van de literaire grootmeester

Uitgeverij De Bezige Bij 2021

932. Roths eenendertig boeken, vijfenvijftig jaar intensiteit, leveren alles bij elkaar een oeuvre op dat, in de woorden van Jonathan Lethem, ‘zowel plaats biedt als ontstijgt aan genres zoals historische fictie, metafictie, memoires, de maximalisten (van mag het een onsje meer), de minimalisten (van schrijven is schrappen), het picareske en het tegenfeitelijke, en zo voort en zo verder – waarbij hij het type schrijver is die in zijn overvloed de helft van de hemel vol mogelijkheden aan het oog onttrekt van hen die na hem komen – en in zijn ambitieuze volgelingen een soort leger van contra-Roths kweekt’. 

933. : ‘Hij is gestuit op een opmerkelijk gebrek aan objectiviteit in de manier waarop mensen op Zuckerman reageren. Iedereen komt met een ander verhaal. [...] Wat hem interesseert is de verschrikkelijke dubbelzinnigheid van het “ik”, de manier waarop een schrijver zichzelf tot een mythe maakt en met name waaróm.’ Roth (de echte) dacht dat een kernbegrip uit deze passage een goede titel voor zijn biografie zou zijn – hij typte het voor me uit: ‘de verschrikkelijke dubbelzinnigheid van het “ik”, leven en werk van Philip Roth’. ‘Omdat het van toepassing is op de schrijver als bedenker,’ zo legde hij uit, ‘en evengoed op de personages wier bestaan hij bedenkt…

De veelgeprezen biograaf Blake Bailey werd door Philip Roth aangewezen om zijn levensverhaal te schrijven. Volledig onafhankelijk in zijn verdere aanpak kreeg Bailey toegang tot Roths persoonlijke archief en sprak hij diens vrienden, geliefden en collega’s. Ook met Roth zelf voerde hij zeldzaam openhartigegesprekken. Bailey beschrijft hoe Roth opgroeide in een Joods gezin uit de arbeidersklasse, hoe zijn literaire carrière bijna ontspoorde door zijn eerste, catastrofale huwelijk en hoe hij een pleitbezorger werd voor dissidente schrijvers uit het Oostblok. Ook onthult Bailey de waarheid over Roths tumultueuze liefdesleven, en dan met name zijn bijna twintig jaar durende relatie met actrice Claire Bloom. Door de jaren heen zou Roth met elk aspect en vele verschillende stijlen van de naoorlogse Amerikaanse literatuur in aanraking komen, van realisme tot farce, van metafictie tot de tragiek van De Amerikaanse Trilogie. Het resultaat van Blake Baileys jarenlange onderzoek naar Philip Roth is een uiterst leesbare, allesomvattende biografie van een van de grootste schrijvers van onze tijd.

Recensie: Blake Bailey – Philip Roth: De biografie

https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/blake-bailey-schreef-een-onthutsend-intieme-biografie-over-philip-roth~bec922b8/?

 


614.  ‘de sluwste vermomming er een is waarbij je een masker draagt met daarop de beeltenis van je eigen gezicht’.

724. “pr, die begrijpt dat politiek als masker en uitlaatklep kan dienen voor niet-politieke grieven en obsessies.” [...] pr begrijpt ook dat boekrecensies als masker en uitlaatklep kunnen dienen voor grieven en obsessies.’

21. Al vanaf de middeleeuwen stelden Poolse grootgrondbezitters joodse rentmeesters aan en lieten hen dus de pacht en de belastingen innen bij de boeren, die er in de kerk elke zondag aan werden herinnerd dat Jezus door de joden was vermoord. ‘Pool, jood, hond – hangen hier in onzalig verbond’ luidde de tekst die op bomen werd gespijkerd waaraan tijdens de opstand een Pool, een jood en een hond werden opgehangen. 

Lees verder »

Philip Roth , Ik was getrouwd met een communist.

8 oktober 2021


Philip Roth , Ik was getrouwd met een communist.
1998-2021

Uitg. De Bezige Bij 

https://www.trouw.nl/nieuws/smetten-op-de-amerikaanse-droom~bb8bd00d/?

Hoorspelacteur Iron Rinn (geboren als Ira Ringold) is een populair artiest. De bijna twee meter lange autodidact is zijn carrière begonnen als slotengraver. Maar hij is ook communist: zijn ideaal, zijn hartstochtelijk verlangen, is het verbeteren van de wereld. Als hij na de Tweede Wereldoorlog het leger verlaat, is de heksenjacht op de communisten begonnen. Ook Iron Rinn belandt op de zwarte lijst en daarmee valt zijn leven in scherven.
Op weg naar zijn politieke catastrofe trouwt Iron met de beeldschone Eve Frame (geboren als Chava Fromkin), een aanbeden ster uit de tijd van de stomme film en nu de beroemdste hoorspelactrice van het land. Hun huwelijk ontwikkelt zich van een opwindende, romantische idylle tot een deprimerend melodrama. En door Eves opzienbarende onthulling aan een roddelcolumnist dat haar man ‘gespioneerd’ heeft voor de Sovjet-Unie, ontstaat er een nationaal schandaal.

15. ‘In de menselijke samenleving,’ leerde meneer Ringold ons, ‘is denken de allergrootste zonde. Kritisch denken,’ zei meneer Ringold, terwijl hij met zijn knokkels iedere lettergreep apart op zijn tafeltje tikte, ‘dat is de ultieme overtreding.’ Ik zei tegen Murray dat het feit dat ik dit al jong gehoord had van een stoere vent zoals hij – hem het aanschouwelijk had zien maken – de waardevolste tip voor volwassen worden was waaraan ik me, zij het maar half-begrijpend, had vastgeklampt als kleinsteedse, beschermde, idealistische middelbare scholier die ernaar hunkerde een rationeel, gewichtig en vrij mens te worden.’

27. ‘Je hebt geen ontwikkelde levensvisie nodig om op macht gesteld te zijn. Je hebt geen ontwikkelde levensvisie nodig om machtig te worden. Misschien is een ontwikkelde levensvisie zelfs wel het ergste beletsel, en het níét hebben van een ontwikkelde visie het allergrootste voordeel.’

120. ‘De aantrekkingskracht van de underdog. De worsteling van de misdeelden die uit de goot proberen te komen had een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Je drinkt met volle teugen, je drinkt de droesem: menselijkheid was voor Ira synoniem met ontbering en ellende. Met ontbering, zelfs in zijn ongure gedaanten, voelde hij een onverbrekelijke verwantschap.’

Lees verder »

Jonathan Holslag – Van muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989.

24 september 2021

Jonathan Holslag – Van muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989.

uitgeverij De Bezige Bij 2021

 

Een interessant en uitgebreid overzicht van 32 jaar wereldpolitiek.

Niet bepaald opbeurend, eerder deprimerend maar het lijkt de bittere werkelijkheid te worden.

15. Het opvallendste aan de periode van mondialisering, dus de grofweg dertig jaar tussen 1989 en 2020, is dat we een kans hebben gemist. (…) Een voormalige Zuid-Koreaanse minister zei een keer tegen me: ‘Ik zie de wereld als een berg. Landen als het mijne en China werken zich om- hoog. Maar als we bijna boven zijn, zien we dat jullie aan het picknicken zijn, dat jullie je rijkdom aan het opeten zijn en geen zin meer hebben om door te klimmen naar nieuwe hoogten. Maar jullie zijn wel boos dat er anderen in de buurt komen. Jullie geven je leidende rol op en nemen het anderen kwalijk dat ze ambitieus zijn.’

De drie decennia relatieve vrede in het Westen waren uitgedraaid op een gemiste kans, een politieke en diplomatieke crisis, die ook tot op zekere hoogte de beschaving bedreigde.

 

Lees verder »

Remco Campert – Het satijnen hart

22 september 2021

Remco Campert – Het satijnen hart

uit. De Bezige Bij 2006

Knap geschreven en dankzij Herman Jacobs eindelijk gelezen.

  • Verder doe ik nog alles zelf maar alles is in mijn geval niet veel en vergt meer tijd en inspanning dan vroeger. Het aantrekken van mijn sokken en schoenen kost me, rustpauzes meegerekend, elke ochtend toch zeker twintig minuten. Mijn voeten worden steeds moeilijker bereikbaar. Het is een voortdurend afscheid nemen als je oud bent en toch doorleeft. Ik begin mijn voeten vaarwel te zeggen.
  • Anders dan mijn vriend, die nog toekomst in zijn leven ziet, is de toekomst voor mij een gesloten deur die ik niet meer wens open te zetten, zelfs niet op een kier. Elke dag is mijn laatste dag, maar het duurt wel lang.
  • Achter mijn rug zitten ze zich zorgen over me te maken, een onverdraaglijke gedachte. Met mij is niets aan de hand, wat denken ze wel? (...) Jongerius wendt alleen maar bezorgdheid voor om zichzelf beter te laten uitkomen als iemand die nog nergens last van heeft en volop aan het leven deelneemt—ouwe bok met zijn tussen zijn knieën hangende zak. Wat zal die Fiona schrikken [een jong dingetje dat Jongerius best als model zou willen hebben, wat hij volgens Van Otterlo uitsluitend ziet als een tussenstation op de weg naar het ledikant], als het ooit zover komt.
  • Je zal maar zo oud worden, dacht ik vroeger, en nu ben ik het.
  • Als je lang naar de zee kijkt, ga je een antwoord verwachten, maar dat krijg je nooit.
  • De Tweede Wereldoorlog heeft een grote ravage in onze familie aangericht. De enkele keren dat ik mijn vader en zijn tweede vrouw bezocht hing er een bijna tastbare sfeer van doem in het huis. Ik was toen al volop bezig met mijn schildersleven, maar dat kon ik niet kwijt aan mensen die in een verleden leefden dat elke minuut van de dag opnieuw werd doorgemaakt. Mijn eigen moeder, die met haar soldaat maar Canada was vertrokken, had er al snel na de oorlog resoluut afstand van genomen, en daar kon ik inkomen. Ik zag alleen maar toekomst voor mij, het verleden van mijn vader was een erfenis die ik weigerde. Mijn vader sprak nooit over zijn kampverleden, zoals zovelen van zijn generatie. Maar hij hoefde er niets over te vertellen, zijn manier van doen sprak boekdelen. Zijn  zwijgen zou me verpletterd hebben als ik me er niet tijdig aan had onttrokken. Aanrakingen verdroeg hij niet, hij versteende als iemand hem kuste. Hij had zeker twee meter dood om zich heen. 

Charles-Joseph de Ligne – Brieven aan de markiezin de Coigny.

20 september 2021

Charles-Joseph de Ligne – Brieven aan de markiezin de Coigny.

uitgeverij Vleugels – vert. Marijke Arijs

Recensie: Charles-Joseph de Ligne – Brieven aan de markiezin de Coigny

Bijzonder mooi vertaalde levendige brieven met enkele boeiende bespiegelingen.

59. De auteur, een meester van de ellips, strooide royaal met woordspelingen en paradoxen en hanteerde een ongewoon spontane conversatietoon, in een tijd waarin schrijvers kunstige volzinnen aan elkaar plachten te rijgen, Germaine de Staël vond dat zijn grootste charme school in de onnavolgbare mengeling van ernst en luim, luchtigheid en diepgang.

In 1787 werd hij door Catharina de Grote uitgenodigd om deel te nemen aan haar ‘expeditie naar de Krim’ die ze net veroverd had op de Turkse sultan. Zij schonk hem een fikse lap grond in Parthenizza, op de plek waar de tempel van Iphigenia zou hebben gestaan. Een bezoek aan dat domein inspireerde hem tot zijn allerbekendste brief.

Daar, op de grens tussen Europa en Azië, omringd door antieke ruïnes en uitkijkend over de Zwarte Zee, mijmerde hij over ’s werelds ijdelheden en werd hij overvallen door een zeldzame melancholische bui. Hij werd er gegrepen door een somber ‘voorgevoel van een smartelijk verlies’, alsof de toekomst niet veel goeds beloofde. Gelijk had hij, de wereld stond op een kantelpunt. De Franse revolutie zat eraan te komen, de Brabantse Omwenteling stond voor de deur en de tweede Russisch-Turkse oorlog hing in de lucht. 

Charles-Joseph de Ligne was ontegenzeglijk de meest markante vertegenwoordiger van die zorgeloze, frivole tijd. 

Lees verder »

Charles Joseph De Ligne, Memoires

20 september 2021

Charles Joseph De Ligne, Memoires

uitg. Davidsfonds 2021 vert. Marijke Arijs 

In zijn memoires toont zich de volle pracht van het oeuvre van prins Charles-Joseph de Ligne. Zijn esprit heeft de eeuwen overleefd. Goethe noemde hem ‘de vrolijkste man van zijn tijd’. De Belgische edelman was een graag geziene gast aan de Europese vorsten-hoven. Militair, diplomaat, Europeaan, schrijver, bon vivant, briljant causeur en een geboren charmeur: De Ligne was het allemaal. Hij was kind aan huis bij Maria-Theresia, Jozef II, Marie-Antoinette, Lodewijk XV, Catharina de Grote en Frederik van Pruisen. Rousseau en Voltaire behoorden tot zijn kennissenkring en als doorgewinterde libertijn kon hij uitstekend opschieten met Casanova, die hij onder meer hielp bij de publicatie van zijn memoires. Na de Franse Revolutie, die hem ruïneerde, vestigde de prins zich in Wenen, waar hij zijn eigen memoires te boek stelde. De Memoires van Charles-Joseph de Ligne (Brussel, 1735 –Wenen, 1814) zijn veel meer dan een tijdsdocument. Ze krioelen van snedige bon mots en pikante anekdotes. Door hun unieke en sprankelende toon vormen ze een prachtige les in achttiende-eeuwse levenskunst.

Een fascinerende selectie uit de nalatenschap van een boeiende – zij het vaak erg oppervlakkige – aristocraat die je meeneemt naar de besognes, plezieren en pijnlijke  problemen van de hoogste aristocratie van Europa in een kantelend tijdvak die velen de kop zal kosten, indien niet op het schavot dan wel op de vele slagvelden.

 

98. In sommige omstandigheden is het nog belangrijker dan anders om op goede voet te staan met het volk, namelijk wanneer er een geest van verdwazing heeft toegeslagen. Een tijdlang hadden de bewoners van mijn landerijen in de buurt van Aken de euvele moed om een sekte op te richten die de Voorzienigheid moest corrigeren. In de overtuiging dat hun gerechtigheid tot een algemener en eerlijker verdeling zou leiden, stalen ze van de rijken om aan de armen te geven. Ik had medelijden met die gekken en liet hen zo min mogelijk opsluiten, om te voorkomen dat hun aantal zou toenemen. De dorpsheren die hen tot martelaren maakten, speelden hen in de kaart en werkten hun toename in de hand. Op een dag, of liever op een nacht, toen ik in die zo buitengewoon menslievende streek was om een paar regimenten te gaan inspecteren waarover ik het bevel voerde, was ik met mijn rijtuig blijven steken en gekanteld in het midden van een holle weg.

Ik hoorde een stel van die vrome struikrovers naderen aan het gekletter van de wapens die verstopt waren in hun dikke stokken. Die gebruikten ze alleen om me weer overeind te helpen en na me met zegenwensen te hebben overladen, namen ze afscheid om de een of andere pastoor te gaan beroven.

Lees verder »

Charles Ducal – Kroniek van een verzonnen leven. 

10 augustus 2021

Charles Ducal – Kroniek van een verzonnen leven. 

Atlas Contact 2018

Een fascinerende roman uit een tijd die ik maar al te goed kende..

Er was een tijd voor ik jou kende dat ik leeg maar vol ellende vloekend op de hele bende in een kroeg te wachten zat tot het meisje van mijn dromen op een dag voorbij zou komen… 

Merkwaardig goed weet de auteur de overgang van het geloof van zijn Remi – alleen op de wereld – in die ene God naar die Andere in een café te Schaarbeek te vatten… De schepper van Remi is sterk in kritiek en zelfkritiek, ook over weinig fraaie gebeurtenissen die het hoofdpersonage een leven lang meesleept. 

‘Kroniek van een verzonnen leven’ is een ongemakkelijke en zeer herkenbare roman voor wie dat soort jeugd heeft meegemaakt. 

Voor anderen is Charles Ducal erin geslaagd te illustreren dat ‘niets is wat het lijkt en dat het altijd anders kan’… zij het niet voor zijn hoofdpersonage. 

Knap is dan ook het slot waarin hij een schitterende illustratie biedt van Novalis: ‘Ik ben altijd op weg naar huis, altijd naar het huis van mijn vader.’ 

Ook voor wie na hem komen. 

 

85. ‘OP ÉÉN TERREIN is hij de meerdere. Joris is een kleinburgerlijke intellectueel, zoveel is duidelijk. Hij ziet geen klassentegenstellingen en geen historische wetmatigheden, en raakt in zijn wereldvisie nooit verder dan de tegenstelling tussen de vrije geest en de Kerk, de patrones van achterlijkheid en verstarring in zijn ogen. Ze discussiëren vaak en heftig en dan komt over Remi de geest van de openbaring en krijgen zijn stem en zijn gebaren de scherpte en doeltreffendheid van de man die hem inwijdde, een paar jaar geleden toen hij zijn broer vergezelde naar een lezing van de Studentenbond. Hij begrijpt niet dat niet iedereen marxist is. Het is zo helder, zo waar, zo onweerlegbaar. Na elke discussie gloeit de bekeringsijver na in zijn hoofd. Maar intussen verkoopt hij Dien het volk aan steeds weer dezelfde vijf sympathisanten, sleept hij zich steeds moeizamer naar de vele en lange vergaderingen en zit hij in gedachten vaak in de kroeg met Joris en anderen te praten over liefde en literatuur terwijl voor zijn neus iemand vorming zit te geven over de revolutionaire moraal. Het is niet makkelijk geen kleinburger te zijn.’

Lees verder »

Henk Pröpper,  Hartslag 27 

29 juli 2021

Henk Pröpper,  Hartslag 27 

uitgeverij De Bezige Bij 2021 

In Hartslag 27 wordt op een perfecte manier een jaar corona, een periode van precaire gezondheid en een hele gedachtewereld samengebracht. Het is een persoonlijk essay dat alle hoogten en diepten aan doet. ’ Carel Peeters in VN 

31. Ik ben er intussen aan gewend bijna niemand tegen te komen, en de meeste mensen die ik ontmoet, ontmoet ik niet: ze wenden hun blik af. Zelf merk ik dat ik de behoefte heb de schaarse personen die ik zie juist aan te kijken, op zoek naar het leven boven het mondkapje. Ieder verlangt naar het leven, en voelt het in zich kloppen, maar we zijn bang voor andere levens. Alleen kinderen kijken me aan. (Dagboek)

32. In een stad, en Parijs vormt daarop beslist geen uitzondering, behoort het tot de ongeschreven regels te doen alsof de buren niet bestaan. Het is een kunst je niet met elkaar te bemoeien. 

54. Allemaal hebben wij een leraar nodig die zich over ons ontfermt, ons beschermt en scherpt. Ons de ogen opent. Dat is het verhaal dat gedurende de hommage aan Samuel Paty werd verteld. Nadat Camus was ingelicht over de Nobelprijs die hem was toegekend, stuurde hij zijn leraar de volgende zinnen: ‘Toen ik het nieuws kreeg, was mijn eerste gedachte, na die aan mijn moeder, aan u. Zonder u, zonder die liefdevolle hand die u heeft gereikt aan het arme kind dat ik was, zonder uw onderwijs, en uw voorbeeld, was niets van dit alles gebeurd. Ik hecht geen al te groot belang aan dit soort eer maar deze is tenminste een gelegenheid om u te zeggen wat u voor mij geweest bent en nog altijd bent, en om u te verzekeren dat uw inspanningen, uw werk en uw genereuze hart [...] nog altijd levend zijn in een van uw kleine leerlingen, die ondanks zijn gevorderde leeftijd niet is opgehouden uw dankbare leerling te zijn.’

In de stilte van mijn huis, zonder het indringende oog van de televisie, hoor ik de stem van Camus.

Lees verder »

Eric Min, Gare du Nord

29 juli 2021

Eric Min, GARE DU NORD

uitg Pelckmans 2021

 

‘Behalve een goed en goed verteld verhaal biedt Gare du Nord ook een kleine honderd afbeeldingen. Foto’s, schilderijen, briefjes, die in drie katernen illustreren wat Eric Min al zo beeldend heeft verteld. Gare de Nord is een literaire biografie van een eeuw en een stad die geen moment verveelt en toch verrassend volledig is.’ Jan de Jong in Tzum

‘Doorheen de voortsnellende decennia doet zich een opvallende verschuiving voor. ‘De kunstenaars die eind 19de eeuw naar Parijs trokken, werden gedreven door ambitie. In de 20ste eeuw zochten ze er bovenal inspiratie. Het was verbijsterend te ontdekken dat Parijs in de jaren vijftig al een soort Disneyland was geworden. Toen al verschenen brochures en reisgidsen die vertelden hoe pittoresk het wel niet was om in Saint-Germain-des-Prés de langharige kunstenaars in de cafés te zien zitten. Dat was voor mij een openbaring.’ Jan Dertaelen in De Tijd 

 


Zelf ben ik enkele keren behoorlijk getroffen door de waarnemingen van de auteur die de verhalen overstijgen: 

39. ‘Hoe weinig wij kunnen vasthouden, wat er allemaal voortdurend in vergetelheid raakt, met elk uitgedoofd leven, hoe de wereld zich als het ware vanzelf leegmaakt doordat de verhalen die kleven aan de talloze plaatsen en voorwerpen die zelf geen vermogen tot herinnering hebben, nooit door iemand worden gehoord of opgetekend.’

W.G. SEBALD, AUSTERLITZ’

355. ‘Om de hoek van de Rue Laffitte, vlak bij de Beurs, dineert het gezelschap in restaurant Tabary in de Rue Vivienne. Rik maakt er schetsen van de stamgasten en een prachtige aquarel van Nel. Zij zit te wachten in een hoekje van de zaal, gevat tussen grote spiegelwanden die de gestalten van de obers reflecteren. Parijs is ook voor Rik de ‘stad in de spiegel’, die Walter Benjamin vijftien jaar later zal betoveren. Na Wouters’ passage in de stad zal het motief in zijn schilderijen naar binnen sluipen. Op menig doek worden fragmenten van de ruimte weerkaatst in een spiegel, een glazen stolp op de schoorsteenmantel of een open raam waarvan het glas de omgeving laat zien. Zo lopen binnen en buiten in elkaar over als klodders olieverf op een palet.’

Lees verder »

Józef Wittlin, Het zout der aarde. 

6 juni 2021

Józef Wittlin, Het zout der aarde. 

uitg. Wereldbibliotheek 1937- 2021 

Je hebt Švejk van Jaroslav Hašek, De man zonder eigenschappen van Robert Musil… en Het zout der aarde van Józef Wittlin. Švejk is het leukst, Musil is veruit het belangrijkste en het moeilijkste boek. Wittlin zit er tussen als van een afstandelijke eenvoud gebukt onder een ijzige stilte.

72. ‘In die dagen werden de lichamen van alle mannen gewogen en gemeten. Ze werden ingedeeld naar kwaliteit, als aardappels gesorteerd, als vruchten die van de boom des levens waren geschud. Ze werden massaal geoogst: per zak, per mud, per wagonlading, waarbij alles verwijderd werd wat beschadigd, rot of ziek was. Want de oogst aan mensenlichamen was rijk sinds de laatste oorlog. Niet door natuurrampen getroffen, niet door plagen gedecimeerd, waren er al twee generaties verloren gegaan en weggekwijnd zonder dat ze een oorlog hadden meegemaakt. Maar het vertrouwen in de automatische voortplanting van de soort werd niet beschaamd. De ouders kregen nu het eerbetoon dat hun toekwam voor hun onbewuste verdienste.

Voor het eerst sinds vele jaren werden we niet beoordeeld op onze kleding. Integendeel: vandaag waren we alleen uitgekleed iets waard, alleen naakt konden we onze beste kwaliteiten tonen. Van ons wilden ze niets anders weten dan of we gezond waren. Ze keken naar ons gebit als bij paarden op de markt, ze bekeken ons van voren, ze bekeken ons van achteren, ze beklopten onze organen om zich ervan te overtuigen dat we niet wormstekig waren.

Tot dan waren we alleen namen geweest. Alle berekeningen van het ministerie van Oorlog en de generale staf berustten op hoeveelheden namen. De namen gingen de wereld over, ze groeiden, ze vermenigvuldigden zich om op de dag van de mobilisatie vlees te worden.’

95. ‘Jellinek luisterde lang naar de onderhuidse geluiden van Piotrs leven. Hij legde zijn oor tegen het naakte lichaam, alsof hij zich ervan wilde overtuigen dat er onder de huidlaag daadwerkelijk een hart klopte en bloed stroomde. Want daar ging het in die dagen immers om. De levende bloedreservoirs moesten worden onderzocht alvorens ze afgetapt konden worden. Dus luisterden de artsen naar het geruis, controleerden ze de manometers van het leven, legden hun oor tegen de zonen van de aarde alsof het de aarde zelf was. Het sap van die aardvruchten was niet duur, maar het moest vers zijn. Dus bekeken de artsen de lichamen, lieten hun vingers erover gaan alsof ze van tevoren de plaats wilden uitkiezen waar de kogel erdoor zou gaan. Zoals meubelmakers met een potlood op de planken de plaats van de spijkers aangeven. De ogen van de keuringscommissie waren koud als loden kogels. Ze doorboorden de lichamen volledig.’

147. ‘Pastoor Sydir Makarucha maakte er geen geheim van dat de bijen hem liever waren dan de volgzame en schurftige schapen van zijn parochie. Schapen steken weliswaar niet, maar ze geven ook geen honing. Ze geven evenmin geld voor dopen, huwelijken en begrafenissen. Vooral uit de dopen putte pastoor Makarucha weinig troost: elk tweede huwelijk was kinderloos. Het was immers algemeen bekend dat de Hoetsoelen boetten voor de Franse zonden van hun voorouders. En zoals de pastoor uit Czernielica niet veel inkomsten uit de deugden van zijn parochie had (wier grootste en misschien wel enige deugd haar armoede was), zo had hij er ook weinig uit de zonden. De mensen wilden geen huwelijken sluiten, leefden samen, en kregen ook nog eens geen kinderen.’

Lees verder »

Karin Boye, Kallocaïne –  ‘Roman uit de eenentwintigste eeuw’

12 mei 2021

Karin Boye, Kallocaïne -  ‘Roman uit de eenentwintigste eeuw’ (1940)

uitgeverij Koppernik – Vertaling Bart Kraamer 2021

Kallocaïne is een spookachtig visioen van een door de politie en het leger bestuurde samenleving dat na ruim tachtig jaar nog niets van zijn actualiteit heeft verloren.

Karin Boye beschrijft in haar roman een totalitaire ‘Wereldstaat’. In het desolate, paranoïde landschap van ‘politieogen’ en ‘politieoren’ vindt de gehoorzame burger en chemicus Leo Kall een middel uit dat ervoor zorgt dat iedereen die ermee wordt geïnjecteerd de waarheid zegt. Met zijn uitvinding voorziet hij de Wereldstaat van een middel om totale controle uit te oefenen.  Want als gedachten bekend kunnen worden, is het een logische volgende stap om ze strafbaar te maken.

Maar terwijl zijn uitvinding dromen over opstand en verlangen naar vrijheid aan het licht brengt, begint Leo Kall te twijfelen aan de voortreffelijkheid van de Staat en aan zijn rol erin als loyale medesoldaat.

Kallocaïne behoort samen met Jevgeni Zamjatins Wij, George Orwells Nineteen Eighty-four en Aldous Huxleys Brave New World tot de grote dystopische klassiekers en is als enige daarvan door een vrouw geschreven; het laat de gevaren zien van gelatenheid en de kracht van verzet, hoe onbeduidend het ook mag lijken.

Karin Boye (1900-1941) was dichter en auteur. Kallocaïne is een van de grote klassiekers van Zweden en is sinds 1949 niet meer in het Nederlands verschenen. Een jaar na het voltooien van Kallocaïne pleegde Boye zelfmoord.


232. Aan de Wereldstaat die Karin Boye in Kallocaïne beschrijft lagen twee voorbeelden ten grondslag die ze allebei uit eigen ervaring kende: de stalinistische Sovjet-Unie en het nationaalsocialistische Duitsland.

In de zomer van 1928 maakte Karin Boye een drie weken lange reis door de Sovjet-Unie. Samen met andere leden van de socialistische Clartébeweging bezocht ze instellingen, fabrieken en universiteiten met als doel om te zien hoe een collectivistische samenleving functioneerde. Ze had grote verwachtingen, maar de reis werd een teleurstelling. Hoewel ze veel plekken bezocht, kreeg ze nauwelijks gelegenheid om zelf met mensen te praten. Ze had het gevoel dat ze in de gaten werd gehouden en kreeg overal te maken met een vrijwel ondoordringbare bureaucratie.

Boye, die van jongs af aan gedreven werd door een sterk rechtvaardigheidsgevoel en een verlangen om deel uit te maken van een gemeenschap, besefte dat er van de idealen van de Sovjet-Unie in de praktijk weinig terechtkwam. In de jaren die volgden ging haar socialistische engagement langzaam teloor. Net als voor veel andere intellectuelen betekenden de Moskouse Processen van 1936-1938 voor haar de definitieve breuk met het socialisme.

De kenmerken van de Sovjetsamenleving zijn uitvoerig terug te vinden in Kallocaïne, dat twaalf jaar na de reis werd geschreven: de uniforme kleding en woningen, de militaire stemming, de propaganda, de technische afluistersystemen, de rechtszaken, de hiërarchisch opgebouwde organisaties en de alomtegenwoordige angst om aangegeven te worden.

De andere invloed op de beschrijving van de totalitaire Wereldstaat in Kallocaïne waren de ervaringen van de auteur met het nationaalsocialisme en het Derde Rijk. In januari 1932 reisde ze naar Berlijn, waar ze tot oktober bleef om zich psychoanalytisch te laten behandelen. Ze bezocht op 13 maart 1932 vlak voor de presidentsverkiezingen in het Berlijnse Sportpalast een verkiezingsevenement met Hermann Göring en Joseph Goebbels. In 1938 bezocht ze Berlijn opnieuw en was geschokt door hoe de situatie verergerd was. De Jodenvervolging had ook directe invloed op Karin Boyes privéleven. Tijdens haar verblijf in Berlijn had ze de joodse Margot Hanel leren kennen, die haar in 1934 volgde naar Stockholm en met wie ze tot aan haar dood samenwoonde.

Een andere inspiratiebron voor Kallocaïne was de psychoanalyse, die Boye, die haar hele leven te maken had met innerlijke conflicten en depressies, uit eigen ervaring kende. Hoewel de psychoanalyse uiteindelijk een teleurstelling voor haar werd, krijgt de Kallocaïneroes met deze vergelijking ook een positieve connotatie: net als bij de psychoanalyse worden verdrongen, onbewuste gedachten erdoor blootgelegd. Hierbij komt de innerlijke, diepere waarheid van de proefpersonen, in de vorm van verdrongen verlangens naar liefde en gemeenschap, naar boven. De injectie met Kallocaïne is zodoende zowel een onderdrukkingsinstrument in de handen van de staat als een middel dat de diepste waarheid van mensen naar de oppervlakte brengt, hen als het ware één laat worden met zichzelf.

 

Lees verder »

Maxim Osipov, De wereld is niet stuk te krijgen.

11 mei 2021

Maxim Osipov De wereld is niet stuk te krijgen.

Uit het Russisch vertaald door Yolanda Bloemen en Seijo Epema. Van Oorschot


Verder is er veel om treurig over te zijn in het hedendaagse Rusland dat Osipov schetst. Het land wordt beheerst door ongelijkheid, corruptie en de angst voor onzichtbare politieke machten. In het verhaal ‘Objects in mirror’ wordt een scenarioschrijver bijna gek omdat hij denkt dat de geheime dienst achter hem aan zit. Hij blijkt zich te vergissen. In een ander verhaal herinnert een oude vrouw zich waarom haar man ooit besloot te stoppen met zijn dissidente activiteiten. Niet omdat hij bang was, maar omdat hij genoeg had ‘van de verplichting om zichzelf voortdurend als een goed mens te zien’.


De wereld is niet stuk te krijgen beschrijft overduidelijk het Rusland van Poetin, al valt zijn naam nergens. Eén keer duikt hij op, als ‘hoge gast’ van klein formaat, die een kinderziekenhuis zal bezoeken; op de groepsfoto mogen alleen dokters die de een meter zeventig niet overschrijden. Op het laatste moment komt de gast niet opdagen.


Lees verder »

Rik Van Cauwelaert, De laatste gouverneur – Alfons Verplaetse en de politiek 

18 april 2021

Rik Van Cauwelaert, De laatste gouverneur - Alfons Verplaetse en de politiek 

Davidsfonds 2021

Wie iets van de Belgische geschiedenis van de laatste helft van de XXste eeuw wil begrijpen zal aan dit boek een fijne maaltijd hebben met passende drank.

Op een heerlijk heldere manier leidt Rik Van Cauwelaert de lezer door het politieke en economische leven van dit land waar Fons Verplaetse een indrukwekkende rol speelde als de poppenspeler die zich één belangrijk doel gesteld had: België doen toetreden tot de Eurozone. Daartoe weet hij de Belgische Frank te devalueren en nadien aan de Duitse Mark te koppelen en de Franse economische en financiële broederbanden losser te maken.

Wanneer Verplaetse zijn plan heeft gerealiseerd is de Belgische traditionele politiek aan het einde van haar mogelijkheden: de christendemocratie ging ten onder en de overige traditionele partijen zouden met enkele decennia vertraging volgen. Het wordt wachten op een nieuwe Fons Verplaetse … maar die zal wellicht uit de EU omgeving komen. 

https://doorbraak.be/radio/rik-van-cauwelaert-alfons-verplaetse-had-grote-invloed-op-de-economische-politiek/


20. In Frankrijk had de socioloog Emmanuel Todd in 1976 al het naderende einde van de Sovjet-Unie en van de communistische illusie voorspeld. Todd had daarbij verwezen naar de verhoogde kindersterfte die een gevolg was van de sociale en economische verkrotting van de Sovjet-Unie. Zijn landgenote, de historica Hélène Carrère d’Encausse, zelf van Georgische afkomst, wees dan weer op de toenemende spanningen tussen de verschillende nationaliteiten in het land die onvermijdelijk zouden leiden tot de uitholling van de Sovjetstaat. In het Westen werd op dergelijke beweringen schouderophalend gereageerd.

35. In een gesprek met Harper’s Magazine liet de gewezen voorzitter van de Zwitserse Nationale Bank en BIB-voorzitter Fritz Leutwiler zich ooit ontvallen: ‘Met politici kan ik niets aanvangen. Ze ontberen het inzicht van de centrale bankiers.’ Zijn toenmalige collega van de Bundesbank Karl Otto Pöhl had het graag en vaak over ‘het geknoei van regeringen’.

45. ‘België is altijd een serieus land geweest’, zei Verplaetse in een afscheidsinterview met het weekblad Knack. ‘Tot aan de eerste olieschok. Daar hebben we totaal verkeerd op gereageerd, wij wisten gewoon niet wat ons overkwam. Ronduit gezegd: we waren naïef en België werd de zieke man van Europa.’

 

Lees verder »

Yoko Ogawa, De geheugenpolitie

11 april 2021

‘Yoko Ogawa, De geheugenpolitie

uitg. Cossee 2021 – vert. Luk van Haute

Ik vond dit een veel te hermetisch boek tot ik tijdens het lezen doorkreeg dat het ook over ouder worden en vergeten gaat en zeker ook over een overheid die haar onderdanen zo dicht mogelijk op de huid wil zitten tot in hun geheugen, én over het opgesloten zitten van wie zich verzet tegen de maatregelen van algemeen belang. Dat is dan wel zeer actueel voor een boek uit 1994…

Al ziet de recensent van de NRC ietwat anders…

Lees verder »

COVID-19 vaccinatie verplichten ?

6 april 2021

COVID-19 vaccinatie verplichten ?

januari 2021

In België is enkel het polio- kinderverlamming vaccin wettelijk verplicht.

Wanneer kan je als overheid een vaccinatie voor bepaalde bevolkingsgroepen verplichten? 

Naar mijn mening kan je dat enkel overwegen bij een vaccin met een uitgebreid bewezen, gunstig effect tegen een ernstige ziekte met zware medische, fysieke en maatschappelijke gevolgen gepaard aan een grote besmettelijkheidsgraad. 

Deze vaccins hebben enkel zin wanneer de oorzaak van deze aandoening voldoende stabiel blijft ( polio, tetanus, difterie, kinkhoest, hepatitis b , mazelen, bof, rubella… en dus niet bij HIV, griep) en wanneer mogelijke nevenwerkingen naar ernst en aantal aanvaardbaar miniem blijven. 

Massale vaccinatie vereist dus altijd een afweging waarbij de werkelijke cijfers van de voordelen enorm moeten overwegen op mogelijke nadelen. 

Voor COVID-19 zijn geen van deze voorwaarden vervuld. 

Gezien de hogere ziekte- en overlijdensrisico’s bij hoogbejaarden en chronisch zieke mensen kan het aangewezen zijn om deze bevolkingsgroepen te vaccineren – zeker wanneer ze in grotere groepen samenleven zoals in WoonZorgCentra. 

Vaccineren van gezonde en jonge mensen die niet  regelmatig in contact komen met de risicogroepen of die geen risicofuncties (gezondheidszorg, veiligheid, onderwijs,…) uitoefenen heeft dan minder zin. 

Verplichting creëert gelukkig ook verzet. Om zo’n vaccinatie te verplichten dient door een breed maatschappelijk debat én een uitgebreid parlementair debat een zeer ruime consensus bereikt die dan bijvoorbeeld met een tweederde meerderheid in een wettelijke bepaling kan worden vastgelegd.

Veel beter, respectvoller en efficiënter is het om geen wettelijke verplichting op te leggen maar door correcte voorlichting een gratis en goed uitgewerkt vaccinatieprogramma aan te bieden. Daarnaast kan enkel een open, eerlijke discussie tussen alle mogelijke voor- en tegenstanders helderheid bieden. 

Groepsimmuniteit gepaard aan opvolgen, isoleren en behandelen van uitbraken en besmettingshaarden verhindert dan grote problemen bij niet, onvoldoende of slecht gevaccineerden. 

“Le bien-être du peuple en particulier a toujours été l’alibi des tyrans, et il offre de plus l’avantage de donner bonne conscience aux domestiques de la tyrannie”.  Albert Camus, Hommage à un journaliste exilé (1955)

“Vooral het welzijn van de mensen is altijd het alibi van tirannen geweest, en het biedt bovendien een goed geweten aan huisdienaren van de tirannie.”  Albert Camus, Eerbetoon aan een verbannen journalist (1955)

« Vorige berichten