Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Trudy Dehue, De depressie-epidemie. Over de plicht het lot in eigen hand te nemen . Uitg. Augustus. 2008

20 juli 2008

Trudy Dehue, De depressie-epidemie. Over de plicht het lot in eigen hand te nemen . Uitg. Augustus. 2008

Het worden barre tijden voor de farmaceutische industrie. Nog net niet zo erg als voor de banken en hypotheekfirma's in de VS, maar met een paar jaar vertraging gaan ze dezelfde heilloze en perfide ondergang tegemoet.
Al jaren zit er nauwelijks wat veelbelovends in de 'pijplijn'. De praatjes van de pillensector klinken door hun hoog mantra-gehalte eerder hilarisch dan bezwerend. Het heeft wat van de sjamaan of de keizer die geen kleren aanheeft.
Jarenlang hebben ze zich overmatig gelaafd aan de bronnen van fortuinen die collectief in de gezondheidszorg dienden gepompt wegens alle mensen toch maar mooi gelijke rechten en dito kansen en dies meer.
Nu het cholesterolverhaal als laatste grote angstbron voor forse winsten gestaag in het wetenschappelijke leutermoeras verdwijnt, stevent ook het gezwijmel over genetische designdrugs voor specifieke ziektes en vermeende problemen resoluut naar een fiasco, net zoals de wijdverbreide begoochelingen over preventie en behandeling van dementie met dure pillen.
Van een exclusieve branche met het aura van hoogwetenschappelijke geneeskunst zette de farmaceutische sector vlot en vaardig de stap naar het heil voor allen, ook voor wie alsnog geen klachten meende te hebben.
Meten is weten en voorkomen is beter dan genezen, deed en doet de burger in angsten verder leven. En daar is dus nog wel een en ander uit te puren. Tot voor kort kon dit alleen via voorschriften van deskundigen uit de medische sector, maar daar is het uit met de makkelijke winsten wegens sterk commercieel opbod tussen de verschillende zorgverzekeraars in Nederland die erg lage prijzen bedingen bij elkaar wegconcurrerende generieken.
Rest hen bij een kwakkelend verhaal van nieuw en beter enkel nog de ultieme sprong voorwaarts: een pil voor iedere dag biedt geluk en gezondheid voor iedereen. In tegenstelling tot het Europese verbod op geneesmiddelenreclame streeft de farmaceutische sector nu naar een Amerikaanse vrije-markt-beleving waar de pillenboer rechtstreeks het koopvee kan en mag bewerken.
Bureaucratische eisen van strikt meetbare behandelschema’s slaan nu ook toe in de Nederlandse psychiatrische en psychotherapeutische sectoren. De ‘ biologische’ stroming vaart er wel bij wegens een of meer pillen voor iedere kwaal, eerder dan een vertrouwensrelatie op te bouwen.
Moet kunnen, niks mis mee en vooral heil voor de farmaceutische benadering van de menselijke geest en gedragingen.

Trudy Dehue is hoogleraar psychologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen en heeft een moedig afgewogen, behoedzaam en boeiend werk geschreven met ' De depressie-epidemie'.
Het boek is van een goed begrijpelijk en degelijk wetenschappelijk niveau waarbij geen heikel thema uit de weg wordt gegaan. Man en paard worden genoemd.
Dit is een handboek voor alle studenten medische en paramedische wetenschappen, voor alle artsen en dokters, voor psychologen en psychiaters, voor sociologen, pedagogen, maatschappelijk werkers én vooral voor journalisten, die zich al te licht en onwetend voor het ‘ wetenschappelijke’ karretje van de geraffineerde commercie in welzijn en geluk laten spannen.
Professor Dehue maakt met een historische analyse brandhout van de pseudowetenschappelijke statistische terreur in de psychomedische sector en bevrijdt de lezer van de dwang van EBM, RCT's, DSM IV en DBC's die allen steunen op de meetbaarheideisen van de verzekeringsmaatschappijen en niets van doen hebben met het heil van de patiënt.
Ze ziet een constructief perspectief in een maatschappijbeeld dat in tegenstelling tot de liberale competitie en een illusoire meritocratie aandacht, respect en waardering biedt in een ‘aidocratie’ die niet winstbelustheid maar toegewijdheid belangrijk acht.
' Anders dan in de meritocratie krijgen in zo'n samenleving ook mensen status die het maatschappelijk belangrijke werk doen van het dagelijkse onderhouden, van het ' zorgen', in allerlei beroepen en rangen. In zo'n maatschappij krijgen psychotherapeuten weer de kans om hun professionaliteit in te zetten in plaats van productie te moeten draaien en dat geldt ook voor universitaire docenten, leraren, verpleegkundigen of politieagenten. De aidocratie acht dergelijke professies niet lager dan het werk van de directies van grote bedrijven en stelt grenzen aan hetgeen de winnaars in competitieve beroepen voor zichzelf kunnen binnenhalen. Ze legt ook lang niet zoveel nadruk op het labelen van mensen en het voortdurend meten van prestaties, maar is meer gebaseerd op inzicht dat het lot niet altijd aan te sturen valt.'
Een volgend boek '“ maar dat wordt een politiek verhaal – zal de strategische lijn in de strijd om de macht moeten behandelen, want met een goede analyse van de bestaande en komende ellende is nog maar een eerste stap gezet in het keren van de competitieve eenzaamheid met een sausje van meritocratie als eigen schuld dikke bult.
En dat is een kwestie van bedrevenheid in het schaakspel van de macht eerder dan goed gedocumenteerde wensdromen over respect en toewijding.

29. Wetenschapsbeoefenaren schrijven dikwijls historische inleidingen op hun vak. Ze vertellen dan doorgaans over de pioniers die met hun ontdekkingen op het spoor kwamen van tegenwoordige overtuigingen. Dergelijke verhalen hebben de logica van een spannende zoektocht naar de heilige graal, mar aan de normen van professionele geschiedschrijving voldoen ze niet. Dat komt door hun finalistische structuur.
Vakhistorici gebruiken negatieve termen zoals ' finalisme' of ' presentisme' en ' voorwoordgeschiedenis' als iemand het heden als standaard gebruikt om te bepalen welke gebeurtenissen of auteurs uit het verleden in het verhaal mogen figureren. Tegenwoordige inzichten lagen in dergelijke geschiedenissen als het ware altijd al klaar om door de juiste mensen stapsgewijs te worden ontdekt. Het heden brengt ook samenhang aan in het verhaal. ('¦) Het verleden beweegt zich in deze geschiedenissen naar het heden ' als ijzervijlsel naar een magneet' .
31. Finalistische geschiedenissen onderstrepen het gelijk van het heden met historisch wortels die ze daar zelf aan hebben vastgeknoopt.
46. Van ziektenaam naar ziekteoorzaak.
Ook de huidige vierde versie van de DSM doet geen uitspraken over de eventuele oorzaken van de beschreven problematiek en presenteert haar labels slechts als samenvattingen van een reeks bij elkaar gegroepeerde symptomen. In de praktijk pakt dat echter vaak anders it. ~De zieken van DSM kregen al gauw de status van oorzakelijke entiteiten, zoals sommige leden van de taakgroep in de jaren zeventig vreesden. Terwijl bijvoorbeeld de term ADHD niet méér pretendeert te zijn dan een samenvattende beschrijving van een aantal gedragskenmerken, zijn kinderen en volwassenen nu toch druk en ongeconcentreerd omdat ze ADHD ' hebben' ( en steeg de wereldwijde verkoop van medicatie ertegen tussen 1993 en 2003 met 274%, waarbij Nederland niet achterbleef).
50. Wetenschapsbeoefenaren geven de verschijnselen vorm vanuit het perspectief waarmee ze werken. Voor zover bekend was de Poolse bioloog Ludwik Fleck de eerste die dit proces uitvoerig beschreef. Fleck publiceerde in 1935 een Duitstalig boek waarvan de titel in vertaling luidt: ' Het ontstaan en de ontwikkeling van een wetenschappelijk feit. Inleiding in de leer van de denkstijl en het denkcollectief.' Flecks term ' denkstijl' stond voor meer dan het begrippenkader dat een ' denkcollectief' gebruikt, want ook de manieren van werken vallen eronder en zelfs de dingen die men waarneemt. De denkstijl omvat standaarden voor de juiste manier van onderzoeken, voor goede argumenten en voor de vraag wanneer iets goed of fout moet heten. Hij behelst ook allerlei keuzen en gewoonten die bepalen wat een zinvolle formulering van het onderzoekonderwerp is. Langs al deze wegen bepaalt de denkstijl wat de mogelijke uitkomsten zijn van het onderzoek, evenals de effectieve manieren van ingrijpen in de praktijk. ('¦)
Zijn boekje bleef aanvankelijk totaal onopgemerkt totdat de wetenschapshistoricus Thomas Kuhn in 1962 zijn werk ' De structuur van wetenschappelijke revoluties' publiceerde met e beroemd geworden termen ' paradigma' en , wetenschappelijke gemeenschap' , die een verwant beeld van wetenschap schetsen, zodat Kuhn naar Fleck verwees.

Lees verder »

Archief

Wim Van Rooy, De malaise van de multiculturaliteit. Uitg. Acco Leuven

22 juni 2008

Wim Van Rooy, De malaise van de multiculturaliteit. Uitg. Acco Leuven

Wim van Rooy heeft de krachttoer van Paul Scheffer met zijn ‘Land van aankomst’ voor Vlaanderen herhaald, met passie en vuur. Zijn analyse verklaart de waanboodschap van de multiculturaliteit als basis voor het succes van extreem rechtse partijen in Vlaanderen.
Wim Van Rooy gaat zeer breed en spaart niets of niemand, zelfs zichzelve niet, als een vrij en eerlijk man. Zijn pamflet zindert van de verontwaardiging die hij decennialang heeft verzameld in het onderwijs waar hij de praktische gevolgen ondervond van het politiek correcte denken en het goedkope veinzen. Hij heeft voor zijn omvangrijk polemisch essay de pen in bloed gedoopt.
‘Essays mogen het eigen gevoel toelaten en daarbij alle schaamte achterlaten, ze zijn een bravade tot op het irriterende af.’(20) en dat zal de auteur geweten hebben omdat dit soort polemische grondigheid hand in hand gaat met een grote eenzaamheid.
Maar dit zal hem worst wezen want echte intellectuelen verschillen van de hofnarren van de macht, de dwergen van het politiek correcte verhaal.

55. Het nieuwe multiculturele design.
Het werd duidelijk dat het multiculturalisme een nieuw links of groot progressief verhaal inhield, ongetwijfeld met de beste bedoelingen bedacht, maar onwerkbaar in actu. De filosoof Peter de Graeve schreef over dit soort onbezonnenheid in een ander verband, maar direct toepasbaar op het multiculturalisme: 'Maar links Vlaanderen denkt niet. Het signeert, het emotioneert, het speelt zijn valse morele spel. Het doet er alles aan om dit debat te ontlopen en in de kiem te smoren. En wie het debat uit de emosfeer probeert te halen, krijgt alle voorziene verwensingen naar het hoofd ('¦) Weldenkend zijn in Vlaanderen betekent vooral één ding: veel praats hebben '. En ik voeg daaraan toe: de bestuurlijke, culturele en politieke elite had inderdaad veel praats bij het kleineren van al diegenen die het waagden hier en daar een vraagteken te plaatsen bij wat gewoon klein en groot 'onfatsoen' genoemd wordt in verband met het nieuwe samenleven.

Van Rooy onderbouwt zijn analyse met tal van – vaak bijzonder boeiende – voetnoten wat voor de lezer nog ruimere horizonten laat oplichten, al mankeert een trefwoorden- en namenregister.
Wie zich niet laat afschrikken door de soms ‘irriterende bravade’, ontdekt bij Van Rooy een ouderwets degelijk handboek, ruim bemeten en met veel liefde en passie geschreven.
Hij ontleedt de bezwerende riedels waarmee de ‘mei ’68′- generatie zich – ook in Vlaanderen – heeft laten vangen door de rattenvangers van het multiculturalisme.

114. Het probleem met mensen die hun geloof in god zijn kwijtgeraakt, is niet dat ze nergens meer in geloven, maar dat ze bereid zijn om overal in te geloven. ( G.K. Chesterton)

De naoorlogse retoriek van schuld en boete bij de Europese intellectuele elite werd een handig excuus om de intussen weer opgebouwde samenlevingen door elkaar te schudden met massale import van goedkope arbeidskrachten die aflopende industrieën nog een paar decennia lieten renderen.

Maar de Amerikaanse econoom George Borjas maakt duidelijk dat de huidige immigratie, ook die in de Verenigde Staten, de sociale ongelijkheid doet toenemen: welvaart vloeit weg van de werknemers die concurreren met immigranten en gaat naar de werkgevers en anderen die gebruik maken van de diensten van immigranten. Zijn bondige conclusie is:'Werknemers verliezen doordat immigranten de lonen verlagen. Werkgevers winnen omdat immigranten de lonen verlagen.' ( Paul Scheffer, Land van Aankomst, p. 113)

Zoals we zagen kan volgens sommigen een ontwikkelde middenklasse niet zonder onderklasse van laagopgeleide migranten, die hand- en spandiensten verlenen. Zo kunnen morele beginselen gemakkelijk overlopen in eigenbelang. Multiculturalisme en marktliberalisme hebben veel overeenkomsten: in beide gevallen wordt de waarde van het sociale compromis binnen de eigen grenzen ernstig betwijfeld. ( idem p. 126)

Wim Van Rooy brengt de politiek correcte denkers graag met beide voeten op de grond, tot aan de knieën in de stront: ‘De voornamelijk Europese intellectuele elite (…) was mede verantwoordelijk voor de kloof tussen burger en politiek. Het democratische deficit dat ontstond, was beangstigend: het volk moest zwijgen en op zijn tanden bijten, maar het knarsetanden was er niet minder om. Het daardoor ontstane ongenoegen werd eerst slinks, later brutaler, in het stemhokje geuit via een voor de elite onbegrijpelijke voorkeur voor een extreemrechtse partij. Het pleit voor het democratisch bewustzijn van datzelfde volk dat het niet nà³g meer verleid werd door het xenofobe discours, en dat traditie, een vaag christelijk bewustzijn en een bijna natuurlijke gematigdheid de politieke hoofdstroom bleven bepalen.(122)

In 1947 hadden Horkheimer en Adorno met hun ‘Dialektiek van de Verlichting’ er reeds op gewezen dat fascisme en racisme beschouwd kunnen worden als een opstand van de onderdrukte natuur. Wrevel en onrust, angst en twijfel die volgens de politiek correcte denkers en de goegemeente onder de mat geveegd wordt, duikt altijd weer op onder de vorm van barbarij.
De zwakste sociale klassen die alleen de nadelen van de immigratie en multiculturaliteit ondervonden werden onder het mom van internationale en socialistische solidariteit de mond gesnoerd door hun leiders. In het stemhokje konden ze steeds openlijker hun gram kwijt als groeihormonen voor het Vlaams Blok-Belang.

In zijn boek houdt Wim Van Rooy een vurig pleidooi voor de verworvenheden van de Verlichting. Hij analyseert de islam als derde grote monotheistische religie die er het minst in slaagt om de verlichtingsideeën te integreren in haar leer en cultuur, wegens extreem vasthoudend aan primitieve machtsinterpretaties van de woorden van hun heilig boek.
Van Rooy is erg pessimistisch over de mogelijkheid van een Europese islam. Precies omdat de Aristoteliaanse rationaliteit in de loop der eeuwen door de christelijke hiërarchie werd omhelst, vond de Verlichting een vruchtbare bodem die het westerse denken op het pad van de rede en het weten kon houden.

276. De cursus 'darwinisme ' in de lessen biologie in het secundair en de debatten met jonge moslims daarover is een hallucinant schouwspel. Het debat dat gedurende de moderniteit en de wetenschappelijke revolutie ooit gevoerd was met de christenen van allerlei signatuur , had eeuwen in beslag genomen en moest met de islam weer helemaal opnieuw gevoerd worden, sterker nog: in de slipstream van dit wat onmogelijke en vermoeiende karwei grepen evangelische christenen hun kans en werkten zich (weer) op de voorgrond.
Het multiculturele islamgesprek dat gevoerd wordt, of eerder: het gebrek daaraan, wordt getroebleerd én door het absolute en grondstellige karakter van deze religie én door de onwereldse gedachten van westerse intellectuelen. ('¦)
Terwijl zij de modale man de levieten leest en hem/haar verwijt dat hij/zij zich niet realiseert welke vruchten de multicultuur oplevert, vraagt in het Midden-Oosten ondertussen een hele schare denkers dat wij ons democratische en liberale gedachtegoed niet zouden verkwanselen en niet zouden toegeven aan de scherpslijpers van het nieuwe jihadisme.

277. De islam en zijn radikalinski's spreken voortdurend over de perversie van de westerse wereld, maar over China bijvoorbeeld hoor je ze zelden. Dat is vanuit hun optiek evident: men valt aan wat week is en wat dus geen respect verdient. Het is van een treurigstemmende verwaandheid en achterlijkheid tegelijk.

‘De malaise van de multiculturaliteit’ van Wim Van Rooy stemt treurig.
Maar het is niet anders. Al te simpele politieke, economische en culturele interpretaties van de globalisering, al te felle polarisatie van het eigen blikveld heeft veel westerse intellectuelen en politieke broodheren te lang opgezadeld met een oprecht naà¯ef en idealistisch verlangen naar gelijkwaardigheid en ditto kansen. Misschien was dit oppervlakkige salongewauwel wel een onderdeel van de paleisverveling waarin de Europese culturele hofhouding zich sinds de jaren tachtig had teruggetrokken.
De gevolgen zullen nog generaties lang wegen op het Europa van morgen.
Er is geen weg terug. De toenemende verstedelijking zal ongetwijfeld leiden naar nog meer chaotische armoede en pijn, naar lijf en geest, naar doen en denken.
‘Ander Geloof’ en religie hanteren als een leiband om bevolkingsgroepen manipulatief te socialiseren naar de wensen van de vrije markt is een levensgevaarlijke optie voor de turbulente tijden die ons wachten.

Paul Scheffer verklaarde het als volgt:

‘Wezenlijk is dat de islam zichzelf ziet als de opvolger en vooral ook de vervolmaking van het jodendom en het christendom. Deze inherente superioriteit van de islam in de ogen van zijn aanhangers is een deel van de verklaring waarom de interesse in de westerse wereld pas laat op gang kwam. ('¦)
Morele overtuigingen die in de islamitische wetgeving zijn vastgelegd vinden hier geen erkenning. Sterker nog: deze rechtsnormen zijn in strijd met onze beginselen van gelijkheid en vrijheid. Waar gewetensvrijheid heerst, heeft het geloof als juridische discipline geen plaats. (355)

En Van Rooy citeert op p 165 Abram de Swaan: 'De Verlichtingsidealen gelden dan misschien niet als absoluut, ze zijn niet volledig, ze zijn onderling strijdig, en elke keer moet er weer gepeinsd, gepast en geprutst worden om ze in de praktijk te brengen. Net zoals dat gaat met al die religieuze leerstelligheden. Maar de verlichtingsidealen zijn waarschijnlijk een beetje beter.'

Wim Van Rooy neemt het moedig op voor de verlichtingsdenkers in de islamitische wereld en voor de kritische moslim(a-)s in Europa, die zich in de steek gelaten voelen door de politiek correcte hofnarren en hun broodheren die plots denken de kudde handelbaar te houden door een beroep op de baardmannen van de Ene en de Ware, waarvan ze niet eens durven vermoeden dat deze Heren van het Geloof een eigen agenda hebben die een ietsiepietsje anders ligt dan die van de ander-geloof-propagandisten.

‘De malaise van de multiculturaliteit’ is geen gemakkelijk pamflet, het is een moedig polemisch essay dat tot nadenken, zelfreflectie en kritisch handelen stemt.

Lees verder »

Archief

Gunnar Heinsohn, Zonen grijpen de wereldmacht, terrorisme demografisch verklaard. Uitg. Nieuw Amsterdam 2008

12 mei 2008

Gunnar Heinsohn, Zonen grijpen de wereldmacht, terrorisme demografisch verklaard. uitg. Nieuw Amsterdam 2008

Er was eens in Europa de pest en na deze decimering de gebruikelijke aanwas van de bevolking: Eros en Thanatos gaan immers hand in hand
En dat werd de basis voor de latere ‘youth bulge’, het kloppende gezwel van het forse jonge mannenoverschot in Europa.
De overgrote meerderheid van deze jongens zouden nooit de kansen krijgen van het eerste geboorterecht dat voorbehouden bleef aan de oudste zoon, tenzij die zich liet lijmen met een bord linzensoep.
De rest kon aan de slag aan soldaat, priester of gelukzoeker, of alles tegelijk.
Want volgens de Bremense onderzoeker naar volkerenmoord, Gunnar Heinsohn (Polen, 1943) was Europa het eerste continent waar bezit overging in uitleenbare en beleenbare eigendom. Dat werd de drive – wortel en stok – waarmee het jongerenoverschot de wijde wereld in gestuurd kon worden om het wrokkige ressentiment van de ‘segundos’ – de overbodige tweede en volgende zonen – desnoods met harde en bloedige hand te ruilen voor prestige, rijkdom en sexuele bevrediging. Niet als esoterische martelaren in het paradijs maar als reële overwinnaars in de Nieuwe Werelden.
Niet armoede en honger drijft immers mensen de wereld rond, maar wel het gebrek aan passend geachte toekomstmogelijkheden in de eigen sociale omgeving

27. Armoede en voedselgebrek brengen geen terroristen voort. Om brood wordt gebedeld Gedood wordt er voor status en macht. Juist omdat het gros van de jongeren niet om het naakte bestaan hoeft te vechten, maar de energie, tijd en vrijheid heeft om verder te komen, worden de toekomstige youth bulges door de strategen als een internationaal gevaar gezien.

Gunnar Heinsohn – daarin gesteund door Peter Sloterdijk in ‘ Woede en Tijd ‘ – neemt afstand van de marxistische meerwaardetheorie. Er is immers meer nodig voor grote maatschappelijke verschuivingen dan een economische ‘bulge’. Zonder een fors overschot aan jonge mensen ( Stalin had het als volleerd machtstrateeg zelfs over ‘L’homme, le capital le plus précieux’) komt er immers niets terecht van expansionistische, imperialistische, politieke en/of religieuze wereldreddende bewegingen.
Heinsohn ziet een synchrone beweging in de demografische pulsaties en alle mogelijke geweld van volkerenmoorden, godsdienstoorlogen, revolutionaire en veroveringsbewegingen.
Na de pest startte de inquisitie in Europa de liquidatie van de vroede vrouwen die traditioneel zorg droegen voor de kennis van vruchtbaarheid en geboorteregeling, maar ook voor die van zwangerschap, baren en zogen. Met het verbranden van tot heks verklaarde wijze vrouwen verdween de kennis om vruchtbaarheid te beheersen.
Vrouwen werden als akkers geploegd om rijkelijk vrucht te dagen.

98. En wie met overtollige zonen oorlog wil voeren, moet niet alleen eerst de eigen vrouwen monddood maken, maar er ook voor zorgen dat de hele seksualiteit in dienst kom te staan van de voortplanting. Geen vrouw verlangt uit zichzelf naar twintig zwangerschappen en tien kinderen. Hoe pakkend het moderne begrip ' war of the wombs' misschien ook klinkt, het verhult dat het bij deze oorlog vrijwel zonder uitzondering gaat om vrouwen wie het heft uit handen is genomen.

De drive van wortel en stok – kapitaal en schuld, rijkdom en rente – is voor Heinsohn hét fundamentele gegeven in de economische ontwikkeling. Het Aziatische economische mirakel en de opstanding van China stelt hem hier in het gelijk. Je moet natuurlijk wel een maatschappijstructuur weten te realiseren die voldoende stabiel blijft om eigendomstitels en renteverplichtingen door de overgrote meerderheid blijvend te laten erkennen. De balans tusen wortel en stok mag natuurlijk niet aan te felle of te langdurige onevenwichten lijden. Schommelingen houden er de spanning in maar een waag die te fel en te lang eenzijdig overhelt verkruimelt door beurscrisissen en opstanden van wie zich tekort gedaan voelt. Het evenwicht blijft een gewaagd spel, en de spelers riskeren veel in de hoop op beter.

103. Als gebruikers van geld, dat altijd staat voor een schuld – namelijk die van de debiteur, genoemd in het geldscheppende krdietcontract – ontwikkelen burgers van een eigendomssamenleving een heel andere kijk op de wereld dan zij die leven in een bezitssamenleving, dus in een stam of een feodale maatschappij – of daarin nu een adellijke kaste de dienst uitmaakt, of de voorhoede van de arbeidersklasse. Mensen met schuld zoeken altijd naar wegen om gedurende de vastliggende jaarlijkse of maandelijkse termijnen tenminste zoveel winst te maken als voor het betalen van de rente nodig is. Dat is ook de reden dat zij een markt creëren. Daarop proberen ze manieren te vinden om geld in handen te krijgen, zodat ze hun rente en schuld kunnen aflossen. Het geld gaat dus vooraf aan de markt, waar economen menen dat er eerst markten waren en het geld werd uitgevonden om de ruil te vereenvoudigen.

112. Het zijn immers de renteverplichtingen die tot warenproductie, dus tot het scheppen van rijkdom, dwingen. Met het goud en zilver werden nu in andere landen spullen gekocht en de rest van Europa werd mede welvarende omdat het in ruil voor de Amerikaanse metalen echte prestaties en innovaties moest leveren. De Spanjaarden deden hetzelfde als de huidige olielanden, die ook uit de hele wereld importeren, maar in eigen land geen eigendomsstructuur noch rentelast kennen, en zo ook geen noemenswaardige economie opbouwen.

Heinsohn ziet in de Amerikaanse buitenlandse politiek een mooi voorbeeld van verdediging van de democratische waarden over de hele wereld, en vooral in het Midden en Verre Oosten (p. 135). Rusland lijdt onder een krimpende bevolking, China draagt nog lang de last van het éénkind beleid en Europa denkt migranten te moeten aantrekken om de veroudering van haar bevolking tegen te gaan. Al blijken die migrantenvrouwen zich na enkele generaties zodanig geà¯ntegreerd te hebben dat zij evenveel vrucht dragen als hun autochtone zusters. De vele importbruiden niet te na gesproken.

Hier lijkt Heinsohn mis te lopen wanneer hij uitsluitend de demografische youth bulge kan herkennen als bepalende pulsaties voor binnen- en buitenlandse machtstrijd en volkerenmoord in naam van de Ene en de Ware, de Belangen van het Eigen Volk of de Arbeidersklasse.
In die optie kan een éénkindbeleid zoals in China nooit tot expansionisme leiden, laat staan tot binnenlandse onrust, omdat de noodzakelijke overbodigen – segundos – nooit geboren werden.
Hij houdt hier evenwel geen rekening met de ‘intern overbodigen’.
Een land kan een economische evolutie doormaken waarbij door verbeterde landbouwtechnieken of goedkopere import van elders hele bevolkingsgroepen ‘overbodig’ worden. Die kunnen opgesoupeerd worden in een ontluikende industrie – zoals tijdens de Eerste Industriële Revolutie in Engeland – of in oorlogen elders – zoals de Zwitserse huurlingenlegers – of als migranten en kolonisten zoals de Zuiditaliaanse Cosa Nostra na de tweede wereldoorlog zijn zonen de wereld rondstuurde. Chinese éénkindgezinnen uit het binnenland moeten hun oogappels wegsturen naar de fabrieken aan de oostkust, naar het Russische Siberië dat leeggelopen is, en zelfs naar de vroegere Oosteuropese landen waar ze de handel en winkelnering op het platteland steeds verder hebben overgenomen. En van een demografische youth bulge kan je daar niet echt spreken na de Maoà¯stische bevolkingspolitiek.
Heinsohn maakt ook een wat simpele inschatting van de culturele lasten of krachten die samenlevingen torsen en die niet zomaar om redenen van wortel en stok zullen opgegeven worden.
Gedrag – ook groepsgedrag – wordt ook beà¯nvloed door illusies die generaties lang worden overgeleverd als identiteitsbepalende en herkenbare mutaties. Zonder dergelijk ideeel houvast dreigen mensen al te vaak grip te verliezen op zichzelf en hun omgeving. Nakomelingen van Javaanse en Indische Hindoestanen die door Nederland in Suriname werden geà¯mporteerd voor het zware werk in een zengend klimaat zweren generaties later ook in Nederland bij vakanties in Dubai en India wegens veel meer faciliteiten voor ‘ons soort mensen’.

Het bijzonder interessante ‘youth bulge’ concept – de pulserende toornmachine van voornamelijk testosterongedreven ressentiment – wordt door Gunnar Heinsohn naar mijn aanvoelen té marxistisch benaderd.
Het schouwtoneel van de machtsverhoudingen in de wereld is geen mechanisch schaakspel, als van een computer.
Politiek, het gevecht om de macht, is eerder een schaakwedstrijd tussen menselijke grootmeesters, die verrassende, verschrikkelijk mooie en gruwelijke beslissingen kunnen nemen die het spel fundamenteel beà¯nvloeden. De twee oorlogen in Irak verklaren als een gerechtvaardigde poging van de VS om de Arabische Youth Bulge om zeep te helpen, lijkt mij veel te ver gezocht. De noodzaak voor de Bush-dynastie om de regio te destabiliseren om zo de energiebehoeftedruk op te voeren voor de Aziatische tijgers en China leidde slechts tot een beperkte groeivertraging bij de Chinese hoofdaandeelhouders van de Amerikaanse economie.
Het nut van de Irak-oorlogen wordt door Heinsohn nu gezegend met de missionaire verplichtingen inzake het afkoelen van de Arabische Youth Bulge in het Midden Oosten, rechtstreeks (vluchtelingen en doden) en onrechtstreeks als dreigende vingerwijzing voor Iran. Dank zij de mensenverslindende – en door de VS en Europese landen fors aangemoedigde – oorlogen tussen Iran en Irak is de regionale youth bulge reeds langer aan het verzepen gegaan.
Iran lijkt demografisch niet meer zo sterk te pompen, dus zal de oven wel koelen met gecontroleerd blazen, aldus Heinsohn.
Pakistan dreigt een ander paar mouwen te worden voor de Amerikaanse strategen.
Maar ook voor de Indische en Chinese belangstellende buren.

128. Toch geldt nog steeds het Oudromeinse gezegde ‘si vis pacem, para bellum’ (wie vrede wil, bereidt zich voor op oorlog).
In 2008 draaien de meest urgente scenario’s niet om Iran, maar om de dromen over een heroprichting van een kalifaat waarvan Pakistan en Afghanistan het centrum vormen. Volgens de officiële mededeling is het door de VS geplande rakettenschild in Polen en Tsjechië een voorzorgsmaatregel tegen mogelijke nucleaire wapens van Iran. In werkelijkheid echter wordt gevreesd voor de kernwapens die Pakistan al sinds 1998 heeft. Maar zolang er in Islamabad een partner van het Westen zetelt, wordt die ongerustheid niet aan de grote klok gehangen.

Er is ook nog hoop.
En wellicht wordt die wel door de Chinese kolonisatoren in Afrika geà¯mporteerd met de ‘economische steun tot wederzijds voordeel’.
Natuurlijk waren de Belgen destijds in Congo al sterk in het introduceren van eigendomstitels en rentesystemen. Al bleek tenslotte een uitermate corrupte cultuur de dienst te blijven uitmaken.
Wellicht is dit fenomeen wel een vast gegeven wanneer ‘rente en rijkdom’ van buiten- en bovenaf worden opgelegd in een samenleving waar de cultuur van het bezit niet individueel maar gemeenschappelijk (clan- of stamsgewijs) wordt beheerd.
Alleszins heeft de Westerse ontwikkelingshulp de laatste vijftig jaar nauwelijks iets duurzaams opgeleverd, behoudens een verdere ontwrichting van de lokale gemeenschappen, een youth bulge door verbeterde gezondheidszorg, een ondermijning van de lokale machtsverhoudingen en een nauwelijks te temmen hang naar ‘het goede doen om het goede’ bij westerse jongeren die in eigen land niet direct aan de bak konden komen als arts, verpleger, leraar, ingenieur, antropoloog.
Menig jonge man en aanvallig meisje in de zogenaamde ontwikkelingslanden kreeg ook de illusie opgelepeld dat in de rijke landen het leven aangenaam en gezellig overvloedig is. Wat tot een pijnlijke ontnuchtering leidt als ze de oversteek wagen op de drijvende dwang van de eigen familie die haar overtollige zonen en dochters maar al te gretig uitzendt naar Europa om via Western Union en andere transactiesystemen de schamele uitkeringsgelden en de vruchten van legale en minder legale bezigheden terugbesteld te krijgen.

157. De overdracht van economische kennis is de beste ontwikkelingshulp.
Als je de onderontwikkelde landen wil helpen, moet je geen geld geven. De inwoners denken anders echt dat er in de rijke landen als door een wonder grote zakken met geld uit de hemel zijn komen vallen en het dus terecht is dat ze anderen erin laten delen. Het geld is evenwel niet uit de lucht komen vallen, maar gecreëerd op basis van met schuld belaste eigendom. De introductie van eigendom is technisch heel eenvoudig. Aan zoveel mogelijk bezitsgoederen moeten eigendomsrechten worden gehecht, en deze titels moeten in het kadaster geregistreerd worden. Daarvoor hoef je alleen maar te kunnen schrijven en officiële stempels te kunnen maken. Tevens is er zowel een politiedienst als een rechterlijke macht nodig die de wetten inzake eigendomsrechten zonder aanzien des persoons uitvoert. Ook de armste landen kunnen zonder veel hoofdbrekens aan deze eisen voldoen. Geen hulp kan meer welvaart brengen dan informatie over de manier waarop geld wordt geschapen.

158. De ‘grote satan’ is niets anders dan bezit dat niet in eigendom is omgezet. Het verwijt dat rijke landen hun privileges eindelijk met de arme volkeren moeten delen, zal meteen verstommen als algemeen bekend werd dat de executoriale eigendomstitel het verschil uitmaakt. De volkeren die nog geen eigendomsstelsel hebben, zouden dan niet meer roepen dat ze een deel van de koek willen, maar dat het stelsel ook bij hen moet worden ingevoerd. Pas als het zou lukken de enorme blokkade voor economische groei te slechten door bezit tot eigendom te verheffen, zou in veel landen de reële mogelijkheid ontstaan om apathie en terrorisme te overwinnen. En dan zou ook het waandenkbeeld dat de markt de essentie van de economie is, uit de wereld zijn.

Voor de VS en haar moeizame volgelingen in de EU worden het nog spannende jaren van blufpoker, grootmeesterlijk schaken of snooker om de testosteron gestuurde pulsaties van de youth bulge in de hele wereld gecontroleerd met wortel en stok te laten doodbloeden. Niet iedere politieke schaker of snookeraar heeft voldoende koelbloedigheid om dit gevaarlijke spel te beheersen.
Hillary Clinton liet zich eind april 2008 tijdens de Pennsylvania primaries nog verleiden tot de uitspraak ‘ If they (Iran) might foolishly consider launching an attack on Israel, we would be able to totally obliterate them’.
Over de noodzaak en de betekenis voor de VS en Europa én voor de Arabische regimes van het Midden-Oostenconflict tussen Israel en de Palestijnen heeft Gunnar Heinsohn ook nog een interessante visie (p. 147)

Duidelijk is alleszins dat ook Europa haar sinds de tweede wereldoorlog gespeelde onschuld zal moeten afleggen, willens nillens.
De illusie waarmee Europese jongeren werden gevoederd over democratische idealen – gelijkheid, vrijheid en broederschap – tussen alle mensen in Europa en dus ook daarbuiten zal veel van haar glans verliezen ondanks de Europese hymne: ‘Alle Menschen werden Brüder!’
Massale immigratie, zelfs gecontroleerde, is alleszins niet zaligmakend en zal de fouten van de jaren zestig en zeventig nauwgezet kopiëren.
Paul Scheffer heeft in ‘Het land van aankomst’ baanbrekend onderzoek verricht.
Indien de overheden en de werkgevers in de EU landen niet bereid zijn om op langere termijn te plannen en enkel met import van goedkope – zelfs hoog opgeleide – arbeidskrachten tanende economische sectoren nog enkele decennia hopen rendabel te houden met lage lonen, zal de immigratiedruk verder toenemen.
De gevolgen voor het maatschappelijk weefsel zullen groot en pijnlijk blijven schrijnen.

Lees verder »

Archief

Hugo Claus, 1929 – 2008

20 maart 2008

Bewegen
I

Alsof door de wenteling van je lenden
een heldere nachtmerrie ontstaat
alsof de daimoon in je gewrichten
schokschoudert van het lachen

Dat bewegen van jou en mij
spelingen van het licht

De verwanten zijn ver weg
De liefdes, praat er niet over,
ik registreer alleen die dagelijkse
nonchalante dood van mij
een ridder
vol rare woorden

Uit ‘In geval van Nood’
opgenomen in ‘Hugo Claus – Nu nog, een keuze uit de gedichten’ – De Bezige Bij 2007, p. 345

De Morgen 20032008

‘Nu nog vergeet ik weer de goden en hun ministers,
zij is het die mij versplintert, veroordeelt en vergeet,
zij van alle seizoenen maar vooral van de winter
want zij wordt mooier, kouder naarmate ik verder sterf.’

‘Ik verkies een elegante, goedgemaakte leugen tegenover me te hebben die ik herken als leugen en waar ik mijn eigen hoffelijke en hoofse leugen tegenover kan zetten, in plaats van dat geëtter over de waarheid.’

‘Het enige serieuze is: de wellust.’

‘Poëzie is de kern van mijn werk. Een gedicht is een bliksem, proza is een stroom. Daartussen pendel ik.’

‘Schrijven is knutselen, niet de vloed van de ziel weergeven.’

+++++++++++++++++++++++++++++++++

Op kousenvoeten leek het wel,
Dat zijn dood zou komen
En wachten zou op zijn hoe en waar
Want hij durfde kiezen
Als een ridder van het woord
Die dat zelf gestand deed
Voor wie hem dierbaar was en
Bij wie hij blijven zal
In beelden en zinnen, kleuren
En klanken van een stem
Die de toppen van de ironie
Koesterde als een hoeder
Van de verhalen die niet
Meer zoeken naar een stem..

Archief

Anne Provoost, Beminde ongelovigen – atheà¯stisch sermoen. Uitg. Em. Querido 2008

18 maart 2008

Anne Provoost, Beminde ongelovigen – atheà¯stisch sermoen. Uitg. Em. Querido 2008

De Vlaamse schrijfster Anne Provoost heeft met 'Beminde ongelovigen' een boeiend essay geschreven voor gelovigen en ongelovigen.
Ze onderzoekt de verschuiving die in de laatste 20 jaar duidelijk wordt in de richting van het islam-fundamentalisme, creationisme en religieus sektarisme en levert meteen een bruikbare religiometer.
Haar atheà¯stisch sermoen is een ferme oproep aan gemakzuchtige ongelovigen, lauw- of kleingelovigen, in slaap versukkeld door de vadsige evidentie van het rationele gelijk.
Tolerantie tegenover andersdenkenden is voor velen een mantra van gemeenplaatsen geworden die er gemakshalve vanuit gaat dat de andersgelovigen zich ook graag koesteren in de vreedzame en verdraagzame middenmoot van de religiometer.
Het gevecht om de publieke ruimte met religieuze symbolen, al dan niet vestimentair geprovoceerd, wordt al te vaak getolereerd vanuit een ongelooflijke arrogantie van de vrijzinnige humanist of zachtgelovige die ervan uitgaat dat twijfel en ratio tenslotte ook de al te zelfverzekerde andersgelovigen in de heilsleer zal bekeren. Als teken van minachting tegenover de ware gelovigen in de Ene en de Ware levert dit alleen maar een omgekeerd streven naar het zuivere gelijk op, steeds hoger op de religiometer:

' We verwarren tolerantie tegenover andersdenkenden met het kritisch onderbouwen van onze eigen opvatting. Een denkgebied dat blijft hangen in gemeenplaatsen maakt zich kwetsbaar, het zal in geen tijd worden veroverd door filosofieën die plausibeler concepten aandragen. Prat gaan op onze verlichting zal niet mogelijk blijven als de groep die profiteert van die verlichting deze niet meer weet te beargumenteren.'(p.11)

Anne Provoost stelt de lezers met dit pamflet een handzame religiometer ter beschikking om bij onszelf en onze vrienden – vijanden, kennissen '“ kunstenaars, familieleden '“ collega's een graad van gelovigheid te bepalen.
Aan de hand daarvan kan je het echte breukvlak vinden:

'waar god zijn metafoor overschrijdt, en er sprake is van een ontwerp of een plan. Vanaf de zevende graad op de schaal van (on)gelovigheid hebben we te maken met een interveniërende god. Ineens blijkt hij een mandaat te hebben, en een buiten zijn oevers tredende wil. De schepping beschikt dan over een cockpit met daarin een master brain dat alles bestiert, vanaf de achtste graad ook het lot van wie niet in hem gelooft. Tegen die ontegensprekelijke en verzegelde god moeten we op, wij atheà¯sten zowel als de gematigde gelovigen. (p. 41)
Atheà¯sten, ietsisten, gematigde gelovigen en agnosten voelen niet de behoefte om het mysterie te versimpelen, de gelovigen in de hoogste graden van de religiometer doen dat wel.( p. 42)

Anne Provoost maakt een boeiende oefening waar ze religie ontleedt als kunst:

‘Het is een van de vele manieren om de verbeelding in te schakelen bij datgene waar ons inbeeldingsvermogen niet kan komen. Of we nu atheà¯sten zijn of agnosten, ietsisten of gematigde gelovigen, we zoeken ieder op onze eigen manier naar metaforen. Welke beeldspraak we hanteren, hoe we onze verbeelding inzetten voor wat we ons niet kunnen inbeelden, is niet de kwestie. Allen zoeken we vooral een middel om niet waanzinnig te worden in de kosmos. De niet-gelovige put overwegend hoop uit wat er zich voor de grens van het kenbare afspeelt, de gelovige put evengoed hoop uit wat zich erachter afspeelt, de twee zienswijzen veroorzaken geen essentiële tegenstelling. De atheà¯sten houden koppig vol dat er geen extramateriële werkelijkheid is, de gelovigen zien die wel, maar omdat het mysterie voorbij de grens van het kenbare toch onpeilbaar is, is het naast elkaar bestaan van deze zienswijzen geen probleem. (p.40)

Wat ik wel mis in het atheà¯stisch sermoen van Anne Provoost is de analyse van het machtsaspect van een godsdienst.
De gestage klim van het ware geloof in de godheid met een uitgewerkt en geopenbaard plan is immers ookeen onderdeel van een machtstrategie, zo ongeveer vanaf graad zeven op de schaal van tien in de religiometer.
Sociologisch is een religie een groepsdynamisch gebeuren dat onontbeerlijk is om grote groepen mensen in een bepaalde richting te doen afmarcheren.
Rationele, onbevangen, vrijdenkende of gelovige mensen met respect voor de anderen '“ tot graad zes op de religiometer – zijn niet bereid om de rattenvangers blindelings te volgen.
Wie zich daarentegen al te gretig herkent in het grote gelijk en de beloftes van een transcendent geloof in het plan van de Ene en de Ware voor hen en hun geliefden, voor de zondaars en tegen de afvalligen en godloochenaars, is makkelijk te sturen en volgzaam te leiden.
Religies die een exclusieve uitverkorenheid beloven voor de eigen gelovigen, zijn een handig middel om machthebbers af te schermen van de woede van hun onderdanen.
Was het niet Constantijn de Grote die als eerste grote machtsdrager in het Romeinse Keizerrijk begreep dat hij de plaats van de Allerhoogste vooral niet zelf als keizer diende te claimen? Hij deed vrijwillig en grootmoedig afstand van zijn goddelijke status van Augustus ten voordele van de ene en ware god van de Christenen. Zichzelf benoemde hij tot hoogste bruggenbouwer, Pontifex Maximus tussen de nieuwe alleenheersende rijksgod en zijn schapen. Ergo, alle problemen kon hij pareren met de goddelijke wil, alle successen kon hij genieten als opperste dienaar van de rijksgod.

Godsdienst is niet alleen opium van het volk, een authentieke vorm van endorfines die mensen individueel in de eigen hersenen aanmaken om minder de pijn van het trieste uitzichtloze zijn te lijden.
Godsdienst is medisch-sociologisch ook een narcotiserend hallucinogeen waardoor grote groepen mensen de oorzaak van hun twijfels en angsten, hun vernederingen, ongemakken en ressentimenten herkennen in de ander in plaats van in de heerser.
Het helpt de beminde gelovigen een reusachtig verongelijkt woedekapitaal op te laten bouwen.

Peter Sloterdijk heeft in zijn 'Woede en Tijd' een en ander scherp geformuleerd:

101. Chronologisch gezien begint de revue van het fundamentalisme met het optreden van de evangelistische fundamentalisten in de VS, die het wereldbeeld van de moderne natuurwetenschappen hardnekkig als het werk van de duivel veroordelen en die hun invloed op de Amerikaanse samenleving al tientallen jaren uitbreiden; zo wordt voortgezet bij de ultra orthodoxe joden van Israël die hun seculiere staat liever vandaag dan morgen veranderd zouden zien in een rabbinocratie en wier agitaties door geen enkele regering meer helemaal genegeerd kunnen worden; ze eindigt en onvermijdelijk met de recente islamitische fenomenen.

De derde inzameling – Kan de politieke islam een nieuwe wereldbank van het protest oprichten?

287. Wat de politieke islam geschikt maakt als mogelijke opvolger van het communisme zijn drie voordelen die men op analoge wijze bij het historisch communisme, kon waarnemen.
1. Het eerste heeft te maken met het feit dat in het islamisme een meeslepende missiedynamiek is ingebakken. Hierdoor heeft het de mogelijkheid om een snel aangroeiend collectief van merendeels pas bekeerden, d.w.z. een 'beweging' in engere zin, te vormen. Het richt zich niet alleen quasi universalistisch 'tot allen', zonder onderscheid van natie en sociale klasse; het oefent juist op de benadeelden, de besluitelozen en verontwaardigden (voorzover ze niet van het vrouwelijke geslacht zijn en soms ook op hen) een bijzondere aantrekkingskracht uit. Dit komt doordat het als belangenbehartiging van de spiritueel en materieel verwaarloosde armen optreedt en als hart van een harteloze wereld sympathie wekt. De bescheidenheid van de toetredingsvoorwaarden speelt hierbij een beslissende rol. Zodra iemand in de gelederen van de gelovigen is opgenomen is hij al volledig inzetbaar voor de strijdende gemeenschap – in sommige gevallen meteen al als martelaar. Doordat ze worden opgenomen in een vibrerende commune krijgen de nieuwelingen vaak het gevoel dat ze voor het eerst een vaderland hebben gevonden en dat ze een niet onbelangrijke rol in het drama van de wereld spelen.
2. De tweede aantrekkingskracht van de politieke islam heeft te maken met het feit dat het – net als destijds het communisme – zijn volgelingen een overzichtelijk, strijdbaar en grandioos theatraal wereldbeeld heeft te bieden, dat berust op een duidelijk onderscheid tussen vriend en vijand, een niet mis te verstane opdracht om te overwinnen en aanlokkelijke utopische toekomstvisie: de hernieuwde stichting van het wereldemiraat, dat het islamitische millennium een wereldwijde thuishaven zal bieden, van Andalusië tot aan het Verre Oosten. Daarmee wordt de figuur van de klassenvijand vervangen door die van de geloofsvijand en die van de klassenstrijd door die van de heilige oorlog – met behoud van het dualistische schema van de strijd der principes, van een onvermijdelijke lange en bloedige oorlog, die uiteindelijk, zoals gebruikelijk, door de partij van de goeden zal gewonnen worden.
Voorzover het fundamentalisme politiek wordt gebruikt, heeft het, zoals men gemakkelijk inziet, minder te maken met het geloof dan met een prikkeling tot handelen, preciezer gezegd het creëren van rollen waardoor grote aantallen potentiële acteurs in staat worden gesteld van de theorie op de praktijk over te stappen – beter gezegd van de frustratie op de praktijk.('¦)
3. De derde en in politiek opzicht veruit belangrijkste reden voor de onvermijdelijke toenemende dramatiek van de politieke islam (ook al lijkt het op dit moment, na een reeks nederlagen, iets van zijn eerste aantrekkelijkheid te hebben ingeboet) heeft te maken met de demografische dynamiek van zijn rekruteringsveld. Net als de totalitaire bewegingen van de 20e eeuw is het in essentie een jeugdbeweging, preciezer gezegd een jongemannenbeweging. Zijn elan resulteert voornamelijk uit het overschot aan vitaliteit van een onophoudelijke aanzwellende reuzengolf van werkloze en sociaal wanhopige mannelijke jongeren tussen de 15 en de 30 – in meerderheid tweede, derde, vierde zonen, die hun uitzichtloze woede alleen door deelname aan het eerst het beste agressieprogramma kunnen uitleven. Doordat de islamitische organisaties in hun thuislanden tegenwerelden voor de bestaande orde creëren, vlechten ze rasterwerken waarin de toornige jongemannen met ambities zich belangrijk kunnen voelen – daartoe behoort de drang om nabije en verre vijanden te lijf te gaan, liever vandaag dan morgen.
290. De nieuwe mobilisaties – of ze nu overeenstemmen met de theorie van de koran of niet – zouden bij onveranderd hoge geboortecijfers alleen al in de Arabische hemisfeer tot het midden van de 21e eeuw een reservoir van enkele honderden miljoenen jongemannen kunnen beà¯nvloeden, die voor een existentieel aantrekkelijke zinverlening op politiekreligieus bemantelde zelfvernietigingprojecten zijn aangewezen. In de duizenden Koranscholen, die sinds kort overal waar overkokende jongemannen overschotten bestaan uit de grond worden gestampt, worden de onrustige groepen in de begrippen van heilige oorlog getraind. Slechts een klein deel hiervan zal zich in het externe terrorisme kunnen manifesteren; veruit het merendeel zal in levensverslindende burgeroorlogen op Arabische bodem worden geà¯nvesteerd – oorlogen waarvan het Iraaks-Iraanse bloedbad (1980-1988) een voorproef heeft gegeven en waarvan de kwantitatieve proporties hoogstwaarschijnlijk tot in het monstrueuze zullen uitdijen.
291. Deze verwijzingen naar de actuele massabasis van radicaal-islamistische bewegingen geven meteen ook de grens aan waar hun overeenkomsten met het historisch communisme eindigen. Zowel de huidige als de toekomstige verkondigers van de islamistische expansiegedachten lijken op geen enkele manier op een klasse van arbeiders en loontrekkers, die zich verenigen om door de verovering van de staatsmacht een einde aan hun misère te maken. Veeleer vertegenwoordigen ze een nijdig subproletariaat, erger nog, een desperate beweging van economisch overbodigen en sociaal onbruikbaren, voor wie er in hun eigen systemen veel te weinig aanvaardbare posities zijn, ook al zouden ze door staatsgrepen of verkiezingen aan de macht komen.

Archief

Lou Ye ‘Summer Palace’ en ‘Chinees Blauw’ van Micha X. Peled

9 maart 2008

'Summer Palace' – in het Frans 'Une jeunesse chinoise' – weegt op de kijker die soms tergend traagzaam de protagonisten kan volgen van het noordelijke Tumen naar de overvolle studentenkamertjes met de geur van lichaamsvocht en goedkope sigaretten, van de Beida – Universiteit in Beijing. De Lente van 1989 overwint de Hemelse Vrede in het hart, in een wolk van zaadpluisjes en gierende hormonen die hijgend verlangen naar de geur van wat als vrijheid wordt voorgespiegeld.
Geen jaar zal voor de generaties uit de tweede helft van de XXste eeuw meer betekenen dan 1989: meer dan 1953, meer dan 1956, meer dan 1968, meer dan 1984, meer dan 2000. Al zal het nog jaren duren eer we dat ook in ons hebben opgenomen: meer dan een nacht lang zitten janken voor de eindeloze reply op CNN van de student die met zijn plastik tasje een rij tanks probeert op te houden.
Een geloof dat ons jarenlang bitter had gedreven bleek een leugen van de macht. Een utopische zoektocht naar vrijheid, gelijkheid en broederschap bleek met het oog op de Hemelse Vrede niet haalbaar, erger nog: vooral niet wenselijk wegens als een beklemmende harmonie vanuit de Hemel telkens weer op de kudde neergelaten.
1989 was ook een verademing met veel onzekerheid over wat komen zou: in het voorjaar de Lente van Bejing , in de zomer het verbrokkelen van het Sovjet imperium, in het najaar de val van de muur in Berlijn en het einde van het Genie der Karpaten.

Voor de cineast Lou Ye is '1989' in zijn film 'Summer Palace' als de Lang-Leven-Heuvel waar de overbodigen en de overgeblevenen zich onsterfelijk weerspiegelen in het Kunming Meer aan de voet van de Heuvel, dat eeuwig de Tuinen van de Harmonie voeden zal.
Het leven van China's toekomst na 1989 is als de labyrintische chaos van het Zomerpaleis met honderden kamers, hoeken en kanten voor alle emoties van de menselijke metamorfose.

In een interview met Niels Ruëll in De Standaard (05122007) lichtte Lou Ye dit toe:

De gebeurtenissen op het Tiananmen-plein spelen slechts zijdelings een rol in ‘Summer palace’. Waarom zoomt u liever in op het seksleven van een jonge studente?

‘Door de heisa is het misverstand ontstaan dat Summer palace over 1989 gaat, maar de film strekt zich uit van 1987 tot 2001. Om 1989 te begrijpen, moet je ook kijken naar de jaren ervoor en erna.’
‘Ook als je een liefdesverhaal vertelt, is het goed te kijken naar voor en na. En als je eerlijk over de liefde wil praten, dan moet je openhartig zijn over seksualiteit. Seks is belangrijk en speelt ook een grote rol in mijn herinneringen aan 1989. Jongeren die voor het eerst de liefde ontdekken, vallen altijd ten prooi aan een lawine van emoties. In Summer palace komt daar ook nog eens de onzekerheid bij van veranderende tijden. Dat maakt het allemaal nog complexer en vermoeiender.’
‘Het hoofdpersonage leeft in voortdurende onzekerheid: is het nog aan? Ziet hij mij nog graag? Als het te goed gaat, wordt ze argwanend. Maar als het slecht gaat, voelt ze zich helemaal ellendig. Je mag van de liefde niets verlangen. De liefde brengt niet noodzakelijk geluk en leidt niet automatisch tot een lang huwelijk.’
‘Er is zoveel te vertellen. De razendsnelle groei van de economie veroorzaakt veel problemen. Het land staat onder extreme druk. Het voordeel daarvan is dat de overheid niet al te veel tijd heeft om zich zorgen te maken over kunstenaars. Schilders en muzikanten worden met rust gelaten. Filmmakers springen helaas iets meer in het oog.’

Door Beijing na de Lente te ontvluchten naar Berlijn werd Lou Ye niet meegesleept in de collectieve depressie die destijds vele studenten onder overviel:

'In de jaren negentig heeft mijn generatie economisch gezien het nodige bereikt. Maar geestelijk kwamen velen in een vacuüm terecht.
'Summer Palace' is in China verboden maar zal in beperkte kring wel illegaal worden verspreid. Veel mensen zullen tot tranen toe worden geroerd. Het zal hen pijnlijk herinneren aan hun passie en het gevoel dat hun hart heeft verloren. Nu hebben ze alleen mooie huizen en een snelle auto om hun leegte te compenseren.'

Lou Ye prijst zich gelukkig dat hij als filmer een uitlaatklep heeft voor zijn gevoelens en die van zijn generatiegenoten. Als die niet worden gesublimeerd, kunnen ze volgens de filmer ontaarden in woede en geweld: het grote gevaar voor China.

'Voor de jeugd van nu in China zal de film minder herkenbaar zijn. Ze is volslagen afgesneden van de geschiedenis. Zij hoeven niet te leven met de vernedering van de culturele revolutie en ze weten ook niets van de pijn van de studenten van 1989. Op een bepaalde manier is dat gevaarlijk maar het is tegelijkertijd ook een zege voor China. Die onwetendheid waarborgt veel openheid en levensmoed.'

'Summer Palace' is zeker niet filmisch maar wel historisch een Chinese versie van 'La Meglio Giovent๠' van Franco Tullio Giordana.
De protagonisten worden uit elkaar gedreven. Zhou Wei vlucht vanuit Beijing naar Berlijn. Na de zelfmoord van Li Ti keert hij terug naar China. Yu Hong trekt naar Shenzen, Wuhan, Sjanghai om finaal terecht te komen in de monsterlijk groeiende stad Chongqing, met meer dan 40 miljoen inwoners het barstende waterhoofd van centraal China
De slotscène van 'Une jeunesse chinoise' speelt zich af op het eindeloze strand van Beidaihe waar de ‘overgebleven bloem’ uit het noorden, Yu Hong de eens zo intense beminde Zhou Wei ontmoet als de poëtische omschrijvingen van jaren geleden: 'Liefde is als een wonde. Eens genezen is het voorbij'
'Summer Palace ' werd in China verboden en Lou Ye kreeg (na 2 jaar cameraverbod voor ‘Suzhou river’ een filmverbod van 5 jaar) voor de originele beelden uit de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede en vooral omwille van de vele seksscènes die ‘Summer Palace’ ongetwijfeld een cultstatus zal verlenen als voorlichtingsfilm in het land van de publieke preutsheid.
Triester is de cultstatus die 'Summer Palace' zal krijgen als film noir over de onmogelijkheid van vriendschap en liefde in tijden van vrijheid en verlossing.

Op het graf van Li Ti in Berlijn staat geschreven:

'Of vrijheid en liefde bestaan of niet, in de dood is iedereen gelijk. Ik hoop dat de dood je einde niet is. Je hield van het licht, dus je zult de duisternis niet vrezen.'

De uitbarsting van emotionele, seksuele en sociale vrijheid in 1989 lijkt een peilloze leegte over te laten die moeizaam gevuld wordt met neurotisch consumeren van de nieuw verworven rijkdom. De jeugd van toen doorstond het loden tijdperk en kan zijn kinderen vandaag de schoonheid, kracht en wijsheid niet voorhouden van een vrijheid die zich onbevangen durft te binden aan de ander. Wie liefde ervaart als een wonde, is dermate misbruikt en mishandeld dat het een hele generatie drijft tot automutilatie. Wie zich niet durft te binden en geen engagement meer durft aangaan, is gedwongen zijn hele leven te lijden in angst en neurose. Menselijke relaties worden verengd tot kille zakelijke contacten waardoor het pluis van de lente vergeefs zal wolken in het land van de overgebleven één-kind-gezinnen, waar één schoonheid uit het noorden een land kon ruà¯neren:

'n Zeldzame schoonheid uit 't noorden.
is de mooiste vrouw ter wereld.
Aan één oogopslag van haar gaat een stad ten onder,
Eén aanraking ruà¯neert het hele land.
Liever dan de rede van het weten
Proeven wij de vernietigende passie
van een schoonheid als deze'¦
Uit 'House of Flying Daggers' van Zhang Yimou

“Chinees Blauw” van Micha X. Peled op Lichtpunt – Canvas
Zondag 9 maart 2008 23 uur '“ als DVD bij http://www.lichtpunt.be/intern/programma/voorwaarden_01.html

Het kostte de filmmaker Micha Peled enorm veel moeite om een fabriek te vinden waar ze in volledige vrijheid mochten filmen. Uiteindelijk hapte een directeur toe die het een eer vond om in een Amerikaanse film te mogen spelen. Zijn fabriek is ontegenzeggelijk een van de betere van het land, maar dan nog werken de arbeiders er minimaal elf en maximaal vierentwintig uur per dag. Ze mogen tijdens hun dienst twee keer naar de wc en wonen vlak naast de fabriek met twaalf personen op één kamer waar ze moeten betalen voor warm water. En nee, het loon wordt niet netjes iedere maand op dezelfde dag uitbetaald. Het is steeds maar weer afwachten wanneer het komt en hoeveel het is.

Dat geldt ook voor het jonge meisje Jasmine dat op zestienjarige leeftijd werk vindt in de spijkerbroekenfabriek. Ze wordt te werk gesteld als draadjesknipper, wat inhoudt dat ze voor vijf eurocent per uur de losse draadjes van broeken afknipt. Na zeven uur ‘s avonds is de officiële werkdag afgelopen, maar Jasmine werkt geregeld langer door. Dat kan oplopen tot wel vijfendertig uur extra per week. Onbetaald, want overwerk wordt nooit vergoed. Door de krankzinnige werktijden slaapt Jasmine zelden meer dan vier uur per nacht. Als haar eerste, slopende maand is afgelopen, hoort ze dat ze geen loon krijgt, maar overstappen naar de concurrent doet ze niet, want niemand wil het risico lopen om ook daar de eerste maand niet betaald te krijgen. Klagen heeft geen zin, want vakbonden zijn verboden en voor elke vacante plek zijn er in China niet tien, maar duizenden gegadigden.

Door niet alleen de arbeiders te volgen, maar ook de trotse directeur Lam en zijn staf reikt Chinees Blauw verder dan een oppervlakkige verkenning van ellende. Het eenzijdig verhogen van de arbeidslonen is namelijk niet de allesomvattende oplossing van dit probleem. Verhelderend is een gefilmd gesprek tussen de directeur en een Engelse importeur over een grote bestelling spijkerbroeken. De importeur biedt niet meer dan €2,75 per broek. Vraagt Lam meer, dan gaat de importeur simpelweg naar een concurrerende fabriek waar de arbeiders in nog slechtere omstandigheden werken. Lam zakt dus met zijn prijs in de overtuiging dat hij die bewuste order alleen winstgevend kan houden door de lonen nog verder te verlagen.

Regie: Micha X. Peled.
Productie: Teddy Bear Film en ITVS., met de steun van de Corporation for Public Broadcasting, het Sundance Documentary Fund en NAATA., VS 2005.

© Lichtpunt 2008

Archief

Dave Eggers, Wat is de Wat? De autobiografie van Valentino Achak Deng. Uitg. Rotschild&Bach 2007

18 februari 2008

Dave Eggers, Wat is de Wat? De autobiografie van Valentino Achak Deng. Uitg. Rotschild&Bach 2007

Dit is geen literair werk, maar een geromantiseerd verhaal volgens de voorschriften van Amerikaanse schrijfscholen: het leest lekker griezelend en verleidelijk weg maar daar blijft het bij.

Nochtans is het verhaal van Vanetino Achak Deng , als één van de meer dan 20.000 'Lost Boys' uit Zuid Soedan behoorlijk beklijvend. Na de gewapende overvallen van de Arabische noorderburen om China's oliebelangen veilig te stellen voor de islamitische heersers van Soedan (1983 '“ 2005) is de exodus van Valentino verbijsterend.

Het boek is anderzijds wel een uitzonderlijk werkstuk omdat het veel verder gaat dan de meelijwekkende tranenverhalen over gruwel, verlatenheid, oorlog, verlies, lijden en pijn.

Het verhaal van Valentino Achak Deng wordt door de Amerikaanse successchrijver Dave Eggers opgetekend in een raamvertelling nadat hij in Atlanta overvallen en gefolterd wordt door Amerikaanse Zwarte Broeders die zijn moeizaam gespaarde studio leegroven. Amerikaanse zwarten plegen volgens Valentino nogal eens fors tekeer te gaan tegen Afrikaanse inwijkelingen omdat zij in hun mythologie plegen af te stammen van de machthebbers die hun eigen voorouders als slaven hebben verkocht aan de blanken.
Het leven op de vlucht, het verraad van de volks- en stamgenoten, het misbruik van de lost boys als slaven door de beter begoede Soedanese vluchtelingen met familie en connecties, de georganiseerde oplichterij tegenover de hulpverleningsorganisaties en de VN, de ronselpraktijken van het SPLA '“ dat zich in de grote traditie bevrijdingsleger noemt – niets wordt de lezer bespaard. Ook de onderlinge vetes en ruzies, maar ook de KZ syndroom '“ vriendschappen voor het leven van de finaal naar Amerika geà¯mporteerde 'lost boys' worden niet vergeten.

'Ik ben in mijn leven op vele manie- ren geslagen, maar nooit met de loop van een geweer. Ik heb het geluk dat ik vaker heb zien lijden dan dat ik zelf heb geleden, maar toch: ik ben uitgehongerd, ik ben geslagen met stokken, met kabels, met bezems en stenen en speren. Ik heb vijf mijl gereden in de laadbak van vrachtwagen die vol lag met lijken. Ik heb te veel kleine jongens zien sterven in de woestijn, bij sommigen was het alsof ze gingen zitten om te slapen, anderen stierven na dagen van waanzin. Ik heb drie keer gezien hoe jongens werden gegrepen door een leeuw en achteloos werden opgegeten. Ik zag hoe ze van hun voeten werden getild, weg werden gedragen in de kaken van zon beest en werden verslonden in het hoge gras, zo dichtbij dat ik de natte, knappende geluiden en het scheuren van hun vlees kon horen. Ik heb een goede vriend van mij zien sterven, naast me in een verongelukte truck, zijn ogen open en zijn blik op mij gericht, zijn leven weglekkend uit een holte die ik niet kon zien. En toch, nu ik uitgestrekt over de bank lig en mijn hand nat is van het bloed, merk ik dat ik Afrika mis. Ik mis Soedan, ik mis de brullende grijze woestijn van noordwest Kenia. Ik mis het gele niets van Ethiopië.

412. Velen hebben ons afgeschreven als een mislukt experiment. Wij waren de model-Afrikanen. Dat was heel lang de benaming. We kregen uitbundige complimenten voor onze ijver en onze goede manieren , en vooral voor onze toewijding aan ons geloof. De kerken waren dol op ons en de door hen betaalde en gecontroleerde leiders wilden ons allemaal hebben. Maar dat enthousiasme is inmiddels bekoeld. We hebben veel gastgezinnen uitgeput. We zijn jonge mannen, en jonge mannen hebben de neiging het slechte pad op te gaan. Van de vierduizend vluchtelingen ging er een aantal naar prostituees of verspilde weken, maanden aan drugs, nog meer raakten er uitgeblust door de drank en tientallen zijn slechte gokkers of geweldplegers geworden.'

De fondsen die met het boek worden ingezameld vormen de basis voor de Valentino Achak Deng Foundation, de hulporganisatie met zijn naam die nu fors investeert in zijn geboortedorp en -streek in Zuid Soedan.

Velen van de uitgezonden Lost Boys blijken intussen een bron van geld en investeringen voor de Zuid Soedanese regering, die er ook in geslaagd is de aandacht van de Chinese volksrepubliek te trekken.
Jane Fonda en de Amerikaanse pleeghulp van Valentino zijn erin geslaagd Steven Spielberg te overtuigen dat hij zijn Chinese opdrachtgevers voor de regie van de Olympische Spelen diende te confronteren met hun beleid in Soedan. Chinese oliebelangen liggen mee aan de basis van de genocide op de niet islamitische zwarten in het zuiden.
Spielberg wou de geschiedenis niet ingaan als de Leni Riefenstahl van 2008 en heeft zich teruggetrokken uit de regie van de Spelen in Beijing. De Chinese overheid blijft ontkennen enige invloed te kunnen uitoefenen op het ìnterne conflict in Darfur waar de regering van Khartoum vandaag nog Chinese wapens bedeelt aan de Arabische milities die het zuiden terroriseren.

Na het schrijven van 'Wat is de Wat' is Valentino internationale diplomatie en politieke wetenschappen gaan studeren. Hij wil zich via zijn ‘Valentino Achak Deng Foundation’ blijven inzetten voor Zuid Soedan en eindelijk aan echte trouwplannen werken.

Dave Eggers is begonnen met een reeks 'Voices of witness', orale getuigenissen in monoloogvorm door mensen die hun rechten geschonden zagen: onterecht opgesloten gevangenen, slachtoffers van de orkaan Katerina en nu ook andere slachtoffers van de oorlog in Soedan.

Dave Eggers: ‘De murahaleen en de janjaweed, die vandaag in Darfour opereren, vallen dorpen aan en nemen kinderen en vrouwen mee. Ze maken ze tot slaaf of tot concubine. Die slachtoffers durven niet goed te praten over wat hen overkomen is, ze schamen zich te veel. In 2003 heb ik al vrouwen proberen te interviewen maar dat was heel pijnlijk voor hen omdat ik een man ben. Nu nemen we vriendinnen mee van Valentino die zowel Engels als Dinka praten en met wie we hopelijk meer kunnen bereiken. We zouden graag twee boeken per jaar publiceren in Voice of witness. We plannen nog een boek over arbeiders zonder papieren in de VS en een over vrouwenhandel en de seksindustrie wereldwijd.’

Archief

Ignaas Devisch en Marc De Kesel (red.) Fundamentalisme – Face tot Face – uitg. Klement/Pelckmans

12 februari 2008

Ignaas Devisch en Marc De Kesel (red.) Fundamentalisme – Face tot Face – uitg. Klement/Pelckmans

Deze essaybundel is zeer de moeite om te spellen, te overdenken en zo onszelf schuin in de spiegel te herkennen '“ van aangezicht tot aangezicht.

Marc De Kesel weet achter de baard en de tulband van Osama Bin Laden c.s. de basis van diens cartesiaanse denken te onthullen:

' Bin Ladens fundamentalisme zit niet in de inhoud van zijn ideeën, maar in het feit dat hij de vrijheid waarop die ideeën 'rusten', hardnekkig negeert. En dat doet hij als iemand die niet op de traditie steunt, maar er zelf het steun- en draagvlak van wil zijn. Daarin rust de moderniteit van Bin Laden, en daarin is hij formeel onze 'gelijke'. Als het Westen dus één ding moet begrijpen, dan wel het feit dat Bin Laden niet de vreemde eend in de bijt van onze vrije, gemondialiseerde wereld is. Hij is tegelijk exponent en symptoom van onze wereld. En wie zich blind staart op symptomen, werkt die juist in de hand. '(23)

Ignaas Devisch wijst op de verblinding van wie in de schijnwerpers kijkt van wat zich als 'fundamentalisme' aan ons wil opdringen. Maar wanneer we naast de stralenbundels durven kijken, zullen we zien:

' wie de onaangetaste heiligheid van zijn zaak wil behouden, wil zich én immuniseren tegenover de buitenwereld die de heiligheid ervan bedreigt, én kan dit enkel door ook die immuniteit deels tegen te werken en dus de heiligheid te laten contamineren, wil hij de heiligheid überhaupt het daglicht gunnen.'(33)

Op termijn wordt het dus nooit wat met de 'zuiveren van geest' en hun 'maakbaarheidsidealen', zij het dat er in hun naam en voor hun idealen nog stromen bloed vergoten zullen worden.

Sami Zemni & Marlies Casier herkennen treffend:

'Waar de communistische en socialistische gewapende groepen een bewijs van onsterfelijkheid vonden in de ultieme en totale bevrijding van de mens (die God is geworden), zoeken religieus geà¯nspireerde groepen een bewijs in de 'Goddelijke Wet'. Jihadmilitanten gaan 'heen en weer' tussen de verafgoding van een tot fetisj gemaakt verleden en de noodzaak om deze in de (nabije) toekomst opnieuw te vestigen.'(59)

Met 'Bidden is goed, verzekeren beter' levert Marc Schuilenburg een originele invalshoek:

'Welbeschouwd bewijst het religieuze fundamentalisme het huidige veiligheidsprogramma daarmee eerder een dienst dan dat het kwaad doet. '(92)

' Bij benadering kunnen we deze logica (van het verzekeringswezen) herleiden tot drie technieken: herverdeling van risico’s, preventie en selectieve uitsluiting. Deze zekerheidstechnieken onderscheiden zich van de verfijnde technieken van disciplinering, zoals die door Michel Foucault zijn beschreven als de methoden die de verrichtingen van het lichaam aan een minutieuze controle onderwerpen en die worden toegepast in de gevangenissen, de kloosters, de scholen en de werkplaatsen. De reden is hierin gelegen dat ze vanwege hun reflexieve aard naar de toekomst wijzen, het mogelijk maken gebeurtenissen te 'voorspellen' of 'zeker te stellen'. In een hang naar zekerheid beroven ze de risicomaatschappij van precies dat gedrag waaraan ze haar naam ontleent: een risicosamenleving is een samenleving waarin in het geval van schade geen aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding (Sloterdijk, 2006:103). Daarom is het beter te spreken van een verzekeringsmaatschappij, de actuariële reconstructie van een maatschappij waarin niet God, maar ‘veilig’ heilig is verklaard. In een verzekeringsmaatschappij geldt de wet dat alle risico’s zijn gedekt door een verzekering.
In de overgang van een maatschappij op basis van een goddelijk oordeel naar een maatschappij gebaseerd op verzekeringsinzichten, vervaagt strikte scheiding tussen het publieke strafrecht en het private domein van het verzekeringswezen.'(96)

Patrick Loobuyck legt de vinger op de fundamentalistische wonde van het monotheà¯stische godsgeloof :

'Tolerantie is een belangrijke mate een manier van omgaan met opvattingen die men als onwaar of minderwaardig beschouwt. Voorzover de opvatting van tolerantie niet alleen van de overheid, maar ook op het terrein neutraliteit vereist, en voorzover tolerantie impliceert dat mensen expliciet afstand nemen van de eigen (absolute) waarheidsaanspraken, is religieuze tolerantie een mythe.'(145)

Wat ik mis in deze essaybundel is de kracht van de overtuiging.
Er worden haarfijne, subtiele en dodende analyses gemaakt van de gelijkenissen tussen moslimfundamentalistische woede-uitingen en de moderniteit, maar de vraag blijft of de hanen uit het Midden Oosten wanneer ze in de spiegel kijken, wel zullen beseffen dat hun westerse vijanden geen smakelijke hapklare wormen zijn.
Tenslotte gaat het hier om een machtsstrijd die verstikken zal in een tsunami aan slachtpartijen en ellende, vooral in de regio die geklemd zal worden tussen de machtig nieuwe draken uit het verre oosten en de moderniteit van het westen. De nieuwe heersers uit het Verre Oosten wortelen in een nietsontziende traditie van het evidente Rijk van het Midden waaraan alle barbaren nederig tribuut mogen betalen. De westerse grootmachten haasten zich om hun olieverslaving te ontwennen, waarna het hele Midden Oosten behoudens artificiële ‘toeristische toppers als Dubai’ onder het stuifzand van de geschiedenis zal dreigen te verdwijnen.
De moderniteit van de renaissance steunde misschien op vergelijkbare filosofische uitgangspunten tegenover het immanente middeleeuwse godsbeeld, maar die leidde wel tot een formidabele ontwikkeling van wetenschap, handel, economie, kunst en de (nietsontziende) globalisering van het westerse wereldbeeld.
Van de hedendaagse fundamentalistische gods- en wereldbeelden en maakbaarheidideologieën is in dat opzicht niets te verwachten dan obscurantisme en hemeltergende ellende, zeker als we er met een schuin oog naar kijken, al dan niet doorheen een Venetiaanse spiegel.

Lees verder »

Archief

Knack duo interview: ‘Wij moesten de wereld proletariseren’

3 februari 2008

‘Wij moesten de wereld proletariseren’
DOOR JOëL DE CEULAER / FOTO’S FILIP NAUDTS
KNACK 17102007

Ze werden samen communist, maar groeiden gaandeweg uiteen. Ze zijn al jaren niet meer on speaking terms. Voor Knack wilden ze nog eens grondig en heftig van mening verschillen. De gebroeders Jan en Dirk Van Duppen over verleden, heden en toekomst van links.

DIRK VAN DUPPEN (51)
Nam als jongeman, onder invloed van Marx en van zijn broer Jan, de beslissing om als arbeider te gaan werken. Ging later, in navolging van Kris Merckx, alsnog geneeskunde studeren. Maakt nog altijd deel uit van de communistische Partij van de Arbeid. Werd vorig jaar verkozen in het Antwerpse district Deurne. Trad op de voorgrond doordat hij de strijd aanbond met de farmaceutische industrie. Publiceerde daarover De cholesteroloorlog. Werkt nog altijd in een groepspraktijk van Geneeskunde voor het volk.

JAN VAN DUPPEN (54)
Zette als jongeman, onder invloed van Marx, zijn studies stop om te gaan werken als arbeider. Ging later, onder invloed van Amada-boegbeeld Kris Merckx, geneeskunde studeren. Rekende af met het communisme en vond aansluiting bij de SP.A. Was lid van het Vlaams Parlement (1999-2004) en van de Senaat (2003-2004). Stapte, onder meer uit ongenoegen met het autoritaire beleid van toenmalig voorzitter Steve Stevaert, in 2004 uit de partij. Werkt vandaag als huisarts in een groepspraktijk in een multiculturele achterstandswijk, Rotterdam-Zuid.

Een verzoeningsgesprek? Nee, zo zouden ze het niet willen noemen. Daarvoor zijn de meningsverschillen te groot, is de afstand te onoverbrugbaar. Maar een gesprek over hun politieke verleden en de toekomst van links? Daartoe zijn Jan en Dirk Van Duppen wel bereid. De twee felle en gedreven Kempenzonen zijn allebei arts, een vak dat ze kozen in navolging van Kris Merckx, stichter van Geneeskunde voor het Volk en jarenlang boegbeeld van Amada, de communistische partij die inmiddels is uitgemond in de Partij van de Arbeid. Dirk is nog altijd lid van de PVDA. Jan heeft zich na een lange omweg via de SP.A uit de politiek teruggetrokken. Het verhaal begint, hoe kan het anders, eind jaren zestig.

Jan Van Duppen: ‘Het was een periode waarin je de tegenstellingen in de wereld duidelijk begon te zien. De rijken waren rijk, de armen waren arm – en men ging er toen in de Kempen nog van uit dat het best zo kon blijven. Wij zagen elke avond de Vietnamoorlog op de televisie, de ene gruwel na de andere. Wij waren bij de Chiro en hadden ook een jeugdclub opgericht, waarmee we in de bossen van Gierle het zwerfvuil gingen opruimen. Met Kerstmis 1968 hebben wij de stal in het dorp nog vol gehangen met affiches tegen de bombardementen op Hanoi. Wij waren, kortom, zeer actief, wij hadden contact met de derdewereldbeweging en organiseerden zelf ook actie- en discussiegroepen. In Leuven, waar ik twee jaar psychologie heb gestudeerd, maakte ik kennis met de marxistisch-leninistische beweging. Ik studeerde mij te pletter op Marx en Lenin, en bracht dat allemaal mee naar de discussiegroepen in Gierle.’

In de tweede kandidatuur stopte u plotseling met studeren. Waarom?

JAN VAN DUPPEN: Voor mij bood het alomvattende en sluitende, maar ook geslà³ten denksysteem van het marxisme een fantastisch antwoord op alle vragen. Ik denk dat je dat kunt vergelijken met het moslimfundamentalisme. Een hele ontdekking, op die leeftijd. Ik begreep dat ik door psychologie te studeren de wereld niet zou veranderen. Wij moesten de wereld proletariseren. Dus stopte ik met studeren en werd ik arbeider. Ik heb in de mijnen gewerkt, in een asbestfabriek, als trambestuurder… Later zijn mijn broer en ik allebei geneeskunde gaan studeren.

DIRK VAN DUPPEN: Jan was mijn grote broer en grote voorbeeld. Wij voerden een gemeenschappelijke strijd om los te komen van de waardepatronen van onze ouders. Vader was onderwijzer en had nooit aan de universiteit kunnen studeren. Daarom wilde hij dat zijn kinderen dat zeker wel zouden doen. Dat de oudste zijn studie stopzette, was een verschrikkelijke klap. En zijn derde zoon, ik dus, begon zelfs niet aan die studies. Ik besliste om na de middelbare school onmiddellijk in een leerlooierij te gaan werken. Ik had op mijn vijftiende Het Kapitaal van Marx al gelezen.

Wat ontdekte u in Marx?
Lees verder »

Archief

Stu Bru Music for Life: 'waterSTOF = duurzaam water' – protosh20

24 december 2007

Stu Bru Music for Life: 'waterSTOF = duurzaam water' – protosh20

Zonder water kunnen we
onze dorst niet lessen
naar gerechtigheid.
Zonder water kunnen we
onze handen niet wassen
in onschuld.
Zonder water kunnen we
onze werktuigen niet
verschonen.
Zonder water kunnen we
ons honger niet stillen
naar menselijke waardigheid.
Zonder water kunnen we
ons leven niet beginnen
noch in schoonheid eindigen.
Water maakt vrij.

Protos helpt daarbij, hier en ginder.


De PROTOS Missie

PROTOS wil rechtvaardige en wederzijds verrijkende relaties tussen Noord en Zuid bevorderen.
PROTOS wil helpen bij duurzame en bevrijdende processen die geà¯ntegreerd zijn in de plaatselijke cultuur en sociale omstandigheden, en die moeten zorgen voor een beter welzijn van de kansarme bevolkingsgroepen in het Zuiden. Daarbij is water essentieel. Gezien haar expertise op het terrein van water, komt PROTOS speciaal op voor een rechtvaardig, duurzaam en participatief waterbeheer in Noord en Zuid.
Een rechtvaardig waterbeheer veronderstelt solidariteit onder alle gebruikers, waarbij elkeen recht heeft op voldoende water voor een gezonde menselijke ontplooiing.
Een duurzaam waterbeheer streeft ernaar het beschikbare water zo goed mogelijk te gebruiken, zonder een gevaar te zijn voor de andere gebruikers, voor het leefmilieu of voor de toekomst.
Een participatief waterbeheer vereist de betrokkenheid van elk individu en elke gemeenschap, ook van de kansarmen die hun eigen lot in handen moeten kunnen nemen. Dit met respect voor de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw.
PROTOS wil dat bereiken door:
'¢ Participatieve ontwikkelingsprogramma’s in het Zuiden te steunen: door een verbeterde toegang, verdeling en/of valorisatie van water wil PROTOS de socio-economische situatie van de lokale bevolking verbeteren.
'¢ Een hefboom te zijn: door het verstevigen van de capaciteiten, inzichten en positie van organisaties die uit deze programma’s kennis kunnen kapitaliseren en die verder valoriseren.
'¢ De samenwerking te bevorderen tussen alle bij een planmatige lokale ontwikkeling betrokken partijen, met inbegrip van de organisaties uit de civiele maatschappij en de plaatselijke besturen.
'¢ Het debat over rechtvaardig, duurzaam en participatief waterbeheer te stimuleren, in het Noorden en in het Zuiden. De ervaringen van PROTOS en haar partnerorganisaties kunnen dit debat voeden.
Talloze samenlevingen worden momenteel bedreigd door een tekort aan water, wat een probleem vormt voor het in stand houden en verder ontwikkelen van hun welvaart en welzijn en van de internationale stabiliteit.
Er zijn vandaag naar schatting 25 miljoen “watervluchtelingen” op de wereld. Ze zijn op de vlucht voor droogte of overstromingen, die veelal door menselijk ingrijpen werden veroorzaakt of verergerd. Ook de groeiende ongelijkheid in de verdeling van water leidt tot interne spanningen en internationale conflicten.
Wereldwijd zijn er 263 stroomgebieden die door meerdere landen worden gedeeld. 60 % van de wereldbevolking leeft in stroomgebieden die door verschillende landen lopen. Dit draagt vandaag al bij tot spanningen tussen Israël en Palestina, tussen Irak en Syrië, tussen India en Pakistan '¦.
Rivieren die door verschillende landen stromen, zoals de Mekong, de Ganges, de Jordaan, Tigris en Eufraat, de Nijl … maar ook de Rijn, Maas en Schelde dreigen een bron van economische, en in minder stabiele regio's eventueel gewapende conflicten te worden. Zo is het schaarse water van de gemeenschappelijke Jordaan nu eens een bron van conflict, dan weer chantagemiddel tussen Israël en zijn buurlanden. Geen wonder als men weet dat Jordanië zo goed als door zijn grondwatervoorraden heen is, en dat 90% van het in de Westelijke Jordaanoever opgepompte water gebruikt wordt door Israël.
Conflictbeheersing, ontwikkeling en milieubescherming gaan hand in hand. Een grondige mentaliteitswijziging, gesteund op ethische gronden, dringt zich op om een duurzaam en solidair beleid mogelijk te maken.
De waterproblemen in het Zuiden zijn dus ook onze problemen. Ze kunnen niet worden opgelost als ook de machts- en economische verhoudingen tussen Noord en Zuid niet worden hertekend. De waterproblemen in het Zuiden zijn daarenboven niet alleen een onrecht, maar ze vormen ook een bedreiging voor onze éne wereld.
Tenslotte ziet men steeds meer in dat de belangenstrijd tussen watergebruikers niet alleen in het Zuiden, maar ook in het Noorden voor snel stijgende spanningen zorgt: tussen leefmilieu en landbouw, tussen huidige en toekomstige generaties, en tussen stroomafwaartse en stroomopwaartse gebruikers. Waar men in het Zuiden, soms uit noodzaak, soms vanuit een eigen cultureel of sociaal waardepatroon, experimenteert met nieuwe vormen van waterbeheer kan ook het Noorden hieruit lessen trekken om met deze vitale materie anders om te gaan. Daarom willen PROTOS en haar partners deze bruggen slaan. PROTOS schreef hierover een brochure 'œWater en conflicten' (1,5 MB).

Archief

Hanne-Vibeke Holst, Kroonprinses – Archipel 2007

14 december 2007

Hanne-Vibeke Holst, Kroonprinses – Archipel 2007

'Kroonprinses' gaat vooraf aan de 'Koningsmoord' maar verscheen pas na de kroniek van een aangekondigde moord in het Nederlands: een nadeel en een voordeel, want het verleidt je tot herlezen van de magistrale 'Koningsmoord' van Hanne-Vibeke Holst. Ze biedt een minutieus en hyperrealistisch opgebouwd beeld van het gevecht om de politieke macht binnen de Deense sociaal-democratie. Ze onthult hoe dit nadien explodeert in de handen van de hoofdrolspelers.
Met 'Kroonprinses' trekt Hanne Vibeke Holst haar lezers doorheen het boek in een wervelend realistisch verhaal over vrouwen in de politiek en het lijden dat hun deel is: voor, tijdens en na, in het publiekstheater en thuis tot die gedenkwaardige dinsdag van 11 september 2001.

Haar beide politieke romans verdienen aanbeveling bij alle vrouwen met politieke ambitie, machtsverlangens en een beetje intellectuele vermogens. Het helpt hen gegarandeerd om de ondraaglijke lichtheid van het politieke bestaan te relativeren. Het helpt hen ongetwijfeld om Niccolà³ Machiavellis 'Heerser' uit 1513 te begrijpen.
Voor wie ' Il Principe ' en de ' Discorsi ' te complex doorwegen en de tijd voor reflexie beperkt is, biedt wikiquote voldoende passende citaten.
Haar beide politieke romans verdienen aanbeveling bij alle mannen die politieke ambities hebben omdat ze er een voorproefje van hun lijdend leiden kunnen lezen, maar ook bij alle mannen die politieke ambities hadden nadat ze zonder al te veel scha en schande ontsnapt zijn uit de dans om de macht.
Wie nog over de dansvloer denkt te zwieren, kijkt beter naar de filmversies die naar verluidt in Zweden worden uitgebracht van Holsts drama over de koninklijke kunst van het democratische spel.

Hanne-Vibeke Holst (1959) is een Deense schrijfster, columniste, journaliste en documentairemaakster. Zij is zeer gerespecteerd als een uitgesproken verdediger van de rechten van de vrouw. Ze zetelt in de raad van beheer van de Deense nationale UNESCO commissie en schrijft over vrouwenzaken voor UNFPA, het bevolkingsfonds van de Verenigde Naties. Haar werk is in niets vergelijkbaar met wat de Vlaamse 'UNFPA goodwill ambassador' ervan bakt, al dan niet op de treurbuis van haar leven.

Naar aanleiding van 'Koningsmoord' biedt het Deens Kultureel Instituut een boeiend interview van Marnix Verplancke met de auteur over de positie van de vrouw in de politieke en de samenleving.

'Wanneer vrouwen de politiek ingaan. laten ze zich al te makkelijk afblaffen. Van die vrouwen brutale wezens maken die meedraaien in het politieke machtsspel, ligt niet voor de hand.
('¦)
Je kunt je niet voorstellen hoe erg het gesteld is met mannelijk geweld tegen vrouwen, daar valt het internationale terrorisme bij in het niet.'

We don't give up, Hanne!

78. Shakespeare leerde ons al dat de politiek een bloedig ambacht is. Misschien is het wel daarom dat wij die ons buiten de arena bevonden maar gefascineerd aan de zijlijn toekeken, vermeden hebben dat universum te betreden, waar vrienden elkaars vijanden worden, misdaad loont en rechtvaardigheid niet altijd zegeviert. In ieder geval niet op korte termijn. Van buitenaf gezien lijkt het gewoon te grof, te lelijk, een hedendaags Forum Romanum. Maar als dit alleen maar zo zou zijn, zou niemand hier vandaag de dag staan. Want politiek is toch ook een strijden voor goede dingen, voor vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid. En hier op deze plaats, in dit ministerie, waarvan ik misschien diep vanbinnen altijd gedroomd heb om het te mogen leiden, is het en moet het ons privilege zijn, om voor zoiets belangrijkste te mogen strijden als dit milieu en deze natuur, die we toch aan ons zullen moeten onderwerpen, willen we überhaupt als soort kunnen overleven.

97. Dus een politicus kan kiezen tussen een langzame, stille dood of een plotselinge en gewelddadige.

99. We hebben het erover dat je als politicus een talent moet ontwikkelen om zoveel mogelijk van je politieke standpunten erdoor te krijgen. Dat een goed politicus zijn actieradius kent en dat een goed politicus zelfs in staat is deze uit te breiden door anderen met zich mee te krijgen. En dat verkrijg je niet door over je integriteit te jammeren of bang te zijn om vieze handen te krijgen.

121. Zo zag ze er thuis ook uit, daar was hij zeker van. Zo zag ze eruit wanneer ze zichzelf was. In tegenstelling tot haar voorganger, die nooit, ook niet als hij in het weekend zonder stropdas binnenkwam, zijn ministerhouding aflegde. Hij was één geworden met de rol en dat had hem genekt. Zijn knieval voor de zoete smaak van de macht, zijn gebrek om de dingen los van elkaar te kunnen zien. Misschien lag het gevaar vanbinnen opgegeten te worden door een kleine wormpje van ijdelheid het meest op de loer bij mannen. Wat niet betekende dat vrouwen geen last van grootheidswaan kregen. Hij had daar voorbeelden van gezien, die niet onderdeden voor die van mannen. Maar toch leek het alsof vrouwen de verleiding om één te worden met de figuur beter weerstonden. In ieder geval werden ze er niet zo door geà¯mponeerd en dat vond hij wel een opluchting. Ook al kon hij natuurlijk best het gevaar inzien van het teveel jezelf zijn. Er lag per slot van rekening ook een zekere bescherming in de pose en in het pantser van de macht.

248. Als je je in het gevecht om de macht gaat werpen, word je zeker onderuitgehaald, onder de voet gelopen of onder vuur genomen door sluipschutters, wat dan ook. Dus daarom moet je de macht zà³ graag willen dat je die ook wil veroveren. Daarmee wordt je perspectief ook groter. Dan gaat het niet alleen om je merites als milieuminister. Dan moet je iets verder denken.

Archief

Stefan Zweig, De wereld van gisteren – Herinneringen van een Europeaan. uitg. De Arbeiderspers

9 december 2007

Stefan Zweig, De wereld van gisteren – Herinneringen van een Europeaan. uitg. De Arbeiderspers

Stefan Zweig (1881) maakte op 22 februari 1942 samen met zijn tweede vrouw Charlotte '“ Lotte – Altmann in de buurt van Rio de Janeiro een einde aan hun leven. Met 'De wereld van gisteren' had hij na een leven van lezen, schrijven en reizen, van zwerven, vluchten en verliezen zijn autobiografie als Europees intellectueel volbracht. Het leven was in hun denken voorbij en hen restte moed, zin, noch wil om na de nederlaag van Hitlers Duitsland nog eens helemaal opnieuw te beginnen in een wereld die ze nauwelijks zouden herkennen. Hij was het moe en der dagen zat.

In zijn afscheidsbrief zegt hij het als volgt:

»Ehe ich aus freiem Willen und mit klaren Sinnen aus dem Leben scheide, drà¤ngt es mich, eine letzte Pflicht zu erfüllen: diesem wundervollen Lande Brasilien innig zu danken, daàŸ es mir und meiner Arbeit so gut und gastlich Rast gegeben. Mit jedem Tage habe ich dies Land mehr lieben gelernt, und nirgends hà¤tte ich mir mein Leben lieber vom Grunde aus neu aufgebaut, nachdem die Heimat meiner Sprache für mich untergegangen ist und meine geistige Heimat Europa sich selber vernichtet. Aber nach dem 60. Jahre bedürfte es besonderer Krà¤fte, um noch einmal và¶llig neu zu beginnen. Und die meinen sind durch die langen Jahre heimatlosen Wanderns erschà¶pft. So halte ich es für besser, rechtzeitig und in aufrechter Haltung ein Leben abzuschlieàŸen, dem geistige Arbeit immer die lauterste Freude und persà¶nliche Freiheit das hà¶chste Gut dieser Erde gewesen. Ich grüàŸe alle meine Freunde! Mà¶gen sie die Morgenrà¶te noch sehen, nach der langen Nacht! Ich, allzu Ungeduldiger, gehe ihnen voraus.«

De naà¯viteit waarmee hij in zijn 'œWereld van gisteren '“ Herinneringen van een Europeaan' het socio-culturele leven in Frankrijk en het Oostenrijks-Hongaarse Keizerrijk bejubelt, is merkwaardig maar eerlijk. Hij probeert manmoedig zichzelf te tekenen in het licht van de tijd van toen en gunt de lezer inzage in het wel en wee van de Europese intellectuele elite và³à³r de Eerste Wereldoorlog.
In de loop van zijn boeiend bestaan als telg van een geassimileerde rijke en gecultiveerde joodse familie uit Wenen leerde hij zowat de hele westerse artistieke en filosofische wereld kennen.
Zijn literair werk was succesvol en hij behoorde tot de culturele fine fleur van zijn tijd.
De teneur van zijn herinneringen is soms pedant, op het randje van snobistisch snoeven.
Zijn analyse van Hitlers opkomst en succes is indringend, die van zijn eigen falen in het verzet evenzeer.
In zijn studie over Erasmus herkent hij het falen van de intelligentsia en zichzelf tegenover de gemanipuleerde dwaasheid van zijn tijd :

368. Hoewel Erasmus de zotheid van de tijd beter doorzag dan de professionele wereldverbeteraars, was hij op tragische wijze toch niet in staat haar een halt toe te roepen, ondanks al zijn intelligentie.

Zweig weet boeiend het gekronkel en gekonkel van sommige artistieke vrienden van weleer te verhelderen. Zo wijdt hij ondermeer boeiende stukken aan de relatie van Richard Strauss met de nazi-kopstukken

Aangrijpend zijn de bladzijden waarin hij de boekverbrandingen door de Duitse studenten beschrijft, het pijnlijke lot dat ook zijn eigen geesteskinderen deelden:

'œ Volgens hetzelfde systeem waarmee men de 'volkswoede' organiseerde om de al lang voorbereide boycot van de joden te realiseren, kregen de studenten een geheim signaal om hun 'verontwaardiging' over andere boeken in het openbaar te uiten. En de Duitse studenten, blij met elke gelegenheid om blijk te geven van hun reactionaire gezindheid, vormden gehoorzaam groepen aan elke universiteit, haalden exemplaren van onze boeken uit de boekwinkels en marcheerden onder wapperende vlagen met deze buit naar een of ander plein. Daar werden de boeken à³f naar oud Duits gebruik – het was ineens middeleeuwen troef – aan de kaak gesteld, aan de publieke schandpaal gespijkerd('¦), à³f ze werden omdat het helaas niet toegestaan mensen te verbranden, op grote brandstapels onder het opdreunen van vaderlandslievende spreuken tot as verbrand.( 353)'

Hij vluchtte in februari 1934 tijdens de machtsgreep van Dolfuss tegen de socialistische bolwerken in Oostenrijk naar Londen en verder naar de V.S.A. en Brazilië, maar steeds droeg hij de schaduw bij zich van de wereld van gisteren:

419. De zon scheen krachtig en helder. Toen ik naar huis terugliep, zag ik ineens mijn eigen schaduw voor mij, zoals ik de schaduw van de andere oorlog achter de huidige zag. Hij is sinds die tijd niet meer van mij geweken, deze schaduw, hij hing bij dag en nacht over al mijn gedachten; misschien ligt zijn donkere vorm ook wel op veel bladzijden van dit boek. Maar elke schaduw is in diepste wezen toch ook een kind van het licht, en alleen wie licht en donker, oorlog en vrede, hoogtepunten en dieptepunten heeft meegemaakt, alleen die heeft waarachtig geleefd

Wie Stefan Zweigs herinneringen heeft gelezen, herkent in de bloedige evolutie van Europa in de voorbije 150 jaar de beklemmende opmerking van Jacq Vogelaar in zijn meesterwerk 'Over Kampliteratuur':

'œ25. Er is een banale uitdrukking: de geschiedenis herhaalt zich: de eerste keer als tragedie, de tweede keer als klucht. Nee. Er is nog een derde weerspiegeling van dezelfde gebeurtenissen, van hetzelfde onderwerp, een weerspiegeling in de 'lachspiegel' van de onderwereld. Het onderwerp is onvoorstelbaar en tegelijk werkelijk, het bestaat echt en leeft naast ons.'

Stefan Zweigs wereld van gisteren steunde na de tragedie van de XIX de eeuw op een intellectueel concept en werd dus voortdurend te licht bevonden voor de door Marx ontsluierde sociaal-economische machtstrijd.
Vandaag lijkt de derde spiegeling voorlopig de mooiste en de duurzaamste’, die van ‘le Chevalier aux Mirroirs’…

Lees verder »

Archief

Paul Scheffer, Het land van aankomst: 'Alles van waarde moet zich verweren.'

8 december 2007

Paul Scheffer, Het land van aankomst- De Bezige Bij 2007

Paul Scheffer is een moedig en vlijtig man. Hij weigert toe te geven aan de verleiding van de vermijding, wat in Nederland wel eens als tolerantie geroemd wordt.
Na zijn fenomenale steen in Neerlands kikkerpoel met 'Het multiculturele drama ' uit 2000 in NRC Handelsblad levert hij nu een doorwrochte analyse op van 'Het land van aankomst', over de migratiebewegingen en de effecten op de landen van aankomst, Nederland en elders in de westerse wereld.
Dit vlot geschreven handboek is voor mij als eye-opener vergelijkbaar met de 'Markt van welzijn en geluk' uit 1981 van Hans Achterhuis. Het gaat om een grondig onderbouwde analyse van de loze kreten en het oorverdovend gefluister waarmee velen die zich 'links' heetten, de zelfverklaarde solidariteitsnorm trachtten te imiteren. Onderwijl bleken de proletariërs als enige bevolkingslaag rechtstreeks geconfronteerd met de gevolgen van de gastarbeid en de migratie. Ze voelden zich verweesd, verlaten en kregen van hun socialistische leiders het verwijt van racisme en eigenbelang bovenop wanneer ze hun problemen probeerden te ventileren.
Scheffer onderzoekt de economische en sociale betekenis van de gastarbeid en de migratie uit de naoorlogse jaren: enkel tanende industrieën kregen zo meer ademruimte. Ze konden nog een paar decennia lagere lonen betalen voor werk dat te smerig was voor mens en milieu. De sociale gevolgen waren voor de zwakste proleten die meer loon en appreciatie eisten voor hun arbeid en dus rechtstreeks in concurrentie kwamen met de 'gastarbeiders', die werden ingevoerd ‘omdat de autochtonen dat vuile werk niet meer wensten te doen ‘(!), zeker niet aan zo'n schamel loon.
Ook het positieve demografische effect van een immigratiebeweging van jonge arbeidskrachten op een vergrijzende bevolking is volgens Scheffers bronnen omzeggens verwaarloosbaar.

Het samengaan van massale immigratie en de verzorgingsstaat is uniek: er zijn geen andere voorbeelden van in de geschiedenis. De gevolgen zijn voor iedereen zichtbaar: grote groepen migranten zijn in een situatie van afhankelijkheid geraakt. Wat een initiatiefrijk deel van de samenleving zou moeten zijn '“ immigranten zijn immers bij uitstek overlevers '“ is verworden tot het meest onbeweeglijke deel van de bevolking. (38).

Het is waarlijk verbijsterend hoe respectabele 'linkse' of sociaal bewogen mensen in het Westen decennia lang zichzelf en hun aanhang bleven kastijden met de verknoopte zwepen van zelfverklaarde schuld aan de migratiestromen elders in de wereld en richting West Europa.
We waren zo verblind door onze humanitaire normen en waarden dat we niet konden noch wensten te begrijpen of te geloven wat de reële economische drijfveer achter veel migratiestromen waren.

Wanneer Nederlandse kooplieden voor het grootkapitaal met Vlaamse wortels van de V.O.C. de wereld afschuimden, waren zij in de ogen van de machtige rijken in China, Japan, India en Indonesië niets meer dan een stelletje lachwekkende gelukzoekers die bedelden om kralen en spiegeltjes. De producten waar ze initieel op uit waren, hadden voor de autochtone heersers nauwelijks een economische, culturele en politieke betekenis.
Dat was eens weer thuis in Europa wel even anders.
Het werd helemaal anders wanneer de handelaars-veroveraars een goed geoliede slavencarrousel tussen Afrika, Amerika en Europa konden draaiende houden en later met sluw krijgsgeweld tanende Aziatische rijken in handen kregen.
De inschatting van de V.O.C.-helden door Japanners en Chinezen was vergelijkbaar met die van de eerste groepen gastarbeiders in Noord West Europa. Hun culturele waardeschaal was zo verschillend dat ze noch een bedreiging vormden noch een betekenis hadden voor de heersende cultuur. Ze waren hoogstens een curieuze bron van vermaak. En vice versa. Want in de ogen van de blanke Europeanen, eens ze thuis over hun heldendaden en succesvolle manoeuvres konden opsnijden, waren die oosterlingen en zwarten evenzeer een bron van vermaak. Het referentiekader van migranten en autochtonen, van avonturiers en slachtoffers, van veroveraars en overwonnenen blijft immers generaties lang stabiel en gebaseerd op de eigen normen en waarden, de herkenning van de eigen identiteit die bepaald blijft door het land, de cultuur, de religie, de stad, het dorp, de familie van herkomst.

Huntington beweert: 'Immigranten gaan deel uitmaken van een bestaande samenleving, terwijl kolonisten hun eigen samenleving voortbrengen.' (294).

Alle migranten in de eerste generatie worden gestuurd door hun achterban, zeker in premoderne samenlevingen waar de hele familie, clan of dorp investeert in hun helden die elders geluk gaan beproeven, al dan niet op V.O.C. of piratenschepen. Zij zijn niet zozeer gedreven door de bittere armoede '“ want doorgaans staat er een forse investering achter hun avontuurlijke ontdekkingsreizen. Zij zijn niet zozeer bezweken voor de verlokkingen van het rijke en 'vrije 'westen '“ een illusie die wij hier maar al te graag blijven koesteren. Zij worden eerder gestuurd als een economische investering '“ risicokapitaal '“ vanuit de groep van herkomst. Zij proberen de routes uit, zij zoeken mogelijke bronnen van inkomsten en zijn de pioniers voor wie nagestuurd worden.
Ook vandaag is de kapitaalsexport door deze migranten naar hun landen van herkomst vaak de belangrijkste bron van inkomsten voor die landen. ( 300 miljard dollar per jaar)
Wanneer Europa de roep kreeg ruimhartig te zijn voor vervolgden die asiel zoeken, werd dat al gauw de dekmantel voor een intensieve mensenhandel en een hoop menselijke ellende.
Intussen is de positie van die migranten door hun aantal zo veranderd dat ze een segregatie in de eigen religieuze en culturele sfeer in West Europa aankunnen. Zeker wanneer door de teloorgang of de delocalisatie van de inefficiënte en smerige industrieën hun aanwezigheid steeds minder economische belangen dient. Dan zien sommige van hun – vaak later geà¯mporteerde – leiders zichzelf als kolonisten die een eigen zuivere samenlevingsvorm proberen op te bouwen, wars van het moreel en religieus verval waarvan ze menen dat het welig om hen heen tiert onder de vleugels van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid.
De gevolgen van zo'n segregatie zouden nog kunnen meevallen zoals bij reeds langer aanwezige niet islamitische culturen.
Maar nogal wat geestelijke leiders van gesegregeerde groepen met een eigen religieus superioriteitsverhaal en veel rancune over een groots maar verloren verleden, bleken en blijken niet altijd bereid de burgerlijk democratische rechten en plichten in West Europa als centraal gegeven te aanvaarden boven alle andere normen en waarden van eigen bodem en geloof.
Vaak lijken in hun ogen autochtonen bijzonder los en denigrerend om te gaan met de eigen vrijheden en democratische waarden. Ze begrijpen niet hoe dit spel een onderdeel kan zijn van het democratisch theater. Ze vatten niet dat met die westerse normen en waarden wel kan gespot worden, dat er zelfs ‘cynisch’ strijd tegen mag gevoerd worden, maar dat ondanks dit geveinsde spel van kritiek en politiek aan die burgerlijke vrijheden nooit echt kan getornd worden.

409. De gedachte was te veel dat de vrijheden zich als vanzelf zouden verdiepen, maar het lijkt erop dat de vrijheid in diskrediet aan het raken is en de roep om veiligheid steeds luider klinkt.
Wanneer we de bekende dichtregel van Lucebert '“ 'Alles van waarde is weerloos' '“ op zijn kop zetten, kunnen we zeggen: 'Alles van waarde moet zich verweren.'

Het misverstand tussen een cultuur en een religie die nog beweert vast te houden aan zuivere en volmaakte zekerheden en een cultuur en religie die twijfel en onzekerheid erkent als garantie voor een minimum aan menselijkheid, is daarom des te pijnlijker.

Zonovergoten woestijnen krijten onweerlegbare lijnen die verglijden in een fata morgana van het unieke Grote Gelijk.
Nevelen en schaduwen in de schemering van het woud zijn de basis van twijfel en onzekerheid, de echte kracht en kern van het Europese ongeloof, onze grootste kans op een minimum aan menselijkheid.
Komen goden immers niet naar Europa om er te sterven?
Van de Griek Diogenes, over de moslim Averroës, langs de Antwerpse Amsterdammer Frans van den Enden en de Nederlands-Portugeze Jood Spinoza, tot en met de Fransman Voltaire of de Duitser Nietzsche, telkens weer kreeg het 'Verlichtingsdenken' in Europa zijn beslag.
Europa weet, uit haar eigen bloedige verleden, dat het geloof in één God of een heilige zaak géén eenheid brengt, zoals Amerikaanse politici en islamitische fundamentalisten graag beweren. Geloof '“ ook 'Ander Geloof' dat de publieke ruimte opeist – zaait verdeeldheid en verderf.
Om een beetje dichter bij de menselijkheid te komen, moet je afstand doen van ieder fanatiek geloof '“ zeker in die openbare ruimte. Allen die in Europa leven, ook mohammedanen, moeten dit ongeloof leren hanteren als de enige redelijke kans op slagen van menselijkheid.
Opdat mensen elkaar niet zouden afslachten moeten zij van elkaar kunnen accepteren dat er niet één waarheid is, maar dat er meerdere 'waarheden', meerdere leugens en misleidingen kunnen bestaan en moeten bestaan, eenieder de hare of de zijne.

355. In een seculiere samenleving kan religieuze volmaaktheid alleen maar in afzondering worden beleefd. En zelfs dan zijn er grenzen, want in een rechtsstaat waar de islamitische wet geen enkele rol speelt zal een zekere krenking moeten worden aanvaard.
De sharia verbindt aan afvalligheid rechtsgevolgen die in ons land onaanvaardbaar zijn, zoals ontbinding van het huwelijk, ontzegging uit de ouderlijke macht en verval van erfrechtaanspraken.
Morele overtuigingen die in de islamitische wetgeving zijn vastgelegd vinden hier geen erkenning.
Sterker nog: deze rechtsnormen zijn in strijd met onze beginselen van gelijkheid en vrijheid.
Waar gewetensvrijheid heerst, heeft het geloof als juridische discipline geen plaats
.

Scheffers 'Het land van aankomst' is een mijlpaal.
Het brengt voor het eerst en uitputtend een ruim gamma aan invalshoeken van migratiebewegingen samen in één boek.
Maar het mist een degelijk notenapparaat en een thematisch register.
Het mist een even uitputtend gamma aan voorstellen en maatregelen om de clash der beschavingen binnen Europa tot kleurrijk uitdijende vuurwerk te helpen verbouwen.
Europa kan nooit het Amerikaanse integratie-draaiboek gebruiken omdat daar geen echte vormen van sociale zekerheid bestaan. De V.S.A. hebben van meet af gekozen voor de klemtoon op individuele vrijheid en verantwoordelijkheid. Alle falen en ieders ellende wordt verklaard onder het motto ‘eigen schuld dikke bult’. De Europese lidstaten hebben historisch gekozen voor 'social binding and social bridging', de structurele opbouw van sociaal kapitaal.
Dat vraagt veel meer verplichtingen en veronderstelt een georganiseerde 'verheffing' van de sociaal zwakkeren en de nieuwkomers. De Europese cultuur verwacht meer van een goed onderbouwd sociaal systeem om haar burgers en migranten de kansen te bieden tot zelfontplooiing en bijdragen aan de samen-leving.
Dit aloude emancipatie – ideaal mag zich niet laten verleiden tot vermijden, zelfs niet om de lieve vrede te bewaren. Wie hier wil meespelen in het maatschappelijke leven, wie hier wil genieten van de burgerlijke vrijheden en van de sociale zekerheid is verplicht ze zelf na te leven en moet er ook actief toe bijdragen.

Het pleidooi tot onthechting van V.S. Naipaul in 'A Bend in the River' is een mooie epiloog voor 'Het land van aankomst'.
Maar dit soort onthechting of dit soort verraad van de veilige – maar illusoire – idealen uit de eigen jeugd, zal noodgedwongen beperkt blijven tot de elites van de verschillende culturen.
De mainstream zal enkel door vele kleine contacten tijdens het verplichte kwalitatief hoogstaand onderwijs, op het werk, tijdens winkelen, wandelen en ontspannen kunnen evolueren tot een zelfbewuste, zelfrelativerende, open en ruimdenkende stroming.
Dat vraagt veel tijd, veel onthechting tijdens de conflictueuze getijdenwerking, maar het biedt een ruime kijk en een bevrijdende blik.

440. Europa heeft de wereld aangeraakt en wordt nu in toenemende mate geraakt door die wereld. Niet alleen hebben we deze wederkerigheid veroorzaakt, maar in menig opzicht hebben we die ook gewild.
De confrontatie met een militante islam beneemt het zicht op een welkome verandering. Want de wedijver met het Verre Oosten kan een energie losmaken die ons helpt uit de beklemming te raken. Die aandrang
van buiten is nodig. Hetzelfde geldt voor de komst van immigranten: hun aanwezigheid is een voortdurende uitnodiging tot zelfonderzoek. Wanneer we begrijpen dat een ontspannen samenleving
om een inspanning vraagt, kunnen we met overtuiging tegen mensen die van heinde en verre komen zeggen: welkom.

17. Te lang waren degenen die niet in de wijken woonden waar de migranten zich vestigden de warmste pleitbezorgers van de multiculturele samenleving, terwijl degenen die er wel woonden op den duur wegtrokken. Hun stem werd niet gehoord of werd gekleineerd als een vorm van vreemdelingenhaat.

46. Maar dat recht op godsdienstvrijheid brengt ook een verplichting voor moslims met zich mee, namelijk dat men de vrijheid van mensen met een ander geloof of geen geloof wil verdedigen

97. Het is een doodlopende weg om burgers eraan te herinneren dat ze wereldburgers zijn geworden wanneer niet tegelijkertijd wordt gezocht naar antwoorden op de behoefte aan continuà¯teit en gemeenschapszin.

113. 'Werknemers verliezen doordat immigranten de lonen verlagen. Werkgevers winnen omdat immigranten de lonen verlagen'

116. Er is een groot risico dat demografische stagnatie, economische crisis en sociale verstarring hand in hand gaan. Terwijl door de globalisering de aanpassingsdruk op samenlevingen steeds groter aan het worden is,wordt door de demografische teruggang het aanpassingsvermogen van diezelfde samenlevingen steeds minder.

126. Multiculturalisme en marktliberalisme hebben veel overeenkomsten: in beide gevallen wordt de waarde van het sociale compromis binnen de eigen grenzen ernstig betwijfeld.

165. De tolerantie zoals die werd beoefend in de Republiek moet niet als een verheven beginsel
worden gezien. De historicus Van Deursen komt tot een afgewogen oordeel: 'De befaamde Hollandse tolerantie behelsde dus een flink stuk opportunisme. Juist daarom heeft ze veel succes gehad. Ze was een typisch product van de pragmatische Hollandse cultuur. Niettemin bevatte ze wel degelijk ook een principieel element. De oude instinctieve afkeer van gewetensdwang is in haar geà¯nstitutionaliseerd.' ('¦)
De historicus Remieg Aerts schrijft: 'Hetzelfde beschavingsideaal dat verdraagzaamheid als deugd beschouwde, omvatte ook ingetogenheid en fatsoen, dat wil zeggen: aanpassing aan de bestaande orde en vorming in haar conventies.'

174. In een land met godsdienstvrijheid is plaats voor de islam op voorwaarde dat moslims de plicht aanvaarden om diezelfde vrijheid te verdedigen voor anderen waarmee men het fundamenteel oneens is.
Daarvan blijkt weinig in tal van moskeeën, waar de grondslagen en de instituties van de liberale democratie worden afgewezen. Lang is weggekeken, men wilde geen conflicten veroorzaken.

188. Van Deursen zegt het op zijn eigen manier: 'Geschiedenis gaat over liefde voor de medemens.
Liefde houdt niet op bij de dood. Daarom moet aandacht voor het verleden blijven bestaan; niet omdat je er beter van wordt. Als dat toch gebeurt, is het mooi meegenomen

349. Toch is de neergang van de islamitische wereld al voor die koloniale bemoeienis begonnen en heeft zich doorgezet na het vertrek van de koloniale mogendheden. Er is dan ook alle reden voor een zelfonderzoek, dat niet mag worden vermeden door het voortdurend stellen van de schuldvraag: 'Wie heeft ons dit aangedaan?' Het antwoord is: uiteindelijk niemand, de eigen verantwoordelijkheid moet onder ogen worden gezien. De neergang is van eigen makelij en heeft alles te maken met een afsluiting ten opzichte van de economische en wetenschappelijke innovaties in Europa. De renaissance, de reformatie, de technologische revolutie gingen zo goed als onopgemerkt voorbij aan de moslimwereld, die volhardde in het beeld van de christelijke Europeanen als barbaren, van wie weinig tot niets te leren viel. Die naar binnen gekeerde houding van de moslimwereld is fataal gebleken.
De afsluiting tegenover Europa duurde lang en was diepgaand.

355. Wezenlijk is dat de islam zichzelf ziet als de opvolger en vooral ook de vervolmaking van het jodendom en het christendom. Deze inherente superioriteit van de islam in de ogen van zijn aanhangers is een deel van de verklaring waarom de interesse in de westerse wereld pas laat op gang kwam. ('¦)
Morele overtuigingen die in de islamitische wetgeving zijn vastgelegd vinden hier geen erkenning.
Sterker nog: deze rechtsnormen zijn in strijd met onze beginselen van gelijkheid en vrijheid.
Waar gewetensvrijheid heerst, heeft het geloof als juridische discipline geen plaats.

Archief

Ruiyuan C: zwartwit en kleur van de vergankelijkheid – Hakka Tulou woningen

6 december 2007

Ruiyuan C: zwartwit en kleur van de vergankelijkheid – Hakka Tulou woningen, of hoe de ‘joden’van Azië overleefden.

In Sjanghai heb ik vorig jaar zijn foto's voor het eerst gezien in het kunstencentrum Moganshan Lu 50. Mijn oog viel op zijn merkwaardige composities in zwartwit van Hakka Tulou woningen met één discreet kleuraccent.
Hakka zijn Han Chinezen die gedurende bijna 2000 jaar in vier grote golven al dan niet gedwongen door de centrale heerser naar het zuidoosten van het rijk emigreerden en van daaruit in verschillende eeuwen over heel de wereld. Vandaar hun epitheton Chinese ‘joden’.
Zij bouwden hun huizen als ronde of vierkante vestingen met een enkele toegangspoort, zonder ramen op de onderste verdiepingen waar vee en voorraden werden bewaard.
Op de hoogste verdiepingen leefden de ‘dorpelingen’.
De binnenplaats werd een tempel voor de voorouders die midden hun nakomelingen aanwezig bleven, tegen een vijandige buitenwereld die de Hakka hun economisch en politiek succes benijdden.
De invloed van dit belaagd opgroeien in een vijandige omgeving – doch beschut binnen de eigen muren – met de eigen netwerken over heel China en later over de hele wereld moet in die vele eeuwen zeer groot zijn geweest.

De foto's van Ruiyan C zijn schitterend door zijn spel met zwartwit en kleur om de vergankelijkheid van de onvergankelijke en eeuwige waarheid vast te leggen, voor wie na ons komen zal.

Ruiyuan C '“ Vision Videa

Freelance photographer ,the Chinese Photographers members , the Shanghai Photographers members and the Fujian Photographers members. Youth Photographic Society of Fujian, executive director of Putian City Youth Photographic Society vice president.

In Fujian Youth Photographic Society Tenth Member Showcase ,the work “Homeland” was the Gold, “Water Melody” and”Shops” were Bronze,”Area between” and “Splendid Sunshine” were outstanding awards,In National Amateur Photographers Photography Contest,The work “Raincoats or Umbrellas” won awards for excellence.The work “Beautiful Impression” won the gold prize and also published in the Journal of the National Popular Photography.Prior to this, many of his works have been published in this magazine.

“Wuyishanshui” was second prize in the photography contest “Entering Wuyishan” by CCTV.

met dank aan Arlette voor de foto’s – aan Rik & Iris voor het behouden transport.

Archief

Paul Scheffer, Het land van aankomst – De Bezige Bij 2007

30 november 2007

Paul Scheffer, Het land van aankomst- De Bezige Bij 2007

http://www.janvanduppen.be/?p=343

Lees verder »

Archief

Frans Buelens, Congo 1885 – 1960, een financieel-economische geschiedenis. Uitg. EPO

11 september 2007

Op dinsdag 10 februari 2004 was de Belgische Senaat tot aan de nok gevuld met bordeauxrode klapstoelen waarop de resterende excellenties van de roemruchte Belgische natie zich presenteerden aan de Kongolese president Joseph Kabila die van op het rostrum verklaarde: 'œDe geschiedenis van de Democratische Republiek Kongo is ook die van de Belgen, de missionarissen, de ambtenaren en ondernemers die geloofden in de droom van koning Leopold II om in het centrum van Afrika een staat te bouwen.”
Terwijl de jonge Kabila als eerste Kongolees ooit de hoge vergadering verder voorhield “dat elke generatie haar fouten moet erkennen” kon ik moeilijk anders dan denken aan een vroeger bezoek van wijlen Laurent-Désiré K.
Zijn (pleeg)-vader was in 1979 – korter en breder – present op het stichtingscongres van de PvdA '“ voorheen Amada '“ in het intussen afgebroken Brusselse Rogiercentrum gehuld in een krijtstrepen pak met foulard, omringd door vergelijkbare kleerkasten. Hij kreeg als toenmalige voorzitter van de Bevrijdingsbeweging van Zuid-Kivu veel steun van de Volksrepubliek China, en dus ook van de kersverse zusterpartij in België, de PvdA.
Internationale Solidariteit oogde toen nog gewichtig.

Van Che Guevara zou later bekend worden dat hij Laurent Désiré Kabila in 1965 met 100 Cubanen ter plekke probeerde te bewegen tot een revolutionaire opstand naar Cubaans voorbeeld. Che had echter snel door dat LDK vooral in alcohol en vrouwen geà¯nteresseerd was en zijn afspraken niet nakwam. Exit Che. LDK verder in zaken en later schatrijk.

Een glunderende senaatsvoorzitter Armand De Decker '“ later federaal minister van ontwikkelingssamenwerking '“ verklaarde in zijn antwoord dat België “zich zeer bewust is van de verantwoordelijkheid die het in het verleden in uw land en in Centraal-Afrika heeft gedragen. Het is zich ook bewust van wat het daar heeft bijgebracht. De Belgische politieke klasse heeft veel te weinig belangstelling getoond voor het lot van uw land, getraumatiseerd als zij was door de dekolonisatie en de herinnering aan de kolonisatie en ontmoedigd door het inheemse wanbeheer van de opeenvolgende Kongolese regimes”.

Het had iets onwezenlijks, een variante op Kuifje uit Kongo.
Koning Leopold II, Kabila I en II, ze hebben allemaal iets van Kuifje.
Kuifje de verkenner, Tintin l'explorateur.
Onderzoeksjournalistiek was Kuifjes levensdoel, met tijdsgebonden invalshoeken.
Onderzoeksjournalistiek kan je immers op vele manieren bedrijven.
Je kan met gevlei en geslijm aan informatie en investeringen proberen te komen.
Je kan je ook moeizaam een weg banen doorheen immense archieven en financieel economische gegevens die over Kongo en Midden-Afrika in Belgische schatkamers begraven liggen.

Frans Buelens – TEW Universiteit Antwerpen – heeft met zijn forse studie 'Congo 1885 '“ 1960. Een financieel-economische geschiedenis' een boeiend Kuifjesalbum opgeleverd.
Het leest als een spannende 'who done it?'
Wie, wat, waar, waarom en voor hoeveel: Frans Buelens heeft het zoals steeds consciëntieus uitgespit als een van de vele wetenschappers die met hun onderzoekswerk blijvend recht doen aan de geschiedenis die als een engel voortschrijdt terugdeinzend bij de aanblik van wat hij heeft aangericht.

De 671 pagina dikke en goed leesbare turf is een intelligente handleiding voor een bezoek aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.
Het bevat de stambomen van de rijkste Belgische families en een verklaring voor het vaak zeer succesvol ondernemersschap van hun voorvaderen: Lippens, Van Thillo, Lambert, Umicore, Unilever en natuurlijk de Saksen-Coburg-Gotha club.
De uitgebreid gedocumenteerde zakenbelangen en de gedetailleerde toelichting over de economische en financiële structuren en processen in Congo als Vrijstaat en later als Belgische kolonie is soms adembenemend spannend, gênant, misselijkmakend.
Maar ook hilarisch.

Frans Buelens vlooit de genialiteit uit waarmee Leopold II zijn 'Belgische Natie' oplichtte en zijn eigen familie financieel in het ootje nam.
Met 'Rendementen en winstvoet bij de werking van de kapitaalmarkt bij de Congolese investeringen' argumenteert hij grondig waarom ' Congo goud waard is voor het moederland', veel te klein voor zo’n groot vorst.

Alleen de autochtone bevolking van Kongo is er niet beter van geworden, behoudens een paar families die het heerlijk religieuze spel van veel beloven en weinig geven in de vingers hadden en hebben.

'Sociologisch waren de oude maatschappelijke structuren opgebroken en was de Afrikaanse dorpsgemeenschap in de verdrukking door de vlucht naar de steden, die soms tot waterhoofden uitgroeiden. De kloof tussen stad en platteland was immers verbreed en al waren de steden echte bidonvilles, toch bleven ze voor velen een toevluchtsoord. Heel wat landen hadden geen duurzame landbouwbasis voor hun economie om op z'n minst de bevolking te kunnen voeden.
Er was weliswaar een zekere infrastructuur tot stand gekomen met wegen, spoorwegen, telefonie en telegrafie maar deze infrastructuur was voor een groot deel in functie van mijnbouw en export uitgebouwd. De geldeconomie was geà¯ntroduceerd maar er was vrijwel geen kapitaalsaccumulatie tot stand gebracht waarover Afrika zelf beslissingsmacht had. De industrie stond over het algemeen extreem zwak en wat meer is, de oude ambachten waren ten gronde gegaan, en met hen de technische kennis. En vooral had de mens, toch de belangrijkste productiefactor, helemaal niet de kans gekregen om zich tot zo'n niveau te scholen dat hij de nieuwe instituties zo maar kon overnemen. In dit opzicht blonk het Belgische beleid in Congo zowat uit. Afrika was weliswaar ingeschakeld in de wereldeconomie maar dan wel als een extreem verzwakte schakel. ' ( 606-607)

Archief

Peter Sloterdijk, Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering. uitg. SUN

19 augustus 2007

Peter Sloterdijk, Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering. uitg. SUN

Het tempo waarop Peter Sloterdijk schrijft en publiceert is adembenemend.
De nieuwe '“ vaak verrassende – ideeën die hij in zijn werk ontwikkelt, zijn zeer de moeite en verleiden de lezer tot diep in zijn sferologie.
Ook met ‘Im Weltinnenraum des Kapitals’ (2004) in het Nederlands verschenen als 'Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering' (2006 bij SUN) is het weer goed prijs.
Bijna iedere bladzijde noopt tot reflectie, bijna iedere hoofdstuk noopt tot achteroverleunen, lezen en herlezen.

Dit vervolg op zijn Sferentrilogie waarvan naar verluidt dit najaar het derde deel in vertaling zal verschijnen, is een kritische analyse van de trek naar het westen uit de Renaissance van Europese culturen: de visie op de aarde als een globe met meer zee dan land, Columbus die zichzelf als Christusdragende kolonisator bleef aanbidden, het Jezuà¯etentheater en de contra-reformatie, Dostojewski's Crystal Palace en Melville's Moby Dick, het toenemende morbide overgewicht in de VSA, de rol van humor en grootmoedigheid.
Hij houdt onze sociale immuunsystemen tegen het licht, wijst op het belang van onze precieze plaats op de aardglobe voor ons denken, herkent de moderne 'consultancy-mode' en het hedendaagse verzekeringswezen als een opvolger van de filosofen- en ideologencultuur.

De filosoof uit Karlsruhe belicht vanuit zijn filosofische analyse het fenomeen van toenemende segregatie in zogenaamde multiculturele steden, waar de overheden publiek en met nadruk voor integratie pleiten.
Hij komt tot eenzelfde conclusie als Harvardprofessor Robert D. Putnam (Bowling Alone) in zijn nieuwste studie ‘E Pluribus Unum: Diversity and Community in The Twenty-First Century’. Volgens Putnam blijken mensen die in – naar huidskleur, cultuur en herkomst – gemengde gemeenschappen wonen hun buren meer te wantrouwen. Wat ook hun huidskleur is. Ze keren zich zelfs af van hun beste vrienden, stemmen minder, geven minder aan goede doelen en doen vrijwilligerswerk. Ze verwachten minder van de overheid dan bewoners van homogene wijken en wantrouwen hun leiders. ( De Morgen 18/8/2007)
‘Hunkering down’, noemt Putnam dat fenomeen. 'Verzuren' heet dat in Vlaanderen.
Gabriel van den Brink merkte in zijn onderzoek 'Culturele contrasten '“ Het verhaal van de migranten in Rotterdam' (Bert Bakker – 2006) een toenemende segregatie in deze stad, ondanks de inspanningen van de stedelijke en landelijke overheid om een multiculturele integratie te bevorderen.

'Men moet er niet raar van opkijken als blijkt dat hoe meer de wereld in een netwerk gevangen raakt, hoe meer de symptomen van misantropie in aantal zullen groeien. Als mensenvrees een natuurlijk antwoord is op onwelkome nabuurschap, dan kan men op grond van de gedwongen nabuurschap-op-afstand van de meerderheid met de meerderheid een ongekende epidemie van misantropie voorspellen. Dat zal alleen diegenen verbazen die vergeten zijn dat de uitdrukking 'buur' en 'vijand' van oudsher nagenoeg synoniem waren. Tegen deze achtergrond krijgen begrippen als 'beschaving' en 'wereldburgerschap' een andere betekenis: zij verwijzen voortaan naar de horizon van misantropie onderdrukkende maatregelen. ('¦)
Om antropologisch te spreken: de homo sapiens heeft van alle levende wezens de breedste rug – hij heeft hem nodig om hem zijn medemensen toe te keren.' (153)

In het kristalpaleis waarin een ruim derde van de huidige aardbevolking pleegt te vertoeven in min of meer luxueuze omstandigheden van overbodigheid en nutteloosheid '“ behoudens de plicht tot consumeren, heerst de typische paleisverveling. Dat maakt die luxe-bewoners voortdurend alert op nieuws van elders dat ze ruim uitvergroot of als visuele horror degusteren in beeld en klank.

'Aanval is een prima verkoopbaar product, en hoe meedogenlozer hij wordt uitgevoerd, des te hoger de mediale beloning uitvalt. De aanvallers weten hoe dat komt: de zenuwstelsels van de bewoners van het kristalpaleis zijn een makkelijke prooi voor elk soort invasie, omdat ze, murw gemaakt door de paleisverveling, altijd op nieuws van buiten zitten te wachten. Omdat ze permanente om werk verlegen zitten, doen de paranoà¯de programma’s van de welvaartsburgers niets liever dan elk signaal dat wijst op het bestaan van een externe vijand, ook al is het nog zo zwak, op te vangen en te versterken. Die versterkte geluiden worden in de hysterische infosfeer als weergave van de situatie aan de terreurconsumenten doorgegeven, die op hun beurt indirecte zich-bedreigd-voelen als stimulerend middel in hun stofwisseling opnemen.'(197)

Concrete voorstellen van Sloterdijk laten nog wat op zich wachten. 'Regels voor het mensenpark' en met Alain Finkielkraut 'De hartslag van de wereld' lijken moeizame voorproefjes.
Sloterdijk is een nieuwe Diogenes op zoek naar mensen in een cultuur waar vrijmoedig en onbevangen gesproken wordt, waar een aantrekkelijk, kritisch, creatief en grootmoedig opvoedingsideaal mensen nader tot elkaar brengt.

' Het uitgebreid- zijn op de eigen plaats is de goede gewoonte om te zijn.
Zolang links van plan is een aards links te blijven of te worden, zal het ondanks alle liefde voor de symmetrie met deze bepalingen rekening moeten houden, tenzij het de voorkeur geeft aan een affaire met het oneindige '“ waar men volledig begrip voor kan hebben, aangezien aardse sociaal-democratie in filosofisch opzicht verveelt en in esthetisch opzicht niet bevredigt.'(285)

'In de tijd van de polis verkondigde Aristoteles de mening dat alleen diegenen burgers konden zijn voor wie grootmoedigheid tot een tweede natuur is geworden. Het valt niet goed in te zien waarom dat voor de mensen van het tijdperk van de natiestaten en de globalisering niet meer van toepassing zou zijn, enkel omdat die het tegenwoordig over creativiteit hebben in plaats van over edelmoedigheid. De creatieve mensen, zo heet het, zijn degenen die het geheel ervan weerhouden tot een schadelijke sleur te vervallen. Misschien is het moment aangebroken om die frase aan haar woord te houden.' (286)

De klassieke grote verhalen '“ die van het boek (Oude en Nieuwe Testament en Koran), het liberaal progressieve, het hegeliaanse, het marxistische en het fascistische '“ hebben compleet gefaald in het verklaren en begrijpen van de globaliserende wereld, laat staan dat ze ertoe geleid zouden hebben die wereld zinvol en menselijk te veranderen.
Vandaag betekent filosoferen met elkaar twijfelen, elkaar onderzoeken en bevragen en creatieve gedachten wikken en wegen, aarzelend en grootmoedig: 'Dubito ergo sum!
Wie zo denkt, spreekt en handelt kan jonge mensen voorbereiden op de behoedzame deelname aan deze vrijmoedigheid, dit vrij kunnen, durven en willen spreken, deze 'parreisia' die niet verzandt in loze kreten en hol gefluister omdat hen iedere vorm van grondige kennis werd onthouden onder het motto dat onderwijs vooral 'tools' moet aanreiken om kennis te zoeken en te vinden.
De Grote Proletarische Culturele Revolutie heeft vanaf het midden van de jaren zestig van vorige eeuw een ravage aangericht in de mogelijkheid van vrij en met enige kennis van zaken te spreken voor de Chinese jeugd.
'We don’t need no education' was alles wat overbleef van Pink Floyds 'Another Brick In The Wall'. De gevolgen voor het opleidingsniveau en het onderwijs in Zuid-Afrika zijn vandaag nog steeds dramatisch.

Frank Furedi onderzocht in zijn boekje 'Waar zijn de intellectuelen?' reeds grondig dit fenomeen van infantilisering:
'œHet type bevestigend gedrag dat volgens opvoedkundigen voor kleine kinderen het beste is, is door de universiteit overgenomen. En hoe meer energie docenten aan de emotionele behoeften van hun studenten moeten besteden, des te minder zullen ze hen als potentiële intellectuelen serieus kunnen nemen – dat valt niet te vermijden.
Uit dit infantiliseringsproces komt een pessimistisch en antidemocratische mensbeeld naar voren. De doelgroep van het sociale integratiebeleid bestaat uit individuen die geen gelijkenis met het ideaalbeeld van het democratisch subject vertonen. In ideale voorstellingen van democratische participatie wordt uitgegaan van burgers die intelligent en verantwoordelijk genoeg zijn om zelfstandig te handelen en hun rechten te laten gelden. Ze kunnen kritiek uitoefenen en verdragen. Zijn volwassen, bezitten verantwoordelijkheidsgevoel en zijn bereid belang te stellen in zaken die niet alleen hen maar ook andere segmenten van een gemeenschap beà¯nvloeden. De huidige culturele instanties en onderwijsinstellingen geven signalen af als zou van mensen niet mogen worden verwacht dat ze zich overeenkomstig democratische idealen gedragen. Zij verwachten daarentegen van hun publiek dat het emotioneel is, dat het alleen in zichzelf belang stelt, en dat het niet nieuwsgierig en niet volwassen is.'(172)

Het wordt tijd dat in tempels, openluchttheaters, halfronden, salons, cafés, restaurants en passages, scholen, jeugdhonken, publieke ruimtes, audiovisuele en internetsites dit gesprek met een toenemende intensiteit aangegaan wordt. De behoedzame, onderbouwde, blijmoedige vrijmoedigheid van dit gesprek zal bepalend worden voor wie wij zijn en wat er na ons komt.
In deel II, ‘Globen’ van zijn magnum opus ‘Sferen’, behandelt hij een oerscène van dit soort gesprekken aan de hand van het Filosofenmozaà¯ek van Torre Annunziata:
‘Zeven oudere mannen in een geà¯dealiseerd landschap, niet ver van en Griekse stad, misschien Acrocorinthe, misschien Athene, beslist niet Sparta. De zonder uitzondering bebaarde heren zitten onder een boom met elkaar te praten, dicht bij een heilig woud, waarvan de ingang met zuilen gemarkeerd is; op de dwarsbalk staan offergaven in buikige vaten.
Alles in dit tafereel wijst op de uitzonderingstoestand: de plek is niet zomaar een plek; wat daar besproken wodt is niet zomaar iets. Kennelijk hebben de aanwezigen het over een brandende kwestie. Degene die links staat heeft zojuist zijn pleidooi beëindigd, zijn buurman geeft een summier antwoord door met de staf naar de bol te wijzen, en een soort verbazing verbreidt zich over de aanwezigen. Het lijkt alsof een idee de ronde doet en hen overrompelt als een attaque. Een zekere opgewondenheid hangt in de lucht, ja, men kan zich nauwelijks aan de indruk onttrekken dat de fascinatie van de discussie op dit moment heeft plaatsgemaakt voor een gemeenschappelijke ontsteltenis. Waarschijnlijk is er een vermetele, schrikwekkende gedachte opgeworpen, die zich met de kracht van het ‘voor de eerste keer’ aan de aanwezigen opdringt. (…) De woordenwisseling is overgegaan in het denken; wereldschokkende ideeën stijgen op uit het vruchteloze geklets en beginnen hun vlucht. Een ongekende evidentie biologeert het denkvermogen van de aanwezigen. (401)

Sloterdijks 'Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering' kan bij dit soort gesprekken hulp bieden.
Over het filosofenmozaà¯ek van Torre Annunziata – eerste eeuw v.C.- Museo Nationale Napels.

Peter Sloterdijk, Sferen II, Globes – Macrosferologie, Proloog: Intensieve Idylle.

404: De eerste aanhangers van het bios theoretikos weten dat de vrijheid om te denken alleen door een breuk met de stad en de later zogeheten volksgemeenschap verwezenlijkt kan worden.
Door de uitvinding van het denkspel filosofie wordende navolgende samenlevingsvormen, of ze nu als steden, monarchieën of keizerrijken worden ingericht, endogeen gespleten. Er is een denken in de wereld binnengedrongen, dat zich opwerpt als het laatste woord over wat geldt en is, en waarvan toch de meesten, ook de politiek, economisch, journalistiek machtigen slechts van de buitenkant kennis kunnen nemen. Met deze krenking moet elke reële samenleving, die het denken niet in zijn geheel wil hinderen, leren leven – ofwel door uit te wijken naar de bewondering, zoals de antieke wereld verkoos te doen, ofwel door te vluchten in de scepsis tegenover de hogere kennis en haar instituties, een scepsis die de vitalistische modernen helpt een leven te leiden in argeloosheid, zonder zich minderwaardig te voelen.('¦)
Geen enkele intellectueel zou deze situatie ooit mogen vergeten: zeven geleerden tegenover een gestreepte bol, baardige heren in een opgewektheid die geen buitenstaander kan verklaren, ontsnapt aan de stad, overgeleverd aan een subtiele andersdenkendendheid, op grond van gemeenschappelijke logische intuà¯ties gecommitteerd aan een oneindige vraag – dat is de oerscène van het academische pacifisme. ('¦)

406: Het unieke van het filosofen tafereel zit hem eerder hierin dat enkele grootheden van het vroege denken zich op het moment van een gemeenschappelijke betrokkenheid bij een eenmalig thema laten observeren, met als doel de beschouwer getuige te laten worden van een debat dat constitutief is voor de filosofie als geheel. Men zou kunnen zeggen dat wat hier in beeld verschijnt de uitstorting is van de oervraag zelf. Voor de duur van het moment is datgene wat denken heet in zekere zin voor de voeten van het gezelschap gevallen. Er ligt een bol klaar die de toeschouwer met twee absolute imperatieven naar zich toetrekt:’ Kom, denk mij!’ en:’ Ga in mij op!’

427: De aanvangsdatum van de oorspronkelijke globalisering laat zich dus, tenminste als tijdvak, met enige duidelijkheid bepalen: het is de kosmologische verlichting bij de Griekse denkers, die door hun samenvoeging van ontologie en meetkunde de grote bol aan het rollen brachten. Misschien had Heidegger gelijk toen hij de moderniteit identificeerde met de bruiloft van het beeld-worden van de wereld en het zijnde, maar het begin van dit proces dateert nogal uit de bloeitijd van het Griekse denken. De weergave van het Al met een bol is de beslissende daad van de vroeg-Europese verlichting. Men zou de oorspronkelijke filosofie kunnen definiëren als de doorbraak naar het monosferische denken – d.w.z. de eis om het zijnde in zijn geheel te duiden aan de hand van de bolvorm. ('¦)

Lees verder »

Archief

Portbou, Dani Karavan: Passagen Walter Benjamin (1940 – 1994 – 2007)

14 augustus 2007

'Iedereen gaat dood op een manier die op hem lijkt. Sommigen in stilte, op hun tenen, anderen lopen achteruit, terwijl ze om vergiffenis of toestemming vragen. Sommigen gaan heftig discussiërend of om uitleg vragend, en sommigen banen zich vechtend en vloekend een weg erheen. Anderen omarmen hem. Sommigen sluiten hun ogen, weer anderen huilen.'
Eduardo Galeano geciteerd in Bruno Arpaia, De engel van de geschiedenis, 306

Portbou is een grens met een enorm – glas in ijzer overkapt – station, waar de Spaanse treinen noodgedwongen halt houden en met een andere spoormaat de reizigers uit de rest van Europa opwachten, meer dan een eeuw lang.
Portbou is dé grens en cultiveert op wat amechtige wijze zijn beroemdste grensganger met een traject dat hij door de Pyreneeën liep van het laatste Franse station naar het eerste Spaanse.
Walter Benjamin koos in 1940 finaal voor het definitieve einde, waarover Bruno Arpaia ‘De Engel van de geschiedenis’ schreef.
Het is goed kijken naar de toeristen, de passanten tussen strand en zee, tussen land en water, tussen hemel en aarde.
Het is even slikken bij het zien van de gammele foto’s van Walter Benjamin en de copieën van de begrafenis- en schouwingskosten in het Centro Civico waar autochtone bejaarden een kaartje leggen en een pijp roken.
Het is vertwijfeld dwalen doorheen het stadje van het enorme station naar de begraafplaats waar hij wegens te weinig grafgeld na 5 jaar werd opgegraven en in de kuil van de anonieme armen werd gegooid.
Het huidige grafmonument – naar joodse traditie overdekt met keitjes – dekt dus alleen de illusie, en die is bijzonder aangrijpend en beklijvend voor wie doorheen het monument van Dani Karavan stapt in ‘Passagen’ (1994) en finaal geconfronteerd wordt met de tekst op de door vandalen beschadigde glasplaat:
'œSchwerer ist es das Gedà¤chtnis der Namenlosen zu ehren als das der Berühmten. Dem Gedà¤chtnis der Namenlosen ist die historische Konstruktion geweiht.'
(Walter Benjamin, Gesammelte Schriften, I, S. 1241)

‘Al kort na de eerste wereldoorlog bekritiseerde Benjamin die tendens in bewoordingen die niets aan actualiteit hebben ingeboet toen hij de verhouding tussen wetgevende en uitvoerende macht voorstelde als die tussen rechtscheppend en rechthandhavend geweld:
“Verdwijnt het bewustzijn van de latente aanwezigheid van het geweld in een wettelijke institutie, dan raakt ze in verval. Een voorbeeld daarvan vormen in onze tijd de parlementen. Ze bieden het bekende jammerlijke schouwspel omdat ze zich van de revolutionaire krachten, waaraan ze hun bestaan te danken hebben, niet bewust zijn gebleven('¦) Hun ontbreekt de zin voor rechtscheppend geweld dat in ze is vertegenwoordigd: geen wonder dat ze niet tot besluiten komen die dit geweld waardig zouden zijn maar daarentegen in het compromis een schijnbaar geweldloze aanpak van politieke aangelegenheden cultiveren' (Walter Benjamin, Gesammelte Schriften, 1, 65-66) ibidem p.47.

‘De ideologie van het detail steunde op de veronderstelling dat de ruilwaarde, de zogenaamde onzichtbare genius malignus van de moderne wereld, in de ornamenten van de waar gestalte kreeg en zich in de arabesken van de passage-architectuur openbaarde. Vervuld van het bijgeloof in het detail, beet Walter Benjamins onderzoek zich in onderaardse bibliotheekarbeid vast, door onvrije genialiteit in een uitzichtloze richting gedreven. Hoe meer materiaal het opstapelde, des te dieper bedolf het de vruchtbare opzet van de onderneming, namelijk om de interieur – en contextscheppende kracht van de kapitalistische modus vivendi bloot te leggen.
Benjamins interpretatie van de passages werd geà¯nspireerd door het realistische, maar triviale marxistische inzicht dat achter de glanzende buitenkanten van de warenwereld een eerder onaangenaam te noemen en soms zelfs troosteloze arbeidswereld schuilgaat; ze werd verwrongen door de suggestie dat de kapitalistische wereldsamenhang als zodanig een hel is, bewoond door verdoemden die uit hun verdoemenis helaas geen politieke lessen trekken. In duistere toespelingen werd gesuggereerd dat die mooie wereld onder glas een metamorfose van Dantes inferno was.
Een idee over hoe een democratische verbouwing van de passages zou kunnen uitzien en, sterker nog, opheldering over de vraag of een uitbraak van de 'massa’s' uit de matrix of het 'veld' van het kapitalisme denkbaar of zelfs maar wenselijk was, bleef het onderzoek tegen deze achtergrond schuldig. Over het geheel genomen getuigen Benjamins studies van het wraakzuchtige geluk van de melancholicus die een archief van bewijzen voor de verdorvenheid van de wereld aanlegt’.
Peter Sloterdijk, Het Kristalpaleis, 189.

Archief

Roberto Saviano, ‘Gomorra, een reis door het imperium van de Camorra’.

7 augustus 2007

Roberto Saviano, Gomorra, een reis door het imperium van de Camorra. uitg. Rotschild&Bach

‘Gomorra’ is een boeiend boek, niet alleen om de onthullingen, om de bijtende analyse van de Italiaanse schaduweconomie die meer dan schaduw een steun is voor het officiële imago van 'Made in Italy'. In de Italiaanse Haute Couture is de originele versie immers onbetaalbaar en van een ideële maatvoering voor het doelpubliek. Dat kan je niet blijven frustreren en daarom zorgt de schaduweconomie voor betaalbare en draagbare varianten.
Iedereen tevreden.
Want is dat niet het doel van de Camorra, veel meer nog dan de Siciliaanse Maffia?
In ‘Gomorra’ weet Roberto Saviano de lijnen te lichten van de voornaasmte activiteiten van de Camorra. Deze in oorsprong Spaans-Napolitaanse bende uit het begin van de 19de eeuw tijdens het Koninkrijk van de Beide Siciliën en Napels voert vandaag een aangepaste economische en sociale politiek die maximaal rendement koppelt aan een grote flexibiliteit en (internationale) marktgerichtheid.
De banden van de Napolitaanse Camorra met de Chinese economie, de rol van de baai van Napels in de internationale schaduwhandel worden door Saviano behandeld.
'Vanuit China, voorzover uit het onderzoek van 2004 naar voren komt, verplaatsen en distribueren de clans in Europa via hun handelsnetwerk verschillende hightechproducten. Europa had de buitenkant, het merk, de bekendheid, de publiciteit; China had de inhoud, het product zelf, de goedkope productie en materialen tegen spotprijzen. Het Systeem van de camorra heeft die twee dingen samengebracht met als resultaat winst op alle fronten.'(55)

Roberto Saviano heeft de kennis, het inzicht en de moed bij elkaar geraapt om de verbanden tussen de schaduweconomie en de officiële Italiaanse '“ Europese '“ Wereld economie bloot te leggen.

' Nooit is de criminaliteit in het economische leven in een gebied zo overweldigend aanwezig geweest als in de afgelopen 10 jaar in Campania. De camorraclans hebben geen politici nodig zoals de Siciliaanse maffia, het zijn juist de politici die het Systeem hard nodig hebben. In Campania hoort het bij de strategie van de clan dat het zichtbaar gedeelte van de politiek op de radio en televisie formeel immuun is voor iedere betrokkenheid. In de provincie echter, in de dorpen waar de clans militaire ondersteuning nodig hebben, dekmantels voor voortvluchtige en voor de wat openlijke economische maneuvers, daar zijn de banden tussen de politici in de camorrafamilies veel inniger. De clans van de camorra komen via hun zakelijke imperium aan de macht, en dat is voldoende om al het andere te kunnen domineren.' (60)

De consumentenkuddes worden in heel de wereld begeleid door herders met honden en belagers met wolven. Ook al worden wij als consumerende kuddedieren gehoed door onze politieke, economische, religieuze herders, tussen die herders en de wolven in het bos bestaat een goeie verstandhouding in flexibele wisselwerking om de immense consumentenmarkt van al die vele mensenkuddes te optimaliseren.
De officiële economie in de sectoren waar de Camorra actief is, kan blijkbaar niet zonder haar schaduw.
En wanneer de wolven in het schaduwrijke bos hun rijkdom hebben geconsolideerd, ondergaan deze een metamorfose naar de machtige figuur van de herder. De boze wolf wordt plots Roodkapjes grootmoeder of moeder de geit.

'Het lijkt er misschien op dat de clans, als de vorming van groot kapitaal eenmaal is voltooid, hun criminele activiteiten stopzetten, waarmee ze hun eigen DNA min of meer verwoesten en het naar legale niveau converteren. Net zoals de familie Kennedy in Amerika tijdens de drooglegging enorme kapitalen had verdiend aan alcohol maar daarna iedere band met de misdaad verbrak. In werkelijkheid is het illegale Italiaanse ondernemerschap juist zo sterk omdat er altijd op twee paarden wordt gewed en de ondernemers nooit hun criminele roots verloochenen.'(307)

Vrij Nederland had met Roberto Saviano een indringend interview op 31/3/2007:

http://www.vn.nl/web/show/id=62082/contentid=1645

Marco Tullio Giordana ( La Meglio Giovent๠) heeft met 'I cento passi' in 2000 een boeiende film gemaakt over het leven van Peppino Impastato die met een vrije radio in de jaren zeventig de maffia praktijken in Sicilië, waarin ook zijn vader meeliep, aankloeg. Hij werd in 1978 vermoord op de dag dat het lijk van de ontvoerde politicus Aldo Moro werd teruggevonden.

http://nl.wikipedia.org/wiki/I_cento_passi

Lees verder »

Archief

Peter Sloterdijk, Woede en Tijd, uitg.SUN

31 juli 2007

Peter Sloterdijk, Woede en Tijd, uitg.SUN

'Zorn und Zeit', is een schitterende alliteratie waarmee Peter Sloterdijk eens te meer een fascinerende visie ontwikkelt op de moderne geschiedenis.
Hij opent magistraal met Europa's eerste woord uit Homerus' Ilias: 'Godin, bezing ons de woede van de zoon van Peleus, Achilles'¦'.
Wegens het schielijk verscheiden van God en zijn goden sinds de tijd van de Verlichting is de toorn niet langer een zaak van de hemelse machten, die tot dan ingezet werden bij het menselijke spel van geven en nemen.
Voor toorn en wrok waren geen bovenaardse bewaarders noch bovenmenselijke verklaarders meer van doen.
En daar ligt volgens Sloterdijk de kiem van de grenzeloze, tomeloze en uitzichtloze uitbarstingen van geregiseerde woede: het politieke experiment om de thymotische (woede-) emoties van de massa's in natiestaten te gieten en voor de 'vooruitgang' te mobiliseren leidde tot de massaslachtingen van de XXste eeuw : 'Men moet zich realiseren dat het geweld op geen enkel moment in de 20e eeuw is 'uitgebroken'. Het werd door zijn agenten volgens zakelijke criteria gepland en door zijn managers met een ruim zicht op hun objecten gestuurd. Wat op het eerste oog leek op amok op het hoogste niveau, was in de praktijk vooral bureaucratie, partijwerk, routine en resultaat van organisatorisch overleg.'

Sloterdijk benadert de 'toorn' als een pijnlijke maar passende parodie op het marxistische begrip 'kapitaal': het 'woedekapitaal' zat in spaarbanken, in investeringskrediet, in risico-aandelen en in een wild gevecht op de woedebeurzen van de wereld. Met dat 'woede-kapitaal' konden de speculanten in toorn onmetelijke gevechten aangaan, zolang ze bij hun volgelingen de gevoelens van verongelijktheid, jaloezie, rancune, naijver voldoende kunnen oppoken.
Hij fileert dit fenomeen ten gronde bij de linkse stromingen, partijen en staten waar deze individuele wrok op een briljante en bloedige wijze werd gemobiliseerd in het politiek project: het socialisme, de dictatuur van het proletariaat. Marx en Engels probeerden met hun Communistisch Manifest de toorn en de wrok van de arbeiders te mobiliseren voor hun politieke plannen.
'Om het met de woorden van twee beroemde collega's uit het jaar 1848 te zeggen: alle geschiedenis is de geschiedenis van het productief maken van toorn.', aldus Sloterdijk.
Hij verwijt de fellowtravellers uit het westen dat ze bereid waren het linkse fascisme '“ van Lenin, Stalin, Mao en consorten – te tolereren en te steunen waarbij de gruweldaden van Hitlers nationaal-socialisme als redder van hun geweten werd opgevoerd.
Niet zelden hullen de westerse fellowtravellers zich in de romantiek van de verliezers in eeuwige opstand: de strijd gaat altijd door, zeker in tijden van nederlagen.

De grootste bijdrage van het reëel bestaande socialisme is volgens Sloterdijk de permanente dreiging die ervan uitging waarvan vakbonden en sociaal-democratie in het westen handig gebruik maakten als stok achter de deur in hun onderhandelingen met het grootkapitaal en de nationale overheden.
Sinds 1979 '“ Thatcher, de Sovjetunie op falend oorlogspad in Afghanistan en de Ayatollahs aan de macht in Iran – bleek het dreigende thymotische woedekapitaal van het socialisme eerder zelf een kaduke verzameling papieren tijgers.
Het surplus dat sinds de Russische revolutie in de sociaal-economische en politieke rekeningen van geven en nemen in het westen was bedongen, bleek plots in de ogen van het kapitaal fors overdreven en diende onverwijld teruggeschroefd te worden: opbod in sociale afbraak.
Volgens Sloterdijk gaat het met het 'woedekapitaal' sinds het einde van de communistische illusies niet al te best. De 'thymos' lijkt in de oude socialistische heilsstaten helemaal verdwenen en in de westerse wereld heeft 'eros', de onmiddellijke behoeftebevrediging, met mateloze bombarie, verslavingsstrategieën en consumentendom zijn plaats ingenomen.

Ik vrees dat Peter Sloterdijk ondanks zijn glasheldere analyse hier een gloeiende glimp van een nieuwe 'thymos' veronachtzaamt: de oude socialistische heilsstaten kweken nog steeds met bravoure een schaduwcultuur van de toorn, op nationalistische leest van verongelijkte burgers, van rancuneuze cultuurfenomenen, van volkeren die zich historisch tekort gedaan voelen.
In Rusland én China levert het 'woedekapitaal' vandaag forse winsten op de beurs van het militaire nationalisme en globaliserende economische veroveringsstrategieën.
Daarmee valt fors te speculeren door de machthebbers die de overslaande stem van de zelf uitgekozen volksmassa's weten te dicteren.

Sloterdijk heeft wel een snijdende analyse klaar van de 'Derde inzameling van de Woede' door de politieke islam. Dat wordt volgens hem alleen maar een nog groter bloedbad waarbij de verschillende fracties elkaar nog 50 jaar rücksichtlos en met een geestdriftige missioneringdynamiek te lijf zullen gaan tot het demografische surplus van honderden miljoenen overbodige, werkloze, sociaal wanhopige jongeren is geconsumeerd: 'œZowel de huidige als de toekomstige verkondigers van de islamistische expansiegedachten lijken op geen enkele manier op een klasse van arbeiders en loontrekkers, die zich verenigen om door de verovering van de staatsmacht een einde aan hun misère te maken. Veeleer vertegenwoordigen ze een nijdig subproletariaat, erger nog, een desperate beweging van economisch overbodigen en sociaal onbruikbaren, voor wie er in hun eigen systemen veel te weinig aanvaardbare posities zijn, ook al zouden ze door staatsgrepen of verkiezingen aan de macht komen. ('¦) Het radicale islamisme van onze tijd is het eerste voorbeeld van een puur wraakzuchtige ideologie: het kan alleen straffen, maar brengt niets tot stand.
De zwakheid van de islam als politieke religie, of hij nu van gematigde of radicale snit is, vloeit voort uit het feit dat hij principieel op het verleden is gericht. Zijn leiders kunnen tot dusver niets dan atechnische, romantische, door woede gekleurde begrippen voor de wereld van morgen formuleren.'

Peter Sloterdijk eindigt 'Woede en Tijd' met goede raad voor de mensen van vandaag en morgen:
'Aan gene zijde van het ressentiment: ('¦) in een tijd van globalisering is geen politiek van grootschalige leedvereffening meer mogelijk, zolang die berust op het nadragen van onrecht dat in het verleden is aangedaan, ongeacht of een dergelijke politiek zich als democratisch of socialistisch messianisme of als wereldverlossing wenst te camoufleren. ('¦) Het is tegenwoordig veel belangrijker de aloude, noodlottige alliantie tussen intelligentie en ressentiment te verbreken, om ruimte te scheppen voor toekomstgerichte paradigma’s van ontgifte levenswijsheid. De criteria hiervoor zijn niet bijzonder nieuw. John Locke, de geestelijke leidsman van de liberale Engelse bourgeoisie, heeft ze in 1689 in eenvoudige taal geformuleerd: het gaat om de fundamentele rechten op leven, vrijheid en eigendom. Wat de succesgeschiedenis van deze trias betreft zijn historische bevindingen evident: alleen in die gebieden van de wereld waar deze normen gerespecteerd worden, treden er werkelijke verbeteringen in de leefsituatie op. ('¦) Men moet streven naar een meritocratie die zowel inter- als transcultureel een antiautoritair ontspannen moraal weet te verenigen met een duidelijk normbesef en respect voor onvervreemdbare mensenrechten. Het avontuur van de moraal voltrekt zich via het parallellogram van elitaire en egalitaire krachten. Alleen in dit kader is accentverschuiving van toe-eigeningsdriften naar schenkende deugden denkbaar.
De inzet van dit opvoedkundige programma is hoog. Hierbij gaat het om het opstellen van een 'code of conduct' voor veelzijdige beschavingscomplexen. Zo'n schema moet stevig genoeg zijn om in het reine te komen met het feit dat de gecompromitteerde en geglobaliseerde wereld vooralsnog multimegalomaan en interparanoà¯de blijft. Men kan een universum van energieke, thymotische prikkelbare individuen niet met behulp van idealistische synthesen van bovenaf creëren, maar alleen door middel van kracht-kracht relaties in evenwicht houden. Grote politiek vindt alleen plaats in de modus van balanceeroefeningen. Balanceren betekent: noodzakelijke strijd niet ontwijken en overbodige strijd niet provoceren. Het betekent ook zich in de wedstrijd met de entropische processen, vooral die van de vernietiging van het milieu en van de demoralisatie, niet bij voorbaat gewonnen geven. Hiertoe moet men zichzelf steeds met de ogen van de anderen leren zien. Wat vroeger door een overspannen religieuze nederigheid moest worden bereikt, zal voortaan tot stand moeten worden gebracht door een rationaliteitscultuur, die gebaseerd is op waarnemingen van de tweede orde. Alleen zij kan de sluwe naà¯viteit een halt toeroepen, namelijk door de geldingsdrang met zelfrelativering te combineren. Voor het vervullen van die taken is tijd nodig – maar dat is niet meer de historische tijd van het epos en van het tragische drama. De tijd die hier aan de orde is moet als leertijd van beschavingen worden gedefinieerd. Wie alleen 'geschiedenis' wil maken blijft bij deze definitie achter.'

Dat deze rationaliteitscultuur van waarnemingen van de tweede orde indirect en met kleine pasjes, behoedzaam en volhoudend zal moeten bespeeld worden, heeft hij glashelder aangetoond.
Edoch, het geglobaliseerde muizenvolk is niet uitsluitend blootgesteld aan praatjes van mensen van goede wil.
'Accentverschuivingen van toe-eigeningsdriften naar schenkende deugden' lijken me dan ook eerder utopisch en bijaldien gevaarlijk, tenzij ze verkocht raken als altruà¯sme, welbegrepen eigenbelang.

Kortom, Peter Sloterdijk, 'Woede en Tijd, Een politiek '“ psychologisch essay', in een mooie vertaling van Hans Driessen is een absolute aanrader voor wie zich nog vragen stelt over gisteren, vandaag en morgen.

30.De theorie van de trotsensembles
1. Politieke groepen zijn ensembles die endogeen onder thymotische druk staan.
2. Politieke acties worden in gang gezet door spanningsverschillen tussen ambitiecentra.
3. Politieke velden worden gevormd door het spontane pluralisme vanzelf bevestigende krachten, waarvan de onderlinge verhoudingen als gevolg van interthymotische wrijving veranderen.
4.Politieke meningen worden geconditioneerd en geredigeerd door symbolische operaties die in permanente relaties staan met de thymotische bewegingen van de collectieven.
5. De retorica – opgevat als de leer van de sturing van affecten binnen politieke ensembles – is toegepaste thymotiek.
6. Gevechten om de macht binnen politieke lichamen zijn altijd ook gevechten om voorrang tussen thymotische geladen, populair gezegd: eerzuchtige individuen met hun achterban; de kunst van de politiek behelst daarom ook procedures waarmee de verliezers gedeeltelijk schadeloos kunnen worden gesteld.

37. Het moment van Nietzsche.
Blikt men terug op de geschiedenis van de 20e eeuw, in het bij zonder op zijn convulsieve eerste helft, dan dringt zich het beeld op dat daarin de door Plato geëiste, door Aristoteles geprezen en door de pedagogen van de burgerlijke tijd met inzet van veel middelen daadwerkelijk ondernomen poging om de thymotische energieën te civiliseren in de natiestaten, over de gehele linie mislukt is. Als het doel van de politieke experimenten van de Nieuwe Tijd is geweest de thymotische emoties van de massa in politieke vormen te gieten en voor de reguliere 'vooruitgang' te mobiliseren, moet men wel spreken van een catastrofaal echec. Dit heeft tenslotte ook de leiders van het experimenten de lucht ingejaagd, om het even of zij witte, rode of bruine hemden droegen.(…)
Men moet zich realiseren dat het geweld op geen enkel moment in de 20e eeuw is 'uitgebroken'. Het werd door zijn agenten volgens zakelijke criteria gepland en door zijn managers met een ruim zicht op hun objecten gestuurd. Wat op het eerste oog leek op amok op het hoogste niveau, was in de praktijk vooral bureaucratie, partijwerk, routine en resultaat van organisatorisch overleg.

56. De moderniteit heeft de verliezer uitgevonden. De figuur, die men halverwege de uitgebuiten van gisteren in de overtolligen van vandaag en morgen tegenkomt, is de onbegrepen grootheid in de machtspelen van de democratie in. Niet alle verliezers laten zich kalmeren door de opmerking dat hun status overeenkomt met hun plaats in het eindklassement van een wedstrijd. Velen zullen tegenwerpen dat ze nooit een kans hebben gehad om mee te spelen en zich navenant te klasseren. Hun jaloerse gevoelens richten zich niet alleen tegen de winnaars, maar ook tegen de spelregels

113. Genealogie van het militantisme.
Het fenomeen van de verliezer die een afwijkend standpunt tegenover zijn nederlaag bepaalt, is kennelijk even oud als dat van de politieke spiritualiteit. ('¦) In de context van de westerse beschaving vindt men illustraties hiervan op zijn minst in de theologie van het jodendom van tijdens en na de ballingschap; de meest recente zijn bijna hedendaags te noemen – zijn te vinden in de geschriften van marxistische en postmarxistische romantici, voor wie het een uitgemaakte zaak is dat de strijd vooral dan doorgaat wanneer alles verloren is.

156. Ze verklaren tevens waarom de knappe koppen van de oppositionele bewegingen meestal moreel gevoelige leden van de bourgeoisie waren, die, gedreven door een mengeling van ambitie en verontwaardiging over de heersende omstandigheden, overliepen naar het kamp van de revolte of revolutie. Voor hen allen gold wat Albert Camus over de geboorte van gemeenschappelijke geest van de verontwaardiging zei: 'Ik kom in opstand, dus wij zijn' – een zin waarvan het nauwelijks invoelbaar pathos heel duidelijk bij een verloren tijdperk hoort.

280. Wat het opkomende communisme van meet af aan zo spookachtige maakte en de kracht gaf de paranoà¯de reacties van zijn tegenstanders naar zich toe te trekken, was dat het al in een vroeg stadium in staat was de status-quo op een geloofwaardige manier met een omwenteling te dreigen. Toen het zijn vermogen om te dreigen was kwijtgeraakt, was het ook met zijn rol als spook gedaan – en geen enkel filosofisch congres zal de holle kalebas nieuwe spookkracht kunnen inblazen.

281. Als het klopt dat soevereiniteit het vermogen is om op een geloofwaardige manier te dreigen, dan bereikten de West-Europese werknemerspartijen en de vakbonden hun belangrijkste soevereiniteitseffecten dankzij het indirecte dreigement van de klassenstrijd, dat ze tijdens loononderhandelingen konden inzetten zonder zelf de vuisten te hoeven ballen. Ze konden volstaan met discreet te wijzen op de realiteit van de Tweede Wereld om de werkgevers duidelijk te maken dat ook hier de sociale vrede zijn prijs heeft. Samenvattend kan men zonder veel overdrijving vaststellen: de sociale verworvenheden in het naoorlogse Europa, vooral het 'kapitalisme met een menselijk gezicht' met de bijbehorende verzorgingsstaat en de almaar uitdijende therapiecultuur, waren geschenken van het stalinisme '“ vruchten van de woede, die overigens pas nadat ze naar een vrijer klimaat waren geëxporteerd tot een zekere zoetheid konden rijpen.
('¦)
De gevolgen van dit alles bepalen psychopolitieke klimaat van het Westen vanaf de vroege jaren '80 tot op de dag vandaag. In combinatie met de klimatologische effecten van 11 september 2001 wordt het steeds waarschijnlijker dat het kapitalisme een neoautoritaire wending zal nemen, tegen een liberaalkrijgszuchtige achtergrond. Vanuit het perspectief van vandaag komt het jaar 1979 naar voren als de sleuteldatum van de late 20e eeuw. In drievoudig opzicht vond in dat jaar de overgang plaats naar de postcommunistische situatie: door het begin van het einde van de Sovjet-Unie na de militaire invasie in Afghanistan, door het aantreden van Margaret Thatcher en de consolidatie van de islamitische revolutie in Iran onder ayatollah Khomeini. ('¦)
Onvermijdelijke conclusie: de westerse ondernemers onder tijdelijke politieke en ideologische druk vanuit het oosten teveel hadden betaald voor de sociale vrede. Men achtte de tijd rijp voor kostendrukkende maatregelen, die uiteindelijk tot doel hadden het accent van het primaat van de volledige werkgelegenheid te verschuiven naar de voorrang van de dynamiek van het ondernemen. Dit had een regelrechte ommezwaai van de tijdgeest tot gevolg. Deze nam steeds sneller afstand van een even rebelse als dirigistische comfortethiek (die zich alleen in Frankrijk wist te handhaven), om de voorkeur geven aan een ondernemersgerichte risico-ethiek – waarbij men ervan overtuigd was dat men de ontmoediging van de nieuwe 'klasse' van overbodigen, afgedankten en afgescheepten wel als externe kostenfactor op de koop toe kon nemen. Sindsdien worden de deelculturen van de amusementverschaffing en het depressiebeheer in het Europese Kristalpaleis steeds verder uit elkaar gedreven.

Lees verder »

Archief

Google is watching you – De totalitaire ambities van Google

24 juni 2007

Een bijzonder boeiend artikel van Aart Brouwer en de interessante discussie bij De Groene Amsterdammer noopt tot grondige reflectie:

Het ooit zo studentikoze Google is uitgegroeid tot een multinational die voorop loopt in de strijd om de 'totale informatie'. Ook in ander opzicht heeft de zoekmachine de leiding genomen: Google is van alle datahandelaren de grootste privacyschender.

Discusseer mee over de toenemende invloed van Google
Bekijk ook de discussie op www.frankwatching.nl over dit artikel

Overwegingen bij de lectuur en discussie over de invulling van George Orwells 1984 in het reëel bestaande ‘Big Brother’-socialisme van vandaag en morgen vind je onderaan de citaten uit het artikel van Aad Brouwer.

Lees verder »

Archief

Filosofie Magazine, Ger Groot: ‘In de opvoeding vertegenwoordigt de vader de wet en de moeder de liefde’.

15 juni 2007

Volgens Ger Groot – filosoof aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit – verwaarlozen vaders hun klassieke vaderrol, met als gevolg ontsporende kinderen. ‘In de opvoeding vertegenwoordigt de vader de wet en de moeder de liefde. Die binding is sterker dan de eenentwintigste-eeuwse mens graag zou willen.’

(…)

‘In het kapitalisme heeft de prestatiemoraal de plaats ingenomen van de arbeidsmoraal. Er wordt sterk de nadruk gelegd op productie, waarbij competitie dan het middel is om “het beste uit mensen te halen”. Een neoliberaal thema. Daarbij wordt vergeten dat competitie ook een probaat middel is om het slechte in de mens naar boven te halen. Op het moment dat je mensen systematisch onder druk zet, doordat je ze alle zekerheden ontneemt – zoals een vaste baan – dan haal je daar misschien op bepaalde terreinen een zekere winst mee, maar tegelijkertijd verlies je de morele evenwichtigheid van mensen. Dat wreekt zich onder andere in het feit dat we eigenlijk constant overspannen zijn. Hierdoor bouw je een continue gevaar voor explosie in de psyche in.’

Filosofie Magazine 5/2007

Archief

Luc Bonneux: Waterschaarste heeft niets te maken met opwarming.

31 mei 2007

uit ‘Morele Paniek’ in Pinnekesdraad, Medisch Contact, 62 p. 857

‘Wij leven hier goed bij de genade van de Golfstroom, en die is het eindresultaat van chaos door temperatuurverschillen in woelend zeewater, met de akelige neiging om in geologische tijd zo wispelturig te zijn als een puber met hormoonopstoten. Onberekenbare en onvoorzienbare vicieuze cirkels kunnen grote hoeveelheden broeikasgassen op catastrofaal korte perioden vrijmaken, dooi kan zichzelf versterken. Dan mag de Randstadbewoner drijvers onder zijn caravan monteren. (…)

De morele paniek over overmorgen is een schamel excuus voor blikvernauwing die de schande van vandaag negeert. De orkaan Katrina die New Orleans platlegde, is een uitstekend voorbeeld. Of opwarming meer en heviger orkanen verwekt, is volslagen onbekend. Maar wat zeker is dat als New Orleans in Nederland lag, dit nooit was gebeurd. De dijken waren zo slecht, dat het gewoon wachten was op de eerste de beste normale orkaan die het verkeerde pad nam.

Malaria was een groot probleem in Nederland, tot zo kort geleden als de honger­winter. Het voortbestaan van malaria als gesel heeft niets te maken met opwarming, maar wel alles met corruptie en wanbeheer in zwakke staten. Vandaag is 75 procent van alle sterfte aan malaria te vermijden; gemakkelijk én betaalbaar. Meer dan één miljard mensen hebben nog geen toegang tot zuiver water. Dagelijks lopen achttien miljoen meisjes over en weer naar de verre bron. Waterschaarste heeft niets te maken met opwarming. Nu niet en straks niet. Het heeft alles te maken met macht. Ontwikkelingshulp mag in de Sahel een putje boren op een onbereikbare plaats. Zo kan de caà¯d in het dorp woekerprijzen blijven vragen voor water uit de put in het dorpscentrum.

De levensverwachting in heel zwart Afrika is lager dan vijftig jaar. Technologisch en financieel bestaan alle mogelijkheden om de levensverwachting ieder jaar met meer dan een jaar te doen toenemen. De voorspellingen tot 2020 voorspellen blijvende stagnatie. De ongemakkelijke waarheid is dat dit wordt opgevoerd op subsidieaanvragen, maar dat het verder niemand interesseert.

Archief

Bruno Tobback en de zwijmelende zwendelaars in angstzweet: An Inconvenient Truth vs. The Great Global Warming Swindle…

22 mei 2007

Bruno Tobback, sp.a minister van leefmilieu en pensioenen,
volhardt met zijn fameuze one-liners in anti-democratische boosheid:

“Ik ken de oplossing voor het klimaatprobleem.
Alleen weet ik niet hoe ik daarna nog verkozen geraak!”

“Een dictatuur zou soms handig zijn, ja.
Maar alleen als ik de dictator mag zijn, natuurlijk.”

Je vraagt je af waar een ‘ groene – socialist’ met stamboom
dit soort autoritaire gezwets vandaan blijft halen.

Voor wie aan hem en zijn muze, de ‘gewone huisvrouw’ uit Kapellen, Margaretha Guidone die zichzelf ziet zwijmelen in waterdruppels, zou durven twijfelen, loont het zeer de moeite om
The Great Global Warming Swindle‘ eens rustig te bekijken zoals deze op 8 maart 2007
door Channel 4 werd uitgezonden.
Lees verder »

Archief

Varlam Sjalamov, Berichten uit Kolyma – De handschoen en andere verhalen

13 mei 2007

Varlam Sjalamov, Berichten uit Kolyma, De Bezige Bij Amsterdam 2000

Het is fascinerend te lezen hoe Sjalamov in zijn ‘Berichten uit Kolyma’ en de ‘Nagekomen Berichten uit Kolyma – De Handschoen’ ‘de parallel weet te tekenen tussen de bovenwereld en de onderwereld, tussen het gedrag aan de top van maatschappij – de officiële machthebbers – en het gedrag in de onderwereld van de criminele machthebbers die hen spiegelen.
Hij weet als geen ander de pedagogische prietpraatjes van Makarenko te ontmaskeren als goedkope leugens van gelovigen in de maakbaarheidsidelogie. Hij weet de liefde van veel literatoren voor de criminelen en de onderwereld te fileren als goedkope sensatiezucht.
Ik heb hem opnieuw ontdekt via Jacq Vogelaar met zijn fenomenale magnum opus ‘Over Kampliteratuur’ en zijn voorwoord bij Gustav Herling, ‘Een wereld apart’.

http://www.janvanduppen.be/?p=197

Lees verder »

Archief

Sam Harris, Van God Los, De gevaren van religie en de toekomst van de rede.

9 mei 2007

Sam Harris, Van God Los, De gevaren van religie en de toekomst van de rede.
uitg. Arbeiderspers 2007

De kern van het volgehouden en helder betoog van neuroloog Sam Harris draait om de stelling dat in een tijd van massavernietigingswapens de mensheid zijn religieuze verschillen en geschillen niet eindeloos zal overleven.
De secularisering van verschillende religies zal ons niet helpen om op een redelijke manier met elkaar te blijven omgaan. Daardoor zijn we blind geworden voor de rol die het geloof speelt in altijd voortdurende conflicten tussen mensen en hun culturen.

Lees verder »

Archief

Open Doek Turnhout: Zhang Yimou, The Curse of the Golden Flower

27 april 2007

Open Doek Turnhout: Zhang Yimou, The Curse of the Golden Flower – Man cheng jin dai huang jin jia – met Gong Li en Chow Yun-Fat.

'De vloek van de gouden bloem' is de duurste Chinese film aller tijden, van de hand van Zhang Yimou die in twintig jaar een schitterende palmares als regisseur bijeendraaide: Van Red Sorghum (1987) over Raise the Red Lantern (1991) en Hero (2002) tot het fenomenale House of Flying Daggers (2004).

House of Flying Daggers is tot op heden zijn onvergetelijk meesterwerk.
Niet omwille van de fantastische beelden, niet omwille van de schitterende kleuren, het ballet van het leven, de strijd en de dood, niet omwille van de indringende muziek maar vooral om de ongelooflijke politieke betekenis van deze gestileerde film over passie en opstand.
Zhang Yimou in een interview met Steven De Foer in De Standaard van 24/11 2005:
,, Ik wilde nog zo'n wuxia (martiale) film, maar dan anders: voor mij is' House of the flying daggers' in de eerste plaats een tragisch liefdesverhaal. Een Chinees spreekwoord zegt dat liefde, haat, passie en wraak de meest vluchtige emoties zijn. Daarover gaat deze film, veel meer dan over een reeks gevechten.'

Deze discussie behandelt de vraag hoe het oude door het nieuwe vervangen wordt.
In het westerse denken is daarbij de passie, de emotie essentieel. Volgens de westerse cultuurvisie is het verschil tussen mensen en goden dat deze laatste geen emoties, geen passies kunnen beleven en dat alleen passies, intense emoties veranderingen, metamorfoses kunnen brengen.
Ovidius heeft er een schitterende reeks verzen over geschreven die bij Octavianus in het verkeerde keelgat schoten want zijn oude vriend had zichzelf pas tot goddelijke Augustus benoemd. De publicatie van deze godslasterlijke Metamorfosen kostte Ovidius zijn maatschappelijke kop en hij werd in ballingschap gestuurd naar Tomi aan de Zwarte Zee.

Zhang Yimou is in zijn meesterwerk 'œHouse of Flying Dagger' veel dubbelzinniger dan het interview met De Standaard laat vermoeden. Dat de Chinese cultuur zo makkelijk het marxisme als staatsgodsdienst aan wist te nemen houdt zeker verband met de marxistische stelling dat het denken bepaald wordt door het maatschappelijk zijn, de plaats in het productieproces. Het staatsbelang, het collectieve belang heerst over de individuen die enkel kunnen bestaan binnen hun sociale- familiale situatie.
In de westerse cultuur zijn die emoties echter essentieel in het onderscheid tussen mensen en goden én als drive van het menselijk handelen.
Krasser nog is de politieke dubbelzinnigheid van Zhangs schitterende film:
'œIn het verleden hebben uw films u in aanvaring gebracht met het Chinese regime, maar de jongste jaren ligt u in de bovenste lade. Hoe vrij voelt u zich nu als cineast? – Dat valt mee. Uiteraard heb ik geen totale artistieke vrijheid. Je moet je voortdurend realiseren dat je woont en werkt in een land met een traditie van censuur. Ik heb gemerkt dat bruuskeren niet veel zin heeft, dus doe ik ook wat aan zelfcensuur. Maar het gaat de goede weg op, het regime is losser dan vroeger.'œ

Lees verder »

Archief

MO* – Mondiaal Magazine – Een beetje twijfel.

8 april 2007

MO* – Mondiaal Magazine – Een beetje twijfel.

www.mo.be

MO* Mondiaal Magazine is met een archief van ruim 10 jaar een vaste journalistieke waarde geworden, met veel te weinig weerklank in Vlaanderen, ondanks de vaak boeiende thema's.
MO* is absoluut de moeite, al was het maar om de soms controversiële standpunten van de oude generatie rechtgelovigen in het lijden van de medemens dat de ander tot goedheid moet drijven of tenminste tot solidariteit hoopt te bewegen.
Het eigen discussieforum lijdt echter aan de leegte van een ijdel vat vol tegenstrijdigheden.
Vaak klinken de oude waarden als laatste anker in een wereld die zich lijkt te verhullen.
'Wie goed doet, goed ontmoet' '“ was het devies dat velen voor zich uitdroegen wanneer ze enkele jaren van hun leven besteedden aan missioneren, in de grote traditie van 'Vlaanderen zendt zijn zonen (en dochters) uit'. Maar dit bleek dikwijls een gazen sluier of een burka raster waaronder West-Europese ontwikkelingshelpers in de toenmalige derde wereld om zichzelf draaiden en keerden.
Ontwikkelingshulp werd in de loop der tijden steeds meer gesofisticeerd: van Gods woord over scholing en infrastructuur tot ontwikkelingshulp en steun aan de gewapende strijd. Tegenwoordig zijn er zelfs nieuwe categorieën te leasen zendelingen in marketing, management en kunstvoorwerpen. Is dit als antwoord bedoeld op de vaststelling dat er na al die jaren investeringen van veel geld, mensen en opleiding, doorgaans geen beterschap te bespeuren blijkt? In de meeste Afrikaanse landen is de situatie vele malen erger dan 25 jaar geleden.
Maar na al die jaren intensieve campagnes en doorgedreven solidariteit beklijft de onbeantwoorde vraag naar het resultaat, hier en ginder.
'Doe wel en zie niet om' leidde dikwijls tot ontgoocheling en pijn, hier en ginder.
Zelden werd en wordt er omgekeken naar de toekomst waar we zoals de engel van de geschiedenis naartoe schrijden, terugdeinzend bij de aanblik van wat we hebben aangericht.
De gazen sluier van onze goedbedoelende maakbaarheidsideologieën en missioneringsdrang verhinderden een blik naar de toekomst achter ons.
De gevolgen zijn na al die jaren navenant.
'Een beetje twijfel' is het editoriaal van hoofdredacteur Gie Goris in MO* van april 2007.
Hij citeert Willy Brandt 'œdie ooit zei dat een vredespolitiek begint met het verwerpen van één enkele waarheid en het aanvaarden dat er meerdere waarden en  waarheden zijn. Vrede begint bij twijfel: 'Twijfel is productief. Ze stelt bestaande zaken in vraag. Ze kan sterk genoeg zijn om versteend onrecht te verbrijzelen. Twijfel was waardevol tijdens het verzet. Ze is taai genoeg om nederlagen te overleven en om overwinnaars te ontgoochelen.' Zou een heel klein beetje twijfel soms niet beter kunnen zijn? 'œ
Diezelfde twijfel zou ook meer aan bod mogen komen in MO*, waar nog te weinig het spel van de ware bedoelingen '“ hoe cynisch helder ook '“ gefileerd wordt.
'œ De wereldpolitiek wordt vandaag teveel gedreven door het geloof dat de grote idealen van de mensheid '“ democratie, algemeen welzijn, vrijheid, mensenrechten, menselijke waardigheid '“ eenduidige begrippen zijn die simpelweg vanuit de westerse ervaring gedefinieerd kunnen worden. Bovendien geloven politici als George Bush en Tony Blair blijkbaar dat die eenzijdige visie met inzet van militaire superioriteit opgelegd kan worden. De chaos die regeert van Pakistan tot Palestina zou hen intussen de ogen geopend moeten hebben, maar er is voorlopig weinig dat daarop wijst.'
Misschien is dit uitgangspunt noodzakelijk: naà¯ef gespeelde verontwaardiging en verbazing van de goedgelovige om de goede bedoelingen van de andere en zichzelf. Zelfs wanneer het om de machtigen gaat in het politieke landschap thuis en in de wereld die met de chaos en het leed dat ze berekend creeëren enkel de belangen van hun eigen clan of politiek-economisch conglomeraat behartigen onder grote woorden van strijd tegen terreur, voor beschaving en democratie.
Misschien is zo'n gesluierde kokerblik onmisbaar om het beeld van zo’n verleden en heden voor onszelf draagbaar te kunnen maken.
Misschien is dat geloof in een moreel hooggeschat handelen van anderen en zichzelf onontbeerlijk om verder te kunnen leven bij de aanblik van wat mensen hebben aangericht, vaak met de beste – geventileerde – bedoelingen.
Misschien kan je geen mondiaal magazine maken wanneer die twijfel sterker wordt dan 'het beetje' waarover Gie Goris het heeft.
Teveel twijfel kan wellicht teveel pijnigen en tot stilstand leiden.
Zeker wanneer ambities drijven op invloed bij politieke structuren en besluitvorming omtrent internationale spanningen en ontwikkelingssamenwerking, federaal dan wel regionaal.
Op de markt van welzijn en geluk '“ ook op de internationale markt van welzijn en geluk -  gelden uiteraard de wetten van iedere markt, nlk.  die van behoud van energie, van passie en van macht.
Daaraan helpt geen beetje twijfel.

Misschien kan een grondige cynische houding soelaas brengen voor de overlevenden opdat zij hun herinnering aan de overledenen draaglijk kunnen houden.

Een gezonde vorm van cynische rede is een houvast om een maatschappelijk en persoonlijk engagement te blijven voldoen voor mensen die reflecteren op hun positie in de samenleving of wat er van rest.
Wie niet behoedzaam reflecteert over de talloos nieuwe praatjes van politieke kopstukken, reclamegoeroes en vaak ook journalisten en publicisten, dreigt te verstikken in een omarming van een wurgslang.
'œEn op de bodem van de diepe waters
wordt de globale aarde omkneld
door de gigantische wurgslang
zwelgend in het rituele slijk
allesverslindend en religieus verbindend.'
Pablo Neruda, Canto general

Wanneer vluchten niet meer kan,
houden we elkander beter bij de hand
in de ochtendschemer '¦
 

 

 

Archief

Liever 300 Leonidas pralines dan een '300' film!

4 april 2007

Liever 300 Leonidas pralines dan een '300' film!

Het lijken barre tijden te worden.
We worden om de oren geslagen met broeikaseffecten, tsunami’s, stijgend water, terroristen en warmer weer.
De Amerikaanse economie kreunt op haar knieën, leeft gruwelijk boven haar stand en bengelt aan het touw van de Chinese geldreserve '“ intussen 1000 miljard US$.
Er hoeft niet veel te gebeuren of deze economische kaartenhuisconstructie stort in elkaar, hoe voorzichtig de Siamese tweeling ook manoeuvreren zal.
Maar er zijn andere mogelijkheden: een ferme investering in de oorlogsindustrie kan de overhellende balans in evenwicht krijgen. Een oorlog met Iran zou bijvoorbeeld soelaas kunnen bieden: de olieprijzen schieten omhoog, de Chinese economie dreigt op te drogen en vertraagt en de VS krijgt een militair bevochten adempauze, op kosten van de Volksrepubliek en vlijtige Wang, op bergen lijken langsheen de As van het Kwade.

Nu is oorlog '“ liefst een eind buiten de deur – best een populair tijdverdrijf voor presidenten en generaals, een soort geforceerde herschikking van de wereldeconomie en een krachtige zweepslag om het eigen vee tot de orde te manen.
Maar de jonge stieren in de eigen veestapel dienen een beetje gemaand te worden, en uitgedaagd. Baltsgedrag moeten ze leren herkennen als een krijgshaftige pose.
Het helpt trouwens om het epidemisch overgewicht te reduceren.

Daarbij helpen geen pralines, zelfs niet die van Leonidas met echte roomboter.
Daarbij helpt wel een film over de '300 ' Spartaanse bonbons van Leonidas.
Zeker wanneer dit een verfilming is van een jaren '60 strip uit volle Koude Oorlog periode die wat aangepast werd aan de nieuwe vijanden.
Niet langer tegen de Rus maar nu tegen de Pers zoals 2500 jaar geleden.
In 480 aCn probeerden de Griekse stadsstaten de Perzische troepen van Xerxes tegen te houden bij de pas van Thermopylae.
Dat daar een paar duizend Griekse soldaten bij betrokken waren, naast de '300' Spartanen met Leonidas, wordt licht vergeten.
Dat daar nog eens een kleine duizend Thespianen uit Beotië meevochten, en 2000 Heloten '“ Spartaanse slaven '“ wordt niet vermeld.
Dat zij een achterhoede waren om 7000 andere Griekse soldaten de kans te geven te ontsnappen, wordt eveneens vergeten. Zij zullen nadien met Themistocles aan de houten muren werken waarmee de Perzen definitief verslagen worden in de zeeslag bij Salamis. Ook daarover geen hint bij de ’300′.

'300' – propaganda mikt vooral op herkenning en het verlangen tot erkenning bij de potentiële troepen die enthousiast ten oorlog moeten trekken tegen de slechte, vermetele, verwijfde en vooral vreemde verraders die het wagen de eigen superioriteit te betwijfelen. Op de recente bijeenkomst van de Blood&Honour troepen te Mechelen werd naar verluidt ’300′ reeds in avant-première getoond. Populair verdrijf in puberale middens.

In realiteit is de parallel met de Spartaanse staat en haar leiders in deze Amerikaanse oorlogspropaganda nog veel sterker.

De leugens die '300' ons moet oplepelen gaan niet alleen over de noodzakelijke oorlog, de offers die de US administratie zal eisen, maar ook over de heroà¯sche kracht van de laconische moraal tegenover het theaterspel op de markt en in de schaduw van de stoa, de basis van onze democratie.  '300' is een ode aan het theater van de dictatuur: 'Viva la Muerte!' Terwijl precies die democratie borg staat voor de vitaliteit, de veiligheid en de wijsheid van een samenleving van mensen.

Dit werd fascinerend geanalyseerd door Roberto Calasso in De bruiloft van Cadmus en Harmonia.  Uitg. Wereldbibliotheek  http://www.janvanduppen.be/?p=110

In Sparta voltrok zich o.l.v. Lycurgus in een paar jaar een omwenteling die de politieke ontwikkeling van het heilige koningschap tot in onze dagen omvat. De soevereiniteit ging van een tweetal koningen, een geheimzinnige archaà¯sche vorm, over op vijf eforen, een gloednieuwe vorm van absolute macht, onder het mom van de magistratuur die op haar beurt een priesterlijke oorsprong verving. De lange weg van de priester/koning tot het Politbureau vertrok zich in één enkele handeling. En de hoogst moderne onbeschaamdheid van die onderneming was zo adembenemend omdat men de bestaande vorm zogenaamd intact liet. Het was niet nodig de koningen onthoofden. Ze zouden hun ambt behouden, maar ontdaan van alle macht. Als ze een tegenwerping maakten, kon het echter gebeuren dat de eforen besloten hen zonder proces te doden. Of anders konden de eforen besluiten hen te doden in een maanloze sterrenmacht terwijl ze zwijgend naar de hemel keken. Als die werd doorkliefd door een vallende ster wilde zeggen dat een van de twee koningen was tekortgeschoten tegenover de godheid. Van oorsprong wachters die hun ogen gericht hielden op het hemelgewelf, werden de eforen de allerhoogste opzichters en bewakers. Ze werden uit de hoogte wakende ogen. Zo slaagden ze erin ook hun eigen priesterlijke verleden uit te buiten. Het leek op een schitterende mantel waarmee het geheim van hun politiek werd afgeschermd. '“ p. 219
De Eforen in Sparta waren het eerste voorbeeld van niets ontziende macht. En ook dat hielden ze verborgen, maar aan de vele erediensten die er al waren voegden ze een nieuwe toe, waaraan ze met hart en ziel waren toegewijd. Vlakbij hun eetzaal richtten ze een tempel op voor de Angst. Ze eerden hem niet als een vreeswekkende demon die te vriend gehouden moest worden maar ze meenden dat de Staat zich vooral dankzij de angst kon handhaven. '“ p.220

 

Lees verder »

Archief

Luuk van Middelaar, Politicide – De moord op de politiek in de Franse filosofie

2 april 2007

Luuk van Middelaar, Politicide – De moord op de politiek in de Franse filosofie,  Uitg. Van Gennep Amsterdam 1999.

 

‘Politicide’ was bij de aanvang van mijn politieke carrière een verhelderend boekwerk, want ik wankelde nog veel tussen Marx en Macchiavelli, Kant en Nietzsche en liep verloren in de partijpolitieke trukendoos op zoek naar een herkenbare politieke of filosofische stelling van enigerlei waarde of betekenis. Het ging duidelijk alleen om de wet van behoud van macht en het hele Franse moderne filosofen-toneel leverde ook niet veel meer op dan theatraliteit die zichzelf ernstig scheen te nemen. Zoals de Vlaamse partijbonzen ook hun eigen theater ernstig namen. Thuis gekomen bleven ze hun rol doorspelen om zoon- of dochterlief in de voetsporen van machtige pa of ma te laten huppelen – met wisselend succes.

Pas met Claude Lefort ‘Het democratisch tekort’ werd mij een boeiend en bewegend alternatief duidelijk: de strijd om de troon van de macht die altijd leeg moet blijven.

Ik heb het hem eind 2004 zelf nog horen toelichten tijdens een gesprek in de lichtkamer op de top van de KU Brussel, met uitzicht over de Stad en de Wereld, zij het in nevelen gehuld.

Luuk van Middelaar plaatst CLaude Lefort in de slothoofdstukken van zijn boek, als epiloog bij zijn messcherpe analyse van de politiek in de Franse filosofie: ‘Dood en terugkeer van de politiek’: ‘De totalitaire samenleving kenmerkt zich volgens Lefort – wiens analyse op dit punt nauw verwant is aan die van Hannah Arendt – niet door een overmatige politisering, maar juist door een complete depolitisering. Het politieke domein wordt er vernietigd. Conflicten worden er ontkend en gesmoord, tegenstemmen gedrukt noch gehoord, opposanten gevangen of vermoord.
De crux is nu de deze analyse van het totalitarisme als het summum van depolitisering omgekeerd de door en door politieke aard van de democratie blootlegt. De democratie is de enige samenlevingsvorm die het onophefbare sociale conflicten dat aan de basis van elke maatschappij ligt, erkent. Sterker, zij leeft van dat conflict. Het is haar bron van energie en vernieuwing. De conflictualiteit kan in een democratie noch worden opgeheven, noch te boven gekomen, noch geëlimineerd. Het ‘einde van de geschiedenis’ is derhalve onmogelijk.’ p. 186
“Klaagt men, ten slotte, dat Leforts politieke denken, waarin van geen Goede, Ware of Schone sprake is, eigenlijk geen politieke filosofie mag heten? Dat zou van betreurenswaardig weinig begrip getuigen van het diepe inzicht van Machiavelli waaruit dat vak werd geboren: ‘Het goede is niet altijd en overal hetzelfde.’ ( Il Prinicpe).
Juist de politieke denker die afziet van de speurtocht naar goedheid, waarheid en schoonheid, betoont zich de trouwste ‘vriend van de wijsheid’.” p. 190

 

Lees verder »

« Volgende berichten