Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Joäo Ubaldo Ribeiro, Braziliaanse monologen.

18 november 2008

Joäo Ubaldo Ribeiro, Braziliaanse monologen.
uitg. De Bezige Bij 2007

Drie ingenieuze verhalen van Joao Ubaldo Ribeiro (1941) werden gebundeld tot de 'Braziliaane monologen'.

Sergeant Getúlio is een man van de daad bij het woord die koste wat kost zijn opdracht uit zal voeren: het afleveren van een politieke gevangene aan zijn baas. Een makkelijke klus, ware het niet dat de politieke constellatie tijdens zijn reis in de jaren dertig van de vorige eeuw veranderd is en hem gevraagd wordt de gevangene vrij te laten. Opdracht is opdracht, bevel is bevel. En dus begrijpt de sergeant de zin van zijn bestaan in het uitvoeren van wat hem te doen staat. Hij verklaart zijn krachtige trouw aan een aanvaarde opdracht vanuit zijn verleden, zijn jeugd, het land waar hij geboren is. Kortom er zijn nog vaste waarden en hij is er één van, tot het bittere einde. Een schitterend geconstrueerde monoloog in een prachtige vertaling van Harrie Lemmens.

104. Misschien is het beter om je lot maar gewoon te ondergaan, want dat ligt toch ergens vast. Of het is beter overal tegen te vechten en overal korte metten mee te maken. Doodgaan is zoiets als slapen en als je slaapt ben je al je zorgen kwijt, daarom wil iedereen altijd slapen. Alleen kun je dromen krijgen als je slaapt en dan ben je weer even ver. Daarom is het beter om te sterven, want dromen heb je niet meer als je je ziel laat gaan en alles ophoudt. Want het leven is te lang en zit vol ellende. Wat zou je dat allemaal verdragen, de ouderdom die langzaam dichterbij komt, gesjiekeneer en valse bevelen, de pijn dat je vrouw je besodejuwt, alles duurt een eeuwigheid, de dingen die je niet snapt en de stank voor dank die je krijgt, wat zou je dat verdragen als je ook jezelf op kunt ruimen, desnoods met een mes? Hoe kun je die last verdragen in een leven dat alleen maar zweet en gelazer geeft? De lui die dat verdragen zijn diegenen die bang zijn voor de dood, want van die reis is nog nooit iemand teruggekomen en dat verzwakt de wil om te sterven. En daarom verdraag je al die klote dingen, alleen maar om niet nog ergere mee te maken die je nog niet kent. En het is door na te denken dat je slap wordt, en de wil om te vechten verbleekt als je daarover piekert, en wat je besloten had te doen, daarvan wijk je af als je aan die dingen denkt en op het laatst doe je helemaal niks. Meneer pastoor, eerwaarde, gedenk mijn zonden in uw gebeden.

Het huis van de gelukkige boeddha’s.

Een oude dame vertrouwde haar mijmeringen over wat eens is geweest toe aan een bandje wat door de auteur wordt uitgewerkt tot een minutieus gedetailleerd verhaal over seks en erotiek in alle graden en hoedanigheden als ultieme drive in het leven van vrouwen én mannen.
Een Caribische vrouw met Braziliaanse roots en ervaring vroeg me wat ik van dit verhaal vond en pareerde mijn epitheton 'pornografisch' met 'Nee hoor, dat is het ware leven in heel Latijns-Amerika. Zo gaat het er daar aan toe, iedere dag weer.'
De vertelster zijn de drie ‘G’-s duidelijk bekend. De grote ‘G’, de universele ‘G’, de ‘G’ van Gat, Geld en God die een mensenleven beheersen en waarvan zij de de illusie en de kracht van iedere betekenis heeft doorgrond, beleefd en genoten. Precies omdat ze de regels van het spel en de betekenis van woorden met al haar lichaamsopeningen heeft geproefd, en goed bevonden. Precies omdat ze zich niet liet leiden door de gretig opgezogen angsten, noch door het zwelgen in illusies.
Haar huis van de gelukkige boeddha’s heeft iets van een Braziliaanse Stoa.

Bericht uit de vuurtoren.

In dit beklemmende verhaal onderzoekt Ribeiro op meesterlijke wijze de diepste drijfveren van mensen in moeilijkheden. Wie afstand weet te bewaren, indirect kan handelen en niet reflexmatig reageert op problemen en uitdagingen kan zich meester wanen van een wereld die draait om wraak voor de krenkingen die hij ooit beleefde. De revolutionaire priester heeft het allemaal in zich en wordt dan ook op briljante wijze gemanipuleerd door zijn kerkelijke en wereldlijke oversten. Hij biedt zich aan als priester voor het volk in de rand van de 'christenen voor het socialisme' tijdens de periode na de militaire staatsgreep van 1964 in Brazilië.
Zijn trauma's, gedrag en persoonlijkheidstoornis worden laag na laag afgepeld om de lezer te betrekken bij de moderne Braziliaanse geschiedenis. In een moeite door onthult Ribeiro de kern van het lijden in katholieke kunstvormen.

473. Het is niet voor een veel culturen en tijdperken toneelspelers verplicht waren en nog steeds verplicht zijn een masker te dragen, dat is minder onfatsoenlijk, minder afschrikwekkend voor de mensen. Het is geen toeval dat het woord ‘hypocrisie’ gebruikt werd om toneelspelers aan te duiden.

524. In iets meer dan twee maanden was ik al een belangrijk lid van de groep en ik nam zelfs een aantal van hen de biecht af, want ze waren katholiek en geloofden niet alleen in de domheden van het katholicisme, maar ook in de domheden van revolutie, waarvan ze zeker wisten dat die ooit zou komen.

531. Zonder een woord te zeggen stapte Cavaco naar de gevangene, die ineen gezakt op een stoel voor hem zat, hij legde zijn linkerhand achter op zijn heup, als een duellist uit de oude draaidoos, en tilde de geëxecuteerde met één arm op aan zijn hals, zodat de ogen van de man bijna uit hun kassen rolden. Ik blijf de schoonheid van een moment als dat belijden, geen conventionele schoonheid, geen schoonheid volgens de normale, afgezaagde esthetische patronen, maar een schoonheid waarvoor er, ik zal daarop blijven hameren, sprake zou moeten zijn van een bijzondere gevoeligheid. Niet voor niets drommen mensen in grote getale samen op straat wanneer een mogelijke zelfmoordenaar van de tiende verdieping af dreigt te springen. Niet voor niets dromden hele menigten samen rond de guillotine om de onthoofding van edelen in de Franse revolutie bij te wonen. Er bestaat, jazeker, een aangeboren kunstzin en gevoeligheid in de mensen voor het begaan van een moord, wat voor moord dat ook moge zijn.

Archief

Wim Van Rooy, De malaise van de multiculturaliteit. Uitg. Acco Leuven

22 juni 2008

Wim Van Rooy, De malaise van de multiculturaliteit. Uitg. Acco Leuven

Wim van Rooy heeft de krachttoer van Paul Scheffer met zijn ‘Land van aankomst’ voor Vlaanderen herhaald, met passie en vuur. Zijn analyse verklaart de waanboodschap van de multiculturaliteit als basis voor het succes van extreem rechtse partijen in Vlaanderen.
Wim Van Rooy gaat zeer breed en spaart niets of niemand, zelfs zichzelve niet, als een vrij en eerlijk man. Zijn pamflet zindert van de verontwaardiging die hij decennialang heeft verzameld in het onderwijs waar hij de praktische gevolgen ondervond van het politiek correcte denken en het goedkope veinzen. Hij heeft voor zijn omvangrijk polemisch essay de pen in bloed gedoopt.
‘Essays mogen het eigen gevoel toelaten en daarbij alle schaamte achterlaten, ze zijn een bravade tot op het irriterende af.’(20) en dat zal de auteur geweten hebben omdat dit soort polemische grondigheid hand in hand gaat met een grote eenzaamheid.
Maar dit zal hem worst wezen want echte intellectuelen verschillen van de hofnarren van de macht, de dwergen van het politiek correcte verhaal.

55. Het nieuwe multiculturele design.
Het werd duidelijk dat het multiculturalisme een nieuw links of groot progressief verhaal inhield, ongetwijfeld met de beste bedoelingen bedacht, maar onwerkbaar in actu. De filosoof Peter de Graeve schreef over dit soort onbezonnenheid in een ander verband, maar direct toepasbaar op het multiculturalisme: 'Maar links Vlaanderen denkt niet. Het signeert, het emotioneert, het speelt zijn valse morele spel. Het doet er alles aan om dit debat te ontlopen en in de kiem te smoren. En wie het debat uit de emosfeer probeert te halen, krijgt alle voorziene verwensingen naar het hoofd ('?) Weldenkend zijn in Vlaanderen betekent vooral één ding: veel praats hebben '. En ik voeg daaraan toe: de bestuurlijke, culturele en politieke elite had inderdaad veel praats bij het kleineren van al diegenen die het waagden hier en daar een vraagteken te plaatsen bij wat gewoon klein en groot 'onfatsoen' genoemd wordt in verband met het nieuwe samenleven.

Van Rooy onderbouwt zijn analyse met tal van – vaak bijzonder boeiende – voetnoten wat voor de lezer nog ruimere horizonten laat oplichten, al mankeert een trefwoorden- en namenregister.
Wie zich niet laat afschrikken door de soms ‘irriterende bravade’, ontdekt bij Van Rooy een ouderwets degelijk handboek, ruim bemeten en met veel liefde en passie geschreven.
Hij ontleedt de bezwerende riedels waarmee de ‘mei ‘68’- generatie zich – ook in Vlaanderen – heeft laten vangen door de rattenvangers van het multiculturalisme.

114. Het probleem met mensen die hun geloof in god zijn kwijtgeraakt, is niet dat ze nergens meer in geloven, maar dat ze bereid zijn om overal in te geloven. ( G.K. Chesterton)

De naoorlogse retoriek van schuld en boete bij de Europese intellectuele elite werd een handig excuus om de intussen weer opgebouwde samenlevingen door elkaar te schudden met massale import van goedkope arbeidskrachten die aflopende industrieën nog een paar decennia lieten renderen.

Maar de Amerikaanse econoom George Borjas maakt duidelijk dat de huidige immigratie, ook die in de Verenigde Staten, de sociale ongelijkheid doet toenemen: welvaart vloeit weg van de werknemers die concurreren met immigranten en gaat naar de werkgevers en anderen die gebruik maken van de diensten van immigranten. Zijn bondige conclusie is:'Werknemers verliezen doordat immigranten de lonen verlagen. Werkgevers winnen omdat immigranten de lonen verlagen.' ( Paul Scheffer, Land van Aankomst, p. 113)

Zoals we zagen kan volgens sommigen een ontwikkelde middenklasse niet zonder onderklasse van laagopgeleide migranten, die hand- en spandiensten verlenen. Zo kunnen morele beginselen gemakkelijk overlopen in eigenbelang. Multiculturalisme en marktliberalisme hebben veel overeenkomsten: in beide gevallen wordt de waarde van het sociale compromis binnen de eigen grenzen ernstig betwijfeld. ( idem p. 126)

Wim Van Rooy brengt de politiek correcte denkers graag met beide voeten op de grond, tot aan de knieën in de stront: ‘De voornamelijk Europese intellectuele elite (...) was mede verantwoordelijk voor de kloof tussen burger en politiek. Het democratische deficit dat ontstond, was beangstigend: het volk moest zwijgen en op zijn tanden bijten, maar het knarsetanden was er niet minder om. Het daardoor ontstane ongenoegen werd eerst slinks, later brutaler, in het stemhokje geuit via een voor de elite onbegrijpelijke voorkeur voor een extreemrechtse partij. Het pleit voor het democratisch bewustzijn van datzelfde volk dat het niet nà?g meer verleid werd door het xenofobe discours, en dat traditie, een vaag christelijk bewustzijn en een bijna natuurlijke gematigdheid de politieke hoofdstroom bleven bepalen.(122)

In 1947 hadden Horkheimer en Adorno met hun ‘Dialektiek van de Verlichting’ er reeds op gewezen dat fascisme en racisme beschouwd kunnen worden als een opstand van de onderdrukte natuur. Wrevel en onrust, angst en twijfel die volgens de politiek correcte denkers en de goegemeente onder de mat geveegd wordt, duikt altijd weer op onder de vorm van barbarij.
De zwakste sociale klassen die alleen de nadelen van de immigratie en multiculturaliteit ondervonden werden onder het mom van internationale en socialistische solidariteit de mond gesnoerd door hun leiders. In het stemhokje konden ze steeds openlijker hun gram kwijt als groeihormonen voor het Vlaams Blok-Belang.

In zijn boek houdt Wim Van Rooy een vurig pleidooi voor de verworvenheden van de Verlichting. Hij analyseert de islam als derde grote monotheistische religie die er het minst in slaagt om de verlichtingsideeën te integreren in haar leer en cultuur, wegens extreem vasthoudend aan primitieve machtsinterpretaties van de woorden van hun heilig boek.
Van Rooy is erg pessimistisch over de mogelijkheid van een Europese islam. Precies omdat de Aristoteliaanse rationaliteit in de loop der eeuwen door de christelijke hiërarchie werd omhelst, vond de Verlichting een vruchtbare bodem die het westerse denken op het pad van de rede en het weten kon houden.

276. De cursus 'darwinisme ' in de lessen biologie in het secundair en de debatten met jonge moslims daarover is een hallucinant schouwspel. Het debat dat gedurende de moderniteit en de wetenschappelijke revolutie ooit gevoerd was met de christenen van allerlei signatuur , had eeuwen in beslag genomen en moest met de islam weer helemaal opnieuw gevoerd worden, sterker nog: in de slipstream van dit wat onmogelijke en vermoeiende karwei grepen evangelische christenen hun kans en werkten zich (weer) op de voorgrond.
Het multiculturele islamgesprek dat gevoerd wordt, of eerder: het gebrek daaraan, wordt getroebleerd én door het absolute en grondstellige karakter van deze religie én door de onwereldse gedachten van westerse intellectuelen. ('?)
Terwijl zij de modale man de levieten leest en hem/haar verwijt dat hij/zij zich niet realiseert welke vruchten de multicultuur oplevert, vraagt in het Midden-Oosten ondertussen een hele schare denkers dat wij ons democratische en liberale gedachtegoed niet zouden verkwanselen en niet zouden toegeven aan de scherpslijpers van het nieuwe jihadisme.

277. De islam en zijn radikalinski's spreken voortdurend over de perversie van de westerse wereld, maar over China bijvoorbeeld hoor je ze zelden. Dat is vanuit hun optiek evident: men valt aan wat week is en wat dus geen respect verdient. Het is van een treurigstemmende verwaandheid en achterlijkheid tegelijk.

‘De malaise van de multiculturaliteit’ van Wim Van Rooy stemt treurig.
Maar het is niet anders. Al te simpele politieke, economische en culturele interpretaties van de globalisering, al te felle polarisatie van het eigen blikveld heeft veel westerse intellectuelen en politieke broodheren te lang opgezadeld met een oprecht naà?ef en idealistisch verlangen naar gelijkwaardigheid en ditto kansen. Misschien was dit oppervlakkige salongewauwel wel een onderdeel van de paleisverveling waarin de Europese culturele hofhouding zich sinds de jaren tachtig had teruggetrokken.
De gevolgen zullen nog generaties lang wegen op het Europa van morgen.
Er is geen weg terug. De toenemende verstedelijking zal ongetwijfeld leiden naar nog meer chaotische armoede en pijn, naar lijf en geest, naar doen en denken.
‘Ander Geloof’ en religie hanteren als een leiband om bevolkingsgroepen manipulatief te socialiseren naar de wensen van de vrije markt is een levensgevaarlijke optie voor de turbulente tijden die ons wachten.

Paul Scheffer verklaarde het als volgt:

‘Wezenlijk is dat de islam zichzelf ziet als de opvolger en vooral ook de vervolmaking van het jodendom en het christendom. Deze inherente superioriteit van de islam in de ogen van zijn aanhangers is een deel van de verklaring waarom de interesse in de westerse wereld pas laat op gang kwam. ('?)
Morele overtuigingen die in de islamitische wetgeving zijn vastgelegd vinden hier geen erkenning. Sterker nog: deze rechtsnormen zijn in strijd met onze beginselen van gelijkheid en vrijheid. Waar gewetensvrijheid heerst, heeft het geloof als juridische discipline geen plaats. (355)

En Van Rooy citeert op p 165 Abram de Swaan: 'De Verlichtingsidealen gelden dan misschien niet als absoluut, ze zijn niet volledig, ze zijn onderling strijdig, en elke keer moet er weer gepeinsd, gepast en geprutst worden om ze in de praktijk te brengen. Net zoals dat gaat met al die religieuze leerstelligheden. Maar de verlichtingsidealen zijn waarschijnlijk een beetje beter.'?

Wim Van Rooy neemt het moedig op voor de verlichtingsdenkers in de islamitische wereld en voor de kritische moslim(a-)s in Europa, die zich in de steek gelaten voelen door de politiek correcte hofnarren en hun broodheren die plots denken de kudde handelbaar te houden door een beroep op de baardmannen van de Ene en de Ware, waarvan ze niet eens durven vermoeden dat deze Heren van het Geloof een eigen agenda hebben die een ietsiepietsje anders ligt dan die van de ander-geloof-propagandisten.

‘De malaise van de multiculturaliteit’ is geen gemakkelijk pamflet, het is een moedig polemisch essay dat tot nadenken, zelfreflectie en kritisch handelen stemt.

Lees verder »

Archief

Andrew Hussey, Parijs. De verborgen geschiedenis – Jacques R. Pauwels , Het Parijs van de sansculotten. Een reis door de Franse revolutie

2 juni 2008

Andrew Hussey, Parijs. De verborgen geschiedenis. Uitg. De Arbeiderspers 2007

De voorbije maand mei stonden vele media bol van Mai '68, waar eerder 69 werd beoefend dan belangrijk politiek werk bedreven. Al bleef de illusie een heilzame balsem voor het falen van menig libido, zeker in Frankrijk, meer nog à? Paris!
Mai '58 was immers heel veel belangrijker met het begin van de Vde Republiek van Generaal de Gaulle, die menige enthousiasteling 10 jaar later met onbevangen onnozelheid en 'kijk, papa, zonder handen' tot de ondergang hoopte te keren. Het had iets heroà?sch en onwaarschijnlijk entoesiasmerend wegens de illusie van een bevrijding die reeds jaren voordien in Leuven, Berkeley, Berlijn, Bologna, Amsterdam plaatshad.

Onder het plaveisel het strand!
Onder het asfalt de kasseien.
Onder de kasseien het moeras.

Andrew Hussey is docent Franse literatuur aan een Parijs filiaal van de Londense Universiteit en dat is zijn verborgen geschiedenis aan te zien.
Zelden een stad zo grondig doorploegd aan de hand van een erudiete gids als het Parijs van Hussey. Hij leidt je te voet of met de fiets naar onooglijke gaten en scheuren, lege stegen en verlopen straten, opgekalefaterde glorie met gruwelijke verhalen en schaduwen van vele eeuwen menselijke lief en leed, het stedelijke theater tegen een decor van twee millennia gevechten om de plaatselijke en de centrale macht. Je snapt beter waarom de diagonalen van de 'hexagone' in Parijs kruisen. Je vat waarom het centralisme in Frankrijk zo wezenlijk is en waarom de periferie zo vaak de buik meer dan vol heeft van de Parijse mentaliteit.

Jacques R. Pauwels , Het Parijs van de sansculotten. Een reis door de Franse revolutie'? Uitg. EPO 2007

Jacques R. Pauwels heeft daarentegen de periode van de Franse revolutie op goed marxistische wijze uitgebeend en levert hiermee een boeiende illustratie van Peter Sloterdijks analyse van woedekapitaal en hoe dat maximaal rendabel kan gemaakt worden, in 'Woede en Tijd'.
Interessante verhalen, pittige details maar vooral een beknopt geschiedenisoverzicht van de revolutie volgens Pauwels. Handig om in Parijs vandaag de plaatsen te herkennen waar en waarom het allemaal begonnen was. Maar zonder veel diepgang, zonder een grondig beeld van de hoofdpersonages, terwijl die er hoe dan ook een ferme stempel op gedrukt hebben. Maar in het dialectisch en historisch materialisme is de geschiedenis een drijvende kracht die het leven der mensen in banen leidt naar het onvermijdelijke geluk in een maakbare samenleving onder de dictatuur van het proletariaat.

Lees verder »

Archief

Gunnar Heinsohn, Zonen grijpen de wereldmacht, terrorisme demografisch verklaard. Uitg. Nieuw Amsterdam 2008

12 mei 2008

Gunnar Heinsohn, Zonen grijpen de wereldmacht, terrorisme demografisch verklaard. uitg. Nieuw Amsterdam 2008

Er was eens in Europa de pest en na deze decimering de gebruikelijke aanwas van de bevolking: Eros en Thanatos gaan immers hand in hand
En dat werd de basis voor de latere ‘youth bulge’, het kloppende gezwel van het forse jonge mannenoverschot in Europa.
De overgrote meerderheid van deze jongens zouden nooit de kansen krijgen van het eerste geboorterecht dat voorbehouden bleef aan de oudste zoon, tenzij die zich liet lijmen met een bord linzensoep.
De rest kon aan de slag aan soldaat, priester of gelukzoeker, of alles tegelijk.
Want volgens de Bremense onderzoeker naar volkerenmoord, Gunnar Heinsohn (Polen, 1943) was Europa het eerste continent waar bezit overging in uitleenbare en beleenbare eigendom. Dat werd de drive – wortel en stok – waarmee het jongerenoverschot de wijde wereld in gestuurd kon worden om het wrokkige ressentiment van de ‘segundos’ – de overbodige tweede en volgende zonen – desnoods met harde en bloedige hand te ruilen voor prestige, rijkdom en sexuele bevrediging. Niet als esoterische martelaren in het paradijs maar als reële overwinnaars in de Nieuwe Werelden.
Niet armoede en honger drijft immers mensen de wereld rond, maar wel het gebrek aan passend geachte toekomstmogelijkheden in de eigen sociale omgeving

27. Armoede en voedselgebrek brengen geen terroristen voort. Om brood wordt gebedeld Gedood wordt er voor status en macht. Juist omdat het gros van de jongeren niet om het naakte bestaan hoeft te vechten, maar de energie, tijd en vrijheid heeft om verder te komen, worden de toekomstige youth bulges door de strategen als een internationaal gevaar gezien.

Gunnar Heinsohn – daarin gesteund door Peter Sloterdijk in ’ Woede en Tijd ‘ – neemt afstand van de marxistische meerwaardetheorie. Er is immers meer nodig voor grote maatschappelijke verschuivingen dan een economische ‘bulge’. Zonder een fors overschot aan jonge mensen ( Stalin had het als volleerd machtstrateeg zelfs over ‘L’homme, le capital le plus précieux’) komt er immers niets terecht van expansionistische, imperialistische, politieke en/of religieuze wereldreddende bewegingen.
Heinsohn ziet een synchrone beweging in de demografische pulsaties en alle mogelijke geweld van volkerenmoorden, godsdienstoorlogen, revolutionaire en veroveringsbewegingen.
Na de pest startte de inquisitie in Europa de liquidatie van de vroede vrouwen die traditioneel zorg droegen voor de kennis van vruchtbaarheid en geboorteregeling, maar ook voor die van zwangerschap, baren en zogen. Met het verbranden van tot heks verklaarde wijze vrouwen verdween de kennis om vruchtbaarheid te beheersen.
Vrouwen werden als akkers geploegd om rijkelijk vrucht te dagen.

98. En wie met overtollige zonen oorlog wil voeren, moet niet alleen eerst de eigen vrouwen monddood maken, maar er ook voor zorgen dat de hele seksualiteit in dienst kom te staan van de voortplanting. Geen vrouw verlangt uit zichzelf naar twintig zwangerschappen en tien kinderen. Hoe pakkend het moderne begrip ' war of the wombs' misschien ook klinkt, het verhult dat het bij deze oorlog vrijwel zonder uitzondering gaat om vrouwen wie het heft uit handen is genomen.

De drive van wortel en stok – kapitaal en schuld, rijkdom en rente – is voor Heinsohn hét fundamentele gegeven in de economische ontwikkeling. Het Aziatische economische mirakel en de opstanding van China stelt hem hier in het gelijk. Je moet natuurlijk wel een maatschappijstructuur weten te realiseren die voldoende stabiel blijft om eigendomstitels en renteverplichtingen door de overgrote meerderheid blijvend te laten erkennen. De balans tusen wortel en stok mag natuurlijk niet aan te felle of te langdurige onevenwichten lijden. Schommelingen houden er de spanning in maar een waag die te fel en te lang eenzijdig overhelt verkruimelt door beurscrisissen en opstanden van wie zich tekort gedaan voelt. Het evenwicht blijft een gewaagd spel, en de spelers riskeren veel in de hoop op beter.

103. Als gebruikers van geld, dat altijd staat voor een schuld – namelijk die van de debiteur, genoemd in het geldscheppende krdietcontract – ontwikkelen burgers van een eigendomssamenleving een heel andere kijk op de wereld dan zij die leven in een bezitssamenleving, dus in een stam of een feodale maatschappij – of daarin nu een adellijke kaste de dienst uitmaakt, of de voorhoede van de arbeidersklasse. Mensen met schuld zoeken altijd naar wegen om gedurende de vastliggende jaarlijkse of maandelijkse termijnen tenminste zoveel winst te maken als voor het betalen van de rente nodig is. Dat is ook de reden dat zij een markt creëren. Daarop proberen ze manieren te vinden om geld in handen te krijgen, zodat ze hun rente en schuld kunnen aflossen. Het geld gaat dus vooraf aan de markt, waar economen menen dat er eerst markten waren en het geld werd uitgevonden om de ruil te vereenvoudigen.

112. Het zijn immers de renteverplichtingen die tot warenproductie, dus tot het scheppen van rijkdom, dwingen. Met het goud en zilver werden nu in andere landen spullen gekocht en de rest van Europa werd mede welvarende omdat het in ruil voor de Amerikaanse metalen echte prestaties en innovaties moest leveren. De Spanjaarden deden hetzelfde als de huidige olielanden, die ook uit de hele wereld importeren, maar in eigen land geen eigendomsstructuur noch rentelast kennen, en zo ook geen noemenswaardige economie opbouwen.

Heinsohn ziet in de Amerikaanse buitenlandse politiek een mooi voorbeeld van verdediging van de democratische waarden over de hele wereld, en vooral in het Midden en Verre Oosten (p. 135). Rusland lijdt onder een krimpende bevolking, China draagt nog lang de last van het éénkind beleid en Europa denkt migranten te moeten aantrekken om de veroudering van haar bevolking tegen te gaan. Al blijken die migrantenvrouwen zich na enkele generaties zodanig geà?ntegreerd te hebben dat zij evenveel vrucht dragen als hun autochtone zusters. De vele importbruiden niet te na gesproken.

Hier lijkt Heinsohn mis te lopen wanneer hij uitsluitend de demografische youth bulge kan herkennen als bepalende pulsaties voor binnen- en buitenlandse machtstrijd en volkerenmoord in naam van de Ene en de Ware, de Belangen van het Eigen Volk of de Arbeidersklasse.
In die optie kan een éénkindbeleid zoals in China nooit tot expansionisme leiden, laat staan tot binnenlandse onrust, omdat de noodzakelijke overbodigen – segundos – nooit geboren werden.
Hij houdt hier evenwel geen rekening met de ‘intern overbodigen’.
Een land kan een economische evolutie doormaken waarbij door verbeterde landbouwtechnieken of goedkopere import van elders hele bevolkingsgroepen ‘overbodig’ worden. Die kunnen opgesoupeerd worden in een ontluikende industrie – zoals tijdens de Eerste Industriële Revolutie in Engeland – of in oorlogen elders – zoals de Zwitserse huurlingenlegers – of als migranten en kolonisten zoals de Zuiditaliaanse Cosa Nostra na de tweede wereldoorlog zijn zonen de wereld rondstuurde. Chinese éénkindgezinnen uit het binnenland moeten hun oogappels wegsturen naar de fabrieken aan de oostkust, naar het Russische Siberië dat leeggelopen is, en zelfs naar de vroegere Oosteuropese landen waar ze de handel en winkelnering op het platteland steeds verder hebben overgenomen. En van een demografische youth bulge kan je daar niet echt spreken na de Maoà?stische bevolkingspolitiek.
Heinsohn maakt ook een wat simpele inschatting van de culturele lasten of krachten die samenlevingen torsen en die niet zomaar om redenen van wortel en stok zullen opgegeven worden.
Gedrag – ook groepsgedrag – wordt ook beà?nvloed door illusies die generaties lang worden overgeleverd als identiteitsbepalende en herkenbare mutaties. Zonder dergelijk ideeel houvast dreigen mensen al te vaak grip te verliezen op zichzelf en hun omgeving. Nakomelingen van Javaanse en Indische Hindoestanen die door Nederland in Suriname werden geà?mporteerd voor het zware werk in een zengend klimaat zweren generaties later ook in Nederland bij vakanties in Dubai en India wegens veel meer faciliteiten voor ‘ons soort mensen’.

Het bijzonder interessante ‘youth bulge’ concept – de pulserende toornmachine van voornamelijk testosterongedreven ressentiment – wordt door Gunnar Heinsohn naar mijn aanvoelen té marxistisch benaderd.
Het schouwtoneel van de machtsverhoudingen in de wereld is geen mechanisch schaakspel, als van een computer.
Politiek, het gevecht om de macht, is eerder een schaakwedstrijd tussen menselijke grootmeesters, die verrassende, verschrikkelijk mooie en gruwelijke beslissingen kunnen nemen die het spel fundamenteel beà?nvloeden. De twee oorlogen in Irak verklaren als een gerechtvaardigde poging van de VS om de Arabische Youth Bulge om zeep te helpen, lijkt mij veel te ver gezocht. De noodzaak voor de Bush-dynastie om de regio te destabiliseren om zo de energiebehoeftedruk op te voeren voor de Aziatische tijgers en China leidde slechts tot een beperkte groeivertraging bij de Chinese hoofdaandeelhouders van de Amerikaanse economie.
Het nut van de Irak-oorlogen wordt door Heinsohn nu gezegend met de missionaire verplichtingen inzake het afkoelen van de Arabische Youth Bulge in het Midden Oosten, rechtstreeks (vluchtelingen en doden) en onrechtstreeks als dreigende vingerwijzing voor Iran. Dank zij de mensenverslindende – en door de VS en Europese landen fors aangemoedigde – oorlogen tussen Iran en Irak is de regionale youth bulge reeds langer aan het verzepen gegaan.
Iran lijkt demografisch niet meer zo sterk te pompen, dus zal de oven wel koelen met gecontroleerd blazen, aldus Heinsohn.
Pakistan dreigt een ander paar mouwen te worden voor de Amerikaanse strategen.
Maar ook voor de Indische en Chinese belangstellende buren.

128. Toch geldt nog steeds het Oudromeinse gezegde ‘si vis pacem, para bellum’ (wie vrede wil, bereidt zich voor op oorlog).
In 2008 draaien de meest urgente scenario’s niet om Iran, maar om de dromen over een heroprichting van een kalifaat waarvan Pakistan en Afghanistan het centrum vormen. Volgens de officiële mededeling is het door de VS geplande rakettenschild in Polen en Tsjechië een voorzorgsmaatregel tegen mogelijke nucleaire wapens van Iran. In werkelijkheid echter wordt gevreesd voor de kernwapens die Pakistan al sinds 1998 heeft. Maar zolang er in Islamabad een partner van het Westen zetelt, wordt die ongerustheid niet aan de grote klok gehangen.

Er is ook nog hoop.
En wellicht wordt die wel door de Chinese kolonisatoren in Afrika geà?mporteerd met de ‘economische steun tot wederzijds voordeel’.
Natuurlijk waren de Belgen destijds in Congo al sterk in het introduceren van eigendomstitels en rentesystemen. Al bleek tenslotte een uitermate corrupte cultuur de dienst te blijven uitmaken.
Wellicht is dit fenomeen wel een vast gegeven wanneer ‘rente en rijkdom’ van buiten- en bovenaf worden opgelegd in een samenleving waar de cultuur van het bezit niet individueel maar gemeenschappelijk (clan- of stamsgewijs) wordt beheerd.
Alleszins heeft de Westerse ontwikkelingshulp de laatste vijftig jaar nauwelijks iets duurzaams opgeleverd, behoudens een verdere ontwrichting van de lokale gemeenschappen, een youth bulge door verbeterde gezondheidszorg, een ondermijning van de lokale machtsverhoudingen en een nauwelijks te temmen hang naar ‘het goede doen om het goede’ bij westerse jongeren die in eigen land niet direct aan de bak konden komen als arts, verpleger, leraar, ingenieur, antropoloog.
Menig jonge man en aanvallig meisje in de zogenaamde ontwikkelingslanden kreeg ook de illusie opgelepeld dat in de rijke landen het leven aangenaam en gezellig overvloedig is. Wat tot een pijnlijke ontnuchtering leidt als ze de oversteek wagen op de drijvende dwang van de eigen familie die haar overtollige zonen en dochters maar al te gretig uitzendt naar Europa om via Western Union en andere transactiesystemen de schamele uitkeringsgelden en de vruchten van legale en minder legale bezigheden terugbesteld te krijgen.

157. De overdracht van economische kennis is de beste ontwikkelingshulp.
Als je de onderontwikkelde landen wil helpen, moet je geen geld geven. De inwoners denken anders echt dat er in de rijke landen als door een wonder grote zakken met geld uit de hemel zijn komen vallen en het dus terecht is dat ze anderen erin laten delen. Het geld is evenwel niet uit de lucht komen vallen, maar gecreëerd op basis van met schuld belaste eigendom. De introductie van eigendom is technisch heel eenvoudig. Aan zoveel mogelijk bezitsgoederen moeten eigendomsrechten worden gehecht, en deze titels moeten in het kadaster geregistreerd worden. Daarvoor hoef je alleen maar te kunnen schrijven en officiële stempels te kunnen maken. Tevens is er zowel een politiedienst als een rechterlijke macht nodig die de wetten inzake eigendomsrechten zonder aanzien des persoons uitvoert. Ook de armste landen kunnen zonder veel hoofdbrekens aan deze eisen voldoen. Geen hulp kan meer welvaart brengen dan informatie over de manier waarop geld wordt geschapen.

158. De ‘grote satan’ is niets anders dan bezit dat niet in eigendom is omgezet. Het verwijt dat rijke landen hun privileges eindelijk met de arme volkeren moeten delen, zal meteen verstommen als algemeen bekend werd dat de executoriale eigendomstitel het verschil uitmaakt. De volkeren die nog geen eigendomsstelsel hebben, zouden dan niet meer roepen dat ze een deel van de koek willen, maar dat het stelsel ook bij hen moet worden ingevoerd. Pas als het zou lukken de enorme blokkade voor economische groei te slechten door bezit tot eigendom te verheffen, zou in veel landen de reële mogelijkheid ontstaan om apathie en terrorisme te overwinnen. En dan zou ook het waandenkbeeld dat de markt de essentie van de economie is, uit de wereld zijn.

Voor de VS en haar moeizame volgelingen in de EU worden het nog spannende jaren van blufpoker, grootmeesterlijk schaken of snooker om de testosteron gestuurde pulsaties van de youth bulge in de hele wereld gecontroleerd met wortel en stok te laten doodbloeden. Niet iedere politieke schaker of snookeraar heeft voldoende koelbloedigheid om dit gevaarlijke spel te beheersen.
Hillary Clinton liet zich eind april 2008 tijdens de Pennsylvania primaries nog verleiden tot de uitspraak ’ If they (Iran) might foolishly consider launching an attack on Israel, we would be able to totally obliterate them’.
Over de noodzaak en de betekenis voor de VS en Europa én voor de Arabische regimes van het Midden-Oostenconflict tussen Israel en de Palestijnen heeft Gunnar Heinsohn ook nog een interessante visie (p. 147)

Duidelijk is alleszins dat ook Europa haar sinds de tweede wereldoorlog gespeelde onschuld zal moeten afleggen, willens nillens.
De illusie waarmee Europese jongeren werden gevoederd over democratische idealen – gelijkheid, vrijheid en broederschap – tussen alle mensen in Europa en dus ook daarbuiten zal veel van haar glans verliezen ondanks de Europese hymne: ‘Alle Menschen werden Brüder!’
Massale immigratie, zelfs gecontroleerde, is alleszins niet zaligmakend en zal de fouten van de jaren zestig en zeventig nauwgezet kopiëren.
Paul Scheffer heeft in ‘Het land van aankomst’ baanbrekend onderzoek verricht.
Indien de overheden en de werkgevers in de EU landen niet bereid zijn om op langere termijn te plannen en enkel met import van goedkope – zelfs hoog opgeleide – arbeidskrachten tanende economische sectoren nog enkele decennia hopen rendabel te houden met lage lonen, zal de immigratiedruk verder toenemen.
De gevolgen voor het maatschappelijk weefsel zullen groot en pijnlijk blijven schrijnen.

Lees verder »

Archief

Malcolm Kendrick, De cholesterolhype: De cholesteroloorlog en de strategie van de angst.

6 januari 2008

Malcolm Kendrick, De cholesterolhype. Cholesterol en de strategie van de angst.

‘Als je te veel voedingsmiddelen met cholesterol en/of verzadigd vet eet, zal het cholesterolgehalte in je bloed stijgen. Het teveel aan cholesterol slaat neer in de vaatwanden, waardoor de slagaderen dikker en nauwer worden. Op termijn blokkeert dit de bloedvoorziening van het hart (of van andere organen), met als resultaat een hartinfarct of
beroerte. Levenslang cholesterolverlagende pillen( statines) kunnen je hiervoor behoeden ,’aldus de gangbare cholesterolhypothese die door de Britse huisarts en onderzoeker Malcolm Kendrick in ‘De Cholesterolhype’ met humor en gezond verstand vakkundig onderuit gehaald wordt.
Verplichte lectuur voor alle artsen en hun pati?nten, voor epidemiologen en gezondheidswetenschappers.
Lezen van Malcolm Kendrick lacht jezelf en de ziekteverzekering gezond.

Belgi? telde in 2006 928.000 statinegebruikers die met 200 miljoen euro 8% van het geneesmiddelenbudget wegkapen. Een kleine helft hiervan zou wegens eerdere hart- en vaatziekten baat kunnen hebben bij deze medicijnen. Voor de overigen ‘? vrouwen en mannen ouder dan 70 jaar – werd tot op heden geen enkel gunstig levensverlengend effect aangetoond.

Naar aanleiding van de Nederlandse vertaling van het boek van Malcolm Kendrick presenteert redacteur Marcel Crock in het tijdschrift ‘natuurwetenschap&techniek’ van februari 2008 een stand van zaken in Nederland en Belgi?. Hoogtepunt van de discussie rond de cholesterolhype is ongetwijfeld de uitspraak over het effect van de cholesterolverlagende medicijnen door internist Smulders van de VU Amsterdam:’Afwezigheid van bewijs is niet hetzelfde als bewijs van afwezigheid’.

Mijn argwaan in de jaren ‘90 van de vorige eeuw tegen de onstuitbare cholesterolhype werd nieuw leven ingeblazen met Walter Van den Broeck die in zijn ‘Verdwaalde post’ (1998) een randbemerking plaatste over reclame voor plantaardige vetten. ( p. 293 e.v.)
Ik was na 20 jaar in de medische sector als student en huisarts al enige tijd klaar met de verhaaltjes over di?ten en preventie door dure medicijnen voor ziektebeelden die vooral lang dienden uit te blijven. Een half leven diende gedrild en geofferd om het verre doel van langer leven mogelijkerwijs ooit te kunnen bereiken.
De strategie van de angst als essentieel kenmerk van de farmaceutisch ondersteunde geneeskunst was me stilaan helder na diverse hypes van medicijnen die nadien van de markt verdwenen wegens ernstige nevenwerkingen.
Vaak vraagt het jaren ervaring en voldoende afstand om die strategie van de angst te durven erkennen. Zeker op het domein van ziekte en gezondheid is een kritische houding tegenover de paradigmata van de medisch-farmaceutische sector wezenlijk.
Het eist een grondige bezinning over Jules Romains’ toneelstuk uit 1923: ‘Knock ou le triomphe de la m?decine’, waarin de jonge energieke en hoogopgeleide Dr. Knock een hele dorpsgemeenschap preventief ziek maakt aan de angsten die hen tot dan bespaard waren gebleven door de oude huisarts die de zieken behandelde en de gezonden met rust liet.
Walter Van den Broeck had tijdens onderzoek voor zijn roman ‘Verdwaalde Post’ een boeiende breuk ontdekt in de reclame voor plantaardige vetten in de naoorlogse vrouwenbladen. Na een tijd van gedwongen soberheid werden deze aangeprezen als vernieuwend, proper, effici?nt en vooral goedkoop. Nauwelijks iemand wou nog weten van die ersatz troep. Hoe krijg je dan zo’n enorme ongewenste olie-overschotten ( bio-energetische calorie?n ) gesleten? Plantages produceren immers jarenlang hun plantaardige vetten.
En ziet, plots veranderde het verkoopsargument begin jaren ‘60 van ‘proper’ naar ‘gezond’ voor het hart, de bloedvaten en de lever, de botten, de huid en de haren.
En het grote publiek mocht de ‘Lever’- plantageproductie nuttigen in de jacht op een lang en gezond leven. Vandaag hengelen zelfs ziekenfondsen naar nieuwe leden door plantaardige vetten te vergoeden omdat ze de bloedcholesterolspiegel gunstig zouden be??nvloeden.

In 1976 reeds wees Ivan Illich op dit fenomeen in zijn Medical Nemesis – Grenzen aan de geneeskunde: het medisch bedrijf – een bedreiging voor de gezondheid?:
Naast een verbetering van leefomstandigheden krijg je b ij een technische evolutie ook een grotere afhankelijkheid van specialisten die dure kunsten bedrijven. Zo moet ook de gezondheidsindustrie zijn klanten verdienen door hen vooral van de onmisbaarheid van hun producten te overtuigen.
Dit fenomeen is niet nieuw. Wanneer cacao, koffie en tabak in Europa werden ge??ntroduceerd als genotsmiddel voor de superrijken, brak hun commerci?le succes pas echt door wanneer ze een gezondheidsverbeterend aureool kregen aangemeten en de prijzen werden gedemocratiseerd.
Een van de grootste hypes van de laatste halve eeuw is ongetwijfeld het vermeende verband tussen de cholesterolwaarde in het bloed en de kans op een hartziekte. De verkoop van vetverlagende medicijnen ‘? statines, initieel nog duurder dan goud (!), niet of weinig terugbetaald en dus voorbehouden aan rijk en beroemd – kende met dezelfde strategie een ongelooflijk succes.
Sociaal ge??nspireerde acties eisten een passende prijsverlaging voor deze dure pillen zodat eenieder er voldoende van slikken kan omwille van het democratisch recht op cholesterolverlagers!
Populaire cholesteroloorlogen ‘democratiseren’ de toegang tot dit soort specialiteiten wat uiteindelijk de commerci?le waarde ervan door stijgende omzetvolumes opdrijft.

Gezondheid op de vrije markt maakt van de geneeskunst dan ook een kostelijke illusie.
Dr. John Reckless, voorzitter van Heart UK en endocrinoloog aan Bath University, maakte tijdens een interview met de BBC over de vrije verkoop van statines in Engeland op 1 augustus 2004 duidelijk waar het om gaat. ‘Het belangrijkste is dat we duidelijk naar buiten brengen dat we momenteel onderbehandelen en dat veel meer mensen zouden kunnen profiteren. De gehele bevolking zou zijn voeding en leefstijl moeten aanpassen en gewicht moeten verliezen. Maar het is ook zo dat veel meer mensen statines nodig hebben. Lang niet iedereen die statines nodig heeft, krijgt ze ook. Alle mensen zouden hun statine moeten kunnen krijgen. Indien niet in hun drinkwater, dan wel bij hun drinkwater.’ http://news.bbc.co.uk/2/hi/health/3931157.stm (Malcolm Kendrick, De Cholesterolhype p. 55)
Met steengoeie en brede marketingtechnieken werd jarenlang een virtuele angstdroom in mensenhoofden geplant om ze voor te bereiden op de tirannie van het gezonde leven.
In 1995 publiceerde The Lancet een enorme studie, waarin 450.000 mensen zestien jaar lang werden gevolgd. Er deden zich 13.000 beroertes voor. De studie representeerde 7,3 miljoen persoonjaren aan observatie. De conclusie: ‘Er was geen correlatie tussen bloed-cholesterol en beroerte.’ Meer recentelijk werd in een pan-Europees onderzoek, Eurostroke, gepubliceerd in 2002, dezelfde vraag opgeworpen. Het resultaat: ‘Deze analyse van het Eurostroke-project vond geen associatie tussen het totaal cholesterol en dodelijke en niet-dodelijke hersenbloedingen en ischemische beroertes. (p.99)
Een hele generatie is opgevoed met de waarschuwing: een te hoog cholesterolgehalte veroorzaakt hart- en vaatziekten. Wat blijkt nu? Het was een verkooppraatje. Statine, het medicijn dat het cholesterolgehalte in het bloed verlaagt, is het meest winstgevende product uit de geschiedenis van de geneeskunde. Jaarlijks verdient de farmaceutische industrie er miljarden aan.
Met wetenschappelijke precisie en een gezonde dosis humor verwijst de Britse huisarts en onderzoeker Malcolm Kendrick in ‘De cholesterolhype’ de publicaties die deze cholesterolhype ondersteunen naar de prullenbak: ‘Cholesterol is niet verantwoordelijk voor hartfalen, vet eten veroorzaakt geen hogere cholesterolspiegel en is ook niet slecht voor je hart (tenzij je zo ontzettend dik wordt dat je hart het niet meer aankan) en het idee dat er zoiets als ‘goede’ en ‘slechte’ cholesterol bestaat, is een verzinsel. ‘
Dr. Kendrick heeft de skeptische moed gehad om te argumenteren waarom er geen verband is tussen de hoeveelheid cholesterol in je bloed en de kans op een hartinfarct.
Als er al een verband is, dan eerder een omgekeerd verband: Australische aboriginals hebben de laagste cholesterolwaarden en het hoogste aantal hartinfarcten. Zwitsers hebben gemiddeld de hoogste cholesterolwaarde en het laagst aantal hartinfarcten.
Meer nog: grondig epidemiologisch onderzoek heeft aangetoond dat er een andere factor essentieel is voor het risico op hartinfarcten, nlk. langdurige stress door uitzichtloze leefsituaties.
Zo bleek het hoge risico op hartlijden in het naoorlogse Finland niet het gevolg van een hoge cholesterol maar wel van de etnische zuivering door de Sovjetunie in Kareli? die 400.000 Finnen over de grens had gedreven.
Zo hebben in de USA hechte gemeenschappen met sterke social binding & bridging een erg laag risico op hartlijden. Een mogelijk gunstig effect van cholesterolverlagers wordt enkel gezien bij mannen die reeds hart- en vaatziekten hadden, mogelijk door een bloedverdunnend effect. Zoals bij aspirine, maar dan veel duurder.
In de jaren ‘80 ontstond er in de medische wereld volgens de Engelse arts Michael Fitzpatrick in zijn schitterende analyse: ‘?The Tyranny of Health, doctors and the regulation of lifestyle’? een shift van de traditionele behandeling van ziekte naar ‘new welness interventions’, gekoppeld aan het ‘check up’ verhaal, de gezondheidsrisico’s, screeningtests en preventie adviezen op het vlak van de lifestyle, met als resultaat het promoten van forse restricties op het vlak van de individuele vrijheden.
Mensen beleden niet langer hun zonden in de biechtstoel waar hen de absolutie gegeven werd mits enige boetedoening. Vandaag leggen zij bij de huisarts, de cardioloog of de zelfhulpgroep getuigenis af van hun inbreuken op de codes voor een gezonde levensstijl en vragen ze vergiffenis door de cholesterolwaarde van hun bloed te laten bepalen en pillen te slikken voor de verlaging ervan.
In de jaren ‘70 was er reeds een eerste verschuiving waar te nemen naar de individuele verantwoordelijkheid voor ziekte en gezondheid en een toenemende stilte op het vlak van sociale oorzaken van ziekten in commerci?le en industri?le omgevingen. Wanneer gezondheid het doel geworden is van menselijk gedrag, krijgt het een onderdrukkende invloed op het individuele leven.
Michael Fitzpatrick formuleert het haarscherp: ‘The tyranny of health betekent het heersen van de biologische gebodsbepalingen over de verlangens van de menselijke geest. Het biedt de staat, via dokters en andere gezondheidsprofessionals, mechanismen om zijn autoriteit over de levens van iedere individuele burger uit te breiden en daardoor over heel de maatschappij.’
De grondlegger van de cellulaire pathologie en ontdekker van cholesterol in atheroomplaques bij konijnen, de Duitse arts, antropoloog en politicus Rudolf Virchow ‘? intussen ook al ruim 100 jaar overleden, heeft het ooit als volgt geformuleerd: ‘?Geneeskunde is een sociale wetenschap, en politiek is niet anders dan geneeskunde op een grotere schaal!’?

Geneeskunde is een klinische praktijk en evenzeer een sociale wetenschap.
Geneeskunde moet dan ook het belang van sociale factoren bij de oorzaken van ziekte en lijden erkennen, maar tegelijk voorrang geven aan de echte noden van een individu.
Politici daarentegen moeten de noden van een maatschappij als een geheel vooropstellen, waaraan de individuele noden ondergeschikt zijn.
De erosie tussen de openbare en de private sfeer is een van de meest bedreigende trends in onze moderne maatschappij, en bovendien ??n waarin de dokters met hun unieke toegang tot de meest intieme aspecten van het persoonlijke leven, een belangrijke rol spelen.
Geneeskunde moet dan ook opnieuw gedefinieerd worden in termen van ‘behandel de zieken en laat de gezonden met rust!’ .
Politiek moet gedefinieerd worden in termen van: versterk de social binding & social bridging, zorg voor een sociale economie waarbij mensen een voldoende grote mate van veiligheid en zekerheid krijgen, zeker wanneer ze ziek of invalide worden. Onzekerheid, angst voor werk, inkomen en geweld veroorzaken meer ziekte en dood dan alle andere parameters. Het procentueel hoogste aantal sterftegevallen aan hartlijden komt voor in die landen waar het sociale netwerk op grote schaal werd vernield: Oost Europa, de vroegere Sovjet Unie en bij de Aboriginals in Australi?.

Malcolm Kendrick geeft tot slot een paar makkelijke tips:

Rook niet. Kies voor een vorm van lichaamsbeweging waar u van geniet. Drink alcohol, maar met mate(n). Laat niemand over u heen lopen. Zorg dat u niet het gevoel heeft dat u in de val zit, ook op uw werk. Geniet van het gezelschap van anderen. (‘?) Mensen hebben altijd geweten dat stress dodelijk is.
De medische gemeenschap, die een verschrikkelijke aversie heeft tegen het idee dat er een verband is tussen de geest en het lichaam, heeft geprobeerd deze kennis te verpulveren, met de wetenschappelijke methode als wapen. ‘We kunnen het niet meten, dus bestaat het niet.’

 

 

Reactie op “Cholesterol veroorzaakt geen hartziektes” –

bespreking van voornoemd boek van Malcolm Kendrick in Knack

Knack – donderdag 27 maart 2008 om 16u00

Standpunt van de Belgische Cardiologische Liga / Cholesterol

Sedert enige tijd is er in de media voor het grote publiek een regelrecht offensief aan de gang tegen het gebruik van geneesmiddelen om het cholesterolgehalte en vooral het LDL-cholesterolgehalte (de ‘slechte’ cholesterol) in het bloed te verlagen. Artikels in de Engelstalige pers (Business Week, New-York Times) en in de Nederlandstalige (Knack) gaan zover vraagtekens te plaatsen bij de dubbele realiteit die in de wetenschappelijke wereld boven alle twijfel verheven staat: dat er wel degelijk een oorzakelijk verband is tussen hypercholesterolemie en hart- en vaatziekten (HVZ) en dat verlaging van het LDL-cholesterolgehalte de cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit kan verminderen. In Knack luidt de titel van het artikel van ene Jan Van Duppen zelfs onomwonden “Cholesterol veroorzaakt geen hartziektes”!

Uiteraard levert het uitroepen van zo’n onwaarheid, het ingaan tegen stevig gegrondveste wetenschappelijke stellingen de schrijver ervan automatisch een zekere bekendheid op en dat komt altijd van pas voor bladen die voortdurend op zoek zijn naar een smeu?ge scoop.

Jammer genoeg draagt het er ook toe bij dat lezers gaan twijfelen en kan het een aantal hartlijders zelfs zo ver brengen dat ze vraagtekens plaatsen bij de gegrondheid van de behandeling die men hun heeft voorgeschreven.

Laten we duidelijk zijn: dit is desinformatie van een gehalte waar een persorgaan met verantwoordelijkheidszin zich niet aan mag bezondigen!

Welk bewijs hebben we voor het oorzakelijk verband tussen LDL-cholesterol en HVZ enerzijds en voor de doeltreffendheid van behandelingen die bedoeld zijn om het LDL-cholesterolgehalte in het bloed te doen dalen anderzijds?

Het Framingham-onderzoek, het eerste grote epidemiologisch onderzoek dat sinds 1947 loopt in de stedelijke gemeenschap van het gelijknamige plaatsje in Massachusetts (VS), heeft duidelijk aangetoond dat cholesterol in het bloed een op zichzelf staande HVZ-risicofactor is, naast roken, hoge bloeddruk en diabetes. Hoe hoger het LDL-cholesterolgehalte in het bloed, des te vaker komen kransslagaderaccidenten (infarct en cardiovasculair overlijden) voor. Dit
betekent ook dat cholesterol niet de enige betrokken risicofactor is: men kan het slachtoffer worden van een infarct zonder een verhoogd cholesterolgehalte in het bloed te hebben en omgekeerd. Anderzijds bestaat er een wisselwerking tussen de verschillende risicofactoren en is het gecumuleerde risico een stuk groter dan de som van de afzonderlijke risico’s. Vertoont men meerdere risico’s tegelijk, ook al zijn ze op zichzelf vrij gering, dan verhoogt dat op exponenti?le wijze de kans dat men het slachtoffer wordt van een HVZ. Ook andere onderzoeken hebben dit verband aangetoond tussen onevenwichtige voeding, cholesterolgehalte in het bloed en mortaliteit door HVZ ‘zevenlandenonderzoek’, Monica-onderzoek, enz.).

Het recentere Interheart-onderzoek in 52 landen over de hele wereld, heeft aangetoond dat men aan de hand van zes risicofactoren en drie beschermende factoren in meer dan 90% van de gevallen in staat is een hartinfarct te voorspellen. Bij die risicofactoren bekleedt de verhouding tussen ‘slechte’ en ‘goede’ cholesterol de eerste plaats.

Het tweede onweerlegbare bewijs voor het verband tussen cholesterol en HVZ kwam toen men kon aantonen dat een verlaging van het cholesterolgehalte in het bloed in staat is de morbiditeit (het aantal infarcten en cerebrovasculaire accidenten) en de mortaliteit door HVZ te doen dalen. Dat werd mogelijk gemaakt door de komst van een geneesmiddelenfamilie die men statines noemt en die de aanmaak van cholesterol in de lever afremt en op die manier het
LDL-cholesterolgehalte in het bloed sterk (met 30 ? 50 %) kan doen dalen. In 1994 toonde een Scandinavisch onderzoek aan dat het gebruik van een van die statines de cardiovasculaire mortaliteit en zelfs de totale mortaliteit bij kransslagaderpati?nten kon doen dalen (‘secundaire preventie’). Enkele jaren later toonde een (Schots) onderzoek aan dat men met behulp van een andere statine het aantal kransslagaderaccidenten kon doen dalen binnen een
populatie met een hoog cardiovasculair risico maar niet noodzakelijk met een
voorgeschiedenis van infarct(en) (‘primaire preventie’). Sedertdien hebben tal van onderzoeken hetzelfde verschijnsel aangetoond met alle op de markt beschikbare statines: hoe sterker men het LDL-cholesterolgehalte in het bloed kan doen dalen, des te kleiner wordt het aantal cardiovasculaire accidenten (infarct, CVA en overlijden). Een uitgebreid overzicht van die onderzoeken, slaande op in totaal meer dan 90.000 pati?nten, werd in 2005 gepubliceerd
in het Britse blad The Lancet, waarbij men besloot dat elke verlaging van het LDL-cholesterolgehalte met 1 mMol/l (40 mg/dl) 20% vermindering van het cardiovasculair risico oplevert.

Daarnaast hebben we uit andere onderzoeken geleerd dat grote dosissen van de krachtigste statines, die het LDL-cholesterolgehalte dus aanzienlijk verlagen, de voortgang van atheroomplaque in de slagaders niet alleen een halt kunnen toeroepen maar in sommige gevallen zelfs kunnen terugdringen. Precies dit anatomisch bewijs voor de doeltreffendheid van statines bevestigde de woorden die op LDL-cholesterol van toepassing zijn: the lower, the better – hoe lager hoe beter!

De huidige aanbevelingen van gezaghebbende wetenschappelijke instanties in Amerika (American Heart Association en American College of Cardiology) en Europa (European Society of Cardiology) gaan in dezelfde richting: als secundaire preventiemaatregel, d.w.z. bij pati?nten met een bekende HVZ (hartinfarct, CVA of arteriopathie in de onderste ledematen) en bij diabetici, is het voorschrijven van een statine een absolute noodzaak, ongeacht het
aanvankelijke LDL-cholesterolgehalte in het bloed. Momenteel worden nog niet voldoende pati?nten correct behandeld en inzake secundaire preventie is er geen sprake van een overmatig voorschrijven van statines, veeleer van een ontoereikend voorschrijven – al is die situatie de jongste jaren verbeterd.

En hoe staat het op het vlak van de primaire preventie, d.w.z. bij mensen met een te hoog cholesterolgehalte die (nog) niet het slachtoffer zijn geweest van een cardiovasculair accident en die niet aan diabetes lijden? Dat vraagt een genuanceerder antwoord. Louter op grond van het cholesterolgehalte een statine voorschrijven is niet verstandig. Men moet uiteraard rekening houden met het cholesterolgehalte, maar ook met de aanwezigheid van andere risicofactoren zoals geslacht, leeftijd, rookgedrag, bloeddruk. Er bestaan tabellen (SCORE)
om het globaal cardiovasculair risico te berekenen en ettelijke van die tabellen werden aangepast om de berekening nauwkeuriger te maken op basis van specifieke kenmerken van de bevolking in een bepaald land; voor Belgi? bestaan die aangepaste tabellen.

De beslissing om een statine toe te dienen moet gebeuren op grond van het cholesterolgehalte ?n van het globaal cardiovasculair risico. Met respect voor de regels die uitdrukkelijk vervat zijn in de internationale aanbevelingen zou men op die manier moeten voorkomen dat statines worden voorgeschreven aan mensen die ze niet echt nodig hebben.

Wat moet men denken van artikels die het verschil trachten uit te leggen tussen ‘relatief’ en ‘absoluut’ risico en termen proberen te verklaren zoals NNT of noodzakelijk aantal te behandelen mensen (d.w.z. het aantal dat men moet behandelen om ??n leven te redden)? Dat zijn begrippen die nuttig zijn voor statistici en voor mensen die zich met gezondheidseconomie bezighouden, maar ze zijn niet bestemd voor wie zich bekommert om het verzorgen en behandelen van mensen. Het is inderdaad zeker economisch interessanter een geneesmiddel A met een NNT van 25 te gebruiken (men moet 25 mensen behandelen om ??n leven te redden) dan een geneesmiddel B met een NNT van 100 (100 mensen behandelen
om ??n leven te kunnen redden). Maar mag men u daarom het recht op geneesmiddel B ontzeggen als precies u die 100ste pati?nt kunt zijn – die waarvan het leven zal worden gered?

Tot besluit meen ik dat men in deze opduikende controverse redelijk moet blijven. We moeten op onze hoede zijn voor onheilsprofeten die de middelen van de moderne geneeskunde willen bestrijden uit naam van een utopisch ‘terug naar de natuur’. En de idee?n van fanaten die achter elke hoek een groot complot van de farmaceutische industrie zien, moeten we tot hun ware proporties herleiden.

Als zij de offici?le aanbevelingen van wetenschappelijke instanties aandachtig herlezen, zullen zij vaststellen dat het eerste wapen tegen cardiovasculaire aandoeningen niet het gebruik van geneesmiddelen is maar wel degelijk het veranderen van leefgewoonten (niet roken, gezond eten en meer bewegen). En daarmee zullen ze het ongetwijfeld toch wel eens zijn?

 


Archief

Malcolm Kendrick, De cholesterolhype: Cholesterol en de strategie van de angst.

27 december 2007
'Voor ieder gecompliceerd probleem bestaat een oplossing die eenvoudig is,
direct, begrijpelijk… en fout.' H. L. Mencken.

15. Vooral de medische wetenschap (een beter voorbeeld van een contradictio in terminis is nauwelijks denkbaar) heeft een lange en uitgesproken traditie van volstrekt de verkeerde conclusies trekken, de ogen stijf dichtknijpen, grimmig vasthouden aan een geliefd, maar belachelijk idee en vooral niet luisteren naar wie dan ook. Iemand nog een bloedzuiger? Of misschien een radicale mastectomie? Een tonsillectomie of een verwijdering van een
toxische dikke darm? Hoe lang geloofden we in het bakerpraatje 'geen bacterie overleeft in de menselijke maag'? Wat te denken van 'strikte bedrust na een hartinfarct'? Hoeveel miljoen levens heeft dat gekost? De lijst achterlijke, schadelijke, ronduit foute dingen die dokters door
de jaren hebben geleerd en gedoceerd, is tamelijk deprimerend. Het stemt mij in elk geval van tijd tot tijd somber. We maken allemaal fouten. Zelfs ik. Maar om de een of andere reden is de medische stand extreem ongenegen om fouten toe te geven. Ik vermoed dat het te maken
heeft met controledwang.

33. Want ik denk dat verzadigde vetten op geen enkele manier schadelijk of gevaarlijk zijn. Als ze dat waren, zouden ze niet zo verdomde goed smaken. De natuur heeft de gewoonte ons te waarschuwen voor gevaarlijk voedsel, door het een bittere of anderszins vieze smaak te geven. Of door het knalrood dan wel gifgroen te maken. Maar natuurlijk, ik ken het tegenargument in al
zijn Darwinistische glorie: het maakt de natuur geen bal uit wat er met ons gebeurt als we te oud zijn om ons voort te planten, dus dingen die ons na ons vijftigste de das om doen, die tellen niet. Ik weiger deze discussie aan te gaan, omdat je hem niet kunt winnen en niet kunt verliezen.
Je accepteert het of je verwerpt het, afhankelijk van je filosofische vooronderstellingen.

38. Er is geen enkel verband tussen cholesterol in de voeding en cholesterol in het bloed. Eigenlijk hebben we dat altijd geweten. Cholesterol in de voeding is volledig betekenisloos, tenzij je een kip of konijn bent. Ancel Keys, PhD, Emeritus Professor aan de University of Minnesota, 1997.

49. Als wie dan ook me nog één keer vertelt dat coronaire hartziekte multifactorieel is, ga ik gillen. Het is de ultieme dooddoener. Het stelt iedereen in staat alles te zeggen zonder zich eerst te hoeven bezighouden met zoiets vermoeiends als nadenken. 'Alle ziekten zijn in zekere
zin multifactorieel, dus laten we ophouden naar oorzaken te zoeken.' Ik dacht het niet.

55. Dr. John Reckless, voorzitter van Heart UK en endocrinoloog aan Bath University, maakte duidelijk waar het om gaat. 'Het belangrijkste is dat we duidelijk naar buiten brengen dat we momenteel onderbehandelen en dat veel meer mensen zouden kunnen profiteren.'
'De gehele bevolking zou zijn voeding en leefstijl moeten aanpassen en gewicht moeten verliezen. We zouden geen vette maaltijden en snacks meer moeten eten, we zou den niet meer in cafetaria's moeten komen, we zouden allemaal meer moeten bewegen, enzovoort.'
'Natuurlijk zouden we al die zaken moeten doen of laten. Maar het is ook zo dat veel meer mensen statines nodig hebben. Lang niet iedereen die statines nodig heeft, krijgt ze ook.'
'Alle mensen zouden hun statine moeten kunnen krijgen. Indien niet in hun drinkwater, dan wel bij hun drinkwater.' http://news.bbc.co.uk/2/hi/health/3931157.stm Statines in het drinkwater?

62. Er is echter toenemend bewijs dat de effecten van statines verder gaan dan cholesterolverlaging. Veel van deze niet cholesterolgerelateerde ofwel 'pleiotrope'
effecten van statines lijken betrekking te hebben op herstel of verbetering van de endotheelfunctie, via verhoging van de biobeschikbaarheid van stikstofoxide, waardoor nieuwe endotheelcellen worden aangemaakt, de oxidatieve stress wordt verminderd en ontstekingsreacties worden geremd. Verondersteld wordt dat veel van de gunstige effecten van statinetherapie bij cardiovasculaire ziekten zijn terug te voeren op de werking die deze geneesmiddelen uitoefenen op het endotheel. http://atvb.ahajournals.org/cgi/content/full/23/5/729
Te veel wetenschappelijke abracadabra? Sorry, maar hier staat zwart op wit dat statines een scala van effecten op de bloedvaten hebben die kunnen beschermen tegen coronaire hartziekten. Bij mijn laatste eigen telling kwam ik tot 35 niet cholesterolgerelateerde effecten. U twijfelt nog? Welnu, verderop in dit boek hoop ik u ervan te overtuigen dat die 'niet cholesterolgerelateerde effecten' in feite de enige verklaring bieden voor hoe ze werken. Tenslotte werden voor de statines talloze effectieve cholesterolverlagende medicijnen ontdekt. Maar alleen de statines lieten enig significant voordeel zien bij de behandeling van hart- en vaatziekten.

76. Bill Harlan van het Overzichts Comité, Associate Director van het Office of Disease Prevention (Bureau voor Ziekte Preventie) van de NI H (Nationale Gezondheids Instituten), gaf als commentaar: 'Men begon aan het rapport met een reeds vastomlijnd idee van de conclusies, maar de wetenschap achter dat idee bleek duidelijk niet toereikend te zijn. Het was duidelijk dat de ideeën van gisteren ons niet veel verder zouden helpen.' Ik vertaal het even: 'We zaten ernaast. Het idee dat verzadigd vet hart- en vaatziekten veroorzaakt was fout. Alles wat we al die tijd dachten te weten over dit onderwerp was fout. Punt.' Maar niemand zal ooit zo duidelijk uit de pas lopen en gewoon zeggen waar het op staat. Aan de buitenkant lijkt de wereld van het medisch onderzoek kalm en plezierig en redelijk, als een goed onderhouden tuin vol vriendelijk lachende mensen die dingen zeggen als 'met respect nam ik kennis van' en soortgelijke oppervlakkige vleierij. Maar in werkelijkheid is de academische wereld een slangenkuil. Doe één stap buiten de lijnen en je bent nog niet jarig. Internationale opinieleiders bewaken hun keizerrijken met ijzeren hand. En reken maar dat je wordt verpletterd als je het
waagt hun argumenten in twijfel te trekken. Samenvattend, na elf jaar had het Bureau van de Surgeon General in de Verenigde Staten geen enkel bewijs gevonden voor de cholesterolhypothese. Neem van mij aan, als ze ook maar het kleinste splintertje
bewijs hadden gevonden, hadden we dat tot in lengte van dagen moeten horen. Wat mij betreft is het totale onvermogen van deze organisatie om de cholesterolhypothese te onderbouwen een overtuigend argument tegen die hypothese.

79. Genoeg over Law en Wald, ik ban ze uit mijn gedachten. Het enige in hun artikel dat het onthouden waard is, is de bewering: 'Een meta-analyse van gerandomiseerde onderzoeken suggereerde dat een lage inname van verzadigd vet weinig invloed had op het risico op ischemische hartziekten.'
Vervang 'suggereerde' door 'bewees' en je komt naar mijn mening een stuk dichter bij de waarheid. Voeg deze bewering bij de elf jaar lange vergeefse poging van de Surgeon General om een oorzakelijk verband aan te tonen tussen de inname van verzadigd vet en het risico op harten
vaatziekten en je hebt volgens mij een antwoord. Ook al is het een negatief antwoord.

80. dr. George Mann. In de jaren zeventig bestudeerde hij de Masaà? een nomadenvolk in Kenia. Hij stelde vast dat zij de hoogste inname van verzadigd vet en cholesterol hebben die ooit is waargenomen. Hun voeding bestaat praktisch uitsluitend uit melk, vlees en vet. Toch waren hart- en vaatziekten onder de Masaà? volledig afwezig. Op basis van deze en andere waarnemingen noemde dr. George Mann de cholesterolhypothese in het New England Journal of Medicine 'de grootste blunder in de geschiedenis van de geneeskunde'.

85. Zodra mensen hebben besloten dat verzadigd vet hart- en vaatziekten veroorzaakt,
is er niets meer dat hen op andere gedachten kan brengen. Er is geen enkele onverkwikkelijke waarneming die niet op de een of andere manier kan worden verworpen. En het aantal nieuwe ad hoc hypotheses dat je kunt ontwikkelen is onbegrensd. Je kunt ze eindeloos uit de lucht blijven plukken, bewijs is niet nodig.

86. Karl Popper herkende deze manier van redeneren. Hij noemde het cirkelredeneren. Zijn voorbeeld luidde als volgt:
Stel je de volgende dialoog voor: 'Waarom is de zee zo ruig vandaag?' -'Omdat Neptunus heel boos is.' '? 'Welk bewijs heb je om je bewering dat Neptunus erg boos is te onderbouwen?' '? 'Nou, zie je niet hoe ontzettend ruig de zee is? En de zee is altijd ruig als Neptunus boos is.'
Popper, K. Popper Selections
Nu vraag ik u om zich de volgende dialoog voor te stellen:
'Waarom heeft deze man, die geen risicofactoren voor hart- en vaatziekten had, een hartinfarct gekregen?' '?'Omdat hij genetisch vatbaar is.' '?'Welk bewijs heb je om je bewering dat hij genetisch vatbaar is te onderbouwen?' '? 'Nou, zie je niet dat hij een hartinfarct heeft gehad terwijl hij geen risicofactoren had? Hij moet dus genetisch vatbaar zijn.'

93. www.thincs.org
www.theomnivore.com
www.second-opinions.co.uk

Voor ik een streep onder dit hoofdstuk zet, moet ik iets bekennen. Ik heb alle ad hoc hypotheses neergesabeld, het flauwe gebruik ervan gehekeld, maar er zijn twee substanties in de voeding die wel degelijk, consistent, bescherming lijken te bieden tegen hart- en vaatziekten.
1: Omega-3-vetzuren
Deze vetzuren lijken op twee manieren te beschermen. Ten eerste hebben ze een tamelijk sterk antistollings-effect, een beetje als aspirine. Ten tweede lijken ze hartritmestoornissen te voorkomen. (omega-3-vetzuren hebben overigens geen effect op het ldl-gehalte). Omega-3-vetzuren komen vooral voor in vette vis. Hoewel ik het wat lastig uit mijn strot krijg, moet ik toegeven dat omega-3-vetzuren waarschijnlijk goed voor ons zijn.
2: Alcohol
Matige alcoholconsumptie lijkt het risico om te sterven aan hart- en vaatziekten met gemiddeld zo'n twintig procent te verminderen. Het soort alcohol is min of meer irrelevant, hoewel wijn en bier beter lijken te werken dan gedestilleerd. Overmatig drinken of weekend-drinken
lijkt daarentegen juist het tegenovergestelde effect te hebben. Dit zou kunnen komen doordat de bloedstolling na excessieve alcoholinname een 'rebound-reactie' vertoont, waardoor zich gemakkelijker bloedpropjes vormen.

95. Daar multifactoriële interventies tegen coronaire hartziekte in mannen van middelbare leeftijd met een matig risico tot nog toe hebben gefaald om zowel de morbiditeit (ziekte) als sterfte te verminderen, zijn zulke interventies steeds moeilijker te rechtvaardigen. Dit gaat lijnrecht in tegen de officiële aanbevelingen van veel nationale en internationale adviesorganen, die de
recente bevindingen in Finland ter harte zouden moeten nemen. Dit niet te doen, is mogelijk ethisch onacceptabel.
Dit is een citaat van professor Michael Oliver, naar aanleiding van een onderzoek in Finland. Uit een tien jaar lange follow-up van het aanvankelijke onderzoek (dat als een succes was onthaald) bleek dat de mensen die doorgingen met het strikt gecontroleerde cholesterolverlagende
dieet (dit werd aangemoedigd) twee keer zo'n grote kans hadden aan hart- en vaatziekten overlijden als de mensen die dit niet deden.

98. Deze feiten leken robuust en onaanvechtbaar. Telkens als ik een vakblad opensloeg, of een studie las, werden ze bevestigd. Week in, week uit, telkens opnieuw. Maar in werkelijkheid is dit alles slechts gedeeltelijk waar. Het beeld is vergelijkbaar met de faà?ades die worden gebruikt in spaghetti-westerns. Als je er recht tegenaan kijkt, heb je het idee dat er een complete
stad voor je ligt. Maar als je ook maar een beetje van het voor de camera's gebaande pad afwijkt, zie je dat de zogenaamd solide gebouwen in werkelijkheid slechts uit spaanplaat bestaan en dat daarachter helemaal niets is.
Vanuit één hoek bezien lijken de feiten achter het tweede deel van de cholesterolhypothese '? 'een verhoogd cholesterol/ldl veroorzaakt harten vaatziekten' '? robuust te zijn. Maar als je besluit de 'georganiseerde trip van de opinieleider' te verlaten, doemt er een volstrekt ander beeld
op. Dames en heren, tijd voor een blik achter de schermen van de cholesterolhypothese.

99. In 1995 publiceerde The Lancet een enorme studie, waarin 450.000 mensen zestien jaar lang werden gevolgd. Er deden zich 13.000 beroertes voor. De studie representeerde 7,3 miljoen persoonjaren aan observatie. Dat lijkt me lang genoeg. De conclusie: 'Er was geen correlatie
tussen bloed-cholesterol en beroerte.'
Meer recentelijk werd in een pan-Europees onderzoek, Eurostroke, gepubliceerd in 2002, dezelfde vraag opgeworpen. Het resultaat: 'Deze analyse van het Eurostroke-project vond geen associatie tussen het totaal cholesterol en dodelijke en niet-dodelijke hersenbloedingen en ischemische beroertes.'

101. Ik verkies het gezelschap van keuterboeren, omdat ze niet voldoende opleiding
hebben genoten om incorrect te redeneren. Michel de Montaigne
Overigens, Ik citeer anderen uitsluitend om mezelf beter te kunnen uitdrukken.
Michel de Montaigne

107. Nu we hebben gekeken naar beroertes en tot de conclusie zijn gekomen dat het grootste risico voor deze aandoening een láág cholesterolgehalte is, niet een hoog cholesterolgehalte, denk ik dat de tijd gekomen is om het concept 'totale mortaliteit' te introduceren.
Want hoewel je het als je cardiologen hoort praten soms niet zou geloven, het is volstrekt mogelijk om aan andere dingen dan aan hartkwalen dood te gaan. Cardiologen zijn compleet geobsedeerd door cardiovasculaire sterfte. Overwinningen op dat gebied worden met veel fanfare
gebracht. Maar de totale mortaliteit wordt vaak over het hoofd gezien; in sommige studies worden die gegevens niet eens gepubliceerd.

112. Deze studie bevestigde dat een laag cholesterolgehalte vanaf vijftig kaar (en beneden de vijftig voor mannen) significant is geassocieerd met de totale mortaliteit:
Een laag cholesterol is bij mannen van elke leeftijd en in vrouwen vanaf vijftig jaar significant geassocieerd met totale mortaliteit en vertoont een significant verband met overlijden als gevolg van kanker, leverziekten en psychische aandoeningen.
Helderder kun je het niet krijgen. Als je een laag cholesterolgehalte hebt, heb je een veel hoger risico om te overlijden. Misschien heeft u liever een Brits onderzoek? Dit komt uit het bmj (1995): Lage serumcholesterol-concentraties (<4.8 millimol per liter), die werden vastgesteld bij vijf procent van de mannen, waren geassocieerd met de hoogste sterfte door alle oorzaken, voornamelijk toe te schrijven aan een significante toename van het aantal doden aan kanker.

117. Een laag cholesterolgehalte verhoogt het risico op overlijden bij mannen en vrouwen. Dit is een van de weinige feiten die door geen enkel onderzoek zijn tegengesproken. Het is ook een feit dat zo goed is verborgen, dat ik nog nooit iemand ben tegengekomen die er van op de hoogte is.
Sterker nog, als ik er over begin, verklaart iedereen me voor gek. Het is niet bepaald een triviaal gegeven. Als je weet dat een laag cholesterolgehalte ongezond is, kijk je vermoedelijk iets anders tegen de uitslag van een cholesteroltest aan. Is het cholesterolgehalte rond de 5,5 millimol per liter of hoger? Prima. Lager dan vier? Kijk uit.

120. Hormoontherapie verhà?à?gt het risico op hart- en vaatziekten. Anno 2007 raadt de American Heart Association, een bastion van conventioneel denken, ten sterkste af hormoonbehandeling in te zetten ter preventie van hart- en vaatziekten.
Hoeveel vrouwen kregen extra oestrogeen en overleden vervolgens aan hart- en vaatziekten? Suggestieve vraag, ik weet het, maar ik bedoel er uiteraard niets mee. Ik zou het niet in mijn hoofd halen ook maar te suggereren dat het 'establishment' ooit gezondheidsschade zou kunnen
aanrichten. Nooit! De opinieleiders zijn onfeilbaar en ik ken mijn plaats.

125. U moet weten dat er in de wetenschap twee fundamentele gedachtescholen zijn.
Je hebt de 'weight of the evidence' mensen. Wanneer tien studies laten zien dat een hoog hdl samengaat met een laag risico op hartziekten en twee studies suggereren het omgekeerde, vinden zij dat die tien studies moeten worden geloofd. Ik zou hen wetenschappelijke 'democraten' willen noemen: de waarneming die het grootste aantal studies achter zich heeft, wint.
Mijn visie, en daarin ben ik een aanhanger van Karl Popper, is dat zulke mensen geen echte wetenschappers zijn. De ware wetenschappelijke methode dicteert om je hypothese zo te formuleren dat hij kan worden gefalsificeerd. Vervolgens zet je experimenten op die zijn ontworpen om je hypothese onderuit te halen. Als je alles probeert en daar niet in slaagt, is je hypothese waarschijnlijk correct. Lukt het je daarentegen je hypothese te falsificeren, dan is hij fout. Het maakt niet uit hoeveel positieve studies je al hebt, ze worden allemaal waardeloos door
één studie die het tegendeel vindt.

133. het cholesterolgehalte heeft geen effect op de prevalentie van hart- en vaatziekten onder vrouwen. Geen enkele andere verklaring is in overeenstemming met de feiten.

136. Maar de Aboriginals representeren voor zover ik weet de waanzinnigste cholesterolparadox
die je kunt vinden. Laagste cholesterolspiegels, hoogste sterfte aan hart- en vaatziekten. Vergelijk dat met de Zwitsers. Hoogste gemiddelde cholesterolspiegels, op een na laagste sterfte aan hart- en vaatziekten. Of neem de Russen. Op een na laagste cholesterolgehalte,
hoogste sterfte aan hart- en vaatziekten in Europa. Doe maar een gooi, het is altijd raak. Ieder afzonderlijk land vormt een 'paradox'.

140.
'? Een verhoogd cholesterolgehalte is gecorreleerd met hart- en vaatziekten in jonge mannen '? binnen afzonderlijke landen.
'? Er is geen enkele correlatie tussen gemiddelde cholesterolgehaltes en de prevalentie van hart- en vaatzieken tussen verschillende landen.
'? Na het vijftigste levensjaar verdwijnt het verband tussen het cholesterolgehalte en hart- en vaatziekten.
'? Een dalend cholesterolgehalte is gecorreleerd met een hoger risico op hart- en vaatziekten.

174. Ondanks het volstrekte gebrek aan bewijs voor enig voordelig effect op de sterfte, worden huisartsen in Engeland actief aangemoedigd om het cholesterolgehalte van vrouwen te meten en hun cholesterolgehalte beneden de 5,0 millimol per liter te brengen. Als ze dit bereiken bij
een voldoende percentage van de populatie van hun praktijk, krijgen ze grote geldbedragen uitgekeerd (in Nederland is dit niet het geval).
Als dit niet zo serieus was, zou het lachwekkend zijn. Maar eerlijk gezegd vertikken mijn lachspieren het hier even. Ik heb de neiging een aantal mensen bij hun kladden te grijpen en ze eens flink door elkaar te schudden. Hoe kun je het rechtvaardigen om miljoenen vrouwen
krachtige en potentieel erg schadelijke medicijnen voor te schrijven, wanneer ze geen enkel leven zullen redden? Deze vraag behoeft een antwoord.
Als dit boek niets anders teweeg brengt dan een debat over dit onderwerp, ben ik volkomen tevreden, want zo'n debat kan maar tot één conclusie leiden. Misschien denkt u dat statines ongevaarlijk zijn en dat het dus allemaal niet zo veel uitmaakt? Welnu, als je een foetus bent,
zijn statines helemaal niet ongevaarlijk.
Weinig vrouwen in de vruchtbare leeftijd slikken statines, maar het wordt langzamerhand gewoner. En nu statines in Engeland zonder recept verkrijgbaar zijn, is er een toenemend gevaar dat de waarschuwing om geen statines te gebruiken tijdens de zwangerschap niet wordt nageleefd.
Misschien vergeet de bediende in een supermarktapotheek het te zeggen als hij op een drukke namiddag een pakje statines verkoopt. Of een man neemt ze mee voor zijn vrouw, zonder te zeggen dat ze niet voor hem zijn.

178. Samengevat, statines hebben als ze worden gebruikt ter primaire preventie
nul invloed op de totale sterfte en ze hebben nul invloed op het aantal hartinfarcten bij vrouwen. Er is dus geen enkel voordeel. Ik neem aan dat dit u onmogelijk lijkt, gezien de absurde hype die rond statines is gecreëerd, maar het is waar.

181. Als statines het aantal sterfgevallen aan cardiovasculaire ziekten verminderen, maar geen invloed hebben op de totale sterfte (er gaan net zoveel mensen dood), dan moeten mensen die statines slikken vaker dood gaan aan iets anders. Waaraan?

183. Vandaag de dag worden klinische onderzoeken in buitengewone mate gestuurd en gecontroleerd door de farmaceutische industrie. dr. Marcia Angell, voormalig hoofdredactrice van het New England Journal of Medicine, één van de invloedrijkste medische tijdschriften ter wereld, schreef:
Vroeger was het zo dat geneesmiddelenfabrikanten eenvoudig geld gaven aan academische medische centra, zodat de klinische onderzoekers een studie konden uitvoeren, en dat was het. Er was grote afstand. De onderzoeker deed een studie en publiceerde zijn of haar resultaten,
wat die resultaten ook waren.
Tegenwoordig werkt het heel , heel anders. De farmaceutische bedrijven ontwerpen
de onderzoeken in toenemende mate zelf. Ze zijn eigenaar van de gegevens. Niet eens de onderzoekers krijgen inzage in de data. De bedrijven analyseren de data en ze bepalen of de data al of niet worden gepubliceerd. Ze laten onderzoekers en academische medische centra contracten tekenen waarin zij beloven hun werk niet te publiceren, tenzij er uitdrukkelijke
toestemming van het farmaceutische bedrijf is. De verdraaiing begint dus al và?à?r de publicatie. Het begint op het moment dat wordt bepaald wat wel en wat niet gepubliceerd zal worden.
Dit kun je geen gezonde afstand meer noemen. Onderzoekers en academische medische centra worden behandeld als willoze wapens, als technici die je kunt laten doen wat je wilt. Ze voeren hun werk uit en dat is het. Het farmaceutische bedrijf bepaalt wat de data laten zien, welke conclusies er worden getrokken en of het wel of niet wordt gepubliceerd.
Ofwel, de medische beroepsgroep werkt steeds nauwer samen met de farmaceutische bedrijven.
Als je geen rol speelt in grote, door de farmacie gesponsorde klinische onderzoeken, spreek je niet op belangrijke beleidsvergaderingen, publiceer je geen 'prestigieuze' onderzoeksrapporten in toonaangevende tijdschriften en breng je geen geld in het laatje van de universiteitskas.
Je hebt niets te vertellen op grote, internationale congressen. Je slijt je wetenschappelijke leven, zo te zeggen, op Urk.
Een zekere dr. John Kastelein uit Amsterdam raakte buiten zinnen van woede toen er vraagtekens werden geplaatst bij de potentiële belangenconflicten van de panelleden die de NCEP -richtlijnen bepaalden.
Volgens hem werd die hele zaak rond belangenverstrengeling geweldig overdreven. In zijn woorden:
Ik geloof geen woord van die verhalen over belangenverstrengeling, want er is op de hele wereld geen enkele opinieleider die geen onderzoek heeft verricht in opdracht van een farmaceutisch bedrijf. Kastelein wordt in zijn visie gesteund door Professor Daniel Simon van Harvard Medical School. Die noemt het een vergissing om de inzichten van opinieleiders met een potentieel belangenconflict voortaan met een korrel zout te nemen, omdat de farmaceutische industrie de
medische wetenschap vooruit helpt. 'De meeste onderzoekers zonder belangenconflict zijn geen echte experts,' aldus Simon.

189. Het grootste nadeel van statines is niet dat ze dagelijks hier en daar een paar honderd mensen doden, het probleem is dat ze een gigantische last aan verraderlijke bijwerkingen veroorzaken, die voor het merendeel niet worden herkend, of die hardnekkig worden ontkend. U
bent moe? Tja, u wordt een dagje ouder. Spier- en gewrichtspijn? Kom aan mevrouw Jansen, daar hebben we allemaal wel eens last van. Zelfs als je de waslijst inmiddels aardig gedocumenteerde bijwerkingen opsomt, zullen de meeste artsen weigeren te geloven dat ze ook maar iets te maken hebben met de statine die je slikt.
Laat mij u kennismaken met dr. Duane Graveline, een arts in de Verenigde Staten. Hij is huisarts, maar is ook opgeleid tot astronaut bij NASA en hij werkt nauw samen met de vliegmedische dienst die verkeers- en militaire vliegers keurt. Enige jaren geleden werd bij hem een
verhoogd cholesterolgehalte gemeten en hij kreeg een statine voorgeschreven. Hij had daar geen enkele moeite mee, want hij geloofde volledig in de cholesterolhypothese en in de voordelen van statines.
Na enkele weken werd hij verrast door een uitermate verontrustende episode van geheugenverlies, waarna hij intuà?tief stopte met de statine. Een jaar lang had hij verder geen problemen, maar toen zijn dokter ontdekte dat hij zijn statine niet meer nam, overtuigde hij hem ervan weer te gaan slikken en Graveline luisterde. Kort daarop kreeg hij opnieuw een episode van geheugenverlies, maar deze keer veel erger. Hij keerde terug naar zijn tienerjaren, niet in staat zich ook maar iets van zijn opleiding tot arts, astronaut en vlieger te herinneren. Toen zijn geheugen zich uiteindelijk herstelde, was hij ernstig ontdaan door hetgeen was voorgevallen en hij gooide zijn statines voorgoed weg.
De behandelend artsen stelden de diagnose transient global amnesia (voorbijgaand algeheel geheugenverlies), oorzaak onbekend. Geen collega was bereid de mogelijkheid te accepteren dat de statine de oorzaak zou kunnen zijn. Met het gevoel een eenzame roepende in de woestijn
te zijn, plaatste hij een brief op de website van People's Pharmacy, waarin hij vroeg of meer mensen die een statine slikten hetzelfde hadden meegemaakt. Hij werd onmiddellijk overspoeld met honderden brieven van hopeloze patiënten en hun familieleden. Ze beschreven een volledig spectrum van cognitieve bijwerkingen, van amnesie en ernstig geheugenverlies tot verwarring en desoriëntatie, allemaal geassocieerd met het gebruik van een statine, vooral Lipitor. Graveline trok aan de bel, maar de reactie van de mainstream medische gemeenschap kan als volgt worden samengevat: 'U weet niet waar u het over heeft. Statines zijn veilig en hebben erg weinig bijwerkingen.'
Hier is een brief van een patiënt aan Graveline, die hij afdrukte in zijn boek Lipitor, Thief of Memory:
Zo'n zes weken geleden verdubbelde de dokter mijn dosis Lipitor van twintig naar veertig milligram. De afgelopen vier weken heb ik een steeds erger wordend geheugenverlies ervaren. Ik kon me het telefoonnummer van mijn broer niet meer herinneren. Ik kon het bordje met voeding voor mijn baby niet meer vinden, net nadat ik het had klaargemaakt. Ik kon me niets herinneren
van recente uitstapjes. Ik kon me niet herinneren te hebben deelgenomen aan een vergadering. Ik kon me niet meer herinneren dat ik had gedineerd in een bepaald restaurant. Ik had talloze vergelijkbare episodes. Dit is volledig abnormaal voor mij. Ik heb mijn dokter gebeld en wacht op zijn telefoontje. Ter informatie, ik ben een 39-jarige vrouw en ik slik nu ongeveer
vier jaar Lipitor.
Zal dit geheugenverlies door de dokter worden genegeerd? Waarschijnlijk.
Zal dit worden gerapporteerd als bijwerking? Vrijwel zeker niet.
De ervaring van de vrouw zal als triviaal worden beschouwd. Ik denk echter dat de 'mentale' problemen die zijn geassocieerd met statinegebruik, verre van triviaal zijn. Al in 1960 was bekend dat mensen die de toen gangbare cholesterolverlagers gebruikten, vaker een gewelddadige dood stierven: aan ongelukken, zelfmoord, schietpartijen en dergelijke.
Dit werd universeel afgedaan als een toevallige waarneming (hoe vaak hij ook opdook), omdat niemand zich kon voorstellen hoe een laag cholesterolgehalte in hemelsnaam iets te maken zou kunnen hebben met een gewelddadige dood.
Ik las een 'post hoc analyse' van een modern cholesterolverlagend onderzoek waarbij de auteurs zo vastbesloten waren te bewijzen dat een laag cholesterolgehalte niets te maken kon hebben met overlijden aan een auto-ongeluk, dat ze de analytische grenzen in een volledig nieuwe
dimensie duwden. Ze argumenteerden dat verscheidene van de overledenen voetgangers waren, dus géén automobilisten. De statine kon dus nooit verantwoordelijk zijn geweest voor het auto-ongeluk. Ha! Probeer de logica maar eens uit die bewering te verwijderen.
Maar goed, dertig, twintig, zelfs vijf jaar geleden wist geen mens dat cholesterol iets te maken zou kunnen hebben met de hersenfunctie. Dit ondanks het feit dat het brein meer dan 25 procent van de totale lichaamsvoorraad cholesterol bevat en dat cholesterol voor meer dan twee procent van het totale hersengewicht staat. Waarschijnlijk werd gedacht dat al dat cholesterol puur toevallig in de hersenen rondhing. Echter, meer recentelijk is ontdekt dat cholesterol voor een functionerend brein volstrekt noodzakelijk is.
Een groep onderzoekers onder leiding van dr. Frank Pfrieger onderzocht de functie van de glia-cellen in de hersenen. Bekend was dat deze 'ondersteunende' cellen een kritieke rol spelen in het functioneren van de synapsen (de verbindingen tussen neuronen). Ook was bekend dat
glia-cellen een substantie afscheiden die nodig is om de synapsen te laten ontstaan en functioneren. Zonder deze substantie zouden hersenen volstrekt onbruikbaar zijn. En wat was deze fantastische, miraculeuze substantie?

192. Een laag cholesterolgehalte wordt ook in verband gebracht met geweld en agressie. En ook dat is beslist geen theoretische vinding. Een groep onderzoekers onder leiding van Jian Zhang bestudeerde het verband tussen een laag cholesterolgehalte en het risico van school te worden
geschorst. Ze concludeerden dat:
...een laag totaal cholesterolgehalte onder niet Afro-Amerikaanse kinderen gecorreleerd is met schorsing of verwijdering van school en dat een laag totaal cholesterol mogelijk een risicofactor is voor agressie en een risicomarker voor andere biologische variabelen die tot agressief gedrag kunnen voorbestemmen.
...de uitkomsten van het huidige onderzoek zijn in lijn met de meerderheid van de eerdere onderzoeken naar associaties tussen een laag serumcholesterol en diverse vormen van agressie bij volwassenen. Met slechts weinig uitzonderingen werden significante verbanden waargenomen in
cross-sectional studies, cohort monsters, algemene bevolkingsonderzoeken, psychiatrische patiënten en criminelen en in gecontroleerde voedingsexperimenten in non-humane primaten. Een laag cholesterol wordt in het bijzonder geassocieerd met het begin van affectieve gedragsstoornissen gedurende de jeugd onder mannelijke criminelen.
Het Royal College of Psychiatry publiceerde een studie waarin de rol van cholesterol bij depressie en zelfmutilatie werd onderzocht. De titel was 'Laag cholesterol kan zelfmoordrisico indiceren'. Ik toon enkele passages uit het persbericht:
Lagere cholesterolspiegels waren gerelateerd aan hogere niveaus van zelfgerapporteerde impulsiviteit. Het vinden van een lager gemiddeld cholesterolgehalte in de DSH-groep (Depression and Self Harm) bevestigt de uitkomsten van andere gepubliceerde studies.
De auteurs veronderstellen dat de verhoogde sterftecijfers in populaties met een laag cholesterol het gevolg kunnen zijn van meer zelfmoorden en ongelukken en een verhoogde tendens tot impulsiviteit.
Mogelijk beà?nvloedt een laag cholesterolgehalte de functie van het centraal zenuwstelsel of is het een marker voor factoren die predisponeren voor dood door trauma of zelfmoord.
Aangenomen wordt dat cholesterol invloed heeft op het serotoninegehalte, een neurotransmitter in de hersenen. Lage serotoninespiegels worden niet alleen met depressie en zelfmoord, maar ook met agressie en impulsiviteit in verband gebracht. Deze laatste twee spelen vaak een rol bij ongelukken, gewelddadig gedrag en zelfmoord.

203. We lopen ernstig gevaar de overgrote meerderheid van de gezonde volwassenen 'ziek' te verklaren. De oplossing voor uw 'ziekte'? Gebruik voor de rest van uw leven een statine en haal het niet in uw hoofd om te stoppen.
Kan het werkelijk zo zijn dat negentig procent van de bevolking levenslange medicatie nodig heeft? Dit is waanzin. Dit is Brave New World, een combinatie van alle dystopische nachtmerries van de toekomst, die plotseling werkelijkheid is geworden. Gezondheid is in die wereld niet langer een afwezigheid van ziekte, maar het niet hoeven nemen van de correcte medicijnen.
First, do no harm? Ik dacht het niet. Dit belangrijke medische adagium verliest rap aan betekenis.

(...)statines het risico om aan hart- en vaatziekten te overlijden in bepaalde groepen verlagen. Ze
verlagen de totale sterfte in mannen met vastgestelde hart- en vaatziekten.
Dus als u een man bent met een bestaande hartaandoening, kan het een goed idee zijn een statine te slikken. Voor we nagaan hoe statines dat voordeel teweeg brengen, wil ik nog iets gedetailleerder naar de cijfers kijken.

205. In werkelijkheid kan een statine de dood alleen uitstellen, niet voorkomen.
Hoe lang? Welnu, als na een jaar statines slikken van elke tweehonderd mensen er één extra nog in leven is (ten opzichte van de placebogroep), dan betekent dat de statinegroep na tweehonderdste van een jaar hetzelfde aantal doden heeft als de placebogroep. Dat komt neer
op een verhoging van de levensverwachting met iets minder dan twee dagen.
Als tien miljoen mensen met een erg hoog risico op hart- en vaatziekten een jaar lang een statine slikken, leven ze met z'n allen gemiddeld twee dagen langer. En als die tien miljoen mensen tweehonderd jaar lang een statine zouden slikken, zouden ze gemiddeld een jaar extra leven.
Als we aannemen dat de meeste mensen maximaal dertig jaar een statine slikken, dan leidt dat tot verlenging van de levensduur met gemiddeld twee maanden.

206. In secundaire preventiestudies verlagen statines de cardiovasculaire sterfte wel degelijk, genoeg zelfs om de toename van de sterfte door andere oorzaken te compenseren.
Maar doen ze dit door verlaging van het ldl-gehalte of via een ander mechanisme?
Deze vraag is niet eenvoudig met zekerheid te beantwoorden. Misschien heeft u inmiddels het gevoel dat het allemaal niet zoveel meer uitmaakt, gegeven de minuscule voordelen die statines zelfs de mensen met het hoogste risico bieden. Ik denk echter dat het belangrijk is
hiernaar te kijken en wel om twee redenen:
Als ik kan bewijzen dat statines niet werken door ldl-verlaging, dan valt de hele cholesterolhypothese uit elkaar.
De farmaceutische industrie en de opinieleiders pleiten momenteel agressief voor een steeds grotere ldl-verlaging en ze vertroebelen opzettelijk het verschil tussen primaire en secundaire preventie. Ik vind dat hiertegen verzet moet worden geboden. Het leidt ertoe dat meer en
meer mensen erg hoge doses statines gaan slikken, wat een totale ramp zou zijn.

212. Samenvatting
Ik zal pogen alle waarnemingen met betrekking tot het gebruik van statines bij elkaar te brengen. Eerst de positieve data:
Als je een man bent met vastgestelde hart- en vaatziekten, verlagen statines je risico om aan wat dan ook te overlijden met maximaal 0,66 procent per jaar. (Dit getal is gebaseerd op de gunstigste gegevens van de studie die het gunstigst uitpakte: 4S. 4S werd gedaan door Merck en de
data-analyse werd uitgevoerd door medewerkers van Merck.)
Als je een man bent zonder vastgestelde hart- en vaatziekten, kunnen statines je risico te overlijden aan een cardiovasculaire aandoening iets verlagen. Als je een vrouw bent met een erg hoog risico op hart- en vaatziekten, verlagen statines het risico op overlijden aan een hartinfarct of een beroerte.
Vervolgens de wat minder positieve data:
Als je een vrouw bent, ongeacht je risicofactoren, verlengen statines je levensverwachting geen enkele dag. Minder doden als gevolg van harten vaatziekten, meer doden ten gevolge van andere zaken.
Als je een man bent zonder hart- en vaatziekten, verlengen statines je levensverwachting
met geen enkele dag.
Dan de negatieve data:
'? Statines, cholesteroltests en doktersconsulten kosten de samenleving jaarlijks miljarden.
'? Statines veroorzaken spierpijn en spierzwakte bij meer dan twintig procent van de mensen die ze slikken.
'? Statines veroorzaken rhabdomyolyse, wat fataal kan aflopen.
'? Simvastatine veroorzaakte gedurende zes jaar 416 doden, alleen al in de Verenigde Staten.
'? Statines veroorzaken polyneuropathie.
'? Statines veroorzaken geheugenverlies, depressie, verwarring, geà?rriteerdheid en duizeligheid.
'? Statines veroorzaken ernstige geboorteafwijkingen.
En tenslotte een aantal verontrustende maar onbewezen bijwerkingen:
'? Statines verhogen eventueel het risico op kanker.
'? Statines veroorzaken mogelijk hartfalen.
Verder is het bij lange na niet bewezen dat statines tegen hart- en vaatziekten beschermen via hun ldl-verlagende effect. De huidige hype rond intenstieve ldl-verlaging wordt volledig gevoed door de farmaceutische industrie. Die claimt dat inmiddels boven elke twijfel is verheven dat hoe verder het ldl-gehalte wordt verlaagd, hoe beter de bescherming tegen hart- en vaatziekten zal zijn. Ze gebruikt dit 'feit' om te lobbyen voor alsmaar strengere richtlijnen voor cholesterolverlaging voor de gehele bevolking.

Archief

Stu Bru Music for Life: 'waterSTOF = duurzaam water' – protosh20

24 december 2007

Stu Bru Music for Life: 'waterSTOF = duurzaam water' – protosh20

Zonder water kunnen we
onze dorst niet lessen
naar gerechtigheid.
Zonder water kunnen we
onze handen niet wassen
in onschuld.
Zonder water kunnen we
onze werktuigen niet
verschonen.
Zonder water kunnen we
ons honger niet stillen
naar menselijke waardigheid.
Zonder water kunnen we
ons leven niet beginnen
noch in schoonheid eindigen.
Water maakt vrij.

Protos helpt daarbij, hier en ginder.


De PROTOS Missie

PROTOS wil rechtvaardige en wederzijds verrijkende relaties tussen Noord en Zuid bevorderen.
PROTOS wil helpen bij duurzame en bevrijdende processen die geà?ntegreerd zijn in de plaatselijke cultuur en sociale omstandigheden, en die moeten zorgen voor een beter welzijn van de kansarme bevolkingsgroepen in het Zuiden. Daarbij is water essentieel. Gezien haar expertise op het terrein van water, komt PROTOS speciaal op voor een rechtvaardig, duurzaam en participatief waterbeheer in Noord en Zuid.
Een rechtvaardig waterbeheer veronderstelt solidariteit onder alle gebruikers, waarbij elkeen recht heeft op voldoende water voor een gezonde menselijke ontplooiing.
Een duurzaam waterbeheer streeft ernaar het beschikbare water zo goed mogelijk te gebruiken, zonder een gevaar te zijn voor de andere gebruikers, voor het leefmilieu of voor de toekomst.
Een participatief waterbeheer vereist de betrokkenheid van elk individu en elke gemeenschap, ook van de kansarmen die hun eigen lot in handen moeten kunnen nemen. Dit met respect voor de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw.
PROTOS wil dat bereiken door:
'?Participatieve ontwikkelingsprogramma’s in het Zuiden te steunen: door een verbeterde toegang, verdeling en/of valorisatie van water wil PROTOS de socio-economische situatie van de lokale bevolking verbeteren.
'?Een hefboom te zijn: door het verstevigen van de capaciteiten, inzichten en positie van organisaties die uit deze programma’s kennis kunnen kapitaliseren en die verder valoriseren.
'?De samenwerking te bevorderen tussen alle bij een planmatige lokale ontwikkeling betrokken partijen, met inbegrip van de organisaties uit de civiele maatschappij en de plaatselijke besturen.
'?Het debat over rechtvaardig, duurzaam en participatief waterbeheer te stimuleren, in het Noorden en in het Zuiden. De ervaringen van PROTOS en haar partnerorganisaties kunnen dit debat voeden.
Talloze samenlevingen worden momenteel bedreigd door een tekort aan water, wat een probleem vormt voor het in stand houden en verder ontwikkelen van hun welvaart en welzijn en van de internationale stabiliteit.
Er zijn vandaag naar schatting 25 miljoen “watervluchtelingen” op de wereld. Ze zijn op de vlucht voor droogte of overstromingen, die veelal door menselijk ingrijpen werden veroorzaakt of verergerd. Ook de groeiende ongelijkheid in de verdeling van water leidt tot interne spanningen en internationale conflicten.
Wereldwijd zijn er 263 stroomgebieden die door meerdere landen worden gedeeld. 60 % van de wereldbevolking leeft in stroomgebieden die door verschillende landen lopen. Dit draagt vandaag al bij tot spanningen tussen Israël en Palestina, tussen Irak en Syrië, tussen India en Pakistan '?.
Rivieren die door verschillende landen stromen, zoals de Mekong, de Ganges, de Jordaan, Tigris en Eufraat, de Nijl … maar ook de Rijn, Maas en Schelde dreigen een bron van economische, en in minder stabiele regio's eventueel gewapende conflicten te worden. Zo is het schaarse water van de gemeenschappelijke Jordaan nu eens een bron van conflict, dan weer chantagemiddel tussen Israël en zijn buurlanden. Geen wonder als men weet dat Jordanië zo goed als door zijn grondwatervoorraden heen is, en dat 90% van het in de Westelijke Jordaanoever opgepompte water gebruikt wordt door Israël.
Conflictbeheersing, ontwikkeling en milieubescherming gaan hand in hand. Een grondige mentaliteitswijziging, gesteund op ethische gronden, dringt zich op om een duurzaam en solidair beleid mogelijk te maken.
De waterproblemen in het Zuiden zijn dus ook onze problemen. Ze kunnen niet worden opgelost als ook de machts- en economische verhoudingen tussen Noord en Zuid niet worden hertekend. De waterproblemen in het Zuiden zijn daarenboven niet alleen een onrecht, maar ze vormen ook een bedreiging voor onze éne wereld.
Tenslotte ziet men steeds meer in dat de belangenstrijd tussen watergebruikers niet alleen in het Zuiden, maar ook in het Noorden voor snel stijgende spanningen zorgt: tussen leefmilieu en landbouw, tussen huidige en toekomstige generaties, en tussen stroomafwaartse en stroomopwaartse gebruikers. Waar men in het Zuiden, soms uit noodzaak, soms vanuit een eigen cultureel of sociaal waardepatroon, experimenteert met nieuwe vormen van waterbeheer kan ook het Noorden hieruit lessen trekken om met deze vitale materie anders om te gaan. Daarom willen PROTOS en haar partners deze bruggen slaan. PROTOS schreef hierover een brochure '?Water en conflicten'? (1,5 MB).

Archief

Paul Scheffer, Het land van aankomst: 'Alles van waarde moet zich verweren.'

8 december 2007

Paul Scheffer, Het land van aankomst- De Bezige Bij 2007

Paul Scheffer is een moedig en vlijtig man. Hij weigert toe te geven aan de verleiding van de vermijding, wat in Nederland wel eens als tolerantie geroemd wordt.
Na zijn fenomenale steen in Neerlands kikkerpoel met 'Het multiculturele drama ' uit 2000 in NRC Handelsblad levert hij nu een doorwrochte analyse op van 'Het land van aankomst', over de migratiebewegingen en de effecten op de landen van aankomst, Nederland en elders in de westerse wereld.
Dit vlot geschreven handboek is voor mij als eye-opener vergelijkbaar met de 'Markt van welzijn en geluk' uit 1981 van Hans Achterhuis. Het gaat om een grondig onderbouwde analyse van de loze kreten en het oorverdovend gefluister waarmee velen die zich 'links' heetten, de zelfverklaarde solidariteitsnorm trachtten te imiteren. Onderwijl bleken de proletariërs als enige bevolkingslaag rechtstreeks geconfronteerd met de gevolgen van de gastarbeid en de migratie. Ze voelden zich verweesd, verlaten en kregen van hun socialistische leiders het verwijt van racisme en eigenbelang bovenop wanneer ze hun problemen probeerden te ventileren.
Scheffer onderzoekt de economische en sociale betekenis van de gastarbeid en de migratie uit de naoorlogse jaren: enkel tanende industrieën kregen zo meer ademruimte. Ze konden nog een paar decennia lagere lonen betalen voor werk dat te smerig was voor mens en milieu. De sociale gevolgen waren voor de zwakste proleten die meer loon en appreciatie eisten voor hun arbeid en dus rechtstreeks in concurrentie kwamen met de 'gastarbeiders', die werden ingevoerd ‘omdat de autochtonen dat vuile werk niet meer wensten te doen ‘(!), zeker niet aan zo'n schamel loon.
Ook het positieve demografische effect van een immigratiebeweging van jonge arbeidskrachten op een vergrijzende bevolking is volgens Scheffers bronnen omzeggens verwaarloosbaar.

Het samengaan van massale immigratie en de verzorgingsstaat is uniek: er zijn geen andere voorbeelden van in de geschiedenis. De gevolgen zijn voor iedereen zichtbaar: grote groepen migranten zijn in een situatie van afhankelijkheid geraakt. Wat een initiatiefrijk deel van de samenleving zou moeten zijn '? immigranten zijn immers bij uitstek overlevers '? is verworden tot het meest onbeweeglijke deel van de bevolking. (38).

Het is waarlijk verbijsterend hoe respectabele 'linkse' of sociaal bewogen mensen in het Westen decennia lang zichzelf en hun aanhang bleven kastijden met de verknoopte zwepen van zelfverklaarde schuld aan de migratiestromen elders in de wereld en richting West Europa.
We waren zo verblind door onze humanitaire normen en waarden dat we niet konden noch wensten te begrijpen of te geloven wat de reële economische drijfveer achter veel migratiestromen waren.

Wanneer Nederlandse kooplieden voor het grootkapitaal met Vlaamse wortels van de V.O.C. de wereld afschuimden, waren zij in de ogen van de machtige rijken in China, Japan, India en Indonesië niets meer dan een stelletje lachwekkende gelukzoekers die bedelden om kralen en spiegeltjes. De producten waar ze initieel op uit waren, hadden voor de autochtone heersers nauwelijks een economische, culturele en politieke betekenis.
Dat was eens weer thuis in Europa wel even anders.
Het werd helemaal anders wanneer de handelaars-veroveraars een goed geoliede slavencarrousel tussen Afrika, Amerika en Europa konden draaiende houden en later met sluw krijgsgeweld tanende Aziatische rijken in handen kregen.
De inschatting van de V.O.C.-helden door Japanners en Chinezen was vergelijkbaar met die van de eerste groepen gastarbeiders in Noord West Europa. Hun culturele waardeschaal was zo verschillend dat ze noch een bedreiging vormden noch een betekenis hadden voor de heersende cultuur. Ze waren hoogstens een curieuze bron van vermaak. En vice versa. Want in de ogen van de blanke Europeanen, eens ze thuis over hun heldendaden en succesvolle manoeuvres konden opsnijden, waren die oosterlingen en zwarten evenzeer een bron van vermaak. Het referentiekader van migranten en autochtonen, van avonturiers en slachtoffers, van veroveraars en overwonnenen blijft immers generaties lang stabiel en gebaseerd op de eigen normen en waarden, de herkenning van de eigen identiteit die bepaald blijft door het land, de cultuur, de religie, de stad, het dorp, de familie van herkomst.

Huntington beweert: 'Immigranten gaan deel uitmaken van een bestaande samenleving, terwijl kolonisten hun eigen samenleving voortbrengen.' (294).

Alle migranten in de eerste generatie worden gestuurd door hun achterban, zeker in premoderne samenlevingen waar de hele familie, clan of dorp investeert in hun helden die elders geluk gaan beproeven, al dan niet op V.O.C. of piratenschepen. Zij zijn niet zozeer gedreven door de bittere armoede '? want doorgaans staat er een forse investering achter hun avontuurlijke ontdekkingsreizen. Zij zijn niet zozeer bezweken voor de verlokkingen van het rijke en 'vrije 'westen '? een illusie die wij hier maar al te graag blijven koesteren. Zij worden eerder gestuurd als een economische investering '? risicokapitaal '? vanuit de groep van herkomst. Zij proberen de routes uit, zij zoeken mogelijke bronnen van inkomsten en zijn de pioniers voor wie nagestuurd worden.
Ook vandaag is de kapitaalsexport door deze migranten naar hun landen van herkomst vaak de belangrijkste bron van inkomsten voor die landen. ( 300 miljard dollar per jaar)
Wanneer Europa de roep kreeg ruimhartig te zijn voor vervolgden die asiel zoeken, werd dat al gauw de dekmantel voor een intensieve mensenhandel en een hoop menselijke ellende.
Intussen is de positie van die migranten door hun aantal zo veranderd dat ze een segregatie in de eigen religieuze en culturele sfeer in West Europa aankunnen. Zeker wanneer door de teloorgang of de delocalisatie van de inefficiënte en smerige industrieën hun aanwezigheid steeds minder economische belangen dient. Dan zien sommige van hun – vaak later geà?mporteerde – leiders zichzelf als kolonisten die een eigen zuivere samenlevingsvorm proberen op te bouwen, wars van het moreel en religieus verval waarvan ze menen dat het welig om hen heen tiert onder de vleugels van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid.
De gevolgen van zo'n segregatie zouden nog kunnen meevallen zoals bij reeds langer aanwezige niet islamitische culturen.
Maar nogal wat geestelijke leiders van gesegregeerde groepen met een eigen religieus superioriteitsverhaal en veel rancune over een groots maar verloren verleden, bleken en blijken niet altijd bereid de burgerlijk democratische rechten en plichten in West Europa als centraal gegeven te aanvaarden boven alle andere normen en waarden van eigen bodem en geloof.
Vaak lijken in hun ogen autochtonen bijzonder los en denigrerend om te gaan met de eigen vrijheden en democratische waarden. Ze begrijpen niet hoe dit spel een onderdeel kan zijn van het democratisch theater. Ze vatten niet dat met die westerse normen en waarden wel kan gespot worden, dat er zelfs ‘cynisch’ strijd tegen mag gevoerd worden, maar dat ondanks dit geveinsde spel van kritiek en politiek aan die burgerlijke vrijheden nooit echt kan getornd worden.

409. De gedachte was te veel dat de vrijheden zich als vanzelf zouden verdiepen, maar het lijkt erop dat de vrijheid in diskrediet aan het raken is en de roep om veiligheid steeds luider klinkt.
Wanneer we de bekende dichtregel van Lucebert '? 'Alles van waarde is weerloos' '? op zijn kop zetten, kunnen we zeggen: 'Alles van waarde moet zich verweren.'

Het misverstand tussen een cultuur en een religie die nog beweert vast te houden aan zuivere en volmaakte zekerheden en een cultuur en religie die twijfel en onzekerheid erkent als garantie voor een minimum aan menselijkheid, is daarom des te pijnlijker.

Zonovergoten woestijnen krijten onweerlegbare lijnen die verglijden in een fata morgana van het unieke Grote Gelijk.
Nevelen en schaduwen in de schemering van het woud zijn de basis van twijfel en onzekerheid, de echte kracht en kern van het Europese ongeloof, onze grootste kans op een minimum aan menselijkheid.
Komen goden immers niet naar Europa om er te sterven?
Van de Griek Diogenes, over de moslim Averroës, langs de Antwerpse Amsterdammer Frans van den Enden en de Nederlands-Portugeze Jood Spinoza, tot en met de Fransman Voltaire of de Duitser Nietzsche, telkens weer kreeg het 'Verlichtingsdenken' in Europa zijn beslag.
Europa weet, uit haar eigen bloedige verleden, dat het geloof in één God of een heilige zaak géén eenheid brengt, zoals Amerikaanse politici en islamitische fundamentalisten graag beweren. Geloof '? ook 'Ander Geloof' dat de publieke ruimte opeist – zaait verdeeldheid en verderf.
Om een beetje dichter bij de menselijkheid te komen, moet je afstand doen van ieder fanatiek geloof '? zeker in die openbare ruimte. Allen die in Europa leven, ook mohammedanen, moeten dit ongeloof leren hanteren als de enige redelijke kans op slagen van menselijkheid.
Opdat mensen elkaar niet zouden afslachten moeten zij van elkaar kunnen accepteren dat er niet één waarheid is, maar dat er meerdere 'waarheden', meerdere leugens en misleidingen kunnen bestaan en moeten bestaan, eenieder de hare of de zijne.

355. In een seculiere samenleving kan religieuze volmaaktheid alleen maar in afzondering worden beleefd. En zelfs dan zijn er grenzen, want in een rechtsstaat waar de islamitische wet geen enkele rol speelt zal een zekere krenking moeten worden aanvaard.
De sharia verbindt aan afvalligheid rechtsgevolgen die in ons land onaanvaardbaar zijn, zoals ontbinding van het huwelijk, ontzegging uit de ouderlijke macht en verval van erfrechtaanspraken.
Morele overtuigingen die in de islamitische wetgeving zijn vastgelegd vinden hier geen erkenning.
Sterker nog: deze rechtsnormen zijn in strijd met onze beginselen van gelijkheid en vrijheid.
Waar gewetensvrijheid heerst, heeft het geloof als juridische discipline geen plaats
.

Scheffers 'Het land van aankomst' is een mijlpaal.
Het brengt voor het eerst en uitputtend een ruim gamma aan invalshoeken van migratiebewegingen samen in één boek.
Maar het mist een degelijk notenapparaat en een thematisch register.
Het mist een even uitputtend gamma aan voorstellen en maatregelen om de clash der beschavingen binnen Europa tot kleurrijk uitdijende vuurwerk te helpen verbouwen.
Europa kan nooit het Amerikaanse integratie-draaiboek gebruiken omdat daar geen echte vormen van sociale zekerheid bestaan. De V.S.A. hebben van meet af gekozen voor de klemtoon op individuele vrijheid en verantwoordelijkheid. Alle falen en ieders ellende wordt verklaard onder het motto ‘eigen schuld dikke bult’. De Europese lidstaten hebben historisch gekozen voor 'social binding and social bridging', de structurele opbouw van sociaal kapitaal.
Dat vraagt veel meer verplichtingen en veronderstelt een georganiseerde 'verheffing' van de sociaal zwakkeren en de nieuwkomers. De Europese cultuur verwacht meer van een goed onderbouwd sociaal systeem om haar burgers en migranten de kansen te bieden tot zelfontplooiing en bijdragen aan de samen-leving.
Dit aloude emancipatie – ideaal mag zich niet laten verleiden tot vermijden, zelfs niet om de lieve vrede te bewaren. Wie hier wil meespelen in het maatschappelijke leven, wie hier wil genieten van de burgerlijke vrijheden en van de sociale zekerheid is verplicht ze zelf na te leven en moet er ook actief toe bijdragen.

Het pleidooi tot onthechting van V.S. Naipaul in 'A Bend in the River' is een mooie epiloog voor 'Het land van aankomst'.
Maar dit soort onthechting of dit soort verraad van de veilige – maar illusoire – idealen uit de eigen jeugd, zal noodgedwongen beperkt blijven tot de elites van de verschillende culturen.
De mainstream zal enkel door vele kleine contacten tijdens het verplichte kwalitatief hoogstaand onderwijs, op het werk, tijdens winkelen, wandelen en ontspannen kunnen evolueren tot een zelfbewuste, zelfrelativerende, open en ruimdenkende stroming.
Dat vraagt veel tijd, veel onthechting tijdens de conflictueuze getijdenwerking, maar het biedt een ruime kijk en een bevrijdende blik.

440. Europa heeft de wereld aangeraakt en wordt nu in toenemende mate geraakt door die wereld. Niet alleen hebben we deze wederkerigheid veroorzaakt, maar in menig opzicht hebben we die ook gewild.
De confrontatie met een militante islam beneemt het zicht op een welkome verandering. Want de wedijver met het Verre Oosten kan een energie losmaken die ons helpt uit de beklemming te raken. Die aandrang
van buiten is nodig. Hetzelfde geldt voor de komst van immigranten: hun aanwezigheid is een voortdurende uitnodiging tot zelfonderzoek. Wanneer we begrijpen dat een ontspannen samenleving
om een inspanning vraagt, kunnen we met overtuiging tegen mensen die van heinde en verre komen zeggen: welkom.

17. Te lang waren degenen die niet in de wijken woonden waar de migranten zich vestigden de warmste pleitbezorgers van de multiculturele samenleving, terwijl degenen die er wel woonden op den duur wegtrokken. Hun stem werd niet gehoord of werd gekleineerd als een vorm van vreemdelingenhaat.

46. Maar dat recht op godsdienstvrijheid brengt ook een verplichting voor moslims met zich mee, namelijk dat men de vrijheid van mensen met een ander geloof of geen geloof wil verdedigen

97. Het is een doodlopende weg om burgers eraan te herinneren dat ze wereldburgers zijn geworden wanneer niet tegelijkertijd wordt gezocht naar antwoorden op de behoefte aan continuà?teit en gemeenschapszin.

113. 'Werknemers verliezen doordat immigranten de lonen verlagen. Werkgevers winnen omdat immigranten de lonen verlagen'

116. Er is een groot risico dat demografische stagnatie, economische crisis en sociale verstarring hand in hand gaan. Terwijl door de globalisering de aanpassingsdruk op samenlevingen steeds groter aan het worden is,wordt door de demografische teruggang het aanpassingsvermogen van diezelfde samenlevingen steeds minder.

126. Multiculturalisme en marktliberalisme hebben veel overeenkomsten: in beide gevallen wordt de waarde van het sociale compromis binnen de eigen grenzen ernstig betwijfeld.

165. De tolerantie zoals die werd beoefend in de Republiek moet niet als een verheven beginsel
worden gezien. De historicus Van Deursen komt tot een afgewogen oordeel: 'De befaamde Hollandse tolerantie behelsde dus een flink stuk opportunisme. Juist daarom heeft ze veel succes gehad. Ze was een typisch product van de pragmatische Hollandse cultuur. Niettemin bevatte ze wel degelijk ook een principieel element. De oude instinctieve afkeer van gewetensdwang is in haar geà?nstitutionaliseerd.' ('?)
De historicus Remieg Aerts schrijft: 'Hetzelfde beschavingsideaal dat verdraagzaamheid als deugd beschouwde, omvatte ook ingetogenheid en fatsoen, dat wil zeggen: aanpassing aan de bestaande orde en vorming in haar conventies.'

174. In een land met godsdienstvrijheid is plaats voor de islam op voorwaarde dat moslims de plicht aanvaarden om diezelfde vrijheid te verdedigen voor anderen waarmee men het fundamenteel oneens is.
Daarvan blijkt weinig in tal van moskeeën, waar de grondslagen en de instituties van de liberale democratie worden afgewezen. Lang is weggekeken, men wilde geen conflicten veroorzaken.

188. Van Deursen zegt het op zijn eigen manier: 'Geschiedenis gaat over liefde voor de medemens.
Liefde houdt niet op bij de dood. Daarom moet aandacht voor het verleden blijven bestaan; niet omdat je er beter van wordt. Als dat toch gebeurt, is het mooi meegenomen

349. Toch is de neergang van de islamitische wereld al voor die koloniale bemoeienis begonnen en heeft zich doorgezet na het vertrek van de koloniale mogendheden. Er is dan ook alle reden voor een zelfonderzoek, dat niet mag worden vermeden door het voortdurend stellen van de schuldvraag: 'Wie heeft ons dit aangedaan?' Het antwoord is: uiteindelijk niemand, de eigen verantwoordelijkheid moet onder ogen worden gezien. De neergang is van eigen makelij en heeft alles te maken met een afsluiting ten opzichte van de economische en wetenschappelijke innovaties in Europa. De renaissance, de reformatie, de technologische revolutie gingen zo goed als onopgemerkt voorbij aan de moslimwereld, die volhardde in het beeld van de christelijke Europeanen als barbaren, van wie weinig tot niets te leren viel. Die naar binnen gekeerde houding van de moslimwereld is fataal gebleken.
De afsluiting tegenover Europa duurde lang en was diepgaand.

355. Wezenlijk is dat de islam zichzelf ziet als de opvolger en vooral ook de vervolmaking van het jodendom en het christendom. Deze inherente superioriteit van de islam in de ogen van zijn aanhangers is een deel van de verklaring waarom de interesse in de westerse wereld pas laat op gang kwam. ('?)
Morele overtuigingen die in de islamitische wetgeving zijn vastgelegd vinden hier geen erkenning.
Sterker nog: deze rechtsnormen zijn in strijd met onze beginselen van gelijkheid en vrijheid.
Waar gewetensvrijheid heerst, heeft het geloof als juridische discipline geen plaats.

Archief

Paul Scheffer, Het land van aankomst – De Bezige Bij 2007

30 november 2007

Paul Scheffer, Het land van aankomst- De Bezige Bij 2007

http://www.janvanduppen.be/?p=343

Lees verder »

Archief

Michael Moore '? Sicko of ‘going Dutch’ – nu ook in Nederland

22 november 2007

Best pijnlijk en grappig, snijdend en vileinig, ook wel ontroerend en tenenkrullend, hilarisch en beschamend om te zien hoe Michael Moore met Sicko hét thema van de Amerikaanse presidentsverkiezingen probeert te bepalen.
Hij toont hoe ondermeer Hillary Clinton en haar entourage en tal van heren senatoren en congresleden het schuchtere Health Care Plan van 1993 hebben laten naaien voor geld, heel veel geld en schitterende postjes in de medische en farmaceutische sector.

Het scenario is subversief, het verhaal is in de bekende overdrive met lapidaire tussenwerpsels gepresenteerd. Maar het draagt ongetwijfeld bij tot de agenda van de politieke en sociale evolutie in de V.S.A.
De volgende presidentsverkiezingen zullen draaien om de toekomst van de Amerikaanse gezondheidszorg. Althans dat wil Michael Moore en vele Amerikanen met hem.

Zijn film – net uit in Nederland – haalt hier ruim de nationale media: er speelt immers horror, de angst voor herkenning, en de spiegelparade van Nederland als gidsland.
De liberale minister Hans Hoogervorst (gewezen socialist en sinds dit jaar ruim gehonoreerd als voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten: 270.000 euro per jaar) heeft met het vorige kabinet Balkenende de nieuwe zorgverzekering doorgedrukt.
De tucht van de markt zou een grotere rol krijgen waardoor de zieke zorginkoper meer waar voor zijn of haar geld beloofd werd.
Niets is natuurlijk minder waar want het zorgaanbod is '? in tegenstelling tot de Belgische plethora – te beperkt, waardoor zelfs met vastgelegde tarieven de prijzen voor de zorg zullen blijven stijgen.
Privaat kapitaal zal de weg vinden naar de sector en daar met de nodige commercie aan het privatiseren slaan met als netto resultaat: minder zorg voor meer geld.
En dus snelle fusies tot monopolievorming met het oog op betere cijfers voor investeerders.

In de V.S. is dit fenomeen na 1945 goed op dreef gekomen onder de dwingende leiding van de Amerikaanse artsenvereniging (AMA), die zich met succes verzette tegen enige overheidsinmenging in de gezondheidszorg wegens meer winst en hogere honoraria in het vooruitzicht.

Michael Moore speelt met Sicko handig in op de groeiende verontwaardiging van de Amerikaanse middenklasse die steeds beklemmender lijdt onder de forse winsthonger van de zorgverzekeraars: bedrijfsgebonden verzekeringen die je verspeelt bij ontslag of faillissement, koppelverkoop van gezondheidszorg in aangewezen ziekenhuizen waar de schadeverzekeraar het niveau van de behandeling bepaalt en 50 miljoen mensen die zonder enige verzekering aan de goden overgeleverd worden.

De vlucht voorwaarts is in zo’n politieke situatie belangrijk voor de grote spelers op de markt: 'going Dutch' wordt het ordewoord van de toekomst: eenieder betaalt voor zichzelf, maar de excessen moeten met overheidsgeld en '?regulatie getemperd.

Vandaag kloppen de Amerikaanse beleidsmakers en zorgverzekeraars aan bij hun Nederlandse collega's zodat de politieke leiders van het oude gidsland zich warempel weer in alle glorie hersteld weten.
Zij het dat het nieuwe Nederlandse zorgstelsel nog geen twee jaar draait en al voor behoorlijke problemen zorgt: falende ziekenhuizen en zorgverleners, dalende kwaliteit van de zorg aan huis en in verzorgingstehuizen door de steeds scherpere concurrentie tussen de aanbieders op de markt van welzijn en geluk.

De tucht van de markt tuchtigt vooral de zorgzoekers, de zieken, de zwakken en de misselijken.

Sicko slaagt erin om de kern van de discussie helder te presenteren in een boeiende babbel met de Old Labour partijleider Tony Benn:

'?Before we had the vote, all the power was in the hands of rich people. ... What democracy did was to give the poor the vote, and it moved power from the market place to the polling station, from the wallet to the ballot. ('?)I think democracy is the most revolutionary thing in the world. If you have power you use it to meet the needs of you and your community. And this idea of choice which capital talks about all the time, choice depends on the freedom to choose and if you're shackled with debt you don't have the freedom to choose. People in debt become hopeless and the hopeless don't vote, so they always say everyone should vote, but I think if the poor in Britain or the United States voted for people who represented their interests if would be a real democratic revolution. And so they don't want it to happen. See I think there are two ways in which people are controlled. First of all frighten people and secondly demoralise them. An educated healthy and confident nation is harder to govern. And I think there's an element in the thinking of some people we don't want people to be educated, healthy and confident because they would get out of control. The top one per cent of the world's population own eighty per cent of the world's wealth. It's incredible that people put up with it but they are poor, they're demoralised and they're frightened and therefore they think the safest thing to do is to take orders and hope for the best.'

Hier laat Michael Moore de oude en fragiele Tony Benn met een voorhamer een mokerslag uitdelen aan zijn New Labour opvolgers zoals Tony Blair om tot de kern van de zaak te komen: een maatschappijvorm waar 'going Dutch' tot norm wordt verheven kweekt angstige burgers die gauw geneigd zijn om in hun vertwijfeling de strijdende leider te volgen, of het nu tegen de duivel, dan wel de terreur, dan wel de binnenlandse vijand is.

Als er iets in 'Sicko' verpletterend duidelijk wordt, is het wel de angst waarmee staats- en regeringsleiders een zelfbewuste gepolitiseerde kudde onderdanen het hoofd moeten bieden met het oog op hogere kapitaalsbelangen die toe zijn aan ‘cashen’ '? deze keer in de gezondheidssector.
De gemeenschap en de belastingsbetaler draaien telkens weer bij het ‘scheiden van de markt’ op voor grote kapitaalsintensieve investeringen met langlopende risico's zoals infrastructuur, gezondheidszorg, onderwijs, fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.
Wanneer de tijd rijp lijkt, kan daarop een nietsontziende privatiseringsgolf los gelaten worden, al dan niet na een dwingend verzoek van de Europese Commissie.
Zo wordt de kudde weer grootschalig kopschuw gemaakt door de tuchtigende wanorde van de markt tot ze voldoende bewonnen, wanhopig en neurotisch na grote traumata en met het oog op de nakende kostenstroom weer aan een zalvende collectivisatie of socialisatie wordt onderworpen.

De voorbeelden uit de Verenigde Staten van Amerika die in Sicko tegenover de gezondheidszorg in Canada, Engeland en Frankrijk geplaatst worden zijn karikaturaal duidelijk.

Het ommetje langs de enige plaats in de V.S. waar van staatswege gratis gezondheidszorg wordt geleverd is hilarisch. Vanaf de goed uitgeruste gezondheidsvoorzieningen op Guantanamo Bay trekt Michael Moore met zijn gekwelde fanfare van honger en dorst naar het beloofde land van Cuba, waar hij met zijn 9/11 helden met open armen wordt ontvangen voor prima medische zorg en spotgoedkope medicijnen.
Het Cuba-hoofdstuk was erover, en geen klein beetje.
Dus kon je er goed mee lachen, wat niet het geval was voor alle zieke 9/11 – helden.

Er staat de zieken, zwakken en misselijken nog een bittere lijdensweg te wachten, ook in Europa.

Temeer daar de medische mallemolen nog steeds volop preekt over het eind van alle kommer en kwel, van het vele leed en het nog grotere leedvermaak, dank zij nieuwe technieken, patenten, producten voor de komende ziekten van te veel honger en dorst, de angst voor de pijn van het zijn en voor het verlossende einde van alle leed.

Gidsland Nederland trotseert alweer als eerste de stormen met een nieuwe invulling van het beroemde 'going Dutch'.

In België bleek de reactie op Sicko begin oktober eerder marginaal want daar klinkt de privatiseringsboodschap nog niet zo luid.
Het pluimen van de zieken, zwakken en misselijken verloopt in België immers subtieler maar efficiënter: een derde van de totale zorgkost (remgelden, niet verzekerde kosten) wordt door de zieken zelf opgehoest in kleine beetjes, bij iedere zorgprestatie, bij ieder medicijn.
De Belgische helers en genezers van overheidswege weten immers hoe vele kleine beetjes toch een forse slok op de bittere borrel worden.
Maar tijdens de regeringsvormende ezelsdracht begint ook in België wat te roeren: – een kwart van de bevolking heeft het nu al moeilijk om de kosten van hun gezondheidszorg te betalen. – driekwart gelooft intussen dat er een financieringsprobleem ontstaat in de gezondheidszorg. – privéverzekeraars zien daar brood in, of eerder zoetekoek want voornamelijk geà?nteresseerd in de dure extraatjes waar forse winsten lijken te lonken zoals de hospitalisatieverzkeringen.

Het lijkt wel of ze niet willen begrijpen dat de zorgverstrekkers de zoete geur van dat zachte geld niet kunnen ruiken en hun dienstverlening vlot zullen aanpassen met het oog op een maximaal rendement bij patiënten die over een geurige verzekeringspolis beschikken.

Privéverzekeraar DKV maakte op 20/11/2007 de resultaten bekend van een zorgenquête in samenwerking met Knack, Trends, Plus, Le Vif en De Zondag:

‘Een meerderheid van de bevolking stelt dat de overheid de kosten van de gezondheidszorg niet alleen zal kunnen dragen, en dat de privésector een rol moet spelen. De aanvullende hospitalisatieverzekering stimuleren zien de meesten als het ideale middel om te besparen op de gezondheidszorg, en het fiscaal aftrekbaar maken is voor de overgrote meerderheid (83 procent, nvdr) de beste stimulans.’

Toch raar dat de meerderheid van de bevolking zoiets ‘stelt’ als ze volgens dezelfde enquête niet eens blijkt te beseffen dat ze jaarlijks 25 Euro per kop moet betalen voor een verplichte Vlaamse zorgverzekering!

Dit soort zorgenquêtes zijn dan ook een onderdeel van de grote stemmingmakerij met het oog op een oranje-blauwe tuchtiging die in de gezondheidszorg de deur moet openwrikken voor ‘going Dutch’, maar dan op z’n Belgsich, met heel veel bittere kleine beetjes.
Merkwaardig dat de christelijke ACW, ACV en CM vleugel dit sociale sloopwerk lijkt te tolereren bij de vorming van een nieuwe regering.

‘Sicko’ van Michael Moore was bij wijlen een ontroerende en tedere ode aan 'going European' in plaats van 'going Dutch'.

In Europa koesteren we nog de illusie van een samenlevingsideaal: samenwerken, samenstaken, samen ziek zijn, samensterven.
Het oogt veel aangenamer. Het sluit veel beter aan bij het menselijke oergedrag.
In een zelfbewuste kudde is het immers beter grazen en paren.
Sicko lijkt wel een Europese film!
Er wordt dan ook veel gelachen tijdens vertoningen in Europa.

Archief

'Dit is onze geschiedenis! '? een 50-jarig Europees avontuur' in Tour&Taxis Brussel tot 23 maart 2008

4 november 2007

'Dit is onze geschiedenis! '? een 50-jarig Europees avontuur'
begint met het aangrijpend en pijnlijk horrorverhaal over het ontstaan van de Europese Unie.
Geen ellende wordt door de samenstellers uit de weg gegaan.
Wie deze wandeling door de kelders en krochten van de oude 'Thurn und Taxis' loodsen volbracht heeft, weet weer eventjes waar wij vandaan komen en wie we vandaag kunnen en mogen zijn, en morgen onze kinderen hopelijk ook nog een beetje.
Handig voor de beuzelaars en populisten die onder het mom van 's volks wil en kortzichtig eigenbelang grondwetsvoorstellen lieten wegstemmen of als aankomende partijleidster van dienst boekjes bedeelde tegen de EU omdat een of andere spindokter uitgevogeld had dat Europa na de invoering van de Euro niet zo goed meer lag bij Jan met de piercing en Mie met de reetveter.
'Dit is onze geschiedenis' is waarlijk een ontroerende 'expo' over Europa, bont en blauw geslagen voor het eerst door de machtsverhoudingen in het Oosten niet meer in staat om de overwonnenen te blijven vernederen. Van de nood werd dus een deugd gemaakt en de heropbouw van Duitsland werd een onderdeel van de motor voor de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal.
De vertegenwoordigers van de politieke en kapitaalsbelangen die dit verhaal uitgedokterd hadden, komen terecht ruim aan bod, zij het in een duistere omgeving van allerlei vroeg – industrieel alaam.
De opening is beklemmend met twaalf meter vredesverdragen in lood uit 1985 van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, naast een peloton marcherende '? lege – soldatenschoenen van de Canadese Dominique Blain uit 1993.
Demnig is de man van de Stolpersteine die met zijn 'stenen des aanstoots' de slachtoffers van de nazi-terreur herdenkt.
De eerste steen werd gelegd in 1997 in Berlin-Kreuzberg. Op de stenen staat in messing de naam, geboortedatum, deportatiedatum en overlijdensdatum geschreven. De stenen worden verwerkt in het trottoir voor de huizen van mensen die door de nazi's werden vermoord.
Ondanks veel verzet van huiseigenaren die waardevermindering vrezen als de namen van de vorige bewoners of eigenaren in de stoeptegels verzegeld worden, zijn er in Duitsland, Oostenrijk en Hongarije intussen goed 13 000 '?stenen'? geplaatst.

De wisselwerking met getuigenissen van 27 mensen uit de lidstaten over de betekenis van Europa voor hen, is boeiend en soms zeer verrassend, al werken niet alle filmpjes adequaat.
Wat voor een zo dure ‘expo’ over Europa niet kan.
Die toegansprijs lijkt mij een euvel: 10 €, 8 € voor studenten en 6 € voor groepen is veel geld om de mensen in rijen door de kelders van het prachtig gerestaureerde Tour&Taxis te leiden, laat staan dat de karige schoolreisbudgetten hiervoor zullen gebruikt worden.
Knap is het deel waar de dictaturen in Oost en West na 1945 worden gepresenteerd.
Voor commissievoorzitter Barroso is zelfs een fijn detail niet over het hoofd gezien: in het raam van de strijd tegen de Portugese dictatuur hangt een pamflet van zijn oude politieke partij, de maoà?stische MRPP die zich van 1974 tot 1976 als de enige ware kenners van de maoà?stische heilsleer vooral lieten opmerken in de strijd tegen fout links, de renegaten, de revisionisten, de reformisten en al wat naar democratie neigde.

De kamers over de tijdsgeest in West Europa, de doorkijk op de wereldpolitiek en de kasten over Oost Europa zijn de moeite.
Zelfs het fameuze portret van Stalin bij diens dood in 1953 door Picasso prijkt op een exemplaar van ’ Les Lettres franà?aises’ van 12 maart 1953 boven een tekst waar Frédéric Joliot-Curie – schoonzoon van en Nobelprijs fysica 1935 een pleidooi houdt voor de wetenschappelijke kwaliteiten van het marxisme.
Het dagboek van Gyulia Csics die nog maar 12 jaar was in 1956 tijdens de Hongaarse opstand tegen de Russische overheersing, had hij 40 jaar geheim gehouden.
Lenin ligt in brons hulpeloos te wezen nu hij van zijn voetstuk is gevallen. De eerste grote vrouwenstaking bij FN te Herstal in 1966 voor gelijk loon bij gelijk werk, komt ook aan bod. Rita, een van de leidende vrouwen van toen ziet de huidige tijden somber in voor wie met werken zijn brood moet verdienen.

Het 'Museum van Europa' heeft de ambitie Europeanen en bezoekers van elders in de wereld de wortels van hun gemeenschappelijke beschaving te laten ontdekken.
Naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van het Verdrag van Rome '? oorspronkelijk in het Frans, Duits, Italiaans en Nederlands (!) wordt met deze tentoonstelling de basis gelegd voor het toekomstige permanente parcours van het Museum van Europa.
Ingebed in de Stad Brussel, zetel van de Europese Instellingen, zal zij de rol van 'Europees cultuur-historisch ontmoetingsplatform' vervullen waarmee ze een leemte in de stad opvult. Dit permanente parcours aangevuld met tijdelijke tentoonstellingen laat iedereen de geschiedenis van Europa beleven als uniek en tegelijkertijd zeer divers.
Dit project staat niet alleen. Het Museum richtte een netwerk op van Europese musea die vandaag een reguliere werking kent.
Alle middelen van de hedendaagse museologie worden ingezet: decors, film, multimedia en interactieve elementen spinnen een parcours uit met een bijzondere aandacht voor authentieke objecten. Een 80-tal musea uit alle Europese lidstaten brengen 500 unieke stukken samen.

De catalogus kan je downloaden van internet.
De site zelf is zeer de moeite met een enkel taalfoutje in het Nederlands: 'Het is onze adresse!'
De weblog heeft wat te vertellen, maar kent nauwelijks reacties.
Voor na de herfstvakantie?

Archief

Frans Buelens, Congo 1885 – 1960, een financieel-economische geschiedenis. Uitg. EPO

11 september 2007

Op dinsdag 10 februari 2004 was de Belgische Senaat tot aan de nok gevuld met bordeauxrode klapstoelen waarop de resterende excellenties van de roemruchte Belgische natie zich presenteerden aan de Kongolese president Joseph Kabila die van op het rostrum verklaarde: '?De geschiedenis van de Democratische Republiek Kongo is ook die van de Belgen, de missionarissen, de ambtenaren en ondernemers die geloofden in de droom van koning Leopold II om in het centrum van Afrika een staat te bouwen.”
Terwijl de jonge Kabila als eerste Kongolees ooit de hoge vergadering verder voorhield “dat elke generatie haar fouten moet erkennen” kon ik moeilijk anders dan denken aan een vroeger bezoek van wijlen Laurent-Désiré K.
Zijn (pleeg)-vader was in 1979 – korter en breder – present op het stichtingscongres van de PvdA '? voorheen Amada '? in het intussen afgebroken Brusselse Rogiercentrum gehuld in een krijtstrepen pak met foulard, omringd door vergelijkbare kleerkasten. Hij kreeg als toenmalige voorzitter van de Bevrijdingsbeweging van Zuid-Kivu veel steun van de Volksrepubliek China, en dus ook van de kersverse zusterpartij in België, de PvdA.
Internationale Solidariteit oogde toen nog gewichtig.

Van Che Guevara zou later bekend worden dat hij Laurent Désiré Kabila in 1965 met 100 Cubanen ter plekke probeerde te bewegen tot een revolutionaire opstand naar Cubaans voorbeeld. Che had echter snel door dat LDK vooral in alcohol en vrouwen geà?nteresseerd was en zijn afspraken niet nakwam. Exit Che. LDK verder in zaken en later schatrijk.

Een glunderende senaatsvoorzitter Armand De Decker '? later federaal minister van ontwikkelingssamenwerking '? verklaarde in zijn antwoord dat België “zich zeer bewust is van de verantwoordelijkheid die het in het verleden in uw land en in Centraal-Afrika heeft gedragen. Het is zich ook bewust van wat het daar heeft bijgebracht. De Belgische politieke klasse heeft veel te weinig belangstelling getoond voor het lot van uw land, getraumatiseerd als zij was door de dekolonisatie en de herinnering aan de kolonisatie en ontmoedigd door het inheemse wanbeheer van de opeenvolgende Kongolese regimes”.

Het had iets onwezenlijks, een variante op Kuifje uit Kongo.
Koning Leopold II, Kabila I en II, ze hebben allemaal iets van Kuifje.
Kuifje de verkenner, Tintin l'explorateur.
Onderzoeksjournalistiek was Kuifjes levensdoel, met tijdsgebonden invalshoeken.
Onderzoeksjournalistiek kan je immers op vele manieren bedrijven.
Je kan met gevlei en geslijm aan informatie en investeringen proberen te komen.
Je kan je ook moeizaam een weg banen doorheen immense archieven en financieel economische gegevens die over Kongo en Midden-Afrika in Belgische schatkamers begraven liggen.

Frans Buelens – TEW Universiteit Antwerpen – heeft met zijn forse studie 'Congo 1885 '? 1960. Een financieel-economische geschiedenis' een boeiend Kuifjesalbum opgeleverd.
Het leest als een spannende 'who done it?'
Wie, wat, waar, waarom en voor hoeveel: Frans Buelens heeft het zoals steeds consciëntieus uitgespit als een van de vele wetenschappers die met hun onderzoekswerk blijvend recht doen aan de geschiedenis die als een engel voortschrijdt terugdeinzend bij de aanblik van wat hij heeft aangericht.

De 671 pagina dikke en goed leesbare turf is een intelligente handleiding voor een bezoek aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.
Het bevat de stambomen van de rijkste Belgische families en een verklaring voor het vaak zeer succesvol ondernemersschap van hun voorvaderen: Lippens, Van Thillo, Lambert, Umicore, Unilever en natuurlijk de Saksen-Coburg-Gotha club.
De uitgebreid gedocumenteerde zakenbelangen en de gedetailleerde toelichting over de economische en financiële structuren en processen in Congo als Vrijstaat en later als Belgische kolonie is soms adembenemend spannend, gênant, misselijkmakend.
Maar ook hilarisch.

Frans Buelens vlooit de genialiteit uit waarmee Leopold II zijn 'Belgische Natie' oplichtte en zijn eigen familie financieel in het ootje nam.
Met 'Rendementen en winstvoet bij de werking van de kapitaalmarkt bij de Congolese investeringen' argumenteert hij grondig waarom ' Congo goud waard is voor het moederland', veel te klein voor zo’n groot vorst.

Alleen de autochtone bevolking van Kongo is er niet beter van geworden, behoudens een paar families die het heerlijk religieuze spel van veel beloven en weinig geven in de vingers hadden en hebben.

'Sociologisch waren de oude maatschappelijke structuren opgebroken en was de Afrikaanse dorpsgemeenschap in de verdrukking door de vlucht naar de steden, die soms tot waterhoofden uitgroeiden. De kloof tussen stad en platteland was immers verbreed en al waren de steden echte bidonvilles, toch bleven ze voor velen een toevluchtsoord. Heel wat landen hadden geen duurzame landbouwbasis voor hun economie om op z'n minst de bevolking te kunnen voeden.
Er was weliswaar een zekere infrastructuur tot stand gekomen met wegen, spoorwegen, telefonie en telegrafie maar deze infrastructuur was voor een groot deel in functie van mijnbouw en export uitgebouwd. De geldeconomie was geà?ntroduceerd maar er was vrijwel geen kapitaalsaccumulatie tot stand gebracht waarover Afrika zelf beslissingsmacht had. De industrie stond over het algemeen extreem zwak en wat meer is, de oude ambachten waren ten gronde gegaan, en met hen de technische kennis. En vooral had de mens, toch de belangrijkste productiefactor, helemaal niet de kans gekregen om zich tot zo'n niveau te scholen dat hij de nieuwe instituties zo maar kon overnemen. In dit opzicht blonk het Belgische beleid in Congo zowat uit. Afrika was weliswaar ingeschakeld in de wereldeconomie maar dan wel als een extreem verzwakte schakel. ' ( 606-607)

Archief

Roberto Saviano, ‘Gomorra, een reis door het imperium van de Camorra’.

7 augustus 2007

Roberto Saviano, Gomorra, een reis door het imperium van de Camorra. uitg. Rotschild&Bach

‘Gomorra’ is een boeiend boek, niet alleen om de onthullingen, om de bijtende analyse van de Italiaanse schaduweconomie die meer dan schaduw een steun is voor het officiële imago van 'Made in Italy'. In de Italiaanse Haute Couture is de originele versie immers onbetaalbaar en van een ideële maatvoering voor het doelpubliek. Dat kan je niet blijven frustreren en daarom zorgt de schaduweconomie voor betaalbare en draagbare varianten.
Iedereen tevreden.
Want is dat niet het doel van de Camorra, veel meer nog dan de Siciliaanse Maffia?
In ‘Gomorra’ weet Roberto Saviano de lijnen te lichten van de voornaasmte activiteiten van de Camorra. Deze in oorsprong Spaans-Napolitaanse bende uit het begin van de 19de eeuw tijdens het Koninkrijk van de Beide Siciliën en Napels voert vandaag een aangepaste economische en sociale politiek die maximaal rendement koppelt aan een grote flexibiliteit en (internationale) marktgerichtheid.
De banden van de Napolitaanse Camorra met de Chinese economie, de rol van de baai van Napels in de internationale schaduwhandel worden door Saviano behandeld.
'Vanuit China, voorzover uit het onderzoek van 2004 naar voren komt, verplaatsen en distribueren de clans in Europa via hun handelsnetwerk verschillende hightechproducten. Europa had de buitenkant, het merk, de bekendheid, de publiciteit; China had de inhoud, het product zelf, de goedkope productie en materialen tegen spotprijzen. Het Systeem van de camorra heeft die twee dingen samengebracht met als resultaat winst op alle fronten.'(55)

Roberto Saviano heeft de kennis, het inzicht en de moed bij elkaar geraapt om de verbanden tussen de schaduweconomie en de officiële Italiaanse '? Europese '? Wereld economie bloot te leggen.

' Nooit is de criminaliteit in het economische leven in een gebied zo overweldigend aanwezig geweest als in de afgelopen 10 jaar in Campania. De camorraclans hebben geen politici nodig zoals de Siciliaanse maffia, het zijn juist de politici die het Systeem hard nodig hebben. In Campania hoort het bij de strategie van de clan dat het zichtbaar gedeelte van de politiek op de radio en televisie formeel immuun is voor iedere betrokkenheid. In de provincie echter, in de dorpen waar de clans militaire ondersteuning nodig hebben, dekmantels voor voortvluchtige en voor de wat openlijke economische maneuvers, daar zijn de banden tussen de politici in de camorrafamilies veel inniger. De clans van de camorra komen via hun zakelijke imperium aan de macht, en dat is voldoende om al het andere te kunnen domineren.' (60)

De consumentenkuddes worden in heel de wereld begeleid door herders met honden en belagers met wolven. Ook al worden wij als consumerende kuddedieren gehoed door onze politieke, economische, religieuze herders, tussen die herders en de wolven in het bos bestaat een goeie verstandhouding in flexibele wisselwerking om de immense consumentenmarkt van al die vele mensenkuddes te optimaliseren.
De officiële economie in de sectoren waar de Camorra actief is, kan blijkbaar niet zonder haar schaduw.
En wanneer de wolven in het schaduwrijke bos hun rijkdom hebben geconsolideerd, ondergaan deze een metamorfose naar de machtige figuur van de herder. De boze wolf wordt plots Roodkapjes grootmoeder of moeder de geit.

'Het lijkt er misschien op dat de clans, als de vorming van groot kapitaal eenmaal is voltooid, hun criminele activiteiten stopzetten, waarmee ze hun eigen DNA min of meer verwoesten en het naar legale niveau converteren. Net zoals de familie Kennedy in Amerika tijdens de drooglegging enorme kapitalen had verdiend aan alcohol maar daarna iedere band met de misdaad verbrak. In werkelijkheid is het illegale Italiaanse ondernemerschap juist zo sterk omdat er altijd op twee paarden wordt gewed en de ondernemers nooit hun criminele roots verloochenen.'(307)

Vrij Nederland had met Roberto Saviano een indringend interview op 31/3/2007:
http://www.vn.nl/web/show/id=62082/contentid=1645

Marco Tullio Giordana ( La Meglio Gioventà? ) heeft met 'I cento passi' in 2000 een boeiende film gemaakt over het leven van Peppino Impastato die met een vrije radio in de jaren zeventig de maffia praktijken in Sicilië, waarin ook zijn vader meeliep, aankloeg. Hij werd in 1978 vermoord op de dag dat het lijk van de ontvoerde politicus Aldo Moro werd teruggevonden.
http://nl.wikipedia.org/wiki/I_cento_passi

Lees verder »

Archief

Peter Sloterdijk, Woede en Tijd, uitg.SUN

31 juli 2007

Peter Sloterdijk, Woede en Tijd, uitg.SUN

'Zorn und Zeit', is een schitterende alliteratie waarmee Peter Sloterdijk eens te meer een fascinerende visie ontwikkelt op de moderne geschiedenis.
Hij opent magistraal met Europa's eerste woord uit Homerus' Ilias: 'Godin, bezing ons de woede van de zoon van Peleus, Achilles'?'.
Wegens het schielijk verscheiden van God en zijn goden sinds de tijd van de Verlichting is de toorn niet langer een zaak van de hemelse machten, die tot dan ingezet werden bij het menselijke spel van geven en nemen.
Voor toorn en wrok waren geen bovenaardse bewaarders noch bovenmenselijke verklaarders meer van doen.
En daar ligt volgens Sloterdijk de kiem van de grenzeloze, tomeloze en uitzichtloze uitbarstingen van geregiseerde woede: het politieke experiment om de thymotische (woede-) emoties van de massa's in natiestaten te gieten en voor de 'vooruitgang' te mobiliseren leidde tot de massaslachtingen van de XXste eeuw : 'Men moet zich realiseren dat het geweld op geen enkel moment in de 20e eeuw is 'uitgebroken'. Het werd door zijn agenten volgens zakelijke criteria gepland en door zijn managers met een ruim zicht op hun objecten gestuurd. Wat op het eerste oog leek op amok op het hoogste niveau, was in de praktijk vooral bureaucratie, partijwerk, routine en resultaat van organisatorisch overleg.'

Sloterdijk benadert de 'toorn' als een pijnlijke maar passende parodie op het marxistische begrip 'kapitaal': het 'woedekapitaal' zat in spaarbanken, in investeringskrediet, in risico-aandelen en in een wild gevecht op de woedebeurzen van de wereld. Met dat 'woede-kapitaal' konden de speculanten in toorn onmetelijke gevechten aangaan, zolang ze bij hun volgelingen de gevoelens van verongelijktheid, jaloezie, rancune, naijver voldoende kunnen oppoken.
Hij fileert dit fenomeen ten gronde bij de linkse stromingen, partijen en staten waar deze individuele wrok op een briljante en bloedige wijze werd gemobiliseerd in het politiek project: het socialisme, de dictatuur van het proletariaat. Marx en Engels probeerden met hun Communistisch Manifest de toorn en de wrok van de arbeiders te mobiliseren voor hun politieke plannen.

'Om het met de woorden van twee beroemde collega's uit het jaar 1848 te zeggen: alle geschiedenis is de geschiedenis van het productief maken van toorn.', aldus Sloterdijk.
Hij verwijt de fellowtravellers uit het westen dat ze bereid waren het linkse fascisme '? van Lenin, Stalin, Mao en consorten – te tolereren en te steunen waarbij de gruweldaden van Hitlers nationaal-socialisme als redder van hun geweten werd opgevoerd.
Niet zelden hullen de westerse fellowtravellers zich in de romantiek van de verliezers in eeuwige opstand: de strijd gaat altijd door, zeker in tijden van nederlagen.

De grootste bijdrage van het reëel bestaande socialisme is volgens Sloterdijk de permanente dreiging die ervan uitging waarvan vakbonden en sociaal-democratie in het westen handig gebruik maakten als stok achter de deur in hun onderhandelingen met het grootkapitaal en de nationale overheden.
Sinds 1979 '? Thatcher, de Sovjetunie op falend oorlogspad in Afghanistan en de Ayatollahs aan de macht in Iran – bleek het dreigende thymotische woedekapitaal van het socialisme eerder zelf een kaduke verzameling papieren tijgers.
Het surplus dat sinds de Russische revolutie in de sociaal-economische en politieke rekeningen van geven en nemen in het westen was bedongen, bleek plots in de ogen van het kapitaal fors overdreven en diende onverwijld teruggeschroefd te worden: opbod in sociale afbraak.
Volgens Sloterdijk gaat het met het 'woedekapitaal' sinds het einde van de communistische illusies niet al te best. De 'thymos' lijkt in de oude socialistische heilsstaten helemaal verdwenen en in de westerse wereld heeft 'eros', de onmiddellijke behoeftebevrediging, met mateloze bombarie, verslavingsstrategieën en consumentendom zijn plaats ingenomen.

Ik vrees dat Peter Sloterdijk ondanks zijn glasheldere analyse hier een gloeiende glimp van een nieuwe 'thymos' veronachtzaamt: de oude socialistische heilsstaten kweken nog steeds met bravoure een schaduwcultuur van de toorn, op nationalistische leest van verongelijkte burgers, van rancuneuze cultuurfenomenen, van volkeren die zich historisch tekort gedaan voelen.
In Rusland én China levert het 'woedekapitaal' vandaag forse winsten op de beurs van het militaire nationalisme en globaliserende economische veroveringsstrategieën.
Daarmee valt fors te speculeren door de machthebbers die de overslaande stem van de zelf uitgekozen volksmassa's weten te dicteren.

Sloterdijk heeft wel een snijdende analyse klaar van de 'Derde inzameling van de Woede' door de politieke islam. Dat wordt volgens hem alleen maar een nog groter bloedbad waarbij de verschillende fracties elkaar nog 50 jaar rücksichtlos en met een geestdriftige missioneringdynamiek te lijf zullen gaan tot het demografische surplus van honderden miljoenen overbodige, werkloze, sociaal wanhopige jongeren is geconsumeerd: '?Zowel de huidige als de toekomstige verkondigers van de islamistische expansiegedachten lijken op geen enkele manier op een klasse van arbeiders en loontrekkers, die zich verenigen om door de verovering van de staatsmacht een einde aan hun misère te maken. Veeleer vertegenwoordigen ze een nijdig subproletariaat, erger nog, een desperate beweging van economisch overbodigen en sociaal onbruikbaren, voor wie er in hun eigen systemen veel te weinig aanvaardbare posities zijn, ook al zouden ze door staatsgrepen of verkiezingen aan de macht komen. ('?) Het radicale islamisme van onze tijd is het eerste voorbeeld van een puur wraakzuchtige ideologie: het kan alleen straffen, maar brengt niets tot stand.
De zwakheid van de islam als politieke religie, of hij nu van gematigde of radicale snit is, vloeit voort uit het feit dat hij principieel op het verleden is gericht. Zijn leiders kunnen tot dusver niets dan atechnische, romantische, door woede gekleurde begrippen voor de wereld van morgen formuleren.'?

Peter Sloterdijk eindigt 'Woede en Tijd' met goede raad voor de mensen van vandaag en morgen:
'Aan gene zijde van het ressentiment: ('?) in een tijd van globalisering is geen politiek van grootschalige leedvereffening meer mogelijk, zolang die berust op het nadragen van onrecht dat in het verleden is aangedaan, ongeacht of een dergelijke politiek zich als democratisch of socialistisch messianisme of als wereldverlossing wenst te camoufleren. ('?) Het is tegenwoordig veel belangrijker de aloude, noodlottige alliantie tussen intelligentie en ressentiment te verbreken, om ruimte te scheppen voor toekomstgerichte paradigma’s van ontgifte levenswijsheid. De criteria hiervoor zijn niet bijzonder nieuw. John Locke, de geestelijke leidsman van de liberale Engelse bourgeoisie, heeft ze in 1689 in eenvoudige taal geformuleerd: het gaat om de fundamentele rechten op leven, vrijheid en eigendom. Wat de succesgeschiedenis van deze trias betreft zijn historische bevindingen evident: alleen in die gebieden van de wereld waar deze normen gerespecteerd worden, treden er werkelijke verbeteringen in de leefsituatie op. ('?) Men moet streven naar een meritocratie die zowel inter- als transcultureel een antiautoritair ontspannen moraal weet te verenigen met een duidelijk normbesef en respect voor onvervreemdbare mensenrechten. Het avontuur van de moraal voltrekt zich via het parallellogram van elitaire en egalitaire krachten. Alleen in dit kader is accentverschuiving van toe-eigeningsdriften naar schenkende deugden denkbaar.
De inzet van dit opvoedkundige programma is hoog. Hierbij gaat het om het opstellen van een 'code of conduct' voor veelzijdige beschavingscomplexen. Zo'n schema moet stevig genoeg zijn om in het reine te komen met het feit dat de gecompromitteerde en geglobaliseerde wereld vooralsnog multimegalomaan en interparanoà?de blijft. Men kan een universum van energieke, thymotische prikkelbare individuen niet met behulp van idealistische synthesen van bovenaf creëren, maar alleen door middel van kracht-kracht relaties in evenwicht houden. Grote politiek vindt alleen plaats in de modus van balanceeroefeningen. Balanceren betekent: noodzakelijke strijd niet ontwijken en overbodige strijd niet provoceren. Het betekent ook zich in de wedstrijd met de entropische processen, vooral die van de vernietiging van het milieu en van de demoralisatie, niet bij voorbaat gewonnen geven. Hiertoe moet men zichzelf steeds met de ogen van de anderen leren zien. Wat vroeger door een overspannen religieuze nederigheid moest worden bereikt, zal voortaan tot stand moeten worden gebracht door een rationaliteitscultuur, die gebaseerd is op waarnemingen van de tweede orde. Alleen zij kan de sluwe naà?viteit een halt toeroepen, namelijk door de geldingsdrang met zelfrelativering te combineren. Voor het vervullen van die taken is tijd nodig – maar dat is niet meer de historische tijd van het epos en van het tragische drama. De tijd die hier aan de orde is moet als leertijd van beschavingen worden gedefinieerd. Wie alleen 'geschiedenis' wil maken blijft bij deze definitie achter.'?

Dat deze rationaliteitscultuur van waarnemingen van de tweede orde indirect en met kleine pasjes, behoedzaam en volhoudend zal moeten bespeeld worden, heeft hij glashelder aangetoond.
Edoch, het geglobaliseerde muizenvolk is niet uitsluitend blootgesteld aan praatjes van mensen van goede wil.
'Accentverschuivingen van toe-eigeningsdriften naar schenkende deugden' lijken me dan ook eerder utopisch en bijaldien gevaarlijk, tenzij ze verkocht raken als altruà?sme, welbegrepen eigenbelang.

Kortom, Peter Sloterdijk, 'Woede en Tijd, Een politiek '? psychologisch essay', in een mooie vertaling van Hans Driessen is een absolute aanrader voor wie zich nog vragen stelt over gisteren, vandaag en morgen.

30.De theorie van de trotsensembles
1. Politieke groepen zijn ensembles die endogeen onder thymotische druk staan.
2. Politieke acties worden in gang gezet door spanningsverschillen tussen ambitiecentra.
3. Politieke velden worden gevormd door het spontane pluralisme vanzelf bevestigende krachten, waarvan de onderlinge verhoudingen als gevolg van interthymotische wrijving veranderen.
4.Politieke meningen worden geconditioneerd en geredigeerd door symbolische operaties die in permanente relaties staan met de thymotische bewegingen van de collectieven.
5. De retorica – opgevat als de leer van de sturing van affecten binnen politieke ensembles – is toegepaste thymotiek.
6. Gevechten om de macht binnen politieke lichamen zijn altijd ook gevechten om voorrang tussen thymotische geladen, populair gezegd: eerzuchtige individuen met hun achterban; de kunst van de politiek behelst daarom ook procedures waarmee de verliezers gedeeltelijk schadeloos kunnen worden gesteld.

37. Het moment van Nietzsche.
Blikt men terug op de geschiedenis van de 20e eeuw, in het bij zonder op zijn convulsieve eerste helft, dan dringt zich het beeld op dat daarin de door Plato geëiste, door Aristoteles geprezen en door de pedagogen van de burgerlijke tijd met inzet van veel middelen daadwerkelijk ondernomen poging om de thymotische energieën te civiliseren in de natiestaten, over de gehele linie mislukt is. Als het doel van de politieke experimenten van de Nieuwe Tijd is geweest de thymotische emoties van de massa in politieke vormen te gieten en voor de reguliere 'vooruitgang' te mobiliseren, moet men wel spreken van een catastrofaal echec. Dit heeft tenslotte ook de leiders van het experimenten de lucht ingejaagd, om het even of zij witte, rode of bruine hemden droegen.(...)
Men moet zich realiseren dat het geweld op geen enkel moment in de 20e eeuw is 'uitgebroken'. Het werd door zijn agenten volgens zakelijke criteria gepland en door zijn managers met een ruim zicht op hun objecten gestuurd. Wat op het eerste oog leek op amok op het hoogste niveau, was in de praktijk vooral bureaucratie, partijwerk, routine en resultaat van organisatorisch overleg.

56. De moderniteit heeft de verliezer uitgevonden. De figuur, die men halverwege de uitgebuiten van gisteren in de overtolligen van vandaag en morgen tegenkomt, is de onbegrepen grootheid in de machtspelen van de democratie in. Niet alle verliezers laten zich kalmeren door de opmerking dat hun status overeenkomt met hun plaats in het eindklassement van een wedstrijd. Velen zullen tegenwerpen dat ze nooit een kans hebben gehad om mee te spelen en zich navenant te klasseren. Hun jaloerse gevoelens richten zich niet alleen tegen de winnaars, maar ook tegen de spelregels

113. Genealogie van het militantisme.
Het fenomeen van de verliezer die een afwijkend standpunt tegenover zijn nederlaag bepaalt, is kennelijk even oud als dat van de politieke spiritualiteit. ('?) In de context van de westerse beschaving vindt men illustraties hiervan op zijn minst in de theologie van het jodendom van tijdens en na de ballingschap; de meest recente zijn bijna hedendaags te noemen – zijn te vinden in de geschriften van marxistische en postmarxistische romantici, voor wie het een uitgemaakte zaak is dat de strijd vooral dan doorgaat wanneer alles verloren is.

156. Ze verklaren tevens waarom de knappe koppen van de oppositionele bewegingen meestal moreel gevoelige leden van de bourgeoisie waren, die, gedreven door een mengeling van ambitie en verontwaardiging over de heersende omstandigheden, overliepen naar het kamp van de revolte of revolutie. Voor hen allen gold wat Albert Camus over de geboorte van gemeenschappelijke geest van de verontwaardiging zei: 'Ik kom in opstand, dus wij zijn' – een zin waarvan het nauwelijks invoelbaar pathos heel duidelijk bij een verloren tijdperk hoort.

280. Wat het opkomende communisme van meet af aan zo spookachtige maakte en de kracht gaf de paranoà?de reacties van zijn tegenstanders naar zich toe te trekken, was dat het al in een vroeg stadium in staat was de status-quo op een geloofwaardige manier met een omwenteling te dreigen. Toen het zijn vermogen om te dreigen was kwijtgeraakt, was het ook met zijn rol als spook gedaan – en geen enkel filosofisch congres zal de holle kalebas nieuwe spookkracht kunnen inblazen.

281. Als het klopt dat soevereiniteit het vermogen is om op een geloofwaardige manier te dreigen, dan bereikten de West-Europese werknemerspartijen en de vakbonden hun belangrijkste soevereiniteitseffecten dankzij het indirecte dreigement van de klassenstrijd, dat ze tijdens loononderhandelingen konden inzetten zonder zelf de vuisten te hoeven ballen. Ze konden volstaan met discreet te wijzen op de realiteit van de Tweede Wereld om de werkgevers duidelijk te maken dat ook hier de sociale vrede zijn prijs heeft. Samenvattend kan men zonder veel overdrijving vaststellen: de sociale verworvenheden in het naoorlogse Europa, vooral het 'kapitalisme met een menselijk gezicht' met de bijbehorende verzorgingsstaat en de almaar uitdijende therapiecultuur, waren geschenken van het stalinisme '? vruchten van de woede, die overigens pas nadat ze naar een vrijer klimaat waren geëxporteerd tot een zekere zoetheid konden rijpen.
('?)
De gevolgen van dit alles bepalen psychopolitieke klimaat van het Westen vanaf de vroege jaren '80 tot op de dag vandaag. In combinatie met de klimatologische effecten van 11 september 2001 wordt het steeds waarschijnlijker dat het kapitalisme een neoautoritaire wending zal nemen, tegen een liberaalkrijgszuchtige achtergrond. Vanuit het perspectief van vandaag komt het jaar 1979 naar voren als de sleuteldatum van de late 20e eeuw. In drievoudig opzicht vond in dat jaar de overgang plaats naar de postcommunistische situatie: door het begin van het einde van de Sovjet-Unie na de militaire invasie in Afghanistan, door het aantreden van Margaret Thatcher en de consolidatie van de islamitische revolutie in Iran onder ayatollah Khomeini. ('?)
Onvermijdelijke conclusie: de westerse ondernemers onder tijdelijke politieke en ideologische druk vanuit het oosten teveel hadden betaald voor de sociale vrede. Men achtte de tijd rijp voor kostendrukkende maatregelen, die uiteindelijk tot doel hadden het accent van het primaat van de volledige werkgelegenheid te verschuiven naar de voorrang van de dynamiek van het ondernemen. Dit had een regelrechte ommezwaai van de tijdgeest tot gevolg. Deze nam steeds sneller afstand van een even rebelse als dirigistische comfortethiek (die zich alleen in Frankrijk wist te handhaven), om de voorkeur geven aan een ondernemersgerichte risico-ethiek – waarbij men ervan overtuigd was dat men de ontmoediging van de nieuwe 'klasse' van overbodigen, afgedankten en afgescheepten wel als externe kostenfactor op de koop toe kon nemen. Sindsdien worden de deelculturen van de amusementverschaffing en het depressiebeheer in het Europese Kristalpaleis steeds verder uit elkaar gedreven.

Lees verder »

Archief

Filosofie Magazine, Ger Groot: ‘In de opvoeding vertegenwoordigt de vader de wet en de moeder de liefde’.

15 juni 2007

Volgens Ger Groot – filosoof aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit – verwaarlozen vaders hun klassieke vaderrol, met als gevolg ontsporende kinderen. ‘In de opvoeding vertegenwoordigt de vader de wet en de moeder de liefde. Die binding is sterker dan de eenentwintigste-eeuwse mens graag zou willen.’

(...)

‘In het kapitalisme heeft de prestatiemoraal de plaats ingenomen van de arbeidsmoraal. Er wordt sterk de nadruk gelegd op productie, waarbij competitie dan het middel is om “het beste uit mensen te halen”. Een neoliberaal thema. Daarbij wordt vergeten dat competitie ook een probaat middel is om het slechte in de mens naar boven te halen. Op het moment dat je mensen systematisch onder druk zet, doordat je ze alle zekerheden ontneemt – zoals een vaste baan – dan haal je daar misschien op bepaalde terreinen een zekere winst mee, maar tegelijkertijd verlies je de morele evenwichtigheid van mensen. Dat wreekt zich onder andere in het feit dat we eigenlijk constant overspannen zijn. Hierdoor bouw je een continue gevaar voor explosie in de psyche in.’

Filosofie Magazine 5/2007

Archief

Luc Bonneux: Waterschaarste heeft niets te maken met opwarming.

31 mei 2007

uit ‘Morele Paniek’ in Pinnekesdraad, Medisch Contact, 62 p. 857

‘Wij leven hier goed bij de genade van de Golfstroom, en die is het eindresultaat van chaos door temperatuurverschillen in woelend zeewater, met de akelige neiging om in geologische tijd zo wispelturig te zijn als een puber met hormoonopstoten. Onberekenbare en onvoorzienbare vicieuze cirkels kunnen grote hoeveelheden broeikasgassen op catastrofaal korte perioden vrijmaken, dooi kan zichzelf versterken. Dan mag de Randstadbewoner drijvers onder zijn caravan monteren. (...)

De morele paniek over overmorgen is een schamel excuus voor blikvernauwing die de schande van vandaag negeert. De orkaan Katrina die New Orleans platlegde, is een uitstekend voorbeeld. Of opwarming meer en heviger orkanen verwekt, is volslagen onbekend. Maar wat zeker is dat als New Orleans in Nederland lag, dit nooit was gebeurd. De dijken waren zo slecht, dat het gewoon wachten was op de eerste de beste normale orkaan die het verkeerde pad nam.

Malaria was een groot probleem in Nederland, tot zo kort geleden als de honger­winter. Het voortbestaan van malaria als gesel heeft niets te maken met opwarming, maar wel alles met corruptie en wanbeheer in zwakke staten. Vandaag is 75 procent van alle sterfte aan malaria te vermijden; gemakkelijk én betaalbaar. Meer dan één miljard mensen hebben nog geen toegang tot zuiver water. Dagelijks lopen achttien miljoen meisjes over en weer naar de verre bron. Waterschaarste heeft niets te maken met opwarming. Nu niet en straks niet. Het heeft alles te maken met macht. Ontwikkelingshulp mag in de Sahel een putje boren op een onbereikbare plaats. Zo kan de caà?d in het dorp woekerprijzen blijven vragen voor water uit de put in het dorpscentrum.

De levensverwachting in heel zwart Afrika is lager dan vijftig jaar. Technologisch en financieel bestaan alle mogelijkheden om de levensverwachting ieder jaar met meer dan een jaar te doen toenemen. De voorspellingen tot 2020 voorspellen blijvende stagnatie. De ongemakkelijke waarheid is dat dit wordt opgevoerd op subsidieaanvragen, maar dat het verder niemand interesseert.

Archief

MO* – Mondiaal Magazine – Een beetje twijfel.

8 april 2007

MO* – Mondiaal Magazine – Een beetje twijfel.

www.mo.be

MO* Mondiaal Magazine is met een archief van ruim 10 jaar een vaste journalistieke waarde geworden, met veel te weinig weerklank in Vlaanderen, ondanks de vaak boeiende thema's.
MO* is absoluut de moeite, al was het maar om de soms controversiële standpunten van de oude generatie rechtgelovigen in het lijden van de medemens dat de ander tot goedheid moet drijven of tenminste tot solidariteit hoopt te bewegen.
Het eigen discussieforum lijdt echter aan de leegte van een ijdel vat vol tegenstrijdigheden.
Vaak klinken de oude waarden als laatste anker in een wereld die zich lijkt te verhullen.
'Wie goed doet, goed ontmoet' '? was het devies dat velen voor zich uitdroegen wanneer ze enkele jaren van hun leven besteedden aan missioneren, in de grote traditie van 'Vlaanderen zendt zijn zonen (en dochters) uit'. Maar dit bleek dikwijls een gazen sluier of een burka raster waaronder West-Europese ontwikkelingshelpers in de toenmalige derde wereld om zichzelf draaiden en keerden.
Ontwikkelingshulp werd in de loop der tijden steeds meer gesofisticeerd: van Gods woord over scholing en infrastructuur tot ontwikkelingshulp en steun aan de gewapende strijd. Tegenwoordig zijn er zelfs nieuwe categorieën te leasen zendelingen in marketing, management en kunstvoorwerpen. Is dit als antwoord bedoeld op de vaststelling dat er na al die jaren investeringen van veel geld, mensen en opleiding, doorgaans geen beterschap te bespeuren blijkt? In de meeste Afrikaanse landen is de situatie vele malen erger dan 25 jaar geleden.
Maar na al die jaren intensieve campagnes en doorgedreven solidariteit beklijft de onbeantwoorde vraag naar het resultaat, hier en ginder.
'Doe wel en zie niet om' leidde dikwijls tot ontgoocheling en pijn, hier en ginder.
Zelden werd en wordt er omgekeken naar de toekomst waar we zoals de engel van de geschiedenis naartoe schrijden, terugdeinzend bij de aanblik van wat we hebben aangericht.
De gazen sluier van onze goedbedoelende maakbaarheidsideologieën en missioneringsdrang verhinderden een blik naar de toekomst achter ons.
De gevolgen zijn na al die jaren navenant.
'Een beetje twijfel' is het editoriaal van hoofdredacteur Gie Goris in MO* van april 2007.
Hij citeert Willy Brandt '?die ooit zei dat een vredespolitiek begint met het verwerpen van één enkele waarheid en het aanvaarden dat er meerdere waarden en  waarheden zijn. Vrede begint bij twijfel: 'Twijfel is productief. Ze stelt bestaande zaken in vraag. Ze kan sterk genoeg zijn om versteend onrecht te verbrijzelen. Twijfel was waardevol tijdens het verzet. Ze is taai genoeg om nederlagen te overleven en om overwinnaars te ontgoochelen.' Zou een heel klein beetje twijfel soms niet beter kunnen zijn? '?
Diezelfde twijfel zou ook meer aan bod mogen komen in MO*, waar nog te weinig het spel van de ware bedoelingen '? hoe cynisch helder ook '? gefileerd wordt.
'? De wereldpolitiek wordt vandaag teveel gedreven door het geloof dat de grote idealen van de mensheid '? democratie, algemeen welzijn, vrijheid, mensenrechten, menselijke waardigheid '? eenduidige begrippen zijn die simpelweg vanuit de westerse ervaring gedefinieerd kunnen worden. Bovendien geloven politici als George Bush en Tony Blair blijkbaar dat die eenzijdige visie met inzet van militaire superioriteit opgelegd kan worden. De chaos die regeert van Pakistan tot Palestina zou hen intussen de ogen geopend moeten hebben, maar er is voorlopig weinig dat daarop wijst.'?
Misschien is dit uitgangspunt noodzakelijk: naà?ef gespeelde verontwaardiging en verbazing van de goedgelovige om de goede bedoelingen van de andere en zichzelf. Zelfs wanneer het om de machtigen gaat in het politieke landschap thuis en in de wereld die met de chaos en het leed dat ze berekend creeëren enkel de belangen van hun eigen clan of politiek-economisch conglomeraat behartigen onder grote woorden van strijd tegen terreur, voor beschaving en democratie.
Misschien is zo'n gesluierde kokerblik onmisbaar om het beeld van zo’n verleden en heden voor onszelf draagbaar te kunnen maken.
Misschien is dat geloof in een moreel hooggeschat handelen van anderen en zichzelf onontbeerlijk om verder te kunnen leven bij de aanblik van wat mensen hebben aangericht, vaak met de beste – geventileerde – bedoelingen.
Misschien kan je geen mondiaal magazine maken wanneer die twijfel sterker wordt dan 'het beetje' waarover Gie Goris het heeft.
Teveel twijfel kan wellicht teveel pijnigen en tot stilstand leiden.
Zeker wanneer ambities drijven op invloed bij politieke structuren en besluitvorming omtrent internationale spanningen en ontwikkelingssamenwerking, federaal dan wel regionaal.
Op de markt van welzijn en geluk '? ook op de internationale markt van welzijn en geluk -  gelden uiteraard de wetten van iedere markt, nlk.  die van behoud van energie, van passie en van macht.
Daaraan helpt geen beetje twijfel.

Misschien kan een grondige cynische houding soelaas brengen voor de overlevenden opdat zij hun herinnering aan de overledenen draaglijk kunnen houden.

Een gezonde vorm van cynische rede is een houvast om een maatschappelijk en persoonlijk engagement te blijven voldoen voor mensen die reflecteren op hun positie in de samenleving of wat er van rest.
Wie niet behoedzaam reflecteert over de talloos nieuwe praatjes van politieke kopstukken, reclamegoeroes en vaak ook journalisten en publicisten, dreigt te verstikken in een omarming van een wurgslang.
'?En op de bodem van de diepe waters
wordt de globale aarde omkneld
door de gigantische wurgslang
zwelgend in het rituele slijk
allesverslindend en religieus verbindend.'?
Pablo Neruda, Canto general

Wanneer vluchten niet meer kan,
houden we elkander beter bij de hand
in de ochtendschemer '?
 

 

 

Archief

Julia Lovell, Achter de Chinese Muur, Geschiedenis van China’s isolement 1000v.C.-2000n.C. – Uitg. Spectrum Standaard

2 januari 2007

Julia Lovell, Achter de Chinese Muur, Geschiedenis van China’s isolement 1000v.C.-2000n.C. – Uitg. Spectrum Standaard

 

Een boeiend boek over de cultuur van de muur als kern van de Chinese machtstradities van meer dan 3000 jaar geleden tot vandaag en morgen: van zand en klei met takken en palen, over wallen met stenen boorden tot stenen muren met kantelen, in stukken en brokken op een grens die nooit te bepalen is tot vandaag bij de Great Fire Wall die de Chinese surfers in goed banen moet houden op het worldwideweb.

De cultuur van een illusoire muur, van de geest van de grote muur als een millennia oude Chinese goelag heeft nooit een inval van naburige volkeren vermeden en vooral onnoemelijk leed gebracht voor de vele Chinezen die hun leven moesten inleveren bij de bouw van dit krankzinnig project.

Maar diezelfde Grote Muur heeft zich diep genesteld in het Chinese zelfbewustzijn, vandaag nog meer dan vorige eeuwen. Nu ook op internet.

386. Zelfs als de volksrepubliek China zich in de komende decennia zonder meer tot een democratie zou omvormen volgens een open, westerse, liberale dan wel George W. Bush model (wat op zichzelf al simplistisch vergezocht lijkt), heeft het Chinese rijk te veel geschiedenis en teveel historisch besef om zijn duizenden jaren oude hebbelijkheden kwijtraken, om het geloof te verliezen in zijn culturele en politieke uniciteit of in de noodzaak een gedragslijn van buitensluiting en strenge grenscontroles, fysiek of psychologisch, te blijven volgen om de onvermijdelijke horden bezoekers in de gaten te houden, of dat nu bewonderende tribuutbrengers, verwachtingsvolle kooplieden of groenogige agressors zijn. China zal altijd wel zijn Grote Muren hebben.

Lees verder »

Archief

Ren? Boomkens, De nieuwe wanorde – Globalisering en het einde van de maakbare samenleving. Uitg. Van Gennep Amsterdam

17 december 2006

René Boomkens, De nieuwe wanorde – Globalisering en het einde van de maakbare samenleving. Uitg. Van Gennep Amsterdam

De auteur geeft een boeiend overzicht van de gevolgen die de globalisering meebrengt voor het mensenpark: globalisering als het einde van de moderniteit, de functie van de woning, de betekenis van het netwerk tussen mensen in een stedelijke omgeving en een analyse van de nieuwe wanorde, met een tussenstop bij de populaire cultuur en de beschaving, waarmee Theodore Dalrymple een stuk op weg geholpen is.

Hij maakt werk van de visie van Walter Benjamin, maar ook van Belgische filosofen als  Lieven de Cauter en Hilde Heynen.

Zijn analyse van ‘continuà?teit’ als het nieuwe adagium voor de XXI ste eeuw is een vondst tussen de wortels van het mensenpark. De politieke consequentie daarvan verdient een grondige uitwerking. Mensen zijn als kopschuw vee omringd door de chaotische globaliseringsdemonen die hun levensloop onderste boven halen, en dus verlangen ze naar ‘harmonie’ en ’orde’ in die nauwelijks behapbare chaos. Dit is echter meteen het wapen waarmee de herders en de cowboys de veestapel tot optimaal gewin kunnen voeren.

Blijft de spanning toenemen tussen de verschillende soorten mensenvee dan broeit de woede en de liefde voor de chaos waaruit een nieuwe machtsverhouding kan opbloeien.

Die fase zet meteen in wanneer ‘harmonie en orde ’ de kop opsteken in het betoog van de leiders en de reclamegoeroes.

In de Volksrepubliek China is het intussen zover.

Alexis de Toqueville waarschuwde in de XIX de eeuw reeds '?voor de verwording van een democratische soevereiniteit die niet tiranniseert maar verhindert, verdrukt, ontkracht, uitblust, verdooft en ieder volk tenslotte reduceert tot niets meer dan een kudde schuchtere en ijverige dieren, waarvan de regering de herder is.'?

Etienne de la Bo?tie omschreef reeds in de XVI de eeuw de 'ideologie' als een vorm van zelfbedrog in zijn '?Discours over de vrijwillige slavernij'?.
'?En toch is er geen reden om de heerser te vrezen, want ook hij is maar een mens: Vanwaar heeft hij al die ogen waarmee hij u bespiedt, tenzij jullie ze hem hebben geleend? Waar haalt hij al die handen om u te slaan vandaan, als hij ze niet bij u haalt? Al die voeten waarmee hij uw steden vertrappelt, van wie anders dan van u heeft hij die? Hoe komt het dat hij macht over u heeft, tenzij dankzij u?'?
 

Houd daarom elkander vast in de ochtendschemer van 2007, het jaar van het zwijn!

306. Was ’ vernieuwing’ het adagium van de korte 20e eeuw (het tijdperk tussen 1918 in 1989), ’ continuà?teit’  wordt het wachtwoord van de komende decennia. In toenemende mate zullen mensen de komende decennia op zoek gaan naar manieren om aan die continuà?teit vorm te geven, niet om esthetische redenen of uit nostalgie, maar vanuit een besef dat hun eigen identiteit en welzijn ervan afhangt. Politici zullen hier gebruik en misbruik van maken. Dit continuà?sme staat haaks op de klassieke notie van progressiviteit. Een progressieve politiek wordt doorgaans begrepen als een linkse politiek, hoewel er ook progressieve kapitalisten zijn, maar het continuà?sme staat haaks op elke notie van progressiviteit – op elke notie die politiek handelen koppelt aan een algemeen model van vooruitgang van de mensheid.
Er is wel degelijk zoiets als ’ links continuà?sme’ mogelijk – en dat bestaat er precies in het aloude progressieve ideaal van vooruitgang van de mensheid in te ruilen voor het nieuwe ideaal van het behoud van de mensheid onder leefbare condities in de meest brede zin van het woord.(....)
Velen beweren dat globalisering de hele wereld omtovert in een Amerikaans pretpark, met Disney als inspiratiebron, en wie weet is dat deels het geval. Maar het heeft niet zoveel zin van protest aan te tekenen tegen die accumulatie van pretparken, omdat de hele menselijke beschaving immers een vorm van verparking is geweest: beschaving is zoveel als de domesticeren van de natuur, het temmen van de wilde, de omvorming van de ongerepte natuur in een parkachtige omgeving.(...)
Globalisering gaat over de (her)inrichting én het behoud van het mensenpark.(Sloterdijk). Parken beheer je, je zorgt ervoor, je houdt het bij, soms breid je ze een beetje uit, je snoeit ze bij; parken zijn afhankelijk van continue zorg, van het continuà?sme waarover ik eerder sprak. Parken zijn ook de uitdrukking van een poging mens en natuur te verzoenen of met elkaar te confronteren. Zij zijn ‘reflexieve natuur’, hun bestaan en voortbestaan zijn het resultaat van een continue zorg van mensen omtrent hun leefwereld,
omtrent hun afhankelijkheid van die wereld en van de wijze waarop zij een rol in die wereld kunnen spelen. Meende Walter Benjamin dat politiek vooral werd bedreven in de antiekhandels (dat was het tijdperk van moderniteit en vooruitgang!), zo zouden we nu kunnen stellen dat politiek een zaak van botanisten en tuiniers is geworden.

309. De impact van de in steden samengeklonterde creatieve culturele en politieke energie wordt echter dankzij Internet een stuk mobieler, flexibeler en ongrijpbaar. In de meest ideale setting is Internet dan ook een vorm van verheviging, verbreiding en mobilisering van die modern stedelijke openbaarheid, maar dat vereist een minimale behoud van die stedelijke openbaarheid zelf. Voor Nederland betekent dat heel concreet dat er afscheid moet worden genomen van een halve eeuw vooral sociaal-democratische stadsplanning, zonder te vervallen in de uiterste consequentie van totale ’ vermarkting’ van de stedelijke ruimte, die onverbiddelijk zal uitmonden in een combinatie van pretparken en gated communities, in de intrede in de ‘capsulaire beschaving’ waarvoor met name de Belgische filosoof Lieven De Cauter bij  voortduring waarschuwt.
312. Onze moderne cultuur heeft in zekere zin dat antagonisme, die permanente druk van dreigende verloedering en banaliteit nodig om zichzelf vooral als democratische cultuur staande te houden. Democratie is tenslotte ondenkbaar zonder de uiterst subversieve en tevens verleidelijke gedachte dat wij het beter weten dan de machten die ‘over ons gesteld’ zijn. Die verleiding brengt ons in de buurt van de gedachte dat ook het banale, het domme en het achterlijke betekenis hebben. En dat zou weleens de meest beschaafde, vooruitstrevende én productieve gedachte geweest kunnen zijn in de hele geschiedenis van de mensheid.

Lees verder »

Archief

Joseph Stiglitz, Eerlijke globalisering. Uitg. Spectrum

13 december 2006

Joseph Stiglitz, Eerlijke globalisering. Uitg. Spectrum

Met zijn vorig werk ‘Perverse globalisering’ – http://www.janvanduppen.be/?p=103 - filleerde Stiglitz de perverse mechanismen die onder de schubben van de globalisering woekeren.

In zijn ‘Eerlijke Globalisering’ is de intussen tot Nobelprijswinnaar geëerde economist niet veel verder gekomen dan het vaststellen van nog meer perverse mechanismen en het schrijven van een loflied op de goeie wil en de eerlijke wensen van brave mensen om die perverse mechanismen tot enige vorm van moreel besef te verlokken of te sturen.

Het lijkt alsof Stiglitz een zwaar gestoorde seksuele delinquent tot respectabel, waardig en voornaam gedrag wil verleiden. Zoals de meeste psychiaters en therapeuten weten, is dit een ijdele doelstelling. Zo ook waar het de perverse mechanismen van de wereldeconomie betreft.

In essentie blijkt vrijhandel van goedkope arbeidskrachten ervoor te zorgen dat armen als mobiele slaven andere slaven concurrentie aandoen elders in de wereld. Dat is intussen haarscherp duidelijk geworden in West Europa en Noord Amerika, maar ook in sommige gewezen ontwikkelingslanden die hun laag geschoolde arbeid razendsnel verliezen aan nog armere landen met nog lagere lonen en nog minder sociale bescherming.

Mensen worden in dit kader behandeld als vee dat in kampen bewaard wordt om op het juiste moment de arbeidsmarkt of het slachtveld te worden opgestuurd.

De naà?eve wensen van goede wil vanwege Stiglitz zijn soms aandoenlijk, soms pathetisch, vaak van een verbazende naà?eviteit. De macht – ook de economische – komt ten langen leste uit de loop van het geweer en niet uit de goodwill van economische experts, tot inkeer gekomen bedrijfsleiders of aanverwante ministers.

In het verleden trad alleen een reusachtige economische crisis met vaak grootschalig oorlogsgeweld als vroedvrouw op voor de eerlijke wensen van economen als Stiglitz. 

42. Er mag dan groei zijn, maar de meeste mensen zijn misschien slechter af. De economie van het ‘doordruppelen ’ die stelt dat als de economie als geheel groeit iedereen mee profiteert, blijkt steeds weer een misvatting te zijn

296. Voor een groot deel van de wereld ziet globalisering zoals die is bestuurd eruit als een pakt met de duivel. Een paar mensen in het land worden rijker; de bbp statistieken, voor wat ze waard zijn, zien er beter uit; maar de manier van leven en elementaire waarden worden bedreigd. Voor sommige delen van de wereld zijn de baten nog twijfelachtiger, en de kosten tastbaarder. Nauwere integratie in de wereldeconomie heeft geleid tot grotere volatiliteit en onzekerheid, en meer ongelijkheid. Zelfs fundamentele waarden worden bedreigd.
Dat is niet hoe het zou moeten zijn. We kunnen zorgen dat globalisering werkt, niet alleen voor wie rijk en machtig is maar voor iedereen, ook mensen in de armste landen. Het is een langdurige en zware taak. We wachten al te lang. Nu is het moment om een begin te maken.

Lees verder »

Archief

John Le Carré, De Luistervink, uitg. Sijthoff

10 december 2006

Boeiend boek, spannend verhaal over een bittere werkelijkheid achter het wereldnieuws over Midden Afrika en Congo waar multinationales de wereld naar hun hand pogen te zetten. De berichtgeving in de Westerse pers, de wijze waarop de regering Blair de Britse burgerrechten steeds verder aan banden legt, de vraatzucht van bedrijven als Halliburton: ‘Le Carré laat er geen twijfel over bestaan dat op elk ervan de begrippen opportunistisch, hypocriet en gewetenloos van toepassing zijn. Hij integreert deze polemische statements niet alleen in een spionageverhaal, maar ook in een aangrijpend relaas over een zoektocht naar identiteit in een multiculturele samenleving’

Alleen vrees ik dat Le Carré zijn onderwerp ook eens door een Chinese bril moet bekijken, want het tijdperk van de grondstoffenkartels van het westen lijkt in Afrika gekeerd. De Chinese vriendschapsbanden worden vandaag door alle zwarte potentaten met beide handen aangehaald en de invloed van de Chinese belangen op genocidale burgeroorlogen zoals in Darfoer worden steeds indringender en triester voor de lokale bevolking.

225. Onze Verlichter is een schaduw van zichzelf. Hij is dapper geweest- kijk maar naar zijn staat van dienst. Hij is zijn leven lang intelligent, toegewijd, loyaal en vindingrijk geweest. Hij heeft alles naar behoren gedaan, maar de kroon ging steeds weer naar de man naast hem of naar de man onder hem. En dat kwam omdat hij niet meedogenloos genoeg, niet corrupt genoeg, niet schijnheilig genoeg was. Maar nu zal hij dat wel zijn. Hij zal hun spel meespelen, iets wat hij had gezworen nooit te doen. En de kroon is binnen zijn bereik, alleen is ze dat niet. Want als hij die ooit zal dragen, dan zal zij toebehoren aan het volk dat hijzelf op zijn weg naar de top heeft bezwendeld. Elke droom heeft hij tien keer verhypothekeerd. En daarbij is ook de droom dat hij, als hij eenmaal aan de macht zal komen, zijn schulden niet hoeft af te betalen.

Archief

Monaldi & Sorti, Veritas, uitg. ' In het teken van de Bezige Bij' Amsterdam Holland – 2006

15 november 2006

Monaldi & Sorti, Veritas, uitg. ' In het teken van de Bezige Bij' Amsterdam Holland -  2006

Hun beider meesterstuk in zeven delen ontwikkelt zich na ' Imprimatur' en ' Secretum' gestaag verder in 'Veritas'. De ondertitel blijft ‘Literaire thriller’ – voor mij gaat het om een ‘Politieke Literaire Thriller’ met de klemtoon op het eerste epitheton: Monaldi & Sorti slagen er met hun forse boekdelen steeds weer in om de wereldpolitiek op adembenemende en vaak zeer verrassende wijze aan het woord te laten – dit keer weer meer dan 700 pagina’s met noten, bibliografie en een lijst met de aangehaalde muziekstukken (die best ook op cd worden uitgebracht om na te mijmeren en te genieten van de kunsten van toen). Het notenapparaat is een pareltje op zich waarmee ze van naaldje tot draadje hun stellingen onderbouwen aan de hand van een enorme hoeveelheid archiefstukken die ze bij elkaar gezocht hebben. Verrassende verbanden en verklaringen voor historische feiten waarvan de duisternis heel anders oogt nu zij er hun licht over hebben laten schijnen. Niets is immers wat het lijkt: alleen het beeld van het achrosticon lijkt eeuwige onveranderlijkheid te suggereren in het hoofd – het collectieve onderbewustzijn – van de mensheid: Iesum Solum?
Na Rome en Parijs is 'Veritas' een handleiding voor het Wenen van eind XVII begin XVIII eeuw.
Fascinerend wentelt de politieke wereld rond de troon en nadien omheen het sterfbed van Keizer Jozef I, de Zegevierende, die net als veel andere gekroonde heersers en hun nazaten met troonambities het loodje legt door haemorragische pokken, het gevolg van inoculaties, of vaccinaties avant la lettre.
Dit keer bewaren de auteurs hun bijzonder actuele filosofische beschouwingen voor de slotwoorden van de intussen tot stilzwijgen in zichzelf gekeerde schoorsteenveger uit Rome, die dan voor de derde keer het theater van de wereldpolitiek heeft aanschouwd aan de zijde van de intussen hoogbejaarde Italiaanse Abt Atto Melani, spion voor de allerchristelijkste koning van Frankrijk. 
De Keizersstad Wenen is in ‘Veritas’ het decor dat gedetailleerd geschilderd wordt met de alles doordringende blik van de beide meesters die intusen zelf in Wenen in ballingschap vertoeven omdat ‘Nemo propheta in patria’... Wenen was 300 jar geleden nog het kruispunt van Oost en West: de adem van de Turken en de volkeren uit ‘Half Azië’ ruik je in ‘Veritas’ tussen de kieren en in de straten.
Monalid & Sorti argumenteren met 'Veritas' overvloedig dat de Nieuwe Tijden echt aangebroken zijn met de Spaanse successieoorlog. Vanaf dan wordt het steeds duidelijker dat in Europa en daarbuiten niet langer de macht van vorsten en erfelijke heersers aan de orde is, maar de macht van het kapitaal dat niet meer statisch in goud of zilver verschijnt maar zich steeds vaker verbergt en betovert in papiergeld en waardepapieren, die zoals alle papier verduldig zijn en iedere leugen van hun scheppende heerser met trots en misprijzen dragen. Koningen die zich niet schikken naar de wensen van het kapitaal dat hun feesten en oorlogen, hun decor en hofhouding financiert, worden afgelegd op de vuilnisbelten van de geschiedenis.
Er klinkt heimwee in de woorden van abt Melani en zijn schoorsteenveger, heimwee naar de tijden dat helden nog goed en in hun ogen eenlijnig waren.
Voor de auteurs is met de Spaanse successieoorlog Europa en van daaruit de hele geglobaliseerde  mensheid definitief  aan de ondergang begonnen: '? In mijn boeken schrijf ik over één onmetelijke tragedie waarin de stervende held de mensheid is, die haar tragische strijd, die tussen wereld en natuur, eindigt met de dood. Omdat het helaas geen andere held heeft dan de mensheid, heeft dit drama evenmin een andere toehoorder. Maar waaraan gaat mijn tragische held ten onder? Hij is een held die ten onder gaat aan een situatie die hij over zichzelf heeft afgeroepen als een roes, en tegelijk als een verplichting.'?
Voorwaar gruwelijke voorspellingen, die de geschiedenis naar waarde zal weten te schatten.

Ik kan me echter niet ontdoen van het gevoel dat Monaldi & Sorti de millennia voordien idealiseren en geweld aan doen wanneer ze daar alleen maar rechtlijnige helden en heersers zouden herkennen.

De Ilias van Homeros '? 2500 jaar ouder dan de Spaanse successieoorlogen -  is volgens Robert Calasso in 'De Bruiloft van Cadmus en Harmonia' het boek van de helden die door de goden bewogen werden. In de Ilias wordt ook het mechanisme van de inwisseling op gang gebracht, waardoor iedereen en alles  vervangbaar wordt. Wanneer de mens inruilbaar wordt, herhaalbaar en vervangbaar dan komt het proces van verdierlijking op gang, waarbij het meest individuele verdwijnt en wat overblijft is het naakte leven dat samen gedrumd kan worden in de naamloze collectieve kooien, de kampen van de twintigste en de eenentwintigste eeuw.
Misschien voorspelt dit het lot van de geglobaliseerde mensheid, vandaag en morgen.
Odysseus daarentegen is de laatste held. Hij sluit de cyclus. Odysseus gaf voor het eerst voorrang aan het indirecte boven het directe, aan sluwheid boven aanwezigheid, aan behoedzaamheid boven een rechtlijnige aanpak. Lang voor al deze eigenschappen in de loop der eeuwen werden toegeschreven aan kooplieden, vreemdelingen, joden en komedianten, had Odysseus zichzelf ermee getekend. De held gaf een voorproefje van de leefwijze waarin noch aristocratische openheid, noch democratische vrijheid van meningsuiting zouden volstaan.
Terwijl aristocratische helden als Achilles en Agamemnon zich in ons geheugen griffen als overblijfselen van een voorbije wereld, opgeslokt door een catastrofe, blijft Odysseus ons vertrouwd als een onzichtbare metgezel.

 

649. In de luwte van de nieuwe demon uit Engeland die de geldhandel is, wordt de natuur door hysterie overweldigd. Haar gewapende arm is papier. De couranten hebben in deze laatste jaren een ware explosie gekend die niet lijkt op te houden. En ik wilde als jongeman nog wel journaalschrijver worden!.
Couranten zijn machines, waaraan het leven van mensen wordt uitgeleverd. Het leven dat deze machines verslinden is uiteraard zoals het in een tijd als deze, de tijd van machines, wel moet zijn; enerzijds stupide, anderzijds krankzinnige productie, allicht, en het een wat meer en het andere minder gestempeld door het kenmerk van platheid.
Het papier beveelt het wapen en heeft ons al tot invaliden gemaakt voordat er slachtoffers van kanonnen vielen. Waren niet alle rijken van de fantasie al geplunderd toen dat door de pers gedrukte vel de bewoonde wereld de oorlog verklaarde? Niet dat de pers de machines van de dood in beweging heeft gezet; maar wel heeft ze onze harten leeggemaakt, zodat we niet meer kunnen bedenken hoe het geweest zou zijn zonder couranten en zonder oorlog. Ziedaar zijn verantwoordelijkheid in de oorlog. En van de wijn van zijn wellust hebben alle volkeren gedronken, en de koningen der aarde hebben ermee genaaid, en wij vielen door de schuld van de hoer van Babylon, die – gedrukt en verspreid – ons in alle talen van de wereld overreedde dat er vijanden waren en dat er oorlog moest zijn.
416. De Ottomanen betekenen op zich eigenlijk niets. Door de eeuwen heen zijn ze altijd de sterke arm van het Westen geweest, tegen het Westen zelf gericht. 200 jaar geleden heeft de koning van Frankrijk, Frans I, Suleiman de Grote voorgesteld om het keizerrijk in Hongarije aan te vallen; een voorstel dat verwelkomd werd, en met succes. In Italië riep de stad Florence Mohammed II te hulp tegen Ferdinand I, de koning van Napels. Om de Portugezen, die hun handel in de weg zaten, uit de Levant te verjagen  heeft Venetië de troepen van de sultan van Egypte ingezet. En een keur aan Italiaanse militaire ingenieurs heeft de sultan zijn diensten aangeboden, mits die goed betaald zouden worden. Toen Philips II van Spanje tot de verovering van Portugal overging heeft hij de koning van Marokko land geschonken om hem gunstig te stemmen en zo christelijk grondgebied in de handen van de ongelovigen gegeven: en dat om een katholieke koning te kunnen uitkleden. Zelfs de pausen Paulus III, Aleksander VI en Julius II hadden de hulp van de Turk ingeroepen toen hun  dat uit leek te komen. In het jaar 1683 had zelfs de allerchristelijkste koning heimelijk de Turken gesteund toen die Wenen bedreigden.

Lees verder »

Archief

Gabriël van den Brink, Culturele contrasten

24 september 2006

Gabriël van den Brink, Culturele contrasten – Het verhaal van de migranten in Rotterdam.  uitg.  Bert Bakker 2006

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in Nederland van 2002 werd ondermeer te Rotterdam het oude stadsbestuur weggestemd. Het nieuwe college van Burgemeester en Wethouders vroeg aan Gabriël Van den Brink en sociaal-psycholoog Dick de Ruijter onderzoek te doen naar de positie van migranten in Rotterdam. Een uitgebreid onderzoek met intervieuws in de eigen taal leidde tot een reeks gegevens over huwelijks- en gezinsleven, geloofsbeleving, ervaringen met werk en onderwijs, sociale contacten en hun kijk op de Nederlandse samenleving.
 
Van den Brink concludeerde hieruit dat in Rotterdam een etnisering van de samenleving bezig is waarbij de verschillende groepen steeds meer langs elkaar heen leven. De samenleving lijkt alles behalve een vorm van ‘samen’- leven, maar eerder een gelaagde structuur waar geen of nauwelijks verticale etnie-overschrijdende contacten plaats hebben: ‘Diversiteit is mooi, maar die kan alleen bestaan binnen een kader van gedeelde waarden.’ 
 
Van den Brink is intussen o.m.  hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde in Tilburg en geeft les aan de Politieacademie. Zijn visie is niet onomstreden. Empirische sociologen vinden dat hij te lichtvaardig waardeoordelen velt. Zelf zegt hij zich te houden aan de regels van het vak, maar in zijn geval is dat er meer dan één.

Ik vond zijn boek Culturele contrasten bijzonder boeiend en herkenbaar, zij het niet voor zijn beschrijving van en conclusies over de Antilliaanse populatie in Rotterdam.

Grootsteden van vandaag die een toevloed verwerken van mensen uit de hele wereld vertonen eenzelfde gelaagdheid en een toenemende reële segregatie. Op de werkvloer is er wel verplichte interactie, maar daarbuiten én in de publieke ruimte lijkt de segregatie toe te nemen. Mensen van eenzelfde culturele origine of eenzelfde land van herkomst blijken eerder met elkaar een sameleving op te zetten dan met mensen uit andere culturen als buren. Meer nog, de pogingen tot sociale en culturele ‘mix’ in de verschillende Rotterdamse wijken lijken uit te draaien op meer gesegregeerde woonvormen, waarbij de minderheidsgroepen zo snel mogelijk hun biezen proberen te pakken. Deze segregatie uit zich ook in de samenstelling van de schoolpopulaties.

De ‘moderniteit’waarover van den Brink spreekt, wordt buitengehouden uit deze culturen die elkaar niet erkennen en herkennen als buren maar in zichzelf gekeerd mytische en vaak onbestaande waarden van het land van herkomst blijven koesteren. Het percentage gemengde huwelijken is miniem, het aantal huwelijken met partners uit het land van herkomst is en blijft zeer hoog. Ook op politiek vlak zal deze segregatie zich wreken omdat voor vele verkozenen en politieke ambtsdragers de eigen achterban de ultieme afrekening zal maken.

Lees verder »

Archief

Frank Furedi, Waar zijn de intellectuelen?, Meulenhoff.

12 augustus 2006

‘Where Have All the Intellectuals Gone?’ van Frank Furedi  heeft iets van het bloemenlied uit de jaren ’ 60 van Pete Seeger. Het is een klaagzang die hier en daar rare refreintjes neuriet en vaak de helderheid mist van het snijdend essay waar Frank Furedi zo intens voor pleit in zijn kritiek op de rol en de positie van de intellectuelen, de onderwijshervormingen, de social-engineering-ideologie van gelijke kansen als ultieme trukendoos voor de verdere infantilisering van de kiezer. Zijn vorige stukken in ‘Culture of Fear’,  ‘Paranoid Parenting’ leken mij beter doorwrocht.
De vertaling van zijn nieuw boek is vlot leesbaar, maar wie het in een Nederlandse vertaling heeft over ‘Benda, J. (1959) The Betrayel of the Intellectuals, Boston, USA, MA: The Beacon Press ’ als hij Julien Benda, ‘La trahison des clercs’ uit 1927 bedoelt, doet mij ook even slikken.
Ik heb een reeks erg boeiende citaten aangehaald en hier en daar van een soms wat uitgebreidere commentaar voorzien omdat Furedi in zijn boek toch met vaardigheid enkele heilige huisjes sloopt en zich op sommige punten vergist van sloophamer of gebouw.

Omdat hij – terecht '? de verantwoordelijkheid voor de intellectuele ellende bij de voornamelijk linkse intelligentsia van de voorbije decennia legt, en ik hem daarin kan bijtreden, probeer ik hier ook een inkijk te geven in de manier waarop het ' gelijke kansen' verhaal in het onderwijs in Vlaanderen en meer bepaald bij de sp.a werd gebruikt om de nieuwe voorzitter uit de startblokken te krijgen en wat de interpretatie van de Europese BaMa richtlijn van Bologna voor het hoger en universitair onderwijs in Vlaanderen zal betekenen.

Tot slot formuleren we enkele proeven tot verklaring van het falen van de sociaal democratie en de socialistische ideologie – vroeger, nu en morgen – met een paar bedenkingen over anders en het hoe en waarom, en ook weer niet.

Niets is immers wat het lijkt, zeker niet in de heksenketel van de wereldpolitiek.

 

Lees verder »

Archief

Michel Houellebecq, De wereld als markt en strijd

3 juli 2006

Michel Houellebecq, De wereld als markt en strijd. uitg. Arbeiderspers

46. Die geleidelijke vervaging van menselijke relaties blijft niet zonder gevolgen voor de roman. Want hoe zou je nog kunnen vertellen over van die vurige, jarenlang voortdurende passies, waarvan de gevolgen soms generaties lang merkbaar bleven? (...) . De romanvorm is niet bedoeld om onverschilligheid of absolute leegte te beschrijven; daarvoor zal een vlakkere, beknoptere en fletsere uitdrukkingsvorm moeten worden uitgevonden.

Lees verder »

Archief

Dik zijn is gezond – Luc Bonneux

28 april 2006

,,Van echte zwaarlijvigheid ga je dood, maar overgewicht is normaal, zeker op middelbare leeftijd.’‘

OOIT zijn ziekenfondsen opgericht door bewuste proletariërs, om zich te verzekeren tegen de financiële aanslagen door ziekte. De Verenigde Staten tonen het grote nut van een universele ziekteverzekering door er géén te hebben. Ondanks zeer hoge uitgaven voor de gezondheidszorg, zijn de gezondheidsindicatoren van de VS slecht. Torenhoge behandelcijfers tonen hoe twee derde van de bevolking is oververzekerd en overbehandeld, het overige derde is onderverzekerd en onderbehandeld.

België is ook dit onzalige pad op. De patiënt betaalt steeds meer supplementen in het ziekenhuis, aanvullende verzekeringen ondergraven het principe van de solidaire en universele verzekering. De gezonde persoon wordt nu tot legitieme prooi verklaard door de ziekenfondsen. In 1922 was Dr. Knock ou le triomphe de la médecine nog een satire op een handige kwakzalver. In de eenentwintigste eeuw wordt het brute realiteit: wie gezond is, betaalt zich blauw aan een ziekteverzekering die prullaria voor gezonde personen vergoedt, maar wie ziek is, krijgt te horen dat het zijn eigen schuld is. (...)

Frutseltherapie

De ziekenfondsen bestrijden nu consumentisme met nog meer consumentisme, het terugbetalen van allerhande ‘interventies’ tegen zwaarlijvigheid. Dat heeft niets te zien met preventieve geneeskunde, er is namelijk geen spat van bewijs dat het wat zal uithalen. Het heeft alles te zien met publiciteit, gevoerd met geld te besteden voor zieken. Wat later kunnen dan die zieken worden beschuldigd dat ze ziek zijn door hun eigen schuld: de winst wordt twee keer geteld. Geld voor ziekenfondsen wordt niet gedrukt door de regering, en kan maar één keer worden uitgegeven. Wie als ziekenfonds prullaria, zoals peperdure margarines, fitness-abonnementen of alternatieve frutseltherapieën terugbetaalt, haalt dat uit de zakken van zieken, die nu (nog) meer zelf zullen moeten betalen. Dat is misschien wel een nuttig weetje voor verzekernemers.

Luc Bonneux in De Standaard opinie 28/4/2006 p.22 (De auteur is arts-epidemioloog.) http://www.standaard.be/ opinie

Archief

Als bannelingen, vogelvrij in deze Heilige Halle'?

24 april 2006

Als bannelingen,
vogelvrij in deze Heilige Halle'?

Lezing aan de hand van 'Shi Mian Mai Fu' – Huis van Vliegende Dolken ook bekend als 'House of Flying Daggers' van de Chinese regisseur Zhang Yimou op muziek van Shigeru Umebayashi. Deze film  speelt in China, Zhong Quo, het Rijk van het Midden waar de eens zo machtige Tang dynastie in verval is.

Lees verder »

Archief

WTO Cancun 5de Minist.Conferentie, Mexico 7 '?16/9/2003

12 februari 2006

Cancun, Mexico 7 –16/9/2003

Octavio Paz: “Todo es presencia, todos los siglos son este Presente” – “ Alles is illusie, voorstelling, alle eeuwen zijn hier vertegenwoordigd”

Cees Zoon ‘De Lokroep van Mexico’ Nijgh&VanDitmar 1991

Anthony Pagden, Van Mensen en Wereldrijken, De Bezige Bij

Jeffrey Robinson, De Medicijnenmafia, geld, ego en macht binnen de farmaceutische industrie, Nederlandse vertaling van Prescription Games 2001 bij uitgeverij Elmar 2003

Gerard van Westerloo, ’ Niet met de bestuurder spreken’

 

Lees verder »

Archief

Joseph Stiglitz, Perverse Globalisering

9 januari 2006

‘Joseph Stiglitz, Perverse Globalisering’,

‘2003-09-01 00:09:29’,

‘Wat is de wereld klein en wat is dat fijn. Voor de viering van de juryvoorzitster van Open Doek Turnhout, voorheen Focus op het Zuiden, was ik gevraagd oude kennissen en vrienden opzoeken van G.W. en dacht aan G.R., doch had in 20 jaar niets meer van hem vernomen. Hij was wattman geweest bij de Brusselse MIVB STIB, perfect tweetalig en dissident in zijn denken als lid van de redactie van het populaire weekblad in de vroege jaren tachtig.
Hoe vind je zo iemand die intussen aan de ULB gedoctoreerd was op
planeconomie terug?
Ik gooi zijn naam in google en er draait een eindeloze reeks hits uit
waaruit al snel blijkt dat hij economieprof is aan de universiteit van
Berkeley Californië en dat hij samenwerkt met Stiglitz waar hij me de tip
geeft die man eens te lezen voor ik me aan mijn sociale economie theorieën
ga wagen.
Ik heb hem niet beschaamd als oude collega van bij het populaire
weekblad.
Ik heb het boek gesavoureerd en mag het eenieder aanraden.
Maar hoewel niemand gelukkig was met de ellende die de IMF
programma’’s vaak teweegbrachten, werd binnen het IMF domweg aangenomen dat hoe groot die ellende ook was, deze een noodzakelijk onderdeel was van de pijn die landen moesten ervaren op hun weg nar een succesvolle markteconomie, en dat de maatregelen in feit de pijn zouden verminderen die landen op de lange termijn zouden moeten ondergaan. p. 12


Lees verder »

Archief

MEDEDOGEN ontbreekt bij de regeringspartijen – de vakbonden zijn aan zet!

28 oktober 2005

 

De Standaard, 28/10/2005 – Opinie en Analyse
 
De Vakbonden zijn aan zet.
 
 

MEDEDOGEN ontbreekt bij de regeringspartijen in dit land en dat zal hen zuur opbreken. De kiezer is zijn vertrouwen kwijt in een beleid dat triomfantelijk een rommelig ‘generatiepact’
en een gekunstelde begroting over de hoofden van de bevolking uitstrooit: we leven te lang
 en kosten te veel, dus moeten we langer blijven werken, willen we nog enig pensioen kunnen
beuren. De jongerenwerkloosheid blijft schrijnend hoog en ‘duurzaam ondernemen’
verliest verder aan betekenis.

Lees verder »

« Volgende berichten