knee compression sleeve

Er is nog zo veel dat ongezegd is. (Rutger Kopland)

Dupslog
Dupslog

Archief

Berlijn, Mijn Duitsland, Good Bye Lenin, Polen en nog zijn we niet verloren…

26 juni 2007

Mazurek D?browskiego is het nationale volkslied van Polen
van de hand van Jà?zef Wybicki uit 1797.

Het gaat mij vooral om die eerste regel.
'?Jeszcze Polska nie zgin??a: Nog is Polen niet verloren!'?
Dat heeft iets van dat andere volkslied:
'?Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,'?'?

Mensen die dit soort volksliederen koesteren, mankeren iets. Zij lijden aan een onduidelijk maar schrijnend, rancuneus en eeuwigdurend gevoel van woede en verongelijktheid wat ze zichzelf hebben aangepraat. Het gaat steevast om een mythisch verleden waarmee ze zich gaarne laten opzwepen tot grootse heldendaden, voor eigen gebruik, in de keuken, bij de haard of voor tv bij voetbalwedstrijden of andere oorlogsspelletjes.
Dit soort volkscultuur is pijnlijk provinciaal, in zichzelf gekeerd en wezenlijk angstig voor wat onweerstaanbaar komen zal.
Dit soort liederen is als roepen in het donker, 's nachts kouder dan buiten, eigen aan mensen die zichzelf zien als een eeuwige underdog, de keffende kuitenbijters die als alternatief ook wel eens de eigen staart beproeven.
Blaffen tegen de maan terwijl de karavaan onverstoorbaar verder trekt.

Lees verder »

Archief

Google is watching you – De totalitaire ambities van Google

24 juni 2007

Een bijzonder boeiend artikel van Aart Brouwer en de interessante discussie bij De Groene Amsterdammer noopt tot grondige reflectie:

Het ooit zo studentikoze Google is uitgegroeid tot een multinational die voorop loopt in de strijd om de 'totale informatie'. Ook in ander opzicht heeft de zoekmachine de leiding genomen: Google is van alle datahandelaren de grootste privacyschender.

Discusseer mee over de toenemende invloed van Google
Bekijk ook de discussie op www.frankwatching.nl over dit artikel

Overwegingen bij de lectuur en discussie over de invulling van George Orwells 1984 in het reëel bestaande ‘Big Brother’-socialisme van vandaag en morgen vind je onderaan de citaten uit het artikel van Aad Brouwer.

Lees verder »

Archief

Filosofie Magazine, Ger Groot: ‘In de opvoeding vertegenwoordigt de vader de wet en de moeder de liefde’.

15 juni 2007

Volgens Ger Groot – filosoof aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit – verwaarlozen vaders hun klassieke vaderrol, met als gevolg ontsporende kinderen. ‘In de opvoeding vertegenwoordigt de vader de wet en de moeder de liefde. Die binding is sterker dan de eenentwintigste-eeuwse mens graag zou willen.’

(...)

‘In het kapitalisme heeft de prestatiemoraal de plaats ingenomen van de arbeidsmoraal. Er wordt sterk de nadruk gelegd op productie, waarbij competitie dan het middel is om “het beste uit mensen te halen”. Een neoliberaal thema. Daarbij wordt vergeten dat competitie ook een probaat middel is om het slechte in de mens naar boven te halen. Op het moment dat je mensen systematisch onder druk zet, doordat je ze alle zekerheden ontneemt – zoals een vaste baan – dan haal je daar misschien op bepaalde terreinen een zekere winst mee, maar tegelijkertijd verlies je de morele evenwichtigheid van mensen. Dat wreekt zich onder andere in het feit dat we eigenlijk constant overspannen zijn. Hierdoor bouw je een continue gevaar voor explosie in de psyche in.’

Filosofie Magazine 5/2007

Archief

Etienne Vermeersch: Hoofddoek als stoorzender

1 juni 2007

Nu binnen sp.a een schitterende vorm van Nabuki theater wordt opgevoerd in de strijd om de kiezer met islamitische achtergronden is het passend en recht verstandige mensen het woord te verlenen die de kern van het debat kunnen en willen schetsen.

Verlost van rivale Mimount Bousakla mag Anissa Temsamani van haar baas een groteske poging opvoeren tot recuperatie van de allochtone stemmen met een islamitische achtergrond. Ongeëvenaard in de socialistische cultuur – Johan is dan ook een ‘atypische socialist’ – mag ze de eigen Antwerpse burgemeester publiek pakken en uitdagen.
Van haar vroegere werkgever en huidige partijchef mag zij eisen dat de Patrick op zijn ‘foute’ college-beslissing terugkomt. Janssens moet het verbod terugdraaien op uitingen van religieuze, politieke of filosofische overtuigingen bij zijn personeel in een openbare functionele relatie met de burgers van de stad.
Een ferme sneer vanuit Oostende aan het kleur- en kopschuwe stemmenkanon van de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen.

Het is me daar wat aan de top van de Antwerpse sp.a lijst.
Bezige Bij Maya – nog altijd ongelukkig om haar derde plaats achter Christine Van Broeckhoven, die nog voor ze als een duif uit de doos kon worden getoverd, reeds versmacht werd.
Temsamani alweer als een vrouwelijke Ikaros op vleugels dank zij de westenwind uit Oostende.

Terwijl de zogenaamde kopstukken onderaan de lijst de luwte afwachten na de storm en de gediplomeerde en aankomende slippendragers lekker beschut in de opvolgerskistjes liggen te wachten op beter weer.

Want averij zal de Antwerpse sp.a oplopen, zoveel is wel zeker.
En niet alleen in de koekenstad.

Opinie pagina De Standaard vrijdag 01 juni 2007

Hoofddoek als stoorzender

VOORKEUR VOOR MOSLIMA’S ZONDER HOOFDDOEK

Etienne Vermeersch is het niet eens met Emine Erturk die respect vraagt voor haar hoofddoek. Dit antwoord is niet bedoeld als negatieve kritiek, zegt Vermeersch, maar als een poging tot dialoog.

Dierbare Emine Erturk,

Sta mij toe in een geest van dialoog een persoonlijk antwoord te schrijven op uw ‘Noodkreet’ (DS 29 mei). Ik ben geboren in een diep gelovig gezin en heb mijn humaniora in een katholieke school doorgebracht. Daarna ben ik vijf jaar kloosterling geweest en heb zo tot mijn 24 jaar een jezuà?etentoga gedragen. Ik had daar volledig vrij voor gekozen. Ik geloof u dus zondermeer als u uw keuze voor de hoofddoek verdedigt en ik respecteer u daarin, zoals ik ook mijn eigen keuze van vroeger niet verloochen. Ik heb toen, zoals u nu, eerlijk gedaan wat ik meende te moeten doen.

Dat respect belet mij niet overtuigd te zijn dat ik het toen verkeerd voor had en te suggereren dat dit nu met u misschien ook het geval is. Hoe vrij onze keuze ook is, ze is beà?nvloed door een conditionering in onze opvoeding. Ik ben daar uiteindelijk na vele jaren aan ontkomen'? Maar meningsverschillen hoeven ons niet uit elkaar te drijven. We kunnen pogen elkaar te begrijpen of eventueel te overreden. Laat het volgende duidelijk zijn: ik ben tegenstander van een verbod van de hoofddoek in het openbaar leven, hoewel ik het beter zou vinden dat mensen niet voortdurend voor hun godsdienst uitkomen.

Ik pleit echter wel voor een hoofddoekverbod bij het uitoefenen van bepaalde functies. Deze voorkeur voor neutraliteit in sommige contexten is niet tegen de islam gericht. In het begin van de jaren zestig streden we voor de afschaffing van de verplichting om bij het afleggen van een eed te moeten vermelden: ‘zo helpe mij God’. Achttien jaar geleden eiste ik in een scherp artikel het verwijderen van kruisbeelden uit de rechtbanken. Openbare instellingen waar macht of invloed wordt uitgeoefend, moeten immers vrij zijn van elke wereldbeschouwelijke symboliek. Niet omdat men anders noodzakelijk partijdig is, maar vanuit de optiek dat we zelfs de kans op een vermoeden van partijdigheid moeten uitsluiten.

Onder deze regel vallen allen die invloed of macht hebben in rechtbanken, overheidsinstellingen en ook scholen en universiteiten. De hoofddoek bij leerlingen vergt een andere discussie. De vraag is dus niet of een persoon met een kruis of een hoofddoek al dan niet het werk goed kan doen. De vraag is of die voldoende respect opbrengt voor zijn medeburgers om hen niet te confronteren met bovengenoemd ‘vermoeden’, zelfs al zou dit maar bij 10 procent van hen het geval zijn.

U vraagt: waarom iets opgeven, enkel omdat het ‘stoort’? Wel, ik heb een hekel aan dassen. Toch draag ik soms een das om mensen niet te ‘storen’. Bij hevige warmte draag ik liever shorts. In sommige moslimlanden zou ik dat niet doen omdat dat daar ‘stoort’. Om dezelfde reden doe ik ook mijn schoenen uit als ik een moskee bezoek en zet ik een keppeltje op in een synagoge. Maar bij officiële contacten met burgers gaat het niet alleen om ‘storen’: men moet het vermoeden van partijdigheid onmogelijk maken.

Tot in de jaren vijftig moesten hier de vrouwen in de kerk het hoofd bedekken; de mannen mochten dat niet. Misschien vond niet iedereen dat prettig, maar ik heb daar nooit horen over klagen. Ik neem aan dat sommige moslima’s liever een hoofddoek dragen (zoals ik liever geen das draag). De vraag is echter waarom ze het zo dramatisch vinden daar soms afstand van te moeten doen. Als, zoals u schrijft, de hoofddoek gewoon een stuk kledij is, ‘zoals een sok of een trui’, waarom dan die intense gehechtheid eraan?

Het antwoord hierop legt een zekere contradictie in uw betoog bloot. U beklemtoont dat het voor u niet gaat om een symbool van uw moslima zijn, maar even verder verwijst u toch naar de koran als handleiding voor het bedekken van het lichaam. En inderdaad, als je aan moslima’s vraagt waarom ze de hoofddoek dragen, dan antwoorden ze meestal: ‘omdat God dit van mij vraagt’. Zolang dit antwoord bij de grote meerderheid subjectief aanwezig is, kan men niet loochenen dat de hoofddoek objectief symbool staat voor een bepaalde houding tegenover de koran.

En daar wordt het moeilijk. U spreekt met sympathie over de erkenning van de holebi’s. Terecht. Maar u weet toch dat volgens de koran homoseksualiteit een verderfelijke zonde is. U weet toch dat de meeste moslima’s die een hoofddoek dragen, ook in dat opzicht de koran volgen. Tik bij Google: islam homosexuality in en bezoek de eerste honderd moslimsites. Behalve één enkele, van moslimhomo’s, leggen ze alle uit dat de islam dit gedrag verafschuwt. Als u ooit als arts homo’s moet behandelen, mogen zij dan, op grond van uw hoofddoek, niet vrezen dat u de islamopvatting over homoseksualiteit deelt, dat ze dus ‘worse than animals’ zijn? Of gaat u telkens uitleggen welke stukken van de koran u aanvaardbaar vindt en welke niet?

Het spijt me, maar van moslima’s die dit boek volgen in verband met kledijvoorschriften, verwacht men toch normaal dat ze het ook in belangrijker materies respecteren: bijvoorbeeld inzake homoseksualiteit, gehoorzaamheid aan de echtgenoot, halve erfenis voor de vrouw, enzovoort. Aan de algemene symboolwaarde, die u loochent, kunt u, ondanks uw heel eigen opvattingen, niet ontkomen. U staat voor een onoverkomelijk dilemma. Ofwel is de hoofddoek een kledingstuk dat u graag draagt, zonder enige symboolwaarde. Maar waarom er dan zo hardnekkig aan vasthouden? Ofwel draagt u die op grond van enkele koranverzen en dan is het symboolaspect evident: trouw aan een traditionele interpretatie van de koran. Maar die verzen worden ook nog anders uitgelegd: volledige bedekking van het gezicht. Moeten we dan ook een lerares met een burka of niqab in de klas toelaten, zoals onlangs in Engeland werd geëist? Moeten we aanvaarden dat moslima’s weigeren een hand te geven? Waar stopt dat eigenlijk?

Ik herhaal het; ik respecteer u en ook uw mening, hoewel ik die verkeerd vind. Maar mag mijn voorkeur uitgaan naar moslima’s die geen hoofddoek dragen, mede omdat ik in hun benadering meer hoop zie op een open interpretatie van de koran en dus op een moderne islam?

Salaam Aleikoem.

Etienne Vermeersch

Herlees de bijdrage van Emine Erturk op www.standaard.be/meningen

De Standard 28 mei 2007 Noodkreet van een moslima.

EMINE ERTURK voelt zich goed bij het dragen van haar hoofddoek. Ze verwacht niet dat iedereen dat begrijpt, wel dat ze haar keuze respecteren. Zoals ze ook wil dat de keuze wordt gerespecteerd van wie geen hoofddoek wil dragen.

Help, help, help!

Dit is een noodkreet van een moslima die onderdrukt wordt, gestigmatiseerd wordt, benadeeld wordt, genegeerd wordt,'? niet door haar geloof, niet door haar vader of broer. Wel door diegenen die haar willen onderdrukken uit ‘bezorgdheid’ dat ze wordt onderdrukt en dit allemaal omdat ze een hoofddoek draagt.

Waarom kunnen mensen niet verder kijken dan die hoofddoek? We hebben geleerd om verder te kijken dan de huidskleur, wordt het dan ook geen tijd om verder te leren kijken dan de kleren? Naar de persoon. Er wordt van alles gezegd en gedaan voor ‘mijn bestwil’ de laatste tijd, maar is het niet beter dat ik spreek in mijn eigen naam en zelf beslis wat het beste is voor mij?

Ik ben meer dan die ‘gehoofddoekte’, laat u niet blinddoeken, durf verder te kijken dan de kleren. En ja, zo zie ik ook mijn hoofddoek, als een deel van mijn kleding: niet als symbool dat mijn moslim-zijn in de verf moet zetten of als teken van fundamentalisme. Een sok, een trui, een hoofddoek, het zijn allemaal kledingstukken voor mij. Het is één manier om de hoofddoek te beleven. De ene draagt het omdat het een emancipatorisch effect heeft, de andere uit religieuze identiteitsbeleving, nog een andere uit traditie of gewoon omdat ze het mooi vindt. Daarom ben ik van mening dat het noch aan de staat noch aan de politici noch aan mij is om aan het dragen van een hoofddoek een universele betekenis toe te kennen want die bestaat niet.

Het argument dat de hoofddoek en neutraal denken niet kunnen samengaan, overtreden politici zelf, door hun eigen interpretatie van de hoofddoek te promoten als dé definitie, zogezegd hét teken van onderdrukking. Ik vraag u om voorbij de huidskleur, het ras, het geloof, de kleding en de geaardheid van een mens te kijken. Is het dan niet contradictorisch om te zeggen dat ik, net door het dragen van mijn hoofddoek, niet neutraal zou kunnen handelen? Neutraliteit is een manier van denken, die geen kleur of vorm heeft, die niet aansluit bij een of ander gedachtegoed en die zeker niet kan geuit worden door middel van kleding.

Ik voel me goed bij het dragen van mijn hoofddoek. Ik weet dat dit niet voor iedereen even begrijpbaar is, maar dat verwacht ik ook niet, het enige wat ik wel verwacht is respect. Ik kan mij soms ook moeilijk inleven in andermans situaties, maar dat geeft mij niet het recht om te zeggen dat wat ik doe ‘het juiste’ is. En zoals ik respect vraag voor het dragen van een hoofddoek, vraag ik evenzeer respect voor diegenen die hem niet dragen. Ze hebben er evenveel recht op!

Ik probeer gewoon mijn geloof te beleven op mijn manier. Mijn geloof is de leidraad van mijn leven, beperkt zich niet tot mijn huiskamer maar is de drijfveer van alles wat tastbaar en ontastbaar is: de zon, de maan, zuurstof , water, vuur, aarde, wetenschap, muziek, de mens'? mijn goed gevoel.

Als moslim heb ik de handleiding voor mijn leven, de Koran. En zo meen ik dat het bedekken van mijn lichaam, inclusief het dragen van een hoofddoek, een aandachtspunt is in die handleiding dat ik wil volgen en dat mij de kans biedt om verder te kijken dan het uiterlijk bij de mensen. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat, als ik mijn hoofddoek afdoe, ik minder moslim of minder mens zou zijn. Maar waarom zou ik iets opgeven waar ik mij bij goed voel? Omdat het andere mensen stoort of omdat het niet past in het straatbeeld, in de samenleving? Ben ik dan het probleem of zijn zij het die ‘het andere’ niet kunnen verdragen?

Vlamingen zijn nu ‘gewoon’, maar dit is niet altijd zo geweest. We moeten niet ver in de geschiedenis gaan kijken om te beseffen dat ook de Vlamingen ooit ‘anders’ werden bekeken en behandeld. Hoe kunnen we die tijden vergeten, de strijd die is gevoerd om verder te blijven bestaan zonder de Vlaamse eigenheid te verliezen? Is het dan zo onbegrijpelijk dat ik ook wil meetellen? Niemand krijgt de keuze om te bepalen waar hij geboren wordt of wie zijn ouders zullen zijn, maar hoe we ons leven voortzetten is wel een keuze. Net zoals mijn keuze voor het dragen van een hoofddoek, waardoor ik – blijkbaar – automatisch behoor tot een minderheidsgroep. Maar dat neemt niet weg dat ik het recht heb om erkend te worden in mijn eigenheid. Een heel mooi voorbeeld hiervan zijn de holebi’s. De houding van 20 jaar geleden tegenover hen is niet meer de houding van nu. Maar dat is het resultaat geweest van intense sensibilisering en campagnevoering, waar de staat aan heeft meegeholpen.

Waarom nu geen campagnes voeren om de ‘hoofddoek’ aanvaardbaar te maken? De tv-zender Eén toont zijn verdraagzaamheid met reclamespotjes waarin we bejaarden samen zien zwemmen, mensen samen een Afrikaanse dans zien doen, een holebi-huwelijk. Daar kon evengoed een vrouw met hoofddoek bij, niet? Hoe betreurenswaardig is het dan niet dat we juist het tegenovergestelde constateren. De hoofddoek wordt verbannen: op school, aan het loket, in overheidsdiensten en ook in de privé-sector mag hij liefst niet te veel zichtbaar zijn. Vergeten we dan niet dat er onder die hoofddoek een persoon zit? Wil dat zeggen dat we een bepaalde groep mensen gaan verbannen?

Even betreurenswaardig vind ik het dat er nog altijd meisjes en vrouwen zijn die tegen hun wil een hoofddoek moeten dragen. Het is niet omdat ik mijn hoofddoek uit vrije wil draag dat iedereen dat doet, daar ben ik mij absoluut van bewust. Maar zij vormen eerder de uitzondering dan de regel, zeker in België, staar u daar niet blind op. De situatie in moslimlanden is absoluut niet te vergelijken met België. Onderdrukten, ze zijn er ook en daar moet iets aan gedaan worden. Maar is een verbod op de hoofddoek de oplossing?

Laten we stellen dat we de hoofddoek verbieden en zo die vrouwen en meisjes verlossen van één deel van de druk waaronder ze staan, is het dan opgelost? We moeten veel dieper gaan. Het probleem zit niet bij de vrouw die de hoofddoek draagt maar bij diegenen die haar onderdrukken.

Die personen mogen hun geloof niet als schild gebruiken voor hun eigen doeleinden, dit moet hen duidelijk worden gemaakt. Het argument dat de meesten aanhalen dat het dragen van een hoofddoek in de Koran vermeld staat, is geen excuus om anderen te onderdrukken. Er staat ook duidelijk in de Koran dat er geen dwang is in de islam! Wat is de waarde van een hoofddoek die je draagt onder druk, is dit Allahs wil? We moeten met hen de confrontatie aangaan en hen aantonen dat geen enkele manier van onderdrukking kan gerechtvaardigd worden in naam van de islam.

Het dragen van mijn hoofddoek heeft mij niet tegengehouden om mij ‘te integreren’. Ik wil ook maar gewoon mijn studie afmaken, mijn steentje bijdragen aan de maatschappij als arts en een gezin stichten. Wist u dat ‘integreren’ twee betekenissen heeft? Van Dale zegt: ‘in een eenheid opgaan’ en ‘in een geheel doen opgaan’. Opgaan en doen opgaan in een geheel, het moet dus van twee kanten komen. Ik heb het grote geluk gehad dat ik de mogelijkheid heb gekregen om in al mijn eigenheid op te gaan in het geheel. Het kan.

Emine Erturk is een 24-jarige studente geneeskunde.

Archief

Luc Bonneux: Waterschaarste heeft niets te maken met opwarming.

31 mei 2007

uit ‘Morele Paniek’ in Pinnekesdraad, Medisch Contact, 62 p. 857

‘Wij leven hier goed bij de genade van de Golfstroom, en die is het eindresultaat van chaos door temperatuurverschillen in woelend zeewater, met de akelige neiging om in geologische tijd zo wispelturig te zijn als een puber met hormoonopstoten. Onberekenbare en onvoorzienbare vicieuze cirkels kunnen grote hoeveelheden broeikasgassen op catastrofaal korte perioden vrijmaken, dooi kan zichzelf versterken. Dan mag de Randstadbewoner drijvers onder zijn caravan monteren. (...)

De morele paniek over overmorgen is een schamel excuus voor blikvernauwing die de schande van vandaag negeert. De orkaan Katrina die New Orleans platlegde, is een uitstekend voorbeeld. Of opwarming meer en heviger orkanen verwekt, is volslagen onbekend. Maar wat zeker is dat als New Orleans in Nederland lag, dit nooit was gebeurd. De dijken waren zo slecht, dat het gewoon wachten was op de eerste de beste normale orkaan die het verkeerde pad nam.

Malaria was een groot probleem in Nederland, tot zo kort geleden als de honger­winter. Het voortbestaan van malaria als gesel heeft niets te maken met opwarming, maar wel alles met corruptie en wanbeheer in zwakke staten. Vandaag is 75 procent van alle sterfte aan malaria te vermijden; gemakkelijk én betaalbaar. Meer dan één miljard mensen hebben nog geen toegang tot zuiver water. Dagelijks lopen achttien miljoen meisjes over en weer naar de verre bron. Waterschaarste heeft niets te maken met opwarming. Nu niet en straks niet. Het heeft alles te maken met macht. Ontwikkelingshulp mag in de Sahel een putje boren op een onbereikbare plaats. Zo kan de caà?d in het dorp woekerprijzen blijven vragen voor water uit de put in het dorpscentrum.

De levensverwachting in heel zwart Afrika is lager dan vijftig jaar. Technologisch en financieel bestaan alle mogelijkheden om de levensverwachting ieder jaar met meer dan een jaar te doen toenemen. De voorspellingen tot 2020 voorspellen blijvende stagnatie. De ongemakkelijke waarheid is dat dit wordt opgevoerd op subsidieaanvragen, maar dat het verder niemand interesseert.

Archief

Lieven De Cauter '? Giorgio Agamben en de leestips voor de premier.

29 mei 2007

Lieven De Cauter '? Giorgio Agamben en de leestips voor de premier.

Leestips voor de premier. De Standaard Letteren 25/5/207

Lieven De Cauter heeft een leeslijstje gemaakt voor de toekomstige premier van dit land.
Zijn tips zijn me uit het hart gegrepen. Giorgio Agamben, Homo Sacer: de soevereine macht en het naakte leven, heb ik destijds op zijn aanraden doorploegd.
Tal van stapstenen heb ik erin gevonden om doorheen het partijpolitieke moeras te kunnen waden.
Bij zijn lijstje wil ik nog een addendum voegen: Maria Vargas Llosa, Het feest van de bok, waarin deze de ziekelijke mechanismen van de macht analyseert aan de hand van de Dominicaanse dictator Trujillo, een must voor potentiële heersers waarvan je alleen maar kan hopen dat ze Machiavelli's Il Principe begrepen hebben.

Maar een antwoord op de vraag naar leestips voor een premier is niet makkelijk.
Wie is die premier en wat wil hij?
Op het tweede deel van de vraag is het antwoord makkelijk: de macht en niets dan de macht, zo helpe hem'?
Op het eerste deel kunnen we gokken. De kiescampagne is ontiegelijk mat omdat de coalitie zoals op Vlaams niveau een rooms-paarse evenwichtsoefening zal worden op de troon van de macht waar iedereen mekaar moet vasthouden om de happende blokkodillen te ontwijken. Sommige politici hebben zichzelf kwansuis in de aanbieding geplaatst, bereid het leed te dragen dat hen zal worden aangedaan.
Misschien zijn er premiers en politici die nadenken over de problemen van de samenleving, die verder reiken dan de ijzeren wet van het behoud van de macht waaraan ze zich onderwerpen. Misschien slagen sommigen er zelfs in te reflecteren over Roberto Michels' 'Ijzeren wet van de Oligarchie': alle organisatievormen, onafhankelijk van het democratische of autocratische gehalte in het begin, worden onvermijdelijk oligarchisch omdat de leiders het behoud van de eigen macht nastreven '? zelfs in familiale dynastieën – en daarbij steunen op de dankbaarheid van de geleide groep en de passiviteit van de massa.
Een vrijwillig afstand doen van de macht als die verrot aan je lijf en leden kleeft, is geen makkelijke optie. Het leidt tot dreigende kaken van krokodillen uit de eigen rangen die bij de eerste gelegenheid je politiek gelanceerde nakomelingen rauw willen verscheuren.
Rest natuurlijk nog de optie van gouverneur van een verre provincie of een exotische dan wel artistieke kolonie.

Lieven De Cauter, filosoof en schrijver:

Een absolute must is Homo sacer: de soevereine macht en het naakte leven, van Giorgio Agamben. Tegen de uitzonderingstoestand en tegen de biopolitiek.
Alarmerend en baanbrekend. Politieke theorie voor deze tijd.
Maar omdat de premier weinig tijd zal hebben, ook twee korte interventies, maar wel verplichte lectuur: het dit jaar door Jean Bricmont samengestelde Cahiers
de l'Herne over Chomsky.
Het stuk over vrije meningsuiting is een glashelder pleidooi tegen alle beperkingen ervan. Het zal de eerste minister meteen doen besluiten dat het debat over de antiterrorismewet dringend heropend moet worden en er maatregelen nodig zijn tegen het viseren van activisten.
Ook aan te raden is de bundel Brussels – a manifesto. Towards the capital of Europe, een vurig pleidooi om van Brussel nu eens echt de Europese hoofdstad te maken. Het zal de premier doen inzien dat daar werk van gemaakt moet worden, los van alle krakeel
over België en de verdere staatshervorming.
Als er nog tijd is voor bedliteratuur: 'De oorlog van het einde van de wereld' van Mario Vargas Llosa, een werk van een onvoorstelbare epische adem en een waarschuwing avant la lettre tegen (christelijk) fundamentalisme en religieus fanatisme. En een goede hulp om in te zien dat cultuurvermenging van alle tijden is, is Amin Maaloufs Leo Africanus.
Tot slot Het zwarte boek van Orhan Pamuk, een ode aan de stad en aan Istanbul in het bijzonder. Elke zin ervan is grote literatuur.

http://www.janvanduppen.be/?p=84

Giorgio Agamben, Homo Sacer, De soevereine macht en het naakte leven. 1995 -Uitg. Boom 2002

16: Het verval van de moderne democratie en haar geleidelijke verschuiving in de richting van totalitaire staten in de postdemocratische spektakelmaatschappijen (Tocqueville) hebben mogelijk hun wortels in de aporie (het radeloze onvermogen om het probleem op te lossen), die het begin van de democratie markeert en haar tot een geheime medeplichtigheid met haar meest verbeten vijand dwingt.

Lees verder »

Archief

Dirk Van Esbroeck – Fernando Pessoa – Pablo Neruda

28 mei 2007

Kom niet tegenover me zitten, niet naast me, kom niet naar me toe;
Kom niet met me lachen of praten.
Ik ben alles moe, ik ben moe
En wil alleen slapen.

Fernando Pessoa. Dirk Van Esbroeck 1946 '? 2007

Cuando yo muera quiero tus manos en mis ojos:
quiero la luz y el trigo de tus manos amadas
pasar una vez más sobre mì su frescura:
sentir la suavidad que cambià? mi destino.

Pablo Neruda

Pablo Neruda, ‘Cien Sonetos de Amor’ , 1959

SONETO LXXXIX

Cuando yo muera quiero tus manos en mis ojos:
quiero la luz y el trigo de tus manos amadas
pasar una vez más sobre mì su frescura:
sentir la suavidad que cambià? mi destino.

Quiero que vivas mientras yo, dormido, te espero,
quiero que tus oìdos sigan oyendo el viento,
que huelas el aroma del mar que amamos juntos
y que sigas pisando la arena que pisamos.

Quiero que lo que amo siga vivo
y a ti te amé y canté sobre todas las cosas,
por eso sigue tú floreciendo, florida,

para que alcances todo lo que mi amor te ordena,
para que se pasee mi sombra por tu pelo,
para que asì conozcan la razà?n de mi canto.

LXXXIX

‘k Wil als ik sterf jouw handen op mijn ogen:
het licht en ‘t graan van jouw geliefde handen,
hun frisheid nog eens langs mij voelen strijken:
de zachtheid voelen die mijn leven wendde.

‘k Wil dat jij leeft terwijl ik, slapend, wacht,
dat je de wind blijft horen in je oren,
de zee blijft ruiken die ons beiden lief is,
het zand dat wij betraden blijft betreden.

‘k Wil dat al wat ik liefheb voort blijft leven,
jou had ik lief, bezong ik boven alles,
blijf jij daarom in bloei, mijn bloeiende,

opdat je wat mijn liefde wil, bereikt,
opdat mijn schaduw door je haren wandelt,
opdat men zo de grond kent van mijn zang.

Vert. Catharina Blaauwendraad, uitg. Prometheus

Archief

MO* – Mondiaal Magazine – Een beetje twijfel.

8 april 2007

MO* – Mondiaal Magazine – Een beetje twijfel.

www.mo.be

MO* Mondiaal Magazine is met een archief van ruim 10 jaar een vaste journalistieke waarde geworden, met veel te weinig weerklank in Vlaanderen, ondanks de vaak boeiende thema's.
MO* is absoluut de moeite, al was het maar om de soms controversiële standpunten van de oude generatie rechtgelovigen in het lijden van de medemens dat de ander tot goedheid moet drijven of tenminste tot solidariteit hoopt te bewegen.
Het eigen discussieforum lijdt echter aan de leegte van een ijdel vat vol tegenstrijdigheden.
Vaak klinken de oude waarden als laatste anker in een wereld die zich lijkt te verhullen.
'Wie goed doet, goed ontmoet' '? was het devies dat velen voor zich uitdroegen wanneer ze enkele jaren van hun leven besteedden aan missioneren, in de grote traditie van 'Vlaanderen zendt zijn zonen (en dochters) uit'. Maar dit bleek dikwijls een gazen sluier of een burka raster waaronder West-Europese ontwikkelingshelpers in de toenmalige derde wereld om zichzelf draaiden en keerden.
Ontwikkelingshulp werd in de loop der tijden steeds meer gesofisticeerd: van Gods woord over scholing en infrastructuur tot ontwikkelingshulp en steun aan de gewapende strijd. Tegenwoordig zijn er zelfs nieuwe categorieën te leasen zendelingen in marketing, management en kunstvoorwerpen. Is dit als antwoord bedoeld op de vaststelling dat er na al die jaren investeringen van veel geld, mensen en opleiding, doorgaans geen beterschap te bespeuren blijkt? In de meeste Afrikaanse landen is de situatie vele malen erger dan 25 jaar geleden.
Maar na al die jaren intensieve campagnes en doorgedreven solidariteit beklijft de onbeantwoorde vraag naar het resultaat, hier en ginder.
'Doe wel en zie niet om' leidde dikwijls tot ontgoocheling en pijn, hier en ginder.
Zelden werd en wordt er omgekeken naar de toekomst waar we zoals de engel van de geschiedenis naartoe schrijden, terugdeinzend bij de aanblik van wat we hebben aangericht.
De gazen sluier van onze goedbedoelende maakbaarheidsideologieën en missioneringsdrang verhinderden een blik naar de toekomst achter ons.
De gevolgen zijn na al die jaren navenant.
'Een beetje twijfel' is het editoriaal van hoofdredacteur Gie Goris in MO* van april 2007.
Hij citeert Willy Brandt '?die ooit zei dat een vredespolitiek begint met het verwerpen van één enkele waarheid en het aanvaarden dat er meerdere waarden en  waarheden zijn. Vrede begint bij twijfel: 'Twijfel is productief. Ze stelt bestaande zaken in vraag. Ze kan sterk genoeg zijn om versteend onrecht te verbrijzelen. Twijfel was waardevol tijdens het verzet. Ze is taai genoeg om nederlagen te overleven en om overwinnaars te ontgoochelen.' Zou een heel klein beetje twijfel soms niet beter kunnen zijn? '?
Diezelfde twijfel zou ook meer aan bod mogen komen in MO*, waar nog te weinig het spel van de ware bedoelingen '? hoe cynisch helder ook '? gefileerd wordt.
'? De wereldpolitiek wordt vandaag teveel gedreven door het geloof dat de grote idealen van de mensheid '? democratie, algemeen welzijn, vrijheid, mensenrechten, menselijke waardigheid '? eenduidige begrippen zijn die simpelweg vanuit de westerse ervaring gedefinieerd kunnen worden. Bovendien geloven politici als George Bush en Tony Blair blijkbaar dat die eenzijdige visie met inzet van militaire superioriteit opgelegd kan worden. De chaos die regeert van Pakistan tot Palestina zou hen intussen de ogen geopend moeten hebben, maar er is voorlopig weinig dat daarop wijst.'?
Misschien is dit uitgangspunt noodzakelijk: naà?ef gespeelde verontwaardiging en verbazing van de goedgelovige om de goede bedoelingen van de andere en zichzelf. Zelfs wanneer het om de machtigen gaat in het politieke landschap thuis en in de wereld die met de chaos en het leed dat ze berekend creeëren enkel de belangen van hun eigen clan of politiek-economisch conglomeraat behartigen onder grote woorden van strijd tegen terreur, voor beschaving en democratie.
Misschien is zo'n gesluierde kokerblik onmisbaar om het beeld van zo’n verleden en heden voor onszelf draagbaar te kunnen maken.
Misschien is dat geloof in een moreel hooggeschat handelen van anderen en zichzelf onontbeerlijk om verder te kunnen leven bij de aanblik van wat mensen hebben aangericht, vaak met de beste – geventileerde – bedoelingen.
Misschien kan je geen mondiaal magazine maken wanneer die twijfel sterker wordt dan 'het beetje' waarover Gie Goris het heeft.
Teveel twijfel kan wellicht teveel pijnigen en tot stilstand leiden.
Zeker wanneer ambities drijven op invloed bij politieke structuren en besluitvorming omtrent internationale spanningen en ontwikkelingssamenwerking, federaal dan wel regionaal.
Op de markt van welzijn en geluk '? ook op de internationale markt van welzijn en geluk -  gelden uiteraard de wetten van iedere markt, nlk.  die van behoud van energie, van passie en van macht.
Daaraan helpt geen beetje twijfel.

Misschien kan een grondige cynische houding soelaas brengen voor de overlevenden opdat zij hun herinnering aan de overledenen draaglijk kunnen houden.

Een gezonde vorm van cynische rede is een houvast om een maatschappelijk en persoonlijk engagement te blijven voldoen voor mensen die reflecteren op hun positie in de samenleving of wat er van rest.
Wie niet behoedzaam reflecteert over de talloos nieuwe praatjes van politieke kopstukken, reclamegoeroes en vaak ook journalisten en publicisten, dreigt te verstikken in een omarming van een wurgslang.
'?En op de bodem van de diepe waters
wordt de globale aarde omkneld
door de gigantische wurgslang
zwelgend in het rituele slijk
allesverslindend en religieus verbindend.'?
Pablo Neruda, Canto general

Wanneer vluchten niet meer kan,
houden we elkander beter bij de hand
in de ochtendschemer '?
 

 

 

Archief

Liever 300 Leonidas pralines dan een '300' film!

4 april 2007

Liever 300 Leonidas pralines dan een '300' film!

Het lijken barre tijden te worden.
We worden om de oren geslagen met broeikaseffecten, tsunami’s, stijgend water, terroristen en warmer weer.
De Amerikaanse economie kreunt op haar knieën, leeft gruwelijk boven haar stand en bengelt aan het touw van de Chinese geldreserve '? intussen 1000 miljard US$.
Er hoeft niet veel te gebeuren of deze economische kaartenhuisconstructie stort in elkaar, hoe voorzichtig de Siamese tweeling ook manoeuvreren zal.
Maar er zijn andere mogelijkheden: een ferme investering in de oorlogsindustrie kan de overhellende balans in evenwicht krijgen. Een oorlog met Iran zou bijvoorbeeld soelaas kunnen bieden: de olieprijzen schieten omhoog, de Chinese economie dreigt op te drogen en vertraagt en de VS krijgt een militair bevochten adempauze, op kosten van de Volksrepubliek en vlijtige Wang, op bergen lijken langsheen de As van het Kwade.

Nu is oorlog '? liefst een eind buiten de deur – best een populair tijdverdrijf voor presidenten en generaals, een soort geforceerde herschikking van de wereldeconomie en een krachtige zweepslag om het eigen vee tot de orde te manen.
Maar de jonge stieren in de eigen veestapel dienen een beetje gemaand te worden, en uitgedaagd. Baltsgedrag moeten ze leren herkennen als een krijgshaftige pose.
Het helpt trouwens om het epidemisch overgewicht te reduceren.

Daarbij helpen geen pralines, zelfs niet die van Leonidas met echte roomboter.
Daarbij helpt wel een film over de '300 ' Spartaanse bonbons van Leonidas.
Zeker wanneer dit een verfilming is van een jaren '60 strip uit volle Koude Oorlog periode die wat aangepast werd aan de nieuwe vijanden.
Niet langer tegen de Rus maar nu tegen de Pers zoals 2500 jaar geleden.
In 480 aCn probeerden de Griekse stadsstaten de Perzische troepen van Xerxes tegen te houden bij de pas van Thermopylae.
Dat daar een paar duizend Griekse soldaten bij betrokken waren, naast de '300' Spartanen met Leonidas, wordt licht vergeten.
Dat daar nog eens een kleine duizend Thespianen uit Beotië meevochten, en 2000 Heloten '? Spartaanse slaven '? wordt niet vermeld.
Dat zij een achterhoede waren om 7000 andere Griekse soldaten de kans te geven te ontsnappen, wordt eveneens vergeten. Zij zullen nadien met Themistocles aan de houten muren werken waarmee de Perzen definitief verslagen worden in de zeeslag bij Salamis. Ook daarover geen hint bij de ‘300’.

'300' – propaganda mikt vooral op herkenning en het verlangen tot erkenning bij de potentiële troepen die enthousiast ten oorlog moeten trekken tegen de slechte, vermetele, verwijfde en vooral vreemde verraders die het wagen de eigen superioriteit te betwijfelen. Op de recente bijeenkomst van de Blood&Honour troepen te Mechelen werd naar verluidt ‘300’ reeds in avant-première getoond. Populair verdrijf in puberale middens.

In realiteit is de parallel met de Spartaanse staat en haar leiders in deze Amerikaanse oorlogspropaganda nog veel sterker.

De leugens die '300' ons moet oplepelen gaan niet alleen over de noodzakelijke oorlog, de offers die de US administratie zal eisen, maar ook over de heroà?sche kracht van de laconische moraal tegenover het theaterspel op de markt en in de schaduw van de stoa, de basis van onze democratie.  '300' is een ode aan het theater van de dictatuur: 'Viva la Muerte!' Terwijl precies die democratie borg staat voor de vitaliteit, de veiligheid en de wijsheid van een samenleving van mensen.

Dit werd fascinerend geanalyseerd door Roberto Calasso in De bruiloft van Cadmus en Harmonia.  Uitg. Wereldbibliotheek  http://www.janvanduppen.be/?p=110

In Sparta voltrok zich o.l.v. Lycurgus in een paar jaar een omwenteling die de politieke ontwikkeling van het heilige koningschap tot in onze dagen omvat. De soevereiniteit ging van een tweetal koningen, een geheimzinnige archaà?sche vorm, over op vijf eforen, een gloednieuwe vorm van absolute macht, onder het mom van de magistratuur die op haar beurt een priesterlijke oorsprong verving. De lange weg van de priester/koning tot het Politbureau vertrok zich in één enkele handeling. En de hoogst moderne onbeschaamdheid van die onderneming was zo adembenemend omdat men de bestaande vorm zogenaamd intact liet. Het was niet nodig de koningen onthoofden. Ze zouden hun ambt behouden, maar ontdaan van alle macht. Als ze een tegenwerping maakten, kon het echter gebeuren dat de eforen besloten hen zonder proces te doden. Of anders konden de eforen besluiten hen te doden in een maanloze sterrenmacht terwijl ze zwijgend naar de hemel keken. Als die werd doorkliefd door een vallende ster wilde zeggen dat een van de twee koningen was tekortgeschoten tegenover de godheid. Van oorsprong wachters die hun ogen gericht hielden op het hemelgewelf, werden de eforen de allerhoogste opzichters en bewakers. Ze werden uit de hoogte wakende ogen. Zo slaagden ze erin ook hun eigen priesterlijke verleden uit te buiten. Het leek op een schitterende mantel waarmee het geheim van hun politiek werd afgeschermd. '? p. 219
De Eforen in Sparta waren het eerste voorbeeld van niets ontziende macht. En ook dat hielden ze verborgen, maar aan de vele erediensten die er al waren voegden ze een nieuwe toe, waaraan ze met hart en ziel waren toegewijd. Vlakbij hun eetzaal richtten ze een tempel op voor de Angst. Ze eerden hem niet als een vreeswekkende demon die te vriend gehouden moest worden maar ze meenden dat de Staat zich vooral dankzij de angst kon handhaven. '? p.220

 

Lees verder »

Archief

Luuk van Middelaar: Europa blijft op zoek naar publiek '? het is tijd dat de spelers de kleedkamer uitkomen

28 maart 2007

Luuk van Middelaar blijft mij aangenaam verbazen. Ik ben hem schatplichtig omwille van zijn boek uit 1999: ‘Politicide, de moord op de politiek in de Franse filosofie’. Op jonge leeftijd schreef hij een fenomenale thesis waarvan dit boek de publieke vorm werd. Ik heb ‘Politicide’ verslonden, naast Claude Lefort met ‘Het democratisch tekort’, Peter De Graeve met zijn lezingen over Niccolà? Machiavelli en zijn ‘Friedrich Nietzsche, chaos en (ver)wording’ en Wilfried Dewachter ‘De mythe van de parlementaire democratie, een Belgische analyse’ hebben deze werken mij bijgelicht in de politieke duisternis binnen de sp.a, Vlaams Parlement en de Belgische Senaat, om van de gemeenteraad van Turnhout nog maar te zwijgen.

Ik heb van Middelaars ‘Politicide’ herhaaldelijk als geschenk bedeeld aan vijanden, aartsvijanden en politieke vrienden, wanneer ik hen dit boek waardig achtte. Bijvoorbeeld wanneer ze minister werden en in staat konden worden geacht zo’n werk te lezen zonder in een depressie te versukkelen. Daarom kregen ze er ook steeds het vers Die Gedichte des 'Lebensmüden' -  Gesprek van een man met zijn Ba '? ziel uit 1800 aCn bij. zie http://www.janvanduppen.be/?p=265.

Vorige week heeft hij naar aanleiding van de viering van 50 jaar Europese Unie – ttz. 50 jaar verdragen van Rome in Berlijn – een knap opiniestuk gepleegd op de website van NRC Handelsblad. 

Ik vind het bijzonder boeiend hoe hij de wetten van het theaterspel, de Griekse en de Romeinse route analyseert.

Luuk van Middelaar, Politicide, Van Gennep, 1999 – een knappe bespreking van Dirk Verhofstadt verscheen destijds op Liberales :

http://www.liberales.be/cgi-bin/showframe.pl?boek&vanmiddelaarpoliticide

Europa blijft op zoek naar publiek '? het is tijd dat de spelers de kleedkamer uitkomen
Europese eenwording is geen knutselproject meer, maar echte politiek. Dat is een dwingend spel, waarbij je de spelers kunt veranderen, maar het spel niet. Al is de voorstelling natuurlijk niet verplicht, we kunnen ook gaan vissen.  (...)

Dit brengt ons, ten derde, op het Europese publiek. De vraag zou kunnen zijn: Wie opent het publiek de ogen? Wie zegt: Mensen, het beest zit er al? Toch is dat de verkeerde vraag. Het aardige van publiek '? of het nu toneel, voetbal of politiek betreft '? is dat het eigener beweging komt kijken. Omdat het geboeid is. Omdat er wat te beleven valt: emotie, spanning, gebeurtenissen. Valt er niets te beleven, dan blijven de theaterzalen, de stadions en de opiniepagina's leeg. Daar helpt geen goedkope statribune bij.(...)

Zo is het met Europa anno 2007. Haast niemand komt kijken. Te saai. Ligt dat aan het publiek? Aan de spelers? Aan het spel? Men voelt hoe de termen in elkaar grijpen. Een acteur staat niet graag voor een lege zaal. Voetballers spelen liever niet voor lege tribunes (zie de existentiële nood van de grote Italiaanse clubs deze maanden). En politici zonder kiezers, zonder openbare mening, zonder demonstranten '? dat worden ambtenaren. Het Berlijns verjaarscadeau van de Europese leiders aan ons is dus ook een cri de coeur.(...)

Hoe maak je de massa tot publiek? In de westerse politieke traditie zijn hiervoor twee routes. De Griekse route: burgerschap. Je laat mensen meebeslissen en geeft hun rechten. De Romeinse route: brood en spelen. Je geeft hun geld en spektakel. (...) 

De grondvraag voor de Nederlandse bevolking luidt op enig moment: wilt u deel uitmaken van het Europese publiek? 

Zo ja, dan is dit het spel dat we/ze spelen. We kunnen best een klein dingetje veranderen '? want we vinden het leuk als u meedoet '? maar grosso modo gaat het spel als volgt. We reageren gezamenlijk op gebeurtenissen, en daarvoor hebben we als Unie een regering, een parlement, ambtenaren en een hof. De Europese regering neemt tijdens toppen en raden, namens alle afzonderlijke nationale parlementen en bevolkingen, de besluiten; het Europese parlement spreekt en beslist mee namens de gezamenlijke burgers; de Brusselse ambtenaren doen de voorstellen; en het Europese Hof houdt alles in de gaten. Er is ook een Europees publiek. Dat kijkt toe, opinieert en demonstreert. Het spreekt tijdens nationale en Europese verkiezingen, als het beslist wie de velden op mag. Het kan de spelers veranderen, maar het spel niet. (...)

Als het u verveelt: de voorstelling is niet verplicht. U kunt ook gaan schaken of vissen, samen met Noorwegen bijvoorbeeld. (...)

Alleen met die grondvraag kan de bevolking van de feiten '? het beest in de woonkamer '? worden doordrongen. Dat vereist twee zaken. Een verantwoordelijke regering, die haar lot aan de uitslag verbindt. En het publieke verlangen: liever meedoen dan buitenspel staan.

 

Lees verder »

Archief

Egypte, land der levensmoeden'?& C.D. Blokhuis, Egypte, Brandaen reisgids

21 maart 2007

 

Egypte, land der levensmoeden'?

 
'?Dit is een vreemd land. Het lijkt wel of de goden hier echt aanwezig zijn. Onze goden hebben zich al lang in hun hemel teruggetrokken. Wij kopen hun welwillendheid met brandoffers af. Maar deze goden willen meer'?. '?Keizer Hadrianus in Psyche van Paul Claes, p. 104
 

Egypte is een geschenk van de Nijl,
maar voor wie is die Nijl een geschenk geweest en geworden?
Wie heeft iets aan een dergelijk lang en smal en rechtlijnig geschenk?
Behoudens uitgedunde horden toeristen die op hun wenken bediend en van hun centen verlost worden onder het eeuwige gemompel van 'bakshish' door een wriemelende meute van handophouders in alle leeftijdscategorieën. 

Al oogt de scheiding tussen woestijn en bevloeid land messcherp, de scheiding in de geesten der mensen is er zo mogelijk nog scherper.
De oudste landbouwculturen uit het 8ste tot het 4de  Millennium aCn hadden uiteraard het grootste succes langsheen de grote stromen der aarde, waar het voedselsurplus een snelle bevolkingsgroei en een even snelle staatkundige ontwikkeling opleverde. In de Nijlvallei was deze evolutie  vruchtbaar en standvastig. Landmeetkunde en rekenkunde, tijdsbepaling, sterrenkunde en godsdienst, schrift en bouwkunde werden een noodzakelijk product van menselijke intelligentie in het regelmatig overstromende Nijldal waar de zon boven de oostelijke woestijn opkwam en altijd weer in de westelijke woestijn ten onder gaat.
Een strakke dictatuur is in de menselijke geschiedenis steeds de tweelingbroer van de Grote Werken om irrigatievormen maximaal te benutten. De afstand tussen de heerser en zijn onderdanen moet groot genoeg zijn, om het lijden van deze laatsten draaglijk, acceptabel en door god gewild te houden. Een dergelijke staatstructuur vereist een passende religie met dito bedienaars om de verschillende maatschappelijke klassen te binden en gebonden te houden. Bijaldien eist een groot voedsel- en mensensurplus steevast Grote Werken, een goelag waarop de maatschappelijke orde is gebouwd in tempels en paleizen, graven en piramiden. Ook al hadden ambachtslui, vaklui, stielkenners, schrijvers, architecten en priesters een treffelijk statuut, de handarbeiders werden met grote regelmaat gesommeerd om her en der lange maanden op te draaien voor de Grote Werken waar hun aantal voor de nodige energetische investeringen zorgden. Maar precies die strakke socio-religieuze keurslijven en dat gebrek aan dynamiek wreekt zich.
Spanningen komen en gaan in een cyclische loop der geschiedenis van Egypte als de zeven magere en de zeven vette jaren. Onderhuids groeien de tegenstellingen en stijgt de woede, die kan uitbarsten in stakingen en opstanden van wanhopige boeren die hun kinderen verkopen of opeten om zelf niet om te komen als de vloed uitblijft. Een heerser die zich dan niet kan handhaven, dient geofferd en de nieuwe dynastie belooft steevast gratis belastingsverlaging of grootse triomfen bij oorlogen tegen de vreemde vijanden van over de woestijngrenzen.
De eigen cultuur is zoals de zon het centrum van de hele wereld, alle andere culturen en volkeren moeten eer en onderdanig respect betuigen '? niet alleen op de beeldverhalen in tempels en paleizen. Nederlagen of patstellingen worden als door god gegeven overwinningen omschreven en de schone schijn van het machtig zijn tot een verpletterende kunst verheven. Millennia lang bleek iedere nieuwe heerser zich op de zelfde goddelijke oorsprong te beroepen, om de continuà?teit van de heerser voor de onderdanen aanvaardbaar te houden. Een pantheon van lokale goden diende de lokale behoeften aan een eigen identiteit te verzoenen met de alles overheersende Amon Re, de Zon zelf, en zijn mens geworden zaad: de farao.

Bijna 3000 jaar geleden verwoordde een levensmoede man dit in een klaagzang tot zijn ziel, zijn innerlijke tweeling. Je hoort hem tot vandaag nog steeds in iedere klaagzang over de andere, in iedere preek voor de ware broederschap in de moskee van Khartoum tot Kairo

Die Gedichte des 'Lebensmüden'

Lees verder »

Archief

Lucebert '? Schilder Dichter Fotograaf '? Stedelijk Museum Schiedam

3 maart 2007

Lucebert '? Schilder Dichter Fotograaf '? Stedelijk Museum Schiedam
tot 3 juni 2007

een bezoek was me aangeraden door een dierbare die ooit taal onderwees
en nu in een rolstoel tochten onderneemt naar herinneringen
van klank en woord en beeld van toen hij nog niet gekluisterd zat
in de kortsluitingen van zenuwbanen die zijn spieren bedienen
en stormen veroorzaken in zijn hoofd en zijn blikveld doorkruisen
door gescleroseerde myelinescheden als het kraken van een witte roos 
in oude olieverf op canvas van johannes vermeer die hij zozeer waardeert.
myeline kan ook helpen bij het glijden in de intimiteit van een schede
zoals een slagersmes dat smeekt om vet na het afwassen van het bloed
eens de arbeid is verricht en het leed geleden wanneer de beul zich afkeert
van zijn werk op de fenomenale schilderwerken ‘de ketters I-V’ die lucebert
in één ruk moet hebben volbracht in 1981 toen antonio tejero molina
als een komische ‘teniente coronel de la guardia civil’ met snor en tricornio
op 23 februari van dat jaar zijn pistool stond te zwaaien op het rostrum
van de cortes te madrid en adolfo suarez de enige was die rechtop
bleef zitten wachten op de tussenkomst van el rey die ook begrepen had
dat heimwee naar vroeger toen alles anders en beter was spanje
al die eeuwen in de versukkeling had gedreven, gesmoord in het vele bloed
en de schrale wind die de meseta eeuwenlang verdort en verblindt.

het was een verademing om doorheen verdiepingenhoog torenend
beeld- en schrijfwerk in het stedelijk museum van schiedam
waar je binnendringt als doorheen een wond die gapend wordt gehouden
de stem te horen van de meester die mij zei wanneer ik binnentrad:

hoe ontnuchterd zou hij nu zijn
nog steeds is de arbeidende klasse ook voetvolk
dat uit solidariteit met elke macht
opstandigen martelt en vrijheid ontkracht

en wat later zag ik die fameuze ketters op een rij gemijterd tobben
bij hun beschadigde beulen die hun eigen ellende schouwden
in het lijf dat zij martelden voor het hoger doel, de heerschappij
van de ene en de ware als een van kleuren bloedende herinnering
aan ‘las meninas’ en de infante maria margarita van velazquez naar picasso
of aan ’los desastres de la guerra’ van francisco de goya

waarop een zon die niet befloerst maar omfloerst
een zon gekneed in de trog der kennis
alle hoop en verwachting brandschatten kon
tot in het merg en de botten van de mens
en van jouw god en van elke andere god

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/406999409/

 

en wanneer ik de heren van de partij
geschilderd zag zetelen op de bank
in de datsja bij gorki waar hij bekwam
van het heersende denken over macht
zodat hij ook bij lucebert de fysionomie had
van een kater die kaal was geworden en dol
met snorremans die nog oefent voor zijn rol
van populaire boerenslimmerik komisch
loensend naast de ouwe baas op de bank
dan begreep ik dat lucebert zoals ieder
groot kunstenaar doorheen de gordijnen
het script en de regie had begrepen
zoals de reeksen lichtdrukmalen uit
zijn reizen en verblijven in
de arbeidersparadijzen beklijven.

 

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/409028616/
oh herman gorter – groot dichter- je beweerde:
‘maar zo zeker als daarbuiten de zon de
wereld befloerst, heb ik ‘t geluk gevonden’
dus met je tennisracket als was het een rode roos
rende je in ouderdom nog vurig
tot aan de rand van twee werelden
en je hield stand nog net voor het net aan de afgrond
waarin later alle hoop voorgoed verdween

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/409077912/
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/409077916/
herman gorter op een eerste mei in de jaren tachtig

op de foto een kale westfriese kop
een in de moerasdelta verdwaald faraohoofd
boven een bontkraagje waarvan men toen
fluisterde: dat was eens het kraagje van de tsaar
omdat in opdracht van lenin en ten behoeve
van de partij onze dichter hier zou scharrelen
in de kroonjuwelen maar zoals hij staart over
ons en alles uit zo hunkerend kijkt nooit
een sjacheraar uit naar de toekomst der eeuwigheid

hij zong ‘ik kan niet denken dat het samenwerken
komt, dat de arbeidende klassen
zich samensmelten tot één macht, of nevel
wolkt om mijn voorhoofd van een dronken geestdrift’
hoe ontnuchterd zou hij nu zijn
nog steeds is de arbeidende klasse ook voetvolk
dat uit solidariteit met elke macht
opstandigen martelt en vrijheid ontkracht

mèt hem hebben wij het leven lief maar zijn zeer beminde
de geschiedenis heeft deze dichter zeer ontluisterd
en ons heeft zij haast afgeschreven tot neerslag
van wat stralend roet en nietig sterrestof

in vervoering en troostrijk dichtte hij nog:
‘de arbeiders dringen zich aan den trog
der kennis, en eten ze, ach zo graag ’
maar ach en wee hoe smal of breedgeschouderd
was deze begeerte: meet die af aan oorlogsgraven
aan de troosteloze morrende arbeidersheerschappij
of aan wat elders onder grote dreiging
min of meer welverzorgd als volk voortknort
oh herman gorter – groot dichter- je beweerde:
‘maar zo zeker als daarbuiten de zon de
wereld befloerst, heb ik ‘t geluk gevonden’
dus met je tennisracket als was het een rode roos
rende je in ouderdom nog vurig
tot aan de rand van twee werelden
en je hield stand nog net voor het net aan de afgrond
waarin later alle hoop voorgoed verdween

waarop een zon die niet befloerst maar omfloerst
een zon gekneed in de trog der kennis
alle hoop en verwachting brandschatten kon
tot in het merg en de botten van de mens
en van jouw god en van elke andere god

uit: troost de hysterische robot, 1989

 

er is een grote norse neger
er is een grote norse neger in mij neergedaald
die van binnen dingen doet die niemand ziet
ook ik niet want donker is het daar en zwart

maar ik weet zeker hij bestudeert er
aard en struktuur van heel mijn blanke almacht

hij morrelt eerst aan halfvermolmde kasten
dan voel ik splinters schieten door mijn schouder
nu leest hij oude formulieren dit is het lastigst
te veel slaven trok ik af van de belasting

uit: val voor vliegengod, 1959

Lucebert, Verzamelde Gedichten, De Bezige Bij 2002

Lucebert Schilder Dichter Fotograaf, BnM uitgevers Nijmegen – Stedelijk Museum Schiedam, 28/01 – 03/06/2007 – Museum Danubiana, Bratislava 17/06 – 02/09/2007

Archief

August August, August van Pavel Kohout – Paardenkathedraal Dirk Tanghe

23 februari 2007

August August, August van Pavel Kohout door de Paardenkathedraal
in een regie van Dirk Tanghe.
August August, August is de naam, de voornaam en het beroep van de hoofdrolspeler in dit theaterstuk van Pavel Kohout uit 1967, de vooravond van de Praagse Lente. De Antwerpse KNS, toen nog in de Bourla schouwburg, voerde het in 1970 in vertaling van Michel Oukhov op. In een regie van Walter Tillemans wou Luc Philips zijn clownsdroom realiseren: zoals de directeur van het circus de acht witte Lippizaners 'frizieren'.
Vanaf 1981 – ten tijde van de Poolse Lente en de staat van beleg tegen de vakbeweging Solidarnosc '? speelde het alweer twee seizoenen lang met veel succes in het Antwerpse Raamtheater '? opnieuw met Walter Tillemans als regisseur.
Nu al die lentes reeds lang voorbij zijn, brengt Dirk Tanghe voor de tiende verjaardag van de Paardenkathedraal uit Utrecht opnieuw Kohouts 'August'.
Ditmaal eerder in de winter van een geglobaliseerde wereld.
Waar het August-toneel destijds naadloos spoorde in de sfeer van opstandige bevrijding en solidariteit '? minstens in de eigen verbeelding – tegen een duidelijk omschreven regime van politieke onderdrukking, zijn we in 2007 een eind verder. Een theatrale ode aan de kleine man met grote dromen hoeft vandaag niet langer op makkelijk succes te hopen.
In de hiërarchie van een circus is een clown nog minder dan een paardenknecht. Haalt zo'n August het in zijn hoofd om het paardendressuurnummer over te overnemen van de directeur, dan mag de stalmeester dit soort onmatige dromen graag eigenhandig aan flarden slaan. Maar de circusdirecteur denkt aan de kassa. Het publiek herkent zich graag in een August, zeker als die ook droomt van glamour en glitter. Dus mag August voor één keer de illusie koesteren zelf directeur te worden…op voorwaarden, uiteraard. Clownesk, ontroerend, hilarisch komt de hele Augustenfamilie die vooruit wil in het circusleven steeds dichter bij het intens verlangde doel: de acht witte Lippizaners dresseren. In de circuspiste staat August klaar om zijn rol als directeur op zich te nemen, bijgestaan door vrouw en kind.
Maar als de ware dressuur begint, wordt hun droom ruw verscheurd.

Pavel Kohout (1928) is in Tsjechië een controversieel auteur. Hij werkte vanaf 1949 als actief Stalinist op de Tsjecho-Slowaakse ambassade te Moskou. Nadien was hij in Praag publicist, theater- en filmregisseur en radioreporter. Met '?Septembernachten'? (1955) brak hij als theaterauteur door. Tot aan het opbreken van de Praagse Lente door de Russische tanks in 1968 was Kohout de meest gespeelde auteur in Tsjecho-Slowakije. Hij groeide nadien uit tot één van de scherpste critici van het communisme. Samen met de latere president Vaclav Havel was Kohout één van de opstellers van het mensenrechtenmanifest Charta 77. Hij vloog uit de partij, kreeg publicatieverbod en werd in 1978 verbannen naar Wenen.
Zelf schreef hij over zijn August August, August: '?Ik heb een spel over de onbreekbare kracht van de menselijke droom geschreven. Of eerder een spel over het feit dat een grote, echte droom, een groot, echt verlangen alleen maar vernietigd kan worden door hem, die hem gedroomd heeft, te vernietigen. Dit is een kleine, clowneske allegorie op het noodlot van de creatieve mens. Ik had nooit gedacht dat het een jaar later een allegorie zou zijn op het noodlot van mijn land en mijn partij. In de circuspiste en in het leven zijn de 'Augusten' eeuwig. Sterven zij, dan is dat alleen maar om meteen weer uit de dood op te staan.'?

Dirk Tanghe heeft in Kohouts August precies dat universeel menselijke van alle tijden en plaatsen herkend: “De wereld gaat vergaan, films gaan opgebrand worden, boeken worden niet meer gelezen, beelden worden kapotgeslagen, zeeën overspoelen het land, maar als er één mens op de wereld zal blijven bestaan dan is het de homo ludens. Die mens zal gaan spelen, want de mens is een speels diertje. Gelukkig verandert niet iedereen van kleine kwispelende hond tot uitgemergelde, slappe lul die op zijn sloffen naar de televisie kijkt. De homo ludens gaat altijd door en zal zich uiten in een levende vertelling voor een zaal. Het doven van de lichten, het openschuiven van het rode gordijntje, dat is het pure, warmbloedige, hartstochtelijke, warmebakkerstheater dat altijd zal blijven bestaan.”

Die spelende, nieuwsgierige mens is in wezen subversief, altijd en overal. Democratie is ondenkbaar zonder de wensdromen dat wij het beter weten en kunnen dan de circusdirecteur, de heersers en machthebbers boven ons. Het naà?eve, banale, domme en lachwekkende '? al dan niet gespeeld '? is een essentiële vernieuwende kracht in het spanningsveld met het geraffineerde, gecultiveerde, machtige en productieve van een circusdirecteur en zijn stalmeesters. Varkensdrijvers leiden ons naar de slachtbank met een plank voor onze kop. Zo wordt ons de illusie gepresenteerd dat er geen uitweg meer is in een wereld waar iedereen als vee ten dienste staat van het geglobaliseerde kapitaal dat heen en weer flitst naar stallen met nog grotere winstmarges. De Augusten onder ons springen op en zien een alternatief aan de andere kant van de plank voor onze kop!

De Warande Turnhout, zaterdag 17 april 20.15 uur  – Causerie 19.15 uur.

 

Archief

Ignaas Devisch vs. Fientje Moerman: Van academicus tot publicatiemachine

20 februari 2007

Jonge onderzoekers moeten vaak werken om de publicatielijst van hun professoren aan te dikken, terwijl die laatsten met de pluimen gaan lopen 

 De universitaire scene staat vandaag voor heel wat uitdagingen en om dit kracht bij te zetten gaat minister Fientje Moerman dezer dagen langs hogescholen en universiteiten in Vlaanderen. Zij wil nagaan hoe wij onze concurrentiële positie kunnen verbeteren (http://www.hersentoer.be/). Immers, de universiteiten en hogescholen begeven zich zoals andere economische sectoren in een wereldwijd veld waarin prestaties met elkaar worden vergeleken. Om uit te maken wie boven- of onderaan op de lijst terechtkomt, zijn dus criteria nodig. Over dat laatste wens ik een aantal korte bedenkingen te formuleren.

De criteria waarop een academisch docent vandaag wordt geëvalueerd zijn uiterst formalistisch opgesteld. Hoewel sinds jaar en dag het motto ‘to publish or to perish’ geldt, moeten we nu specifieker zijn: ‘to A1 or to perish’.
Al wie enigszins vertrouwd is met universitaire middens of met academisch onderzoek weet waarover ik het heb. Behalve het feit dat universiteiten onderzoeksgelden moeten binnenrijven en afgestudeerden en doctorandi moeten produceren, moeten zij vooral publicaties afleveren. Niet zomaar publicaties: enkel deze die in (quasi uitsluitend Engelstalige) tijdschriften op het Web of Science zijn gepubliceerd, komen in aanmerking en bepalen of je curriculum ertoe doet of niet. Dat zijn de A1-publicaties. Niet dat er op zich iets fout is met die Web of Science. Het levert ontelbaar vele schitterende teksten en onderzoeksresultaten op en ik ben zeer blij dat dit wereldwijde uitwisselingsforum bestaat. Eerder gaat het mij om de wijze waarop wij ermee (moeten) omgaan en de perverse effecten die het genereert.

Lees verder »

Archief

F.M. Dostojewski, Aantekeningen uit het ondergrondse

18 februari 2007

 

F.M. Dostojewski, Aantekeningen uit het ondergrondse. – vertaling Monse Weijers – Athenaeum-Polak & Van Gennep Amsterdam 2006.

Fascinerende bespiegelingen in een prachtige vertaling voor muizen en mensen van vandaag en morgen.

Ietwat beklemmend hamert de auteur in 1864 (!) deze filosofische bespiegelingen over de mens en zijn verhouding tot de wereld om hem heen in het hoofd van de lezer. Destijds werd het al eens vertaald als ‘Aantekeningen uit het souterrein’. Het is een sleutelwerk in zijn oeuvre. Hij gaat hier op verassend heldere manier tekeer tegen het maakbaarheidsideaal en de maakbaarheidsideologie, die pas 53 jaar later de macht zou grijpen in Rusland.

Dostojewksi omschrijft reeds het ideale zelfbeeld van de retortenmens uit het reeel bestaande socialisme: het zelfbeeld van een muis! Zeker in het poezenparadijs.

Rede en verstand volstaan immers niet voor menselijk geluk en vrede.

http://www.groene.nl/1996/13/ms_nabok.html

http://nl.wikipedia.org/wiki/Aantekeningen_uit_het_ondergrondse

 

13. Ik kon niet alleen niet boos, ik kon helemaal niets worden: kwaadaardig noch goedhartig, een schurk noch een fatsoenlijk man, een held nog een insect. Ik breng nu de tijd door in mijn hoekje en terg mezelf met de bittere en schrale troost dat er uit een intelligent man in ernst nooit iets kan worden en dat alleen een domoor het tot iets zal brengen. Ja, heren, een intelligente negentiende-eeuwer is zedelijk verplicht een uitgesproken karakterloos iemand te zijn; een man met karakter, een doener daarentegen hoort een bij uitstek geborneerd iemand te zijn. Zo denk ik er al 40 jaar over. Ik ben nu 40, en dat terwijl 40 jaar al een hele leven is; dat is immers de hoogste ouderdom. Langer dan 40 jaar leven, dat is niet netjes, dat is vulgair, immoreel. Wie wordt er ouder dan 40 – antwoord daar eens eerlijk en oprecht op. Ik zal het u zeggen: gekken en boeven. Ik zeg dat alle grijsaards recht in hun gezicht, al die eerbiedwaardige grijsaard, al die zilverharige, geparfumeerde grijsaards. Ik zeg het de hele wereld in haar gezicht. Ik heb het recht om zo te spreken omdat ikzelf 60 zal worden. 70 zal worden. 80 zal worden!....
Wacht! Laat me op adem komen…

19. Welnu heren, juist zo’n spontaan iemand beschouw ik dan ook als de echte, normale mens, zoals onze lieve moeder natuur zelf hem wilde zien toen ze hem vol liefde ter wereld bracht. Zo iemand benijd ik dermate dat de gal mij overloopt. Hij is dom, daarover ga ik niet met u in discussie, maar misschien moet een normaal mens wel dom zijn, wie zal het zeggen? Misschien is dat zelfs wel erg mooi. En ik ben temeer overtuigd van de juistheid van deze, laten we zeggen, verdenking, omdat als we bijvoorbeeld de tegenpool van de normale mens nemen, dus de mens met een verhevigde bewustzijn, die natuurlijk niet is voortgekomen uit de schoot der natuur, maar uit een retort (dat is al bijna mysticisme, heren, maar ik verdenk hem ook daarvan), dan doet de retortenmens in die mate onder voor zijn tegenpool dat hij zichzelf met heel zijn verhevigd bewustzijn, consciëntieus als hij is, ziet als een muis en niet als een mens. Een muis met een verhevigd bewustzijn, toegegeven, maar toch een muis; terwijl die ander een mens is, met alles wat daarbij hoort. En de hoofdzaak is dat hij zichzelf als een muis ziet, uit eigen beweging; niemand vraagt hem daarom, en dat is een belangrijk punt.

37. Maar de mens is zo verslingerd aan systemen en aan abstracte gevolgtrekkingen dat hij bereid is de waarheid bewust te verdraaien, bereid is om ziende blind en horende doof te zijn, alleen om de juistheid van zijn logica aan te tonen. (...)
Beschaving ontwikkelt in de mens alleen een veelzijdige gevoeligheid…en verder absoluut niets. En via de cultivering van die veelzijdigheid komt het misschien nog wel eens zover met de mens dat bloedvergieten hem genot verschaft. Dat is immers wat er nu gebeurt! Hebt u opgemerkt dat de meest verfijnde bloedvergieters bijna zonder uitzondering hoogst beschaafde heren waren, bij wie Atilla of Stenka Razin  en dat soort lieden niet in de schaduw kunnen staan, en als ze niet zo in het oog springen als een Atilla of Stenka Razin, dan komt dat doordat je ze al te vaak tegenkomt, doordat ze al te gangbaar zijn geworden, zich niet onderscheiden van de rest. In ieder geval is de mens, zo hij al door de beschaving bloeddorstiger is geworden, dan toch op een gemenere, stuitender manier bloeddorstig  geworden dan vroeger. Vroeger zag hij het bloedvergieten als een rechtmatige daad en liquideerde met een gerust geweten wie dat in zijn ogen verdiende; tegenwoordig echter beschouwen wij het bloedvergieten wel als iets walgelijks, maar gaan ondertussen rustig door met die walgelijkheid, zelfs meer dan vroeger.

44. Maar ik zeg u voor de honderdste keer: er is maar één reden, maar één, waarom de mens opzettelijk, welbewust iets kan wensen dat zelfs schadelijk is, iets stoms, zelfs iets ontzettend stoms, en wel om het recht hebben zichzelf iets te ontzettend stoms toe te wensen en niet gebonden te zijn door de verplichting alleen verstandige dingen te willen. Want dit ontzettend stomme, want die gril van hem, heren, kan werkelijk het voordeligst zijn van alles op aarde voor een van ons, voor een bepaalde gevallen. En het kan met name voordeliger zijn dan dan alle andere voordelen, zelfs in het geval dat het ons duidelijk schade berokkent en in tegenspraak is met de meest nuchtere overwegingen van eigenbelang, omdat het in ieder geval in stand houdt wat het voornaamste en dierbaarste voor ons is, namelijk onze persoonlijkheid en onze individualiteit. Sommigen beweren dat dat inderdaad het kostbaarste goed is van de mens; de wil kan natuurlijk, desgewenst, ook samengaan met de rede, vooral als er geen misbruik maar een gematigd gebruik van wordt gemaakt; dat is nuttig en soms zelfs prijzenswaardig. Maar de wil is het heel vaak, en zelfs meestal, volledig en hardnekkig oneens met het verstand en…en…en weet u dat ook dit nuttig en soms zeer prijzenswaardig is?

49. U wilt bijvoorbeeld de mens zijn oude gewoonten afleren en zijn wil corrigeren in overeenstemming met de eisen van wetenschap en gezond verstand. Maar hoe weet u dat het niet alleen mogelijk, maa ook nodig is de mens zo te veranderen. Waaruit concludeert u dat een menselijke wil absoluut veranderd moet worden. Kortom, hoe weet u dat een dergelijke correctie de mens inderdaad voordeel zal opleveren. En om tot de kern van de zaak te komen: waarom bent u er zo zeker van dat het niet ingaan tegen de werkelijke, normale door de conclusies van het verstand en rekenkunde gewaarborgde belangen inderdaad altijd gunstige is voor de mens en als wet moet gelden voor de hele mensheid.

50. De mens wil graag iets creëren en wegen aanleggen, dat staat buiten kijf. Maar waarom is hij ook zo’n hartstochtelijke liefhebber van verwoesting en chaos? Houdt hij misschien daarom zoveel van verwoesting en chaos omdat hij zelf soms instinctief vreest zijn doel te bereiken het gebouw in aanbouw te voltooien?
Misschien wil hij het gebouw alleen maar graag vanuit de verte zien en helemaal niet van dichtbij; misschien wil hij het alleen maar graag bouwen, maar er niet in wonen, laat hij dat liever aux animaux domestiques, zoals mieren, schapen en wat dies meer zij.

51. Hij voelt immers dat zodra hij het heeft gevonden, hij niets meer zal hebben om te zoeken. Arbeiders krijgen tenminste, zodra ze klaar zijn met hun werk, geld, gaan naar de kroeg en belanden vervolgens in de nor – enfin, daar zijn ze dan wel een week mee zoet. Maar waar moet de mens heen? Op zijn minst is te constateren dat hij zich iedere keer weinig op zijn gemak voelt als hij zo’n doel nabij is gekomen. Hij houdt van het streven, maar hij vindt het niet erg prettig om iets daadwerkelijk te bereiken, en dat is natuurlijk verschrikkelijk lachwekkend. Kortom de mens zit op een rare manier in elkaar; in dit alles ligt onmiskenbaar een grap besloten. (...)
Misschien is het lijden precies even gunstig voor hem als voorspoed. De mens houdt er soms verschrikkelijk veel te lijden, tot aan het hartstochtelijke toe, dat staat vast.

52. Het lijden wordt niet geduld in vaudevilles, dat weet ik. Ook in een kristallen paleis is het ondenkbaar; lijden is twijfel, is ontkenning, en wat zou een kristallen paleis waard zijn waarin plaats is voor twijfel. Niettemin ben ik ervan overtuigd dat de mens nooit afstand zal doen van het echte lijden, dat wil zeggen van verwoesting en chaos. Lijden – dat is immers de enige oorzaak van het bewustzijn. Ik heb weliswaar vooropgesteld dat bewustzijn het grootste ongeluk is voor de mens, maar toch weet ik dat de mens het liefheeft en het voor geen enkele andere bevrediging zal ruilen.’

53. U gelooft in een kristallen gebouw dat voor eeuwig onaantastbaar is, dus zà? dat je er noch heimelijk je tong tegen kunt uitsteken, noch stiekem een obsceen gebaar tegen kunt maken. Goed, maar ik ben misschien juist zo bang voor dat gebouw omdát het van kristal is onverwoestbaar en je er zelfs niet stiekem je tong tegen kunt uitsteken.

 

 

Archief

Als ik geen rood meer heb

13 februari 2007

Als ik geen rood meer heb

Als ik geen rood meer heb
maak ik de bomen groen, de struiken,
het hele landschap wat ik schilder.
Dus ook het onkruid en het gras,
waarin je languit ligt te wachten roerloos
maar toch diep ontroerd, wanneer je later
het doek mag zien waar ik je rooie jurk
vervangen heb door zachte naaktheid,
waarvoor ik net als voor je glimlach
vooralsnog niet de kleur vond die je past.
Als ik geen rood meer heb,
heb ik nog altijd je lippen.
Paul Snoek (1933-1981) 
Snoek: http://www.dbnl.nl/auteurs/auteur.php?id=snoe004

Laurens Jz. Coster is een vrijwilligersproject.
Website: http://cf.hum.uva.nl/dsphome/ljc/
Redacteur: Raymond Noë
Reacties, bijdragen: eon@planet.nl
Aan- en afmelden: http://www.engage.nu/mailman/listinfo/coster-l

De Coster-lijst is een onderdeel van het Project Laurens Janszoon Coster, een vrijwilligersproject met de bedoeling zoveel mogelijk Nederlandstalige literatuur gratis via Internet ter beschikking te stellen. Abonnees op de Coster-lijst krijgen elke werkdag een klassiek Nederlands gedicht in hun elektronische postbus: Van Vondel tot Van Ostaijen

Archief

Sp.a zoekt arbeiders, en kiezers'?’Onze principes’

2 februari 2007

Sp.a zoekt arbeiders, en kiezers'?

Proletariërs aller landen, verenigt U!
In een ver verleden beriepen de socialistische partijbonzen zich op deze kreet om hun potentiële troepen en kiezers voor zich uit te kunnen drijven naar een grootse toekomst. Steevast werden op de verkiezingsaffiches krachtige arbeiders en arbeidsters geà?dealiseerd die vastberaden de weg wezen naar een niet al te verre einder waar het oosten rood kleurde. De partijleiders wisten de kracht van dit soort beelden als verborgen verleiders te waarderen. Niet dat zij voorop liepen in de klassenstrijd, neen de voorhoede van het proletariaat baande de weg en zij bleven veilig buiten beeld aan de touwtjes trekken. Meer nog, de rode bobo's gingen er vaak prat op dat alleen zij de echte mannen en vrouwen uit het volk '? het vuil nog onder de nagels, het stof nog in de longen '? in de parlementaire halfronden lieten meespelen. Rechtstreeks van op de werkvloer! In de volksrepublieken van weleer was dit een vaste hit op het politieke repertoire.
Er werd zelfs een 'wetenschappelijke' theorie bijeengefantaseerd om de maakbaarheidideologie en de socialistische heilsleer te onderbouwen.
Tot overmaat van ramp bleek deze theorie wel falsifieerbaar. Alle pijnlijke en bloedige experimenten, zelfs op zeer grote schaal, bleken uitermate nefast voor deze illusieleer met wetenschappelijke pretenties.
In het reëel bestaande socialisme '? nu ook in de bioscoop als 'Das Leben der Anderen' van Florian Henckel von Donnersmarck '? was er evenwel geen sprake van een grootse toekomst, laat staan van gelijke kansen of toegenomen vrijheidsgraden.

Dat werd, wordt en blijft een probleem voor politici die zich op een heilsleer beroepen, wegens niet langer wervend. Het moest dus 'anders' en dan voegen de reclamejongens een '.a'- extensie toe: sp.a! Van Belgische Werkliedenpartij over Belgische socialistische partij naar Socialistische Partij en nu ook 'anders' of een 'sociaal-progressief alternatief'.
Elders heet de vervelling 'PvdA+' of 'Arbeid light' of voert het een logo van een snoepjesfabrikant. De hoge funfactor suggereert gegarandeerde onmiddellijke behoeftebevrediging.
Programmatorisch moet de ondraaglijke leegte en lichtheid van de partij gevuld met iedere suggestie van buitenaf die de chronische bloedarmoede wegens jarenlange inteelt, kan maskeren.
Na het populistische verhaal over gratis belastingsverlagingen van de intussen vaandelvluchtige cafébaas onder zijn gelijken, verdeelde professor Vande Lanotte de sp.a – politieke zendtijd op radio en tv onder het progressieve middenveld dat bereid was mee te spelen in zijn scenario.

De sp.a leiders houden nu reeds 18 jaar lang hun bruisende posities in de netwerken van de macht. Ondertussen blijven de socialistische partij-ideologen op leeftijd 'democratie' omschrijven als de strijd om de troon van de macht die leeg moet blijven. (Claude Lefort, Het democratische tekort)
En dus voelen de eens zo getrouwe kiezers zich verweesd, want alleen jaloersheid en rancune leveren voldoende drijfkracht. De strijd gaat voort, in andere kleuren, met andere leiders die zeggen wat u denkt. Zij hullen zich in het aureool van de ware volkspartij die korte metten maken zal met de goed boerende tegenstander die hen het geluk en de gelijkheid niet wil gunnen. De verongelijkte kiezer voelt zich van nature beter bij een oppositie die drijft op het imago dat hún partij de gestelde en de welgestelde lichamen van 's lands establishment blijft uitdagen. Maar dan niet meteen kortgerokt en met panty’s waarop een bloedrood logo om de aandacht gaande te houden, met of zonder gat of ladder.
De ideologie van 'Eigen belang eerst!' is een onuitputtelijke bron van inspiratie voor al wie zich verongelijkt voelt.

Partijleiders en hofhouding van de zichzelf 'democratisch' noemende fracties verliezen dus potentiële kiezers en putten zich uit door nieuwe gadgets en truken van de reclamefoor die aangeleverd worden door dure communicatiehuurlingen. Dank zij BV's , illusies van sex en jeugd, kan het toneel van de macht nog wat respijt krijgen, maar finaal dartelen de leiders naakt op de bühne.
Niet alleen de keizer uit het sprookje van Hans Christian Andersen  verkoos zich naakt te kleden met de nieuwste vleierijen van zijn hovelingen, ook de partijleiders en hun satrapen presenteren zich naakt voor het kiesvee.

De kloof met de arbeider '? dan wel de burger, al naargelang de ideologie '? wordt dus steeds groter en de zuiverende werking van een forse oppositiekuur jaagt de partijbonzen de schrik op het lijf. Zeker wanneer ze geen boeiende en goed geremunereerde functie in het bedrijfsleven of als hoogwaardigheidsbekleder onder de hand hebben. Daar kunnen hun in de cenakels van de macht samengeknoopte netwerken ten volle renderen.
Ook dat vreet aan de geloofwaardigheid van politici die in de arena de indruk willen hoog houden zich met heel hun hart en ziel te offeren voor de belangen van hun kiezende onderdanen. Buiten die arena lijken ze hun eigen belangen optimaal te dienen. Sommigen doen dat ook reeds binnen het mandaat.
Dit soort publieke moraliteit sluit naadloos aan bij het credo van het creatieve ondernemerschap. Reeds jaren is dit het ideaalbeeld in de westerse en nu ook oosterse samenlevingen. Niet langer de lijdende leider als een Christus die zich offert voor de arme zondaars, maar wel de creatieve ondernemer die zijn succes etaleert als voorbeeld voor zijn potentiële klanten.

'?Alleen wie de toekomst zelf maakt, moet ze niet ondergaan.'? Met die uitspraak sloeg partijvoorzitter Johan Vande Lanotte de nagel op de kop tijdens het al zo vaak verdaagde  ideologische congres van sp.a rond de nieuwe beginselverklaring (28-29/1/2007).
Hij maakt met zijn hofhouding de toekomst die zijn kiezers moeten ondergaan. Simpeler en duidelijker kan het moeilijk.
'?De sociale staatshervorming moet meer jobs opleveren, iedereen een gelijke toegang op de arbeidsmarkt verzekeren, de pensioenen verbeteren en een verbreding van de ziekteverzekering geven. Dat is de essentie'? aldus de partijvoorzitter op de fenomenale website www.onzeprincipes.be.
Van alle gepresenteerde sp-sp.a verhalen en eisen en verlangens gedurende de voorbije 18 jaar is dan blijkbaar niet al te veel in huis gekomen. De belofte van honderdduizenden nieuwe banen bleken al te conjunctuurgevoelig en de brave werkman of werkloze kreeg dan nog 'de korte pijn van een generatiepact' door de strot geramd. Een fundamenteel politiek pleidooi voor een sociale en duurzame economie is volgens Johan en Frank zinloos en utopisch. Al wordt er door hen nog her en der wat lippendienst verleend aan solidariteit, samenleven en gemeenschapszin, als puntje bij paaltje komt, gaat het in de economische realiteit alleen nog over privatiseringen en het creatieve vrije ondernemersschap.
De Voorganger met het ijzersterke gratis-logo was er zelfs in geslaagd de liberalisering van de energiemarkt met zo'n vaart door te drukken dat de brave Vlaming vandaag voor elektriciteit nog meer betaalt dan voorheen. En voorheen was de kilowattuurprijs in Vlaanderen reeds bij de hoogste van heel Europa!
De liberale markteconomie '? met 'sociale correctie' en 'goed bestuur'(voor wie?) want verder komt de ideologische fantasie van de socialistische leiders niet meer -  in de visie van de infantiele tele-tubi-hype pleegt roofbouw op de sociale humus die meer dan honderd jaar lang werd opgebouwd. Zelfs het innen van belastingen wordt steeds verder aan creatieve privé ondernemers overgelaten en de digitalisering van de fiscus is helemaal in handen van private belangengroepen en personen!

Dan rijst de vraag of hún verhaal, hún partij en hún positie nog wel nodig zijn voor 'úw sociale zekerheid' en úw 'werk, werk, werk' in de kering van de tijd naar een geglobaliseerde wereld. Het leven in de Dorpsstraat van Bokrijk, Boom, Brugge, Bergen en  Brussel speelt zich reeds lang af op het ritme van de gebeurtenissen in Bagdad, Beijing, Birmingham en Baltimore.

Het wordt duidelijk voor de kiezers dat de sp.a leiders niet het beloofde verschil maken. De tripartite op Vlaams niveau – en binnenkort ongetwijfeld ook federaal – leidt tot intensief drummen in het centrum van de macht. De troon van die macht wankelt op het ritme van de angst van wie deze probeert te bekleden. De oppositie wordt alleen nog uitgemaakt door het Blok en Lijst Dedecker na een mogelijk mini Fortuyn scenario, wegens Groen! op terminale toer.

De sp.a voorzitter formuleert het met brio op de You Tube van www.onzeprincipes.be: 'Politici zijn vaak bang van de bevolking. ('?)Maar we moeten niet bang zijn van de bevolking. We moeten ermee samen werken, ernaar luisteren en goeie beslissingen nemen'.
Johan geniet met flair van de arrogantie van de macht en sinds hij geen regeringslid meer is, lijkt hij zelfs minder hyperkinetisch. Al lijdt zijn favoriete basketclub Oostende dezer dagen naar verluidt onder slecht bestuur.
Renaat Landuyt, daarentegen blijft flegmatiek zijn 'August'- imago cultiveren: 'Inzake onveiligheid worden we te vaak geconfronteerd met de arrogantie van de onmacht. De overheid zegt dat ze de verzuchtingen van de burger begrijpt maar legt er zich bij neer dat ze niets kan doen.('?) Nieuwe technologieën zoals Buurtinformatienetwerken, DNA-bestanden, camera’s, enz. moeten niet gevrees – nog een laatste Limburgse oprisping ?-  maar ten volle benut worden.'
Als jurist weet hij natuurlijk beter. Weinigen zijn zo beslagen in de cultus van het veinzen en het doen alsof '? zeker in de publieke ruimte – als Renaat. Hij weet dan ook perfect dat privacy ook in de publieke ruimte de noodzakelijke basis is voor menselijke omgangsvormen, ver van Big Brother toestanden die Georges Orwell ruim op tijd voorspelde met zijn boek '1984'.

Naast de voorzitter en zijn dienstnar uit het Brugse schitteren op You Tube de mindere maar ook mooiere goden en godinnen tijdens hun minuutje vol glorie.

Kathleen twinkelt weer vrolijk met het kopje -  de hals goed beweeglijk in beeld – en meer nog de lippen amechtig getuit.
Ons Freya heeft last van haar lenzen want ze knipoogt zich een ongeluk terwijl ze een minuut lang zwijgt en tot slot weet te melden dat ze het niet beter had kunnen zeggen dan het liedje dat haar vervangt. Waarvan acte.
Onzen Bruno zal zijn hele leven achtervolgd worden door de stem van Louis: geniaal, maar met te korte armpjes en beentjes. Hij weet dan ook niet altijd precies wat hij moet zeggen of zwijgen. Zo liet hij zich eens goed gaan in een recent interview in De Morgen: ‘Een dictatuur zou soms handig zijn, ja. Maar alleen als ik de dictator mag zijn, natuurlijk.’ Het ligt natuurlijk wel helemaal in de lijn van de visie op een democratie van Jean Luc Dehaene en vaderlief.

Onze Peter is de zoon van den andere Louis, uit Lommel, en moet de slagschaduw van de Steve  proberen te ontwijken
De Frank toont zich met zijn ‘foute’ dassen  het stadium van de onthechtheid eindeloos overstegen temidden van zoveel holle ijdelheid.
Den Bruno is nog niet echt geconsacreerd, maar mag nog een keertje meedoen. Hij is nog niet van de familie, maar komt  van op de werkvloer '? de directievloer weliswaar van de banksector.
Pascal is moedig. Hij geniet nog van de oude mantra van het multiculturele genot bedoeld voor de allochtone kiezers uit het Brusselse en zijn vrienden aldaar.
Caroline was er bijna niet meer geweest, zegt ze. Je ziet het nog wat aan haar pruilende onderlip. Dank zij de socialistische gezondheidszorg en Bart Somers mag ze nog een beetje meedoen.

Er is nog plaats in kamer en senaat voor arbeiders van de werkvloer, hoofddelegees van de vakbond of directeurs van het ziekenfonds.
De vorige arbeider die dan nog bijna zijne werkvloer bij Ford Genk kwijt was, Pierre Vrancken, heeft het niet gehaald ondanks de barnumcampagne voor zijn koppelmaat.
Benieuwd of de nieuwe arbeiders en priester-arbeiders het deze keer zullen halen.
Maar ze zijn gewaarschuwd: al wordt er soms mooi theater opgevoerd,  't blijft om te lachen in dat halfrond op het rode pluche of de groene bankjes.
De beslissingen worden elders genomen, de verkozen vertegenwoordigers van het volk, de natie, het land mogen ze dan proberen te verkopen.
De beslissingsstructuren van het vaderlandse politieke theater zitten behoorlijk fout. Er wordt toneel gespeeld van een patronaatsniveau want de echte acteurs zitten in de coulissen of beter nog in de artistenbar bij de regisseurs.

Wanneer vrouwen de troon bestijgen, lijkt de macht zich terug te trekken in de coulissen… Wanneer mannen zich wanhopig aan de macht vastklampen, wordt doorgaans vanuit de coulissen aan de touwtjes getrokken… Vrouwen dragen het leven, mannen spelen het spel, maar vaak als acteurs die hun rol verwarren met het ware leven.

En dat wreekt zich, vroeg of laat. Wanneer de ware machtscentra het de moeite niet meer vinden een boeiend theaterstuk op te voeren, zal het verzet hiertegen zich ook niet meer op toneelniveau afspelen.
Dan verlaten de mensen de schouwburg en beginnen de straatgevechten.

Volgens Karl Marx is het geweld de vroedvrouw van de geschiedenis. ( ‘Het geweld is de vroedvrouw van iedere oude maatschappij, die zwanger gaat van een nieuwe’.)
Progressieve en sociale politici of een partij die naam waardig, zullen door diezelfde geschiedenis beoordeeld worden op hun al dan niet vermeende moed.

Zullen zij die moed hebben om een sociale economie als basis van een zorgzame samenleving voorop te stellen en door te drukken of zullen zij zich op sleeptouw laten nemen door de wispelturige wind van de snelle winst?

Voor een nieuwkomer in een parlement is het veiliger alle hoop te laten varen bij het binnentreden.
Dante en Vergilius lezen het opschrift voor de poort van de Hel:
'Per me si va ne la città? dolente,
Per me si va ne l'etterno dolore,
Per me si va tra la perduta gente. ('?)
Lasciate ogne speranza, voi ch'intrate.
'Door mij komt men in de stad van lijden
Door mij komt men in de eeuwige pijn
Door mij komt men bij de verloren mensheid!
('?) Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt'

Aan de poorten van de hel verwijs ik nog graag naar een selectie uit vroegere kritische stukjes en bemoedigende analyses over socialisme, sp.a en haar Oostendse voorzitter, elders in Dupslog:

http://www.janvanduppen.be/?p=40
http://www.janvanduppen.be/?p=151
http://www.janvanduppen.be/?p=148
http://www.janvanduppen.be/?p=67
http://www.janvanduppen.be/?p=135
http://www.janvanduppen.be/?p=51
http://www.janvanduppen.be/?p=42
http://www.janvanduppen.be/?p=41
http://www.janvanduppen.be/?p=36
http://www.janvanduppen.be/?p=30

 

Archief

Ryszard Kapuscinski (1932-2997): De kracht van het woord

28 januari 2007

 

Ryszard Kapuscinski is dé schrijver – journalist bij uitstek die de technieken van de macht van de heerser beschreef in de tweede helft van de twintigste eeuw in zijn beroemde reportageboek “De Keizer” (1984). Hij analyseert de heerserswaan van de Ethiopische keizer, Haile Selassie, die zijn land bijna vijftig jaar lang regeerde, alsof hij in de middeleeuwen leefde. Hij beschreef messcherp de technieken van de absolute macht: hoe de Negus zich iedere ochtend door al zijn vazallen en raadslieden individueel in het oor liet fluisteren wat volgens ieder van hen de stand der dingen wel zou zijn in de wereld van die dag en verder. Zoals moderne populistische partijleiders hun mobieltje aan het oor houden van bij het ontwaken tot het slapen om van ieder van hun vazallen en waterdragers de nieuwste ontwikkelingen in de partij, het land, de wereld en het heelal in het oor gefluisterd te krijgen als het centrum van het weten, het denken en het handelen.

http://www.janvanduppen.be/?p=144

 

Jan Donkers, NRC Handelsblad 26/1/2007:
'?Van Ryszard Kapuscinski en van Graham Greene heb ik geleerd om illusieloos naar de wereld te kijken. Wie uit het rijke, beschermde westen komt heeft toch onbewust de veronderstelling dat de wereld rechtvaardig in elkaar zit. Je opereert vanuit het idee dat de wereld is verdeeld in goed en kwaad, en dat je met je reportages de goeden een duwtje in de rug geeft. Greene en Kapuscinski laten afdoende zien wat een onzinnig uitgangspunt dat is. Zij kijken illusieloos, maar wel mild. ('?)
Hij onderzoekt politiek-maatschappelijk onderwerpen: corruptie, tirannie, de kloof tussen armoede en rijkdom. Zijn thema is hetzelfde als bij de grote romanciers; grote historische gebeurtenissen, bezien vanaf de grond, vanuit het alledaagse leven”
.
Lieve Joris, NRC Handelsblad 26/1/2007:
'?Wie in Nederland of België geboren is en door Zuid-Amerika of Afrika reist, moet alles nog leren. Maar hij kende de meeste dingen al: politieke machteloosheid, corruptie, machtsmisbruik, gebrek aan democratie. Het belangrijkste was misschien nog wel dat hij armoede heeft gekend. In zijn jeugd in Pinsk, moest hij met zijn vader, een onderwijzer, langs de deuren om pannen uit te blutsen voor geld. Dat maakt veel uit als je over armoede schrijft.
('?) Van Kapuscinski heb ik geleerd dat je moet durven schrijven over kleine dingen. Hij ontdekte dat zelf toen hij over Selassie wilde schrijven. Het moest een verhaal van lange adem worden, maar het kwam maar niet. En toen zag hij het hondje voor zich, het hondje van Selassie dat over de schoenen van de dignitarissen plaste, en toen kwam de rest vanzelf. Hij heeft het mooiste geschreven over de dingen die zonder betekenis lijken, over het wachten bijvoorbeeld, en de lamlendigheid die de reiziger in Afrika kan overvallen als er niets gebeurt. Hij ging daar overigens best ver. Ik heb wel eens gedacht: hij ziet een beeld en schept daar dan de werkelijkheid omheen”.

Lees verder »

Archief

Gedichtendag: Dylan Casaer en Politiek

28 januari 2007

Eigen gedicht voor Gedichtendag

Naar aanleiding van Gedichtendag (25 januari 2007) schreef Aalsters volksvertegenwoordiger sp.a Dylan Casaer ook zelf een gedicht.

Politiek

Mijn moeder had er mij nochtans voor gewaarschuwd.
Blijf uit dat gure gore gat
het zal er tochten door de kieren
je wordt een gier onder de gieren
je nek groeit krom van ja te knikken
je keel zit vol van in te slikken

Mijn moeder had er mij nochtans voor gewaarschuwd.
Al brandt je ziel van schoon ambitie
je zal er suffen in de pluche
of hol oreren op de bühne
je zal vooral de kiezers lijmen
en bij de Grote Leiders slijmen

Mijn moeder had er mij nochtans voor gewaarschuwd.
En elke vier jaar zal je beven
amechtig smachten naar wat aandacht
van de gazet of van de buis
je wilde wild de wereld vormen
maar die vermaalt je droom tot gruis

Zo vaak verzaken zonen de wijze raad van hun moeders te volgen.
zie die mannen manmoedig marcheren
tien ton ego torsend als een brandende standaard
zie in de mannen de zonen zitten
in een plasje uitgebluste idealen
stemmeloos smachtend naar een onsje liefde

Dit zeggen wij aan deze zonen.
laat toch de branie en de apenstreken aan de foor
neem in uw klamme handjes
wat rest nog van de schaduw van uw droom
en blaas er adem in en leven
en recht uw rug en ga er voor

Michel Onfray (1959) schrijft in Cynismen – portret van de hondse filosoof (1990):
'Nieuwe cynici zijn hard nodig: het zou hun taak zijn de maskers af te rukken, het bedrog aan de kaak te stellen, de mythologieën te vernietigen en de bovarysmen die de samenleving voortbrengt en vervolgens in stand houdt op te blazen. Dan zou men eindelijk de uitgesproken onverenigbaarheid van het weten en de geà?nstitutionaliseerde macht tot uiting kunnen brengen. Als symbool van verzet zou de nieuwe cynicus kunnen verhinderen dat de sociale kristallisaties en de tot ideologie en conformisme getransformeerde collectieve deugden de individualiteit verdringen.'

Archief

Nationale Gedichtendag 2007

25 januari 2007

Ter gelegenheid van de nationale gedichtendag
mijn aanvulling bij het vers ‘Palpar’
uit ‘Salamandra’ van Octavio Paz (1914-1998)


Palpar

Mis manos
abren las cortinas de tu ser
te visten con otra desnudez
descubren los cuerpos de tu cuerpo
Mis manos
inventan otro cuerpo a tu cuerpo

Octavio Paz, Salamandra, 1958-1961
“Todo es presencia, todos los siglos son este Presente”
Nobelprijs Literatuur 1990, Mexico

Voelen


Mijn handen
openen de gordijnen van jouw zijn
kleden je met een andere naaktheid
onthullen je lijf en leden.
Mijn handen
verzinnen een ander lichaam
voor het jouwe.

Mijn vingers tekenen verlangen
herkennen ieder woord dat jij wil horen.

Mijn vingers lezen geen dromen
die wij door schroom hebben vervangen.

Mijn armen voelen warmte die jij
bij mijn aanraking niet kan verhullen.

Mijn armen die jouw naaktheid omhullen
sluiten de rimpelgordijnen
voor ons zo oude spel.

Jan Van Duppen, 25 januari 2007
Nationale gedichtendag

http://www.geocities.com/poesiamsigloxx/paz/paz.html
http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/364966295/

Archief

Sándor Márai, Een leven in beelden – Ernà? Zeltner. Wereldbiblitoheek

16 januari 2007

Sándor Márai, Een leven in beelden – Ernà? Zeltner uitg. Wereldbiblitoheek
Sinds het werk van Sándor Márai rond zijn honderdste verjaardag '? bij het nieuwe millennium – op de Nederlandse romanmarkt begon te verschijnen, was ik steeds weer verrast door de formidabele kwaliteit van ‘Gloed’, ‘Land,Land’, ‘De gravin van Parma’, ‘Kentering van een huwelijk’ en ‘De nacht voor de scheiding’, in magnifieke vertalingen bij Wereldvenster.
Márai verscheen voor mij uit de nevelen van Kakanië als Hongaar, als vertegenwoordiger van de nationale democratische burgerij, maar ik kon hem nergens situeren. Hij was een XXste eeuwse Europese intellectueel, lang voor het proces van Europese eenwording begon.
Márai werd door Roberto Calasso in 1989 opnieuw ontdekt in Italië. Calasso herkende in 'Gloed' een verloren meesterwerk, vergelijkbaar met het werk van Thomas Mann en Italo Calvino.
Met 'Gloed' startte postuum het wereldwijde succes voor het werk van Sándor Márai in meer dan 18 landen.
Op 11 april 1900 werd Sándor Grosschmied de Mára geboren in een rijk burgerlijk milieu van gemagyariseerde Saksische juristen in wat toen nog het Hongaarse stadje Kassa was. Vandaag Kosice in Slowakije. Hij studeerde in Boedapest, Leipzig, Frankfurt en Berlijn. Hij vertaalde ondermeer Kafka in het Hongaars en was correspondent voor de Frankfurter Algemeine Zeitung in Parijs. Vanaf 1929 publiceerde hij meer dan 50 romans, verhalen, gedichten, essays en toneelstukken. Gedurende de nazi-tijd leidde hij als schrijver een teruggetrokken leven in Boedapest. Antifascist in hart en nieren, verwierp hij in de jaren 30 en 40 het nazisme. Na de oorlog verzette hij zich tegen het nieuwe totalitarisme van de ‘bevrijders’. Onder de socialistische regering werd zijn werk verboden. Hij verliet Hongarije in 1948  en trok naar Napels. Via Canada verhuisde hij naar New York. Na een nieuw verblijf in Salerno verhuisden de Márais definitief naar San Diego, Californië. Zijn Joodse vrouw en hun adoptief zoon overleden nog voor de auteur die zelf weigerde terug te keren naar Hongarije zolang er geen democratisch verkozen regime heerste zonder buitenlandse bezettingslegers.
In 1989, een jaar voor “Gloed” opnieuw werd uitgegeven in zijn geboorteland, maakte hij een einde aan zijn leven. “Gloed” werd voor het eerst gepubliceerd in 1942 maar bereikte toen de literaire wereld in Europa niet.


Zijn thematiek van menselijke relaties en hun passie en berekening, hart en rede speelt tegen een dreigende, soms nog smeulende achtergrond van wat mensen elkaar aandeden gedurende de eerste helft van de 20 ste eeuw in zijn geliefde Europa. Zijn observaties van menselijk gedrag en drijfveren zijn vaak adembenemend gelaagd en in een schitterende stijl  neergeschreven.

De vele mooie foto's in dit 'beeldenboek' stemmen tot weemoed en melancholie. De biografische gegevens en de toelichtingen uit zijn dagboeken helpen het genie van Sándor Márai te begrijpen. Hij kwam uiteraard niet uit de poesta aangewaaid.
Maar het literaire niveau van 'Een leven in beelden ' verbleekt naast de scherpe foto's.

Lees verder »

Archief

Platform Michel Houellebecq – NTGent

22 december 2006

De WARANDE Turnhout, donderdag 1 februari 2007 - 20.15 uur  

Vooraf causerie met Johan Simons, e.a. voor de liefhebbers…

NT Gent, Platform in regie: Johan Simons '? naar: 'Platform' van Michel Houellebecq '? tekstbewerking: Tom Blokdijk '? met: Wine Dierickx, Els Dottermans, Maartje Remmers, Steven Van Watermeulen, Oscar Van Rompay en Ward Weemhoff '? dramaturgie: Koen Haagdorens
Met 'Platform' voorspelde Michel Houellebecq ruim een jaar vooraf de zelfmoordaanslagen van moslimfundamentalisten op exotische vakantiecentra in Zuid Oost Azië. De betekenis van Houellebecq als auteur heeft echter niet alleen te maken met dit soort profetieën en deprimerende toekomstbeelden. Hij analyseert in zijn werk zonder enige terughoudendheid  de essentie van onze beschaving, van menselijke samenlevingsvormen: “Het liberale kapitalisme heeft het denken in zijn greep genomen; tegelijkertijd hebben ook het mercantilisme, de reclame, de absurde, schaapachtige cultus van het economisch rendement en de allesoverheersende, tomeloze zucht naar materiële rijkdom zich doen gelden. Erger nog, het liberalisme heeft zich uitgebreid van het economische naar het seksuele vlak. Alle sentimentele fabeltjes zijn aan diggelen geslagen.” (uit 'Lovecraft')
In 'Elementaire deeltjes' gaf hij een paar voorzetten. Met 'De mogelijkheid van een eiland' biedt hij een boeiende variant op Aldous Huxley's 'Brave New World', visionair en pijnlijk in de schetsen over het leven van de nieuwe mens, tussen goden en wilden: de nieuwe wilden.
Michel Houellebecq is een geslepen schrijver met een groot gevoel voor de wetten van de mediagenieke beeldcultuur. Hij weet als de beste door te dringen tot de onderhuidse realiteit en onbeschaamd houdt hij zijn lezers de onloochenbare drijfveren voor: het liberalisme met de ultieme orgastische vrije markteconomie is het einde van de liefde en het samenleven van mensen. Houellebecq is een diepgefrustreerd romanticus op zoek naar de wortels van zijn pijn in de wereld waar hij moet leven en wij het met hem proberen vol te houden.
Vandaag hebben de sommige politieke spindoctors het Licht gezien na de studie van Houellebecqs 'De wereld als Markt en Strijd'. Zij zullen in de komende maanden appel doen op de diepgewortelde romantische verlangens naar een gevoelig middenveld en een zorgzame samenleving, een verhaal dat door andere reclamestrategen reeds geruime tijd verlaten was: verandering van spijs doet eten'?hoewel overgewicht een ernstig gezondheidsprobleem oplevert.
Houellebecq zal echter niet meestappen in deze strategische wending.
In 'Leven, lijden, schrijven '? methode' uit 1991 verklaart hij ,,een diep ressentiment jegens het leven als noodzakelijke voorwaarde voor elke waarachtige kunstuiting. ('?) Spit onderwerpen uit waarover niemand wil horen. De achterkant van de faà?ade. Hamer op ziekte, lelijkheid, verval. Spreek over de dood, over de vergetelheid. Over afgunst, onverschilligheid, frustratie, liefdeloosheid. Wees abject, dan bent u waarachtig.('?) Wees niet bang voor het geluk; het bestaat niet.’’
Michel Houellebecq kent een eenvoudige remedie voor de monotheà?stische cultus van de onmiddellijke behoeftebevrediging die het westen in zijn greep heeft: ,,Elk individu kan bij zichzelf een soort koude revolutie ontketenen door buiten de informatief-publicitaire stroom te gaan staan. Dat is heel gemakkelijk, het is zelfs nog nooit zo eenvoudig geweest als nu om je ten opzichte van de wereld in een esthetische positie te plaatsen: je hoeft alleen maar een stap opzij te doen. Je hoeft alleen maar een pauze in te lassen, de radio uit te doen, de televisie af te zetten; niets meer te kopen, niets meer te willen kopen.’’
In 'Platform' propageert hij een ruileconomie met goedkope geheel verzorgde seksreizen als nieuwe vorm van lucratieve ontwikkelingssamenwerking: ,,Aan de ene kant zie je honderdduizenden westerlingen die alles hebben wat ze willen, maar geen seksuele bevrediging meer kunnen vinden,  aan de andere kant zie je miljarden individuen die in erbarmelijke omstandigheden leven en niets anders meer hebben om te verkopen dan hun lichaam en hun onbedorven seksualiteit. Dit is een ideale ruilsituatie. De poen die daarmee te halen valt is haast onvoorstelbaar'?. 
Het cynisme van Michel Houellebecq is dan ook oprecht en maakt hem tot een waardige opvolger van Franse literaire grootheden als Franà?ois Villon en Louis Ferdinand Céline die ieder in hun tijd de lezer een blik gunden in de coulissen en achter het decor van de maatschappelijke machtsverhoudingen.
Met de toneelversie van Johan Simons en het NTG wordt het dramatische einde van 'Platform' een nieuw begin. De piste die Houellebecq terloops lijkt open te houden tijdens de race naar de catastrofe, wordt in het toneelstuk blootgelegd:  warme gevoelens voor en van een ander kunnen zelfs in ijswoestijnen de illusie wekken waaraan iemand zijn overleven dankt. Het is als een zomers bloemtapijt op de zompige taiga waar we altijd in het veen kunnen verdwijnen met ons verlangen naar menselijke warmte die bij de eerste sneeuw voor altijd ingevroren wordt. Maar wie niet waagt, zal het nooit halen. Wie wel blijft zoeken en openstaat voor een ontmoeting met een ander, loopt kans te overleven en een zinvol gevoel te krijgen bij zijn of haar leven met anderen. Zelfs in de meest erbarmelijke omstandigheden blijven mensen zich vragen stellen die door niets en niemand tot zwijgen kunnen gebracht worden. Dat is dan ook onze sterkte en veel meer dan een ongemakkelijke waarheid.

Jan Van Duppen – in de Podiumbrochure van C.C. De Warande – Turnhout

 

Archief

2007 – Il faut cultiver son jardin…

21 december 2006

Wij waren zoals jij met velen toen.
En elke voornaam was jij.
Wij lagen niet dwars in de mythe
Van onze familie.
Wij leerden geen rol dan de jouwe
Van mij en de mijne van jou.
Wij speelden onszelf in een helder theater.

Wij waren toen met velen zoals jij.
En praten was geen theorie.
En theorie was heel ons gevestigde vlees en bloed
Van hogerhand.
Wij kregen voor niks een begin
Van God en de koning.
En niemand stampte zichzelf uit de grond.

Wij waren zoals toen met velen jij.
En niemand nam onze mond in zijn handen
En knoeide met tongen.
Wij waren uniek als een iris.
Wij waren uniek als het regenboogvlies van een blinde.
Wij waren uniek als de vingerafdruk van doofstommen.
Toch waren wij geen vergelijking.

Leonard Nolens
Bres IV-2. Derwisjgedichten.
Uitg. Querido

252381961_c929baf061[1].jpg

http://www.flickr.com/photos/59276281@N00/252381961/

Juan Muà?os, Plaza -  K21 Düsseldorf

 

'?Il faut cultiver son jardin'?

In 2007 hebben mensen
en hun omgeving zorg nodig,
een hand van ieder van ons.
Wij wensen u dan ook een zorgzaam nieuwjaar.

Globalisering is volgens Peter Sloterdijk de (her)inrichting
én het behoud van het mensenpark.
Het bestaan en voortbestaan van parken is het resultaat
van een voortdurende zorg van mensen voor hun leefwereld
waarvan ze afhankelijk zijn en waarin ieder van hen een rol speelt.
Parken zijn als beloken hofkes, waar mens en natuur elkaar ontmoeten.
Walter Benjamin zag de vooroorlogse politiek vooral bedreven in de antiekhandels.
Vandaag lijkt het een zaak van botanisten en tuiniers geworden.
De hele aarde wordt een hortus conclusus, jardin clos'?

Vrij naar René Boomkens,
De nieuwe wanorde
, globalisering
en het einde van de maakbare samenleving.
 
Uitg. Van Gennep – Amsterdam

Archief

Joseph Stiglitz, Eerlijke globalisering. Uitg. Spectrum

13 december 2006

Joseph Stiglitz, Eerlijke globalisering. Uitg. Spectrum

Met zijn vorig werk ‘Perverse globalisering’ – http://www.janvanduppen.be/?p=103 - filleerde Stiglitz de perverse mechanismen die onder de schubben van de globalisering woekeren.

In zijn ‘Eerlijke Globalisering’ is de intussen tot Nobelprijswinnaar geëerde economist niet veel verder gekomen dan het vaststellen van nog meer perverse mechanismen en het schrijven van een loflied op de goeie wil en de eerlijke wensen van brave mensen om die perverse mechanismen tot enige vorm van moreel besef te verlokken of te sturen.

Het lijkt alsof Stiglitz een zwaar gestoorde seksuele delinquent tot respectabel, waardig en voornaam gedrag wil verleiden. Zoals de meeste psychiaters en therapeuten weten, is dit een ijdele doelstelling. Zo ook waar het de perverse mechanismen van de wereldeconomie betreft.

In essentie blijkt vrijhandel van goedkope arbeidskrachten ervoor te zorgen dat armen als mobiele slaven andere slaven concurrentie aandoen elders in de wereld. Dat is intussen haarscherp duidelijk geworden in West Europa en Noord Amerika, maar ook in sommige gewezen ontwikkelingslanden die hun laag geschoolde arbeid razendsnel verliezen aan nog armere landen met nog lagere lonen en nog minder sociale bescherming.

Mensen worden in dit kader behandeld als vee dat in kampen bewaard wordt om op het juiste moment de arbeidsmarkt of het slachtveld te worden opgestuurd.

De naà?eve wensen van goede wil vanwege Stiglitz zijn soms aandoenlijk, soms pathetisch, vaak van een verbazende naà?eviteit. De macht – ook de economische – komt ten langen leste uit de loop van het geweer en niet uit de goodwill van economische experts, tot inkeer gekomen bedrijfsleiders of aanverwante ministers.

In het verleden trad alleen een reusachtige economische crisis met vaak grootschalig oorlogsgeweld als vroedvrouw op voor de eerlijke wensen van economen als Stiglitz. 

42. Er mag dan groei zijn, maar de meeste mensen zijn misschien slechter af. De economie van het ‘doordruppelen ’ die stelt dat als de economie als geheel groeit iedereen mee profiteert, blijkt steeds weer een misvatting te zijn

296. Voor een groot deel van de wereld ziet globalisering zoals die is bestuurd eruit als een pakt met de duivel. Een paar mensen in het land worden rijker; de bbp statistieken, voor wat ze waard zijn, zien er beter uit; maar de manier van leven en elementaire waarden worden bedreigd. Voor sommige delen van de wereld zijn de baten nog twijfelachtiger, en de kosten tastbaarder. Nauwere integratie in de wereldeconomie heeft geleid tot grotere volatiliteit en onzekerheid, en meer ongelijkheid. Zelfs fundamentele waarden worden bedreigd.
Dat is niet hoe het zou moeten zijn. We kunnen zorgen dat globalisering werkt, niet alleen voor wie rijk en machtig is maar voor iedereen, ook mensen in de armste landen. Het is een langdurige en zware taak. We wachten al te lang. Nu is het moment om een begin te maken.

Lees verder »

Archief

Patrick Süskind Parfum, na de literaire nu ook de filmische waan: 'Perfume, the story of a murderer'.

29 oktober 2006

Door een spijtige vergissing in de verkeerde zaal van Utopolis terecht gekomen en in plaats van ‘Children of men’ van Alfonso Cuaron: 2,5 uur lang een verfilming van Süskinds Parfum mogen aanschouwen. En ach, het werd 20 jaar geleden door menig competent lezer en criticus aanbevolen als een knap boek en ik moet er ooit stukken uit geproefd hebben, al was het me niet echt bijgebleven, wellicht omdat ik in die tijd nog teveel afscheid aan het nemen was, van de wapenen en andere ondeugdelijke praatjes, die bij nader toezien toch de basis vormden voor Patrick Süskinds ‘Parfum’.

Dus doorstond ik deze film tot het bittere einde.

Doorstaan wegens een eindeloos beeldorgasme ter compensatie van zoveel verloren geuren.

Bitter door de Reichiaanse fabels die Süskind de lezer en producer Eighinger met regisseur Tykwer de toeschouwer aansmeerde.

Het leek wel de theorieën van de oude socialistische psychopatholoog Wilhelm Reich, revisited. En dat meer dan een halve eeuw na datum.

Want in den beginne was immers het orgasme. Reichs ‘orgonentheorie’ claimde menselijk geluk door het herstellen van de energiebalans met de kosmos. Hij ontwierp er zelfs accumulatoren voor waarbij de essence werd geconcentreerd die eenieder een goed orgasme zou kunnen bezorgen. Volgens Reich hing goed voelen en geluk samen met op tijd en stond een optimaal orgasme, dank zij een shot van zijn orgonenconcentraat. Wanneer Reich reeds in 1927 de collegae psychoanalytici deelachtig maakte aan zijn ontdekking en op die manier ongewild de richting aangaf voor de latere stralende toekomst van de psychofarmaca, keerden de Freudianen hem de rug toe. Zij begrepen toen reeds dat de meesterlijke kunst er niet in bestond een oplossing te vinden, maar wel te blijven zoeken, in, met en rondom de patiënt.

Maar Wilhelm Reich liet zich niet afschrikken door de naijverige collegae en vertrok naar de Verenigde Staten waar hij na dertig jaar megalomane therapieën en paranoà?de onderzoeken ten onder ging in een Amerikaanse gevangenis.

Hij had de link gelegd tussen seksualiteitsbeleving en gedrag, ook groepsgedrag en zag een parallel tussen de klassenstrijd voor een communistische maatschappij en de bevrijdingskracht van zijn orgone-theorie.
Süskind ziet de parallel in de geuren, de ultieme olfactorische bevrediging van de oudste limbische systemen in onze hersenen.

Als metafoor kan dit natuurlijk tellen. Hoe manipuleer je een massa mensen via geuren, via beelden, via orgone-medicijnen? En hoe krijg je mensen zover dat ze je daarin gelukzalig volgen?

Ook Michel Houellebecq die in zijn werk op zoek gaat naar een ultieme toekomst voor menselijk geluk en bijaldien voor de  hele mensheid, loopt zich vast in de emotieloosheid, de finale en eindeloze of uitzichtloze bevrediging.

En daar vergissen ze zich. Onze tijdsbeleving is van die aard dat we ons bekennen tot het heen en weer, het op en neer, het ritme van de zon en de maan, de bipolariteit van water, enzovoort enzoverder.

Bijgevolg is er geen hoop op ultiem noch blijvend, en is een vergelijkbaar streven een maakbaarheidsillusie.

In 'Voorbij Goed en Kwaad' schrijft Friedrich Nietzsche: '?In de mens zijn schepsel en schepper verenigd.” En hij raadt zijn medemensen dan ook aan 'zo te leven dat je wenst steeds opnieuw te leven.' Nietzsche legt in 'De Vrolijke Wetenschap' met grote vaardigheid de vinger op de wonde: '?Wanneer jullie je eigen lijden zelfs geen uur op je wilt laten drukken en aanhoudend alle mogelijke ongeluk reeds lang van tevoren voor zijn, wanneer jullie leed en onlust in het algemeen ervaren als slecht, verfoeilijk, vernietigingsaardig, als smet op het bestaan, welnu: dan hebben jullie de religie van de behaaglijkheid in jullie hart. Ach, hoe weinig weten jullie van het geluk van de mens, jullie behaaglijken want het geluk en het ongeluk zijn tweelingen die samen opgroeien ofwel, zoals bij jullie, samen klein blijven.'?

Archief

Orhan Pamuk Nobelprijs Literatuur 2006

15 oktober 2006

Met de Nobelprijs voor Literatuur wordt Orhan Pamuk geconsacreerd in het Pantheon van de wereldliteratuur. Met Orhan als eerste Turkse schrijver die deze erkenning te beurt valt, wordt ook Dé Stad '? Istanboel geëerd, de grootste Europese stad, op de grens van Oost en West, 17 miljoen inwoners, die in Orhans boeken een oord vol weemoed is: '?Om het intense gevoel van weemoed gewaar te worden dat het Istanbul van mijn kinderjaren bij me oproept, moeten we enerzijds naar de geschiedenis kijken, naar de gevolgen van de ondergang van het Osmaanse rijk, maar anderzijds ook naar de weerslag die de geschiedenis heeft gehad op de 'mooie' stadsgezichten en de inwoners van de stad. Weemoed is in Istanbul zowel een belangrijke emotie in de lokale muziek en een kernbegrip in de poëzie, als een levensvisie, een gemoedstoestand en iets wat kennelijk essentieel is in het karakter van de stad. En omdat het al deze betekenissen in zich verenigt, is weemoed ook een gemoedstoestand die de stad zich met trots toeëigent, of in ieder geval is dat wat ze wil doen voorkomen. Daarom wordt deze emotie even positief als negatief beoordeeld. '?

1952 geboren in Istanbul – studeert enige tijd architectuur – 1974 besluit te gaan schrijven -  1982 debuteert met de roman ‘De heer Cevdet en zijn zonen’ – 1983 ‘Het Huis van de Stilte’  – 1985 ‘De Witte Vesting’ – 1990 ‘Het zwarte boek’ – 1995 ‘Het nieuwe leven’  – 2000 ‘Ik heet Karmozijn‘ - 2002 ‘Sneeuw’  – 2005 ‘Istanbul’  -  De Vredesprijs van de Duitse boekhandel '? 2006 Nobelprijs Literatuur
“Ik beschouw mijzelf essentieel als schrijver, als kunstenaar. Ik begin met beelden, woorden, concepten, en ga daarmee spelen. Dan luister ik naar het rijm, naar de muziek die daaruit komt, en zeg: dat is aardig… en zo ga ik door. Je weet op dat punt niet wat je aan het doen bent. Je hebt er alleen maar plezier in; het eerder iets sensueels dan rationeels. Pas wanneer het af is, zie je de boodschap erin, de mogelijke interpretaties. Ik ben tegen `zuiverheid’: dat is een boodschap die ik wel accepteer. Maar dat is geen gedachte waardoor de roman wordt voortgebracht.’’

“Het dooreenvlechten van verschillende culturen en tegelijk de confrontatie tussen traditionele manieren van vertellen en experimentele, postmoderne vormen, gevat in mijn eigen persoonlijke stijl, is het opzet van mijn schrijven.('?)
Het zwarte boek vertelt over de zoektocht van de jonge advocaat Galip naar zijn in Istanbul verdwenen vrouw, van wie hij vermoedt dat ze met haar halfbroer, de bekende columnist Celal, ondergedoken is. In Celals columns meent Galip aanwijzingen te vinden over hun verblijfplaats. Tenslotte gaat hij, onder Celals naam, zelf stukjes schrijven voor de krant en neemt zo diens identiteit over. Ik had zelf twee ooms die in de jaren vijftig voor Turkse kranten schreven. Ik herinner me nog hoe ze thuis voortdurend het hoogste woord hadden. Hun lezers verwachtten dat ze overal hun commentaar op konden leveren, van het privéleven van de Amerikaanse president tot bepaalde fouten van Sigmund Freud of de nieuwe straatverlichting in een achterafstraatje. Ze konden die gebeurtenissen op een heel populaire manier dramatiseren. Dat maakte hen zo leesbaar en ik bewonderde ze vreselijk. Het waren mensen die de pen als een zwaard gebruikten en die je tegelijkertijd, net als Sjahrazaad, elke dag een nieuw verhaal vertelden.('?) In Het zwarte boek leest Galip de columns van Celal eerst nog op een heel rationele, cartesiaanse manier, maar aan het einde is hij er helemaal in opgegaan. Je kunt dat de vermenging van leven en literatuur noemen, en dat is voor een deel natuurlijk ook de waarde van de literatuur. Boeken, columns, verhalen hebben we altijd al gelezen, omdat we ze voor het leven zelf hielden. Dergelijke naà?eve lezers die het verhaal niet onderscheiden van de werkelijkheid en daar helemaal in opgaan bestaan nog altijd, in Turkije ook maar elders. Ik neem die lezers bij hun kladden, maar ook de meer verfijnde, westerse lezers, en draai ze in mijn boeken rond en rond, tot ze tenslotte allemaal verward achterblijven.’’ ('?)
“Laat ik beginnen met op te biechten dat ik uit een enigszins paranoà?de cultuur kom en zelf ook een beetje paranoà?de ben. Denken in samenzweringen is een heel gebruikelijke manier om in Turkije dingen te verklaren en te organiseren.('?) Maar eerlijk gezegd denk ik dat een intelligente persoon een beetje paranoà?de moet zijn. Alle systemen waarin dingen op een vernuftige manier met elkaar in verband worden gebracht zijn op een bepaalde manier slimme paranoà?a’s. Je moet alleen een onderscheid maken tussen intelligente en domme paranoà?a. Die laatste is de grond van veel alledaagse politiek. Dat Turkije zijn problemen met de Koerden en de mensenrechten niet weet op te lossen, dat het niet tot de Europese Unie wordt toegelaten, wordt allemaal verklaard doordat Europa vanwege onze religie tegen ons zou samenspannen. Ik construeer mijn boeken daarentegen rond een soort intelligente paranoia, doordat ik de dommere vormen ervan belachelijk maak, ermee speel, tegen de lezer knipoog, enzovoort.’’ ('?)
“Dat de woorden zijn losgeraakt van de dingen waarnaar ze verwijzen en hun eigen gang gaan, heeft daar misschien wel mee te maken. Ga maar eens naar Istanbul, de Gouden Hoorn over en loop door de straten, en je ziet jezelf blootgesteld aan zoveel beelden, kleuren, letters en teksten dat je vanzelf het gevoel krijgt: ik kan dat allemaal niet meer met elkaar verbinden. Het Zwarte Boek is een poging tot die verwarring op te roepen, dingen samen te voegen die uit heel verschillende bronnen komen. En als je die verwarring, die anarchie van symbolen en tekens, letters en beelden, op je laat inwerken, begin je te accepteren dat de dingen en hun betekenis zich niet meer in een organische eenheid bevinden. Dat is het uitgangspunt van mijn romans, ook weer in het Crimson-boek. In die zin zijn het Bildungsromans. Ik stuur mijn figuren het doolhof van de wereld in, dompel ze onder in de anarchie van mijn stad Istanbul, en laat ze er, hoop ik, als andere mensen weer uitkomen.’’

,,Tot ongeveer mijn vijfentwintigste beschouwde ik mezelf als volledig westers. Toen begon ik langzaam in te zien dat mijn land niet volledig bij het westen hoort. Ik begon in mijn eentje, zonder lid te worden van een of andere sekte, te lezen over de geschiedenis van religie. Die seculiere lezing van allegorische, islamitische vertellingen, heeft met sterk beà?nvloed. Ik moest veel vooroordelen overwinnen, want mij was altijd verteld dat gelovige mensen achterlijk zijn.'?

,,Het westen is onoverwinnelijk. De meeste mensen in het oosten weten dat. Het grootste deel van de mensen wil erbij horen. Maar een deel van hun ethiek, identiteit en waardigheid hoort nog bij het oosten. Het gaat er niet om dat de een `ja’ zegt en de ander `nee’. Zulke mensen vormen een minderheid. In de meeste gevallen zegt dezelfde persoon `nee’ en `ja’ tegelijk.’ Daarbij spelen ook gevoelens van minderwaardigheid en afgunst een rol. ,,Mensen in het oosten weten dat ze laatkomers zijn, dat ze niet de baas zijn. Ze weten ook dat ze tot de tweede garnituur zullen behoren, als ze naar het westen gaan. Maar als ze blijven waar ze zijn, zullen ze vergeten worden. Dat betekent het einde van alles wat ze zijn geweest. Ik schrijf over de spirituele dimensie van zulke historische veranderingen.'?
'?De meeste Turken willen bij Europa horen, om de economische voordelen en omdat Europa staat voor goed bestuur. Maar dezelfde mensen hebben ook heel primitieve ideeën over hun identiteit. Veel Turken denken dat ze speciaal en uniek zijn, zoals alle andere naties dat van zichzelf denken. Ik ben zelf voorstander van toetreding tot de EU. Ik geloof dat een Europa met een islamitisch land in de Unie een toleranter en beschaafder imperium zou zijn dan een uitsluitend christelijk imperium. Maar ik zeg dat als Turk die bij Europa wil horen, niet als een objectieve theorie.'?

,,Radicale secularisten haten me omdat ik schrijf over religie, over de Koerdische kwestie en omdat ik grappen maak over Atatürk. Fundamentalistische kranten vallen me aan omdat ik in Ik heet Karmozijn grappen maak over een imam die met de duivel neukt. Maar ze hebben daarnaast toch waardering voor me, omdat ik ook over hún geschiedenis schrijf. Ze weten daar zelf niets van, want fundamentalisten zijn ook door het moderne Turkse onderwijs gevormd. Ik vind het prettig om mezelf in dit soort dubieuze, ironische situaties te plaatsen. Een schrijver moet een publiek bereiken dat hem niet helemaal afwijst maar ook niet helemaal accepteert. Ik ben er trots op dat ik die plaats bekleed in Turkije.
'?Liever dan van een `botsing van beschavingen’ heb ik het over een eindeloos proces van wederzijdse kruisbestuiving. Natuurlijk zijn er ook dramatische momenten, die in de buurt van oorlog komen. Maar veel vaker komen culturen op een harmonieuze manier bij elkaar. In 'Mijn naam is Karmozijn' slagen de miniatuurschilders er niet in om die harmonieuze verandering te volbrengen, omdat ze de schildertechniek niet onder de knie krijgen. Ze raken in verval en gaan ten onder. Maar ik ben daar zelf wel in geslaagd in mijn boeken. Ik heb mijn Joyce, Proust, Mann, Calvino, Eco gelezen en vervolgens heb ik mijn romans geschreven. Dat is ook mogelijk.’

 

Archief

Don Quijote de la Mancha, muziek van Jordi Savall, Don Quichot van La Mancha vertaald door Barber van de Pol

2 september 2006

El Greco, El caballero de la mano en el pecho. Museo del Prado, Madrid.

In een beroemd sonnet schrijft de Spaanse dichter Manuel Machado over het personage op dit schilderij van El Greco: “Este desconocido es un cristiano/de serio porte y negra vestidura,/donde brilla no más la empuà?adura/de su admirable estoque toledano…”.

Vermoedelijk gaat het om Juan de Silva, notario mayor de Toledo, die zich liet afbeelden als de typische Hidalgo Espaà?ol, sober, spiritueel en behept met een diep gevoel van ernst. De rechter hand op de borst, de houding van trouw’?
Het was de affiche voor het Festival van Vlaanderen, dit jaar gewijd aan de Laus Polyphoniae (19 tot 27 augustus 2006) rond het thema ‘Conquista y reconquista’.
Het is ook de kaft van de boek-cd uitgave ’ Miguel de Cervantes, Don Quijote de la Mancha, Romances y Músicas ‘ met een knappe compilatie door Manuel Forcano uit de orignele tekst van Cervantes ‘? schitterend gereciteerd in aangrijpend Spaans waaraan Jordi Savall met La Capella Reial de Catalunya en Monserrat Figueras toepasselijke muziek- en zangstukken heeft toegevoegd.
De 2 cd’s vormen een meesterstuk met in het begeleidend boek de vertalingen in het Frans, Engels, Catalaans, Duits, Italiaans en Japans.

Het is geleden van Jacques Brels ’ L’Homme de la Mancha begin 1969 in de Brusselse Munt dat er nog zo’n fascinerende en ontroerende versie te horen was van Cervantes’ meesterwerk. Brel herkende zich in de vernuftige edelman en wist te ontroeren door zijn spel, waarna ook voor hem het doek viel.
Jordi Savall heeft ‘Romances y Músicas’geselecteerd in deze Hespèrion XXI editie bij de teksten uit Cervantes’ meesterwerk die zeer populair waren op het einde van de XVI de eeuw. Ook zij weten luisteraars te ontroeren, zelfs hen die niet weten en alleen maar vermoeden.

Miguel de Cervantes Saavedra had joodse voorouders en was daarom tijdens de strenge Contrareformatie als verarmde edelman vooral op eigen creativiteit aangewezen als vrije ondernemer. Hij trok met zijn vader, die chirurgijn was, Spanje door. Hij vertrok nadien naar Italië naar verluidt omwille van een slecht afgelopen duel. Hij hoopte daar fortuin te maken maar verloor zijn linker arm in de Zeeslag bij Lepanto in 1571 tussen de Ottomanen en de Venetiaanse en Pauselijke vloot. In het huidige Griekse Nafpakos staat een standbeeld ter ere van Cervantes, el Manco de Lepanto, met de lamme hand, goed verborgen in een nis achter de kantelen van de oude havenomwalling.

Cervantes vocht nadien nog als soldaat in de Spaanse Nederlanden en werd tijdens zijn terugtocht gevangen genomen door Albanese piraten die hem in Algerije opsloten met duizenden andere christenen waarvoor fors losgeld werd gevraagd. Hij werd pas na vijf jaar opsluiting vrijgekocht. Nadien probeerde hij thuis van zijn pen te leven, met wisselend succes. In 1597 begon hij aan ‘El Ingenioso Hidalgo Don Quijote de la Mancha’ toen hij gevangen zat in Sevilla wegens schulden. Cervantes kon zijn interesse in menselijk gedrag niet combineren met voldoende aandacht voor de eigen boekhouding.
Het eerste deel verscheen in 1605. Deel twee volgde in 1615, maar nog hield hij onvoldoende leefgeld over, ondanks het enorme succes in Spanje en heel Europa wegens toen nog bijzonder weinig ontzag voor copyright .
Miguel de Cervantes stierf berooid, maar zijn werk was het begin van de psychologische roman, het eerste boek in de moderne wereldliteratuur dat het veinzen van mensen, het doen alsof, het liegen en bedriegen, de kracht van illusie en de daaraan gekoppelde emotie in de menselijke geest als centrale thema ontwikkelde.
Een waardige opvolger van Homeros’Odysseia.
In de Romances y Músicas die Savall heeft uitgekozen als muzikale en vocale dragers van zijn Don Quijote ‘? vaak liederen uit het volkse leven, of erop geà?nspireerd – merk je naar tekst en inhoud parallelle thema’s.
Al presenteerden de Heren zich sober in het zwart, stijf van de ernst, vervuld van het spirituele en de waardigheid in de houding van trouw, de volkse dienaren en onderdanen waren zich zeer bewust van het leven achter de schermen, de schurkenstreken achter de waardigheid, de invloed van de spiritualiën en de trouw aan het vluchtige geld en de wisselende macht door diezelfde ridderlijke Heren.
Cervantes durfde het aan om die volkse wijsheid tot literatuur te maken. Hij stak de draak met de ridderverhaaltjes over een tijd en een cultuur die nooit bestaan had, behalve in het hoofd van de propagandisten van de machthebbers van alle tijden. De eerste integrale Nederlandse vertaling als ‘Den verstandigen vroomen ridder, Don Quichot de la Mancha’ door Lambert van den Bos verscheen in 1657.
De recentste Nederlandse vertaling van ‘De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha’ door Barber van de Pol bij Athenaeum – Polak & Van Gennep is heerlijk geschreven en een meesterlijk handboek bij de Romances y Músicas van Jordi Savall.

Archief

Frank Furedi, Waar zijn de intellectuelen?, Meulenhoff.

12 augustus 2006

‘Where Have All the Intellectuals Gone?’ van Frank Furedi  heeft iets van het bloemenlied uit de jaren ’ 60 van Pete Seeger. Het is een klaagzang die hier en daar rare refreintjes neuriet en vaak de helderheid mist van het snijdend essay waar Frank Furedi zo intens voor pleit in zijn kritiek op de rol en de positie van de intellectuelen, de onderwijshervormingen, de social-engineering-ideologie van gelijke kansen als ultieme trukendoos voor de verdere infantilisering van de kiezer. Zijn vorige stukken in ‘Culture of Fear’,  ‘Paranoid Parenting’ leken mij beter doorwrocht.
De vertaling van zijn nieuw boek is vlot leesbaar, maar wie het in een Nederlandse vertaling heeft over ‘Benda, J. (1959) The Betrayel of the Intellectuals, Boston, USA, MA: The Beacon Press ’ als hij Julien Benda, ‘La trahison des clercs’ uit 1927 bedoelt, doet mij ook even slikken.
Ik heb een reeks erg boeiende citaten aangehaald en hier en daar van een soms wat uitgebreidere commentaar voorzien omdat Furedi in zijn boek toch met vaardigheid enkele heilige huisjes sloopt en zich op sommige punten vergist van sloophamer of gebouw.

Omdat hij – terecht '? de verantwoordelijkheid voor de intellectuele ellende bij de voornamelijk linkse intelligentsia van de voorbije decennia legt, en ik hem daarin kan bijtreden, probeer ik hier ook een inkijk te geven in de manier waarop het ' gelijke kansen' verhaal in het onderwijs in Vlaanderen en meer bepaald bij de sp.a werd gebruikt om de nieuwe voorzitter uit de startblokken te krijgen en wat de interpretatie van de Europese BaMa richtlijn van Bologna voor het hoger en universitair onderwijs in Vlaanderen zal betekenen.

Tot slot formuleren we enkele proeven tot verklaring van het falen van de sociaal democratie en de socialistische ideologie – vroeger, nu en morgen – met een paar bedenkingen over anders en het hoe en waarom, en ook weer niet.

Niets is immers wat het lijkt, zeker niet in de heksenketel van de wereldpolitiek.

 

Lees verder »

Archief

Roberto Calasso, ’n Reader in Raster nr.114 – De Bezige Bij

6 juli 2006

Een Raster-editie die je opzuigt wanneer je wil doordringen in het fenomeen Roberto Calasso met o.m. Essays uit ‘De Negenveertig Treden’ – Kafka’s ‘Aforismen uit Zürau’ met commentaar van Calasso - ’ De uitgeverij als literair genre ‘.

Zeer de moeite voor wie zijn werk heeft leren kennen en gegrepen is door het fenomeen van de lezende schrijver, de schrijvende uitgever, de uitgevende lezer, de uitgevende schrijver en de schrijvende lezer.

Archief

Dik zijn is gezond – Luc Bonneux

28 april 2006

,,Van echte zwaarlijvigheid ga je dood, maar overgewicht is normaal, zeker op middelbare leeftijd.’‘

OOIT zijn ziekenfondsen opgericht door bewuste proletariërs, om zich te verzekeren tegen de financiële aanslagen door ziekte. De Verenigde Staten tonen het grote nut van een universele ziekteverzekering door er géén te hebben. Ondanks zeer hoge uitgaven voor de gezondheidszorg, zijn de gezondheidsindicatoren van de VS slecht. Torenhoge behandelcijfers tonen hoe twee derde van de bevolking is oververzekerd en overbehandeld, het overige derde is onderverzekerd en onderbehandeld.

België is ook dit onzalige pad op. De patiënt betaalt steeds meer supplementen in het ziekenhuis, aanvullende verzekeringen ondergraven het principe van de solidaire en universele verzekering. De gezonde persoon wordt nu tot legitieme prooi verklaard door de ziekenfondsen. In 1922 was Dr. Knock ou le triomphe de la médecine nog een satire op een handige kwakzalver. In de eenentwintigste eeuw wordt het brute realiteit: wie gezond is, betaalt zich blauw aan een ziekteverzekering die prullaria voor gezonde personen vergoedt, maar wie ziek is, krijgt te horen dat het zijn eigen schuld is. (...)

Frutseltherapie

De ziekenfondsen bestrijden nu consumentisme met nog meer consumentisme, het terugbetalen van allerhande ‘interventies’ tegen zwaarlijvigheid. Dat heeft niets te zien met preventieve geneeskunde, er is namelijk geen spat van bewijs dat het wat zal uithalen. Het heeft alles te zien met publiciteit, gevoerd met geld te besteden voor zieken. Wat later kunnen dan die zieken worden beschuldigd dat ze ziek zijn door hun eigen schuld: de winst wordt twee keer geteld. Geld voor ziekenfondsen wordt niet gedrukt door de regering, en kan maar één keer worden uitgegeven. Wie als ziekenfonds prullaria, zoals peperdure margarines, fitness-abonnementen of alternatieve frutseltherapieën terugbetaalt, haalt dat uit de zakken van zieken, die nu (nog) meer zelf zullen moeten betalen. Dat is misschien wel een nuttig weetje voor verzekernemers.

Luc Bonneux in De Standaard opinie 28/4/2006 p.22 (De auteur is arts-epidemioloog.) http://www.standaard.be/ opinie

« Volgende berichten Vorige berichten »