Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog

Archief

Gravensteengroep: Politieke solidariteit, een noodzaak voor de democratie

4 juli 2008

Politieke solidariteit: een noodzaak voor de democratie

België kreunt onder een gebrek aan politieke solidariteit. Recente gebeurtenissen illustreren dit scherp. Franstalige politici hebben opnieuw een aantal beslissingen van het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering verdacht gemaakt in de Raad van Europa. Ook de Verenigde Naties werden onlangs in dit proces ingeschakeld.
Dit zijn zorgwekkende feiten. Redelijke en rechtvaardige Vlaamse standpunten worden voortdurend geassocieerd met een extreem rechts gedachtegoed, zoals het eerste Gravensteenmanifest reeds stelde. Die kritiekloze aanname creëert een klimaat waarin de Vlamingen als onverdraagzaam worden voorgesteld. Er zijn Franstaligen die zich nu verheugen omdat men in het buitenland denkt: 'Vlaanderen is racistisch'. Alsof dat zelf geen racistische gedachte is. Dergelijke praktijken verzieken de omgang tussen Vlamingen en Franstaligen.

Internationale spelregels
Een consequente toepassing van Europese principes in België zou het Vlaamse standpunt vooral bevestigen. In het huidige Europa kan een grens niet langer worden beschouwd als een slagboom, of het grondgebied als een slagveld. De binnengrenzen van Europa functioneren vandaag veeleer als spelregels. Wie Luik verlaat richting Aken, of Kortrijk richting Parijs, komt voorbij de voormalige staatsgrenzen weliswaar in een andere taal en cultuur terecht, maar gelukkig niet langer in een andere wereld, of een ander Europa.
Vandaag hebben Fransen rechten in Duitsland. Ze genieten er, zoals alle EU-burgers, de bescherming van Europese wetten en verdragen. Ze kunnen er wonen, werken, studeren, leven'¦ Maar ze hebben er ook plichten. Ze worden geacht de taal en cultuur te respecteren van het land dat hun gastvrijheid biedt. Er zijn spelregels: elke grensovergang is als het betreden van een nieuw vakje in een gezamenlijk spel.
De Gravensteengroep gaat uit van een '“ voorwaardelijk '“ vertrouwen in de onomkeerbaarheid van de Europese eenwording. Dit Europa is nog niet ideaal. Maar het is zeker niet langer de speeltuin van een Bismarck, of een Napoleon.
Als de negentiende-eeuwse versie van de natiestaat achterhaald is, dan geldt dit ook voor België. De Gravensteengroep vraagt niets anders dan dat Europese en dus inter-nationale regels ook in ons land worden gerespecteerd. Het territorialiteitsbeginsel maakt daar deel van uit, als de politieke basis voor een vreedzaam samenleven in federaal verband. Maar ook het respect voor de meerderheidsregel behoort tot die regels, evenals de politieke verantwoordelijkheid van de bestuurders voor het gevoerde beleid ('no taxation without representation').

IJzeren Rijn
Wij wensen dat de Franstaligen in België eindelijk ophouden onze problemen vanuit een eng nationaal kader te benaderen. Dat bovendien een deel van de Vlamingen onze zoektocht naar een democratische en Europese benadering niet bijtreedt, blijft een probleem. Zelf kritiekloos de Belgische natie verdedigen maar anderen nationalisme verwijten, is niet ernstig.
Het aankaarten van het democratisch deficit in België is het tegendeel van 'Vlaamse navelstaarderij'. Hoe meer je onze buurlanden bestudeert, hoe duidelijker blijkt dat de basisprincipes van een volwaardig, democratisch federalisme in ons land niet worden toegepast. Eén van die principes is de politieke solidariteit. In het tweede Gravensteenmanifest stelden we dat solidariteit het eigenbelang overstijgt. Politieke solidariteit betekent onder meer dat politici van het ene landsdeel niet moedwillig handelen tegen het belang van een andere deelstaat in.
Een illustratie van dat laatste was het optreden van het Waalse Gewest in het dossier van de 'IJzeren Rijn'. De Vlaamse regering heeft jarenlang moeizaam onderhandeld met Nederland over de aansluiting van de Antwerpse haven op het Duitse Ruhrgebied via het spoor. Het traject liep niet over Waals grondgebied en kwam niet ten laste van de Waalse begroting. Toch vond de toenmalige minister-president van het Waalse Gewest, Elio di Rupo, in een advies aan het provinciebestuur van Maastricht dat het hele project 'weggegooid geld' was. Terecht noemden de sp.a-ministers deze visie 'ongehoord, inconsequent en dom'. Wie de elementaire principes van de politieke solidariteit niet respecteert, ondermijnt zelf het samenleven in de federale staat België.

Machtsvacuüm
In België wordt de doorwerking van de democratie al decennialang tegengewerkt. Vandaag behoort het tot het politieke spel om de meerderheidregel niet te respecteren. Franstaligen steigeren als in de Kamer van Volksvertegenwoordigers de Vlamingen hun meerderheid gebruiken om een kieswet aan te passen. Nochtans hebben deze laatsten daar volgens de Grondwet het volste recht toe. Anderzijds eisen de Franstaligen dat de meerderheid in een faciliteitengemeente zou mogen beslissen over een aanhechting bij Brussel, terwijl voor een dergelijke procedure geen grondwettelijke basis bestaat. Er wordt geen moeite gespaard om een democratische maatregel als de Vlaamse wooncode voor te stellen als een dwangmaatregel van een racistische overheid.
Door dit alles zijn wij in een crisis van de democratie zonder voorgaande beland. De meerderheid kan haar democratische visie op het toekomstige beleid niet realiseren. Zij wordt voortdurend afgeblokt door de minderheid, die nochtans in de wetgeving ruime bescherming geniet. De scheiding der machten is zonder voorwerp, aangezien er geen macht meer is maar een steeds zorgwekkender vacuüm. Dìt België ter discussie stellen, lijkt ons een daad van democratisch verzet.

Herstel van de democratie
De loodzware taak van de huidige regering is niet alleen het vestigen van goed bestuur, maar eerst en vooral het herstel van de democratie. Dit zal enkel slagen indien het belang van enkele fundamentele regels wordt erkend: De erkenning van het territorialiteitsbeginsel. Waardering, te goeder trouw, voor de democratische spelregels in de Belgische politiek. Respect voor de meerderheidsregel. Verantwoordelijkheid van de verschillende overheden voor het eigen beleid, wat moet leiden tot ruime fiscale autonomie.
Wie het Belgische federalisme nog een toekomst wil geven, stemt ondubbelzinnig in met een institutionele pacificatie, waarvan de vanzelfsprekende splitsing van B-H-V een hoeksteen vormt. Als de Franstalige minderheid werkelijk wil dat dit land, waarvan zij nu enthousiast de vlag hijst, door de Nederlandstalige meerderheid in ere wordt gehouden, dan moet zij voor die meerderheid zelf het nodige respect opbrengen.
De macht uit haar vacuüm en de democratie uit haar diepe crisis halen, zal meer vergen dan 'vijf minuten politieke moed'. Het veronderstelt bij de verantwoordelijken een visie die uitgaat van de dringende behoefte aan politieke solidariteit. Het vereist een overtuigingskracht die daaraan beantwoordt. Zonder politieke solidariteit, zowel bij de overheden als de burgers, wordt verdraagzaam en democratisch samenleven onmogelijk. Alleen de bewuste keuze voor politieke solidariteit zal het land uit het huidige vacuüm halen.
Wij pleiten ervoor dat de stilaan uitzichtloze Belgische crisis wordt benaderd vanuit een democratische, rationele invalshoek. Wij kunnen niet langer aanvaarden dat de redelijkheid van de democratie in heel Europa mag zegevieren, behalve in België. Wij eisen geen grond, geen geld en geen macht. Wij wijzen op principes die moeten leiden tot meer democratie.
www.gravensteengroep.org

Etienne Vermeersch (ere-vice-rector Universiteit Gent), Jan Verheyen (regisseur),
Frans-Jos Verdoodt (em. prof. Utrecht, prof. Universiteit Antwerpen), Tuur Van Wallendael (gewezen journalist, sp.a), Piet van Eeckhaut (gewezen voorzitter provincieraad Oost-Vlaanderen, sp.a), Jan Van Duppen (gewezen gemeenschapssenator en huisarts), Luc Van Doorslaer (docent Lessius, K.U.Leuven, journalist), Jef Turf, (oud-vice-vooritter KP), Johan Swinnen (prof. VUB, Hogeschool Antwerpen, Sorbonne), Bart Staes (Europarlementslid Groen!), Brigitte Raskin (schrijfster), Jean-Pierre Rondas (producer Klara), Yves Panneels (communicatiedeskundige), Chris Michel (journalist), Bart Maddens (prof. K.U.Leuven), Karel Gacoms (ABVV-militant), Paul Ghijsels (voormalig journalist en ambtenaar), Peter Hoogland (bedrijfsleider), Pierre Darge (journalist), Paul De Ridder (dr. historicus, medewerker TV Brussel), Dirk Denoyelle (cabaretier), Peter De Graeve (prof. Universiteit Antwerpen), Eric Defoort (em. prof. K.U.Brussel), Jo Decaluwe (acteur-regisseur), Willy Courteaux (gewezen journalist), Jan Bosmans (arts, auteur), Tinneke Beeckman (dr. filosoof VUB), Ludo Abicht (voormalig prof. Universiteit Berkeley)

Archief

Imre Kertész, Dossier K. Een onderzoek. Uitg. De Bezige Bij 2006

2 juli 2008

Imre Kertész, Dossier K. Een onderzoek. Uitg. De Bezige Bij 2006

De eerste Hongaarse Nobelprijswinnaar literatuur 2002 speelt in Dossier K. een spel met zijn interviewer Zoltán Hafner die hij na een diepte-gesprek de vragen en antwoorden ontfutselt om een Dossier K. te herschrijven, dat als handvat kan helpen om doorheen zijn oeuvre te ploegen op zoek naar de betekenis van de sterk geurende truffels in het herfstige woud van het Hongaarse leven.
In de Groene Amsterdammer van 19/10/2002 heeft Graa Boomsma het over Kert'sz als 'het geheugen van Hongarije':
'Voor Imre Kertész ' – privé-overlevende van Auschwitz-Birkenau – is schrijven zowel noodzaak, vlucht als redmiddel «om mijn geestelijke wereld te redden». Zijn balpen is zijn spade, de aard van zijn schrijfwerk is graven, «het verder graven aan een graf in de hemel».
Teruggekeerd uit Auschwitz en Birkenau wordt Kertész journalist en partijlid. Maar de stalinistische ideologie is aan hem niet besteed. Hij trekt zich terug uit de maatschappij. Hij leeft 35 jaar op een piepklein flatje in Boedapest, in een straatje ingeklemd tussen twee drukke verkeersaders. Zijn vrouw werkt, hij schrijft, in een drukkend isolement. Het jaar 1989 is niet echt een bevrijding voor hem. In 1995 sterft zijn vrouw. Hij hertrouwt. Zijn literaire kwaliteiten worden in Amsterdam, Berlijn en andere steden zeer gewaardeerd. In Boedapest blijft het akelig stil.
In een interview heeft Imre Kertész eens gezegd dat Hongarije een trauma aan de Eerste Wereldoorlog heeft overgehouden, toen het, met Duitsland, tot de verliezers behoorde. Dat trauma zorgde ervoor dat Hongarije in de Tweede Wereldoorlog eveneens tot de daders ging behoren. Het is die historische rol van Hongarije, met alle gevolgen van dien voor de zevenhonderdduizend Hongaarse joden, die nog steeds niet in de volle openbaarheid wordt bediscussieerd.
Wat hield dat trauma – waarvoor Kertész en vele honderdduizenden moesten bloeden of waarvoor ze de gaskamers werden ingejaagd – nu in? De Vrede van Trianon in 1920 zorgde ervoor dat Hongarije – eens onderdeel van de machtige Habsburgse monarchie – tweederde van zijn grond gebied kwijtraakte. Admiraal Nikolaus Horthy streefde in de jaren dertig naar drastische verschuiving van de Hongaarse grenzen en sloot zich aan bij de expansiedrift van het fascistische Italië en nazi-Duitsland. Maar toen Hitler er in 1944 lucht van kreeg dat Horthy, die de nederlaag van de As-mogendheden aan zag komen, uit opportunistische redenen een afzonderlijke vrede wilde afsluiten met de westelijke geallieerden en met de Sovjet-Unie, betekende dat het begin van het einde van het Hongaarse Horthy-tijdperk. Op 12 februari 1944 schreef Horthy een brief aan Hitler waarin hij de terugkeer eiste van negen Hongaarse divisies die aan het oostfront vochten. Hij had die zogenaamd nodig om de Karpatische kust tegen het oprukkende sovjetleger te verdedigen. Hitler vond toch al dat de Hongaarse divisies bij Stalingrad weinig voor elkaar hadden gebracht. Hij besefte dat Hongarije van twee walletjes wilde eten. Horthy had Hongarije uit de oorlog willen halen; Hitler meende dat de Hongaarse joden als vijfde colonne opereerden, iets waar Horthy niets aan deed. Daarom, en om de broodnodige grondstoffen, bezette Hitler op 18 en 19 maart 1944 Hongarije en installeerde hij een marionetten regering in Boedapest.
In het kielzog van het Duitse bezettingsleger bevonden zich Eichmanns troepen. Binnen een paar dagen pakte de gewillig meewerkende Hongaarse politie duizenden joden op. De eerste treinen naar Auschwitz begonnen al in april 1944 te rijden. Een van de passagiers in de veewagens was de vijftien jarige Imre Kertész.
Begin juni waren er maar liefst driehonderdduizend joden uit Pest en elders naar hun dood getransporteerd. In juli, toen er exact 437.402 Hongaarse joden naar de gaskamers waren gestuurd (zie Ian Kershaws biografie Hitler, Nemesis 1936-1945), liet Horthy de transporten stoppen. ('¦)’

Een bezoek aan Boedapest in november 2007 was een belevenis. Niet zozeer omwille van de herkenning van het Nyugati-plein voor het westelijke station waar de vrolijke bruin-oranje kleuren uit de jaren zeventig vergrijsd waren zoals de Magyaren die zich doorheen de koopspelonken bewogen. In de vroegere Stalinallee – nu weer Andrássy út 60 – waar de staatsveiligheid traditioneel huis hield onder de diverse regimes, worden nu hun prestaties en erelijsten herdacht. In het Szobor park ver buiten de stad werden de monumenten van de socialistische arbeiders- en boerenstaat verwameld, want nog steeds kan Hongarije niet uit de voeten met het eigen verleden.
Aan het einde van de Baros út waar ooit de hoeren het Orczy Ter bevolkten, liepen we over de Fiumei Ut naar de Kerepesi begraafplaats waar de groten van vroeger zoals Kossuth en Deák hun mausoleum hebben en waar modernisme handig inwisselbaar bleek om de steeds wisselende helden en voorgangers van de arbediers- en boerenstaat te herdenken in vervuilde witte travertijn. Doorheen het gerestaureerde gedeelte van de Ervin Szabà³ bibliotheek was de jeugd van Boedapest aan de studie te zien in luxe van vroeger. In het Hongaars Nationaal Museum was de nationalistische ellende nog steeds niet te overzien.
Maar het meest aangrijpende waren luttele foto’s in het Joods museum van de grote synagoge. Ze toonden hoe de Hongaarse politiediensten joodse medeburgers ophingen aan rechtopgezette treinbiels, het snoer om de hals en over de kop van de staande dwarsliggers, en dan het opstapje wegtrekken.
Het was daarna belangrijk voor mij om even te bekomen in de schaduw van de zilveren treurwilg voor Raoul Wallenberg.

Halverwege 1945 keerde Imre Kertész terug in Boedapest, als zestienjarige jongen. De hoofdpersoon uit ‘Onbepaald door het lot’ – die op onbegrip stuit – beseft dat hij er geen genoegen mee kan nemen dat alles alleen maar een vergissing was, «een blind toeval, een uitglijder van de geschiedenis of – erger nog – iets wat vergeten moet worden».

Hongarije mag dan veel hebben verdrongen van zijn eigen heikele historie, wie Imre Kertész leest kán niet meer vergeten. Met de Nobelprijs voor literatuur werd het geheugen van Hongarije passend eer betuigd. Al zullen heel veel Hongaren daar een heel andere mening over koesteren.

Lees verder »

Archief

Péter Esterházy, Harmonia Caelestis. uitg. De Arbeiderspers (2000-2002) '“ Verbeterde Editie (2003-2004)

30 juni 2008

Péter Esterházy, Harmonia Caelestis. uitg. De Arbeiderspers (2000-2002) '“ Verbeterde Editie (2003-2004)

De auteur is een nazaat van één der oudste, machtigste en rijkste adellijke families van Hongarije.
Hij werd wel geboren in 1950 wanneer het socialisme reeds glorieus had gezegevierd en nadat zijn vader alle bezittingen in handen van de arbeiders- en boerenstaat moest overlaten om zichzelf te kunnen proletariseren.

Péter Esterházy heeft met 'Harmonia Caelestis' een turf geschreven over zijn vele vaders omdat hij alle Esterházy-vaders en voorvaderen als de zijne moet beschouwen, wil beschouwen, kan beschouwen. Daardoor heeft hij geen keuze tussen al die vaders. Hij kan er zich achter verschuilen, maar dat impliceert medeverantwoordelijkheid.

«De familie, zowel het gezin waarin ik leef met mijn vrouw en vier kinderen, als de grote familie, uit de historie, is mijn grote ervaring, met allerlei gevolgen voor mijn leven. Ik heb ze beide gekregen, zonder er veel voor hoeven te doen. Ik ben in de grote familie geboren toen deze al op geen enkele manier groot of groots meer te noemen was. Daarom is mijn relatie ermee eerder observerend en aanvaardend dan kritisch. Was ik geboren ten tijde van de volle glorie en macht, dan had ik mijn positie moeten bepalen ten opzichte van deze macht. Nu hoeft dat niet, het is voldoende me te realiseren dat ik in een interessante positie zit, dus we kunnen inderdaad die zin citeren. Of het om de geschiedenis van Hongarije of die van Europa gaat, ik kan het als familiegeschiedenis hanteren. Ik zoek even in de geschiedenisboeken op welke van mijn voorvaderen met een bepaald onderwerp te maken hadden, en ik heb meteen een levende relatie tot een tijdperk.» ( Interview In De Groene Amsterdammer)

In zijn boeken neemt hij als Hongaars auteur die verantwoordelijkheid mee op en zoekt hij naar de gronden van de Hongaarse positie binnen de EU en die van de Hongaarse houding tegenover de buurlanden met grote Hongaarse minderheden, maar ook tegenover de geschiedenis van de joden in eigen land.

'Het is geen toeval dat er geen Hongaars woord is voor Vergangenheits bewà¤ltigung. Het woord bestaat niet omdat die activiteit niet bestaat. Het woordenboek stelt omschrijvingen voor: het verwerken van het verleden, vrede vinden met het verleden. Misschien betekent dit alleen maar dat de Hongaarse taal weet wat de Duitse taal is vergeten, dat je het verleden niet kunt bewà¤ltigen, overwinnen, afhandelen, maar het lijkt alsof het Hongaars daaruit ook de verkeerde conclusie heeft getrokken dat ‘Vergangenheits bewà¤ltigung’ als werk, als verplicht werk voor Europa, evenmin mogelijk is.
Niemand kan zijn eigen problemen alleen oplossen. Het komt onder meer door de gestelde Duitse vragen dat wij de vragen die ons aangaan niet stellen, en het komt onder meer door onze nog niet gestelde vragen dat de Duitsers de ontbrekende vragen niet kunnen stellen.
De Duitsers hebben hun eigen schuld benoemd, maar niet hun pijn.
De eigen misdaden verhullen met de Duitse misdaden is een Europese praktijk; haat tegen de Duitsers is het fundament van het naoorlogse Europa. Het onscherpe Hongaarse nationale geheugen dat het werk aan het verleden nog niet heeft verricht, ziet zichzelf graag als slachtoffer (een algemene reflex in Oost-Europa). Het Duitse nationale geheugen is al veel verder gekomen, het benoemt de eigen verantwoordelijkheid. Maar aangezien het de verantwoordelijkheid van anderen niet kan benoemen (als het dat probeert, stuit het op een hysterisch wantrouwen), en wij, de anderen, onze eigen verantwoordelijkheid niet benoemen, wordt door dit klaarblijkelijke onrecht weer het Duitse zelfmedelijden opgewekt. Iets wat één zou moeten zijn valt uiteen in zelfhaat en zelfmedelijden, de on-waarachtigheid van de moordenaar die alleen moordenaar is staat tegenover de onwaarachtigheid van het slachtoffer dat alleen slachtoffer is en daarachter bevindt zich het onbestemde wir, het onscherpe nationale geheugen. Die onscherpte verlangt op een hysterische manier naar de «normaliteit».
Zonder herinnering kan er geen moraal bestaan, las ik ergens. Maar je kunt je niet herinneren zonder te vergeten. Daarbij kan de paradoxale werking van literatuur behulpzaam zijn. Het collectieve weten en de collectieve acceptatie maken het voor het individu mogelijk om te vergeten. Het boek vertelt een verhaal opdat jij je eigen verhaal niet hoeft te vertellen. Er is een Hongaarse uitdrukking die gebruikt wordt als men ergens niet meer over wil praten: laten we er een sluier overheen leggen. Die uitdrukking is exacter dan het Duitse Schwamm darüber. Een sluier wist dat waar hij overheen gelegd wordt niet uit, het is er nog, we kunnen het nog een beetje zien, maar het is niet meer direct en pijnlijk aanwezig.' ( Toespraak bij de ontvangst van de Duitse Vredesprijs 2004)

Hoe dik deze hemelse harmonie ook wordt gepresenteerd,
hoe intens de auteur ook zoekt en draait en keert om alle Esterházys
và³à³r hem als vaders van zijn vaders te willen, te kunnen, te moeten beschouwen,
precies dardoor verliest hij de keuze tussen al die vele vaderen.
Als bewaarder van de zinssneden uit het leven van zijn familie,
als dragen van de bekentenissen van zijn familie,
probeert hij er zich achter te verschuilen, maar dit impliceert
voor hem een vorm van medeverantwoordelijkheid, en die is niet gering.

Nauwelijks had Péter Esterházy 'Harmonia caelestis' als essentie van de familienaam na 10 jaar literaire arbeid bij de drukker, of uit de pas geopende archieven doken de eerste gegevens op over de prestaties van zijn vader als spion voor de Hongaarse staatsveiligheid.
Hij voelde zich maandenlang gedwongen en gedreven om de rapporten in het typische handschrift van zijn vader te spellen, te proeven, te verbijten. Hij reconstrueert dank zij de addenda en commentaren van diens officieren -opdrachtgevers soms de precieze omstandigheden waarin zijn vader de bewuste spionagerapporten had geschreven. Hij realiseert zich op een bepaald moment dat de kinderen niet in vaders werkkamer mochten komen omdat papa in een geur van alcohol geconcentreerd diende te kunnen schrijven. Soms dachten zijn moeder en haar opgroeiende zonen dat vaders telefonisch gemispel draaide om verraad in vrouwenkwesties in plaats van verklikkerswerk. Péter beseft plots dat zijn vader in 1969 bij het opstellen van zo'n verklikkersrapport even oud was als hijzelf wanneer hij
de vruchten van vaders arbeid in 2000 doorheen een vloed van tranen tot zich neemt.
Hij maakt tal van sluipende omtrekkende bewegingen om de rapporten van zijn vader heen tot hij eindelijk beseft dat deze van een gedwongen tot een vrijwillige, ongedwongen en onbetaalde informant verworden was.

In zijn 'Verbeterde editie' is Péter Esterházy magistraal als schrijver en als zoon.
Hij hanteert zijn pen met liefdevolle tederheid en tastbare angst voor erger om het verraad van zijn vader en zijn verraad aan zijn vader te ontsluieren.
Aandoenlijk speurt hij in de lullige verklikkersrapporten van zijn vader naar tekenen van afgrijzen, afwijzing, begrip, passief verzet of superioriteit. De ontgoocheling groeit wanneer alleen passieve volgzaamheid blijft bovendrijven.

'Persoonlijk gesproken was er maar één ding belangrijk en dat is dat ik mijn vader emotioneel niet verloren heb. Ik was in een absoluut irreële situatie beland, omdat wat ik te horen kreeg met geen enkele van mijn herinneringen, of die van mijn broers, in overeenstemming was te brengen. Ik werd dus geconfronteerd met een waarheid die in mijn leven geen plaats had gehad. Soms krijg je klappen in het leven en in Oost-Europa komen die vaak van de geschiedenis. Het toont aan hoe fragiel de mens is, al is dat geen enkele rechtvaardiging voor wat mijn vader gedaan heeft. In een bepaalde situatie, die u en mij onbekend is, is hij zwak gebleken. Dat is legitiem, maar het had zwaarwegende gevolgen. Er is een eenvoudig woord voor: verraad. Maar tegelijkertijd is zijn geschiedenis veel gecompliceerder.’
( Interview NRC Handelblad)

Lees verder »

Archief

Wim Van Rooy, De malaise van de multiculturaliteit. Uitg. Acco Leuven

22 juni 2008

Wim Van Rooy, De malaise van de multiculturaliteit. Uitg. Acco Leuven

Wim van Rooy heeft de krachttoer van Paul Scheffer met zijn ‘Land van aankomst’ voor Vlaanderen herhaald, met passie en vuur. Zijn analyse verklaart de waanboodschap van de multiculturaliteit als basis voor het succes van extreem rechtse partijen in Vlaanderen.
Wim Van Rooy gaat zeer breed en spaart niets of niemand, zelfs zichzelve niet, als een vrij en eerlijk man. Zijn pamflet zindert van de verontwaardiging die hij decennialang heeft verzameld in het onderwijs waar hij de praktische gevolgen ondervond van het politiek correcte denken en het goedkope veinzen. Hij heeft voor zijn omvangrijk polemisch essay de pen in bloed gedoopt.
‘Essays mogen het eigen gevoel toelaten en daarbij alle schaamte achterlaten, ze zijn een bravade tot op het irriterende af.’(20) en dat zal de auteur geweten hebben omdat dit soort polemische grondigheid hand in hand gaat met een grote eenzaamheid.
Maar dit zal hem worst wezen want echte intellectuelen verschillen van de hofnarren van de macht, de dwergen van het politiek correcte verhaal.

55. Het nieuwe multiculturele design.
Het werd duidelijk dat het multiculturalisme een nieuw links of groot progressief verhaal inhield, ongetwijfeld met de beste bedoelingen bedacht, maar onwerkbaar in actu. De filosoof Peter de Graeve schreef over dit soort onbezonnenheid in een ander verband, maar direct toepasbaar op het multiculturalisme: 'Maar links Vlaanderen denkt niet. Het signeert, het emotioneert, het speelt zijn valse morele spel. Het doet er alles aan om dit debat te ontlopen en in de kiem te smoren. En wie het debat uit de emosfeer probeert te halen, krijgt alle voorziene verwensingen naar het hoofd ('¦) Weldenkend zijn in Vlaanderen betekent vooral één ding: veel praats hebben '. En ik voeg daaraan toe: de bestuurlijke, culturele en politieke elite had inderdaad veel praats bij het kleineren van al diegenen die het waagden hier en daar een vraagteken te plaatsen bij wat gewoon klein en groot 'onfatsoen' genoemd wordt in verband met het nieuwe samenleven.

Van Rooy onderbouwt zijn analyse met tal van – vaak bijzonder boeiende – voetnoten wat voor de lezer nog ruimere horizonten laat oplichten, al mankeert een trefwoorden- en namenregister.
Wie zich niet laat afschrikken door de soms ‘irriterende bravade’, ontdekt bij Van Rooy een ouderwets degelijk handboek, ruim bemeten en met veel liefde en passie geschreven.
Hij ontleedt de bezwerende riedels waarmee de ‘mei ’68′- generatie zich – ook in Vlaanderen – heeft laten vangen door de rattenvangers van het multiculturalisme.

114. Het probleem met mensen die hun geloof in god zijn kwijtgeraakt, is niet dat ze nergens meer in geloven, maar dat ze bereid zijn om overal in te geloven. ( G.K. Chesterton)

De naoorlogse retoriek van schuld en boete bij de Europese intellectuele elite werd een handig excuus om de intussen weer opgebouwde samenlevingen door elkaar te schudden met massale import van goedkope arbeidskrachten die aflopende industrieën nog een paar decennia lieten renderen.

Maar de Amerikaanse econoom George Borjas maakt duidelijk dat de huidige immigratie, ook die in de Verenigde Staten, de sociale ongelijkheid doet toenemen: welvaart vloeit weg van de werknemers die concurreren met immigranten en gaat naar de werkgevers en anderen die gebruik maken van de diensten van immigranten. Zijn bondige conclusie is:'Werknemers verliezen doordat immigranten de lonen verlagen. Werkgevers winnen omdat immigranten de lonen verlagen.' ( Paul Scheffer, Land van Aankomst, p. 113)

Zoals we zagen kan volgens sommigen een ontwikkelde middenklasse niet zonder onderklasse van laagopgeleide migranten, die hand- en spandiensten verlenen. Zo kunnen morele beginselen gemakkelijk overlopen in eigenbelang. Multiculturalisme en marktliberalisme hebben veel overeenkomsten: in beide gevallen wordt de waarde van het sociale compromis binnen de eigen grenzen ernstig betwijfeld. ( idem p. 126)

Wim Van Rooy brengt de politiek correcte denkers graag met beide voeten op de grond, tot aan de knieën in de stront: ‘De voornamelijk Europese intellectuele elite (…) was mede verantwoordelijk voor de kloof tussen burger en politiek. Het democratische deficit dat ontstond, was beangstigend: het volk moest zwijgen en op zijn tanden bijten, maar het knarsetanden was er niet minder om. Het daardoor ontstane ongenoegen werd eerst slinks, later brutaler, in het stemhokje geuit via een voor de elite onbegrijpelijke voorkeur voor een extreemrechtse partij. Het pleit voor het democratisch bewustzijn van datzelfde volk dat het niet nà³g meer verleid werd door het xenofobe discours, en dat traditie, een vaag christelijk bewustzijn en een bijna natuurlijke gematigdheid de politieke hoofdstroom bleven bepalen.(122)

In 1947 hadden Horkheimer en Adorno met hun ‘Dialektiek van de Verlichting’ er reeds op gewezen dat fascisme en racisme beschouwd kunnen worden als een opstand van de onderdrukte natuur. Wrevel en onrust, angst en twijfel die volgens de politiek correcte denkers en de goegemeente onder de mat geveegd wordt, duikt altijd weer op onder de vorm van barbarij.
De zwakste sociale klassen die alleen de nadelen van de immigratie en multiculturaliteit ondervonden werden onder het mom van internationale en socialistische solidariteit de mond gesnoerd door hun leiders. In het stemhokje konden ze steeds openlijker hun gram kwijt als groeihormonen voor het Vlaams Blok-Belang.

In zijn boek houdt Wim Van Rooy een vurig pleidooi voor de verworvenheden van de Verlichting. Hij analyseert de islam als derde grote monotheistische religie die er het minst in slaagt om de verlichtingsideeën te integreren in haar leer en cultuur, wegens extreem vasthoudend aan primitieve machtsinterpretaties van de woorden van hun heilig boek.
Van Rooy is erg pessimistisch over de mogelijkheid van een Europese islam. Precies omdat de Aristoteliaanse rationaliteit in de loop der eeuwen door de christelijke hiërarchie werd omhelst, vond de Verlichting een vruchtbare bodem die het westerse denken op het pad van de rede en het weten kon houden.

276. De cursus 'darwinisme ' in de lessen biologie in het secundair en de debatten met jonge moslims daarover is een hallucinant schouwspel. Het debat dat gedurende de moderniteit en de wetenschappelijke revolutie ooit gevoerd was met de christenen van allerlei signatuur , had eeuwen in beslag genomen en moest met de islam weer helemaal opnieuw gevoerd worden, sterker nog: in de slipstream van dit wat onmogelijke en vermoeiende karwei grepen evangelische christenen hun kans en werkten zich (weer) op de voorgrond.
Het multiculturele islamgesprek dat gevoerd wordt, of eerder: het gebrek daaraan, wordt getroebleerd én door het absolute en grondstellige karakter van deze religie én door de onwereldse gedachten van westerse intellectuelen. ('¦)
Terwijl zij de modale man de levieten leest en hem/haar verwijt dat hij/zij zich niet realiseert welke vruchten de multicultuur oplevert, vraagt in het Midden-Oosten ondertussen een hele schare denkers dat wij ons democratische en liberale gedachtegoed niet zouden verkwanselen en niet zouden toegeven aan de scherpslijpers van het nieuwe jihadisme.

277. De islam en zijn radikalinski's spreken voortdurend over de perversie van de westerse wereld, maar over China bijvoorbeeld hoor je ze zelden. Dat is vanuit hun optiek evident: men valt aan wat week is en wat dus geen respect verdient. Het is van een treurigstemmende verwaandheid en achterlijkheid tegelijk.

‘De malaise van de multiculturaliteit’ van Wim Van Rooy stemt treurig.
Maar het is niet anders. Al te simpele politieke, economische en culturele interpretaties van de globalisering, al te felle polarisatie van het eigen blikveld heeft veel westerse intellectuelen en politieke broodheren te lang opgezadeld met een oprecht naà¯ef en idealistisch verlangen naar gelijkwaardigheid en ditto kansen. Misschien was dit oppervlakkige salongewauwel wel een onderdeel van de paleisverveling waarin de Europese culturele hofhouding zich sinds de jaren tachtig had teruggetrokken.
De gevolgen zullen nog generaties lang wegen op het Europa van morgen.
Er is geen weg terug. De toenemende verstedelijking zal ongetwijfeld leiden naar nog meer chaotische armoede en pijn, naar lijf en geest, naar doen en denken.
‘Ander Geloof’ en religie hanteren als een leiband om bevolkingsgroepen manipulatief te socialiseren naar de wensen van de vrije markt is een levensgevaarlijke optie voor de turbulente tijden die ons wachten.

Paul Scheffer verklaarde het als volgt:

‘Wezenlijk is dat de islam zichzelf ziet als de opvolger en vooral ook de vervolmaking van het jodendom en het christendom. Deze inherente superioriteit van de islam in de ogen van zijn aanhangers is een deel van de verklaring waarom de interesse in de westerse wereld pas laat op gang kwam. ('¦)
Morele overtuigingen die in de islamitische wetgeving zijn vastgelegd vinden hier geen erkenning. Sterker nog: deze rechtsnormen zijn in strijd met onze beginselen van gelijkheid en vrijheid. Waar gewetensvrijheid heerst, heeft het geloof als juridische discipline geen plaats. (355)

En Van Rooy citeert op p 165 Abram de Swaan: 'De Verlichtingsidealen gelden dan misschien niet als absoluut, ze zijn niet volledig, ze zijn onderling strijdig, en elke keer moet er weer gepeinsd, gepast en geprutst worden om ze in de praktijk te brengen. Net zoals dat gaat met al die religieuze leerstelligheden. Maar de verlichtingsidealen zijn waarschijnlijk een beetje beter.'

Wim Van Rooy neemt het moedig op voor de verlichtingsdenkers in de islamitische wereld en voor de kritische moslim(a-)s in Europa, die zich in de steek gelaten voelen door de politiek correcte hofnarren en hun broodheren die plots denken de kudde handelbaar te houden door een beroep op de baardmannen van de Ene en de Ware, waarvan ze niet eens durven vermoeden dat deze Heren van het Geloof een eigen agenda hebben die een ietsiepietsje anders ligt dan die van de ander-geloof-propagandisten.

‘De malaise van de multiculturaliteit’ is geen gemakkelijk pamflet, het is een moedig polemisch essay dat tot nadenken, zelfreflectie en kritisch handelen stemt.

Lees verder »

Archief

Andrew Hussey, Parijs. De verborgen geschiedenis – Jacques R. Pauwels , Het Parijs van de sansculotten. Een reis door de Franse revolutie

2 juni 2008

Andrew Hussey, Parijs. De verborgen geschiedenis. Uitg. De Arbeiderspers 2007

De voorbije maand mei stonden vele media bol van Mai '68, waar eerder 69 werd beoefend dan belangrijk politiek werk bedreven. Al bleef de illusie een heilzame balsem voor het falen van menig libido, zeker in Frankrijk, meer nog à  Paris!
Mai '58 was immers heel veel belangrijker met het begin van de Vde Republiek van Generaal de Gaulle, die menige enthousiasteling 10 jaar later met onbevangen onnozelheid en 'kijk, papa, zonder handen' tot de ondergang hoopte te keren. Het had iets heroà¯sch en onwaarschijnlijk entoesiasmerend wegens de illusie van een bevrijding die reeds jaren voordien in Leuven, Berkeley, Berlijn, Bologna, Amsterdam plaatshad.

Onder het plaveisel het strand!
Onder het asfalt de kasseien.
Onder de kasseien het moeras.

Andrew Hussey is docent Franse literatuur aan een Parijs filiaal van de Londense Universiteit en dat is zijn verborgen geschiedenis aan te zien.
Zelden een stad zo grondig doorploegd aan de hand van een erudiete gids als het Parijs van Hussey. Hij leidt je te voet of met de fiets naar onooglijke gaten en scheuren, lege stegen en verlopen straten, opgekalefaterde glorie met gruwelijke verhalen en schaduwen van vele eeuwen menselijke lief en leed, het stedelijke theater tegen een decor van twee millennia gevechten om de plaatselijke en de centrale macht. Je snapt beter waarom de diagonalen van de 'hexagone' in Parijs kruisen. Je vat waarom het centralisme in Frankrijk zo wezenlijk is en waarom de periferie zo vaak de buik meer dan vol heeft van de Parijse mentaliteit.

Jacques R. Pauwels , Het Parijs van de sansculotten. Een reis door de Franse revolutie'“ Uitg. EPO 2007

Jacques R. Pauwels heeft daarentegen de periode van de Franse revolutie op goed marxistische wijze uitgebeend en levert hiermee een boeiende illustratie van Peter Sloterdijks analyse van woedekapitaal en hoe dat maximaal rendabel kan gemaakt worden, in 'Woede en Tijd'.
Interessante verhalen, pittige details maar vooral een beknopt geschiedenisoverzicht van de revolutie volgens Pauwels. Handig om in Parijs vandaag de plaatsen te herkennen waar en waarom het allemaal begonnen was. Maar zonder veel diepgang, zonder een grondig beeld van de hoofdpersonages, terwijl die er hoe dan ook een ferme stempel op gedrukt hebben. Maar in het dialectisch en historisch materialisme is de geschiedenis een drijvende kracht die het leven der mensen in banen leidt naar het onvermijdelijke geluk in een maakbare samenleving onder de dictatuur van het proletariaat.

Lees verder »

Archief

Gunnar Heinsohn, Zonen grijpen de wereldmacht, terrorisme demografisch verklaard. Uitg. Nieuw Amsterdam 2008

12 mei 2008

Gunnar Heinsohn, Zonen grijpen de wereldmacht, terrorisme demografisch verklaard. uitg. Nieuw Amsterdam 2008

Er was eens in Europa de pest en na deze decimering de gebruikelijke aanwas van de bevolking: Eros en Thanatos gaan immers hand in hand
En dat werd de basis voor de latere ‘youth bulge’, het kloppende gezwel van het forse jonge mannenoverschot in Europa.
De overgrote meerderheid van deze jongens zouden nooit de kansen krijgen van het eerste geboorterecht dat voorbehouden bleef aan de oudste zoon, tenzij die zich liet lijmen met een bord linzensoep.
De rest kon aan de slag aan soldaat, priester of gelukzoeker, of alles tegelijk.
Want volgens de Bremense onderzoeker naar volkerenmoord, Gunnar Heinsohn (Polen, 1943) was Europa het eerste continent waar bezit overging in uitleenbare en beleenbare eigendom. Dat werd de drive – wortel en stok – waarmee het jongerenoverschot de wijde wereld in gestuurd kon worden om het wrokkige ressentiment van de ‘segundos’ – de overbodige tweede en volgende zonen – desnoods met harde en bloedige hand te ruilen voor prestige, rijkdom en sexuele bevrediging. Niet als esoterische martelaren in het paradijs maar als reële overwinnaars in de Nieuwe Werelden.
Niet armoede en honger drijft immers mensen de wereld rond, maar wel het gebrek aan passend geachte toekomstmogelijkheden in de eigen sociale omgeving

27. Armoede en voedselgebrek brengen geen terroristen voort. Om brood wordt gebedeld Gedood wordt er voor status en macht. Juist omdat het gros van de jongeren niet om het naakte bestaan hoeft te vechten, maar de energie, tijd en vrijheid heeft om verder te komen, worden de toekomstige youth bulges door de strategen als een internationaal gevaar gezien.

Gunnar Heinsohn – daarin gesteund door Peter Sloterdijk in ‘ Woede en Tijd ‘ – neemt afstand van de marxistische meerwaardetheorie. Er is immers meer nodig voor grote maatschappelijke verschuivingen dan een economische ‘bulge’. Zonder een fors overschot aan jonge mensen ( Stalin had het als volleerd machtstrateeg zelfs over ‘L’homme, le capital le plus précieux’) komt er immers niets terecht van expansionistische, imperialistische, politieke en/of religieuze wereldreddende bewegingen.
Heinsohn ziet een synchrone beweging in de demografische pulsaties en alle mogelijke geweld van volkerenmoorden, godsdienstoorlogen, revolutionaire en veroveringsbewegingen.
Na de pest startte de inquisitie in Europa de liquidatie van de vroede vrouwen die traditioneel zorg droegen voor de kennis van vruchtbaarheid en geboorteregeling, maar ook voor die van zwangerschap, baren en zogen. Met het verbranden van tot heks verklaarde wijze vrouwen verdween de kennis om vruchtbaarheid te beheersen.
Vrouwen werden als akkers geploegd om rijkelijk vrucht te dagen.

98. En wie met overtollige zonen oorlog wil voeren, moet niet alleen eerst de eigen vrouwen monddood maken, maar er ook voor zorgen dat de hele seksualiteit in dienst kom te staan van de voortplanting. Geen vrouw verlangt uit zichzelf naar twintig zwangerschappen en tien kinderen. Hoe pakkend het moderne begrip ' war of the wombs' misschien ook klinkt, het verhult dat het bij deze oorlog vrijwel zonder uitzondering gaat om vrouwen wie het heft uit handen is genomen.

De drive van wortel en stok – kapitaal en schuld, rijkdom en rente – is voor Heinsohn hét fundamentele gegeven in de economische ontwikkeling. Het Aziatische economische mirakel en de opstanding van China stelt hem hier in het gelijk. Je moet natuurlijk wel een maatschappijstructuur weten te realiseren die voldoende stabiel blijft om eigendomstitels en renteverplichtingen door de overgrote meerderheid blijvend te laten erkennen. De balans tusen wortel en stok mag natuurlijk niet aan te felle of te langdurige onevenwichten lijden. Schommelingen houden er de spanning in maar een waag die te fel en te lang eenzijdig overhelt verkruimelt door beurscrisissen en opstanden van wie zich tekort gedaan voelt. Het evenwicht blijft een gewaagd spel, en de spelers riskeren veel in de hoop op beter.

103. Als gebruikers van geld, dat altijd staat voor een schuld – namelijk die van de debiteur, genoemd in het geldscheppende krdietcontract – ontwikkelen burgers van een eigendomssamenleving een heel andere kijk op de wereld dan zij die leven in een bezitssamenleving, dus in een stam of een feodale maatschappij – of daarin nu een adellijke kaste de dienst uitmaakt, of de voorhoede van de arbeidersklasse. Mensen met schuld zoeken altijd naar wegen om gedurende de vastliggende jaarlijkse of maandelijkse termijnen tenminste zoveel winst te maken als voor het betalen van de rente nodig is. Dat is ook de reden dat zij een markt creëren. Daarop proberen ze manieren te vinden om geld in handen te krijgen, zodat ze hun rente en schuld kunnen aflossen. Het geld gaat dus vooraf aan de markt, waar economen menen dat er eerst markten waren en het geld werd uitgevonden om de ruil te vereenvoudigen.

112. Het zijn immers de renteverplichtingen die tot warenproductie, dus tot het scheppen van rijkdom, dwingen. Met het goud en zilver werden nu in andere landen spullen gekocht en de rest van Europa werd mede welvarende omdat het in ruil voor de Amerikaanse metalen echte prestaties en innovaties moest leveren. De Spanjaarden deden hetzelfde als de huidige olielanden, die ook uit de hele wereld importeren, maar in eigen land geen eigendomsstructuur noch rentelast kennen, en zo ook geen noemenswaardige economie opbouwen.

Heinsohn ziet in de Amerikaanse buitenlandse politiek een mooi voorbeeld van verdediging van de democratische waarden over de hele wereld, en vooral in het Midden en Verre Oosten (p. 135). Rusland lijdt onder een krimpende bevolking, China draagt nog lang de last van het éénkind beleid en Europa denkt migranten te moeten aantrekken om de veroudering van haar bevolking tegen te gaan. Al blijken die migrantenvrouwen zich na enkele generaties zodanig geà¯ntegreerd te hebben dat zij evenveel vrucht dragen als hun autochtone zusters. De vele importbruiden niet te na gesproken.

Hier lijkt Heinsohn mis te lopen wanneer hij uitsluitend de demografische youth bulge kan herkennen als bepalende pulsaties voor binnen- en buitenlandse machtstrijd en volkerenmoord in naam van de Ene en de Ware, de Belangen van het Eigen Volk of de Arbeidersklasse.
In die optie kan een éénkindbeleid zoals in China nooit tot expansionisme leiden, laat staan tot binnenlandse onrust, omdat de noodzakelijke overbodigen – segundos – nooit geboren werden.
Hij houdt hier evenwel geen rekening met de ‘intern overbodigen’.
Een land kan een economische evolutie doormaken waarbij door verbeterde landbouwtechnieken of goedkopere import van elders hele bevolkingsgroepen ‘overbodig’ worden. Die kunnen opgesoupeerd worden in een ontluikende industrie – zoals tijdens de Eerste Industriële Revolutie in Engeland – of in oorlogen elders – zoals de Zwitserse huurlingenlegers – of als migranten en kolonisten zoals de Zuiditaliaanse Cosa Nostra na de tweede wereldoorlog zijn zonen de wereld rondstuurde. Chinese éénkindgezinnen uit het binnenland moeten hun oogappels wegsturen naar de fabrieken aan de oostkust, naar het Russische Siberië dat leeggelopen is, en zelfs naar de vroegere Oosteuropese landen waar ze de handel en winkelnering op het platteland steeds verder hebben overgenomen. En van een demografische youth bulge kan je daar niet echt spreken na de Maoà¯stische bevolkingspolitiek.
Heinsohn maakt ook een wat simpele inschatting van de culturele lasten of krachten die samenlevingen torsen en die niet zomaar om redenen van wortel en stok zullen opgegeven worden.
Gedrag – ook groepsgedrag – wordt ook beà¯nvloed door illusies die generaties lang worden overgeleverd als identiteitsbepalende en herkenbare mutaties. Zonder dergelijk ideeel houvast dreigen mensen al te vaak grip te verliezen op zichzelf en hun omgeving. Nakomelingen van Javaanse en Indische Hindoestanen die door Nederland in Suriname werden geà¯mporteerd voor het zware werk in een zengend klimaat zweren generaties later ook in Nederland bij vakanties in Dubai en India wegens veel meer faciliteiten voor ‘ons soort mensen’.

Het bijzonder interessante ‘youth bulge’ concept – de pulserende toornmachine van voornamelijk testosterongedreven ressentiment – wordt door Gunnar Heinsohn naar mijn aanvoelen té marxistisch benaderd.
Het schouwtoneel van de machtsverhoudingen in de wereld is geen mechanisch schaakspel, als van een computer.
Politiek, het gevecht om de macht, is eerder een schaakwedstrijd tussen menselijke grootmeesters, die verrassende, verschrikkelijk mooie en gruwelijke beslissingen kunnen nemen die het spel fundamenteel beà¯nvloeden. De twee oorlogen in Irak verklaren als een gerechtvaardigde poging van de VS om de Arabische Youth Bulge om zeep te helpen, lijkt mij veel te ver gezocht. De noodzaak voor de Bush-dynastie om de regio te destabiliseren om zo de energiebehoeftedruk op te voeren voor de Aziatische tijgers en China leidde slechts tot een beperkte groeivertraging bij de Chinese hoofdaandeelhouders van de Amerikaanse economie.
Het nut van de Irak-oorlogen wordt door Heinsohn nu gezegend met de missionaire verplichtingen inzake het afkoelen van de Arabische Youth Bulge in het Midden Oosten, rechtstreeks (vluchtelingen en doden) en onrechtstreeks als dreigende vingerwijzing voor Iran. Dank zij de mensenverslindende – en door de VS en Europese landen fors aangemoedigde – oorlogen tussen Iran en Irak is de regionale youth bulge reeds langer aan het verzepen gegaan.
Iran lijkt demografisch niet meer zo sterk te pompen, dus zal de oven wel koelen met gecontroleerd blazen, aldus Heinsohn.
Pakistan dreigt een ander paar mouwen te worden voor de Amerikaanse strategen.
Maar ook voor de Indische en Chinese belangstellende buren.

128. Toch geldt nog steeds het Oudromeinse gezegde ‘si vis pacem, para bellum’ (wie vrede wil, bereidt zich voor op oorlog).
In 2008 draaien de meest urgente scenario’s niet om Iran, maar om de dromen over een heroprichting van een kalifaat waarvan Pakistan en Afghanistan het centrum vormen. Volgens de officiële mededeling is het door de VS geplande rakettenschild in Polen en Tsjechië een voorzorgsmaatregel tegen mogelijke nucleaire wapens van Iran. In werkelijkheid echter wordt gevreesd voor de kernwapens die Pakistan al sinds 1998 heeft. Maar zolang er in Islamabad een partner van het Westen zetelt, wordt die ongerustheid niet aan de grote klok gehangen.

Er is ook nog hoop.
En wellicht wordt die wel door de Chinese kolonisatoren in Afrika geà¯mporteerd met de ‘economische steun tot wederzijds voordeel’.
Natuurlijk waren de Belgen destijds in Congo al sterk in het introduceren van eigendomstitels en rentesystemen. Al bleek tenslotte een uitermate corrupte cultuur de dienst te blijven uitmaken.
Wellicht is dit fenomeen wel een vast gegeven wanneer ‘rente en rijkdom’ van buiten- en bovenaf worden opgelegd in een samenleving waar de cultuur van het bezit niet individueel maar gemeenschappelijk (clan- of stamsgewijs) wordt beheerd.
Alleszins heeft de Westerse ontwikkelingshulp de laatste vijftig jaar nauwelijks iets duurzaams opgeleverd, behoudens een verdere ontwrichting van de lokale gemeenschappen, een youth bulge door verbeterde gezondheidszorg, een ondermijning van de lokale machtsverhoudingen en een nauwelijks te temmen hang naar ‘het goede doen om het goede’ bij westerse jongeren die in eigen land niet direct aan de bak konden komen als arts, verpleger, leraar, ingenieur, antropoloog.
Menig jonge man en aanvallig meisje in de zogenaamde ontwikkelingslanden kreeg ook de illusie opgelepeld dat in de rijke landen het leven aangenaam en gezellig overvloedig is. Wat tot een pijnlijke ontnuchtering leidt als ze de oversteek wagen op de drijvende dwang van de eigen familie die haar overtollige zonen en dochters maar al te gretig uitzendt naar Europa om via Western Union en andere transactiesystemen de schamele uitkeringsgelden en de vruchten van legale en minder legale bezigheden terugbesteld te krijgen.

157. De overdracht van economische kennis is de beste ontwikkelingshulp.
Als je de onderontwikkelde landen wil helpen, moet je geen geld geven. De inwoners denken anders echt dat er in de rijke landen als door een wonder grote zakken met geld uit de hemel zijn komen vallen en het dus terecht is dat ze anderen erin laten delen. Het geld is evenwel niet uit de lucht komen vallen, maar gecreëerd op basis van met schuld belaste eigendom. De introductie van eigendom is technisch heel eenvoudig. Aan zoveel mogelijk bezitsgoederen moeten eigendomsrechten worden gehecht, en deze titels moeten in het kadaster geregistreerd worden. Daarvoor hoef je alleen maar te kunnen schrijven en officiële stempels te kunnen maken. Tevens is er zowel een politiedienst als een rechterlijke macht nodig die de wetten inzake eigendomsrechten zonder aanzien des persoons uitvoert. Ook de armste landen kunnen zonder veel hoofdbrekens aan deze eisen voldoen. Geen hulp kan meer welvaart brengen dan informatie over de manier waarop geld wordt geschapen.

158. De ‘grote satan’ is niets anders dan bezit dat niet in eigendom is omgezet. Het verwijt dat rijke landen hun privileges eindelijk met de arme volkeren moeten delen, zal meteen verstommen als algemeen bekend werd dat de executoriale eigendomstitel het verschil uitmaakt. De volkeren die nog geen eigendomsstelsel hebben, zouden dan niet meer roepen dat ze een deel van de koek willen, maar dat het stelsel ook bij hen moet worden ingevoerd. Pas als het zou lukken de enorme blokkade voor economische groei te slechten door bezit tot eigendom te verheffen, zou in veel landen de reële mogelijkheid ontstaan om apathie en terrorisme te overwinnen. En dan zou ook het waandenkbeeld dat de markt de essentie van de economie is, uit de wereld zijn.

Voor de VS en haar moeizame volgelingen in de EU worden het nog spannende jaren van blufpoker, grootmeesterlijk schaken of snooker om de testosteron gestuurde pulsaties van de youth bulge in de hele wereld gecontroleerd met wortel en stok te laten doodbloeden. Niet iedere politieke schaker of snookeraar heeft voldoende koelbloedigheid om dit gevaarlijke spel te beheersen.
Hillary Clinton liet zich eind april 2008 tijdens de Pennsylvania primaries nog verleiden tot de uitspraak ‘ If they (Iran) might foolishly consider launching an attack on Israel, we would be able to totally obliterate them’.
Over de noodzaak en de betekenis voor de VS en Europa én voor de Arabische regimes van het Midden-Oostenconflict tussen Israel en de Palestijnen heeft Gunnar Heinsohn ook nog een interessante visie (p. 147)

Duidelijk is alleszins dat ook Europa haar sinds de tweede wereldoorlog gespeelde onschuld zal moeten afleggen, willens nillens.
De illusie waarmee Europese jongeren werden gevoederd over democratische idealen – gelijkheid, vrijheid en broederschap – tussen alle mensen in Europa en dus ook daarbuiten zal veel van haar glans verliezen ondanks de Europese hymne: ‘Alle Menschen werden Brüder!’
Massale immigratie, zelfs gecontroleerde, is alleszins niet zaligmakend en zal de fouten van de jaren zestig en zeventig nauwgezet kopiëren.
Paul Scheffer heeft in ‘Het land van aankomst’ baanbrekend onderzoek verricht.
Indien de overheden en de werkgevers in de EU landen niet bereid zijn om op langere termijn te plannen en enkel met import van goedkope – zelfs hoog opgeleide – arbeidskrachten tanende economische sectoren nog enkele decennia hopen rendabel te houden met lage lonen, zal de immigratiedruk verder toenemen.
De gevolgen voor het maatschappelijk weefsel zullen groot en pijnlijk blijven schrijnen.

Lees verder »

Archief

Piet de Moor, Hotel Silesia – Een romance. Uitg. Van Gennep Amsterdam

19 april 2008

Piet de Moor, Hotel Silesia – Een romance. Uitg. Van Gennep Amsterdam

In een van de prachtige ruime hoekkamers van Hotel Silesia te Gà¶rlitz '“ op de verkeerde Neisse grens tussen Polen en het herenigde Duitsland '“ speelt zich een romance af van de onmacht, van de zelfgekozen onmogelijkheid tot het ontmoeten van de ander, hoe dierbaar die ook voor het 'ik '- personage van Piet de Moors roman zou kunnen zijn.
Piet de Moor heeft een reeks ongelooflijk boeiende parels van historisch onderzoek naar het leven en lijden in het Oosten van Europa opgeleverd.
Met 'Grimmig heden. Een polyfonie' en ‘Schemerland' onderzoekt hij hoe mensen zich gedragen op grenzen.
In de ‘Gelaarsde God' wroet hij in de onderbuik van de macht aan de hand van een gewillige protagonist: Josef Stalin, ooit bekend als de vader der volkeren.
In 'Hotel Silesia' slaat Piet de Moor de hand aan zichzelf, en hoe!
Hij onderzoekt in zijn romance de eigen onderbuik en de krassen in zijn hoofd, de barsten in zijn ziel, waar hij vagelijk de contouren van zijn vader blijft herkennen.

' Ik ben een laatbloeier. Waarom? Omdat ik pas laat inzag dat ik niet de schrijver was die ik me lang geleden had ingebeeld te zijn, een beeld waarvan ik geen afstand wilde doen. Maar ik paste niet in dat schrijversimago dat ik voor en van mezelf ontworpen had. Ik stond voor een deur waarvan ik dacht dat ze vergrendeld was, en het duurde lang voor ik ontdekte dat ze moeiteloos openging. Mijn vooroordelen en mijn gebrek aan kennis keerden zich in al hun monsterachtigheid tegen mezelf.' ( Grimmig heden, 186)

Hij construeert zijn reis met de onmogelijke Andere door regen en mist naar Gà¶rlitz, de gedeelde -en intussen Europese – eenheidsstad in het Oosten. Geen Duitse stad heeft de Tweede Wereldoorlog zo goed doorstaan als Gà¶rlitz, een soort Disneyworld uit de Gründerzeit overgeleverd: een hedendaagse kopie uit het einde van de 19 de eeuw wanneer het Keizerrijk zijn woedekapitaal opbouwde. De rest van Europa en een groot deel van de wereld zou er in twee gruwelijke rentegolven mee geconfronteerd worden. De Marxistische wetten van de overproductie in het kapitalisme gelden immers voor kapitaal én mens.
In Gà¶rlitz moeten de Sileziërs daarom ook veel schuldgevoel verdringen, over waarom zij wel en de anderen niet. Bij voorbeeld die van over de Neisse! Gesteld dat er over schuld kan worden gereflecteerd door Hitlers gewillige beulen of door de Heiligen die zich wentelen in ressentiment wegens 'Nog is Polen niet verloren'.
In Gà¶rlitz moet veel gezwegen en verzwegen worden wat pijn kan doen wanneer je kinderen en kleinkinderen een glimp kunnen opvangen van de gruwelen die achter het familiale en nationale behang verstopt zitten.
Misschien daarom dat zovelen deze streek verlaten hebben op zoek naar een beter leven in het Westen, in steden waar de littekens van schuld en boete als keloà¯dale tatoeages worden gedragen.
Het leven met het weten van het verleden is een tobberige bedoening, die vaak leidt tot een verstikkende behoedzaamheid die niet langer meer bevrijdt. Misschien ‘burlen’ daarom Oostduitse hertenstieren zo aandoenlijk wanneer ze tekeer gaan tegen ‘anderen’ in hun samenlevingen van de verbeten stilte omdat ze geen ‘andere’ meer willen horen, zien noch ruiken.
Menselijke ontmoetingen zijn asymptotische vergelijkingen. Zij kunnen enkel naderen op oneindig. Tenzij we burlend elkaars illusie respecteren bij de overgave in elkaar zonder angst voor de pijn van de kwetsuren door het vele weten van alle leugens van het leven.
Zeker op weg naar Gà¶rlitz.
Wanneer we veinzen elkaars illusie te respecteren kunnen we als mensen met elkaar leven.

'Hotel Silesia' is voor Piet de Moor een eerste vorm van schrijversgeluk.
Om het constiperende effect van het vele weten te vergeten moeten we de verschrikkelijke verbrokkeling van de werkelijkheid liquideren in een andere werkelijkheid. Zo ook met de premissen waarin we onszelf blijven spiegelen.

191. Elke grote roman is een zwart gat dat de werkelijkheid verslindt. Thomas Mann beweerde dat hij in zijn romans de realiteit liquideerde, iets wat ook Imre Kertész zo consequent doet dat hij een van zijn romans de titel 'Liquidatie' gaf. ('¦)
Maar het schrijven zelf is voor de echte schrijvers de enige (niet altijd even aangename) leefbare werkelijkheid. In 'Dagboek van een galeislaaf' bevestigt Kertész de uitspraak van E.M. Cioran dat elk boek dat hij schrijft een uitgestelde zelfmoord is. ( Grimmig heden )

Op de muren van een vergaderhok van het vroegere SVB hoofdkwartier in de Leuvense Eikstraat stond 40 jaar geleden gekalkt: 'Afbouwen is makkelijker dan opbreken'.
Piet de Moor heeft dit enigma ter harte genomen.
Met Hotel Silesia is hij eraan begonnen.
Hij zal zijn zelfmoord nog lang moeten uitstellen.
Ook voor zijn lezers.

288. Een van die zinnen als ingegroeide nagels was een evergreen van mijn vader: 'Afbreken is gemakkelijk, opbouwen is moeilijk'. Maar het is juist andersom. Opbouwen is gemakkelijk, maar afbreken is moeilijk. Om af te breken wat je hebt opgebouwd is een welhaast bovenmenselijke moed nodig. ( Grimmig heden)

21. In mij vermoedde je een tegenstander van wie je meende dat je hem kon verraden zonder hem te verliezen, wat een illusie was.

40. En een ogenblik later, toen mijn penis in je vagina schoot, burlde ik als een dodelijk getroffen hert.

93. En toen je me vroeg waarom ik dat meesterwerk dan nog niet geschreven had en of het , gezien mijn leeftijd,niet hoog tijd werd om eraan te beginnen, antwoordde ik dat een werk van de verbeelding heel andere eisen stelt dan een essay, en dat ik, wat het schrijven van fictie betreft, absoluut geen Proust was, wiens schrijversgeluk al contouren kreeg toen hij met zichtbaar genoegen begon te schrijven over zijn verzuim om eindelijk te gaan schrijven, toen hij zich opmaakte om te schrijven over de afleidingen die het echte schrijven in de weg stonden en die zichzelf onderwierp aan een energieke vertraging die maakte dat hij al schrijvend bleef aankloppen aan de schrijfpoorten die voor hem nog moesten opengaan, maar dat ikzelf geconfronteerd werd met hetzelfde probleem als de arme Italiaanse literaire criticus Giacomo Debenedetti '“ de auteur van het meesterlijke document 16 oktober 1943. Een joodse kroniek '“ een schrijver wiens hele leven beheerst werd door het gevoel dat hem nooit iets overkomen was dat ánders was dan gewoon, die altijd de indruk had dat hij de wereld van achter een glazen wand had bekeken, als een 'feest van de anderen' waarvoor hij niet uitgenodigd was, en dat die Giacomo Debenedetti daardoor een geconstipeerde schrijver was geweest 'omdat hij niet uit het niets kon scheppen'.

Archief

Philippe Claudel, Het verslag van Brodeck. Uitg. De Bezige Bij 2008

22 maart 2008

Philippe Claudel, Het verslag van Brodeck. Uitg. De Bezige Bij 2008

Met 'Het verslag van Brodeck' heeft Philippe Claudel een nieuw literair onderzoek naar het menselijke en het kwade opgeleverd. Het verslag is indringend, beklemmend en pijnlijk herkenbaar. Het is prachtig geschreven en vertaald ( al bezigt een pastoor in een roomse kerk een 'preekstoel' in plaats van een 'spreekgestoelte'). 'Het Slot' en 'Het Proces' van Franz Kafka lichten op tussen de lijnen van het verslag.
Wanneer ik in september 1983 met de fiets van Athene naar Antwerpen reed heb ik de streek doorkruist waar de eeuwenoude en onduidelijke grenszone is gesitueerd tussen Frankrijk en Duitsland: Elzas-Lotharingen, de erfenis van Lotharius waartoe ook het huidige Koninkrijk der Belgen ooit behoorde.
Het was goed fietsen langs de groene hellingen met onder mijn blikkerende spaken eindeloze weiden en de zilverglinsterende rivier in het dal. In de verte lagen dorpjes verstijfd in de oksels van de bossen, in de plooien van het landschap.
Het leven is er vanouds zweterig en broeierig in het Rijk van het Midden, op de grens tussen twee grootmachten die elkaar een millennium lang bestreden. Niet alleen de taal en het gedrag van mensen wier voorouders ooit gekozen hebben en de gevolgen van die keuze generaties moeten dragen, lijdt onder schimmel en gist. Ook de wijnen vertonen een schitterend variërend pallet dankzij die schimmels en gisten, op de druiven en in de lucht. Het lokale idioom is generaties gegroeid uit een heen en weer geschuif van de rijksgrens, waardoor de invloeden van Berlijn en Parijs elkaar te lijf gingen, waardoor de oude taal van passerende handelaars en wisselaars herkenbaar bleef voor wie gedoemd was het leven in de dorpen te koesteren.
Claudel heeft zijn 'Het Verslag' gesteld in een taal en een tijd die universeel lijkt, zeker voor de grensstreek waar het zich afspeelt.
Zijn 'Verslag' handelt over het menselijke en benadert daarmee de klassieken sinds de Odyssea. Het blijft dus schrikbarend herkenbaar en van alle tijden. De hoofdrolspelers zijn universeel menselijk en dus gruwelijk in het leed dat ze dragen en veroorzaken.
In een dorp waar mensen proberen samen te leven in gewapende vrede met de rug naar elkaar, worden wisselende bondgenootschappen uitgeprobeerd om de historische vetes uit de vele oorlogen draaglijk te maken De leden van een select en geheim genootschap proberen de al te gevaarlijke elementen te bezweren of onschadelijk te maken in het belang van het voortbestaan van het dorp. Het dorp heeft de trekken van een premoderne samenleving waar de groep bepalend is voor elk individu – een enkeling niet te na gesproken die elders kan studeren '“ op kosten van het dorp '“ en die nadien terugkeert om te onderwijzen over meten en weten, en beter voorkomen dan genezen, wat de burger in angsten leert leven.
In de loop der eeuwen zijn er teveel legers gepasseerd die meer dan as van vuur en zaad hebben nagelaten. Wie zich heeft kunnen handhaven in deze kudde, draagt het zwijgen van de tragedie in zich. Wie dat zwijgen doorbreekt, rijt generaties van wonden open: automutilatie in de hoop nog iets te kunnen voelen van menselijkheid.
De oude onderwijzer kon het 'weten' niet langer aan:

'Misschien is Diodème wel gestorven omdat hij alles wilde begrijpen en woorden en verklaringen wilde vinden voor alles wat niet uit te leggen valt en wat je niet behoort te weten.' (35)

De pastoor herkent zich als het rioolputje in de biechtstoel voor alle smeerlapperij van het dorp en heeft na een nieuwe oorlog alle hoop opgegeven, in zijn God en in zijn parochianen. Hij blijft echter leven en lijden temidden van zijn beminde gelovigen:

'En nu weet ik dat Hij niet bestaat '“ of anders voor eeuwig is vertrokken, maar dat is hetzelfde: we staan er alleen voor, daar komt het op neer. Toch blijf ik op de winkel passen; misschien doe ik het niet zo goed, maar hij staat nog overeind. Ik doe er niemand kwaad mee en er zijn hier nog wat oude zielen die nog eenzamer en verlatener zouden zijn als ik een eind maakte aan het toneel. Want weet je, iedere voorstelling geeft ze weer wat kracht om door te gaan. Toch is er één principe waaraan ik altijd trouw ben gebleven: dat van het geheim, het biechtgeheim. Dat is mijn kruis en dat zal ik dragen. Ik zal het dragen tot het einde.' (142)

De burgemeester doet in varkens en ziet zich als de herder van de kudde:

'Weten die dieren überhaupt wel dat ze een herder hebben die zoveel voor ze doet? Beseffen ze dat wel? Ik denk het niet. Ik denk dat ze zich alleen interesseren voor wat ze onder hun poten en voor hun neus vinden: gras, water, stro om op te slapen. Verder niets. Een dorp is klein en kwetsbaar. Dat weet je. Dat weet je heel goed. Het onze had het bijna niet gehaald. De oorlog is erbovenop gevallen als een gigantische molensteen die geen graan maalde, maar het dorp verpletterde en verstikte. Toch zijn we er uiteindelijk in geslaagd om die steen een beetje in beweging te krijgen. Hij heeft niet alles verpletterd. Niet alles. Met wat er over was, hebben we het dorp gerepareerd.' (324)

Brodeck was als kind van vermoedelijk joodse ouders na een pogrom op de kar van een oude vrouw in het dorp aangekomen. Hij was verstandig en leerde snel. Hij werd dan ook naar de hoofdstad gestuurd om er te studeren. Na de kristalnacht keerde hij terug met een vrouw en werd nadien door het dorp uitgeleverd aan de bezetter omwille van zijn 'anders zijn'. Als hond aan de leiband van een bewaker overleefde hij het kamp en keerde hij weer naar het dorp van zijn geliefde, die een kind bleek te hebben gebaard als overlevende.
Brodecks naam diende van het oorlogsmonument te worden gehakt, maar zijn letters bleven doorschemeren als was hij één van de doden, zij het geofferd door het dorp.
Hij krijgt als geletterde van de burgemeester en de leidende broederschap de opdracht om een verslag maken van wat er zich in dit dorp heeft afgespeeld dat tot de moord heeft geleid op 'Anderer'. Die kwam met paard en ezel door het bos vanuit het oosten over de grens in het dorp. Hij schilderde en tekende het dorp en zijn bewoners en schonk hen de afbeeldingen waarin ze hun geheimen herkenden. Het zwijgen en het onuitsprekelijke leek doorbroken, wat ondragelijk werd voor de herders en hun honden.
Claudel spant in 'Het Verslag' zoals in 'Grijze zielen' een snaar die hij in de loop van zijn analyse van het kwade meesterlijk aanslaat, waardoor de klank in het hoofd van de lezer blijft zinderen.
Philippe Claudel blijft een bron van hoop voor de Franse literatuur, eens te meer niet uit Parijs, maar uit de periferie '“ Nancy.
Vernieuwingen komen doorgaans uit grensstreken, van 'Anderer', bannelingen, van wie dorp, stad of cultuur heeft verlaten en verraden. Wie in staat is zijn of haar wortels te verlaten, kan genoeg afstand houden om terug te blikken. Die kan vanaf de hellingen een overzicht krijgen, van zichzelf en wie hem of haar heeft voortgebracht.
Wie leest, die leeft. Wie schrijft, die blijft.
Ook in grensdorpen en '“steden en op de grenzen van culturen als (slechte) buren.
Maar ook onderwijzers en pastoors die bij hun schapen blijven, zijn onmisbaar in hun rol als geweten, geheugen en biechtstoel voor wat mensen elkaar blijven aandoen.
Het vereist veel moed en liefde om desondanks temidden van de kudde te leven. Dat is rechtgelovigen en maakbaarheidsideologen niet gegeven. Respect voor de grijze zone, voor kleine verschuivingen, voor de indirecte taal, de schuine blik en het tedere spel van geven en nemen, van veinzen en liegen kan een bevrijdende onbevangenheid toelaten.
Philippe Claudel heeft met 'Het verslag van Brodeck' een meesterwerk opgeleverd.
Al mis ik in zijn verslag de aanblik van het dorp en zijn bewoners door de ogen van de 'Anderer', van achter de gebroken spiegel die hij hen voorhoudt. De vraag naar het waarom van zijn komst, zijn gedrag en zijn kennis, wordt nergens beantwoord en houdt de drukkende molensteen verder dreigend over de burgers. Dat is een boeiende literaire truc, maar levert een aspect van het Kwade dat niet onderzocht wordt. Het dorp, zeker op de grens langs wegen naar erger, heeft recht op het onderzoek naar de 'Anderer'. Dat vermijdt alleszins dat de angst als een gierende brand om zich heen grijpt en blijft smeulen als veenbrand. Zoiets dek je niet toe met vergeten, want vergeten kan niet meer, omdat er altijd mensen zullen geboren worden die willen weten.
Als metafoor voor de confrontatie binnen het eengemaakte Europa tussen de Anderer die van verre komen en de 'autochtonen' die na eeuwen onderlinge oorlogen erin geslaagd zijn elkaar te verdragen, vraagt Brodecks Verslag om een vervolg en een verder onderzoek naar het kwade.
Wat is vrijheid immers onder het oog van de honden en de wolven in het bos?
De burgemeester besluit met : '

Een herder moet altijd aan de dag van morgen denken. Alles wat aan gisteren toebehoort, behoort toe aan de dood, en waar het om draait is leven, dat weet jij beter dan wie dan ook, Brodeck, jij die bent teruggekeerd van waar men niet terugkeert. En ik moet alles doen wat nodig is om de anderen ook te kunnen laten leven en ze naar de dag van morgen te laten kijken…'
Toen werd het me duidelijk.
'Dat kun je niet menen…,' zei ik. 'En waarom niet, Brodeck? Ik ben de herder. De kudde
rekent erop dat ik het gevaar op afstand hou, en van alle gevaren is het gevaar van de herinnering een van de grootste; dat hoef ik jou toch niet te vertellen, jij die nooit iets vergeet, die je alles herinnert?' (326)

Lees verder »

Archief

Ignaas Devisch en Marc De Kesel (red.) Fundamentalisme – Face tot Face – uitg. Klement/Pelckmans

12 februari 2008

Ignaas Devisch en Marc De Kesel (red.) Fundamentalisme – Face tot Face – uitg. Klement/Pelckmans

Deze essaybundel is zeer de moeite om te spellen, te overdenken en zo onszelf schuin in de spiegel te herkennen '“ van aangezicht tot aangezicht.

Marc De Kesel weet achter de baard en de tulband van Osama Bin Laden c.s. de basis van diens cartesiaanse denken te onthullen:

' Bin Ladens fundamentalisme zit niet in de inhoud van zijn ideeën, maar in het feit dat hij de vrijheid waarop die ideeën 'rusten', hardnekkig negeert. En dat doet hij als iemand die niet op de traditie steunt, maar er zelf het steun- en draagvlak van wil zijn. Daarin rust de moderniteit van Bin Laden, en daarin is hij formeel onze 'gelijke'. Als het Westen dus één ding moet begrijpen, dan wel het feit dat Bin Laden niet de vreemde eend in de bijt van onze vrije, gemondialiseerde wereld is. Hij is tegelijk exponent en symptoom van onze wereld. En wie zich blind staart op symptomen, werkt die juist in de hand. '(23)

Ignaas Devisch wijst op de verblinding van wie in de schijnwerpers kijkt van wat zich als 'fundamentalisme' aan ons wil opdringen. Maar wanneer we naast de stralenbundels durven kijken, zullen we zien:

' wie de onaangetaste heiligheid van zijn zaak wil behouden, wil zich én immuniseren tegenover de buitenwereld die de heiligheid ervan bedreigt, én kan dit enkel door ook die immuniteit deels tegen te werken en dus de heiligheid te laten contamineren, wil hij de heiligheid überhaupt het daglicht gunnen.'(33)

Op termijn wordt het dus nooit wat met de 'zuiveren van geest' en hun 'maakbaarheidsidealen', zij het dat er in hun naam en voor hun idealen nog stromen bloed vergoten zullen worden.

Sami Zemni & Marlies Casier herkennen treffend:

'Waar de communistische en socialistische gewapende groepen een bewijs van onsterfelijkheid vonden in de ultieme en totale bevrijding van de mens (die God is geworden), zoeken religieus geà¯nspireerde groepen een bewijs in de 'Goddelijke Wet'. Jihadmilitanten gaan 'heen en weer' tussen de verafgoding van een tot fetisj gemaakt verleden en de noodzaak om deze in de (nabije) toekomst opnieuw te vestigen.'(59)

Met 'Bidden is goed, verzekeren beter' levert Marc Schuilenburg een originele invalshoek:

'Welbeschouwd bewijst het religieuze fundamentalisme het huidige veiligheidsprogramma daarmee eerder een dienst dan dat het kwaad doet. '(92)

' Bij benadering kunnen we deze logica (van het verzekeringswezen) herleiden tot drie technieken: herverdeling van risico’s, preventie en selectieve uitsluiting. Deze zekerheidstechnieken onderscheiden zich van de verfijnde technieken van disciplinering, zoals die door Michel Foucault zijn beschreven als de methoden die de verrichtingen van het lichaam aan een minutieuze controle onderwerpen en die worden toegepast in de gevangenissen, de kloosters, de scholen en de werkplaatsen. De reden is hierin gelegen dat ze vanwege hun reflexieve aard naar de toekomst wijzen, het mogelijk maken gebeurtenissen te 'voorspellen' of 'zeker te stellen'. In een hang naar zekerheid beroven ze de risicomaatschappij van precies dat gedrag waaraan ze haar naam ontleent: een risicosamenleving is een samenleving waarin in het geval van schade geen aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding (Sloterdijk, 2006:103). Daarom is het beter te spreken van een verzekeringsmaatschappij, de actuariële reconstructie van een maatschappij waarin niet God, maar ‘veilig’ heilig is verklaard. In een verzekeringsmaatschappij geldt de wet dat alle risico’s zijn gedekt door een verzekering.
In de overgang van een maatschappij op basis van een goddelijk oordeel naar een maatschappij gebaseerd op verzekeringsinzichten, vervaagt strikte scheiding tussen het publieke strafrecht en het private domein van het verzekeringswezen.'(96)

Patrick Loobuyck legt de vinger op de fundamentalistische wonde van het monotheà¯stische godsgeloof :

'Tolerantie is een belangrijke mate een manier van omgaan met opvattingen die men als onwaar of minderwaardig beschouwt. Voorzover de opvatting van tolerantie niet alleen van de overheid, maar ook op het terrein neutraliteit vereist, en voorzover tolerantie impliceert dat mensen expliciet afstand nemen van de eigen (absolute) waarheidsaanspraken, is religieuze tolerantie een mythe.'(145)

Wat ik mis in deze essaybundel is de kracht van de overtuiging.
Er worden haarfijne, subtiele en dodende analyses gemaakt van de gelijkenissen tussen moslimfundamentalistische woede-uitingen en de moderniteit, maar de vraag blijft of de hanen uit het Midden Oosten wanneer ze in de spiegel kijken, wel zullen beseffen dat hun westerse vijanden geen smakelijke hapklare wormen zijn.
Tenslotte gaat het hier om een machtsstrijd die verstikken zal in een tsunami aan slachtpartijen en ellende, vooral in de regio die geklemd zal worden tussen de machtig nieuwe draken uit het verre oosten en de moderniteit van het westen. De nieuwe heersers uit het Verre Oosten wortelen in een nietsontziende traditie van het evidente Rijk van het Midden waaraan alle barbaren nederig tribuut mogen betalen. De westerse grootmachten haasten zich om hun olieverslaving te ontwennen, waarna het hele Midden Oosten behoudens artificiële ‘toeristische toppers als Dubai’ onder het stuifzand van de geschiedenis zal dreigen te verdwijnen.
De moderniteit van de renaissance steunde misschien op vergelijkbare filosofische uitgangspunten tegenover het immanente middeleeuwse godsbeeld, maar die leidde wel tot een formidabele ontwikkeling van wetenschap, handel, economie, kunst en de (nietsontziende) globalisering van het westerse wereldbeeld.
Van de hedendaagse fundamentalistische gods- en wereldbeelden en maakbaarheidideologieën is in dat opzicht niets te verwachten dan obscurantisme en hemeltergende ellende, zeker als we er met een schuin oog naar kijken, al dan niet doorheen een Venetiaanse spiegel.

Lees verder »

Archief

Knack duo interview: ‘Wij moesten de wereld proletariseren’

3 februari 2008

‘Wij moesten de wereld proletariseren’
DOOR JOëL DE CEULAER / FOTO’S FILIP NAUDTS
KNACK 17102007

Ze werden samen communist, maar groeiden gaandeweg uiteen. Ze zijn al jaren niet meer on speaking terms. Voor Knack wilden ze nog eens grondig en heftig van mening verschillen. De gebroeders Jan en Dirk Van Duppen over verleden, heden en toekomst van links.

DIRK VAN DUPPEN (51)
Nam als jongeman, onder invloed van Marx en van zijn broer Jan, de beslissing om als arbeider te gaan werken. Ging later, in navolging van Kris Merckx, alsnog geneeskunde studeren. Maakt nog altijd deel uit van de communistische Partij van de Arbeid. Werd vorig jaar verkozen in het Antwerpse district Deurne. Trad op de voorgrond doordat hij de strijd aanbond met de farmaceutische industrie. Publiceerde daarover De cholesteroloorlog. Werkt nog altijd in een groepspraktijk van Geneeskunde voor het volk.

JAN VAN DUPPEN (54)
Zette als jongeman, onder invloed van Marx, zijn studies stop om te gaan werken als arbeider. Ging later, onder invloed van Amada-boegbeeld Kris Merckx, geneeskunde studeren. Rekende af met het communisme en vond aansluiting bij de SP.A. Was lid van het Vlaams Parlement (1999-2004) en van de Senaat (2003-2004). Stapte, onder meer uit ongenoegen met het autoritaire beleid van toenmalig voorzitter Steve Stevaert, in 2004 uit de partij. Werkt vandaag als huisarts in een groepspraktijk in een multiculturele achterstandswijk, Rotterdam-Zuid.

Een verzoeningsgesprek? Nee, zo zouden ze het niet willen noemen. Daarvoor zijn de meningsverschillen te groot, is de afstand te onoverbrugbaar. Maar een gesprek over hun politieke verleden en de toekomst van links? Daartoe zijn Jan en Dirk Van Duppen wel bereid. De twee felle en gedreven Kempenzonen zijn allebei arts, een vak dat ze kozen in navolging van Kris Merckx, stichter van Geneeskunde voor het Volk en jarenlang boegbeeld van Amada, de communistische partij die inmiddels is uitgemond in de Partij van de Arbeid. Dirk is nog altijd lid van de PVDA. Jan heeft zich na een lange omweg via de SP.A uit de politiek teruggetrokken. Het verhaal begint, hoe kan het anders, eind jaren zestig.

Jan Van Duppen: ‘Het was een periode waarin je de tegenstellingen in de wereld duidelijk begon te zien. De rijken waren rijk, de armen waren arm – en men ging er toen in de Kempen nog van uit dat het best zo kon blijven. Wij zagen elke avond de Vietnamoorlog op de televisie, de ene gruwel na de andere. Wij waren bij de Chiro en hadden ook een jeugdclub opgericht, waarmee we in de bossen van Gierle het zwerfvuil gingen opruimen. Met Kerstmis 1968 hebben wij de stal in het dorp nog vol gehangen met affiches tegen de bombardementen op Hanoi. Wij waren, kortom, zeer actief, wij hadden contact met de derdewereldbeweging en organiseerden zelf ook actie- en discussiegroepen. In Leuven, waar ik twee jaar psychologie heb gestudeerd, maakte ik kennis met de marxistisch-leninistische beweging. Ik studeerde mij te pletter op Marx en Lenin, en bracht dat allemaal mee naar de discussiegroepen in Gierle.’

In de tweede kandidatuur stopte u plotseling met studeren. Waarom?

JAN VAN DUPPEN: Voor mij bood het alomvattende en sluitende, maar ook geslà³ten denksysteem van het marxisme een fantastisch antwoord op alle vragen. Ik denk dat je dat kunt vergelijken met het moslimfundamentalisme. Een hele ontdekking, op die leeftijd. Ik begreep dat ik door psychologie te studeren de wereld niet zou veranderen. Wij moesten de wereld proletariseren. Dus stopte ik met studeren en werd ik arbeider. Ik heb in de mijnen gewerkt, in een asbestfabriek, als trambestuurder… Later zijn mijn broer en ik allebei geneeskunde gaan studeren.

DIRK VAN DUPPEN: Jan was mijn grote broer en grote voorbeeld. Wij voerden een gemeenschappelijke strijd om los te komen van de waardepatronen van onze ouders. Vader was onderwijzer en had nooit aan de universiteit kunnen studeren. Daarom wilde hij dat zijn kinderen dat zeker wel zouden doen. Dat de oudste zijn studie stopzette, was een verschrikkelijke klap. En zijn derde zoon, ik dus, begon zelfs niet aan die studies. Ik besliste om na de middelbare school onmiddellijk in een leerlooierij te gaan werken. Ik had op mijn vijftiende Het Kapitaal van Marx al gelezen.

Wat ontdekte u in Marx?
Lees verder »

Archief

Malcolm Kendrick, De cholesterolhype: De cholesteroloorlog en de strategie van de angst.

6 januari 2008

Malcolm Kendrick, De cholesterolhype. Cholesterol en de strategie van de angst.

'Als je te veel voedingsmiddelen met cholesterol en/of verzadigd vet eet, zal het cholesterolgehalte in je bloed stijgen. Het teveel aan cholesterol slaat neer in de vaatwanden, waardoor de slagaderen dikker en nauwer worden. Op termijn blokkeert dit de bloedvoorziening van het hart (of van andere organen), met als resultaat een hartinfarct of
beroerte. Levenslang cholesterolverlagende pillen( statines) kunnen je hiervoor behoeden ,'aldus de gangbare cholesterolhypothese die door de Britse huisarts en onderzoeker Malcolm Kendrick in 'De Cholesterolhype' met humor en gezond verstand vakkundig onderuit gehaald wordt.
Verplichte lectuur voor alle artsen en hun patiënten, voor epidemiologen en gezondheidswetenschappers.
Lezen van Malcolm Kendrick lacht jezelf en de ziekteverzekering gezond.

België telde in 2006 928.000 statinegebruikers die met 200 miljoen euro 8% van het geneesmiddelenbudget wegkapen. Een kleine helft hiervan zou wegens eerdere hart- en vaatziekten baat kunnen hebben bij deze medicijnen. Voor de overigen '“ vrouwen en mannen ouder dan 70 jaar – werd tot op heden geen enkel gunstig levensverlengend effect aangetoond.

Naar aanleiding van de Nederlandse vertaling van het boek van Malcolm Kendrick presenteert redacteur Marcel Crock in het tijdschrift 'natuurwetenschap&techniek' van februari 2008 een stand van zaken in Nederland en België. Hoogtepunt van de discussie rond de cholesterolhype is ongetwijfeld de uitspraak over het effect van de cholesterolverlagende medicijnen door internist Smulders van de VU Amsterdam:'Afwezigheid van bewijs is niet hetzelfde als bewijs van afwezigheid'.

Mijn argwaan in de jaren '90 van de vorige eeuw tegen de onstuitbare cholesterolhype werd nieuw leven ingeblazen met Walter Van den Broeck die in zijn 'Verdwaalde post' (1998) een randbemerking plaatste over reclame voor plantaardige vetten. ( p. 293 e.v.)
Ik was na 20 jaar in de medische sector als student en huisarts al enige tijd klaar met de verhaaltjes over diëten en preventie door dure medicijnen voor ziektebeelden die vooral lang dienden uit te blijven. Een half leven diende gedrild en geofferd om het verre doel van langer leven mogelijkerwijs ooit te kunnen bereiken.
De strategie van de angst als essentieel kenmerk van de farmaceutisch ondersteunde geneeskunst was me stilaan helder na diverse hypes van medicijnen die nadien van de markt verdwenen wegens ernstige nevenwerkingen.
Vaak vraagt het jaren ervaring en voldoende afstand om die strategie van de angst te durven erkennen. Zeker op het domein van ziekte en gezondheid is een kritische houding tegenover de paradigmata van de medisch-farmaceutische sector wezenlijk.
Het eist een grondige bezinning over Jules Romains' toneelstuk uit 1923: 'Knock ou le triomphe de la médecine', waarin de jonge energieke en hoogopgeleide Dr. Knock een hele dorpsgemeenschap preventief ziek maakt aan de angsten die hen tot dan bespaard waren gebleven door de oude huisarts die de zieken behandelde en de gezonden met rust liet.
Walter Van den Broeck had tijdens onderzoek voor zijn roman 'Verdwaalde Post' een boeiende breuk ontdekt in de reclame voor plantaardige vetten in de naoorlogse vrouwenbladen. Na een tijd van gedwongen soberheid werden deze aangeprezen als vernieuwend, proper, efficiënt en vooral goedkoop. Nauwelijks iemand wou nog weten van die ersatz troep. Hoe krijg je dan zo'n enorme ongewenste olie-overschotten ( bio-energetische calorieën ) gesleten? Plantages produceren immers jarenlang hun plantaardige vetten.
En ziet, plots veranderde het verkoopsargument begin jaren '60 van 'proper' naar 'gezond' voor het hart, de bloedvaten en de lever, de botten, de huid en de haren.
En het grote publiek mocht de 'Lever'- plantageproductie nuttigen in de jacht op een lang en gezond leven. Vandaag hengelen zelfs ziekenfondsen naar nieuwe leden door plantaardige vetten te vergoeden omdat ze de bloedcholesterolspiegel gunstig zouden beà¯nvloeden.

In 1976 reeds wees Ivan Illich op dit fenomeen in zijn Medical Nemesis – Grenzen aan de geneeskunde: het medisch bedrijf – een bedreiging voor de gezondheid?:
Naast een verbetering van leefomstandigheden krijg je b ij een technische evolutie ook een grotere afhankelijkheid van specialisten die dure kunsten bedrijven. Zo moet ook de gezondheidsindustrie zijn klanten verdienen door hen vooral van de onmisbaarheid van hun producten te overtuigen.
Dit fenomeen is niet nieuw. Wanneer cacao, koffie en tabak in Europa werden geà¯ntroduceerd als genotsmiddel voor de superrijken, brak hun commerciële succes pas echt door wanneer ze een gezondheidsverbeterend aureool kregen aangemeten en de prijzen werden gedemocratiseerd.
Een van de grootste hypes van de laatste halve eeuw is ongetwijfeld het vermeende verband tussen de cholesterolwaarde in het bloed en de kans op een hartziekte. De verkoop van vetverlagende medicijnen '“ statines, initieel nog duurder dan goud (!), niet of weinig terugbetaald en dus voorbehouden aan rijk en beroemd – kende met dezelfde strategie een ongelooflijk succes.
Sociaal geà¯nspireerde acties eisten een passende prijsverlaging voor deze dure pillen zodat eenieder er voldoende van slikken kan omwille van het democratisch recht op cholesterolverlagers!
Populaire cholesteroloorlogen 'democratiseren' de toegang tot dit soort specialiteiten wat uiteindelijk de commerciële waarde ervan door stijgende omzetvolumes opdrijft.

Gezondheid op de vrije markt maakt van de geneeskunst dan ook een kostelijke illusie.
Dr. John Reckless, voorzitter van Heart UK en endocrinoloog aan Bath University, maakte tijdens een interview met de BBC over de vrije verkoop van statines in Engeland op 1 augustus 2004 duidelijk waar het om gaat. 'Het belangrijkste is dat we duidelijk naar buiten brengen dat we momenteel onderbehandelen en dat veel meer mensen zouden kunnen profiteren. De gehele bevolking zou zijn voeding en leefstijl moeten aanpassen en gewicht moeten verliezen. Maar het is ook zo dat veel meer mensen statines nodig hebben. Lang niet iedereen die statines nodig heeft, krijgt ze ook. Alle mensen zouden hun statine moeten kunnen krijgen. Indien niet in hun drinkwater, dan wel bij hun drinkwater.' http://news.bbc.co.uk/2/hi/health/3931157.stm (Malcolm Kendrick, De Cholesterolhype p. 55)
Met steengoeie en brede marketingtechnieken werd jarenlang een virtuele angstdroom in mensenhoofden geplant om ze voor te bereiden op de tirannie van het gezonde leven.
In 1995 publiceerde The Lancet een enorme studie, waarin 450.000 mensen zestien jaar lang werden gevolgd. Er deden zich 13.000 beroertes voor. De studie representeerde 7,3 miljoen persoonjaren aan observatie. De conclusie: 'Er was geen correlatie tussen bloed-cholesterol en beroerte.' Meer recentelijk werd in een pan-Europees onderzoek, Eurostroke, gepubliceerd in 2002, dezelfde vraag opgeworpen. Het resultaat: 'Deze analyse van het Eurostroke-project vond geen associatie tussen het totaal cholesterol en dodelijke en niet-dodelijke hersenbloedingen en ischemische beroertes. (p.99)
Een hele generatie is opgevoed met de waarschuwing: een te hoog cholesterolgehalte veroorzaakt hart- en vaatziekten. Wat blijkt nu? Het was een verkooppraatje. Statine, het medicijn dat het cholesterolgehalte in het bloed verlaagt, is het meest winstgevende product uit de geschiedenis van de geneeskunde. Jaarlijks verdient de farmaceutische industrie er miljarden aan.
Met wetenschappelijke precisie en een gezonde dosis humor verwijst de Britse huisarts en onderzoeker Malcolm Kendrick in 'De cholesterolhype' de publicaties die deze cholesterolhype ondersteunen naar de prullenbak: 'Cholesterol is niet verantwoordelijk voor hartfalen, vet eten veroorzaakt geen hogere cholesterolspiegel en is ook niet slecht voor je hart (tenzij je zo ontzettend dik wordt dat je hart het niet meer aankan) en het idee dat er zoiets als 'goede' en 'slechte' cholesterol bestaat, is een verzinsel. '
Dr. Kendrick heeft de skeptische moed gehad om te argumenteren waarom er geen verband is tussen de hoeveelheid cholesterol in je bloed en de kans op een hartinfarct.
Als er al een verband is, dan eerder een omgekeerd verband: Australische aboriginals hebben de laagste cholesterolwaarden en het hoogste aantal hartinfarcten. Zwitsers hebben gemiddeld de hoogste cholesterolwaarde en het laagst aantal hartinfarcten.
Meer nog: grondig epidemiologisch onderzoek heeft aangetoond dat er een andere factor essentieel is voor het risico op hartinfarcten, nlk. langdurige stress door uitzichtloze leefsituaties.
Zo bleek het hoge risico op hartlijden in het naoorlogse Finland niet het gevolg van een hoge cholesterol maar wel van de etnische zuivering door de Sovjetunie in Karelië die 400.000 Finnen over de grens had gedreven.
Zo hebben in de USA hechte gemeenschappen met sterke social binding & bridging een erg laag risico op hartlijden. Een mogelijk gunstig effect van cholesterolverlagers wordt enkel gezien bij mannen die reeds hart- en vaatziekten hadden, mogelijk door een bloedverdunnend effect. Zoals bij aspirine, maar dan veel duurder.
In de jaren '80 ontstond er in de medische wereld volgens de Engelse arts Michael Fitzpatrick in zijn schitterende analyse: 'œThe Tyranny of Health, doctors and the regulation of lifestyle' een shift van de traditionele behandeling van ziekte naar 'new welness interventions', gekoppeld aan het 'check up' verhaal, de gezondheidsrisico's, screeningtests en preventie adviezen op het vlak van de lifestyle, met als resultaat het promoten van forse restricties op het vlak van de individuele vrijheden.
Mensen beleden niet langer hun zonden in de biechtstoel waar hen de absolutie gegeven werd mits enige boetedoening. Vandaag leggen zij bij de huisarts, de cardioloog of de zelfhulpgroep getuigenis af van hun inbreuken op de codes voor een gezonde levensstijl en vragen ze vergiffenis door de cholesterolwaarde van hun bloed te laten bepalen en pillen te slikken voor de verlaging ervan.
In de jaren '70 was er reeds een eerste verschuiving waar te nemen naar de individuele verantwoordelijkheid voor ziekte en gezondheid en een toenemende stilte op het vlak van sociale oorzaken van ziekten in commerciële en industriële omgevingen. Wanneer gezondheid het doel geworden is van menselijk gedrag, krijgt het een onderdrukkende invloed op het individuele leven.
Michael Fitzpatrick formuleert het haarscherp: 'The tyranny of health betekent het heersen van de biologische gebodsbepalingen over de verlangens van de menselijke geest. Het biedt de staat, via dokters en andere gezondheidsprofessionals, mechanismen om zijn autoriteit over de levens van iedere individuele burger uit te breiden en daardoor over heel de maatschappij.'
De grondlegger van de cellulaire pathologie en ontdekker van cholesterol in atheroomplaques bij konijnen, de Duitse arts, antropoloog en politicus Rudolf Virchow '“ intussen ook al ruim 100 jaar overleden, heeft het ooit als volgt geformuleerd: 'œGeneeskunde is een sociale wetenschap, en politiek is niet anders dan geneeskunde op een grotere schaal!'

Geneeskunde is een klinische praktijk en evenzeer een sociale wetenschap.
Geneeskunde moet dan ook het belang van sociale factoren bij de oorzaken van ziekte en lijden erkennen, maar tegelijk voorrang geven aan de echte noden van een individu.
Politici daarentegen moeten de noden van een maatschappij als een geheel vooropstellen, waaraan de individuele noden ondergeschikt zijn.
De erosie tussen de openbare en de private sfeer is een van de meest bedreigende trends in onze moderne maatschappij, en bovendien één waarin de dokters met hun unieke toegang tot de meest intieme aspecten van het persoonlijke leven, een belangrijke rol spelen.
Geneeskunde moet dan ook opnieuw gedefinieerd worden in termen van 'behandel de zieken en laat de gezonden met rust!' .
Politiek moet gedefinieerd worden in termen van: versterk de social binding & social bridging, zorg voor een sociale economie waarbij mensen een voldoende grote mate van veiligheid en zekerheid krijgen, zeker wanneer ze ziek of invalide worden. Onzekerheid, angst voor werk, inkomen en geweld veroorzaken meer ziekte en dood dan alle andere parameters. Het procentueel hoogste aantal sterftegevallen aan hartlijden komt voor in die landen waar het sociale netwerk op grote schaal werd vernield: Oost Europa, de vroegere Sovjet Unie en bij de Aboriginals in Australië.

Malcolm Kendrick geeft tot slot een paar makkelijke tips:

Rook niet. Kies voor een vorm van lichaamsbeweging waar u van geniet. Drink alcohol, maar met mate(n). Laat niemand over u heen lopen. Zorg dat u niet het gevoel heeft dat u in de val zit, ook op uw werk. Geniet van het gezelschap van anderen. ('¦) Mensen hebben altijd geweten dat stress dodelijk is.
De medische gemeenschap, die een verschrikkelijke aversie heeft tegen het idee dat er een verband is tussen de geest en het lichaam, heeft geprobeerd deze kennis te verpulveren, met de wetenschappelijke methode als wapen. 'We kunnen het niet meten, dus bestaat het niet.'

Archief

Malcolm Kendrick, De cholesterolhype: Cholesterol en de strategie van de angst.

27 december 2007

'Voor ieder gecompliceerd probleem bestaat een oplossing die eenvoudig is,
direct, begrijpelijk… en fout.' H. L. Mencken.

15. Vooral de medische wetenschap (een beter voorbeeld van een contradictio in terminis is nauwelijks denkbaar) heeft een lange en uitgesproken traditie van volstrekt de verkeerde conclusies trekken, de ogen stijf dichtknijpen, grimmig vasthouden aan een geliefd, maar belachelijk idee en vooral niet luisteren naar wie dan ook. Iemand nog een bloedzuiger? Of misschien een radicale mastectomie? Een tonsillectomie of een verwijdering van een
toxische dikke darm? Hoe lang geloofden we in het bakerpraatje 'geen bacterie overleeft in de menselijke maag'? Wat te denken van 'strikte bedrust na een hartinfarct'? Hoeveel miljoen levens heeft dat gekost? De lijst achterlijke, schadelijke, ronduit foute dingen die dokters door
de jaren hebben geleerd en gedoceerd, is tamelijk deprimerend. Het stemt mij in elk geval van tijd tot tijd somber. We maken allemaal fouten. Zelfs ik. Maar om de een of andere reden is de medische stand extreem ongenegen om fouten toe te geven. Ik vermoed dat het te maken
heeft met controledwang.

33. Want ik denk dat verzadigde vetten op geen enkele manier schadelijk of gevaarlijk zijn. Als ze dat waren, zouden ze niet zo verdomde goed smaken. De natuur heeft de gewoonte ons te waarschuwen voor gevaarlijk voedsel, door het een bittere of anderszins vieze smaak te geven. Of door het knalrood dan wel gifgroen te maken. Maar natuurlijk, ik ken het tegenargument in al
zijn Darwinistische glorie: het maakt de natuur geen bal uit wat er met ons gebeurt als we te oud zijn om ons voort te planten, dus dingen die ons na ons vijftigste de das om doen, die tellen niet. Ik weiger deze discussie aan te gaan, omdat je hem niet kunt winnen en niet kunt verliezen.
Je accepteert het of je verwerpt het, afhankelijk van je filosofische vooronderstellingen.

38. Er is geen enkel verband tussen cholesterol in de voeding en cholesterol in het bloed. Eigenlijk hebben we dat altijd geweten. Cholesterol in de voeding is volledig betekenisloos, tenzij je een kip of konijn bent. Ancel Keys, PhD, Emeritus Professor aan de University of Minnesota, 1997.

49. Als wie dan ook me nog één keer vertelt dat coronaire hartziekte multifactorieel is, ga ik gillen. Het is de ultieme dooddoener. Het stelt iedereen in staat alles te zeggen zonder zich eerst te hoeven bezighouden met zoiets vermoeiends als nadenken. 'Alle ziekten zijn in zekere
zin multifactorieel, dus laten we ophouden naar oorzaken te zoeken.' Ik dacht het niet.

55. Dr. John Reckless, voorzitter van Heart UK en endocrinoloog aan Bath University, maakte duidelijk waar het om gaat. 'Het belangrijkste is dat we duidelijk naar buiten brengen dat we momenteel onderbehandelen en dat veel meer mensen zouden kunnen profiteren.'
'De gehele bevolking zou zijn voeding en leefstijl moeten aanpassen en gewicht moeten verliezen. We zouden geen vette maaltijden en snacks meer moeten eten, we zou den niet meer in cafetaria's moeten komen, we zouden allemaal meer moeten bewegen, enzovoort.'
'Natuurlijk zouden we al die zaken moeten doen of laten. Maar het is ook zo dat veel meer mensen statines nodig hebben. Lang niet iedereen die statines nodig heeft, krijgt ze ook.'
'Alle mensen zouden hun statine moeten kunnen krijgen. Indien niet in hun drinkwater, dan wel bij hun drinkwater.' http://news.bbc.co.uk/2/hi/health/3931157.stm Statines in het drinkwater?

62. Er is echter toenemend bewijs dat de effecten van statines verder gaan dan cholesterolverlaging. Veel van deze niet cholesterolgerelateerde ofwel 'pleiotrope'
effecten van statines lijken betrekking te hebben op herstel of verbetering van de endotheelfunctie, via verhoging van de biobeschikbaarheid van stikstofoxide, waardoor nieuwe endotheelcellen worden aangemaakt, de oxidatieve stress wordt verminderd en ontstekingsreacties worden geremd. Verondersteld wordt dat veel van de gunstige effecten van statinetherapie bij cardiovasculaire ziekten zijn terug te voeren op de werking die deze geneesmiddelen uitoefenen op het endotheel. http://atvb.ahajournals.org/cgi/content/full/23/5/729
Te veel wetenschappelijke abracadabra? Sorry, maar hier staat zwart op wit dat statines een scala van effecten op de bloedvaten hebben die kunnen beschermen tegen coronaire hartziekten. Bij mijn laatste eigen telling kwam ik tot 35 niet cholesterolgerelateerde effecten. U twijfelt nog? Welnu, verderop in dit boek hoop ik u ervan te overtuigen dat die 'niet cholesterolgerelateerde effecten' in feite de enige verklaring bieden voor hoe ze werken. Tenslotte werden voor de statines talloze effectieve cholesterolverlagende medicijnen ontdekt. Maar alleen de statines lieten enig significant voordeel zien bij de behandeling van hart- en vaatziekten.

76. Bill Harlan van het Overzichts Comité, Associate Director van het Office of Disease Prevention (Bureau voor Ziekte Preventie) van de NI H (Nationale Gezondheids Instituten), gaf als commentaar: 'Men begon aan het rapport met een reeds vastomlijnd idee van de conclusies, maar de wetenschap achter dat idee bleek duidelijk niet toereikend te zijn. Het was duidelijk dat de ideeën van gisteren ons niet veel verder zouden helpen.' Ik vertaal het even: 'We zaten ernaast. Het idee dat verzadigd vet hart- en vaatziekten veroorzaakt was fout. Alles wat we al die tijd dachten te weten over dit onderwerp was fout. Punt.' Maar niemand zal ooit zo duidelijk uit de pas lopen en gewoon zeggen waar het op staat. Aan de buitenkant lijkt de wereld van het medisch onderzoek kalm en plezierig en redelijk, als een goed onderhouden tuin vol vriendelijk lachende mensen die dingen zeggen als 'met respect nam ik kennis van' en soortgelijke oppervlakkige vleierij. Maar in werkelijkheid is de academische wereld een slangenkuil. Doe één stap buiten de lijnen en je bent nog niet jarig. Internationale opinieleiders bewaken hun keizerrijken met ijzeren hand. En reken maar dat je wordt verpletterd als je het
waagt hun argumenten in twijfel te trekken. Samenvattend, na elf jaar had het Bureau van de Surgeon General in de Verenigde Staten geen enkel bewijs gevonden voor de cholesterolhypothese. Neem van mij aan, als ze ook maar het kleinste splintertje
bewijs hadden gevonden, hadden we dat tot in lengte van dagen moeten horen. Wat mij betreft is het totale onvermogen van deze organisatie om de cholesterolhypothese te onderbouwen een overtuigend argument tegen die hypothese.

79. Genoeg over Law en Wald, ik ban ze uit mijn gedachten. Het enige in hun artikel dat het onthouden waard is, is de bewering: 'Een meta-analyse van gerandomiseerde onderzoeken suggereerde dat een lage inname van verzadigd vet weinig invloed had op het risico op ischemische hartziekten.'
Vervang 'suggereerde' door 'bewees' en je komt naar mijn mening een stuk dichter bij de waarheid. Voeg deze bewering bij de elf jaar lange vergeefse poging van de Surgeon General om een oorzakelijk verband aan te tonen tussen de inname van verzadigd vet en het risico op harten
vaatziekten en je hebt volgens mij een antwoord. Ook al is het een negatief antwoord.

80. dr. George Mann. In de jaren zeventig bestudeerde hij de Masa௠een nomadenvolk in Kenia. Hij stelde vast dat zij de hoogste inname van verzadigd vet en cholesterol hebben die ooit is waargenomen. Hun voeding bestaat praktisch uitsluitend uit melk, vlees en vet. Toch waren hart- en vaatziekten onder de Masa௠volledig afwezig. Op basis van deze en andere waarnemingen noemde dr. George Mann de cholesterolhypothese in het New England Journal of Medicine 'de grootste blunder in de geschiedenis van de geneeskunde'.

85. Zodra mensen hebben besloten dat verzadigd vet hart- en vaatziekten veroorzaakt,
is er niets meer dat hen op andere gedachten kan brengen. Er is geen enkele onverkwikkelijke waarneming die niet op de een of andere manier kan worden verworpen. En het aantal nieuwe ad hoc hypotheses dat je kunt ontwikkelen is onbegrensd. Je kunt ze eindeloos uit de lucht blijven plukken, bewijs is niet nodig.

86. Karl Popper herkende deze manier van redeneren. Hij noemde het cirkelredeneren. Zijn voorbeeld luidde als volgt:
Stel je de volgende dialoog voor: 'Waarom is de zee zo ruig vandaag?' -'Omdat Neptunus heel boos is.' '“ 'Welk bewijs heb je om je bewering dat Neptunus erg boos is te onderbouwen?' '“ 'Nou, zie je niet hoe ontzettend ruig de zee is? En de zee is altijd ruig als Neptunus boos is.'
Popper, K. Popper Selections
Nu vraag ik u om zich de volgende dialoog voor te stellen:
'Waarom heeft deze man, die geen risicofactoren voor hart- en vaatziekten had, een hartinfarct gekregen?' '“'Omdat hij genetisch vatbaar is.' '“'Welk bewijs heb je om je bewering dat hij genetisch vatbaar is te onderbouwen?' '“ 'Nou, zie je niet dat hij een hartinfarct heeft gehad terwijl hij geen risicofactoren had? Hij moet dus genetisch vatbaar zijn.'

93. www.thincs.org
www.theomnivore.com
www.second-opinions.co.uk
Voor ik een streep onder dit hoofdstuk zet, moet ik iets bekennen. Ik heb alle ad hoc hypotheses neergesabeld, het flauwe gebruik ervan gehekeld, maar er zijn twee substanties in de voeding die wel degelijk, consistent, bescherming lijken te bieden tegen hart- en vaatziekten.
1: Omega-3-vetzuren
Deze vetzuren lijken op twee manieren te beschermen. Ten eerste hebben ze een tamelijk sterk antistollings-effect, een beetje als aspirine. Ten tweede lijken ze hartritmestoornissen te voorkomen. (omega-3-vetzuren hebben overigens geen effect op het ldl-gehalte). Omega-3-vetzuren komen vooral voor in vette vis. Hoewel ik het wat lastig uit mijn strot krijg, moet ik toegeven dat omega-3-vetzuren waarschijnlijk goed voor ons zijn.
2: Alcohol
Matige alcoholconsumptie lijkt het risico om te sterven aan hart- en vaatziekten met gemiddeld zo'n twintig procent te verminderen. Het soort alcohol is min of meer irrelevant, hoewel wijn en bier beter lijken te werken dan gedestilleerd. Overmatig drinken of weekend-drinken
lijkt daarentegen juist het tegenovergestelde effect te hebben. Dit zou kunnen komen doordat de bloedstolling na excessieve alcoholinname een 'rebound-reactie' vertoont, waardoor zich gemakkelijker bloedpropjes vormen.

95. Daar multifactoriële interventies tegen coronaire hartziekte in mannen van middelbare leeftijd met een matig risico tot nog toe hebben gefaald om zowel de morbiditeit (ziekte) als sterfte te verminderen, zijn zulke interventies steeds moeilijker te rechtvaardigen. Dit gaat lijnrecht in tegen de officiële aanbevelingen van veel nationale en internationale adviesorganen, die de
recente bevindingen in Finland ter harte zouden moeten nemen. Dit niet te doen, is mogelijk ethisch onacceptabel.
Dit is een citaat van professor Michael Oliver, naar aanleiding van een onderzoek in Finland. Uit een tien jaar lange follow-up van het aanvankelijke onderzoek (dat als een succes was onthaald) bleek dat de mensen die doorgingen met het strikt gecontroleerde cholesterolverlagende
dieet (dit werd aangemoedigd) twee keer zo'n grote kans hadden aan hart- en vaatziekten overlijden als de mensen die dit niet deden.

98. Deze feiten leken robuust en onaanvechtbaar. Telkens als ik een vakblad opensloeg, of een studie las, werden ze bevestigd. Week in, week uit, telkens opnieuw. Maar in werkelijkheid is dit alles slechts gedeeltelijk waar. Het beeld is vergelijkbaar met de faà§ades die worden gebruikt in spaghetti-westerns. Als je er recht tegenaan kijkt, heb je het idee dat er een complete
stad voor je ligt. Maar als je ook maar een beetje van het voor de camera's gebaande pad afwijkt, zie je dat de zogenaamd solide gebouwen in werkelijkheid slechts uit spaanplaat bestaan en dat daarachter helemaal niets is.
Vanuit één hoek bezien lijken de feiten achter het tweede deel van de cholesterolhypothese '“ 'een verhoogd cholesterol/ldl veroorzaakt harten vaatziekten' '“ robuust te zijn. Maar als je besluit de 'georganiseerde trip van de opinieleider' te verlaten, doemt er een volstrekt ander beeld
op. Dames en heren, tijd voor een blik achter de schermen van de cholesterolhypothese.

99. In 1995 publiceerde The Lancet een enorme studie, waarin 450.000 mensen zestien jaar lang werden gevolgd. Er deden zich 13.000 beroertes voor. De studie representeerde 7,3 miljoen persoonjaren aan observatie. Dat lijkt me lang genoeg. De conclusie: 'Er was geen correlatie
tussen bloed-cholesterol en beroerte.'
Meer recentelijk werd in een pan-Europees onderzoek, Eurostroke, gepubliceerd in 2002, dezelfde vraag opgeworpen. Het resultaat: 'Deze analyse van het Eurostroke-project vond geen associatie tussen het totaal cholesterol en dodelijke en niet-dodelijke hersenbloedingen en ischemische beroertes.'

101. Ik verkies het gezelschap van keuterboeren, omdat ze niet voldoende opleiding
hebben genoten om incorrect te redeneren. Michel de Montaigne
Overigens, Ik citeer anderen uitsluitend om mezelf beter te kunnen uitdrukken.
Michel de Montaigne

107. Nu we hebben gekeken naar beroertes en tot de conclusie zijn gekomen dat het grootste risico voor deze aandoening een láág cholesterolgehalte is, niet een hoog cholesterolgehalte, denk ik dat de tijd gekomen is om het concept 'totale mortaliteit' te introduceren.
Want hoewel je het als je cardiologen hoort praten soms niet zou geloven, het is volstrekt mogelijk om aan andere dingen dan aan hartkwalen dood te gaan. Cardiologen zijn compleet geobsedeerd door cardiovasculaire sterfte. Overwinningen op dat gebied worden met veel fanfare
gebracht. Maar de totale mortaliteit wordt vaak over het hoofd gezien; in sommige studies worden die gegevens niet eens gepubliceerd.

112. Deze studie bevestigde dat een laag cholesterolgehalte vanaf vijftig kaar (en beneden de vijftig voor mannen) significant is geassocieerd met de totale mortaliteit:
Een laag cholesterol is bij mannen van elke leeftijd en in vrouwen vanaf vijftig jaar significant geassocieerd met totale mortaliteit en vertoont een significant verband met overlijden als gevolg van kanker, leverziekten en psychische aandoeningen.
Helderder kun je het niet krijgen. Als je een laag cholesterolgehalte hebt, heb je een veel hoger risico om te overlijden. Misschien heeft u liever een Brits onderzoek? Dit komt uit het bmj (1995): Lage serumcholesterol-concentraties (<4.8 millimol per liter), die werden vastgesteld bij vijf procent van de mannen, waren geassocieerd met de hoogste sterfte door alle oorzaken, voornamelijk toe te schrijven aan een significante toename van het aantal doden aan kanker.

117. Een laag cholesterolgehalte verhoogt het risico op overlijden bij mannen en vrouwen. Dit is een van de weinige feiten die door geen enkel onderzoek zijn tegengesproken. Het is ook een feit dat zo goed is verborgen, dat ik nog nooit iemand ben tegengekomen die er van op de hoogte is.
Sterker nog, als ik er over begin, verklaart iedereen me voor gek. Het is niet bepaald een triviaal gegeven. Als je weet dat een laag cholesterolgehalte ongezond is, kijk je vermoedelijk iets anders tegen de uitslag van een cholesteroltest aan. Is het cholesterolgehalte rond de 5,5 millimol per liter of hoger? Prima. Lager dan vier? Kijk uit.

120. Hormoontherapie verhà³à³gt het risico op hart- en vaatziekten. Anno 2007 raadt de American Heart Association, een bastion van conventioneel denken, ten sterkste af hormoonbehandeling in te zetten ter preventie van hart- en vaatziekten.
Hoeveel vrouwen kregen extra oestrogeen en overleden vervolgens aan hart- en vaatziekten? Suggestieve vraag, ik weet het, maar ik bedoel er uiteraard niets mee. Ik zou het niet in mijn hoofd halen ook maar te suggereren dat het 'establishment' ooit gezondheidsschade zou kunnen
aanrichten. Nooit! De opinieleiders zijn onfeilbaar en ik ken mijn plaats.

125. U moet weten dat er in de wetenschap twee fundamentele gedachtescholen zijn.
Je hebt de 'weight of the evidence' mensen. Wanneer tien studies laten zien dat een hoog hdl samengaat met een laag risico op hartziekten en twee studies suggereren het omgekeerde, vinden zij dat die tien studies moeten worden geloofd. Ik zou hen wetenschappelijke 'democraten' willen noemen: de waarneming die het grootste aantal studies achter zich heeft, wint.
Mijn visie, en daarin ben ik een aanhanger van Karl Popper, is dat zulke mensen geen echte wetenschappers zijn. De ware wetenschappelijke methode dicteert om je hypothese zo te formuleren dat hij kan worden gefalsificeerd. Vervolgens zet je experimenten op die zijn ontworpen om je hypothese onderuit te halen. Als je alles probeert en daar niet in slaagt, is je hypothese waarschijnlijk correct. Lukt het je daarentegen je hypothese te falsificeren, dan is hij fout. Het maakt niet uit hoeveel positieve studies je al hebt, ze worden allemaal waardeloos door
één studie die het tegendeel vindt.

133. het cholesterolgehalte heeft geen effect op de prevalentie van hart- en vaatziekten onder vrouwen. Geen enkele andere verklaring is in overeenstemming met de feiten.

136. Maar de Aboriginals representeren voor zover ik weet de waanzinnigste cholesterolparadox
die je kunt vinden. Laagste cholesterolspiegels, hoogste sterfte aan hart- en vaatziekten. Vergelijk dat met de Zwitsers. Hoogste gemiddelde cholesterolspiegels, op een na laagste sterfte aan hart- en vaatziekten. Of neem de Russen. Op een na laagste cholesterolgehalte,
hoogste sterfte aan hart- en vaatziekten in Europa. Doe maar een gooi, het is altijd raak. Ieder afzonderlijk land vormt een 'paradox'.

140.
'“ Een verhoogd cholesterolgehalte is gecorreleerd met hart- en vaatziekten in jonge mannen '“ binnen afzonderlijke landen.
'“ Er is geen enkele correlatie tussen gemiddelde cholesterolgehaltes en de prevalentie van hart- en vaatzieken tussen verschillende landen.
'“ Na het vijftigste levensjaar verdwijnt het verband tussen het cholesterolgehalte en hart- en vaatziekten.
'“ Een dalend cholesterolgehalte is gecorreleerd met een hoger risico op hart- en vaatziekten.

174. Ondanks het volstrekte gebrek aan bewijs voor enig voordelig effect op de sterfte, worden huisartsen in Engeland actief aangemoedigd om het cholesterolgehalte van vrouwen te meten en hun cholesterolgehalte beneden de 5,0 millimol per liter te brengen. Als ze dit bereiken bij
een voldoende percentage van de populatie van hun praktijk, krijgen ze grote geldbedragen uitgekeerd (in Nederland is dit niet het geval).
Als dit niet zo serieus was, zou het lachwekkend zijn. Maar eerlijk gezegd vertikken mijn lachspieren het hier even. Ik heb de neiging een aantal mensen bij hun kladden te grijpen en ze eens flink door elkaar te schudden. Hoe kun je het rechtvaardigen om miljoenen vrouwen
krachtige en potentieel erg schadelijke medicijnen voor te schrijven, wanneer ze geen enkel leven zullen redden? Deze vraag behoeft een antwoord.
Als dit boek niets anders teweeg brengt dan een debat over dit onderwerp, ben ik volkomen tevreden, want zo'n debat kan maar tot één conclusie leiden. Misschien denkt u dat statines ongevaarlijk zijn en dat het dus allemaal niet zo veel uitmaakt? Welnu, als je een foetus bent,
zijn statines helemaal niet ongevaarlijk.
Weinig vrouwen in de vruchtbare leeftijd slikken statines, maar het wordt langzamerhand gewoner. En nu statines in Engeland zonder recept verkrijgbaar zijn, is er een toenemend gevaar dat de waarschuwing om geen statines te gebruiken tijdens de zwangerschap niet wordt nageleefd.
Misschien vergeet de bediende in een supermarktapotheek het te zeggen als hij op een drukke namiddag een pakje statines verkoopt. Of een man neemt ze mee voor zijn vrouw, zonder te zeggen dat ze niet voor hem zijn.

178. Samengevat, statines hebben als ze worden gebruikt ter primaire preventie
nul invloed op de totale sterfte en ze hebben nul invloed op het aantal hartinfarcten bij vrouwen. Er is dus geen enkel voordeel. Ik neem aan dat dit u onmogelijk lijkt, gezien de absurde hype die rond statines is gecreëerd, maar het is waar.

181. Als statines het aantal sterfgevallen aan cardiovasculaire ziekten verminderen, maar geen invloed hebben op de totale sterfte (er gaan net zoveel mensen dood), dan moeten mensen die statines slikken vaker dood gaan aan iets anders. Waaraan?

183. Vandaag de dag worden klinische onderzoeken in buitengewone mate gestuurd en gecontroleerd door de farmaceutische industrie. dr. Marcia Angell, voormalig hoofdredactrice van het New England Journal of Medicine, één van de invloedrijkste medische tijdschriften ter wereld, schreef:
Vroeger was het zo dat geneesmiddelenfabrikanten eenvoudig geld gaven aan academische medische centra, zodat de klinische onderzoekers een studie konden uitvoeren, en dat was het. Er was grote afstand. De onderzoeker deed een studie en publiceerde zijn of haar resultaten,
wat die resultaten ook waren.
Tegenwoordig werkt het heel , heel anders. De farmaceutische bedrijven ontwerpen
de onderzoeken in toenemende mate zelf. Ze zijn eigenaar van de gegevens. Niet eens de onderzoekers krijgen inzage in de data. De bedrijven analyseren de data en ze bepalen of de data al of niet worden gepubliceerd. Ze laten onderzoekers en academische medische centra contracten tekenen waarin zij beloven hun werk niet te publiceren, tenzij er uitdrukkelijke
toestemming van het farmaceutische bedrijf is. De verdraaiing begint dus al và³à³r de publicatie. Het begint op het moment dat wordt bepaald wat wel en wat niet gepubliceerd zal worden.
Dit kun je geen gezonde afstand meer noemen. Onderzoekers en academische medische centra worden behandeld als willoze wapens, als technici die je kunt laten doen wat je wilt. Ze voeren hun werk uit en dat is het. Het farmaceutische bedrijf bepaalt wat de data laten zien, welke conclusies er worden getrokken en of het wel of niet wordt gepubliceerd.
Ofwel, de medische beroepsgroep werkt steeds nauwer samen met de farmaceutische bedrijven.
Als je geen rol speelt in grote, door de farmacie gesponsorde klinische onderzoeken, spreek je niet op belangrijke beleidsvergaderingen, publiceer je geen 'prestigieuze' onderzoeksrapporten in toonaangevende tijdschriften en breng je geen geld in het laatje van de universiteitskas.
Je hebt niets te vertellen op grote, internationale congressen. Je slijt je wetenschappelijke leven, zo te zeggen, op Urk.
Een zekere dr. John Kastelein uit Amsterdam raakte buiten zinnen van woede toen er vraagtekens werden geplaatst bij de potentiële belangenconflicten van de panelleden die de NCEP -richtlijnen bepaalden.
Volgens hem werd die hele zaak rond belangenverstrengeling geweldig overdreven. In zijn woorden:
Ik geloof geen woord van die verhalen over belangenverstrengeling, want er is op de hele wereld geen enkele opinieleider die geen onderzoek heeft verricht in opdracht van een farmaceutisch bedrijf. Kastelein wordt in zijn visie gesteund door Professor Daniel Simon van Harvard Medical School. Die noemt het een vergissing om de inzichten van opinieleiders met een potentieel belangenconflict voortaan met een korrel zout te nemen, omdat de farmaceutische industrie de
medische wetenschap vooruit helpt. 'De meeste onderzoekers zonder belangenconflict zijn geen echte experts,' aldus Simon.

189. Het grootste nadeel van statines is niet dat ze dagelijks hier en daar een paar honderd mensen doden, het probleem is dat ze een gigantische last aan verraderlijke bijwerkingen veroorzaken, die voor het merendeel niet worden herkend, of die hardnekkig worden ontkend. U
bent moe? Tja, u wordt een dagje ouder. Spier- en gewrichtspijn? Kom aan mevrouw Jansen, daar hebben we allemaal wel eens last van. Zelfs als je de waslijst inmiddels aardig gedocumenteerde bijwerkingen opsomt, zullen de meeste artsen weigeren te geloven dat ze ook maar iets te maken hebben met de statine die je slikt.
Laat mij u kennismaken met dr. Duane Graveline, een arts in de Verenigde Staten. Hij is huisarts, maar is ook opgeleid tot astronaut bij NASA en hij werkt nauw samen met de vliegmedische dienst die verkeers- en militaire vliegers keurt. Enige jaren geleden werd bij hem een
verhoogd cholesterolgehalte gemeten en hij kreeg een statine voorgeschreven. Hij had daar geen enkele moeite mee, want hij geloofde volledig in de cholesterolhypothese en in de voordelen van statines.
Na enkele weken werd hij verrast door een uitermate verontrustende episode van geheugenverlies, waarna hij intuà¯tief stopte met de statine. Een jaar lang had hij verder geen problemen, maar toen zijn dokter ontdekte dat hij zijn statine niet meer nam, overtuigde hij hem ervan weer te gaan slikken en Graveline luisterde. Kort daarop kreeg hij opnieuw een episode van geheugenverlies, maar deze keer veel erger. Hij keerde terug naar zijn tienerjaren, niet in staat zich ook maar iets van zijn opleiding tot arts, astronaut en vlieger te herinneren. Toen zijn geheugen zich uiteindelijk herstelde, was hij ernstig ontdaan door hetgeen was voorgevallen en hij gooide zijn statines voorgoed weg.
De behandelend artsen stelden de diagnose transient global amnesia (voorbijgaand algeheel geheugenverlies), oorzaak onbekend. Geen collega was bereid de mogelijkheid te accepteren dat de statine de oorzaak zou kunnen zijn. Met het gevoel een eenzame roepende in de woestijn
te zijn, plaatste hij een brief op de website van People's Pharmacy, waarin hij vroeg of meer mensen die een statine slikten hetzelfde hadden meegemaakt. Hij werd onmiddellijk overspoeld met honderden brieven van hopeloze patiënten en hun familieleden. Ze beschreven een volledig spectrum van cognitieve bijwerkingen, van amnesie en ernstig geheugenverlies tot verwarring en desoriëntatie, allemaal geassocieerd met het gebruik van een statine, vooral Lipitor. Graveline trok aan de bel, maar de reactie van de mainstream medische gemeenschap kan als volgt worden samengevat: 'U weet niet waar u het over heeft. Statines zijn veilig en hebben erg weinig bijwerkingen.'
Hier is een brief van een patiënt aan Graveline, die hij afdrukte in zijn boek Lipitor, Thief of Memory:
Zo'n zes weken geleden verdubbelde de dokter mijn dosis Lipitor van twintig naar veertig milligram. De afgelopen vier weken heb ik een steeds erger wordend geheugenverlies ervaren. Ik kon me het telefoonnummer van mijn broer niet meer herinneren. Ik kon het bordje met voeding voor mijn baby niet meer vinden, net nadat ik het had klaargemaakt. Ik kon me niets herinneren
van recente uitstapjes. Ik kon me niet herinneren te hebben deelgenomen aan een vergadering. Ik kon me niet meer herinneren dat ik had gedineerd in een bepaald restaurant. Ik had talloze vergelijkbare episodes. Dit is volledig abnormaal voor mij. Ik heb mijn dokter gebeld en wacht op zijn telefoontje. Ter informatie, ik ben een 39-jarige vrouw en ik slik nu ongeveer
vier jaar Lipitor.
Zal dit geheugenverlies door de dokter worden genegeerd? Waarschijnlijk.
Zal dit worden gerapporteerd als bijwerking? Vrijwel zeker niet.
De ervaring van de vrouw zal als triviaal worden beschouwd. Ik denk echter dat de 'mentale' problemen die zijn geassocieerd met statinegebruik, verre van triviaal zijn. Al in 1960 was bekend dat mensen die de toen gangbare cholesterolverlagers gebruikten, vaker een gewelddadige dood stierven: aan ongelukken, zelfmoord, schietpartijen en dergelijke.
Dit werd universeel afgedaan als een toevallige waarneming (hoe vaak hij ook opdook), omdat niemand zich kon voorstellen hoe een laag cholesterolgehalte in hemelsnaam iets te maken zou kunnen hebben met een gewelddadige dood.
Ik las een 'post hoc analyse' van een modern cholesterolverlagend onderzoek waarbij de auteurs zo vastbesloten waren te bewijzen dat een laag cholesterolgehalte niets te maken kon hebben met overlijden aan een auto-ongeluk, dat ze de analytische grenzen in een volledig nieuwe
dimensie duwden. Ze argumenteerden dat verscheidene van de overledenen voetgangers waren, dus géén automobilisten. De statine kon dus nooit verantwoordelijk zijn geweest voor het auto-ongeluk. Ha! Probeer de logica maar eens uit die bewering te verwijderen.
Maar goed, dertig, twintig, zelfs vijf jaar geleden wist geen mens dat cholesterol iets te maken zou kunnen hebben met de hersenfunctie. Dit ondanks het feit dat het brein meer dan 25 procent van de totale lichaamsvoorraad cholesterol bevat en dat cholesterol voor meer dan twee procent van het totale hersengewicht staat. Waarschijnlijk werd gedacht dat al dat cholesterol puur toevallig in de hersenen rondhing. Echter, meer recentelijk is ontdekt dat cholesterol voor een functionerend brein volstrekt noodzakelijk is.
Een groep onderzoekers onder leiding van dr. Frank Pfrieger onderzocht de functie van de glia-cellen in de hersenen. Bekend was dat deze 'ondersteunende' cellen een kritieke rol spelen in het functioneren van de synapsen (de verbindingen tussen neuronen). Ook was bekend dat
glia-cellen een substantie afscheiden die nodig is om de synapsen te laten ontstaan en functioneren. Zonder deze substantie zouden hersenen volstrekt onbruikbaar zijn. En wat was deze fantastische, miraculeuze substantie?

192. Een laag cholesterolgehalte wordt ook in verband gebracht met geweld en agressie. En ook dat is beslist geen theoretische vinding. Een groep onderzoekers onder leiding van Jian Zhang bestudeerde het verband tussen een laag cholesterolgehalte en het risico van school te worden
geschorst. Ze concludeerden dat:
…een laag totaal cholesterolgehalte onder niet Afro-Amerikaanse kinderen gecorreleerd is met schorsing of verwijdering van school en dat een laag totaal cholesterol mogelijk een risicofactor is voor agressie en een risicomarker voor andere biologische variabelen die tot agressief gedrag kunnen voorbestemmen.
…de uitkomsten van het huidige onderzoek zijn in lijn met de meerderheid van de eerdere onderzoeken naar associaties tussen een laag serumcholesterol en diverse vormen van agressie bij volwassenen. Met slechts weinig uitzonderingen werden significante verbanden waargenomen in
cross-sectional studies, cohort monsters, algemene bevolkingsonderzoeken, psychiatrische patiënten en criminelen en in gecontroleerde voedingsexperimenten in non-humane primaten. Een laag cholesterol wordt in het bijzonder geassocieerd met het begin van affectieve gedragsstoornissen gedurende de jeugd onder mannelijke criminelen.
Het Royal College of Psychiatry publiceerde een studie waarin de rol van cholesterol bij depressie en zelfmutilatie werd onderzocht. De titel was 'Laag cholesterol kan zelfmoordrisico indiceren'. Ik toon enkele passages uit het persbericht:
Lagere cholesterolspiegels waren gerelateerd aan hogere niveaus van zelfgerapporteerde impulsiviteit. Het vinden van een lager gemiddeld cholesterolgehalte in de DSH-groep (Depression and Self Harm) bevestigt de uitkomsten van andere gepubliceerde studies.
De auteurs veronderstellen dat de verhoogde sterftecijfers in populaties met een laag cholesterol het gevolg kunnen zijn van meer zelfmoorden en ongelukken en een verhoogde tendens tot impulsiviteit.
Mogelijk beà¯nvloedt een laag cholesterolgehalte de functie van het centraal zenuwstelsel of is het een marker voor factoren die predisponeren voor dood door trauma of zelfmoord.
Aangenomen wordt dat cholesterol invloed heeft op het serotoninegehalte, een neurotransmitter in de hersenen. Lage serotoninespiegels worden niet alleen met depressie en zelfmoord, maar ook met agressie en impulsiviteit in verband gebracht. Deze laatste twee spelen vaak een rol bij ongelukken, gewelddadig gedrag en zelfmoord.

203. We lopen ernstig gevaar de overgrote meerderheid van de gezonde volwassenen 'ziek' te verklaren. De oplossing voor uw 'ziekte'? Gebruik voor de rest van uw leven een statine en haal het niet in uw hoofd om te stoppen.
Kan het werkelijk zo zijn dat negentig procent van de bevolking levenslange medicatie nodig heeft? Dit is waanzin. Dit is Brave New World, een combinatie van alle dystopische nachtmerries van de toekomst, die plotseling werkelijkheid is geworden. Gezondheid is in die wereld niet langer een afwezigheid van ziekte, maar het niet hoeven nemen van de correcte medicijnen.
First, do no harm? Ik dacht het niet. Dit belangrijke medische adagium verliest rap aan betekenis.

(…)statines het risico om aan hart- en vaatziekten te overlijden in bepaalde groepen verlagen. Ze
verlagen de totale sterfte in mannen met vastgestelde hart- en vaatziekten.
Dus als u een man bent met een bestaande hartaandoening, kan het een goed idee zijn een statine te slikken. Voor we nagaan hoe statines dat voordeel teweeg brengen, wil ik nog iets gedetailleerder naar de cijfers kijken.

205. In werkelijkheid kan een statine de dood alleen uitstellen, niet voorkomen.
Hoe lang? Welnu, als na een jaar statines slikken van elke tweehonderd mensen er één extra nog in leven is (ten opzichte van de placebogroep), dan betekent dat de statinegroep na tweehonderdste van een jaar hetzelfde aantal doden heeft als de placebogroep. Dat komt neer
op een verhoging van de levensverwachting met iets minder dan twee dagen.
Als tien miljoen mensen met een erg hoog risico op hart- en vaatziekten een jaar lang een statine slikken, leven ze met z'n allen gemiddeld twee dagen langer. En als die tien miljoen mensen tweehonderd jaar lang een statine zouden slikken, zouden ze gemiddeld een jaar extra leven.
Als we aannemen dat de meeste mensen maximaal dertig jaar een statine slikken, dan leidt dat tot verlenging van de levensduur met gemiddeld twee maanden.

206. In secundaire preventiestudies verlagen statines de cardiovasculaire sterfte wel degelijk, genoeg zelfs om de toename van de sterfte door andere oorzaken te compenseren.
Maar doen ze dit door verlaging van het ldl-gehalte of via een ander mechanisme?
Deze vraag is niet eenvoudig met zekerheid te beantwoorden. Misschien heeft u inmiddels het gevoel dat het allemaal niet zoveel meer uitmaakt, gegeven de minuscule voordelen die statines zelfs de mensen met het hoogste risico bieden. Ik denk echter dat het belangrijk is
hiernaar te kijken en wel om twee redenen:
Als ik kan bewijzen dat statines niet werken door ldl-verlaging, dan valt de hele cholesterolhypothese uit elkaar.
De farmaceutische industrie en de opinieleiders pleiten momenteel agressief voor een steeds grotere ldl-verlaging en ze vertroebelen opzettelijk het verschil tussen primaire en secundaire preventie. Ik vind dat hiertegen verzet moet worden geboden. Het leidt ertoe dat meer en
meer mensen erg hoge doses statines gaan slikken, wat een totale ramp zou zijn.

212. Samenvatting
Ik zal pogen alle waarnemingen met betrekking tot het gebruik van statines bij elkaar te brengen. Eerst de positieve data:
Als je een man bent met vastgestelde hart- en vaatziekten, verlagen statines je risico om aan wat dan ook te overlijden met maximaal 0,66 procent per jaar. (Dit getal is gebaseerd op de gunstigste gegevens van de studie die het gunstigst uitpakte: 4S. 4S werd gedaan door Merck en de
data-analyse werd uitgevoerd door medewerkers van Merck.)
Als je een man bent zonder vastgestelde hart- en vaatziekten, kunnen statines je risico te overlijden aan een cardiovasculaire aandoening iets verlagen. Als je een vrouw bent met een erg hoog risico op hart- en vaatziekten, verlagen statines het risico op overlijden aan een hartinfarct of een beroerte.
Vervolgens de wat minder positieve data:
Als je een vrouw bent, ongeacht je risicofactoren, verlengen statines je levensverwachting geen enkele dag. Minder doden als gevolg van harten vaatziekten, meer doden ten gevolge van andere zaken.
Als je een man bent zonder hart- en vaatziekten, verlengen statines je levensverwachting
met geen enkele dag.
Dan de negatieve data:
'“ Statines, cholesteroltests en doktersconsulten kosten de samenleving jaarlijks miljarden.
'“ Statines veroorzaken spierpijn en spierzwakte bij meer dan twintig procent van de mensen die ze slikken.
'“ Statines veroorzaken rhabdomyolyse, wat fataal kan aflopen.
'“ Simvastatine veroorzaakte gedurende zes jaar 416 doden, alleen al in de Verenigde Staten.
'“ Statines veroorzaken polyneuropathie.
'“ Statines veroorzaken geheugenverlies, depressie, verwarring, geà¯rriteerdheid en duizeligheid.
'“ Statines veroorzaken ernstige geboorteafwijkingen.
En tenslotte een aantal verontrustende maar onbewezen bijwerkingen:
'“ Statines verhogen eventueel het risico op kanker.
'“ Statines veroorzaken mogelijk hartfalen.
Verder is het bij lange na niet bewezen dat statines tegen hart- en vaatziekten beschermen via hun ldl-verlagende effect. De huidige hype rond intenstieve ldl-verlaging wordt volledig gevoed door de farmaceutische industrie. Die claimt dat inmiddels boven elke twijfel is verheven dat hoe verder het ldl-gehalte wordt verlaagd, hoe beter de bescherming tegen hart- en vaatziekten zal zijn. Ze gebruikt dit 'feit' om te lobbyen voor alsmaar strengere richtlijnen voor cholesterolverlaging voor de gehele bevolking.

Archief

Leonardo '“ expo Koekelberg versus Monaldi & Sorti, De twijfel van Salaì.

26 december 2007

Leonardo '“ expo Koekelberg versus Monaldi & Sorti, De twijfel van Salaì.

Monaldi & Sorti, De twijfel van Salaì.
De onverbeterlijke leugenachtige en genotzuchtige dief, over de onderzoeken van Ser Lionardo de schilder, zijn leermeester en pleegvader. Gekruid met een pikante novelle van Boccaccio en een brief van Machiavelli die het geval briljant oplost.
Uitg. Cargo De Bezige Bij 2007

‘Talloze malen heb ik in de praktijk van het leven bevestigd gevonden dat antiquaren vaak meer van boeken weten dan deskundig geachte professoren, kunsthandelaren meer verstand hebben van kunst dan kunsthistorici, dat een groot deel van de wezenlijk nieuwe inzichten en ontdekkingen op alle gebieden te danken is aan buitenstaanders. Hoe praktisch, bruikbaar en heilzaam het academische bedrijf voor mensen met een doorsnee talent ook mag zijn, voor individueel productieve geesten lijkt mij overbodig, bij hen kan het zelfs een remmende invloed hebben.' Stefaan Zweig, De wereld van gisteren.

'Neem een leugen, een legende en een aannemelijk feit, en je hebt een traditie' Karl L.

Liefhebbers van gemeenplaatsen, flauwe kul en dure onbenulligheden onder patronage van zijne majesteit Albert II, voorzitter Pà¶ttering van het Europees Parlement en Commissievoorzitter Barroso kunnen nog tot 15 maart 2008 terecht in de Basiliek van Koekelberg voor de expo Leonardo Da Vinci, the European Genius – www.expo-davinci.eu.

Reeds ettelijke zomers worden argeloze toeristen in Italiaanse kultuursteden gelokt om voor veel geld de 'originele kopieën' van de beroemde uitvindingen van Leonardo te bestuderen. Steevast ben je dan opgelicht door een stel mechano-friemelaars met houtje-touwtjes- constructies die kant nog wal raken maar vooral de illusie proberen te verkopen dat de ‘uitvinder’ hiervan originele ideeën lang voor de aangewezen tijd kon ontwikkelen. Vaak helpen 3D- modulaties op beeldscherm om de glans van genialiteit te versterken.
Pas veel later zou men het nut van een helikopter, een geniebrug, een tank, een machinegeweer kunnen begrijpen. Zo geniaal was die uitvinder dat hij dingen uitvond waaraan niemand wat had.
Het heeft iets van de Europese commissie die ook graag dingen uitvindt waaraan niemand wat heeft, behoudens de kassa van de tentoonstelling of verwante bedrijfsbelangen.
De roep van genialiteit die 'Leonardo' '“ de voornaam volstaat als blijk van de eigen kennis in het armzalig milieu van navelstarende Brusselse bourgeoisie '“ dient te dekken en te verkopen, is waarlijk hilarisch.

Vooral voor wie van Monaldi & Sorti 'De twijfel van Salaì ' heeft genoten:

351. De modernste inzichten van het wetenschappelijk onderzoek rekenen af met de figuur van Leonardo als de ‘visionaire’ geleerde, die in zijn projecten vage voorgevoelens aangaande toekomstige machines giet. Het genie uit Vinci was vaak op zoek naar Griekse handschriften waaraan hij grote waarde toekende. (…)
Onder de geleerden komt steeds duidelijker naar voren dat Leonardo niet de toekomst voorspelde, zoals hem vaak is toegedicht, maar het verleden registreerde en probeerde te doen herleven: zoals is aangetoond door de wiskundige Lucio Russo ( La rivoluzione dimenticata. Il pensiero scientifico greco e la scienza moderna, Milaan 1996), putte Leonardo evenals andere wetenschappers en ingenieurs uit de renaissance volop uit het rijke technologische erfgoed van het oude Griekenland, dat in het Romeinse en middeleeuwse tijdperk vergeten of overschaduwd was, maar terugreikt tot in oeroude tijden.

352. Leonardo pakte kortom het Griekse en hellenistische gedachtegoed weer op en ontwierp machines waarvan hij niet altijd het doel begreep, om welke reden ze niet konden werken, en niet omdat hij zijn tijd vooruit was. Om ze te bouwen was kennis nodig geweest die inmiddels verloren was gegaan.
‘De renaissancistische intellectuelen’, schrijft Lucio Russo verder, ‘waren niet in staat de hellenistische wetenschappelijke theorieën te begrijpen, maar als intelligente, nieuwsgierige kinderen die voor het eerst in een bibliotheek komen, werden ze aangelokt door de afzonderlijke resultaten en met name door die welke in handschriften verlucht waren met tekeningen: bijvoorbeeld in willekeurige volgorde: de anatomische ontledingen, het perspectief, de tandraderen, de pneumatische machines, het smelten van de grote werken in brons, de oorlogsmachines, de hydraulica, de automaten, de ‘psychologische’ portretkunst, de bouw van muziekinstrumenten (Russo, p. 112.)

Maar 'De twijfel van Salaì' heeft meer in petto dan een ontmaskering van de mythe rond Leonardo.

Monaldi & Sort hebben er met het zevendelig magnum opus 'Imprimatur '“ Secretum '“ Veritas' ( Mysterium- Unicum -'¦ volgen nog in het Nederlands) hun handelsmerk van gemaakt om aan te tonen dat niets is wat het lijkt: 'Neem een leugen, een legende en een aannemelijk feit, en je hebt een traditie'

En aan die wetenschappelijke, historische en politieke traditie sleutelen zij met brio en kunde, tot afgrijzen van de zelfbenoemde erflaters uit de academische hofhouding.
Hun ontdekkingstocht naar de lastercampagne rond Alexander VI, de roemruchte Borgiapaus, hebben ze verwerkt in een brievenboek van de aangenomen zoon en hulpje van Leonardo, Salaì.

10. De jonge en weinig onderlegde, maar gewiekste Salaì is een volmaakte vertegenwoordiger van onze 'popolino scarpe grosse cervello fino' ( de kleine man op grove schoenen, maar met een fijn verstand), die buiten de grenzen van ons Schiereiland zo moeilijk tegen te komen is en misschien in hoofdzakelijk niet katholieke landen ook niet te begrijpen valt: een babbelzieke en toch eeuwig sceptische individualist, zonder vetes en hiërarchieën in zijn hoofd, een onbevooroordeelde waarnemer en daarom scherp van geest.

Door de ogen en de volkse intelligentie van Salaì demonstreren Monaldi & Sorti het Rome van die tijd, de zwendelaars in macht en waarheid, de menselijke kanten van 'Ser Lionardo' en zijn speciale en geniale voorkeuren, de manier waarop de wereld gedreven wordt door de zoektocht naar de drie 'G'-s : Gat, Geld en God '“ zij het dat die in Rome in tijd, plaats en ruimte samenvielen.
De rol van de Borgia paus bij een ultieme poging om de Roomse Kerk in rustiger water te krijgen wanneer de golven van de reformatie aan kracht wonnen, de betekenis van de Elzasser humanisten en hun geschiedvervalsing met ‘De Germanen’ van Tacitus als ideologisch manifest voor de historische rol van het zuivere en krachtige, onbezoedelde Duitse volk'¦het passeert allemaal langs het nietsontziende oog van Salaì. En passant maken de auteurs onderbouwd komaf met het zootje Da Vinci Code – aanhangers en fezelaars in demarge van de postmoderne mythevorming.

342. Als de leenman zijn hofnar in het openbaar aan het woord laat en hem toejuicht als een redenaar, dan zijn alle redenaars gedwongen een ander beroep te kiezen.
De enige manier om tegen de overheersende pulp in te gaan was dus door dezelfde wapens te gebruiken, maar dan omgekeerd: de hofnar aan het woord laten, maar met de argumenten van een redenaar. Als elke domoor die maar even zijn mond opendoet wordt toegejuicht, dan heeft de simpele salaris ook het recht om tussen kwajongensstreken en kromde zinnen door iets serieus te vertellen. Aan de andere kant is die omkering van rollen typerend voor onze tijd: heeft de serie romans met het grootste wereldsucces van de laatste tijd, geschreven door een bekende Engelse schrijfster voor de hersens van twaalfjarigen, geen miljoenen volwassenen lezers veroverd?

Lees verder »

Archief

Stu Bru Music for Life: 'waterSTOF = duurzaam water' – protosh20

24 december 2007

Stu Bru Music for Life: 'waterSTOF = duurzaam water' – protosh20

Zonder water kunnen we
onze dorst niet lessen
naar gerechtigheid.
Zonder water kunnen we
onze handen niet wassen
in onschuld.
Zonder water kunnen we
onze werktuigen niet
verschonen.
Zonder water kunnen we
ons honger niet stillen
naar menselijke waardigheid.
Zonder water kunnen we
ons leven niet beginnen
noch in schoonheid eindigen.
Water maakt vrij.

Protos helpt daarbij, hier en ginder.


De PROTOS Missie

PROTOS wil rechtvaardige en wederzijds verrijkende relaties tussen Noord en Zuid bevorderen.
PROTOS wil helpen bij duurzame en bevrijdende processen die geà¯ntegreerd zijn in de plaatselijke cultuur en sociale omstandigheden, en die moeten zorgen voor een beter welzijn van de kansarme bevolkingsgroepen in het Zuiden. Daarbij is water essentieel. Gezien haar expertise op het terrein van water, komt PROTOS speciaal op voor een rechtvaardig, duurzaam en participatief waterbeheer in Noord en Zuid.
Een rechtvaardig waterbeheer veronderstelt solidariteit onder alle gebruikers, waarbij elkeen recht heeft op voldoende water voor een gezonde menselijke ontplooiing.
Een duurzaam waterbeheer streeft ernaar het beschikbare water zo goed mogelijk te gebruiken, zonder een gevaar te zijn voor de andere gebruikers, voor het leefmilieu of voor de toekomst.
Een participatief waterbeheer vereist de betrokkenheid van elk individu en elke gemeenschap, ook van de kansarmen die hun eigen lot in handen moeten kunnen nemen. Dit met respect voor de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw.
PROTOS wil dat bereiken door:
'¢ Participatieve ontwikkelingsprogramma’s in het Zuiden te steunen: door een verbeterde toegang, verdeling en/of valorisatie van water wil PROTOS de socio-economische situatie van de lokale bevolking verbeteren.
'¢ Een hefboom te zijn: door het verstevigen van de capaciteiten, inzichten en positie van organisaties die uit deze programma’s kennis kunnen kapitaliseren en die verder valoriseren.
'¢ De samenwerking te bevorderen tussen alle bij een planmatige lokale ontwikkeling betrokken partijen, met inbegrip van de organisaties uit de civiele maatschappij en de plaatselijke besturen.
'¢ Het debat over rechtvaardig, duurzaam en participatief waterbeheer te stimuleren, in het Noorden en in het Zuiden. De ervaringen van PROTOS en haar partnerorganisaties kunnen dit debat voeden.
Talloze samenlevingen worden momenteel bedreigd door een tekort aan water, wat een probleem vormt voor het in stand houden en verder ontwikkelen van hun welvaart en welzijn en van de internationale stabiliteit.
Er zijn vandaag naar schatting 25 miljoen “watervluchtelingen” op de wereld. Ze zijn op de vlucht voor droogte of overstromingen, die veelal door menselijk ingrijpen werden veroorzaakt of verergerd. Ook de groeiende ongelijkheid in de verdeling van water leidt tot interne spanningen en internationale conflicten.
Wereldwijd zijn er 263 stroomgebieden die door meerdere landen worden gedeeld. 60 % van de wereldbevolking leeft in stroomgebieden die door verschillende landen lopen. Dit draagt vandaag al bij tot spanningen tussen Israël en Palestina, tussen Irak en Syrië, tussen India en Pakistan '¦.
Rivieren die door verschillende landen stromen, zoals de Mekong, de Ganges, de Jordaan, Tigris en Eufraat, de Nijl … maar ook de Rijn, Maas en Schelde dreigen een bron van economische, en in minder stabiele regio's eventueel gewapende conflicten te worden. Zo is het schaarse water van de gemeenschappelijke Jordaan nu eens een bron van conflict, dan weer chantagemiddel tussen Israël en zijn buurlanden. Geen wonder als men weet dat Jordanië zo goed als door zijn grondwatervoorraden heen is, en dat 90% van het in de Westelijke Jordaanoever opgepompte water gebruikt wordt door Israël.
Conflictbeheersing, ontwikkeling en milieubescherming gaan hand in hand. Een grondige mentaliteitswijziging, gesteund op ethische gronden, dringt zich op om een duurzaam en solidair beleid mogelijk te maken.
De waterproblemen in het Zuiden zijn dus ook onze problemen. Ze kunnen niet worden opgelost als ook de machts- en economische verhoudingen tussen Noord en Zuid niet worden hertekend. De waterproblemen in het Zuiden zijn daarenboven niet alleen een onrecht, maar ze vormen ook een bedreiging voor onze éne wereld.
Tenslotte ziet men steeds meer in dat de belangenstrijd tussen watergebruikers niet alleen in het Zuiden, maar ook in het Noorden voor snel stijgende spanningen zorgt: tussen leefmilieu en landbouw, tussen huidige en toekomstige generaties, en tussen stroomafwaartse en stroomopwaartse gebruikers. Waar men in het Zuiden, soms uit noodzaak, soms vanuit een eigen cultureel of sociaal waardepatroon, experimenteert met nieuwe vormen van waterbeheer kan ook het Noorden hieruit lessen trekken om met deze vitale materie anders om te gaan. Daarom willen PROTOS en haar partners deze bruggen slaan. PROTOS schreef hierover een brochure 'œWater en conflicten' (1,5 MB).

Archief

British Vision tussen precisie en waanzin, MSK Gent

23 december 2007

‘British Vision’ tussen precisie en waanzin nog tot 13 januari 2008.

'British Vision' in het mooi gerenoveerde Museum voor Schone Kunsten te Gent zorgt nog tot 13 januari 2008 voor een boeiende show van twee eeuwen Britse kunst. Een paar honderd interessante tot prachtige werken met als hoogtepunten William Hogarth, Thomas Gainsborough, William Blake, John Constable, Joseph Mallord, William Turner, Dante Gabriel Rossetti, Edward Burne-Jones, Stanley Spencer, Graham Sutherland, Francis Bacon en Lucian Freud.
Van Henri Moore wordt een 'Row of Sleepers' uit 1941 geflankeerd door een foto van een geà¯mproviseerde schuilkelder in een metrostation van Bill Brandt uit 1940: de oorsprong van Moores menselijke vormen in een uitzichtloze situatie.
De wisselwerking tussen de prille fotografie en de schilderkunst staat ondermeer bij de prerafaelieten en de landschapsschilders vaak verrassend in beeld.

Deze 'observatie en verbeelding in de Britse kunst 1750-1950' biedt een inkijk in het leven en lijden tijdens het Britse Rijk: om te lachen en te huilen, terug te deinzen en nabij te treden om de details te herkennen. Je vraagt je af hoe glijdend de grens kan zijn tussen krankzinnigheid en kunst. De snelle industrialisering – want die speelde zich af in de twee eeuwen ‘British Vision’ – was de drijvende kracht in de massale vervreemding die de Utopische Socialisten (Robert Owen) en later Marx en Engels herkenden.
Boeren en buitenlui werden bij de tienduizenden naar de stedelijke slums gedreven als werkvee in de helse orgieën van kolen en staal, lawaai, verstikkende smog en ijzige ellende.
Hun leven was ellendig. De familiale verhoudingen en de sociale economie in dorpsverband op het platteland werden hongergewijs vernietigd. In de industriesteden bepaalde de markt van lust en last de prijs van een mensenleven. Pas na 1820 kregen de puriteinse moraalridders meer vat op het stedelijke leven. Landschapschilders zorgden voor de romantische ode aan het eenvoudige, zuivere en gezonde leven tussen berg en dal. Gore spotprenten verdwenen naar de achterafkamertjes en de schone schijn maakte opgeld in het Victoriaans tijdperk.

Theodore Dalrymple – Engels psychiater en auteur – heeft ruim werk gewijd aan het fenomeen van de Britse beschaving en wat ervan over is
Hij fileert met vlijmscherpe pen de ‘Bloomsbury’ Group’ en Virginia Woolf. Het portret door Henry Lamb van Lytton Strachey is een indringend voorbeeld van zelfkritiek in een vergelijkbare betekenis.

Het protestantse puritanisme – waar de directe en persoonlijke relatie met de heersende god centraal staat – is er nooit in geslaagd de gelukzalig bevrijding te beloven zoals het rijke Roomse leven dat met veel zwier voorhield. Een puriteinse scholing en opvoeding was voor velen een vreselijk geestelijk lijden vol verwrongen gevoelens, angsten en pijn om falend verlangen en verboden lusten. De fysieke en mentale automutilatie uit zich in schrikwekkende beelden van lijden en pijn, van verstilde gruwelen als leugens over het leven voor en na de dood.

Zo heeft iemand als Tony Blair tussen precisie en waanzin nu eindelijk rust kunnen vinden.
Eindelijk heeft hij de verlossing van de biecht leren kennen. In zijn anglikaanse geloof droeg hij alleen de verantwoordelijkheid voor zijn zonden, zijn leugens, zijn bedrog. Hij moest daar in de spiegel van zichzelf het eigen oordeel lezen over zijn misdaden tegen de geschiedenis en de menselijkheid. Voorwaar dit kan ondragelijk zijn.
Hoe bevrijdend, verlossend en veilig is dan niet de absolutie die hij uit de gezegende handen van de Roomse Paus Ratzinger – Benedictus XVI – mocht onvangen. Zijn nieuwe moeder, de Ene, Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk, vergeeft hem welwillend al zijn zonden zodat hij een nieuw leven kan beginnen. Wat niet het geval zal zijn voor vele slachtoffers van zijn politiek beleid als butler van de Amerikaanse president.
Er waart alweer een spook door Europa: na de bekering van Tony Blair, geeft ook de Franse president Nicolas Paul Stéphane Sárkà¶zy de Nagy-Bocsa acte de présence bij de Heilige Stoel, zijn geloofsverklaringen in de ene hand, zijn liefdeslijden aan de andere.
De gelovige schapen horen weer onder de goede herder te blaten.
Bij ‘British vision’ is dit fenomeen ook in beeld gebracht.

De catalogus van ‘British Vison’ met een inleiding van Robert Hooze is zeer de moeite waard omdat de lijnen tussen de verschillende generaties duidelijk worden getekend.
Timothy Hyman analyseert de Britse kunst tussen precisie en waanzin.
De citaten die gepresenteerd worden aan de bezoekers zijn verhelderend:

-'De absolute, genadeloze waarheid '“ Wij noemen het een samenleving'¦het is een wederzijdse vijandschap. 'Thomas Carlyle, in Past and Present, 1843.
-'Er zijn staten waarin alle visionairen als gekken worden beschouwd.'William Blake , Laocoà¶n, 1826-1827
-Troosteloze sprookjes: 'Wij zij doordrongen van het puritanisme en we zullen er nooit aan ontkomen, en ik haat het en het maakt ons tot het meest behoedzame schijnheilige ras op aarde.'Edward Burne-Jones, 1893
-'Als anderen het kunnen zien zoals ik het gezien heb, dan mag het een visioen genoemd worden eeder dan een droom.'William Morris, News from Nowhere, 1892
-'Engeland staat nog steeds buiten Europa. Europa's stemloze trillingen bereiken haar niet. Europa is ver weg en Engeland maakt geen deel uit van haar lijf en leden.'John Maynard Keynes, The Economic Consequences of the Peace, 1919.

En James Ensor bekreunt zich in een belendende zaal dat hij Engelser is dan de Britten, niet alleen door zijn afkomst, maar meer nog door zijn schilderwerk. Het zou zijn marktwaarde over het water ten goede kunnen komen…

Keynes had het in 1919 al goed gezien. ‘British Vision’ is een mooie illustratie van die vaststelling. Rare jongens, die Britten, rare meisjes'¦

Dat maakt deze tentoonstelling zo intrigerend:
zo nabij en toch heel anders dan de continentale kunst.

Archief

Piet de Moor, ‘Grimmig heden’, een polyfonie. uitg. Van Gennep.

17 december 2007

Piet de Moor, Grimmig heden, een polyfonie. uitg. Van Gennep.

' Boeken maken de tijd ruimtelijk, het zijn doorgangen. Voor Jorge Luis Borges is een verzameling boeken een poort in de tijd.' (36).
Voor deze doorgangen in het labyrint van de tijd levert Piet de Moor met zijn ' Grimmig heden' een bos sleutels. Hij gedraagt zich in dit merkwaardig dagboek als de verzamelaar van de verhalen van hen die niet meer zoeken naar een stem, maar die er wel degelijk toe doen, ook voor anderen.
Als archivaris van zijn 2005 is Piet de Moor een heler geworden met woorden, ook voor zichzelf; want de sleutels in zijn eigen leven lijkt hij verloren gelegd te hebben tussen de boeken van zijn zijn:
' Ik ben een laatbloeier. Waarom? Omdat ik pas laat inzag dat ik niet de schrijver was die ik me lang geleden had ingebeeld te zijn, een beeld waarvan ik geen afstand wilde doen. Maar ik paste niet in dat schrijversimago dat ik voor en van mezelf ontworpen had. Ik stond voor een deur waarvan ik dacht dat ze vergrendeld was, en het duurde lang voor ik ontdekte dat ze moeiteloos openging. Mijn vooroordelen en mijn gebrek aan kennis keerden zich in al hun monsterachtigheid tegen mezelf.' (186)
'Grimmig heden' is geen boek om te lezen. Het is een boek om naar te luisteren en opnieuw te beluisteren zodat we de klank van de sleutels leren herkennen. Dat is heilzaam, ook voor zijn lezers.

In zijn ' Gelaarsde god, Stalin en de aura van de macht' citeert Piet de Moor de Oostenrijkse schrijver Heimito von Dodere in 'Ieder mens een moordenaar' :

'Ieder mens krijgt zijn kinderjaren als een omgekeerde emmer over zijn hoofd gezet. Pas later blijkt wat erin zat. Maar ons levenslang druipt het langs ons heen, hoe vaak we ook van kleren of kostuum wisselen.'

In 'Grimmig heden' komt hij daarop terug:
'Alles gebeurt zoals het op de rol geschreven staat. Omdat echter vertrouwen goed maar controle beter is, probeert de meester de hand vast te houden van degene die schrijft. ( Overweging bij Diderot, Jacques de Fatalist en zijn meester -353)

Dat alles in ons universum bepaald zou zijn, is echter een illusie. Het lijkt maar zo, vooral achteraf omdat je dan de voorbeschikkende lijn kan herkennen in de vele keuzes die gemaakt werden. Toen echter die keuzes gemaakt dienden te worden was er doorgaans geen lijn te volgen. Telkens zijn er talloze doorgangen in ons labyrint, telkens maken we een keuze. Iedere keuze is een verraad, een ontkrachting van alle andere mogelijkheden, ook wanneer de keuze reeds op de rol geschreven leek te staan.
Er is geen voorbeschikking, tenzij achteraf, als excuus voor onszelf en vele anderen.
Wie zich verliest in de terugblik op het voorbeschikte patroon dat achteraf herkend wordt, verliest zichzelf in de stront die uit de emmer op het hoofd blijft druipen.

Piet de Moor opent ' Grimmig heden' met een citaat van Arthur Schopenhauer, ' Over lezen en boeken' uit zijn ' Parerga en paralipomena':

' Er zijn altijd twee soorten literatuur geweest, die tamelijk vreemd naast elkaar staan: een werkelijke en een schijnbare. De eerste groeit uit tot een blijvende literatuur. Beoefend door mensen die voor de wetenschap of de poëzie leven, gaat ze ernstig en steil, maar uiterst langzaam haar gang, en brengt Europa per eeuw nauwelijks een dozijn werken tot stand, die echter wel blijven. De andere literatuur, beoefend door lieden die van de wetenschap en de poëzie leven, gaat in galop, begeleid door een hels kabaal en geschreeuw van de belanghebbenden, en brengt jaarlijks vele werken op de markt. Maar na al enkele jaren vraagt men: waar zijn ze? Waar is hun zo vroege en luidruchtige roem? Men kan de laatste dan ook de vlottende, de eerste de staande literatuur noemen.'

Met sommige van zijn 'Grimmig heden' heeft Piet de Moor een bijdrage geleverd die de staande literatuur rond deze millenniumwissel stevig ondersteunt.

Lees verder »

Archief

Stefan Zweig, De wereld van gisteren – Herinneringen van een Europeaan. uitg. De Arbeiderspers

9 december 2007

Stefan Zweig, De wereld van gisteren – Herinneringen van een Europeaan. uitg. De Arbeiderspers

Stefan Zweig (1881) maakte op 22 februari 1942 samen met zijn tweede vrouw Charlotte '“ Lotte – Altmann in de buurt van Rio de Janeiro een einde aan hun leven. Met 'De wereld van gisteren' had hij na een leven van lezen, schrijven en reizen, van zwerven, vluchten en verliezen zijn autobiografie als Europees intellectueel volbracht. Het leven was in hun denken voorbij en hen restte moed, zin, noch wil om na de nederlaag van Hitlers Duitsland nog eens helemaal opnieuw te beginnen in een wereld die ze nauwelijks zouden herkennen. Hij was het moe en der dagen zat.

In zijn afscheidsbrief zegt hij het als volgt:

»Ehe ich aus freiem Willen und mit klaren Sinnen aus dem Leben scheide, drà¤ngt es mich, eine letzte Pflicht zu erfüllen: diesem wundervollen Lande Brasilien innig zu danken, daàŸ es mir und meiner Arbeit so gut und gastlich Rast gegeben. Mit jedem Tage habe ich dies Land mehr lieben gelernt, und nirgends hà¤tte ich mir mein Leben lieber vom Grunde aus neu aufgebaut, nachdem die Heimat meiner Sprache für mich untergegangen ist und meine geistige Heimat Europa sich selber vernichtet. Aber nach dem 60. Jahre bedürfte es besonderer Krà¤fte, um noch einmal và¶llig neu zu beginnen. Und die meinen sind durch die langen Jahre heimatlosen Wanderns erschà¶pft. So halte ich es für besser, rechtzeitig und in aufrechter Haltung ein Leben abzuschlieàŸen, dem geistige Arbeit immer die lauterste Freude und persà¶nliche Freiheit das hà¶chste Gut dieser Erde gewesen. Ich grüàŸe alle meine Freunde! Mà¶gen sie die Morgenrà¶te noch sehen, nach der langen Nacht! Ich, allzu Ungeduldiger, gehe ihnen voraus.«

De naà¯viteit waarmee hij in zijn 'œWereld van gisteren '“ Herinneringen van een Europeaan' het socio-culturele leven in Frankrijk en het Oostenrijks-Hongaarse Keizerrijk bejubelt, is merkwaardig maar eerlijk. Hij probeert manmoedig zichzelf te tekenen in het licht van de tijd van toen en gunt de lezer inzage in het wel en wee van de Europese intellectuele elite và³à³r de Eerste Wereldoorlog.
In de loop van zijn boeiend bestaan als telg van een geassimileerde rijke en gecultiveerde joodse familie uit Wenen leerde hij zowat de hele westerse artistieke en filosofische wereld kennen.
Zijn literair werk was succesvol en hij behoorde tot de culturele fine fleur van zijn tijd.
De teneur van zijn herinneringen is soms pedant, op het randje van snobistisch snoeven.
Zijn analyse van Hitlers opkomst en succes is indringend, die van zijn eigen falen in het verzet evenzeer.
In zijn studie over Erasmus herkent hij het falen van de intelligentsia en zichzelf tegenover de gemanipuleerde dwaasheid van zijn tijd :

368. Hoewel Erasmus de zotheid van de tijd beter doorzag dan de professionele wereldverbeteraars, was hij op tragische wijze toch niet in staat haar een halt toe te roepen, ondanks al zijn intelligentie.

Zweig weet boeiend het gekronkel en gekonkel van sommige artistieke vrienden van weleer te verhelderen. Zo wijdt hij ondermeer boeiende stukken aan de relatie van Richard Strauss met de nazi-kopstukken

Aangrijpend zijn de bladzijden waarin hij de boekverbrandingen door de Duitse studenten beschrijft, het pijnlijke lot dat ook zijn eigen geesteskinderen deelden:

'œ Volgens hetzelfde systeem waarmee men de 'volkswoede' organiseerde om de al lang voorbereide boycot van de joden te realiseren, kregen de studenten een geheim signaal om hun 'verontwaardiging' over andere boeken in het openbaar te uiten. En de Duitse studenten, blij met elke gelegenheid om blijk te geven van hun reactionaire gezindheid, vormden gehoorzaam groepen aan elke universiteit, haalden exemplaren van onze boeken uit de boekwinkels en marcheerden onder wapperende vlagen met deze buit naar een of ander plein. Daar werden de boeken à³f naar oud Duits gebruik – het was ineens middeleeuwen troef – aan de kaak gesteld, aan de publieke schandpaal gespijkerd('¦), à³f ze werden omdat het helaas niet toegestaan mensen te verbranden, op grote brandstapels onder het opdreunen van vaderlandslievende spreuken tot as verbrand.( 353)'

Hij vluchtte in februari 1934 tijdens de machtsgreep van Dolfuss tegen de socialistische bolwerken in Oostenrijk naar Londen en verder naar de V.S.A. en Brazilië, maar steeds droeg hij de schaduw bij zich van de wereld van gisteren:

419. De zon scheen krachtig en helder. Toen ik naar huis terugliep, zag ik ineens mijn eigen schaduw voor mij, zoals ik de schaduw van de andere oorlog achter de huidige zag. Hij is sinds die tijd niet meer van mij geweken, deze schaduw, hij hing bij dag en nacht over al mijn gedachten; misschien ligt zijn donkere vorm ook wel op veel bladzijden van dit boek. Maar elke schaduw is in diepste wezen toch ook een kind van het licht, en alleen wie licht en donker, oorlog en vrede, hoogtepunten en dieptepunten heeft meegemaakt, alleen die heeft waarachtig geleefd

Wie Stefan Zweigs herinneringen heeft gelezen, herkent in de bloedige evolutie van Europa in de voorbije 150 jaar de beklemmende opmerking van Jacq Vogelaar in zijn meesterwerk 'Over Kampliteratuur':

'œ25. Er is een banale uitdrukking: de geschiedenis herhaalt zich: de eerste keer als tragedie, de tweede keer als klucht. Nee. Er is nog een derde weerspiegeling van dezelfde gebeurtenissen, van hetzelfde onderwerp, een weerspiegeling in de 'lachspiegel' van de onderwereld. Het onderwerp is onvoorstelbaar en tegelijk werkelijk, het bestaat echt en leeft naast ons.'

Stefan Zweigs wereld van gisteren steunde na de tragedie van de XIX de eeuw op een intellectueel concept en werd dus voortdurend te licht bevonden voor de door Marx ontsluierde sociaal-economische machtstrijd.
Vandaag lijkt de derde spiegeling voorlopig de mooiste en de duurzaamste’, die van ‘le Chevalier aux Mirroirs’…

Lees verder »

Archief

Paul Scheffer, Het land van aankomst: 'Alles van waarde moet zich verweren.'

8 december 2007

Paul Scheffer, Het land van aankomst- De Bezige Bij 2007

Paul Scheffer is een moedig en vlijtig man. Hij weigert toe te geven aan de verleiding van de vermijding, wat in Nederland wel eens als tolerantie geroemd wordt.
Na zijn fenomenale steen in Neerlands kikkerpoel met 'Het multiculturele drama ' uit 2000 in NRC Handelsblad levert hij nu een doorwrochte analyse op van 'Het land van aankomst', over de migratiebewegingen en de effecten op de landen van aankomst, Nederland en elders in de westerse wereld.
Dit vlot geschreven handboek is voor mij als eye-opener vergelijkbaar met de 'Markt van welzijn en geluk' uit 1981 van Hans Achterhuis. Het gaat om een grondig onderbouwde analyse van de loze kreten en het oorverdovend gefluister waarmee velen die zich 'links' heetten, de zelfverklaarde solidariteitsnorm trachtten te imiteren. Onderwijl bleken de proletariërs als enige bevolkingslaag rechtstreeks geconfronteerd met de gevolgen van de gastarbeid en de migratie. Ze voelden zich verweesd, verlaten en kregen van hun socialistische leiders het verwijt van racisme en eigenbelang bovenop wanneer ze hun problemen probeerden te ventileren.
Scheffer onderzoekt de economische en sociale betekenis van de gastarbeid en de migratie uit de naoorlogse jaren: enkel tanende industrieën kregen zo meer ademruimte. Ze konden nog een paar decennia lagere lonen betalen voor werk dat te smerig was voor mens en milieu. De sociale gevolgen waren voor de zwakste proleten die meer loon en appreciatie eisten voor hun arbeid en dus rechtstreeks in concurrentie kwamen met de 'gastarbeiders', die werden ingevoerd ‘omdat de autochtonen dat vuile werk niet meer wensten te doen ‘(!), zeker niet aan zo'n schamel loon.
Ook het positieve demografische effect van een immigratiebeweging van jonge arbeidskrachten op een vergrijzende bevolking is volgens Scheffers bronnen omzeggens verwaarloosbaar.

Het samengaan van massale immigratie en de verzorgingsstaat is uniek: er zijn geen andere voorbeelden van in de geschiedenis. De gevolgen zijn voor iedereen zichtbaar: grote groepen migranten zijn in een situatie van afhankelijkheid geraakt. Wat een initiatiefrijk deel van de samenleving zou moeten zijn '“ immigranten zijn immers bij uitstek overlevers '“ is verworden tot het meest onbeweeglijke deel van de bevolking. (38).

Het is waarlijk verbijsterend hoe respectabele 'linkse' of sociaal bewogen mensen in het Westen decennia lang zichzelf en hun aanhang bleven kastijden met de verknoopte zwepen van zelfverklaarde schuld aan de migratiestromen elders in de wereld en richting West Europa.
We waren zo verblind door onze humanitaire normen en waarden dat we niet konden noch wensten te begrijpen of te geloven wat de reële economische drijfveer achter veel migratiestromen waren.

Wanneer Nederlandse kooplieden voor het grootkapitaal met Vlaamse wortels van de V.O.C. de wereld afschuimden, waren zij in de ogen van de machtige rijken in China, Japan, India en Indonesië niets meer dan een stelletje lachwekkende gelukzoekers die bedelden om kralen en spiegeltjes. De producten waar ze initieel op uit waren, hadden voor de autochtone heersers nauwelijks een economische, culturele en politieke betekenis.
Dat was eens weer thuis in Europa wel even anders.
Het werd helemaal anders wanneer de handelaars-veroveraars een goed geoliede slavencarrousel tussen Afrika, Amerika en Europa konden draaiende houden en later met sluw krijgsgeweld tanende Aziatische rijken in handen kregen.
De inschatting van de V.O.C.-helden door Japanners en Chinezen was vergelijkbaar met die van de eerste groepen gastarbeiders in Noord West Europa. Hun culturele waardeschaal was zo verschillend dat ze noch een bedreiging vormden noch een betekenis hadden voor de heersende cultuur. Ze waren hoogstens een curieuze bron van vermaak. En vice versa. Want in de ogen van de blanke Europeanen, eens ze thuis over hun heldendaden en succesvolle manoeuvres konden opsnijden, waren die oosterlingen en zwarten evenzeer een bron van vermaak. Het referentiekader van migranten en autochtonen, van avonturiers en slachtoffers, van veroveraars en overwonnenen blijft immers generaties lang stabiel en gebaseerd op de eigen normen en waarden, de herkenning van de eigen identiteit die bepaald blijft door het land, de cultuur, de religie, de stad, het dorp, de familie van herkomst.

Huntington beweert: 'Immigranten gaan deel uitmaken van een bestaande samenleving, terwijl kolonisten hun eigen samenleving voortbrengen.' (294).

Alle migranten in de eerste generatie worden gestuurd door hun achterban, zeker in premoderne samenlevingen waar de hele familie, clan of dorp investeert in hun helden die elders geluk gaan beproeven, al dan niet op V.O.C. of piratenschepen. Zij zijn niet zozeer gedreven door de bittere armoede '“ want doorgaans staat er een forse investering achter hun avontuurlijke ontdekkingsreizen. Zij zijn niet zozeer bezweken voor de verlokkingen van het rijke en 'vrije 'westen '“ een illusie die wij hier maar al te graag blijven koesteren. Zij worden eerder gestuurd als een economische investering '“ risicokapitaal '“ vanuit de groep van herkomst. Zij proberen de routes uit, zij zoeken mogelijke bronnen van inkomsten en zijn de pioniers voor wie nagestuurd worden.
Ook vandaag is de kapitaalsexport door deze migranten naar hun landen van herkomst vaak de belangrijkste bron van inkomsten voor die landen. ( 300 miljard dollar per jaar)
Wanneer Europa de roep kreeg ruimhartig te zijn voor vervolgden die asiel zoeken, werd dat al gauw de dekmantel voor een intensieve mensenhandel en een hoop menselijke ellende.
Intussen is de positie van die migranten door hun aantal zo veranderd dat ze een segregatie in de eigen religieuze en culturele sfeer in West Europa aankunnen. Zeker wanneer door de teloorgang of de delocalisatie van de inefficiënte en smerige industrieën hun aanwezigheid steeds minder economische belangen dient. Dan zien sommige van hun – vaak later geà¯mporteerde – leiders zichzelf als kolonisten die een eigen zuivere samenlevingsvorm proberen op te bouwen, wars van het moreel en religieus verval waarvan ze menen dat het welig om hen heen tiert onder de vleugels van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid.
De gevolgen van zo'n segregatie zouden nog kunnen meevallen zoals bij reeds langer aanwezige niet islamitische culturen.
Maar nogal wat geestelijke leiders van gesegregeerde groepen met een eigen religieus superioriteitsverhaal en veel rancune over een groots maar verloren verleden, bleken en blijken niet altijd bereid de burgerlijk democratische rechten en plichten in West Europa als centraal gegeven te aanvaarden boven alle andere normen en waarden van eigen bodem en geloof.
Vaak lijken in hun ogen autochtonen bijzonder los en denigrerend om te gaan met de eigen vrijheden en democratische waarden. Ze begrijpen niet hoe dit spel een onderdeel kan zijn van het democratisch theater. Ze vatten niet dat met die westerse normen en waarden wel kan gespot worden, dat er zelfs ‘cynisch’ strijd tegen mag gevoerd worden, maar dat ondanks dit geveinsde spel van kritiek en politiek aan die burgerlijke vrijheden nooit echt kan getornd worden.

409. De gedachte was te veel dat de vrijheden zich als vanzelf zouden verdiepen, maar het lijkt erop dat de vrijheid in diskrediet aan het raken is en de roep om veiligheid steeds luider klinkt.
Wanneer we de bekende dichtregel van Lucebert '“ 'Alles van waarde is weerloos' '“ op zijn kop zetten, kunnen we zeggen: 'Alles van waarde moet zich verweren.'

Het misverstand tussen een cultuur en een religie die nog beweert vast te houden aan zuivere en volmaakte zekerheden en een cultuur en religie die twijfel en onzekerheid erkent als garantie voor een minimum aan menselijkheid, is daarom des te pijnlijker.

Zonovergoten woestijnen krijten onweerlegbare lijnen die verglijden in een fata morgana van het unieke Grote Gelijk.
Nevelen en schaduwen in de schemering van het woud zijn de basis van twijfel en onzekerheid, de echte kracht en kern van het Europese ongeloof, onze grootste kans op een minimum aan menselijkheid.
Komen goden immers niet naar Europa om er te sterven?
Van de Griek Diogenes, over de moslim Averroës, langs de Antwerpse Amsterdammer Frans van den Enden en de Nederlands-Portugeze Jood Spinoza, tot en met de Fransman Voltaire of de Duitser Nietzsche, telkens weer kreeg het 'Verlichtingsdenken' in Europa zijn beslag.
Europa weet, uit haar eigen bloedige verleden, dat het geloof in één God of een heilige zaak géén eenheid brengt, zoals Amerikaanse politici en islamitische fundamentalisten graag beweren. Geloof '“ ook 'Ander Geloof' dat de publieke ruimte opeist – zaait verdeeldheid en verderf.
Om een beetje dichter bij de menselijkheid te komen, moet je afstand doen van ieder fanatiek geloof '“ zeker in die openbare ruimte. Allen die in Europa leven, ook mohammedanen, moeten dit ongeloof leren hanteren als de enige redelijke kans op slagen van menselijkheid.
Opdat mensen elkaar niet zouden afslachten moeten zij van elkaar kunnen accepteren dat er niet één waarheid is, maar dat er meerdere 'waarheden', meerdere leugens en misleidingen kunnen bestaan en moeten bestaan, eenieder de hare of de zijne.

355. In een seculiere samenleving kan religieuze volmaaktheid alleen maar in afzondering worden beleefd. En zelfs dan zijn er grenzen, want in een rechtsstaat waar de islamitische wet geen enkele rol speelt zal een zekere krenking moeten worden aanvaard.
De sharia verbindt aan afvalligheid rechtsgevolgen die in ons land onaanvaardbaar zijn, zoals ontbinding van het huwelijk, ontzegging uit de ouderlijke macht en verval van erfrechtaanspraken.
Morele overtuigingen die in de islamitische wetgeving zijn vastgelegd vinden hier geen erkenning.
Sterker nog: deze rechtsnormen zijn in strijd met onze beginselen van gelijkheid en vrijheid.
Waar gewetensvrijheid heerst, heeft het geloof als juridische discipline geen plaats
.

Scheffers 'Het land van aankomst' is een mijlpaal.
Het brengt voor het eerst en uitputtend een ruim gamma aan invalshoeken van migratiebewegingen samen in één boek.
Maar het mist een degelijk notenapparaat en een thematisch register.
Het mist een even uitputtend gamma aan voorstellen en maatregelen om de clash der beschavingen binnen Europa tot kleurrijk uitdijende vuurwerk te helpen verbouwen.
Europa kan nooit het Amerikaanse integratie-draaiboek gebruiken omdat daar geen echte vormen van sociale zekerheid bestaan. De V.S.A. hebben van meet af gekozen voor de klemtoon op individuele vrijheid en verantwoordelijkheid. Alle falen en ieders ellende wordt verklaard onder het motto ‘eigen schuld dikke bult’. De Europese lidstaten hebben historisch gekozen voor 'social binding and social bridging', de structurele opbouw van sociaal kapitaal.
Dat vraagt veel meer verplichtingen en veronderstelt een georganiseerde 'verheffing' van de sociaal zwakkeren en de nieuwkomers. De Europese cultuur verwacht meer van een goed onderbouwd sociaal systeem om haar burgers en migranten de kansen te bieden tot zelfontplooiing en bijdragen aan de samen-leving.
Dit aloude emancipatie – ideaal mag zich niet laten verleiden tot vermijden, zelfs niet om de lieve vrede te bewaren. Wie hier wil meespelen in het maatschappelijke leven, wie hier wil genieten van de burgerlijke vrijheden en van de sociale zekerheid is verplicht ze zelf na te leven en moet er ook actief toe bijdragen.

Het pleidooi tot onthechting van V.S. Naipaul in 'A Bend in the River' is een mooie epiloog voor 'Het land van aankomst'.
Maar dit soort onthechting of dit soort verraad van de veilige – maar illusoire – idealen uit de eigen jeugd, zal noodgedwongen beperkt blijven tot de elites van de verschillende culturen.
De mainstream zal enkel door vele kleine contacten tijdens het verplichte kwalitatief hoogstaand onderwijs, op het werk, tijdens winkelen, wandelen en ontspannen kunnen evolueren tot een zelfbewuste, zelfrelativerende, open en ruimdenkende stroming.
Dat vraagt veel tijd, veel onthechting tijdens de conflictueuze getijdenwerking, maar het biedt een ruime kijk en een bevrijdende blik.

440. Europa heeft de wereld aangeraakt en wordt nu in toenemende mate geraakt door die wereld. Niet alleen hebben we deze wederkerigheid veroorzaakt, maar in menig opzicht hebben we die ook gewild.
De confrontatie met een militante islam beneemt het zicht op een welkome verandering. Want de wedijver met het Verre Oosten kan een energie losmaken die ons helpt uit de beklemming te raken. Die aandrang
van buiten is nodig. Hetzelfde geldt voor de komst van immigranten: hun aanwezigheid is een voortdurende uitnodiging tot zelfonderzoek. Wanneer we begrijpen dat een ontspannen samenleving
om een inspanning vraagt, kunnen we met overtuiging tegen mensen die van heinde en verre komen zeggen: welkom.

17. Te lang waren degenen die niet in de wijken woonden waar de migranten zich vestigden de warmste pleitbezorgers van de multiculturele samenleving, terwijl degenen die er wel woonden op den duur wegtrokken. Hun stem werd niet gehoord of werd gekleineerd als een vorm van vreemdelingenhaat.

46. Maar dat recht op godsdienstvrijheid brengt ook een verplichting voor moslims met zich mee, namelijk dat men de vrijheid van mensen met een ander geloof of geen geloof wil verdedigen

97. Het is een doodlopende weg om burgers eraan te herinneren dat ze wereldburgers zijn geworden wanneer niet tegelijkertijd wordt gezocht naar antwoorden op de behoefte aan continuà¯teit en gemeenschapszin.

113. 'Werknemers verliezen doordat immigranten de lonen verlagen. Werkgevers winnen omdat immigranten de lonen verlagen'

116. Er is een groot risico dat demografische stagnatie, economische crisis en sociale verstarring hand in hand gaan. Terwijl door de globalisering de aanpassingsdruk op samenlevingen steeds groter aan het worden is,wordt door de demografische teruggang het aanpassingsvermogen van diezelfde samenlevingen steeds minder.

126. Multiculturalisme en marktliberalisme hebben veel overeenkomsten: in beide gevallen wordt de waarde van het sociale compromis binnen de eigen grenzen ernstig betwijfeld.

165. De tolerantie zoals die werd beoefend in de Republiek moet niet als een verheven beginsel
worden gezien. De historicus Van Deursen komt tot een afgewogen oordeel: 'De befaamde Hollandse tolerantie behelsde dus een flink stuk opportunisme. Juist daarom heeft ze veel succes gehad. Ze was een typisch product van de pragmatische Hollandse cultuur. Niettemin bevatte ze wel degelijk ook een principieel element. De oude instinctieve afkeer van gewetensdwang is in haar geà¯nstitutionaliseerd.' ('¦)
De historicus Remieg Aerts schrijft: 'Hetzelfde beschavingsideaal dat verdraagzaamheid als deugd beschouwde, omvatte ook ingetogenheid en fatsoen, dat wil zeggen: aanpassing aan de bestaande orde en vorming in haar conventies.'

174. In een land met godsdienstvrijheid is plaats voor de islam op voorwaarde dat moslims de plicht aanvaarden om diezelfde vrijheid te verdedigen voor anderen waarmee men het fundamenteel oneens is.
Daarvan blijkt weinig in tal van moskeeën, waar de grondslagen en de instituties van de liberale democratie worden afgewezen. Lang is weggekeken, men wilde geen conflicten veroorzaken.

188. Van Deursen zegt het op zijn eigen manier: 'Geschiedenis gaat over liefde voor de medemens.
Liefde houdt niet op bij de dood. Daarom moet aandacht voor het verleden blijven bestaan; niet omdat je er beter van wordt. Als dat toch gebeurt, is het mooi meegenomen

349. Toch is de neergang van de islamitische wereld al voor die koloniale bemoeienis begonnen en heeft zich doorgezet na het vertrek van de koloniale mogendheden. Er is dan ook alle reden voor een zelfonderzoek, dat niet mag worden vermeden door het voortdurend stellen van de schuldvraag: 'Wie heeft ons dit aangedaan?' Het antwoord is: uiteindelijk niemand, de eigen verantwoordelijkheid moet onder ogen worden gezien. De neergang is van eigen makelij en heeft alles te maken met een afsluiting ten opzichte van de economische en wetenschappelijke innovaties in Europa. De renaissance, de reformatie, de technologische revolutie gingen zo goed als onopgemerkt voorbij aan de moslimwereld, die volhardde in het beeld van de christelijke Europeanen als barbaren, van wie weinig tot niets te leren viel. Die naar binnen gekeerde houding van de moslimwereld is fataal gebleken.
De afsluiting tegenover Europa duurde lang en was diepgaand.

355. Wezenlijk is dat de islam zichzelf ziet als de opvolger en vooral ook de vervolmaking van het jodendom en het christendom. Deze inherente superioriteit van de islam in de ogen van zijn aanhangers is een deel van de verklaring waarom de interesse in de westerse wereld pas laat op gang kwam. ('¦)
Morele overtuigingen die in de islamitische wetgeving zijn vastgelegd vinden hier geen erkenning.
Sterker nog: deze rechtsnormen zijn in strijd met onze beginselen van gelijkheid en vrijheid.
Waar gewetensvrijheid heerst, heeft het geloof als juridische discipline geen plaats.

Archief

Paul Scheffer, Het land van aankomst – De Bezige Bij 2007

30 november 2007

Paul Scheffer, Het land van aankomst- De Bezige Bij 2007

http://www.janvanduppen.be/?p=343

Lees verder »

Archief

Piet de Moor, De gelaarsde god, Stalin en de aura van de macht. Uitg. Van Gennep 2003

25 november 2007

Piet de Moor, De gelaarsde god, Stalin en de aura van de macht. uitg. Van Gennep 2003

Met zijn onderzoek naar de aura van de macht en de vorm ervan in de Sovjetunie van Stalin heeft Piet de Moor een niet alledaagse analyse van 'De gelaarsde god' opgeleverd.
Hij besnuffelt hem niet chronologisch maar aan de hand van enkele tientallen lemmata.
Op die manier neemt hij afstand van het concrete subject van zijn onderzoek en duidt de aura als universele stroop waarmee totalitaire machthebbers zich plegen te zalven.
Zoals gebruikelijk bij de Moor zit een zeer grote bibliografie verwerkt in zijn toelichtingen.
Hij biedt hiermee een handleiding voor wie verder wil zoeken in de reusachtige literatuurproductie uit tijden van maakbaarheidsidealen en monolithische ideol
ogieën.

35. Imitatie.
Er zijn in de literatuur wel meer voorbeelden van wat we de 'imitatio Stalini' zouden kunnen noemen. Vladimir Vojnowitsj’ verhaal ‘Onder vrienden’ is zo’n burleske ‘studie’ over de hielenlikkers die Stalin omringen. (…)
In Vasili Aksjonovs epos ‘Generaties van de Winter’ maken we kennis met een secretaris die de incarnatie is van het ideale type van de opkomende partijman in het midden van de jaren 20: ‘Een tuniek à  la Stalin, een baardje à  la Rykov, een alwetende glimlachje à  le Boecharin’ . Die drang tot imitatio bleef niet beperkt tot literaire fantasieën.(…)
Onder Stalin gedroegen steeds meer functionarissen zich als een massa klonen, lege silhouetten die zich lieten vollopen met de gebaren en de gewoonten van de chef.

37. Dit is het beeld van het gesloten circuit van de macht. Het gaat om een macht die niet meer door deling – de scheiding der machten – wordt afgekoeld, maar om een macht die, zodra ze zich roert, de bestuursleidingen van het land onmiddellijk en overal verhit, zodat de Sovjet-Unie verschroeit onder een hysterische bedrijvigheid die in de regel nergens anders toe leidt dan tot paniek.

52. Geweten.
Vergeleken met Stalin zijn de Macbeths, die arme koningskinderen die door gewetenswroeging worden verteerd, moordenaars die nog in hun kinderschoenen staan. Stalins kwaadaardigheid was niet alleen een wilsbesluit, maar ook uit het instrument van een karakter dat geen benul had van introspectie of empathie. De burgeroorlog in zichzelf leefde hij uit op de rug van miljoenen. Zijn complexen en frustraties liet hij als bloedhonden los op een samenleving die – omdat ze in al haar geledingen op losse schroeven stond en allang de principes van de rechtsstaat overboord had gegooid – een gewillige prooi was voor zijn boosaardigheid. ‘ Deze Aziaat op geitenleren laarsjes, die Sjtsjedrin citeerde, naar de wetten van de bloedwraak leefde en het vocabulaire van de revolutie gebruikte, bracht helderheid in de postrevolutionaire chaos en verwezenlijkte zijn eigen karakter in het karakter van de staat, merkte Vasili Grossman lucide op een ‘Alles stroomt’. Het is gemakkelijk om je Stalin in te beelden als een sentimentele man, maar het is onmogelijk je Stalin voor te stellen als een mens die last van zijn geweten heeft.
Het stalinisme is schandalig omdat de vleesgeworden bekrompenheid erin slaagde haar grootschalige misdadigheid te laten bewieroken als een weldaad ver van die de mensheid nog niet eerder was overkomen. Nooit eerder in de geschiedenis werd de bagatellisering van het kwaad door zoveel intellectuelen – die zoekers naar nestwarmte – zo geestdriftig onthaald.

53. Het is verleidelijk om Stalins jeugd te zien als een emmer vol met stront die over het hoofd van de kleine Iozif werd gekieperd, een emmer zoals die elk van ons door de Oostenrijkse schrijver Heimito von Dodere in zijn roman ‘Ieder mens een moordenaar’ op het hoofd wordt gezet: ‘Ieder mens krijgt zijn kinderjaren als een omgekeerde emmer over zijn hoofd gezet. Pas later blijkt wat erin zat. Maar ons levenslang druipt het langs ons heen, hoe vaak we ook van kleren of kostuum wisselen.’

57. Alomtegenwoordigheid.
Onder de stalinistische mastodonten worden de mensen platgewalst. Via hun poliepen worden de energieën opgezogen en de levenslusten gecorrumpeerd. (Josef Stalins ‘Paleis voor cultuur en wetenschap’ in Warschau).
In 1922 had Sergej Kirov die aanstormende architecturale gigantomanie dreigend de wraak van de arbeiders- en boerenstaat op de burgerlijke Westen genoemd. Kirov had de oprichting van nieuwe bouwwerken aangekondigd als een vergelding ‘die onze vijanden zich niet eens in hun dromen kunnen voorstellen, niet beseffend wat voor nachtmerries ze bij de vrienden zouden opwekken.

58. De (Russische) hoofdstedelingen waren inmiddels letterlijk van de kaart geveegd. De boulevards waren zo breed dat de overkant in de mist verdween. Voetgangers werden onder de grond gestopt en haastten zich door de ‘ondertunneling’. Het ras der flaneurs werd het leven onmogelijk gemaakt. De publieke ruimten, de cultuurpaleizen, de pleinen en de metrostations werden volgepropt met agitprop. Om als mens in balans te kunnen blijven met die monumentaliteit, zat er niets anders op dan je proporties aan de amorfheid van de ‘massa’ prijs te geven en erin op te gaan. Zo moest het individu de intimidaties van het kolossale doorstaan. Wat op mensenmaat was toegesneden, werd als ballast uitgegooid. Stalins regime was een onafgebroken aanval op de normaliteit, wat gepaard ging met het opdoeken van kroegen en restaurants, van de biertenten en bestelwagens eethuizen. Op straat was het één en al norsheid, grofheid en criminaliteit.

95. Charlatans.
Het aanwerven, bemoedigen en belonen van charlatans is een waarschuwing aan het adres van diegenen die de boodschap moeten begrijpen. Die boodschap luidt: ‘Denk maar niet dat constructieve ideeën ergens toe leiden bij ons. We zullen je straffen als je je werk ernstig en met overtuiging doet. Kijk maar toe: we geven de fondsen, de tijd, de middelen en de mankracht aan de kwakzalvers, de flemers en de bedriegers. Hoe voel je je nu? Vergeet je serieuze plannen maar want we zullen tot in der eeuwigheid schurken en charlatans belonen! We zullen ze vertroetelen zolang ze erin slagen jullie met hun mislukkingen te vernederen. Wees blij als er voor jullie nog een restje overblijft: het naakte leven. Tenzij je je bekeert! Wordt ook een schurk, verschurk! Sluit je bij ons aan!

140. Razzia’s.
Het was alsof je na de grote terreur in een ander land was ontwaakt, meende Victor Kravtsjenko: ‘Als een buitenlandse overwinnaar de organisatie van het sovjetleven had overgenomen en nieuwe mensen aan het hoofd had geplaatst, had de verandering nauwelijks radicaler of onmenselijker kunnen zijn. De omvang van de gruwelen is door de buitenwereld nooit begrepen.’
Behalve terreur en onderdrukking betekende het stalinisme ook opwaartse mobiliteit en opwindend nieuwe kansen voor de carrièristen. Het uitmoorden van de oude garde was aan dat consideratieloze streven tegemoetgekomen.

142. Stront.
Het behoort nu eenmaal tot de natuur van de mensen dat ze liever de aandacht opeisen met hun zelf veroorzaakte meelijwekkendheid, dan dat ze moeten leven met het gevoel in de ogen van de anderen niet te bestaan.
Toch kijken we op als we mensen horen pochen dat ze het in Stalin’s kantoor in hun broek hebben gedaan.

181. Je zou kunnen zeggen dat Stalin de eerste grote telefoonstalker was. De telefoon was het instrument dat hem bijstond in zijn intimidatie politiek.

188. In de ‘ Albanese lente’ vertelt Ismaà¯l Kadare hoe in de loop van de zomer van 1972, toen uitlekte dat Amerikaanse president Richard Nixon een bezoek aan China zou brengen, de Albanese dictator Enver Hoxha het voltallige politbureau in Durrës samenriep: ‘De deelnemers aan deze bijeenkomst vertelden dat het wel leek alsof ze op een begrafenis waren. Daar stond hij, met een stuurs gezicht. Toen hij daarna zijn mond weer opendeed om te vertellen wat er volgens hem in de toekomst allemaal in China zou gebeuren, zei hij met een grafstem:”Nu zullen daar de cafés weer opengaan!”.

Archief

Michael Moore '“ Sicko of ‘going Dutch’ – nu ook in Nederland

22 november 2007

Best pijnlijk en grappig, snijdend en vileinig, ook wel ontroerend en tenenkrullend, hilarisch en beschamend om te zien hoe Michael Moore met Sicko hét thema van de Amerikaanse presidentsverkiezingen probeert te bepalen.
Hij toont hoe ondermeer Hillary Clinton en haar entourage en tal van heren senatoren en congresleden het schuchtere Health Care Plan van 1993 hebben laten naaien voor geld, heel veel geld en schitterende postjes in de medische en farmaceutische sector.

Het scenario is subversief, het verhaal is in de bekende overdrive met lapidaire tussenwerpsels gepresenteerd. Maar het draagt ongetwijfeld bij tot de agenda van de politieke en sociale evolutie in de V.S.A.
De volgende presidentsverkiezingen zullen draaien om de toekomst van de Amerikaanse gezondheidszorg. Althans dat wil Michael Moore en vele Amerikanen met hem.

Zijn film – net uit in Nederland – haalt hier ruim de nationale media: er speelt immers horror, de angst voor herkenning, en de spiegelparade van Nederland als gidsland.
De liberale minister Hans Hoogervorst (gewezen socialist en sinds dit jaar ruim gehonoreerd als voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten: 270.000 euro per jaar) heeft met het vorige kabinet Balkenende de nieuwe zorgverzekering doorgedrukt.
De tucht van de markt zou een grotere rol krijgen waardoor de zieke zorginkoper meer waar voor zijn of haar geld beloofd werd.
Niets is natuurlijk minder waar want het zorgaanbod is '“ in tegenstelling tot de Belgische plethora – te beperkt, waardoor zelfs met vastgelegde tarieven de prijzen voor de zorg zullen blijven stijgen.
Privaat kapitaal zal de weg vinden naar de sector en daar met de nodige commercie aan het privatiseren slaan met als netto resultaat: minder zorg voor meer geld.
En dus snelle fusies tot monopolievorming met het oog op betere cijfers voor investeerders.

In de V.S. is dit fenomeen na 1945 goed op dreef gekomen onder de dwingende leiding van de Amerikaanse artsenvereniging (AMA), die zich met succes verzette tegen enige overheidsinmenging in de gezondheidszorg wegens meer winst en hogere honoraria in het vooruitzicht.

Michael Moore speelt met Sicko handig in op de groeiende verontwaardiging van de Amerikaanse middenklasse die steeds beklemmender lijdt onder de forse winsthonger van de zorgverzekeraars: bedrijfsgebonden verzekeringen die je verspeelt bij ontslag of faillissement, koppelverkoop van gezondheidszorg in aangewezen ziekenhuizen waar de schadeverzekeraar het niveau van de behandeling bepaalt en 50 miljoen mensen die zonder enige verzekering aan de goden overgeleverd worden.

De vlucht voorwaarts is in zo’n politieke situatie belangrijk voor de grote spelers op de markt: 'going Dutch' wordt het ordewoord van de toekomst: eenieder betaalt voor zichzelf, maar de excessen moeten met overheidsgeld en '“regulatie getemperd.

Vandaag kloppen de Amerikaanse beleidsmakers en zorgverzekeraars aan bij hun Nederlandse collega's zodat de politieke leiders van het oude gidsland zich warempel weer in alle glorie hersteld weten.
Zij het dat het nieuwe Nederlandse zorgstelsel nog geen twee jaar draait en al voor behoorlijke problemen zorgt: falende ziekenhuizen en zorgverleners, dalende kwaliteit van de zorg aan huis en in verzorgingstehuizen door de steeds scherpere concurrentie tussen de aanbieders op de markt van welzijn en geluk.

De tucht van de markt tuchtigt vooral de zorgzoekers, de zieken, de zwakken en de misselijken.

Sicko slaagt erin om de kern van de discussie helder te presenteren in een boeiende babbel met de Old Labour partijleider Tony Benn:

'œBefore we had the vote, all the power was in the hands of rich people. … What democracy did was to give the poor the vote, and it moved power from the market place to the polling station, from the wallet to the ballot. ('¦)I think democracy is the most revolutionary thing in the world. If you have power you use it to meet the needs of you and your community. And this idea of choice which capital talks about all the time, choice depends on the freedom to choose and if you're shackled with debt you don't have the freedom to choose. People in debt become hopeless and the hopeless don't vote, so they always say everyone should vote, but I think if the poor in Britain or the United States voted for people who represented their interests if would be a real democratic revolution. And so they don't want it to happen. See I think there are two ways in which people are controlled. First of all frighten people and secondly demoralise them. An educated healthy and confident nation is harder to govern. And I think there's an element in the thinking of some people we don't want people to be educated, healthy and confident because they would get out of control. The top one per cent of the world's population own eighty per cent of the world's wealth. It's incredible that people put up with it but they are poor, they're demoralised and they're frightened and therefore they think the safest thing to do is to take orders and hope for the best.'

Hier laat Michael Moore de oude en fragiele Tony Benn met een voorhamer een mokerslag uitdelen aan zijn New Labour opvolgers zoals Tony Blair om tot de kern van de zaak te komen: een maatschappijvorm waar 'going Dutch' tot norm wordt verheven kweekt angstige burgers die gauw geneigd zijn om in hun vertwijfeling de strijdende leider te volgen, of het nu tegen de duivel, dan wel de terreur, dan wel de binnenlandse vijand is.

Als er iets in 'Sicko' verpletterend duidelijk wordt, is het wel de angst waarmee staats- en regeringsleiders een zelfbewuste gepolitiseerde kudde onderdanen het hoofd moeten bieden met het oog op hogere kapitaalsbelangen die toe zijn aan ‘cashen’ '“ deze keer in de gezondheidssector.
De gemeenschap en de belastingsbetaler draaien telkens weer bij het ‘scheiden van de markt’ op voor grote kapitaalsintensieve investeringen met langlopende risico's zoals infrastructuur, gezondheidszorg, onderwijs, fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.
Wanneer de tijd rijp lijkt, kan daarop een nietsontziende privatiseringsgolf los gelaten worden, al dan niet na een dwingend verzoek van de Europese Commissie.
Zo wordt de kudde weer grootschalig kopschuw gemaakt door de tuchtigende wanorde van de markt tot ze voldoende bewonnen, wanhopig en neurotisch na grote traumata en met het oog op de nakende kostenstroom weer aan een zalvende collectivisatie of socialisatie wordt onderworpen.

De voorbeelden uit de Verenigde Staten van Amerika die in Sicko tegenover de gezondheidszorg in Canada, Engeland en Frankrijk geplaatst worden zijn karikaturaal duidelijk.

Het ommetje langs de enige plaats in de V.S. waar van staatswege gratis gezondheidszorg wordt geleverd is hilarisch. Vanaf de goed uitgeruste gezondheidsvoorzieningen op Guantanamo Bay trekt Michael Moore met zijn gekwelde fanfare van honger en dorst naar het beloofde land van Cuba, waar hij met zijn 9/11 helden met open armen wordt ontvangen voor prima medische zorg en spotgoedkope medicijnen.
Het Cuba-hoofdstuk was erover, en geen klein beetje.
Dus kon je er goed mee lachen, wat niet het geval was voor alle zieke 9/11 – helden.

Er staat de zieken, zwakken en misselijken nog een bittere lijdensweg te wachten, ook in Europa.

Temeer daar de medische mallemolen nog steeds volop preekt over het eind van alle kommer en kwel, van het vele leed en het nog grotere leedvermaak, dank zij nieuwe technieken, patenten, producten voor de komende ziekten van te veel honger en dorst, de angst voor de pijn van het zijn en voor het verlossende einde van alle leed.

Gidsland Nederland trotseert alweer als eerste de stormen met een nieuwe invulling van het beroemde 'going Dutch'.

In België bleek de reactie op Sicko begin oktober eerder marginaal want daar klinkt de privatiseringsboodschap nog niet zo luid.
Het pluimen van de zieken, zwakken en misselijken verloopt in België immers subtieler maar efficiënter: een derde van de totale zorgkost (remgelden, niet verzekerde kosten) wordt door de zieken zelf opgehoest in kleine beetjes, bij iedere zorgprestatie, bij ieder medicijn.
De Belgische helers en genezers van overheidswege weten immers hoe vele kleine beetjes toch een forse slok op de bittere borrel worden.
Maar tijdens de regeringsvormende ezelsdracht begint ook in België wat te roeren:
- een kwart van de bevolking heeft het nu al moeilijk om de kosten van hun gezondheidszorg te betalen.
- driekwart gelooft intussen dat er een financieringsprobleem ontstaat in de gezondheidszorg.
- privéverzekeraars zien daar brood in, of eerder zoetekoek want voornamelijk geà¯nteresseerd in de dure extraatjes waar forse winsten lijken te lonken zoals de hospitalisatieverzkeringen.

Het lijkt wel of ze niet willen begrijpen dat de zorgverstrekkers de zoete geur van dat zachte geld niet kunnen ruiken en hun dienstverlening vlot zullen aanpassen met het oog op een maximaal rendement bij patiënten die over een geurige verzekeringspolis beschikken.

Privéverzekeraar DKV maakte op 20/11/2007 de resultaten bekend van een zorgenquête in samenwerking met Knack, Trends, Plus, Le Vif en De Zondag:

‘Een meerderheid van de bevolking stelt dat de overheid de kosten van de gezondheidszorg niet alleen zal kunnen dragen, en dat de privésector een rol moet spelen. De aanvullende hospitalisatieverzekering stimuleren zien de meesten als het ideale middel om te besparen op de gezondheidszorg, en het fiscaal aftrekbaar maken is voor de overgrote meerderheid (83 procent, nvdr) de beste stimulans.’

Toch raar dat de meerderheid van de bevolking zoiets ‘stelt’ als ze volgens dezelfde enquête niet eens blijkt te beseffen dat ze jaarlijks 25 Euro per kop moet betalen voor een verplichte Vlaamse zorgverzekering!

Dit soort zorgenquêtes zijn dan ook een onderdeel van de grote stemmingmakerij met het oog op een oranje-blauwe tuchtiging die in de gezondheidszorg de deur moet openwrikken voor ‘going Dutch’, maar dan op z’n Belgsich, met heel veel bittere kleine beetjes.
Merkwaardig dat de christelijke ACW, ACV en CM vleugel dit sociale sloopwerk lijkt te tolereren bij de vorming van een nieuwe regering.

‘Sicko’ van Michael Moore was bij wijlen een ontroerende en tedere ode aan 'going European' in plaats van 'going Dutch'.

In Europa koesteren we nog de illusie van een samenlevingsideaal: samenwerken, samenstaken, samen ziek zijn, samensterven.
Het oogt veel aangenamer. Het sluit veel beter aan bij het menselijke oergedrag.
In een zelfbewuste kudde is het immers beter grazen en paren.
Sicko lijkt wel een Europese film!
Er wordt dan ook veel gelachen tijdens vertoningen in Europa.

Archief

Sándor Márai, Bekentenissen van een burger '“ uitg. Wereldbibliotheek

12 november 2007

Sándor Márai, Bekentenissen van een burger '“ Wereldbibliotheek

Ik ben naar Boedapest gereisd om dit boek te lezen, om me onder te dompelen in een taalomgeving die mij totaal vreemd is, waar het Latijnse alfabet versierd wordt met nog meer diakritische tekens dan bij het Turks. Het gevoel van vervreemding bij het lezen van Márai's 'Bekentenissen van een burger' in een hoek van de Hongaarse hoofdstad aan de Donau is ingrijpend. De architectuur en de politieke hete hangijzers in Boedapest drijven vandaag nog steeds op ressentiment om wat eens Groot-Hongarije zou kunnen geweest zijn. Soms lijkt het alsof Magyaren al een millennium lang ‘gothic’ toegedaan zijn en blijven. De architectuur van de 19 de en de vroege 20 ste eeuw staat in Boedapest stijf van de 'neo'- mythes.
Het ressentiment om alle politieke falen, alle nederlagen, alle verlies aan grenzen en mensen en een grote traditie van knutselen aan de eigen geschiedenis maakt het lezen van Márai's werk nog merkwaardiger.
Ook al is 'Bekentenissen van een burger' naar mijn mening niet zijn beste boek in Nederlandse vertaling, het bevat nog steeds fenomenale stukken, die zo scherp formuleren wat het leven en de geschiedenis in petto heeft gehad voor een burger uit Kassa (toen nog in de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie) '“ vandaag KoÅ¡ice in Slowakije.
Márai's analyse van het provinciale leven in Kassa aan het begin van de 20 ste eeuw blijft boeiend. Zijn reflectie op zijn rebellie tegenover zijn familiaal milieu, zijn bedenkingen bij zijn Odyssea doorheen Europa zijn gespeend van ieder nationalisme en kleingeestig ressentiment. Zijn 'Ithaka' leek eerst aan de Napolitaanse kust gesitueerd. Het werd echter later definitief in San Diego, Californië waar hij vereenzaamd in 1989 een einde aan zijn leven maakte.

Márai Sándor, zoals hij in het Hongaars heet, wijdt prachtige stukken aan zijn schrijversschap, zijn journalistiek werk, populisten als duivelskunstenaars, de betekenis van Marcel Proust voor de literatuur.
Hij besluit met een aangrijpend afscheid van zijn vader.

Márai was een Europeaan, zoals alle grote intellectuelen zich de voorbije twee eeuwen als Europeaan kenden en herkenden.
Het lezen van hun 'Bekentenissen' al dan niet van een burger hoort vandaag tot de canon van de Europese literatuur.

155. Maar al te dikwijls heb ik later, in de wereld der volwassenen, met name in het politieke leven, uit het niets opgedoken duivelskunstenaars zien optreden die, ondanks het feit dat ze noch opvallend intelligent noch bijzonder goed geà¯nformeerd waren, anderen, die in alle opzichten superieur aan hen waren, volledig in hun ban wisten te krijgen, zodat de laatstgenoemden zonder verzet en met een bijna wellustige of sombere berusting naar hun pijpen dansten. Een interessante vraag is in hoeverre seksuele factoren een rol spelen in de relatie tussen dergelijke figuren en hun aanhangers. Ik zou er het antwoord niet op durven geven. Zulke als een komeet verschijnende en als een nachtkaars uitdovende demagogen zijn een geliefd onderwerp in de tendensliteratuur. Ze duiken meestal in een periode op waarin de mensen ontevreden zijn, zaaien daar ongerustheid en twijfel en wakkeren latente conflicten aan, zodat de stemming opstandig of revolutionair wordt. Nadat ze aldus een gistingsproces opgang hebben gebracht, wordt de grond hun gewoonlijk te heet onder de voeten en knijpen ze ertussen uit. Hun rol eindigt meestal op het schavot of in een legende… ik heb dergelijke scheppers en verspreiden van politieke mythen altijd gewantrouwd, maar toch ben ik als kind, samen met andere kinderen, het slachtoffer geweest van zo’n figuur in het klein, in de beslotenheid van de kleine, ‘geordende’ samenleving die onze huurkazerne was.

183. Eigenlijk is er geen ander ‘incident’ dan de familie en geen andere ‘tragedie’ dan het moment waarop de moeten beslissen of we in onze familie en in de grootschalige versie daarvan – ideologie, klasse en ras – blijven., of dat we onze eigen weg gaan in de wetenschap dat we voortaan voor eeuwig alleen zullen zijn. We zijn dan wel vrij, maar aan iedereen overgeleverd en als er problemen zijn, is er niemand om ons te helpen, maar moeten we alles alleen opknappen… Ik was 14 jaar toen ik van huis wegliep; daarna bracht ik nog wel eens een bezoek aan mijn ouders, bijvoorbeeld met de feestdagen, maar uitsluitend een kortstondig. De tijd is een onvermoeibare heelmeester en zo nu en dan leek het of de wond volledig genezen was, maar veel later, na 20 jaar, begon hij onverwachts en zonder zichtbare oorzaak opnieuw te bloeden en deed ondraaglijke pijn. Daarna werd hij weer gevoelloos en kon ik hem een tijdlang vergeten. Ik wil hier de waarheid schrijven. Aan die waarheid heb ik mezelf met veel moeite gewend, zoals een lijder aan een ernstige ziekte zichzelf dwingt een bitter en gevaarlijk medicijn in te nemen. Misschien zal het middel hem het leven kosten, misschien zal het hem baten, het doet er niet toe, want hij heeft niets te verliezen. De waarheid is dat ik niemand aansprakelijk kan stellen voor mijn geestelijke gesteldheid en de wending van mijn lot.

De nacht voor de scheiding

Kentering van een huwelijk.

Sándor Márai, Een leven in beelden – Ernà¶ Zeltner

Lees verder »

Archief

'Dit is onze geschiedenis! '“ een 50-jarig Europees avontuur' in Tour&Taxis Brussel tot 23 maart 2008

4 november 2007

'Dit is onze geschiedenis! '“ een 50-jarig Europees avontuur'
begint met het aangrijpend en pijnlijk horrorverhaal over het ontstaan van de Europese Unie.
Geen ellende wordt door de samenstellers uit de weg gegaan.
Wie deze wandeling door de kelders en krochten van de oude 'Thurn und Taxis' loodsen volbracht heeft, weet weer eventjes waar wij vandaan komen en wie we vandaag kunnen en mogen zijn, en morgen onze kinderen hopelijk ook nog een beetje.
Handig voor de beuzelaars en populisten die onder het mom van 's volks wil en kortzichtig eigenbelang grondwetsvoorstellen lieten wegstemmen of als aankomende partijleidster van dienst boekjes bedeelde tegen de EU omdat een of andere spindokter uitgevogeld had dat Europa na de invoering van de Euro niet zo goed meer lag bij Jan met de piercing en Mie met de reetveter.
'Dit is onze geschiedenis' is waarlijk een ontroerende 'expo' over Europa, bont en blauw geslagen voor het eerst door de machtsverhoudingen in het Oosten niet meer in staat om de overwonnenen te blijven vernederen. Van de nood werd dus een deugd gemaakt en de heropbouw van Duitsland werd een onderdeel van de motor voor de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal.
De vertegenwoordigers van de politieke en kapitaalsbelangen die dit verhaal uitgedokterd hadden, komen terecht ruim aan bod, zij het in een duistere omgeving van allerlei vroeg – industrieel alaam.
De opening is beklemmend met twaalf meter vredesverdragen in lood uit 1985 van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, naast een peloton marcherende '“ lege – soldatenschoenen van de Canadese Dominique Blain uit 1993.
Demnig is de man van de Stolpersteine die met zijn 'stenen des aanstoots' de slachtoffers van de nazi-terreur herdenkt.
De eerste steen werd gelegd in 1997 in Berlin-Kreuzberg. Op de stenen staat in messing de naam, geboortedatum, deportatiedatum en overlijdensdatum geschreven. De stenen worden verwerkt in het trottoir voor de huizen van mensen die door de nazi's werden vermoord.
Ondanks veel verzet van huiseigenaren die waardevermindering vrezen als de namen van de vorige bewoners of eigenaren in de stoeptegels verzegeld worden, zijn er in Duitsland, Oostenrijk en Hongarije intussen goed 13 000 'œstenen' geplaatst.

De wisselwerking met getuigenissen van 27 mensen uit de lidstaten over de betekenis van Europa voor hen, is boeiend en soms zeer verrassend, al werken niet alle filmpjes adequaat.
Wat voor een zo dure ‘expo’ over Europa niet kan.
Die toegansprijs lijkt mij een euvel: 10 €, 8 € voor studenten en 6 € voor groepen is veel geld om de mensen in rijen door de kelders van het prachtig gerestaureerde Tour&Taxis te leiden, laat staan dat de karige schoolreisbudgetten hiervoor zullen gebruikt worden.
Knap is het deel waar de dictaturen in Oost en West na 1945 worden gepresenteerd.
Voor commissievoorzitter Barroso is zelfs een fijn detail niet over het hoofd gezien: in het raam van de strijd tegen de Portugese dictatuur hangt een pamflet van zijn oude politieke partij, de maoà¯stische MRPP die zich van 1974 tot 1976 als de enige ware kenners van de maoà¯stische heilsleer vooral lieten opmerken in de strijd tegen fout links, de renegaten, de revisionisten, de reformisten en al wat naar democratie neigde.

De kamers over de tijdsgeest in West Europa, de doorkijk op de wereldpolitiek en de kasten over Oost Europa zijn de moeite.
Zelfs het fameuze portret van Stalin bij diens dood in 1953 door Picasso prijkt op een exemplaar van ‘ Les Lettres franà§aises’ van 12 maart 1953 boven een tekst waar Frédéric Joliot-Curie – schoonzoon van en Nobelprijs fysica 1935 een pleidooi houdt voor de wetenschappelijke kwaliteiten van het marxisme.
Het dagboek van Gyulia Csics die nog maar 12 jaar was in 1956 tijdens de Hongaarse opstand tegen de Russische overheersing, had hij 40 jaar geheim gehouden.
Lenin ligt in brons hulpeloos te wezen nu hij van zijn voetstuk is gevallen. De eerste grote vrouwenstaking bij FN te Herstal in 1966 voor gelijk loon bij gelijk werk, komt ook aan bod. Rita, een van de leidende vrouwen van toen ziet de huidige tijden somber in voor wie met werken zijn brood moet verdienen.

Het 'Museum van Europa' heeft de ambitie Europeanen en bezoekers van elders in de wereld de wortels van hun gemeenschappelijke beschaving te laten ontdekken.
Naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van het Verdrag van Rome '“ oorspronkelijk in het Frans, Duits, Italiaans en Nederlands (!) wordt met deze tentoonstelling de basis gelegd voor het toekomstige permanente parcours van het Museum van Europa.
Ingebed in de Stad Brussel, zetel van de Europese Instellingen, zal zij de rol van 'Europees cultuur-historisch ontmoetingsplatform' vervullen waarmee ze een leemte in de stad opvult. Dit permanente parcours aangevuld met tijdelijke tentoonstellingen laat iedereen de geschiedenis van Europa beleven als uniek en tegelijkertijd zeer divers.
Dit project staat niet alleen. Het Museum richtte een netwerk op van Europese musea die vandaag een reguliere werking kent.
Alle middelen van de hedendaagse museologie worden ingezet: decors, film, multimedia en interactieve elementen spinnen een parcours uit met een bijzondere aandacht voor authentieke objecten. Een 80-tal musea uit alle Europese lidstaten brengen 500 unieke stukken samen.

De catalogus kan je downloaden van internet.
De site zelf is zeer de moeite met een enkel taalfoutje in het Nederlands: 'Het is onze adresse!'
De weblog heeft wat te vertellen, maar kent nauwelijks reacties.
Voor na de herfstvakantie?

Archief

Het meesterlijke atelier – europalia.europa Bozar Brussel

14 oktober 2007

Het meesterlijke atelier – Paleis voor Schone Kunsten Brussel tot 20 januari 2008.

Van kamer door kamer tot kamer word je als bezoeker gedreven langs tekenen en aanrakingen van een wereld waarin we onszelf herkennen, in alle veranderingen die wie ons voorging ooit heeft doorstaan als Europeaan.
De overvloed beneemt je soms de adem. Het doet pijn zelfs met een audiogids en veel geblader in de Bezoekergids.
Maar het is zeer de moeite de beeweg doorheen het huis van Europa met de vele kamers te gaan. Verbaasd bij schitterende ornamenten, verrassende kleinodiën, massieve boekwerken, forse tekeningen, retabelstrips, beeldhouwwerken die vaak naamloos aandacht weten te trekken.
Het verhaal van 'Het meesterlijke atelier '“ europalia.europa ' in Bozar te Brussel is dat van ontmoeten in vreedzame coëxistentie als smeltkroes voor de Europese cultuur.
Een leugen van de Atlantische Oceaan tot de Oeral. Want de vele duizenden grote kunstenaars en tienduizenden kleine ambachtslui gingen slechts zelden uit eigen beweging, uitsluitend gedreven door nieuwsgierigheid elders in de leer of aan de slag.
Menigmaal volgden ze de roep van het geld of vluchtten ze voor de hitte van het krijgsgeweld.
Net zoals de boekdrukkunst niet uit het niets als een deus ex machina ontstond ( de Biblia Pauperum was in 1464 al een met houtsneden gedrukte voorloper van de wiegedrukken in de geest van de latere Vlaamsche filmkens), zo ontstond de Europese kunst niet vanzelf maar in pijn en smarten, als propagandatechnieken voor kerk of koning, reclameboodschappen, visuele en tekstuele communicatie.
Daarover vinden we echter geen woord bij europalia.europa. Wel een interessante verhandeling over de betekenis van het boek, de schetsen en de etsen als informatie- en cultuurdragers, een paneuropees web, zij het iets trager dan het digitale worldwideweb van vandaag, maar alleszins minder vluchtig.

Er zijn fenomenale stukken te zien in 'Het meesterlijke atelier'.
Hugo van Oignies '“ waarvan de zilverschat bewaard wordt in een onooglijk museum van het Naamse klooster van 'Les soeurs de Notre Dame' is present met een reliekkruis en een flabellum als voorbeeld van Maaslandse smeedkunst uit 1230.
Van Nikolaas van Leiden staat er een meesterlijk buste van een op zijn elleboog steunende man uit 1465. De pleurant van het graf van Karel de Stout door Claus Sluter uit 1404 is fascinerend in zijn plooienspel.
De kamer van Maria en het hoofse ideaal tonen een ingetogen marmeren Franse 'Maria met kind' uit 1400 en een 'Mooie Madonna' uit Praag dezelfde periode.
Van El Greco wordt ‘Het engelenconcert’ getoond uit 1608-1614, dat verwijst naar wat reeds was en veel eeuwen later nog komen zou.

Van de Antwerpse schilder Bartolomeus Spranger hangen er enkele boeiende werken die hij maakte voor de keizers Maximiliaan en Rudolf in Wenen en Praag.
Hij schilderde voor zijn broodheren de 'Metamorphosen' van Ovidius over hoe alleen mensen veranderen door passie en emotie.
In 'Hercules, Deianeria en Nessus' uit 1585 redt Hercules zijn vrouw Deianeira uit de poten van de centaur Nessus waarbij hij haar rechter tepel beroert tussen duim en wijsvinger terwijl zijn linkerarm haar kruis volop ondersteunt. Zij kijkt hem gelukzalig aan terwijl Nessus ten gronde ligt. Zijn bloed doordrenkt de mantel die zij Hercules schenken zal wanneer ze twijfelt aan zijn oprechte trouw. Het brandende bloed van de centaur zal Hercules de dood indrijven, maar dat weet zij noch hij op het moment dat Spranger hen schilderde.

Misschien is het thema van Ovidius' Metamorphosen, XV, 177 – 185
'europalia.europa' het meeste na:
('¦) er is niets in deze hele wereld
dat blijft. Alles verglijdt, elk ding krijgt vorm en gaat voorbij.
Ja, ook de tijd verstrijkt in een gestage beweging
als een rivier, die net zomin haar stroom kan stuiten als
een vluchtig uur kan stilstaan; zoals water water voortstuwt
en in de rug geduwd wordt, maar ook zelf naar voren duwt,
zo holt de tijd vooruit en zit zichzelf ook achterna en
vernieuwt zich steeds; wat vroeger was, is nu voorbij
en nu gebeurt wat nog niet was; ieder moment verandert.
'

Tot slot krijg je de kans om één kunstenaar uit iedere EU lidstaat aan het woord te horen over een kunstwerk dat zijn of haar voorkeur wegdraagt. Een waardevolle touchscreen oefening waar Anne Teresa De Keersmaeker spreekt over de Slapende Muze van Constantin Brancusi. Een Roemeense kunstenaar herkent in de Eindeloze Kolom van dezelfde beeldhouwer een onvoltooide stapel doodskisten. Twee artiesten haalden Piero della Francesco aan met de fresco's uit Arezzo en de fameuze Christus' Verrijzenis in het gemeentehuis van Borgo Sansepolcro als voorbeeld van de nieuwe mens die opstaat als een individu in de nieuwe wereld.

Nog tot 20 januari 2008 is het goed dwalen in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel door de kamers van ‘Het meesterlijke atelier’. Dagelijks van 10 tot 18 uur (op donderdag tot 21 uur).
www.europalia.be

Archief

Frans Buelens, Congo 1885 – 1960, een financieel-economische geschiedenis. Uitg. EPO

11 september 2007

Op dinsdag 10 februari 2004 was de Belgische Senaat tot aan de nok gevuld met bordeauxrode klapstoelen waarop de resterende excellenties van de roemruchte Belgische natie zich presenteerden aan de Kongolese president Joseph Kabila die van op het rostrum verklaarde: 'œDe geschiedenis van de Democratische Republiek Kongo is ook die van de Belgen, de missionarissen, de ambtenaren en ondernemers die geloofden in de droom van koning Leopold II om in het centrum van Afrika een staat te bouwen.”
Terwijl de jonge Kabila als eerste Kongolees ooit de hoge vergadering verder voorhield “dat elke generatie haar fouten moet erkennen” kon ik moeilijk anders dan denken aan een vroeger bezoek van wijlen Laurent-Désiré K.
Zijn (pleeg)-vader was in 1979 – korter en breder – present op het stichtingscongres van de PvdA '“ voorheen Amada '“ in het intussen afgebroken Brusselse Rogiercentrum gehuld in een krijtstrepen pak met foulard, omringd door vergelijkbare kleerkasten. Hij kreeg als toenmalige voorzitter van de Bevrijdingsbeweging van Zuid-Kivu veel steun van de Volksrepubliek China, en dus ook van de kersverse zusterpartij in België, de PvdA.
Internationale Solidariteit oogde toen nog gewichtig.

Van Che Guevara zou later bekend worden dat hij Laurent Désiré Kabila in 1965 met 100 Cubanen ter plekke probeerde te bewegen tot een revolutionaire opstand naar Cubaans voorbeeld. Che had echter snel door dat LDK vooral in alcohol en vrouwen geà¯nteresseerd was en zijn afspraken niet nakwam. Exit Che. LDK verder in zaken en later schatrijk.

Een glunderende senaatsvoorzitter Armand De Decker '“ later federaal minister van ontwikkelingssamenwerking '“ verklaarde in zijn antwoord dat België “zich zeer bewust is van de verantwoordelijkheid die het in het verleden in uw land en in Centraal-Afrika heeft gedragen. Het is zich ook bewust van wat het daar heeft bijgebracht. De Belgische politieke klasse heeft veel te weinig belangstelling getoond voor het lot van uw land, getraumatiseerd als zij was door de dekolonisatie en de herinnering aan de kolonisatie en ontmoedigd door het inheemse wanbeheer van de opeenvolgende Kongolese regimes”.

Het had iets onwezenlijks, een variante op Kuifje uit Kongo.
Koning Leopold II, Kabila I en II, ze hebben allemaal iets van Kuifje.
Kuifje de verkenner, Tintin l'explorateur.
Onderzoeksjournalistiek was Kuifjes levensdoel, met tijdsgebonden invalshoeken.
Onderzoeksjournalistiek kan je immers op vele manieren bedrijven.
Je kan met gevlei en geslijm aan informatie en investeringen proberen te komen.
Je kan je ook moeizaam een weg banen doorheen immense archieven en financieel economische gegevens die over Kongo en Midden-Afrika in Belgische schatkamers begraven liggen.

Frans Buelens – TEW Universiteit Antwerpen – heeft met zijn forse studie 'Congo 1885 '“ 1960. Een financieel-economische geschiedenis' een boeiend Kuifjesalbum opgeleverd.
Het leest als een spannende 'who done it?'
Wie, wat, waar, waarom en voor hoeveel: Frans Buelens heeft het zoals steeds consciëntieus uitgespit als een van de vele wetenschappers die met hun onderzoekswerk blijvend recht doen aan de geschiedenis die als een engel voortschrijdt terugdeinzend bij de aanblik van wat hij heeft aangericht.

De 671 pagina dikke en goed leesbare turf is een intelligente handleiding voor een bezoek aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.
Het bevat de stambomen van de rijkste Belgische families en een verklaring voor het vaak zeer succesvol ondernemersschap van hun voorvaderen: Lippens, Van Thillo, Lambert, Umicore, Unilever en natuurlijk de Saksen-Coburg-Gotha club.
De uitgebreid gedocumenteerde zakenbelangen en de gedetailleerde toelichting over de economische en financiële structuren en processen in Congo als Vrijstaat en later als Belgische kolonie is soms adembenemend spannend, gênant, misselijkmakend.
Maar ook hilarisch.

Frans Buelens vlooit de genialiteit uit waarmee Leopold II zijn 'Belgische Natie' oplichtte en zijn eigen familie financieel in het ootje nam.
Met 'Rendementen en winstvoet bij de werking van de kapitaalmarkt bij de Congolese investeringen' argumenteert hij grondig waarom ' Congo goud waard is voor het moederland', veel te klein voor zo’n groot vorst.

Alleen de autochtone bevolking van Kongo is er niet beter van geworden, behoudens een paar families die het heerlijk religieuze spel van veel beloven en weinig geven in de vingers hadden en hebben.

'Sociologisch waren de oude maatschappelijke structuren opgebroken en was de Afrikaanse dorpsgemeenschap in de verdrukking door de vlucht naar de steden, die soms tot waterhoofden uitgroeiden. De kloof tussen stad en platteland was immers verbreed en al waren de steden echte bidonvilles, toch bleven ze voor velen een toevluchtsoord. Heel wat landen hadden geen duurzame landbouwbasis voor hun economie om op z'n minst de bevolking te kunnen voeden.
Er was weliswaar een zekere infrastructuur tot stand gekomen met wegen, spoorwegen, telefonie en telegrafie maar deze infrastructuur was voor een groot deel in functie van mijnbouw en export uitgebouwd. De geldeconomie was geà¯ntroduceerd maar er was vrijwel geen kapitaalsaccumulatie tot stand gebracht waarover Afrika zelf beslissingsmacht had. De industrie stond over het algemeen extreem zwak en wat meer is, de oude ambachten waren ten gronde gegaan, en met hen de technische kennis. En vooral had de mens, toch de belangrijkste productiefactor, helemaal niet de kans gekregen om zich tot zo'n niveau te scholen dat hij de nieuwe instituties zo maar kon overnemen. In dit opzicht blonk het Belgische beleid in Congo zowat uit. Afrika was weliswaar ingeschakeld in de wereldeconomie maar dan wel als een extreem verzwakte schakel. ' ( 606-607)

Archief

Een zucht voor Jos Geysels en Karel De Gucht: ‘De Vloek van Oedipus’ over het belang van de Griekse tragedie.

28 augustus 2007

Michiel Leezenberg, De vloek van Oedipus – Taal, democratie en geweld in de Griekse tragedie. Uitg. Van Gennep Amsterdam

Eerder dan een Ikea-catalogus bevat 'De vloek van Oedipus' lezenswaardige ideeën voor Belgische politici al dan niet in conclaaf verenigd. Spijtig genoeg is het boek bij mijn weten nog niet in het Frans vertaald.
Sommige staatslieden – minister van staat of uittredend – herkennen in de Belgische formatie een surrealistisch theaterstuk waarin ze zelf komen en gaan en doen alsof ze niet bestaan.
Voor hen en voor geà¯nteresseerde burgers van dit land en ver daarbuiten heeft Michiel Leezenberg met 'De vloek van Oedipus' een inspirerende analyse gepubliceerd van de 'democratie' in Athene en de rol van de tragedies daarbij in de Dionysuscultus.
Tijdens dit jaarlijks theaterfestival werden op de scène de machtsverhoudingen en de machtsvragen van de stad, haar bestuurders en burgers aan de tand gevoeld.

Michiel Leezenberg die hoogleraar filosofie is aan de Universiteit van Amsterdam, onderzoekt daarbij uitgebreid Sofocles' stuk 'Oedipus in Colonus', straks misschien te bewerken tot ‘Adelbert in Toscane’.
Hugo Claus heeft met zijn meesterlijke bewerkingen van klassieke tragedies in Vlaanderen de basis gelegd voor dit theater van de macht, en dit niet alleen met zijn aangrijpende versie van ‘In Kolonos’ waarmee in het seizoen 1995-1996 in een regie van Franz Marijnen de oude KVS werd afgesloten. In volle Dutroux-tijdperk ondervroeg deze tragedie de Belgische rechtsmacht tot in het Hof van Cassatie.

Leezenberg helpt een pak gemeenplaatsen en liberaal-democratische illusies uit de wereld. Hij wijst op de onvermijdelijke noodzaak van het conflict, de 'stasis', binnen en buiten de stad, de staat, de culturele gemeenschap, de familie en het gezin.

'Een politieke lezing van tragedies zoekt niet naar de toespeling op de antieke, of naar parallellen met de hedendaagse politiek. Zij vraagt veeleer naar de aard en de grenzen van het politieke. Het Griekse theater van de vijfde eeuw bood geen afleiding van de politiek, maar richtte juist de aandacht op de centrale politieke vragen van zijn tijd: vragen over macht, recht, wet en besluitvorming. Het bood geen drama over politieke thema’s, maar was zelf een door en door politieke kunstvorm. Tragedie, die hoogst verbale kunstvorm, gaat vaak over de macht en de gevaren van het woord', aldus Leezenberg. (195)

Bijgevolg kan het niet anders dan dat Belgische theatercreaties steeds vaker tot de top van de Europese bühnes moeten doorstoten. Er bestaat nauwelijks nog een land in de EU waar de voorwaarden voor schitterende tragedies beter liggen dan in het land dat bezwijkt onder zijn surrealistisch devies 'L'Union fait la force – Eendracht maakt macht'.

'Tragedies tonen niet de narratieve kracht van het bestaande, maar de uitdaging van het ongehoorde.
Liberale politieke theorie presenteert de rechtsstaat, of de 'rule of law', als een neutraal kader waarin conflicten vreedzaam kunnen worden opgelost. Als er één ding is dat deze tragedies ons vandaag te zeggen hebben, dan is het dat die neutraliteit een illusie is. Elke rechtsorde berust op een wankele balans van tegenstrijdige en zelfs vijandige krachten. Stasis of intern conflict wordt tijdelijk vermeden, maar kan elk moment weer losbarsten: de wraakgodinnen lijken vooralsnog getemd, maar kunnen elk moment hun vernietigende krachten weer ontketenen.' (197)

Leezenberg weet taaltheoretische begrippen te verduidelijken die de macht van het woord onthullen: zelfs woorden van een theaterspel kunnen de kracht van waarheid uitdragen: ' Politiek is '“ evenals theater '“ een bij uitstek verbale en zelfs performatieve bezigheid.' (145)


Uit Dupslog 2005 – ‘Turks Fruit’ – verhalen over Istanboel en Klein Azië.

'Democratie kan niet zonder leugen, zonder veinzen, zonder toneelspel.
Tot het wezen van zo'n democratische cultuurvorm moet het besef van de theatrocratie behoren.
Inbreuken op de privacy van de burger, intelligente camera's ondermijnen onder het mom van beveiliging tegen terreurdreiging de kern van iedere democratie, de kunst van het veinzen.
De democratie wordt gefnuikt door het populisme: theater wordt ingeruild voor Arena, Circus, Stadion.

Grote theatrale halfronden, bedoeld voor hele stedelijke en stadsstatelijke populaties werden dus voor het eerst in de geschiedenis ontwikkeld binnen de Hellenistische cultuur.
Wie bijeenkomsten durft organiseren met zo'n grote massa mensen, moet er in zijn of haar denken zelf van uitgaan dat het bijeenbrengen van deze zeer grote volksmassa's op een kleine oppervlakte -waar ze elkaar zeer nabij zijn – tot de essentie van deze cultuur behoort.
Wie enkel massa's wil verzamelen om zichzelf te presenteren als vertegenwoordiger van de macht, als de mens geworden godheid, durft dat in deze context nooit aan.
Dan dient de verhouding te worden omgekeerd: de heerser, hoog verheven boven de massa, die aan zijn ongenaakbare voeten in het stof uiteengewaaierd ligt.
Op die manier werden de Babylonische '“ zygurat '“ Egyptische '“ piramide – Azteekse, Maya en Inca – volkeren in Midden en Zuid Amerika tot een paar duizend jaar later onder de duim gehouden door heersers die hun gezag en legitimatie rechtsreeks vanuit de hemel of van de zon ontvingen via de tempelhoogten waar ze boven het gepeupel, de massa uittorenden.
Op de theatrale manier van de halfronden een confrontatie aangaan midden een massa 'gelijken' moet ingebed worden in een democratisch concept waarbij de massa burgers weet dat er geen vaststaande waarheid, geen eenkennige en onveranderlijke zekerheid was, is noch zal ontstaan, behoudens het algemene, onderling erkende, boven alles tronende psychopolitieke begrip van gemeenschapszin, concordia, al dan niet ten aanschouwen van de lokale godheid.'

Michiel Leezenberg, “De vloek van Oedipus. Taal, democratie en geweld in de Griekse tragedie”:

82. Burgerschap was minder een kwestie van wetten dan van eer. Eergevoel is geen overblijfsel uit een meer primitieve samenleving, naar een permanente risicofactor in elk menselijk handelen. Eric Dodds heeft ooit een onderscheid gemaakt tussen 'schaamteculturen', waarin een publieke vorm van eer of reputatie het handelen van mensen drijft, en 'schuldculturen', waarin een meer verinnerlijkt gevoel van verantwoordelijkheid heerst. Wie in een schaamtecultuur een faux pas begaat, vreest vooral de schande die hij met zijn daad brengt over zijn naasten en zichzelf; wie zondigt in een schuldcultuur, wordt niet geteisterd door de meningen van anderen, maar door het geweten dat binnenin huist. Deze tegenstelling is handig en inzichtelijk. Zij miskent alleen een beetje dat eigenlijk alle culturen zowel schuld als schaamte kennen. Ook in een hedendaagse schuldcultuur zoals de Nederlandse spelen schaamte, eer en reputatie nog een rol, zeker als het gaat om publieke – en al helemaal om politieke – daden en personen.

131. Veel hedendaagse taal theoretici gaan ervan uit dat taalgebruik in diepste wezen een op samenwerking en wederzijds begrip gerichte bezigheid is. Vanzelfsprekend gedragen sprekers zich niet altijd harmonieus: zij liegen, ze zeuren, ze overdrijven af ze verdoezelen. Maar dat doen ze onder de aanname dat ze zich eigenlijk wél coà¶peratief zouden moeten opstellen en dat we ze ervoor verantwoordelijk kunnen stellen als ze dat niet doen. Deze visie behandelt conflictueus of anderszins niet coà¶peratief taalgebruik als uitzondering. Ook fictioneel of anderszins niet letterlijk of niet gemeend taalgebruik wordt gezien als afgeleid van letterlijke, serieuze en coà¶peratieve taal: wie zonder goede reden het verdrag schendt, is strafbaar. Niet-letterlijke taal is slechts in schijn een schending: de spreker maakt zo duidelijk dat hij iets anders wil overdragen dan wat hij zegt.

138. Is theater dan fictioneler dan andere literaire genres? Je kunt ook een andere conclusie trekken: in zekere zin worden woorden waar doordat ze op de bühne worden uitgesproken. Van belang is daarbij niet wie spreekt af wat hij bedoelt, maar wat er publiekelijk gedaan wordt. Met andere woorden: je kunt de uitingen in toneel bij uitstek performatief noemen, voorzover ze waar worden – of anderszins effect hebben – door te worden uitgesproken. De opvoering van tragedie en komedie weerspiegelt dan niet alleen de invloed van de samenleving op de literatuur; ook omgekeerd werd het Atheense collectief gevormd en bevestigd in het Dionysusritueel. Of de gedane uitspraken feitelijk waar of onwaar zijn, doet daarbij niet terzake. Je bekijkt dan veel algemener waardoor het uitspreken van woorden teweeggebracht kan worden.

145. Politiek is, evenals theater, een bij uitstek verbale en zelfs performatieve bezigheid. Nergens is dit duidelijker en nergens zijn de politieke kanten van theater en de theatrale kanten van de politiek zichtbaarder dan in klassiek Athene.

181. Tragiek of komedie, de inzet is dezelfde. Politiek heeft religieuze doeleinden en religie wordt tot inzet van een politiek conflict.

195. Het wonder van klassieke Athene ligt – meer nog dan in culturele monumenten als het Parthenon, het klassieke drama of het denkwerk van de grote filosofen – in het overleven van democratie en tijd van aanhoudende oorlog en temidden van de steeds herhaalde roep om sterke mannen, of om een terugkeer naar de wegen van weleer. Nooit hebben de Atheners voor langere tijd geloof gehecht aan de smoes dat democratische vrijheden, omwille van de veiligheid van staat of volk, of omwille van de oorlog, moesten worden opgegeven. Democratie wortelt niet in een specifieke moraliteit en ook niet in een specifieke vorm van recht, van wetten of zelfs van constituties, maar eerder in het angstvallig bewaken van scheiding en evenwicht van machten – en van stemmen.
Een politieke lezing van tragedies zoekt niet naar de toespeling op de antieke, of naar parallellen met de hedendaagse politiek. Zij vraagt veeleer naar de aard en de grenzen van het politieke. Het Griekse theater van de vijfde eeuw bood geen afleiding van de politiek, maar richtte juist de aandacht op de centrale politieke vragen van zijn tijd: vragen over macht, recht, wet en besluitvorming. Het bood geen drama over politieke thema’s, maar was zelf een door en door politieke kunstvorm. Tragedie, die hoogst verbale kunstvorm, gaat vaak over de macht en de gevaren van het woord. De 'Oresteia' en 'Antigone' zijn tragedies over de verhouding tussen macht en recht; 'Oedipus Tyrannus' gaat over koninklijke macht en waardigheid; in 'Oedipus in Colonus' staat de macht centraal die woorden in het algemeen hebben. Dit spel snijdt ook de verhouding tussen woord en heerschappij aan, en de vraag in hoeverre we meester zijn over onze eigen woorden.
Sofocles' tragedies delen het uitgangspunt dat zonder polis een beschaafd, goed en gelukkig leven überhaupt niet mogelijk is, maar ze leggen de spanningen en tegenstrijdigheden in het politieke leven bloot. Ze tonen ons dat culture wars van alle tijden en zelfs onontkoombaar zijn. Ze zijn geen klaagzangen over bedreigingen van de beschaving van de Grieken, of van de democratie van de Atheners, door barbarij van binnenuit dat buitenaf. Ze doen niet aan propaganda voor of polemieken tegen de Atheense heersers en pleiten evenmin voor of tegen enig vastliggend stelsel van normen en waarden. Als ze één ding duidelijk maken is het wel dat het zoeken naar gedeelde normen en waarden als fundament van democratie een illusie is. Stasis, ofwel het conflict in een of andere gedaante, is overal: tussen staten, binnen steden, tussen vrienden en met name binnen de familie '“ tussen echtelieden, tussen broers en zussen, tussen ouders en kinderen, en zelfs in de individuele ziel.
Deze spelen maken daarmee duidelijk hoe wankel en zelfs willekeurig elke orde van de wet, de staat en de familie is en hoezeer door uitdaging en conflict getekend. Daarmee belichamen ze het tegendeel, zoniet de ontkenning, van Plato ‘s 'Politeia' met haar koning-filosoof: democratie is nooit afgerond en wordt altijd bedreigd. Onophoudelijk ontstaan nieuwe wetten, wetsvormen en uitdagingen daarvan, nieuwe sferen of zelfs machten en vooral ook nieuwe stemmen die we maar beter niet als schandalig kunnen afwijzen. Het wezen van rechtvaardigheid, van de politiek, van de familie en het volk staat permanent ter discussie, het zijn de schandalige stemmen van de tragedie die er nieuwe grenzen, mogelijkheden en gevaren van verkennen. Door mensen aan het woord te laten die helemaal niet mogen spreken, overschrijdt de tragedie de grenzen van wat überhaupt gezegd kan worden; niet in de Wittgensteiniaanse zin van wat zegbaar en dus denkbaar is, maar in de politieke zin van wat toelaatbaar is. Tragedies tonen niet de narratieve kracht van het bestaande, maar de uitdaging van het ongehoorde.
Liberale politieke theorie presenteert de rechtsstaat, of de 'rule of law', als een neutraal kader waarin conflicten vreedzaam kunnen worden opgelost. Als er één ding is dat deze tragedies ons vandaag te zeggen hebben, dan is het dat die neutraliteit een illusie is. Elke rechtsorde berust op een wankele balans van tegenstrijdige en zelfs vijandige krachten. Stasis of intern conflict wordt tijdelijk vermeden, maar kan elk moment weer losbarsten: de wraakgodinnen lijken vooralsnog getemd, maar kunnen elk moment hun vernietigende krachten weer ontketenen.

Lees verder »

Archief

Peter Sloterdijk, Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering. uitg. SUN

19 augustus 2007

Peter Sloterdijk, Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering. uitg. SUN

Het tempo waarop Peter Sloterdijk schrijft en publiceert is adembenemend.
De nieuwe '“ vaak verrassende – ideeën die hij in zijn werk ontwikkelt, zijn zeer de moeite en verleiden de lezer tot diep in zijn sferologie.
Ook met ‘Im Weltinnenraum des Kapitals’ (2004) in het Nederlands verschenen als 'Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering' (2006 bij SUN) is het weer goed prijs.
Bijna iedere bladzijde noopt tot reflectie, bijna iedere hoofdstuk noopt tot achteroverleunen, lezen en herlezen.

Dit vervolg op zijn Sferentrilogie waarvan naar verluidt dit najaar het derde deel in vertaling zal verschijnen, is een kritische analyse van de trek naar het westen uit de Renaissance van Europese culturen: de visie op de aarde als een globe met meer zee dan land, Columbus die zichzelf als Christusdragende kolonisator bleef aanbidden, het Jezuà¯etentheater en de contra-reformatie, Dostojewski's Crystal Palace en Melville's Moby Dick, het toenemende morbide overgewicht in de VSA, de rol van humor en grootmoedigheid.
Hij houdt onze sociale immuunsystemen tegen het licht, wijst op het belang van onze precieze plaats op de aardglobe voor ons denken, herkent de moderne 'consultancy-mode' en het hedendaagse verzekeringswezen als een opvolger van de filosofen- en ideologencultuur.

De filosoof uit Karlsruhe belicht vanuit zijn filosofische analyse het fenomeen van toenemende segregatie in zogenaamde multiculturele steden, waar de overheden publiek en met nadruk voor integratie pleiten.
Hij komt tot eenzelfde conclusie als Harvardprofessor Robert D. Putnam (Bowling Alone) in zijn nieuwste studie ‘E Pluribus Unum: Diversity and Community in The Twenty-First Century’. Volgens Putnam blijken mensen die in – naar huidskleur, cultuur en herkomst – gemengde gemeenschappen wonen hun buren meer te wantrouwen. Wat ook hun huidskleur is. Ze keren zich zelfs af van hun beste vrienden, stemmen minder, geven minder aan goede doelen en doen vrijwilligerswerk. Ze verwachten minder van de overheid dan bewoners van homogene wijken en wantrouwen hun leiders. ( De Morgen 18/8/2007)
‘Hunkering down’, noemt Putnam dat fenomeen. 'Verzuren' heet dat in Vlaanderen.
Gabriel van den Brink merkte in zijn onderzoek 'Culturele contrasten '“ Het verhaal van de migranten in Rotterdam' (Bert Bakker – 2006) een toenemende segregatie in deze stad, ondanks de inspanningen van de stedelijke en landelijke overheid om een multiculturele integratie te bevorderen.

'Men moet er niet raar van opkijken als blijkt dat hoe meer de wereld in een netwerk gevangen raakt, hoe meer de symptomen van misantropie in aantal zullen groeien. Als mensenvrees een natuurlijk antwoord is op onwelkome nabuurschap, dan kan men op grond van de gedwongen nabuurschap-op-afstand van de meerderheid met de meerderheid een ongekende epidemie van misantropie voorspellen. Dat zal alleen diegenen verbazen die vergeten zijn dat de uitdrukking 'buur' en 'vijand' van oudsher nagenoeg synoniem waren. Tegen deze achtergrond krijgen begrippen als 'beschaving' en 'wereldburgerschap' een andere betekenis: zij verwijzen voortaan naar de horizon van misantropie onderdrukkende maatregelen. ('¦)
Om antropologisch te spreken: de homo sapiens heeft van alle levende wezens de breedste rug – hij heeft hem nodig om hem zijn medemensen toe te keren.' (153)

In het kristalpaleis waarin een ruim derde van de huidige aardbevolking pleegt te vertoeven in min of meer luxueuze omstandigheden van overbodigheid en nutteloosheid '“ behoudens de plicht tot consumeren, heerst de typische paleisverveling. Dat maakt die luxe-bewoners voortdurend alert op nieuws van elders dat ze ruim uitvergroot of als visuele horror degusteren in beeld en klank.

'Aanval is een prima verkoopbaar product, en hoe meedogenlozer hij wordt uitgevoerd, des te hoger de mediale beloning uitvalt. De aanvallers weten hoe dat komt: de zenuwstelsels van de bewoners van het kristalpaleis zijn een makkelijke prooi voor elk soort invasie, omdat ze, murw gemaakt door de paleisverveling, altijd op nieuws van buiten zitten te wachten. Omdat ze permanente om werk verlegen zitten, doen de paranoà¯de programma’s van de welvaartsburgers niets liever dan elk signaal dat wijst op het bestaan van een externe vijand, ook al is het nog zo zwak, op te vangen en te versterken. Die versterkte geluiden worden in de hysterische infosfeer als weergave van de situatie aan de terreurconsumenten doorgegeven, die op hun beurt indirecte zich-bedreigd-voelen als stimulerend middel in hun stofwisseling opnemen.'(197)

Concrete voorstellen van Sloterdijk laten nog wat op zich wachten. 'Regels voor het mensenpark' en met Alain Finkielkraut 'De hartslag van de wereld' lijken moeizame voorproefjes.
Sloterdijk is een nieuwe Diogenes op zoek naar mensen in een cultuur waar vrijmoedig en onbevangen gesproken wordt, waar een aantrekkelijk, kritisch, creatief en grootmoedig opvoedingsideaal mensen nader tot elkaar brengt.

' Het uitgebreid- zijn op de eigen plaats is de goede gewoonte om te zijn.
Zolang links van plan is een aards links te blijven of te worden, zal het ondanks alle liefde voor de symmetrie met deze bepalingen rekening moeten houden, tenzij het de voorkeur geeft aan een affaire met het oneindige '“ waar men volledig begrip voor kan hebben, aangezien aardse sociaal-democratie in filosofisch opzicht verveelt en in esthetisch opzicht niet bevredigt.'(285)

'In de tijd van de polis verkondigde Aristoteles de mening dat alleen diegenen burgers konden zijn voor wie grootmoedigheid tot een tweede natuur is geworden. Het valt niet goed in te zien waarom dat voor de mensen van het tijdperk van de natiestaten en de globalisering niet meer van toepassing zou zijn, enkel omdat die het tegenwoordig over creativiteit hebben in plaats van over edelmoedigheid. De creatieve mensen, zo heet het, zijn degenen die het geheel ervan weerhouden tot een schadelijke sleur te vervallen. Misschien is het moment aangebroken om die frase aan haar woord te houden.' (286)

De klassieke grote verhalen '“ die van het boek (Oude en Nieuwe Testament en Koran), het liberaal progressieve, het hegeliaanse, het marxistische en het fascistische '“ hebben compleet gefaald in het verklaren en begrijpen van de globaliserende wereld, laat staan dat ze ertoe geleid zouden hebben die wereld zinvol en menselijk te veranderen.
Vandaag betekent filosoferen met elkaar twijfelen, elkaar onderzoeken en bevragen en creatieve gedachten wikken en wegen, aarzelend en grootmoedig: 'Dubito ergo sum!
Wie zo denkt, spreekt en handelt kan jonge mensen voorbereiden op de behoedzame deelname aan deze vrijmoedigheid, dit vrij kunnen, durven en willen spreken, deze 'parreisia' die niet verzandt in loze kreten en hol gefluister omdat hen iedere vorm van grondige kennis werd onthouden onder het motto dat onderwijs vooral 'tools' moet aanreiken om kennis te zoeken en te vinden.
De Grote Proletarische Culturele Revolutie heeft vanaf het midden van de jaren zestig van vorige eeuw een ravage aangericht in de mogelijkheid van vrij en met enige kennis van zaken te spreken voor de Chinese jeugd.
'We don’t need no education' was alles wat overbleef van Pink Floyds 'Another Brick In The Wall'. De gevolgen voor het opleidingsniveau en het onderwijs in Zuid-Afrika zijn vandaag nog steeds dramatisch.

Frank Furedi onderzocht in zijn boekje 'Waar zijn de intellectuelen?' reeds grondig dit fenomeen van infantilisering:
'œHet type bevestigend gedrag dat volgens opvoedkundigen voor kleine kinderen het beste is, is door de universiteit overgenomen. En hoe meer energie docenten aan de emotionele behoeften van hun studenten moeten besteden, des te minder zullen ze hen als potentiële intellectuelen serieus kunnen nemen – dat valt niet te vermijden.
Uit dit infantiliseringsproces komt een pessimistisch en antidemocratische mensbeeld naar voren. De doelgroep van het sociale integratiebeleid bestaat uit individuen die geen gelijkenis met het ideaalbeeld van het democratisch subject vertonen. In ideale voorstellingen van democratische participatie wordt uitgegaan van burgers die intelligent en verantwoordelijk genoeg zijn om zelfstandig te handelen en hun rechten te laten gelden. Ze kunnen kritiek uitoefenen en verdragen. Zijn volwassen, bezitten verantwoordelijkheidsgevoel en zijn bereid belang te stellen in zaken die niet alleen hen maar ook andere segmenten van een gemeenschap beà¯nvloeden. De huidige culturele instanties en onderwijsinstellingen geven signalen af als zou van mensen niet mogen worden verwacht dat ze zich overeenkomstig democratische idealen gedragen. Zij verwachten daarentegen van hun publiek dat het emotioneel is, dat het alleen in zichzelf belang stelt, en dat het niet nieuwsgierig en niet volwassen is.'(172)

Het wordt tijd dat in tempels, openluchttheaters, halfronden, salons, cafés, restaurants en passages, scholen, jeugdhonken, publieke ruimtes, audiovisuele en internetsites dit gesprek met een toenemende intensiteit aangegaan wordt. De behoedzame, onderbouwde, blijmoedige vrijmoedigheid van dit gesprek zal bepalend worden voor wie wij zijn en wat er na ons komt.
In deel II, ‘Globen’ van zijn magnum opus ‘Sferen’, behandelt hij een oerscène van dit soort gesprekken aan de hand van het Filosofenmozaà¯ek van Torre Annunziata:
‘Zeven oudere mannen in een geà¯dealiseerd landschap, niet ver van en Griekse stad, misschien Acrocorinthe, misschien Athene, beslist niet Sparta. De zonder uitzondering bebaarde heren zitten onder een boom met elkaar te praten, dicht bij een heilig woud, waarvan de ingang met zuilen gemarkeerd is; op de dwarsbalk staan offergaven in buikige vaten.
Alles in dit tafereel wijst op de uitzonderingstoestand: de plek is niet zomaar een plek; wat daar besproken wodt is niet zomaar iets. Kennelijk hebben de aanwezigen het over een brandende kwestie. Degene die links staat heeft zojuist zijn pleidooi beëindigd, zijn buurman geeft een summier antwoord door met de staf naar de bol te wijzen, en een soort verbazing verbreidt zich over de aanwezigen. Het lijkt alsof een idee de ronde doet en hen overrompelt als een attaque. Een zekere opgewondenheid hangt in de lucht, ja, men kan zich nauwelijks aan de indruk onttrekken dat de fascinatie van de discussie op dit moment heeft plaatsgemaakt voor een gemeenschappelijke ontsteltenis. Waarschijnlijk is er een vermetele, schrikwekkende gedachte opgeworpen, die zich met de kracht van het ‘voor de eerste keer’ aan de aanwezigen opdringt. (…) De woordenwisseling is overgegaan in het denken; wereldschokkende ideeën stijgen op uit het vruchteloze geklets en beginnen hun vlucht. Een ongekende evidentie biologeert het denkvermogen van de aanwezigen. (401)

Sloterdijks 'Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering' kan bij dit soort gesprekken hulp bieden.
Over het filosofenmozaà¯ek van Torre Annunziata – eerste eeuw v.C.- Museo Nationale Napels.

Peter Sloterdijk, Sferen II, Globes – Macrosferologie, Proloog: Intensieve Idylle.

404: De eerste aanhangers van het bios theoretikos weten dat de vrijheid om te denken alleen door een breuk met de stad en de later zogeheten volksgemeenschap verwezenlijkt kan worden.
Door de uitvinding van het denkspel filosofie wordende navolgende samenlevingsvormen, of ze nu als steden, monarchieën of keizerrijken worden ingericht, endogeen gespleten. Er is een denken in de wereld binnengedrongen, dat zich opwerpt als het laatste woord over wat geldt en is, en waarvan toch de meesten, ook de politiek, economisch, journalistiek machtigen slechts van de buitenkant kennis kunnen nemen. Met deze krenking moet elke reële samenleving, die het denken niet in zijn geheel wil hinderen, leren leven – ofwel door uit te wijken naar de bewondering, zoals de antieke wereld verkoos te doen, ofwel door te vluchten in de scepsis tegenover de hogere kennis en haar instituties, een scepsis die de vitalistische modernen helpt een leven te leiden in argeloosheid, zonder zich minderwaardig te voelen.('¦)
Geen enkele intellectueel zou deze situatie ooit mogen vergeten: zeven geleerden tegenover een gestreepte bol, baardige heren in een opgewektheid die geen buitenstaander kan verklaren, ontsnapt aan de stad, overgeleverd aan een subtiele andersdenkendendheid, op grond van gemeenschappelijke logische intuà¯ties gecommitteerd aan een oneindige vraag – dat is de oerscène van het academische pacifisme. ('¦)

406: Het unieke van het filosofen tafereel zit hem eerder hierin dat enkele grootheden van het vroege denken zich op het moment van een gemeenschappelijke betrokkenheid bij een eenmalig thema laten observeren, met als doel de beschouwer getuige te laten worden van een debat dat constitutief is voor de filosofie als geheel. Men zou kunnen zeggen dat wat hier in beeld verschijnt de uitstorting is van de oervraag zelf. Voor de duur van het moment is datgene wat denken heet in zekere zin voor de voeten van het gezelschap gevallen. Er ligt een bol klaar die de toeschouwer met twee absolute imperatieven naar zich toetrekt:’ Kom, denk mij!’ en:’ Ga in mij op!’

427: De aanvangsdatum van de oorspronkelijke globalisering laat zich dus, tenminste als tijdvak, met enige duidelijkheid bepalen: het is de kosmologische verlichting bij de Griekse denkers, die door hun samenvoeging van ontologie en meetkunde de grote bol aan het rollen brachten. Misschien had Heidegger gelijk toen hij de moderniteit identificeerde met de bruiloft van het beeld-worden van de wereld en het zijnde, maar het begin van dit proces dateert nogal uit de bloeitijd van het Griekse denken. De weergave van het Al met een bol is de beslissende daad van de vroeg-Europese verlichting. Men zou de oorspronkelijke filosofie kunnen definiëren als de doorbraak naar het monosferische denken – d.w.z. de eis om het zijnde in zijn geheel te duiden aan de hand van de bolvorm. ('¦)

Lees verder »

Archief

Portbou, Dani Karavan: Passagen Walter Benjamin (1940 – 1994 – 2007)

14 augustus 2007

'Iedereen gaat dood op een manier die op hem lijkt. Sommigen in stilte, op hun tenen, anderen lopen achteruit, terwijl ze om vergiffenis of toestemming vragen. Sommigen gaan heftig discussiërend of om uitleg vragend, en sommigen banen zich vechtend en vloekend een weg erheen. Anderen omarmen hem. Sommigen sluiten hun ogen, weer anderen huilen.'
Eduardo Galeano geciteerd in Bruno Arpaia, De engel van de geschiedenis, 306

Portbou is een grens met een enorm – glas in ijzer overkapt – station, waar de Spaanse treinen noodgedwongen halt houden en met een andere spoormaat de reizigers uit de rest van Europa opwachten, meer dan een eeuw lang.
Portbou is dé grens en cultiveert op wat amechtige wijze zijn beroemdste grensganger met een traject dat hij door de Pyreneeën liep van het laatste Franse station naar het eerste Spaanse.
Walter Benjamin koos in 1940 finaal voor het definitieve einde, waarover Bruno Arpaia ‘De Engel van de geschiedenis’ schreef.
Het is goed kijken naar de toeristen, de passanten tussen strand en zee, tussen land en water, tussen hemel en aarde.
Het is even slikken bij het zien van de gammele foto’s van Walter Benjamin en de copieën van de begrafenis- en schouwingskosten in het Centro Civico waar autochtone bejaarden een kaartje leggen en een pijp roken.
Het is vertwijfeld dwalen doorheen het stadje van het enorme station naar de begraafplaats waar hij wegens te weinig grafgeld na 5 jaar werd opgegraven en in de kuil van de anonieme armen werd gegooid.
Het huidige grafmonument – naar joodse traditie overdekt met keitjes – dekt dus alleen de illusie, en die is bijzonder aangrijpend en beklijvend voor wie doorheen het monument van Dani Karavan stapt in ‘Passagen’ (1994) en finaal geconfronteerd wordt met de tekst op de door vandalen beschadigde glasplaat:
'œSchwerer ist es das Gedà¤chtnis der Namenlosen zu ehren als das der Berühmten. Dem Gedà¤chtnis der Namenlosen ist die historische Konstruktion geweiht.'
(Walter Benjamin, Gesammelte Schriften, I, S. 1241)

‘Al kort na de eerste wereldoorlog bekritiseerde Benjamin die tendens in bewoordingen die niets aan actualiteit hebben ingeboet toen hij de verhouding tussen wetgevende en uitvoerende macht voorstelde als die tussen rechtscheppend en rechthandhavend geweld:
“Verdwijnt het bewustzijn van de latente aanwezigheid van het geweld in een wettelijke institutie, dan raakt ze in verval. Een voorbeeld daarvan vormen in onze tijd de parlementen. Ze bieden het bekende jammerlijke schouwspel omdat ze zich van de revolutionaire krachten, waaraan ze hun bestaan te danken hebben, niet bewust zijn gebleven('¦) Hun ontbreekt de zin voor rechtscheppend geweld dat in ze is vertegenwoordigd: geen wonder dat ze niet tot besluiten komen die dit geweld waardig zouden zijn maar daarentegen in het compromis een schijnbaar geweldloze aanpak van politieke aangelegenheden cultiveren' (Walter Benjamin, Gesammelte Schriften, 1, 65-66) ibidem p.47.

‘De ideologie van het detail steunde op de veronderstelling dat de ruilwaarde, de zogenaamde onzichtbare genius malignus van de moderne wereld, in de ornamenten van de waar gestalte kreeg en zich in de arabesken van de passage-architectuur openbaarde. Vervuld van het bijgeloof in het detail, beet Walter Benjamins onderzoek zich in onderaardse bibliotheekarbeid vast, door onvrije genialiteit in een uitzichtloze richting gedreven. Hoe meer materiaal het opstapelde, des te dieper bedolf het de vruchtbare opzet van de onderneming, namelijk om de interieur – en contextscheppende kracht van de kapitalistische modus vivendi bloot te leggen.
Benjamins interpretatie van de passages werd geà¯nspireerd door het realistische, maar triviale marxistische inzicht dat achter de glanzende buitenkanten van de warenwereld een eerder onaangenaam te noemen en soms zelfs troosteloze arbeidswereld schuilgaat; ze werd verwrongen door de suggestie dat de kapitalistische wereldsamenhang als zodanig een hel is, bewoond door verdoemden die uit hun verdoemenis helaas geen politieke lessen trekken. In duistere toespelingen werd gesuggereerd dat die mooie wereld onder glas een metamorfose van Dantes inferno was.
Een idee over hoe een democratische verbouwing van de passages zou kunnen uitzien en, sterker nog, opheldering over de vraag of een uitbraak van de 'massa’s' uit de matrix of het 'veld' van het kapitalisme denkbaar of zelfs maar wenselijk was, bleef het onderzoek tegen deze achtergrond schuldig. Over het geheel genomen getuigen Benjamins studies van het wraakzuchtige geluk van de melancholicus die een archief van bewijzen voor de verdorvenheid van de wereld aanlegt’.
Peter Sloterdijk, Het Kristalpaleis, 189.

Archief

Roberto Saviano, ‘Gomorra, een reis door het imperium van de Camorra’.

7 augustus 2007

Roberto Saviano, Gomorra, een reis door het imperium van de Camorra. uitg. Rotschild&Bach

‘Gomorra’ is een boeiend boek, niet alleen om de onthullingen, om de bijtende analyse van de Italiaanse schaduweconomie die meer dan schaduw een steun is voor het officiële imago van 'Made in Italy'. In de Italiaanse Haute Couture is de originele versie immers onbetaalbaar en van een ideële maatvoering voor het doelpubliek. Dat kan je niet blijven frustreren en daarom zorgt de schaduweconomie voor betaalbare en draagbare varianten.
Iedereen tevreden.
Want is dat niet het doel van de Camorra, veel meer nog dan de Siciliaanse Maffia?
In ‘Gomorra’ weet Roberto Saviano de lijnen te lichten van de voornaasmte activiteiten van de Camorra. Deze in oorsprong Spaans-Napolitaanse bende uit het begin van de 19de eeuw tijdens het Koninkrijk van de Beide Siciliën en Napels voert vandaag een aangepaste economische en sociale politiek die maximaal rendement koppelt aan een grote flexibiliteit en (internationale) marktgerichtheid.
De banden van de Napolitaanse Camorra met de Chinese economie, de rol van de baai van Napels in de internationale schaduwhandel worden door Saviano behandeld.
'Vanuit China, voorzover uit het onderzoek van 2004 naar voren komt, verplaatsen en distribueren de clans in Europa via hun handelsnetwerk verschillende hightechproducten. Europa had de buitenkant, het merk, de bekendheid, de publiciteit; China had de inhoud, het product zelf, de goedkope productie en materialen tegen spotprijzen. Het Systeem van de camorra heeft die twee dingen samengebracht met als resultaat winst op alle fronten.'(55)

Roberto Saviano heeft de kennis, het inzicht en de moed bij elkaar geraapt om de verbanden tussen de schaduweconomie en de officiële Italiaanse '“ Europese '“ Wereld economie bloot te leggen.

' Nooit is de criminaliteit in het economische leven in een gebied zo overweldigend aanwezig geweest als in de afgelopen 10 jaar in Campania. De camorraclans hebben geen politici nodig zoals de Siciliaanse maffia, het zijn juist de politici die het Systeem hard nodig hebben. In Campania hoort het bij de strategie van de clan dat het zichtbaar gedeelte van de politiek op de radio en televisie formeel immuun is voor iedere betrokkenheid. In de provincie echter, in de dorpen waar de clans militaire ondersteuning nodig hebben, dekmantels voor voortvluchtige en voor de wat openlijke economische maneuvers, daar zijn de banden tussen de politici in de camorrafamilies veel inniger. De clans van de camorra komen via hun zakelijke imperium aan de macht, en dat is voldoende om al het andere te kunnen domineren.' (60)

De consumentenkuddes worden in heel de wereld begeleid door herders met honden en belagers met wolven. Ook al worden wij als consumerende kuddedieren gehoed door onze politieke, economische, religieuze herders, tussen die herders en de wolven in het bos bestaat een goeie verstandhouding in flexibele wisselwerking om de immense consumentenmarkt van al die vele mensenkuddes te optimaliseren.
De officiële economie in de sectoren waar de Camorra actief is, kan blijkbaar niet zonder haar schaduw.
En wanneer de wolven in het schaduwrijke bos hun rijkdom hebben geconsolideerd, ondergaan deze een metamorfose naar de machtige figuur van de herder. De boze wolf wordt plots Roodkapjes grootmoeder of moeder de geit.

'Het lijkt er misschien op dat de clans, als de vorming van groot kapitaal eenmaal is voltooid, hun criminele activiteiten stopzetten, waarmee ze hun eigen DNA min of meer verwoesten en het naar legale niveau converteren. Net zoals de familie Kennedy in Amerika tijdens de drooglegging enorme kapitalen had verdiend aan alcohol maar daarna iedere band met de misdaad verbrak. In werkelijkheid is het illegale Italiaanse ondernemerschap juist zo sterk omdat er altijd op twee paarden wordt gewed en de ondernemers nooit hun criminele roots verloochenen.'(307)

Vrij Nederland had met Roberto Saviano een indringend interview op 31/3/2007:

http://www.vn.nl/web/show/id=62082/contentid=1645

Marco Tullio Giordana ( La Meglio Giovent๠) heeft met 'I cento passi' in 2000 een boeiende film gemaakt over het leven van Peppino Impastato die met een vrije radio in de jaren zeventig de maffia praktijken in Sicilië, waarin ook zijn vader meeliep, aankloeg. Hij werd in 1978 vermoord op de dag dat het lijk van de ontvoerde politicus Aldo Moro werd teruggevonden.

http://nl.wikipedia.org/wiki/I_cento_passi

Lees verder »

Archief

Albert Vigoleis Thelen, Het eiland van het tweede gezicht – Uit de toegepaste herinneringen van Vigoleis

4 augustus 2007

Albert Vigoleis Thelen, Het eiland van het tweede gezicht – Uit de toegepaste herinneringen van Vigoleis. 1981 – Ned vert. Uitg. Signature Utrecht 2004

Een indringende titel voor een zwaar en groot, uitputtend boekwerk, waarvan door de auteur zelfs 300 pagina's in razernij werden verscheurd en aan het vuur prijsgegeven omdat de Nederlandse uitgever van het Duitse origineel, Geert Van Oorschot, vond dat het wat beperkter mocht: ergo de vernietiging van ongetwijfeld boeiende stukken over de relatie tussen Vigoleis en de Nederlandse dichter Hendrik Marsman.
'Het eiland van het tweede gezicht' is een meesterwerk, een 'light' versie van de 'Man zonder eigenschappen’, uit het midden van de XXste eeuw.
Vigoleis past er zijn voor de zoveelste keer herschreven herinneringen toe op zijn verblijf met zijn geliefde Beatrice op Mallorca, meer bepaald in de hoofdstad Palma, van 1931 tot 1936. Toen reeds was de stroom toeristen op gang gekomen, waarvoor hij zelfs de meest gegeerde gids werd wegens de manier waarop hij de grootste onzin over de toeristische hoogtepunten voor waar wist te verkopen, vooral aan nazi-duitse bezoekers met hun kroost.
Al zijn schrijfsels vielen herhaaldelijk ten prooi aan de ratten, de muizen, de schimmel, het vuur, de scheurliefde, de papiernood, de angst voor de fascistische milities'¦
En toch is Albert Vigoleis Thelen erin geslaagd 'Uit de toegepaste herinneringen van Vigoleis' een magnum opus op te leveren dat lichtvoetig de gruwelen en de ellende van Beatrice en Vigoleis temidden van onzekere vrienden, terende familie, behoeftigen, bedelaars, hoeren, misdadigers, Spaanse Grandes, Amerikaanse, Engelse en Duitse kunstenmakers en rijkaards op de woeste baren van de wereldgeschiedenis.
Niet voor niets is hij geboren en uiteindelijk na vele omzwervingen (Frankrijk, Zwitserland, Mallorca, Barcelona, Portugal) ook gestorven bij Dülken, nu een deelgemeente van Viersen '“ Nordrhein-Westfalen '“ vlakbij de Nederlandse grens.

Geert van Istendael wijdt een schitterend hoofdstuk in zijn boek 'Mijn Duitsland'aan het oeroude fenomeen van de Narrenmühle in Dülken :

Carnaval in Dülken.
Elftausend Gecken
reiten auf Stecken'¦
Elfduizend zotten
rijden op stokken. ('¦)
Freude bringen,
das ist der Sinn der Sache.

Dat weet Vigoleis als geen ander in de treurnis van de Spaanse burgeroorlog en de opkomst van Nazi-Duitsland uit zijn pen te puren. Hij weet steeds de hilarische kant van de grootste gruwel en de diepste wanhoop te schetsen:
Hij tekende zijn laatste brieven met : 'Alaaf! Semper Alaaf!'

Lees verder »

« Volgende berichten