Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Luckas Vander Taelen, De grote verwarring. Hoe moeten we reageren op het islamitische fundamentalisme?

26 februari 2018

Luckas Vander Taelen, De grote verwarring. Hoe moeten we reageren op het islamitische fundamentalisme? Uitg. Houtekiet 2016


 

106. ‘We hebben een luxeprobleem: we zijn verwend door jaren van vrede, zelfs de koude oorlog is in het beste geval nog een verre herinnering. We zijn vergeten dat er altijd gewelddadige conflicten zullen zijn en dat niet alles op te lossen is met een goed gesprek. Onze verblinding is zo groot dat we het Kwade niet herkennen, zelfs als het door Parijs, Beiroet of Bamako dwaalt en de lijken van onze vrienden in de straten liggen. We weten niet meer hoe we op geweld moeten reageren, we willen geen oorlog, we geven ons nog liever over. De ontreddering is totaal: theaterregisseur Luc Perceval vroeg zich meteen na de aanslagen op Radio 1 af of we niet beter met IS zouden gaan onderhandelen. Waarover, vraag ik me dan af? Over onze totale onderwerping aan een krankzinnige, moorddadige ideologie? Daarover ging Soumission, de helaas visionaire roman die Michel Houllebecq net na de aanslagen op Charlie Hebdo uitbracht.
Op planetaire schaal is de islam aan een spectaculaire uitbreiding bezig die heel vaak met geweld tegen andersdenkenden gepaard gaat. Dat radicalisme spreekt ook bij ons jongeren aan die in een marginale situatie terecht zijn gekomen. Bewegingen zoals Sharia4Belgium maakten daar op een ‘perverse manier misbruik van, door hen te rekruteren voor een heilige oorlog. In die context hoeft het niet te verbazen dat de modale Belg enige bedenkingen heeft bij de opkomst van een godsdienst die hier een halve eeuw geleden nauwelijks bekend was.
13 november was een mokerslag voor vele ideologische zekerheden. De verpletterende stilte van links nu, is tekenend voor de ontreddering van het zelf opgelegde correcte denken, dat de tekens van het groeiende fundamentalisme niet wou zien, uit angst beschuldigd te worden van islamofobie. En er een haast principieel schuldgevoel op nahield dat alle onheil in de wereld aan westerse interventies, kolonialisme en imperialisme toeschreef.
‘De vertrouwde en geruststellende antwoorden op complexe vragen waren even leeg als voorspelbaar. De islamitische allochtonen waren voor links het nieuwe proletariaat; de sluipende, nefaste impact van een fanatieke religie werd genegeerd of in het beste geval geminimaliseerd. Voor elke Syriëstrijder zocht men een excuus van sociale achterstelling, dat ook het alibi werd voor het baldadig geweld van straatbendes. De schrijnende verdrukking van islamitische vrouwen werd goedgepraat vanuit een principieel cultuurrelativisme, dat de universele waarden van de verlichting reserveerde voor de autochtone bevolking en ontzegde aan allochtonen.
Nooit zou men mogen vergeten dat de geschiedenis een opeenvolging is van conflictsituaties over normen en de waarden. Die staan niet in steen gebeiteld en wettelijke kaders kunnen de maatschappelijke druk tot verandering niet tegenhouden. Het is bijzonder belangrijk dit te beseffen: waarden waarvoor soms decennia lang gestreden is en die wij als evidenties beschouwen, kunnen door nieuwe groepen in vraag gesteld worden. Scheiding tussen Kerk en staat, religieuze vrijheid en de vrijheid om zich publiekelijk af te zetten tegen godsdienst, gelijkheid tussen man en vrouw, respect voor holebi’s, enzovoort: het zijn verworvenheden van een lange emancipatorische strijd. Het is geen uiting van racisme of xenofobie om daaraan te herinneren en ‘van nieuwkomers te verwachten dat ze zich aan die ‘normen en waarden’ aanpassen. Pas als men dat niet doet en stelt dat migranten er hun eigen waardenpatroon op na kunnen houden, geeft men blijk van een racistische instelling: alsof de waarden die wij belangrijk vinden voor onszelf, niet zouden gelden voor mensen die van elders komen.

Lees verder »

Luckas Vander Taelen, Mijn gedacht, Opinies over Brussel en andere belangrijke zaken.

26 februari 2018

Luckas Vander Taelen, Mijn gedacht, Opinies over Brussel en andere belangrijke zaken, Houtekiet, 2017.

Een boeiende reeks verhalen en analyses, onthullingen en moedige standpunten over Brussel vroeger en nu, en vooral morgen. Met een reeks aanbevelingen die Groen en Ecolo (om van de overige politieke partijen nog maar te zwijgen) beter zelf ter harte zouden nemen om niet ten onder te gaan aan de dhimmitude.

174. ‘Het lijkt wel of we enkel preventief kunnen denken: meer legerpatrouilles op onze pleinen en grotere betonblokken in onze winkelstraten. De verdediging is de slechtste aanval.
We zijn even verwend als we naïef zijn. Verlamde lemmingen die niet weten hoe om te gaan met fanatici die hun leven veil hebben voor hun geloof en overtuiging. Salafisten zijn als religieuze nazi’s. Maar als iemand dan zegt dat dit oorlog is, stuiven we verschrikt weg. Churchill blijft zich maar omdraaien in zijn graf. Hoeveel meer blood, sweat and tears kunnen we nog verdragen?
Laat ons toch eens ophouden met ons in te houden. Laten we hardop zeggen wat zelfs Obama nooit over zijn politiek correcte lippen kreeg, om toch maar niemand te stigmatiseren: dat al dat onheil van een op hol geslagen godsdienst komt. Waarom knijpen we altijd onze billen dicht om toch maar geen religieuze gevoeligheden te bruuskeren? Vrijzinnigheid, atheïsme en Verlichting zijn stilaan scheldwoorden geworden. We noemen onszelf liever agnost dan dat we durven zeggen dat God niet meer is dan een menselijk verzinsel. Journalisten verzwijgen bewust het adjectief ‘islamitisch’ bij het substantief ‘terrorist’. Een opiniemaker zegt dat terroristen niet meer dan depressieve zelfmoordenaars zijn. Of amateurs, psychopaten, eenzame wolven… zeg maar wat. Alles om toch maar niet het I-woord te moeten gebruiken. Ik vraag me af wat die voorname denkers zullen verzinnen nu blijkt dat het in Spanje over een goed georganiseerde bende islamitische fundamentalisten ging.
We willen ons vooral niet superieur voordoen, zelfs niet tegenover barbaren. Vanuit een onbepaald schuldgevoel kastijden wij liever onszelf. De islamitische moordenaars van de Ramblas verachten ons om zoveel dwaze en blinde zwakheid. Door onze dubbelzinnigheid geven we hun vrij spel om nog meer verwarde jeugdige geesten te kapen.

Lees verder »

Irvin D. Yalom, Dicht bij het einde, terug naar het begin. Memoires van een psychiater

3 februari 2018

Irvin D. Yalom, Dicht bij het einde, terug naar het begin. Memoires van een psychiater

uitg. Balans

Een pracht van een afscheid, les en lering van Irvin Yalom, van wie ik veel heb geleerd als huisarts voor mijn patiënten, ook voor mijzelf en mijn dierbaren.

Een aanrader bij de film Yalom’s Cure en voor iedere (aankomende) arts en therapeut over hoe het ook kon en nog steeds kan.

Zijn wij niet de bewaarders van de verhalen van hen die niet meer zoeken naar een stem?

 

Irvin D. Yalom, De Schopenhauerkuur.

 

Irvin D. Yalom, Nietzsches tranen.

Irvin D. Yalom, Scherprechter van de liefde

Irvin D. Yalom, Het raadsel Spinoza. Uitg Balans 2012

 

26. Charles Dickens ‘In Londen en Parijs: ‘Want nu ik langzaam het einde nader en de cirkel bijna rond is, kom ik weer steeds dichter bij het begin. Het schijnt mij toe dat dit de manier is waarop de weg wordt geëffend en voorbereid. Mijn gemoed loopt over bij allerlei herinneringen die al lang geleden waren weggedommeld…’

Deze passage ontroert me hevig, want inderdaad: nu ik langzaam het einde nader, kom ik steeds vaker uit bij het begin. De herinneringen van mijn cliënten roepen steeds vaker herinneringen uit mijn eigen leven op, mijn werk aan hun toekomst roept mijn verleden op en woelt het om, en ik merk dat ik mijn eigen verhaal herzie. Mijn herinneringen aan mijn vroege jeugd zijn altijd fragmentarisch geweest en ik dacht dat dat kwam door de ongelukkige, armoedige omstandigheden waarin we leefden. Maar nu ik in de tachtig ben, dringen zich steeds vaker beelden uit mijn kinderjaren bij me op.

FIETSEN

34. Ik heb fietsen altijd heel bevrijdend en contemplatief gevonden en de laatste tijd komt het verleden heel gemakkelijk bij me boven als ik op de fiets zit, dat gevoel van soepele snelheid ervaar en de wind in mijn gezicht voel.

JODENDISCRIMINATIE

75. In die tijd had ik het gevoel dat mijn hele leven, mijn hele toekomst, op het spel stond. Ik wist sinds mijn ontmoeting met dokter Manchester, op mijn veertiende, al dat ik medicijnen wilde studeren, maar het was algemeen bekend dat geneeskundeopleidingen een streng quotum van vijf procent hanteerden voor joodse studenten – de geneeskundefaculteit van GW nam per jaar honderd studenten aan, onder wie maar vijf joden. De joodse scholierenvereniging waarvan ik lid was (Upsilon Lamb­da Phi) had veel meer dan vijf intelligente eindexamenkandidaten die na een voorbereidende bacheloropleiding geneeskunde wilden gaan doen, en er waren wel meer van dat soort verenigingen in Washington. De concurrentie leek moordend, dus besloot ik vanaf dag één van mijn studie de volgende strategie te volgen: ik zou me nergens anders mee bezighouden, ik zou harder werken dan alle anderen en ik zou zulke goede cijfers halen dat ze me bij geneeskunde hoe dan ook moesten toelaten.

Lees verder »

Ivan Wolffers, Broer van God.

14 december 2017

Ivan Wolffers, Broer van God.

Uitg. De Arbeiderspers 2017

Ik beken graag dat ik van Ivan Wolffers veel heb geleerd. Net alleen van zijn legendarische kritische jaarboeken over Medicijnen, lang voor dit genre in België te vinden was, maar ook van zijn artikels over medische antropologie.

Na al die jaren is het dan ook niet echt verrassend om in ‘Broer van God’ de ontwikkelingen van de rol van de dokter-arts intens geanalyseerd te zien. Wolffers nieuwste roman is een geraffineerd geconstrueerd verhaal met zeer veel aandacht voor de verhoudingen tussen artsen als collega’s, partners en geliefden die elkaar in spanning houden terwijl het professionele en relationele leven voorbijraast.

Ook al worden de protagonisten bij wijle wat clichématig neergezet, dit boek kan je ook lezen als een handboek voor jonge artsen en paramedici. Over hoe artsen werden opgeleid om als een broer van god te leren werken en er dan ook naar neigen om zich als dusdanig te gedragen: hubris, de grootste zonde voor psychotherapeuten en hulpverleners die zich verlustigen in de spiegelende pupil van hun cliënt, voor de arts die gedijt bij het helen van de angst die hij verspreidt.

‘Broer van God’ is met veel tederheid geschreven en heeft aandacht voor vele types van artsen, sterke vrouwen en vallende mannen.

336. ‘Dat hij geneeskunde had moeten studeren, zich had moeten specialiseren en jaren had moeten praktiseren, was om uiteindelijk dat te leren: gezondheid begint met trots zijn op jezelf, dat je niet opgesloten zit in de kooi van het beeld dat mannen voor je gebouwd hebben, waar andere vrouwen je graag willen houden omdat ze er niet alleen willen zitten, waar de dokter komt met zijn bloeddrukmeter, stethoscoop en een lijstje vragen die hij moet stellen, waardoor er geen tijd overblijft om te luisteren en vervolgens vaststelt dat je ziek bent, ongeneeslijk vrouw.’

Lees verder »

Robert Seethaler, De Weense sigarenboer.

5 december 2017

Robert Seethaler, De Weense sigarenboer.
Uitg. De Bezige Bij 2017

https://www.tzum.info/2017/11/recensie-robert-seethaler-weense-sigarenboer/

Na ‘Een heel leven’  http://www.janvanduppen.be/?p=3229 een vroeger verhaal waar het meesterschap reeds gloeit in de kegel van een Hoyo de Monterrey.

 

142. De juiste vrouw vinden is een van de moeilijkste opgaven van onze beschaving. En ieder van ons moet die volkomen alleen tot een goed einde brengen. We komen alleen op de wereld, en we sterven alleen. Maar vergeleken bij de eenzaamheid die we ervaren als we voor het eerst tegenover een mooie vrouw staan, lijken geboorte en dood welhaast maatschappelijke evenementen. In de beslissende dingen zijn we van meet af aan op onszelf aangewezen. We moeten onszelf steeds weer vragen wat we graag willen en welke kant we op willen. Met andere woorden, je moet je eigen hoofd inschakelen. En als dat je geen antwoorden geeft, moet je het je hart vragen!’

143. Zou het misschien zo kunnen zijn dat uw divanmethode niets anders doet dan de mensen van hun platgetreden maar aangename wegen af te duwen om ze een volkomen onbekend rotsig veld op te sturen, waar ze heel moeizaam hun weg moeten zoeken, terwijl ze geen flauw vermoeden hebben van hoe hij eruitziet, hoe ver hij gaat en of hij eigenlijk wel naar een doel leidt?’

205. Wie niets weet, heeft geen zorgen, dacht Franz, en terwijl het al lastig genoeg is om je moeizaam kennis eigen te maken, is het nog veel lastiger, als het niet praktisch onmogelijk is, om wat je eenmaal weet, weer te vergeten.

245. Koekeloeren doen de mensen zuiver en alleen uit kwaadaardigheid. Maar omdat kwaadaardigheid niet alleen nieuwsgierig maar ook blind maakt, zien ze alleen wat ze willen zien!

Junichiro Tanizaki, De brug der dromen

3 december 2017

Junichiro Tanizaki, De brug der dromen en andere verhalen.  

gekozen, vertaald en toegelicht door Jos Vos. De Bezige Bij 2017

Omtrent mijneer Van de Groenheuvel 1926

202. Konden een man die van schaduwen hield, en een man die van de werkelijkheid hield, elkaar niet een hand geven? Schaduw en werkelijkheid gaan toch ook vriendschappelijk met elkaar om?

De fijnproeversclub 1919 – een verrassend verhaal met een onvergetelijke finale over de Chinese kool met ham en de speekselmassage.

Chinese kool met Chinese ham en de speekselmassage

243. ‘Naar de oever van de Natsumi kwam een vrouw zonder doel of richting’.

‘Zo zwaar weegt op mij de last der zonden,’

Lees verder »

Junichiro Tanizaki, Lofzang op de schaduw

7 november 2017

Junichiro Tanizaki, Lofzang op de schaduw

opgenomen in ‘De brug der dromen’. Verzameld werk.

Uitgeverij De Bezige Bij 2017

439. Wanneer westerlingen het over ‘het geheimzinnige Oosten’ hebben, bedoelen ze waarschijnlijk de beklemmende stilte op dit soort donkere plekjes. Ook wij stonden als kind al onuitsprekelijke angst uit en er gingen koude rillingen door ons heen als we met onze blik de diepte probeerden te peilen van de tokonoma in een zit- of studeerkamer, waar nooit een straaltje zon in viel. Hoe valt heel dit mysterie toch te verklaren? Dat zal ik u verklappen: het ligt aan de magie der schaduwen, want als je die uit de hoeken verjaagt, is zo’n tokonoma in één oogwenk een doodgewone lege ruimte. En hierin school het genie van onze voorouders, want aan het rijk der schaduwen, dat vanzelf ontstaat wanneer je zo’n ruimte bewust afschermt, kenden zij een geheimnisvolle diepgang toe die elke muurschildering of versiering overtreft. Het lijkt een simpele kunstgreep maar dat is het beslist niet; u kunt zich wel voorstellen hoeveel onopvallende aandacht er is besteed aan het aanbrengen van het raam in de zijnis, aan de diepte van de dwarsbalk en de hoogte van de drempel; en wanneer ik voor mezelf mag spreken, ik hoef maar even halt te houden bij het vaalwitte licht van de sh?ji in een studeerkamer, en ik vergeet de tijd.

427. Alle papier is wit, maar westers papier heeft een andere witheid dan h?sho of Chinees papier. Westers papier stoot lichtstralen af, terwijl h?sho en wit Chinees papier het licht volkomen absorberen, net als een laagje zachte, vers gevallen sneeuw; onder je vingers voelen deze papiersoorten buigzaam aan, en als je ze vouwt maken ze geen gerucht. Ze zijn onhoorbaar en vochtig, net als boomblaadjes. Meer over het algemeen mag je wel stellen dat blinkende dingen ons onrustig maken.

Lees verder »

Louis Van Dievel, De laatste ronde

1 november 2017

Louis Van Dievel, De laatste ronde
uitgeverij Vrijdag 2017

Louis Van Dievel schrijft gestaag verder aan zijn oeuvre als ‘de bewaarder van hen die niet meer zoeken naar een stem’. Hij doet dat met haarscherpe dialogen op het ritme van een taal uit een niet eens zo ver verleden, als hanteerde hij ooit een bandopnemer bij de gesprekken die hij opving.

Zijn motto bij een eerder boek ‘Het gewemel’ blijkt steeds actueler in zijn werk:

‘Het leven is van ijzer, als een stoomwals komt het zwaar en langzaam dreigend op ons toe. Daar helpt geen weglopen aan, daar komt het al, daar is het al vlakbij.(...) Daar nadert het en niemand kan eraan ontkomen. Hoort die machine bonzen en stampen. Als het straks weer licht wordt, zullen we zien wat er overgebleven is.’
Alfred Döblin, Berlijn Alexanderplatz.

‘De laatste ronde’ is weer zo’n pageturner waar een dansende taal het ritme van waaierende brieven en pakjes met toenemnde tederheid strak naar de ontknoping voert.

95. Wat weet ge van uw ouders als ge vijftien, zestien zijt? Misschien gaat dat nu anders maar toen ik een puber was – dat woord bestond toen geeneens – woonden uw ouders in een totaal andere wereld als gij. In hetzelfde huis maar in een andere wereld. Een wereld die ge niet kende en die ge niet wilde kennen. Ze waren er, punt. Ze gaven u eten en ze kochten u kleren en ze gaven u veel te weinig vrijheid en zakgeld en ze zaagden u de oren van de kop over de school. Maar of ze mekaar graag zagen of enkel maar konden verdragen of mekaar niet konden uitstaan, boh.  Of ze zorgen hadden en wat voor zorgen, geldzorgen en zogen over hun gezondheid , dat wist ge niet  en dat interesseerde u ook niet. Zolang ze maar geen kletterende ruzie maakten als ge erbij waart, oef integendeel, dagenlang aan stomme ambacht deden, of degoutante geluiden produceerden achter de slaapkamerdeur, was het u allemaal gelijk. Van uw vader wist ge nog minder dan van uw moeder, want hij ging uit werken en uw moeder was huisvrouw. Ge keek neer op uw ouders. Niet met mij, dacht ge. Ge besefte niet dat ge later juist dezelfde rol zoudt spelen.

Jan Leyers op Canvas en VPRO: ‘Allah in Europa’

31 oktober 2017

Allah in Europa, het laatste deel. 

Deze keer had Jan Leyers voor mij een pijnlijk hoofdstukje in petto: hij stond met zijn ploeg in mijn oud huisartsen-werkgebied: Rotterdam Zuid, meer bepaald aan de Schere waar ik tien jaar lang met de auto en de fiets passeerde op visite in de straat en de wijk.

Hier zit nu volgens Jan Leyers sinds vier jaar een islamitische school, het ‘Avicenna college’ en daar konden we nu achter de nog steeds gesloten gordijnen een kijkje nemen in de klassen en kennismaken met Richard Troost, een oude provo – zelfs communist en atheïst – die nu directeur is en er prat op gaat dat uit zijn school geen Syriëstrijders vertrokken zijn.

Dat is natuurlijk heel wat om terecht blij over te zijn.

Hij vertelt ook dat de school zich soepel opstelt qua kledingvoorschriften en zo, waar op de website nochtans vermeld wordt:

“Kledingvoorschriften: zowel voor jongens als voor meisjes gelden kledingvoorschriften conform de islam. Gescheiden gym- & zwemlessen: sportactiviteiten worden gescheiden gehouden. Zo houden wij rekening met de gevoeligheden tussen jongens en meisjes.Vakoverstijgend islamitisch onderwijs: ook bij vakken als biologie en maatschappijleer wordt er rekening gehouden met islamitische gevoeligheden.”

Het gesprek met de van een ferme bidplek voorziene islamleraar is onthullend. De bruine bidvlek op zijn voorhoofd – zabiba, rozijn – moet getuigen van de frequentie waarmee hij zijn voorhoofd op de mat drukt tijdens de talloos veel gebeden. Hij bezweert zijn leerlingen voor een muurgrote foto van de veeltorenige grote moskee van Mekka voor welke vergrijpen ze allemaal naar de hel zullen gaan…De man is duidelijk beslagen in de terreur van de angst voor hel en verdoemenis.

Maar wat ik zo spijtig vind aan Leyers’ bezoek is dat hij met geen woord rept over de vorige Islamitische school aan de Schere in dezelfde gebouwen: de beroemde Ibn Ghaldoun Islamitische School.

Nochtans ligt daar heel wat materiaal voor het grijpen om het denken en doen van de islamitische opvoeders te wikken en wegen. 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Islamitische_Scholengemeenschap_Ibn_Ghaldoun

http://www.janvanduppen.be/?p=2252

http://www.janvanduppen.be/?p=2309

https://www.nu.nl/binnenland/3703608/examenfraude-ibn-ghaldoun-kost-drie-miljoen-euro.html

Nourdeen Wildeman opende deze finale aflevering als een echte apologeet met de belijdenis dat alle negatieve invullingen van de Islam enkel slaan op de mensen, nooit op de islam zelf.

Je zou het zo kunnen geloven, net zoals het stralende geluk van de geconverteerde Antwerpse familie 4 NEW MOSLIMS, waar finaal ook den bompa meedoet voor de gezelligheid en het hippe reclamespotje voor de Medina Expo waar meer volk leek rond te dwalen dan op de Boekenbeurs. Uiteraard volgt de boodschap van hoop, waar uiteraard niemand kan tegen zijn…

Hoewel… wie daagt daar op in de schijnwerpers? De Fouad!

Fouad Ahidar, de sp.a-ondervoorzitter van het Brussels parlement die deze keer voor Jan Leyers uit een ander vaatje tapt: radicalisering van jongeren en Syriestrijders die vertrekken zijn vandaag voor hem het noodlot dat iedereen kan overkomen… dus toch de wil van Allah.

Enkele jaren voordien had hij nog een ander verhaal. De Fouad is dan ook een haan, een echte haan die draait met de wind…zoals zijn maat, den Bert, altijd in voor onbeschaamde onzin.

De gesprekken met enkele imams uit het gemeenschapsonderwijs en met een Brusselse schooldirectrice en Montasser AIDe’emeh toonde de pijnlijke link tussen de angstcultuur binnen de islamopvoeding en radicalisering wegens in één enorme klap verlost van alle zonden.

Overigens blijkt Montasser behoorlijk veranderd in zijn  aanpak. Het academische verhaal in Antwerpen en Nijmegen lijkt plaats geruimd voor een realistischer, bescheiden en moediger verhaal. 

In Nederland lag het allemaal nog een beetje anders: de Wildeman knuffeltheorie maakt blind, het dreigement van de moslim-partijleider in Nederland dat wie zich verzet tegen de invloed van de Schepper aansluit bij een heel gevaarlijke tendens, en dat is waar we volgens hem naartoe gaan.

Je oren flapperen ervan: omdat deze zuiverheid toegewijde moslimfundamentalisten hun minderheidsstandpunten niet kunnen opleggen dreigt er echt wat te gebeuren in de toekomst.

Over dit fenomeen werd reeds boeiend geschreven maar nog fllnker weggekeken:

http://nl.jandecaluwe.com/opinie/islam-pessimisme.html

https://medium.com/incerto/the-most-intolerant-wins-the-dictatorship-of-the-small-minority-3f1f83ce4e15

Montasser AIDe’emeh was deze keer duidelijk in zijn verwijten aan de moslimgemeenschap die zich neergelegd heeft bij imams die hun jongeren kwamen indoctrineren en rekruteren. Hij was bijzonder goed in zijn benadering van kleine kinderen met angst voor de hel en hun God. Hij ziet alleen de twijfel als werkbaar medicijn.

En zo sluit Jan Leyers heel toepasselijk de reeks ‘Allah in Europa’ af onder het standbeeld van Jan Baptista van Helmont – de twijfelende renaissance-arts-alchemist op de Nieuwe Graanmarkt – tussen basketballende gelovigen.

De wijze imam pleit op de bank bij van Helmont ook voor de twijfel en het rationeel nadenken naast een menselijk geloof: hersenen gaan boven de koran.

Volgens Jan Leyers in zijn slotwoord kondigt de strijd zich niet zozeer aan tegen de islam en haar gelovigen als tussen de gelovigen in de Ene en de Ware onderling, tussen de menselijke islamieten en de gezuiverde mohammedanen.

Ik begin sinds ‘Allah in Europa’ steeds beter te beseffen dat we de overgrote meerderheid van islamvarianten moeten begrijpen als kolonisatoren met verschillende missionaire geloofsvarianten, gesteund, gestuurd en geleid vanuit de diverse thuislanden en Saoudi Arabië. Zoals destijds missionarissen en zendelingen van de roomse (jezuïeten, scheut, witte paters, ...), anglicaanse, pinkster, adventisten en andere obediënties in Afrika, Azië en Latijns Amerika.

Daaruit volgt de vraag hoever, hoelang West Europa dit kan en mag tolereren. In Oost Europa en Rusland is het duidelijk.  In China, Japan, Myanmar evenzeer.

Jan Leyers heeft in Knack nog een aangrijpend antwoord geschreven aan de mohammedaanse theologe Betül Demirkoparan, die aan de Katholieke Universiteit van Leuven mag doctoreren:

http://www.knack.be/nieuws/belgie/bij-veel-jongeren-leeft-het-idee-dat-je-moet-kiezen-tussen-belg-zijn-en-moslim-zijn/article-longread-916481.html

http://www.knack.be/nieuws/belgie/jan-leyers-reageert-scherp-op-onderzoekster-belgische-moslimgemeenschap/article-normal-919085.html

In een interview vertelt onderzoekster Betül Demirkoparan dat ze zich stoort aan de manier waarop ik in de reisdocumentaire Allah in Europa volstrekt marginale moslims opzoek, om hen dan voor te stellen alsof ze representatief zijn voor de Europese moslimgemeenschap. 

Jammer genoeg vertelt mevrouw Demirkoparan er niet bij over welke marginale moslims ze het heeft. De imam van Srebrenica? De voormalige grootmoefti van Bosnië? De islamleraar uit Wenen die in zijn vrije tijd moslimgevangenen bezoekt? De voorzitter van een moskeetje in Boedapest die zich om de armen van zijn wijk bekommert? Latifa, de dochter van het eerste slachtoffer van de aanslag in Nice? De islamitische begrafenisonderneemster uit Londen die zich ergert aan de vele nikabs op straat? 

Of bedoelt ze Zana Ramadani, de Duits-Albanese feministe die op haar achttiende, toen haar ooms haar wegens haar te westerse gedrag een lesje wilden leren, kon ontsnappen en in een vluchthuis onderdook? Of Naser Khader, de Deens-Syrische politicus die durfde te zeggen dat hij de Mohammedcartoons grappig vond en sindsdien in Kopenhagen onder permanente bewaking leeft? 

Ik ga in gedachten verder het rijtje af. En plots besef ik over wie mevrouw Demirkoparan het heeft. Over Mustafa natuurlijk, de Zweeds-Afghaanse activist die vindt dat de Zweden veel te laks en naïef zijn als het op het verdedigen van hun waarden aankomt. En over Ahmed, de Brusselse islamleraar die het menselijk verstand hoger inschat dan de Koran, en die een gepassioneerd pleidooi houdt voor twijfel en kritiek. Figuren als Mustafa en Ahmed zijn binnen de islamitische gemeenschap volstrekt marginaal en hoegenaamd niet representatief, daarin heeft de onderzoekster meer dan gelijk. Een volgende keer sla ik ze over. 

Johan Swinnen, Happening – De aanslag in de Inno.

21 september 2017

Johan Swinnen, Happening – De aanslag in de Inno.

uitg.Vrijdag 2017

Met ‘Happening, de aanslag in de Inno’ heeft Johan Swinnen en indrukwekkend roman geschreven die getuigt van een periode waarin de zuiveren en de rechtgelovigen in het marxisme leninisme en de gedachte Mao Zedong elkaar in een hels opbod tot revolutionaire terreur dreven tegen het Amerikaanse imperialisme en haar lakeien in de Brusselse consumptiemaatschappij. De ‘happening’ liep uit de hand en de Inno brandde af met 323 doden.

Wie zich een idee wil vormen over hoe het er in die ‘beweging’ of stroming aan toe ging, kan te rade bij ‘Happening’ want Swinnen beschrijft bijzonder goed de sfeer, de zeden en gewoonten in die jaren zestig revolutionaire groupuscules.

Ook zijn verslag over het leven en lijden op het Vlaamse – Limburgse platteland is aangrijpend.

Maandag 22 mei 1967: een aanslag met drie brandbommen tijdens de Amerikaanse veertiendaagse in de Brusselse À l’Innovation kent 323 doden en honderden gewonden. Bij deze apocalyptische brand verliest de dertienjarige Hervé zijn beide ouders. De ramp verandert voorgoed zijn leven en verbindt zijn lot aan Delphine, een militante actievoerster uit het hart van de Brusselse Commune Ché. Ze heeft haar wortels in de studentenprotesten en woont op libertijnse wijze samen met geradicaliseerde actievoerders.
Happening is een sleutelroman die het fascinerende verhaal vertelt van een groep bezielde jongeren die uit verontwaardiging over de steun van het Westen jegens de oorlog in Vietnam en de onrechtvaardigheden van de kapitalistische samenleving tot geweld overgingen en met bommen de strijd aanbonden tegen de Belgische staat. Ze noemden hun vorm van actievoeren ‘ein großes Happening’.

‘De brand in de Innovation in de Nieuwstraat in Brussel op maandag 22 mei 1967 ontstond niet door een kapotte tl-lamp maar was een communistische aanslag, schrijft Swinnen. Op die bewuste dag gingen zijn ouders winkelen in het megalomane grootwarenhuis in Brussel. In de Innovation, nu bekend als Galeria Inno, kon je werkelijk alles krijgen: meubels, kledij, huishoudgerief, voeding … Er was ook een restaurant en een kapperszaak. Dit allemaal met de bedoeling om klanten er zo lang mogelijk te laten winkelen. Maar bij de brand werkte dit als een muizenval.

Zelf ontsnapte de toen 13-jarige Swinnen aan de brand. Hij was stout geweest en mocht niet mee op uitstap naar Brussel. ‘Soms kreeg ik er schuldgevoelens over’, vertelt Swinnen. ‘Was ik er beter bij geweest? Of had ik ze kunnen redden? Je weet dat niet. Ik hoop dat ze bovenaan het gebouw in het zelfbedieningsrestaurant zijn omgekomen, waar veel kans was op verstikking. Hopelijk waren ze bij wijzen van spreken met hun hoofd in hun kom soep gevallen, zodat ze niet bij bewustzijn in brand hebben gestaan (stilte) en aan hun drie kinderen konden denken …’

Het is een sleutelroman

‘Wie daarnaar op zoek gaat, kan heel veel vinden, vergeet niet: het is een sleutelroman. Het punt is dat de daders nooit veroordeeld zijn geweest. Als ik morgen de namen bekend maak, dan is het voor hen heel eenvoudig om mij aan te klagen voor reputatieschade – het gaat hier tenslotte over 323 doden en zovele gewonden.De passages met en over de daders zijn gedocumenteerd en deels gefingeerd. Het boek is trouwens drie weken later verschenen: na overleg met juristen hebben we namen en plaatsen veranderd.’


‘Fotograferen dient een verheven doel: verborgen waarheden onthullen en een verdwijnend verleden construeren.” Susan Sontag

16.ik probeerde me te herstellen en te genezen van het verlies van mijn ouders.Ik wilde iets zinnigs doen met mijn leven. Het engagement van de derdewereldbeweging kwam als geroepen. Ik leerde veel van de strijd van de arbeiders en mijnwerkers in het Genkse. De mijnentingen een voor een dicht en de Ford-fabriek buitte de arbeiders uit. Ik leerde na school Spaans bij broeder Nest om ontwikkelingswerk te kunnen gaan doen in Zuid Amerika. Ik wilde meehelpen de dictaturen in Spanje en Griekenland omver te gooien en me inzetten voor het behalen van onafhankelijkheid van de Portugese kolonies. Wereldsolidariteit was mijn sleutelwoord.

17. Het is een boutade om Nietzsche te citeren: ‘Wat me niet doodt, maakt me sterker’, maar ik voeg er de Joker uit ‘The dark knight’ aan toe:‘I believe anything that doesn’t kill you makes you stranger’

Lees verder »

Paolo Cognetti – De acht bergen.

11 september 2017

Paolo Cognetti – De acht bergen.

De Bezige Bij 2017

Een knappe roman over vader-zoon-moeder relatie, vriendschap voor het leven of toch niet helemaal, het land en de bergen, de liefde en het vee …

Het thema van het terugtrekken uit de steden naar het platteland en de bergen is herkenbaar zoals Silvia Avallone dat in de crisisjaren waarnam bij goed geschoolde Italiaanse jongeren. Zij  verwerkte dit in haar meesterlijke roman Marina Bellezza  

‘Het goede huis is het huis waarin je vergeet hoe het met de wereld is gesteld.’ (Bart Meuleman, De jongste zoon)

137. Het was een seizoen van terugkeer en verzoening, twee woorden waar ik bij het verstrijken van de zomer vaak aan dacht. Op een avond vertelde mijn moeder me een verhaal dat ging over haar, mijn vader en de bergen, de manier waarop ze elkaar hadden leren kennen en die waarop ze uiteindelijk waren getrouwd. Raar om daar zo laat pas over te horen, als je bedenkt dat dat het verhaal was van hoe ons gezin was ontstaan, en dus hoe ik was ontstaan. Maar toen ik jong was, was ik te jong voor dat soort verhalen, en daarna wilde ik er niet meer naar luisteren: zelfs op mijn twintigste zou ik, om maar geen familieherinneringen aan te hoeven horen, mijn vingers nog in mijn oren hebben gestopt, en ook die avond reageerde ik aanvankelijk afwijzend. Een deel van me was gehecht geraakt aan de dingen die ik niet wist.

(...)

Maar terwijl mijn moeder vertelde, begon er een ander gevoel bij me op te komen. Ik dacht: ik kén dit verhaal. En inderdaad kende ik het ook, op mijn manier. Jarenlang had ik er de fragmenten van verzameld, als iemand die de uitgescheurde bladzijden van een boek bezit en ze duizenden keren in willekeurige volgorde heeft gelezen. Ik had foto’s gezien, gesprekken gehoord. Ik had mijn ouders en hun manier van doen geobserveerd. Ik wist bij welke onderwerpen ze opeens stokten, bij welke ze ruzie kregen en welke namen uit het verleden in staat waren hen treurig te stemmen of te ontroeren. Ik bezat elk afzonderlijk deel van het verhaal, maar was er nooit in geslaagd er een geheel van te maken.

‘Ga nooit terug om je vroegere front te bezoeken’. (Ernest Hemingway 1898-1961)

239. Lang nadat ik was opgehouden mijn vaders paden na te lopen, had ik van hem geleerd dat er in sommige levens bergen bestaan waar je niet naartoe terug kunt keren. Dat je in levens als het mijne en het zijne niet terug kunt naar de berg die het middelpunt is van alle andere, en het begin van je eigen geschiedenis. En dat mensen zoals wij, die op de eerste en hoogste berg een vriend hebben verloren, niets anders rest dan over de acht bergen dwalen.

Eddy Daniels, De kwestie M – een gekaapte godsdienst

5 september 2017

Eddy Daniels, De kwestie M – een gekaapte godsdienst.

Uitg. De Blauwe Tijger 2017

Eddy A.M. Daniels publiceerde al over de teloorgang van onze democratie in het multiculturele debat, in De Open Samenleving en Haar Nieuwe Vijanden (2005). Over de kansen op een hernieuwing in de katholieke kerk in Papa Ratzi. Paus & Ketter (2006). En over genocide in de isl?m in ‘Mohammed, de joden en de dadels’ in het verzamelwerk Kritische bedenkingen bij een politieke religie (2010).

Een verbluffend boek dat ik met veel interesse heb gelezen. De auteur is erin geslaagd om zo’n besmette, vervalste, misvormde materie helder te fileren, ook voor leken. Een titanenwerk waar spijtig genoeg een uitgebreid namen en verwijzingen register ontbreekt. Misschien nog op te lossen in digitale vorm.

Eddy Daniels ontwikkelt ook een uitgebreid antwoord op hoe het er in de toekomst misschien zou kunnen aantoe gaan wanneer mohammedanen zich weer tot de kern van de oorspronkelijke islam zouden kunnen wenden. Al zal er heel veel afhangen van de moed en de wil om zich te bevrijden van de kluisters in denken en doen bij Europese moslims.

Hij gaat uitgebreid in op de pogingen tot verchristelijken van de mohammedaanse ideologie door Karen Armstrong en Hans Küng, inclusief de vervalsingen, interpretaties en verlangens die nergens op gebaseerd blijken dan op hun eigen wensdromen.

Inhoudsopgave

https://flic.kr/s/aHsm86u9hV

24. Het verhaal dat ik hier zal vertellen is er dus niet één over hoe Mohammed effectief was, maar over hoe de islámitische autoriteiten intern denken, maar niet aan hun gelovigen (en andersdenkenden) onthullen dat hij is geweest. Zodat zij — zelfs als zij dat willen — totaal geen theologische argumenten meer kunnen inzetten tegen een verschijnsel als Is/Daesh of al-Qaeda, en die via een wereldomvattende fatwá onmogelijk takfir kunnen verklaren, tot afvallige. Daarbij zal ik hun eigen bronnen laten spreken. Ik bied de lezer hier dus geen westerse visie op Mohammed aan, maar een mohammedaanse met dien verstande dat dit een visie is die het daglicht niet verdraagt en door de overgrote meerderheid der gewone moslims niet gekend is. Men zal mij beter begrijpen als ik een vergelijking maak met hoe de Hebreeuwse Bijbel gelezen werd in de katholieke kerk. Grote delen van de Bijbelse teksten zijn puur racistisch en moeten niet onderdoen voor Hitlers Mein Kampf: Het verhaal over de Landname onder Jozua, die de autochtone Kanaánieten als een sta-in-de-weg beschouwde, is kolonialistisch (6:21; 10:35). Het verhaal over het optreden van de koningen Saul en David, op bevel van Samuel (I 15:3), tegen de woestijnstam der Amalekieten is genocidaal (Saul werd gestraft omdat hij slechts de mannen had vermoord maar vrouwen en kinderen in leven gelaten). Het verhaal over de terugkeer van Judeïsche ballingen uit BabyIon onder Ezra (9:2) en Nehemia (13:3, 25b), schetst een apartheidsregime waarin het de lieden met het heilig zaad werd verboden om te huwen met vrouwen die behoorden tot de achtergebleven mensen van het land.

351. Is een verzoening tussen beide uitersten mogelijk? Volgens mij wel, maar niet met de zoete praatjes dat wij ‘meer open moeten staan’ voor elkaar. Hoe kan een dialoog ooit een dialoog worden als de ene vanuit zijn geloofsbronnen leert dat hij niet mag liegen (Mattheus 5:37), en de andere dat hij móet liegen als hij daarmee zijn godsdienst en zijn profeet helpt (taqiyyah)? En hoe kan een overeenkomst ooit een echte overeenkomst worden als de principes van Hudaybiya gelden? Zodat een verdrag voor de ene partij moreel bindend is, hoe de toestand ook moge evolueren; en voor de andere moreel ontbonden, zodra de krachtsverhoudingen zich wijzigen?

 

‘Doch de vergelding van hen die Allah en zijn boodschapper bestrijden en zich beijveren verderf te brengen in het land is dat zij ter dood gebracht worden of gekruisigd of dat hun handen en voeten worden afgekapt van weerszijden of dat zij verbannen worden uit het land. (...). Weet dan, Allah is vergevend en barmhartig (5:33-34). 

Geen sprake van een Gouden Regel dus, maar harde Realpolitik bekeer u of rot op, zonder verzet. Indien niet dan riskeer je een onmenselijke foltering. Niet in het hiernamaals, maar van de hand van de profeet. En dit staat niet in een of andere omstreden Hadith of in een passage in een biografie waarvan de isnád niet betrouwbaar is, maar in het heilige boek zelf, de Koran.

 

Isaak Babel, De oude Sjloime

4 augustus 2017

Isaak Babel, De oude Sjloime
‘Je wordt bedankt – pensioenverhalen’ Van Oorschot 2017

90. Hij was hier opgegroeid, had hier zijn arme, kille leven doorgebracht, en wilde dat zijn oude botten zouden rusten op de kleine vertrouwde begraafplaats. Als hij zulke gedachten had, raakte Sjloime natuurlijk geagiteerd, hij liep naar zijn zoon, wilde uitvoerig en hartstochtelijk met hem praten, hem raad geven, maar… hij had al zo lang met niemand meer gepraat, niemand meer raad gegeven. En de woorden stolden in zijn tandeloze mond, zijn opgeheven arm viel krachteloos neer. Helemaal ineengekrompen, alsof hij zich schaamde voor zijn opwelling trok Sjloime zich somber terug en luisterde naar wat zijn zoon en zijn schoondochter bespraken.

‘Je wordt bedankt’ is een bundeling van verhalen van Babel, Boenin, Toergenjov en Tsjechow is een magere selectie van een tiental stukjes proza van voornoemde schrijvers. Misschien een smaakmaker om bejaarden en jongeren naar de oude meesters te lokken. Want het gaat natuurlijk om vier fenomenale schrijvers voor alle tijden, alle seizoenen van het leven.

Isaak Babel blijft ook hier toch weer merkwaardig voorop lopen.

 

Pierre Buyle, De gifMenger

2 augustus 2017

Pierre Buyle, De gifMenger Uitg.

De Blauwe Tijger 2017

Ich beschwöre euch, meine Brüder, bleibt der Erde treu und glaubt Denen nicht, welche euch von überirdischen Hoffnungen reden! Giftmischer sind es, ob sie es wissen oder nicht. Verächter des Lebens sind es, Absterbende und selber Vergiftete, deren die Erde müde ist: so mögen sie dahinfahren!

Friedrich Nietzsche – Vorrede, 3, Also sprach Zarathustra.


Amoz is een Joodse man die carrière gemaakt heeft in de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk, Konstantinopel.  Door toevallige omstandigheden komt Amoz in Mekka contact met een man die gehuwd is met een zekere dame, Khadija, en tevens hoge notabele in de belangrijke pelgrimstad Mekka, nog voordat de islam ontstaat. De man van Khadija gaat gebukt onder zwaarmoedigheid, veroorzaakt door de dood van twee zoontjes, en is op zoek naar antwoorden op existentiële vragen. Khadija hoopt haar man van zijn gepieker en getob te kunnen afhelpen door hem op een missie te sturen naar Abessynië. Maar het probleem van haar man blijkt onoplosbaar hij zinkt verder en verder in religieuze waanvoorstellingen. Kadhija verstoot hem en verlaat Mekka voorgoed om zich terug te trekken in het zuiden van het Arabisch schiereiland. Amoz volgt haar. Van een afstand worden ze via verslagen op de hoogte gehouden van de verdere evolutie en de spanningen in Mekka tussen enerzijds haar voormalige echtgenoot en anderzijds de bestuurders van de stad Mekka Uiteindelijk delft Mekka het onderspit, en spoedig volgt de rest van het Arabisch schiereiland. Heel Arabië wordt “gekraakt als een oude zeeschildpad in de muil van een haai.” Alleen het schuiloord van Khadija en Amoz biedt nog weerstand. De Gifmenger is een ouderwets epos van formaat, het soort boeken dat nog zelden geschreven worden.

Een fascinerend verhaal over ‘De gifmenger’ in de ontstaansgeschiedenis van een monotheïstische godsdienst tussen het Byzantijnse en het Perzische rijk binnen de toenmalige context vanuit de joodse en koptisch-christelijke traditie.

97. Het begrafenisritueel voor de kleine Abdilah zou ’s anderendaags bij zonsondergang doorgaan. De priesters zeiden dat de stand der hemellichamen ongunstig was om de ziel van een overleden kind ten hemel te zien stijgen in de ochtend. Vooral al-Uzza, de godin die zich door de morgenster laat aankondigen, zou het onwelgevallig zijn, maar ook Manat en nog enkele andere goden waarvan ik de namen vergeten heb, zouden ontstemd kunnen raken.  Uit de blikken die Khadija en i met elkaar uitwisselende bij het aanhoren van deze zeer zwaarwichtige en gegronde overwegingen, begreep ik snel dat zij er net hetzelfde over dacht als ik, maar dat wij onze mening beter voor onszelf hielden want wij wisten allebei dat weinig zaken de mensheid zo in toorn en blinde razernij kunnen doen ontsteken als het miskennen van haar godsdienstige overtuigingen, hoe onwaarschijnlijk vergezocht die ook mogen zijn. Deze voortekenen waar door de kahinim het grootste belang aan werd gehecht, maakten zowel op mij als op haar even veel indruk als alle andere voortekenen waar het volk pleegt in te geloven. Daarom liet zij de Beddoe wijselijk in de waan van hun kinderlijke overtuigingen en hield zij de schijn op zich ervan te onderwerpen, wat haar bij de Beddoe uiteraard bijzonder veel bijval opleverde omdat zij voor hem toch nog altijd een Jahoeda bleef.

Pat Wyffels, De LEIF arts.

1 augustus 2017

Pat Wyffels, De LEIF arts.


uitg. Houtekiet


https://www.youtube.com/watch?v=ovIl5EdLstE


Het meest interessante aan het boek De LEIFarts. Of de weg naar een waardig levenseinde zijn ongetwijfeld de talrijke verhalen van huis- en LEIF arts Pat Wyffels  die erin geslaagd is een indrukwekkend boek samen te stellen met reflectie, vragen en casuïstiek uit het ware leven.


Hij maakt ook een scherpe analyse van het huisartsenbestaan in de relaties met patiënten en hun levenseinde.


Ooit heb ik van hem nog seminaries huisartsgeneeskunde gehad aan de UA en die waren van de betere, zoniet de beste die we kregen.


Dr. Wyffels was 33 jaar geleden reeds een jonge huisarts die veel aandacht had voor de arts-patiëntenrelatie én voor de verwerking van emotioneel zware periodes als eenzame huisarts.


Hij is die eerlijke reflectie al die jaren nooit uit de weg gegaan en heeft in dit boek een schat van die fundamentele ervaringen op een boeiend geschreven wijze bewaard.


Het is dus een echt LEIFboek geworden, een verslag van een lijfarts.


Ook wie niet bij de medische of paramedische sector betrokken is, kan hieruit heel veel leren.


Het geeft hen een reëler beeld van het (huis)artsenbestaan, waar iedereen vroeg of laat mee in contact komt.


Pat Wyffels is niet te beroerd om ook controversieel standpunten en vraagstellingen aan te raken waarin hij gewetensvol en nauwkeurig zijn argumentatie duidelijk maakt, vanuit zijn praktijk, zijn ervaring en zijn reflectie als medemens én huisarts.


37. ‘Maar bij voorvallen als deze besef je pas hoezeer je verknocht bent aan de huisartsgeneeskunde. Het is een drug. Soms duurt het verschillende dagen voor je helemaal afgekickt bent. De praktijk volledig achterlaten is daardoor moeilijker dan je zou verwachten: de zwaar zieke patiënten, depressieve moeders en overspannen workaholics laten zich niet makkelijk uit je gedachten verdrijven.’


72. ‘Ik ben er klaar voor’, als was dat de synthese van onze lange gesprekken, waar we onze gezamenlijke geschiedenis nog eens hebben doorgenomen. Ik was immers een bevoorrechte getuige van belangrijke gebeurtenissen en mijlpalen in haar leven.’


87. ‘Als een inherent onderdeel en een soort onvermijdelijke nevenwerking van ons boeiende beroep, gaan verhalen als deze als eeuwige twijfels onze beleving brandmerken met de ervaring van het verleden, waar je kan blijven nadenken over het verloop van een jong leven, over de fatale afloop ervan, en over de mijlpaalbeslissingen die al of niet werden genomen.’


106. ’Wanneer de indringende vraag gesteld werd, en hoe erop werd ingegaan, doet eigenlijk niets ter zake. De boodschap die deze moedige, jonge persoon ons achterlaat, is dat het een ultieme daad van barmhartigheid is om een einde te maken aan ondraaglijk lijden. En dat er geen leeftijd staat op de toerekeningsvatbaarheid van mensen, en dus ook van kinderen, die het ongeluk hebben om nog geen achttien jaar oud te zijn wanneer ze vragen geholpen te worden bij hun queeste rond het levenseinde. Ben je dan te jong om te (mogen) sterven? Met dank aan al wie dit mogelijk maakte.’


111.  ‘Ik ga naar de begrafenis, waar heel veel volk naartoe komt. Ik word door enkele mensen aangeklampt, meestal zonder woorden, met een aanraking, een knikje, of een voorzichtige knipoog. Ze hadden met mijn toestemming afgesproken om open kaart te spelen, en aan iedereen de waarheid te vertellen. Het is een dienst met prachtige muziek en mooie teksten van vrienden en kunstenaars.


Er dan overkomt me weer dat gevoel. Dan komen weer die vragen. Welke macht heb ik in die omstandigheden? Gebruik ik die wel correct? Misschien zit ik wel op een goed spoor als ik me die vragen blijf stellen.


126. ‘De stervende is in onze samenleving in steeds toenemende mate noch eigenaar noch regisseur van zijn stervensproces.


Hij verzeilt veelal, gewild of ongewild, in medische of paramedische handen en systemen. Over hem wordt niet meer over een subject gesproken. Hij leeft zijn levenseinde niet. Het wordt geleefd. Het levenseinde wordt ‘onwaardig’ ondergaan.


De stervende wordt in menselijke zelfvervreemding geduwd en tot passieve en onpersoonlijke toeschouwer van zijn eigen levenseinde gemaakt, als was het dat van een vreemde.


Laat ons toe in harde bewoordingen scherp te stellen, omdat zachte verpakkingen ons blind houden voor de bittere realiteit: het wordt de hoogste tijd dat wij er ons helder van bewust worden dat die subjectiviteitsberoving een geïnstutionaliseerde maatschappelijke aanslag is op de mens als autonoom persoon.


Professor Hugo Van den Enden (1936-2007)


Moraalfilosoof Universiteit Gent’

Mohsin Hamid, Exit West

1 augustus 2017

Mohsin Hamid, Exit West.


uitg. De Bezige Bij


Twee jonge mensen ontmoeten elkaar in een stad aan de vooravond van een burgeroorlog. De moderne Nadia wordt verliefd op de aardige en bescheiden Saïd, terwijl de situatie in het land steeds explosiever wordt. Dan horen ze over deuren die je, tegen betaling, naar een veiligere plaats in het Westen leiden. Als Saeed en Nadia geen andere mogelijkheid meer zien, besluiten ze over de drempel te stappen, richting een onbekende wereld.
Exit west is een liefdesverhaal in tijden van migratie. Mohsin Hamid vat in deze intieme roman de dagelijkse realiteit samen van het tegemoet treden van een onzekere toekomst en het achterlaten van hetgeen je liefhebt.



53. Terwijl Saïds vader terugliep naar de campus en zijn zoon terugreed naar zijn werk, overdacht hij dat hij het verkeerde beroep had gekozen, dat hij iets anders had moeten doen met zijn leven, want dan had hij nu misschien genoeg geld gehad om Saïd naar het buitenland te sturen. Misschien was het zelfzuchtig geweest, was dat ideaal van hem om de jeugd en het land door middel van onderwijs en onderzoek vooruit te helpen slechts een vorm van ijdelheid, en zou het veel verstandiger geweest zijn om zich koste wat kost te verrijken.

Voor mij teveel losse lijnen zonder einde noch begin bij een zwak verhaal met boeiende inkijk in vluchtelingengedrag. 

Peter De Graeve, De afvalligen.

21 juni 2017

Peter De Graeve, De afvalligen.

uitg. Polis 2017

‘De afvalligen’ is een noodzakelijke filosofische roman. Dit boek moest geschreven worden én uitgegeven! Wat een boek, wat een vuur, een liefde, een pijn, een zoektocht naar bevrijding.

En wat een toeval dat het lezen ervan voor mij samenvalt met mijn falen op fietstocht naar Santiago de Compostella.

106. ‘De gratie is de tocht, de moed hebben de tocht aan te vatten. Geloven, in mijn ‘radicale’ betekenis, is het hebben van het hart, het vasthouden aan het hart. Het hart op de tocht, ziedaar ons avontuur en ons… gevaar.

In luchtige en stevige lagen biedt ‘De Afvalligen’ een ferme handleiding voor beginnelingen, beslagen en geslagen lezers. In flinke rukken proza tot verstilde poëzie of als lectuur voor fijnproevers. De lezer blijft alert.

Een verhaal over rouw, afscheid nemen, liefde, twijfel, kunst, de academie, onderwijsmanagers, democratie, Rousseau, Plato, Claude Gellée – Le Lorrain ‘Ochtend in de haven, William Turner ‘Het Slavenschip’ en ‘Jagers in de sneeuw’ van Pieter Bruegel de Oude…

‘De afvalligen’ is een roman die kan helpen, als wegmarkeringen langs gebaande paden van vertwijfeling.

45. ‘Ik, cipier van het nutteloze.’

51. ‘Zuivere rede werkt op grote afstand, ze is als een verre hemelsfeer, met tergend trage omloop. Verzinsels zijn ons veel nabijer, zitten ons dichter op de huid, dichter dan we vermoeden, of zouden willen. Toch hebben ook de vluchtigste verzinsels deel aan de universele aantrekkingskracht.’

Lees verder »

Caminante, no hay camino. Sino estelas en el mar. De laatste grote fietstocht, in de knop gebroken.

21 juni 2017

De laatste grote fietstocht  - naar Santiago de Compostela – zit erop. Na 350 km slechts brak een elektrisch defect van mijn fietsmotor Bion X, batterij en eigen motorritme de Camino naar Santiago af. Op de eerste hellingen voor de Pyreneeën liep het al flink mis. De uitgedokterde oplossingen voldeden niet. In Valcarlos Luzaide ook nog kortsluiting in mijn tweede batterij. Pamplona bleek geen alternatief. De hellingen in detail op Strava zijn zo zeker niet haalbaar. Dus veilig afgedaald naar Saint Jean Pied de Port en met de trein veilig weer thuis geraakt.

Caminante, no hay camino. Sino estelas en el mar.

Caminante, no hay camino. Sino estelas en el mar. – Antonio Machado
Reiziger, er is geen weg, alleen schuimsporen op zee.

Tous les matins du monde sont sans retour. – Pascal Quignard
Geen morgenstond beleven wij ooit weer.

De gratie is de tocht, de moed hebben de tocht aan te vatten.
Geloven, in mijn ‘radicale’ betekenis, is het hebben van het hart, het vasthouden aan het hart.
Het hart op de tocht, ziedaar ons avontuur en ons… gevaar. – Peter De Graeve


Bij aanvang van de Camino denk je ontzettend veel na. Het wegvallen van al je aanknopingspunten, de tocht naar een bestemming die zo ver ligt dat ze onbereikbaar lijkt, het gevoel van nietigheid dat door de grootse omringende natuur bij de wandelaar wordt opgewekt – alles draagt bij tot een bijzondere vorm van introspectie die alleen in de openlucht kan ontstaan. Je bent alleen met jezelf. De gedachte is de enige vertrouwde aanwezigheid; ze zorgt ervoor dat je je gesprekken voor de geest kunt halen, herinneringen kunt opwekken die je na aan het hart liggen.’ - Jean-Christophe Rufin.

 

Camino Francès Valcarlos LuzaideCamino Francès Landes

Camino Francès, Bordeaux 12 juni 2017Camino Francès Landes

 

Jean-Christophe Rufin. ‘Compostela. Voetreis naar het einde van de wereld ‘

19 juni 2017

Jean-Christophe Rufin. ‘Compostel. Voetreis naar het einde van de wereld ’

De Bezige Bij Antwerpen

Een mooi, boeiend en bij wijlen ontroerend boek over de gang naar Santiago door de Franse arts, filosoof, diplomaat en schrijver J.C. Rufin die zeer goed de etappes van dergelijk eenzame en lange reizen weet te ontrafelen. Hij heeft oog voor de zeldzame ontmoetingen met andere pelgrims, wandelaars en de lokale bevolking die reeds vele eeuwen zonderlingen en andere verdwaalden zien passeren waarbij ze vaak een lucratief handeltje weten te presenteren als vormen van vroomheid en het goede doen om het eigen goed.

117. ‘Bij aanvang van de Camino denk je ontzettend veel na. Het wegvallen van al je aanknopingspunten, de tocht naar een bestemming die zo ver ligt dat ze onbereikbaar lijkt, het gevoel van nietigheid dat door de grootse omringende natuur bij de wandelaar wordt opgewekt – alles draagt bij tot een bijzondere vorm van introspectie die alleen in de openlucht kan ontstaan. Je bent alleen met jezelf. De gedachte is de enige vertrouwde aanwezigheid; ze zorgt ervoor dat je je gesprekken voor de geest kunt halen, herinneringen kunt opwekken die je na aan het hart liggen. Alsof de wandelaar ineens op een oude kennis botst – zo wordt hij met zichzelf geconfronteerd. Nu hij terecht is gekomen in de onbekende wereld van het elders, de leegte, het trage, het eentonige, het eindeloze, kan zijn ziel zich neervlijen in haar eigen intieme thuishaven. Alles ziet er mooi en begeesterend uit: herinneringen, plannen, ideeën. Tot je verbazing begin je in je eentje te lachen. Je trekt je gezicht in allerlei rare plooien die voor niemand bestemd zijn, aangezien je op de bomen en elektriciteitspalen na helemaal alleen bent.

Lees verder »

James Salter, De Jagers

9 juni 2017

James Salter, De Jagers

uitg. De Bezige Bij 1958 – 2017

Kapitein Cleve Connell arriveert in Korea met als enige doel ‘ace’ te worden, lid van het eliteclubje straaljagerpiloten dat minstens vijf Russische MiGs heeft neergeschoten. Terwijl zijn collega-vliegeniers succes na succes op het bord weten te schrijven, zelfs onder twijfelachtige omstandigheden, heeft Cleve geen enkel succes. De andere piloten twijfelen aan zijn moed, Cleve zelf twijfelt over alles. En dan, op een ijskoude hoogte van 12000 meter, zal zijn geluk voor altijd veranderen. In een ademloos relaas, vol moed en wanhoop, onbeschrijflijke schoonheid en snoeiharde rivaliteit, weet James Salter tot de kern te komen van oorlog en literatuur. De jagers is een essentieel en tijdloos meesterwerk.

Een bijzonder knap geschreven verhaal over leven en overleven, moed en ouder worden, verliezen en leren sterven.

45. Wat de voordelen van talent en bekwaamheid ook waren, er was iets wat nog belangrijker was. En dat was motivatie. Hij was hierheen gekomen om de vijand onder ogen te komen, zonder enige terughoudendheid. Het gevoel van onbehaaglijkheid was er, zelfs na zijn gesprek met Desmond, dat hij misschien zijn gelijke zou treffen; die kans bestond altijd, maar desondanks voelde hij zich gesteund. Hij was niet alleen gekomen om te overleven. Plotseling had hij het opbeurende gevoel dat hij boven degenen stond die het overleefd hadden, die op een ondergeschikt niveau van presteren leefden.

87. Zijn leven was gekenmerkt door slechts twee dingen: zijn moed en zijn deskundigheid, maar die had hij ontdekt voordat hij erg oud was, die juweeltjes, en als er bewonderend over gesproken werd, voelde het alsof hij de ontvanger was van de grootste loftuitingen ter wereld. Maar plotseling was het verleden waardeloos geworden, als verlopen bankbiljetten. Wat hij zo lang had gehad, waarmee hij oud was geworden, was nu verdwenen, op ziekmakende wijze, en niets van waarde bleef hem over, zoals bij mensen die hun leven aan hun kinderen hebben gegeven. Het was allemaal afgelopen: de aandacht voor zijn verhalen, de bemanning die hem enthousiast diende, het respect, de talloze voldoening schenkende angsten en genoegens van zijn hoge positie. Hij was alleen, als een invalide bij de gruwelijke aanblik van rennende jongens. Ze hadden geen tijd meer voor hem, terwijl ze onderling hun eigen moed testten.

89. Er kwam een moment waarop je het óf zelf deed óf iemand deed het voor je. Beide mogelijkheden waren moeilijk. Voorbereid of niet voorbereid, onverwacht of geleidelijk, het kwam op hetzelfde neer. Je leven hield op, en de wereld ging door in de handen van anderen.

248. Hij had het gevoel dat hij eindelijk was overgegaan van de jeugd naar echte volwassenheid, waarin hij zich in alle nuchterheid bewust was van de prijs die hij had moeten betalen om zich te schikken naar de idealen die hem ooit zo helder en onweerstaanbaar hadden toegeschenen. De prijs was hoog geweest, maar juist daardoor waren ze hem des te dierbaarder. Hij had niets frivools meer om in te geloven, slechts een onverzettelijk overschot dat kostbaarder was dan een handvol diamanten.

Alfred Birney, De tolk van Java

29 mei 2017

Alfred Birney, De tolk van Java – uitgeverij De Geus 2016

Precies omdat ikzelf patiënten heb begeleid – soms ook in hun laatste levensjaren en – maanden – die destijds betrokken waren bij de Nederlandse ‘politionele acties’ in Indonesië hoopte ik in ‘De tolk van Java’ een beter inzicht te krijgen in wat er daar en toen echt gebeurd is. Bij de meeste mensen die ik heb gekend, genoot zwijgen de voorkeur. Maar soms bij een naderende levenseinde werd het hen te bar en wensten ze er toch over te praten. Soms ook over wat zij zelf daar hadden meegemaakt, uitgevoerd en volgehouden verzwegen.

Toch ben ik behoorlijk teleurgesteld in ‘De tolk van Java’.

Meer nog, ik begrijp niet waarom dit boek een literaire prijs zoals de Libris Literatuur Prijs 2017 toebedeeld kreeg.

Het is een matig verhaal over mishandeling door een narcistische vader die gretig schippert tussen zijn Chinees-Indo en Hollandse herkomst: zijn Chinees-Indonesische moeder (Sie Shi) als bijvrouw van zijn rijke en gerespecteerde HollandsIndische vader.

De zoon probeert al schrijvend zijn relatie met gewelddadige vader te verwerken en daarbij zijn positie in het uit elkaar gevallen gezin opnieuw te bepalen.

Het tweede deel is een eindeloos lang, slap en vaak onnozel heldenverhaal door de vader zelf bij elkaar gesprokkeld om zijn grote gelijk te bewijzen als deelnemer aan ongeveer alle moord- en slachtpartijen op Oost-Java, inclusief snippers uit klapperbomen knallen, het doorschieten van een vrouw met haar kind voor de borst als schild van en Indonesische onafhankelijkheidsstrijder, handige gevechten met al dan niet vergiftigde gevechtsmessen.

‘De tolk van Java’ lijkt op een slecht stripverhaal of een van die schetterende Japanse of Indonesische oorlogsfilms maar onthult wel belangrijke details en lang verzwegen elementen van de gruwelen van de onafhankelijkheidsstrijd door de ogen van een would-be marinier-tolk.

‘Ik plantte mijn bajonet op mijn geweer voor eventuele man-tegen-mangevechten. Maar de mariniers hadden haast en gebruikten handgranaten en geweergranaten om de machinegeweerstellingen te vernietigen, zodat we over konden gaan tot sweeping van de hele kazerne. Nadat dat was gebeurd, liep ik langzaam terug naar de truck. Ik voelde me ineens moe en misselijk van al dat doden. Voorheen had ik voor elke dode een streepje gekrast op de kolf van mijn geweer, maar nu was ik de tel kwijtgeraakt. Misschien was ik de honderd al gepasseerd. Maar ik had geen wroeging, op die vrouw en dat kind na. Ik nam eenvoudigweg wraak voor alles wat die Indonesiërs mij en mijn lotgenoten hadden aangedaan. Dat het doden bij mij nog ernstiger vormen zou aannemen, kon ik toen niet bevroeden.’

Boeiend blijkt wel in ‘De tolk van Java’ de rol van de islamitische fundamentalisten in de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. Ze zouden vijftien later nog grootse daden verrichten bij het uitroeien van de PKI en de Chinese bevolkingsgroepen.: The Act of Killing’ en The Look of Silence.

http://www.filmkrant.nl/_titelindex_L/11884

‘Die Hizbullahfanatiekelingen kwamen luid Merdeka-kreten schreeuwend naderbij. De meesten van hen hadden niet eens geweren, slechts slag- en steekwapens. We lieten ze steeds naderen tot ongeveer 100 à 150 yards en openden dan het vuur. Bij bosjes vielen die kerels dood ter aarde. Het was een slachting, zo erg dat we door onze munitie heen raakten en er over de hele linie talloze stapels lijken lagen van die fanatiekelingen, terwijl er van achter hen steeds weer anderen aan kwamen stormen. Ik was bezig met het verschieten van mijn laatste patronen toen het bevel klonk: ‘Gereedmaken voor bestorming met de bajonet!’

Ik plantte mijn bajonet op mijn geweer. Toen hoorden we kanonschoten. Onze pantserwagens waren teruggekeerd en schoten met hun boordwapens op die aanstormende waanzinnige fanatiekelingen. Van de andere kant kwam Compagnie f ons te hulp. Zij rekenden af met de laatste restanten van de Hizbullah. Overal klonken zuchten van verlichting. Het was verbijsterend hoe al die Hizbullahleden in ons vuur liepen. Niet één bleef in leven. Hun lijken lagen als zandzakken opgestapeld. Het was een verschrikkelijk gezicht.’

‘Ik heb veel vrienden onder de mariniers. Zij hebben mij veel verteld over het leven in Holland. Daar wordt niet getrapt op mensen met een bruine huid en op mensen die niet erkend zijn door hun ouders. Het leven daar in Holland is zo heel anders dan hier. Mama, ik begin te voelen dat ik niet langer hier thuishoor. Dit land, dit volk, al die oorlogen hier, ik voel me hier niet langer senang. Elke dag, elk uur, elke minuut moet ik hier vechten om in leven te kunnen blijven. Overal zijn vijanden.’


En dan vergeet ik nog de lamentabele kwaliteit van het e-book: geen paginavermelding en na lezing alles blanco op een ipad mini!

Max Ernst, La Joie de vivre – The Joy of Life.

22 mei 2017

Max Ernst, La Joie de vivre – The Joy of Life

Max Ernst, La Joie de vivre - The Joy of LifeThis is one of a number of so-called ‘jungle’ pictures that Max Ernst painted in the late 1930s. His paintings of forests and tangled undergrowth derive from the rich Romantic heritage in German art. They also symbolise the fears and suppressed desires of the human mind. Looking at the picture more closely, the title becomes bitterly ironic. This jungle is actually ordinary undergrowth grown to enormous proportions, dwarfing a sculpture of a woman and animal living together in harmony. Instead of a paradise, the scene is a nightmarish one in which giant praying mantises do battle with other monsters in the entangled undergrowth.

1936

 

DE BIDSPRINKHANEN


Als de bidsprinkhaan


omgang zoekt met


zijn wijfje, rukt


die hem eerst en


vooral zijn kop af.


Daardoor is het


mannetje zijn


hersenen en meteen


ook alle remmingen


kwijt.


Hi copuleert driftig


verder tot hij


uitgeput op de


grond tuimelt, waar


hij helemaal wordt


opgepeuzeld door


zijn partner.


Op dezelfde manier


maken onze


priesters en


intellectuelen het


hof aan de


krachten die hem


willen vernietigen.


Hun hoofd is


er al aan.


Straks worden ze


met huid en haar


verslonden


door wat ze nu


aanbidden.



Jef Anthierens, uitg. Walter Soethoudt 1976


 

Mark Vangheluwe, Brief aan de paus.

16 mei 2017

Mark Vangheluwe, Brief aan de paus. 

uitg. De Bezige Bij 2017

Deze brief aan de paus is een indrukwekkende getuigenis van iemand die zich wist te ontworstelen aan misbruik en mentale terreur van nonkel Roger Vangheluwe, rooms-katholiek priester en 25 jaar bisschop van Brugge.

Dankzij zijn echtgenote en Peter Adriaenssens.

‘Brief aan de paus’ is als een nieuwe brevier voor alle religieuze leiders, priesters en broeders, nonnen en novicen.

Maar ook voor dominees, broeders, imams, pandits en monniken die in de vele gesloten scholen, religies genieten van de hubris, de grootste zonde.

68. Vanaf de eerste handdruk voelde ik een geruststelling en een energie die moeilijk te beschrijven valt. De professor was de enige die te vertrouwen leek en dat vertrouwen heeft hij nooit geschonden. Gedurende de laatste zeven jaren heeft hij ons gesteund en geholpen waar hij kon en met raad en daad bijgestaan. Hij heeft ons geleerd hoe een dergelijk parcours wel te bewandelen viel en hielp ons de putten en de te verwachten struikelblokken te ontlopen. Dankzij hem ben ik nu wie ik ben: gegroeid, krachtiger en bewuster. Als een mentor toonde hij aan dat iets uit een mens halen in plaats van iets in hem te stoppen van groter belang kan zijn. De koningin en ik zijn hem daar eeuwig dankbaar voor.

Na onze ontmoeting nam de professor vrijwillig, gratis en voor niets, met een grote toewijding en kunde de taak op zich om ons af te schermen van de pers en de media. Hij verwoordde als een soort spreekbuis onze mening die wij nog niet konden vormen, hij wist door zijn kennis vooraf wat we gingen doormaken.

Lees verder »

Rüdiger Safranski: ‘Die Angst vor dem politischen Islam ist da, doch singt man laut im Walde’

7 mei 2017

Wollen Sie damit sagen, dass das Gros der Journalisten Weltverbesserer sind?

Nun, viele schreiben nicht, was sie denken, weil sie glauben, dass solche Gedanken die Situation verschlimmern könnten. Sie schreiben das, wovon sie gerne hätten, dass es wahr wäre – das ist in ihren Augen ihr genuiner Beitrag zu einem zivilen Zusammenleben. Und das mag ja auch alles sehr gut gemeint sein. Aber Pädagogik statt Publizistik – das geht auf die Dauer nicht gut, die Leser sind ja nicht blöd. (…)

Die Pädagogik im Dienste des vermeintlich Guten führt in meiner Wahrnehmung zu einer Konformität, die sich ergibt, ohne ausdrücklich angeordnet zu sein. Auf einmal reden alle wie beim evangelischen Kirchentag.

Börne-Preisträger Rüdiger Safranski ‘Die Angst vor dem politischen Islam ist da, doch singt man laut im Walde’ NZZ 6.5.2017

 

En Marche…

7 mei 2017

'Dans la vie, il n'y a pas de solutions. Il y a des forces en marche: il faut les créer, et les solutions suivent'. Antoine de Saint-Exupéry, Vol de nuit (1931)

‘Dans la vie, il n’y a pas de solutions. Il y a des forces en marche: il faut les créer, et les solutions suivent’.

Antoine de Saint-Exupéry, Vol de nuit (1931)

“L’homme qui marche” Alberto Giacometti 1960

Schermafbeelding 2017-05-07 om 20.09.59 Schermafbeelding 2017-05-07 om 20.12.00

Margot Vanderstraeten, Mazzel tov – mijn leven als werkstudente bij een orthodox-joodse familie

27 april 2017

Margot Vanderstraeten, Mazzel tov.

mijn leven als werkstudente bij een orthodox-joodse familie

uitg. Atlas Contact 2017

Een verhaal vol liefde en duisternis met ingehouden tederheid die pijn van vroeger, elders, hier en morgen verzacht tot een nieuwsgierige vorm van respect voor elkaar.

Over Koelbloedigheid, Verdriet, Ogenschijnlijkheid, Kanaries, Zwijgen, Vriendschap en Schrijven.

De eerste ontmoeting met de oma die de kampen overleefde is indrukwekkend door de schijnbare argeloosheid.

‘Mazzel tov’ is een belangrijk boek.

101. Zwijgen

Wij, joden, hebben van oudsher een groot gevoel voor taal. Maar alle woorden ter wereld volstaan niet om de ervaringen in de kampen te beschrijven en om de confrontatie met zo veel boosaardigheid te vatten. Hoe zou iemand di deze gruwelen niet heeft beleefd, erover kunnen vertellen? Als zelfs iemand die beleefd, doorleefd en overleefd heeft, er geen woorden voor kan of wil vinden? Begrijpt u onze voorkeur voor stilte? Zwijgen is de keuze voor het kleinste verraad.

103. Koelbloedigheid

Koelbloedig zijn, dat is weten wanneer je moet zwijgen en wanneer je moet spreken. Mijn moeder wist dat, Zij hoefde de namen van alle s’ers in het kamp niet te kennen. Zolang de de s’ers maar wisten wie zij was. Zij begreep heel goed dat ze er baat bij had om niet bij de grote hoop te horen; de hoop die met vuile joden werd aangesproken….

142. Kanaries

‘Wij, joden, wij zijn zoals de kanaries in de koolmijn. Wij hebben verscherpte zintuigen. Wij ruiken de maatschappelijke veranderingen jásáren voor de goegemeente ze ruikt. Wij weten wanneer er gevaar op komst is; die intuïtie zit in onze genen. Hoe kan het anders, na een geschiedenis vol vervolging.’

Joshua Oppenheimer, The Look of Silence

27 april 2017

Ongelooflijk indrukwekkende documentaire over de Indonesische massamoorden in 1965 – 1966.

In de gesprekken met de slachters en hun leiders komt steevast het verhaal naar voor over de stress bij het handmatig afslachten en folteren waarvoor de beulen als remedie het bloed van hun slachtoffers dronken. Het waren immers ‘communisten en dus ongelovigen die niet naar de moskee gingen en het met elkaars vrouwen deden’. Het leger en de politie steunden de ‘spontane’ opstanden van het volk tegen de PKI en hun aanhangers, ook onder de arme boeren op Java.

Maar even vaak blijkt uit de verhalen dat het toen reeds – een halve eeuw geleden – de zo vredelievende islam was die legitimiteit verleende aan de slachtingen, die gesteund werden door de CIA tegen de Chinese invloeden.

“Op Java kent men twee soorten islam: de Abangan, een combinatie van de islam en andere religies zoals Hindoeïsme en autochtone religies, en de Santri, de orthodoxe islam. Vele Abangan-gelovigen waren aanhangers van de PKI. Deze Abangan-communisten waren vooral het slachtoffer van de moordcampagnes. Overlevenden werden door de regering gedwongen zich tot christendom of orthodoxe islam te bekeren.”

https://nl.wikipedia.org/wiki/Indonesische_massamoord_van_1965-66

De opdracht die Adi Rukun zich stelde, is bovenmenselijk en hij houdt zich waardig ondanks de gruwelen, zelfs binnen de eigen familie, waar zijn gemartelde broer bewaakt werd door zijn oom die verklaart alleen maar bevelen op te volgen.









De leugen stort in onder z’n eigen gewicht’



The Look of Silence (Joshua Oppenheimer over)


Denemarken/Groot-Brittannië, 2014 | Joshua Oppenheimer
The Act of Killing, Joshua Oppenheimers shockdoc over de doodseskaders van de Indonesische president Soeharto heeft nu een vervolg. In The Look of Silence doorbreekt de broer van een van hun slachtoffers het zwijgen en zoekt de confrontatie met de moordenaars.

Door Dana Linssen
Er is waarschijnlijk geen documentaire geweest die de filmwereld zo op z’n kop heeft gezet als The Act of Killing (2012). Daarin laat de Deens-Amerikaanse filmmaker Joshua Oppenheimer de doodseskaders van de Indonesische president Soeharto aan het woord, die in de jaren zestig miljoenen tegenstanders van het regime hebben vermoord. Ze noemden zichzelf de ‘movie theatre gangsters’ omdat ze voor hun moordpartijen inspiratie zochten in Amerikaanse films. In The Act of Killing was het naspelen, en zelfs door de moordenaars zelf re-ensceneren van hun gruweldaden een manier om hen aan het praten te krijgen. Maar de grens tussen ‘re-enactment’ en therapeutische herbeleving was verwarrend. Aan de ene kant werd Oppenheimer geprezen om de ‘waarheid’ die aan het licht was gekomen, zijn gedurfde mengvorm tussen feit en fictie, aan de andere kant was er ook het sluimerende gevoel dat hij Anwar Kongo, Herman Koto en hun mannen misschien iets teveel ‘regie’ over het eindresultaat had gegeven. Die verwarring deed overigens niets af aan de kracht van de film.
En nu is er dan een vervolg. Of eigenlijk geen vervolg, maar een film die Oppenheimer parallel aan The Act of Killing draaide, in het diepste geheim, en waarin de broer van een van de slachtoffers de confrontatie met de moordenaars van zijn broer zoekt. Adi Rukun is geboren in 1968, twee jaar na de moord op zijn broer Ramli. Door zijn werk als rondreizende optometrist had hij een goede dekmantel om bij hen aan de deur te kloppen. Bovendien werkt het aanmeten van brillenglazen als een sterk symbool: hij wil deze mannen ook hun verleden helder laten zien, hij zoekt historische klaarheid.
Doordat er twee kanten aan het woord komen, en Adi niet uit is op wraak, vergelding of zelfs maar genoegdoening, de waarheid is voor hem genoeg, werkt The Look of Silence zelf ook als een lens: na de schok van The Act of Killing wordt nu ook scherpgesteld op de manier waarop deze moorden in de levens van de nabestaanden en binnen de Indonesische zwijgcultuur doorwerken. Als politiek ‘onreine’ familie bleven ze outcasts: de genocide is nog steeds een taboe-onderwerp in Indonesië, de daders zijn nog steeds niet bestraft. Na het voltooien van The Look of Silence zijn Adi en zijn familie naar een deel van Indonesië verhuisd waar ze anoniem kunnen blijven. Ze vrezen nog steeds voor represailles. We spraken de filmmaker, die inmiddels voor zijn eigen veiligheid het land waar hij twaalf jaar werkte en filmde niet meer in kan, op het Filmfestival Berlijn.

http://www.filmkrant.nl/_titelindex_L/11884

 





https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/the-look-of-silence/2014/the-look-of-silence-s2014/

Christoph Ransmayr, Cox of het verglijden van de tijd

26 april 2017

Christoph Ransmayr, Cox of het verglijden van de tijd

uitg. Prometheus

 

Na Joke Hermsen met ‘Kairos, een nieuwe bevlogenheid’ en Ignaas Devisch met ‘Rusteloosheid, pleidooi voor een mateloos leven’ synthetiseert Christophe Ransmayr een mooi verhaal over het verglijden van de tijd.

 

http://www.ardmediathek.de/tv/Druckfrisch/Christoph-Ransmayr-Cox-oder-Der-Lauf-d/Das-Erste/Video?bcastId=339944&documentId=38639036

http://www.zeit.de/2016/47/cox-oder-der-lauf-der-zeit-christoph-ransmayr-roman/komplettansicht

164. Of… of moesten op deze ruisende regenochtend aan de ri­vier, althans voor de duur van deze audiëntie, alle aanwezigen daadwerkelijk op elkaar gaan lijken, ja zelfs gelijk worden – ge­lijk volgens de wetten van een vervliegende tijd, geldig tot aan de buitengrenzen van deze ruimte, een tijd die uiteindelijk niet alleen elk onderscheid tussen mensen ophief, maar ook tussen de organische en de anorganische natuur, tussen elk ding en elk wezen, elk wezen dat ooit een gestalte had aangenomen of nog zou aannemen?

Wat bleef er uiteindelijk over van een ster, van een zon met een hele zwerm planeten, asteroïden, manen en meteorieten, en met licht dat miljarden jaren geleden ontvlamd was? En hoe zat het met al die andere hemellichten, die in de toekomstige eeu­wigheden zouden opvlammen en in de onverbiddelijke loop van de tijd weer zouden ontploffen tot een zwerm naamloze deeltjes, atomaire bouwsteentjes, die in een onbegrijpelijk verre toekomst en onder druk van geweldige krachten die ons voorstellingsver­mogen te buiten gaan, weer tot nieuwe elementaire vormen aan elkaar zouden kunnen klonteren, om gestaag tollend aan te was­ sen tot gestalten van nog nimmer geziene omvang, nog nimmer geziene schoonheid of lelijkheid… En dit alles slechts om na het einde van hun bestaanstermijn weer terug te zakken in onzicht­baarheid, in de allerdiepste duisternis?

De vrijheid om te glimlachen genoot slechts één van de vier rond deze vuurschaal geschaarde mannen. De andere drie zaten sprakeloos, ademloos van eerbied aan een murmelend voorbij­ stromende rivier: op zonniger ochtenden doopte de keizer aan deze oever zijn kalligrafeerpenseel in het water om daarmee ge­dichten op de gladde stenen te schrijven. De woorden verdamp­ten onder de opstijgende zon en gaven de steen weer vrij. Zo schreef de keizer en zag zijn schrift weer verdwijnen. En schreef verder.

Het regent, zei Qiánlóng nu zo zacht alsof hij de van het dek­ zeil omlaag ruisende watermuziek en het gemurmel van de rivier niet wilde storen. Het regent.

Koen Peeters, De mensengenezer.

26 april 2017

Koen Peeters, De mensengenezer.

uiting. De Bezige Bij 2017

Alweer een mooi geconstrueerde roman van de auteur die zijn eigen zoektocht en die van zijn mensengenezer ingenieus weet te verstrengelen als de nucleotiden van het DNA dat bij alle mensen gelijk is.

61. ‘Je moet leren zoeken naar de bron, niet naar de waarheid.’

116. Ik las hoe Ignatius’ wezen in de diepte veranderde door een boek te lezen. Dit leek nu ook met mij te gebeuren: iemand sprak tot mij, in mij. Toen ik uren later het gras van mijn kleren klopte dacht ik: ik moet hier onmiddellijk weg, ik moet het nu beslissen, ik moet de schuld afkopen. De schuld van mijn ouders, mijn oom, van die honderdduizend soldaten.

Me opofferen.

Ik moest het verdriet van de wereld repareren. Ik wilde eindelijk iets doen wat onbesmet en volmaakt was.

Ook al was ik zelf nooit, op geen enkele wijze, vroom of godsdienstig geweest, ik ontdekte in mij een nieuwe, onbekende edelmoedigheid. Ik bad nooit, maar dit was onmiskenbaar een onbaatzuchtig verlangen naar een hoger goed. Niet dat onaffe gedoe van mijn jeugd en mijn afkomst. Zeker niet het kwezelachtige gedoe in de kerk. Maar misschien zou ik mensen kunnen genezen.

224. ‘Elke generatie begint opnieuw met het uitvinden van de mensheid, maar in elke cultuur is er altijd verminking.’

‘Altijd?’

‘Ja, altijd. Altijd en overal.’

282. Maar om in trance te raken moet je eerst doen alsof.

284. De handen, je hoofd en je hartslag hebben een eigen ritme, en de trance doorbreekt dat. Goede trommelaars halen je uit het evenwicht. Je neemt afstand van jezelf, de trance betovert je. Het is gevaarlijk. Men zegt: “Zie dat je er niet in blijft.”’

291. ’Genezen, de mensen genezen. Mensen genezen pas als ze de genezer herkennen, en als je niet oplet en het teken niet geeft heb je de genezer pas herkend als het al te laat is, ai.’

303. Ik besefte heel goed dat mijn hele reis slechts zogenaamd over krokodillen ging. Meer nog was dit mijn zoektocht naar de zoektocht van Remi. Hoe die wilde leren mensen te genezen, en daarmee zichzelf genas, of was het omgekeerd. Of ook hoe verhalen mensen drijven en begeesteren, en zelfs resoluut hun leven kunnen sturen.

Georges Simenon, Onbekenden in het huis.

12 april 2017

Georges Simenon, Onbekenden in het huis.

uitg. De Bezige Bij 2016

Knap opgebouwde psychologische roman van een meesterlijke observator, uit 1940!
‘Wij geloven allen, zonder uitzondering, graag in uiterlijke schijn, in de oppervlakkige werkelijkheid die ons omringt en het valt ons moeilijk voor te stellen dat er onder die geruststellende buitenkant een verborgen leven bestaat dat…’ (37)
Het waren allemaal mensen die weinig zeiden. Ze dronken hun glas. Ze staarden voor zich uit. De woorden legden meer gewicht in de schaal omdat ze schaars waren en omdat degenen die ze uitspraken ongeveer alles wisten wat er te weten viel. (221)

« Vorige berichten Volgende berichten »