knee compression sleeve

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Philip Roth , Ik was getrouwd met een communist.

8 oktober 2021


Philip Roth , Ik was getrouwd met een communist.
1998-2021

Uitg. De Bezige Bij 

https://www.trouw.nl/nieuws/smetten-op-de-amerikaanse-droom~bb8bd00d/?

Hoorspelacteur Iron Rinn (geboren als Ira Ringold) is een populair artiest. De bijna twee meter lange autodidact is zijn carrière begonnen als slotengraver. Maar hij is ook communist: zijn ideaal, zijn hartstochtelijk verlangen, is het verbeteren van de wereld. Als hij na de Tweede Wereldoorlog het leger verlaat, is de heksenjacht op de communisten begonnen. Ook Iron Rinn belandt op de zwarte lijst en daarmee valt zijn leven in scherven.
Op weg naar zijn politieke catastrofe trouwt Iron met de beeldschone Eve Frame (geboren als Chava Fromkin), een aanbeden ster uit de tijd van de stomme film en nu de beroemdste hoorspelactrice van het land. Hun huwelijk ontwikkelt zich van een opwindende, romantische idylle tot een deprimerend melodrama. En door Eves opzienbarende onthulling aan een roddelcolumnist dat haar man ‘gespioneerd’ heeft voor de Sovjet-Unie, ontstaat er een nationaal schandaal.

15. ‘In de menselijke samenleving,’ leerde meneer Ringold ons, ‘is denken de allergrootste zonde. Kritisch denken,’ zei meneer Ringold, terwijl hij met zijn knokkels iedere lettergreep apart op zijn tafeltje tikte, ‘dat is de ultieme overtreding.’ Ik zei tegen Murray dat het feit dat ik dit al jong gehoord had van een stoere vent zoals hij – hem het aanschouwelijk had zien maken – de waardevolste tip voor volwassen worden was waaraan ik me, zij het maar half-begrijpend, had vastgeklampt als kleinsteedse, beschermde, idealistische middelbare scholier die ernaar hunkerde een rationeel, gewichtig en vrij mens te worden.’

27. ‘Je hebt geen ontwikkelde levensvisie nodig om op macht gesteld te zijn. Je hebt geen ontwikkelde levensvisie nodig om machtig te worden. Misschien is een ontwikkelde levensvisie zelfs wel het ergste beletsel, en het níét hebben van een ontwikkelde visie het allergrootste voordeel.’

120. ‘De aantrekkingskracht van de underdog. De worsteling van de misdeelden die uit de goot proberen te komen had een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Je drinkt met volle teugen, je drinkt de droesem: menselijkheid was voor Ira synoniem met ontbering en ellende. Met ontbering, zelfs in zijn ongure gedaanten, voelde hij een onverbrekelijke verwantschap.’

Lees verder »

Jonathan Holslag – Van muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989.

24 september 2021

Jonathan Holslag – Van muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989.

uitgeverij De Bezige Bij 2021

 

Een interessant en uitgebreid overzicht van 32 jaar wereldpolitiek.

Niet bepaald opbeurend, eerder deprimerend maar het lijkt de bittere werkelijkheid te worden.

15. Het opvallendste aan de periode van mondialisering, dus de grofweg dertig jaar tussen 1989 en 2020, is dat we een kans hebben gemist. (…) Een voormalige Zuid-Koreaanse minister zei een keer tegen me: ‘Ik zie de wereld als een berg. Landen als het mijne en China werken zich om- hoog. Maar als we bijna boven zijn, zien we dat jullie aan het picknicken zijn, dat jullie je rijkdom aan het opeten zijn en geen zin meer hebben om door te klimmen naar nieuwe hoogten. Maar jullie zijn wel boos dat er anderen in de buurt komen. Jullie geven je leidende rol op en nemen het anderen kwalijk dat ze ambitieus zijn.’

De drie decennia relatieve vrede in het Westen waren uitgedraaid op een gemiste kans, een politieke en diplomatieke crisis, die ook tot op zekere hoogte de beschaving bedreigde.

 

Lees verder »

Remco Campert – Het satijnen hart

22 september 2021

Remco Campert – Het satijnen hart

uit. De Bezige Bij 2006

Knap geschreven en dankzij Herman Jacobs eindelijk gelezen.

  • Verder doe ik nog alles zelf maar alles is in mijn geval niet veel en vergt meer tijd en inspanning dan vroeger. Het aantrekken van mijn sokken en schoenen kost me, rustpauzes meegerekend, elke ochtend toch zeker twintig minuten. Mijn voeten worden steeds moeilijker bereikbaar. Het is een voortdurend afscheid nemen als je oud bent en toch doorleeft. Ik begin mijn voeten vaarwel te zeggen.
  • Anders dan mijn vriend, die nog toekomst in zijn leven ziet, is de toekomst voor mij een gesloten deur die ik niet meer wens open te zetten, zelfs niet op een kier. Elke dag is mijn laatste dag, maar het duurt wel lang.
  • Achter mijn rug zitten ze zich zorgen over me te maken, een onverdraaglijke gedachte. Met mij is niets aan de hand, wat denken ze wel? (...) Jongerius wendt alleen maar bezorgdheid voor om zichzelf beter te laten uitkomen als iemand die nog nergens last van heeft en volop aan het leven deelneemt—ouwe bok met zijn tussen zijn knieën hangende zak. Wat zal die Fiona schrikken [een jong dingetje dat Jongerius best als model zou willen hebben, wat hij volgens Van Otterlo uitsluitend ziet als een tussenstation op de weg naar het ledikant], als het ooit zover komt.
  • Je zal maar zo oud worden, dacht ik vroeger, en nu ben ik het.
  • Als je lang naar de zee kijkt, ga je een antwoord verwachten, maar dat krijg je nooit.
  • De Tweede Wereldoorlog heeft een grote ravage in onze familie aangericht. De enkele keren dat ik mijn vader en zijn tweede vrouw bezocht hing er een bijna tastbare sfeer van doem in het huis. Ik was toen al volop bezig met mijn schildersleven, maar dat kon ik niet kwijt aan mensen die in een verleden leefden dat elke minuut van de dag opnieuw werd doorgemaakt. Mijn eigen moeder, die met haar soldaat maar Canada was vertrokken, had er al snel na de oorlog resoluut afstand van genomen, en daar kon ik inkomen. Ik zag alleen maar toekomst voor mij, het verleden van mijn vader was een erfenis die ik weigerde. Mijn vader sprak nooit over zijn kampverleden, zoals zovelen van zijn generatie. Maar hij hoefde er niets over te vertellen, zijn manier van doen sprak boekdelen. Zijn  zwijgen zou me verpletterd hebben als ik me er niet tijdig aan had onttrokken. Aanrakingen verdroeg hij niet, hij versteende als iemand hem kuste. Hij had zeker twee meter dood om zich heen. 

Charles-Joseph de Ligne – Brieven aan de markiezin de Coigny.

20 september 2021

Charles-Joseph de Ligne – Brieven aan de markiezin de Coigny.

uitgeverij Vleugels – vert. Marijke Arijs

Recensie: Charles-Joseph de Ligne – Brieven aan de markiezin de Coigny

Bijzonder mooi vertaalde levendige brieven met enkele boeiende bespiegelingen.

59. De auteur, een meester van de ellips, strooide royaal met woordspelingen en paradoxen en hanteerde een ongewoon spontane conversatietoon, in een tijd waarin schrijvers kunstige volzinnen aan elkaar plachten te rijgen, Germaine de Staël vond dat zijn grootste charme school in de onnavolgbare mengeling van ernst en luim, luchtigheid en diepgang.

In 1787 werd hij door Catharina de Grote uitgenodigd om deel te nemen aan haar ‘expeditie naar de Krim’ die ze net veroverd had op de Turkse sultan. Zij schonk hem een fikse lap grond in Parthenizza, op de plek waar de tempel van Iphigenia zou hebben gestaan. Een bezoek aan dat domein inspireerde hem tot zijn allerbekendste brief.

Daar, op de grens tussen Europa en Azië, omringd door antieke ruïnes en uitkijkend over de Zwarte Zee, mijmerde hij over ’s werelds ijdelheden en werd hij overvallen door een zeldzame melancholische bui. Hij werd er gegrepen door een somber ‘voorgevoel van een smartelijk verlies’, alsof de toekomst niet veel goeds beloofde. Gelijk had hij, de wereld stond op een kantelpunt. De Franse revolutie zat eraan te komen, de Brabantse Omwenteling stond voor de deur en de tweede Russisch-Turkse oorlog hing in de lucht. 

Charles-Joseph de Ligne was ontegenzeglijk de meest markante vertegenwoordiger van die zorgeloze, frivole tijd. 

Lees verder »

Charles Joseph De Ligne, Memoires

20 september 2021

Charles Joseph De Ligne, Memoires

uitg. Davidsfonds 2021 vert. Marijke Arijs 

In zijn memoires toont zich de volle pracht van het oeuvre van prins Charles-Joseph de Ligne. Zijn esprit heeft de eeuwen overleefd. Goethe noemde hem ‘de vrolijkste man van zijn tijd’. De Belgische edelman was een graag geziene gast aan de Europese vorsten-hoven. Militair, diplomaat, Europeaan, schrijver, bon vivant, briljant causeur en een geboren charmeur: De Ligne was het allemaal. Hij was kind aan huis bij Maria-Theresia, Jozef II, Marie-Antoinette, Lodewijk XV, Catharina de Grote en Frederik van Pruisen. Rousseau en Voltaire behoorden tot zijn kennissenkring en als doorgewinterde libertijn kon hij uitstekend opschieten met Casanova, die hij onder meer hielp bij de publicatie van zijn memoires. Na de Franse Revolutie, die hem ruïneerde, vestigde de prins zich in Wenen, waar hij zijn eigen memoires te boek stelde. De Memoires van Charles-Joseph de Ligne (Brussel, 1735 –Wenen, 1814) zijn veel meer dan een tijdsdocument. Ze krioelen van snedige bon mots en pikante anekdotes. Door hun unieke en sprankelende toon vormen ze een prachtige les in achttiende-eeuwse levenskunst.

Een fascinerende selectie uit de nalatenschap van een boeiende – zij het vaak erg oppervlakkige – aristocraat die je meeneemt naar de besognes, plezieren en pijnlijke  problemen van de hoogste aristocratie van Europa in een kantelend tijdvak die velen de kop zal kosten, indien niet op het schavot dan wel op de vele slagvelden.

 

98. In sommige omstandigheden is het nog belangrijker dan anders om op goede voet te staan met het volk, namelijk wanneer er een geest van verdwazing heeft toegeslagen. Een tijdlang hadden de bewoners van mijn landerijen in de buurt van Aken de euvele moed om een sekte op te richten die de Voorzienigheid moest corrigeren. In de overtuiging dat hun gerechtigheid tot een algemener en eerlijker verdeling zou leiden, stalen ze van de rijken om aan de armen te geven. Ik had medelijden met die gekken en liet hen zo min mogelijk opsluiten, om te voorkomen dat hun aantal zou toenemen. De dorpsheren die hen tot martelaren maakten, speelden hen in de kaart en werkten hun toename in de hand. Op een dag, of liever op een nacht, toen ik in die zo buitengewoon menslievende streek was om een paar regimenten te gaan inspecteren waarover ik het bevel voerde, was ik met mijn rijtuig blijven steken en gekanteld in het midden van een holle weg.

Ik hoorde een stel van die vrome struikrovers naderen aan het gekletter van de wapens die verstopt waren in hun dikke stokken. Die gebruikten ze alleen om me weer overeind te helpen en na me met zegenwensen te hebben overladen, namen ze afscheid om de een of andere pastoor te gaan beroven.

Lees verder »

Charles Ducal – Kroniek van een verzonnen leven. 

10 augustus 2021

Charles Ducal – Kroniek van een verzonnen leven. 

Atlas Contact 2018

Een fascinerende roman uit een tijd die ik maar al te goed kende..

Er was een tijd voor ik jou kende dat ik leeg maar vol ellende vloekend op de hele bende in een kroeg te wachten zat tot het meisje van mijn dromen op een dag voorbij zou komen… 

Merkwaardig goed weet de auteur de overgang van het geloof van zijn Remi – alleen op de wereld – in die ene God naar die Andere in een café te Schaarbeek te vatten… De schepper van Remi is sterk in kritiek en zelfkritiek, ook over weinig fraaie gebeurtenissen die het hoofdpersonage een leven lang meesleept. 

‘Kroniek van een verzonnen leven’ is een ongemakkelijke en zeer herkenbare roman voor wie dat soort jeugd heeft meegemaakt. 

Voor anderen is Charles Ducal erin geslaagd te illustreren dat ‘niets is wat het lijkt en dat het altijd anders kan’… zij het niet voor zijn hoofdpersonage. 

Knap is dan ook het slot waarin hij een schitterende illustratie biedt van Novalis: ‘Ik ben altijd op weg naar huis, altijd naar het huis van mijn vader.’ 

Ook voor wie na hem komen. 

 

85. ‘OP ÉÉN TERREIN is hij de meerdere. Joris is een kleinburgerlijke intellectueel, zoveel is duidelijk. Hij ziet geen klassentegenstellingen en geen historische wetmatigheden, en raakt in zijn wereldvisie nooit verder dan de tegenstelling tussen de vrije geest en de Kerk, de patrones van achterlijkheid en verstarring in zijn ogen. Ze discussiëren vaak en heftig en dan komt over Remi de geest van de openbaring en krijgen zijn stem en zijn gebaren de scherpte en doeltreffendheid van de man die hem inwijdde, een paar jaar geleden toen hij zijn broer vergezelde naar een lezing van de Studentenbond. Hij begrijpt niet dat niet iedereen marxist is. Het is zo helder, zo waar, zo onweerlegbaar. Na elke discussie gloeit de bekeringsijver na in zijn hoofd. Maar intussen verkoopt hij Dien het volk aan steeds weer dezelfde vijf sympathisanten, sleept hij zich steeds moeizamer naar de vele en lange vergaderingen en zit hij in gedachten vaak in de kroeg met Joris en anderen te praten over liefde en literatuur terwijl voor zijn neus iemand vorming zit te geven over de revolutionaire moraal. Het is niet makkelijk geen kleinburger te zijn.’

Lees verder »

Henk Pröpper,  Hartslag 27 

29 juli 2021

Henk Pröpper,  Hartslag 27 

uitgeverij De Bezige Bij 2021 

In Hartslag 27 wordt op een perfecte manier een jaar corona, een periode van precaire gezondheid en een hele gedachtewereld samengebracht. Het is een persoonlijk essay dat alle hoogten en diepten aan doet. ’ Carel Peeters in VN 

31. Ik ben er intussen aan gewend bijna niemand tegen te komen, en de meeste mensen die ik ontmoet, ontmoet ik niet: ze wenden hun blik af. Zelf merk ik dat ik de behoefte heb de schaarse personen die ik zie juist aan te kijken, op zoek naar het leven boven het mondkapje. Ieder verlangt naar het leven, en voelt het in zich kloppen, maar we zijn bang voor andere levens. Alleen kinderen kijken me aan. (Dagboek)

32. In een stad, en Parijs vormt daarop beslist geen uitzondering, behoort het tot de ongeschreven regels te doen alsof de buren niet bestaan. Het is een kunst je niet met elkaar te bemoeien. 

54. Allemaal hebben wij een leraar nodig die zich over ons ontfermt, ons beschermt en scherpt. Ons de ogen opent. Dat is het verhaal dat gedurende de hommage aan Samuel Paty werd verteld. Nadat Camus was ingelicht over de Nobelprijs die hem was toegekend, stuurde hij zijn leraar de volgende zinnen: ‘Toen ik het nieuws kreeg, was mijn eerste gedachte, na die aan mijn moeder, aan u. Zonder u, zonder die liefdevolle hand die u heeft gereikt aan het arme kind dat ik was, zonder uw onderwijs, en uw voorbeeld, was niets van dit alles gebeurd. Ik hecht geen al te groot belang aan dit soort eer maar deze is tenminste een gelegenheid om u te zeggen wat u voor mij geweest bent en nog altijd bent, en om u te verzekeren dat uw inspanningen, uw werk en uw genereuze hart [...] nog altijd levend zijn in een van uw kleine leerlingen, die ondanks zijn gevorderde leeftijd niet is opgehouden uw dankbare leerling te zijn.’

In de stilte van mijn huis, zonder het indringende oog van de televisie, hoor ik de stem van Camus.

Lees verder »

Eric Min, Gare du Nord

29 juli 2021

Eric Min, GARE DU NORD

uitg Pelckmans 2021

 

‘Behalve een goed en goed verteld verhaal biedt Gare du Nord ook een kleine honderd afbeeldingen. Foto’s, schilderijen, briefjes, die in drie katernen illustreren wat Eric Min al zo beeldend heeft verteld. Gare de Nord is een literaire biografie van een eeuw en een stad die geen moment verveelt en toch verrassend volledig is.’ Jan de Jong in Tzum

‘Doorheen de voortsnellende decennia doet zich een opvallende verschuiving voor. ‘De kunstenaars die eind 19de eeuw naar Parijs trokken, werden gedreven door ambitie. In de 20ste eeuw zochten ze er bovenal inspiratie. Het was verbijsterend te ontdekken dat Parijs in de jaren vijftig al een soort Disneyland was geworden. Toen al verschenen brochures en reisgidsen die vertelden hoe pittoresk het wel niet was om in Saint-Germain-des-Prés de langharige kunstenaars in de cafés te zien zitten. Dat was voor mij een openbaring.’ Jan Dertaelen in De Tijd 

 


Zelf ben ik enkele keren behoorlijk getroffen door de waarnemingen van de auteur die de verhalen overstijgen: 

39. ‘Hoe weinig wij kunnen vasthouden, wat er allemaal voortdurend in vergetelheid raakt, met elk uitgedoofd leven, hoe de wereld zich als het ware vanzelf leegmaakt doordat de verhalen die kleven aan de talloze plaatsen en voorwerpen die zelf geen vermogen tot herinnering hebben, nooit door iemand worden gehoord of opgetekend.’

W.G. SEBALD, AUSTERLITZ’

355. ‘Om de hoek van de Rue Laffitte, vlak bij de Beurs, dineert het gezelschap in restaurant Tabary in de Rue Vivienne. Rik maakt er schetsen van de stamgasten en een prachtige aquarel van Nel. Zij zit te wachten in een hoekje van de zaal, gevat tussen grote spiegelwanden die de gestalten van de obers reflecteren. Parijs is ook voor Rik de ‘stad in de spiegel’, die Walter Benjamin vijftien jaar later zal betoveren. Na Wouters’ passage in de stad zal het motief in zijn schilderijen naar binnen sluipen. Op menig doek worden fragmenten van de ruimte weerkaatst in een spiegel, een glazen stolp op de schoorsteenmantel of een open raam waarvan het glas de omgeving laat zien. Zo lopen binnen en buiten in elkaar over als klodders olieverf op een palet.’

Lees verder »

Józef Wittlin, Het zout der aarde. 

6 juni 2021

Józef Wittlin, Het zout der aarde. 

uitg. Wereldbibliotheek 1937- 2021 

Je hebt Švejk van Jaroslav Hašek, De man zonder eigenschappen van Robert Musil… en Het zout der aarde van Józef Wittlin. Švejk is het leukst, Musil is veruit het belangrijkste en het moeilijkste boek. Wittlin zit er tussen als van een afstandelijke eenvoud gebukt onder een ijzige stilte.

72. ‘In die dagen werden de lichamen van alle mannen gewogen en gemeten. Ze werden ingedeeld naar kwaliteit, als aardappels gesorteerd, als vruchten die van de boom des levens waren geschud. Ze werden massaal geoogst: per zak, per mud, per wagonlading, waarbij alles verwijderd werd wat beschadigd, rot of ziek was. Want de oogst aan mensenlichamen was rijk sinds de laatste oorlog. Niet door natuurrampen getroffen, niet door plagen gedecimeerd, waren er al twee generaties verloren gegaan en weggekwijnd zonder dat ze een oorlog hadden meegemaakt. Maar het vertrouwen in de automatische voortplanting van de soort werd niet beschaamd. De ouders kregen nu het eerbetoon dat hun toekwam voor hun onbewuste verdienste.

Voor het eerst sinds vele jaren werden we niet beoordeeld op onze kleding. Integendeel: vandaag waren we alleen uitgekleed iets waard, alleen naakt konden we onze beste kwaliteiten tonen. Van ons wilden ze niets anders weten dan of we gezond waren. Ze keken naar ons gebit als bij paarden op de markt, ze bekeken ons van voren, ze bekeken ons van achteren, ze beklopten onze organen om zich ervan te overtuigen dat we niet wormstekig waren.

Tot dan waren we alleen namen geweest. Alle berekeningen van het ministerie van Oorlog en de generale staf berustten op hoeveelheden namen. De namen gingen de wereld over, ze groeiden, ze vermenigvuldigden zich om op de dag van de mobilisatie vlees te worden.’

95. ‘Jellinek luisterde lang naar de onderhuidse geluiden van Piotrs leven. Hij legde zijn oor tegen het naakte lichaam, alsof hij zich ervan wilde overtuigen dat er onder de huidlaag daadwerkelijk een hart klopte en bloed stroomde. Want daar ging het in die dagen immers om. De levende bloedreservoirs moesten worden onderzocht alvorens ze afgetapt konden worden. Dus luisterden de artsen naar het geruis, controleerden ze de manometers van het leven, legden hun oor tegen de zonen van de aarde alsof het de aarde zelf was. Het sap van die aardvruchten was niet duur, maar het moest vers zijn. Dus bekeken de artsen de lichamen, lieten hun vingers erover gaan alsof ze van tevoren de plaats wilden uitkiezen waar de kogel erdoor zou gaan. Zoals meubelmakers met een potlood op de planken de plaats van de spijkers aangeven. De ogen van de keuringscommissie waren koud als loden kogels. Ze doorboorden de lichamen volledig.’

147. ‘Pastoor Sydir Makarucha maakte er geen geheim van dat de bijen hem liever waren dan de volgzame en schurftige schapen van zijn parochie. Schapen steken weliswaar niet, maar ze geven ook geen honing. Ze geven evenmin geld voor dopen, huwelijken en begrafenissen. Vooral uit de dopen putte pastoor Makarucha weinig troost: elk tweede huwelijk was kinderloos. Het was immers algemeen bekend dat de Hoetsoelen boetten voor de Franse zonden van hun voorouders. En zoals de pastoor uit Czernielica niet veel inkomsten uit de deugden van zijn parochie had (wier grootste en misschien wel enige deugd haar armoede was), zo had hij er ook weinig uit de zonden. De mensen wilden geen huwelijken sluiten, leefden samen, en kregen ook nog eens geen kinderen.’

Lees verder »

Karin Boye, Kallocaïne –  ‘Roman uit de eenentwintigste eeuw’

12 mei 2021

Karin Boye, Kallocaïne -  ‘Roman uit de eenentwintigste eeuw’ (1940)

uitgeverij Koppernik – Vertaling Bart Kraamer 2021

Kallocaïne is een spookachtig visioen van een door de politie en het leger bestuurde samenleving dat na ruim tachtig jaar nog niets van zijn actualiteit heeft verloren.

Karin Boye beschrijft in haar roman een totalitaire ‘Wereldstaat’. In het desolate, paranoïde landschap van ‘politieogen’ en ‘politieoren’ vindt de gehoorzame burger en chemicus Leo Kall een middel uit dat ervoor zorgt dat iedereen die ermee wordt geïnjecteerd de waarheid zegt. Met zijn uitvinding voorziet hij de Wereldstaat van een middel om totale controle uit te oefenen.  Want als gedachten bekend kunnen worden, is het een logische volgende stap om ze strafbaar te maken.

Maar terwijl zijn uitvinding dromen over opstand en verlangen naar vrijheid aan het licht brengt, begint Leo Kall te twijfelen aan de voortreffelijkheid van de Staat en aan zijn rol erin als loyale medesoldaat.

Kallocaïne behoort samen met Jevgeni Zamjatins Wij, George Orwells Nineteen Eighty-four en Aldous Huxleys Brave New World tot de grote dystopische klassiekers en is als enige daarvan door een vrouw geschreven; het laat de gevaren zien van gelatenheid en de kracht van verzet, hoe onbeduidend het ook mag lijken.

Karin Boye (1900-1941) was dichter en auteur. Kallocaïne is een van de grote klassiekers van Zweden en is sinds 1949 niet meer in het Nederlands verschenen. Een jaar na het voltooien van Kallocaïne pleegde Boye zelfmoord.


232. Aan de Wereldstaat die Karin Boye in Kallocaïne beschrijft lagen twee voorbeelden ten grondslag die ze allebei uit eigen ervaring kende: de stalinistische Sovjet-Unie en het nationaalsocialistische Duitsland.

In de zomer van 1928 maakte Karin Boye een drie weken lange reis door de Sovjet-Unie. Samen met andere leden van de socialistische Clartébeweging bezocht ze instellingen, fabrieken en universiteiten met als doel om te zien hoe een collectivistische samenleving functioneerde. Ze had grote verwachtingen, maar de reis werd een teleurstelling. Hoewel ze veel plekken bezocht, kreeg ze nauwelijks gelegenheid om zelf met mensen te praten. Ze had het gevoel dat ze in de gaten werd gehouden en kreeg overal te maken met een vrijwel ondoordringbare bureaucratie.

Boye, die van jongs af aan gedreven werd door een sterk rechtvaardigheidsgevoel en een verlangen om deel uit te maken van een gemeenschap, besefte dat er van de idealen van de Sovjet-Unie in de praktijk weinig terechtkwam. In de jaren die volgden ging haar socialistische engagement langzaam teloor. Net als voor veel andere intellectuelen betekenden de Moskouse Processen van 1936-1938 voor haar de definitieve breuk met het socialisme.

De kenmerken van de Sovjetsamenleving zijn uitvoerig terug te vinden in Kallocaïne, dat twaalf jaar na de reis werd geschreven: de uniforme kleding en woningen, de militaire stemming, de propaganda, de technische afluistersystemen, de rechtszaken, de hiërarchisch opgebouwde organisaties en de alomtegenwoordige angst om aangegeven te worden.

De andere invloed op de beschrijving van de totalitaire Wereldstaat in Kallocaïne waren de ervaringen van de auteur met het nationaalsocialisme en het Derde Rijk. In januari 1932 reisde ze naar Berlijn, waar ze tot oktober bleef om zich psychoanalytisch te laten behandelen. Ze bezocht op 13 maart 1932 vlak voor de presidentsverkiezingen in het Berlijnse Sportpalast een verkiezingsevenement met Hermann Göring en Joseph Goebbels. In 1938 bezocht ze Berlijn opnieuw en was geschokt door hoe de situatie verergerd was. De Jodenvervolging had ook directe invloed op Karin Boyes privéleven. Tijdens haar verblijf in Berlijn had ze de joodse Margot Hanel leren kennen, die haar in 1934 volgde naar Stockholm en met wie ze tot aan haar dood samenwoonde.

Een andere inspiratiebron voor Kallocaïne was de psychoanalyse, die Boye, die haar hele leven te maken had met innerlijke conflicten en depressies, uit eigen ervaring kende. Hoewel de psychoanalyse uiteindelijk een teleurstelling voor haar werd, krijgt de Kallocaïneroes met deze vergelijking ook een positieve connotatie: net als bij de psychoanalyse worden verdrongen, onbewuste gedachten erdoor blootgelegd. Hierbij komt de innerlijke, diepere waarheid van de proefpersonen, in de vorm van verdrongen verlangens naar liefde en gemeenschap, naar boven. De injectie met Kallocaïne is zodoende zowel een onderdrukkingsinstrument in de handen van de staat als een middel dat de diepste waarheid van mensen naar de oppervlakte brengt, hen als het ware één laat worden met zichzelf.

 

Lees verder »

Maxim Osipov, De wereld is niet stuk te krijgen.

11 mei 2021

Maxim Osipov De wereld is niet stuk te krijgen.

Uit het Russisch vertaald door Yolanda Bloemen en Seijo Epema. Van Oorschot


Verder is er veel om treurig over te zijn in het hedendaagse Rusland dat Osipov schetst. Het land wordt beheerst door ongelijkheid, corruptie en de angst voor onzichtbare politieke machten. In het verhaal ‘Objects in mirror’ wordt een scenarioschrijver bijna gek omdat hij denkt dat de geheime dienst achter hem aan zit. Hij blijkt zich te vergissen. In een ander verhaal herinnert een oude vrouw zich waarom haar man ooit besloot te stoppen met zijn dissidente activiteiten. Niet omdat hij bang was, maar omdat hij genoeg had ‘van de verplichting om zichzelf voortdurend als een goed mens te zien’.


De wereld is niet stuk te krijgen beschrijft overduidelijk het Rusland van Poetin, al valt zijn naam nergens. Eén keer duikt hij op, als ‘hoge gast’ van klein formaat, die een kinderziekenhuis zal bezoeken; op de groepsfoto mogen alleen dokters die de een meter zeventig niet overschrijden. Op het laatste moment komt de gast niet opdagen.


Lees verder »

Rik Van Cauwelaert, De laatste gouverneur – Alfons Verplaetse en de politiek 

18 april 2021

Rik Van Cauwelaert, De laatste gouverneur - Alfons Verplaetse en de politiek 

Davidsfonds 2021

Wie iets van de Belgische geschiedenis van de laatste helft van de XXste eeuw wil begrijpen zal aan dit boek een fijne maaltijd hebben met passende drank.

Op een heerlijk heldere manier leidt Rik Van Cauwelaert de lezer door het politieke en economische leven van dit land waar Fons Verplaetse een indrukwekkende rol speelde als de poppenspeler die zich één belangrijk doel gesteld had: België doen toetreden tot de Eurozone. Daartoe weet hij de Belgische Frank te devalueren en nadien aan de Duitse Mark te koppelen en de Franse economische en financiële broederbanden losser te maken.

Wanneer Verplaetse zijn plan heeft gerealiseerd is de Belgische traditionele politiek aan het einde van haar mogelijkheden: de christendemocratie ging ten onder en de overige traditionele partijen zouden met enkele decennia vertraging volgen. Het wordt wachten op een nieuwe Fons Verplaetse … maar die zal wellicht uit de EU omgeving komen. 

https://doorbraak.be/radio/rik-van-cauwelaert-alfons-verplaetse-had-grote-invloed-op-de-economische-politiek/


20. In Frankrijk had de socioloog Emmanuel Todd in 1976 al het naderende einde van de Sovjet-Unie en van de communistische illusie voorspeld. Todd had daarbij verwezen naar de verhoogde kindersterfte die een gevolg was van de sociale en economische verkrotting van de Sovjet-Unie. Zijn landgenote, de historica Hélène Carrère d’Encausse, zelf van Georgische afkomst, wees dan weer op de toenemende spanningen tussen de verschillende nationaliteiten in het land die onvermijdelijk zouden leiden tot de uitholling van de Sovjetstaat. In het Westen werd op dergelijke beweringen schouderophalend gereageerd.

35. In een gesprek met Harper’s Magazine liet de gewezen voorzitter van de Zwitserse Nationale Bank en BIB-voorzitter Fritz Leutwiler zich ooit ontvallen: ‘Met politici kan ik niets aanvangen. Ze ontberen het inzicht van de centrale bankiers.’ Zijn toenmalige collega van de Bundesbank Karl Otto Pöhl had het graag en vaak over ‘het geknoei van regeringen’.

45. ‘België is altijd een serieus land geweest’, zei Verplaetse in een afscheidsinterview met het weekblad Knack. ‘Tot aan de eerste olieschok. Daar hebben we totaal verkeerd op gereageerd, wij wisten gewoon niet wat ons overkwam. Ronduit gezegd: we waren naïef en België werd de zieke man van Europa.’

 

Lees verder »

Yoko Ogawa, De geheugenpolitie

11 april 2021

‘Yoko Ogawa, De geheugenpolitie

uitg. Cossee 2021 – vert. Luk van Haute

Ik vond dit een veel te hermetisch boek tot ik tijdens het lezen doorkreeg dat het ook over ouder worden en vergeten gaat en zeker ook over een overheid die haar onderdanen zo dicht mogelijk op de huid wil zitten tot in hun geheugen, én over het opgesloten zitten van wie zich verzet tegen de maatregelen van algemeen belang. Dat is dan wel zeer actueel voor een boek uit 1994…

Al ziet de recensent van de NRC ietwat anders…

Lees verder »

COVID-19 vaccinatie verplichten ?

6 april 2021

COVID-19 vaccinatie verplichten ?

januari 2021

In België is enkel het polio- kinderverlamming vaccin wettelijk verplicht.

Wanneer kan je als overheid een vaccinatie voor bepaalde bevolkingsgroepen verplichten? 

Naar mijn mening kan je dat enkel overwegen bij een vaccin met een uitgebreid bewezen, gunstig effect tegen een ernstige ziekte met zware medische, fysieke en maatschappelijke gevolgen gepaard aan een grote besmettelijkheidsgraad. 

Deze vaccins hebben enkel zin wanneer de oorzaak van deze aandoening voldoende stabiel blijft ( polio, tetanus, difterie, kinkhoest, hepatitis b , mazelen, bof, rubella… en dus niet bij HIV, griep) en wanneer mogelijke nevenwerkingen naar ernst en aantal aanvaardbaar miniem blijven. 

Massale vaccinatie vereist dus altijd een afweging waarbij de werkelijke cijfers van de voordelen enorm moeten overwegen op mogelijke nadelen. 

Voor COVID-19 zijn geen van deze voorwaarden vervuld. 

Gezien de hogere ziekte- en overlijdensrisico’s bij hoogbejaarden en chronisch zieke mensen kan het aangewezen zijn om deze bevolkingsgroepen te vaccineren – zeker wanneer ze in grotere groepen samenleven zoals in WoonZorgCentra. 

Vaccineren van gezonde en jonge mensen die niet  regelmatig in contact komen met de risicogroepen of die geen risicofuncties (gezondheidszorg, veiligheid, onderwijs,…) uitoefenen heeft dan minder zin. 

Verplichting creëert gelukkig ook verzet. Om zo’n vaccinatie te verplichten dient door een breed maatschappelijk debat én een uitgebreid parlementair debat een zeer ruime consensus bereikt die dan bijvoorbeeld met een tweederde meerderheid in een wettelijke bepaling kan worden vastgelegd.

Veel beter, respectvoller en efficiënter is het om geen wettelijke verplichting op te leggen maar door correcte voorlichting een gratis en goed uitgewerkt vaccinatieprogramma aan te bieden. Daarnaast kan enkel een open, eerlijke discussie tussen alle mogelijke voor- en tegenstanders helderheid bieden. 

Groepsimmuniteit gepaard aan opvolgen, isoleren en behandelen van uitbraken en besmettingshaarden verhindert dan grote problemen bij niet, onvoldoende of slecht gevaccineerden. 

“Le bien-être du peuple en particulier a toujours été l’alibi des tyrans, et il offre de plus l’avantage de donner bonne conscience aux domestiques de la tyrannie”.  Albert Camus, Hommage à un journaliste exilé (1955)

“Vooral het welzijn van de mensen is altijd het alibi van tirannen geweest, en het biedt bovendien een goed geweten aan huisdienaren van de tirannie.”  Albert Camus, Eerbetoon aan een verbannen journalist (1955)

Monica Black, Een bezeten land – Heksen, gebedsgenezers en de spoken uit het verleden in naoorlogs Duitsland.

27 maart 2021

Monica Black, Een bezeten land - Heksen, gebedsgenezers en de spoken uit het verleden in naoorlogs Duitsland.

uitgeverij Hollands Diep 2021

‘In het begrensde domein van een duivels discours hebben angst, wraak en haat uiteraard vrij spel – maar bovenal zijn ze ontheemd, ingesloten… vermomd, onderworpen.

– Michel de Certeau, La possession de Loudun’

Dit boek richt zich op het verleden en op de eerste, buitengewoon moeilijke jaren in de Bondsrepubliek na de Duitse nederlaag in de Tweede Wereldoorlog. Maar de geschiedenis van de naoorlogse heksenmanie en de mystieke genezingen roept ook algemenere vragen op, waarvan er vele zijn die vandaag de dag nog even relevant zijn als in de jaren vijftig. Een van die vragen is welke samenhang er in de samenleving bestaat tussen kennis, autoriteit, vertrouwen en moraliteit. Dat is belangrijk om beter te begrijpen onder welke sociale voorwaarden ideeën geloofwaardig worden of, omgekeerd, welke ‘ideeën afbreuk doen aan de kenbaarheid van de wereld en de geloofwaardigheid van kennis. Als de samenleving is samengesteld uit een aantal algemeen aanvaarde ideeën over de manier waarop de wereld in elkaar zit, wat gebeurt er dan als de voorwaarden die zo’n consensus mogelijk maken, niet langer bestaan? Kan zo’n samenleving voortbestaan, of zal ze verbrokkelen en uiteenvallen?

Zoals we weten viel de West-Duitse samenleving niet uiteen. De West-Duitsers bouwden een succesvolle democratie en economie op. Binnen de parameters van de Koude Oorlog bleef de vrede gehandhaafd. Maar het is juist dit ‘succesverhaal’ dat de zaak ingewikkeld maakt. Immers: wat betekent het, voor ons allemaal, dat een natie zo snel kan omschakelen van het bouwen van Auschwitz naar het construeren van een welvarende, door neon verlichte samenleving? Wat is er onbesproken gebleven, wat is er, na de genocide en de morele ineenstorting, uit het zicht geplaatst om een gevoel van realiteit – laat staan van ‘normaliteit’ – te scheppen en op hardnekkige manier te handhaven? En wat voor normaliteit is dat dan? ‘Realistische’, geschiedkundig relevante antwoorden op dergelijke uitzonderlijk belangrijke vragen zijn gebonden aan beperkingen, om het zacht uit te drukken. Bijzonderheden over de oprichting van politieke partijen ‘over werkloosheidscijfers, over handelsverdragen en over gezinsbeleid van de overheid: ze verhullen vaak evenveel als ze aan het licht brengen. Ze creëren vaak een sfeer van orde en samenhang die volstrekt niet in overeenstemming is met de manier waarop mensen leefden of hun leven ervaarden.

Soms moeten we luisteren naar wat de geesten ons te vertellen hebben. Want in een opgejaagde samenleving, schrijft socioloog Avery F. Gordon, ‘is het altijd de geest die de boodschap verkondigt’, maar ‘niet in de vorm van een academische verhandeling, een gedetailleerd klinisch onderzoek, een polemisch schotschrift of een slaapverwekkend feitenrelaas’. Sommige vraagstukken vereisen, door hun wezen, een gevoeligheid voor andere werkelijkheden.’


14. ‘De omvang van de catastrofe die nazi-Duitsland in de hele wereld aanrichtte was zo ontzagwekkend groot dat ze elk begrip te boven ging en alles in een nieuw daglicht stelde. De oorlog bleek in staat een karikatuur te maken van gewone, alledaagse vormen van kennis, maar ook van de geleerdheid van deskundigen: de oorlog bracht een antropologische schok teweeg – een schok die de mensheid als zodanig trof – waardoor de elementaire kenbaarheid van de wereld op losse schroeven kwam te staan. Het vernuft waarmee in de ­Tweede Wereldoorlog verwoesting en wreedheid aan de dag werden gelegd, maakte een eind aan inzichten over menselijk gedrag die daarvoor evident of begrijpelijk hadden geleken – wat sociologen in de decennia die erop volgden, bergen werk op­leverde. Door de middelen waarmee de oorlog werd uitgevochten – genocide, massamoorden op burgers, massale volksverhuizingen, doodseskaders en vernietigingskampen, medische martelingen, massaverkrachtingen, grootschaIige uithongering van krijgsgevangenen, luchtbombardementen, atoomwapens – verdween het daarvoor zo vanzelfsprekende onderscheid tussen militairen en burgers en tussen thuis en frontlinie, maar ook dat tussen dat wat werkelijk gebeurde en het onvatbare. Wie zou hebben geloofd dat er, voordat de nazi’s het deden, industriële complexen zouden worden ontworpen die geen ander doel dienden dan de productie en vernietiging van lichamen?

 

Lees verder »

Irvin D. Yalom en Marilyn Yalom, Een kwestie van dood en leven.

15 maart 2021

Irvin D. Yalom en Marilyn Yalom, Een kwestie van dood en leven.

uitgeverij Balans 2021

De Amerikaanse psychiater, schrijver, filosoof en groepstherapeut Irvin D. Yalom heeft in zijn nieuwste boek – samen met zijn intussen overleden vrouw Marilyn – een indrukwekkend einde geschreven aan hun leven samen dat ruim 70 jaar geleden begonnen was. 

Aan Yalom heb ik zoals gezegd bij zijn ‘Dicht bij het einde, terug naar het begin’ zeer veel gehad bij dat afscheid, die les en lering. als huisarts voor mijn patiënten, ook voor mijzelf en mijn dierbaren heb ik veel van hem geleerd. 

Een aanrader bij de film Yalom’s Cure en voor iedere (aankomende) arts en therapeut over hoe het ook kon en nog steeds kan.

Zijn wij niet de bewaarders van de verhalen van hen die niet meer zoeken naar een stem?

Maar dit ‘Een kwestie van dood en leven’ samen met zijn terminale echtgenote Marilyn geschreven afscheid trof mij nog meer door zijn eerlijkheid, zijn professionele introspectie over het niet willen afscheid nemen, haar niet kunnen laten gaan, zijn ijdelheid, zijn eigen aftakeling en de schrik voor de vereenzaming, depressie…

Hij laat je ook in het laatste kwart meekijken naar zijn evolutie tijdens het rouwproces en schuwt daarbij geen moeilijke passages. Ook wanneer vroeger stellig beweerde therapeutische waarheden als een houvast daardoor wankelen. 

Irvin D. Yalom, Dicht bij het einde, terug naar het begin. Memoires van een psychiater

 

Irvin D. Yalom,Tegen de zon in kijken

 

18.  ‘Irv schreef in zijn boek Existential Psychotherapy uit 1980 dat het gemakkelijker is om de dood onder ogen te zien als je weinig te betreuren hebt over het leven dat je hebt geleid.’

290. ‘Ellie’s kanker was agressief en ik stond versteld van de manier waarop ze de dood te lijf ging met een arsenaal nuchtere, eerlijke ideeën, zoals:

Het leven is tijdelijk – altijd, voor iedereen.

Het is mijn taak om te leven tot ik sterf.

Het is mijn taak om vrede te sluiten met mijn lichaam en er in zijn geheel van te houden, zodat ik de buitenwereld met kracht en gulheid tegemoet kan treden vanuit die stabiele kern.

Misschien kan ik een voorbeeld op het gebied van sterven zijn voor mijn vrienden, broers en zussen.

Ik heb besloten een rolmodel voor mijn kinderen te zijn – een rolmodel voor hoe je moet sterven.’

Lees verder »

Bryan Magee, Ultieme vragen – Kleine filosofie van leven en dood.

7 maart 2021

Bryan Magee, Ultieme vragen – Kleine filosofie van leven en dood.

uitgeverij Bijleveld 2019 

Een bijzonder levendig en begrijpelijk verslag van de zoektocht van de Engelse filosoof, schrijver, tv-persoonlijkheid, Labour parlementslid…

Ultimate Questions by Bryan Magee review – a philosopher’s meditation – A child’s sense of wonder and his love of music’s ability to express the inexpressible remains central. The Guardian 19122017

Magee’s 1980s BBC TV series The Great Philosophers introduced a new generation to the wonders of philosophy. Describing himself now as “an old man in his 80s, big-built, white-haired, bespectacled”, Magee has lost none of his intellectual vigour and enthusiasm for tackling the big questions. In this slim volume he condenses a lifetime’s thought “on the fundamentals of the human situation”. He recalls that “from my earliest days I was abnormally curious about what was going on around me”. A child’s sense of wonder and his love of music’s ability to express the inexpressible (“it was as if the inside of things was talking to me”) remain central to his sense of the miracle of consciousness and the ultimate unknowability of the universe: “Mystery surrounds us on every side.” He reveals that he has learnt most from Schopenhauer (“unsurpassed depth”) and rejects religion as an “evasion”, a failure to confront the final truth that “most of reality is unknowable”. A superbly subtle meditation on life and the limits of understanding. 



Bryan Magee (1930-2019) geldt als een der veelzijdigste Britse filosofen van deze tijd. Hij doceerde onder andere aan de universiteiten van Oxford, Cambridge, Harvard en Yale, en schreef succesvolle boeken over Arthur Schopenhauer en Karl Popper, Daarnaast is hij ook bekend als tv-persoonlijkheid, parlementariër voor de Engelse Labour Partij, theatercriticus en schrijver van boeken over Richard Wagner en seksualiteit in de moderne samenleving. De adembenemende reikwijdte van zijn intellectuele belangstelling vond een hoogtepunt in de epoche-makende en veelbekeken reeks interviews voor de BBC met de grote filosofen van de twintigste eeuw. Zijn «Ultieme vragen» is de slotsom van een ongelooflijk rijk leven. Dit beknopte, glasheldere en wijze boek is een even scherpzinnige als persoonlijke plaatsbepaling in de permanente zoektocht naar wat het betekent mens te zijn. Magee vertrekt vanuit de fundamentele menselijke behoefte om te begrijpen wie wij zijn, wat het behelst om te leven in deze wereld, en hoe te kiezen tussen goed en kwaad in een onverschillig universum. Om deze overweldigende levensvragen te beantwoorden, staan er voor de mens twee wegen open: religie en filosofie. Magee betoogt dat de eerste een vluchtroute is in schijnzekerheid en de duisternis van bijgeloof, terwijl de ander een expeditie behelst naar de onbekende bestemming van onzekere kennis. Maar die avontuurlijke weg zonder veel vaste grond onder de voeten, zo beargumenteert Magee overtuigend, is de weg voor de mens die als vrij individu zicht wil krijgen op de grote vraagstukken van het leven en de onvermijdelijke dood. «Ultieme vragen» is een zeer elegante en uitermate leesbare verkenning van de grenzen van de menselijke kennis en van de grenzen van de betekenis van het menselijke bestaan. Uiteindelijk rest ons slechts één opgewekt antwoord: oneindige nieuwsgierigheid. – «Er is immers,» stelt Magee in dit even uitdagende als inspirerende boek, «een wereld van verschil tussen dwalen in het daglicht en verdwaald zijn in het donker.» – «Een bijzonder rijk en ontwapenend helder betoog. Magee bewijst hier dat echte filosofie altijd begint bij menselijke verwondering.» – The Independent  - «Levendig, elegant, zonder jargon, zeer aanstekelijk!» – The New Statesman

 

Lees verder »

Roberto Calasso, De hemelse jager

27 februari 2021

Roberto Calasso, De hemelse jager.

Wereldbibliotheek 2020

Over de fundamenten van de beschaving en de noodzaak van mythes.

Ooit was de mens een weerloos dier, opgejaagd door andere dieren. Tot hij andere dieren na ging doen en zich wapende met vuistbijlen en pijlen: hij werd jager en begon zichzelf te zien als mens. Het was de eerste stap op weg naar de macht. In de meest uiteenlopende culturen, in tijd en ruimte ver van elkaar verwijderd, herkende de mens in de sterren, die hij elke nacht aan de hemel zag, zijn eigen verhalen, zijn angsten en zijn dromen, in de vorm van goden, demonen, monsters. In die verhalen speelt heel vaak de jager een hoofdrol, aan de hemel verbeeld door Orion, de hemelse jager, en zijn hond Sirius.

Die mythen zijn nog steeds verweven met ons dagelijks leven. Calasso neemt ons mee van de Steentijd via Egypte, het oude Griekenland en de Turingmachine naar de kunstmatige intelligentie van onze tijd. Zo maakte hij verbanden zichtbaar die onze kijk op onze eigen tijd verhelderen.


 

Een fascinerend boek – Calasso in het kwadraat – met enkele bijzonder diepgaande stellingen, actueel, raadselachtig en beklijvend. 

23. ‘De eerste kunstgreep om los te komen van de dierlijke continuïteit was het masker, de camouflage. Dat roedel wolven dat door het woud zwierf bestond uit de eerste mensen, de eersten die zich zo onherroepelijk mens voelden dat ze besloten zich te vermommen als wolven. Toen de mens eenmaal alleen mens was, kon nog een laatste doek hem aan de wereld onttrekken: een maskertje van zijde of fluweel dat de mond vrijliet. In het Frans heet dat loup: omdat sommige wolven op hun snuit al de tekening van een masker hebben, alsof ze de mens uitnodigden om ze te imiteren door een wolvenmasker te dragen.’

147. ‘Volgens McGinn zou de evolutie ertoe hebben geleid dat de menselijke soort niet in staat is om te gaan met wat zich in het eigen hoofd afspeelt, terwijl ze tegelijkertijd een verbluffend vermogen zou hebben ontwikkeld om processen die in de natuur plaatsvinden te beschrijven en te voorzien. Een vermogen dat met geen enkele andere soort wordt gedeeld. We zullen moeten erkennen dat ook deze theorie behoort tot de talrijke contra-intuïtieve theorieën waar de wetenschap met recht trots op is. Maar contra-intuïtief zijn is voor een theorie niet genoeg om overtuigend te zijn. En zeker niet om waar te zijn.

Het weglaten van het bewustzijn-dat-kijkt uit de enumeratio van de elementen die onderzocht dienen te worden, was doorslaggevend voor de moderne wetenschap. Als we het bewustzijn weglaten, klopt alles – of liever: kan alles kloppen. In elk geval tot het moment dat we opnieuw op een onzichtbare muur stuiten, ofwel het bewustzijn zelf.’

194. ‘Terwijl ik dit schrijf, zie ik het allemaal, voel ik met hem mee.’ Schrijven is het allemaal zien en er nota van nemen.’

Lees verder »

Gedichtendag 2021 – ‘Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen.’ Leonard Nolens?

28 januari 2021

Tom Holland, Heerschappij, Hoe het Christendom het Westen vormde. 

26 januari 2021

Tom Holland, Heerschappij, Hoe het Christendom het Westen vormde. 

uitgeverij Athenaeum  2020

Een uitputtend boek dat naar het einde toe steeds grotesker wordt tot een bizar samenraapsel van een hoop figuren en verhalen waarmee in het Westen, Midden Oosten en Noord Amerika alles, iedereen, altijd en overal het Christendom als voorbeeld zo niet aanstichter wordt geduid. 

De eerste helft boeide me meer omdat hij de spanningen binnen het groeiende geloof voor mij interessant weet te duiden. Met de eeuwen verdwijnt dat boeiende aspect en wordt het forse leesarbeid. 

Lees verder »

Jan Van Duppen: ‘Links probeert al decennialang mensen zo afhankelijk mogelijk te maken’

4 januari 2021

Jan Van Duppen: ‘Links probeert al decennialang mensen zo afhankelijk mogelijk te maken’

2020: het jaar om (nooit) te vergeten

DOORBRAAK - INTERVIEW – 02/01/2021 Filip Michiels – Leestijd 16 minuten

Jan Van Duppen: ‘Links probeert al decennialang mensen zo afhankelijk mogelijk te maken’

Het voorbije jaar was er een om te vergeten. Of net niet? De coronacrisis domineerde uiteraard het hele jaar lang het nieuws, van Wuhan tot vaccin. Maatschappelijke en politieke breuklijnen kwamen bloot te liggen of werden scherpgesteld. We werden geregeerd met volmachten, en dan door Vivaldi. De economie en het onderwijs kregen een klap. De volksgezondheid nog meer. Gloort er licht aan het einde van de tunnel? Wordt 2020 een jaar voor de geschiedenisboeken? Doorbraak blikt terug met bevoorrechte getuigen.

J’accuse

2020 was het het jaar waarin arts en gewezen sp.a-volksvertegenwoordiger Jan Van Duppen afscheid moest nemen van zijn broer Dirk, levenslang overtuigd militant voor de PVDA én boegbeeld van Geneeskunde voor het Volk. Het was ook het jaar waarin het onwaarschijnlijk boeiende leven van Jan Van Duppen zelf te boek werd gesteld. De dokter is uw kameraad niet leest als een tijdskroniek van de voorbije 50 jaar, maar ook als een onvervalst j’accuse aan het adres van ons westers pamperbeleid naar allerlei minderheidsgroepen toe.

Lees verder »

Dr. Jason Fung, De diabetes-code – Hoe je diabetes type 2 kunt voorkomen en omkeren met dieet en leefstijl.

29 december 2020

Dr. Jason Fung, De diabetes-code – Hoe je diabetes type 2 kunt voorkomen en omkeren met dieet en leefstijl.

Uitgeverij Nieuwezijds 2020

 

Met de ‘Diabetes-Code’ van Dr. Jason Fung is er een nieuw, bevattelijk en zelfs enthoesiasmerende analyse te lezen over de pandemie van overgewicht en suikerziekte die de wereld rondraast en decennialang blijft toenemen – dit in tegenstelling tot andere ‘virale’ pandemies. En mét adviezen en verwijzingen om zelf uit te proberen lchf-dieet (low carbohydrate, healthy/high fat) met intermittent vasten. 

Ik heb begin 2008 – naar aanleiding van het boek van Malcolm Kendrick ‘De cholesterolhype. Cholesterol en de strategie van de angst’ - voor Knack al eens een oplijsting gemaakt van wat er allemaal misliep in de behandeling van onze overgewicht, cholesterol- en medicatie-verslaving. 

Met als gevolg op 27 maart 2008 een vlammend recht op antwoord in Knack en pagina grote advertenties in alle kranten van de Belgische Cardiologische Liga tot zelfs neurologen die het gebruik van statines aanprezen en het gebruik van dierlijke veten bezworen. 

Het begon mij toen reeds te dagen dat er een ander mechanisme zou kunnen spelen in de obesitas pandemie die vanuit de USA ook Europa leek te bereiken… Het toenemende gebruik van geraffineerde koolhydraten in onze voeding. 

Ik schreef daarover ondermeer :  Wat doen we met vetzucht?  en Weg met de zoethouders.

In 2008 had ik ook reeds Michael Pollan, ‘Een pleidooi voor echt eten. Manifest van een eter’ ontdekt 

En dan is er nu een boek dat je toch wel behoorlijk bij de strot grijpt,

ook als gepensioneerd huisarts met Diabetes en overgewicht die het van zijn internist zelf aanbevolen kreeg. 

Over Malcolm Kendrick, De cholesterolhype. Cholesterol en de strategie van de angst schreef ik in 2007-2008:

‘Als je te veel voedingsmiddelen met cholesterol en/of verzadigd vet eet, zal het cholesterolgehalte in je bloed stijgen. Het teveel aan cholesterol slaat neer in de vaatwanden, waardoor de slagaderen dikker en nauwer worden. Op termijn blokkeert dit de bloedvoorziening van het hart (of van andere organen), met als resultaat een hartinfarct of beroerte. Levenslang cholesterolverlagende pillen( statines) kunnen je hiervoor behoeden ,’aldus de gangbare cholesterolhypothese die door de Britse huisarts en onderzoeker Malcolm Kendrick in ‘De Cholesterolhype’ met humor en gezond verstand vakkundig onderuit gehaald wordt.

Verplichte lectuur voor alle artsen en hun patiënten, voor epidemiologen en gezondheidswetenschappers.

Lezen van Malcolm Kendrick lacht jezelf en de ziekteverzekering gezond.

België telde in 2006 928.000 statinegebruikers die met 200 miljoen euro 8% van het geneesmiddelenbudget wegkapen. Een kleine helft hiervan zou wegens eerdere hart- en vaatziekten baat kunnen hebben bij deze medicijnen. Voor de overigen – vrouwen en mannen ouder dan 70 jaar – werd tot op heden geen enkel gunstig levensverlengend effect aangetoond.

Mijn argwaan in de jaren ‘90 van de vorige eeuw tegen de onstuitbare cholesterolhype werd nieuw leven ingeblazen met Walter Van den Broeck die in zijn ‘Verdwaalde post’ (1998) een randbemerking plaatste over reclame voor plantaardige vetten. ( p. 293 e.v.)

Ik was na 20 jaar in de medische sector als student en huisarts al enige tijd klaar met de verhaaltjes over diëten en preventie door dure medicijnen voor ziektebeelden die vooral lang dienden uit te blijven. Een half leven diende gedrild en geofferd om het verre doel van langer leven mogelijkerwijs ooit te kunnen bereiken.

De strategie van de angst als essentieel kenmerk van de farmaceutisch ondersteunde geneeskunst was me stilaan helder na diverse hypes van medicijnen die nadien van de markt verdwenen wegens ernstige nevenwerkingen.

Vaak vraagt het jaren ervaring en voldoende afstand om die strategie van de angst te durven erkennen. Zeker op het domein van ziekte en gezondheid is een kritische houding tegenover de paradigmata van de medisch-farmaceutische sector wezenlijk.

Het eist een grondige bezinning over Jules Romains’ toneelstuk uit 1923: ‘Knock ou le triomphe de la médecine’, waarin de jonge energieke en hoogopgeleide Dr. Knock een hele dorpsgemeenschap preventief ziek maakt aan de angsten die hen tot dan bespaard waren gebleven door de oude huisarts die de zieken behandelde en de gezonden met rust liet.

Walter Van den Broeck had tijdens onderzoek voor zijn roman ‘Verdwaalde Post’ een boeiende breuk ontdekt in de reclame voor plantaardige vetten in de naoorlogse vrouwenbladen. Na een tijd van gedwongen soberheid werden deze aangeprezen als vernieuwend, proper, efficiënt en vooral goedkoop. Nauwelijks iemand wou nog weten van die ersatz troep. Hoe krijg je dan zo’n enorme ongewenste olie-overschotten ( bio-energetische calorieën ) gesleten? Plantages produceren immers jarenlang hun plantaardige vetten.

En ziet, plots veranderde het verkoopsargument begin jaren ‘60 van ‘proper’ naar ‘gezond’ voor het hart, de bloedvaten en de lever, de botten, de huid en de haren.

En het grote publiek mocht de ‘Lever’- plantageproductie nuttigen in de jacht op een lang en gezond leven. Vandaag hengelen zelfs ziekenfondsen naar nieuwe leden door plantaardige vetten te vergoeden omdat ze de bloedcholesterolspiegel gunstig zouden beïnvloeden.


Dr. Jason Fung – zelf nefroloog & diabetoloog – heeft met ‘De diabetescode’ een  begrijpelijk boek geschreven over de misverstanden en de foute benadering van de diabetes-type 2 pandemie. Hier en daar swingt zijn verhaal wat enthoesiast de pan uit – wellicht gestimuleerd door de uitgever – maar er staan heel boeiende analyses duidelijk uitgelegd. Ook voor de patiënten zelf. 
‘Duidelijk en overtuigend. Dit boek verdient het om op grote schaal gelezen te worden.’ – Dr. Michael Mosley

Veel professionals beschouwen diabetes type 2 als een chronische en progressieve ziekte. Maar in werkelijkheid is deze vorm van suikerziekte omkeerbaar, zoals dr. Jason Fung uitlegt in dit revolutionaire boek.

Diabetes type 2 is momenteel de belangrijkste oorzaak van blindheid, nierfalen, amputaties, hartaanvallen, beroertes en kanker. Jason Fung legt uit waarom conventionele behandelingen ervan – op basis van insuline of andere bloedsuikerverlagende medicijnen – de diabetes-problemen niet blijvend oplossen en kunnen leiden tot significante gewichtstoename en zelfs hartaandoeningen. Een koolhydraatarm dieet met gezonde vetten in combinatie met periodiek vasten is de enige manier om diabetes type 2 effectief te behandelen, aldus Fung.


7. ‘Het tragische is dat diabetesinstanties wereldwijd samen hebben besloten dat de beste hoop voor patiënten erin bestaat de ziekte onder controle te houden of te vertragen, door middel van een levenslange afhankelijkheid van geneesmiddelen in combinatie met medische apparaten en operaties. Een beter voedingspatroon krijgt geen prioriteit. In plaats daarvan hebben zo’n 45 internationale medische en wetenschappelijke genootschappen en verenigingen over de hele wereld in 2016 verklaard dat een maagverkleining, een dure en riskante ingreep, de eerste optie moet zijn bij de behandeling van diabetes. Een ander onlangs goedgekeurd idee is een nieuwe maagingreep waarbij een dunne buis in de maag wordt geïmplanteerd, waarmee voedsel uit het lichaam wordt afgescheiden voordat alle calorieën kunnen worden geabsorbeerd. Door sommige mensen wordt dit ‘medisch goedgekeurde boulimie’ genoemd. En dat alles naast het basisprotocol voor diabetici: meerdere medicijnen, die honderden dollars per maand kosten. Een van die medicijnen is insuline, een geneesmiddel waar je paradoxaal genoeg vaak juist van aankomt.

Deze technieken voor het onder controle houden van diabetes zijn duur en invasief, en dragen niet bij aan het omkeren van diabetes – want, zoals dr. Jason Fung in De diabetes-code uitlegt: ‘Je kunt een ziekte die met het eetpatroon te maken heeft niet genezen met behulp van geneesmiddelen [of apparaten].’ Nina Teicholz, auteur van de internationale bestseller The Big Fat Surprise.

12. ‘Dit is namelijk de onverbloemde waarheid: het succes van koolhydraatbeperking maakt duidelijk dat het vetarme, koolhydraatrijke voedingsadvies van de afgelopen decennia vrijwel zeker verantwoordelijk is geweest voor de epidemie van obesitas en diabetes die het had moeten voorkomen. Dat is een vernietigende conclusie na een halve eeuw gezondheidsvoorlichting, maar om deze epidemieën te kunnen omkeren, moeten we deze mogelijkheid accepteren, de alternatieve wetenschap in dit boek gaan verkennen en een nieuwe weg inslaan – omwille van de waarheid, wetenschap en betere gezondheid.’

31. ‘Vasten lijkt misschien vrij heftig, maar het is letterlijk de oudste dieettherapie die we kennen en wordt al sinds mensheugenis probleemloos in de praktijk gebracht. Als je voorgeschreven medicijnen gebruikt, vraag dan eerst een arts om advies, maar het komt hier op neer:

Daalt je bloedglucose als je niet eet? Natuurlijk.

Val je af als je niet eet? Natuurlijk.

Wat is dan het probleem? Ik zie geen enkel probleem.’

‘Een veelgebruikte manier om suiker te verbranden is om twee tot drie keer per week 24 uur te vasten. Een andere veelgebruikte manier is om vijf tot zes keer per week 16 uur te vasten.

Het geheim voor het omkeren van diabetes type 2 ligt binnen handbereik. Het enige wat ervoor nodig is, is dat je openstaat voor een nieuw paradigma en de moed hebt om tegen de conventionele wijsheid in te gaan.’

Lees verder »

voor 2021

29 december 2020

Yuko Tsushima, Domein van licht

20 december 2020

Yuko Tsushima, Domein van licht

1979 – uitg. De Bezige Bij 2020 

Schitteren doet Tsushima in Domein van licht, maar het is niet de schittering van de klassieke kersenbloesem en poëtisch verzuchtingen – je moet de schoonheid zoeken tussen de zinnen, in het onbestendige en meedogenloze grootstadsleven. En schitterend is de eerlijkheid waarmee Tsushima de werkelijkheid in de ogen staart. Alsof er geen filter zit tussen de ervaring van de moeder en de beleving van de lezer: alles komt klaar en duidelijk binnen, zonder vervorming, Wie zo kristalhelder kan schrijven heeft geen agenda of boodschap nodig. Dat het lot van een vrouw alleen nog altijd het onzekerst van al is, we weten het. Maar ­Tsushima laat je dat niet lezen, ze laat het je leven. 

Alexandra De Vos in  De Standaard der Letteren van 19122020


‘Domein van licht’ is een boek dat je als lezer niet licht vergeten zal, zeker wanneer je al een beetje ervaring hebt met Japanse literatuur of met de Japanse cultuur, de manier waarop mensen er met elkaar omgaan in de anonimiteit van de grootsteden. De treurnis is er in de voorbije 40 jaar niet echt op gebeterd. En dat belooft voor de toekomst, ook in Westeuropese grootsteden. 

53. In werkelijkheid moet hij zich verschrikkelijk eenzaam hebben gevoeld. Een eenzaamheid waarin hij ongetwijfeld zo bang was dat hij niet eens om hulp kon roepen. Een eenzaamheid waarin hij zich toch nog achter het rode gordijn moest verbergen, ondanks het feit dat er niemand in de buurt was. 

172. Ik realiseerde me dat het laatste beeld van de dood, die steeds maar weer opdook in mijn omgeving, het geschitter aan de hemel van de vorige nacht was. Dat was het. Ik dacht dat ik eindelijk begreep wat de elkaar opvolgende sterfgevallen me wilden vertellen. Licht zat vol energie en kracht. Mijn lichaam zat ook vol energie en kracht. Ik dacht aan hoe ik me de vorige nacht voelde toen ik naar de roodgloeiende hemel keek en geen moment de dood verwachtte.

182. Elkaars lichaam voelen is het enige wat we kunnen delen, dacht ik bij mezelf. Wat wilden we nog meer, we waren toch maar doodgewone menselijke wezens?

188. ‘Mijn broer kon niet goed lopen, niet goed praten, niet rekenen, maar als mens was hij tevreden. Hij hield van mensen, kende geen haat, noch wrok.’

Van haar zwakzinnige broer leerde ze dat het de moeite waard was in deze wereld te leven, hij vormde voor haar in haar kinderjaren een voortdurende bron van vreugde. (...) 

Een van de belangrijkste thema’s is het ‘in de steek gelaten worden’, met als ultieme vorm de dood. ‘Ik was een kind dat toen het op deze wereld kwam zo ongeveer van plaats verwisselde met de vader,’ aldus de ik-figuur in Domein van licht (blz. 147). Water, vooral stromend water, speelt in haar werk daarom een belangrijke rol als element van dreiging; tegelijk echter geeft het haar rust, het is het medium waardoor ze met haar vader kan communiceren. ‘Je bent vreselijk bang voor water, maar je kunt aan hetzelfde water je grootste verlangen meegeven,’ krijgt de hoofdpersoon in de roman Waterstad (1981) te horen. De verdrinkingsdood van haar vader hulde Tsushima’s leven in duisternis, een duisternis die slechts door licht verdreven kan worden. ‘Licht zat vol energie en kracht,’ beseft de ik-figuur in Domein van licht (blz. 172)

Nawoord der vertalers Noriko de Vroomen-Kondo en Han Timmer

David Van Reybrouck, Revolusi 

17 december 2020

David Van Reybrouck, Revolusi 

De Bezige Bij 2020

Een boeiend en uitgebreid geschiedenisverhaal over de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië, fascinerend door vele details van mensen die – als laatste getuigen – intussen overleden het allemaal nog aan de lijve ondervonden hadden of er direct bij betrokken waren. Bijzonder is ook de analyse van de machtsverhoudingen in de aanloop naar de Japanse bezetting en de ontwikkelingen tijdens de tweede wereldoorlog en erna. Ik mis evenwel de ontwikkelende krachtsverhoudingen tussen de islamitische bewegingen, de Communistische Partij van Indonesië en de nationalisten, want die verschuivingen bepalen nadien de machtswissel, de slachting van de Chinese inwoners en de PKI leden en (vermoede) sympatisanten met de sterke islamitische expansie tot zelfs het islamistisch fundamentalisme waar Indonesië nu mee kampt.   

Moll over Revolusi: “Wat staat er niet”

In ‘De tolk van Java’ van Alfred Birney  wordt de rol van de islamitische fundamentalisten in de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië wel tussen de regels getekend. Ze zouden vijftien later nog grootse daden verrichten bij het uitroeien van de PKI en de Chinese bevolkingsgroepen.: The Act of Killing’ -http://filmkrant.nl/recensies/the-act-of-killing/- en The Look of Silence – http://www.janvanduppen.be/?p=3671

Ik kan me ook aansluiten bij de benadering van Walter Pauli in Knack van 2 december 2020: 

Van Reybrouck houdt het Nederlandse publiek met Revolusi een spiegel voor waarin het niet altijd aangenaam kijken zal zijn. Af en toe overdrijft hij in zijn sympathie voor het nieuwe Indonesië. De Bandungconferentie van 1955 – het begin van de latere beweging van ongebonden landen – wordt neergezet als een providentiële gebeurtenis die zowat de as van de aarde deed verschuiven. Dat is te veel eer voor een samenkomst die weliswaar een aantal historische leiders samenbracht – Gamal Abdel Nasser (Egypte) was er, Zhou Enlai (China), Jawaharlal Nehru (India), en natuurlijk de Indonesische gastheer Sukarno zelf. Maar op de grote mondiale ontwikkelingen was de langetermijninvloed van Bandung hoogst beperkt, op z’n best. Van Reybrouck ziet dat anders. Toen Sukarno in 1965 door generaal Suharto in eigen land aan de kant werd geschoven, was dat volgens hem ‘de eerste grote, door Amerika gesteunde regimewissel van de Koude Oorlog’. Nochtans waren de Amerikanen in Indonesië niet aan hun proefstuk toe. Al in 1953-1954 had president Dwight Eisenhower in Guatemala de linkse president Jacobo Arbenz Guzman laten afzetten door een militaire junta. Dat scenario herhaalde zich in 1964 in Brazilië, toen de VS een militaire coup steunde tegen president João Goulart, meteen het laatste progressieve staatshoofd in dat land tot de aantreding van Luiz Lula da Silva in 2003.

Een auteur van het kaliber van Van Reybrouck zou zich door zijn enthousiasme niet moeten laten verblinden tot het punt dat hij feitelijke fouten begint te maken. Hij heeft geen overdrijvingen nodig in dit ijzersterke en bij vlagen weergaloze betoog. Maar misschien is het eigen aan een boek dat geschreven is in tijden van wokeness: dat de nuchtere geschiedschrijving af en toe verlaten wordt voor enig gedweep en dramatisering.


https://opiniez.com/2021/01/24/david-van-reybrouck-verheerlijkt-de-revolusi/baukegeersing/?

102. De volkse aanhang van Tjokroaminoto aanbad hem als een mythische verlosser. Dat had hij te danken aan zijn retorische talent, geen onbelangrijke gave in een land met een rijke orale traditie. Zijn sonore bariton droeg ver, zijn zinnen waren helder. Het volk luisterde met open mond. Dit was beter dan wajangtheater. De mensen zagen in hem de Ratu adil, de rechtvaardige koning op wie al eeuwen werd gewacht. Velen geloofden dat hij geboren was op de dag dat de Krakatau ontplofte – in werkelijkheid was hij een jaar ouder. Op sommige openluchtbijeenkomsten waren er wel twintigduizend aanwezigen ‘Om ons heen ontstond gedrang,’ noteerde een van zijn medestanders na afloop van een rede. ‘Van alle kanten werd Tjokro aangegrepen en men kuste zijn handen, zijn schouders, den rand van zijn jas. Hij kreeg het benauwd en sprong op een stoel maar nu omvatten de lieden zijn beenen en kusten zijn voeten. (...) Het is zwaar, zei hij, de leider te zijn van zoo’n fanatiek volk. Zij vereeren mij en zij zullen alles doen, wat ik hun vraag. En dat geeft mij zoo’n zware verantwoordelijkheid. Vaak denk ik erover me terug te trekken, maar ik durf niet, omdat ik niet weet wat het volk dan doen zal.’

128. Noch de politieke islam, noch het communisme, noch het nationalisme had de koloniale verhoudingen kunnen doen kantelen. De Sarekat Islam had de massa, maar nog geen duidelijk plan. De pki had een duidelijk plan, maar nog niet genoeg massa. De nationalisten hadden beide kunnen hebben, maar kregen daartoe niet de kans.

Lees verder »

De paradigmashift door COVID-19

14 december 2020

De paradigmashift door COVID-19

19102020

Ruim honderd jaar blijkt dat wat ons niet kapot krijgt, ons alleen maar sterker maakt. Ook in de gezondheidszorg omdat ons immuunsysteem zich moduleert naar de antigenen waarmee we in contact komen. Reëel en als vaccin.  

Individueel en als groep. 

Sinds de laattijdige en foute reactie van de Chinese CP- en regeringsleiders op de COVID-19 uitbraak in Wuhan – ruim een jaar geleden – is het afweerparadigma in de gezondheidszorg aan het keren. 

In hún wereldbeeld vol smetvrees kan alleen de partij en de door haar aangestuurde overheid adequaat zorg dragen voor de hun gehoorzame onderdanen, die viraal besmet uit de samenleving geïsoleerd worden.

Die smetvrees wordt nu ook in het westen belangrijker dan groepsimmuniteit  opbouwen door onderlinge contacten en relaties.

Wie echter teveel afgeschermd wordt, neigt naar overreactie en een gebrek aan afweer. Zo verliezen mensen weerstand, als persoon en gemeenschap. 

Wat dan weer vele kansen biedt aan preventieve en therapeutische heilbrengers van diverse obediënties, ideologisch en commercieel. 

De ondergang van het totalitaire denken en zijn rood-groen-blauw-oranje-bruine gardisten is ingezet wanneer de onderdanen lachen om de keizers zonder kleren, de naakte expertologen, de ontblote ministers en ‘de Führer tegemoet werkende’ journalisten .

Tinneke Beeckman, Machiavelli’s lef

30 november 2020


Tinneke Beeckman, Machiavelli’s lef


Uitg. Boom Filosofie 2020


https://tinnekebeeckman.com/2020/11/17/stop-met-zeuren-en-omarm-je-tegenslag-interview-de-standaard-14-nov-2020/

Met Machiavelli’s Lef schreef Tinneke Beeckman alweer een handig handboek voor politici (al dan niet in spe), experten en expertologen, geïnteresseerde burgers en iedereen die zich ernstig bevraagt over de overheidsmaatregelen in tijden van Corona.

Een aanrader in moeilijke en onzekere maanden en jaren die we nog het hoofd moeten bieden om overzicht te houden boven de waanzin van waarheid, veinzen en leugens – al dan niet om bestwil.

74. ‘Mensen doen nooit het goede tenzij noodzaak hen ertoe dwingt’ (D, I, 3, 5).’

95. ‘Iemand die zich in elk opzicht goed wil betonen, gaat onvermijdelijk te gronde te midden van de velen die niet goed zijn. - Machiavelli, Il Principe, XV, 5.

Volgens mij is dit de enige manier om naar de hemel te gaan: zich de weg naar de hel te laten wijzen om hem links te laten liggen. - Machiavelli in een brief aan Francesco Guicciardini, op 17 mei 1521.

Lees verder »

Jeroen Olyslaegers, Wildevrouw

30 november 2020

Jeroen Olyslaegers, Wildevrouw




uitg. De Bezige Bij 2020


Beer verloor drie vrouwen in het kraambed. Zijn derde echtgenote baarde een kind alvorens te sterven, de andere twee stierven met een kind in hun buik. Na al dat verlies acht hij zichzelf vervloekt. Vanuit Amsterdam blikt Beer terug op zijn laatste jaren in het zestiende-eeuwse Antwerpen, de stad die hij ontvluchtte. Antwerpen floreert in handel en geld, maar er heerst tegelijk een grote onrust. Beer maakt deze oplopende spanningen van dichtbij mee in zijn herberg waar vrije gedachten en zoete wijn vloeien, en waar plannen worden gesmeed door een geheim genootschap. Alles wordt op scherp gesteld wanneer als gevolg van overmoedige wereldveroveraars een wildevrouw in zijn herberg terechtkomt.  Wildevrouw is een wervelende, monumentale roman over het verlangen naar eenheid en het veroveren van een innerlijke waarheid, vol vlees en geuren, vol narren en blinden, vol handelaars en woekeraars, profiteurs en bedriegers, vroedvrouwen, cartografen, schilders, drukkers en astrologen, waarbij verlangen en zelfbedrog dansen door de straten van een gedoemde stad.




 

Wildevrouw is een knap geconstrueerde roman over het Antwerpen in de zestiende eeuw, vóór de val in 1585. Het verhaal is meeslepend, realistisch en pijnlijk maar je kan als lezer ook afstand houden en de veronderstellingen en gevolgen van het verhaal wegen en proeven én je kan je daarvoor verliezen in de schitterende website 

Jeroen Olyslaegers weet op een vakkundige manier vele plausibele verbanden te leggen en zoals steeds is ‘niets wat het lijkt’.  Laat staan wat de officiële geschiedschrijving graag wil overleveren. In het zuiden én het noorden der Nederlanden.

Het boek eindigt met een dwingende cliffhanger: hoe gaat het nu verder in de 17 de eeuw met diezelfde stad aan de Schelde. Na een onvoorstelbare aderlating aan mensen, kennis, netwerken en geld die in het Noorden aan de basis zullen liggen van de V.O.C. waarmee Neerlands Gouden Eeuw de wereld rond handelt, blijkt die armlastige stad er toch binnen enkele decennia weer bovenop te zijn op het vlak van handel, rijkdom, stadspaleizen en vele dure kunsten, niet in het minst de schilderkunst met Rubens, Snijders,Van Dyck, Jordaens … Bleven er dan na 1585 toch voldoende ondergrondse filières van kapitaal, kennis en netwerken bestaan die buiten de bestaande overheidscontrole een eigen economie konden uitbouwen als de basis voor de contrareformatorische bloei in de 17 en 18 de eeuw?  Wie anders dan Jeroen Olyslaegers kan dit op een boeiende manier onderzoeken en literair onthullen.

 

33. Deze vorst met schulden vermocht in feite weinig tegen de ketterse gedachten van de mensen waarbij hij schulden had, zeker niet wanneer die zogenaam­de ketterij zo wijdverbreid was dat de papen eerder de ketters leken. Wie dat met galg en brandstapel wilde bekampen, zou met minder dan de helft van het volk overblijven. Dat was iets wat die Margaretha in Brussel wist en waar ze naar handelde. Wat mijn vader vooral begreep was dit: onder alles heerst de markt. Wanneer men zich niet meer wil herinneren door welke grillige genade de beurzen gevuld blijven ont­ staat er gevaar. Want zelfs bij hen die hun eigen spel perfect beheersen, treft men niet noodzakelijk inzicht aan in het groter spel waarin wij allen personages zijn. In Antwerpen sprongen ook gezegende mensen achteloos om met alle fortuinen die de stroom hun had opgeleverd en vergaten daarbij hoe snel alles leeggezogen kon geraken in geulen en scharen.

Wie onder geschenken wordt bedolven, verleert de kunst van de dank­baarheid.

Een markt heerst immer zonder geheugen.

Handelaars vieren zichzelf het liefst zonder om te kijken.

 

Lees verder »

Joseph Roth, In het land van de eeuwige zomer 

30 november 2020

Joseph Roth, In het land van de eeuwige zomer

UitgeverBas Lubberhuizen 2017

 

 

In het land van de eeuwige zomer

 

Voor de liefhebbers en de kenners van Joseph Roth…

Soms lichtvoetig, soms zwaar op hand met herhalingen van vroegere reportages. 

33. ‘Toen de goddelijke Augustus de tempel verliet, sloot hij hem af en nam hij de sleutel mee. In andere steden zouden de mensen deuren openbreken. In Vienne doet men zoiets niet.

Ik zal de tempel nooit van binnen zien. Ik zou er alleen kunnen vaststellen dat hij leeg is en dat de gesloten deur niets verborgen heeft, geen beeld, geen godheid, geen priester. De deur verborg de leegte, het verleden. De tempel bevat datgene wat ik buiten kan voelen en binnen toch niet zou zien. Hij bevat het wachten. Ik voel het wachten achter de gesloten deur. Alleen hier wacht nog iets.

De tempel is het enige Romeinse bouwwerk in Vienne dat volledig bewaard is gebleven.’

43. ‘Avignon zou echter nooit tussen bossen kunnen liggen. Avignon heeft licht nodig.

Lees verder »

Georges SIMENON, Het gebeier van Bicêtre.

26 oktober 2020

Georges SIMENON, Het gebeier van Bicêtre.

1962 -  De Bezige Bij 2020 

Voor alle professoren, artsen, verpleegsters en verplegers die in ziekenhuizen en elders hun best doen het meest verwarrende wezen dat bestaat begrip te tonen en hulp te bieden: de zieke mens.

G.S.


131. Je kunt ziek zijn zonder het te weten, jarenlang een ernstige aandoening onder de leden hebben, maar toch een mens blijven als een ander. Dan ga je naar een dokter, voor een kleinigheid, een ongemak, een puistje, een zere keel of een beklemming op de borst. Je gaat bij hem naar binnen als een normaal mens. Terwijl hij aan je borst luistert hou je zijn reacties in de gaten. En als dan met bedeesde stem het vonnis is uitgesproken, ben je een zieke geworden, die het leven nooit meer in hetzelfde licht zal zien.

169. Het moeilijkste zijn de zieken die niet geloven wat ze wordt verteld. Je kan ze nog zoveel uitleggen, ze blijven koppig als muilezels en vreten zich op vanwege alle ideeën die ze zich in hun hoofd halen. En dan de vrouwen! Ik sta op een vrouwenzaal, aan de andere kant van de grote trap. Vlak bij de gestoorden. Vroeger werden er geen vrouwen opgenomen in Bicêtre. Die gingen allemaal naar het Salpêtrière en toen waren hier alleen mannen. Nu verandert alles, alles is gemengd en je kunt er niet meer uit wijs: terminale patiënten, gekken, gewone zieken, vrouwen, je vindt in de gebouwen van alles.’

245. Hij houdt niet van zendelingen, van dames die zich inzetten voor goede doelen, al die mensen die zich bewegen rond liefdadigheidsinstellingen. Hij verdenkt hen ervan zichzelf te bewonderen en te geloven dat ze beter zijn dan anderen.

261. Typisch Lina. Nooit geïnteresseerd in iets buiten zichzelf. Ze heeft iemand nodig die zich met haar bezighoudt zoals ze zich daar zelf de godganse dag mee bezighoudt, want problemen heeft ze te over en anders zuigt ze die wel uit haar duim. Ze is bang voor het leven. Bang voor de eenzaamheid. Ook bang voor mensenmassa’s, voor mensen die ze niet kent, voor degenen die ze te goed kent. En omdat die haar bang maken, zelfs iemand als Marie-Anne, drinkt ze en praat ze, en probeert zichzelf ervan te overtuigen dat ze bestaat en dat ze ondanks alles wel een beetje belangrijk is.

281.Of anders is hij alleen sterk in vergelijking met zwakke mensen. En zwakke mensen zou je moeten benijden, want ze steunen op sterke mensen. Sterke mensen worden door niemand geholpen, door niemand aangemoedigd, door niemand beklaagd. Als ze struikelen, is de omgeving eerder meedogenloos en blij over wat wordt gezien als boontje komt om zijn loontje.

« Vorige berichten